6.c. Jaarstukken 2020 - 29 april 2021 (getekende aanbiedingsbrief).pdf
Tekst van het document
Grondexploitatie: West Aleta fase 4 De grondexploitatie West Aleta fase 4 is in 2020 afgerond met een positief resultaat van € 276.000, hiervan zal een bedrag van € 52.000 moeten worden betaald aan Jaarstukken 2020
34
vennootschapsbelasting. Het netto resultaat bedraagt daardoor € 224.000 en is opgenomen in de exploitatie. (zie ook 2.3.7 – paragraaf grondbeleid) Opbrengsten tijdelijke verhuur leegstaand pand De voormalige campus op Dellewal wordt op dit moment verhuurd aan NHL Stenden. Zij kunnen tijdelijk studenten hier huisvesten zodat deze een cursus kunnen volgen aan het Maritien instituut. Hiervoor betaalt NHL Stenden huur aan de gemeente. Deze huur is niet structureel opgenomen in de begroting, omdat niet bekend is voor hoelang het pand verhuurd zal worden, dit in verband met de plannen van eventuele herbestemming van de panden. Verkoop gemeentegronden In 2020 zijn een tweetal stukjes gemeente grond verkocht, welke een incidentele opbrengst hadden van € 27.000. Specificatie incidentele lasten In € Extra middelen ivm proces aanstellen nieuwe burgemeester
Taakveld 0.1
2020 -37.000
Toevoegingen aan de reserves
0.10
-1.370.000
Bijdrage Ondernemersfonds Terschelling
3.4
-150.000
Lasten tijdelijke verhuur leegstaand pand
8.3
-59.000
diversen
-224.000
Corona gerelateerde lasten (§ 9 Corona crisis) Totaal incidentele lasten
-1.840.000
Extra middelen in verband met proces aanstellen nieuwe burgemeester De incidentele kosten zijn gemaakt voor trainingen van de vertrouwenscommissie, het creëren van de mogelijkheid tot online burgerparticipatie, het opstellen van een profielschets, uitvoering en begeleiding van het sollicitatieproces en de daadwerkelijke aanstelling van de nieuwe burgemeester. Toevoegingen aan de reserves Toevoegingen en onttrekking aan reserves worden altijd als incidenteel beschouwd, tenzij het (onder voorwaarde) om financieringsreserves en dekkingsreserves gaat of onttrekkingen uit de daartoe toereikende (bestemmings)reserves voor minimaal 3 jaar met als doel structurele kosten te dekken. Een uitgebreid overzicht van de toevoegingen en onttrekkingen aan reserves, met toelichting, is terug te vinden in hoofdstuk 1.5.3. Bijdrage Ondernemersfonds Terschelling Zie hiervoor de toelichting bij de post incidentele baten, Opslag OZB ten behoeve van het Ondernemersfonds. Lasten tijdelijke verhuur leegstaand pand De voormalig campus op Dellewal wordt op dit moment verhuurd aan NHL Stenden. Zij kunnen tijdelijke studenten hier huisvesten zodat deze een cursus kunnen volgen aan het Maritiem Instituut. De kosten voor de nutsvoorzieningen in het pand zorgen voor incidentele lasten.
Omdat het pand in de nabije toekomst naar verwachting een herbestemming krijgt, worden deze lasten niet structureel in de begroting opgenomen. Corona gerelateerde lasten Voor een uitgebreide toelichting op deze extra lasten verwijzen wij u naar paragraaf 9 – Corona crisis. Deze lasten kennen een incidenteel karakter.
Jaarstukken 2020
35
Jaarstukken 2020
36
Hoofdstuk 2 – Jaarrekening
Jaarstukken 2020
37
2.1 Balans Balans per 31 december 2020 vóór voorgestelde resultaatsbestemming Activa
31-12-2020
31-12-2019
Vaste activa Materiële vaste activa Investeringen in: - een economisch nut - een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven - investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut Financiële vaste activa Kapitaalvertrekkingen aan: - gemeenschappelijke regelingen Leningen aan: - woningbouwcorporaties Overige langlopende leningen u/g Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
19.466.000
18.902.000
10.666.000
10.834.000
4.007.000
3.813.000
4.793.000
4.255.000 872.000
898.000
71.000
71.000
253.000 451.000
268.000 462.000
97.000
97.000
Totaal vaste activa
20.338.000
19.800.000
5.437.000
5.085.000
Vlottende activa Voorraden Onderhanden werk, gronden in exploitatie Onderhanden werk, panden in exploitatie Gereed product en handelsgoederen
2.483.000 2.949.000 5.000
Uitzettingen met een rentytypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen
1.511.000 1.125.000
Liquide middelen Bank- en girosaldi
2.131.000 2.949.000 5.000
2.636.000
1.733.000 1.345.000 388.000
369.000 369.000
1.178.000 1.178.000
Overlopende activa
2.496.000
2.627.000
Totaal vlottende activa
10.938.000
10.623.000
Totaal generaal
31.276.000
30.423.000
Jaarstukken 2020
38
Passiva
31-12-2020
31-12-2019
Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves: - bestemmingsreserves met een door de raad bepaalde bestemming - bestemmingsreserves met een door derden bepaalde bestemming Nog te bestemmen resultaat Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Onderhoudsvoorzieningen Door derden beklemde middelen met een specifieke aanwendingsrichting Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van: - binnenlandse banken en overige financiële instellingen - overige binnenlandse sectoren
9.825.000
9.027.000
3.847.000
3.654.000
5.425.000
5.085.000
19.000 534.000
21.000 267.000 4.900.000
4.836.000
1.758.000 1.892.000
1.854.000 1.600.000
1.250.000
1.382.000
12.489.000
12.489.000 0
Totaal vaste passiva
10.945.000
10.945.000 0 27.214.000
24.808.000
1.734.000
3.619.000
Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Bank en girosaldi - Overige schulden
1.078.000 656.000
2.500.000 1.119.000
Overlopende passiva
2.328.000
1.996.000
Totaal vlottende passiva
4.062.000
5.615.000
Totaal generaal 31.276.000 30.423.000 Het totaal van de niet uit de balans blijkende garantstellingen bedraagt per 31-12-2020 (zie bijlage 3) € 9.862.000
Jaarstukken 2020
39
2.1.1 Waarderingsgrondslagen Algemene grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van het “Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten”. De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders wordt vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Consolidatie Met ingang van het jaar 2006 wordt zowel door het Openbaar Primair Onderwijs Terschelling als het Openbaar Voortgezet Onderwijs Terschelling, een separate jaarrekening opgesteld. Daar de gemeente Terschelling het bestuur vormt van beide vormen van onderwijs en deze derhalve een integraal onderdeel uitmaken van de gemeentelijke organisatie, zijn de activa en passiva en de baten en lasten van het onderwijs, in deze jaarrekening geconsolideerd.
Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs, in voorkomende gevallen verminderd met ontvangen subsidies of ten behoeve van bepaalde investeringen gevormde reserves. De jaarlijkse afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met eventuele residuwaarde. Voor een beperkt aantal oudere investeringen geldt een afschrijving volgens de annuïtaire afschrijvingsmethode. De afschrijvingstermijnen van de materiële vaste activa zijn als volgt: - gronden en terreinen geen afschrijving - woonruimten tussen de 10 en 50 jaar - bedrijfsgebouwen tussen de 7 en 50 jaar - grond-, weg- en waterbouwkundige werken tussen de 10 en 25 jaar - vervoermiddelen tussen de 5 en 20 jaar - computers (automatisering) tussen de 4 en 5 jaar - machines, apparaten, installaties tussen de 5 en 25 jaar - overige materiële vaste activa tussen de 5 en 30 jaar Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd. Financiële vaste activa Deelnemingen waarin geen invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid wordt uitgeoefend, worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs. Bij de waardering van deelnemingen wordt rekening gehouden met waardedalingen, indien deze duurzaam zijn.
De leningen aan deelnemingen worden opgenomen tegen nominale waarde onder aftrek van noodzakelijk geachte voorzieningen. De overige vorderingen worden opgenomen tegen nominale waarde onder aftrek van de noodzakelijk geachte voorzieningen. Voorraden Voorraden grond- en hulpstoffen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijzen of lagere (directe) opbrengstwaarde/marktwaarde onder aftrek van een eventuele voorziening wegens incourantheid. Deze voorziening wordt bepaald door individuele beoordeling van de voorraden. De gronden welke geen onderdeel uitmaken van een te ontwikkelen plangebied zijn gewaardeerd op verkrijgingsprijs vermeerderd met de toe te rekenen kosten en verminderd met de opbrengsten wegens verkoop en overige opbrengsten, dan wel tegen
Jaarstukken 2020
40
een lagere marktwaarde. De onderhanden zijnde werken worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs vermeerderd met de jaarlijkse lasten (rentebijschrijving, verwerving, bouwrijp maken e.d.) en verminderd met de jaarlijkse baten (verkopen, bijdragen e.d.). Indien de marktwaarde lager is, wordt gewaardeerd tegen deze lagere marktwaarde. Resultaten op grondexploitaties worden verantwoord naar rato van de voortgang van de exploitatie van een project en indien zekerheid bestaat omtrent het resultaat. Vorderingen De vorderingen worden opgenomen tegen nominale waarde onder aftrek van de noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling. Eigen vermogen Binnen het eigen vermogen wordt een splitsing aangebracht in de bestemmingsreserves. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de bestemmingsreserves met een door de gemeenteraad bepaalde bestemming en bestemmingsreserves die worden aangehouden in verband met verplichtingen ten aanzien van de bestemming die door derden is opgelegd. De eerste categorie kan door de gemeenteraad worden aangewend, de tweede categorie kent geen aanwendingsvrijheid van de gemeenteraad. Voorzieningen Per gevormde voorziening wordt het doel waarvoor de voorziening is gevormd uiteengezet.
Met ingang van het jaar 2003 wordt een onderscheid gemaakt tussen onderhoudsvoorzieningen, voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's en voorzieningen met een door derden beklemde, specifieke aanwendingsrichting. De onderhoudsvoorzieningen voor gemeentelijke wegen en paden en de gemeentelijke gebouwen worden bepaald op basis van een meerjarig onderhoudsgemiddelde. Onderhoudslasten worden uit de voorzieningen onttrokken, terwijl jaarlijks een dotatie plaatsvindt aan de voorziening op basis van een meerjarig gemiddelde. De overige voorzieningen worden bepaald op basis van de daadwerkelijke geschatte verplichtingen aan het einde van het boekjaar, waarbij de voorzieningen voor personele verplichtingen, zijn berekend op basis van actuariële uitgangspunten. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer De schulden zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
Jaarstukken 2020
41
2.1.2 Toelichting op de te onderscheiden posten op de balans per 31 december 2020 VASTE ACTIVA Materiele vaste activa Het verloop van de materiële vaste activa in 2020 is als volgt: Materiele vaste activa Boekwaarde 1-1-2020
Vermeerdering
Vermindering
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Gronden en terreinen in erfpacht
2.505.000 20.000
800.000 -
-
197.000 -
3.108.000 20.000 2.116.000
In €
AfBoekwaarde schrijvingen 31-12-2020
Grond-, weg- en waterbouwk undige werk en EN
1.916.000
355.000
-
155.000
Grond-, weg- en waterbouwk undige werk en MN
569.000
445.000
-
42.000
972.000
Gronden en terreinen
1.133.000
-
-
-
1.133.000
Woonruimten
523.000
-
-
14.000
509.000
Bedrijfsgebouwen
10.227.000
300.000
-
466.000
10.061.000
Vervoersmiddelen
39.000
-
-
24.000
15.000
Automatisering
12.000
-
-
4.000
8.000
Machines, apparaten en installaties
43.000
-
-
23.000
20.000 4.007.000
Overige materiele vaste activa
3.813.000
399.000
-
205.000
Overige materiele vaste activa onderwijs
607.000
-
2.000
-
605.000
Totaal
18.902.000
1.499.000
2.000
933.000
19.466.000
Boekwaarde 1-1-2020
Mutaties 2020
Boekwaarde 31-12-2020
Realisatie 2020
Verwachte realisatie
De belangrijkste investeringen per activa soort zijn: Grond-, weg- en waterbouwkundige werken In €
Krediet Perceel 1: Groot onderhoud haven
567.000
506.000
-
506.000
NEE
2021
De Kom: Nutsvoorzieningen
56.000
-
-
-
NEE
2021
Verkeersveiligheid hoofdweg
300.000
NEE
2021
Parkeren West
70.000
NEE
2021
Aanpassen openbaar vervoer
300.000
149.000
-
149.000
NEE
2021
Heesterkooiweg
180.000
-
180.000
180.000
JA
Fietspad Paal 8
185.000
181.000
181.000
JA
Ambulance steiger
185.000
175.000
175.000
JA
electriciteitspalen
36.250
33.000
33.000
JA
-
Bedrijfsgebouwen In €
Krediet
Boekwaarde 1-1-2020
Mutaties 2020
Verduurzaming zwembad Tonnenloods
300.000 1.000.000
-
300.000 -
Grond Tonnenloods
485.000
-
-
Boekwaarde 31-12-2020 300.000* -
Realisatie 2020
Verwachte realisatie
Ja NEE
2021
NEE
2021
* De verduurzaaming van het zwembad wordt door Optisport gerealiseerd Overige materiële vaste activa In €
Krediet vGPR 2020
150.000
Boekwaarde 1-1-2020 -
Mutaties 2020 161.000
Boekwaarde 31-12-2020
Realisatie 2020
161.000
Verwachte realisatie
Ja
Overige materiële vaste activa onderwijs In €
Krediet Overige materiële vaste activa onderwijs
Jaarstukken 2020
Boekwaarde 1-1-2020
607.000
Mutaties 2020
-2.000
Boekwaarde 31-12-2020
605.000
42
Afschrijvingen De volgende afschrijvingstermijnen gelden: - gronden en terreinen - woonruimten - bedrijfsgebouwen - grond-, weg- en waterbouwkundige werken - vervoermiddelen - computers (automatisering) - machines, apparaten, installaties - overige materiële vaste activa
geen afschrijving 30 jaar 25 jaar 20 jaar 6 jaar 5 jaar 15 jaar 15 jaar
Financiële vaste activa Financiële vaste activa Boekwaarde 1-1-2020
in €
Vermeerderingen
Verminderingen
Boekwaarde 31-12-2020
Aflossingen
Kapitaalverstrekkingen
71.000
0
0
0
71.000
Leningen woningbouwvereniging
268.000
0
0
15.000
253.000
Overige langlopende geldleningen u/g
462.000
0
0
11.000
451.000
Overige uitzettingen langer dan 1 jaar
97.000
0
0
0
97.000
Totaal
898.000
0
0
26.000
872.000
Boekwaarde 1-1-2020
Vermeerderingen
Verminderingen
Boekwaarde 31-12-2020
VLOTTENDE ACTIVA Voorraden Het verloop van de voorraden is in 2020 als volgt: Voorraden in € Onderhanden werk Gronden in exploitatie West-Aletalaan/Campus, fase 4
-352.000
Dellewal
2.217.000
352.000
0
KLU-locatie
266.000
0
266.000
2.949.000
0
2.949.000
2.217.000
Panden in exploitatie Campus Gereed product en handelsgoederen Voorraad winkel CNL
5.000 5.085.000
5.000 352.000
0
5.437.000
West-Aletalaan/ Campus, fase 4 In 2020 heeft een vermeerdering plaatsgevonden van € 352.000, bestaande uit € 76.000 gemaakte bouwkosten, € 52.000 reservering te betalen vennootschapsbelasting en € 224.000 positief resultaat. Het project is in 2020 afgerond. Dellewal en voormalige campus Het college en de raad zijn van mening dat onze eigen vermogenspositie de financiële risico’s die uit beide complexen kunnen voortvloeien niet kan opvangen. Het college en de raad zijn zich ervan bewust dat het realiseren van de nu in de balans opgenomen boekwaarde van het complex Dellewal en de Campusgebouwen noodzakelijk is om onze eigen vermogenspositie op het door uw raad geformuleerde minimale niveau te Jaarstukken 2020
43
handhaven. Verliezen die eventueel zouden kunnen ontstaan uit hoofde van de hiervoor genoemde risico’s kunnen op dit moment niet ten laste van het eigen vermogen worden opgevangen zonder de financiële positie van onze gemeente te ondergraven, hetgeen we ons als zelfstandige gemeente niet kunnen veroorloven. KLU-locatie De verwachting is dat deze locatie in 2021 kan worden verkocht, tegen minimaal de boekwaarde, aan Woon Friesland. Uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Balans 31-12-2020
In €
Balans 31-12-2019
Vorderingen op openbare lichamen BTW
63.000
54.000
BCF
1.448.000
1.290.000
Debiteuren
386.000
61.000
Totaal vorderingen op openbare lichamen
1.897.000
1.405.000
Algemene debiteuren
432.000
238.000
Af: voorziening voor dubieus
-39.000 393.000
-15.000 223.000
Overige vorderingen
Subtotaal Belastingdebiteuren
903.000
178.000
Ontvangsten onderweg
-231.000
-34.000
Af: voorziening dubieus
-17.000
-17.000
Subtotaal
655.000
127.000
Af te dragen loonheffing december
-275.000
-
Overige vorderingen (niet gespecificeerd)
-34.000
-22.000
Totaal overige vorderingen
739.000
328.000
Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
2.636.000
1.733.000
Een ouderdomsanalyse van de debiteuren is per ultimo 2020 als volgt te geven: Ouderdomsanalyse debiteuren per 31-12-2019 in €
Aantal dagen openstaand x = < 30 Algemene debiteuren en openbare lichamen
613.000
30 < x > 60
60 < x > 90
77.000
2.000
Belastingdebiteuren 613.000
77.000
2.000
x = > 90
Totaal
126.205
818.205
512.000
512.000
638.205
1.330.205
Door de Corona crisis zijn de belastingen later in het jaar opgelegd, waardoor de stand van de belastingdebiteuren eind 2020 relatief hoog is.
Jaarstukken 2020
44
Liquide middelen Liquide middelen Balans 31-12-2020
In €
Balans 31-12-2019
ABN-AMRO
9.000
13.000
BNG
-
619.000
Rabobank
76.000
77.000
Kas
6.000
7.000
Liquide middelen onderwijs
278.000
462.000
Totaal liquide middelen
369.000
1.178.000
Balans 31-12-2020
Balans 31-12-2019
Overlopende activa Overlopende activa In € Te ontvangen van Ministerie inzake SoZaWe
125.000
73.000
Nog te vorderen toeristenbelasting
1.889.000
2.147.000
Nog te vorderen precariobelasting
30.000
95.000
Te vorderen bedragen onderwijs
60.000
71.000
Overige overlopende activa
392.000
241.000
Totaal overlopende activa
2.496.000
2.627.000
VASTE PASSIVA Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het saldo van baten en lasten (resultaat). Hieronder zijn deze categorieën nader gespecificeerd: Eigen vermogen Balans 31-12-2020
Balans 31-12-2019
A - Algemene reserve
3.847.000
3.654.000
B - Bestemmingsreserves
5.444.000
5.106.000
in €
Saldo van de rekening van baten en lasten Totaal eigen vermogen
534.000
267.000
9.825.000
9.027.000
Voor een totaaloverzicht van de reserves en voorzieningen gedurende het jaar 2020, verwijzen wij u naar bijlage 1 Reserves en voorzieningen bij deze jaarrekening. A - Algemene reserve in € Stand per 1 januari 2020
3.654.000
Vermeerderingen: Resultaatbestemming 2019 Subtotaal
193.000 3.847.000
Verminderingen: Resultaatbestemming 2019 Stand per 31 december 2020
3.847.000
De algemene reserve wordt beschouwd als de belangrijkste component van het financiële weerstandsvermogen. Het minimale weerstandsvermogen per 31 december 2020 is €
Jaarstukken 2020
45
3.395.000, dit is het geblokkeerde deel van de algemene reserve en dient als bufferfunctie voor het opvangen van financiële tegenvallers. B1 - Reserve recreatie in € Stand per 1 januari 2020
254.000
Vermeerderingen: Resultaatbestemming 2019
74.000
Subtotaal
328.000
Verminderingen Stand per 31 december 2020
328.000
Deze reserve wordt gevormd door meevallende opbrengsten toeristenbelasting. Alleen eenmalige kosten ten behoeve van het toeristisch product worden ten laste van de reserve gebracht. Een specificatie van de opbrengsten en de verdeling van de toeristenbelasting vindt u in bijlage 4 ‘’opbrengst en verdeling toeristenbelasting’’ van deze jaarrekening. B2 - Reserve exploitatie 't Behouden Huys in € Stand per 1 januari 2020
61.000
Vermeerderingen: Exploitatieresultaat 2020
-
Stand per 31 december 2020
61.000
In 2020 is er geen exploitatieoverschot van het Behouden Huys. Derhalve vindt geen toevoeging aan de reserve plaats. B3 - Reserve havenbedrijf in € Stand per 1 januari 2020
3.991.000
Vermeerderingen: Jaarlijkse dotatie (volgens begroting) Subtotaal
411.000 4.402.000
Verminderingen: Dekking exploitatie havenbedrijf
-324.000
Stand per 31 december 2020
4.078.000
Bij de overdracht van de havenexploitatie van het Rijk naar de gemeente heeft de gemeente een afkoopsom ontvangen voor toekomstige negatieve exploitatiekosten en onderhoudskosten. Deze afkoopsom is gestort in de reserve havenbedrijf. De totale lasten welke gemoeid zijn met de haven moeten uiteindelijk deel uit gaan maken van de gemeentelijke exploitatie. De reserve wordt in eerste instantie gebruikt als overbrugging van de tijd die nodig is om tot dat moment te komen. Daarna dient de reserve om schommelingen in de exploitatie op te vangen.
Jaarstukken 2020
46
B5 - Reserve budgetoverheveling in € Stand per 1 januari 2020
779.000
Vermeerderingen: Trimbos
20.000
Masterplan haven
222.000
Inning toeristenbelasting
95.000
Tonnenloods
22.000
Duurzaamheid
323.000
Omgevingswet
60.000
Woonprogramma 135+
216.000
Subtotaal
1.737.000
Verminderingen: Besteding overgehevelde middelen van 2019
-779.000
Stand per 31 december 2020
958.000
Deze reserve is bedoeld om middelen die in 2020 niet besteed zijn en die voldoen aan de criteria voor budgetoverheveling mee te nemen naar 2021. In 2021 staan hier uitgaven tegenover met een vastgelegde bestedingsverplichting. B6 - Reserve Dr. J.W. van Dierenfonds in € Stand per 1 januari 2020
21.000
Verminderingen: Aankoop Schilderij
-3.000
Vermeerderingen: Bespaarde rente over eigen financieringsmiddelen
1.000
Stand per 31 december 2020
19.000
Deze reserve is bedoeld voor specifieke aankopen voor het museum ’t Behouden Huys. Aan de reserve wordt 5% rente toegevoegd. Voorzieningen Voorzieningen Balans 31-12-2020
Balans 31-12-2019
C - Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's
1.758.000
1.854.000
D - Onderhoudsvoorzieningen
1.892.000
1.598.000
E - Door derden beklemde middelen met een specifieke aanwendingsrichting
1.250.000
1.382.000
Totaal voorzieningen
4.900.000
4.834.000
in €
Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen. Zij bevatten voorziene lasten in verband met risico’s en verplichtingen waarvan de omvang min of meer onzeker is. Voorzieningen kunnen ook betrekking hebben op verplichtingen van bepaalde kosten die in de tijd onregelmatig gespreid zijn.
Jaarstukken 2020
47
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s C1 - Voorziening verlof- en spaaruren personeel in € Stand per 1 januari 2020
51.000
Verminderingen: Vrijval spaaruren
-31.000
Stand per 31 december 2020
20.000
Enkele medewerkers hebben rechten opgebouwd om spaaruren op een bepaald moment om te zetten in verlof. De rechten worden in de balans opgenomen in deze voorziening. De opgebouwde rechten worden jaarlijks aangepast aan de loonontwikkeling. Een aantal jaren geleden zijn er met medewerkers afspraken gemaakt omtrent het overschot aan verlofuren. Een aantal medewerkers heeft er voor gekozen om dit verlof op te nemen bij het einde van het dienstverband. Deze lasten worden vanaf 2014 eveneens in de balans opgenomen in deze voorziening. C2 - Voorziening verplichtingen voormalige bestuurders in € Stand per 1 januari 2020
1.620.000
Vermeerderingen: Dotatie op basis van actuariële berekening Subtotaal
26.000 1.646.000
Verminderingen: Betalingen aan voormalige bestuurders Stand per 31 december 2020
-86.000 1.560.000
Bestuurders bouwen tijdens hun ambtsperiode wachtgeldrechten en pensioenrechten op. Indien bestuurders op enig moment niet opnieuw worden benoemd of tussentijds defungeren, kan aanspraak worden gemaakt op wachtgeld. Gewezen bestuurders hebben vanaf het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd recht op een pensioen. Daar sprake kan zijn van een aanzienlijke financiële verplichting jegens wethouders en hun partners, is besloten deze verplichtingen op te nemen in een voorziening. Voor fungerende bestuurders worden de rechten in de voorziening opgenomen op het moment van defungeren. De voorziening verplichting voormalig bestuurders wordt jaarlijks aangepast aan de dan bekende rechten. De voorziening wordt actuarieel berekend, rekening houdend met een wettelijke rekenrente van 0,082% en actuele sterftetafels. C3 - Voorziening afkoopsommen graven in € Stand per 1 januari 2020
183.000
Vermeerderingen: Ontvangen afkoopsommen voor langdurig onderhoud
20.000
Subtotaal
203.000
Verminderingen: Vrijval ten gunste van de exploitatie
-25.000
Stand per 31 december 2020
178.000
Deze voorziening wordt gevormd in verband met de verplichtingen die de gemeente heeft in verband met het periodiek onderhoud aan graven op de begraafplaats van WestTerschelling. De van nabestaanden ontvangen afkoopsommen voor het onderhoud worden aan de voorziening toegevoegd. De lasten van onderhoud worden op de voorziening in mindering gebracht.
Jaarstukken 2020
48
Onderhoudsvoorzieningen De onderhoudsvoorzieningen voor gemeentelijke riolering, wegen en paden en de gemeentelijke gebouwen worden bepaald op basis van een meerjarig onderhoudsgemiddelde. Onderhoudslasten worden uit de voorzieningen onttrokken, terwijl jaarlijks een dotatie plaatsvindt aan de voorziening op basis van het betreffende beheersplan. D1 - Onderhoudsvoorziening riolering in € Stand per 1 januari 2020
621.000
Vermeerderingen: Saldo product riolering
241.000
Stand per 31 december 2020
862.000
D2 - Onderhoudsvoorziening wegen en paden in € Stand per 1 januari 2020
558.000
Vermeerderingen: Dotatie op basis van het beheersplan
386.000
Subtotaal
944.000
Verminderingen: Onttrekking in verband met uitgevoerd onderhoud
-464.000
Stand per 31 december 2020
480.000
D3 - Onderhoudsvoorziening gemeentelijke gebouwen in € Stand per 1 januari 2020
421.000
Vermeerderingen: Dotatie op basis van het beheerplan
280.000
Subtotaal
701.000
Verminderingen: Onttrekking in verband met uitgevoerd onderhoud
-151.000
Stand per 31 december 2020
550.000
Door derden beklemde middelen E1 - Voorziening onderwijs in € Stand per 1 januari 2020
1.382.000
Verminderingen: Mutatie in de voorziening volgens de jaarrekening 2020
-132.000
Stand per 31 december 2020
1.250.000
De voorziening onderwijs wordt gevormd door het verschil tussen de door het Rijk betaalde vergoedingen aan de gemeente Terschelling voor het openbaar onderwijs en de daaruit betaalde lasten. De gemeente fungeert hierin als bevoegd gezag. Door de invoering van de landelijke lumpsum financiering van het openbaar onderwijs heeft het openbaar onderwijs een zelfstandige jaarrekening opgesteld waarvan de activa en passiva alsmede de baten en lasten in de gemeentelijke jaarrekening zijn geconsolideerd. Vanaf het jaar 2008 wordt in de jaarrekening van de gemeente één voorziening onderwijs geadministreerd, waarvan het eindsaldo overeenstemt met het eigen vermogen volgens de eindbalans van het openbaar onderwijs.
Jaarstukken 2020
49
Vaste schulden met een rente typische looptijd van één jaar of langer Langlopende schulden Boekwaarde Opgenomen 1-1-2020 lening
in €
Aflossingen
Boekwaarde 31-12-2020
Binnenlandse banken
10.945.000
2.500.000
956.000
12.489.000
Totaal
10.945.000
2.500.000
956.000
12.489.000
Bijlage 2 Langlopende geldleningen geeft een gedetailleerd overzicht van de mutaties in de geldleningen. In 2020 is een nieuwe lening afgesloten van € 2.500.000 en de rentelast op de geldleningen bedroeg over 2020 € 297.000. Kasgeldlimiet en opgenomen kasgeld In €
2020
2019
2.040.000
1.891.000
Opgenomen kasgeld
1.000.000
2.500.000
Overschrijding limiet
-1.040.000
609.000
Balans 31-12-2020
Balans 31-12-2019
78.000
-
Kasgeldlening
1.000.000
2.500.000
Totaal liquide middelen
1.078.000
2.500.000
Balans 31-12-2020
Balans 31-12-2019
Crediteuren overheid
65.000
370.000
Crediteuren overig
389.000
481.000
Betalingen onderweg
-
-
Crediteuren onderwijs
202.000
268.000
Totaal overige schulden
656.000
1.119.000
Kasgeldlimiet (8,5% van €24.000.000)
VLOTTENDE PASSIVA Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar. Liquide middelen In € BNG
Overige schulden In €
Jaarstukken 2020
50
Overlopende passiva balans 31-12-2020
Balans 31-12-2019
Transitorische rente geldleningen
194.000
213.000
Groenfonds Noordermiede en bedrijventerrein
327.000
339.000
Duurzaamheidssubsidie zwembad
300.000
-
Ministerie Sociale Zaken
69.000
69.000
FUMO te verwachten afrekening dienstverlening
50.000
354.000
Vooruitontvangen huur Passantenhaven
407.000
439.000
Storting depot Passantenhaven incl. rente
105.000
105.000
Te verrekenen met de Passantenhaven
175.000
-
Belastingdienst
50.000
50.000
Specifieke uitkering Sport
116.000
60.000
Aanvulling loonkosten
135.000
58.000
Te betalen vennootschapsbelasting
52.000
-
Terug te betalen TOZO
84.000
-
Overige overlopende passiva
264.000
309.000
Totaal overlopende passiva
2.328.000
1.996.000
In €
Niet uit de balans blijkende verplichtingen Gewaarborgde geldleningen De gemeente heeft waarborgen verstrekt tot een bedrag van € 9.862.000 voor nog uitstaande geldleningen van andere instellingen. In bijlage 3 Gewaarborgde geldleningen wordt een specificatie gegeven van dit bedrag naar de aard van deze gewaarborgde geldleningen. Het risico om voor deze waarborgen te worden aangesproken is overigens zeer gering omdat de leningen grotendeels voorafgaand zijn geborgd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Erfpachtverplichtingen De gemeente heeft jaarlijkse verplichtingen tot het betalen van erfpachten voor een bedrag van € 18.000.
Jaarstukken 2020
51
2.2 Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening (Programmarekening) 2.2.1 Programmarekening Lasten Programmarekening over het jaar 2020 Lasten
Rekening 2020
Lokale heffingen
Begroting 2020
96.000
Rekening 2019
190.000
113.000
Onroerende zaakbelasting
59.000
57.000
71.000
Toeristenbelasting
37.000
133.000
42.000
Forensenbelasting Precariobelasting Kostendekkende activiteiten
-144.000
-1.570.500
1.701.000
Riolering
787.000
-739.500
780.000
Afval
-931.000
-831.000
921.000
Algemene uitkering
0
Programma's 0: Bestuur en ondersteuning 1: Veiligheid 2: Verkeer, vervoer en waterstaat
0
22.387.000 6.738.000
0
25.203.500 7.387.000
20.689.000 7.526.000
929.000
871.000
791.000
1.799.000
2.219.000
1.567.000
3: Economie
225.000
412.000
260.000
4: Onderwijs
4.190.000
4.084.000
4.111.000
5: Sport, cultuur en recreatie
1.613.000
1.634.000
1.689.000
6: Sociaal domein
3.336.000
3.254.500
2.937.000
7: Volksgezondheid en milieu
2.406.000
4.038.000
557.000
8: VHROSV
1.151.000
1.304.000
1.251.000
Subtotaal
22.339.000
Mutaties in de reserves Stortingen Saldo Vennootschapsbelasting Nog te bestemmen resultaat Totaal
Jaarstukken 2020
23.823.000
1.370.000 1.370.000
22.503.000
588.000 588.000
1.076.000 1.076.000
23.709.000
24.411.000
23.579.000
0
0
0
534.000
0
267.000
24.243.000
24.411.000
23.846.000
52
2.2.2 Programmarekening Baten
Programmarekening over het jaar 2020 Baten
Rekening 2020
Belastingen
Begroting 2020
5.353.000
Rekening 2019
5.165.000
5.960.000
Onroerende zaakbelasting
2.093.000
2.078.000
2.048.000
Toeristenbelasting
2.472.000
2.276.000
3.104.000
Forensenbelasting
741.000
716.000
699.000
Precariobelasting
47.000
95.000
109.000
Kostendekkende activiteiten
1.646.000
1.668.000
1.636.000
Riolering
846.000
850.000
846.000
Afval
800.000
818.000
790.000
Algemene uitkering
9.704.000
Programma's 0: Bestuur en ondersteuning
9.689.000
6.434.000 358.000
8.804.000
5.900.000 431.000
6.558.000 519.000
1: Veiligheid
55.000
44.000
45.000
2: Verkeer, vervoer en waterstaat
333.000
426.000
403.000
3: Economie
0
0
0
4: Onderwijs
3.735.000
3.553.000
3.626.000
5: Sport, cultuur en recreatie
334.000
243.000
436.000
6: Sociaal domein
419.000
379.000
388.000
7: Volksgezondheid en milieu
147.000
61.000
631.000
1.053.000
763.000
510.000
8: VHROSV Subtotaal
23.137.000
Mutaties in de reserves Onttrekkingen Saldo
22.422.000
1.106.000 1.106.000
22.958.000
1.297.000 1.297.000
888.000 888.000
24.243.000
23.719.000
23.846.000
Vennootschapsbelasting
0
0
0
Nog te bestemmen resultaat
0
692.000
0
24.243.000
24.411.000
23.846.000
Totaal
Jaarstukken 2020
53
2.3 Paragrafen 2.3.1 Paragraaf 1 – Lokale heffingen Inleiding Voor de uitvoering van gemeentelijke taken heeft de gemeente middelen nodig om de hiermee gepaard gaande kosten te dekken. Het innen van lokale heffingen behoort tot één van de mogelijkheden om deze middelen te verschaffen. In deze paragraaf volgt een overzicht van de lokale heffingen die in onze gemeente worden geheven. Verder worden de ontwikkelingen van de onroerendezaakbelasting (OZB), afvalstoffenheffing en rioolheffing weergeven. Heffingen kunnen worden onderverdeeld in belastingen en retributies. In onze gemeente worden de volgende heffingen opgelegd: Lokale heffingen in €
Begrote inkomsten
Werkelijke inkomsten
Verschil in €
Verschil in %
Onroerende + roerende zaak belasting - eigendom woningen
1.113.000
1.140.000
27.000
2%
- eigendom niet-woningen
596.000
592.000
-4.000
-1%
- gebruiker niet-woningen
369.000
361.000
-8.000
-2%
Afvalstoffenheffing
800.000
818.000
18.000
2%
Rioolheffing
850.000
846.000
-4.000
0%
Precariobelasting
95.000
47.000
-48.000
-51%
Toeristenbelasting
2.276.000
2.472.000
196.000
9%
Forensenbelasting
716.000
741.000
25.000
3%
Havengelden
261.000
171.000
-90.000
-34%
Grafrechten
7.000
9.000
2.000
29%
Leges burgelijk e stand en burgerzak en
150.000
112.000
-38.000
-25%
Leges bouwvergunningen en welstand
456.000
565.000
109.000
24%
Totaal
7.689.000
7.874.000
185.000
2%
Uitgangspunt bij lokale heffingen is dat deze kostendekkend moeten zijn, een gemeente mag hier geen winst op maken. Vanuit dat oogpunt worden in de komende jaren verschillende leges en heffingen opnieuw bekeken. Hiervoor is het programma kostendekkendheid.nl aangeschaft. Hiermee kan snel worden gekeken of de begrote en werkelijk geïnde leges en heffingen kostendekkend zijn. Onroerende zaakbelasting (OZB) De grondslag voor de heffing van OZB in 2020 is de WOZ-waarde met peildatum 1 januari 2019. De feitelijke opbrengst over het belastingjaar 2020 is per saldo € 27.000 (2,43%) hoger dan geraamd. De reden hiervan is dat de WOZ-waarde altijd iets hoger wordt vastgesteld dan vooraf ingeschat. Tarieven Onroerende zaakbelasting (OZB) In %
Jaarstukken 2020
2019
2020
Eigendom Woningen
0,1010%
0,1030%
Eigendom Niet-Woningen
0,2970%
0,2980%
Gebruiker Niet-Woningen
0,2160%
0,2170%
54
Rioolheffing Sinds de introductie van de Wet gemeentelijke watertaken op 1 januari 2008 dient de gemeente niet alleen zorg te dragen voor stedelijk afvalwater, maar ook voor regenwater en grondwater. Om deze taken goed uit te voeren worden er kosten gemaakt. Deze kosten worden via de rioolheffing verhaald op gebruikers van woningen en niet-woningen. Het tarief voor de rioolheffing wordt gebaseerd op het vastgestelde verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP). In 2019 is het vGRP voor 2019-2023 vastgesteld. Het tarief voor de rioolheffing is al een aantal jaar gelijk. De werkelijke opbrengst voor het belastingjaar 2020 valt € 4.000 (0,5%) lager uit dan geraamd. Tarieven Rioolheffing In € Tarief Rioolheffing
2019
2020
176
176
De inkomsten uit rioolheffing mogen de kosten die gemoeid zijn met deze taken niet overschrijden. In onderstaande tabel is de kostendekkendheid van de rioolheffing te zien. Het dekkingspercentage van 96% geeft bijvoorbeeld aan dat de kosten voor 96% gedekt worden door de ontvangen heffingen. Het tekort hoeft niet te worden gedekt door tariefsverhogingen maar wordt gedekt vanuit de voorziening. Op deze manier is de kostendekkendheid van riolering altijd 100%. In onderstaande tabel is te zien dat de kostendekkendheid voor 2020 uitkomt op 100%. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat er in 2019 minder investeringen hebben plaatsgevonden en er dus in 2020 lagere kapitaallasten waren. Daarnaast is er ook minder uitgegeven aan onderhoud. Deze uitgaven zijn doorgeschoven naar de toekomst. Het overschot is daarom gestort in de voorziening riolering, zodat de uitgaven in de komende jaren hieruit kunnen worden gedekt. Voor een overzicht van de opbouw van deze voorziening verwijzen wij u naar de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. Kostendekkendheid Rioolheffing Begroot 2020
In €
Werkelijk 2020
Verschil
Lasten taak veld 7.2 (incl. toerek eningen)
-504.500
-552.000
-47.500
Saldo exploitatielasten taakveld 7.2 Riolering
-504.500
-552.000
-47.500
Toerekening overhead
-235.000
-235.000
-
BTW
-59.000
-59.000
-
Saldo exploitatielasten taakveld 7.2 Riolering
-798.500
-846.000
-47.500
Opbrengst heffingen
850.000
846.000
-4.000
Saldo Riolering
51.500
-
-51.500
Dekkingspercentage
106%
100%
Toe te rek enen k osten
Afvalstoffenheffing Het huishoudelijk afval wordt door de gemeente ingezameld, afgevoerd en verwerkt. Met ingang van 2012 heeft de gemeente deze taken ondergebracht bij Omrin. Omrin is een samenwerkingsverband op het gebied van afvalinzameling van alle gemeenten in Friesland. Om deze samenwerking te kunnen bekostigen wordt er afvalstoffenheffing geheven per huishoudelijke aansluiting.
Jaarstukken 2020
55
Het tarief afvalstoffenheffing wordt jaarlijks geïndexeerd en opnieuw vastgesteld. In 2020 was de werkelijke opbrengst afvalstoffenheffing € 18.000 (2,25%) hoger dan geraamd. Dit komt door een hoger aantal aansluitingen. Tarieven Afvalstoffenheffing In € Tarief afvalstoffenheffing
2019
2020
202
207
Kostendekkendheid Afvalstoffenheffing Begroot 2020
In €
Werkelijk 2020
Verschil
Lasten taak veld 7.3 Afvalinzameling
-458.000
-470.000
-12.000
Afvalverwerking
-340.000
-328.000
12.000
Milieustraat
-82.000
-114.000
-32.000
Overslagstation
-3.000
-
3.000
Baten taak veld 7.3 Afvalverwerking
60.000
63.000
3.000
Huuropbrengsten
11.000
11.000
-
Saldo exploitatielasten taakveld 7.3 Afval
-812.000
-838.000
-26.000
Toerekening overhead
-19.000
-19.000
-
Saldo exploitatielasten taakveld 7.3 incl. overhead
-831.000
-857.000
-26.000
Opbrengst heffingen
800.000
818.000
18.000
Saldo Afval
-31.000
-39.000
-8.000
Dekkingspercentage
96%
95%
Lastendruk gemeente Terschelling De gemiddelde woonlasten in een gemeente bestaan uit OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. In de onderstaande tabel is de lastendruk van de gemeente Terschelling over de afgelopen vier jaar weergeven. Zoals te zien is stijgt de lastendruk ieder jaar als gevolg van de inflatie. De gemiddelde stijging van de lastendruk is 2%. Lastendruk In €
2019
2020
Gemiddelde WOZ-waarde
321.000
331.000
OZB lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
328
341
Rioolheffing voor gezin
176
176
Afvalstoffenheffing voor gezin
202
207
Gemiddelde woonlasten Gemeente Terschelling
706
724
Het centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) brengt jaarlijks de Atlas van de lokale lasten uit. Voor een vergelijking van de lokale lasten van de gemeente Terschelling met andere gemeenten verwijzen we naar www.coelo.nl.
Jaarstukken 2020
56
Precariobelasting De gemeente Terschelling heft precariobelasting als vergoeding voor het gebruik van openbare grond. De precariobelasting wordt specifiek geheven voor het plaatsen van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Door de coronacrisis is in maart 2020 besloten dat er geen precariobelasting geheven wordt over de periode dat bedrijven die hiervoor in aanmerking kwamen verplicht gesloten moesten blijven. Voor de periode maart-juni 2020 en oktober-december 2020 moesten alle horeca bedrijven dicht blijven en werd er dus geen precariobelasting geheven. De opbrengst precariobelasting over het belastingjaar 2020 valt daarom naar verwachting € 65.000 (68%) lager uit dan begroot. Toeristenbelasting De toeristenbelasting is een belasting die wordt geheven waarvan de opbrengst ten goede komt van het toeristisch product. Toeristenbelasting wordt geheven van degene die tegen vergoeding gelegenheid tot nachtverblijf biedt en voor de eerste dag via een opslag op het bootkaartje. De gemeente Terschelling heft een vast tarief per persoon per nacht welk jaarlijks stijgt met de inflatiecorrectie van dat jaar. Voor 2020 bedroeg de toeristenbelasting € 1,74 per nacht. Tarieven Toeristenbelasting In € Tarief Toeristenbelasting
2019
2020
1,70
1,74
De aanslagen voor de toeristenbelasting 2020 worden pas in het jaar 2021 opgelegd. De reden hiervoor is dat de verblijfsverstrekkers pas na afloop van het jaar hun aangifte toeristenbelasting kunnen indienen. Verwacht wordt dat de totaalopbrengst toeristenbelasting € 662.000 lager uitvalt dan primair begroot. Dit is te wijten aan de coronacrisis. Omdat er vanaf maart een tijdje een reisverbod gold binnen Nederland en een aantal campings en accommodaties gedwongen gesloten moest blijven, werd er minder toeristenbelasting geïnd. Forensenbelasting De forensenbelasting wordt geheven van natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden op het eiland. De forensenbelasting voor het belastingjaar 2020 is vastgesteld op € 241,86 per slaapplaats met een maximum van € 1.209,30 per verblijf. De werkelijke opbrengsten in 2020 zijn € 25.000 (3,5%) hoger dan de raming. Havengelden Havengeld is een vorm van leges, waarbij als uitgangspunt geldt dat tegenover een dienst die door de gemeente wordt verrichten een vergoeding wordt geheven. De gemeente Terschelling int havengelden van de schepen die aanleggen in onze haven en daar 1 of meer dagen verblijven. Deze gelden worden gebruikt voor het ‘draaiend’ houden van onze haven.
Bij het innen van de havengelden wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende soorten schepen: - Pleziervaart - Visserij - Vrachtschip - Passagiersschip
Jaarstukken 2020
57
- Overige schepen Iedere soort heeft zijn eigen tarief, welke zijn terug te vinden in de verordening havengelden 2020. De werkelijke opbrengsten havengelden 2020 vallen € 90.000 (35%) lager uit dan de raming. De reden hiervan kan gezocht worden in enerzijds het sterk fluctueren van het gebruik van de haven en anderzijds de coronacrisis. Een groot deel van de inkomsten uit de haven wordt gehaald uit inkomsten van de Bruine vloot die ons eiland aandoet. Deze schepen vervoeren voornamelijk grotere groepen. Door de coronacrisis en de bijbehorende regels was het voor de Bruine vloot niet of nauwelijks mogelijk om hun diensten aan te bieden aan gasten. Een deel van de vloot heeft het eiland daarom minder frequent bezocht, of zelfs helemaal niet. Wanneer er toch schepen kwamen dan betaalden zij wel havengeld, maar vielen ook de inkomsten uit bijvoorbeeld toeristenbelasting grotendeels weg. Naast bovengenoemde redenen merkt de havendienst dat onze haven door de jaren heen in populariteit is afgenomen. De komende jaren wordt geprobeerd om onze haven weer populair te maken voor schepen om aan te leggen. Hiervoor is het ‘masterplan’ haven opgesteld. Grafrechten De gemeente Terschelling int grafrechten bij degene die een graf gebruiken van de gemeente. De opbrengsten van de grafrechten worden gebruikt voor het onderhouden van de gemeentelijke begraafplaatsen.
De werkelijke opbrengst grafrechten 2020 bedroeg € 29.000. Hiervan is een bedrag van € 20.000 gestort in de voorziening. Dit gedeelte betreft de rechten die zijn vooruitbetaald voor 10 of 20 jaar. Ieder jaar valt een gedeelte vrij om de kosten van het onderhoud gemeentelijke begraafplaatsen te dekken. De overige opbrengsten komen voort uit het begraven van personen of het overschrijven van rechten. Deze opbrengsten vallen voor 2020 € 2.000 (29%) hoger uit dan geraamd. Leges burgerlijke stand en burgerzaken Leges zijn vergoedingen die gemeenten vragen als tegenprestatie voor verrichte handelingen of taken. De opbrengsten uit de heffing van leges worden gebruikt om de kwaliteit van de verrichte handelingen en taken te waarborgen en om de personeels-, huisvesting- en materieelkosten te dekken. De hoogte van de leges voor 2020 is terug te vinden in de tarieventabel behorend bij de legesverordening 2020. Het totaal van de ontvangen leges voor de burgerlijke stand (huwelijken en partnerschappen) en burgerzaken (paspoorten, rijbewijzen e.d.) is € 38.000 (25%) lager dan begroot. Dit komt voort uit het feit dat er in 2020 minder huwelijken hebben plaatsgevonden door de coronacrisis. De zelfde crisis heeft er ook voor gezorgd dat een behoorlijk aantal huwelijken zijn geannuleerd.
Leges bouwvergunningen en welstand Net zoals de leges voor de burgerlijke stand en burgerzaken zijn bouwleges vergoedingen die gemeenten ontvangen. Ook deze opbrengsten worden gebruikt om de kwaliteit van de verrichte handelingen en taken te waarborgen en om de personeels-, huisvesting- en materieelkosten te dekken. De hoogte van de bouwleges is de afgelopen jaren achtergebleven bij de kosten die gemaakt worden voor de verlening van bouw- en welstandsvergunningen. De werkelijke opbrengst van de bouwleges valt in het belastingjaar 2020 € 109.000 (24%) hoger uit dan geraamd. Deze extra opbrengst wordt veroorzaakt door leges die in rekening zijn gebracht voor een specifiek groot project. De verwachting is dat deze meeropbrengst daarom eenmalig is. De kosten hiervoor zijn grotendeels in 2019 gemaakt.
Jaarstukken 2020
58
Kwijtschelding Gemeenten kunnen in Nederland zelf bepalen welke gemeentelijke belastingen onder het kwijtscheldingsbeleid vallen. Het kwijtscheldingsbeleid van de gemeente Terschelling kent de volgende uitgangspunten: • Het kwijtscheldingspercentage voor de inkomensnorm is vastgesteld op 100% van de bijstandsnorm; • Kwijtschelding kan uitsluitend worden verleend voor: o OZB woningen (na afschaffing van het gebruikersdeel komt dit nog maar zelden voor) o Rioolheffing o Afvalstoffenheffing Sinds het jaar 2019 is het veel makkelijker geworden voor belastingplichtigen om kwijtschelding aan te vragen. Door de samenwerking met het Noordelijk Belastingkantoor kunnen belastingplichtigen digitaal hun kwijtschelding indienen. Het Noordelijk Belastingkantoor beoordeelt deze aanvraag en stuurt de uitkomst door naar de gemeente Terschelling. Wanneer het besluit tot kwijtschelding positief is, krijgt de belastingplichtige ook kwijtschelding voor de bovengenoemde belastingen van de gemeente Terschelling. In 2020 zijn 12 verzoeken ingediend tot kwijtschelding. Hiervan zijn 4 verzoeken ingewilligd en 7 verzoeken afgewezen, 1 verzoek is nog in behandeling. In totaal werd er voor een bedrag van € 7.000 kwijtgescholden.
Jaarstukken 2020
59
2.3.2 Paragraaf 2 – Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Op grond van het BBV bevat de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing een vaste set van financiële kengetallen. Deze kengetallen moeten inzichtelijk maken hoeveel (financiële) ruimte de gemeente heeft om extra structurele en incidentele lasten op te vangen. De financiële kengetallen kunnen door de gemeenteraad en externe toezichthouders betrokken worden bij de beoordeling en vergelijking van de financiële positie. Naast de vaste set van kengetallen bevat deze paragraaf ook inzicht in de mogelijke risico’s die de gemeente loopt en de invloed van deze risico’s op de financiële positie. Om de risico’s te beperken, heeft de gemeente een beleid voor risicomanagement. Als beleidskaders voor dit risicomanagement gelden de financiële verordening (art. 212 Gemeentewet), de nota van reserves en voorzieningen en deze paragraaf die zowel in de begroting als in de jaarrekening is opgenomen. In dit onderdeel wordt ook de weerstandscapaciteit beschreven en de ratio weerstandsvermogen bepaald. Gekwantificeerde risico’s Een risico is een mogelijke gebeurtenis met een negatief (financieel) gevolg voor de organisatie. De risico’s relevant voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet anderszins zijn te ondervangen.
Reguliere risico’s - risico’s die zich regelmatig voordoen en die veelal vrij goed meetbaar zijn - kunnen worden opgevangen door het afsluiten van verzekeringen of door het vormen van voorzieningen. Voorbeelden van risico’s die opgevangen worden door het weerstandsvermogen zijn ondernemersrisico’s (of bedrijfsrisico’s) en hangen vooral samen met grondexploitatie, gebiedsuitbreiding, publiek private samenwerking (PPS), sociale structuur (bij neergaande conjunctuur), de algemene uitkering en open-einde regelingen. Op basis van de inventarisatie is een risicoprofiel opgesteld waarmee de per eind 2020 beschikbare buffers kunnen worden geconfronteerd. Met onderstaande lijst is geprobeerd het risicoprofiel voor de gemeente Terschelling in kaart te brengen. Voor de beoordeling van de kans dat een gebeurtenis zich voordoet, met de bijbehorende ‘gekwantificeerde kans’, hanteren we de volgende vijf klassen: Klassen risico's Klasse
Kans
Financiële impact
1
Zeer klein (0 - 20%)
5%
2
Klein (21 - 40%)
25%
3
Gemiddeld (41 - 60%)
50%
4
Groot (61 - 80%)
75%
5
Zeer groot (81 - 100%)
95%
Voorbeeld: Stel: de gemeente voert een onderhoudsproject uit van € 1 miljoen. Het financiële risico wordt bepaald op € 250.000 (het bedrag dat het budget kan worden overschreden). De kans dat dit risico zich voordoet wordt geschat op gemiddeld (klasse 3). De bijbehorende financiële impact bedraagt dan op grond van de bovenstaande tabel 50%. De benodigde incidentele weerstandscapaciteit voor dit project wordt dan berekend op € 125.000. Hieronder worden de naar onze mening bekende risico’s uitgewerkt en wordt een recapitulatie gegeven van het totaal.
Jaarstukken 2020
60
Voor de hierna geïnventariseerde en gekwantificeerde risico’s is een rapporteringsondergrens voor het maximale financiële risico gehanteerd van € 250.000 of lager indien er bijzondere omstandigheden zijn. Maximale financiële risico’s onder de € 250.000 worden in principe niet gepresenteerd. Kosten sociaal domein Een van de grootste risico’s voor onze gemeente zijn de kosten in het sociaal domein. Het open eind karakter van de zorg voor jeugd en Wmo speelt hier een grote rol. Daarnaast worden deze kosten ook sterk beïnvloed door demografische factoren. Een stijging van het aantal ouderen in de gemeente kan hierdoor een stijgend effect hebben op de kosten van Wmo. Bij het onderdeel Jeugd spelen andere factoren. De informatiestroom op dit gebied is tot nu toe niet optimaal geweest, waardoor niet alle kosten tijdig inzichtelijk waren. Hierdoor kan het zijn dat de gemeente ieder jaar weer met andere kosten geconfronteerd wordt omdat de zorgbehoefte onder de jeugd niet duidelijk in beeld is. Wel zit hier een verbeterende lijn in en wordt verwacht dat hier steeds meer grip op komt. Tot eind 2019 had de gemeente Terschelling een reserve Sociaal Domein waaruit deze onvoorziene extra uitgaven gedekt konden worden.
Deze reserve is per ultimo 2019 gedaald naar 0 en eventuele onvoorziene uitgaven moeten nu worden gedekt vanuit de andere beschikbare buffers en dus vanuit het weerstandsvermogen. Campus (Maritiem Instituut) In 2017 heeft de gemeente de gebouwen van de voormalige campus teruggekocht voor een waarde van 2,9 miljoen. De verwachting is dat deze gebouwen, gezien de huidige marktomstandigheden, verkocht of herontwikkeld kunnen worden waarbij de actuele boekwaarde kan worden terugverdiend. Hiermee wordt het bijbehorende risico ingeschat op zeer klein. Complex voormalige dancing Dellewal De huidige boekwaarde van deze grond is 2,2 miljoen. Afgelopen jaar is ingestemd met het voornemen tot het bouwen van 13 appartementen. Door verkoop van deze appartementen kan het complex naar verwachting tegen de huidige boekwaarde worden verkocht en is de verwachting dat geen afboeking hoeft plaats te vinden. Toch bestaat er een zeer klein risico dat de plannen anders lopen; hiermee is in het risicoprofiel rekening gehouden. Gewaarborgde leningen De gemeente staat garant voor een aantal leningen, onder andere voor de leningen die door de woningcorporatie via het WSW (waarborgfonds sociale woningbouw) zijn aangetrokken en rechtstreekse leningen aan WoonFriesland. In totaal gaat het om een bedrag van 9,86 miljoen euro.
De kans dat een beroep wordt gedaan op deze garantstellingen is zeer klein, maar in theorie wel aanwezig. Onderhoud kapitaalgoederen Door het ontbreken van een vastgesteld beheerplan voor het groenonderhoud en een aflopend plan voor het onderhoud van de gemeentelijke gebouwen kunnen de financiële risico’s die dit met zich mee brengt op dit moment niet goed worden ingeschat. Er is een voorziening onderhoud gebouwen opgenomen in de balans, maar er is niet direct bekend of deze voorziening toereikend is voor de toekomstige kosten. Daarnaast kunnen extreme weersomstandigheden zorgen voor een zwaardere belasting van de kapitaalgoederen. Dit geldt zeker op Terschelling. Hierdoor is er een risico op ongepland onderhoud. Verzekeringen tegen extreme weersomstandigheden zijn ook niet altijd mogelijk. Deze kosten worden bij calamiteiten voor een gedeelte gedekt uit de beschikbare voorzieningen, maar er blijft een kans dat deze niet toereikend zijn. Dit risico wordt echter geschat op klein.
Jaarstukken 2020
61
De consequenties van bestaande en nieuwe bestemmingsplannen Het opstellen van ruimtelijke plannen wordt steeds complexer door de nieuwe wet- en regelgeving. Ook in de komende jaren gaat er veel veranderen met de invoering van de nieuwe Omgevingswet. In het verleden is al gebleken dat Terschelling veel verschillende bestemmingsplannen kent met allemaal hun eigen karakter. Dit maakt het risico groter dat bij wijzigingen in bestemmingsplannen ingewikkelde juridische procedures moeten worden gevolgd die vaak tijd- en geldrovend zijn. Dit risico wordt door ons vooralsnog ingeschat op klein maar de ervaring is wel dat deze procedures wel sterk toenemen. Terugloop toerisme De gemeente Terschelling is voor een groot deel van haar inkomsten afhankelijk van de toeristenbelasting. Mocht de aanloop van toeristen om welke reden dan ook plotseling teruglopen dan heeft dit grote gevolgen voor de financiële positie. Een dergelijke situatie deed zich voor in 2020, toen Nederland in een lockdown ging vanwege het coronavirus. Een gedeelte van de accommodaties moest sluiten en ook de veerdiensten voeren minder. Dit heeft ervoor gezorgd dat er minder toeristenbelasting binnen kwam. In deze situatie werd er compensatie geboden vanuit het Rijk en blijkt de werkelijke financiële schade gelukkig mee te vallen.
Ook in de toekomst is niet uit te sluiten dat het toerisme nog eens terugloopt door onverwachte gebeurtenissen, al achten wij de kans hierop klein en gaan wij ervan uit dat ook dan het Rijk ons dan financieel zal ondersteunen. Verstrekte geldleningen De gemeente Terschelling heeft een viertal leningen verstrekt aan onder andere twee sportinstellingen. De verstrekte leningen brengen als risico met zich mee dat deze, door eventuele financiële problemen bij de lenende partij, niet volledig kunnen worden afgelost. De kans dat hier een beroep op wordt gedaan is zeer klein omdat de leningen worden gedekt door onderliggende hypothecaire rechten maar is wel aanwezig. Masterplan haven Op 23 september 2020 is het uitvoeringsplan Havenfront Terschelling vastgesteld door de gemeenteraad. Binnen het uitvoeringsplan zijn een aantal initiatieven en projecten gepland. De totale kosten van het plan worden voorlopig geraamd op € 20,7 miljoen. Deze kosten zullen gedeeltelijk worden gedekt door investeringen door de gemeente, maar om de totale financiering rond te krijgen wordt ook gekeken naar cofinanciering vanuit andere overheden. Door de omvang brengt het project risico’s met zich mee. Deze risico’s liggen voornamelijk op het gebied van aanbesteding en uitvoering van de werkzaamheden en de kans dat deze zich voordoen wordt ingeschat op gemiddeld.
Als financieel risico is het grootste project binnen het Masterplan aangehouden, dat een omvang kent van € 6,3 miljoen. Door een adequaat projectmanagement achten wij het verantwoord het risico op klein in te schatten. Niet-gekwantificeerde risico’s De niet-gekwantificeerde risico’s hebben eveneens een (negatief) effect op de bedrijfsvoering en/of de financiële positie van de gemeente Terschelling. Het effect hiervan is echter niet meetbaar te maken in euro’s. Hieronder is een aantal risico’s en onzekerheden benoemd, zowel eenmalig, structureel, groot, klein, etc. De volgorde van presentatie geeft geen indicatie van prioriteit of rangorde. Rijksbeleid Het beleid van het Rijk is van grote invloed op de gemeentelijke organisatie. Bezuinigingen, decentralisatie van taken, herijking van het gemeentefonds zijn actuele onderwerpen die tot onzekerheden in het (financieel) beleid leiden. Het beleid van het Rijk wordt nauwkeurig gevolgd door de organisatie, zodat er een goede inschatting gemaakt kan worden van eventuele gevolgen.
Jaarstukken 2020
62
Kosten juridische bijstand bij gegrond verklaarde bezwaren Burgers hebben de mogelijkheid om bij de indiening van bezwaarschriften tegelijk te verzoeken de kosten van juridische bijstand te vergoeden. De gemeente is verplicht deze kosten te vergoeden als een bezwaarschrift gegrond wordt verklaard en vaststaat dat het besluit waartegen de bezwaren zich richtten, onrechtmatig is genomen. Het is vooraf niet in te schatten hoeveel hiervan gebruik zal worden gemaakt. Automatisering/ICT Alle afdelingen binnen de gemeente Terschelling zijn voor een groot gedeelte afhankelijk van automatisering en ICT. In de toekomst zal dit alleen maar groeien. Om deze reden is het van belang dat systemen up-to-date blijven, adequaat beveiligd zijn en uitval moet zo nodig opgevangen kunnen worden. De gemeente Terschelling heeft het beheer van onze ICT omgeving ondergebracht bij het shared service centrum Leeuwarden (SSC). De kwaliteitsafspraken en -eisen over onze ICT omgeving zijn opgenomen in een jaarlijks af te sluiten servicelevel agreement (SLA) en onderliggende afspraken en overeenkomsten. De navolging van deze afspraken en overeenkomsten wordt gezamenlijk in Waddenverband gedaan, waardoor dit risico ook beperkt wordt. Algemene risico’s verbonden aan het subsidiëren van stichtingen en instellingen De gemeente Terschelling verstrekt jaarlijks vele subsidies.
Deze variëren van enkele euro’s tot aan tonnen. Met behulp van deze subsidies kunnen stichtingen en instellingen voorzieningen voor burgers in stand houden. Veelal heeft de gemeente hierbij ook het belang dat deze voorzieningen van een bepaald niveau zijn. Naarmate de tijd verstrijkt zal het steeds moeilijker worden om deze voorzieningen met de beschikbare middelen goed op peil te houden. Beschermd Wonen Tot op heden worden de taken met betrekking tot beschermd wonen uitgevoerd via Centrumgemeenten, in ons geval Leeuwarden. Met ingang van 2018 ligt het financieel risico al bij de gemeente zelf. In jaarrekening 2019 was het aandeel van Terschelling in het tekort van de gemeente Leeuwarden nihil. Vooralsnog is het voor de gemeente Terschelling lastig in te schatten wat de kosten voor beschermd wonen jaarlijks zijn, omdat er tot op heden niet veel gebruik hiervan wordt gemaakt. Vanaf 2022 worden de taken overgeheveld naar de afzonderlijke gemeenten. Ziekteverzuim Op 1 januari 2004 is de Wet verlenging loondoorbetalingverplichting bij ziekte (WVLBZ) in werking getreden. Als gevolg van deze wet is de loondoorbetalingperiode verlengd van één naar twee jaar. Het totale loon over deze periode mag niet meer bedragen dan 170% van het laatstverdiende loon. In de CAO gemeenten is bepaald dat een zieke medewerker gedurende de eerste zes maanden recht heeft op 100% doorbetaling.
In de zevende tot en met de twaalfde maand 90% en in het tweede ziektejaar 75%. Na deze 24 maanden moet bij voortdurende arbeidsongeschiktheid tot aan het einde van het dienstverband 70% van het loon worden doorbetaald. De wachttijd voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) – voorheen WAO – is voor volledig arbeidsongeschikten verlengd naar twee jaar. Voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten, die op of na 1 juli 2007 ziek zijn geworden, geldt sinds 1 juli 2008 nog een “derde ziektejaar”. Dit risico proberen wij als gemeente zoveel mogelijk te beperken door onder andere het stimuleren van een gezonde leefstijl en het aanbieden van preventief medisch onderzoek (periodiek). Om dit risico financieel op te kunnen vangen is er in de begroting een bedrag opgenomen voor de lasten voor eventuele vervanging bij ziekte maar in extreme situaties kunnen de werkelijke kosten de geraamde budgetten overstijgen.
Jaarstukken 2020
63
WW en bovenwettelijke WW Werkgevers in de sector Overheid en Onderwijs zijn verplicht eigenrisicodrager voor de Werkloosheidswet (WW). De gemeente is ingeval van ontslag eigen risicodrager als het aankomt op WW en WW gerelateerde uitkeringen, ook wel bovenwettelijke en nawettelijke werkloosheidsuitkeringen genoemd. Ook is de gemeente eigenrisicodrager in geval van ziekte en re-integratie van medewerkers. In het bedrijfsleven, waar premie betaald wordt aan het UWV, vangt het UWV dergelijke lasten op. Bij de overheid factureert het UWV (of een andere uitvoerende instantie voor het bovenwettelijke deel bij ontslag) aan de werkgever de maandelijkse kosten van de uitkering van de werknemer. Voor een overheidswerkgever of onderwijsinstelling kunnen dus aanzienlijke financiële kosten gepaard gaan met een ontslagof ziektetraject dat recht geeft op een werkloosheids- of ziekte-uitkering. Verbonden partijen De gemeente Terschelling neemt deel in een aantal verbonden partijen (zie paragraaf 6). Deze partijen voeren veelal gemeentelijke taken uit in opdracht van de gemeente Terschelling. Deelname aan deze verbonden partijen brengt een aantal risico’s mee voor gemeenten.