CConstaterende datTerschelling
Koppel je AI →
Document · PDF

4.Biijlage 1 Ontwerpbestemmingsplan herontwikkeling Margotstelling

Raadscommissie 29 november 2023, gemeente TerschellingBij agendapunt: Ontwerp Bestemmingsplan herontwikkeling Margotstelling16.381 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan herontwikkeling Margotstelling ontwerp

bestemmingsplan

herontwikkeling Margotstelling ontwerp 9-6-2022

herontwikkeling Margotstelling

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan

5 5 5 7

Hoofdstuk 2

8

Planbeschrijving

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

12 12 13 17

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 (Milieu)hinder van bedrijvigheid 4.2 Externe veiligheid 4.3 Bodem 4.4 Erfgoed 4.5 Ecologie 4.6 Water 4.7 Geluidhinder 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 Verkeerseffecten 4.10 M.e.r.-beoordeling

18 18 19 20 20 22 23 23 24 24 25

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingsplanregels

25 25 26

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid

27 27 27

Bijlagen bij de toelichting

29

Bijlage 1

Procesdocument Formerum aan Zee

29

Bijlage 2

Schetsontwerp Margotstelling

40

Bijlage 3

Natuurtoets

110

Bijlage 4

Digitale watertoets

145

Regels

151

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

151 151 152

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Bestemmingsregels Natuur Recreatie - Recreatiewoningen

153 153 155

Hoofdstuk 3 Artikel 5

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

156 156

3

herontwikkeling Margotstelling

Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Overige regels

156 156 157

Hoofdstuk 4 Artikel 9 Artikel 10

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

157 157 157

Bijlagen bij de regels

159

Bijlage 1

Indeling horecabedrijven

159

Bijlage 2

Landschappelijke en cultuurhistorische waarden

162

Bijlage 3

Schetsontwerp Margotstelling

165

4

herontwikkeling Margotstelling

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De aanleiding voor dit bestemmingsplan is de herinrichting van de Margotstelling, gelegen in het duingebied tussen Midsland aan Zee en Formerum aan Zee. Het is een bunkercomplex dat deel heeft uitgemaakt van de Atlantikwall. In de huidige situatie zijn enkele bunkers al jaren in gebruik als recreatiewoning en zijn die ook zo bestemd. Met dit plan wordt de gehele Margotstelling integraal aangepakt. De nu ongebruikte bunkers van de stelling worden bestemd als tweelingbunkers (opslag bij bestaande recreatiebunkers), nieuwe recreatiebunkers of opengesteld voor publiek. Ook de loopgraven worden hersteld en onderdeel van een nieuw aan te leggen ontsluitingsstructuur. De integrale aanpak maakt het mogelijk dat de stelling in zijn totaliteit wordt hersteld, inclusief herstel van de padenstructuur. Hier speelt dus ook een algemeen belang van natuurherstel, herstel van wandelpaden, de stelling en de aantrekkelijkheid van het gebied voor iedereen. Het voornemen past niet binnen de kaders van de geldende beheersverordeningen 'Beheersverordening Natuurgebieden' en 'Beheersverordening Formerum aan Zee'. In samenspraak met de ontwikkelaar, de vijf private bunkereigenaren en Staatsbosbeheer heeft H+N+S Landschapsarchitecten een schetsontwerp gemaakt. In dit schetsontwerp zijn de ambities voor dit gebied nader uitgewerkt.

In het schetsontwerp wordt ingegaan op het appartementenhotel Formerum en het omliggende duingebied. Voor het appartementenhotel Formerum is reeds een omgevingsvergunning verleend. Dit gebied maakt dan ook geen deel uit van de voorliggende opgave. Er heeft ook al een uitgebreid participatietraject plaatsgevonden met onder andere Staatsbosbeheer en de reeds aanwezige particuliere eigenaren in het gebied. Deze partijen kunnen instemmen met het schetsplan. Ook heeft de gemeente Terschelling aangegeven positief tegenover deze ontwikkeling te staan. De voorgenomen herontwikkeling van de Margotstelling wordt daarom mogelijk gemaakt met een herziening van een deel van het geldende bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

1.2

Plangebied

Dit bestemmingsplan heeft betrekking op het gehele bunkercomplex 'Margotstelling', en de omliggende gronden. Op de onderstaande kaartuitsnede is de ligging van het plangebied in het duingebied tussen Midsland aan Zee en Formerum aan Zee aangegeven.

5

herontwikkeling Margotstelling

Figuur 1. Ligging plangebied Op de onderstaande luchtfoto is het plangebied (globaal) aangegeven. De exacte begrenzing blijkt uit de verbeelding behorende bij het voorliggende bestemmingsplan.

6

herontwikkeling Margotstelling

Figuur 2. Luchtfoto met de begrenzing van het plangebied

1.3

Vigerend bestemmingsplan

De Beheersverordening Natuurgebieden (vastgesteld 23 september 2014) is van toepassing op het plangebied. In deze beheersverordening hebben de gronden de bestemming 'Natuur'. De bestaande recreatiebunkers hebben de bestemming 'Recreatie - Recreatiewoningen - 1 (duinen)'. De aanduiding 'vrijwaringszone - duin' is op het gehele plangebied van toepassing. Verder is de aanduiding 'bunkers' gebruikt om aan te duiden waar recreatiewoningen ondergebracht in een bunker mogelijk zijn. De Beheersverordening Natuurgebieden is voor de nieuwe situatie niet meer toereikend, omdat meer bunkers gebruikt gaan worden als recreatiewoning of als, opslag. Ook het toevoegen van een fietsenstalling en de aanleg van nieuwe loopgraven zijn strijdig met de bestemming 'Natuur'.

7

herontwikkeling Margotstelling

Figuur 3. Fragment van de verbeelding behorende bij de Beheersverordening Natuurgebieden

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

Achtergrond Proces Ruim 20 jaar nadat appartementenhotel Beek in 1999 z’n deuren sloot, heeft deze locatie sinds kort een nieuwe eigenaar met ambitie. Hierbij gaat het niet alleen om de toekomst van het bestaande ‘bouwblok’, maar ook om 6 hectare aangrenzend duingebied, waarbinnen een groot deel van de ‘Margotstelling’ ligt, een bunkercomplex dat deel heeft uitgemaakt van de Atlantikwall. De initiatiefnemer heeft een herontwikkeling van het appartementenhotel voor ogen en wil nadenken over de toekomst van het stellingcomplex in relatie tot de perspectieven die Staatsbosbeheer voor het aansluitende duingebied ziet. Het procesdocument 'Nieuwe perspectieven voor Formerum aan Zee' (Bijlage 1) geeft een beeld van de integrale gebiedsvisie met de randvoorwaarden en ambities van de 3 ontwikkelende partijen (de initiatiefnemer, Staatsbosbeheer en de gemeente Terschelling). Op hoofdlijnen is ingezet op de volgende drie elementen: 1. 2.

3.

Creëren van een groot natuurgebied met winterbegrazing. De begrazingsgrens dient nog exact te worden bepaald, maar uitgangspunt is begrazing tot aan de eerste duinenrij vanaf het strand. Herontwikkeling van de Margotstelling, door de diverse onderdelen verschillende bestemmingen te geven (publiek, privaat, of recreatief) en in het verlengde van deze bestemming, werkzaamheden uit te voeren. Verleggen van het fietspad tussen Midsland aan Zee en Formerum aan Zee.

Inmiddels is het plan door de betrokken partijen verder uitgewerkt en is een schetsontwerp gemaakt (Bijlage 2). Het verleggen van het fietspad tussen Midsland aan Zee en Formerum aan Zee maakt geen onderdeel meer uit van het plan. Stelling Margot Stelling Margot lag tussen Midsland en Formerum aan Zee en werd bemand door de Kriegsmarine. De stelling moest de bezetter beschermen tegen aanvallen uit zee. Hiertoe bestond de stelling onder meer uit twee Würzburg-radarinstallaties. Ook liepen er vanuit de stelling twee zware kabels de zee in, waarmee de Duitsers motorengeruis konden opvangen. In totaal bestond Stelling Margot uit circa 75 bunkers. Het

8

herontwikkeling Margotstelling

bijzondere van deze stelling is dat er nog een aantal kunstig gemetselde loopgraven te bezichtigen zijn. Huidige situatie Het bunkercomplex is in de huidige situatie al voor een deel getransformeerd naar recreatiewoningen. Na de Tweede Wereldoorlog zijn zowel de bunkers als het omliggende terrein in gebruik geweest als recreatiewoningen en kampeerterrein. Uiteindelijk zijn er 6 bunkers in gebruik gebleven als recreatiewoning en ook zodanig bestemd. De rest van de Margotstelling is door het ontbreken van een gebruiksbestemming in verval geraakt. De leegstaande bunkers zijn vrij toegankelijk. Met de deels ondergestoven loopgraven en de bunkers in verval, is dit een onwenselijke situatie. De uitstraling van het gebied wordt niet alleen aangetast, het zorgt ook voor onveilige situatie en het trekt onwenselijk gebruik aan. De huidige gebruikers van de recreatiebunkers ervaren dan ook overlast.

Figuur 4. Margotstelling als kampeerterrein na de tweede wereldoorlog waarbij de bunkers recreatief werden gebruik.

Figuur 5. Huidige situatie van enkele de bunkers van de Margotstelling, met daarachter het verouderde hotel Terreininrichting De ontwikkelaar heeft in samenspraak met de vijf private bunkereigenaren en Staatsbosbeheer een schetsontwerp laten opstellen door H+N+S Landschapsarchitecten. Het schetsontwerp leidt tot een aantal concrete zaken die hun uitwerking moeten krijgen in het bestemmingsplan: Het realiseren van (bunker) eilanden binnen één natuureenheid;

9

herontwikkeling Margotstelling

Ontwikkeling van vijf 'tweeling-bunkers' voor de reeds aanwezige private eigenaren van recreatiebunkers inclusief daarbij behorende voorzieningen; Ontwikkeling van recreatiebunkers. Het gaat hierbij om twee bunkers gelegen nabij het hotel, vijf bunkers in het centrale deel en vier bunkers gelegen in het westelijke eiland; Bijbehorende voorzieningen (zoals fietsparkeren, berging/opslagruimte, openbare nutsvoorzieningen) Het schetsontwerp is als bijlage bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen (Bijlage 2). Op de onderstaande figuur is een uitsnede van het schetsontwerp weergegeven.

Figuur 6. Uitsnede schetsontwerp Margotstelling Terschelling (HNS januari 2022) Bunker-eilanden binnen één natuureenheid De ecologische wens is om in dit duingebied een grote aaneengesloten natuureenheid te creëren, waarbij begrazing kan worden ingezet als middel om het dichtgroeien van de duinen met grassen en struiken tegen te gaan. Open duinen met korte vegetaties bieden op hun beurt weer ruimte voor specifieke soorten als het duinkonijn en de tapuit. Voor dit gebied wordt gedacht aan het mogelijk maken van winterbegrazing. De noodzaak om het gebied (tijdelijk) uit te rasteren, wordt aangegrepen om simultaan een scheiding tussen het publieke en private domein aan te brengen. De natuureenheid is en blijft openbaar en recreatief toegankelijk. De bunkers gelegen binnen de natuureenheid worden daarmee ook openbaar toegankelijk en zullen vanuit dat perspectief worden gerestaureerd. De loopgraven in de natuureenheid worden zo gerestaureerd/ingericht dat ze ontoegankelijk zijn voor grote grazers. Er worden binnen het terrein van de Margotstelling twee (bunker)eilanden uit gerasterd die een meer privé karakter krijgen en vanuit de openbare ruimte via duidelijk gemarkeerde, afsluitbare poortjes ontsloten worden. Het gaat om het westelijke eiland en het centraal gelegen eiland. De twee bunkers nabij het hotel liggen buiten de natuureenheid en hoeven dus niet uitgerasterd te worden.

Alle bestaande rasters worden opgeruimd. De bunkers en loopgraven binnen het raster worden uitgegraven, uitwendig gerestaureerd en, afhankelijk van de toekomstige bestemming; natuur, berging of recreatieverblijf, heringericht. De eilanden worden van elkaar gescheiden door royaal te begrazen corridors met een minimale breedte van 50 meter. Het publiek toegankelijke deel van de Margotstelling In het duingebied van de stelling wordt een netwerk van gemarkeerde wandelpaden in stand gehouden, voor een groot deel over al bestaande paden. Binnen de natuureenheid worden drie bunkerclusters onderscheiden waarvan de bunkers worden gerestaureerd en opengesteld.

10

herontwikkeling Margotstelling

Ook is het mogelijk om vanuit het terras van het appartementenhotel een ‘rondje’ stelling te maken waarin ook nog een deel van de gerestaureerde loopgraven is opgenomen. Vanuit het publiek toegankelijke duingebied van de stelling is de begrenzing van de private eilanden duidelijk aangegeven door de loop van een raster waarin toegangspoorten zijn opgenomen voor de bewoners/gasten van de recreatiebunkers. Het centrale eiland Voor het centrale eiland moet een bijzondere inrichtingsopgave worden opgelost. Naast het ontwikkelen van een restauratiestrategie voor de grootste cluster bunkers, is hier sprake van gedeeld eigendom. In het verleden zijn er aan verschillende eigenaren, 5 bunkers op kleine privé kavels uitgegeven, die als recreatieverblijf zijn bestemd en als zodanig worden benut. De herinrichtingsstrategie moet zowel recht doen aan de belangen van deze 5 eigenaren als ook een aantrekkelijk, beheersbaar en samenhangend eindresultaat opleveren. Het belang voor de private eigenaren is dat hun rechten worden gerespecteerd en dat de bijzondere kwaliteiten van deze plek behouden blijven. Hierbij gaat het om een recreatie beleving te midden van ongerepte dynamische duinnatuur, rust en ‘slow’ gebruik van de directe omgeving. Om de gewenste rust in de toekomst veilig te stellen, is een voorstel uitgewerkt voor de ontwikkeling van tweeling-bunkers.

Tweelingen worden gevormd tussen bestaande private recreatiebunkers en de naastgelegen nu leegstaande manschappenbunkers. Dit zorgt voor borging van rust en privacy in de directe nabijheid van de bestaande recreatiebunkers en leidt tot een aanzienlijke areaaluitbreiding van de huidige private kavels. Naast de overdracht van de tweelingbunkers, zal er een aparte fietsenstalling ten behoeve van de bunkereigenaren worden gerealiseerd. Het loopgravenstelsel wordt deels opgegraven en gebruikt voor het private ontsluitingsnetwerk. Enkele delen zullen niet worden ontwikkeld of worden onderbroken wanneer dit de privacy ten goede komt. Op de plankaart is goed te zien hoe ieder object een eigen exclusieve ontsluiting krijgt op het openbare netwerk. Ook hebben de meeste bunkers een eigen route naar het strand. Het westelijke eiland Het kleine westelijke eiland omvat vier bunkers die in gebruik zullen worden genomen als satelliet appartement van het hotel. Door de afstand tot het hotel en een ontsluiting via een duinpad, is de beleving van recreëren in de natuur hier sterk voelbaar.

11

herontwikkeling Margotstelling

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan ingespeeld worden op de grote uitdagingen die voorliggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI wordt een proces in gang gezet waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt.

De NOVI vervangt, samen met het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) de SVIR, het Barro en het Bro. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De NOVI vindt haar doorwerking in het regionale en lokale beleid waaraan uiteindelijk plannen zullen worden getoetst. De beoogde ontwikkeling heeft geen raakvlakken met het beleid zoals benoemd in de NOVI. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2011)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt niet alleen regels voor de aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, maar stelt ook regels die in bestemmingsplannen moeten worden opgenomen.

12

herontwikkeling Margotstelling

Het plangebied raakt het nationaal belang Kustfundament. Ruimtelijke ontwikkelingen die een belemmering kunnen vormen voor de waterveiligheid, zijn niet toegestaan. In het Barro is aangegeven dat een nieuw bestemmingsplan of een wijziging van een bestaand bestemmingsplan dat betrekking heeft op het kustfundament alle bestemmingen kan bevatten, die nodig zijn voor een goede ruimtelijke ordening van dat gebied mits hierdoor geen significante belemmering ontstaat voor de instandhouding of de versterking van het zandige deel van het kustfundament. Het plan heeft geen significante negatieve gevolgen voor de landschappelijk en cultuurhistorische kwaliteiten van het gebied en vormt geen significante belemmering voor de instandhouding of de versterking van het zandige deel van het kustfundament. Het plangebied raakt het nationaal belang Ecologische Hoofdstructuur (nu NatuurNetwerk Nederland). In het Barro is aangegeven dat het beleid en de regels ten aanzien van het NatuurNetwerk Nederland (NNN) worden overgelaten aan de provinciale verordening. Die wordt in paragraaf 3.2.3 behandeld. Ladder voor duurzame verstedelijking De beoogde ontwikkeling wordt volgens jurisprudentie niet gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het voornemen ziet niet op een nieuw beslag op de ruimte en de functie (recreatie) veranderd niet.

Het plan maakt hergebruik van (kleine aantallen) bestaande bunkers mogelijk. Door leegstand en onwenselijk gebruik geven de bunkers in de huidige situatie overlast. Als enkel sprake is van een planologische functiewijziging dan is in beginsel geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling waarvoor de Laddertoets geldt (tenzij het een functiewijziging van zodanige aard en omvang betreft) (ABRvS 20 april 2016; ECLI:NL:RVS:2016:1075). Dit is in zoverre ook logisch, daar de Ladder gericht is op het tegengaan van leegstand. Nu er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling hoeft de laddertoets verder niet doorlopen te worden. De ladder is daarmee niet van toepassing op het planvoornemen.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Fryslân

Op 21 oktober 2020 is de omgevingsvisie Fryslân vastgesteld. In deze visie beschrijft de provincie het beleid zoals zij dat voor ogen ziet als de Omgevingswet in 2022 in werking treedt. De provincie heeft een viertal doelstellingen die ze als speerpunt wil behandelen. Een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân. Dat zijn de ambities van de provincie Fryslân voor de Friese leefomgeving. Met de leefomgeving bedoeld de provincie: de gedeelde ruimte waarin de mensen in de provincie samenleven. Fryslân is van alle mensen die er wonen, werken of te gast zijn. In de Omgevingsvisie zijn negen principes opgenomen over de manier van werken. De inhoudelijke principes betreffen: 1) zuinig ruimtegebruik, 2) omgevingskwaliteit als ontwerpbasis, 3) koppelen van ambities en 4) gezond en veilig. De samenwerkingsprincipes betreffen: 5) rolbewust, 6) decentraal wat kan, 7) ja, mits, 8) aansluiting zoeken en 9) sturen op proces, ruimer op inhoud. Deze principes staan voor de provinciale manier van werken, die richting geven bij het maken van keuzes. Deze principes worden altijd in samenhang toegepast. Ze kunnen in verschillende situaties tot verschillende oplossingen leiden. Zo kan maatwerk worden geboden. De Omgevingsvisie richt zich niet specifiek op transformatie van bestaande bebouwing. Er is geen strijdigheid met de omgevingsvisie en de daarin opgenomen principes.

13

herontwikkeling Margotstelling

3.2.2

Grutsk op 'e Romte

De provincie zet in op de instandhouding en verdere ontwikkeling van de belangrijke landschappelijke kwaliteiten en waarden in de provincie. Hiervoor heeft de provincie op 26 maart 2014 de structuurvisie 'Grutsk op 'e Romte' vastgesteld. Het plangebied maakt deel uit van het deelgebied 'Waddengebied'. Voor dit gebied zijn aan aantal kernkwaliteiten (ofwel: provinciale belangen) aangewezen. Het gaat dan om landschappelijke kwaliteiten en kenmerken. Het plangebied ligt in het duingebied ten noorden van Midsland, waar natuur en toeristische functies in elkaars nabijheid voorkomen. Voor de Waddeneilanden wordt onder andere het volgende genoemd: 'Afwisselend duingebied met cultuuringrepen zoals bossen, stuifdijken, (wei)landjes, bunkers en recreatiewoningen'. Het plan is in samenspraak met diverse partijen, waaronder Staatsbosbeheer, tot stand gekomen. Op basis daarvan is een schetsontwerp gemaakt voor de nieuwe ontwikkeling. Het plan past daarmee in de structuurvisie. 3.2.3

Verordening Romte Fryslân

Op 8 augustus 2018 hebben Provinciale Staten de vastgestelde ‘Verordening Romte Fryslân’ geconsolideerd. De verordening stelt regels die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. Van toepassing op de transformatie van het bunkercomplex zijn met name de bepalingen omtrent bestaand bebouwd gebied en het Natuurnetwerk Nederland. Bestaand bebouwd gebied Er wordt onderscheid gemaakt tussen het landelijk gebied en het stedelijk gebied. Volgens de provinciale begrenzing ligt het plangebied buiten het bestaand bebouwd gebied. Buiten bestaand bebouwd gebied is de provincie van mening dat daar provinciale belangen liggen. Dit betekent dat er in principe geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk zijn buiten bestaand stedelijk gebied. Met dit planvoornemen is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Ecologische hoofdstructuur (EHS), nu: Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt binnen een gebied dat aangewezen is als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Op de onderstaande uitsnede van de natuurkaart behorende bij de Verordening Romte Fryslân is te zien dat de locatie onderdeel is van NNN (op de kaart zichtbaar als ecologische hoofdstructuur 'EHS overige natuur').

14

herontwikkeling Margotstelling

Figuur 7. Uitsnede van 'Kaart 3 - Natuur' uit de Verordening Romte Fryslân In de regels van de provinciale verordening, onder artikel 7.1.1, blijkt dat: Een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op gronden die deel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur zoals begrensd op de bij de verordening behorende kaart Natuur moet voorzien in een passende bestemming met gebruiksregels gericht op behoud, herstel of ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van de gronden. Een ruimtelijk plan of ontwikkeling voor gronden zoals bedoeld in het eerste lid niet mag leiden tot tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gronden, of tot significante aantasting van de samenhang tussen gebieden die deel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur (het huidige Natuurnetwerk Nederland). Of een ontwikkeling in een concreet geval daadwerkelijk significante gevolgen heeft, is afhankelijk van de wezenlijke kenmerken en waarden per gebied en zal per geval moeten worden beoordeeld. Bij de functiewijziging verdwijnt geen oppervlakte van het NNN. Dit leidt niet tot een significant negatief effect op het NNN door oppervlakteverlies. Van aantasting van de samenhang tussen gebieden die deel uitmaken van het NNN is eveneens sprake.

Uit de beknopte natuurtoets (zie paragraaf 4.5) is gebleken dat er geen wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied verloren gaan door de voorgenomen ontwikkeling. Ruimtelijke kwaliteit Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit stelt de verordening in dit geval eisen aan reclame-uitingen en archeologie. Er mag geen reclamemast hoger dan 6 meter worden gebouwd. Dat is niet aan de orde. Daarnaast stelt de verordening in dit thema, dat in de plantoelichting van een ruimtelijk plan wordt aangegeven op welke wijze het plan rekening houdt met de wijze van onderzoek naar en bescherming van archeologische waarden en verwachtingswaarden, zoals aangegeven op de FAMKE. Hiervan kan in een ruimtelijk plan wordt afgeweken als wordt onderbouwd op welke wijze in een vergelijkbare bescherming van archeologische waarden is voorzien. In paragraaf 4.4 wordt hier nader op ingegaan. De FAMKE vormt

15

herontwikkeling Margotstelling

geen belemmering. Recreatie op de Waddeneilanden Op grond van lid 5.7.2 van de Verordening Romte moet in de toelichting op een ruimtelijk plan waarin een nieuwe of een uitbreiding van een bestaande recreatieve voorziening op of bij een Waddeneiland is opgenomen, worden onderbouwd hoe gezorgd is voor stabilisatie van de totale recreatiedruk per eiland en rekening is gehouden met de landschappelijke en natuurlijke waarden. Het plan maakt recreatief hergebruik van bestaande gebouwen mogelijk. Het gaat om 11 bunkers te herontwikkelen tot recreatiebunker en om de 5 bestaande recreatiebunkers. De recreatieve druk op de natuur wordt al jarenlang door Staatsbosbeheer in goede banen geleid. Het merendeel van de gasten beleeft het gebied via daarvoor aangelegde danwel ontstane paden en voorzieningen zoals uitkijkpunten. Deze regulering/zonering zorgt er voor dat de natuurlijk kwetsbare gedeeltes van het eiland worden ontzien. De herbestemming van het bunkercomplex gaat om een relatief kleinschalige recreatieve voorziening in de vorm van recreatiebunkers. Wanneer alleen wordt gekeken naar de toevoeging van het recreatieve gebruik van de bunkers, ontstaat er in principe een verdubbeling van recreatief gebruik en daarmee een intensivering van de recreatieve druk. Daarom wordt het gebruik van het plangebied gereguleerd.

Door het aanbrengen van clusters/zoneringen en het toedelen van functies (zie Hoofdstuk 2) wordt ervoor gezorgd dat er minder mensen zomaar overal door de duinen en langs de bunkers kunnen struinen. Vanuit het publiek toegankelijke duingebied van de stelling is de begrenzing van de private eilanden duidelijk aangegeven door de loop van een raster waarin toegangspoorten zijn opgenomen voor de bewoners/gasten van de recreatiebunkers. Dit zorgt voor een duidelijkere scheiding tussen het publieke en private domein. Door het integrale herstel van de Margotstelling en een betere publiek/private scheiding zal (recreatieve) overlast in het gebied naar verwachting juist afnemen. De transformatie zorgt daarom niet voor een merkbare toename van de recreatiedruk. Het initiatief sluit aan bij het huidige gebruik en de wijzigingen zijn afgestemd met Staatsbosbeheer. Staatsbosbeheer heeft zelf ook mee gedacht over de plannen. Daarmee is deze ontwikkeling passend conform de Verordening Romte. 3.2.4

Omgevingsverordening Fryslân (ontwerp)

Op 1 januari 2023 treedt de Omgevingswet in werking. Op dat moment vervallen alle huidige verordeningen voor de fysieke leefomgeving van rechtswege en moeten provincies een Omgevingsverordening hebben vastgesteld waarin regels over de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. Het ontwerp van deze Omgevingsverordening heeft van 1 maart 2021 tot en met 12 april 2021 ter inzage gelegen. Voor dit plan is het volgende aspect uit de verordening relevant. Artikel 2.15 Recreatieve voorzieningen 1.

In een omgevingsplan kan aanpassing of uitbreiding van een bestaande of een nieuwe recreatieve voorziening worden toegestaan, waarbij: a. een nieuwe recreatieve voorziening aansluit aan het bestaand stedelijk gebied van een kern, of aansluit bij een bestaande recreatieve voorziening buiten het bestaand stedelijk gebied; b. de ontwikkeling wat betreft aard en schaal passend is bij de kern of de recreatieve voorziening; c. een positieve bijdrage wordt geleverd aan een Gastvrij Fryslân door het bevorderen van een prettige en gezonde woon- en leefomgeving, het behoud en ontwikkeling van natuur en cultuurerfgoed, of het creëren van toekomstbestendige banen.

16

herontwikkeling Margotstelling

De locatie is gelegen buiten bestaand stedelijk gebied van de kernen op Terschelling. Het initiatief sluit aan bij bestaande recreatieve voorzieningen en voldoet daarmee aan de criteria die zijn omschreven in artikel 2.15 van de Omgevingsverordening Fryslân. Het planvoornemen past binnen de Omgevingsverordening Fryslân.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Toekomstvisie TS25

De visie is gebouwd op drie belangrijke pijlers: een krachtige samenleving, een duurzame economie en een waardevolle omgeving. In samenhang vormen ze het fundament van de Toekomstvisie van Terschelling 2025. Voor de thema’s wonen, zorg, onderwijs en werkgelegenheid liggen grote opgaven voor Terschelling. De opgaven hebben in de toekomstvisie een plek gekregen door ze volgens de drie pijlers uit te werken. Deze samenhang zorgt voor een stevig fundament richting de toekomst. Binnen deze thema's specificeert de gemeente haar prioriteiten en ontwikkelrichtingen, ook voor het onderwerpen recreatie. De prioriteiten op het gebied van recreatie en toerisme zijn: Vernieuwing, innovatie en professionalisering van de sector is noodzakelijk om in te spelen op de behoeftes van onze gasten. Ondernemers krijgen meer ruimte om te ondernemen. Wij willen toe naar seizoenverbreding en -verlenging. Initiatieven hiertoe worden ondersteund. De promotie van Terschelling geven we gemeenschappelijk een impuls. Het planvoornemen heeft betrekking op de uitbreiding van reeds bestaande activiteiten waar het gaat om verblijfsrecreatie. De transformatie van het bunkercomplex past binnen het beleid zoals hiervoor genoemd. Het biedt een waardevolle aanvullende voorziening binnen de bestaande toeristisch-recreatieve sector op het eiland. 3.3.2

Krachtig Terschelling, Eilandakkoord 2018-2022

Op 28 mei 2018 is het Eilandakkoord 2018 - 2022 vastgesteld. Het eilandakkoord onderscheidt speerpunten op de de onderdelen Wonen, Duurzaamheid en Toerisme en Recreatie. Het speerpunt Toerisme en recreatie is van toepassing op onderhavig planvoornemen. Toerisme en recreatie zijn een grote pijler van de werkgelegenheid op Terschelling. Aanvullend aan het doorlopend gastenonderzoek, wordt een onderzoek gehouden onder de eilanders, zodat helder wordt wat ideeën zijn over toerisme en hoe dit wordt ervaren. Dit vormt de basis voor een goed toeristisch beleid. Het bevorderen van diversiteit van werkgelegenheid houdt de aandacht van de gemeente. Het landschap en de natuur van Terschelling zijn de drager van het toerisme en daar zijn we zuinig op. Het planvoornemen betreft de herinvulling van een cultuurhistorisch waardevol en karakteristiek bunkercomplex. De manschappenbunkers worden toegankelijk gemaakt en loopgraven voor een deel hersteld. In dit geval is er sprake van duurzaam ruimtegebruik door bestaande leegstaande gebouwen (voormalige bunkers) te transformeren naar een recreatieve invulling. De ontwikkeling van de satellietbunkers bij het hotel en de tweelingen-aanpak van de bestaande recreatiebunkers past qua aard en schaal bij Terschelling. Toerisme en recreatie zijn een grote pijler van de werkgelegenheid op Terschelling.

Het totale beoogde programma (Hoofdstuk 2) maken het initiatief economisch uitvoerbaar.

17

herontwikkeling Margotstelling

Uit paragraaf 3.3.1 blijkt dat het planvoornemen past binnen het speerpunt toerisme en recreatie. 3.3.3

Visie op uitvoeringsbeleid ruimtelijke ordening

Deze visie geeft richting aan hoe de gemeente met aanvragen en ontwikkelingen omgaat. In de visie is gesteld dat de gemeente de overtuiging heeft dat de bestemmingsplannen en binnenplanse afwijkingsmogelijkheden voldoende ruimte voor ontwikkelingen bieden. De algemene lijn is om binnen 7 jaar in principe niet buitenplans af te wijken van het bestemmingsplan. Wel houdt het college de bevoegdheid om in uitzonderlijke gevallen toch van deze mogelijkheid gebruik te maken, onder andere bij onvoorziene ontwikkelingen. De nadruk ligt hierbij niet op het afwijken van beleid, maar op het veranderen van beleid. Gekozen is om voor deze gevallen een nieuw bestemmingsplan op te stellen met een gewijzigde bestemming voor de betreffende locatie. In dit geval is sprake van een onvoorziene ontwikkeling. Het was op voorhand niet te voorzien dat dit planvoornemen een plek zou krijgen op het bunkercomplex. Er heeft overleg plaatsgevonden met de gemeente Terschelling. Dit overleg heeft geleid tot een positieve houding van de gemeente ten opzichte van de herbestemming. Het beleid van de visie op uitvoeringsbeleid ruimtelijke ordening wordt gevolgd door dit via een bestemmingsplanprocedure juridisch-planologisch te regelen. 3.3.4

Welstandsnota

De Welstandsnota is aanvullend op de bebouwingsmogelijkheden die door de geldende planologische regeling worden gegeven. De gemeentelijke Welstandsnota (mei 2008) geeft aan alle gebieden binnen de gemeente - op basis van stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische samenhang - een bepaalde kwaliteit. Daaraan zijn gebiedsgerichte welstandscriteria gekoppeld. Het plangebied valt binnen deelgebied 1 ‘Natuurgebieden en strandovergangen’. De hiervoor geldende beleidsintentie luidt als volgt: “Het uiterlijk van de bestaande gebouwen dient te worden gerespecteerd. Het beleid is gericht op het in stand houden van de verschillende soorten gebouwen, in harmonie met de omgeving.” Het plan omvat uitsluitend een interne verbouwing; de hoofdvorm van het gebouw wordt niet veranderd. De welstandscommissie zal de verbouwplannen beoordelen.

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de randvoorwaarden die voor ieder ruimtelijk plan gelden. Dit zijn met name milieuaspecten.

4.1

(Milieu)hinder van bedrijvigheid

Wettelijk kader Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, als uitgangspunt van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), is het waarborgen van voldoende afstand tussen hinderveroorzakende functies zoals bedrijven en voorzieningen, en hindergevoelige functies zoals woningen, noodzakelijk. Bij de ruimtelijk-functionele afstemming hiervan kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten (betreffende geluid, geur, stof en gevaar) redelijkerwijs kan worden uitgesloten in gebieden met functiescheiding (omgevingstype 1: rustige woonwijk dan wel rustig buitengebied). De grootst aangegeven afstand is bepalend.

18

herontwikkeling Margotstelling

Als aan de gestelde richtafstanden wordt voldaan, is op die punten sprake van een goede ruimtelijke ordening. De genoemde maten zijn evenwel richtinggevend en met een goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken. De richtafstanden zijn overigens niet alleen gekoppeld aan de milieucategorie van een te beoordelen bedrijf/voorziening maar ook aan de karakterisering van de omgeving. Zo kan in geval van een gemengd gebied (omgevingstype 2), waar sprake is van functiemenging in plaats van functiescheiding, worden gewerkt met een verkleinde richtafstand. Hiertoe kan de minimale richtafstand met één afstandsstap worden verkleind. Het geldend bestemmingsplan vormt het juridisch-planologisch kader van functies, bebouwing en werkzaamheden die in de verschillende op de verbeelding aangegeven bestemmingen zijn toegelaten. Een studie hiernaar vormt een goede toetsing van het aspect bedrijven- en milieuhinder. Toetsing Het plangebied ligt in een natuurlijke omgeving en is niet omsloten door woningen, bedrijven of andere stedelijke functies. Wel zijn er, verspreid in de omgeving, vakantiehuisjes en 2 hotels aanwezig. Gelet op de locatie, de ligging en de diverse functies rondom de locatie kan gesteld worden dat er geen sprake is van functiemenging.

Het complex van recreatiebunkers kan op basis van de bijlage met richtafstanden van de VNG-brochure Bedrijven- en milieuzonering worden aangemerkt als 'Kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken) (SBI-2008 552, 553). Dit valt onder milieucategrorie 3.1 met een bijbehorende minimale richtafstand van 50 meter. Gevoelige functies zoals woningen bevinden zich ruimschoots buiten deze richtafstand. Het plan vormt geen belemmering voorde nabijgelegen functies (uitwaardse zonering). Ook liggen de recreatiebunkers (recreatiewoningen) buiten de invloedssfeer van bedrijvigheid in de nabije omgeving (inwaardse zonering). Vanuit de milieuzonering bestaan er dan ook geen belemmeringen voor de ontwikkeling. Conclusie (Milieu)hinder van bedrijvigheid vormt geen belemmering voor de realisatie van het project.

4.2

Externe veiligheid

Wettelijk kader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de woon- en leefomgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, aardgas of LPG. Het aandachtsveld van externe veiligheid richt zich op zowel inrichtingen (bedrijven) waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn als het transport van gevaarlijke stoffen. Dit vervoer kan plaatsvinden over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid is er op gericht te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Dit is verankerd in diverse wet- en regelgeving, zoals het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), Besluit externe veiligheid transportroutes en het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit). Onderzoek In het kader van het Interprovinciaal Overleg (IPO) is een zogenoemde risico-kaart ontwikkeld. Op de risicokaart staan verschillende risico-ontvangers en risicobronnen aangegeven. Voor dit bestemmingsplan is op de risicokaart nagegaan of er ook aandachtspunten (in dit geval risicobronnen) op het vlak van de externe veiligheid aanwezig zijn. Hieruit blijkt dat in en in de directe omgeving van het plangebied geen risicobronnen aanwezig zijn. Deze worden in het plangebied ook niet mogelijk gemaakt.

Vanuit het aspect externe veiligheid bestaan daarom geen belemmeringen en uitgangspunten voor het plan.

19

herontwikkeling Margotstelling

Conclusie Het bestemmingsplan is voor het aspect externe veiligheid uitvoerbaar.

4.3

Bodem

Wettelijk kader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in de toelichting op een ruimtelijk plan inzicht verkregen moet worden in de uitvoerbaarheid van het plan. Dit betekent dat er onder meer duidelijkheid over de noodzakelijke financiële investering in een (mogelijk noodzakelijke) bodemsanering moet bestaan. Een onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is derhalve onderdeel van de onderzoeksverplichting bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan. Daarnaast geldt in het kader van een goede ruimtelijke ordening in relatie tot de volksgezondheid dat het bestemmen van gronden met een bodem van onvoldoende milieuhygiënische kwaliteit met een hiervoor gevoelige bestemming, zoals wonen, in beginsel moet worden voorkomen. Onderzoek Het zogeheten Bodemloket van Rijkswaterstaat biedt informatie over bodemonderzoeken en -saneringen die zijn uitgevoerd en over bedrijven of terreinen waar ‘verdachte’ werkzaamheden hebben plaatsgevonden die mogelijk bodemverontreiniging hebben veroorzaakt. De bestaande bunkers worden getransformeerd naar een recreatieve functie. Er is hierbij geen sprake van bodemingrepen. Het gaat enkel om het vrijmaken/herstellen van bestaande structuren, zoals paden en loopgraven. In het bodemloket is voor het plangebied geen informatie beschikbaar over bodemonderzoek en/of sanering.

Op basis van de aard van het plan is een (verkennend) bodemonderzoek in het kader van het bestemmingsplan niet noodzakelijk. Om deze reden bestaan er daarom planologisch geen bodemkundige bezwaren tegen het voorgenomen plan. Conclusie Op basis van dit vooronderzoek zijn er ten aanzien van de bodemkwaliteit geen milieu hygiënische beperkingen te verwachten voor de beoogde functies. Het aspect bodem geeft geen beperkingen voor de gewenste functiewijziging van het perceel.

4.4

Erfgoed

Wettelijk kader De belangrijkste wettelijke basis voor het behoud van erfgoed is per 1 juli 2016 de Erfgoedwet. De kern van deze wet is dat, wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan vanwege de Modernisering Monumentenzorg (MoMo) een analyse van cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient vanwege voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. Voor het onderzoek naar erfgoed wordt uitgegaan van de Cultuurhistorische Kaart 2 (CHK2) van de Provinsje Fryslân, waar ook de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) deel van uit maakt. Op deze kaarten is informatie opgenomen over archeologische en cultuurhistorische waarden.

20

herontwikkeling Margotstelling

4.4.1

Archeologie

De Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) in de Cultuurhistorische Kaart Fryslân 2 (CHK2) van de Provinsje Fryslân biedt voor de gehele provincie per locatie informatie over de bekende als wel de te verwachten archeologische waarden. Daarbij worden twee verschillende onderzoeksperioden onderscheiden, te weten steentijd-bronstijd en ijzertijd-middeleeuwen. Voor beide periodes is aangegeven dat ‘geen onderzoek noodzakelijk’ is, wat inhoudt dat er bij ruimtelijke ontwikkelingen, ongeacht de grootte van de ingreep, geen historisch en karterend onderzoek hoeft te worden verricht. Er is sprake van een bestaande bebouwde situatie waarvoor verder geen graafwerkzaamheden worden uitgevoerd. Bovendien is er in het geldende bestemmingsplan geen beschermingsregime opgenomen ten aanzien van mogelijke archeologische waarden in het gebied. 4.4.2

Cultuurhistorie

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting van een bestemmingsplan worden beschreven op welke manier rekening wordt gehouden met de cultuurhistorische waarden in het plangebied. Ten aanzien van de cultuurhistorische waarden is de cultuurhistorische kaart van de provincie Fryslân geraadpleegd. Op de cultuurhistorische kaart is het plangebied aangeduid als aardkundig waardevol gebied. Aardkundig waardevolle gebieden Dit zijn de gebieden waar de bodem een bijzondere waarde vertegenwoordigt. Het betreft cultuurhistorisch interessante bodembeschermingsgebieden uit het Streekplan Fryslân 2007. De gebieden die zijn abiotisch waardevol of antropogeen waardevol voor zover door de bodem bepaald. De abiotisch categorie omvat waardevolle, geologische, geomorfologische of bodemkundige landschapselementen. De antropogene categorie omvat artefacten van de vroegere mens, die bestaan uit archeologische en cultuurhistorische objecten en structuren. Deze gebieden zijn met een nummer op de kaart aangegeven. Dit gebied is nummer 20: de Waddeneilanden. De eilanden bestaan uit zeer veel gave en karakteristieke duinvormen waarin sedimentatie en erosieprocessen nog steeds plaats vinden, grote strandvlakten en kwelders met de kenmerkende kreken.

Het karakter en de specifieke kenmerken van het gebied wat betreft aardkundige waarden worden niet geschaad met het voorliggende plan. Voor de uitwerking van het schetsontwerp (Bijlage 2) zijn onder andere de genoemde aardkundige waarden de uitgangspunten geweest ten aanzien van deze ontwikkeling. Het herstel van de stelling, inclusief het herstel van de padenstructuur en loopgraven, is een belangrijke versterking van de beleving van de cultuurhistorische waarden daarvan. Conclusie Het aspect erfgoed vormt geen beperking voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Het herstel van de stelling zorgt ervoor dat de cultuurhistorische waarde en beleving beter tot uitdrukking komt.

21

herontwikkeling Margotstelling

4.5

Ecologie

Wettelijk kader Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. In deze wet is zowel de bescherming van de flora- en faunasoorten vastgelegd, alsook de bescherming van specifieke natuurgebieden (Natura 2000-gebieden). De Wnb vervangt onder andere de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998, waarin voorheen respectievelijk de soortenbescherming en de gebiedsbescherming was geregeld. Naast de Wet natuurbescherming zijn ook de provinciale structuurvisie en verordening relevant voor de gebiedsbescherming. Hierin is onder meer het behoud en de ontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen EHS) geregeld. Toetsing ecologie Om de uitvoerbaarheid van het plan te toetsen en eventuele strijdigheden met de Wet natuurbescherming op te sporen, heeft de initiatiefnemer aan Zumkehr Ecologisch Adviesbureau te Midsland – Terschelling gevraagd het terrein te inventariseren op de voorkomende natuurwaarden en een effectanalyse op te stellen. De resultaten worden in een bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd rapport gepresenteerd (Bijlage 3). In de onderstaande alinea's wordt volstaan met het vermelden van de conclusies van dit rapport. De natuurtoets heeft betrekking op de relatie met de Wet Natuurbescherming (Wnb). Daarbij is de gebiedsbescherming (Natura2000), en de soortenbescherming van belang.

Ook komt de relatie met het Natuur Netwerk Nederland (NNN) – voorheen de ecologische hoofdstructuur – aan bod. De effectanalyse leidt tot de volgende conclusies. Gebiedsbescherming - Natura 2000 Het plangebied maakt grotendeels geen deel uit van een Natura2000-gebied. Een klein dele van het plangebied ligt echter binnen Natura2000-gebied Duinen Terschelling De uitvoering van het plan heeft geen significant negatieve effecten op de habitattypen van de Natura2000-gebieden in de omgeving van het plangebied, te weten Natura2000-gebied Duinen Terschelling en Natura2000-gebied Noordzeekustzone. Habitatrichtlijn-soorten komen in de nabijheid van het plangebied niet voor. De uitvoering van het plan heeft geen significant negatieve effecten op Vogelrichtlijnsoorten. Er is geen sprake van cumulatie van effecten in relatie tot andere uit te voeren plannen in de omgeving. Door de combinatie van het plan met natuurmaatregelen als de inrichting van een terreindeel voor winterbegrazing treedt natuurwinst op. De analyse van de stikstofdepositie toont aan dat de uitvoering van het plan in de gebruiksfase niet leidt tot toename van de stikstofdepositie binnen Natura2000-gebied. Het plan is niet strijdig met de N2000-regelgeving. Het is niet nodig een Passende Beoordeling op te stellen voor het plan. Evenmin is het nodig een vergunning van de Wnb aan te vragen bij de Provincie Fryslân.

Soortenbescherming Er komt een zeer kleine populatie van de zandhagedis in het plangebied voor. Het leefgebied wordt door de plannen niet bedreigd. Tijdens de bouwactiviteiten dienen individuen de kans te krijgen zich in veiligheid te brengen. Er zijn geen vleermuizen in het bunkercomplex aangetroffen. In het kader van de zorgplicht wordt binnen het bunkergebied ruimte gereserveerd voor de tongvaren. Dit is mogelijk binnen het openbaar toegankelijke deel van het bunkercomplex waar alle huidige groeiplaatsen aanwezig zijn, door middel van het uitgraven van nu ondergestoven loopgraven. Natuur Netwerk Nederland De NNN-regelgeving is niet van toepassing.

22

herontwikkeling Margotstelling

Conclusie Het aspect ecologie geeft geen beperkingen voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.6

Water

Wettelijk kader Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient in de toelichting op ruimtelijke plannen een waterparagraaf te worden opgenomen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie. In deze paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan in kwestie gevolgen heeft voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets. Het doel van de watertoets is het waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Door middel van de watertoets wordt in een vroegtijdig stadium aandacht besteed aan het wateraspect. Toetsing De waterbeheerder in het plangebied en in de directe omgeving hiervan is Wetterskip Fryslân. Op 10 november 2021 is de digitale watertoets uitgevoerd. Omdat er enkel sprake is van een functiewijziging blijkt uit de watertoets dat het plan geen invloed heeft op het watersysteem en de waterketen. Hierdoor kan de procedure geen waterschapsbelang worden gevolgd voor de watertoets. Het advies naar aanleiding van de watertoets is als bijlage in dit bestemmingsplan opgenomen (Bijlage 4 Digitale watertoets).

Conclusie Het aspect water geeft geen beperkingen voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.7

Geluidhinder

Wettelijk kader De Wet geluidhinder beschouwt een woning als een geluidsgevoelig gebouw. De 'geluidbelasting' op gevels van woningen en andere geluidsgevoelige objecten mag niet hoger zijn dan een in de wet bepaalde norm. Daarom dient er een toetsing plaats te vinden aan de eisen uit de Wet geluidhinder. Een akoestisch onderzoek is op grond van de Wet geluidhinder noodzakelijk wanneer een geluidgevoelig gebouw gelegen is binnen een door deze wet aangewezen geluidzone. Een uitzondering geldt voor: wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied; wegen waarvoor een maximum snelheid geldt van 30 km/uur. Wel dient er sprake te zijn van een 'goede ruimtelijke ordening' om een goed woon- en leefklimaat te garanderen. Toetsing Een akoestisch onderzoek is op grond van de Wet geluidhinder noodzakelijk wanneer een geluidsgevoelig gebouw gelegen is binnen een door deze wet aangewezen geluidszone. De Wet geluidhinder beschouwt gebouwen met een logiesfunctie niet als een geluidsgevoelig gebouw. Toetsing aan de Wet geluidhinder is daarom formeel gezien niet nodig. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet geluidhinder wel worden beschouwd. Voor dit plan kan beredeneerd worden dat een akoestisch onderzoek niet nodig is. Daarbij is het relevant dat de planlocatie niet aan een weg is gelegen en enkel per fiets of lopend te bereiken is.

Gemotiveerd kan worden dat daarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Conclusie

23

herontwikkeling Margotstelling

Geluidhinder ten gevolge van wegverkeerslawaai vormt formeel geen belemmering voor het realiseren van het planvoornemen. Ook in het kader van een goede ruimtelijke ordening (en een goed leefklimaat voor de gebruikers) kan geconcludeerd worden dat geluidhinder geen rol speelt en dat dit aspect de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg staat.

4.8

Luchtkwaliteit

Wettelijk kader Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven op grond van de Wet milieubeheer (Wm) niet te worden getoetst aan de geldende grenswaarden. Een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 ìg/m3 NO2 of PM10) wordt als nibm beschouwd. Van een dergelijke verslechtering van de luchtkwaliteit is sprake wanneer een ruimtelijk plan tot een toename van meer dan 1.610 auto's (bij 100% autoverkeer), dan wel 130 vrachtwagens (bij 100% vrachtverkeer) per dag leidt (grenswaarden 2018). Kenniscentrum InfoMil vermeldt op hun website dat als de luchtkwaliteit aan de PM10-normen voldoet, dit ook geldt voor de PM2,5-normen. Op grond hiervan is toetsing aan de grenswaarden voor PM2,5 niet nodig, als aan de PM10 normen wordt voldaan. Toetsing Het planvoornemen heeft betrekking op een kleinschalige ontwikkeling. Gezien de aard en schaal zal deze wijziging niet leiden tot een dusdanige toename van het aantal voertuigbewegingen per weekdagetmaal dat de luchtkwaliteit in het geding komt. Er worden middels onderhavig plan geen nieuwbouwlocaties mogelijk gemaakt, waarvoor beperkingen gelden vanuit hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. Derhalve bestaat er geen noodzaak om luchtkwaliteitonderzoek uit te voeren omdat het bestemmingsplan onder de regeling NIBM valt.

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt bestemmingsplan.

4.9

geen belemmering

voor

de

uitvoerbaarheid van onderhavig

Verkeerseffecten

Normstelling en beleid Voor een ruimtelijk plan geldt dat de verkeerseffecten die optreden als gevolg van een planvoornemen in het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten worden onderbouwd. De nadruk ligt daarbij op de effecten van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en parkeren (bereikbaarheid), de verkeersveiligheid en de verkeershinder (leefbaarheid). Toetsing De bunkers zullen enkel lopend te bereiken zijn en er worden daarom geen parkeerplaatsen gefaciliteerd. Het plan zorgt niet voor een extra verkeersaantrekkende werking. Er is wel voorzien in een fietsenstalling nabij het hotel, in aanvulling op de openbare fietsparkeerplaats. Conclusie Voorliggend voornemen levert geen verkeerskundige problemen op en is wat betreft dit aspect uitvoerbaar.

24

herontwikkeling Margotstelling

4.10 M.e.r.-beoordeling De bij elk ruimtelijk plan uit te voeren m.e.r.-verantwoording houdt in dat nagegaan moet worden of er activiteiten plaatsvinden die negatieve effecten op het milieu kunnen hebben en die van een zodanige omvang kunnen zijn dat er aanleiding bestaat om de (uitgebreide) m.e.r.-procedure te doorlopen. De grondslag hiervoor is enerzijds het Besluit m.e.r. (Besluit milieueffectrapportage) en anderzijds de hiervoor beschreven onderzoeken. Toetsing De drempelwaarden waarbij deze verplichting aan de orde is, zijn vastgelegd in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Op voorliggende ruimtelijke onderbouwing is categorie D11.2 uit de D-lijst van het Besluit m.e.r., van toepassing, te weten: "De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen". De ontwikkeling die met voorliggende ruimtelijke onderbouwing mogelijk wordt gemaakt, betreft de functiewijziging van bestaande bebouwing. Gelet hierop en jurisprudentie is het plan niet aan te merken als een stedelijk ontwikkelingsproject waarvoor de M.e.r.-beoordeling geldt. Conclusie Een plan-MER of m.e.r.-beoordelingsplicht is niet aan de orde. Relevante omgevingsaspecten zijn daarnaast in voorgaande paragrafen afdoende aan de orde geweest.

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Algemeen

Het beleid en de planuitgangspunten, zoals verwoord in de vorige hoofdstukken, hebben in de regels van dit wijzigingsplan hun juridische vertaling gekregen in de vorm van bestemmingen. Deze paragraaf bespreekt de juridische vormgeving van het plan. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bevat de regeling voor de opzet en de inhoud van een ruimtelijk plan. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is deze regeling verder uitgewerkt. Het plan bestaat uit: een verbeelding van het plangebied, zowel analoog (bestaande uit een kaartblad, schaal 1:1.000 met bijbehorende legenda en verklaring) als digitaal, waarin alle bestemmingen van de gronden worden aangewezen; de regels waarin de bestemmingen worden beschreven en waarbij per bestemming het doel wordt of de doeleinden worden genoemd. Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro is het verplicht om een bestemmingsplan te vergezellen van een toelichting. Deze toelichting geeft aan welke gedachte aan het plan ten grondslag ligt en wat de uitkomsten van verrichtte onderzoeken zijn. Hiermee voldoet het bestemmingsplan aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wro en het Bro. Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om plannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld.

De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe plannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het plan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Het bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting wordt langs elektronische weg vastgelegd en ook in die vorm vastgesteld, tegelijk met een analoge versie van het bestemmingsplan. Als de digitale en analoge versie tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale versie leidend. Hieronder worden de aanwezige planregels puntsgewijs besproken.

25

herontwikkeling Margotstelling

5.2

Bestemmingsplanregels

In het navolgende wordt de algemeen gehanteerde opbouw van de regels toegelicht. 5.2.1

Inleidende regels

Dit onderdeel bestaat uit de begrippen (artikel 1 Begrippen) en de wijze van meten (artikel 2 Wijze van meten). Deze artikelen geven aan wat in de regels onder bepaalde begrippen moet worden verstaan en hoe moet worden gemeten bij de toepassing van de bouwregels of sommige gebruiksregels van het plan. Dit is alleen het geval wanneer begrippen niet op voorhand voor een eenduidige uitleg, in overeenstemming met normaal spraakgebruik, vatbaar zijn. Alle begrippen zijn in alfabetische volgorde opgenomen, met uitzondering van de eerste begrippen 'plan' en 'bestemmingsplan'. 5.2.2

Bestemmingsregels

In deze paragraaf zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welke gebruik van de gronden is toegestaan en welke bebouwingsregels er gelden. Tevens zijn waar mogelijk flexibiliteitbepalingen opgenomen. De toekenning van bestemmingen tot een bepaald perceel is gebaseerd op het gewenste gebruik en een verantwoorde inpassing. ARTIKEL 3 -NATUUR Binnen de bestemming 'Natuur' zijn de aangewezen gronden bestemd voor het beheer, behoud, herstel en ontwikkeling van de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Tevens zijn de gronden bestemd voor zeewering, waterhuishouding, openbare nutsvoorzieningen, extensief dagrecreatief medegebruik, bestaande infrastructurele voorzieningen (waaronder fietspaden en wandelroutes), gebouwen en overkappingen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Er zijn bouwregels opgenomen voor gebouwen, overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Aanvullend op de bestaande infrastructurele voorzieningen mag één nieuw fietspad worden aangelegd. Tevens zijn er specifieke gebruiksregels opgenomen.

ARTIKEL 4 - RECREATIEWONINGEN - DUINEN De gronden met de bestemming 'Recreatiewoningen -Duinen' zijn bedoeld voor recreatiewoningen ondergebracht in een bunker (met de aanduiding 'bunkers - recreatiewoning') en voor berging/opslag ondergebracht in een bunker (met de aanduiding 'bunkers - opslag'). Tevens zijn de gronden bestemd voor buitenruimte ten behoeve van de recreatiewoningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Er zijn bouwregels opgenomen voor de specifieke bunkervormen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Tevens zijn er afwijkingsregels en specifieke gebruiksregels omgeschreven. In de afwijkingsregels is opgenomen dat een bestaande bunker met recreatiewoning(en) kan worden vergroot indien het gaat om inpandige verbouw van niet meer dan 10%. Daarbij mag het karakteristieke, cultuurhistorische uiterlijk van de bestaande bunker niet onevenredig wordt aangetast. 5.2.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Terschelling&id=8d96098d-2e88-4f30-a5ac-3a7ee504b1f7