CConstaterende datTerschelling
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Terschelling

Raadsvergadering 2 oktober 2024, gemeente TerschellingBij agendapunt: (H) Integrale Waterveiligheidsstrategie21.514 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Waar van een primaire kering sprake is wordt dus aan de wettelijke eisen voor veiligheid voldaan door het (actief) meegroeien waardoor de eventuele versterkingsopgaves kleiner in omvang zijn en minder vaak voorkomen.

2.6.5

Maatregelen

Het verder stimuleren van het meegroeien van de kust met zeespiegelstijging vraagt ruimtebeslag (maar biedt ook ruimtelijke kwaliteit voor natuur en recreatie). Dit meegroeien kan gestimuleerd worden door het aanleggen van kerven dan wel door de aangroei van kwelders en voorlanden te stimuleren. In principe is het uitgangspunt dat het meegroeien geen of zo min mogelijk negatieve impact mag hebben op andere functies en dat de huidige waterveiligheid hierbij niet in het geding mag komen (zie Bijlage A). Hiervoor is beheer noodzakelijk. Voor het meegroeien van de zandige kust is het belangrijk dat Rijkswaterstaat haar suppletieprogramma blijft uitvoeren en daarmee zorgt voor voldoende zand in het systeem om meegroeien te faciliteren. De aanleg van kerven en het beheer is een taak voor de gebiedsbeheerder (het waterschap of Rijkswaterstaat bij primaire keringen en andere beheerders als bijvoorbeeld Staatsbosbeheer in buitendijks gebied). De gemeente zal m.b.t. het meegroeien van voorlanden een rol spelen bij de communicatie en eventuele aanpassing van het bestemmingsplan. Het waterschap en/of Rijkswaterstaat zal moeten beoordelen of de waterveiligheid in het geding komt. Onderscheid in kan worden gemaakt in: 

Kerven: Om het meegroeien van duinen te stimuleren is het nodig op deze locaties kerven aan te leggen en deze kerven actief te beheren. Dit beheren houdt in dat de overvloedige vegetatie verwijderd wordt, eventuele embryoduinen die voor de ingang van de kerf ontstaan verwijderd worden (zie Bijlage A) en wordt gemonitord of er geen zwakke plekken ontstaan. Vaak wordt hiervoor een deel van het bovenste duin afgegraven waardoor sediment het gebied in kan waaien.

PR4634.20 • april 2024

21

Voor het meegroeien van voorlanden is het nodig het overlopen van verhogingen in het landschap te stimuleren dan wel openingen te maken in deze verhogingen zodat het water bij hoogwater naar binnen kan stromen.

2.7

Afwegingskader voor de te kiezen ambitie

De keuze voor de ambities in het ruimtelijk beleid en versterking van natuurlijke processen is uiteindelijk een bestuurlijke afweging. Omdat het gaat om het ruimtelijk beleid op de Waddeneilanden ligt in eerste instantie bij de gemeentes zelf om de eigen ambities kenbaar te maken en vervolgens hierover in gesprek te gaan met de andere overheden en partners. De keuze heeft ook impact op de handelingsperspectieven van de veiligheidsregio’s, hoe groter de ruimte ambitie des te meer het mogelijk is dat de Waddeneilanden voor zichzelf kunnen zorgen bij een overstroming. Bij de keuze voor ambities zijn de volgende argumenten van belang: -

Wat zijn de kosten en baten. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt in de kosten per stakeholder (als de gemeente, de burgers, instellingen) en de maatschappelijke kosten (ongeacht wie ze draagt). In deze studie zijn de uitvoeringskosten niet geraamd, wel is kwalitatief benoemd wat de omvang van mogelijke maatregelen is op basis van het aantal objecten. De vermeden schade kan gezien worden als de baten.

-

De verantwoordelijkheden. Hoe worden de taken verdeeld en bij wie worden ze belegd. Denk hierbij aan de beleidsvorming, vergunningverlening en de handhaving en inspectie.

-

De uitvoerbaarheid. Het gaat er hierbij om wat ervoor nodig is om de ambitie te vertalen naar beleid en uitvoering voor een stakeholder. Ook is er voldoende capaciteit nodig om vergunningen te beoordelen en te handhaven.

-

De leefbaarheid op de eilanden. De kans op een overstroming kan niet worden uitgesloten. In geval van een dijkdoorbraak is de kans groot dat er ook op het vasteland grote schade zal zijn door overstromingen en de bijbehorende storm. In dat geval zal de hulp lastig op gang kunnen komen en zijn mensen enige tijd op zichzelf aangewezen. Anderzijds zijn de mensen die op de eilanden wonen ook gewend aan het wonen op de eilanden en hier trots op, hoewel dit natuurlijk niet opgaat voor de tijdens een overstroming aanwezige toeristen. De vraag is in welke mate de mensen de eilanden ook willen verlaten of bij willen dragen aan herstel.

Ook spelen lokale aspecten een rol als hoe de maatregelen passen bij de identiteit van het eiland en andere ruimtelijke aspecten. De centrale vraag is dus wat men ervoor over heeft om de leefbaarheid op de eilanden in geval van een hoogwater of overstroming te vergroten c.q. bij zeespiegelstijging op het huidige niveau te handhaven, en voor het buitendijkse gebied in welke mate men wil inzetten op natuurlijke processen of op ad hoc versterkingsmaatregelen en/of toekomstige aanpassing of verplaatsing van functies. Onderdeel van deze afweging is dus de acceptatie van risico en gevolgen.

PR4634.20 • april 2024

22

3

Beschermd gebied door primaire waterkeringen

3.1

Inleiding

We spreken over het binnendijkse deel van Terschelling voor het gebied dat wordt beschermd door primaire keringen. Er wordt onderscheid gemaakt in 2 dijktrajecten, de Noordzeezijde heeft een norm van 1/3000 per jaar. De Waddenzeezijde een norm van 1/1.000 per jaar. Dit komt door een verschil in verwachte mortaliteit bij een duin- of dijkdoorbraak. Voor beide trajecten is het Lokaal Individueel Risico maatgevend, niet de Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA).

Figuur 10 Normen voor primaire waterkeringen. De kleuren geven de maximaal toelaatbare overstromingskans (ondergrens) aan, zoals deze is gedefineerd in de Waterwet (afbeelding uit https://waterveiligheidsportaal.nl/).

Op Terschelling zijn binnendijks de objecten in kaart gebracht9 zoals die zijn beschreven in hoofdstuk 2. In Tabel 5 staat het totaal aantal objecten per sector. SECTOR GEBOUWDE OMGEVING EN RUIMTELIJKE ORDENING RECREATIE EN TOERISME NIET ZELFREDZAMEN AANLANDPUNT ENERGIE HULPDIENSTEN EN ONDERSTEUNING LEVENSMIDDELEN WATERHUISHOUDING DRINKWATER ENERGIE VEILIGHEID ICT&TELECOM LANDBOUW, TUINBOUW EN VISSERIJ GEZONDHEID INFRASTRUCTUUR

AANTAL OBJECTEN

1500 1329 28 2 4 4 47 0 28 0 3 26 8 4

Tabel 5 Aantal objecten per sector op Terschelling.

9 Deze objecten zijn opgenomen in een database die ook kan worden ontsloten via een viewer.

PR4634.20 • april 2024

23

3.2

Overstroombaar gebied

Bij de uitwerking van het overstroombaar gebied is onderscheid gemaakt in drie zichtjaren: huidig, 2050 en 2100. Bij de verschillende zichtjaren wordt rekening gehouden met zeespiegelstijging, ook wordt voor 2050 en 2100 verondersteld dat de waterkeringen exact aan de norm voldoen (de faalkans blijft dus gelijk). Dat betekent dat waterkeringen worden versterkt en zonodig ook maatregelen voor behoud van de kustlijn worden genomen. Wel zal de waterdiepte na een dijkdoorbraak toenemen. Voor de maximale waterdieptekaarten maken we gebruik van de basisgegevens op het LIWO10. Hierbij combineren we overstromingsscenario’s van verschillende doorbraaklocaties tot een dreigingsbeeld. We maken hierbij conform hoofdstuk 2.4.2 onderscheid in twee dreigingsbeelden: 1.

De waterdiepte in geval van een extreme overstroming (grofweg een 1/100.000pj gebeurtenis), als gevoeligheidsanalyse kijken we ook naar het dreigingsbeeld wat hoort bij de normsituaties (grofweg een 1/1.000pj gebeurtenis).

2.

De waterdiepte na een overstroming als de storm is gaan liggen en het getijde weer als normaal is. Voor de situatie ná een overstroming is het overstromingsbeeld ingeschat op basis van de hoogte van het gemiddeld astronomisch hoogtij. Voor de huidige situatie is het hoogtij NAP+1.05m wat in 2050 en 2100 toeneemt met resp. 47 en 121cm. In kaart is gebracht welk gebied binnendijks bij hoogtij dan nog overstroomd is en dus niet vrij kan afstromen. Dit gebied zal met pompen watervrij moeten worden gemaakt, hierbij wordt opgemerkt dat de reguliere ontwerpnorm van afvoercapaciteit van polders ongeveer 15mm/dag is.

De gebruikte overstromingsbeelden voor de norm en extreme situatie voor de verschillende zichtjaren zijn weergegeven in Figuur 11. Maximale waterdiepte bij dreigingsbeeld bij de norm

Maximale waterdiepte bij extreem dreigingsbeeld Heden

Dreigingsbeeld enkele dagen na een doorbraak

2050

2100

Figuur 11 Overstromingsbeelden voor het gebied beschermd door primaire waterkeringen verschillende zichtjaren en dreigingsbeelden.

10 https://basisinformatie-overstromingen.nl/#/maps

PR4634.20 • april 2024

24

3.3

Eisen aan objecten bij verschillende ambitieniveaus Terschelling

De ambitieniveaus moeten gezien worden als aanvullend op elkaar. Bij een hoger ambitieniveau worden aanvullende eisen gesteld aan de kwetsbaarheid van de ruimtelijke omgeving. In de komende paragrafen wordt ingegaan op de consequentie van verschillende ambitieniveaus voor een waterveiligheidsstrategie. Hierbij wordt steeds gekeken naar welke objecten getroffen worden. Afhankelijk van de invulling van de ambitie moet beleid/plannen gemaakt worden om de functie van deze objecten te behouden.

3.3.1

Schuilen & overleven (ambitieniveau 1)

Voldoende schuilplaatsen Bij ambitieniveau schuilen & overleven gaat het om voldoende schuilplaatsen tijdens een overstroming. Hierbij wordt als eis gesteld dat minimaal 1/3 van de woningen gegeven de maximale waterdiepte tijdens een overstroming een droge verdieping moet hebben. Een droge verdieping gaat ervan uit dat er géén water staat (0 cm en dus geen 20cm) op de begane grond of op een hogere verdieping waarbij een verdiepingshoogte van 2.65m is gehanteerd, conform LIWO). Het aantal bouwlagen is beschikbaar in de BAG. Bebouwde omgeving voor bewoners van Terschelling Tabel 6 geeft het percentage woningen en panden dat een droge verdieping heeft. Uit de tabel blijkt dat er in de huidige situatie voldoende schuilplaatsen zijn ook bij extreme overstromen. Bij extreme overstromingen in de toekomst nemen deze wel af, tot onder de grens van 1/3 van het areaal. Ná enkele dagen zullen de waterstanden afnemen en ontstaat de situatie ná een overstroming. In deze situatie is het water teruggetrokken en hebben bijna alle objecten een droge verdieping binnen de klasse gebouwde omgeving en recreatie & toerisme. Het is dus van belang om deze periode te kunnen overbruggen. Geconcludeerd is dan ook dat het na het jaar 2050 nodig is om extra schuilplaatsen te realiseren binnendijks.

Tegelijkertijd wordt geconstateerd dat er in buitendijks gebied wel veel schuilplaatsen zijn (meer dan 2/3 van het aantal gebouwen). Het areaal aan objecten buitendijks is ongeveer gelijk aan binnendijks, de buitendijkse gebieden kunnen dus ook worden benut maar dat vereist wel dat mensen zich over grotere afstanden verplaatsen. TERSCHELLING (1500 OBJECTEN) HUIDIGE SITUATIE 2050 2100

NORMSITUATIE

EXTREME SITUATIE

NÁ OVERSTROMING

76% 62% 49%

55% 45% 27%

100% 99% 96%

Tabel 6 Percentage objecten van gebouwde omgeving en ruimtelijke ordening dat een droge verdieping heeft.

Toeristen en recreatiewoningen Ook is gekeken naar de situatie waarbij toeristen op het eiland zijn (Tabel 7). In het hoogseizoen zijn alle bedden bezet, maar dit aantal is sterk seizoen afhankelijk. Deze toeristen zijn gestationeerd op recreatieterreinen, campings en in hotels. Tijdens het seizoen van overstromingen veronderstellen we dat weinig mensen kamperen. In het zichtjaar 2100 bij de extreme situatie heeft 2/3 de van recreatie & toerisme objecten binnendijks geen droge verdieping tijdens de piek van de overstroming. Hiermee wordt exact aan de gestelde eis van 1/3 van de objecten met een droge verdieping voldaan, het is echter wel zeer krap.

PR4634.20 • april 2024

25

Echter daar waar er voor woningen binnen- en buitendijks een gelijk areaal is aan objecten is het aantal buitendijkse recreatieobjecten kleiner. Geadviseerd wordt dan ook op termijn om extra schuilplaatsen voor toeristen te creëren. TERSCHELLING (2829 0BJECTEN) HUIDIGE SITUATIE 2050 2100

NORMSITUATIE

EXTREME SITUATIE

NÁ OVERSTROMING

70% 61% 50%

55% 46% 30%

100% 99% 93%

Tabel 7 Percentage objecten van gebouwde omgeving en ruimtelijke ordening + recreatie en toerisme dat een droge verdieping heeft.

Niet zelfredzamen, hulpverlening en energie aanlandpunt In Tabel 8 is het overzicht van het aantal objecten per sector opgenomen en hoeveel er overstromen. Er zijn 28 objecten geïdentificeerd als niet zelfredzamen, deze zijn allen kwetsbaar voor overstromingen. Dit zijn instellingen waar kwetsbare mensen wonen. Na de overstroming zal het water zakken als het vrij kan uitstromen naar zee, in 2100 is dat niet meer mogelijk voor 3 objecten. NÁ OVERSTR.

NORM

EXTREEM

NÁ OVERSTR.

NORM

EXTREEM

NÁ OVERSTR.

LEVENSMIDDELEN

EXTREEM

ENERGIE AANLANDPUNT HULPDIENSTEN

NORM

NIET ZELFREDZAMEN

# OBJ

AMBITIE1 SCHUILEN EN OVERLEVEN

16 0

14 0

9 0

0 0

14 0

13 0

3 0

14 0

13 0

2 0

3 0

2 0

1 0

0 0

3 0

2 0

1 0

3 0

3 0

0 0

Tabel 8 Objecten horende bij ambitie 1 en getroffen worden bij verschillende situaties (norm en extreem) en zichtjaren (huidig, 2050 en 2100). In de laatste kolom wordt aangegeven hoeveel objecten ná een overstroming nog getroffen zijn. Dit is relevant voor het herstel van het eiland.

Deze locaties verdienen aandacht wanneer voor dit ambitieniveau wordt gekozen. Op de korte termijn gaat het om evacuatieplannen. Op de langere termijn kan de vraag worden gesteld of deze objecten op de juiste plaats staan of dat de objecten aangepast moeten worden om de leefbaarheid bij een overstroming te vergroten. Met name voor de objecten die enkele dagen na de storm nog steeds overstroomd zijn staan op een kwetsbare plaats. De aandacht voor rampenplannen blijft ook na verbeteringen in de locatiekeuze en ontwerp van deze objecten noodzakelijk. De elektriciteitsverbinding met het vasteland en het hoofdverdeelstation staat op een kwetsbare plek voor overstromingen. Op basis van de huidige overstromingspatronen overstroomt het object, als het water weer naar zee stroomt vallen deze objecten droog (al is bij deze objecten de hoogtekaart zeer onzeker, met name voor het energie aanlandpunt is wateroverlast niet uit te sluiten). Voor de hulpverlening en ondersteuning gaat het om het continueren van coördinatie en het veiligstellen van het materiaal (inclusief loonbedrijven) en levensmiddelen. Van de 4 binnendijkse supermarkten zijn ze allemaal kwetsbaar voor overstromingen. Ook de brandweerkazerne is

PR4634.20 • april 2024

26

kwetsbaar, in 2100 zal deze ook onder water blijven staan na de overstroming. De andere objecten onder de categorie hulpverlening zijn loon- en distributiebedrijven.

3.3.2

Vitaal beschermen en bereikbaarheid (ambitieniveau 2)

Bij dit ambitieniveau gaat het aanvullend op ambitie 1 over vitale objecten en bereikbaarheid op en naar het eiland (aanlegplaatsen en bereikbaarheid via hoofdwegen) na een overstroming. Te zien is in Tabel 9 dat vrijwel alle objecten (nu al) kwetsbaar zijn. Het gaat zowel om de waterhuishouding (inclusief de RWZI), energie als ICT & telecom. Opvallend is dat nu en in 2050 deze objecten weer droogvallen als het water vrij naar zee kan stromen. In 2100 zal dat voor een significant aantal objecten niet het geval zijn. Voor de energiesector gaat het dan om trafo stations. Voor de waterhuishouding gaat het om stuwen en gemalen. Onduidelijk is wat het effect van de bloostelling aan zeewater is en hoe snel opstart weer kan plaatsvinden. AMBITIE2 - VITAAL BESCHERMEN EN BEREIKBAARHEID

# OBJ

NORM

EXTREEM

NÁ OVERSTR.

NORM

EXTREEM

NÁ OVERSTR.

NORM

EXTREEM

NÁ OVERSTR.

WATERHUISHOUDING DRINKWATER ENERGIE VEILIGHEID ICT&TELECOM

47 0 28 0 3

38 0 21 0 2

39 0 24 0 2

8 0 0 0 0

38 0 22 0 2

40 0 24 0 2

16 0 1 0 0

38 0 22 0 2

40 0 24 0 2

31 0 6 0 0

Tabel 9 De objecten die getroffen worden bij verschillende situaties (norm en extreem) en zichtjaren (huidig, 2050 en 2100). In de laatste kolom wordt aangegeven hoeveel objecten ná een overstroming nog getroffen zijn. Dit is relevant voor het herstel van het eiland.

Infrastructuur Een beeld van de bereikbaarheid van het eiland ná een overstroming in 2100 is opgenomen in Figuur 12. In deze situatie is op basis van de hoogtekaart (AHN met een 5m grid) bepaald wat de waterstand is uitgaande van de waterstand tijdens vloed bij een normaal getijde. Hierbij wordt opgemerkt dat de overstroming ook gecombineerd zal gaan met extreme storm. Hierdoor is het tijdens de overstroming vrijwel onmogelijk dat mensen zich verplaatsen over het eiland. Na de storm zal er ook sprake zijn van grote windschade wat ook grote impact kan hebben op de bereikbaarheid. Voor Terschelling is duidelijk te zien dat de hoofdroute tussen de kernen op het eiland lange tijd onder water zal staan. Via de Noordzijde van het eiland zijn er echter wel verbindingswegen. Delen van de dorpen zijn soms nog wel droog. Dat betekent dan men op zichzelf is aangewezen als de waterkeringen zijn bezweken. Hierbij wordt nog opgemerkt dat nu verondersteld is dat alle waterkeringen bezwijken, dat hoeft niet zo te zijn. In dat geval zal een kleiner deel van het eiland onder water staan. Mogelijke keuzes kunnen zijn het verhoogd aanleggen van wegvakken waardoor er een verbinding is tussen de dorpen.

PR4634.20 • april 2024

27

Huidig

2050

Legenda Groen: Weg is droog na een overstroming. Oranje: tussen 0 en 20cm na een overstroming Rood: Weg is overstroomd met > 20 cm na een overstroming. 2100 Figuur 12 De bereikbaarheid van het eiland ná een overstroming, waarbij per wegvak is aangegeven of er water staat en hoeveel (meer of minder dan 20cm).

3.3.3

Vitaal beschermen ++ (ambitieniveau 3)

Bij het derde ambitieniveau wordt aanvullend nog gekeken naar drie sectoren, namelijk land-& tuinbouw en visserij, gezondheid en infrastructuur. In Tabel 10 zijn het aantal getroffen objecten weergegeven. Voor zowel de verwachte als de extreme situaties wordt een groot aandeel van deze aanvullende objecten binnen dit ambitieniveau getroffen tijdens een overstroming. De kwetsbaarheid na een overstroming neemt wel toe, met name voor de objecten in de sector gezondheid.

PR4634.20 • april 2024

28

EXTREEM

NÁ OVERSTR.

NORM

EXTREEM

NÁ OVERSTR.

NORM

EXTREEM

NÁ OVERSTR.

INFRASTRUCTUUR

NORM

LAND-& TUINBOUW, VISSERIJ GEZONDHEID

# OBJ

AMBITIE 3 – VITAAL BESCHERMEN ++

26 8 4

24 8 4

26 8 4

0 0 0

25 8 4

26 8 4

1 6 1

25 8 4

26 8 4

8 7 4

Tabel 10 Aantal objecten dat getroffen wordt bij verschillende situaties (norm en extreem) en zichtjaren (huidig, 2050 en 2100). In de laatste kolom wordt aangegeven hoeveel objecten ná een overstroming nog getroffen zijn. Dit is relevant voor het herstel van het eiland

3.4

Ruimtebeslag voor versterken van waterkeringen

Binnen het kennisprogramma zeespiegelstijging is vastgesteld dat de waterkeringen minimaal tot 3m (en waarschijnlijk ook 5,4m) zeespiegelstijging versterkt kunnen worden. Deze versterkingen zijn technisch uitvoerbaar en betaalbaar, echter de inpassing heeft wel grote impact. Voor de Noordzeekust is de verwachting dat, mits doorgegaan wordt met suppleren, dat de bodem meegroeit. Voor de Waddenzeekust is het nog zeer onzeker of de bodem voldoende snel kan meegroeien met (versnelde) zeespiegelstijging. Voor de waterkeringen betekent dit dat in de toekomst het noodzakelijk zal blijven om waterkeringen te versterken omdat de zeespiegel de komende eeuwen zal blijven stijgen. Deze versterkingen vragen ook ruimtebeslag. Het kan zinvol zijn om ruimte te reserveren zodat deze gevrijwaard wordt van nieuwe bebouwing, of dat functies die worden gerealiseerd dijkversterkingen niet in de weg zitten. Deze reserveringen kunnen ook worden gebruikt om ruimte te creëren bij het vervangen of groot onderhoud aan bestaande functies. Door het kennisprogramma zeespiegelstijging is voor verschillende klimaatscenario’s aan de hand van tijdlijnen in kaart gebracht wat het ruimtebeslag. Het ruimtebeslag, en de impact op de bestaande bebouwing, is in kaart gebracht voor versterkingen met groene dijken. Het ruimtebeslag heeft betrekking op de ruimte die binnendijks nodig is bij deze standaard oplossing.

Ook is gekeken naar constructieve oplossingen (met bijv. damwanden) die minder ruimtebeslag vragen en minder (nauwelijks) impact hebben op de bestaande bebouwing. Opgemerkt dat dat er natuurlijk ook andere oplossingen zijn die leiden tot een andere ruimtelijke impact. Zo kan er landwaarts of zeewaarts worden versterkt maar zijn er ook alternatieven voor groene keringen. In Tabel 11 is het ruimtebeslag en het aantal te amoveren woningen opgenomen. 1 M ZSS 2 M ZSS RUIMTEBESLAG IN M VOOR GROENE DIJKEN (13,9 KM) GEWOGEN GEMIDDELDE 30-40m 50-60m MINIMALE BREEDTE 0-10m 0-10m MAXIMALE BREEDTE 80-90m >100m

5,4M ZSS

TE AMOVEREN WONINGEN BIJ GROENE DIJKEN BIJ BINNENDIJKSE VERSTERKING

30-40

20-30

20-30

>100m 10-20m >100m

Tabel 11 Ruimtebeslag bij groene waterkeringen bij een bepaalde mate van zeespiegelstijging

PR4634.20 • april 2024

29

3.5

Maatregelen

Om te voldoen aan de gestelde eisen binnen de ambitieniveaus zijn verschillende maatregelen denkbaar. Deze maatregelen verschillen per ambitieniveau, waarbij het uiteindelijk draait om het functieverlies te voorkomen.

Risicogestuurd ruimtelijk beleid Bij het ambitieniveau schuilen en overleven wordt nu voldaan aan de eis voor voldoende schuilplaatsen. Wanneer de eis te soepel wordt gezien of wanneer toch niet aan de eis wordt voldaan, kan nog overwogen worden schuilplaatsen (shelters) op strategische plekken te plaatsen. Dit kan een nieuw gebouw zijn, maar ook kan gekeken worden binnen de bestaande bouw op het eiland. Voor niet-zelfredzamen moeten evacuatieplannen gemaakt worden om hen te beschermen tegen de overstroming. Voor de elektriciteitsaansluiting moet gekeken worden hoe deze minder kwetsbaar gemaakt kan worden tegen overstromingen. Dit is een object waarbij de functie sterk locatie-afhankelijk is en niet zomaar te verplaatsen is. Wanneer we kijken naar het tweede en derde ambitieniveau draait het om vitale objecten beschermen en het eiland bereikbaar te houden. De ontsluiting via doorgaande wegen over het eiland ná een overstroming kan onvoldoende zijn. Hiervoor kunnen plannen gemaakt worden om de eilanden sneller weer geheel watervrij te maken of om te voorkomen dat het overstroomt door het wegtraject hoger aan te leggen of om omleidingsroutes te maken. Wat betreft de vitale objecten moet gekeken worden of deze tijdelijk hun functie verliezen (tijdens de overstroming) of daadwerkelijk kapotgaan en daarmee langere tijd hun functie verliezen.

Vervolgens kan ofwel het ontwerp aangepast worden ofwel plannen om langdurige uitval te voorkomen (tijdelijk functie uitschakelen tijdens overstroming). Te zien is dat ná een overstroming het gros van de objecten weer droog komt te staan.

Reserveringszones Voor de reserveringzones van waterkeringen kunnen strategieën (adaptatiepaden) worden ontwikkeld om het ruimtebeslag inzichtelijk te maken bij verschillende keuzes. Deze strategieën kunnen inzichtelijk maken wat de impact is van dijkversterkingen als functie van de zeespiegelstijging. Hierbij kunnen ook de mogelijke keuzes inzichtelijk worden gemaakt voor knelpunten die kunnen optreden uitgaande van de reguliere manier van dijkversterkingen. Op deze manier kunnen ook keuzes worden gemaakt over de lange termijn versterkingsstrategie, en vervolgens het ruimtebeslag dat hiervoor nodig is. Dit ruimtebeslag kan dan verankerd worden in reserveringszones die onderdeel zijn van bijvoorbeeld water en bodem sturend en vastgelegd in een omgevingsvisie en omgevingsplan. In de onderstaande figuur zijn als voorbeeld de contouren opgenomen van de ruimte die nodig is voor binnendijkse dijkversterking bij een bepaalde mate van zeespiegelstijging en bij een groene waterkering. Uit de figuur blijkt dat bij grotere zeespiegelstijging het amoveren van woningen noodzakelijk is bij groene dijken. De vraag is echter of groene keringen de beste oplossing zijn. Zo kan er ook zeewaarts worden versterkt, maar zijn er ook oplossingen met constructieve elementen die minder ruimte vragen. Het verdient aanbeveling hier een strategie of een zienswijze op te ontwikkelen.

Hierin kan expliciet worden uitgewerkt wanneer bepaalde keuzes gemaakt moeten worden, maar ook zouden mogelijke oplossingen ook nu al kunnen worden uitgesloten waardoor ruimte beschikbaar blijft voor andere ontwikkelingen.

PR4634.20 • april 2024

30

Figuur 13: uitwerken adaptatiepaden voor reserveringszones dijkversterking bij verschillende varianten van zeespiegelstijging (ZSS).

PR4634.20 • april 2024

31

4

Buitendijks gebied

4.1

Inleiding - Terschelling

Het buitendijks gebied is het deel van het eiland dat niet beschermd wordt door primaire keringen. Dit gebied kan onderlopen als de zeespiegel stijgt. In het buitendijks gebied liggen nog wel andere waterkeringen, deze worden echter niet beheerd en zonodig versterkt. Het buitendijks gebied (de duinen en voorlanden) kunnen ook meegroeien met zeespiegelstijging. Dit is en dynamisch proces wat afhankelijk is van de hoeveelheid suppleties en ruimtelijke maatregelen om meegroeien te stimuleren. Op Terschelling zijn buitendijks de objecten in kaart gebracht11 zoals die zijn beschreven in hoofdstuk 2. In Tabel 12 staat het totaal aantal objecten per sector. SECTOR

AANTAL OBJECTEN

GEBOUWDE OMGEVING EN RUIMTELIJKE ORDENING RECREATIE EN TOERISME NIET ZELFREDZAMEN AANLANDPUNT ENERGIE HULPDIENSTEN EN ONDERSTEUNING LEVENSMIDDELEN WATERHUISHOUDING DRINKWATER ENERGIE VEILIGHEID ICT&TELECOM LANDBOUW, TUINBOUW EN VISSERIJ GEZONDHEID INFRASTRUCTUUR

1482 223 13 0 5

2 8 3 6 0 2 1 9 4

Tabel 12 Aantal objecten per sector op Terschelling.

De buitendijkse gebieden worden tijdens een storm ook belast door het water. Daarom zijn voor een aantal locaties ook afslagprofielen bepaald zodat duidelijk wordt of bepaalde objecten hierdoor extra gevaar lopen. Deze afslagprofielen geven aan wat de ruimtelijke impact van de maatregelen is.

4.2

Overstroombaar gebied

Voor de inventarisatie van de ruimtelijke gevolgen voor objecten en gebieden tijdens en na een overstroming is onderscheid gemaakt in drie zichtjaren: huidig, 2050 en 2100. Voor elk ambitieniveau voor een waterveiligheidsstrategie is per zichtjaar bepaald welke gebieden kunnen overstromen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen 4 terugkeertijden: 10, 100, 1.000 en 10.000 jaar. In Figuur 14 is voor de huidige situatie de waterdiepte opgenomen bij verschillende terugkeertijden op basis van LIWO12.

11 Deze objecten zijn opgenomen in een database die ook kan worden ontsloten via een viewer. 12 In het kader van de Europese Hoogwater Richtlijn (EU-ROR) worden deze overstromingskaarten de komende jaren

geactualiseerd. Deze kaarten komen hierna weer beschikbaar op LIWO.

PR4634.20 • april 2024

32

Geconstateerd is dat in de overstromingskaarten van LIWO ook gebieden overstromen die achter hoge gronden liggen. Hiervoor is een correctie uitgevoerd, overstroomde gebieden die niet verbonden zijn aan buitenwater zijn hiervoor verwijderd. Er is geen extra rekening gehouden met de rol van overige waterkeringen en duinen die wellicht kunnen doorbreken na belasting aan het water. Verondersteld is dat deze analyse al gedaan is in de beheerdersoordelen die zijn uitgevoerd bij het opstellen van de kaarten. Echter geconstateerd is dat er nog steeds hiaten zijn. Zo kunnen sommige delen mogelijk onterecht als niet overstroombaar worden beschouwd omdat ze niet meegenomen zijn in deze kaarten maar zijn er ook gebieden die te vaak overstromen omdat geen rekening is gehouden met ongereguleerde waterkeringen. In 2024 is een nieuwe actualisatie voorzien van de overstromingskaarten in het kader van de Europese Hoogwater Richtlijn (door Rijkwaterstaat). De waterdiepte na zeespiegelstijging is een toeslag op de waterdiepte uit de actuele scenario’s, de patronen zelf zijn niet aangepast omdat hiervoor de gegevens ontbraken. Een andere manier van kijken is om geen toeslag te doen op de waterdiepte maar de kans van voorkomen aan te passen op basis van de klimaatverandering.

Een gebeurtenis die in de huidige situatie een kans van 1/10.000ste per jaar voorkomen heeft, heeft vanwege klimaatverandering (het SSP 8.5 scenario) in 2050 een kans van orde grootte 1/3.333ste per jaar. En in 2100 is deze kans vergroot naar orde grootte 1/1.000ste per jaar. Een gebeurtenis die in de huidige situatie een kans van voorkomen van 1/10de per jaar heeft zal in 2100 een kans van voorkomen van ééns per jaar hebben. 1/10 per jaar

1/100 per jaar

1/1.000 per jaar

1/10.000 per jaar

Figuur 14 Overstromingsbeelden van buitendijks gebied bij verschillende terugkeertijden.

4.3

Eisen aan objecten bij verschillende ambitieniveaus

Met name West Terschelling ligt buitendijks, dit dorp wordt kwetsbaarder bij een stijgende zeespiegel. Overwogen kan worden kades te versterken om het dorp te beschermen, dat zijn niet alleen de vitale objecten beter beschermd maar ook de rest van de woningen. De ambitieniveaus moeten gezien worden als een stapeling. Bij een hoger ambitieniveau worden aanvullende eisen gesteld aan de kwetsbaarheid van de ruimtelijke omgeving. In de komende paragrafen wordt ingegaan op de consequentie van verschillende ambitieniveaus voor een waterveiligheidsstrategie. Hierbij wordt steeds gekeken naar welke objecten getroffen worden. Afhankelijk van de invulling van de ambitie moet beleid/plannen gemaakt worden om de functie van deze objecten te behouden.

PR4634.20 • april 2024

33

De objecten in het buitendijkse gebied hebben een functie in relatie tot de continuïteit op het gehele eiland. Als referentie voor het beschermingsniveau gaan we dan idealiter uit van een vergelijkbare bescherming als binnendijks, dat betekent een eis van 1/100.000pj. Deze eis is zoals eerder opgemerkt relatief streng. Voor deze strenge eis is gekozen vanwege de afhankelijkheid van het vasteland en in de wetenschap dat het vasteland waarschijnlijk ook veel schade heeft. Omdat een 1/100.000pj scenario ontbreekt is het meest extreme scenario gekozen. Op basis van de decimeringshoogte (de toename van de waterstand bij een situatie die 10 maal extremer is) kan de toename van de waterdiepte worden geschat. Dit werkt alleen voor het gebied dat al overstroomd is. Gebied dat nu niet overstroomt maar dat wel zal doen is niet in kaart gebracht. De maximale waterdiepte is altijd minder dan de maximale zeespiegelstijging die is voorzien.

4.3.1

Schuilen & overleven (ambitieniveau 1)

Voldoende schuilplaatsen Bij ambitieniveau schuilen & overleven gaat het om voldoende schuilplaatsen tijdens een overstroming. Hierbij wordt als eis gesteld dat minimaal 1/3 van de woningen een droge verdieping moet hebben. Een droge verdieping gaat ervanuit dat er géén water staat (0 cm en dus geen 20cm) op de begane grond of de eerste verdieping (2.65m hoog). Tabel 13 geeft het percentage woningen dat een droge verdieping heeft. In het buitendijks gebied van Terschelling zijn voldoende schuilplaatsen aanwezig in extreme situaties. Belangrijk te realiseren bij vluchtplaatsen voor het buitendijkse gebied is dat er vaak nog en vluchtmogelijkheid zal zijn naar het binnendijkse gebied op het eiland bij vaak voorkomende overstromingen. Bij niet zo extreme situaties is dat gebied namelijk nog droog. KANS OP VOORKOMEN OVERSTROMEN (1481 0BJECTEN)

PERCENTAGES HEEFT EEN DROGE VERDIEPING IN HUIDIGE SITUATIE

PERCENTAGES HEEFT EEN DROGE VERDIEPING IN 2050

PERCENTAGES HEEFT EEN DROGE VERDIEPING IN 2100

1/10STE PER JAAR 1/100STE PER JAAR 1/1000STE PER JAAR 1/10.000STE PER JAAR

96% 95% 92% 91%

96% 95% 92% 90%

96% 95% 92% 90%

Tabel 13 Percentage objecten van gebouwde omgeving en ruimtelijke ordening dat een droge verdieping heeft in huidige situatie

De verwachting is dat toeristen op het eiland die in buitendijks gebied verblijven voldoende mogelijkheid hebben om zich naar droge objecten en/of binnendijks gebied te verplaatsen. In totaal zijn er 223 objecten buitendijks voor recreatie en toerisme, bij een 1/10.000 per jaar gebeurtenis heeft 79% een droge verdieping. Niet zelfredzamen, hulpverlening en energie aanlandpunt In Tabel 14 is het overzicht van het aantal objecten per sector opgenomen. Op termijn zijn bejaardenhuizen kwetsbaar. Daarnaast is het gemeentehuis (in alle scenario’s) kwetsbaar, het politiegebouw is kwetsbaar vanaf 1/1000 per jaar gebeurtenissen in de huidige situatie.

PR4634.20 • april 2024

34

13 0 2 2

0 0 0 2

1/10.000

12 0 2 2

1/1000

0 0 0 2

1/100

LEVENSMIDDELEN

0 0 0 2

2050

1/10

HULPDIENSTEN

13 0 6 2

1/10.000

ENERGIE AANLANDPUNT

1/1000

NIET ZELFREDZAMEN

1/100

Huidig

1/10

1/10.000

1/1000

1/100

1/10

# OBJ

AMBITIE1 - SCHUILEN EN OVERLEVEN

0 0 0 2

13 0 2 2

13 0 2 2

2100

0 0 0 2

13 0 2 2

13 0 2 2

0 0 0 2

Tabel 14 Objecten horende bij ambitie 1 voor het buitendijks gebied.

Er zijn bejaardenwoningen buitendijks zijn kwetsbaar bij overstromingen van 1/1000 per jaar. Dat zijn situaties waarbij ook primaire waterkeringen kunnen bezwijken. De locaties met levensmiddelen liggen ook op kwetsbare locaties buitendijks. Voor de hulpverlening gaat het om het continueren van coördinatie en het veiligstellen van het materiaal en levensmiddelen. Het gemeentehuis op het buitendijks gelegen West Terschelling is een object dat in alle scenario’s kwetsbaar is voor wateroverlast. Het politiegebouw is dat bij belastingen eens in de 1/1.000 per jaar. Om de kans op overstromingen van West Terschelling te verkleinen kan op termijn worden overwogen om kades op te hogen.

4.3.2

Vitaal beschermen en bereikbaarheid (ambitieniveau 2)

Bij dit ambitieniveau gaat het aanvullend over vitale objecten en bereikbaarheid op en naar het eiland (aanlegplaatsen en bereikbaarheid via hoofdwegen). Ook gaat het over de infrastructuur voor om zo ná de overstroming weer snel inzetbaar te zijn. In Tabel 15 zijn het aantal getroffen objecten weergegeven. Voor waterhuishouding is een rioolgemaal kwetsbaar (vanaf 1/1000pj in de huidige situatie) en gaat het om enkele stuwen. Voor drinkwater gaat het om een drinkwaterput. Bij de sector energie gaat het om enkele trafo’s. Voor het buitendijks gebied van Terschelling geldt dat de Havenweg een belangrijke verbinding is tussen het dorp en het bedrijventerrein. De gemeentewerven en verschillende aannemers bevinden zich op het oostelijk gelegen bedrijventerrein dat buitendijks ligt maar zouden ook kunnen omrijden via de noordzijde als het bedrijventerrein zelf niet is overstroomd (de kans dat dit terrein overstroomd is kleiner dan de LIWO kaarten aangeven door de aanwezigheid van keringen). In de categorie veiligheid vallen bijvoorbeeld de KNRM, de ambulancestalling, de helihaven en de luchtverkeersleiding. Figuur 14 geeft een beeld van de 1/10.000ste per jaar situatie.

PR4634.20 • april 2024

35

1/100

1/1000

1/10.000

8

5

5

6

7

5

5

7

7

5

5

7

7

DRINKWATER

3

0

0

0

0

0

0

0

1

0

0

0

1

ENERGIE

6

1

1

1

3

1

1

2

3

1

1

2

3

VEILIGHEID

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

ICT&TELECOM

2

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

2050

1/10

1/10.000

1/1000

1/100

WATERHUISHOUDING

Huidig

1/10

1/10.000

1/1000

1/100

1/10

# OBJ

AMBITIE2 – VITAAL BESCHERMEN EN BEREIKBAARHEID

2100

Tabel 15 De objecten die getroffen worden bij verschillende situaties.

4.3.3

Vitaal beschermen ++ (ambitieniveau 3)

Bij het derde ambitieniveau wordt aanvullend nog gekeken naar drie sectoren, namelijk land-& tuinbouw en visserij, gezondheid en infrastructuur. In Tabel 16 zijn het aantal getroffen objecten weergegeven en Figuur 23 geeft een beeld van de extreme situatie in 2100. Voor de gezondheid sector gaat het om enkele praktijkruimtes.

1 0 1

1/10.000

1 4 1

1/1000

1 2 1

1/100

1 0 1

2050

1/10

0 0 1

1/10.000

INFRASTRUCTUUR

1 9 4

1/1000

LAND-& TUINBOUW, VISSERIJ GEZONDHEID

1/100

Huidig

1/10

1/10.000

1/1000

1/100

1/10

# OBJ

AMBITIE 3 - VITAAL BESCHERMEN ++

1 0 1

1 4 1

1 4 1

2100

1 0 1

1 4 1

1 4 1

1 0 1

Tabel 16 De objecten die getroffen worden bij verschillende situaties.

4.4

Afslagprofielen

Voor de Waddeneilanden zijn voor verschillende raaien langs de Rijksstrandpalenlijn afslagprofielen berekend. Een afslagprofiel is het aanwezige duinpofiel na het optreden van een zware stormconditie. De waterstanden en golven zijn afgeleid voor een stormconditie die overeenkomt met de ondergrens van het duintracé (zie Hoofdstuk 3). Deze condities zijn afgeleid met het programma Riskeer (v.23.1.1.1). In het programma Morphan (v.23.1.1.55358) worden de stormcondities gecombineerd met het aanwezige duinprofiel. De duinprofielen zijn beschikbaar voor de Jarkusraaien13 langs de Nederlandse kust.

13 https://maps.rijkswaterstaat.nl/dataregister/srv/dut/catalog.search#/metadata/25664cfc-21bc-4de9-9f58-

bbcd1fab7d62

PR4634.20 • april 2024

36

De ontwikkeling van het afslagprofiel gedurende een storm volgt uit het programma Morphan door het toepassen van het rekenhart XBeach (v1.24.5956-BOI-phase3). Dit kan voor verschillende scenario’s van zeespiegelstijging (zss). Per locatie (of raai) zijn de volgende stormcondities doorgerekend: 

Stormcondities bij de ondergrens in de huidige situatie

Stormcondities met 1,21 meter zeespiegelstijging (in 2100)

Als gevoeligheidsanalyse kijken we ook naar stormcondities met 2,0 meter zeespiegelstijging.

Stormcondities met zeespiegelstijging (1,21 en 2,0 meter) volgen uit het verhogen van de waterstanden in de stormcondities bij de ondergrens met 1,21 en 2,0 meter. De golven blijven onveranderd. Ook zijn er scenario’s voor meegroeien doorgerekend waarbij de mate van meegroeien gelijk is genomen aan de mate van de zeespiegelstijging (1,21 of 2,0 meter). Dit levert dezelfde resultaten op als de stormcondities bij de ondergrens voor het huidige zichtjaar. Voor de Waddeneilanden zijn karakteristieke raaien uitgekozen. Dit zijn raaien dwars op de Rijksstrandpalenlijn (RSP) langs de kust waar de gemeente geïnteresseerd is in de afslag van zand door een normsituatie storm en in de ontwikkeling van de raai over de tijd. Deze interesse kan komen door aanwezige bebouwing buitendijks welke geraakt zou kunnen worden of doordat het kustprofiel een groter gebied representeert. Een overzicht van de resultaten is weergegeven in onderstaande paragrafen. De gemeente Terschelling heeft voor het eiland vijf karakteristieke kustprofielen uitgekozen (Figuur 15). Eerst worden de raaien langs de Rijksstrandpalenlijn (RSP) bij zandige keringen uitgewerkt in. Vervolgens de harde keringen bij de haven West-Terschelling en de Eendenkooien.

Figuur 15 Overzicht locaties op het Waddeneiland Terschelling

RSP 8.40 Het kustprofiel RSP 8.40 vertoont in de huidige situatie bij een normsituatie storm nauwelijks duinerosie. Het strandpaviljoen in het duinfront op de Badweg (RSP 8.40) wordt wel geraakt. Het strandpaviljoen staat hier jaarrond. Met toenemende zeespiegelstijging gaat de erosie wel verder door tot aan de duintop maar er blijft voldoende zand om niet tot een doorbraak te komen.

PR4634.20 • april 2024

37

De strandopgang ten westen van RSP 8.40 is maatgevend wat betreft inundatie (of wateroverlast) achter de eerste duinenrij. De strandopgang heeft een hoogte van 8,5m+NAP. Indien profiel RSP 8.40 meegroeit met zeespiegelstijging dan kan de duintop in stand blijven. Het strandpaviljoen voor de eerste duin in RSP 8.40 moet dan wel worden aangepast.

Figuur 16 Afslagprofielen voor Jarkusraai bij RSP 8.40 op het eiland Terschelling. Links is de locatie weergeven in rood op een satellietbeeld uit 2023. Rechts het startprofiel in zwart en een afslagprofiel voor het huidige zichtjaar zonder zeespiegelstijging (paars), een afslagprofiel met 1,21m zeespiegelstijging in 2100 (oranje) en een afslagprofiel met 2,0m zeespiegelstijging in 2100 (rood). Met de iconen zijn de objecten aangegeven.

RSP 22.40 Het kustprofiel 22.40 vertoont in de huidige situatie bij een normsituatie storm meer duinerosie. Het gaat hier om een duinenrij die niet onderhouden wordt voor waterveiligheidsdoeleinden. Bij een normsituatie storm met 2.0m zeespiegelstijging breekt deze duinenrij echter nog niet door. Het volledige gebied achter deze duinenrij is wel laag gelegen <4m+NAP. Dit gebied loopt dan ook vanuit de Waddenzee regelmatig onderwater (1/10 terugkeertijd staat het gebied al flink onderwater). Een nauwkeurige 2D-modelstudie zou nodig zijn om de golfhoogtes te bepalen die kunnen optreden aan de Waddenzeezijde van de duinenrij. Er zijn geen objecten aanwezig. Indien profiel RSP 22.40 meegroeit met zeespiegelstijging dan kan de duintop in stand blijven.

Figuur 17 Afslagprofielen voor Jarkusraai bij RSP 22.40 op het eiland Terschelling. Links is de locatie weergeven in rood op een satellietbeeld uit 2023. Rechts het startprofiel in zwart en een afslagprofiel voor het huidige zichtjaar zonder zeespiegelstijging (paars), een afslagprofiel met 1,21m zeespiegelstijging in 2100 (oranje) en een afslagprofiel met 2,0m zeespiegelstijging in 2100 (rood). Met de iconen zijn de objecten aangegeven.

PR4634.20 • april 2024

38

RSP 28.00 In het kustprofiel RSP 28.00 zijn geen objecten aanwezig. Het gaat hier om het oostelijke punt van Terschelling waar in de huidige situatie bij een normsituatie storm het kustprofiel wordt afgeslagen, waarschijnlijk ook bij een al veel vaker voorkomende storm. De Boschplaat heeft hier een hoogte van 2m+NAP en met een normsituatie stijgt de waterstand tot 4.3m+NAP. Uit de vaklodingen van 1995 t/m 202214 blijkt dat de geul die langs oost Terschelling loopt de afgelopen paar jaar wat verondiept is en verder van de kust is komen te liggen. Het risico voor Oost-Terschelling is daarmee de afgelopen jaren niet toegenomen.

Figuur 18 Afslagprofielen voor Jarkusraai bij RSP 28.00 op het eiland Terschelling. Links is de locatie weergeven in rood op een satellietbeeld uit 2023. Rechts het startprofiel in zwart en een afslagprofiel voor het huidige zichtjaar zonder zeespiegelstijging (paars), een afslagprofiel met 1,21m zeespiegelstijging in 2100 (oranje) en een afslagprofiel met 2,0m zeespiegelstijging in 2100 (rood). Met de iconen zijn de objecten aangegeven.

4.4.1

Harde keringen

Voor de Waddeneilanden zijn naast de zachte keringen (duinen) ook karakteristieke raaien uitgekozen voor de harde keringen (dijken en havens). Dit zijn locaties langs de kust waar de gemeenten geïnteresseerd is in de inundatie van buitendijks gebied door een normsituatie storm. Een overzicht van de resultaten is weergegeven in Figuur 19 en Figuur 20. Haven West-Terschelling bevindt zich aan de Waddenzeezijde van het eiland Terschelling. Het staat daardoor bloot aan golfaanval vanuit de Waddenzee. Op en rondom deze locatie liggen veel (vitale) objecten buitendijks. Ook de veerboot en de telecom landt hier aan op het eiland. In het verleden zijn de overstromingsrisico’s in dit gebied in beeld gebracht. De huidige keermuren zijn 3,5m boven NAP. Bij een overstroming wordt alleen de eerstelijnsbebouwing van het dorp getroffen en delen rond Dellewal. Hogere delen van het dorp zijn als vluchtplaats nabij. Het risico op slachtoffers is dus nihil maar in de lagere delen is er wel kans op wateroverlast/schade (Atelier X, 2018). Bij een normsituatie storm in de huidige situatie is de waterstand bij West Terschelling ~4 m+NAP. Een deel van de laaggelegen dorpsbebouwing, het gebied bij de Dellewal en het haventerrein loopt dan onder. Dit is nog zonder de golfaanval die ook significant zal zijn in deze situatie. De vraag is of de keermuurtjes deze kunnen weerstaan.

Daarnaast zal in 2100 bij 2 meter zeespiegelstijging het hele voorgenoemde gebied onderlopen bij een normsituatie storm.

14 Uit de ‘coastviewer’ van Deltares (https://www.openearth.nl/coastviewer-static/)

PR4634.20 • april 2024

39

30 1 m+NAP

Figuur 19 Kustprofiel Haven West-Terschelling – Interessegebied overstromingsgevoeligheid

In onderstaand figuur is de locatie van de Eendenkooien weergegeven. Dit gebied is laaggelegen <4 m+NAP. De Eendenkooien hebben cultuurhistorische waarde. Uit overstromingsscenario’s blijkt dat het gebied al bij stormen met een grote kans (1/10e per jaar) onderloopt (Figuur 20). De eendenkooien zelf zijn weliswaar wat hoger maar zullen ook schade ondervinden van het onderlopen van het omliggende gebied. Er wordt gedacht om de voorlanden verder te stimuleren om te groeien in het voorliggende gebied. Echter, deze zullen niet hoog genoeg worden om extreme waterstanden te keren en enkel de golfaanval (golven <1 m significante golfhoogte bij normsituatie storm) reduceren.

m+NAP 30 1

Figuur 20 Kustprofiel Eendenkooien Terschelling – Boven de locatie en het hoogteprofiel van deze raai en onder de waterdieptes met een grote kans (1/10 jaar) van voorkomen rondom de eendenkooien (zie de viewer)

PR4634.20 • april 2024

40

4.4.2

Meegroeien duinen en voorlanden

In deze paragraaf wordt het meegroeien van duinen en voorlanden (zoals het nu gaat en met zeespiegelstijging) besproken. Hierbij is gebruik gemaakt van de Blokkendoos Levende Kust. Meegroeien is in paragraaf 2.6.2 beschreven als de toename van het volume zand in de duinen (hoger dan NAP + 3.0 m) verdeeld over de breedte van het duin (per strekkende meter), zie ook Figuur 8. Verder wordt er ook stilgestaan bij het stimuleren van meegroeien en het daarbij behorende ruimtebeslag. Meegroeien duinen en voorlanden zoals het nu gaat Op Terschelling groeit het grootste gedeelte van de duinenkust aan (Blokkendoos Levende Kust) behalve in de Oostpunt. Daar is sprake van een afname in het duinvolume van de eerste duinenrij. Er zijn hier echter geen objecten achter de duinenrij aanwezig. Ook relevant is het kustprofiel RSP 8.40 (Badweg). Als wordt gekozen voor meegroeien van het profiel kan dat impact hebben op het strandpaviljoen. Alleen als actief veel verstuiving wordt gestimuleerd achter de meest zeewaarts gelegen duin zullen ook de andere objecten hierdoor geraakt worden.

Figuur 21 Blokkendoos Levendige Kust – Duingroei 1990-2021 zonder zeespiegelstijging per Jarkus-raai. Duingroei per raai is gedefinieerd (per strekkende meter) als een gemiddelde groei boven de 3m +NAP.

Meegroeien duinen en voorlanden bij zeespiegelstijging Langs de kustlijn van Terschelling groeien de meeste profielen mee met de zeespiegelstijging. Echter is rondom RSP 18.40 (zie witte pijl) een duidelijk tekort waarvoor op termijn onderhoud nodig zal zijn. Ook in het Oostpunt, nabij RSP 25.80 (zie paarse pijl), toont een tekort. Dit is echter geen primaire waterkering. Een ander punt in het Oostpunt, RSP 22.40, groeit op dit moment voldoende mee om een zeespiegelstijging van 2 meter bij te kunnen benen. De gemeente zou meegroeien van de duinen in dit gebied nog verder kunnen stimuleren op plekken waar de duinen op dit moment erg stevig zijn om een bredere en robuustere duinenrij te stimuleren.

PR4634.20 • april 2024

41

Figuur 22 Blokkendoos Levendige Kust – Duingroei t.o.v. 2 meter zeespiegelstijging per Jarkus-raai. Duingroei per raai is gedefinieerd (per strekkende meter) als een gemiddelde groei boven de 3m +NAP.

Stimuleren meegroeien duinen en voorlanden Als voor de variant ‘stimuleren meegroeien duinen en voorlanden’ wordt gekozen zou dat voor de Waddeneilanden stimulering van aangroei betekenen. De verstuiving wordt dan meer gestimuleerd door verstuivingsgebieden en kerven te creëren in de buitendijkse gebieden, met name aan de west- en noordzijde van de eilanden. Dit zorgt voor meer aangroei en doorstuiving en zal de trend van vermindering in dynamiek keren indien deze gebieden op de juiste manier worden aangelegd (opening niet te hoog en juiste breedte), een redelijke oriëntatie hebben t.o.v. de dominante windrichting en actief onderhouden worden (embryoduinen en sommige vegetatie verwijderen). In zijn algemeenheid zou aan de noordoostkant van de eilanden meer dynamiek van de zeereep met beperkte doorstuiving gerealiseerd kunnen worden hoewel dit gezien de ligging t.o.v. de dominante windrichting lastiger te bewerkstelligen zal zijn. Ook kunnen strandtenten bijvoorbeeld iedere huurof prachtperiode verplaatst worden om ervoor te zorgen dat het doorstuiven over het gehele gebied kan plaatsvinden en/of op palen gezet kunnen worden die voldoende hoog zijn en ver uit elkaar staan om doorstuiving zo min mogelijk te hinderen. Eventueel zouden kerven aangelegd kunnen worden om dynamiek te bevorderen.

Doorstuiving en daarmee sterkere aangroei van de duinenkust aan de oostzijde van de eilanden realiseren zal lastig zijn omdat vanwege de dominante windrichting vanuit het zuidwesten dit gebied waarschijnlijk niet of nauwelijks zal aangroeien. Een voorbeeld voor Terschelling is weergegeven in onderstaande Figuur 23.

PR4634.20 • april 2024

42

Figuur 23 Locaties waar doorstuiving (windvaantjes) en waar meegroeien van voorlanden ( kan worden binnen ambitieniveau 2. In paars de primaire kering.

) gestimuleerd

Ruimtebeslag door stimuleren meegroeien duinen en voorlanden Deze variant bouwt op, op de vorige variant. De maatregelen die daarin voorgesteld zijn gelden ook voor dit ambitieniveau. In dit ambitieniveau nemen we ook verstuivingsgebieden langs het gehele noordoostelijke duingebied op. Het vraagt nader onderzoek of verstuiving aan de zeezijde van de primaire kering leidt tot op termijn een robuustere duinwaterkering en of de aanleg van verstuivingsgebieden de duinwaterkering niet teveel verzwakt (duinwaterkering moet natuurlijk ten allen tijden aan de normering voldoen). Dit heeft als gevolg dat verschillende binnendijks gelegen functies vaker onderstoven raken. Daarnaast zou in dit ambitieniveau aan de gehele zuidzijde van de eilanden voorlandaangroei gestimuleerd worden. Omdat dit vooral open gebied betreft zijn er kennisvragen hoe dit het beste te bewerkstelligen. Wellicht kan er een zogenaamde ‘Slibmotor15’ ingezet worden waarbij strategisch kiezen van de locatie om gebaggerd sediment te deponeren leidt tot sterkere aangroei van voorlanden. Een voorbeeld voor Terschelling is weergegeven in onderstaand Figuur 24. Hier wordt wel bij opgemerkt dat het transport langs de oostzijde (waar geen geulen zijn) een kostbare aangelegenheid is. Een reële vraag is of deze optie kosteneffectief is (nog afgezien van natuurwetgeving).

15 https://www.ecoshape.org/nl/pilots/slibmotor-haven-van-harlingen/

PR4634.20 • april 2024

43

Figuur 24 Locaties waar doorstuiving (windvaantjes), waar meegroeien van voorlanden ( ) en waar luwte (hekjes) t.b.v. meegroeien gestimuleerd kan worden binnen ambitieniveau 3. In paars de primaire kering.

4.5

Maatregelen

Om te voldoen aan de gestelde eisen binnen de ambitieniveaus zijn verschillende maatregelen denkbaar. Deze maatregelen verschillen per ambitieniveau, waarbij het uiteindelijk draait om functieverlies te voorkomen. Bij het ambitieniveau schuilen en overleven wordt nu voldaan aan de eis voor voldoende schuilplaatsen. Zeker als in overweging wordt genomen dat mensen in veel gevallen naar het binnendijkse gebied kunnen vluchten. Voor de elektriciteitsaansluiting moet gekeken worden hoe deze minder kwetsbaar gemaakt kan worden tegen overstromingen. Dit is een object waarbij de functie sterk locatie-afhankelijk is en niet zomaar te verplaatsen is. Wanneer we kijken naar het tweede en derde ambitieniveau draait het om vitale objecten beschermen en het eiland bereikbaar te houden. Wat betreft de vitale objecten moet gekeken worden of deze tijdelijk hun functie verlezen (tijdens de overstroming) of daadwerkelijk kapotgaan en daarmee langere tijd hun functie verliezen. Als hier sprake van is kan ofwel het ontwerp aangepast worden of wel plannen gemaakt worden om langdurige uitval te voorkomen. De mate waarin het meegroeien van de kust (voorlanden en duinen) gestimuleerd wordt is een beleidskeuze en raakt aan de identiteit van het eiland. Het noordoostelijke deel van Terschelling bijvoorbeeld is belangrijk voor de identiteit en functies van het eiland.

Meegroeien stimuleren kan hier een natuurvriendelijke manier zijn om de waterveiligheid in dit gebied te vergroten en de natuurlijke dynamiek en ecologie die daarbij hoort te stimuleren. Indien ervoor gekozen wordt dit meegroeien niet (extra) te stimuleren kan het noordoostelijke deel van Terschelling niet goed meegroeien met de zeespiegelstijging (zie de toekomstige trend, Figuur 22). De stevigheid van de duinen kunnen als dat nodig is gewaarborgd worden door extra zand handmatig aan de duinen toe te voegen. Hetzelfde geldt voor de andere duingebieden op het eiland. Voor de niet-primaire waterkeringen op het eiland geldt dat de bescherming door deze (vaak gemeentelijke) keringen achteruit zal gaan door zeespiegelstijging.

PR4634.20 • april 2024

44

Deze keringen kunnen door lokale beschermingsmaatregelen versterkt worden of objecten die daarvan afhankelijk zijn kunnen verplaatst worden. Deze keringen zouden door het meegroeien van voorlanden en duinen mogelijk minder opgehoogd hoeven te worden en de effecten van een eventuele doorbraak zullen verkleinen door het hogere voorland omdat minder water naar binnen zal stromen. De haalbaarheid en snelheid van het natuurlijk verhogen van de voorlanden staat ter discussie vanwege de relatief geringe hoeveelheid sediment in de waterkolom aan de Waddenzeezijde van Terschelling.

PR4634.20 • april 2024

45

5

Synthese en aanbevelingen

5.1

Synthese

De Waddeneilanden zijn uniek in Nederland. In geval van een (dreigende) overstroming kan de verbinding met het vasteland enige tijd wegvallen. De herstelperiode kan lang duren, zeker als er schaarste is aan middelen en andere delen van Nederland ook zijn getroffen. Voor alle objecten kan worden bepaald wat de overstromingsgevoeligheid (met >20cm) en de ‘maatgevende waterstanden’ in verschillende zichtjaren gegeven verwachte klimaatverandering is. De vraag is op hoeveel objecten het ruimtelijk beleid van toepassing is. In het onderzoek zijn verschillende ambitieniveaus beschouwd voor het ruimtelijke beleid. Dit ruimtelijk beleid is aanvullend op het beleid voor preventie (keringen) en kustlijnzorg. Het ruimtelijk beleid draagt bij aan snelle terugkeer naar een normale(re) situatie na een overstroming. Het ruimtelijk beleid heeft ook impact op de crisisbeheersing, hoe robuuster de inrichting op de Waddeneilanden hoe groter de leefbaarheid bij rampen en hoe kleiner de opgave bij hulpverlening. Het ambitieniveau zelf is een keuze voor bestuurders. Vier mogelijke ambities zijn geformuleerd, uitgaande van de maximale waterdieptes die kunnen optreden bij extreme situaties. 

Ambitie 1: Schuilen en overleven

Ambitie 2: Schuilen, overleven en basis voor herstel vitale infrastructuur

Ambitie 3: Schuilen, overleven en basis voor herstel vitale infrastructuur ++

Ambitie 4: Voorkomen impact aan alle bebouwing. Ambitie 4 is bestempeld als onhaalbaar en niet verder uitgewerkt. Het is vanuit de historie van de Waddeneilanden en de omvang van nieuwe ontwikkelingen niet reëel te veronderstellen dat alle nieuwbouw (en reconstructie) zo wordt vormgegeven dat er geen schade is bij een overstroming. Ambitieniveau 4 komt hiermee te vervallen.

De ruimtelijke inspanning bij ambitie 3 is groter dan bij 2, en die van 2 groter dan bij 1. Het is niet nodig om de inspanning nu direct te leveren, hierdoor zouden de kosten erg hoog zijn. Het is aantrekkelijker om mee te liften met groot onderhoud en vervangingsopgaven de komende decennia. Dit vereist wel een keuze in de ambities, en een duidelijke verankering in de ruimtelijke planvorming met ontwerpeisen. In het afwegingskader is onderscheid gemaakt in de kosten (en wie deze draagt), de verantwoordelijkheden en de uitvoerbaarheid. Uit de pilots blijkt dat het aantal objecten waarvoor maatregelen nodig zijn bij ambitie 1, 2 en 3 beperkt is, zeker als kan worden aangesloten bij geplande vervangingsopgaven. Door het koppelen aan vervangingsopgave en nieuwbouw zijn de kosten relatief beperkt, en onderdeel van deze vervangingsopgave. De kosten zijn vooral voor rekening van de eigenaren van de objecten en onderdeel van de (ver)bouwkosten. De strategieën zijn wat betreft uitvoerbaarheid niet echt onderscheidend. Ambitieniveau 1 zou wellicht meer ‘ad hoc’ geregeld kunnen worden maar vereist ook inzicht in maatgevende waterstanden en overstromingscontouren. Voor de andere ambitieniveaus is dat ook nodig.

Omdat de realisatie van maatregelen enige tijd (mogelijk decennia) zal vergen is het van belang om het goed te borgen in de planvorming zodat het een randvoorwaarde is bij de uitvoering. Hierdoor kan eenvoudig getoetst worden bij vergunningverlening of aan de eisen wordt voldaan, en kan ook toezicht worden gehouden.

PR4634.20 • april 2024

47

Ambitie 1 (hulpverlening en ondersteuning, niet zelfredzamen, levensmiddelen en energie aanlandpunt)

Ambitie 2 (Waterhuishouding, drinkwater, energie, veiligheid en ICT & Telecom)

Ambitie 3 (Land- en Tuinbouw en Visserij, Gezondheid, Infrastructuur) Figuur 25 in kaart gebrachte objecten per ambitieniveau

De kosten van rampenplannen zijn relatief goedkoop al vergen die wel een inspanning (inclusief het onderhoud middels oefeningen). De afhankelijkheid van rampenplannen neemt af naarmate de ambitie in het ruimtelijk beleid groter is, echter rampenplannen zullen wel nodig blijven al is het om mensen te waarschuwen en bij te dragen aan het herstel en redding/evacuatie. Extra investeren in waterkeringen (met zwaardere normen) is natuurlijk ook een mogelijkheid, hierdoor neemt de kans op een overstroming af maar er blijft een risico. Het verhogen van deze normen is nu niet aan de orde. Dat vereist dat er ook in dat geval expliciete keuzes nodig zijn voor ruimtelijk beleid en risico acceptatie. In het huidige onderzoek is vooral gekeken naar het aantal objecten dat wordt blootgesteld, waarbij uitval is verondersteld.

PR4634.20 • april 2024

48

Aanvullend zou nog gekeken kunnen worden in welke mate de functie weer kan worden opgestart als het water weg is, of snel hersteld kan worden, zeker als blijkt dat het water enige dagen na een doorbraak is gezakt waardoor grote delen weer droog staan. Nu is verondersteld dat bij blootstelling aan meerdere decimeters water het object uitvalt, onderzocht kan worden bij welke waterdiepte een functie uitvalt. Voor nieuwbouwlocaties, die beperkt zijn op de eilanden, geldt dat bij de locatiekeuze rekening gehouden kan worden met het overstromingsrisico. Zo kan er onderscheid worden gemaakt in wel en niet overstroombaar gebied of een droge verdieping als vereiste. Binnen het overstroombaar gebied zijn gebieden die hoger liggen dan het gemiddeld hoogtij aantrekkelijker dan gebieden die lager liggen omdat deze eerste gebieden niet overstromen of relatief snel droogvallen.

Binnendijks Voor het binnendijks gebied neemt de verwachte maximale omvang (en vooral de diepte) van een overstroming toe in de toekomst. De kans op een overstroming blijft echter gelijk omdat waterkeringen worden versterkt. De maximale diepte is echter tijdelijk en alleen tijdens de piek. Nadat de zeewaterstand daalt zal ook water weer richting zee stromen, echter niet alles (met name in bedijkt gebied). Dat betekent dat het van belang is dat inwoners en toeristen een korte tijd kunnen schuilen zodat ze kunnen overleven (waarvoor ook evacuatieplannen nodig zijn). Uit de analyse blijkt dat er voldoende schuilplaatsen zijn voor inwoners en toeristen. Met name toeristen hebben wellicht hulp nodig om deze te vinden.

Figuur 26: Waterdieptes in 2100: Links is de maximale waterdiepte tijdens een extreme overstroming. Rechts is de geschatte waterdiepte enkele dagen na een overstroming waarbij het water op vrij verval kan wegstromen door het getijde. (NB: het overstroomde gebied is weergegeven op basis van de huidige normsituatie, in de situatie van 2100 zal er een verschil met waterdieptes van maximaal 1 m waterdiepte bij komen afhankelijk van de maaiveldhoogte)

PR4634.20 • april 2024

49

Na het zakken van het water kunnen schuilplaatsen worden verlaten en kan een eerste herstel gaan plaatsvinden. Ook kunnen toeristen en inwoners dan naar de wal reizen. Herstel (en de leefbaarheid) kan worden bespoedigd door middelen, inclusief eten en drinken, veilig te stellen voorafgaand aan de overstroming zodat de periode beter overbrugd kan worden tot de verbindingen met de vast wal hersteld zijn. Een aantal objecten, zoals het energie aanlandpunt zijn cruciaal voor de voorzieningen en de leefbaarheid op het eiland. Overwogen kan worden deze locatie te wijzigen, lokaal te beschermen of in te zetten op een snel herstel. Het is nog onduidelijk wat de herstelmogelijkheden zijn van deze objecten en of uitval kan worden voorkomen bij de kritieke waterdieptes.

Buitendijks Het buitendijkse gebied is inherent onderdeel van de identiteit van de Waddeneilanden. Voor buitendijks gebied geldt dat hoogwater en overstromingen in de toekomst vaker voorkomen. Dit buitendijks gebied, deels beschermd door duinen en keringen vergt onderhoud. Dit gebied (evenals duinen en voorlanden bij primaire waterkeringen) kan (al dan niet vertraagd) meegroeien met zeespiegelstijging. De snelheid is afhankelijk van de locatie en de mate waarin dit meegroeien een natuurlijk proces - wordt gestimuleerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Terschelling&id=a5886fe5-83de-4eb1-878d-6a249fd563d5