verzamelbestand raadscommissie 16 maart 2021.pdf
Tekst van het document
Advies; geen stemmingen Door gebruik van het woord beslissen in het eerste lid kan de suggestie gewekt worden dat in de commissievergadering ook ‘echte’ Awb-besluiten kunnen worden genomen. Dit is echter niet het geval. Een raadscommissie neemt geen beslissingen maar bereidt de besluitvorming in de raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Alleen in de raadsvergadering kunnen besluiten worden genomen. Wel kan een raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, worden de standpunten van alle fracties in het advies opgenomen. Het ligt voor de hand dat indien een lid het niet eens is met het fractiestandpunt, hier afzonderlijk melding van wordt gemaakt in het advies aan de raad. Artikel 17. Aantal spreektermijnen Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten (tweede lid). Dit hoeft overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng van de raadsleden in de eerste en tweede termijn. Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren.
Indien de raadscommissie van mening is dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan zij daartoe uitdrukkelijk besluiten (eerste lid). Artikel 18. Deelname aan beraadslaging door anderen Deze bepaling is noodzakelijk in verband met de in artikel 22 van de wet geregelde immuniteit, dat in artikel 82, vijfde lid, van de wet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen. Het gaat in deze bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders. Deze hebben op
13
grond van artikel 21, gelezen in samenhang met artikel 82, vijfde lid, van de wet de mogelijkheid om aan de beraadslagingen deel te nemen. Op grond van dit artikel kan bijvoorbeeld de secretaris uitgenodigd worden. Uiteraard hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel over de spreektijd of over de orde van de vergadering te doen. Artikel 19. Spreekrecht burgers (geagendeerde onderwerpen) Het geven van spreekrecht aan burgers is een manier om burgers meer te betrekken bij de besluitvorming van de raad. Doordat de raadsvergadering het sluitstuk is van het besluitvormingsproces dat lang daarvoor is begonnen (ambtelijke organisatie, college, commissies) is er voor gekozen het spreekrecht op te nemen in de Verordening op de raadscommissies. In die fase zijn de fracties nog bezig hun mening te vormen. Een inspreekmogelijkheid tijdens de raadsvergadering is doorgaans minder effectief (‘schijnspreekrecht’). Het spreekrecht geldt alleen voor onderwerpen die op de agenda van de commissie staan (eerste lid). In veel gemeenten is er een mogelijkheid voor een burgerinitiatief. Burgers hebben daarmee het instrument van een initiatief om onderwerpen op de agenda te plaatsen. Onderwerpen die burgers belangrijk vinden kunnen op deze manier geagendeerd worden (zie artikel 14).
De burgers die wensen in te spreken kunnen zich binnen een ‘redelijke termijn’ voor de vergadering melden bij de commissiegriffier. Procedureel is het handig om als ‘redelijke termijn’ circa 48 uur aan te houden. Door niet uitdrukkelijk een termijn op te nemen, kan hiermee flexibel worden omgegaan en de servicegerichtheid naar de burger worden vergroot. In het vierde lid is ervoor gekozen om een burger die in de eerste termijn inhoudelijk het woord heeft gevoerd, deze in de tweede termijn opnieuw in de gelegenheid te stellen om in maximaal 1 minuut een nadere toelichting te geven. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. Afhankelijk van de lokale situatie kan als richtlijn 5 minuten spreektijd per burger worden aangehouden. Op voorstel van de voorzitter, die in eerste instantie voor een ordentelijk verloop van de vergadering moet zorgen en dus moet kunnen aanvoelen of een verkorting of verlenging van de spreektijd gewenst is, kan van deze richtlijn worden afgeweken. Artikel 19.A. Rondvraag Deze bepaling vormt een invulling op het voorgesteld artikel 155, eerste lid, van de Gemeentewet met betrekking tot het vragenrecht.
Er is voor gekozen om in de commissie de mogelijkheid tot het stellen van vragen te geven door middel van de rondvraag. Artikel 20. Handhaving orde en schorsing Artikel 26 van de wet geeft aan dat de voorzitter bij raadsvergadering bevoegd is om de orde in de vergadering te handhaven. Voor de commissievergaderingen ontbreekt een dergelijke bepaling, deze is daarom in artikel 16 opgenomen. Ingevolge het eerste lid is de commissievoorzitter belast met de handhaving van de orde in de commissievergaderingen. Op basis van het vierde lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de voorzitter tot de orde worden geroepen en
14
kan hen zo nodig over het aanhangige onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, de vergadering sluiten (derde lid). In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd (tweede lid). Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar artikel 22. Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de wet bovendien dat artikel 22 van de wet van overeenkomstige toepassing is op leden van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel raadsleden als nietraadsleden. Artikel 21. Voorstellen van orde Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de raadscommissie.
Bij het staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen (artikel 32, vierde lid, van de wet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een (overleg) pauze of een voorstel over de (beperking van de) spreektijden van de leden en overige deelnemers aan de commissievergadering. Artikel 22. Toepassing verordening op besloten vergaderingen Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn echter niet van toepassing, voor zover de toepassing van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in artikel 86 van de wet wordt opgelegd dan wel opgeheven. Artikel 23. Verslag besloten vergadering Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de wet is artikel 23 van de wet van overeenkomstige toepassing.
Het vierde lid van artikel 23 van de wet schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij de raad en in casu dus een raadscommissie anders beslist. In aanvulling hierop bepaalt het eerste lid dat het verslag van een besloten vergadering ter inzage ligt bij de commissiegriffier. Artikel 24. Opheffing geheimhouding De raad kan de geheimhouding die een raadscommissie aan de raad oplegt, opheffen. Wel bestaat er een overlegverplichting, waarmee recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor. Artikel 22. Toehoorders en pers Artikel 26, eerste en tweede lid, van de wet regelen dat de voorzitter van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij volharding in hun
15
gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de wet, het derde lid voorziet hierin. Artikel 23. Geluid- en beeldregistraties Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.
Gemeenteblad Onderwerp: Jaar/nummer: In behandeling bij:
verduurzaming gemeentelijk vastgoed 2021 Wethouder Haringa
Voorstel In het kader van de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed wordt een budget van € 285.000 gevraagd voor het plaatsen van pv-panelen voor het produceren van stroom op het gemeentehuis en de Driemaster.
Samenvatting De gemeente wil een gefaseerde aanpak voor van de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed in een periode van 20 jaar. Daarbij worden de natuurlijke momenten van groot onderhoud per gebouw gevolgd en zal er tot 2040 per gebouw een plan worden voorbereid. In het kader van deze aanpak wordt krediet gevraagd om pv-panelen te plaatsen op het gemeentehuis en de Driemaster.
Toelichting In het eilandakkoord is duurzaamheid als speerpunt opgenomen. Als ambitie is aangegeven dat alles wat nieuw gebouwd of (groot) verbouwd, energieneutraal wordt. Daarom is er een verduurzamingsplan opgesteld voor het gemeentelijk vastgoed. Geadviseerd is dat de beste aanpak voor de gemeente Terschelling een gefaseerde aanpak is. In bijlage 1 is de rapportage bijgevoegd voor verduurzaming in 20 jaar. Bij deze aanpak zijn de gebouwen in 2040 allemaal gasloos en energieneutraal. Deze aanpak volgt het vastgoedbeleid en het meerjaren onderhoudsplan. Meerdere gebouwen staan wel in deze planning, maar bij daadwerkelijke aanpak zullen maatschappelijke, organisatorische en ruimtelijke overwegingen een rol gaan spelen. Dat maakt de aanpak complex en onzeker, maar het biedt ook kansen. Per gebouw worden de natuurlijke momenten van groot onderhoud gevolgd, op dat moment kan met actuele kennis en omstandigheden een afweging over groot onderhoud, verduurzaming en eventueel verbetering of aanpassing van de voorziening worden gemaakt en aanpak worden voorbereid. Gestart wordt met twee projecten die op korte termijn gerealiseerd kunnen worden en die een relatief grote bijdrage leveren aan het verminderen van de CO2uitstoot. Dat zijn het plaatsen pv-panelen voor het opwekken van stroom op het gemeentehuis en de Driemaster.
Historie Niet van toepassing.
2
Juridische gevolgen/fatale termijnen/handhaving Niet van toepassing
Belang voor toerisme/samenleving/economie/duurzaamheid In het Klimaatakkoord is door partijen met maatschappelijk vastgoed afgesproken iedere door beheerders van maatschappelijk vastgoed een Sectorale Routekaart wordt opgesteld waarin duidelijk wordt op welke wijze het vastgoed in die sector CO2 -arm en aardgasvrij wordt gemaakt richting 2050. Het streefdoel conform het Klimaatakkoord is 49% CO2 -reductie in 2030 en het einddoel 95% CO2 -reductie in 2050, voor overheidsgebouwen lag de streefdatum op 2040. Het verduurzamingsplan voor het vastgoed geeft inzicht in de opgave waar de gemeente voor staat en geeft handvatten voor de aanpak van de verduurzamingsopgave. Het plaatsen van pv-panelen op de Driemaster en het gemeentehuis is een nieuwe stap op de weg naar volledige verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed.
Financiële/personele/organisatorische gevolgen De geraamde kosten voor het plaatsen van de pv-panelen op het gemeentehuis en de Driemaster bedragen € 285.000. De investering is niet opgenomen in de meerjareninvesteringsbegroting 2021 of latere jaren. Omdat het gaat om een werk boven de € 50.000, welke niet is voorzien in de begroting, moet uw raad goedkeuring geven voor dit extra budget. Voorstel is om dit investeringsbudget ad € 285.000 nu beschikbaar te stellen. De jaarlijkse kapitaallasten hiervan bedragen circa € 16.600 per jaar. Door het grote oppervlak dat wordt gerealiseerd wordt verwacht dat een deel van de jaarlijkse kosten kan worden terugverdiend met een lagere stroomrekening. Er zal een jaarlijkse last overblijven van circa € 10.000 per jaar die alsnog in de begroting vanaf 2022 zal moeten worden opgenomen. Wij stellen voor dit in de 1e begrotingswijziging 2021 te verwerken.
Communicatie/interactiviteit Op de gemeentepagina in de Terschellinger zal na het nemen van dit besluit een informatief stuk over de verduurzaming van het vastgoed en het project voor het plaatsen van pv-panelen op het gemeentehuis en de Driemaster worden geplaatst.
Advies van de raadscommissie P.M.
Ter inzage liggende stukken Bijlage 1, overzicht planning en maatregelen Bijlage 2, samenvatting chronologisch overzicht en geraamde kosten per gebouw
Datum behandeling in B&W + ondertekening Terschelling, 23 februari 2021 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terschelling, H.M. de Jong, secretaris/directeur
C.M. van de Pol, burgemeester
Raadsbesluit Onderwerp: Jaar/nummer:
verduurzaming gemeentelijk vastgoed 2021/
De openbare digitale raad van de gemeente Terschelling; Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders 4 maart 2021; Besluit: een budget van € 285.000 beschikbaar te stellen voor het plaatsen van pvpanelen voor het produceren van stroom op het gemeentehuis en de Driemaster en de kapitaallasten na aftrek van de lagere energiekosten van deze investering vanaf 2022 in de begroting op te nemen. Deze wijziging te verwerken in de eerste bestuursrapportage en eerste begrotingswijziging 2021. Terschelling, 7 april 2021 De raad van de gemeente Terschelling voornoemd,
J. Hofman, griffier
C.M. van de Pol, voorzitter