7.c. Jaarrekening 2021 13-4-2022.pdf
Tekst van het document
Met ingang van het jaar 2003 wordt een onderscheid gemaakt tussen onderhoudsvoorzieningen, voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's en voorzieningen met een door derden beklemde, specifieke aanwendingsrichting. De onderhoudsvoorzieningen voor gemeentelijke wegen en paden en de gemeentelijke gebouwen worden bepaald op basis van een meerjarig onderhoudsgemiddelde. Onderhoudslasten worden uit de voorzieningen onttrokken, terwijl jaarlijks een dotatie plaatsvindt aan de voorziening op basis van een meerjarig gemiddelde. De overige voorzieningen worden bepaald op basis van de daadwerkelijke geschatte verplichtingen aan het einde van het boekjaar, waarbij de voorzieningen voor personele verplichtingen, zijn berekend op basis van actuariële uitgangspunten. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer De schulden zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
33
2.1.2 Toelichting op de te onderscheiden posten op de balans per 31 december 2021 VASTE ACTIVA Materiele vaste activa Het verloop van de materiële vaste activa in 2021 is als volgt: Materiele vaste activa In € Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Gronden en terreinen in erfpacht Grond-, weg- en waterbouwk undige werk en EN Grond-, weg- en waterbouwk undige werk en MN Gronden en terreinen
Boekwaarde 1-1-2021
Vermeerdering
Vermindering
3.108.000 20.000 2.116.000 972.000 1.133.000
240.000
-
AfBoekwaarde schrijvingen 31-12-2021 233.000 162.000 71.000 -
2.875.000 20.000 1.954.000 901.000 1.373.000
Woonruimten
509.000
-
-
15.000
494.000
Bedrijfsgebouwen
10.061.000
-
425.000
465.000
9.171.000
Vervoersmiddelen
15.000
23.000
-
7.000
31.000
Automatisering
8.000
-
-
4.000
4.000
Machines, apparaten en installaties
20.000
203.000
-
18.000
205.000 3.787.000
Overige materiele vaste activa
4.007.000
-
-
220.000
Overige materiele vaste activa onderwijs
605.000
108.000
-
99.000
614.000
Totaal
19.466.000
574.000
425.000
1.061.000
18.554.000
Realisatie 2021
Verwachte realisatie
De belangrijkste investeringen per activa soort zijn: Grond-, weg- en waterbouwkundige werken In €
Krediet
Boekwaarde 1-1-2021
Mutaties 2021
Boekwaarde 31-12-2021
Perceel 1: Groot onderhoud haven
567.000
506.000
-
506.000
NEE
2022
De Kom: Nutsvoorzieningen
56.000
-
-
-
NEE
2022
Verkeersveiligheid hoofdweg
300.000
-
-
-
NEE
2022
Parkeren West
70.000
-
-
-
NEE
2022
Aanpassen openbaar vervoer
300.000
149.000
-
149.000
NEE
2022
Verduurzaaming gemeentelijk vastgoed - gemeentehuis
150.000
-
-
-
NEE
2022
Verduurzaaming gemeentelijk vastgoed - driemaster
50.000
-
-
-
NEE
2022
Bedrijfsgebouwen In €
Krediet Tonnenloods Grond Tonnenloods
Boekwaarde 1-1-2021
1.000.000 485.000
-
Mutaties 2021 -
Boekwaarde 31-12-2021 -
Realisatie 2021 NEE NEE
Verwachte realisatie 2022 2022
Overige materiële vaste activa In €
Krediet vGPR 2021 Kolkenzuiger
Boekwaarde 1-1-2021
150.000 205.000
-
Mutaties 2021 203.000
Boekwaarde 31-12-2021 203.000
Realisatie 2021 NEE JA
Verwachte realisatie 2022
Afschrijvingen De volgende afschrijvingstermijnen gelden: - gronden en terreinen - woonruimten - bedrijfsgebouwen
geen afschrijving 30 jaar 25 jaar
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
34
- grond-, weg- en waterbouwkundige werken - vervoermiddelen - computers (automatisering) - machines, apparaten, installaties - overige materiële vaste activa
20 jaar 6 jaar 5 jaar 15 jaar 15 jaar
Financiële vaste activa Financiële vaste activa Boekwaarde 1-1-2021
in €
Vermeerderingen
Verminderingen
Boekwaarde 31-12-2021
Aflossingen
Kapitaalverstrekkingen
71.000
0
0
0
71.000
Leningen woningbouwvereniging
253.000
0
0
15.000
238.000
Overige langlopende geldleningen u/g
451.000
0
0
11.000
440.000
Overige uitzettingen langer dan 1 jaar
97.000
0
0
0
97.000
Totaal
872.000
0
0
26.000
846.000
Verminderingen
Boekwaarde 31-12-2021
VLOTTENDE ACTIVA Voorraden Het verloop van de voorraden is in 2021 als volgt: Voorraden Boekwaarde 1-1-2021
in €
Vermeerderingen
Onderhanden werk Gronden in exploitatie Dellewal
2.217.000
KLU-locatie
266.000
0
2.217.000 266.000
2.949.000
0
2.949.000
Panden in exploitatie Campus Gereed product en handelsgoederen Voorraad winkel CNL
5.000 5.437.000
5.000 0
0
5.437.000
Dellewal en voormalige campus Het college en de raad zijn van mening dat onze eigen vermogenspositie de financiële risico’s die uit beide complexen kunnen voortvloeien niet kan opvangen. Het college en de raad zijn zich ervan bewust dat het realiseren van de nu in de balans opgenomen boekwaarde van het complex Dellewal en de Campusgebouwen noodzakelijk is om onze eigen vermogenspositie op het door uw raad geformuleerde minimale niveau te handhaven. Verliezen die eventueel zouden kunnen ontstaan uit hoofde van de hiervoor genoemde risico’s kunnen op dit moment niet ten laste van het eigen vermogen worden opgevangen zonder de financiële positie van onze gemeente te ondergraven, hetgeen we ons als zelfstandige gemeente niet kunnen veroorloven. KLU-locatie De verwachting is dat deze locatie in 2022 kan worden verkocht, tegen minimaal de boekwaarde, aan Woon Friesland.
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
35
Uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Balans 31-12-2021
In €
Balans 31-12-2020
Vorderingen op openbare lichamen BTW
-35.000
63.000
BCF
1.742.000
1.448.000
Debiteuren
195.000
386.000
Totaal vorderingen op openbare lichamen
1.902.000
1.897.000
Algemene debiteuren
295.000
432.000
Af: voorziening voor dubieus
-39.000 256.000
-39.000 393.000
Overige vorderingen
Subtotaal Belastingdebiteuren
962.000
903.000
Ontvangsten onderweg
-226.000
-231.000
Af: voorziening dubieus
-17.000
-17.000
Subtotaal
719.000
655.000 -275.000
Af te dragen loonheffing december
-288.000
Overige vorderingen (niet gespecificeerd)
25.000
-34.000
Totaal overige vorderingen
712.000
739.000
Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
2.614.000
2.636.000
Een ouderdomsanalyse van de debiteuren is per ultimo 2021 als volgt te geven: Ouderdomsanalyse debiteuren per 31-12-2021 in €
Aantal dagen openstaand x = < 30 Algemene debiteuren en openbare lichamen Belastingdebiteuren
30 < x > 60
60 < x > 90
347.000
-
26.000
x = > 90 117.000
Totaal
690.000
-
-
272.000
962.000
1.037.000
-
26.000
389.000
1.452.000
490.000
Medio maart 2022 is het openstaande saldo van de algemene debiteuren en openbare lichamen gedaald naar € 237.000 en het saldo van de belastingdebiteuren naar € 352.000. Het saldo van de belastingdebiteuren is relatief hoog door de bijzondere betalingsregeling in verband met de coronacrisis.
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
36
Liquide middelen Liquide middelen Balans 31-12-2021
Balans 31-12-2020
ABN-AMRO
7.000
9.000
BNG
273.000
-
Rabobank
118.000
76.000
In €
Kas
7.000
6.000
Liquide middelen onderwijs
343.000
278.000
Totaal liquide middelen
748.000
369.000
Balans 31-12-2021
Balans 31-12-2020
Overlopende activa Overlopende activa In € Te ontvangen van Ministerie inzake SoZaWe
84.000
125.000
Nog te vorderen toeristenbelasting
2.310.000
1.889.000
Nog te vorderen precariobelasting
30.000
30.000
BCF correctie Sozawe
124.000
0
Te vorderen bedragen onderwijs
51.000
60.000
Overige overlopende activa
247.000
392.000
Totaal overlopende activa
2.846.000
2.496.000
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
37
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
38
VASTE PASSIVA Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het saldo van baten en lasten (resultaat). Hieronder zijn deze categorieën nader gespecificeerd: Eigen vermogen Balans 31-12-2021
Balans 31-12-2020
A - Algemene reserve
4.157.000
3.847.000
B - Bestemmingsreserves
5.359.000
5.444.000
in €
Saldo van de rekening van baten en lasten Totaal eigen vermogen
481.000
534.000
9.997.000
9.825.000
Voor een totaaloverzicht van de reserves en voorzieningen gedurende het jaar 2021, verwijzen wij u naar bijlage 1 Reserves en voorzieningen bij deze jaarrekening. A - Algemene reserve in € Stand per 1 januari 2021
3.847.000
Vermeerderingen: Resultaatbestemming 2020 Subtotaal
310.000 4.157.000
Verminderingen: Resultaatbestemming 2020 Stand per 31 december 2021
4.157.000
De algemene reserve wordt beschouwd als de belangrijkste component van het financiële weerstandsvermogen. Het minimale weerstandsvermogen per 31 december 2021 is € 3.446.000, dit is het geblokkeerde deel van de algemene reserve en dient als bufferfunctie voor het opvangen van financiële tegenvallers. B1 - Reserve recreatie in € Stand per 1 januari 2021
328.000
Vermeerderingen: Resultaatbestemming 2020 Subtotaal
328.000
Verminderingen Stand per 31 december 2021
328.000
Deze reserve wordt gevormd door meevallende opbrengsten toeristenbelasting. Alleen eenmalige kosten ten behoeve van het toeristisch product worden ten laste van de reserve gebracht. Een specificatie van de opbrengsten en de verdeling van de toeristenbelasting vindt u in bijlage 4 ‘’opbrengst en verdeling toeristenbelasting’’ van deze jaarrekening.
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
39
In 2021 is het werkbudget overschreden, deze overschrijding wordt gedekt vanuit de reserve exploitatie ’t Behouden Huys. B3 - Reserve havenbedrijf in € Stand per 1 januari 2021
4.078.000
Vermeerderingen: Jaarlijkse dotatie (volgens begroting) Subtotaal
324.000 4.402.000
Verminderingen: Dekking exploitatie havenbedrijf
-304.000
Stand per 31 december 2021
4.098.000
Bij de overdracht van de havenexploitatie van het Rijk naar de gemeente heeft de gemeente een afkoopsom ontvangen voor toekomstige negatieve exploitatiekosten en onderhoudskosten. Deze afkoopsom is gestort in de reserve havenbedrijf. De totale lasten welke gemoeid zijn met de haven moeten uiteindelijk deel uit gaan maken van de gemeentelijke exploitatie. In 2021 is dit evenwicht nagenoeg bereikt. De reserve wordt in eerste instantie gebruikt als overbrugging van de tijd die nodig is om tot dat moment te komen. Daarna dient de reserve om schommelingen in de exploitatie op te vangen en een buffer te vormen voor grootschalige, niet voorziene, onderhoudslasten. B4 - Reserve Volkshuisvesting in € Stand per 1 januari 2021
-
Vermeerderingen: Resultaat 2020 Grondexploitatie West Aleta fase 4
224.000
Stand per 31 december 2021
224.000
In 2020 is de grondexploitatie West Aleta 4 met een postitief resultaat afgesloten. Deze gelden zijn opgenomen in de reserve Volkshuisvesting en zullen voor dit doel worden ingezet. B5 - Reserve budgetoverheveling in € Stand per 1 januari 2021
958.000
Vermeerderingen: Masterplan haven
180.000
Inning toeristenbelasting
64.000
Duurzaamheid
144.000
Omgevingswet
108.000
Woonprogramma 135+ Subtotaal
142.000 1.596.000
Verminderingen: Besteding overgehevelde middelen van 2020
-958.000
Stand per 31 december 2021
638.000
Deze reserve is bedoeld om middelen die in 2021 niet besteed zijn en die voldoen aan de criteria voor budgetoverheveling mee te nemen naar 2022. In 2022 staan hier uitgaven tegenover met een vastgelegde bestedingsverplichting.
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
40
B6 - Reserve Dr. J.W. van Dierenfonds in € Stand per 1 januari 2021
19.000
Verminderingen: Aankoop Schilderij Vermeerderingen: Bespaarde rente over eigen financieringsmiddelen
1.000
Stand per 31 december 2021
20.000
Deze reserve is bedoeld voor specifieke aankopen voor het museum ’t Behouden Huys. Aan de reserve wordt jaarlijks 5% rente toegevoegd. Voorzieningen Voorzieningen Balans 31-12-2021
Balans 31-12-2020
C - Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's
1.621.000
1.758.000
D - Onderhoudsvoorzieningen
2.073.000
1.890.000
E - Door derden beklemde middelen met een specifieke aanwendingsrichting
1.267.000
1.250.000
Totaal voorzieningen
4.961.000
4.898.000
in €
Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen. Zij bevatten voorziene lasten in verband met risico’s en verplichtingen waarvan de omvang min of meer onzeker is. Voorzieningen kunnen ook betrekking hebben op verplichtingen van bepaalde kosten die in de tijd onregelmatig gespreid zijn. Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s C1 - Voorziening verlof- en spaaruren personeel in € Stand per 1 januari 2021
20.000
Verminderingen: Vrijval spaaruren
-
Stand per 31 december 2021
20.000
Enkele medewerkers hebben rechten opgebouwd om spaaruren op een bepaald moment om te zetten in verlof. De rechten worden in de balans opgenomen in deze voorziening. De opgebouwde rechten worden jaarlijks aangepast aan de loonontwikkeling. Een aantal jaren geleden zijn er met medewerkers afspraken gemaakt omtrent het overschot aan verlofuren. Een aantal medewerkers heeft er voor gekozen om dit verlof op te nemen bij het einde van het dienstverband. Deze lasten worden vanaf 2014 eveneens in de balans opgenomen in deze voorziening. C2 - Voorziening verplichtingen voormalige bestuurders in € Stand per 1 januari 2021
1.560.000
Vermeerderingen: Dotatie op basis van actuariële berekening Subtotaal
1.560.000
Verminderingen: vrijval op basis van actuariële berekening
-75.000
Betalingen aan voormalige bestuurders
-53.000
Stand per 31 december 2021
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
1.432.000
41
Bestuurders bouwen tijdens hun ambtsperiode wachtgeldrechten en pensioenrechten op. Indien bestuurders op enig moment niet opnieuw worden benoemd of tussentijds hun functie neerleggen, kan aanspraak worden gemaakt op wachtgeld. Gewezen bestuurders hebben vanaf het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd recht op een pensioen. Daar sprake kan zijn van een aanzienlijke financiële verplichting jegens wethouders en hun partners, is besloten deze verplichtingen op te nemen in een voorziening. Voor aftredende bestuurders worden de rechten in de voorziening opgenomen op het moment van aftreden. De voorziening verplichting voormalig bestuurders wordt jaarlijks aangepast aan de dan bekende rechten. De voorziening wordt actuarieel berekend, rekening houdend met een wettelijke rekenrente van 0,528% en actuele sterftetafels. C3 - Voorziening afkoopsommen graven in € Stand per 1 januari 2021
178.000
Vermeerderingen: Ontvangen afkoopsommen voor langdurig onderhoud
17.000
Subtotaal
195.000
Verminderingen: Vrijval ten gunste van de exploitatie
-26.000
Stand per 31 december 2021
169.000
Deze voorziening wordt gevormd in verband met de verplichtingen die de gemeente heeft in verband met het periodiek onderhoud aan graven op de begraafplaats van WestTerschelling. De van nabestaanden ontvangen afkoopsommen voor het onderhoud worden aan de voorziening toegevoegd. De lasten van onderhoud worden op de voorziening in mindering gebracht. Onderhoudsvoorzieningen D1 - Onderhoudsvoorziening riolering in € Stand per 1 januari 2021
862.000
Vermeerderingen: Saldo product riolering
130.000
Stand per 31 december 2021
992.000
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
42
D2 - Onderhoudsvoorziening wegen en paden in € Stand per 1 januari 2021
480.000
Vermeerderingen: Dotatie op basis van het beheersplan
465.000
Subtotaal
945.000
Verminderingen: Onttrekking in verband met uitgevoerd onderhoud
-503.000
Stand per 31 december 2021
442.000
D3 - Onderhoudsvoorziening gemeentelijke gebouwen in € Stand per 1 januari 2021
550.000
Vermeerderingen: Dotatie op basis van het beheerplan
230.000
Subtotaal
780.000
Verminderingen: Onttrekking in verband met uitgevoerd onderhoud
-141.000
Stand per 31 december 2021
639.000
De onderhoudsvoorzieningen voor gemeentelijke riolering, wegen en paden en de gemeentelijke gebouwen worden bepaald op basis van een meerjarig onderhoudsgemiddelde. Onderhoudslasten worden uit de voorzieningen onttrokken, terwijl jaarlijks een dotatie plaatsvindt aan de voorziening op basis van het betreffende beheersplan. Door derden beklemde middelen E1 - Voorziening onderwijs in € Stand per 1 januari 2021
1.250.000
Verminderingen: Mutatie in de voorziening volgens de jaarrekening 2021
17.000
Stand per 31 december 2021
1.267.000
De voorziening onderwijs wordt gevormd door het verschil tussen de door het Rijk betaalde vergoedingen aan de gemeente Terschelling voor het openbaar onderwijs en de daaruit betaalde lasten. De gemeente fungeert hierin als bevoegd gezag. Door de invoering van de landelijke lumpsum financiering van het openbaar onderwijs heeft het openbaar onderwijs een zelfstandige jaarrekening opgesteld waarvan de activa en passiva alsmede de baten en lasten in de gemeentelijke jaarrekening worden geconsolideerd. Vaste schulden met een rente typische looptijd van één jaar of langer Langlopende schulden Boekwaarde Opgenomen 1-1-2021 lening
in €
Aflossingen
Boekwaarde 31-12-2020
Binnenlandse banken
12.489.000
2.500.000
3.456.000
11.533.000
Totaal
12.489.000
2.500.000
3.456.000
11.533.000
Bijlage 2 Langlopende geldleningen geeft een gedetailleerd overzicht van de mutaties in de geldleningen. Ter financiering van de Campus werd in het verleden een kortlopende kasgeld lening aangetrokken. In verband met het overschrijden van het kasgeldlimiet is in 2020 besloten om de lening om te zetten naar een langlopende lening van 1 jaar en 10 dagen. Door dat er
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
43
ontwikkelingen zijn gaande dat de campus zal worden verpacht (voor minimaal 20 jaar) aan de NHL is hierop vooruitlopend de geldlening van 2,5 miljoen, die in juli 2021 volledig moest worden afgelost, omgezet in een lening van 2,5 miljoen voor 20 jaar. De rentelast op de geldleningen bedroeg over 2021 € 180.000. VLOTTENDE PASSIVA Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar. Liquide middelen Balans 31-12-2021
Balans 31-12-2020
Kasgeldlening
1.000.000
1.000.000
Totaal liquide middelen
1.000.000
1.000.000
Balans 31-12-2021
Balans 31-12-2020
In €
Overige schulden In € Crediteuren overheid
97.000
65.000
Crediteuren overig
554.000
389.000
Crediteuren onderwijs
252.000
202.000
Totaal overige schulden
903.000
656.000
balans 31-12-2021
Balans 31-12-2020
Overlopende passiva In € Transitorische rente geldleningen
83.000
194.000
Groenfonds Noordermiede en bedrijventerrein
316.000
327.000
Duurzaamheidssubsidie zwembad
-
300.000
Ministerie Sociale Zaken
69.000
69.000
FUMO te verwachten afrekening dienstverlening/frictie
244.000
50.000
Vooruitontvangen huur Passantenhaven
392.000
407.000
Storting depot Passantenhaven incl. rente
88.000
105.000
Te verrekenen met de Passantenhaven
104.000
175.000
Belastingdienst
50.000
50.000
Specifieke uitkering Sport
-
116.000
Te betalen vennootschapsbelasting
52.000
52.000
Terug te betalen TOZO
178.000
84.000
Nog uit te betalen SPUKIJZ 2020/2021
113.000
-
Reservering compensatie doelgroepwoningen
100.000
-
Afrekening balansposten SoZaWe
369.000
-
Overige overlopende passiva
487.000
399.000
Totaal overlopende passiva
2.645.000
2.328.000
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
44
Niet uit de balans blijkende verplichtingen Gewaarborgde geldleningen De gemeente heeft waarborgen verstrekt tot een bedrag van € 9.336.000 voor nog uitstaande geldleningen van andere instellingen. In bijlage 3 Gewaarborgde geldleningen wordt een specificatie gegeven van dit bedrag naar de aard van deze gewaarborgde geldleningen. Het risico om voor deze waarborgen te worden aangesproken is overigens zeer gering omdat de leningen grotendeels voorafgaand zijn geborgd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Erfpachtverplichtingen De gemeente heeft jaarlijkse verplichtingen tot het betalen van erfpachten voor een bedrag van € 18.000.
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
45
2.2 Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening (Programmarekening) 2.2.1 Programmarekening Lasten Programmarekening over het jaar 2021 Lasten
Rekening 2021
Lokale heffingen
Begroting 2021
151.000
Rekening 2020
192.000
96.000
Onroerende zaakbelasting
81.000
57.000
59.000
Toeristenbelasting
70.000
135.000
37.000
Forensenbelasting
0
Precariobelasting
0
Kostendekkende activiteiten
44.500
-109.500
1.739.000
Riolering
768.500
748.500
808.000
Afval
-724.000
-858.000
931.000
Programma's
24.953.500
25.516.500
20.504.000
0: Bestuur en ondersteuning
7.313.000
7.268.000
6.738.000
1: Veiligheid
1.111.000
1.059.000
929.000
2: Verkeer, vervoer en waterstaat
2.320.000
2.577.000
1.799.000
3: Economie
298.000
367.000
225.000
4: Onderwijs
4.512.000
4.141.000
4.190.000
5: Sport, cultuur en recreatie
1.770.000
1.815.000
1.613.000
6: Sociaal domein
3.515.500
3.664.500
3.336.000
7: Volksgezondheid en milieu
2.493.000
2.705.000
523.000
8: VHROSV
1.621.000
1.920.000
1.151.000
Subtotaal
25.149.000
Mutaties in de reserves Stortingen Saldo
963.000 963.000
Totaal
22.339.000
325.000 325.000
1.370.000 1.370.000
26.112.000
25.924.000
23.709.000
0
0
0
481.000
0
534.000
26.593.000
25.924.000
24.243.000
Vennootschapsbelasting Nog te bestemmen resultaat
25.599.000
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
46
2.2.2 Programmarekening Baten Programmarekening over het jaar 2021 Baten
Rekening 2021
Belastingen
Begroting 2021
6.457.000
Rekening 2020
6.257.000
5.353.000
Onroerende zaakbelasting
2.186.000
2.183.000
2.093.000
Toeristenbelasting
3.397.000
3.248.000
2.472.000
Forensenbelasting
804.000
731.000
741.000
Precariobelasting
70.000
95.000
47.000
Kostendekkende activiteiten
1.679.000
1.706.000
1.646.000
Riolering
849.000
860.000
846.000
Afval
830.000
846.000
800.000
Algemene uitkering
9.584.000
Programma's 0: Bestuur en ondersteuning
9.525.000
7.602.000 634.000
9.704.000
6.668.000 495.000
6.434.000 358.000
1: Veiligheid
40.000
39.000
55.000
2: Verkeer, vervoer en waterstaat
838.000
895.000
333.000
3: Economie
0
0
0
4: Onderwijs
4.026.000
3.626.000
3.735.000
5: Sport, cultuur en recreatie
338.000
329.000
334.000
6: Sociaal domein
479.000
455.000
419.000
7: Volksgezondheid en milieu
144.000
63.000
147.000
1.103.000
766.000
1.053.000
8: VHROSV Subtotaal
25.322.000
Mutaties in de reserves Onttrekkingen Saldo
1.271.000 1.271.000
23.137.000
1.198.000 1.198.000
1.106.000 1.106.000
26.593.000
25.354.000
24.243.000
0
570.000
0
26.593.000
25.924.000
24.243.000
Nog te bestemmen resultaat Totaal
24.156.000
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
47
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
48
2.3 Paragrafen 2.3.1 Paragraaf 1 – Lokale heffingen Inleiding Voor de uitvoering van gemeentelijke taken heeft de gemeente middelen nodig om de hiermee gepaard gaande kosten te dekken. Het innen van lokale heffingen behoort tot één van de mogelijkheden om deze middelen te verschaffen. In deze paragraaf volgt een overzicht van de lokale heffingen die in onze gemeente worden geheven. Verder worden de ontwikkelingen van de onroerendezaakbelasting (OZB), afvalstoffenheffing en rioolheffing weergeven. Heffingen kunnen worden onderverdeeld in belastingen en retributies. In onze gemeente worden de volgende heffingen opgelegd: Lokale heffingen in €
Begrote inkomsten
Werkelijke inkomsten
Verschil in €
Verschil in %
Onroerende + roerende zaak belasting - eigendom woningen
1.158.000
1.249.000
91.000
8%
- eigendom niet-woningen
625.000
576.000
-49.000
-8%
- gebruiker niet-woningen
400.000
361.000
-39.000
-10%
Afvalstoffenheffing
830.000
846.000
16.000
2%
Rioolheffing
860.000
849.000
-11.000
-1%
Precariobelasting
95.000
70.000
-25.000
-26%
Toeristenbelasting
3.248.000
3.397.000
149.000
5%
Forensenbelasting
731.000
804.000
73.000
10%
Havengelden
260.000
198.000
-62.000
-24%
Grafrechten
7.000
27.000
20.000
286%
Leges burgelijk e stand en burgerzak en
120.000
89.000
-31.000
-26%
Leges bouwvergunningen en welstand
456.000
611.000
155.000
34%
Totaal
8.790.000
9.077.000
287.000
3%
Uitgangspunt bij de lokale heffingen afvalstoffenheffing, rioolheffing, grafrechten en leges is dat deze kostendekkend moeten zijn, een gemeente mag hier geen winst op maken. Voor gemeentelijke belastingen geldt dat niet. Vanuit dat oogpunt worden in de komende jaren verschillende leges en heffingen opnieuw bekeken. Hiervoor is het programma kostendekkendheid.nl aangeschaft. Hiermee kan snel worden gekeken of de begrote en werkelijk geïnde leges en heffingen kostendekkend zijn. Onroerende zaakbelasting (OZB) De grondslag voor de heffing van OZB in 2021 is de WOZ-waarde met peildatum 1 januari 2020. De feitelijke opbrengst over het belastingjaar 2021 is per saldo € 3.000 hoger dan geraamd. De reden hiervan is dat de WOZ-waarde altijd iets hoger wordt vastgesteld dan vooraf ingeschat.
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
49
Tarieven Onroerende zaakbelasting (OZB) In %
2020
2021
Eigendom Woningen
0,1030%
0,1010%
Eigendom Niet-Woningen
0,2980%
0,2900%
Gebruiker Niet-Woningen
0,2170%
0,2080%
Rioolheffing Sinds de introductie van de Wet gemeentelijke watertaken op 1 januari 2008 dient de gemeente niet alleen zorg te dragen voor stedelijk afvalwater, maar ook voor regenwater en grondwater. Om deze taken goed uit te voeren worden er kosten gemaakt. Deze kosten worden via de rioolheffing verhaald op gebruikers van woningen en niet-woningen. Het tarief voor de rioolheffing wordt gebaseerd op het vastgestelde verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP). In 2019 is het vGRP voor 2019-2023 vastgesteld. Het tarief voor de rioolheffing is al een aantal jaar gelijk. De werkelijke opbrengst voor het belastingjaar 2021 valt € 11.000 (1,28%) lager uit dan geraamd. Tarieven Rioolheffing In € Tarief Rioolheffing
2020
2021
176
176
De inkomsten uit rioolheffing mogen de kosten die gemoeid zijn met deze taken niet overschrijden. In onderstaande tabel is de kostendekkendheid van de rioolheffing te zien. Het dekkingspercentage van 96% geeft bijvoorbeeld aan dat de kosten voor 96% gedekt worden door de ontvangen heffingen. Het tekort hoeft niet te worden gedekt door tariefsverhogingen maar wordt gedekt vanuit de voorziening. Op deze manier is de kostendekkendheid van riolering altijd 100%. Voor een overzicht van de opbouw van deze voorziening verwijzen wij u naar de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. Kostendekkendheid Rioolheffing Begroot 2021
In €
Werkelijk 2021
Verschil
Lasten taak veld 7.2 (incl. toerek eningen)
-513.500
-534.000
-20.500
Saldo exploitatielasten taakveld 7.2 Riolering
-513.500
-534.000
-20.500
Toerekening overhead
-235.000
-235.000
-
BTW
-108.000
-80.000
28.000
Saldo exploitatielasten taakveld 7.2 Riolering
-856.500
-849.000
7.500
Opbrengst heffingen
860.000
849.000
-11.000
Saldo Riolering
3.500
-
-3.500
Dekkingspercentage
100%
100%
Toe te rek enen k osten
Afvalstoffenheffing Het huishoudelijk afval wordt door de gemeente ingezameld, afgevoerd en verwerkt. Met ingang van 2012 heeft de gemeente deze taken ondergebracht bij Omrin. Omrin is een samenwerkingsverband op het gebied van afvalinzameling van alle gemeenten in Friesland. Om deze samenwerking te kunnen bekostigen wordt er afvalstoffenheffing geheven per huishoudelijke aansluiting.
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
50
Het tarief afvalstoffenheffing wordt jaarlijks geïndexeerd en opnieuw vastgesteld. In 2021 was de werkelijke opbrengst afvalstoffenheffing € 16.000 hoger dan geraamd. Dit komt door een hoger aantal aansluitingen. Tarieven Afvalstoffenheffing In € Tarief afvalstoffenheffing
2020
2021
207
211
Net als bij riolering mogen de inkomsten uit afvalstoffenheffing de kosten die gemoeid zijn met de inzameling en verwerking van afval niet overschrijden. Daarom wordt de werkelijke kostendekkenheid voor het product afval berekend. In onderstaande tabel is te zien dat de werkelijke kostendekkendheid voor het product afval, voor 2021, uitkomt op 97%. Het verschil met de begroting wordt veroorzaakt door het feit dat de werkelijke lasten in 2021 gemiddeld iets hoger lagen dan begroot. Deze hogere lasten worden voornamelijk veroorzaakt door de exploitatie van de Milieustraat. Ook dit jaar is er weer meer afval aangeboden bij de milieustraat, waardoor de eindafrekening hoger uitviel. Naast hogere lasten waren er ook iets hogere baten vanuit de heffingen en de vergoedingen voor ingezameld afval via Nedvang. Per saldo komt de kostendekkendheid hierdoor iets lager uit dan begroot (99%). Kostendekkendheid Afvalstoffenheffing Begroot 2021
In €
Werkelijk 2021
Verschil
Lasten taak veld 7.3 Afvalinzameling
-471.000
-477.000
-6.000
Afvalverwerking
-335.000
-348.000
-13.000
Milieustraat
-85.000
-120.000
-35.000
Overslagstation
-3.000
-
3.000
Baten taak veld 7.3 Afvalverwerking
60.000
78.000
18.000
Huuropbrengsten
11.000
11.000
-
Saldo exploitatielasten taakveld 7.3 Afval
-823.000
-856.000
-33.000
Toerekening overhead
-19.000
-19.000
-
Saldo exploitatielasten taakveld 7.3 incl. overhead
-842.000
-875.000
-33.000
Opbrengst heffingen
830.000
846.000
16.000
Saldo Afval
-12.000
-29.000
-17.000
Dekkingspercentage
99%
97%
-2%
Lastendruk gemeente Terschelling De gemiddelde woonlasten in een gemeente bestaan uit OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. In de onderstaande tabel is de lastendruk van de gemeente Terschelling over de afgelopen twee jaar weergeven. Zoals te zien is stijgt de lastendruk ieder jaar als gevolg van de inflatie. De gemiddelde stijging van de lastendruk is 1%.
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
51
Lastendruk In €
2020
2021
Gemiddelde WOZ-waarde
331.000
340.000
OZB lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
341
343
Rioolheffing voor gezin
176
176
Afvalstoffenheffing voor gezin
207
211
Gemiddelde woonlasten Gemeente Terschelling
724
730
Het centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) brengt jaarlijks de Atlas van de lokale lasten uit. Voor een vergelijking van de lokale lasten van de gemeente Terschelling met andere gemeenten verwijzen we naar www.coelo.nl. Precariobelasting De gemeente Terschelling heft precariobelasting als vergoeding voor het gebruik van openbare grond. De precariobelasting wordt specifiek geheven voor het plaatsen van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Door de coronacrisis is in maart 2020 besloten dat er geen precariobelasting geheven wordt over de periode dat bedrijven die hiervoor in aanmerking kwamen verplicht gesloten moesten blijven. Dit besluit is verlengd voor het jaar 2021. De opbrengst precariobelasting over het belastingjaar 2021 valt daarom lager uit dan begroot. Toeristenbelasting De toeristenbelasting is een belasting die wordt geheven waarvan de opbrengst ten goede komt van het toeristisch product. Toeristenbelasting wordt geheven van degene die tegen vergoeding gelegenheid tot nachtverblijf biedt en voor de eerste dag via een opslag op het bootkaartje. De gemeente Terschelling heft een vast tarief per persoon per nacht welk jaarlijks stijgt met de inflatiecorrectie van dat jaar. Voor 2021 bedroeg de toeristenbelasting € 1,78 per nacht. Tarieven Toeristenbelasting In € Tarief Toeristenbelasting
2020
2021
1,74
1,78
De aanslagen voor de toeristenbelasting 2021 worden pas in het jaar 2022 opgelegd. De reden hiervoor is dat de verblijfsverstrekkers pas na afloop van het jaar hun aangifte toeristenbelasting kunnen indienen. Forensenbelasting De forensenbelasting wordt geheven van natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden op het eiland. De forensenbelasting voor het belastingjaar 2021 is vastgesteld op € 246,82 per slaapplaats met een maximum van € 1.234,10 per verblijf. De werkelijke opbrengsten in 2021 zijn € 73.000 hoger dan de raming. Havengelden Havengeld is een vorm van leges, waarbij als uitgangspunt geldt dat tegenover een dienst die door de gemeente wordt verrichten een vergoeding wordt geheven. De gemeente Terschelling int havengelden van de schepen die aanleggen in onze haven en daar 1 of meer dagen verblijven. Deze gelden worden gebruikt voor het ‘draaiend’ houden van onze haven.
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
52
Bij het innen van de havengelden wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende soorten schepen: - Pleziervaart - Visserij - Vrachtschip - Passagiersschip - Overige schepen Iedere soort heeft zijn eigen tarief, welke zijn terug te vinden in de verordening havengelden 2021. De werkelijke opbrengsten havengelden 2021 vallen € 62.000 lager uit dan de raming. De reden hiervan zijn de beperkende maatregelen van de coronacrisis. Een groot deel van de inkomsten uit de haven wordt gehaald uit inkomsten van de Bruine vloot die ons eiland aandoet. Deze schepen vervoeren voornamelijk grotere groepen. Door de coronacrisis en de bijbehorende regels was het voor de Bruine vloot niet of nauwelijks mogelijk om hun diensten aan te bieden aan gasten. Een deel van de vloot heeft het eiland daarom minder frequent bezocht, of zelfs helemaal niet. Wanneer er toch schepen kwamen dan betaalden zij wel havengeld, maar vielen ook de inkomsten uit bijvoorbeeld toeristenbelasting grotendeels weg. Grafrechten De gemeente Terschelling int grafrechten bij degene die een graf gebruiken van de gemeente. De opbrengsten van de grafrechten worden gebruikt voor het onderhouden van de gemeentelijke begraafplaatsen. De werkelijke opbrengst grafrechten 2021 bedroeg € 27.000. Hiervan is een bedrag van € 17.000 gestort in de voorziening. Dit gedeelte betreft de rechten die zijn vooruitbetaald voor 10 of 20 jaar.
Ieder jaar valt een gedeelte vrij om de kosten van het onderhoud gemeentelijke begraafplaatsen te dekken. De overige opbrengsten komen voort uit het begraven van personen of het overschrijven van rechten. Deze opbrengsten vallen voor 2021 € 3.000 hoger uit dan geraamd. Leges burgerlijke stand en burgerzaken Leges zijn vergoedingen die gemeenten vragen als tegenprestatie voor verrichte handelingen of taken. De opbrengsten uit de heffing van leges worden gebruikt om de kwaliteit van de verrichte handelingen en taken te waarborgen en om de personeels-, huisvesting- en materieelkosten te dekken. De hoogte van de leges voor 2021 is terug te vinden in de tarieventabel behorend bij de legesverordening 2021. Het totaal van de ontvangen leges voor de burgerlijke stand (huwelijken en partnerschappen) en burgerzaken (paspoorten, rijbewijzen e.d.) is € 33.000 lager dan begroot. Hoewel de geldigheid van paspoorten niet veranderd is gedurende de coronacrisis, werd toch geconstateerd dat er gedurende de lockdown minder aanvragen voor paspoorten waren omdat mensen niet op vakantie konden. Leges bouwvergunningen en welstand Net zoals de leges voor de burgerlijke stand en burgerzaken zijn bouwleges vergoedingen die gemeenten ontvangen.
Ook deze opbrengsten worden gebruikt om de kwaliteit van de verrichte handelingen en taken te waarborgen en om de personeels-, huisvesting- en materieelkosten te dekken. De hoogte van de bouwleges is de afgelopen jaren achtergebleven bij de kosten die gemaakt worden voor de verlening van bouw- en welstandsvergunningen. De werkelijke opbrengst van de bouwleges valt in het belastingjaar 2021 € 155.000 (34%) hoger uit dan geraamd. Deze extra opbrengst wordt niet veroorzaakt door leges die in rekening zijn gebracht voor een specifiek groot project, maar komen voort uit reguliere aanvragen.
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
53
Met deze meeropbrengst is het verschil tussen kosten van de verlening van bouw- en welstandsvergunningen en de opbrengst van de bouwleges vervallen. Dit is te zien in onderstaande tabel. Vergunningverlening en WABO-leges in € Kosten dienstverlening FUMO (BRIKS-taken)
2019 -609.000
2020 -521.000
2021 -613.000
Inkomsten Bouwleges
262.000
565.000
611.000
-347.000 44.000 -2.000 Saldo * In 2020 waren er eenmalig extra opbrengsten van € 110.000 voor de uitvoering van een groot project, waarvan de werk zaamheden voornamelijk in 2019 hadden plaatsgevonden
Kwijtschelding Gemeenten kunnen in Nederland zelf bepalen welke gemeentelijke belastingen onder het kwijtscheldingsbeleid vallen. Het kwijtscheldingsbeleid van de gemeente Terschelling kent de volgende uitgangspunten: • Het kwijtscheldingspercentage voor de inkomensnorm is vastgesteld op 100% van de bijstandsnorm; • Kwijtschelding kan uitsluitend worden verleend voor: o OZB woningen (na afschaffing van het gebruikersdeel komt dit nog maar zelden voor) o Rioolheffing o Afvalstoffenheffing Sinds het jaar 2019 is het veel makkelijker geworden voor belastingplichtigen om kwijtschelding aan te vragen. Door de samenwerking met het Noordelijk Belastingkantoor kunnen belastingplichtigen digitaal hun kwijtschelding indienen. Het Noordelijk Belastingkantoor beoordeelt deze aanvraag en stuurt de uitkomst door naar de gemeente Terschelling. Wanneer het besluit tot kwijtschelding positief is, krijgt de belastingplichtige ook kwijtschelding voor de bovengenoemde belastingen van de gemeente Terschelling. In 2021 zijn er 9 aanslagen in aanmerking gekomen voor automatische kwijtschelding. Via de reguliere weg zijn er in 2021 zijn 11 verzoeken ingediend tot kwijtschelding. Hiervan zijn 3 verzoeken ingewilligd en 8 verzoeken afgewezen. In totaal werd er voor een bedrag van € 7.000 kwijtgescholden.
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
54
2.3.2 Paragraaf 2 – Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Op grond van het BBV bevat de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing een vaste set van financiële kengetallen. Deze kengetallen moeten inzichtelijk maken hoeveel (financiële) ruimte de gemeente heeft om extra structurele en incidentele lasten op te vangen. De financiële kengetallen kunnen door de gemeenteraad en externe toezichthouders betrokken worden bij de beoordeling en vergelijking van de financiële positie. Naast de vaste set van kengetallen bevat deze paragraaf ook inzicht in de mogelijke risico’s die de gemeente loopt en de invloed van deze risico’s op de financiële positie. Om de risico’s te beperken, heeft de gemeente een beleid voor risicomanagement. Als beleidskaders voor dit risicomanagement gelden de financiële verordening (art. 212 Gemeentewet), de nota van reserves en voorzieningen en deze paragraaf die zowel in de begroting als in de jaarrekening is opgenomen. In dit onderdeel wordt ook de weerstandscapaciteit beschreven en de ratio weerstandsvermogen bepaald. Gekwantificeerde risico’s Een risico is een mogelijke gebeurtenis met een negatief (financieel) gevolg voor de organisatie. De risico’s relevant voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet anderszins zijn te ondervangen.
Reguliere risico’s - risico’s die zich regelmatig voordoen en die veelal vrij goed meetbaar zijn - kunnen worden opgevangen door het afsluiten van verzekeringen of door het vormen van voorzieningen. Voorbeelden van risico’s die opgevangen worden door het weerstandsvermogen zijn ondernemersrisico’s (of bedrijfsrisico’s) en hangen vooral samen met grondexploitatie, gebiedsuitbreiding, publiek private samenwerking (PPS), sociale structuur (bij neergaande conjunctuur), de algemene uitkering en open-einde regelingen. Op basis van de inventarisatie is een risicoprofiel opgesteld waarmee de per eind 2020 beschikbare buffers kunnen worden geconfronteerd. Met onderstaande lijst is geprobeerd het risicoprofiel voor de gemeente Terschelling in kaart te brengen. Voor de beoordeling van de kans dat een gebeurtenis zich voordoet, met de bijbehorende ‘gekwantificeerde kans’, hanteren we de volgende vijf klassen: Klassen risico's Klasse
Kans
Financiële impact
1
Zeer klein (0 - 20%)
5%
2
Klein (21 - 40%)
25%
3
Gemiddeld (41 - 60%)
50%
4
Groot (61 - 80%)
75%
5
Zeer groot (81 - 100%)
95%
Voorbeeld: Stel: de gemeente voert een onderhoudsproject uit van € 1 miljoen. Het financiële risico wordt bepaald op € 250.000 (het bedrag dat het budget kan worden overschreden). De kans dat dit risico zich voordoet wordt geschat op gemiddeld (klasse 3). De bijbehorende financiële impact bedraagt dan op grond van de bovenstaande tabel 50%. De benodigde incidentele weerstandscapaciteit voor dit project wordt dan berekend op € 125.000. Hieronder worden de naar onze mening bekende risico’s uitgewerkt en wordt een recapitulatie gegeven van het totaal.
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
55
Voor de hierna geïnventariseerde en gekwantificeerde risico’s is een rapporteringsondergrens voor het maximale financiële risico gehanteerd van € 250.000 of lager indien er bijzondere omstandigheden zijn. Maximale financiële risico’s onder de € 250.000 worden in principe niet gepresenteerd. Kosten sociaal domein Een van de grootste risico’s voor onze gemeente zijn de kosten in het sociaal domein. Het open eind karakter van de zorg voor jeugd en Wmo speelt hier een grote rol in. Daarnaast worden deze kosten ook sterk beïnvloed door demografische factoren. Een stijging van het aantal ouderen in de gemeente kan hierdoor een stijgend effect hebben op de kosten van Wmo. Bij het onderdeel Jeugd spelen andere factoren. De informatiestroom op dit gebied is tot nu toe niet optimaal geweest, waardoor niet alle kosten tijdig inzichtelijk waren. Hierdoor kan het zijn dat de gemeente ieder jaar weer met andere kosten geconfronteerd wordt omdat de zorgbehoefte onder de jeugd niet duidelijk in beeld is. Wel zit hier een verbeterende lijn in en wordt verwacht dat hier steeds meer grip op komt. Tot eind 2019 had de gemeente Terschelling een reserve Sociaal Domein waaruit deze onvoorziene extra uitgaven gedekt konden worden.
Deze reserve is per ultimo 2019 gedaald naar 0 en eventuele onvoorziene uitgaven moeten nu worden gedekt vanuit de andere beschikbare buffers en dus vanuit het weerstandsvermogen. Campus (Maritiem Instituut) In 2017 heeft de gemeente de gebouwen van de voormalige campus teruggekocht voor een waarde van 2,9 miljoen. De verwachting is dat deze gebouwen, gezien de huidige marktomstandigheden, herontwikkeld kunnen worden waarbij de actuele boekwaarde kan worden terugverdiend. Hiermee wordt het bijbehorende risico ingeschat op zeer klein. Complex voormalige dancing Dellewal De huidige boekwaarde van deze grond is 2,2 miljoen. Afgelopen jaar is ingestemd met het voornemen tot het bouwen van 13 appartementen. Door verkoop van deze appartementen kan het complex naar verwachting tegen de huidige boekwaarde worden verkocht en is de verwachting dat geen afboeking hoeft plaats te vinden. Toch bestaat er een zeer klein risico dat de plannen anders lopen; hiermee is in het risicoprofiel rekening gehouden. Gewaarborgde leningen De gemeente staat garant voor een aantal leningen, onder andere voor de leningen die door de woningcorporatie via het WSW (waarborgfonds sociale woningbouw) zijn aangetrokken en rechtstreekse leningen aan WoonFriesland. In totaal gaat het om een bedrag van 9,86 miljoen euro.
De kans dat een beroep wordt gedaan op deze garantstellingen is zeer klein, maar in theorie wel aanwezig. Onderhoud kapitaalgoederen Door het ontbreken van een vastgesteld beheerplan voor het groenonderhoud en een aflopend plan voor het onderhoud van de gemeentelijke gebouwen kunnen de financiële risico’s die dit met zich mee brengt op dit moment niet goed worden ingeschat. Er is een voorziening onderhoud gebouwen opgenomen in de balans, maar er is niet direct bekend of deze voorziening toereikend is voor de toekomstige kosten. Daarnaast kunnen extreme weersomstandigheden zorgen voor een zwaardere belasting van de kapitaalgoederen. Dit geldt zeker op Terschelling. Hierdoor is er een risico op ongepland onderhoud. Verzekeringen tegen extreme weersomstandigheden zijn ook niet altijd mogelijk. Deze kosten worden bij calamiteiten voor een gedeelte gedekt uit de beschikbare voorzieningen, maar er blijft een kans dat deze niet toereikend zijn. Dit risico wordt echter geschat op klein.
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
56
De consequenties van bestaande en nieuwe bestemmingsplannen Het opstellen van ruimtelijke plannen wordt steeds complexer door de nieuwe wet- en regelgeving. Ook in de komende jaren gaat er veel veranderen met de invoering van de nieuwe Omgevingswet. In het verleden is al gebleken dat Terschelling veel verschillende bestemmingsplannen kent met allemaal hun eigen karakter. Dit maakt het risico groter dat bij wijzigingen in bestemmingsplannen ingewikkelde juridische procedures moeten worden gevolgd die vaak tijd- en geldrovend zijn. Dit risico wordt door ons vooralsnog ingeschat op klein maar de ervaring is wel dat deze procedures wel sterk toenemen. Terugloop toerisme De gemeente Terschelling is voor een groot deel van haar inkomsten afhankelijk van de toeristenbelasting. Mocht de aanloop van toeristen om welke reden dan ook plotseling teruglopen dan heeft dit grote gevolgen voor de financiële positie. Een dergelijke situatie deed zich voor in 2020, toen Nederland in een lockdown ging vanwege het coronavirus. Een gedeelte van de accommodaties moest sluiten en ook de veerdiensten voeren minder. Dit heeft ervoor gezorgd dat er minder toeristenbelasting binnen kwam. In deze situatie werd er compensatie geboden vanuit het Rijk en blijkt de werkelijke financiële schade gelukkig mee te vallen.
Ook in de toekomst is niet uit te sluiten dat het toerisme nog eens terugloopt door onverwachte gebeurtenissen, al achten wij de kans hierop klein en gaan wij ervan uit dat ook dan het Rijk ons dan financieel zal ondersteunen. Verstrekte geldleningen De gemeente Terschelling heeft een viertal leningen verstrekt. De verstrekte leningen brengen als risico met zich mee dat deze, door eventuele financiële problemen bij de lenende partij, niet volledig kunnen worden afgelost. De kans dat hier een beroep op wordt gedaan is zeer klein omdat de leningen worden gedekt door onderliggende hypothecaire rechten maar is wel aanwezig. Masterplan haven Op 23 september 2020 is het uitvoeringsplan Havenfront Terschelling vastgesteld door de gemeenteraad. Binnen het uitvoeringsplan zijn een aantal initiatieven en projecten gepland. De totale kosten van het plan worden voorlopig geraamd op € 20,7 miljoen. Deze kosten zullen gedeeltelijk worden gedekt door investeringen door de gemeente, maar om de totale financiering rond te krijgen wordt ook gekeken naar cofinanciering vanuit andere overheden. Door de omvang brengt het project risico’s met zich mee. Deze risico’s liggen voornamelijk op het gebied van aanbesteding en uitvoering van de werkzaamheden en de kans dat deze zich voordoen wordt ingeschat op gemiddeld.
Als financieel risico is het grootste project binnen het Masterplan aangehouden, dat een omvang kent van € 6,3 miljoen. Door een adequaat projectmanagement achten wij het verantwoord het risico op klein in te schatten. Niet-gekwantificeerde risico’s De niet-gekwantificeerde risico’s hebben eveneens een (negatief) effect op de bedrijfsvoering en/of de financiële positie van de gemeente Terschelling. Het effect hiervan is echter niet meetbaar te maken in euro’s. Hieronder is een aantal risico’s en onzekerheden benoemd, zowel eenmalig, structureel, groot, klein, etc. De volgorde van presentatie geeft geen indicatie van prioriteit of rangorde. Rijksbeleid Het beleid van het Rijk is van grote invloed op de gemeentelijke organisatie. Bezuinigingen, decentralisatie van taken, herijking van het gemeentefonds zijn actuele onderwerpen die tot onzekerheden in het (financieel) beleid leiden. Het beleid van het Rijk wordt nauwkeurig gevolgd door de organisatie, zodat er een goede inschatting gemaakt kan worden van eventuele gevolgen.
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
57
Kosten juridische bijstand bij gegrond verklaarde bezwaren Burgers hebben de mogelijkheid om bij de indiening van bezwaarschriften tegelijk te verzoeken de kosten van juridische bijstand te vergoeden. De gemeente is verplicht deze kosten te vergoeden als een bezwaarschrift gegrond wordt verklaard en vaststaat dat het besluit waartegen de bezwaren zich richtten, onrechtmatig is genomen. Het is vooraf niet in te schatten hoeveel hiervan gebruik zal worden gemaakt. Automatisering/ICT Alle afdelingen binnen de gemeente Terschelling zijn voor een groot gedeelte afhankelijk van automatisering en ICT. In de toekomst zal dit alleen maar groeien. Om deze reden is het van belang dat systemen up-to-date blijven, adequaat beveiligd zijn en uitval moet zo nodig opgevangen kunnen worden. De gemeente Terschelling heeft het beheer van onze ICT omgeving ondergebracht bij het shared service centrum Leeuwarden (SSC). De kwaliteitsafspraken en -eisen over onze ICT omgeving zijn opgenomen in een jaarlijks af te sluiten servicelevel agreement (SLA) en onderliggende afspraken en overeenkomsten. De navolging van deze afspraken en overeenkomsten wordt gezamenlijk in Waddenverband gedaan, waardoor dit risico ook beperkt wordt. Algemene risico’s verbonden aan het subsidiëren van stichtingen en instellingen De gemeente Terschelling verstrekt jaarlijks vele subsidies.
Deze variëren van enkele euro’s tot aan tonnen. Met behulp van deze subsidies kunnen stichtingen en instellingen voorzieningen voor burgers in stand houden. Veelal heeft de gemeente hierbij ook het belang dat deze voorzieningen van een bepaald niveau zijn. Naarmate de tijd verstrijkt zal het steeds moeilijker worden om deze voorzieningen met de beschikbare middelen goed op peil te houden. Ziekteverzuim Op 1 januari 2004 is de Wet verlenging loondoorbetalingverplichting bij ziekte (WVLBZ) in werking getreden. Als gevolg van deze wet is de loondoorbetalingperiode verlengd van één naar twee jaar. Het totale loon over deze periode mag niet meer bedragen dan 170% van het laatstverdiende loon. In de CAO gemeenten is bepaald dat een zieke medewerker gedurende de eerste zes maanden recht heeft op 100% doorbetaling. In de zevende tot en met de twaalfde maand 90% en in het tweede ziektejaar 75%. Na deze 24 maanden moet bij voortdurende arbeidsongeschiktheid tot aan het einde van het dienstverband 70% van het loon worden doorbetaald. De wachttijd voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) – voorheen WAO – is voor volledig arbeidsongeschikten verlengd naar twee jaar. Voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten, die op of na 1 juli 2007 ziek zijn geworden, geldt sinds 1 juli 2008 nog een “derde ziektejaar”.
Dit risico proberen wij als gemeente zoveel mogelijk te beperken door onder andere het stimuleren van een gezonde leefstijl en het aanbieden van preventief medisch onderzoek (periodiek). Om dit risico financieel op te kunnen vangen is er in de begroting een bedrag opgenomen voor de lasten voor eventuele vervanging bij ziekte maar in extreme situaties kunnen de werkelijke kosten de geraamde budgetten overstijgen. WW en bovenwettelijke WW Werkgevers in de sector Overheid en Onderwijs zijn verplicht eigenrisicodrager voor de Werkloosheidswet (WW). De gemeente is ingeval van ontslag eigen risicodrager als het aankomt op WW en WW gerelateerde uitkeringen, ook wel bovenwettelijke en nawettelijke werkloosheidsuitkeringen genoemd. Ook is de gemeente eigenrisicodrager in geval van ziekte en re-integratie van medewerkers. In het bedrijfsleven, waar premie betaald wordt aan het UWV, vangt het UWV dergelijke lasten op. Bij de overheid factureert het UWV (of een andere uitvoerende instantie voor het bovenwettelijke deel bij ontslag) aan de werkgever de maandelijkse kosten van de uitkering van de werknemer. Voor een overheidswerkgever of onderwijsinstelling kunnen dus aanzienlijke financiële kosten gepaard gaan met een ontslagof ziektetraject dat recht geeft op een werkloosheids- of ziekte-uitkering.
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
58
Verbonden partijen De gemeente Terschelling neemt deel in een aantal verbonden partijen (zie paragraaf 6). Deze partijen voeren veelal gemeentelijke taken uit in opdracht van de gemeente Terschelling. Deelname aan deze verbonden partijen brengt een aantal risico’s mee voor gemeenten. Voorbeelden van risico’s zijn: - Financiële tekorten bij verbonden partijen; - Taken, doelstellingen en prestaties worden niet gerealiseerd; - Er zijn onvoldoende sturingsmogelijkheden door de organisatievorm (verschil in inzicht door de verschillende deelnemers) Mochten deze risico’s zich voordoen dan worden deze in de paragraaf verbonden partijen benoemd en eventueel toegelicht. Duidelijke afspraken en frequente rapportering met en door de verbonden partijen kan bijdragen aan het verkleinen van dit risico. Benodigde weerstandscapaciteit In onderstaande tabel is de totale financiële impact van alle gekwantificeerde risico’s weergeven. Deze financiële impact is nagenoeg gelijk aan de door de raad eerder gestelde minimale weerstandscapaciteit zoals wij die al een aantal jaren hanteren. Benodigde weerstandscapaciteit Risico
Max financieel risico
Financiële impact
Kosten sociaal domein
€
250.000
Gemiddeld
€
125.000
Campus (Martiem Instituut)
€
2.900.000
Zeer klein
€
145.000
Complex voormalig dancing Dellewal
€
2.200.000
Zeer klein
€
110.000
Gewaarborgde leningen
€
9.800.000
Zeer klein
€
490.000
Onderhoud kapitaalgoederen
€
1.000.000
Klein
€
250.000
Bestemmingsplannen
€
500.000
Zeer klein
€
25.000
Terugloop toerisme
€
4.000.000
Klein
€
1.000.000
Verstrekte geldleningen
€
450.000
Zeer klein
€
23.000
Masterplan haven
€
6.300.000
Klein
€
1.575.000
Totaal
€ 27.400.000
n.v.t.
€
3.743.000
Kans
Wij verwachten dat de gestelde weerstandscapaciteit voldoende is om de hierboven geschetste risico’s te kunnen ondervangen indien deze zich voordoen. Ratio weerstandsvermogen beschikbaar = 9.997.000 Ratio weerstandsvermogen 2021 =
= 2,90 benodigd = 3.446.000
Het waarderingscijfer voor een ratio hoger of gelijk aan 2,0 is A en betekent uitstekend. In onderstaande tabellen is de weerstandscapaciteit nader uitgewerkt. Weerstandscapaciteit in €
2020
2021
Algemene reserve
3.847.000
4.157.000
Minimaal benodigde weerstandscapaciteit
3.395.000
3.446.000
Saldo overschot
452.000
711.000
Uit de tabel valt af te lezen dat de gemeente Terschelling eind 2021 aan de door de raad geformuleerde weerstandsnorm voldoet. Wanneer de reserve recreatie wordt meegenomen in de berekening ziet het plaatje er echter als volgt uit:
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
59
Weerstandcapaciteit inclusief reserve recreatie in € Algemene reserve
2020
2021
3.847.000
4.157.000
Reserve recreatie
328.000
328.000
Minimaal benodigde weerstandscapaciteit
3.395.000
3.446.000
Saldo overschot
780.000
1.039.000
In de volgende tabel is te zien dat de ratio weerstandsvermogen uitstekend blijft. Ratio weerstandsvermogen 2020
2021
Beschikbare weerstandscapaciteit (totaal reserves)
9.825.000
9.997.000
Benodigde weerstandscapaciteit
3.395.000
3.446.000
Ratio weerstandsvermogen
2,89
2,90
Financiële kengetallen In onderstaande tabel zijn de financiële kengetallen samengevat weergegeven. De kengetallen in dit overzicht zijn beoordeeld aan de hand van de in het ‘’GTK 2020 Gemeenten’’ opgenomen signaleringswaarden. Hieronder zal de berekening en beoordeling per kengetal worden toegelicht. Overzicht kengetallen Jaarrekening 2020
Kengetal
Begroting 2021
Jaarrekening 2021
Netto schuldquote
41%
58%
34%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
45%
62%
37%
Solvabiliteitsratio
31%
28%
32%
Kengetal grondexploitatie
10%
10%
9%
Structurele exploitatieruimte
3%
0%
2%
Belastingcapaciteit
91%
94%
94%
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
60
Netto schuldquote Netto schuldquote Hoe lager, hoe beter
Begroting 2021
2020
8.829.000
2021
Vaste schulden +
12.489.000
Netto vlottende schulden +
1.734.000
Overlopende passiva +
2.328.000
5.937.000
Financiële vaste activa -
872.000
887.000
846.000
Uitzettingen met looptijd korter dan 1 jaar -
2.636.000
-
2.608.000
-
11.533.000 1.903.000 2.645.000
Liquide middelen -
369.000
-
748.000
Overlopende activa -
2.496.000
-
2.846.000
Saldo =
10.178.000
13.879.000
9.033.000
Totaal baten /
24.709.000
23.866.000
26.593.000
Netto schuldquote per 31 december
41%
58%
34%
De netto schuldquote geeft aan of de gemeente investeringsruimte heeft of juist op zijn tellen moet passen. De signaleringswaarden vanuit het provinciaal toezicht zijn: • Schuldquote onder de 90%: Minst risicovol • Schuldquote tussen de 90% en 130%: Neutraal • Schuldquote boven de 130%: Meest risicovol De gemeente Terschelling heeft volgens deze cijfers dus ruim voldoende investeringsruimte. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Jaarrekening 2020
Hoe lager, hoe beter Vaste schulden
12.489.000
Netto vlottende schulden
1.734.000
Overlopende passiva
2.328.000
Financiële vaste activa Uitzettingen met looptijd korter dan 1 jaar
-
Begroting 2021 8.829.000 5.937.000 -
2.636.000
-
Jaarrekening 2021 11.533.000 1.903.000 2.645.000 2.608.000
Liquide middelen
369.000
-
748.000
Overlopende activa
2.496.000
-
2.846.000
Saldo
11.050.000
14.766.000
9.879.000
Totaal baten
24.709.000
23.866.000
26.593.000
Netto schuldquote
45%
62%
37%
De genoemde criteria bij de netto schuldquote gelden ook voor dit kengetal. Solvabiliteitsratio Solvabiliteitsratio Jaarrekening 2020
Hoe hoger, hoe beter
Begroting 2021
Jaarrekening 2021
Eigen vermogen
9.825.000
7.369.000
9.996.000
Totaal vermogen
31.276.000
26.094.000
31.039.000
31%
28%
32%
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
61
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen: De signaleringswaarden vanuit het provinciaal toezicht zijn: • Solvabiliteitsratio van 50% en hoger: Minst risicovol • Solvabiliteitsratio tussen de 20% en 50%: Neutraal • Solvabiliteitsratio van kleiner dan 20%: Meest risicovol De solvabiliteitsratio van de gemeente Terschelling kan worden bestempeld als neutraal. Dit houdt in dat er risico’s aanwezig zijn. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat in het totale vermogen een tweetal complexen zijn opgenomen die het totale vermogen sterk beïnvloeden, te weten het complex Dellewal en het complex en het complex Oude campus. De totale boekwaarde van beide complexen is circa € 5,2 mln. Indien deze complexen worden verkocht, ontstaat een geheel ander beeld van de solvabiliteitsratio. Grondexploitaties De boekwaarde van de voorraden gronden moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Grondexploitatie Jaarrekening 2020
Hoe lager, hoe beter NIEG (Niet In Exploitatie Genomen gronden)
-
Begroting 2021 -
Jaarrekening 2021 -
In Exploitatie Genomen gronden
2.483.000
2.483.000
2.483.000
Totaal baten
24.709.000
23.866.000
26.593.000
10%
10%
9%
De signaleringswaarden vanuit het provinciaal toezicht zijn: • Grondexploitatie onder de 20%: Minst risicovol • Grondexploitatie tussen de 20% en 35%: Neutraal • Grondexploitatie boven de 35%: Meest risicovol De grondexploitaties van de gemeente Terschelling kunnen derhalve als niet-risicovol worden aangemerkt.
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
62
Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije exploitatieruimte is. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Structurele exploitatieruimte Jaarrekening 2020
Hoe hoger, hoe beter
Begroting 2021
Jaarrekening 2021
Totaal structurele lasten
-21.869.000
-23.402.000
-24.112.000
Totaal structurele baten
22.605.000
23.507.000
24.661.000
Structurele toevoeging aan reserves
0
0
0
Structurele onttrekking aan reserves
0
0
0
Saldo
736.000
105.000
549.000
De gemeente Terschelling scoort met deze ratio in het jaar 2021 voldoende. Gemeentelijke belastingcapaciteit Belastingcapaciteit Jaarrekening 2020
Hoe lager, hoe beter
Begroting 2021
Jaarrekening 2021
OZB lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ waarde
341
363
343
Rioolheffing voor gezin
176
176
176
Afvalstoffenheffing voor gezin
207
211
211
Eventuele heffingskorting
-
-
-
Totale woonlasten vvoor gezin
706
750
730
Landelijk gem. woonlasten meerpersoons huishouden
773
795
773
91%
94%
94%
Dit kengetal laat de belastingdruk in de gemeente Terschelling ten opzichte van de landelijke belastingdruk zien. De signaleringswaarden vanuit het provinciaal toezicht zijn: • Belastingcapaciteit onder de 95%: Minst risicovol • Belastingcapaciteit tussen de 95% en 105%: Neutraal • Belastingcapaciteit boven de 105%: Meest risicovol De belastingcapaciteit van de gemeente Terschelling kan voor 2021 als minst risicovol worden weergeven. In de tabel is te zien dat de gemiddelde woonlasten voor een meerpersoonshuishouden onder het landelijk gemiddelde zitten.
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
63
Jaarstukken 2021 – zonder accountantsverklaring
64
2.3.3 Paragraaf 3 – Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente Terschelling heeft de openbare ruimte en gebouwen in beheer en onderhoud. Voor veel activiteiten zijn kapitaalgoederen nodig, bijvoorbeeld openbare verlichting, straatmeubilair, openbaar groen, wegen, riolering, haven en gebouwen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan zijn mede bepalend voor het voorzieningen niveau. Openbaar groen Het onderhoud van de groenvoorziening is vastgelegd in een groenonderhoudsplan. De hoeveelheid groen per inwoner in beheer van de gemeente Terschelling bedraagt 43 m2 per inwoner. In september 2015 heeft de Raad het groenbeleidsplan vastgesteld. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen de hoofdgroenstructuur, wijkgroenstructuur, buurtgroen en bijzondere objecten (de groene parels). In 2021 is door personeelstekort niet gewerkt aan een actualisatie van het groenbeleidsplan en een daaruit volgend groenbeheersplan. Afgelopen jaar is wel gestart met het in kaart brengen van de huidige areaal en beheergegevens en met het inrichten van het nieuwe beheersysteem Brutis. Hieronder volgt een financieel overzicht van het saldo per kostenplaats van het taakveld openbaar groen: Taakveld 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie naar kostenplaats in €