CConstaterende datTerschelling
Koppel je AI →
Document · PDF

14.c. Bijlage 1 - BOPA Bunker Museum Terschelling [concept 27-06-2025]

Raadsvergadering 26 november 2025, gemeente TerschellingBij agendapunt: (B) Uitbreiding Bunker Museum Terschelling24.865 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Ook in andere studies is bekend dat beheermaatregelen zoals begrazing en maaien dominantie van grassen en verdwijnen van kritische soorten kunnen voorkomen ondanks overschrijding van de KDW. Ook in het buitenland zijn vergelijkbare onderzoeken uitgevoerd naar effecten van atmosferische stikstofdepositie op habitattypen. In verschillende studies in Zweden en Engeland werden pas ecologische effecten gevonden bij relatief hoge stikstofgiften, meestal meer dan 5 kg N/ha/jaar (Kellner & Redbo-Torstensson, 1995); (Payne, Dise, & Stevens, 2013)Er zijn geen experimenten bekend waarbij effecten werden gevonden bij een stikstofgift van minder dan 1 kg N/ha/jaar. DOORWERKING IN DIT RAPPORT . Op basis van de beschouwing in de paragrafen hiervoor kunnen zeer geringe stikstofbijdragen, vooral als deze ook zeer lokaal zijn, als ecologisch verwaarloosbaar (dus effectief nihil) worden beschouwd. Omdat toch sprake is van een deels overbelaste situatie wordt uit voorzorg een locatie specifieke ecologische beoordeling uitgevoerd. In dit rapport wordt een locatie specifieke ecologische beoordeling gegeven van effecten voor habitattypen waarvoor een instandhoudingsdoel geldt, die stikstofgevoelig zijn, waar de KDW (naderend) wordt overschreden en waar een toename van 0,01 mol N/ha of meer is berekend.

In dit geval betreft dat alleen het habitattypes H2180A0 Duinbossen (droog), overig en Duinheiden met kraaihei(droog). 4.4.3 Locatie specifieke beoordeling In paragraaf 4.4.1 is aangegeven in welke habitattypen een toename van stikstofdepositie optreedt. Deze overschrijding treedt op in zes hexagonen in een gebied dat zich uitstrekt tot 400 m ten noorden en zuiden van het plangebied (zie figuur 2) Een deel van de hexagonen valt gedeeltelijk buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied. In deze paragraaf wordt een meer gedetailleerde analyse gegeven voor de habitattypes. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de stikstofdepositie, maar ook naar de kwaliteit en kwantiteit van de leefgebied- en habitattypen en de knelpunten voor het behalen van de instandhoudingsdoelen.

Natuurtoets bunkermuseum Terschelling - 3 juni 2025

20

De analyse is voornamelijk gemaakt op basis van informatie uit: −

AERIUS-monitor;

−

concept natuurdoelanalyse Terschelling (Provincie Fryslân, juni 2023)

Habitattype H2180A0 Duinbossen (droog), overig INSTANDHOUDINGSDOEL De instandhoudingsdoelstelling van het habitattype H2180A0 in het Natura 2000-gebied Duinen Terschelling is uitbreiding van oppervlakte en kwaliteit. HUIDIG AREAAL EN HUIDIGE KWALITEIT Het habitattype heeft in het Natura 2000-gebied een oppervlakte van een 181,7 ha. De Natuurdoelanalyse (Provincie Fryslân, juni 2023) beschrijft dat het habitattype de afgelopen decennia

in

het

duinboogcomplex

geleidelijk

in

oppervlakte

is

toegenomen

door

het

omvormingsbeheer en natuurlijke successie. Een afname van de oppervlakte kan dus worden uitgesloten. Ondanks dat de omgevingscondities niet overal optimaal zijn voor het habitattype, zijn er volgens de beheerders geen aanwijzingen voor een afname van de kwaliteit en kan verslechtering worden uitgesloten. HUIDIGE SITUATIE KDW De kritische depositie waarde van dit habitattype is 1071 mol N/ha/jr. In 2022 was er op 51,8 % van de totale oppervlakte van dit habitattype in het Natura 2000-gebied Duinen Terschelling sprake van een lichte tot matige overschrijding van de KDW. De huidige depositie ligt tussen 501 en 1408 mol N/ha/jr.

Figuur 4. Afstand tot KDW op habitattype Duinbossen, droog (overig). Bron Aerius Monitor

Natuurtoets bunkermuseum Terschelling - 3 juni 2025

21

TYPISCHE SOORTEN De typische soorten zijn eikenpage en grote bonte specht. Van beide soorten zijn waarnemingen bekend vanaf 2012 binnen het Natura 2000-gebied en binnen deelgebied Duinboogcomplex. EFFECTBEOORDELING In Duinen Terschelling geldt voor dit habitattype een uitbreidingsdoelstelling voor oppervlakte en een verbeteringsdoelstelling voor kwaliteit. Naar verwachting is de oppervlakte toegenomen door het omvormingsbeheer en natuurlijke successie (Provincie Fryslân, juni 2023).Een afname van de oppervlakte van dit habitattype kan dus worden uitgesloten. Ondanks dat de omgevingscondities niet overal optimaal zijn voor het habitattype, zijn er volgens de beheerders geen aanwijzingen voor een afname van de kwaliteit en kan verslechtering worden uitgesloten (Provincie Fryslân, juni 2023). Op dit habitattype vindt door de plannen een tijdelijke stikstofdepositie van zeer beperkte hoeveelheid (maximaal 0,01 mol/ha in de aanlegfase) plaats op een zeer beperkte oppervlakte plaats. Omdat de depositiebijdrage gering is veranderen de structuur en soortensamenstelling van de vegetatie niet als gevolg van de depositiebijdrage. Gezien deze zeer geringe, zeer lokale verhoging in het Natura 2000-gebied kan een negatief effect als gevolg van extra stikstofdepositie veroorzaakt door het plan worden uitgesloten.

CONCLUSIE De geringe bijdrage aan de stikstofdepositie op de oppervlakte van het habitattype als gevolg van de aanleg van maximaal 0,01 mol N/ha/jaar op een zeer klein deel van het habitattype leidt niet tot veranderingen in de oppervlakte en kwaliteit van het habitattype H2180A0 Duinbossen (droog), overig in het Natura 2000-gebied Duinen Terschelling. De geringe depositiebijdrage heeft bovendien geen invloed op de mogelijkheden om de oppervlakte en kwaliteit van het habitattype te behouden. De aanleg heeft daarom geen invloed op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen voor het habitattype. Habitattype H2140B Duinheiden met kraaihei(droog) INSTANDHOUDINGSDOEL De instandhoudingsdoelstelling van het habitattype H2140B in het Natura 2000-gebied Duinen Terschelling is behoud van oppervlakte en verbetering van kwaliteit. HUIDIG AREAAL EN HUIDIGE KWALITEIT Het habitattype heeft in het Natura 2000-gebied een oppervlakte van een circa 619 ha. Het komt vooral voor in de Kroonpolders, de oosthoek van het duinboogcomplex en in het voormalige Washovercomplex. Door de verruiging, verbossing en droge warme jaren zijn naar verwachting zowel de oppervlakte als de kwaliteit van het habitattype achteruitgegaan. Er lijkt dus sprake van verslechtering (Provincie Fryslân, juni 2023) HUIDIGE SITUATIE De kritische depositie waarde van dit habitattype is 857 mol N/ha/jr.

In 2022 was er op 3,8 % van de oppervlakte sprake van een lichte tot matige overschrijding van de KDW. De huidige depositie ligt tussen 463 en 1261 mol N/ha/jr.

Natuurtoets bunkermuseum Terschelling - 3 juni 2025

22

Figuur 5. Afstand tot KDW op habitattype Duinheiden met kraaihei (droog). Bron: Aerius-monitor

TYPISCHE SOORTEN De typische soorten van dit habitattype zijn drienervige zegge en berendruif. Van beide typische soorten zijn waarnemingen bekend vanaf 2012 in het Natura 2000-gebied Duinen Terschelling. EFFECTBEOORDELING In Duinen Terschelling geldt voor dit habitattype een behoud doelstelling voor oppervlakte en verbeteringsdoelstelling voor de kwaliteit. Op dit habitattype vindt door de plannen een tijdelijke stikstofdepositie van zeer beperkte hoeveelheid (maximaal 0,01 mol/ha in de aanlegfase) plaats op een zeer beperkte oppervlakte plaats. Omdat de depositiebijdrage gering is veranderen de structuur en soortensamenstelling van de vegetatie verandert niet als gevolg van de depositiebijdrage. Gezien deze zeer geringe, zeer lokale verhoging het Natura 2000-gebied kan een negatief effect als gevolg van extra stikstofdepositie veroorzaakt door het plan worden uitgesloten. CONCLUSIE De geringe bijdrage aan de stikstofdepositie op de oppervlaktes van de habitattypes als gevolg van het gebruik van maximaal 0,01 mol N/ha/jaar op een zeer klein deel van het habitattypes leidt niet tot veranderingen in de oppervlakte en kwaliteit van beide habitattypen het Natura 2000-gebied Duinen Terschelling. De geringe depositiebijdrage heeft bovendien geen invloed op de mogelijkheden om de oppervlakte en kwaliteit van het habitattype te behouden.

Het gebruik heeft daarom geen invloed op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen voor de habitattypes.

Natuurtoets bunkermuseum Terschelling - 3 juni 2025

23

5

Beschermde houtopstanden 5.1

Wet- en regelgeving

De Omgevingswet (artikel 4.3) geeft aan dat bij algemene maatregel van bestuur (lees: het Bal) regels worden gesteld die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, waaronder het vellen en beheren van houtopstanden (artikel 4.3, lid 1, sub o Omgevingswet). In het Bal is een regeling opgenomen voor houtopstanden, hout en houtproductie (afdeling 11.3 Bal). Voor het kappen van houtopstanden geldt een algemene meldplicht (artikel 11.126 Bal) en een herplantingsplicht (artikel 11.129 Bal). In artikel 11.111, lid 2 Bal zijn verschillende uitzonderingen voor de meld- en herplantingsplicht opgenomen. Het Bal beschermt dan ook met name bos van minimaal 1.000 m 2 en bomenrijen van minimaal 21 bomen gelegen buiten de bebouwingscontour houtkap, zoals bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De bebouwingscontour houtkap is vastgelegd in het gemeentelijk omgevingsplan en sluit aan op stedelijk gebied.

5.2

Inventarisatie en toetsing

In het projectgebied is geen opgaande beplanting aanwezig. Het onderdeel Houtopstanden is niet van toepassing.

Natuurtoets bunkermuseum Terschelling - 3 juni 2025

24

6

Conclusie Voor dit plan is op 4 april 2024 een veldbezoek uitgevoerd en daarnaast zijn verspreidingsgegevens van beschermde soorten in en om het projectgebied uit de NDFF geraadpleegd. Op basis van het veldbezoek en de verspreidingsgegevens kan worden geconcludeerd negatieve effecten op beschermde soorten uitgesloten kunnen worden naar vleermuizen nodig is. Ook kunnen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden uitgesloten worden. Het plan heeft geen negatieve effecten op provinciaal beschermde Natuurgebieden, zoals het NNN.

6.1

Soortenbescherming

Uit de toetsing komt naar voren dat negatieve effecten op beschermde soorten uitgesloten kunnen worden. Nader onderzoek is niet nodig. Tabel 3. Overzicht vervolgstappen Soortgroep

Vervolgstappen nodig?

Vaatplanten

Nee

Jaarrond beschermde vogelnesten

Nee

Overige broedvogels

Struiken verwijderen buiten broedseizoen.

Vleermuizen

Nee

Grondgebonden zoogdieren

Nee, alleen zorgplicht maatregelen.

Amfibieën

Nee, alleen zorgplicht maatregelen

Overige soorten

Nee, alleen zorgplichtmaatregelen voor rode lijstsoorten

Voor de overige soorten is geen omgevingsvergunning nodig, mits de werkzaamheden buiten het broedseizoen van vogels worden uitgevoerd. Negatieve effecten op deze vogels worden bij voorkeur voorkomen door buiten het broedseizoen te werken, dus buiten de periode (half februari) half maart tot half juli (eind september). Het is ook mogelijk voor het broedseizoen te starten met de werkzaamheden en continu door te werken. Dan is het waarschijnlijk dat vogels niet in het projectgebied gaan broeden vanwege de continue verstoring. 6.1.1 Zorgplichtmaatregelen Voor andere beschermde soorten of rode lijstsoorten is geen omgevingsvergunning nodig, mits bij uitvoering van de werkzaamheden de zorgplichten van de Omgevingswet in acht wordt genomen. Dit kan door ten minste één week voorafgaand aan grondwerkzaamheden het gazonnetje kort te maaien en bij de werkzaamheden één richting op te werken. Op die manier hebben amfibieën en grondgebonden zoogdiersoorten voldoende tijd zich te verplaatsen naar een locatie buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden.

Natuurtoets bunkermuseum Terschelling - 3 juni 2025

25

6.2

Gebiedsbescherming

Negatieve effecten ten aanzien van in het kader van beschermde Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Een vergunning voor een natura -2000 activiteit is niet benodigd. Het plan is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid.

6.3

Houtopstanden

Het plan leidt niet tot aantasting van beschermde houtopstanden.

Natuurtoets bunkermuseum Terschelling - 3 juni 2025

26

7

Bibliografie Arcadis. (2022). Aanleg Porthos, ecologische beoordeling stikstofeffecten. BügelHajema Adviseurs. (2023). Oplegnotitie Bunkermuseum West-Terschelling. Heil, G., & Diemont, W. (1983). Raised nutrient levels change heathland into grassland. Vegetatio, pp. 113-120. Kellner, O., & Redbo-Torstensson, P. (1995). Effects of Elevated Nitrogen Deposition on the Field-Layer Vegetation in Coniferous Forests. Ecological Bulletins , pp. 227-237. Nijssen, M. E., Beije, H., Bobbink, R., Bouwman, J. H., van Duinen, G. A., Groenendijk, D., . . . Smits, N. A. (2020). Herstelstrategie Bos van arme zandgronden. Den Haag: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Payne, R., Dise, N., & Stevens, C. (2013). Impact of nitrogen deposition at the species level. Proc. Natl. Acad. Sci. U.S.A., pp. 984-987. Provincie Fryslân. (juni 2023). Natuurdoelanalyse Terschelling - concept. Smits, N., Bal, D., Bobbink, R., van Dobben, H., Schaminee, J., Jansen, A., & Brunt, D. (2014). Algemene inleiding uit: Herstelstrategieën stikstofgevoelige habitats Ecologische onderbouwing van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Alterra Wageningen UR & Programmadirectie Natura 2000 van het Ministerie van Economische Zaken. ten Harkel, M., & van der Meulen, F. (1996). Impact of grazingand atmospheric deposition onthe vegetation of dry Coastal dune grasslands. Journal of Vegetation Science, pp.

445-452. Tolkamp, G., van den Berg, C., Nabuurs, G., & Olsthoorn, A. (2016). Kwantificering van beschikbare biomassa voor bio-energie uit Staatsbosbeheerterreinen. Wageningen: Alterra. Zumkehr, P. (2018). Advies natuurwaarden bestemmingsplan in voorbereiding Dellewal e.o. Midsland, Terschelling: Zumkehr Ecologisch Adviesbureau.

Natuurtoets bunkermuseum Terschelling - 3 juni 2025

27

Bijlagen Berekening stikstofdepositie

Colofon Projectnummer P001792

BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Vaart NZ 48-50 9401 GN Assen T 0592-31 62 06 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort

BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling

Bijlage 4 Ecologische oplegnotitie Bunkermuseum (2023)

78

Oplegnotitie ecologie bunkermuseum West Terschelling Opdrachtgever: Stichting Bunkerbehoud Terschelling Onderwerp:

Oplegnotitie ecologie Bunkermuseum Terschelling

Datum:

07-03-2022

projectnummer: P000823

Aanleiding In 2018 is in het kader van een bestemmingsplanprocedure voor het gebied van het Tiger-complex van het bunkermuseum en de Dellewal bij West-Terschelling een ecologisch onderzoek uitgevoerd 1

door Zumkehr Ecologisch Adviesbureau . Inmiddels is het plan voor het bunkermuseum gewijzigd. In 2018 was het nog de bedoeling dat het oude ziekenhuis zou worden herbouwd en dat er een treintje zou komen te rijden op een smalspoor over het bunkerterrein. Deze twee onderdelen van de plannen zijn komen te vervallen. Twee andere ambities blijven bestaan. Dit zijn de plaatsing van een radar op de bestaande fundering van het vroegere radarstation (zie figuur 1) en de bouw van een uitkijktoren. De radar wijst van de bosrand af en zal niet boven de bomen uitsteken. Nieuw aan het plan ten opzichte van 2018 is om op de hoofdbunker van het Tigercomplex een tweede verdieping te maken (zie figuur 1). Met deze uitbreiding is het mogelijk om meer informatie aan te bieden en om groepen beter te kunnen ontvangen. De tweede verdieping zal gasloos uitgevoerd worden. Het aantal bezoekers zal naar verwachting niet toenemen ten opzichte van de aantallen die tijdens het onderzoek in 2018 werden getoetst. In deze oplegnotitie wordt bepaald of het gewijzigde plan kan leiden tot effecten op Natura 2000gebieden, het NNN of beschermde soorten.

Vanwege het gewijzigde plan voor de hoofdbunker is op 22 november 2021 door Piet Zumkehr een nieuw veldbezoek uitgevoerd op het terrein van het bunkermuseum, waarbij specifiek is gelet op de geschiktheid van de hoofdbunker als verblijfplaats voor vleermuizen of andere beschermde soorten. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren: gedeeltelijk bewolkt, droog, circa 9 ˚C en een matige wind. Ook is een nieuwe stikstofberekening met AERIUS Calculator uitgevoerd en zijn actuele verspreidingsgegevens van beschermde soorten uit 2

de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF 15 februari 2022 13:54:46) geraadpleegd. 1

Zumkehr, P.J., 2018. Advies natuurwaarden bestemmingsplan in voorbereiding Dellewal e.o. Zumkehr Ecologisch

Adviesbureau, Midsland – Terschelling, september 2018. 2

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare

waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd.

Figuur 1. Terrein van het bunkermuseum met de locaties waar ontwikkelingen zijn voorzien: 1. Hoofdbunker, 2. Fundering radarstation.

Soortbescherming Uit het opnieuw raadplegen van de NDFF komen geen bijzonderheden naar voren ten opzichte van 2019, behalve dat het geraadpleegde gebied een stuk kleiner is dan het in 2018 onderzochte gebied, omdat het plangebied destijds een stuk groter was. In het grotere gebied uit 2018 zijn meer soorten te verwachten dan in de directe omgeving van het bunkermuseum. De enige wijziging van het plan die van invloed kan zijn op beschermde soorten op het terrein van het bunkermuseum ten opzichte van 2018 is de opbouw van een verdieping op de hoofdbunker. Dit onderdeel van het plan is in 2018 nog niet getoetst. De hoofdbunker bestaat in de huidige situatie uit één verdieping met dikke, gemetselde buitenmuren en een dik betonnen dak. De bunker is goed onderhouden en is intensief in gebruik als ontvangstruimte van het bunkermuseum. Tijdens het veldbezoek zijn in de bunker geen vleermuizen aangetroffen. Ook zijn tijdens het veldbezoek geen openingen in de bunker aangetroffen waardoor vleermuizen een besloten ruimte in de bunker kunnen bereiken. De aanwezigheid van een vleermuisverblijfplaats in deze bunker kan dan ook op voorhand uitgesloten worden. Een negatief effect op een vleermuisverblijfplaats als gevolg van het plan kan uitgesloten worden.

Een opbouw op een bestaande bunker en de plaatsing van de radar leidt ook niet tot een afname van essentieel foerageergebied of onderbreking van een essentiële vliegroute van vleermuizen. Zo staat de radar op voldoende afstand van de bunkers op het terrein. Nader onderzoek naar vleermuizen is niet nodig. Wel is het voor vleermuizen belangrijk om in de periode van maart tot en met oktober

datum 07-03-2022

projectnummer P000823

2

geen gebruik te maken van bouwlampen die verstorend kunnen werken voor vleermuizen op het terrein van het bunkermuseum. Tijdens het veldbezoek zijn geen bijzondere en/of beschermde plantensoorten aangetroffen op het metselwerk van de bunker. Een negatief effect op beschermde plantensoorten kan daarom eveneens uitgesloten worden bij realisatie van de opbouw. Voor andere beschermde diersoorten dan vleermuizen is de bunker ook niet toegankelijk door de afwezigheid van openingen, zodat ook negatieve effecten op nest- of verblijfplaatsen van andere beschermde soorten in of op de bunker kunnen worden uitgesloten. Wel is het nodig om bij de aanlegwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn, zoals reeds in het ecologisch onderzoek uit 2018 wordt aangegeven. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd kunnen namelijk in gebruik zijnde nesten van vogels worden verstoord. Verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. De Wnb kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt evenwel dat het broedseizoen van ongeveer 15 maart tot 15 juli loopt.

Gebiedsbescherming Wet natuurbescherming Het terrein met de bunkers van het bunkermuseum ligt op circa 180 meter van het Natura 2000gebied ‘Duinen Terschelling’ en op ruim 250 meter van Natura 2000-gebied ‘Waddenzee’. De conclusie uit het onderzoek in 2018 (Zumkehr, 2018) was dat het plan, al dan niet in cumulatie met andere plannen of projecten, niet leidt tot (significant) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. STIKSTOFDEPOSITIE Sinds 2018 is er een belangrijk aspect veranderd wat betreft de gebiedsbescherming van de Wnb. De beoordeling van effecten als gevolg van stikstofdepositie is veranderd sinds de uitspraak van de Raad van State over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Bij een toename van stikstofdepositie in stikstofgevoelige delen van Natura 2000-gebieden kan geen beroep meer worden gedaan op het PAS. Een andere belangrijke wijziging is dat sinds juli 2021 met inwerkingtreding van de Wet stikstofreductie en Natuurverbetering sprake is van een vrijstelling van de vergunningplicht voor aanlegwerkzaamheden die leiden tot een toename van stikstofdepositie. Tot slot is het rekenprogramma AERIUS Calculator meermaals geactualiseerd sinds 2018. Om die reden is op 24 februari 2022 een nieuwe stikstofberekening uitgevoerd van de effecten van het plan tijdens de gebruiksfase. De AERIUS-berekening van de gebruiksfase met de toelichting op de

datum 07-03-2022

projectnummer P000823

3

berekening is opgenomen als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing. Uit de AERIUS-berekening komt naar voren dat het plan in de gebruiksfase niet leidt tot een toename van stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten in Natura 2000-gebieden. Een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden door stikstofdepositie kan daarom nog steeds uitgesloten worden. OVERIGE FACTOREN Omdat de wijziging van het plan naar verwachting niet zal leiden tot hogere bezoekersaantallen ten opzichte van het plan dat werd getoetst in 2018, zal in de gebruiksfase nog steeds geen sprake zijn van (significant) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen door aanwezigheid van mensen, zoals verstoring door geluid of optische verstoring. Door de ligging van het bunkerterrein op 180 meter of meer van de Natura 2000-gebieden, de visuele afscherming van het tussenliggende gebied met dennenbossen en de aard van het plan (de opbouw op de bestaande hoofdbunker en de plaatsing van een radar die niet boven het bos uitsteekt op de reeds aanwezige radarfundering) zal ook in de aanlegfase geen sprake zijn van effecten op de Natura 2000-gebieden, zoals verstoring door geluid, licht of optische verstoring of effecten op de bodem. Het plan is voor wat betreft de aanlegfase niet of minder ingrijpend dan het plan dat in 2018 is getoetst.

Het is nog steeds mogelijk om (significant) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden op voorhand uit te sluiten. Provinciaal ruimtelijk natuurbeleid Het terrein van het bunkermuseum vormt onderdeel van het NNN – overige natuur. In het onderzoek uit 2018 (Zumkehr, 2018) wordt uitgebreid ingegaan op de ontwikkelingen op het terrein en wordt geconcludeerd dat het plan in de aanleg- en gebruiksfase niet leidt tot negatieve effecten op de oppervlakte, wezenlijke kenmerken en waarden of samenhang van het NNN. Net als bij het plan in 2018, gaat het bij de voorgenomen plannen om ontwikkelingen op bestaande verhardingen, namelijk plaatsing van een radar op de aanwezige radarfundering en de realisatie van een opbouw op een bestaande bunker. Hierdoor is ook in het gewijzigde plan geen sprake van aantasting van de oppervlakte of de samenhang van het NNN. Hierdoor is ook geen sprake van aantasting van wezenlijke kenmerken en waarden die ontbreken op de verhardingen. De aanwezige beheertypen open duin en duinbos worden ook in het nieuwe plan niet aangetast. Zumkehr (2018) geeft aan dat er op het terrein al in de huidige situatie sprake is van enige verstoring door de bezoekers op het bunkerterrein en dat er ten opzichte daarvan geen effecten door verstoring te verwachten zijn.

Omdat het plan naar verwachting niet leidt tot een toename van het aantal bezoekers ten opzichte van 2018, is de analyse van Zumkehr (2018) nog steeds geldig. Een toename van verstoring, met negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden in de omgeving tot gevolg, kan in de gebruiksfase nog steeds uitgesloten worden.

datum 07-03-2022

projectnummer P000823

4

Voor de aanlegfase geldt dat de werkzaamheden voor de plaatsing van de radar en de opbouw op de bestaande bunker kleinschalig zijn. Vanuit de soortenbescherming van de Wnb geldt bovendien dat lichtuitstraling op de omgeving in verband met de aanwezigheid van vleermuizen op het terrein moet worden voorkomen en dat buiten het broedseizoen van vogels moet worden gewerkt. Dit zal er ook voor zorgen dat negatieve effecten op verstoringsgevoelige fauna van duinbossen en het open duin worden voorkomen. De conclusie is daarom dat negatieve effecten op de oppervlakte, samenhang en wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN nog steeds kunnen worden uitgesloten.

Conclusie Voor dit plan is op 22 november 2021 een actualiserend veldbezoek uitgevoerd en is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Op basis van dit veldbezoek, de verspreidingsgegevens en het eerdere rapport van Zumkehr (2018) is een voldoende beeld van de natuurwaarden in het gebied verkregen om de toetsing aan de Wnb en het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid op te baseren. Uit deze toetsing komt naar voren dat het plan niet zal leiden tot negatieve effecten op beschermde soorten, mits bij de werkzaamheden rekening wordt gehouden met het broedseizoen van vogels. Nader onderzoek naar beschermde soorten is niet nodig. Ook is het niet nodig om een ontheffing van de Wnb aan te vragen. Bij uitvoering van het plan dient wel rekening te worden gehouden met het broedseizoen van vogels. De Wnb kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt evenwel dat het broedseizoen van ongeveer 15 maart tot 15 juli loopt. Tevens dient zowel tijdens de bouwfase als de gebruiksfase geen gebruik te worden gemaakt van (buiten)verlichting die lichtuitstraling richting de omgeving veroorzaakt. Uit deze actualisatie komt naar voren dat het plan niet leidt tot een toename van stikstofdepositie in stikstofgevoelige delen van Natura 2000-gebieden.

Ook andere (significant) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen kunnen nog steeds op voorhand uitgesloten worden. Een ontheffing van de Wnb in niet nodig. Een nadere analyse van het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid is niet noodzakelijk. De ontwikkeling is op het punt van provinciaal ruimtelijk natuurbeleid niet in strijd met de provinciale ruimtelijke verordening. Aantasting van de oppervlakte, samenhang en wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN kunnen nog steeds uitgesloten worden.

datum 07-03-2022

projectnummer P000823

5

BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling

Bijlage 5 Natuurwaardenonderzoek Dellewal e.o. (2018)

84

Advies natuurwaarden bestemmingsplan in voorbereiding Dellewal e.o P.J.Zumkehr

ZUMKEHR ECOLOGISCH ADVIESBUREAU Midsland – Terschelling September 2018

Colofon.

Zumkehr, P.J., 2018. Advies natuurwaarden bestemmingsplan in voorbereiding Dellewal e.o. Zumkehr Ecologisch Adviesbureau, Midsland – Terschelling, September 2018. Opdrachtgever. BügelHajema, Leeuwarden. Uitvoerder. Zumkehr Ecologisch Adviesbureau. P.J. Zumkehr, Oude Terpweg 3 8891 GE Terschelling-Midsland tel. 0562-449196 mob. 06.50.816.092 e-mail: admin@pzumkehr.nl

© Zumkehr Ecologisch Adviesbureau Overname van gegevens uit dit rapport is toegestaan met bronvermelding.

2

Advies natuurwaarden bestemmingsplan in voorbereiding Dellewal e.o Piet Zumkehr

Inleiding In het kader van het opstellen van een bestemmingsplan voor het gebied Dellewal en bunkercomplex de Tigerstelling te West-Terschelling in de gemeente Terschelling is het conform artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) noodzakelijk een onderzoek uit te voeren naar effecten op de natuurwaarden (soortenbescherming en gebiedsbescherming). Hierbij dienen onder meer de effecten van het plan op in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten en Natura2000-gebieden te worden getoetst. Daarnaast dienen de effecten van het plan op in het kader van het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid beschermde natuurgebieden te worden getoetst. Het voorliggende rapport voorziet hierin. Voorliggend Advies natuurwaarden behandelt de ecologische beoordeling van de genoemde plannen. De effecten op natuurwaarden worden beoordeeld in relatie tot de Wet natuurbescherming (Wnb)1 met de daaraan gekoppelde provinciale verordening en het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. De beschrijving van de relevante te beschermen natuurwaarden is gebaseerd op: -

bestaande bronnen zoals databanken, verspreidingsatlassen, waarnemingsoverzichten, rapporten en websites.

-

veldbezoeken gedurende de periode april t.m. augustus 2018.

In hoofdstuk 1 wordt een beschrijving van het plangebied en de plannen weergegeven. De mogelijke effecten van deze plannen op beschermde Natura2000-gebieden worden in hoofdstuk 2 beoordeeld in het kader van de Wet natuurbescherming. In hoofdstuk 3 worden potentiële effecten van de plannen op in het kader van het provinciale natuurbeleid beschermde natuurgebieden getoetst. In hoofdstuk 4 worden de mogelijke effecten van de plannen op in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde flora en fauna getoetst. In hoofdstuk 5 ‘Conclusie en consequenties’ wordt een samenvatting van de belangrijkste bevindingen van het onderzoek gegeven. In de bijlage is een aantal tabellen met basisgegevens toegevoegd.

1

De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming

van (Europese) natuurgebieden.

3

Inhoudsopgave Inleiding 1

2

Situatieschets en plannen 1.1

Ligging en huidige situatie

6

1.2

Voorgenomen plannen

13

Voortoets Natura 2000 2.1

Inleiding

2.2

Beschrijving Natura 2000-gebieden

18

2.2.1

Waddenzee

18

2.2.2

Duinen Terschelling

20

2.3

Toetsing

21

2.3.1

Oppervlakteverlies en versnippering

21

2.3.2

Verzuring en vermesting

22

2.3.3

Verzoeting en verzilting

22

2.3.4

Verontreiniging

22

2.3.5

Verdroging en vernatting

22

2.3.6

Stroomsnelheid, overstromingsfrequentie en dynamiek substraat

23

Geluid

23

2.3.8

Licht

26

2.3.9

Trilling

26

2.3.10

Optische verstoring

26

2.3.11

Mechanische effecten

27

2.3.12

Landschappelijke waarden

28

2.3.13 Maatregelen tegen hoogwatersituaties Effectanalyse instandhoudingsdoelen 2.4.1 Natura2000-gebied Duinen Terschelling 2.4.2 Natura2000-gebied Waddenzee

29 29 29 30

2.5

Cumulatie

32

2.6

Conclusies

33

Provinciaal natuurbeleid 3.1

Provinciaal ruimtelijk natuurbeleid

34

3.2

Inventarisatie

35

3.3

Toetsing

36

3.4 4

16

2.3.7

2.4

3

3

3.3.1

Natuurnetwerk Nederland

36

3.3.2

NNN buiten het bestemmingsplangebied

38

Conclusie

39

Soortenbescherming 4.1

Planten

42

4.2

Zoogdieren - vleermuizen

44

4.3

Zoogdieren – overige

45

4.4

Vogels

46

4.5

Amfibieën en vissen

49

4.6

Reptielen

49

4.7

Ongewervelden

50

4

5

6

Conclusie en consequenties 5.1

Beschermde gebieden

51

5.2

Beschermde soorten

51

5.3

Uitvoerbaarheid

51

Bronnen 6.1

Media

52

6.2

Literatuur

52

Bijlagen

5

Hoofdstuk 1 Situatieschets en plannen 1.1

Ligging en huidige situatie

Het plangebied is verdeeld in twee aangrenzende gedeelten, van elkaar gescheiden door de Burgemeester van Heusdenweg; Terschellinger Hoofdweg. Het gebied ten zuiden van de Hoofdweg, wordt grofweg aangeduid onder de naam Dellewal. Het betreft echter een groter gebied, dat loopt vanaf de meest oostelijke (deels voormalige) bebouwing van het dorp West-Terschelling oostwaarts tot de Nieuwe Dijk. Tot dit deel van het plangebied behoren hotel Schylge, het terrein van de voormalige dancing Dellewal, het open duingebied van Grootduin (inclusief dubbele woning), het buurtschap ’t Land (Resort bungalows Dellewal, Stayokay, voormalige campusgebouwen zeevaartschool en enkele woningen) en enkele graslanden (waaronder het voormalige voetbalveld, het meest oostelijke deel van dit plangedeelte). Langs de zuidrand van dit bestemmingsplangedeelte, op de overgang naar de Plaat en de Waddenzee loopt een verhard fietspad. Ten noorden van de Hoofdweg maakt een deel van het naaldbos deel uit van het bestemmingsplangebied. Het betreft het gedeelte waarin bijna alle bunkers van het complex uit WOII, de Tiger, liggen. Figuur 1 geeft de begrenzing van het plangebied weer. Het plangebied ligt in twee kilometerhokken2, te weten 144597, 144-598. Het kleidepot met aangrenzende graslanden, gelegen ten zuiden van het fietspad, maakt geen deel uit van het plangebied.

2

Een kilometerhok is een vastgelegd gebied van 1 km bij 1 km. De Topografische Dienst heeft deze hokken ingevoerd als rasterverdeling voor het tekenen van de topografische kaarten van Nederland.

6

Figuur 1. Kaart met ligging plangebied.

Figuur 2. Ligging van het bestemmingsplangebied op Terschelling.

7

Voormalige dancing Dellewal Het terrein van de voormalige dancing Dellewal maakt deel uit van het bestemmingsplangebied. Het betreft het terrein waarop in het verleden de betreffende dancing heeft gestaan, inclusief een nog bestaande bedrijfswoning aan de westzijde ervan en een dubbele bunkerwoning aan de oostzijde. De bedrijfswoning is een van moderne bakstenen opgetrokken woning van twee verdiepingen hoog. Het dak is bedekt met grijze betonpannen (sneldekkers). De voormalige binnenmuur naar de afgebroken gebouwen van de dancing is aan de buitenzijde betimmerd met hout. De dubbele bunkerwoning is ontstaan door de verbouwing van een oude bunker uit WOII. Binnen de oude bunker zijn twee woningen aanwezig. De wit geschilderde betonnen muren van de woning zijn afgedekt door een flauw naar het noorden hellend dak van dakleer.

Foto 1. De bedrijfswoning van de voormalige dancing Dellewal (achter roeisloep). April 2018. Foto Piet Zumkehr.

8

Foto 2. De dubbele bunkerwoning (achter hoge populier). April 2018. Foto Piet Zumkehr.

Grootduin. Het open duingebied gelegen oostwaarts van de locatie van de voormalige dancing en Westcord– hotel Schylge tot het fietspad bij de Stayokay is deel van het plangebied. Het betref hier een grotendeels onbebouwd open duingebied dat meestal wordt aangeduid met de naam Grootduin. Het duingebied is voornamelijk begroeid met natuurlijke duinvegetaties, waaronder zogenaamde “grijze duinen”. Nabij de top van het duingebied is een kleine dubbele houten woning met rode dakpannen aanwezig. Vanaf de Hoofdweg is de woning bereikbaar via een schelpenpad. Tevens is een woning aanwezig aan de voet van Grootduin, de woning van Doeksen, gebouwd in de dertiger jaren van de vorige eeuw in een voor die tijd populaire bouwstijl. Deze woning wordt ontsloten vanaf het fietspad langs de Waddenkust. Het duin zelf is door een schelpenpad (voetpad) doorsneden vanaf de voormalige dancing tot de Hoofdweg.

9

Foto 3. Het Grootduin met houten woning. April 2018. Foto Piet Zumkehr

Foto 4. De woning van Doeksen. April 2018. Foto Piet Zumkehr

’t Land en oude campusgebouwen zeevaartschool. Het buurtschap ’t Land is een min of meer aaneengesloten bebouwd terrein, gelegen ten oosten van het Grootduin. Binnen dit terrein ligt een recreatiepark (Resort bungalows Dellewal) en een Stayokay. Tevens zijn er enkele particuliere woningen aanwezig. Langs de zuidrand liggen de voormalige campusgebouwen van de zeevaartschool bestaande uit een voormalig hotel (Victoria) en een “gebouw op poten”, waartussen enkele noodonderkomens zijn geplaatst. Tot het complex behoort ook de commandantswoning, een witgeschilderde bakstenen woning met een donker 10

pannendak. Aangrenzend, tussen de commandantswoning en de Stayokay ligt nog een vrijstaande woning, de zogenaamde woning van Kaars, een opvallend witgeschilderde villa in de vorm van een kubus en met een plat dak. De gebouwen van de voormalige campus, de commandantswoning en de woning van Kaars zijn in eigendom van de gemeente Terschelling.

Foto 5. Het voormalige hotel Victoria, een van de voormalige campusgebouwen, met op de voorgrond de commandantswoning. April 2018. Foto Piet Zumkehr.

Foto 6. Het “gebouw op poten”, een van de voormalige campusgebouwen; tevens enkele noodvoorzieningen. April 2018. Foto Piet Zumkehr.

11

Foto 7. De woning van Kaars. April 2018. Foto Piet Zumkehr.

Graslanden. Ten oosten van de voormalige campusgebouwen liggen enkele graslanden met een agrarisch gebruik, grotendeels in particulier eigendom. Het meest oostelijke perceel is het zogenaamde oude voetbalveld, grenzend aan de Nieuwe Dijk, dat tegenwoordig intensief wordt beweid door paarden. Langs de zuidrand van het voetbalveld is een smalle aarden kade aanwezig. Langs de westrand van het oude voetbalveld loopt een duinstroom of –beek vanaf het aangrenzend duingebied af naar de Waddenzee. Een deel ervan betreft een rietveld met open poel. De beek stroomt via een terugslagklep onder het verharde fietspad langs de zuidrand af naar de Waddenzee. Tigerstelling. Ten noorden van de Hoofdweg ligt een uitgestrekte nederzetting van bunkers uit WOII, de zogenaamde Tigerstelling. Het bunkerdorp is gelegen in een met dennen beplant duingebied. Sinds enkele jaren is het complex in gebruik genomen als bunkermuseum en zijn de verwaarloosde gebouwen gedeeltelijk gerestaureerd en in gebruik genomen als deel van het museum. De Stichting Bunkermuseum, die het terrein beheert, heeft verdere plannen voor herstel van het complex in oude staat, waarbij enkele nieuwe bouwwerken moeten worden opgericht. Het complex is bereikbaar via een openbare weg vanaf de Hoofdweg noordwaarts, of vanaf de oostzijde via een bospad. Er ligt een dubbel bewoonde particuliere recreatiewoning in het gebied.

Hoogwatersituaties West-Terschelling. De bescherming van delen van West-Terschelling tegen extreem hoog water staat al enige tijd ter discussie. Voor wat betreft het plangebied moet ook naar dit aspect worden gekeken. De woning van Doeksen aan de voet van het Grootduin, de commandantswoning en de gebouwen van de voormalige campus liggen dermate laag dat ze bij een waterstand van NAP + 4,00 m zouden overstromen. Ook de aaneengesloten woningen aan ’t Land en enkele recreatiebungalows van 12

Resort bungalows Dellewal liggen kritiek. Om die reden worden maatregelen in de vorm van verhoging van de bestaande waterkering dan wel de aanleg van een extra kade overwogen (zie de met 4 aangegeven onderdelen in figuur 3).

Figuur 3. Overwogen ingreep i.v.m. hoogwatersituatie West-Terschelling, bron Frans Beune Landschap en Stedenbouw. 1.2

Voorgenomen plannen Het bestemmingsplan betreft een grotendeels conserverend plan, dat op beperkte schaal ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maakt. Op enkele plaatsen binnen het plangebied maakt het plan nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Hieronder worden deze mogelijke ontwikkelingen uitgewerkt. Voormalige dancing Dellewal Het bestemmingsplan voorziet in de sloop van de beheerderswoning en de dubbele bunkerwoning en de bouw van 13 appartementen voor permanente bewoning op het totale terrein van de voormalige dancing en de gesloopte woningen. Natuurherstel Dellewal Door de Stichting Natuurherstel Baai Dellewal is een plan opgesteld voor natuur- en landschapsherstel van het gebied vanaf de voormalige dancing oostwaarts tot aan het Lichtje (de Plaat). Betreffende het deel dat binnen dit bestemmingsplangebied ligt wordt er naar gestreefd zo veel mogelijk onderdelen van het herstelplan over te nemen binnen het primaire uitgangspunt dat bestaande planologische rechten worden gerespecteerd en dat inhoud wordt gegeven aan de opdracht van de gemeenteraad om de invulling van het terrein van de voormalige dancing met 13

permanente woningen in het bestemmingsplan te verwerken. Het streven is om het open duingebied van Grootduin als natuurgebied te handhaven in de huidige staat. Daarbij zou de overgang van het Grootduin naar de Waddenkust meer natuurlijk moeten worden gemaakt. Kunstmatig plantsoen en grasland zouden aan de duinvoet plaats moeten maken voor natuurlijk reliëf en natuurlijke vegetatie. Daarnaast wordt het plan voor herstel van de duinbeek bij het voormalige voetbalveld in het bestemmingsplan opgenomen. Voormalige campusgebouwen De gebouwen van de voormalige campus van de zeevaartschool worden verbouwd om ze geschikt te maken voor kortdurende bewoning. Hierbij wordt gedoeld op verblijf van vier weken tot maximaal een half jaar ten behoeve van personen die werken of studeren op Terschelling. De verbouwing is intern. Aan de buitenzijde van de gebouwen verandert niets. De commandantswoning en de woning van Kaars blijven ongewijzigd. De gemeente Terschelling overweegt zowel de voormalige campusgebouwen als de twee vrijstaande woningen te verkopen. Infrastructurele maatregelen Er worden enkele verkeerskundige ingrepen aan de Burgemeester van Heusdenweg/Hoofdweg gepland. Het betreft: -

Een wijziging van de aansluiting van het pad naar de Tigerstelling op de Burgemeester van Heusdenweg (Hoofdweg). De realisatie van een nieuwe parkeervoorziening langs de nieuwe toegangsweg naar de Tigerstelling vanaf de rotonde. De aanleg van een nieuw fietspad vanaf de rotonde naar de Duinweg/het bestaande oostelijk gelegen fietspad (Snijderspad). Enkele aanpassingen aan de bushalte langs de Burgemeester van Heusdenweg bij de afslag naar ’t Land (Stayokay, recreatiepark Dellewal). Verwijderen van dennen in de berm van de Burgemeester van Heusdenweg ten oosten van de bushalte, en het creëren van een korte bermvegetatie om de bushalte vanaf het oosten beter zichtbaar te maken voor verkeersdeelnemers.

Bunkermuseum/Tigerstelling De volgende ontwikkelingen worden voorgesteld voor het bunkermuseum: -

De bouw van een replica van het radarstation (de fundering van dit radarstation ligt er nog). De bouw van een replica van het voormalig ziekenhuis(op een verharding ten westen van de centrale ontsluiting). Dit gebouw wordt gebruikt voor kaartverkoop en kleinschalige horeca. Een smalspoor met bijbehorende kiepwagentjes over het terrein doorlopend tot het Snijderspad. De bouw van een uitkijktoren van ca. 6 – 7 meter hoog op een ter plekke aanwezige betonnen plaat.

14

Waterveiligheid Binnen het bestemmingsplangebied worden maatregelen voorgestaan in de vorm van de aanleg van kaden/ophoging van de bestaande waterkering bij de woning van Doeksen, bij de voormalige campusgebouwen en bij het voormalige voetbalveld.

Figuur 4. Verbetering bushalte en voetpaden kruispunt Het Land/Hoofdweg, bron gemeente Terschelling

Figuur 5. Indicatieve locatie nieuwe fietsdoorsteek, Sweco 02-06-2017

15

Hoofdstuk 2 Voortoets Natura2000 2.1. Inleiding In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura2000gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura2000-gebied. De voorliggende rapportage is geschreven als voortoets in het kader van de Wnb. Het begrip 'voortoets' komt niet als zodanig voor in de Wnb. Het begrip wordt in de praktijk echter veel gebruikt als naam voor een globale toetsing waarmee een indicatie wordt verkregen van de mogelijke negatieve gevolgen van een activiteit op beschermde Natura2000-gebieden in het kader van de Wnb. Door een voortoets uit te voeren, wordt de vraag beantwoord of er een kans bestaat dat de activiteit verslechtering en/of significant negatieve gevolgen met zich meebrengt. De provincie Fryslân is in voorliggende situatie in het kader van de Wnb het bevoegd gezag.

Figuur 6. Ligging van de beschermde Natura2000-gebieden Duinen Terschelling en Waddenzee (rode omlijning) ten opzichte van het plangebied (gele omlijning).

Het bestemmingsplangebied maakt in zijn geheel geen deel uit van een Natura2000-gebied. In het kader van de externe werking is een effectanalyse wenselijk betreffende de Natura2000-gebieden die in de nabijheid liggen. Natura2000-gebied Waddenzee grenst direct aan een deel van de zuidgrens van het plangebied, te weten het fietspad langs de Plaat tussen de voormalige dancing 16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Terschelling&id=464bb02e-5cf5-4c2a-bcc5-a25450441e30