14.c. Bijlage 1 - BOPA Bunker Museum Terschelling [concept 27-06-2025]
Tekst van het document
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
Inhoudsopgave
Motivering
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging projectgebied 1.3 Geldend juridisch-planologisch kader 1.4 Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) 1.5 Leeswijzer
5 5 5 6 7 7
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Planvoornemen 2.3 Toekomstig functioneren 2.4 Bezoekersaantallen, verkeer en parkeren
7 7 9 12 13
Hoofdstuk 3 Beleid en regelgeving 3.1 Rijksbeleid en Rijksregels 3.2 Provinciaal beleid en provinciale regels 3.3 Beleid waterschap 3.4 Gemeentelijk beleid
14 14 16 19 19
Hoofdstuk 4 Gevolgen voor de fysieke leefomgeving 4.1 Omgevingsveiligheid 4.2 Waterbelangen 4.3 Luchtkwaliteit en verkeer 4.4 Activiteiten en milieuzonering 4.5 Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen 4.6 Bodemkwaliteit 4.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.8 Erfgoed 4.9 Natuur 4.10 Duurzaamheid en gezondheid 4.11 M.e.r.-beoordeling
20 20 21 22 23 23 24 25 25 27 30 31
Hoofdstuk 5 Financiële uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Nadeelcompensatie
31 31 32
Hoofdstuk 6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1 Bestuurlijk vooroverleg 6.2 Participatie 6.3 Procedure
32 32 32 32
Hoofdstuk 7 Conclusie evenwichtige toedeling van functies aan locaties 7.1 Wettelijk kader 7.2 Afweging 7.3 Conclusie
32 32 33 33
Bijlagen
34
Bijlage 1
Ontwerptekeningen
34
Bijlage 2
Wateradvies
40
3
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
Bijlage 3
Natuurtoets 2025 (incl. voortoets)
45
Bijlage 4
Ecologische oplegnotitie Bunkermuseum (2023)
78
Bijlage 5
Natuurwaardenonderzoek Dellewal e.o. (2018)
84
Bijlage 6
Stikstofdepositie-onderzoek (2025)
168
Bijlage 7
mer-beoordeling
195
4
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
Motivering Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De Stichting Bunkerbehoud Terschelling heeft plannen om het Tiger-complex op te waarderen, waaronder het realiseren van een ondergrondse radarinstallatie en gangpad aan Tigerpad 5 te West-Terschelling. Met deze uitbreiding aangrenzend aan de hoofdbunker is het mogelijk om meer informatie aan te bieden en om groepen beter te kunnen ontvangen. Momenteel zijn deze plannen dusdanig concreet dat het voornemen is deze te gaan realiseren. Voorliggende motivering is opgesteld om de plannen met een procedure voor een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (hierna BOPA) mogelijk te maken. Reden hiervoor is dat de plannen bij recht niet binnen de mogelijkheden van het (tijdelijke deel van het) gemeentelijk omgevingsplan passen.
1.2
Ligging projectgebied
Het projectgebied van deze BOPA heeft betrekking op de locatie van het bunkermuseum aan het Tigerpad 5 te West--Terschelling. Het gaat hierbij om gronden hoofdzakelijk behorende bij kadastraal perceelnummer 1640, sectie E van de kadastrale gemeente Terschelling. Het kadastrale perceel heeft een grootte van circa 40.618 m2 en dat betreft vrijwel het gehele Tiger-complex. Het projectgebied van voorliggende motivering vormt daar een beperkt deel van. Op de in navolgende figuur opgenomen luchtfoto is het Tiger-complex weergegeven die een concrete indruk van het gebied en de directe omgeving geeft.
5
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
Figuur 1. Projectgebied in relatie tot kadastrale perceel bunkermuseum (bron: kadastralekaart.com, 2025)
1.3
Geldend juridisch-planologisch kader
Het geldende juridisch-planologische kader wordt gevormd door de Beheersverordening Natuurgebieden (als vastgesteld op 23-09-2014 door de raad van de gemeente Terschelling), dat nu onderdeel is van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Terschelling. Voor de planlocatie geldt hierin de bestemming 'Natuur' met ter plaatse van de hoofdbunker een aanduiding "beheergebouw". Het tijdelijke deel van het omgevingsplan staat geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen toe ter plaatse van het bunkermuseum. Dit betekent dat de voorgenomen bouw van een ondergrondse gang en een ondergrondse opstelling voor een radarinstallatie dan ook niet mogelijk is binnen het geldend juridisch-planologisch kader. Om de gewenste ontwikkelingen te kunnen realiseren, is daarom het doorlopen van een ruimtelijke procedure nodig. Gekozen is voor de procedure om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Deze procedure vindt plaats aan de hand van voorliggende motivering.
6
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
1.4
Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)
Een BOPA is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningsvrij voor het bouwen is. Voor de BOPA gelden de beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Dat betekent dat de vergunning alleen wordt verleend: a. b.
met het oog op een evenwichtige toedeling van functies (artikel 8.0a, tweede lid Bkl); als daarbij wordt voldaan aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0e Bkl. Die beoordelingsregels komen overeen met de regels die gelden voor het opstellen van een omgevingsplan. Dat betekent dat ook de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl gelden voor de BOPA.
Daarnaast moet ook worden voldaan aan de instructieregels in de Omgevingsverordening van de provincie Fryslân en mag het plan niet in strijd zijn met de waterschapsverordening van Wetterskip Fryslân. Tot slot moet het plan passen binnen het gemeentelijke beleid. In overleg met de gemeente is door initiatiefnemers zijnde de Stichting Bunkerbehoud Terschelling afgesproken om het planvoornemen mogelijk te maken door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). In deze motivering wordt onderbouwd of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (de zogeheten 'etfal') met de ontwikkeling en of voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit het Bkl. Met het oog op vergunningverlening worden in de volgende hoofdstukken van deze motivering de evenwichtige toedeling van functies aan locaties en de beoordelingsregels nader uitgewerkt.
1.5
Leeswijzer
Deze motivering is als volgt opgesteld: in hoofdstuk 2 wordt de huidige en nieuwe situatie beschreven. In hoofdstuk 3 volgt een toetsing van het initiatief aan het geldende relevante beleid. Vervolgens komen in hoofdstuk 4 de relevante onderzoeks- en milieuaspecten aan de orde. Tot slot behandelen hoofdstuk 5 en 6 de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 7 sluit af met een eindconclusie over de evenwichtige toedeling van de nieuwe functie aan de locatie. Bij deze motivering zijn verder verschillende bijlagen opgenomen.
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
De Tiger-stelling is een voormalige, door de Duitsers gebouwde radarstelling uit WOII. De Stichting Bunkerbehoud Terschelling beheert en ontwikkelt het cultuurhistorisch waardevolle bunkercomplex. De Tiger-stelling die bestaat uit een groot aantal bunkers en bijbehorend terrein en (restanten van) objecten. De stichting heeft een groot aantal vrijwilligers die zich inzetten voor exploitatie van de Tiger-stelling als museum.
7
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
Figuur 2. Overzicht bunkermuseum (bron: bunkermuseumterschelling.nl, 2025)
In de loop der jaren zijn er meerdere bunkers toegankelijk gemaakt en is de kennis over het bunkercomplex uitgebreid. De stelling is een dagrecreatieve voorziening die veel wordt bezocht door toeristen en recreanten die het eiland aandoen. De hoofdbunker vormt de centrale plek voor ontvangst van bezoekers. De bunker bestaat uit één verdieping met dikke, gemetselde buitenmuren en een dik betonnen dak. De bunker is goed onderhouden en wordt intensief gebruikt als bezoekerscentrum. Daarnaast is het bestaande bezoekerscentrum in januari 2025 gerenoveerd en opnieuw ingericht.
8
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
Figuur 3. Zijaanzicht bezoekerscentrum (bron: bunkermuseumterschelling.nl, 2025)
2.2
Planvoornemen
Het voornemen bestaat uit de realisatie van een ondergrondse gang en opstelling voor een radarinstallatie. Nabij één van de bestaande bunkers, wordt ondergronds een radarinstallatie geplaatst die ter expositie komt te staan. Bij deze nieuw te realiseren ondergrondse opstelling, wordt ook een toegang gemaakt tot de bestaande bunker. Het nieuwe geheel wordt middels een ondergrondse doorgang verbonden met het bestaande en recent heringerichte bezoekerscentrum. Hiermee wordt het bunkermuseum opgewaardeerd en nog aantrekkelijker gemaakt voor bezoekers.
9
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
Figuur 4. Inrichtingstekening toekomstige situatie. Groen: opstelling ondergrondse radarinstallatie en gangenstelsel.
10
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
Figuur 5. Sfeerimpressie toekomstige situatie (bron: Scharff / Spanjer, 2025) De radarinstallatie betreft een 14 m hoge, zogeheten, Würzburg-radar waarvan er in de Tweede Wereldoorlog twee op het Tiger-complex hebben gestaan. De installatie zal feitelijk gezien worden herplaatst, ondergronds in een koepelvormige constructie.
11
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
Figuur 6. Ondergrondse koepelvormige opstelling radarinstallatie
Figuur 7. Dwarsdoorsnede ondergrondse radarinstallatie
2.3
Toekomstig functioneren
Het bunkermuseum omvat nu en in de toekomst een beperkte kleinschalige vorm van horeca en een beperkte vorm van detailhandel. Dit houdt in dat bezoekers een eenvoudig drankje of versnapering kunnen kopen bij een balie (er is geen sprake van bediening) tijdens openingstijden van het museum. Wat betreft het detailhandelsdeel gaat het uitsluitend om kleine aan het museum verbonden producten, zoals ansichtkaarten of een boek over de bunkergeschiedenis. Eén en ander is ondergebracht in het bezoekerscentrum.
12
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
Het bestaande bezoekerscentrum wordt verbonden met een nieuw te realiseren ondergrondse ruimte waar de radarinstallatie komt te staan. Deze opstelling, net als de rest van het terrein, heeft een museale functie. De radarinstallatie wordt tentoongesteld samen met gevarieerde historische informatie over het systeem. Daarnaast fungeert het nieuw te realiseren ondergrondse gangpad als verbinding tussen het bezoekerscentrum en de radarinstallatie. De ruimte waar de radar staat opgesteld, is tevens verbonden met een andere bunker op het terrein. Hierdoor zorgt de ontwikkeling voor een betere verbinding met overige onderdelen van het museum. De stichting hanteert het uitgangspunt dat ingrepen ondergeschikt dienen te blijven aan de reconstructie van de Tiger-stelling en dat er eenheid ontstaat in de materialisatie van het (beperkte) straatmeubilair. Cortenstaal en beton zijn daarbij gekozen als materiaal dat passend is bij de sfeer van het bunkermuseum. Op dit moment is er bij het bunkermuseum een bescheiden verlichting in de vorm van kleine paaltjes van cortenstaal aanwezig die geen uitstraling naar boven/de wijde omgeving hebben. Deze zijn slechts bedoeld om in de donkere tijd van het jaar voldoende licht te hebben om (veilig) de weg op het terrein te vinden. Andere vormen van verlichting zijn niet aan de orde.
2.4
Bezoekersaantallen, verkeer en parkeren
De opwaardering van het bunkermuseum zal mogelijk enige intensivering van het bezoek aan het bunkermuseum met zich meebrengen. Het maximum aantal bezoekers wordt evenwel ook beïnvloed door het aantal beschikbare vrijwilligers (dat naar verwachting beperkt is tot het bestaande aantal van 75 vrijwilligers) en de mogelijkheid om op het terrein een rondleiding te geven. Sommige bezoekers leggen alleen een bezoek af bij het bezoekerscentrum, anderen volgen een rondleiding van 2 uur over het terrein. De rondleidingen mogen elkaar niet in de weg zitten en zijn daarom in het algemeen beperkt tot twee rondleidingen per dag. Op hoogtijdagen in het seizoen kunnen dat er bij uitzondering drie zijn. Per rondleiding kunnen maximaal 20 mensen deelnemen. Het bezoekersaantal van het bunkermuseum is grotendeels afhankelijk van het eilandbezoek en worden dus mede beïnvloed door externe factoren. Het bunkermuseum betreft een reeds bestaande functie, maar het planvoornemen met realisatie van de ondergrondse gang en plaatsing van de radarinstallatie leiden naar verwachting wel tot enig meer bezoek. Met voorliggende ontwikkelingen wordt al met al maximaal een toename van 10% van het aantal bezoekers per jaar verwacht door de geplande doorontwikkeling van het bunkermuseum. Dit resulteert in een bezoekersaantal van maximaal 11.000 bezoekers per jaar.
De met voorliggende motivering verwachte toename bedraagt dus 1.000 bezoekers op jaarbasis. Dat komt neer op circa 19 extra bezoekers per week, en minder dan 3 extra bezoekers per dag ten opzichte van de huidige situatie. Dit zijn dusdanig beperkte aantallen dat die goed opgaan in bestaande verkeersstromen. Ontsluiting De ontsluiting van het bunkermuseum had wel verbetering nodig en dat is inmiddels gerealiseerd. Eerder was sprake van een rotonde in de Hoofdweg maar die is er uiteindelijk niet gekomen. Vanaf het punt waar de Nieuwe Dijk op de Hoofdweg uitkomt, is het verkeerspunt aangepast vanuit verkeersveiligheidsoverwegingen, en in de toekomst is ook parkeergelegenheid in de nabijheid ten behoeve van het bunkermuseum voorzien. De parkeeroplossing met betrekking tot voorliggend planvoornemen wordt tot die tijd nog gevonden op het bestaande parkeerterrein op het terrein van het Tiger-complex. Hier staan bij openstelling van het bunkermuseum doorgaans 20 tot 40 auto's geparkeerd, grotendeels van vrijwilligers afkomstig van het eiland die dan ter plaatse actief zijn. 95% van de bezoekers komt echter per fiets (of lopend). Hiervoor is een reeds bestaande fietsenstalling op eigen terrein beschikbaar. Deze fietsenstalling zal nog wel verder worden opgehoogd in verband met de waterkering maar blijft op dezelfde plek bestaan.
Op termijn komt het parkeren ten behoeve van het bunkermuseum na de uitgevoerde wegreconstructie dichter bij de doorgaande weg te liggen, en meer aan de rand van het bos. Hiermee wordt ook voldoende in
13
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
de parkeerbehoefte in de toekomstige situatie voorzien. Op de kruising is de oversteekplaats voor fietsers inmiddels verbeterd. Het gebruik van de rechtstreekse aansluiting van het Tiger-pad op de Burgemeester van Heusdenweg wordt daarnaast verder ontmoedigd. In samenhang met het hoogteverschil ter plekke richting het bunkermuseum en het (oneigenlijke) gebruik door fietsers is deze rechtstreekse aansluiting verkeersonveilig. In de zichtlijn van het Tigerpad wordt een markering aangebracht en betreft een tobroek met een beeld er op. Dit is enerzijds om gezien vanaf de Burgemeester van Heusdenweg iets van het museum te laten zien, anderzijds is het om duidelijk te maken dat de rechtstreekse verbinding met de Burgemeester van Heusdenweg hier is komen te vervallen.
Hoofdstuk 3
Beleid en regelgeving
3.1
Rijksbeleid en Rijksregels
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (2020)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan ingespeeld worden op de grote uitdagingen die voorliggen. Allerlei trends en ontwikkelingen van Nederland hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI wordt een proces in gang gezet waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden.
Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win-situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoekt de rijksoverheid naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in
14
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De NOVI vindt haar doorwerking in het regionale en lokale beleid waaraan uiteindelijk plannen zullen worden getoetst. Relatie met het project Het projectvoornemen zoals omschreven in hoofdstuk 2 2.3 is niet strijdig met het beleid zoals genoemd in de NOVI. 3.1.2
Instructieregels Rijk (AMvB's)
Het Rijk heeft instructieregels gegeven waar het omgevingsplan en een BOPA aan moeten voldoen. De regels zijn hoofdzakelijk opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Niet alle instructieregels zijn relevant voor de voorgenomen ontwikkeling. Per relevante instructieregel is nagegaan of deze wel of niet relevant is voor het planvoornemen. Tabel 1. Voor deze BOPA relevante Rijksinstructieregels Thema
Paragraaf Bkl
Relevant voor besluit?
Verwijzing paragraaf H4
Omgevingsveiligheid
5.1.2
Ja
4.1
Waterbelangen
5.1.3
Ja
4.2
Luchtkwaliteit
5.1.4.1
Ja
4.3
Geluid door activiteiten
5.1.4.2
Ja
4.4
Geluid van wegen, spoorwegen en industrieterrein
5.1.4.2a
Ja
4.5
Trillingen
5.1.4.4
Nee, geen spoorweg in de directe omgeving.
-
Bodemkwaliteit
5.1.4.5
Ja
4.6
Geur
5.1.4.6
Nee
4.4
Ladder voor duurzame verstedelijking
5.1.5.4
Ja
4.7
Cultureel erfgoed en werelderfgoed
5.1.5.5
Ja
4.8
Toegankelijkheid openbare ruimte
5.1.6.2
Nee
-
Onderstaande instructieregels zijn project- en/of locatiegebonden. Volledigheidshalve zijn alle aspecten opgesomd en is bij ieder aspect aangegeven of deze wel of niet relevant is. Tabel 2. Locatie- en projectgebonden instructieregels
Thema
Paragraaf Bkl
Relevant voor besluit?
Verwijzing paragraaf H4
Behoud ruimte voor 5.1.6.2 autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen
Nee
-
Behoud ruimte voor buisleidingen van nationaal belang
Nee
-
5.1.6.3
15
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
Elektriciteitsvoorziening
5.1.7.3
Nee
-
Rijksvaarwegen
5.1.7.4
Nee
-
Voorkomen belemmeringen hoofdspoorweginfrastructuur en rijkwegen
5.2
Nee
-
Lozen industrieel afvalwater in 5.2 openbaar vuilwaterriool
Nee
-
Bebouwingscontour jacht
5.2
Nee
-
Bebouwingscontour houtkap
5.2
Nee
-
Geluid rond luchthavens
5.1.4.3
Nee
-
Vrije horizon kust
5.1.5.2
Nee
-
Waddenzee en Waddengebied 5.1.5.3
Nee
-
Landsverdediging
5.1.7.2
Nee
Communicatie burgerluchtvaart
5.1.7.5
Nee
-
Landelijke fiets- en wandelroutes
5.2
Nee
-
Lokale spoorwegen binnen vervoerregio's
5.2
Nee
-
In hoofdstuk 4 van deze motivering zijn de thema's, voor zover relevant voor deze BOPA, nader uitgewerkt. 3.1.3
De Bruidsschat
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn veel rijksregels vervallen die eerder in onder meer het Activiteitenbesluit, Besluit omgevingsrecht (Bor), Bouwbesluit en Woningwet waren opgenomen. Als deze vervallen regels toch nodig zijn om de evenwichtige toedeling van functies aan locaties ('etfal') te borgen, moeten gemeenten deze opnemen in het omgevingsplan. Totdat gemeenten hierover een besluit hebben genomen, zijn deze regels opgenomen in de Bruidsschat en staan in Hoofdstuk 1 (begripsbepalingen) en hoofdstuk 22 (inhoudelijke regels) van het tijdelijk omgevingsplan. De regels blijven van kracht tot het moment dat de gemeente deze regels met een besluit tot wijzigen van het omgevingsplan wijzigt of laat vervallen. De voorliggende BOPA brengt geen wijzigingen aan in de regels uit de bruidsschat; die regels blijven dus gelden. 3.1.4
Conclusie
Het planvoornemen is niet in strijd met de Rijksinstructieregels. Dit is aangetoond in de volgende paragrafen en hoofdstukken.
3.2
Provinciaal beleid en provinciale regels
3.2.1
Omgevingsvisie Fryslân: De Romte Diele
De Omgevingsvisie is één van de instrumenten van de nieuwe Omgevingswet. In de Omgevingsvisie Fryslân, die op 21 oktober 2020 door Provinciale Staten is vastgesteld, staat waar de provincie met de leefomgeving van Fryslân naar toe wil: de ambitie en doelen voor de toekomst. Het is een integrale visie voor de lange termijn op een tamelijk hoog abstractieniveau. De visie geeft de richting aan waar de provincie met allerlei partijen naar toe wil werken. Dit gebeurt in programma's, concrete projecten en initiatieven, en zo nodig ook in regels. De provinciale omgevingsvisie heeft het strategisch beleid van de provincie in het streekplan, milieubeleidsplan, waterhuishoudingsplan en het verkeer- en vervoerplan vervangen. In de visie is aangegeven wat de provincie doet om de huidige basiskwaliteiten van de Friese leefomgeving op orde te
16
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
houden. Daarnaast zet de provincie extra in op vier urgente, integrale opgaven, te weten: Fryslân vitaal, leefbaar en bereikbaar houden; Energietransitie met kracht voortzetten; Fryslân klimaatadaptatief inrichten; Versterken biodiversiteit. Het planvoornemen sluit aan op de eerste opgave. Het planvoornemen zorgt voor de versterking van een bestaande toeristisch-recreatieve voorziening. Het bunkermuseum wordt aangevuld met een waardevolle toevoeging in de vorm van een radarinstallatie en een ondergronds gangpad. De aansluiting op het recent heringerichte bezoekerscentrum versterkt de belevingswaarde van het gebied en stimuleert recreatief en educatief bezoek. Dit draagt bij aan een vitaler Fryslân.
3.2.2
Structuurvisie Grutsk op 'e romte (2014)
Provinciale Staten hebben op 26 maart 2014 het document 'Grutsk op 'e Romte' als thematische structuurvisie over landschap en cultuurhistorie vastgesteld. In deze thematische structuurvisie zijn landschappelijke en cultuurhistorische structuren van provinciaal belang in samenhang geanalyseerd en gewaardeerd. Het doel hiervan is behoud en verdere ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit door middel van informeren, inspireren en adviseren. 'Grutsk op 'e romte' geldt als een procesvereiste dat bij het opstellen van een ruimtelijk plan een analyse dient te worden gemaakt van de aanwezige waarden in het plangebied. Op deze wijze verwacht Provinsje Fryslân de doorwerking van provinciale belangen in ruimtelijke plannen van gemeenten, rijk en provincie te borgen. Relatie met het planvoornemen Het projectgebied bevindt zich op Terschelling en betreft de uitbreiding van het bestaande bunkermuseum via een ondergrondse gang en een ondergrondse radarinstallatie. Met de realisatie van deze faciliteiten is beoogd het voorzieningenniveau van het bestaande museum op te waarderen, om zo het bunkermuseum nog interessanter te maken. Het bunkermuseum vormt een essentieel onderdeel van het lokale erfgoed dat herinnert aan de Tweede Wereldoorlog.
Door de radarinstallatie en gang ondergronds te realiseren, wordt de zichtbaarheid van moderne toevoegingen beperkt, waardoor het authentieke karakter van het terrein behouden blijft. Daarmee draagt het initiatief bij aan het levendig maken van cultuurhistorie. Door het plan volledig ondergronds uit te voeren, wordt het bovengrondse landschap niet aangetast. Er is geen sprake van visuele verstoring van het open waddengebied of de duinstructuren.
3.2.3
Omgevingsverordening Fryslân
Met een omgevingsverordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Op grond van de provinciale begrenzing ligt het plangebied buiten het stedelijk gebied. Omgevingskwaliteiten Op basis van artikel 2.1 Omgevingskwaliteiten als basis moeten een aantal zaken afgewogen worden: 1. 2.
3.
aangegeven moet worden op welke wijze het plan rekening houdt met archeologische waarden en verwachtingswaarden; In een omgevingsplan dat een regeling bevat voor gronden buiten het bestaand stedelijk gebied bevat wordt gemotiveerd op welke wijze het plan rekening houdt met de landschappelijke- en cultuurhistorische kernkwaliteiten, zoals omschreven in Grutsk op ‘e Romte; Een omgevingsplan dat voorziet in nieuwe functies of uitbreiding van bestaande functies buiten het bestaand stedelijk gebied bevat voor die functies een onderbouwing van de wijze waarop het plan de
17
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
omgevingskwaliteiten benut als ontwerpbasis. Motivering ad 1 In paragraaf 4.8 is aangegeven op welke manier het plan rekening houdt met de archeologische waarden. Hierbij is gebruik gemaakt van de FAMKE. Het project voldoet aan ad 1 van artikel 2.1. Motivering ad 2 In paragraaf 3.2.2 is onderbouwd dat het planvoornemen binnen de bestaande landschappelijke en cultuurhistorische waarden past, zoals gedefinieerd in Grutsk op 'e Romte. Bestaande kwaliteiten worden niet aangetast als gevolg van het planvoornemen. De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan ad 2 van artikel 2.1. Motivering ad 3 Bij de voorgenomen opwaardering van het Bunkermuseum wordt een nieuwe ondergrondse radarinstallatie gerealiseerd met een ondergronds gangpad. Dit gangpad verbindt het bestaande bezoekerscentrum met de opstelling. Daarnaast wordt de ruimte waarin de radarinstallatie wordt geplaatst, verbonden met een bestaande bunker op het terrein. Bestaande recreatieve (bezoekerscentrum) en cultuurhistorische (bunker) elementen worden hierdoor met elkaar verbonden. Bestaande omgevingskwaliteiten worden dan ook als ontwerpbasis gebruikt. Op basis van artikel 2.5 lid 1 bevat een omgevingsplan dat voorziet in nieuwe functies of uitbreiding van bestaande functies, een onderbouwing van de wijze waarop effecten op de gezondheid en veiligheid zijn meegewogen in het plan.
In paragraaf 4.10 is ingegaan op duurzaamheid en gezondheid in relatie tot dit plan. Hiermee voldoet het project aan artikel 2.5 lid 1. Zuinig en meervoudig ruimtegebruik Op grond van artikel 2.3 van de omgevingsverordening moet een ontwikkeling die voorziet in nieuwe functies of uitbreiding van bestaande functies buiten het bestaand stedelijk gebied, voldoen aan het principe van zuinig- en meervoudig ruimtegebruik. Bij dit plan is sprake van een bestaand museumterrein waar een aanpassing plaatsvindt. Feitelijk is er ruimtelijk gezien geen sprake van een uitbreiding van de functie. Er wordt geen extra beslag op de ruimte gedaan. Er is sprake van zuinig ruimtegebruik. Stiltegebieden Terschelling is door de provincie aangewezen als stiltegebied. In stiltegebieden is het verboden zonder omgevingsvergunning van gedeputeerde staten zonder noodzaak geluid voort te brengen, te doen of te laten voortbrengen, in die mate dat de heersende natuurlijke rust in het gebied wordt verstoord (artikel 4.38). Het onderhavige project heeft geen toename op het vlak van geluid als gevolg. Er wordt slechts een ondergrondse radarinstallatie gerealiseerd met een ondergronds gangpad. Dit zorgt niet voor een toename van geluidsuitstraling. Het planvoornemen veroorzaakt geen negatieve effecten op stiltegebieden.
Natuurnetwerk Nederland Het projectgebied bevindt zich binnen de grenzen van het Natuurnetwerk Nederland. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een landelijk netwerk van bestaande en nieuwe natuurgebieden dat als doel heeft om de biodiversiteit in Nederland te behouden en te versterken. In gebieden die onderdeel uitmaken van het NNN moet er voor worden gezorgd dat de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN behouden blijven. Een ontwikkeling in het NNN mag dus geen nadelige gevolgen hebben voor de wezenlijke kenmerken of waarden van het NNN (artikel 2.39). Bij het bunkermuseum is sprake van een bestaand ingericht terrein waar zich diverse bunkers bevinden. Deze bunkers zijn tevens ondergronds met elkaar verbonden. Het planvoornemen draagt daaraan bij door op het terrein ondergronds een radarinstallatie met een nieuwe ondergrondse gang te realiseren. Er zijn geen specifieke natuurwaarden in het projectgebied aanwezig. Het plan zorgt dan ook niet voor de aantasting van wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN.
18
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
Waddeneilanden Bij een ontwikkeling waarin een nieuwe of uitbreiding van een recreatieve voorziening op een Waddeneiland is opgenomen, wordt onderbouwd op welke wijze is gezorgd voor stabilisatie van de recreatiedruk op het Waddeneiland (artikel 2.17). Het voornemen heeft betrekking op de versterking van een bestaande dagrecreatieve voorziening. De ontwikkeling zorgt voor een toevoeging van het museum in de vorm van een ondergrondse radarinstallatie en gangpad. Conclusie De instructieregels uit de Omgevingsverordening Fryslân zorgen niet voor beperkingen ten aanzien van het planvoornemen.
3.2.4
Conclusie
Het provinciale beleid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van deze BOPA.
3.3
Beleid waterschap
Ten aanzien van waterschapsbeleid is de waterschapsverordening relevant. In de Waterschapsverordening heeft Wetterskip Fryslân regels over de fysieke leefomgeving opgenomen. In paragraaf 4.2 Waterbelangen wordt nader ingegaan op deze regels en waterbelangen in het kader van de watertoets.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Toekomstvisie Terschelling 2025
De gemeente heeft haar toekomstvisie vastgelegd in de Toekomstvisie Terschelling 2025. Een sterke vitale samenleving, daar zet de gemeente op in. De bevolking kan op aangename wijze op het eiland wonen, werken, leren en recreëren. Gasten kunnen van het eiland genieten en worden gastvrij ontvangen. De visie is gebouwd op drie belangrijke pijlers: een krachtige samenleving, een duurzame economie en een waardevolle omgeving. In samenhang vormen ze een stevig fundament richting de toekomst. In de toekomstvisie wordt aangegeven dat de Terschellinger kernwaarde 'authenticiteit' vraagt om ontwikkelingen op Terschelling die passen bij de schaal van de omgeving. Vernieuwing en kwaliteitsverbetering leggen mogelijk een grotere claim op de beschikbare ruimte. Dit is een wankel evenwicht waar de juiste balans in gevonden moet worden. Daarnaast zijn de behoeften van de consument uitgangspunt: of het nu gaat om avontuurlijk vermaak waarin het beleven centraal staat of om authenticiteit en cultuurhistorie. Het aanbod moet daar op aansluiten. Een beheersbare, selectieve groei van de toeristisch-recreatieve sector moet afgestemd zijn op het sociale draagvlak en de fysieke draagkracht van het eiland. Groei wordt onder andere mogelijk door nieuwe doelgroepen aan Terschelling te binden.
Samenwerking met andere Waddeneilanden, ontwikkeling van zorgtoerisme of het organiseren van buitenzomerse activiteiten en evenementen kunnen er voor zorgen dat gasten gedurende een langere periode in het jaar naar Terschelling komen. Relatie met het planvoornemen Met het bunkermuseum is sprake van een bestaande dagrecreatieve, museale voorziening die belangrijk is voor het eiland. Het planvoornemen zorgt voor versterking van deze voorziening door de toevoeging van nieuwe, versterkende elementen. Dit is in lijn met de toekomstvisie voor Terschelling.
19
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
3.4.2
Welstandsnota Terschelling 2008
Het gemeentelijk welstandsbeleid is vastgelegd in de Welstandsnota Terschelling 2008. Met de welstandsnota wil het gemeentebestuur het welstandstoezicht voor iedereen inzichtelijker en begrijpelijker maker. Met behulp van de nota kunnen particulieren, opdrachtgevers en architecten zich in een vroeg stadium op de hoogte stellen van de eisen die aan een bouwwerk worden gesteld. In de welstandsnota zijn welstandscriteria opgenomen die grotendeels gericht zijn op het behoud van de basiskwaliteiten van de gebouwde omgeving. Dit betekent echter niet dat nieuwe, bijzondere afwijkende bouwplannen op Terschelling niet meer welkom zijn. Daar waar mogelijk en gewenst, biedt de welstandsnota een sturend en stimulerend kader. Voor het welstandsbeleid geldt als uitgangspunt dat het enerzijds past binnen het huidige ruimtelijk kwaliteitsbeleid van de gemeente, dat is verwoord in bestemmingsplannen, structuurplannen en beeldkwaliteitsplannen, en anderzijds aansluiting zoekt bij beleidsnotities ten aanzien van natuur en landschap, openbare ruimte en cultuurhistorie. Het projectgebied valt binnen 'Deelgebied 1: Natuurgebieden en strandovergangen'. De welstandsnota stelt dat de verspreide bebouwing voor het eiland en het bos- en duingebied een specifiek gegeven is. Als zodanig is de uiterlijke verschijningsvorm van de verschillende gebouwen van waarde.
De beleidsintentie is dat het uiterlijk van de bestaande gebouwen dient te worden gerespecteerd. Het beleid is gericht op het in stand houden van de verschillende soorten gebouwen, in harmonie met de omgeving. Incidentele verbouwing en verandering en beperkte vervanging van gebouwen is mogelijk en daarvoor gelden enkele welstandscriteria ten aanzien van ruimte en plaatsing, hoofdvorm en aanzichten en opmaak. Voor het terrein van het bunkermuseum met de aanwezige oorlogsbebouwing geldt uiteraard dat sprake is van een bijzondere situatie en dat bouwplannen ook in dat licht moeten worden beschouwd. Toetsing aan redelijke eisen van welstand vindt plaats op basis van het in te dienen bouwplan.
Hoofdstuk 4
Gevolgen voor de fysieke leefomgeving
4.1
Omgevingsveiligheid
4.1.1
Toetsingskader
Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 Bkl. In deze paragraaf wordt ook gesproken over plaatsgebonden risico en groepsrisico. Hierin worden de grens- en standaardwaarden en aandachtsgebieden rond (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties besproken. Plaatsgebonden risico Grenswaarden voor kwetsbare of zeer kwetsbare gebouwen en locaties worden bij het ruimtelijk besluit in acht genomen. Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Groepsrisico Bij het groepsrisico is sprake van 'aandachtsgebieden'. Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht.
20
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
4.1.2
Onderzoek
In het kader van de toetsing is zijn de kaarten van het Portaal Atlas Veiligheid (PAV) geraadpleegd. Op deze kaart zijn diverse risicobronnen en beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare objecten te raadplegen die aandacht verdienen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit het PAV blijkt dat in de ruime omgeving rondom het bunkermuseum geen sprake is van beperkt of zeer kwetsbare objecten. Daarnaast zijn er geen risicobronnen aanwezig in de ruime omgeving van het projectgebied. Het planvoornemen zorgt dus niet voor een verhoging in de zin van externe veiligheid.
4.1.3
Conclusie
Vanuit het oogpunt van omgevingsveiligheid bestaan er geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het project dat met deze motivering voor een BOPA voorligt.
4.2
Waterbelangen
4.2.1
Toetsingskader
Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Denk bijvoorbeeld aan (instructie)regels uit de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Daarnaast bevatten de artikelen 5.38 t/m 5.49 Bkl rijksregels met betrekking tot: het voorkomen van belemmeringen voor primaire waterkeringen; het bouwen binnen kustfundamenten buiten stedelijk gebied; het ontplooien van activiteiten in en nabij grote rivieren en het IJsselmeergebied. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming en de weging van het waterbelang worden betrokken. Zodoende is de oorspronkelijke watertoets niet langer voorgeschreven en is de gemeente vrij om hier zelf invulling aan te geven. 4.2.2
Onderzoek
De waterbeheerder in het projectgebied en de directe omgeving daarvan is Wetterskip Fryslân. In het kader van de waterbelangen is op 12 juni 2025 digitaal advies opgevraagd bij het wetterskip in de vorm van het wateradvies. In een eerder stadium is ook al advies opgevraagd bij het wetterskip (21 maart 2022). De plannen zijn echter nu zodanig gewijzigd dat een nieuwe indiening op zijn plaats is. Uit het wateradvies blijkt dat de korte procedure van toepassing is op het planvoornemen. Dit betekent dat de ontwikkeling mogelijk invloed heeft op het water of de wateraspecten in de omgeving. Het wateradvies is als Bijlage 2 bij deze motivering opgenomen. Doordat de korte procedure van toepassing is, kunnen mogelijke gevolgen worden opgevangen met behulp van gestandaardiseerde maatregelen. Echter refereert Wetterskip Fryslân in het standaardadvies nog wel naar de toename van verharding. In de onderstaande alinea wordt hier nader op ingegaan. Toename verharding Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden.
Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten
21
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1.500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compensatienorm: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Friese boezem; Polder 10%, Vrij afstromend, alternatieve maatregelen. Met het planvoornemen is feitelijk geen sprake van een toename van verharding. Er wordt een ondergrondse ruimte gecreëerd waarin een radarinstallatie wordt geplaatst. Het water infiltreert in de bodem en zal via een passend drainagesysteem worden afgevoerd. Watercompensatie is niet nodig. 4.2.3
Conclusie
Het waterbelang vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.3
Luchtkwaliteit en verkeer
4.3.1
Toetsingskader
Een project moet in beginsel worden getoetst aan de rijksomgevingswaarden voor de luchtkwaliteit. Een toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit is niet nodig als een project of activiteit maar weinig bijdraagt aan luchtverontreiniging. In juridische termen heet dat: niet in betekenende mate (NIBM). Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1.
2.
Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze standaardgevallen NIBM vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet dan wel onder een bepaalde omvang blijven (artikel 5.54 Bkl). Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve beschrijving voldoende zijn. Veel mensen bepalen met de NIBM-tool op een eenvoudige en snelle manier of een project in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool. Dit hangt af van de uitkomst van de NIBM-tool.
4.3.2
Onderzoek
Met de realisatie van de ondergrondse ruimte voor de radarinstallatie en het nieuwe gangpad, is beoogd het voorzieningenniveau van het bestaande museum op te waarderen. Dit om zo het bunkermuseum nog interessanter te maken. Het voornemen leidt echter niet tot noemenswaardige aantallen extra verkeersbewegingen. De verwachting is dat uitvoering van het planvoornemen tot ongeveer 1.000 extra bezoekers per jaar leidt. Op basis van de huidige situatie wordt verwacht dat daarvan 5% met een autovoertuig komt, aangezien het overgrote deel van de bezoekers (toeristen en recreanten) in deze eilandsituatie per fiets of lopend naar het bezoekerscentrum komen. Voorgaande betekent dat op jaarbasis met 50 extra motorvoertuigbewegingen rekening dient te worden gehouden. Dat is minder dan een toename van één auto per week vanwege het planvoornemen. Het planvoornemen maakt dan ook geen nieuwe grootschalige ruimtelijke ontwikkeling mogelijk die in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. De luchtkwaliteit is vanwege het voorgenomen project dan ook niet in het geding. Het project kan in de tweede vrijstellingscategorie worden ondergebracht. Er is sprake is van een 'NIBM'-project. 4.3.3
Conclusie
Het projectvoornemen draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit zorgt niet voor beperkingen ten aanzien van het planvoornemen.
22
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
4.4
Activiteiten en milieuzonering
4.4.1
Toetsingskader
In paragraaf 5.1 van het Bkl stelt het Rijk instructieregels voor een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Dit en andere milieuregels uit het Bkl hebben als doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder meer door milieuzonering. Onder milieuzonering wordt het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds verstaan. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. 4.4.2
Onderzoek
Voorliggend planvoornemen met betrekking tot realisatie van een nieuw bezoekerscentrum op het terrein van het bunkermuseum leidt niet tot wezenlijke veranderingen die met betrekking tot hinder van activiteiten en milieuzonering onderzocht moeten worden. Bovendien is de projectlocatie afgelegen gesitueerd zodat in de directe omgeving geen sprake is van te beschouwen hinderveroorzakende dan wel hindergevoelige objecten. Ten aanzien van activiteiten en milieuzonering blijft de situatie dan ook ongewijzigd. 4.4.3
Conclusie
Ten aanzien van het aspect activiteiten en milieuzonering is het voornemen niet evident onuitvoerbaar en kan op aanvaardbare wijze worden gerealiseerd.
4.5
Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen
4.5.1
Toetsingskader
Veel functies in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid. Ze maken geluid of ze worden eraan blootgesteld. De regels over geluid gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken. Ook zijn direct werkende regels in de bruidsschat opgenomen. Dit zijn de regels voor het bepalen en beoordelen van geluid door een toegelaten activiteit. 4.5.2
Onderzoek
De met deze BOPA te realiseren ondergrondse voorziening voor een radarinstallatie (inclusief ondergronds gangpad) wordt niet aangemerkt als een geluidgevoelige functie waarvoor akoestisch onderzoek nodig is. Omdat voorliggend planvoornemen daarom niet voorziet in het oprichten van nieuwe geluidgevoelige objecten kan onderzoek naar geluidhinder achterwege blijven. Mogelijke geluidhinder vanwege wegen, spoorwegen en industrieterreinen spelen geen rol voor het planvoornemen. 4.5.3
Conclusie
Het project mag niet evident onuitvoerbaar worden geacht met betrekking tot het aspect geluid door (spoor)wegen en industrieterreinen. Het voornemen kan op aanvaardbare wijze worden gerealiseerd.
23
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
4.6
Bodemkwaliteit
4.6.1
Toetsingskader
Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (artikel 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie artikel 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, artikel IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Aanvullingsbesluit Bodem en de activiteiten zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving: Regels over nazorg van de bodem na saneren op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift (artikel IIIa, paragraaf 2.3.6a.2). Regels over graven in de bodem (paragraaf 3.2.21 en 3.2.22Bal). Regels over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico (paragraaf 2.3.6a.4). Ten aanzien van ontgrondingen geldt dat voor het ontgraven van meer dan 25 m3 op een perceel een informatieplicht ingediend moet worden. Ook voor het toepassen van gronden elders op een perceel moet een melding met bijbehorende onderzoeken worden ingediend.
Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. 4.6.2
Onderzoek
Wat betreft de ontwikkeling van de extra faciliteiten bij het bunkermuseum is sprake van het voortzetten van de huidige functie en het huidige gebruik ter plaatse. In dat kader is er geen noodzaak voor onderzoek naar de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast wordt op het terrein gewerkt met een gesloten grondbalans. Zodoende worden geen gronden uit het projectgebied weggevoerd waarvoor bekend moet zijn om wat voor milieuhygiënische kwaliteit van de grond het gaat. Voor de ontgravingen geldt een meld- en/of informatieplicht, die via het landelijke Omgevingsloket moet worden ingediend dan wel dat informatie wordt aangeleverd. Indien nodig zal, bij toepassing van de ontgraven grond op het perceel, onderzoek worden uitgevoerd. Dit onderzoek vindt voorafgaand aan de uitvoering van het planvoornemen plaats. De uitvoerbaarheid van het planvoornemen wordt op voorhand niet door onvoldoende milieuhygiënische kwaliteit van de bodem belemmerd, aangezien het gebruik van de gronden binnen het projectgebied in de nieuwe situatie in overeenstemming is met het gebruik van de gronden in de bestaande situatie. 4.6.3
Conclusie
De uitvoerbaarheid van het project wordt planologisch gezien niet belemmerd door de kwaliteit van de bodem.
24
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
4.7
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.7.1
Toetsingskader
Op grond van artikel 5.129g van het Bkl wordt, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand, rekening gehouden met de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling. Onder een stedelijke ontwikkeling wordt verstaan de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. Er wordt onderscheid gemaakt tussen ontwikkelingen in en buiten stedelijk gebied, dan wel buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Voor het toetsen aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking dienen de volgende vragen te worden beantwoord: 1. 2. 3. 4. 5.
Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Is er behoefte aan de ontwikkeling? Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?
4.7.2
Onderzoek
Met de realisatie van de ondergrondse ruimte voor de radarinstallatie en het nieuwe gangpad, wordt beoogd het voorzieningenniveau van het bestaande museum op te waarderen. Dit om zo het bunkermuseum nog interessanter te maken. Er is sprake van versterking van een bestaande dagrecreatieve voorziening. Bovendien is er geen sprake van nieuw ruimtebeslag. De nieuwe voorzieningen worden ondergronds gerealiseerd. Vanwege de aard en omvang van het planvoornemen is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling waarop de Ladder van toepassing is. Overige treden van de Ladder hoeven dan ook niet te worden doorlopen. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. 4.7.3
Conclusie
Wat de Ladder voor duurzame verstedelijking betreft is het planvoornemen niet evident onuitvoerbaar. De ontwikkeling kan op aanvaardbare wijze gerealiseerd worden.
4.8
Erfgoed
4.8.1
Toetsingskader
In het Bkl zijn ten aanzien van de bescherming van archeologie een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. De provincie Fryslân heeft het initiatief genomen om, zoveel mogelijk in samenwerking met het rijk en de gemeenten, het bodemarchief zo goed mogelijk in kaart te brengen. Dit gebeurt op de FAMKE: Friese Archeologische Monumentenkaart Extra. De FAMKE biedt informatie over in de provincie bekende of te verwachten archeologische waarden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in twee onderzoeksperiodes: de steentijd-bronstijd en de ijzertijd-middeleeuwen. De Cultuurhistorische Kaart Fryslân (CHK2) geeft informatie over in de provincie bekende cultuurhistorisch waardevolle objecten/elementen. De cultuurhistorische kaart is informatief: de kaart geeft aan welke cultuurhistorische elementen en structuren op provinciale schaal van betekenis zijn.
25
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
4.8.2
Onderzoek
Archeologie De Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) van de Provinsje Fryslân biedt voor de gehele provincie per locatie informatie over de bekende als wel de te verwachten archeologische waarden. Daarbij worden twee verschillende onderzoeksperioden onderscheiden, te weten steentijd-bronstijd en ijzertijd-middeleeuwen. Voor beide onderzoeksperioden geldt het provinciaal advies 'geen onderzoek noodzakelijk'. Dit advies is afgegeven voor die gebieden: waarvan op basis van eerder onderzoek reeds is gebleken dat voor die onderzoeksperioden er zich geen archeologische resten in de bodem bevinden, of; wanneer de archeologische verwachting op gefundeerde gronden voor die onderzoeksperioden zodanig laag is dat de kans op aantasting bij de meeste ingrepen zeer klein is (en meer specifiek voor de steentijd: eventuele resten vermoedelijk dan zodanig diep onder het maaiveld liggen dat de kans op aantasting bij de meeste ingrepen nihil is). Gelet op voorgaande is het dan ook niet noodzakelijk dat archeologisch onderzoek voor het planvoornemen wordt uitgevoerd. De archeologische meldingsplicht blijft te allen tijde wel van kracht. Dit betekent dat wanneer bij graafwerkzaamheden vondsten worden aangetroffen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het archeologie betreft, dit gemeld moet worden bij het bevoegd gezag, zijnde de gemeente Terschelling.
Cultuurhistorie De CHK2 toont dat op de projectlocatie sprake is van cultuurhistorie betreffende karakteristieke bouwwerken (zijnde niet-woningen). Het gaat hierbij logischerwijs om de Tiger-stelling uit de Tweede Wereldoorlog. De bunker (genaamd Het Land) is als object van cultuurhistorisch belang aangemerkt. Met voorliggend planvoornemen van Stichting Bunkerbehoud Terschelling staat behoud van het Tiger-complex voorop met als doel informatie (educatie) aan bezoekers te bieden over de lokale oorlogsgeschiedenis en in groter verband. De voorgenomen ontwikkeling zorgt voor nieuwe faciliteiten die helpen om dit beter te kunnen doen. In dat licht bezien mag worden geconcludeerd dat het cultuurhistorisch belang met voorliggend planvoornemen wordt gediend.
26
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
Figuur 5. Informatie Cultuurhistorische Kaart Fryslân (bron: Provinsje Fryslân)
4.8.3
Conclusie
Ten aanzien van archeologie geldt geen archeologische onderzoeksverplichting. Het planvoornemen van deze motivering voor een BOPA heeft verder een cultuurhistorische grondslag. Het planvoornemen mag wat betreft erfgoed niet evident onuitvoerbaar worden geacht en kan op aanvaardbare wijze worden gerealiseerd.
4.9
Natuur
4.9.1
Toetsingskader
Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de huidige Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). 4.9.2
Onderzoek
Natuurtoetsing (inclusief voortoets) Planvorming met betrekking tot de uitbreiding van het bunkermuseum loopt al enkele jaren. In het verleden zijn hierom dan ook al diverse natuurtoetsen uitgevoerd (op basis van de voorheen geldende Wet natuurbescherming, Wnb). Aangezien ecologische onderzoeken maar een beperkte houdbaarheid hebben, heeft onlangs weer een nieuwe update plaatsgevonden, mede in het licht van de komst van de Omgevingswet per 1 januari 2024 en de daarbij inwerking getreden Omgevingsverordening Fryslân. Ter achtergrondinformatie zijn de eerdere onderzoeken wel als Bijlage 4 en Bijlage 5 bij deze motivering
27
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
opgenomen, omdat er ook naar verwezen wordt in de meest recente natuurtoetsing. De eerdere stukken betreffen een verouderde beknopte natuurtoets die als oplegnotitie is uitgewerkt in aanvulling op het eerder voor een groter gebied uitgevoerd natuurwaardenonderzoek voor Dellewal e.o. in 2018 (en ook een daaropvolgende eerdere oplegnotitie in 2021) waarin ook het bunkermuseum was betrokken. Omdat uit het stikstofdepositie-onderzoek als opgenomen in Bijlage 5 is gebleken dat sprake is van een beperkte overschrijding op nabijgelegen stikstofgevoelig Natura 2000-gebied vanwege het planvoornemen is ook een voortoets opgesteld, die in de geactualiseerde natuurtoets van 2025 is verwerkt. De gehele ecologische onderzoeksrapportage is opgenomen in Bijlage 3 en geldt als de uiteindelijke motivering met betrekking tot het ecologisch onderzoeksaspect van voorliggend planvoornemen. In navolgende is hiervan een samenvatting gegeven. SOORTENBESCHERMING Resultaten natuurtoets (soortenbescherming) Uit de toetsing komt naar voren dat negatieve effecten op beschermde soorten uitgesloten kunnen worden. Nader onderzoek is niet nodig.
Figuur 6. Overzicht vervolgstappen m.b.t. ecologie Voor de overige soorten is geen omgevingsvergunning nodig, mits de werkzaamheden buiten het broedseizoen van vogels worden uitgevoerd. Negatieve effecten op deze vogels worden bij voorkeur voorkomen door buiten het broedseizoen te werken, dus buiten de periode (half februari) half maart tot half juli (eind september). Het is ook mogelijk voor het broedseizoen te starten met de werkzaamheden en continu door te werken. Dan is het waarschijnlijk dat vogels niet in het projectgebied gaan broeden vanwege de continue verstoring. Zorgplichtmaatregelen Voor andere beschermde soorten of rode lijstsoorten is geen omgevingsvergunning nodig, mits bij uitvoering van de werkzaamheden de zorgplichten van de Omgevingswet in acht wordt genomen. Dit kan door ten minste één week voorafgaand aan grondwerkzaamheden het gazonnetje kort te maaien en bij de werkzaamheden één richting op te werken. Op die manier hebben amfibieën en grondgebonden zoogdiersoorten voldoende tijd zich te verplaatsen naar een locatie buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. GEBIEDSBESCHERMING Voortoets Natura 2000 Op circa 190 meter van het projectgebied ligt het Natura 2000-gebied ‘Duinen Terschelling’.
Op basis van de artikelen 16.53c Ow, 8.74b Bkl en 10.24 Bkl geldt dat er een Passende Beoordeling moet worden gemaakt wanneer een plan of project (afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten), significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Door een voortoets uit te voeren, wordt de vraag beantwoord of er een kans bestaat dat de activiteit
28
BOPA Bunker Museum aan het Tigerpad 5 te West-Terschelling
significante negatieve gevolgen met zich meebrengt. Wanneer deze gevolgen in een voortoets met zekerheid kunnen worden uitgesloten, is geen passende beoordeling vereist en geen vergunning. Het onderscheid tussen de passende beoordeling en de voortoets is niet wettelijk vastgelegd. Bij een Passende Beoordeling staat reeds vast dat er significant negatieve effecten zullen optreden op het betreffende Natura 2000-gebied, die moeten worden gemitigeerd. De Passende Beoordeling waarin de mitigerende maatregelen worden opgenomen dient dan tegelijk als document waarmee vergunning aangevraagd wordt. In een Voortoets wordt verkend óf er een kans is op significant negatieve effecten (van stikstof) op de instandhoudingsdoelen waarvoor het gebied is aangewezen. De provincie Friesland is in voorliggende situatie in het kader van de Omgevingswet het bevoegd gezag. Op voorhand uit te sluiten effecten De conclusie uit het onderzoek in 2018 is dat het project, al dan niet in cumulatie met andere projecten of projecten, niet leidt tot (significant) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden (Zumkehr, 2018).