Agendabundel
Tekst van het document
Op 13 april 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State uitspraak gedaan (201804031/5/R1). In deze uitspraak is het vaststellingsbesluit van 13 oktober 2021 in stand gelaten. Nu dit vaststellingsbesluit in stand is gebleven moet nog uitvoering worden gegeven aan de toezegging van het college dat alle juridische plandelen die zien op de bierbrouwerij uit het bestemmingsplan worden gehaald. Voorliggende actualisatie voorziet hierin. Onderhavig bestemmingsplan betreft een zogenaamde beleidsarme omzetting. Zoveel wil zeggen dat het bestemmingsplan ten opzichte van het nu geldende bestemmingsplan geen nieuwe elementen bevat. De actualisatie voorziet uitsluitend in het laten vervallen van de specifieke plandelen die zien op de vestiging van de bierbrouwerij, welke zich definitief niet gaat vestigen op dit nieuwe bedrijventerrein. Omdat ook het specifieke inpassingplan komt te vervallen voorziet dit plan in een regeling voor inpassingsstrook zoals deze gangbaar is bij bedrijventerreinen op Texel.
5
1.2 Ligging plangebied Het plangebied van voorliggend bestemmingplan betreft een perceel aan de Laagwaalderweg, direct ten noorden van het bedrijventerrein Oudeschild. De Laagwaalderweg vormt de oostelijke begrenzing van het plangebied. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door verschillende bedrijfspercelen aan het Vliegwiel. Ten noorden en ten westen van het plangebied zijn agrarische percelen aanwezig. De volgende afbeelding toont de begrenzing van het plangebied.
Begrenzing plangebied
6
1.3 Geldend bestemmingsplan Het plangebied is exact gelijk aan het plangebied van het bestemmingsplan 'Oudeschild, uitbreiding bedrijventerrein'. Dit bestemmingsplan is op 13 oktober 2021 vastgesteld door de raad van de gemeente Texel.
Fragment verbeelding bestemmingsplan 'Oudeschild, uitbreiding bedrijventerrein'
1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het plan beschreven. Hoofdstuk 3 bevat vervolgens de juridische planbeschrijving. Tot slot wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
7
2 Planbeschrijving 2.1 Algemeen Dit eerste wijzigingsplan van het bestemmingsplan 'Oudeschild, uitbreiding bedrijventerrein' ziet uitsluitend op een beleidsneutrale omzetting waarmee de vestigingsmogelijkheden van de Texelse bierbrouwerij uit het plan wordt gehaald. Omdat het een beleidsneutrale omzetting betreft voorziet deze herziening niet in een beleidsbeschouwing en wordt ook niet opnieuw ingegaan op milieu & omgevingsaspecten. Hiervoor wordt terugverwezen naar het bestemmingsplan 'Oudeschild, uitbreiding bedrijventerrein' zoals deze op 13 oktober 2021 door de gemeenteraad van Texel is vastgesteld.
2.2 Regels Zoals in hoofdstuk 1 - Inleiding is aangegeven betreft dit wijzigingsplan alleen het schrappen van de brouwerij-specifieke bepalingen en de aanpassing van de ruimtelijke/landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein. Dit betreft onder andere: 1. 2.
3. 4. 5. 6.
Begrippen die alleen zien op een bierbrouwerij, bezoekerscentrum, detailhandel, horeca ; Regels die specifiek gericht zijn op een bierbrouwerij, bezoekerscentrum, bedrijventerreinlandschappelijke inpassing (waaronder bebouwingspercentage, hogere emitterende pijpen, hogere schoorstenen, installaties, silo’s, proeflokaal, maximale productie van bier (in hectoliters)); De verplichte rijroute van vrachtverkeer ten behoeve van de bierbrouwerij; Extensief dagrecreatie medegebruik van groen als 'wandelroute' behorende bij de brouwerij; De koppeling van in gebruik name van het bedrijventerrein aan bedrijfsbeëindiging van de huidige locatie van bierbrouwerij de Texelse aan de Schilderweg; Aanpassing van de groen-landschappelijk (aanduiding groen - landschappelijke inpassing) inpassing en de bestemming 'Water' in een terreininrichting met een afschermende boomsingel met een minimale breedte van 7 meter.
De planregels die komen te vervallen zijn doorgehaald in de planregels. De specifieke landschappelijke inpassing van de gebouwen van één bierbrouwerij is aangepast, waarbij het nu aansluit met de reguliere bedrijventerreinen op Texel: inpassing door middel van een minimaal 7 meter brede boomsingel. De aanleg van deze boomsingel is toegevoegd aan de planregels en geel gemarkeerd. Met de aanpassingen wordt aangesloten bij de regeling op de andere bedrijventerreinen.
8
2.3 Verbeelding Op de verbeelding worden de volgende functieaanduidingen verwijderd: 1. 2. 3. 4.
‘specifieke vorm van bedrijventerrein - bezoekerscentrum’; ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – bierbrouwerij’; ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – representatieve zone’; 'specifieke vorm van bedrijventerrein-landschappelijke inpassing;
Daarnaast wordt de maatvoering ‘maximum bebouwingspercentage’ verwijderd en gebiedsaanduidingen ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied’ en ‘wetgevingszone – ontheffingsgebied’.
de
Een aantal van deze aanpassingen heeft te maken met de wijziging van de ruimtelijke/landschappelijke inpassing en het verwijderen van het beeldkwaliteitsplan dat specifiek gericht was op de bierbrouwerij. De functieaanduiding ‘Specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing’ wordt doorgetrokken van de westzijde naar de noordzijde. De bestemming 'Water' en ‘Bedrijventerrein’ wordt daar aangepast naar de bestemming ‘Groen’, zodat een minimale 7 meter boomsingel moet worden aangeplant en in stand worden gehouden. Hiervoor is aanvullend de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing' opgenomen. Met deze aanpassing is ook het bouwvlak iets verkleind. De bestemming 'Water' zoals deze is aangepast is, in oppervlakte, evenredig gecompenseerd aan de zuid- en westzijde van het plangebied.
9
3 Juridische planbeschrijving 3.1 Algemeen Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. Voor de planregeling is uitgegaan van het bestemmingsplan 'Oudeschild, uitbreiding bedrijventerrein', zoals dit bestemmingsplan op 13 oktober 2021 is vastgesteld door de raad van de gemeente Texel. In deze regeling zijn vervolgens specifieke artikelen die zien op de vestiging en (landschappelijke) inpassing van een bierbrouwerij weggelaten. Daarmee ziet de planregeling nog steeds op een bestemmingsregeling voor een regulier bedrijventerrein gelijk aan het aanliggende bedrijventerrein. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een korte toelichting op de wijzigingen die met dit bestemmingsplan worden doorgevoerd.
3.2 Plansystematiek In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De planregels van het bestemmingsplan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 3.2.1 Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Hiervoor is aangesloten bij de SVBP 2012. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.
10
3.2.2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk komen alle (enkel)bestemmingen aan de orde. Het betreft een indeling van bestemmingen in hoofdgroepen waarin de meest voorkomende functies kunnen worden ondergebracht. De indeling in hoofdgroepen maakt het raadplegen van een bestemmingsplan en het zoeken naar bepaalde functies eenvoudiger. De gronden van het gehele plangebied hebben een positieve bestemming. Een positieve bestemming betekent dat gebruik van de gronden voor de verschillende bestemmingen direct mogelijk is. Bovendien betekent het dat oprichting van gebouwen direct mogelijk is nadat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen heeft verleend. Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt verleend indien zij voldoet aan onder meer de regels van het bestemmingsplan en het Bouwbesluit. Hieronder volgt per toegepaste bestemming een korte toelichting: Bedrijventerrein Binnen deze bestemming zijn bedrijfsgebouwen ten behoeve van bedrijven toegestaan. De ligging van de bedrijfsgebouwen is vastgelegd door middel van een bouwvlak. De dakhelling van de gebouwen en overkappingen is aangeduid op de verbeelding. In lijn met het bestaande bedrijventerrein aan de zuidzijde is de regeling voor maximaal bebouwingspercentage komen te vervallen.
Groen Ter bescherming van het openbaar groen en ten behoeve van de landschappelijke inpassing is een groenbestemming opgenomen. Binnen deze bestemming is het niet toegestaan gebouwen, bijbehorende bouwwerken en overkappingen te bouwen. Water De hoofdwatergangen (primaire waterlopen) van het waterschap vallen onder deze bestemming. Deze watergangen zijn belangrijk voor het watersysteem. De overige watergangen, die minder belangrijk zijn voor het watersysteem, vallen onder de andere voorkomende bestemmingen. Verder vallen onder deze bestemming watergangen en -partijen die een beeldbepalende functie hebben. Ook wadi's zijn binnen deze bestemming toegestaan. Om de watergangen open te houden mogen er geen gebouwen, bijbehorende bouwwerken en overkappingen gebouwd worden. Verder is voor een groot aantal werken en werkzaamheden een omgevingsvergunning vereist. Het gaat dan onder andere om het dempen van watergangen. 3.2.3 Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels In dit artikel zijn algemene bepalingen over bouwen opgenomen.
Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van functies die in ieder geval strijdig zijn met het bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen om – onder voorwaarden – af te wijken van hetgeen is bepaald in het bestemmingsplan.
11
Overige regels In dit artikel is veranderd dat conform het gemeentelijke beleid voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. 3.2.4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In deze regels wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik. Slotregel Als laatste wordt de slotregeling opgenomen. Deze regeling bevat zowel de titel van het plan als de vaststellingsregeling.
12
4 Uitvoerbaarheid 4.1 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, een wijzigingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid Wro of naar aanleiding van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, 3°van de Wabo wordt afgeweken van het bestemmingsplan of de beheersverordening, dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:
•
het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;
•
het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;
•
het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.
planspecifiek Dit bestemmingsplan is een conserverend bestemmingsplan. Eventuele (binnenplanse) afwijkingen komen voor rekening van particuliere opdrachtgevers. De economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is daarmee gewaarborgd.
4.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een voorontwerp bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 Wro sub c overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met de Provincie Noord-Holland, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en de Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor eenieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
4.2.1 Overleg nader in te vullen 4.2.2 Zienswijzen Nader in te vullen
13
bestemmingsplan
Oudeschild, partiële herziening uitbreiding bedrijventerrein Gemeente Texel
Planstatus:
ontwerp
Plan identificatie:
NL.IMRO.0448.ODS2023BP0001-on01
Datum:
2023-09-20
Contactpersoon Buro SRO:
J. van Nuland
Kenmerk Buro SRO:
SR220269
Opdrachtgever:
GemeenteTexel
Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl
BTW nummer: KvK nummer: Rabobank rekeningnummer:
NL8187.16.071.B01 30232281 NL44.RABO.0142.1540.24 t.n.v. Buro SRO B.V. te Utrecht
2
Inhoudsopgave 1 Inleidende regels ..................................................................................................................................... 5 Artikel 1 Begrippen ................................................................................................................................................... 5 Artikel 2 Wijze van meten ....................................................................................................................................... 12
2 Bestemmingsregels ............................................................................................................................... 13 Artikel 3 Bedrijventerrein ........................................................................................................................................ 13 Artikel 4 Groen ........................................................................................................................................................ 17 Artikel 5 Water ........................................................................................................................................................ 19
3 Algemene regels .................................................................................................................................... 21 Artikel 6 Anti-dubbeltelregel ................................................................................................................................... 21 Artikel 7 Algemene bouwregels .............................................................................................................................. 21 Artikel 8 Overige regels ........................................................................................................................................... 21 Artikel 9 Algemene gebruiksregels .......................................................................................................................... 22
4 Overgangs- en slotregels ....................................................................................................................... 23 Artikel 10 Overgangsrecht....................................................................................................................................... 23 Artikel 11 Slotregel .................................................................................................................................................. 23
3
4
1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 plan: het bestemmingsplan Oudeschild, partiële herziening uitbreiding bedrijventerrein identificatienummer NL.IMRO.0448.ODS2023BP0001-on01 van de Gemeente Texel;
met
1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 achtererf: erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1,00 m van de voorkant van het hoofdgebouw of het dichtst bij de weg gelegen gebouw; 1.6 ander bouwwerk: een bouwwerk, geen gebouw, geen bijbehorend bouwwerk en geen overkapping zijnde; 1.7 bebouwing één of meer gebouwen, bijbehorende bouwwerken, overkappingen en/of andere bouwwerken; 1.8 bebouwingsbeeld: de waarde van een gebied in stedenbouwkundige zin, die wordt bepaald door de mate van samenhang in aanwezige bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte, een goede hoogte- en breedteverhouding tussen de bebouwing onderling en de samenhang in bouwvorm en ligging tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar is georiënteerd; 1.9 bebouwingspercentage: een in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 1.10 bedrijfsvloeroppervlakte
bedrijven: de totale oppervlakte van de voor bedrijfsuitoefening benodigde bedrijfsruimte, inclusief de verkoopvloeroppervlakte, opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.11 bedrijfsvloeroppervlakte detailhandel: de totale oppervlakte van de voor bedrijfsuitoefening benodigde ruimte, inclusief de winkelvloeroppervlakte, het magazijn, de sociale ruimte en de entree en eventuele ruimte voor winkelwagentjes;
5
1.12 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.13 bestaand: ten aanzien van de bij of krachtens de wet/Wabo aanwezige vergunde of legale bouwwerken en de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden: bestaand ten tijde van de terinzagelegging van het bestemmingsplan als ontwerp; ten aanzien van het overige gebruik: bestaand ten tijde van het van kracht worden van het betreffende gebruiksverbod; 1.14 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.15 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.16 bezoekerscentrum: een gebouw of ruimte waar bezoekers informatie kunnen verkrijgen over een bedrijf en de bij het bedrijf behorende karakteristieke werkzaamheden, door middel van o.a.
foto's, films, rondleidingen en tentoonstellingen en waarbij proeflokalen en terrassen ondergeschikt zijn aan deze functie; 1.17 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.18 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.19 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.20 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.21 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.22 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.23 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
6
1.24 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.25 dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.26 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.27 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een woonhuis of een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.28 extensief dagrecreatief medegebruik: een extensief dagrecreatief medegebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan, zoals wandelen, fietsen, paardrijden, kanoën, vissen, picknicken, of een naar de aard daarmee gelijk te stellen medegebruik; 1.29 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.30 gebruiksmogelijkheden: de mogelijkheden om gronden en bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende bestemming te gebruiken; 1.31 geluidsbelasting: een
geluidsbelasting vanwege een weg; 1.32 geluidsgevoelige objecten: gebouwen die dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige gebouwen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder; 1.33 geluidsgevoelige functies: in een gebouw of op een terrein aanwezige functies die maken dat een gebouw of een terrein als geluidsgevoelig object wordt aangemerkt; 1.34 geluidszoneringsplichtinge inrichting: een inrichting, bij die ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidszone moet worden vastgesteld; 1.35 hogere grenswaarde: een bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, die hoger is dan de voorkeurgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder;
7
1.36 hoofdgebouw: een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op de bestemming het belangrijkst is; 1.37 horecabedrijf: een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.38 horecabedrijf categorie 1: een horecabedrijf dat is gericht op het hoofdzakelijk overdag verstrekken van (niet of licht alcoholhoudende) dranken en eenvoudige etenswaren aan bezoekers van andere functies, met name functies als centrumvoorzieningen, onderdeel van een hotel en dagrecreatie, zoals een automatiek, broodjeszaak, cafetaria, croissanterie, koffiebar, lunchroom, ijssalon, petit restaurant, snackbar, snackkiosk, tearoom, traiteur, en/of een naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf al dan niet samen met een andere functie; 1.39 horecabedrijf categorie 2: een horecabedrijf met een in het algemeen hoge bezoekersfrequentie gedurende de avond, dat voornamelijk is gericht op het verstrekken van maaltijden en/of (alcoholische) dranken, zoals een (grand)café, eetcafé,
restaurant, café/restaurant, en/of een naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf, al dan niet in combinatie met een zalencentrum; 1.40 horecabedrijf categorie 3: een horecabedrijf, dat voornamelijk is gericht op het "s avonds en/of "s nachts verstrekken van (alcoholische) dranken en waar tevens gelegenheid wordt geboden tot dansen of vergelijkbaar vermaak, zoals een bar/dancing, discotheek, nachtclub, amusementshal en/of een naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf; 1.41 kap: een dakafdekking onder een hoek van meer dan 5° met het horizontale vlak; 1.42 kleinschalige duurzame energiewinning: energie die gewonnen wordt uit kleinschalige perceelsgebonden bronnen, niet zijnde windturbines, waarbij weinig tot geen schadelijke milieueffecten optreden bij winning en omzetting en die in onuitputtelijke hoeveelheden beschikbaar is, zoals zon, wind, water, aard- en omgevingswarmte; 1.43 landschappelijke inpassing: het inpassen van een gebouw of een gebruik in het landschap, waarbij afstemming plaatsvindt op de structuur van het landschap door middel van de architectuur van het gebouw en/of de aanplant van gebiedseigen beplanting; 1.44 landschappelijke waarden: de aan een gebied toegekende waarden wat betreft het waarneembare deel van het aardoppervlak, die waarde wordt bepaald door de herkenbaarheid en
identiteit van de onderlinge samenhang en beïnvloeding van niet-levende en levende natuur en het menselijk grondgebruik; 1.45 meetverschil: een door de feitelijke terreininrichting aanwezig verschil tussen het beloop van lijnen in het veld en een aangegeven bestemmings- of bouwgrens;
8
1.46 milieusituatie: de waarde van een gebied in milieuhygiënische zin die wordt bepaald door de mate van scheiding tussen milieugevoelige en milieubelastende functies, daarbij in het bijzonder gelet op het voorkómen dan wel beperken van hinder door geur, stof, geluid, gevaar, licht en/of trilling; 1.47 natuurlijke waarden: de aan een gebied toegekende waarden in verband met de geologische, bodemkundige en biologische elementen voorkomende in dat gebied. Onderdeel van de natuurlijke waarden vormt steeds een beoordeling van de gebiedsbescherming op basis van de Wet natuurbescherming; 1.48 ondergeschikte lichte horeca: horeca die ondergeschikt en gerelateerd is aan de bestemming en tot doel heeft het verstrekken van kleine etenswaren en dranken. Tot ondergeschikte horeca worden mede gerekend mobiele horecastands, drankautomaten en dergelijke; 1.49 overig bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.50 overkapping: elk bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand; 1.51 pand: de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.52 peil: a.
b.
c.
indien op of in het land wordt gebouwd: 1. de hoogte van het afgewerkte omliggende terrein ter plaatse van het bouwwerk met dien verstande dat, indien het bouwwerk zal worden gebouwd op een nog onbebouwd perceel, deze hoogte ten hoogste 0,50 m ligt boven of beneden de hoogte van de kruin van de weg waarop het perceel wordt ontsloten, eventueel natuurlijk aanwezige reliëfverschillen buiten beschouwing gelaten; indien de hoogte van het afgewerkte terrein niet aan alle zijden van het bouwwerk gelijk is, wordt het peil gerekend vanaf het gemiddelde afgewerkte terrein; incidenteel aangebrachte en ondergeschikte ophogingen en verdiepingen buiten beschouwing gelaten; indien op of in het water wordt gebouwd: 1. het ter plaatse door het waterschap ten tijde van de eerste terinzagelegging (inwerkingtreding)van het bestemmingsplan vastgestelde waterpeil;
1.53 productiegebonden detailhandel: detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, geteeld, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.54 proeflokaal: een gelegenheid waar de nadruk ligt op het proeven van een drank zoals deze is geproduceerd door de aan de proeflokaal verbonden brouwerij;
9
1.55 representatieve zone: een zone waarin de inrichting van de ruimte, in overeenstemming met het beeldkwaliteitsplan welke onderdeel uitmaakt van dit bestemmingsplan, nauwgezet wordt afgestemd op het omliggende open en omliggende gebied; 1.56 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.57 terras: een plek van een horecagelegenheid waar men buiten kan zitten; 1.58 uitstalling: een los element dat voor een pand in de openbare ruimte wordt geplaatst om de aandacht te vestigen op een winkel of onderneming die in het pand gevestigd is. Hieronder wordt o.a.
verstaan: kledingrekken, rekken voor het uitstallen van fruit, bloemen, uitzoekbakken, etc.; 1.59 verblijfsrecreatie: het recreatief doorbrengen van één of meer nachten buiten de vaste woonplaats, uitgezonderd sociale bezoeken aan familie, vrienden, kennissen en zakenbezoeken; 1.60 verkeersveiligheid: de waarde van een gebied voor de veiligheid van het verkeer, die wordt bepaald door de mate van overzichtelijkheid en vrij uitzicht (met name bij kruisingen van wegen en uitritten) en de (mogelijke) effecten van bebouwing en overige inrichtingselementen op de gedragingen van verkeersdeelnemers; 1.61 vloeroppervlakte: de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en aan- en bijbehorende bouwwerken op de begane grond; 1.62 voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel van een (hoofd)gebouw; 1.63 voorgevelrooilijn: de naar de weg gekeerde gevellijn van een (hoofd)gebouw; 1.64 voorkeursgrenswaarde: de bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder; 1.65 vuurwerkbedrijf: een bedrijf dat is gericht op de vervaardiging of assemblage van vuurwerk of de (detail)handel in vuurwerk c.q. de opslag van vuurwerk en/of de daarvoor benodigde stoffen; 1.66 windturbine: een turbine waarin winddruk wordt omgezet in mechanische energie;
10
1.67 woonhuis: een gebouw dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.
11
Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een ander bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.3 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4 de hoogte van een dakopbouw vanaf de afdekking van de bovenste bouwlaag tot aan het hoogste punt van de dakopbouw; 2.5 de hoogte van een kap vanaf de bovenkant goot, boeibord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel tot aan het hoogste punt van de kap; 2.6 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.7 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk:
•
bij het bepalen van de oppervlakte worden overstekken aan buitenwerkse gevelvlakken vanaf een breedte van 1,00 m in zijn geheel meegerekend;
2.8 de afstand tot de perceelgrens de kortste afstand vanaf enig punt van een gebouw tot de perceelgrens;
12
2 Bestemmingsregels Artikel 3 Bedrijventerrein 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor Bedrijventerrein aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
b. c. d.
bedrijfsgebouwen en overkappingen ten behoeve van bedrijven, zoals die onder de categorieën 1, 2 en 3 zijn genoemd in bijlagen bij de regels bijlage 1 en naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee vergelijkbare bedrijven, niet zijnde geluidzoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven; een bierbrouwerij, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - bierbrouwerij' met sbi-code 1105 en milieucategorie 4.2. met een maximale productiecapaciteit van 157.000 hl/j; landschappelijke inpassing van bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - landschappelijke inpassing'; een representatief voorerf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein representatieve zone';
met daaraan ondergeschikt: e. f. g. h.
een bezoekerscentrum ten behoeve van een bierbrouwerij met daarbij behorende een proeflokaal en terrassen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - bezoekerscentrum'; kleinschalige duurzame energiewinning; (ontsluitings-)wegen en paden; water en wadi's;
met de daarbijbehorende: i. j. k. l. m.
parkeervoorzieningen; tuinen, erven en terreinen; nutsvoorzieningen en de hierbij behorende leidingen; andere bouwwerken; plantsoenen, velden, groenstroken, (opgaand)groen en naar de aard daarmee gelijk te stellen groenvoorzieningen.
13
3.2 Bouwregels 3.2.1 Bedrijfsgebouwen en overkappingen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. b.
c.
d.
e.
de bedrijfsgebouwen en overkappingen worden binnen een bouwvlak gebouwd, met dien verstande dat de afstand tot de bestaande windturbine tenminste 100 meter bedraagt; de afstand van de bedrijfsgebouwen en overkappingen tot één van de zijdelingse perceelgrenzen zal ten minste 3,00 m bedragen, tenzij de bestaande afstand minder bedraagt, in welk geval de afstand ten minste de bestaande afstand zal bedragen; de goothoogte en de bouwhoogte van de gebouwen en overkappingen zullen ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ aangegeven hoogtes bedragen; de dakhelling van de gebouwen en overkappingen zal niet minder respectievelijk meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding "minimum dakhelling (graden), maximum dakhelling (graden)" aangegeven; de totale oppervlakte van gebouwen binnen het bouwvlak bedraagt per bouwperceel ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het bouwvlak.
3.2.2 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a.
b. c. d. e. f. g. h.
de bouwhoogte van andere bouwwerken zal voor de naar de weg gekeerde bouwgrens ten hoogste 2,00 m bedragen, tenzij het palen, reclamezuilen en masten betreft, in welk geval de bouwhoogte ten hoogste 5,00 m zal bedragen; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal achter de naar de weg gekeerde bouwgrens ten hoogste 2,00 m bedragen; terrasafscheidingen zullen uitsluitend worden gebouwd in de vorm van een lichte constructie en met gebruik maken van transparante materialen; de bouwhoogte van terrasafscheidingen zal ten hoogste 1,50 m bedragen; de bouwhoogte van hijswerktuigen zal ten hoogste 15,00 m bedragen; de bouwhoogte van overige andere bouwwerken zal achter de naar de weg gekeerde bouwgrens ten hoogste 10,00 m bedragen; er zullen geen andere bouwwerken in de vorm van windturbines worden gebouwd; de minimale hoogte van stikstof emitterende pijpen t.b.v. het brouwproces m bedraagt 15 meter en maximaal 15,25 meter;
3.3 Nadere eisen 3.3.1 Landschappelijke, ecologische waarden en ruimtelijk beeld Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: a. b.
de landschappelijke en ecologische waarden; het ruimtelijk beeld;
nadere eisen stellen aan: 1. 2. 3. 4. 5.
de plaats van bebouwing; de geleding van bebouwing; de kapvorm van bebouwing; de verschijningsvorm van bebouwing; de hoogte, de situering en de toepassing van lantarenpalen en lichtarmaturen.
14