CConstaterende datTerschelling
Koppel je AI →
Document · PDF

c.Groenbeheerplan Terschelling 2025-2029

Raadsvergadering 23 april 2025, gemeente TerschellingBij agendapunt: (B) Groenbeheerplan10.729 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GROENBEHEERPLAN TERSCHELLING RAPPORTAGE 365.01.24

TERSCHELLING

1

COLOFON Dit is een rapportage van NLadviseurs DATUM UITGAVE: PROJECTLEIDER: OPGESTELD DOOR: CONTROLE DOOR: VERSIE: PROJECTNUMMER: OPDRACHTGEVER:

Maart 2025 S.J. Kuperus M.L. van Dijk G.C. Hamelink Definitief 365.01.24 Gemeente Terschelling

ADRES: Schelmseweg 93 6816 SJ Arnhem 0267851440 info@nladviseurs.nl Copyright: Alle rechten voorbehouden. Voor vermenigvuldiging van, of zinsneden en afbeeldingen uit deze rapportage gelieve contact op te nemen met NLadviseurs.

2

GROENBEHEERPLAN

HOOFDSTUK 1: INLEIDING

4

BIJLAGES

54

1.1 Aanleiding en doel 1.2 Scope gebied 1.3 Opbouw rapportage

5 7 7

Bronnen Bijlage 1: NDFF gegevens uit 2021, 2022 en 2023 Bijlage 2: Geschikte soorten voor gemeente Terschelling

55 56 57

HOOFDSTUK 2: BEHEERKADER

8

2.1 Gebiedsbeschrijving 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Gemeentebeleid 2.4 Organisatie beheer

9 13 16 17

HOOFDSTUK 3: BEHEERVISIE

18

3.1 Een leefbaar Terschelling

19

HOOFDSTUK 4: BEHEERSTRATEGIE

22

4.1 Beheerstrategie 4.2 Omvorming

23 43

HOOFDSTUK 5: FINANCIËN

46

5.1 Inleiding 5.2 Kostenraming 5.3 Urenraming

47 48 51

HOOFDSTUK 6: CONCLUDEREND

52

6.1 Wijzigingen in het beheer 6.2 Aanbevelingen

53 53

TERSCHELLING

3

INLEIDING HOOFDSTUK 1:

4

GROENBEHEERPLAN

1.1 AANLEIDING GROENBEHEERPLAN

Voor u ligt het groenbeheerplan van gemeente Terschelling. Dit plan beschrijft het areaal groen dat in beheer is van gemeente Terschelling en geeft daarnaast inzicht in de beheermaatregelen en -kosten die nodig zijn om de (kwaliteits) ambities van de gemeente te realiseren.

sprake van een afname van biomassa in heel Nederland, ook op Terschelling. Die afname is sterk onder insecten en andere ongewervelden, soorten die nog vaak te weinig aandacht krijgen. Deze afname vormt een bedreiging voor de veerkracht en het functioneren van de ecosystemen op Terschelling en daarmee voor de toekomstbestendigheid van haar inwoners en bezoekers.

BEHOUD EN VERSTERKEN LEEFBAARHEID TERSCHELLING

Terschelling is een uniek Waddeneiland, waar het groen in de natuurgebieden en het openbaar terrein niet alleen bijdraagt aan de biodiversiteit, maar ook veel ecosysteemdiensten levert. Deze zijn van grote waarde voor de mens. Groen zorgt voor een aantrekkelijke en gezonde (leef)omgeving, en vormt de basis voor het bestaan van mensen. Bomen, planten en dieren zorgen voor een zuivere lucht en schoon water, een vruchtbare bodem en bestuiving van gewassen. Daarnaast heeft groen een positieve invloed op de mentale en fysieke gezondheid van mensen. Om bovenstaande functies in stand te houden, moet het gemeentelijk groen een robuust ecosysteem vormen, met een rijke biomassa en grote biodiversiteit. De laatste jaren is er echter

De wens is dan ook (weer) een robuust ecosysteem te maken van het openbaar groen in gemeente Terschelling. Dit ecosysteem bestaat uit inheemse planten en bomen, biedt ruimte aan veel diersoorten en staat in verbinding met omliggende natuur. Het bevat groen dat droogte kan verdragen, het effect van hitte en piekbuien kan temperen en plaagdieren en invasieve soorten kan reguleren. Dit draagt niet alleen bij aan de bescherming van bedreigde dier- en plantensoorten, maar ook aan het voortbestaan van de ecosysteemdiensten waarvan de mens afhankelijk is. Zodoende creëren we een kleurrijke, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving voor mens en dier.

Figuur 1-1: Er wordt overgeschakeld naar de inrichting van openbaar groen dat bijdraagt aan een meer kleurrijk beeld en meer biodiversiteit. TERSCHELLING

5

INZICHT IN GROENBEHEER

Er is een dringende behoefte aan meer inzicht in het groenbeheer en de bijbehorende kosten, zodat effectiever gestuurd kan worden op beheermaatregelen die zowel ecologisch als economisch duurzaam zijn. De gemeente Terschelling bevindt zich in een belangrijke transitie; er wordt overgeschakeld naar ecologisch groenbeheer. Dit nieuwe beheer richt zich op het bevorderen van biodiversiteit en het creëren van een gezonde klimaatadaptieve meer kleurrijke leefomgeving. Dit zal onder andere helpen bij het tegengaan van hitte en wateroverlast en de beleving te verhogen. Dit groenbeheerplan is een leidraad voor het realiseren van deze ambities en het vastleggen van toekomstige beheerafspraken. GROENBELEIDSPLAN

Figuur 1-2: Zwartsprietdikkopje

6

Het groenbeheerplan bouwt voort op het groenbeleidsplan van Terschelling dat in 2015 werd opgesteld. In dit beleidsplan werd al ingezet op het behoud en de versterking van de biodiversiteit en de landschappelijke kwaliteiten van het eiland, met een nadruk op het creëren van ecologische verbindingen en het nastreven van kwaliteit. Dit nieuwe plan zet deze visie voort en biedt concrete handvatten om het openbaar groen van gemeente Terschelling duurzaam te beheren en versterken. GROENBEHEERPLAN

Figuur 1-2. overzichtsfoto

DOEL Voor het groenbeheerplan gelden de volgende doelen: • Aandacht voor biodiversiteit en biomassa en aandacht voor een meer kleurrijke, gezonde, toekomstbestendige leefomgeving voor mens en dier. • Aandacht voor veranderende klimatologische omstandigheden en de gevolgen van keuzes bij onderhoud, inboet en beheer. • Het juiste groen op de juiste plek: ecologisch waar mogelijk, functioneel waar nodig. • Vertalen van de overkoepelende gemeentelijke beleidsdoelen naar kosten van het groenbeheer. • Inzicht in de benodigde vervolgstappen voor het realiseren van de beheerdoelen.

1.2 SCOPE Dit groenbeheerplan gaat over al het openbaar groen dat binnen de gemeente Terschelling valt. Het plan focust zich alleen op het groen; civiele onderdelen en objecten worden niet meegenomen. Parallel aan het opstellen van dit groenbeheerplan wordt een plan invasieve exoten opgesteld door Staatsbosbeheer, in samenwerking met de gemeente Terschelling en het Wetterskip Fryslân. Voor het beheer van exoten wordt verwezen naar dit beheerplan exoten Terschelling. TERSCHELLING

Dit plan gaat niet over gebieden van Staasbosbeheer of Wetterskip Fryslân, maar is wel met deze partijen afgestemd. Daarnaast is en wordt het plan afgestemd met agrariërs.

CONCLUDEREND (HOOFDSTUK 6) Afgesloten wordt met conclusies en overige aanbevelingen voor het groenbeheer van gemeente Terschelling.

1.3 OPBOUW RAPPORTAGE BEHEERKADER (HOOFDSTUK 2) Het beheerkader schetst de huidige situatie en de randvoorwaarden voor beheer en ontwikkeling van Gemeente Terschelling. BEHEERVISIE (HOOFDSTUK 3) De beheervisie en doelen geven richting aan het toekomstbeeld van het openbaar groen. Een gezond, toekomstbestendig Terschelling. BEHEERSTRATEGIE (HOOFDSTUK 4) De groene elementen binnen de gemeente zijn opgedeeld in verschillende groentypen. Voor elk groentype is een paspoort opgesteld. Hierin wordt beschreven met welke beheerstrategie en maatregelen de doelstellingen uit de visie verbonden worden en welke kosten hierbij horen. FINANCIËN (HOOFDSTUK 5) Hoofdstuk 5 bevat een overzicht van de huidige en verwachtte toekomstige kosten op basis van de te nemen beheermaatregelen.

VISIE Waarom? De stip aan de horizon

AMBITIE Waar naar toe? De ambities uitgewerkt

DOELSTELLINGEN Hoe bereiken we dit? Welke concrete doelen kunnen worden gesteld?

STRATEGIE Waar voeren we welke maatregelen uit?

7

BEHEERKADER HOOFDSTUK 2:

Dit hoofdstuk geeft kaders waarbinnen beheer en ontwikkeling van het groen kan plaatsvinden. Het beschrijft het karakter van het openbaar groen van gemeente Terschelling, de verschillende natuurwaarden en geeft inzicht in de gebruiksfuncties. Aan bod komen:

8

cultuurhistorie, recreatie en natuur waarbij biodiversiteit en klimaatadaptatie als belangrijke pijlers voor een beheerplan worden geïntroduceerd. Ook wordt aandacht geschonken aan de beleidskaders waarbinnen beheer van Terschelling plaats moet vinden.

GROENBEHEERPLAN

2.1 GEBIEDSBESCHRIJVING 2.1.1 NATUUR OP TERSCHELLING Op Terschelling is een grote verscheidenheid aan landschappen en ecosystemen aanwezig. Het eiland bestaat uit brede stranden, duinpartijen, bossen, heidevelden en polders, die samen een thuis bieden aan uiteenlopende en bijzondere flora en fauna. Een groot deel van deze natuur valt onder drie Natura2000gebieden (Noordzeekustzone, Duinen en Waddenzee, zie kaart 2). Deze gebieden worden beheerd door Staatsbosbeheer. Daarnaast verbindt het NNN (Natuurnetwerk Nederland) de gebieden. Ook de polder is hierin van groot belang voor het netwerk. De primaire watergangen en -peilen worden beheerd door Wetterskip Fryslân, overige watergangen worden beheerd door perceelseigenaren aan weerzijden van watergang. 2.1.2 OPENBAAR GROEN GEMEENTE TERSCHELLING Het groen in beheer van de gemeente bestaat vooral uit grasvegetaties (bermen), sloten en oevers, houtsingels, bos en bomen, duin en slik. Dit openbaar groen bevindt zich in en rond dorpskernen en in de polder. Doordat het ingekapseld wordt door beschermde natuur vormt het openbaar groen een belangrijke verbinding voor de lokale fauna en kunnen TERSCHELLING

natuurgebieden en openbaar groen elkaar versterken. Veel van het openbare groen heeft een verkeersbegeleidende functie, dat wil zeggen dat het langs wegen, fiets en voetpaden is gelegen. GROENTYPEN

De gemeente Terschelling kent diverse typen groen met elk eigen karaktereigenschappen en functies. Elk van deze groentypen bestaat uit diverse subtypen. Het overzicht van groentypen is te zien op kaart 1. De groentypen zijn gecategoriseerd door middel van een GIS(kaart)-analyse en een veldbezoek waardoor duidelijk werd welke soorten groen er binnen het gemeentelijk groen van gemeente Terschelling aanwezig zijn en hoe deze eruit zien. Bomen Het bomenbestand van de gemeente wordt verder gevormd door solitaire bomen in woonstraten, langs hoofdwegen en op andere plekken in dorpskernen. Deze bomen zijn belangrijk voor de leefbaarheid en landschappelijke beleving in de dorpskernen en voor de biodiversiteit. Vooral op hete dagen is de schaduw van een boom erg aangenaam. In figuur 2-1 staan de meest voorkomende boomsoorten weergegeven. Sinds een aantal jaar is het aandeel iepen (Ulmus spec.) hard aan

Figuur 2-2: Duinparelmoervlinder op akkerdistel, een belangrijke drachtplant voor veel insecten

9

KAART 1: OVERZICHT GROENTYPEN GEMEENTE TERSCHELLING

10

GROENBEHEERPLAN

KAART 2: NATURA2000-GEBIED OP EN ROND TERSCHELLING.

Natura2000 NNN

TERSCHELLING

11

het dalen doordat veel exemplaren aangetast zijn door de iepenspintkever. Dit is een risico voor de overige iepen die nu nog in het straatbeeld aanwezig zijn. Daarnaast zorgen de uitgevallen iepen voor onderbrekingen in het lanenpatroon dat van oudsher in een aantal straten aanwezig is. Dit komt de beeldkwaliteit in West niet ten goede en veroorzaakt plaatselijk een verhoging van hittestress. De gemeente heeft op dit moment alleen een herplantplicht voor monumentale bomen opgenomen in de Bomenverordening (2010).

Bos De bossen van de gemeente bestaan bijna allemaal voor 80 tot 100% uit zwarte den (Pinus nigra), aangevuld met een enkele zomereik, zwarte els of gewone esdoorn en een onderlaag van Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina). Er zijn enkele bosvakken die een aandeel van 30-50% esdoorn hebben. Voor bossen groter dan 10 are geldt bij kap een herplantplicht volgens de omgevingswet.

Houtsingels Langs een aantal openbare wegen zijn houtsingels gevormd die hoofdzakelijk bestaan uit els, wilg en esdoorn. Gras- en kruidachtigen De bermen in het poldergebied zijn voornamelijk opgebouwd uit kruidenrijk gras- en rietvegetaties. De bermen langs de hoofdroute over het eiland bestaan uit kruidenrijk gras met onder andere rode klaver, duizendblad en scherpe boterbloem. Kortgras De recreatie locaties omvat voornamelijk gazon; dit zijn grasvegetaties die frequent worden beheerd, zodat ze uitnodigen tot gebruik. Ook het helikopterveld valt onder dit type. Vaste planten, hagen en heesters De perken binnen de dorpskernen zijn grotendeels ingericht met cultuurbeplanting, bestaande uit een afwisseling van vaste planten, lage heesters en hagen.

Figuur 2-3: Meest voorkomende bomen in gemeente Terschelling (data is afkomstig van boomveiligheidscontroles)

12

Duin en slik Er zijn ook locaties die als duin zijn getypeerd, waar een mooi duinvegetatie groeit. Daarnaast is er een deel slik waar het beheerprincipe ‘‘niets doen’’ wordt toegepast. GROENBEHEERPLAN

2.1.3 VOORKOMENDE PLANT- EN DIERSOORTEN Het openbaar groen vormt met haar langgerekte bermen, bomenlanen, sloten en oevers een belangrijke verbinding en leefgebied voor veel (in Nederland) bijzondere of kwetsbare plant- en diersoorten. Zo is de rugstreeppad de meest dominante amfibieënsoort op het eiland en de levendbarende hagedis het meest voorkomende reptiel. Beide soorten komen ook in het openbaar groen voor. In de grasvegetaties komen insecten voor als de duinparelmoervlinder, de argusvlinder en de moshommel. De kruidlaag is het belangrijkste leefgebied voor ongewervelden en is daarmee een enorm belangrijke pijler in het fundament van het Terschellinger ecosysteem. De blauwe zeedistel, duinroos, gevlekte orchis en wilde gagel zijn typische plantensoorten voor het eiland en komen ook in gebieden voor die in beheer zijn van de gemeente. Terschelling is rijk aan vogels. Soorten die bijvoorbeeld graag in bossingels voorkomen zijn de braamsluiper en de nachtegaal. Typische soorten in de polder die graag gebruikmaken van kruidenrijke bermen zijn de grutto en de tureluur. Ook verschillende ganzen komen veel voor. Het konijn is sinds een aantal jaar een rodelijstsoort in Nederland, en komt ook

TERSCHELLING

op Terschelling voor. De laatvlieger is goed vertegenwoordigd op Terschelling. Deze vleermuis maakt gebruik van bossingels, bomenlanen en bosranden om te fourageren, en verblijft ook in woningen. 2.1.4 RECREATIE Toerisme en recreatie zijn onlosmakelijk verbonden met Terschelling. Het eiland trekt jaarlijks veel bezoekers die komen genieten van de ongerepte natuur en de rust en ruimte. Daarnaast zorgt de uitstraling van de dorpen met de kleurrijke borders en groene, verkoelende bomen in de straten voor een prettige, verwelkomende sfeer voor recreanten. De bermen en de bossingels maken de wegen en paden door de weidse polder prettige routes om het eiland te verkennen.

2.2 PROVINCIAAL BELEID 2.2.1 PROVINCIAAL PROGRAMMA HERSTEL BIODIVERSITEIT Vanuit de provincie is het Herstelprogramma Biodiversiteit Fryslân opgesteld. Hierin wordt als doel gesteld om de daling van de huidige biodiversiteit tegen te gaan en de soortenrijkom te beschermen en weer uit te breiden. De oorzaken voor de afname van biodiversiteit

Figuur 2-3: Uitzicht over een duingebied van de gemeente

13

zijn divers. Daarom moet de aanpak voor herstel van biodiversiteit dat ook zijn, zo is de gedachte. Het herstelprogramma zet in op verbinden, versterken en verbeteren. Deze lijn kan concreet worden vertaald naar dit groenbeheerplan. De Waddeneilanden hebben een hoge biodiversiteit dankzij de diversiteit aan biotopen; van zoute kwelders tot zoete plassen, duinvalleien, jonge en oude duinen, heide en

bos. Via het kruidenrijk gras met singelelementen op de binnenduinrand gaan de duinen over in polders. Deze zijn voornamelijk ingericht als grasland en van belang voor de weidevogels. De provincie heeft delen hiervan aangewezen als weidevogelkansengebied met gidssoorten als grutto, tureluur, kievit en scholekster. De bermen in de polders zijn een belangrijke voedselbron en schuilgelegenheid voor deze vogels. Het is daarom belangrijk dat bij

inrichting en beheer van deze bermen rekening wordt gehouden met het voortbestaan van de ongewervelde dieren, die als voedselbron dienen voor o.a. weidevogels (zie figuur 2-4). De binnenduinrand is belangrijk als droge dooradering. Het kruidenrijk gras en aangrenzend duingebied van gemeente Terschelling zijn waardevolle foerageerplekken en in de houtsingels vinden veel vogelsoorten broedgelegenheid. BIODIVERSITEIT EN LEEFOMGEVING

Consumenten 3e orde Mens, roofdier

Consumenten 2e orde Huismus, vleermuis

Consumenten 1e orde Bij, kever, mug

Producenten Bomen, grassen, algen

Figuur 2-4: Voedselpiramide: een diverse, kruidenrijke omgeving is noodzakelijk voor voldoende ongewervelden die als voedsel dienen voor onder meer weidevogels. Bij het verdwijnen van kruidenrijk gras neemt de biomassa van ongewervelden zo erg af, dat ook de weidevogels verdwijnen. Ook mensen zijn voor hun voortbestaan afhankelijk van de onderste lagen in de voedselpiramide.

14

Biodiversiteit is een graadmeter voor de kwaliteit van onze leefomgeving. De afname van biodiversiteit gaat om meer dan alleen het verlies aan natuurwaarden. Het is een indicatie van de kwaliteit van onze leefomgeving. Afname hiervan heeft een nadelig effect op de voedselproductie, gezondheid en belevingswaarden. Deze samenhang vormt het uitgangspunt van het biodiversiteitsbeleid van provincie Friesland. De provincie ziet relaties tussen natuur, circulariteit en cultuur, tussen natuur en gezondheid en tussen economie en natuur. Deze relaties helpen bij de bewustwording en kennis van natuur. Het investeren in een breed

GROENBEHEERPLAN

maatschappelijk draagvlak voor natuur is één van de doelen uit de Omgevingsvisie Fryslân. Gidssoorten kunnen hierin een rol spelen. Gemeente Terschelling wil in lijn met dit doel draagvlak creëren bij bewoners en bezoekers voor meer ecologisch beheer door de hierboven genoemde relaties duidelijker te maken.

bomen (koelte, vochtregulatie), het verminderen van verhardingen, grasvegetaties die minder kort worden gehouden (bodemtemperatuur, het beter vasthouden van vocht in de bodem) en het toepassen van soorten die tegen droogte kunnen (geen water geven, minder inboet nodig),

2.2.2 VISIE ‘FRYSLÂN KLIMAATBESTENDIG 2050+”

WATER, BODEM EN LUCHT

KLIMAAT

Het op orde hebben van de basis - water, bodem en lucht - is een ander doel uit ditzelfde beleid. De bodem vormt letterlijk het fundament voor een schone, gezonde en natuurrijke leefomgeving. Hetzelfde geldt voor water. Voldoende water van goede kwaliteit is essentieel voor natuur, recreatie, landbouw en gezondheid. Groenbeheer kan hieraan bijdragen. Voor het Waddengebied heeft de provincie speciale aandacht voor het toekomstbestendig inrichten van het grond- en oppervlaktewatersysteem. De nadruk dient te liggen op vasthouden van water, zelfvoorziening en vergroten van de zoetwatervoorraad.

In 2050 is Friesland waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. De provincie heeft dit als doel gesteld in het stuk ‘Visie Fryslân Klimaatbestendig 2050+’ om weersextremen op te vangen. Wateroverlast en kustveiligheid, verdroging, verzilting en hittestress blijven binnen aanvaardbare grenzen. Ruimtelijke maatregelen worden hierbij genoemd als oplossingsrichting. Ruimte voor water kan tegelijkertijd bijdragen aan versterking van biodiversiteit. Overgangszones en functiecombinaties door meervoudige bestemmingen in het omgevingsplan zijn instrumenten die de gemeente kan inzetten om meer water vast te houden. Voor gemeente Terschelling betekent dit dat kan worden ingezet op het aanplanten van meer

TERSCHELLING

NATUUR- EN SOORTENBESCHERMING

De provincie richt zich met name op realisatie en beheer van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Zowel de natuurkwaliteiten binnen als buiten het NNN worden aangehaald als

Figuur 2-5: Voorbeeld van gefaseerd ecologisch beheer

15

belangrijk voor biodiversiteit en natuurbeleving. Daarnaast worden agrarisch natuurbeheer en weidevogelbeheer genoemd en heeft de provincie als doel dat beheer en onderhoud van recreatie- en bedrijventerreinen natuurinclusief gebeurt. Als laatste is ook het verbinden van natuur een provinciaal doel wat kan worden vertaald door de gemeente Terschelling. Voor weidevogels is het aansluiten van beheer van het leefgebied op de behoeften van de soorten belangrijk. Voldoende openheid en rust en voldoende water van goede kwaliteit zijn cruciaal voor verbetering van natuurwaarden.

2.3 GEMEENTEBELEID VERSTERKEN NATUUR EN BIODIVERSITEIT Gemeente Terschelling heeft de wens om de natuur en biodiversiteit op Terschelling te versterken. Behoud en herstel van natuurlijke systemen en biodiversiteit dragen positief bij aan de kwaliteit van water, bodem en lucht, en zorgen daarmee ook voor de instandhouding van langetermijnfuncties als schoon drinkwater en klimaatregulering. De ambities op dit vlak zijn vastgelegd in TS25, de toekomstvisie voor Terschelling. Figuur 2-7: Kleurrijk openbaar groen in Terschelling-West

16

In het Omgevingsplan staan hierover regels opgenomen. Het gaat bijvoorbeeld om

behoud en herstel van bodemkwaliteit, water, (groene) monumenten en houtopstanden. Voor het kappen van monumentale bomen is een omgevingsvergunning verplicht waarbij de aanvrager gegevens moet verstrekken over de mogelijkheid en het voornemen tot herbeplanten. Zie hiervoor de ‘‘Bomenverordening Terschelling 2010’’. De Wadden, erkend als Unesco Werelderfgoed, zijn onmiskenbaar van onderscheidende waarde. Daarop aansluitend bestaat het eiland voor een groot deel uit (duin)natuurgebied. De duinen langs de kust vormen het grootste aaneengesloten natuurgebied van Nederland. Door het gemeentelijk groen qua inrichting aan te laten sluiten bij deze natuur en daarmee te verbinden worden beide versterkt. GROENBELEIDSPLAN TERSCHELLING In 2015 is het groenbeleidsplan opgesteld. Belangrijke speerpunten in het groenbeleidsplan zijn het behouden en versterken van groene structuren, zoals bomen en waterpartijen, en het streven naar diversiteit in beplanting en ecologisch beheer. De gemeente wil daarnaast zowel de uitstraling van de openbare ruimte als het imago van het eiland verbeteren door functies beter op elkaar GROENBEHEERPLAN

af te stemmen en het beschikbare openbare groen optimaal te benutten. De karakteristieke verscheidenheid van natuur en landschap wordt ten minste in stand gehouden. Natuur hoort middenin de samenleving thuis en niet alleen in beschermde natuurgebieden. Dit is goed voor een gezonde, toekomstbestendige leefomgeving van de Terschellingers, de biodiversiteit en de economie. Er is een duidelijke indeling gemaakt tussen hoofdgroenstructuur, wijkgroen en buurtgroen, met bijzondere aandacht voor “groene parels” (bossen in West-Terschelling). Over bos staat het volgende opgenomen: Het bos moet aantrekkelijk zijn voor bezoekers. Hierbij vormt variatie het sleutelwoord. De aantrekkelijkheid wordt bepaald door variatie in: • • • • • •

Boomsoorten (diversiteit, flora en fauna, inheemse soorten) Hoog versus laag (structuur, dood hout, glooiende bosranden) Licht versus donker (open plekken) Open versus dicht (open plekken) Natuur versus “cultuur” Markante elementen

Bij het ontwerp, de aanplant en het beheer TERSCHELLING

van groen ligt de focus op duurzaamheid door bewuste plantkeuzes en robuuste inrichting, langdurig bestand tegen gebruiksdruk en de omgeving. Het beleid omvat ook een strategie voor de vervanging van groen, waarbij rekening wordt gehouden met de levensduur van beplanting. Er is een compensatieregeling om verlies van groen te voorkomen. Daarnaast wordt het IBOR-model (Integraal Beheer Openbare Ruimte) gebruikt om de kwaliteit van openbare ruimten te monitoren en beheren, met een focus op resultaatgericht werken en bewonersparticipatie. In het beleid wordt aandacht besteed aan biodiversiteit door inheemse planten te gebruiken en rekening te houden met lokale omstandigheden, zoals zoute omgevingen en schrale zandgrond. Duurzaamheid wordt geborgd door het juiste beheer en het bevorderen van veiligheid in de openbare ruimte, zowel fysiek als sociaal. Het groenbeleidsplan Terschelling vormt voor enkele ambities/doelen de basis voor het voorliggend groenbeheerplan.

2.4 ORGANISATIE BEHEER BEELDKWALITEIT

Tot in 2024 maakte gemeente Terschelling gebruik van de CROW beeldkwaliteit voor

het openbaar groen (CROW staat voor: Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek). Met deze module worden technische randvoorwaarden gegeven aan het groen en kan de kwaliteit van de buitenruimte worden gemeten. Het is een visuele inspectie volgens de kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van het CROW, waarbij gebruik wordt gemaakt van beeldmeetlatten. De organisatie van gemeente Terschelling is echter niet ingericht om conform beeldkwaliteit te werken. De afgelopen jaren is er bijvoorbeeld geen controle gedaan op beeldkwaliteit. Wel wordt in de zomermaanden regelmatig een schouw gedaan langs toeristische plekken voor het verwijderen van zwerfvuil en het herstellen van gevaarlijke situaties. BUDGET

In 2023 is de memo: Toekomst Buitendienst Terschelling’ opgesteld. Op basis hiervan is besloten dat er gestreefd moet worden naar een inzet van 6,1 FTE. Een groot deel van het beheer wordt uitgevoerd door de eigen dienst maar op basis van de benodigde 6.1 FTE is er de laatste jaren een onderbezetting geweest. Voor externe diensten en materialen m.b.t. groenbeheer was 140.000 euro beschikbaar.

17

BEHEERVISIE HOOFDSTUK 3:

Het groen in beheer van gemeente Terschelling is van grote waarde voor de ecologie, de leefbaarheid op het eiland en een belangrijke drager voor de economie. Deze visie beschrijft hoe het groen er in de toekomst uit zou moeten zien en welke ambities en doelen hierbij nagestreefd zullen worden.

18

Deze visie sluit aan op de functies die de verschillende groentypen hebben en wordt gedragen door de verschillende stakeholders die betrokken zijn bij het beheer van het groen van gemeente Terschelling. In het hoofdstuk heerstrategie is een verdere uitwerking van de doelstellingen opgenomen.

GROENBEHEERPLAN

3.1 EEN LEEFBAAR TERSCHELLING De waardevolle en unieke natuur op het eiland, het prachtige landschap en de bijbehorende dier- en plantsoorten zijn voor inwoners en gasten van onschatbare waarde. Het groen in beheer van gemeente Terschelling bestaat uit een unieke mix: ruige natuurlijke duinlandschappen en bossen; bermen en houtsingels door de polders en langs vakantieparken; planten en bomen in de dorpskernen. Natuur speelt een hoofdrol in het economische en sociale succes van Terschelling. Voor een gezond en toekomstbestendig Terschelling is het van belang dat natuurgebieden en openbaar groen een robuust ecosysteem vormen. Daarom zet gemeente Terschelling in op het versterken van de natuurlijke verbindingen en biodiversiteit in gemeentelijk groen.

plekken in de zon. Naast comfort dragen bomen bij aan een betere luchtkwaliteit en een prettige, uitnodigende beeldkwaliteit. Het groen in de dorpskernen is van kwaliteit: dat wil zeggen schoon, heel en veilig en geeft een verwelkomende, verzorgde uitstraling. De openbare ruimte wordt zo veel mogelijk groen ingericht met beplanting waar mens en dier (gewerveld en ongewerveld) mee zijn gediend. De natuur in heel de gemeente is divers en aantrekkelijk voor bewoners en bezoekers om in te recreëren. Om ervoor te zorgen dat het openbaar groen veilig en toegankelijk blijft, worden bomen regelmatig gecontroleerd en onderhouden. Dit waarborgt de veiligheid van alle inwoners en bezoekers. DOELSTELLINGEN

• •

3.1.1 PRETTIG KLIMAAT IN DORPSKERNEN Het groen dat in beheer is van gemeente Terschelling zorgt voor een prettig woonen verblijfsklimaat. In de dorpen zorgen bomen en groen voor verkoeling, schaduw en opvang van hemelwater bij piekbuien. De gevoelstemperatuur in de schaduw kan op paden al gauw tien graden verschillen van

TERSCHELLING

• •

40% van de wegen en paden in dorpskernen liggen in de schaduw door bomen. In dorpskernen wordt het areaal kruidenrijk gras verhoogd. De bomen op het eiland zijn veilig voor haar inwoners en bezoekers. Groen in dorpskernen is heel, schoon en veilig.

Figuur 3-1: Voorbeeld van een ingezaaide berm

19

3.1.2 LEEFBAARHEID DOOR BOS- EN NATUURGEBIEDEN Het bos in beheer van de gemeente is niet alleen ecologisch waardevol, maar heeft net als bomen in de dorpen een belangrijke rol in de luchtkwaliteit, schaduw en opvang van hemelwater. Daarnaast spelen bos, maar ook duingebieden een belangrijke rol in recreatie. Toegankelijkheid in deze gebieden is van belang voor omwonenden en bezoekers, zolang dit niet verstorend werkt voor de ecologische waarden. Langs bosranden grenzend aan dorpen wordt ruimte gecreëerd voor educatieve elementen als voedselbosjes, moestuinen en natuurspeelplaatsen. Daarnaast wordt geïnvesteerd in kennisontwikkeling en draagvlak voor natuur bij bewoners. DOELSTELLINGEN

• • •

Figuur 3-2: Pluimvoetbij op akkerdistel

20

Bestaand bos en duin blijft behouden. Duingebied wordt open gehouden, verruiging voorkomen. Optimaliseren wegen- en padennetwerk: beschermen van natuur waar dit kwetsbaar is (bijv. voor de argusvlinder), toegankelijkheid van bos en natuur verhogen waar dit geen schade oplevert voor beschermde natuur en een meerwaarde is voor bewoners en bezoekers.

•

• •

Onderzoek naar mogelijke locaties voor speelbossen, moestuinen en voedselbosjes, aanleg van tenminste 1 speelbos. Exoten worden beheerd volgens de “keuzematrix invasieve exoten 2024”. Wet- en regelgeving (omgevingsverordening) wordt zorgvuldig nageleefd.

3.1.3 VERSTERKEN VEERKRACHT ECOLOGIE Het beheer van openbaar groen in gemeente Terschelling is volledig gericht op een gezonde, toekomstbestendige leefomgeving, waarbij ecologische principes worden meegenomen in het beheer. Dit houdt in dat gras-, oever- en kruidenbegroeiing waar mogelijk in de winter deels blijft overstaan, zodat ongewervelden hierin hun volledige levenscyclus kunnen voltooien. Een belangrijk deel van de beplanting bestaat uit inheemse soorten, wat bijdraagt aan een gezond en veerkrachtig ecosysteem dat goed aangepast is aan de lokale omstandigheden. Planten die goed gedijen in de zoute lucht en bestand zijn tegen de harde wind, vormen de basis van een sterk en gezond ecosysteem op Terschelling. DOELSTELLINGEN

•

Alle groentypen worden op ecologische wijze beheerd, met uitzondering van GROENBEHEERPLAN

• •

•

•

locaties waar recreatie, sport of een andere functie voorrang heeft, of waar dit voor de veiligheid van wegen en paden van belang is. De gemeentelijke beplanting bestaat voor 80% uit inheemse soorten. Er worden geen bomen en planten aangeplant die niet goed tegen droogte kunnen. Diversiteit verschillende groentypen wordt vergroot ten behoeve van ecologie en aantrekkelijkheid voor inwoners en recreanten. Ook bij bovenstaande doelstellingen geldt het principe: ecologisch waar mogelijk, functioneel waar nodig.

3.1.4 ROBUUSTE VERBINDINGEN De gemeente streeft ernaar het leefgebied voor diverse plant- en diersoorten verder te vergroten door het optimaliseren van het beheer en het realiseren van een ecologisch netwerk. Goede natuurlijke verbindingen tussen de duin-, polder- en kweldergebieden zijn van essentieel belang voor de soortenrijkdom op het eiland. Oevers langs watergangen leveren hier een belangrijk aandeel in. Onderdeel hiervan is ook het herstel van elzensingels, die niet alleen belangrijk zijn voor de biodiversiteit, maar ook een grote cultuurhistorische en beeldbepalende waarde hebben. Daarnaast wordt een TERSCHELLING

bomenstructuur vastgelegd om het beheer van de bomen op het eiland beter te plannen en duurzaam te houden. DOELSTELLINGEN

•

• •

Er wordt een bomenstructuur vastgesteld, met daarin het aandeel beschermwaardige bomen. Er wordt een ecologisch netwerk vastgesteld. Grasvegetaties in het buitengebied van gemeente Terschelling worden omgevormd naar kruidenrijk gras, tenzij veiligheid een rol speelt.

3.1.5 KWALITEIT GEMEENTELIJK GROEN De visie van gemeente Terschelling is te sturen op kwaliteit ten behoeve van de leefbaarheid van bewoners, bezoekers en ecologie. Om dit te waarborgen zullen beheerders worden meegenomen in de voorgaande ambities en doelen. Daarnaast zullen beheerders worden toegerust de maatregelen die in het volgende hoofdstuk zijn uitgewerkt te kunnen uitvoeren. DOELSTELLINGEN

•

Beheerders en aannemers ontvangen de benodigde kennis en middelen om de gestelde doelstellingen effectief te kunnen behalen.

Figuur 3-3: Boomstructuur in het centrum van Midsland

21

BEHEERSTRATEGIE HOOFDSTUK 4:

De beheerstrategie maakt een concrete vertaling van visie naar uitvoering: welke strategie wordt toegepast om aan doelstellingen in de visie te werken? Welke beheermaatregelen horen daarbij, en welke kosten brengt dat met zich mee?

22

Een belangrijk uitgangspunt is hierbij: Ecologisch waar mogelijk, functioneel waar nodig.

GROENBEHEERPLAN

4.1 BEHEERSTRATEGIE Om toe te werken naar de visie, ambities en doelstellingen uit hoofdstuk 3 is een vertaling gemaakt naar een beheerstrategie. Per groentype is een zogenaamd ‘paspoort’ opgesteld dat als praktische leidraad dient voor de uitvoering en financiëel inzicht geeft voor het beheer. De volgende groentypen worden onderscheiden: • • • • • • •

Bos Bomen Houtsingels Gras- en kruidachtigen Korte grasvegetaties Duin- en slikgebieden Vaste planten, hagen en heesters

Een aantal van de groentypen worden uitgesplitst in subtypen. De subtypen hebben eigen beheermaatregelen. Op kaart 3 & 4 zijn uitsnedes te zien van de groentypenkaart met subtypen van West-Terschelling en Midsland. Voor overig gebied zijn de subtypen niet op kaart in deze rapportage opgenomen, maar wel zichtbaar in de digitale kaart. Op kaart 1 (h2) is tevens een kaart met hoofdgroentypen van heel gemeente Terschelling te zien.

TERSCHELLING

In elk beheerpaspoort wordt informatie gegeven over functie en doelstellingen vanuit de visie die voor het desbetreffende groentype gelden. Naast de doelstellingen is een beheerstrategie beschreven. Dit zijn concrete handreikingen om de gestelde doelstellingen te kunnen behalen. Vervolgens worden randvoorwaarden en beheermaatregelen gespecificeerd. Daarnaast worden, indien van toepassing, streefsoorten gegeven. Dit zijn bomen of planten die in geval van aanplant of vervanging kunnen worden toegepast, en goed aansluiten op de visie en ambities van de gemeente, óf soorten die door ecologisch te beheren habitat vinden in de groentypen. In bijlage 2 is een overzicht van geschikte beplanting opgenomen met eigenschappen en groeiplaatseisen. Verder wordt er een paragraaf gewijd aan het omvormen (4.2) van groenvakken naar meer esthetische, ecologische of duurzamere groenvakken. Ook worden overige maatregelen (4.3) beschreven die nodig zijn buiten het standaard beheer en onderhoud, zodat de ambities en doelstellingen behaald worden.

4.1.2 ECOLOGISCH BEHEER Zoals in de visie duidelijk wordt, zal het beheer van gemeentegroen met dit plan meer vanuit een ecologisch oogpunt vorm krijgen. Ecologisch beheer betekent beheren op zo’n manier dat flora- en faunasoorten er zo min mogelijk schade van ondervinden en voldoende ruimte en tijd krijgen om zich te herstellen en volgende generaties voort te brengen. Uitgangspunt hiervoor is: ecologisch waar het kan en functioneel waar het moet! In de praktijk betekent dit het volgende: • Er wordt niet meer vastgehouden aan de tot nu toe op Terschelling beoogde beeldmeetlatten zoals strakgeschoffelde boomspiegels, kortgemaaide bermen en uitgeharkte heestervakken zonder gevallen blad. • Er wordt waar mogelijk gefaseerd beheerd. Dit houdt in dat, waar mogelijk, delen van de begroeiing kunnen blijven staan gedurende een half jaar, een jaar of meerdere jaren. Dit biedt vogels, kleine zoogdieren, amfibieën en reptielen schuil- en foerageergelegenheid en zorgt ervoor dat ongewervelde dieren kunnen overwinteren, hun cyclus kunnen voltooien en het opvolgende jaar nieuwe generaties kunnen voortbrengen.

23

•

Spontane vestiging van inheemse (Terschellinger) soorten is welkom.

Dit alles zorgt voor een gezond en toekomstbestendig leefklimaat. Voor het maaibeheer dat nu met de klepelmaaier wordt uitgevoerd, wordt een zogenaamde ‘‘Ecochopper’’ ingezet. Dit is een schijvenmaaier met ingebouwde hakselaar. De Ecochopper heeft in tegenstelling tot de klepelmaaier geen zuigende werking. Hierdoor blijven zaden en insecten vaker ongemoeid.

4.1.3 KWALITEITSBORGING Volgens deze strategie wordt er niet meer gewerkt met de beeldmeetlatten zoals gesteld door CROW. De beelden en bijbehorende maatregelen die in de beeldkwaliteit van CROW worden gehanteerd staan ver af van de beoogde streefbeelden voor de toekomst voor gemeente Terschelling. De visie van gemeente Terschelling is niet te sturen op beeldkwaliteit, maar op kwaliteit ten behoeve van de leefbaarheid van bewoners, bezoekers en ecologie. De kwaliteit wordt in dit plan geborgd door structureel schouw en onderhoud uit te voeren. Naast het beheer en onderhoud dat in dit hoofdstuk in de paspoorten per type staan beschreven, moet er in de dorpskernen een frequente schouw plaatsvinden. Hier komt eventueel extra beheer en onderhoud uit naar voren dat ervoor moet zorgen dat het groen in de dorpskernen ‘schoon, heel en veilig’ is. De schouw wordt uitgevoerd door de hovenier, in afstemming met de groenbeheerder. DAGELIJKSE SCHOUW ZOMERMAANDEN

Tijdens de zomermaanden, wanneer veel toeristen naar het eiland trekken wordt dagelijks een schouw gedaan langs toeristische routes. Daarnaast wordt door de

24

contractpartner die verantwoordelijk is voor het legen van de afvalbakken, de directe omgeving gecontroleerd. Hierbij worden de volgende aspecten meegenomen: • Zwerfvuil rapen, prullenbakken legen • Evt gevaarlijke situaties worden verholpen MAANDELIJKSE SCHOUW

Tijdens de maandelijkse schouw worden alle groenvakken in de dorpskernen bekeken. De volgende aspecten worden hierbij in ieder geval meegenomen: • Zwerfvuil • Overlast begroeiing en beplanting (buiten daarvoor bestemd vak) - overhangend gras/ kruiden/takken, blad, dood hout, etc. • Oneigenlijk gebruik - parkeren, groenafvaldump, toegeëigend als tuin, etc. • Beschadiging van grasvegetatie brandplekken, open plekken in gazon, etc. • Uitval beplanting Resultaat Als resultaat van de schouw komt een actielijst met acute (gericht op schoon en veilig) en minder acute acties (gericht op heel). De acute acties dienen dezelfde maand te worden aangepakt, voor de overige acties moet een planning worden gemaakt.

GROENBEHEERPLAN

4.1.4 VERKEERSBEGELEIDEND GROEN Vegetatie langs wegen mag de verkeersstromen niet belemmeren of voor gevaarlijke situaties zorgen. Hoge vegetatie direct aan kruispunten kan weggebruikers het zicht ontnemen op andere weggebruikers. Overhangend gras en kruiden op wegen en fietspaden kunnen weggebruikers belemmeren en vormen een risico voor de verkeersveiligheid. Bij het beheer en onderhoud van gemeentelijke eigendommen wordt hiermee rekening gehouden. Vegetatie van derden kan echter ook over de perceelgrenzen heen groeien. In zulke gevallen moet de gemeente actie ondernemen door de desbetreffende eigenaar aan te spreken of schriftelijk te verzoeken de vegetatie te beheren. 4.1.5 RANDVOORWAARDEN TIJDENS BEHEER EN ONDERHOUD Tijdens het beheer en onderhoud moet men zich aan een aantal randvoorwaardelijkheden houden. Er zijn algemene randvoorwaarden die bij al het beheer en bij elk groentype van toepassing zijn. Echter zijn er ook groentypespecifieke randvoorwaarden. Deze zullen in de paspoorten bij het desbetreffende groentype worden beschreven.

ALGEMENE RANDVOORWAARDEN GELDEND VOOR ALLE GROEN TYPEN •

Werken conform een gedragscode

•

Gefaseerd werken in ruimte en tijd tijdens het beheer en onderhoud

•

Bodemverstoring beperken door (waar mogelijk) inzet van licht materieel

•

Werken met accu gereedschap

•

Vigerend gemeentelijk beleid in acht nemen

•

Geen chemische middelen toepassen

•

Ecologisch beheer toepassen, geen onnodige verstoring of ingrepen

•

De klepelmaaier wordt alleen nog ingezet voor vegetaties ouder dan 2 jaar (ruigtes).

•

Voor elke maaibeurt dient zwerfvuil geruimd te worden

•

Verkeersbegeleidend groen dient veilig te zijn. Jaarlijks onderhoud en schouw is hiervoor noodzakelijk Figuur 4-1: Monocultuur van zwarte dennen op Terschelling

TERSCHELLING

25

KAART 3: UITSNEDE GROENTYPENKAART WEST-TERSCHELLING

26

GROENBEHEERPLAN

KAART 4: UITSNEDE GROENTYPENKAART MIDSLAND

TERSCHELLING

27

BEHEERPASPOORT BOS KERNGEGEVENS TYPE

HOEVEELHEID

PERCELEN

BOS BEGRAAFPLAATS

2 ha

1

BOS

8 ha

28

FUNCTIE Bos is een belangrijke drager van landschappelijke en groene kwaliteit van gemeentelijk groen, vooral in West-Terschelling waar het meeste bos van de gemeente voorkomt. Bos levert een flink aandeel in ecosysteemdiensten, zoals het geven van verkoeling, zuivering van lucht en regenwater, demping van piekbuien, verbeteren van gezondheid van mensen en het vastleggen van koolstof. Voor veel algemeen voorkomende dieren en plantensoorten zijn de bossen een belangrijk leefgebied. Enkele zeldzame en bedreigde soorten vinden hier een geschikt biotoop. Als infiltratiegebied spelen de bossen op een groter schaalniveau een rol. Daarnaast heeft bos een belangrijke recreatieve waarde voor de omgeving, veel bos van de gemeente is toegankelijk voor wandelaars en/of fietsers.

DOELSTELLINGEN VISIE

BEHEERSTRATEGIE

•

Bestaand bos blijft behouden.

▪

Éen soort mag niet meer dan 50% aandeel vertegenwoordigen.

•

Diversiteit in verschillende groentypen wordt vergroot ten behoeve van ecologie en aantrekkelijkheid voor recreatie.

▪

Dunnen t.b.v. het vergroten van de structuur en variatie in lichte versus donkere plekken

▪

Bij dunning of snoei, dood hout laten liggen

▪

Het aandeel loofbomen in bossen vergroten tot >40% voor meer variatie in soorten en hoogtes.

▪

Boomveiligheid op paden langs en door bossen waarborgen door structureel controles en onderhoud uit te voeren.

•

28 Duinbos

De bomen op het eiland zijn veilig voor haar inwoners en bezoekers.

GROENBEHEERPLAN

RANDVOORWAARDEN

BEHEERMAATREGELEN BOS

STREEFSOORTEN

Zaailingen actief bestrijden die niet binnen de gewenste beplantingssoorten vallen (exoten).

•

Dunnen bos

BOOMSOORTEN

•

Afzetten struiken en heesters

Ruwe berk (Betula pendula) Zomereik (Quercus robur)

Voorrang verlenen aan gewenste soorten, door middel van dunning toekomstbomen.

▪

Takken op rillen leggen

•

▪

Snoei randen bos

Grove den (Pinus sylvestris)

•

Gebruik maken van het doel sortiment bij aanplant.

▪

Verwijderen zwerfvuil

Iep soorten (Ulmus spec)

▪

Maaien rand plantvak en storingskruiden

Zwarte populier (Populus nigra)

•

Plant uitsluiten autochtoon materiaal aan.

▪

Verwijderen invasieve exoten

•

Laat zoveel mogelijk van de vrijgekomen grondstoffen achter na beheer en onderhoud.

▪

Verwijderen ongewenste soorten

•

• •

STRUIKSOORTEN

Meidoorn (Crateugus monogyna)

BEHEERMAATREGELEN BEGRAAFPLAATS

Duindoorn (Hippophea rhamnoides)

Ten minste buiten de kroonprojectie van de boom blijven met machines.

•

Paden aanvullen met houtsnippers

Wegedoorn (Rhamnus cathartica)

•

Maaien van onkruid

Egelantier (Rosa rubiginosa)

Snoeihout op takkenrillen verwerken.

▪

Verwijderen onkruid tussen split

Hondsroos (Rosa canina)

▪

Esdoorns verwijderen

Gewone vlier (Sambucus nigra)

▪

Afsteken grasrand rondom stenen

Dauwbraam (Rubus ceasius)

▪

Witte stenen schoonmaken

TERSCHELLING

29

BEHEERPASPOORT BOMEN KERNGEGEVENS TYPE

HOEVEELHEID

BOMEN

3519 stuks

FUNCTIE Bomen zijn van onschatbare waarde in onze leefomgeving. Ze produceren zuurstof, slaan koolstof op, vormen voor verschillende diersoorten een veilige habitat, helpen bij het verstevigen van de bodem, houden water vast, geven schaduw op wegen en huizen en helpen bij het verkoelen van de omgeving.

30 Bomen in berm Duinbos

DOELSTELLINGEN VISIE

BEHEERSTRATEGIE

•

40% van de wegen en paden in dorpskernen liggen in de schaduw door bomen.

•

•

Er wordt een bomenstructuur vastgesteld. •

In dorpskernen bomen aanplanten om groen(structuur) terug te brengen en te vergroten, minstenst 50 bomen per jaar aanplanten. Indien nodig in participatie met bewoners. Bij uitval van een boom, deze herplanten.

•

Lijst/kaart met beschermwaardige bomen in de openbare ruimte hanteren.

•

Er worden geen bomen en planten aangeplant die niet goed tegen droogte kunnen.

•

Toepassen van inheemse soorten die aansluiten bij het karakter van Terschelling.

•

De bomen op het eiland zijn veilig voor haar inwoners en bezoekers.

•

Boomveiligheid op paden langs en door bossen waarborgen door structureel controles en onderhoud uit te voeren.

•

Boom met iepziekte moet binnen drie weken worden gekapt om verdere besmetting te voorkomen. GROENBEHEERPLAN

RANDVOORWAARDEN •

Beschermen van de groeiplaats en waar nodig verbeteren.

•

Gebruik maken van het doel sortiment bij aanplant.

•

BEHEERMAATREGELEN

STREEFSOORTEN

•

Boomveiligheidscontrole (VTA)

Zwarte els (Alnus glutinosa)

•

Verzorgingssnoei, inclusief versnipperen hoogwerker

Ruwe berk (Betula pebdula)

•

Begeleidingssnoei

Plant uitsluiten autochtoon materiaal aan.

•

•

Ten minste buiten de kroonprojectie van de boom blijven met machines.

Overige snoei (knotten, waterlotsnoei etc.)

•

Aanplanten bomen minimaal maat 12-14, standaard maat 18-20

•

Ten minste elke drie jaar vindt er een controle en onderhoud plaats aan de bomen.

•

Nazorg aanplant, watergeven

•

Nazorg aanplant overig (boompalen, gietranden verwijderen)

•

Boom met iepziekte moet binnen 3 weken worden gekapt om verdere besmetting te voorkomen.

•

Uitsluitend kandelaberen wanneer dit uit een VTA-controle wordt voorgeschreven.

TERSCHELLING

Grove den (Pinus sylvestris) Zomereik (Quercus robur) Linde diverse soorten (Tillia spec) Iep diverse soorten (Ulmus spec) Wilgen diverse soorten (Salix spec)

31

BEHEERPASPOORT HOUTSINGELS KERNGEGEVENS TYPE

HOEVEELHEID

PERCELEN

WIJZEGING IN BEHEER

HOUTSINGEL

5 hectare

123

Maaibeheer minder oppervlakte omdat deels overblijft staan

HOOFDWEGBERM MET HOUTSINGEL

1 hectare

24

FUNCTIE Een houtsingel heeft een veelzijdige functie in het landschap. Ecologisch gezien biedt de singel leefruimte en bescherming voor verschillende dieren zoals vogels, kleine zoogdieren en insecten, en verbindt de singel natuurgebieden. Dat helpt bij het vergroten van de biodiversiteit. Daarnaast voorkomt een houtsingel erosie, biedt de singel bescherming tegen de wind en helpt de singel de waterhuishouding te reguleren. Landschappelijk zorgt een houtsingel voor structuur door bijvoorbeeld landbouwpercelen te scheiden, en het draagt de singel bij aan het behoud van het traditionele landschap. Visueel zorgt een singel voor variatie in kleuren en seizoensgebonden afwisseling.

DOELSTELLINGEN VISIE

BEHEERSTRATEGIE

•

•

Behoud van huidige structuren van houtsingels.

•

Onderzoek doen naar locaties om nieuwe houtsingels aan te planten ten behoeve van de functies die ze vertegenwoordigen.

Diversiteit verschillende groentypen wordt vergroot ten behoeve van ecologie en aantrekkelijkheid voor recreatie.

•

Vergroten diversiteit soorten

•

Gaten in structuren aanhelen

Alle groentypen worden op ecologische wijze beheerd

•

Extensief beheer van kruidenrijke grasstroken langs houtsingels.

•

•

32 Houtsingel Duinbos

Er wordt een ecologisch netwerk vastgesteld.

GROENBEHEERPLAN

RANDVOORWAARDEN

BEHEERMAATREGELEN

STREEFSOORTEN

Zaailingen actief bestrijden die niet binnen de gewenste beplantingsoorten vallen (exoten).

•

Afzetten struiken en heesters

BOOMSOORTEN

•

Takken op rillen leggen

Gewone vogelkers (Prunus padus)

•

Snoei randen

Grauwe wilg (Salix cinerea)

•

Voorrang verlenen aan gewenste soorten, door middel van toekomstbomen dunning.

•

Verwijderen zwerfvuil

Grove den (Pinus sylvestris)

•

Gebruik maken van het doel sortiment bij aanplant.

•

Maaien rand plantvak en storingskruiden

Ruwe berk (Betula pendula)

•

Maaien rand plantvak (machinaal)

Zoete kers (Prunus avium)

•

Beschermen van de groeiplaats en waar nodig verbeteren.

•

Verwijderen invasieve exoten

Zwarte els (Alnus glutinosa)

•

Verwijderen ongewenste soorten

•

Maaien en afvoeren.

•

Laat bij elke maaironde 15 – 30% vegetatie ongemoeid.

•

Plant uitsluiten autochtoon materiaal aan.

Eenstijlige meidoorn (Crateugus monogyna)

•

Ten minste buiten de kroonprojectie van de boom blijven met machines.

Gaspeldoorn (Ulex europaeus)

Snoeihout op takkenrillen verwerken.

Gewone vlier (Sambuus nigra)

•

•

STRUIKSOORTEN

Brem (Cytisus scoparius) Duindoorn (Hippophea rhamnoides)

Gewone liguster (Ligustrum vulgare) Hulst (Ilex aquifolium) Inheemse rozensoorten (Rosa spec) Jeneverbes (Juniperus communis) Kardinaalsmuts Euonymus europaeus Wegedoorn (Rhamnus cathartica) Wilde Gagel (Myrica gale) Zuurbes (Berberis vulgaris)

TERSCHELLING

33

BEHEERPASPOORT GRAS- EN KRUIDACHTIGEN KERNGEGEVENS

Oever

TYPE

HOEVEELHEID

PERCELEN

WIJZEGING IN BEHEER

GRAS BEBOUWDE KOM

8 hectare

339

Maaibeheer minder frequent

BERM HOOFDWEG

5 hectare

329

BERM POLDERGEBIED

25 hectare

443

Maaibeheer minder frequent

OEVERS

1.7 hectare

169

Gefaseerd maaibeheer

OVERIG (AGRARISCH)

4,1 hectare

13

FUNCTIE

Gras bebouiwde kom

Een gras- en kruidenvegetatie biedt esthetische waarde langs wegen en in dorpen. Door hun langgerekte vorm kunnen bermen een belangrijke rol spelen in het verbinden van verschillende natuurgebieden. ecologische voordelen, temperatuurregulatie, wateropname en geluidsdemping, waardoor het bijdraagt aan een aantrekkelijke en functionele buitenruimte.

DOELSTELLINGEN VISIE

BEHEERSTRATEGIE

•

•

Van de bermen in het buitengebied wordt jaarlijks gefaseerd 50% gemaaid.

•

Oevervegetatie jaarlijks 50% maaien waar dit geen belemmering vormt voor de water doorvoer.

•

Bij grasvegetaties binnen de bebouwde kom wordt 50% 2x per jaar gemaaid t.b.v. behoud van functionaliteit en veiligheid. De overige 50% wordt 1x per jaar voor de helft gemaaid.

•

Langs de hoofdweg wordt jaarlijks langs fietspaden en bij verruigde delen 2x gemaaid. Van de overige delen wordt 50% gemaaid.

Groen in dorpskernen is heel en schoon en ▪ veilig

Geslotenheid grasvegetaties in dorpskernen is minimaal 80%,

•

• Berm poldergebied

•

34 Houtsingel Duinbos Berm hoofdweg

Alle groentypen worden op ecologische wijze beheerd. Grasvegetaties in het buitengebied van gemeente Terschelling worden omgevormd naar kruidenrijk gras, tenzij veiligheid een rol speelt. In dorpskernen wordt het areaal kruidenrijk gras verhoogd.

▪

Langs hoofdwegen en wegen en paden in GROENBEHEERPLAN dorpskernen worden overhangende planten van >50 cm verwijderd.

RANDVOORWAARDEN

BEHEERMAATREGELEN

STREEFSOORTEN

•

Niet klepelen.

•

Opruimen zwerfvuil

Boterbloem (Ranculus acris)

•

Maaien en afvoeren.

•

Laat bij elke maaironde 50% vegetatie ongemoeid.

Gefaseerd maaien en afvoeren rietvegetatie (Maaizuig combinatie incl bijmaaien objecten)

Gele morgenster (Tragopogon pratensis)

• •

Maai jaarlijks op dezelfde tijdstippen voor een stabiele bloemrijke vegetatie.

Knoopkruid (Centaurea jacea)

•

Bij maaien rondom bomen dient de maaimachine ter voorkoming van maaischade minstens 50 cm uit de stam van de boom te blijven.

Gefaseerd maaien en afvoeren berm 4m breed (Maaizuig combinatie incl bijmaaien objecten)

•

Niet maaien bij te natte omstandigheden (ter voorkoming van spoorvorming of versleping van de toplaag).

•

Plant uitsluiten biologisch en inheems, autochtoon materiaal aan.

TERSCHELLING

•

Gewone brunel (Prunella vulgaris) Grote ratelaar (Rhinanthus angustifolius) Magriet (Leucanthemum vulgare) Rode klaver (Trifolium pratense) Smalle weegbree (Plantago lanceolata) Wilde peen (Daucus carota)

35

BEHEERPASPOORT KORTE GRASVEGETATIES KERNGEGEVENS TYPE

HOEVEELHEID

PERCELEN

RECREATIEVELD

2.0 hectare

13

OUDE BEGRAAFPLAATS

0.3 hectare

1

SPORTVELD

2.9 hectare

3

FUNCTIE Een sportveld is een open ruimte, meestal buiten, die speciaal is aangelegd en ingericht voor het beoefenen van sportactiviteiten. De functie van een sportveld is om een veilige en geschikte omgeving te bieden waar sporters kunnen trainen, spelen en wedstrijden houden. Speelvelden zijn gazons in een dorpskern waar gerecreëerd kan worden. Denk aan spelen en picknicken. Hier moet gras kort worden gehouden.

DOELSTELLINGEN VISIE •

36 Sportveld Duinbos

BEHEERSTRATEGIE

Groen in dorpskernen is heel en schoon en ▪ veilig.

Geslotenheid korte grasvegetaties is minimaal 90%. Bij sportvelden is dit 100%.

•

Behouden van sport en recreatie functie door regulier onderhoud uit te voeren. Bij sportvelden robotmaaier inzetten.

•

Verhogen belevingswaarde in speeltuinen en recreatievelden door waar dit de speel- of recratiefunctie niet in de weg zit een klein oppervlak grasvegetatie in te zaaien met een kruidenrijk mengsel en ‘s winters te laten overstaan.

▪

Zwerfvuil wordt in de zomermaanden dagelijks verwijderd, daarbuiten tenminste eens per 4 weken. GROENBEHEERPLAN

RANDVOORWAARDEN •

•

•

Bij maaien rondom bomen dient de maaimachine ter voorkoming van maaischade minstens 50 cm uit de stam van de boom te blijven.

•

Maaien

•

Snijden van graskanten met motergraskantensnijder

•

Bijmaaien rand van gazon met bosmaaier

Ter voorkoming van spoorvorming dient maaimachine te zijn voorzien van druk verdelende banden.

•

Bijmaaien rond obstakels

•

bladblazen en ruimen

•

herstel grasmat

•

Vuilruimen handmatig

Niet maaien bij te natte omstandigheden (ter voorkoming van spoorvorming of versleping van de toplaag).

• Naleven van de onderhoudsafspraken die met de sportverenigingen zijn gemaakt

TERSCHELLING

BEHEERMAATREGELEN SPORT

BEHEERMAATREGELEN RECREATIEVELD

BEHEERMAATREGELEN OUDE BEGRAAFPLAATS •

Onkruid verwijderen paden

•

Maaien van gras met bosmaaier

•

Exoten (hemelboom) verwijderen

•

Heesters gefaseerd uitdunnen

•

Schoonmaken graven

• • • • • • • • • • •

Dressen achterlosser Herstel bespelingsschade Herstellen doelgebieden handmatig Inrichten speelveld voetbal Maaien cirkelmaaier Onderhoud kooimaaier Rollen Slepen Vegen + verzamelen blad Vegen + verzamelen gras Verticuteren

37

BEHEERPASPOORT DUIN EN SLIK KERNGEGEVENS TYPE

HOEVEELHEID

PERCELEN

DUIN

13,3 hectare

87

SLIK

2,3 hectare

1

FUNCTIE De duinen en slikken (droogvallende plaat) op Terschelling vervullen essentiële ecologische en fysieke functies. De duinen bieden een leefgebied voor kustplanten zoals helmgras, dat het zand vasthoudt en de duinen stabiliseert. De slikken zijn voedselrijk en vormen een belangrijk foerageergebied voor trekvogels en andere dieren. Deze gebieden zijn cruciaal voor de biodiversiteit en bieden onderdak aan zeldzame soorten zoals de blauwe kiekendief. Daarnaast beschermen de duinen het eiland tegen overstromingen door als barrière te fungeren, terwijl de slikken helpen overtollig water op te slaan. Ook hebben de duinen en slikken een grote landschappelijke en recreatieve waarde, met mogelijkheden voor wandelen, fietsen en vogels spotten.

Duinen

38 Slik Watergang Duinbos

DOELSTELLINGEN VISIE

BEHEERSTRATEGIE

• •

•

Maximaal 20% van duinen is begroeid met bomen, er is minimaal 70% open duin, bestaande uit grassen, kruiden, mossen en open zand.

•

Opschot van overmatige groei van bomen en en struiken en ongewenste soorten (specifiek Amerikaanse vogelkers) worden eens in de 5 jaar verwijderd.

Bestaand duin en slik blijft behouden. Duingebied wordt open gehouden, verruiging voorkomen.

GROENBEHEERPLAN

BEHEERMAATREGELEN

RANDVOORWAARDEN •

Zaailingen actief bestrijden die niet binnen de gewenste beplantingsoorten vallen (exoten).

• • • •

Opruimen zwerfvuil Verwijderen ongewenste soorten Open plekken maken, 3x3m Verjonging Dennen, eiken, Amerikaanse vogelkers verwijderen

STREEFSOORTEN Duindoorn (Hippophae rhamnoides) Parnassia (Parnassia palustris) Gewone brunel (Prunella vulgaris) Ruige anjer (Dianthus armeria) Walstro (Galium verum) Rode ogentroost (Odontites vernus) Echt duizendguldenkruid (Centaurium erythraea) Gewone rolklaver (Lotus corniculatus) Klein vogelpootje (Ornithopus perpusillus) Kruipwilg (Salix repens) Zandzegge (Carex arenaria)

TERSCHELLING

39

BEHEERPASPOORT

VASTE PLANTEN, HAGEN EN HEESTERS KERNGEGEVENS

Vaste planten

TYPE

HOEVEELHEID

PERCELEN

HAGEN

1000 m1

45

HEESTERS

0.4 hectare

54

VASTE PLANTEN

0.4 hectare

70

FUNCTIE Vaste planten, hagen en heesters vervullen samen belangrijke functies in de gemeente. Vaste planten bieden kleur en bodembedekking en trekken insecten aan, wat de biodiversiteit versterkt. Ecologische beplanting, met inheemse soorten, draagt bij aan een gezond ecosysteem en is goed aangepast aan lokale omstandigheden. Heesters zorgen voor natuurlijke afscheiding en windbescherming, terwijl hagen privacy bieden, grenzen markeren en wind en geluid dempen. Samen creëren ze een functionele, esthetische en ecologisch waardevolle omgeving.

BEHEERSTRATEGIE

•

•

30% van de vakken met vaste planten in de komende drie jaar omvormen naar 80% inheemse beplanting.

•

Over 10 jaar bestaan alle plantvakken uit 80% inheemse soorten die een bijdrage leveren aan de biodiversiteit.

•

Er wordt geen rimpelroos meer aangeplant.

•

Haag

40 Heesters Duinbos

DOELSTELLINGEN VISIE Alle groentypen worden op ecologische wijze beheerd. De gemeentelijke beplanting bestaat voor 80% uit inheemse soorten.

•

Groen in dorpskernen is heel en schoon en • veilig.

Bij uitval van planten, heesters of delen van hagen worden deze ingeboet in het plantseizoen.

•

Oppervlak verharde openbare ruimte neemt in de dorpskernen met tenminste 5% af ten behoeve van klimaatadaptatie.

Onderzoek doen naar mogelijke locaties waar verharding kan worden omgevormd naar vaste planten in de komende drie jaar.

•

GROENBEHEERPLAN

RANDVOORWAARDEN

BEHEERMAATREGELEN

SOORTENLIJST AANPLANT

•

Plant uitsluitend biologisch en inheems, autochtoon materiaal aan.

•

Inboet

BODEMBEDEKKERS

•

knippen haag met electr. heggeschaar

Beemdooievaarsbek (Geranium pratense)

•

Beplanting moet 80% gesloten zijn.

•

opruimen

Brandkruid (Phlomis russeliana)

•

Geen rimpelroos (Rosa rugosa) aanplanten

•

opruimen zwerfvuil

Grote tijm (Thymus pulegioides)

•

Ecologisch waar het kan en functioneel waar het moet

Voorjaarsschoonmaak, uitharken en verzamelen vuil en blad

kruipend zenegroen (Ajuga reptans)

•

•

Afknippen vaste planten

Kleine en grote maagdenpalm (Vinca minor en major)

•

Inboet vast planten

Goudaardbei (Waldsteinia ternata)

•

Inboet heester

•

snoeien langs paden

LAGE VASTE PLANTEN

•

verzamelen en laden takhout

Beemdkroon (Knautia arvensis)

•

wintersnoei onged. heesters

Beenbreek (Narthecium ossifragum)

•

zomersnoei heesters

Bieslook (Allium schoenoprasum) Bochtige smele (Avenella flexuosa) Steenanjer (Dianthus deltoides) Duizenblad (Achillea millefolium) Gewone dophei (Erica tetralix) Kleine tijm (Thymus serpyllum) Kattenkruid (Nepeta) Salie (Salvia nemerosa) Struikheide (Calluna vulgaris)

TERSCHELLING

41

SOORTENLIJST AANPLANT

SOORTENLIJST AANPLANT

HOGE VASTE PLANTEN

HEESTERS

Dagkoekoeksbloem (Silene dioica)

Brem (Cytisus scoparius)

Echte guldenroede (Solidago virgaurea)

Diverse inheemse rozensoorten

Echte valeriaan (Valleriana officinalis)

Duindoorn (Hippophea rhamnoides)

Grote kattenstaart (Lythrum salicaria)

Gewone vogelkers (Prunus padus)

Grote veldbies (Luzula sylvatica)

Kardinaalsmuts (Euonymus europaeus)

Herfstaster (Aster)

Kornoelje (Cornus sanguinea)

Koningenrkuid (Eupatorium cannabinum)

Krenteboompje (Amelanchier lamarckii)

Lange ereprijs (Veronica longifolia)

Meidoorn (Crateugus monogyna)

Lampenpoester (Liatris spicata)

Wilde gagel (Myrica gale)

Prachtkaars (Gaura lindheimeri)

Zuurbes (Berberis vulgaris)

Prachtklokje (Campanula perscicifolia) Vingerhoedskruid (Digitalis) Zonnehoed (Echinacea) Zwarte toorts (Verbascum nigrum)

SOORTENLIJST AANPLANT HAAG

Meidoorn (Crateugus monogyna) Sleedoorn (prunus spinosa) Veldesdoorn (acer campestre) Wilde liguster (ligustrum vulgare)

Figuur 4-2: Een plantvak met achterstallig onderhoud in Terschelling-West

42

GROENBEHEERPLAN

4.2 OMVORMING Er zijn in de dorpskernen plantvakken met achterstallig onderhoud. Tegerlijkertijd passen de soorten die er nu in staan niet meer bij de huidige visie. Er ligt dus een kans om de vakken om te vormen en direct te werken aan een duurzame en biodiverse invulling van die vakken. Voor het ecologisch inrichten van een plantvak is gelaagdheid nodig. De gelaagdheid kan bestaan uit: • Open zand • Mos • Bodembedekkers • Grassen (lage en hoge) • Kruiden (lage en hoge) • Struiken (lage en hoge) • Bomen (verschillende grootte)

worden gehouden met kosten van €42 euro voor het omvormen van een m² plantvak. De om te vormen vakken beslaan ongeveer 2700 m². De omvorming zal rond €113 000 kosten. Dit kan gefaseerd in vijf jaar worden uitgevoerd, waardoor de kosten per jaar €22 600 zal bedragen. Mogelijke locaties voor omvorming zijn te zien in de kansenkaarten op de volgende pagina’s.

Het omvormen van plantvakken brengt kosten met zich mee. Maar de voordelen kunnen groot zijn, onder meer doordat planten beter tegen droogte kunnen en minder onderhoud vragen. De soortenlijsten die bij het beheerpaspoort staan genoemd, kunnen goed dienen als nieuwe invulling voor een plantvak met inachtneming van de gelaagdheid. Algemeen kan rekening Figuur 4-3: Een plantvak welke meer ecologisch is ingericht TERSCHELLING

43

KAART 5: KANSENKAART GEMEENTE TERSCHELLING

44

GROENBEHEERPLAN

KAART 6: KANSENKAART UITSNEDE WEST-TERSCHELLING

TERSCHELLING

45

FINANCIËN HOOFDSTUK 5:

46 46

GROENBEHEERPLAN

5.1 INLEIDING In de voorgaande hoofdstukken is beschreven welke uitgangspunten er zijn voor het beheer. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de bijbehorende kosten en uren. Er is een onderscheid gemaakt in de werkzaamheden die door de eigen dienst worden uitgevoerd en de kosten die daarnaast worden gemaakt voor groenbeheer door uit te besteden werk en andere uitgaven. De werkzaamheden die door eigen dienst worden uitgevoerd zijn in uren weergegeven. Daarnaast wordt een overzicht gegeven van de uit te besteden werkzaamheden en te maken kosten. TRANSITIE FASE

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Terschelling&id=3dd14749-1dda-49ea-8e62-f32a74c48cd1