CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergadering 6 november 2024, gemeente Texel43.803 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

op dit onderwerp. -Mijnheer Hoogerheide. Wij krijgen de rekening van HVC gepresenteerd en die zullen we moeten betalen. Ik ben heel benieuwd hoe de heer Kooiman Mark Pol

gaat reageren op de nieuwe Afvalstoffenregeling Niels Rutten

die eraan zit te komen. -Die gaan we dan met elkaar bespreken. Mijnheer Rutten, ga uw gang. -Dank u, voorzitter. De heer Kooiman benoemt het Afvalstoffenplan en het Groen beleidsplan. Wat hij zegt, herkennen we. We hebben ooit een plan gemaakt en de ambities en de voorstellen daaruit hebben we niet weten te halen. Vervolgens doen we een onderzoek en komen we weer met nieuwe, hogere ambities. We kunnen de heer Kooiman en Hart voor Texel daar goed in volgen als CDA. We moeten nadenken of we zinvol bezig zijn. U zegt dat de ambities te hoog zijn. Welke ambities Edo Kooiman

wil Hart voor Texel dan schrappen? -Mijnheer Kooiman. U vraagt om een man een paard te noemen, mijnheer Rutten. Waar het hierom gaat, is dat het begin van deze coalitieperiode het Coalitieprogramma volstond met onderzoek zus en zo. Wat ons betreft, hoeft er veel minder onderzocht te worden en graag de handen aan het werk en doen wat je moet doen. De ambitie moet je soms bijstellen. In een Groen beheerplan staan een aantal ambities. Wij willen groenbeheer en het uiterlijk van de dorpen optimaal hebben. Laat het soms iets minder optimaal maal zijn. Als we kijken wat we met onze eigen organisatie kunnen en moeten doen en wat we moeten inhuren, 26 fte geloof ik, tegenover 7 fte die we zelf hebben. Maak die ambitie wat minder. Kijk goed in dat Groen beheersplan waar geschrapt kan worden, zodat je dat met minder mensen zou kunnen doen. En wat me wel verbaast, is dat die mensen die wij inhuren wel personeel kunnen krijgen en voor ons als gemeente wordt dat wat lastiger om die te krijgen. Dat is iets waar we aan moeten denken. De gemeente is met een goede campagne bezig om mensen binnen boord te halen. Mark Pol

Ik hoop dat we extra mensen in het groenbeheer kunnen krijgen. Eric Hercules

Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer Hercules. Voorzitter, dank u wel mijnheer Kooiman voor uw beschouwingen en ook fijn dat u positief eindigde. Dat blijft bij mij goed hangen, dat u blij bent met alle huizen in de dorpen. Ik heb over twee onderwerpen vragen aan u. Ook wij vinden de overhevelingen elk jaar in de begroting, die elk jaar hoger worden, geen prettig gezicht. Het college heeft al een aantal zaken getemporiseerd. Het is een vraag die ook van het CDA kwam. Waarin ziet u nog de mogelijkheid om te kunnen temporiseren? Zodat we het geld over een langere tijd kunnen uitspelen en minder geld nodig hebben per jaar. Dat is de eerste. De tweede vond ik een interessante, want u heeft het best lang gehad over afval. Ik ben het met u eens, 240 kilo per dag mag je gratis weggooien. Als je er net overheen gaat, krijg je een rekening. Dat vinden wij gek. U heeft gezegd: de vervuiler betaalt. Je betaalt een tarief naar aanleiding van het afval wat je weggooit. Dat is DIFTAR. Betekent dat dat er een ommezwaai is gekomen in uw standpunt ten opzichte van de DIFTAR-voorstellen Edo Kooiman

die van het college kwamen? -Mijnheer Kooiman, twee vragen. Dank u wel. Goede vraag, mijnheer Hercules. Waar kunnen we temporiseren? Ik ben niet met de stofkam door de begroting heen gegaan en gekeken waar wel of niet getemporiseerd kan worden. Ik denk dat het college uitstekend zelf weet waar de mogelijkheden liggen om te kijken waar het programma wat rustiger aan kan doen. Dat weet ik niet. Ik heb als Groen beheersplan als voorbeeld genomen. Daar gaat een hele hap geld naartoe. Zo zullen er ongetwijfeld nog andere facetten zijn binnen deze gemeente. Duurzaamheid, maar daar zit al bijna niemand. Dus daar hoeft niet op getemporiseerd te worden. Zo zullen er ongetwijfeld andere facetten zijn waar het wat rustiger aan kan. Uw tweede vraag ging over DIFTAR. De vervuiler betaalt, dat klopt. Dan heb ik ook gekeken naar

het toerisme. Die grote verantwoordelijkheid heeft in onze afvalstroom. Misschien moeten we kijken naar waar daar het geld vandaan kan komen om eventueel mee te betalen aan het Reinigingsrecht. Misschien moet een deel van toeristenbelasting daarvoor opgeofferd worden. Dat weet ik niet, maar in die hoek zoek ik het. Eenpersoons huishoudens betalen nu nog best veel in vergelijking met andere huishoudens. Ik maak geen ommezwaai, maar ik heb met name mijn blik gericht op toerisme. Waar nu nog totaal Eric Hercules

geen duidelijkheid over is. -Mijnheer Hercules. Voorzitter, een korte reactie. Ik ben ieder geval blij dat er wat licht komt in de manier waarop we kunnen gaan kijken naar het afval. U weet ongetwijfeld dat per recreatiewoning een heffing wordt opgelegd door de gemeente. Ik ga graag met u in discussie over hoe we in de toekomst Edo Kooiman

de Afvalstoffenheffing op een andere manier kunnen gaan inrichten. -Dank u wel. Mijnheer Kooiman. Mag ik nog een korte reactie geven? Dat was een aantal jaren geleden al zo. Het grofvuil wat nu gratis aangeleverd kan worden bij het afvalbrengstation, is van grote invloed op de totale afvalberg die wij produceren. Destijds wilden we invoeren dat de bezoeker daarvoor moet betalen. Daar was toen geen meerderheid voor in de raad. Men was bang dat het vuil dan in de bermen of in de sloten terecht zou komen. Dat zijn zaken die we nog een keer goed onder de loep moeten nemen. Daardoor hoeft de Texelaar minder Reinigingsrecht te betalen. Daarvan gaat heel veel vuil naar het afvalbrengstation. Het wordt gratis aangeleverd. Ik heb begrepen dat dat niet altijd particulieren, maar ook bedrijven Mark Pol

onder een particuliere noemer zijn. Daar kunnen we een keer goed naar kijken. Dank u wel. Dit wordt ongetwijfeld vervolgd. Zijn er nog anderen die willen reageren? Dat is niet het geval. Dan wil ik de heer Soyer van GroenLinks uitnodigen. Henry Soyer

Ga uw gang, mijnheer Soyer. -Dank u wel. We zijn ruim over de helft van de huidige raadsperiode en het is goed om te kijken wat er tot nu toe bereikt is en wat er volgens ons nog meer moet gebeuren. Voordat ik dat doe, wil ik eerst een motto meegeven. Het is onze morele plicht om optimistisch te zijn. Gelukkig is wetenschapsfilosoof Karl Popper het met me eens. Ik ben op zich bang voor de toekomst die voor ons ligt. Alle ellende die de mensheid zichzelf aandoet en ons veranderde wereldse ecosysteem komt er nog bovenop. Het is onze plicht, zeker als politiek, om er het beste van te maken. Om de beste keuzes te maken, om de gevolgen zo draagbaar mogelijk te laten zijn. In ons verkiezingsprogramma hebben wij vier speerpunten benoemd. Ambitieus en geloofwaardig klimaatbeleid. Sociaal sterk en veerkrachtig Texel. Toerisme en leefbaarheid. Landschap en biodiversiteit. Over het klimaatbeleid. Wij zijn blij dat het Inwonersberaad over de energievoorziening goed van start is gegaan. Er was voldoende animo onder de Texelaars om hier aan deel te nemen. Wij zijn heel benieuwd wat eruit gaat komen. Op basis hiervan kunnen we straks knopen doorhakken over hoe wij op Texel kunnen bijdragen aan een duurzame energievoorziening. Sociaal sterk en veerkrachtig Texel. Wij zijn blij dat er forse stappen zijn gezet op het gebied van wonen.

In het verkiezingsprogramma werd een heel somber beeld geschetst. Nu kunnen we ervan uitgaan dat de positie voor starters binnen vijf jaar sterk is verbeterd en dat de woningvoorraad over tien jaar in balans is. We zijn er trots op dat het college sociale woningbouw en goedkope koop voorop stelt. Dat hier duidelijke resultaten zijn geboekt. Is het voor alle vier de speerpunten rozengeur en maneschijn? Nee, er is nog veel te doen. We hopen dat we samen met onze gewaardeerde coalitiepartners in de resterende raadsperiode nog stappen gaan zetten op de twee andere thema's. Zoals voor het thema toerisme en leefbaarheid. Diverse enquêtes wijzen uit dat ruim 50% van de Texelaars vindt dat de toeristische druk op het eiland niet moet toenemen. In ons verkiezingsprogramma en in het Coalitieakkoord staat dat de lusten van het toerisme meer ten goede moeten komen aan de Texelse samenleving. Iedereen is het erover eens dat we veel aan het toerisme te danken hebben. Onze voorzieningen waren zonder toerisme op vele vlakken minder geweest. Bij het onderwerp is de vraag waar willen we naartoe, veel lastiger te beantwoorden. Niet alleen aan welke knoppen we kunnen draaien, maar ook wat we daarmee willen bereiken. Over cruiseschepen hebben wij schriftelijke vragen gesteld en dringen bij het college aan op een spoedig antwoord.

Ook vragen wij het college een voorstel om een eind te maken aan de mogelijkheid van parkeren van campers op parkeerterreinen in de centra, die hier niet geschikt voor zijn. Zoals het parkeerterrein bij Albert Hein. Tenslotte vragen wij het college om uiterlijk in het komende voorjaar met een voorstel te komen voor het invoeren van een vergunningssysteem voor Bed & Breakfast. Om op die wijze ongebreidelde groei, met name in woonwijken, in de hand te kunnen houden. Tenslotte iets over het thema landschap en biodiversiteit. GroenLinks is pessimistisch over de richting

waarop het gaat met de biodiversiteit, maar tegelijkertijd optimistisch over wat we kunnen doen om de gevolgen binnen de perken te houden. Dat betekent dat Texel zal en moet veranderen. Het Beleids- en beheersplan groene infrastructuur geeft hiervoor voorzichtig richting aan, maar dat moet sneller en steviger. Nationale ontwikkelingen in de transitie van de agrarische sector zullen ook niet aan Texel voorbijgaan. Dit zal pijn doen, maar het geeft ook kansen. Denk aan het realiseren van kringlopen en het produceren voor de lokale gemeenschap. Het gebruik van pesticiden ligt steeds meer onder een vergrootglas en regelgeving zal in de toekomst het gebruik hiervan sterk inperken. Zie hiervoor de Nota toekomstvisie gewasbescherming 2030. Ook wij willen niet dat Texel in het voorjaar steeds oranje kleurt. GroenLinks heeft over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en het hanteren van spuitzones eerder vragen aan het college gesteld. Het antwoord was onbevredigend. Het college erkent in haar antwoord dat het voorzorgsbeginsel in deze van kracht is en dat er uit de jurisprudentie blijkt dat de 50 meterzone bij gevoelige objecten niet onredelijk is, maar verzuimt vervolgens hieraan conclusies te verbinden. Wij vragen op korte termijn van het college een voorstel waarin dat wel wordt gedaan en het niet vooruit te schuiven tot het Omgevingsplan in 2031.

De komende jaren zullen we lastige keuzes moeten maken. GroenLinks zal bij die keuzes niet mikken op de winst op korte termijn, maar op de mensen die nu al leven en straks de eeuwwisseling zullen meemaken. Bedankt voor uw aandacht. Mark Pol

Het waren drie vragen aan het college. -Dank u wel, mijnheer Soyer. Wie mag ik het woord geven naar aanleiding van de inbreng van GroenLinks? Edo Kooiman

Dat is mijnheer Kooiman. Ga uw gang. -Mijnheer Soyer, over de cruiseschepen zullen wij elkaar niet vinden. Daar zal ik u geen vragen over stellen. Ik heb wel een vraag over het vergunningstelsel voor Bed & Breakfast. U vroeg het college tempo te maken met het vergunningstelsel voor Bed & Breakfast. Dat is om de ongebreidelde groei tegen te gaan. Hoe ziet u dat verband? Iedereen kan toch een vergunning aanvragen? Henry Soyer

Er zit toch geen maximumaantal aan vast? Dat was mijn vraag. Dank u wel. -Dat maximum aantal is een van de mogelijkheden en ook een maximaal aantal in bepaalde gebieden. Zodat je bijvoorbeeld kunt zeggen dat in de centra er een maximum is en dat pas een nieuwe mag beginnen op het moment dat er een oude stopt. Wij vinden dus wel Edo Kooiman

dat je hier voorwaarden aan kunt stellen. -Mijnheer Kooiman. Dan begrijp ik uw boodschap, maar dat moet straks door de raad besloten worden. U koppelt het vergunningstelsel aan een maximering van het aantal bed en Bed & Breakfast, waar dan ook. Henry Soyer

U wilt dat aan banden gaan leggen? -Mijnheer Soyer. Dank u wel. Niet waar dan ook. Wij mikken met name op de beperking in de woonwijken. Niels Rutten

In het buitengebied, prima. -Mijnheer Rutten. Dank u, voorzitter. Zowaar heb ik in uw betoog iets kunnen vinden waar ik het wel mee eens ben, mijnheer Soyer. Campers weren uit dorpskernen en van parkeerterreinen, lijkt ons een goed idee. Ik ben benieuwd naar de lusten van het toerisme. Mark Pol

Hoe wilt u die verdelen? Wat is concreet uw idee daarover? Henry Soyer

Mijnheer Soyer. -Laten we dan voor het gemak die cruiseschepen pakken. Daarvan vragen wij ons af, die vraag hebben we ook aan het college gesteld, wat schiet Texel daarmee op? Laten we bedenken of we dat willen. Dan komt de vraag: heb je daar wat bij te willen? Die discussie wil ik graag voeren. De Waddentoets. Als het gaat over maatregelen voor toerisme moet je jezelf eerst de vraag stellen: wat schiet de Texelse samenleving Mark Pol

hiermee op? Dan pas verdergaan. -Dank u wel. Andere reacties? Nee. Dan nodig ik mevrouw Koot van GroenZwart uit. Ga uw gang. -Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met het college te complimenteren met de sluitende begroting. Het is altijd mooi als dat geregeld kan worden. Meteen daar achteraan wil

GroenZwart drie zorgen uitspreken. GroenZwart is een voorstander van grip houden op de overheidsuitgaven. Wij hebben zorgen over de stijging van de loonkosten binnen de organisatie. Binnen vier jaar zijn deze kosten gestegen van 14 miljoen naar 18 miljoen. Deelt het college deze zorg en is dit reden voor maatregelen? De tweede zorg. GroenZwart staat voor een sociale samenleving, waarbij mensen zich verbinden met andere mensen en zich geborgen voelen. Daarbinnen vinden we eigen verantwoordelijkheid belangrijk, maar we hebben oog en steun voor de mensen die het moeilijk hebben. Hierin zien wij de taak van de gemeente, vooral als vangnet. We hebben zorgen over de toename van de kosten binnen het sociaal domein. De gemeente zet namelijk al jarenlang in op preventieve maatregelen en investeringen. We bouwen een mooie school. We bouwen mooie sportvoorzieningen. Er worden met allerlei organisaties preventieve programma's gemaakt. Hierin wordt veel geld gestoken, met het idee dat dit zich uiteindelijk terugbetaalt in minder problemen en minder zorgvragen. Doen we wel de juiste dingen, als blijkt dat de kosten in het sociaal domein elke keer groter worden? Denkt het college dat de bestedingen aan preventie effectief zijn en uiteindelijk de zorgvraag in het sociaal domein gaat terugdringen? Ook constateren we bij deze begroting overlap met de huidige voorstellen voor het sociaal domein.

De thema's jeugdzorg, preventieve zorg, asiel en migratie staan in meerdere voorstellen in deze begroting genoemd. Het lijkt ons dat dat efficiëntie hiervan niet ten goede komt. Kan het college aangeven hoe ze de efficiëntie gaat bewaken? En ten slotte punt 3: GroenZwart heeft zorgen over mogelijke kwetsbaarheid van de dekking van de financiële lasten. Uit het overzicht algemene dekkingsmiddelen blijkt dat 25% van de algemene dekkingsmiddelen afkomstig is uit het toerisme, via de parkeerbelasting en de toeristenbelasting. Laten we wel wezen, via de parkeerbelasting wordt het grootste gedeelte bij de toerist neergelegd. We leven in turbulente en mogelijk instabiele tijden. De landelijke overheid kijkt naar eventuele herverdeling van gemeentelijke inkomsten uit toerisme. Hoe gaat de gemeente hierop reageren? Hoe moeten wij als gemeente Texel met deze financiële kwetsbaarheid omgaan? De financiële kwetsbaarheid is het feit dat 25% van onze dekking van de uitgaven komt uit het toerisme. Kunnen we vanwege de mogelijke financiële kwetsbaarheid onbeperkt aan de inkomensknop van parkeerbelasting en toeristenbelasting blijven draaien? Is er ergens een grens? Vanwege deze zorg heeft GroenZwart een motie ingediend met als titel: Verstandig dekking zoeken.

Hierin vragen we om een onderzoek hoe de gemeenteraad met deze kwetsbaarheid om moet gaan en vragen we om dit bij de Perspectievennota in 2025 te behandelen. Tot slot zijn we blij met de voortgang van de woningbouw. In december wordt de nieuwe Woonvisie besproken. We willen het college meegeven dat we geen voorstander zijn van het aanwijzen van essentiële beroepen met voorrang op de woningen. Naar onze mening heeft iedereen die op Texel werkt gelijke rechten op een woning. Tot zover de Algemene Beschouwingen over de begroting van 2025 wat betreft GroenZwart. Ik dank u wel. Ik zie de Soyer, de heer Zegel, de heer Hoogerheide, Henry Soyer

de heer Kooiman en mevrouw Visser. Mijnheer Soyer. Dank u wel, voorzitter. Vooral een opmerking. Ik ben heel blij dat u naar een onderzoek vraagt. We hebben vandaag andere dingen gehoord. Vooral omdat een onderzoek Mark Pol

iets heel belangrijks is om te bepalen wat je moet doen. Ferry Zegel

Dus dank hiervoor. -Dank u wel. Mijnheer Zegel. Voorzitter, dank u wel. Mevrouw Koot is wel vaker kritisch geweest op het beleid binnen het sociaal domein en het geld wat ernaartoe gaat. Voor de duidelijkheid, wij delen die zorg niet. Mevrouw Koort stelt daar een vraag over aan het college, maar ik ben wel benieuwd naar haar eigen visie erop. Denkt mevrouw Koot zelf dat de bestedingen in het sociaal domein effectief zijn? Mark Pol

Zo nee, hoe zou ze dit dan anders willen zien? Mevrouw Koot. Veronne Koot

Wat ik vooral geprobeerd heb, is om een trend aan te duiden. Iedereen binnen de gemeenteraad wil dat er iets komt voor de zwakkeren, hulpbehoevenden en de mensen die een steuntje nodig hebben. Alleen de trend is dat we heel veel geld vrijmaken voor preventieve maatregelen. Dat we tevens constateren dat de kosten van het sociaal domein enorm toenemen. En dat roept bij mij de vraag op: doen we wel de juiste dingen? Dat is een vraag vooral aan het college, die belast is met de uitvoering van de taken binnen het sociaal domein. De oproep is: krap nog eens achter de oren of dit wel goed is. Die preventieve maatregelen hebben de bedoeling om de kosten te verminderen aan de daadwerkelijke zorgen. En dat gebeurt niet.

Ferry Zegel

Dus daar ligt een knelpunt. -Mijnheer Zegel. -Voorzitter, als ik het goed begrijp, heeft mevrouw Koot niet direct een kritische noot daar, maar meer een aandachtspunt? Dan een andere vraag naar aanleiding van het betoog van mevrouw Koot. Haar laatste punt was: iedereen die op Texel werkt, heeft gelijke rechten op een woning. Dus wat mevrouw Koot betreft, zou er geen uitzonderingspositie moeten zijn voor beroepen zoals zorgmedewerkers, onderwijspersoneel, politie, Veronne Koot

klopt dat? -Mevrouw Koot. Ik realiseer me dat als ik in het weekend een lekkend dak heb of in de winter mijn kachel uitvalt, dat ik een groot probleem heb. Dat maakt dat ik vind dat alle mensen die op Texel werken een noodzakelijke bijdrage aan de samenleving op Texel doen. Ik heb er dus moeite mee om sommige mensen als waardevoller te zien dan andere mensen. Dat doet me een beetje denken aan Animal Farm. Alle mensen zijn gelijk, maar sommige mensen zijn toch iets meer gelijk. Zo is de uitdrukking, geloof ik. Ferry Zegel

Dat vind ik een gevaarlijke opmerking. -Mijnheer Zegel, tot slot. Die vergelijking is voor rekening van mevrouw Koot. Daar wil ik het bij laten, want wat ons betreft Mark Pol

zijn zorgpersoneel en onderwijspersoneel wel degelijk cruciale beroepen. Cees Hoogerheide

Mijnheer Hoogerheide. -Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Koot begon met loonkosten en daarbij is het woord inhuur, extra kosten niet genoemd. Ik neem aan dat het gaat over de zuivere loonkosten. Mevrouw Koot, de lonen komen tot stand op basis van een cao. Op de hoogte heeft de gemeente Texel geen invloed. We hebben het alleen maar te respecteren en uit te voeren. Wij willen toch zelf als raad dat er een heleboel dingen gebeuren? Daar bent u medeverantwoordelijk voor. Draag die verantwoordelijkheid Mark Pol

op een duidelijke manier, maar niet op deze manier. Veronne Koot

Mevrouw Koot, wilt u daarop reageren? -Ja. Ik dacht dat ik hier niet op hoefde te reageren. Dit is geen vraag. Ik heb het niet gehad over loonkosten. Ik heb het gehad over de kosten binnen de organisatie. Natuurlijk bestaat dat uit loonkosten. Alleen van 14 naar 18 miljoen is 4 miljoen stijging in vier jaar. Als je kijkt naar het aantal fte's dat aangenomen wordt, is dat een alsmaar uitdijende post. Die moet betaald worden. We hebben van andere partijen ook gehoord dat die kosten Cees Hoogerheide

uiteindelijk door de inwoners betaald moeten worden. Ergens moet je kijken wat nog draagbaar is. Mark Pol

Mijnheer Hoogerheide. -Ik mankeer niets aan mijn oren. Ik heb het woord loonkosten gehoord. -We gaan het Edo Kooiman

terugkijken. Daar verschillen de meningen over. Mijnheer Kooiman, ga uw gang. -Dank u wel. Hetzelfde onderwerp. Ik had opgeschreven loonkosten van 14 naar 18 miljoen euro. U zegt dat dat reden voor maatregelen is. De vraag stellen is hem zelf beantwoorden. Aan welke maatregelen denkt u dan, mevrouw Koot? Het is wettelijk zo geregeld in de cao. Die kosten stijgen met hetzelfde aantal personeel. De tweede vraag. U zegt dat we te veel afhankelijk zijn van de inkomsten van de toeristenbelasting en het parkeervignet. De derde knop waar we aan kunnen draaien is de WOZ. Dat zijn de drie knoppen waar we aan kunnen draaien voor inkomsten. Realiseert u zich dat andere gemeenten geen toeristenbelasting hebben of geen parkeervignet? Die hebben maar één knop om aan te draaien. U zegt dat we minder afhankelijk moeten zijn van de inkomsten van de toeristenbelasting en van het parkeervignet. U heeft het over een verstandige dekking. Aan welke verstandige dekking denkt u dan als inkomsten? Behalve de WOZ is er niet veel meer. Veronne Koot

Naar welke verstandige dekking kijkt u dan? Mevrouw Koot. -Als eerste nog een keer over de loonkosten. Excuses, ik heb het inderdaad loonkosten genoemd, maar er zijn ook aanmerkelijk meer fte's aangesteld in de afgelopen jaren. Je hebt de wettelijke verplichting van meedoen met de cao van de ambtenaren. Daarnaast is er meer personeel aangenomen, waardoor de totale loonkosten stijgen. Daar is een zorg. Een overheid die

uitdijt, moet uiteindelijk door de inwoners betaald worden. Dat is het antwoord op uw vraag. De tweede. Ik heb niet gezegd dat we niet van de parkeerbelasting en de toeristenbelasting gebruik moeten gaan maken. Ik heb het alleen als een zorg en een risico genoemd. Een dermate grote zorg dat ik denk dat we er verstandig aan doen om daar zorgvuldig naar te kijken en om te kijken hoe we dit de komende jaren moeten gaan hanteren. Het is 25% van onze dekking. Stel dat er iets heel vervelends gebeurd. We leren leven in vervelende tijden. Stel dat er een oorlog uitbreekt in Europa en het hele toerisme valt stil. Hoe gaan wij dan onze lasten betalen? Het is een beetje vergelijkbaar met rampen met hoog waterberekeningen. Je moet een risico-analyse doen. Dit is een onderwerp, 25% puur uit het toerisme. Ik denk dat het verstandig is om daar met zijn allen naar te kijken. Ik zeg niet dat we ermee moeten stoppen en dat we alles met de WOZ op moeten lossen, maar we moeten er wel Anneke Visser-Veltkamp

een keer over praten. -Dank u wel, mevrouw Visser. Dank u wel. Mevrouw Koot vraagt zich af of we de juiste dingen doen. Zij gebruikte dat rond jeugdzorg, maar ik denk dat dat een vraag is die we ons over alles kunnen afvragen. Over wegenbeheer, de groenvoorziening, het uitkiezen van het accountskantoor. Doen we de juiste dingen? In het geval van de jeugdzorg denk ik dat het heel nuttig is om uit te zoeken of we de juiste dingen doen. Uit nieuwsberichten horen we keer op keer dat gemeentes bijna kopje ondergaan aan de jeugdzorg. Dat er geld uit andere potjes gehaald moet worden. Dat het heel lastig is. Op Texel hebben wij nu een sluitende begroting. Terwijl we ons terdege bewust zijn van de stijgende kosten van de jeugdzorg. Dan kun je je afvragen, op het moment dat wij het nog wel kunnen betalen en andere gemeentes niet, doen wij dan inderdaad de juiste preventieve dingen? Als we die niet gedaan hadden, waren de kosten van de jeugdzorg misschien nog wel meer gestegen. Dus ik ben blij met de opmerking: doen we de juiste dingen? Ik denk dat dat voor alles geldt. Ik weet niet of die vraag specifiek voor de jeugdzorg Veronne Koot

een negatief antwoord zou krijgen. -Mevrouw Koot. Het klopt dat ik sterk denk aan de jeugdzorg. Waar ik recentelijk heel erg van geschrokken ben, was een presentatie van de wethouder jeugd. Daaruit bleek dat een op de zeven leerlingen contact heeft met jeugdzorg. Dus met een welzijns- of een zorginstantie. Een op de zeven. Dan denk ik aan toen ik jong was. Dan heb je een klas met 50 leerlingen. Ik zat in een hele grote klas in een nieuwbouwwijk. Echt waar. Een op de zeven is substantieel. Terwijl we daarnaast als gemeente al jaren zeggen dat we preventief aan de gang gaan, omdat we liever problemen voorkomen dan dat we aan de gang moeten met dingen die niet goed gegaan zijn. Met mensen die vastlopen. Mark Pol

Daar steken we geld in. Dat vind ik prima, maar nu gebeurt alle twee. Anneke Visser-Veltkamp

Dat maakt me bezorgd. -Mevrouw Visser. Bij ons valt onder preventieve jeugdzorg ook de laagdrempelige jeugdzorg. Dan ben je als jeugdige in contact met de jeugdzorg, maar is dat op een dusdanig niveau dat je voorkomt dat er ernstige zorgproblemen ontstaan die veel duurder zijn. Dus preventief houdt voor ons niet in dat de hele jeugdzorg Veronne Koot

voorkomen kan worden. -Ik begrijp waar verwarring over is, mevrouw Visser. Wat ik bedoel met preventief is zorgen dat mensen een gezonde leefomgeving hebben. Dat de mensen zich kunnen ontwikkelen. Dat er aandacht is, speelruimte en speelpleinen zijn. Dat er mogelijkheden zijn om cultuur op te doen. Dat noem ik preventieve maatregelen. Dat mensen een leuke jeugd kunnen krijgen. Als dan desondanks een op de zeven bij jeugdzorg terechtkomt, schrik ik Mark Pol

daarvan. Dan vraag ik me af of we de juiste dingen doen. Mariët van der Werf

Dank u wel. Mevrouw Van der Werf en mijnheer Zegel. Mevrouw Van der Werf, ga uw gang. -Dank u, voorzitter. Ik hoop dat mevrouw Koot weet dat we in een andere tijd leven dan dat zij nog in de klas van 50 leerlingen zat. De kosten waren anders, leefomstandigheden waren anders. Ik vind dat je die tijd niet kan vergelijken met deze tijd. Weet mevrouw Koot wat er zich in deze tijd afspeelt Veronne Koot

onder de jeugd. -Mevrouw Koot, wilt u daarop reageren? Ja, ik heb ook een gezin. Ik weet wat er in deze tijd speelt. Ik weet dat iedereen het belangrijk vindt Ferry Zegel

dat de jeugd gezond en in harmonie opgroeit. Dank u wel. Mijnheer Zegel, tot slot. -Voorzitter, naar aanleiding van de reactie van mevrouw Koot op de goede vraag van Hart voor Texel over de visie op uitgaven van de gemeentelijke organisatie. U maakt de switch van de loonkosten, cao, naar hebben we al die mensen wel nodig? Tenminste, zo vul ik het in. Volgens mij is er in deze raad een algemeen besef dat de gemeentelijke organisatie al piept en kraakt. Dat het invullen van bestaande vervangingsvacatures al heel erg moeilijk is en er mensen te kort zijn. Zouden we wat mevrouw Koot betreft, moeten stoppen Veronne Koot

met het invullen van bestaande vacatures en uitbreidingsvacatures? Mevrouw Koot. -Een inwoner van Texel zei tegen mij: weet je waar de gemeente en de gemeenteraad last van heeft? Ze hebben een soort ADHD. Alles moet tegelijk en meteen. Dat is misschien de achterliggende vraag die we moeten stellen. Hebben wij als gemeente last van ADHD? Ferry Zegel

Kunnen we daar preventief wat aan doen, zou ik bijna willen toevoegen. Ik ben nu in totale verwarring gebracht door wat ik vroeg en wat het antwoord is. Mark Pol

Ik denk niet dat we dat we elkaar gaan vinden hierin. We laten het er maar bij. -Goed, dan laten we dat voor nu daarbij. Ik kijk in de richting van het college. Kwartiertje schorsing om de reactie voor te bereiden? We gaan een kwartiertje schorsen en dan komen we terug met de reactie van het college. Ik heropen de vergadering. We gaan verder met de eerste termijn van het college. Ik geef zo meteen het woord aan wethouder Hooijschuur. De raad wordt uitgenodigd om, als u een interruptie wilt plaatsen, naar het andere spreekgestoelte te gaan. Dat even kenbaar te maken en het pasje mee te nemen. Mijnheer Rutten, dat klopt. We moeten elke keer inchecken. Dan krijgt u van mij het woord. Zodat u vanaf het spreekgestoelte kunt interrumperen. Zo zijn we van plan dat te doen. Ik geef het woord aan mijnheer Hooijschuur. Cees Hooijschuur

Dank u wel, voorzitter. Ik ben de portefeuillehouder van financiën, zoals u weet. Ik vind het leuk om dat te zijn. Dit is de derde burgemeester die ik meemaak in financiën. Eerst mijnheer Uitdehaag, de waarnemende burgemeester en nu u. Het is elk jaar weer spannend om de getallen op papier te zetten. Hoe we ermee omgaan. Ik vind het heel leuk hoe we dat nu met zijn allen oppakken. De discussie aan te gaan. Programmabegroting 2025. U heeft hem allemaal gelezen. U heeft opmerkingen geplaatst. Het is best een moeilijk geval, omdat we in het begin van het jaar zagen dat we in de rode cijfers gingen. Dat heeft u allemaal gezien. Dat was de opdracht. Hoe gaan we dat zwart maken? Toen is er een discussie geweest. Dat hoeft niet van het rijk. Je mag rode cijfers leveren. Dat was niet de opdracht die we hebben gekregen vanuit het Coalitieprogramma. Wij zouden elk jaar zorgen dat de getallen zwart zijn. Zoals u ziet hebben we in dat hele dikke boek wat u voor u heeft gecijferd. Hoe kunnen we dat oppakken? Ook het punt van overhevelingen, wat net een paar keer langskwam. Hoe ga je daarmee om? Daar hebben we zeker naar gekeken. Daar hebben we in geschrapt. Dat heb ik al een paar keer aangegeven. Om tot een sluitende begroting te komen. Daarnaast hebben we best wel veel ambities. Het Cultuurhuis, de ijsbaan. Bij een gemeente wordt het geld gelijk aan de kant gezet.

Dan zie je de algemene reserve naar beneden gaan. Het is allemaal uitlegbaar hoe je geld uitzet. Woningbouw, 3,7 miljoen. Dat zijn allemaal dingen waar je mee te maken hebt. Daarnaast hebben we het geld niet allemaal op de plank liggen. Dus we gaan geld lenen. Een paar jaar geleden kon je geld voor niets lenen. Tegenwoordig is het 3 tot 4% rente. Voor de gemeente is het 1 tot 2%. In het bedrijfsleven is het hoger. Als je iets wil uitvoeren en je hebt geld nodig, moet je dat lenen. Dat hebben we een paar keer gedaan. Zoals u in het boek leest, komen we niet hoger dan 80%. De 130% is heel ver weg. Elk jaar moet je opnieuw kijken hoe je ermee uitkomt. Als ik het allemaal goed gelezen heb, staat u er positief in. Ik maak me nog niet zo heel veel zorgen over volgend jaar negatief staan. Wat ga je investeren en oppakken? De opdracht van u als raad is, dat wij wat we nu overgeheveld hebben, eerst uitvoeren en kijken hoe we ermee uitkomen. Volgens mij zitten in de voorstellen niet heel veel dure dingen om alsnog opnieuw te investeren. Dat wil ik meegeven. De hele Programmaberekening die we hebben, afgezien van de ambities die er later bijkomen. In grote lijnen is het aardig in elkaar geschoven. We zijn alle jaren zwart, de volgende vier jaar. Wat we niet moeten vergeten, is dat het rijk steeds minder geld deze kant op brengt. Dat is iets waar we mee te maken hebben.

Daar moeten we gaten dichtmaken. Dat is een punt van aandacht dat we

op moeten pakken. We hebben het ravijn gedicht. Dat zijn de grote dingen die we hebben. De vragen die u heeft gesteld, heb ik meegekregen. Daar is een antwoord op te geven. Ik kan het hele rijtje aflopen. Dit zijn uw vragen en dit zijn de antwoorden van het college. Ik wil meer de opbouw in het geheel meegeven en hoe we dit resultaat neergezet hebben. Ik hoorde een paar keer een compliment van de raadsleden, hoe goed we het gedaan hebben. In principe vind ik dat we het goed gedaan hebben om deze begroting neer te leggen. Dat is voor de coalitie met deze ambities een goed punt. Dat wilde ik meedelen als de portefeuillehouder van financiën. De schuldquote verlagen. Het college kijkt kritisch naar die investeringen en heeft daarom ook een aantal investeringen niet opgenomen in de Programmabegroting. Daarnaast is de prognose van de schuldquote niet zo hoog dan we gedacht hebben, dat we begroot hebben. Die valt lager uit. De wegen die op Texel 40 jaar meegaan. Dat is een mooie vraag. Hoeveel wegen zijn het? Ik durf het niet te zeggen. In het buitengebied of in de bebouwde kom zijn er misschien wegen te vinden. Ik denk dat dat niet het punt is. U heeft vastgesteld dat we er 40 jaar over mogen doen. Dat is het punt. Waarom kiest het college voor uitgaven van de algemene reserve? De ondergrens is 2 miljoen. Het is geen spaarpot. Het is een pot geld die we kunnen gebruiken.

We hebben dat geld voor een deel gebruikt voor de ambitie die we hebben. Dat is een risico, maar het kan worden afgedekt. Volgens mij is het uitlegbaar dat we het zo gedaan hebben. Het antwoord op de vraag om de begroting sluitend te maken. We hebben ingezet op fietsmogelijkheid, maar het is breder. Het zijn ook de auto's. De strandslagen, de wegen. We zijn met meer dingen bezig dan alleen de fiets. De fiets is mede gebruikt om het parkeervignet te verhogen. Dat is de uitleg. Als je het omrekent, is het een tientje meer. Op Texel is de koffie ook iets duurder geworden, het eten is duurder geworden. Wij moeten een sluitende begroting maken. Daar moet je het in zoeken. De ozb willen we trendmatig omhoog doen. Vandaar dat het niet meegenomen is. Vijf procent van het ravijn. Dat klopt niet, want er zijn meer jaren sluitend begroot. Door de algemene reserve zijn de lokale lasten niet verhoogd. Dat hebben we erin meegenomen. Dan had ik een vraag van Hart voor Texel over de brug in De Koog. In principe hebben we een vergunning van het Hoogheemraadschap. Die is verlengd. De Omgevingsdienst heeft geen vergunning te geven. Hoeven ze niet te geven. We kunnen het uitvoeren en de werkzaamheden zijn gestart, afgelopen maandag. Er wordt volop aan gewerkt. De organisatie van 14 naar 18 miljoen. We krijgen extra taken uit het rijk. Daar wordt de formatie voor uitgebreid.

Vergeet de sociale lasten niet. Wij moesten vorig jaar 9% meer betalen aan lonen. Het jaar erop weer een paar procent. Als je het omrekent, is het 20% meer aan sociale premies. Dat tikt aardig aan. Plus dat we de fte uitgebreid hebben. Bij elkaar zijn de kosten veel hoger. Dan de 25% parkeren. Het advies is om dit nu niet te doen, om eerst de resultaten van dat landelijk onderzoek af te wachten en de besluitvorming. Dan is er nog voldoende tijd om na te denken over een mogelijke oplossing voor dit probleem. Op dit moment is er nog zeer troebel zicht. Qua tijd gaan we het niet redden om de Perspectiefnota van 2026 aan te bieden. Ik zal die motie afraden. Dit is te vroeg. Niels Rutten

Er is een interruptie van de heer Rutten. Ga uw gang. Dank u, voorzitter. Ik ga nog even terug met de wethouder naar het punt van de personeelskosten. Als Texel willen wij graag een zelfstandige gemeente zijn. Levert dat geen extra druk op? In hoeverre heeft het college nog gesprekken over hoe we samenwerkingen met anderen, zoals de Kop en de Wadden kunnen optimaliseren? In hoeverre gaat u daar nog mee aan de slag? We kunnen alles zelf willen doen, Cees Hooijschuur

maar misschien kunnen we sommige dingen veel beter in de regio, middels een samenwerking oplossen. -Dat is een terecht punt, wat u aankaart, mijnheer Rutten. We werken al samen met vier gemeentes in de Noordkop. We werken al gezamenlijk met de Waddeneilanden. Daar wordt al gekeken of er functies zijn die we met elkaar kunnen doen. Ik denk dat daar al volop op ingezet wordt. Wat we nu doen, zijn taken van het rijk die we erbij krijgen. Daar hebben we mensen voor nodig. Zo nodig proberen we het met andere gemeentes op te pakken, dat we de kosten delen. Ik denk dat we op de goede weg zijn om dit met elkaar op te pakken. Volgens mij heb ik de meeste antwoorden die ik moest geven vanuit mijn portefeuille gegeven. Mocht dat niet zo zijn, moet u het zeggen. Nick Ran

Volgens mij heb ik ze allemaal beantwoord. -Ik geef het woord aan mijnheer Ran. Dank, voorzitter. Ik heb mijn telefoon erbij, omdat ik daarop het antwoord op de vragen heb staan. Alleen springt die precies weg op het moment dat ik hier naartoe loop. Voorzitter, ik heb de vraag gesteld over de afschrijving van de wegen over 40 jaar en de portefeuillehouder gevraagd: kunt u mij een weg noemen die al 40 jaar meegaat op Texel? Zijn antwoord was: nee, die zijn er niet of bijna niet. In de voorstellen die het college doet, wordt er komend jaar een kleine 12 miljoen geïnvesteerd in wegen. Onder andere rehabilitatie van wegen. Pontweg Noord bijvoorbeeld. Daar hebben wij vragen over gesteld, want de totale kapitaallasten over die 40 jaar zijn ruim 26

miljoen. Dat is nogal een verschil. Het antwoord is dat volgens het BBV die afschrijving op die manier moet. Als de verwachte gebruiksduur 40 jaar is, dan moet dat over 40 jaar afgeschreven worden. Ik hoor de wethouder net zeggen dat we op Texel geen wegen kennen die 40 jaar meegaan. Dus we gaan zo meteen een situatie krijgen dat een weg gerehabiliteerd wordt. Die gaan we in 40 jaar afschrijven, maar misschien over 15 of 20 jaar moet die weg opnieuw gerehabiliteerd of aangelegd worden. Zo zijn we kosten aan het opstapelen. Zijn we, ondanks dat in de Verordening staat dat we 40 jaar doen over het afschrijven van wegen, op de juiste manier aan het begroten? Als die afschrijftermijn 40 jaar is, maar je gaat het geen 40 jaar gebruiken, Cees Hooijschuur

dan leggen we de rekening bij de volgende generatie. De portefeuillehouder. -Ten eerste heb ik niet gezegd dat ze er niet zijn. Ik heb gezegd dat ik ze zo niet op kan noemen. Er zijn wegen in de dorpskernen die er al 40 jaar liggen. In De Koog de Duinroosstraat. Daarnaast verandert er veel in 40 jaar, mijnheer Ran. De straten in de dorpen gaan er soms eerder uit, omdat we verplicht zijn om regenwater af te koppelen van het rioolwater. Dat is in 40 jaar gegroeid. Dat kunnen wij niet veranderen. Daarnaast heeft u een punt. We hebben het in de financiële Verordening vastgesteld. Daarin staan diverse afschrijvingstermijnen. Dat heeft u als raad vastgesteld. Het opknappen van de weg. Als u dit anders vindt, moet hierop een aanpassing komen. Het is gebruikelijk in het land dat we er 40 jaar over doen. Alleen blijven die wegen niet altijd 40 jaar liggen. Je kan niet over 40 jaar heen kijken. Soms moet je aanpassingen doen. In die 40 jaar zijn deze aanpassingen opgezet. Dat wordt nu uitgevoerd. Er zijn zeker wegen te noemen op Texel die er 40 jaar liggen en nog niet gerehabiliteerd Mark Pol

zijn. -Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mijnheer Kieft. Voorzitter, dank u wel. Een klein softwareprobleem voor collega-wethouder van Van de Belt. Vandaar dat we de volgorde even omdraaien. Ik neem de volgorde waarin opmerkingen gemaakt zijn in de tijd. Ik begin met de opmerking van de Partij van de Arbeid, mevrouw Visser, over achterstanden met betrekking tot duurzaamheid. Dat klopt. Gelukkig zien we nu licht aan het eind van de tunnel. We zijn bezig om alle budgetten die we van het rijk gekregen hebben voor het Nationaal Isolatieprogramma, in een aanbesteding uit te zetten. We willen die aspecten van de subsidieregeling van dat Fonds waar u op doelt, de vier keer € 500.000, daarin meenemen. Voor zover dat kan. We proberen dat voor de zomer van volgend jaar operationeel te hebben. Dan kunnen de burgers voor de zomer van volgend jaar een beroep doen op informatie, energieadvies en regelingen die dan bruikbaar zijn. Er is ook de opmerking gemaakt over de Omgevingsvisie: maak er haast mee. Daar maken wij inderdaad haast mee, maar de spreuk van de heer Tellegen in het kinderboekje "Langzaam, zo snel als we kunnen", doen we. Daar hopen we in de loop van volgend jaar, voor de zomer, mee naar u te komen. Dan heb ik de vraag over de Afvalstoffenheffing.

De stijging van de kosten die u ziet, in de begroting staat 9.6% uit mijn hoofd, is minder dan de autonome kostenstijging op alle onderdelen waaruit de Afvalstoffenheffing is opgebouwd. De Afvalstoffenheffing mag maximaal kostendekkend zijn. We kunnen een deel van die kosten uit de algemene reserve halen. Dat hebben we nu ook gedaan in het voorstel. Er zijn een aantal opmerkingen gemaakt over het Recycleplan. Alle opmerkingen die gemaakt zijn, maken duidelijk dat het ontzettend belangrijk is dat deze raad in juli dit jaar dat Recycleplan fase I heeft vastgesteld. De hoofddoelstelling van dat Recycleplan is om de autonome kostenstijging, die de komende jaren steil omhoog gaat, zoveel mogelijk te dempen. Dat kun je doen door zo goed mogelijk te scheiden. Dat doen we nu in fase I. Alle investeringen die nu gedaan zijn, hebben wij nodig om de serviceprikkel, niet de prijsprikkel, voor de inwoners zo gunstig mogelijk te maken. Met als bedoeling maximale scheiding. Daar hebben wij tijd voor nodig. Ook om de balans tussen toeristisch en huishoudelijk afval uit elkaar te trekken. Om dat mee te kunnen nemen in de maatregelen die we gaan voorstellen. De opmerking die ik daarover gemaakt heb, beschouw ik als een pleidooi om vooral door te gaan met het Recycleplan, want dat is precies de route die u als belangrijk heeft aangegeven. De vervuiler betaalt.

Toerisme moet zijn eigen kosten dragen als het om het afval gaat. Voorzitter, het Visserijontwikkelplan. Daar is mogelijk een misverstand. Wij hebben hier in de raad 2 miljoen euro opzij gezet voor ondersteuning van projecten in Oudeschild. Dat is onderdeel van 200 miljoen van toen nog minister Albeda. Dat is gesplitst in 30 miljoen voor ondersteuning van visserijgemeenschappen en 170 miljoen voor bedrijfsversterking. Wij praten over die 30 miljoen versterking van visserijgemeenschappen. Daar zijn de projecten op geselecteerd. Zijn de ondernemers daar niet bij betrokken? De ondernemers zijn daar wel degelijk bij betrokken. Dat is in een regionale samenwerking gebeurd. In de kop van Noord-Holland met Hollands Kroon, met Den Helder en Texel. Wij hebben op de niveaus van de Noordelijke Visserij Alliantie, waar alle Texelse ondernemers bij betrokken zijn, de ideeën opgehaald. Daar zijn deze ideeën uit voortgekomen. Een deel van de ideeën die opgehaald waren, zijn door het ministerie van Landbouw,

Voedselzekerheid, Visserij en Natuur uit de aanvraag gehaald, omdat ze vonden dat die binnen die 170 miljoen zouden vallen. Daar zijn wij niet bij betrokken. Dat is het antwoord op uw vraag. Niels Rutten

Ik geef het woord aan de heer Rutten, om een interruptie te plaatsen. Dank u, voorzitter. Dank u voor uw uitleg over dat Visserijontwikkelplan. We hebben over dat budget wat de raad vaststelde uitgebreid gesproken. Toen is inderdaad duidelijk gezegd dat het ten goede moet komen aan Oudeschild en de visserijgemeenschap. We vinden het belangrijk dat het doorgaat als zo'n subsidie afloopt. Dus dat voorstel voor viskweek wat er nu ligt, Mark Pol

hoe past die binnen die zaken waar we toen met elkaar over hebben gesproken? Rikus Kieft

De portefeuillehouder. -Voorzitter, bij dit soort projecten, probeert je de vissers te betrekken. Zij willen voeling willen houden met vis, maar snappen dat dat op een andere manier moet dan tot nu toe gebruikelijk was, namelijk de zee op. Om die toch een toekomstrichting mee te geven. Het zijn pilots. Dus het kan ook fout gaan. Dit zijn plannen waar het ministerie voldoende kansen in zag om te gaan slagen. Dan zal je in de loop van het project moeten kijken of daar het vervolg marktrijp voor zal zijn of dat daar tussenfases inzitten. Je zit hier in een fase van innovatie, waarbij ook een aantal dingen fout zullen gaan. Deze projecten zijn beoordeeld op potentie en goed genoeg bevonden door het departement. Dat is alles wat ik daar nu op kan zeggen, mijnheer Rutten. Dan ga ik verder met de vraag van GroenLinks. Het vergunningssysteem voor Bed & Breakfasts kan dat volgend voorjaar op tafel komen? Het kort antwoord is: nee, dat gaat ons niet lukken. Ik verwijs naar de vaststelling van de tweede Uitvoeringsagenda Toekomstplan 16 oktober jongstleden door deze raad. Daarin is gezegd dat we eerst de digitale nachtregistratie gaan proberen in het leven te roepen. Daarna zijn we toe aan een mogelijk vergunningstelsel. We hebben op de vraag van de VVD toen gezegd: voordat we dat gaan uitwerken, komen we eerst met een discussiestuk in de raad. Dat is de stand van zaken. Edo Kooiman

De planning durf ik u niet te noemen. -Mijnheer Kooiman. -Een vraag over dat vergunningstelsel. GroenLinks koppelde daar een aantal Bed & Breakfasts aan. Dat je dat kan beteugelen. Hoe ziet u dat? Is het vergunningstelsel bedoeld om het aantal Bed & Breakfastadressen Rikus Kieft

te beteugelen of is dat niet aan de orde? -De portefeuillehouder. Voorzitter, op dit moment is Bed & Breakfast een recht voor elke Texelaar die in een woning ruimte over heeft en onder de criteria valt. Een vergunningstelsel is vooral in verband gebracht met de mogelijkheid om buren van Bed & Breakfast houders een rechtspositie te geven. Zodat zij bij het vestigen van een Bed & Breakfast naast de deur invloed kunnen uitoefenen op eventuele overlast die daaruit voort zou kunnen vloeien. Dus de rechtspositie van de buren van Bed & Breakfasthouders is er nu niet. Via een vergunningstelsel zou die er wel kunnen komen. Tot nu toe zit er in mijn beleving nog geen grenzen aan het Bed & Breakfast aantal. Het zou kunnen dat over een paar jaar in bepaalde wijken Mark Pol

het noodzakelijk is, dat we daarover praten. Rikus Kieft

U gaat verder. -Dan heb ik tot slot volgens mijn lijst nog de vraag over de regelgeving gewasbescherming. Het college is van mening dat wij gezamenlijk met de boeren op dit eiland kijken hoe wij het landelijk gebied in de komende jaren goed kunnen inrichten, voor alle functies die daarvoor nodig zijn. Daar willen wij niet één element uitpakken. We hebben in raadsvragen die erover gesteld zijn, gezegd dat we het willen agenderen op het moment dat we in de Omgevingsvisie hierover spreken. De boeren worden geconfronteerd met landelijk vier, vijf transities. Kringlooplandbouw, stikstofverhaal, mestprobleem. Wij moeten dat samen met de boeren doen. Dan willen we niet dit element eruit lichten. Dat is onderdeel van een breed verhaal. Dat is de reactie op uw vraag. Uiteraard is dat voorzorgsprincipe een landelijk principe die alle overheden zouden moeten hanteren. De rijksregelgeving Mark Pol

zou daar een begin mee moeten maken. -Mevrouw Koot heeft nog een vraag voor u. Veronne Koot

Ja, inderdaad. Ik heb u in het verleden en nu een aantal keren gehoord, als we het hebben over de boeren in het landelijke gebied, over in één beweging alle functies die daarvoor nodig zijn. Dan zou ik graag van de wethouder willen weten hoe hij dit nu precies duidt. In dat landelijk gebied hebben agrarische ondernemers hun bedrijven, hun grond en hun bezigheden. Die proberen een bestaan op te bouwen. Waar doelt u op als u in één adem erachteraan zegt: alle functies die daarvoor nodig zijn? Ik krijg daar een beeld bij dat we nog een stukje natuur erbij gaan maken. Ik weet niet wat u precies in uw hoofd heeft. Terwijl het agrarisch gebied is en dat dat dan mee moet op de manier zoals we nu willen, maar u heeft het over functies. Rikus Kieft

De portefeuillehouder. -Dat klopt, voorzitter. Ik zei net al in het antwoord op de vraag van de heer Rutten dat er een aantal transities op het agrarisch gebied afkomt. We zien allemaal die klimaatverandering, die ons confronteert met problemen van droogte en de noodzaak van zoetwateropslag en schaduwwerking voor toeristen en voor dieren. Al dat soort zaken komen op ons af. Als je kijkt naar de voorbereidende notities over het Ontwikkelperspectief van de provincie en de Nota ruimte waar het kabinet mee bezig is, dan zegt men dat je 27% extra grond nodig hebt voor al die functies die wij zullen moeten accommoderen in het landelijk gebied. Ik noem een paar voorbeelden ervan. Zoetwateropslag, ook ten gunste van de landbouw en veeteelt. Schaduw, toeristische sector. Die beweegt zich ook in dat landelijk gebied. Dat zijn de functies waar we het over hebben en daarin vinden wij ook erkenning bij LTO, dat het nodig is. In het kader van de PPLG, Provinciaal Programma Landelijk Gebied worden in samenspraak met LTO kop van Noord-Holland en LTO Texel vingeroefeningen gedaan met boeren en met experts. Hoe dat eruit zou kunnen zien, op het niveau van de kop, maar ook op het niveau van Texel. Mark Pol

Als daar ideeën uit voortkomen, komen die uiteraard ook hier op tafel. Anneke Visser-Veltkamp

Dank u wel. Mevrouw Visser. -Dank u wel. Geen extra vragen, wel een reactie. Ik vind het erg fijn om te horen dat het Subsidiefonds voor deze zomer vaart gaat maken. In de LTP van december 2023 werd de Omgevingsvisie uitgesteld van het eerste kwartaal 2024 naar april 2024. Nu wordt april 2025 niet gehaald. Haastige spoed is zelden goed, maar wij zijn wel erg teleurgesteld dat deze kapstok om ander beleid aan op te hangen zolang op zich moet laten wachten. Mark Pol

Dank u wel. Ik geef het woord aan wethouder Van de Belt. Ik heb begrepen dat hij inmiddels weer online is. Remko van de Belt

Dank u wel, voorzitter. Dank voor de inbreng van de verschillende fracties. Scherp, maar ook trots hoor ik uit uw inbreng. Dat is terecht, dat is het college ook. U mag ook trots op uzelf zijn en op de partners die de dingen mogelijk maken op het eiland. Sommige zaken heb ik niet gehoord in uw inbreng. Dat is begrijpelijk, want Algemene Beschouwingen zijn altijd kritisch van toon. De dingen die vanzelfsprekend zijn, komen niet aan bod. Dat zie ik als een pluim voor de organisatie. Je zult nooit iets horen over de hardwerkende juridische zaken, iedereen die bezig is met cultuur en De Bolder is ook nauwelijks genoemd. Terwijl die allemaal een pluim van u verdienen. Ik weet dat u die ook wilt geven. Die geef ik dan nu vanaf hier. Ik wil één ding meegeven. We hebben grote ambities. In deze samenleving op het eiland wensen wij een heleboel. Het zou kunnen dat we ADHD hebben. We hebben in het begin van deze collegeperiode ook de oorlog in Oekraïne gekregen. Daarmee kwamen vluchtelingen. Er kwam een energiecrisis die plannen heeft vertraagd. Daar kwam een energiecrisis bij mensen thuis, die wij hebben opgelost. Dat heeft enorm veel tijd en inspanning van onze medewerkers gevraagd. Wat ook ten koste is gegaan van de ambities of van het tempo van de ambities van de coalitie en het college. Het is evengoed gelukt. U heeft daarvoor uw dank uitgesproken.

Vele pluimen voor de woningbouw, heb ik gehoord in mijn portefeuille. Volkomen terecht. Een fantastische prestatie tot nu toe, maar we zijn er nog niet. In december spreken wij met elkaar verder over de Woonvisie en het Uitvoeringsprogramma dat erbij hoort. Dan gaan we in op de essentiële beroepen waar mevrouw Koot het over heeft gehad. Het CDA wil de inwoners centraal. Dat willen wij natuurlijk allemaal. U doet een beetje voorkomen alsof wij dat niet zouden doen. Althans, onvoldoende. Dat raakt me wel een beetje, want ik denk dat u in een gemeente werkzaam bent waarin de inwoner behoorlijk centraal staat. De drempels tussen het gemeentehuis en de inwoners is heel laag. Natuurlijk is het nooit genoeg en moeten we daar met zijn allen aan werken. Ik denk dat we heel bereikbaar en heel zichtbaar zijn in vergelijking met veel andere gemeentes. Natuurlijk kan het altijd beter. In de Communicatievisie die morgen hier ter bespreking ligt, wordt daar aandacht aan besteed en kunt u daar zelf nog een draai aan geven. Als we kijken naar de onderzoeken zoals

waar staat je gemeente of de cliënten onderzoeken Wmo, dan kunnen we rustig spreken dat we er goed voorstaan volgens onze cliënten. Simpele procedures, ook daar hecht het CDA aan. Daar houden wij allemaal van. Er is geen partij hier die zegt: nee, wij willen meer ingewikkelde procedures. Tenminste, u zegt dat niet hardop. U wilt wel zorgvuldigheid. Dat betekent over het algemeen ingewikkelde procedures. Wij streven ernaar de procedures zo simpel mogelijk te houden, voor zover dat kan binnen de rekkelijkheid van de wet. We doen al veel. U heeft hier zelf vorig jaar opdracht voor gegeven om campagnes over te voeren en dat met partners op te pakken. Dus hoe zijn die regelingen beter bereikbaar voor onze bewoners? Dat gaat behoorlijk succesvol. We investeren daar ook in met de partners, zoals de bibliotheek, Texels welzijn, Vluchtelingenwerk, Voedselbank et cetera. U heeft opdracht gegeven voor een Texelpas om procedures eenvoudiger te maken. U bent hier zelf al heel goed mee bezig. Dat waren procedures. Uit uw inbreng spreekt ook een beetje onbekendheid met het werk van het sociaal team. Dat kan ik heel goed begrijpen, want dat is ingewikkeld. Volgend jaar gaan we aan de gang met een omgekeerde toets en een integrale Verordening op het gebied van het sociaal domein. Dat staat ergens in de planning.

U krijgt een uitnodiging om met het sociaal team in gesprek te gaan over wat ze doen en wat zo'n omgekeerde toets betekent. Hoe kunnen we de zaken makkelijker maken in het contact tussen de gemeente en de klant? U noemt met nadruk een voorbeeld uit Pekela. Een succesverhaal, dat moet gezegd, maar wel een andere situatie. Zij hadden tweeëneenhalf jaar geleden 500 mensen in de bijstand die ze niet kenden. Dit is een gemeente die kleiner is dan Texel. Wij hebben er 130 en die kennen we allemaal. Wij zitten al op het niveau waar Pekela op zit. Het is mooi dat zij daar nu ook mee bezig zijn. Daar zijn wij al mee bezig. Wij praten daar alleen iets minder vaak over in het openbaar. Dat zouden we misschien wel moeten doen. We zijn bescheiden en misschien moeten we dat niet zijn. Hart voor Texel had het over de Jeugdwet. Dat was naar aanleiding van de vraag die de VVD schriftelijk heeft gesteld. Er stond een artikel in het AD, wat gebaseerd is op CBS-cijfers. Daar wil ik straks nog iets over zeggen. Uit het artikel bleek dat minder jongeren een beroep op de jeugdzorg doen. Ik zou graag zeggen dat wij dat kunnen toerekenen aan ons succesvolle jeugdbeleid, maar dat durf ik niet te doen. Als wij dat meerdere jaren zouden zien, dan zou dat een trend zijn. Dat zou kunnen komen door ons jeugdbeleid, maar het kan ook komen door effecten van corona.

Die hebben eerst een piek veroorzaakt en zijn daarna minder geworden. Het is soms moeilijk meten. Dat zou je moeten vergelijken met andere gemeentes of dat trendmatig bij alle gemeentes gebeurt of dat wij er een uitzondering op zijn. Een begroting is gebaseerd op verwachtingen. Wat wij wel kunnen zien is, is dat de verwachtingen ten aanzien van de grote uitgaven in de jeugdzorg, individuele trajecten betreft, die heel veel geld kosten. Dat zien wij op ons afkomen de komende jaren. Dat is goed te begroten als je daar rekening mee houdt en geld daarvoor reserveert. Dat is geen een-opeen relatie. Ik begrijp overigens dat die gemaakt wordt. GroenZwart heeft ook een begrijpelijke vraag. Die wordt vaker door GroenZwart gesteld. Er is veel preventie. Daar steken we veel energie in. Dat zou moeten leiden tot minder zorg. Dat is zo, maar preventie is niet alleen bedoeld om uiteindelijk te leiden tot minder zorg. Preventie is ook bedoeld om mensen een beter leven te geven. Om ervoor te zorgen dat het lijden niet groter wordt of te voorkomen dat er leiden ontstaat. Dat is niet alleen een kostenberekening. Denkt het college dat investeringen in preventie effectief zijn? Ja, wij denken dat wel. We kunnen dat moeilijk hard maken. Sinds de vaststelling van de Visie op het sociaal domein heeft u vastgesteld dat we op andere manieren gaan meten.

We gaan met onze partners in gesprek om te vragen: doen we het goede? We gaan met onze cliënten in gesprek met de vraag: doen we het goede? Dat wordt een tegenhanger van het technische meten. Leidt preventie uiteindelijk tot kostenreductie? Wat we doen aan kostenreductie is onze regionale inkoop samen organiseren. Op de inkoop van trajecten zit het echte geld. Daarin zijn wij bezig met een aanscherping van de inkoop. Minder partijen. Scherper op de kosten sturen. Meer meten. Om tot een kostenreductie te kunnen komen. Mark Pol

Dat hoop ik over twee, drie jaar te kunnen presenteren ten opzichte van nu. -Even een komma, Edo Kooiman

want ik wil het woord geven aan mijnheer Kooiman. Dank u wel. Dat ging over de jeugdzorg, maar ik moest even over het antwoord van de portefeuillehouder nadenken. Wij hebben aangegeven dat er minder jongeren zijn die gebruik maken van de jeugdzorg. Dat zijn er tientallen. Vijftig die minder gebruik van jeugdzorg maken. Het ging van 220 naar 180. Een fors aantal. Toch vraagt u om een miljoen extra. U zegt dat dat om individuele gevallen gaat, waar we op vooruit moeten lopen. Het is een begroting voor de komende jaren. U begrijpt dat wij dat verband leggen, maar toch heeft u heel veel geld nodig. Dan zouden wij graag zien dat u, misschien schriftelijk, daar meer inhoud aan geeft. Waar exact dat miljoen naartoe gaat. Het gaat om heel Mark Pol

veel geld. Daar zouden wij graag wat meer verdieping in willen zien.

Remko van de Belt

De portefeuillehouder. -Ik kan u niet aangeven waar dat miljoen exact naartoe gaat. Dit is een begroting gebaseerd op inschattingen die wij op ons af zien komen. Er is een verschil tussen trajecten die niet zoveel geld kosten en trajecten die heel veel geld kosten. Die 50 zijn waarschijnlijk trajecten die niet zoveel geld kosten. Bij elkaar opgeteld komen die niet in de buurt bij enkele trajecten die heel veel geld kosten. Texel is zo klein, als wij daar specifiek met u over in gesprek gaan, wordt het geen leuk gesprek in het openbaar. Als u begrijpt wat ik bedoel. Dat willen we vermijden. Los daarvan kunnen we van nog te maken uitgaven niet zeggen waar die exact naartoe gaan. Het is geen brug die we gaan aanleggen. Dit blijft het sociaal domein. Ik ben het met u eens dat wij steviger op die inzichtkant moeten gaan zitten. Wat geven we uit aan jeugdzorg? Waar zit dat hem in? Andere gemeentes voelen al wat langer de hete adem in de nek en die zijn er wat scherper in. Ik vind dat wij dat ook moeten zijn. Ik hoop u bij de eerste jaarrekening in het voorjaar Mark Pol

meer informatie te kunnen geven. -Dank u wel. Niels Rutten

Mijnheer Rutten. -Dank u, voorzitter. Ik was wat langzaam. Ik wil nog een stapje terug, over het sociaal domein. Wat de wethouder zegt, dat klopt. Wij zijn het overzicht kwijt over dat hele sociaal domein. Er speelt van alles. Centrumgemeentes, regiovisies, inkopen, indicaties. Dat maakt discussiëren over zo'n sociaal domein ontzettend lastig. Kunt u ons helpen om die brij te ontwarren met een organigram, een schematische weergave van hoe het georganiseerd is. Waar zit wat? Waar liggen welke taken? Waar liggen verantwoordelijkheden? Dan wordt het voor ons makkelijker om zo'n gesprek te voeren. Ik vind dat een gesprek Mark Pol

wat we hier zouden moeten voeren, omdat dit over de mensen op het eiland gaat. -Portefeuillehouder. Dat kan. Dat hebben we gedaan. Dat doen we regelmatig. Dat hebben we laatst nog gedaan bij de vaststelling van de Uitvoeringsprogramma's, dit voorjaar. Daarin staat schematisch weergegeven wat we doen binnen het sociaal domein, hoe die kostenverdelingen zitten, waar de activiteiten zitten en de samenwerkingsverbanden. U kunt dat terugzien. Het is zelfs voor mij als portefeuillehouder ingewikkeld om dat continu op het netvlies te houden. Het is niet voor niets dat heel veel gemeentes met een speciale raadscommissie specifiek over het sociaal domein werken, omdat het een onderwerp is waar nogal wat geld in omgaat. Daar heeft deze raad niet voor gekozen en dat begrijp ik. Het is een specialisme. Het is onze taak om dat voor het voetlicht te blijven houden. Ik knoop het in mijn oren. U heeft al een memo gehad. U heeft iets anders nodig om het goed te kunnen pakken. U krijgt volgend jaar een gesprek met het sociaal team Nick Ran

over de Integrale Verordening. -Mijnheer Ran. Dank, voorzitter. Terug naar het onderwerp wat mijnheer Kooiman aansneed. Het gaat inderdaad om een substantieel bedrag. Als ik in de begroting van dit jaar kijk, dan kom ik ongeveer 2,5 miljoen tegen wat er aan jeugdzorg uitgegeven wordt. Een miljoen extra is substantieel. We zijn zeker niet voor het maken, creëren en onderhouden van potjes. In het verleden hebben we een bestemmingsreserve sociaal domein gehad, omdat we niet wisten wat er op ons af ging komen. Er kwam ontzettend veel op de gemeente af. Het was onduidelijk hoeveel we daaraan uit zouden geven. Het is een substantieel bedrag. Is er een manier om te zorgen dat dat miljoen niet uit ons zicht verdwijnt? Dat we, als het niet anders kan, weer een reserve op kunnen bouwen. Zodat we grip op de kosten kunnen houden. Als het bedrag niet nodig is, want de wethouder geeft aan dat het nog onduidelijk is, kunnen we dan zelf beslissen Remko van de Belt

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=deed5568-fc10-414c-b239-883bcb70c281