CConstaterende datTerschelling
Koppel je AI →
Document · PDF

12.k. Rapport evaluatie kampeerbeleid

Raadsvergadering 26 november 2025, gemeente TerschellingBij agendapunt: (B) Ontwerp beleidskader Kamperen10.670 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Knelpuntenanalyse Kamperen Terschelling Evaluatie kampeerbeleid

Versie: definitief na college en redactionele aanpassingen projectgroep

2

1. Inleiding Aanleiding De voornaamste reden voor deze evaluatie is dat er binnen de gemeente en vanuit de kampeersector steeds meer signalen kwamen dat het kampeerbeleid en de regelgeving niet meer aansluiten op de praktijk. En bij de invoering van het kamperen bij de boer op Terschelling en bij het verruimen van de uitbreidingsregeling voor campings (11 ha) is toegezegd dat deze onderdelen na een aantal jaren zouden worden geëvalueerd. Daarom is begin 2018 besloten een evaluatie/knelpuntenanalyse uit te voeren. Deze notitie is hier het resultaat van. Deze nota geeft de uitkomsten van de evaluatie weer en bevat naar aanleiding hiervan opgestelde conclusies en aanbevelingen. We willen met deze evaluatie zicht krijgen op hoe het kampeerbeleid van de gemeente Terschelling in de praktijk uitpakt. In dit stadium worden nog geen oplossingen gezocht. Dit geschiedt in een volgende fase waarbij deze evaluatie als bouwsteen dient. Aanpak Voor de evaluatie is een projectgroep samengesteld met vertegenwoordigers van de gemeente, de Terschellinger campinghouders vereniging (TCV), Staatsbosbeheer (SBB) en het Kamperen bij de boer (KbdB). Een door de TCV en het KbdB ingestelde klankbordgroep levert de input voor de projectgroep. Daarnaast is de door de TCV opgestelde toekomstvisie “Toerisme als levensader” als input gebruikt. In de evaluatie hebben de volgende zaken aandacht gekregen: 1.

Inventarisatie van waar de regels in de praktijk knellen en/of zijn achterhaald. 2. De gemeentelijke doelen inzichtelijk maken en checken of de doelen die de gemeente nastreeft met de regels zijn gehaald dan wel of de regels nog relevant zijn? Naast de hiervoor genoemde punten is ook gekeken naar:  De ontwikkelingen in de markt & de vraag. Wat zijn de trends en ontwikkelingen op het gebied van het kamperen en het KbdB? Hebben de aanbieders de afgelopen jaren binnen de beleidsregels voldoende kunnen inspelen op de vraag? Waar liggen kansen en waar worden knelpunten voorzien?  De gast. Het bureau voor Ruimte & Vrije Tijd heeft vanuit het gemeentelijke gastenonderzoek ingezoomd op de campinggast. Hiermee is inzicht verkregen in het profiel van de gast (kenmerken) en de waardering van het product. De resultaten van het onderzoek naar de markt & de vraag en de gast zijn als bijlage aan deze notitie toegevoegd. Leeswijzer Het rapport bevat per beleidsonderdeel een korte omschrijving van het in nota’s en in de bestemmingsplannen geformuleerde beleid en regelgeving. Daarna wordt kort het waarom van dit beleid geschetst. Deze onderdelen zijn kritisch beoordeeld op hoe ze in de praktijk functioneren en de bijdrage die ze leveren aan de gemeentelijke beleidsdoelen. De uitwerking hiervan staat in de hoofdstukken 3 en 4. In hoofdstuk 2 hebben wij de conclusies en aanbevelingen verwoord.

3

2. Conclusies en aanbevelingen Deze evaluatie is een coproductie tussen gemeente, Staatsbosbeheer, de kampeerboeren en de Terschellinger Campinghouders Vereniging. Het net is breed opgehaald en er is vanuit verschillende invalshoeken naar het nu geldende beleid gekeken. Ook hebben de bedrijfsbezoeken en het ondernemersloket informatie opgeleverd. Dit heeft een gedegen inventarisatie van de knelpunten opgeleverd en geeft inzicht in hoeverre het lukt om de doelen achter de beleidsregels te halen. Algehele conclusie is dat er actie nodig is. Diverse regels blijken in de praktijk belemmerend te werken dan wel leveren niet meer de beoogde bijdrage aan het achterliggende doel. Het verdient dan ook aanbeveling om met deze evaluatie als basis de regels aan een heroverweging te onderwerpen. Waarbij aansluiting moet worden gevonden bij de prioritaire thema’s wonen, duurzaamheid en toerisme en recreatie. Innovatie (inspelen op nieuwe trends en ontwikkelingen) komt op Terschelling te weinig van de grond. De doelen die met het beleid nagestreefd worden zijn nog valide/actueel en sluiten aan bij de in TS25 beschreven lijn. TS25 is een afwegingskader voor eventuele later naar aanleiding van deze evaluatie te nemen vervolgstappen.

In TS25 zijn voor het onderdeel duurzame economie de volgende prioriteiten benoemd:  Vernieuwing, innovatie en professionalisering van de sector is noodzakelijk om in te spelen op de behoeftes van onze gasten;  Ondernemers krijgen meer ruimte om te ondernemen en wij willen toe naar seizoenverbreding en -verlenging. Met het geldende kampeerbeleid blijken deze prioriteiten niet of nauwelijks haalbaar. Uit de evaluatie blijkt dat de gehanteerde regels voor het KbdB en kamperen, daar waar sprake is van een vergelijkbare situatie, niet in alle gevallen gelijk zijn. Uit de evaluatie is gebleken dat het niet duidelijk is hoeveel slaapplaatsen er in de kampeersector aanwezig zijn. Voor de gemeente heeft dit geen prioriteit. De systematiek van de beddenboekhouding is losgelaten en er is nog meer dan de helft van de 11 hectare uitbreidingsruimte beschikbaar. Het verdient overigens volgens TCV aanbeveling nader onderzoek te doen naar het daadwerkelijke aantal slaapplaatsen op de kampeerterreinen. Het verdient aanbeveling een deskundige landschapsarchitect te betrekken bij het onderdeel randbeplanting. Tot nu toe werd er algemeen kampeerbeleid voor het gehele eiland geformuleerd. Uit de evaluatie blijkt echter dat locatie en omgeving een wezenlijke rol speelt bij hoe het beleid in de praktijk uitpakt.

Bij toekomstig beleid wordt dan ook aanbevolen de mogelijkheid om maatwerk te leveren te onderzoeken. Aanbevolen wordt om het geven van experimenteer ruimte te overwegen. TCV stelt voor om op reguliere kampeerterreinen ruimte te creëren voor mogelijke experimentele ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld een boomhut. Bekeken moet worden waar dit ruimtelijk passend is. Uiteraard binnen de randvoorwaarden van overige regelgeving zoals het bouwbesluit. Het beleid/de regelgeving richt zich voornamelijk op de maatvoering.

4 Voor de landschappelijke inpassing zou ook kunnen worden gekeken naar de aspecten materiaal- en kleurgebruik. De campingsector heeft op Terschelling de meeste slaapplaatsen en heeft het grootste ruimtebeslag. Deze sector kan echter niet los gezien worden van de overige verblijfsrecreatieve sectoren (hotels, appartementen, huisjes, B&B, etc.). Het verdient dan ook aanbeveling ook het beleid en de ontwikkeling met betrekking tot deze andere sectoren tegen het licht te houden. In dit kader is het interessant dat in oktober 2019 een grootschalig onderzoek naar de vitaliteit en de ontwikkelingsmogelijkheden van de logiesaccommodaties in Fryslân start. Het onderzoek wordt uitgevoerd door ZKA leisure consultants in opdracht van de provincie Fryslân. Ook het Terschellinger aanbod wordt in dit onderzoek doorgelicht. Het verdient aanbeveling de actualisatie van het kampeerbeleid en de regels in het licht te zien van de nieuwe Omgevingswet, die in 2021 in werking treedt. Uitgangspunten van de Omgevingswet zijn:  minder en daardoor overzichtelijkere regels;  meer ruimte voor initiatieven;  lokaal maatwerk;  vertrouwen. De evaluatie maakt inzichtelijk welke regels de ontwikkeling van de kampeersector in de weg staan. Als opmaat naar een omgevingsplan wordt voorgesteld te onderzoeken of het aantal regels kan worden verminderd.

Daarvoor zijn bij deze evaluatie de volgende vragen gesteld:  wat is of was de reden voor het bestaan van de regel?  doet deze reden zich nog voor?  en zo ja. Kan het doel dat de regel wil bereiken ook op een andere wijze worden bereikt die minder belemmerend werkt voor de ontwikkeling van de kampeersector? De uitgangspunten kunnen niet los worden gezien van de maatschappelijke doelen die met de Omgevingswet worden beoogd en ook ten grondslag liggen aan de actualisatie van het kampeerbeleid. De maatschappelijke doelen staan weergegeven in artikel 1.3 van de Omgevingswet. Artikel 1.3 (maatschappelijke doelen) Deze wet is met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu gericht op het in onderlinge samenhang a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en goede omgevingskwaliteit, b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Actualisatie bestemmingsplannen Vanaf 2019 wordt gestart met de actualisatie van bestemmingsplannen als opmaat naar een nieuw omgevingsplan dat wordt opgesteld als de Omgevingswet in werking is getreden (zie begroting 2019). De evaluatie van het kampeerbeleid kan als bouwsteen worden gebruikt voor de te actualiseren bestemmingsplannen.

Gezien de uitgangspunten van de Omgevingswet verdient het aanbeveling om te onderzoeken of alle regels, die noodzakelijk zijn om uitvoering te geven aan het kampeerbeleid, kunnen worden samengebracht in de bestemmingsplannen en of de kampeerverordening, het kampeerbeleid en daaraan gekoppelde kampeervergunningen kunnen komen te vervallen.

5

3. Gemeentelijke doelen kampeerbeleid en kamperen bij de boer Doelen kamperen In het kampeerbeleid zijn de doelen niet specifiek benoemd, maar deze zijn uit de tekst (regels en motivatie) wel te herleiden. Hieruit blijkt dat gemeente Terschelling met haar kampeerbeleid in grote lijnen het volgende nastreeft: 1. Bewaken van de openbare orde en veiligheid / leefbaarheid c.q. overlast beperken. Er voor zorgdragen dat de negatieve gevolgen voor de lokale gemeenschap zo klein mogelijk zijn. 2. Het behoud van het Terschellinger karakteristieke landschap. 3. Een bijdrage leveren aan een duurzame economie door middel van een toekomstbestendige kampeersector, gekoppeld aan een verantwoorde en beheersbare groei. Dit komt overeen met de in TS25 gekozen people, planet en profit benadering en het Credo van de Omgevingswet: “Ruimte voor ontwikkeling, Waarborgen voor kwaliteit”. Doelen kamperen bij de boer Aanleiding voor het mogelijk maken van kamperen bij de boer was de wens om verbreding van de agrarische bedrijfsvoering als ondersteuning voor de hoofdtak. Dit omdat de aanwezigheid van agrarische bedrijvigheid en het behoud ervan van essentieel belang is voor het behoud van de landschappelijke en natuurlijke waarden van de polder. Waar mogelijk moet worden getracht de bedrijfseconomische toekomst van de agrarische sector veilig te stellen.

Randvoorwaarde hierbij is dat de natuur en het landschap niet onevenredig worden aangetast en oneerlijke concurrentie voor de kampeersector tot een minimum wordt beperkt.

6

4. Evaluatie beleid en regelgeving kamperen ten opzichte van de gemeentelijke doelen Het beleid en de regelgeving ten behoeve van het kamperen en het kamperen bij de boer is opgenomen in de beleidsregels kamperen en in de bestemmingplannen. De laatst vastgestelde en geldende beleidsregels dateren uit 2010. De evaluatie per beleidsonderdeel heeft het volgende resultaat opgeleverd: a. Onderdeel: definities Huidig beleid: Zowel in het kampeerbeleid als in het bestemmingsplan zijn ter verduidelijking van gebruikte begrippen definities opgenomen. Waarom? Definities verschaffen duidelijkheid voor alle partijen. Evaluatie: Het is nuttig definities op te nemen. Ze verduidelijken de speelregels. Ze moeten echter zodanig worden geformuleerd dat ze maar op 1 manier kunnen worden geïnterpreteerd. Zowel bij het reguliere kamperen als bij het KbdB blijkt dat er discussie ontstaat over definities. Ze blijken voor meerdere uitleg vatbaar. Bijvoorbeeld de definitie van een kampeermiddel. De nu gehanteerde definitie van een toeristische standplaats (in de praktijk een plaats voor passanten die hier met een eigen mobiel kampeermiddel een korte periode verblijven) sluit niet meer aan bij de praktijk. Dit geldt vooral voor de beperkte aaneengesloten periode waarin een kampeermiddel mag worden geplaatst. Ook de Raad van State heeft hier een uitspraak1 over gedaan waar actie op nodig is.

De definities blijken nu soms een belemmering voor de bedrijfsvoering omdat ze star zijn en niet aansluiten bij de snelle ontwikkeling van nieuwe kampeervormen. Het verdient aanbeveling de nu gehanteerde definities eens goed tegen het licht te houden c.q. aan de praktijk te toetsen. Ze bij niet goed functioneren aan te passen dan wel af te schaffen. Niet goed omschrijven (voor meerdere uitleg vatbaar zijn) kan negatieve effecten hebben voor de gemeentelijke doelen en de kampeersector.

1

7.4. Voor zover Bakker betoogt dat aan het begrip toeristische standplaats in artikel 1, lid 1.85, van de planregels ten onrechte een termijn van drie maanden voor het ter plaatse hebben van kampeermiddelen is verbonden, overweegt de Afdeling als volgt. De raad heeft in de beleidsnotitie, in de plantoelichting noch in het verweerschrift gemotiveerd waarom voor deze termijn is gekozen. Evenmin heeft de raad zijn stelling gemotiveerd dat er een verschil in ruimtelijke uitstraling bestaat tussen een standplaats met één vast kampeermiddel in de periode 15 maart tot en met 31 oktober en een standplaats welke in de periode tussen 15 maart en 31 oktober wordt bezet met steeds wisselende kampeermiddelen die maximaal drie maanden ter plaatse zijn. Gelet op het vorenstaande is de Afdeling van oordeel dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij ervoor heeft gekozen om in het begrip toeristische standplaats de beperking op te nemen dat kampeermiddelen maximaal drie maanden ter plaatse mogen zijn. Het betoog van Bakker slaagt.

7 b. Onderdeel: 50-50 verdeling Huidig beleid: Er is een bovengrens ingesteld aan de beschikbare ruimte voor jaar- en seizoenstandplaatsen of bouw van zomerhuizen. Maximaal 50% van het totaal vergunde kampeerareaal (peiljaar 2009) is beschikbaar voor het innemen van jaar- en/of seizoenstandplaatsen of bouw van zomerhuizen. Waarom? De bovengrens is ingesteld om:  de mogelijkheden voor het toeristisch kamperen op Terschelling te behouden.  te voorkomen dat de karakteristiek van het Terschellinger landschap door ongebreidelde plaatsing van kampeermiddelen op jaarstandplaatsen en zomerhuizen onaanvaardbaar wordt aangetast. Evaluatie: De landschappelijke impact van een kampeerterrein met jaarstandplaatsen (of zomerhuisjes) is groter dan van een kampeerterrein met toeristische standplaatsen. Deze komen namelijk buiten het kampeerseizoen weer leeg. Juist in de periode waarin er geen blad aan de bomen zit. De TCV vind dat iedere ondernemer gelijke mogelijkheden moet krijgen om te kunnen inspelen op de veranderende marktvraag naar grotere/luxere verblijfsrecreatieve voorzieningen/accommodaties. De ingestelde 50-50 verdeling belemmert de ondernemer in de ontwikkeling van nieuwe plannen. Daarom verwacht de TCV een afschaffing van de 5050 regeling. TCV gaat er van uit dat goed ondernemerschap en de markt in deze op een natuurlijke wijze de invulling van een nieuwe verdeling reguleert.

Ook voor de 50-50 verdeling is de constatering dat de nu gehanteerde definitie van een toeristische standplaats (in de praktijk een plaats voor passanten die hier met een eigen mobiel kampeermiddel een korte periode verblijven) niet meer aansluit bij de praktijk en de uitspraak van de Raad van State (zie onderdeel a) hierover cruciaal. De markt van het traditionele toeristische kamperen staat onder druk. Dit vraagt om een heroverweging van de 50-50 regeling. Via het continue gastenonderzoek blijkt met betrekking tot het kamperen het volgende: onderzoeksjaar

2015-2016 2016-2017 2017-2018

totaal % camping 17,0 14,4 15,0

eigen tent 37,7 35,1 35,8

huurtent

soort kampeermiddel toercaravan

camper

13,4 10.9 13,8

6,2 5,4 4,5

3,8 4,5 4,7

eigen caravan 5,5 6,0 5,0

huurcaravan 30,9 35,2 32,8

Na het eerste onderzoeksjaar daalt het aandeel campinggasten in het totaal. Echter in het onderzoeksjaar 2017-2018 is er weer een voorzichtig herstel te zien. Dit kan ook gevolg zijn van de extreem mooie zomer.

8 De landelijke gegevens gaan verder terug en tonen het volgende beeld:

c. Onderdeel: uitbreidingsmogelijkheden/bovengrens Huidig beleid: In de Toeristische toekomstvisie Terschelling is aangegeven dat de kampeersector met maximaal 11 hectare kan toenemen. In het bestemmingsplan buitengebied is hiertoe een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarmee grond met een agrarische bestemming kan worden gewijzigd in de bestemming “Recreatie – 1 (kampeerterrein)”. Met deze groeiruimte wordt het volgende nagestreefd: 1. Ruimte bieden voor kwaliteit (met name ruimere opzet caravanterreinen). 2. Ruimte bieden voor kwantiteit (in theorie is nog ruimte aanwezig op jaarstandplaatskampeerterreinen die niet hun normaantallen kunnen invullen en gezinskampeerterreinen die de toeristische kampeermiddelen ruim opzetten en zo ook de maximale norm niet halen). 3. Verbetering van de landschappelijke inpassing van kampeerterreinen. Groei is uitsluitend mogelijk aansluitend aan bestaande kampeerterreinen en mag niet onderbroken/doorsneden worden door openbare wegen. De campings mogen in eerste instantie qua oppervlakte met maximaal 50% uitbreiden. 25 Oktober 2016 is het Bestemmingsplan Parapluherziening wijzigingsbevoegdheid Uitbreiding Kampeerterreinen van kracht geworden.

Dit plan geeft de campinghouders de mogelijkheid 15% van de uitbreiding met stacaravans in te vullen onder de restrictie dat het oorspronkelijk aantal stacaravans (maximale toegestane aantal van de niet uitgebreide camping) niet toeneemt. Dit biedt de campinghouders de mogelijkheid grotere eenheden te plaatsen en hetzelfde aantal eenheden en slaapplaatsen te behouden. Waarom? Ruimte bieden om in te kunnen spelen op de trend dat de tegenwoordige gast meer (leef)ruimte wenst. Aangetoond is dat hier invulling aan geven binnen de huidige campingoppervlaktes tot een afname van slaapplaatsen leidt. Via uitbreiding kan het wegvallen van deze slaapplaatsen worden gecompenseerd.

9 Evaluatie: Uitbreiding van campings heeft een impact op het landschap. Daarom is voor uitbreiding de eis van 7 meter randbeplanting ingevoerd. Dit zorgt voor een verbeterde inpassing van zowel de uitbreiding als de bestaande camping. In de praktijk heeft de uitbreiding van kampeerterreinen daarom aan de ene kant een gunstig effect op het landschap. Aan de andere kant wordt open vaak agrarische grond na de uitbreiding ingevuld met kampeermiddelen. TCV plaatst de kanttekening dat uitbreiding alleen mogelijk is als er grond met de wijzigingsbevoegdheid naar kamperen aangrenzend aanwezig is. En dan moet de campinghouder ook nog eens dit perceel in eigendom hebben. In de praktijk betekent dit dat de uitbreidingsmogelijkheden voor de sector beperkt zijn. Het voorgaande maakt dat in veel gevallen de eigendomssituatie bepalend is voor het slagen van een uitbreiding, terwijl dit de locatie zou moeten zijn. De regel dat groei een uitbreiding niet onderbroken/doorsneden mag worden door openbare wegen blijkt via maatwerk in de praktijk oplosbaar door het verleggen van wegen. De parapluherziening uit 2016 biedt de ondernemer op de uitbreiding ruimte om in te kunnen spelen op de veranderende marktvraag zonder overnachtingsplaatsen in te hoeven leveren.

Op 1 januari 2019 zijn de volgende planwijzigingen geconcretiseerd: Wijziging ten behoeve van de sanering van een kampeerterrein elders:  Camping Duinland Wijziging ten behoeve van kwaliteitsverbetering/herinrichting van een kampeerterrein:  Camping de Kooi 1.6280 m².  Camping Mast 2800 m² + 285 m².  Camping Veldzicht 1.1200 m².  Camping Duinland 5744 m².  Camping de Duinkant 3625 m².  Camping Haantjes 2610 m².  Camping Blommelandsje 476 m². Totaal 4.3020 hectare, oftewel van de 11 hectare die in 2007 beschikbaar is gesteld voor de uitbreiding is nog niet de helft ingevuld. Er is niet gebleken dat nu gerealiseerde uitbreiding van campings een negatief effect heeft gehad op de openbare orde en veiligheid c.q. de leefbaarheid. De locatie van de 11 hectare uitbreidingsruimte is nu in de bestemmingplannen opgenomen. TCV pleit er voor om nieuwe zoekgebieden mogelijk te maken. Dit door nieuwe zoekgebieden met wijzigingsbevoegdheid inkleuren en (om de balans op 11 ha te laten staan) het eventueel verwijderen van de wijzigingsbevoegdheid op niet gebruikte zoekgebieden. De agrarische sector is hier geen voorstander van. Bij het eventueel loslaten van de uitbreidingsruimte van maximaal 50% wordt er door de TCV gepleit deze extra uitbreidingsmogelijkheden niet enkel te koppelen aan de bestaande camping, maar aan de bestaande camping inclusief de reeds gerealiseerde uitbreiding.

Oftewel een uitbreiding aansluitend op de al eerder gerealiseerde uitbreiding van de camping.

10 Het op peil houden van het aantal slaapplaatsen in de kampeersector werkt door in de gehele eilander economie. Afname van slaapplaatsen kan op termijn leiden tot minder overnachtingen en bestedingen. Dit ondermijnt de basis van eilander voorzieningen zoals het zwembad en kan dus een negatief effect hebben op de leefbaarheid. In de praktijk blijft het seizoen voor het toeristische kamperen op Terschelling in vergelijking tot toeristische bestemmingen aan de wal kort. Het blijkt moeilijk kampeerders buiten het hoogseizoen te verleiden het eiland te bezoeken. In het hoogseizoen (de bouwvak) daarentegen moet regelmatig nee worden verkocht en zou er als er meer ruimte beschikbaar was aan meer toeristische kampeerders een plaats kunnen worden geboden. Hiervoor zouden zogenaamde overloopterreinen kunnen worden aangewezen. De KbdB bedrijven zien hier ook mogelijkheden. d. Onderdeel: randbeplanting Huidig beleid: Het randbeplantingsbeleid is er op gericht de visuele aantasting van het gedurende de wintermaanden laten staan van kampeermiddelen op jaarstandplaatsen zoveel als mogelijk te beperken.

Om hier invulling aan te geven gelden de volgende regels: Op die Recreatie – 1 terreinen die geheel of gedeeltelijk met jaarstandplaatsen zijn ingevuld dient het gedeelte dat is ingevuld met en/of is aangewezen voor deze jaarstandplaatsen visueel aan het zicht te worden onttrokken door randbeplanting. Dit om een zo optimaal mogelijke landschappelijke inpassing te realiseren. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: 1. Deze randbeplanting dient te bestaan uit minimaal vier rijen goed ontwikkelde beplanting. Voor een goed resultaat moet hier een strook van minimaal 3 meter voor worden gereserveerd. Nabijgelegen aangrenzende beplanting, gelegen buiten het kampeerterrein, mag worden meegeteld. 2. Deze randbeplanting dient van voldoende omvang en passend assortiment te zijn, zodat het enerzijds een camouflerende functie ten aanzien van de niet-natuurlijke elementen en het anderzijds een opbouwende functie ten aanzien van het landschap zelf heeft. 3. Deze randbeplanting mag in de binnenste rij van de minimaal vereiste vier rijen uit groenblijvers bestaan. 4. Deze randbeplanting wordt wat betreft de omvang en het assortiment beoordeeld door een vaste toetsingscommissie randbeplanting kampeerterreinen. Deze commissie bestaat uit een medewerker van Staatsbosbeheer Terschelling en een medewerker van de gemeentelijke sector Grondgebied.

Voor deze opzet is gekozen om een deskundige en onafhankelijke beoordeling te waarborgen. Deze commissie vervult naast haar beoordelingstaak een adviserende functie richting de campinghouder. 5. Deze randbeplanting dient door iedere campinghouder regelmatig te worden onderhouden. De toetsingscommissie adviseert hier over. Waarom? de visuele aantasting van het landschap door caravans op jaarstandplaatsen te beperken. Evaluatie: De praktijk is dat op veel kampeerterreinen de randbeplanting is aangebracht op een strook kleiner dan de hiervoor minimaal vereiste 3 meter. Voor deze kampeerterreinen geldt een overgangsregeling omdat veel kampeerterreinen al ingericht waren voor de inwerkingtreding van de randbeplantingsvoorschriften. De geplaatste caravans waren reeds op de nutsvoorzieningen aangesloten (gas, water, elektra, riool, kabeltelevisie). Bij toekomstige herinrichting van het kampeerterrein dan wel het plaatsen van nieuwe caravans moeten ook

11 de nutsvoorzieningen opnieuw worden aangesloten. Dan is de mogelijkheid aanwezig de geëiste strook van minimaal 3 meter te realiseren. Dit blijkt in de praktijk zelden tot nooit te gebeuren. De randbeplantingseisen lijken een doel op zich geworden. Het verdient aanbeveling ook andere manieren om kampeermiddelen uit het zicht te onttrekken te onderzoeken. Zoals onder onderdeel c aangegeven levert de randbeplantingseis van 7 meter bij uitbreiding een positieve bijdrage aan de landschappelijke inpassing van het oorspronkelijke kampeerterreinen. TCV concludeert dat de 7 meter randbeplanting niet het resultaat heeft opgeleverd wat voor ogen stond. Met name in de periode waarin het blad van de boom is. Randbeplanting heeft namelijk als doel om de (caravan-) terreinen met recreatie eenheden uit het zicht te krijgen. Eind 2008/begin 2009 zijn alle kampeerterreinen waar randbeplantingsvoorschriften gelden bezocht door de toetsingscommissie. De commissie heeft toen geconstateerd dat bij nagenoeg alle kampeerterreinen de randbeplantingen niet aan de minimale eisen voldoet. Er heeft geen onderzoek naar de situatie anno 2019 plaatsgevonden. De veiligheidsregio heeft met betrekking tot de randbeplanting aangeven zich zorgen te maken over de aanwezige coniferenhagen. Dit vanuit het oogpunt van brandveiligheid. Dit is onwenselijk voor gast, bewoner en ondernemer.

Voor een aantal campings heeft de veiligheidsregio een repressief advies met betrekking tot de beplanting opgesteld. De voorwaarde dat nabijgelegen aangrenzende beplanting, gelegen buiten het kampeerterrein, mag worden meegeteld kan voor een campinghouder gunstig uitpakken. Het brengt de campinghouder alleen wel in een lastig parket als de eigenaar van deze beplanting besluit de beplanting te verwijderen. De ruimtevraag om randbeplanting te plaatsen zorgt ervoor dat een aantal ondernemers niet hun plannen voor kwaliteitsverbetering doorzet d.m.v. bijvoorbeeld de aankoop van grond met wijzigingsbevoegdheid. TCV vindt dan ook dat 4 bomenrijen of een effectievere randbeplanting zoals bijvoorbeeld een hekwerk met groenblijver welke een redelijke aan het zicht onttrekkende oplossing, met een natuurlijke jaarrond uitstraling, een betere oplossing is met meer resultaat. Als voorbeeld kan een schutting/rooster voorzien van windgaasdoek of takkenwal met een Hedera genoemd worden. Dit neemt minder ruimte in en is veel effectiever en brandveiliger t.o.v. de huidige invulling. De huidige randbeplantingseisen voor kampeerbedrijven zijn achterhaald. Dit in tegenstelling tot de uitgangspunten voor een goede landschappelijke inpassing die gelden voor het Kamperen bij de Boer.

In de handreiking erfinrichting (opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied Polder) worden voor het kleinschalig kamperen (= kamperen bij de boer), afhankelijk van de ligging en inrichting van het agrarisch bouwperceel, verschillende uitgangspunten voor een goede landschappelijke inpassing gehanteerd. Ook is voor deze evaluatie de vaste toetsingscommissie gehoord. Zij constateren dat over het algemeen het randbeplantingsbeleid redelijk werkt. Echter in de praktijk blijkt dat de nu gehanteerde richtlijnen de caravans met name in de winterperiode niet helemaal afschermt. Vaak wordt het aantal rijen niet gehaald. De suggestie om de binnenste rij of rijen met meer groenblijvers te versterken acht de commissie een goed idee. Coniferen zijn hiervoor niet geschikt.

12 e. Onderdeel: kampeervormen Huidig beleid: In de beleidsregels worden gedetailleerd vastgelegd waaraan een caravan moet voldoen. Een caravan op een jaarstandplaats moet aan de volgende vereisten voldoen:  Maximale grootte 45 m².  Maximale hoogte 3.30 meter.  De verschillende onderdelen of de caravan in zijn geheel moeten verrijdbaar zijn.  Zij moeten over een draagconstructie met as en wielen en een dissel beschikken.  De wielen en dissel mogen ook losse componenten zijn.  Indien een caravan niet in zijn geheel wordt vervoerd maar in delen dan dienen de aan elkaar te koppelen delen, zonder uitgebreide ingrepen te hoeven te verrichten, loskoppelbaar te zijn.  Maximaal 15% van de oppervlakte van het gedeelte dat in de kampeervergunning voor de plaatsing van jaar– en seizoenstandplaatsen is aangewezen mag met caravans worden ingevuld. Waarom? Garanderen van een goede landschappelijke inpassing waarbinnen ondernemers voldoende ruimte wordt geboden om te kunnen inspelen op de marktvraag. Evaluatie: De vereiste dat de verschillende onderdelen of de caravan in zijn geheel verrijdbaar moeten zijn blijkt in de praktijk niet logisch en uitvoerbaar. Dit leidt tot gekunstelde constructies waarbij accommodaties op aparte onderstellen worden gezet alvorens ze geplaatst worden.

In de “Toekomstvisie Toerisme als Levensader” vraagt de TCV zich af of deze regel in een bestemmingsplan moet worden opgenomen en daarmee te reguleren óf dat de markt zichzelf hierin reguleert. Doordat nu de parapluherziening in werking is getreden is een deel van de tekst in de “Toekomstvisie Toerisme als Levensader” minder relevant geworden. Op basis van (ruimtelijke) kwaliteitsverbetering is een norm van 15% ‘bebouwing’ volgens de TCV een prima uitgangspunt (blz. 21 van hun visie). TCV vindt de maximale oppervlakte van stacaravans van 45 m² achterhaald. De markt vraagt om grotere eenheden. Hierbij valt te denken aan een maximale oppervlakte tussen de 60 m² en 80 m². De ondernemer zal een meer divers aanbod kunnen bieden aan zijn of haar gasten. Te denken valt aan accommodaties voor 4, 6, 8, 10 of wellicht meer personen. Wat hierbij ook speelt is dat duurzamere accommodaties dikkere wanden vragen wat ten koste gaat van de door de gast gewenste leefruimte. Duurzaamheid is een speerpunt in het eilandakkoord 2018-2022. In het uitvoeringsprogramma duurzaamheid wordt ook van de ondernemers gevraagd een bijdrage te leveren aan de ambitie tot terugdringing van de CO₂-uitstoot in de gebouwde omgeving. Ook de maximale hoogte-eis van 3.30 meter beperkt de mogelijkheid om in te kunnen springen op veranderingen in de toekomst.

Het aanbod van de chaletleveranciers gaat veelal hoger dan deze 3.30 meter. De bedrijven zullen er ook minder monotoon uit gaan zien. Het zal het aanbod op het eiland ten goede komen m.b.t. de uitstraling van de bedrijven van binnenuit, maar ook zeker van buitenaf.

13 De nu geldende regels frustreren nieuwe vaak innovatieve/out of the box ontwikkelingen. Ook ontbreken zaken als kleur- en materiaalgebruik die bepalend zijn voor het uiterlijke aanzien van het kampeermiddel en de visuele gevolgen voor het landschap. De locatie en omgeving is ook een factor die een rol kan spelen bij de bepaling van welke kampeervormen zijn toegestaan (maatwerk). De KbdB bedrijven pleiten voor regelgeving die zowel voor de reguliere kampeersector geldt als voor de kampeerboeren. f.

Onderdeel: begrenzing aan de capaciteit van het jeugdkamperen

Huidig beleid: Voor het gehele eiland geldt de restrictie dat de op 1 juni 2001 op Terschelling aanwezige en in kampeervergunningen vergunde jeugdkampeerterreinen in aantal en omvang niet mogen toenemen. Op kaartmateriaal is de locatie en grootte van de op 1 juni 2001 op Terschelling aanwezige jeugdkampeerterreinen aangegeven. Het op 1 juni 2001 aanwezige aanbod aan jeugdkampeerterreinen zien wij gelet op de gevolgen voor het woon- en leefklimaat op Terschelling als het maximaal toelaatbare. Het maximaal toelaatbare aanbod aan jeugdkampeerareaal wordt minder als (een deel van) dit aanbod door de gemeente gesaneerd wordt. Verplaatsing van bestaand jeugdkampeerareaal is alleen mogelijk naar de in het structuurplan aangewezen Recreatieve verblijfsconcentraties. Dit met het oog op de in het structuurplan verwoorde zoneringsgedachte. De uitgangspunten voor herverkaveling van kampeerterreinen zijn hier onverkort op van toepassing. Waarom? In de hand houden van de negatieve effecten van het jeugdkamperen uit het oogpunt van openbare orde en veiligheid. Bescherming van het eilander woon- en leefklimaat en het beeld/imago van Terschelling als vakantiebestemming voor de andere doelgroepen. Evaluatie: De maximale toelaatbare omvang van het jeugdkamperen is in het kampeerbeleid geregeld. De bedrijfsvoering van de jeugdcampings is veranderd.

Er is een transitie geweest van eigen tent naar volledig ingericht huurtenten. Er zijn de laatste jaren jeugdcampings verdwenen (Mast en Cupido). De campinghouders geven aan dat de vraag afneemt. Dit is in lijn met de demografische ontwikkeling in Nederland. De afname van het aantal jongeren in de Nederlandse bevolking, die vanaf 2005 zichtbaar was, zal waarschijnlijk nog tot medio de jaren twintig aanhouden. Na 2025 volgt weer een tijdelijke toename (bron CBS). Ook de aangescherpte drank- en horecaregelgeving en toenemende concurrentie van goedkope buitenlandse bestemming zijn oorzaken voor de dalende vraag. In het gastenonderzoek vragen we de gast wat Terschelling kan doen om het voor hen nog aantrekkelijker te maken? In het onderzoek 2017-2018 hebben 23 van de 8.282 respondenten deze vraag gebruikt om hun beklag te doen over (het gedrag van) de jeugdgast. De nachtbewaking werpt zijn vruchten af. De trend is minder vernieling/vandalisme en de laatste jaren wordt er minder verbaliserend opgetreden. De jeugd wordt wel mondiger en agressiever. Bij het jeugdkamperen is het van belang een evenwicht te vinden tussen de overlast voor bewoners en overige gasten en die hiermee samenhangende kosten tegenover het belang van het jeugdkamperen als kweekvijver voor toekomstig bezoek en de afhankelijkheid van

14 een specifiek deel van ondernemend Terschelling van deze niche in de toerisme markt. Er zijn diverse bedrijven die voor een substantieel deel van hun omzet halen uit het jeugdtoerisme. Daarom levert het jeugdtoerisme per saldo toch een positieve bijdrage aan de Terschellinger economie. Uit het Terschellinger gastenonderzoek (periode oktober 2016 – september 2017) blijkt dat 48% van de herhaalgasten (86% van de respondenten) Terschelling voor het eerst heeft bezocht in zijn/haar jeugd. Hiervan kwam 32% als zelfstandige jeugdtoerist naar het eiland. Totaal hebben wij het in dat jaar dan over ruim 54.000 personen (13%). Dit bevestigt dat de jeugdgast van nu een herhaalgast van de toekomst is. g.

Herverkaveling van kampeerterreinen

Huidig beleid: Via een wijziging van een agrarische bestemming naar Recreatie – 1 kan kampeerareaal worden verplaatst naar planologisch daartoe geschikt geachte percelen. In de bestemmingsplannen is hiervoor een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Als onderdeel van deze procedure zal de kampeerbestemming van het perceel waar het kampeerareaal verdwijnt worden afgehaald en van een andere passende bestemming worden voorzien. In aanvulling op hetgeen in het bestemmingsplan is geregeld gelden de volgende uitgangspunten: Aan de verplaatsing van kampeerterreinen wordt enkel medewerking verleend als deze terreinen in het geheel worden aangekocht c.q. verplaatst. Een verdeling van een in het geheel aangekocht terrein over meerdere campingbedrijven is mogelijk. De wijzigingsbevoegdheid wordt alleen toegepast in gevallen van uitbreiding van bestaande kampeerterreinen. Waarom? Versnippering van het kampeerareaal voorkomen. Vanuit landschappelijk oogpunt, maar ook om voor de gemeente een werkbare situatie te behouden (geen ongebreidelde groei van het aantal “campinghouders”). Evaluatie: Omdat niet wordt meegewerkt aan het deels verkopen van campings c.q. aan planologische opsplitsing is een groei van het aantal campinghouders voorkomen en is de situatie voor de gemeente wat de vergunning verlening betreft nog werkbaar.

Deze regel blijkt in de praktijk negatief voor campinghouders die bij bedrijfsbeëindiging niet elders willen gaan wonen. De reden dat het versnippering voorkomt gaat maar ten dele op omdat het areaal alleen verplaatst kan worden aansluitend aan bestaande kampeerterreinen (zie onderdeel c). De noodzaak tot herverkaveling (aankoop van areaal elders) is minder geworden na de onder punt c. beschreven parapluherziening van de bestemmingsplannen. Verplaatsing van kampeerterreinen kan in bepaalde gevallen een positief effect hebben op het landschap en/of de leefbaarheid. Verplaatsing van kampeerterreinen gaat ten koste van de kleinschaligheid. Toch wel één van de charmes van Terschelling. Anderzijds zorgt het vaak wel voor kwaliteitsverbetering. h. Onderdeel: opsplitsing kampeerterreinen Huidig beleid: Gemeente Terschelling werkt niet mee aan planologische opsplitsing van de in het bestemmingsplan aangegeven bestemmingsvlakken. Dit geldt zowel voor de bestemming Recreatie 1 (kampeerterreinen) als voor de bestemming Recreatie – 2

15 (recreatiewoningenterreinen). Per Recreatie – 1 terrein (bestemmingsvlak) wordt maar 1 kampeervergunning verstrekt. Waarom? Versnippering van het kampeerareaal voorkomen. Vanuit landschappelijk oogpunt, maar ook om voor de gemeente een werkbare situatie te behouden (geen ongebreidelde groei van het aantal “campinghouders”). De in de bestemmingsplannen opgenomen bouwmogelijkheden op campings zijn gebaseerd op de huidige bestemmingsvlakken. Afwijken kan negatief uitpakken voor een goede ruimtelijke ordening. Evaluatie: Omdat niet wordt meegewerkt aan planologische opsplitsing is een groei van het aantal campinghouders voorkomen en is de situatie voor de gemeente wat de kampeervergunning verlening betreft nog werkbaar. Opsplitsing van kampeerterreinen kan een nieuwe extra behoefte aan beheergebouwen met zich meebrengen. In dat geval is er sprake van een negatieve impact voor het landschap. Echter door de steeds groter en luxer wordende caravans/chalets is de noodzaak van sanitaire gebouwen op campings met jaarstandplaatsen nagenoeg niet meer aanwezig. i.

Onderdeel: ontheffingsmogelijkheid

Huidig beleid: Beleid/juridisch kader: Op 26 juli 2011 heeft de gemeenteraad de kampeerverordening Terschelling 2011 vastgesteld. Hierin is de volgende ontheffingsmogelijkheid opgenomen: Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in artikel 2, lid 1, voor het gelegenheid geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen buiten de in artikel 2, lid 1 bedoelde kampeerterreinen, door groepen uitgaande van een vereniging of andere organisatie met een doelstelling van sociale, educatieve of wetenschappelijke aard, gedurende een in de ontheffing aangegeven korte, aaneengesloten periode. Voor deze ontheffing gelden de volgende beleidsregels:  De ontheffing wordt verleend in situaties (evenementen) die het noodzakelijk maken om in de nabijheid te kamperen en in situaties waarin kan worden gemotiveerd waarom geen gebruik kan worden gemaakt van een regulier (bestemd) kampeerterrein.  Er wordt niet langer ontheffing verleend dan voor veertien aaneengesloten dagen.  Er wordt geen ontheffing verleend voor locaties waarbij het belang van de orde, de rust, de veiligheid, de natuur- en landschapsbescherming, de bescherming van het milieu en de hygiëne en gezondheid in het gedrang komen. Waarom? Het stelt de gemeente in de gelegenheid om in voorkomende gevallen indien gewenst de hierboven genoemde situaties/vraag te kunnen faciliteren.

Evaluatie: De ontheffingsmogelijkheid voorziet in een behoefte zonder dat dit tot oneerlijke concurrentie voor de sector leidt. Er wordt namelijk altijd eerst gecheckt of de aanvrager geen gebruik van een regulier kampeerterrein kan maken. Er wordt maar sporadisch van de ontheffingsmogelijkheid gebruik gemaakt. De aantasting van het landschap is daardoor verwaarloosbaar. De voorwaarde dat het uit moet gaan van een vereniging of andere organisatie met een doelstelling van sociale, educatieve of wetenschappelijke aard werkt regulerend. De beleidsregels voldoen.

16 De aanvragen die zijn gehonoreerd blijken vaak een bijdrage te leveren aan gemeentelijke beleidsdoelen zoals (natuur)educatie voor eilander schooljeugd. j.

Onderdeel: brandveiligheid

Huidig beleid: Er is geen specifiek beleid voor brandveiligheid op kampeerterreinen vastgesteld. Waarom? Dit is niet specifiek opgenomen omdat de brandveiligheid op kampeerterreinen valt onder algemene Rijksregelgeving op dit gebied. Evaluatie: Bewoners, gasten, ondernemers en het landschap zijn gebaat bij brandveilige kampeerterreinen. De veiligheidsregio/brandweer heeft aangegeven zich zorgen te maken over de brandveiligheid (onder andere door de aanwezige brandonveilige coniferenhagen). Ook verdient de toegankelijkheid van de campings bij calamiteiten (2e toegang) aandacht. Zie ook punt d. randbeplanting. In geval van brand zal dit negatieve gevolgen hebben voor het landschap, de leefbaarheid en de economie. Ook als gevolg de negatieve publiciteit die dit oplevert. k. Onderdeel: Planologische minimale afstandseisen ten opzichte van naastgelegen functies Huidig beleid: Op de verbeelding van de bestemmingsplannen is tussen de mogelijke uitbreidingslocaties voor kampeerterreinen en nabijgelegen woningen enige ruimte gehouden. Daarbij heeft de handreiking van de VNG “Bedrijven en milieuzonering” als richtlijn gediend. Op de verbeelding (plankaart) wordt een afstand aangehouden van ongeveer 30 meter tussen de erfgrens van de betreffende woning en de grens tot waar een kampeerterrein mag worden uitgebreid.

Waarom? Deze afstand is bedoeld om onevenredige overlast voor bewoners, als gevolg van een uitbreiding van een kampeerterrein, te voorkomen. Evaluatie: De kampeerboeren constateren dat de afstandseisen ten opzichte van naastgelegen functies voor het regulier kamperen en KbdB niet gelijk zijn. Voor het KbdB wordt een afstandsnorm van 50 meter gehanteerd. De afstandseisen kunnen de uitbreidingsmogelijkheden van kampeerterreinen beperken/dwarsbomen. Dan hebben ze een negatief economisch effect. Om dat ons geen klachten vanwege overlast bekend zijn gaan we er vanuit dat de afstandseis volstaat.

17 l.

Onderdeel: 3% regeling en maatvoering bebouwing (maximaal 200 m²)

Huidig beleid: Op kampeerterreinen mogen beheergebouwen worden gebouwd. Dit zijn gebouwen, waaronder overkappingen, ten behoeve van beheer en dienstverlening, sanitaire voorzieningen en onderhoud, De gezamenlijke oppervlakte van deze gebouwen mag niet meer bedragen dan 3% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak. Verder is de maatvoering voor een afzonderlijk gebouw gereguleerd.  oppervlakte maximaal 200 m² per gebouw  goothoogte maximaal 3 meter  bouwhoogte maximaal 7 meter  dakhelling ten hoogste 60 graden Waarom? Doel is gebouwen qua grootte te laten passen bij de aard en schaal van de Terschellinger campings c.q. het landschap. Deze kenmerkt zich door kleinschaligheid. Evaluatie: TCV is van oordeel dat de ondernemer met betrekking tot deze regels zelf zou moeten kunnen beoordelen wat goed is voor de kwaliteit van het terrein. De huidige regeling is te strak. De ruimtelijke kwaliteit kan voldoende beschermd worden door middel van de welstandsnota en de eisen voor landschappelijke inpassing. De huidige regeling belemmert ondernemers in de bedrijfsvoering doordat het inspelen op de marktontwikkelingen bemoeilijkt. Er is tegenwoordig veel vraag naar een slecht weer ruimte, een activiteitenruimte, grotere was- en doucheruimtes, opslagruimte, kortom de gast, maar ook de opslag van de campingspullen vraagt steeds meer ruimte.

De regelgeving in het bestemmingsplan in het algemeen en de toegestane maatvoering in het bijzonder bemoeilijkt het huisvesten van seizoenpersoneel. De TCV geeft aan dat het steeds moeilijker wordt om geschikt vast en/of tijdelijk personeel te vinden en dat de huisvesting daar een bepalende factor in is. Binnen de huidige regelgeving/maatvoering is de aantasting van het Terschellinger landschap binnen de perken gebleven. m. Onderdeel: regels m.b.t. bebouwing op uitbreidingsterreinen Huidig beleid: Bij uitbreiding van een kampeerterrein is het niet toegestaan op de uitbreiding beheergebouwen te realiseren. Waarom? Met deze regeling wordt de bebouwing geconcentreerd op het oorspronkelijke kampeerterrein. Hierdoor blijft de inbreuk op het landschapsbeeld vanwege de bebouwing op een kampeerterrein beperkt. Evaluatie: De vraag is of deze regeling bepalend is voor de mate waarin bebouwing impact heeft op het landschapsbeeld. Andere criteria (materiaalgebruik, kleurstelling, maatvoering) lijken daarin een grotere rol te spelen. Plaatsing van chalets tot 45 m² is op deze terreinen wel mogelijk. TCV wijst er op dat er bij uitbreiding ruimere randbeplantingeisen gelden (7 meter). Vanuit die optiek moet het geen probleem zijn om een toilet- en beheergebouw, berging of privé sanitair neer te zetten.

18 Bouwmogelijkheden op de uitbreidingsterreinen kan volgens TCV ook bijdragen aan het oplossen van het gebrek aan huisvestingsmogelijkheden voor seizoen personeel. Het niet mogen bebouwen kan negatief uitwerken voor de service en dienstverlening. n. Onderdeel: 2e bedrijfswoning Huidig beleid: Op kampeerterreinen met een oppervlakte groter dan 3,5 hectare is als de noodzaak daartoe aanwezig is een tweede bedrijfsbewoning toegestaan. Waarom? Vanwege het beheer en de exploitatie kan het noodzakelijk zijn dat op een groot kampeerterrein dag en nacht meerdere personen aanwezig zijn. Evaluatie: De regel dat een 2e bedrijfswoning in de buurt van de 1e bedrijfswoning moet staan is bij campings die groter zijn dan 3,5 hectare niet praktisch i.v.m. logistiek, hulpvragen, veiligheid en brandcontrole. ‘Verrommeling’ op het bedrijf wordt teniet gedaan door de landschappelijke inpassing door o.a. de randbeplanting. De grens van 3,5 hectare is discutabel. De noodzaak van een tweede bedrijfswoning hangt meer samen met de bedrijfsvoering en minder met de oppervlakte van een terrein. Kleinere bedrijven kunnen een intensievere vorm van bedrijfsvoering hebben, waardoor de noodzaak van extra handen op het bedrijf noodzakelijk is. TCV pleit voor aansluiting bij de regeling die geldt voor de agrarische sector, waar een 2e bedrijfswoning mogelijk is voor bedrijfsopvolging. o.

Onderdeel: Omwisselbaarheid van jaarstandplaatsen door zomerhuizen Huidig beleid: In de bestemmingsplannen is de mogelijkheid opgenomen jaarstandplaatsen om te zetten in bouwkavels voor recreatiewoningen. Eén van de uitgangspunten in TS 25 voor de recreatie is seizoenverlenging. Waarom? De regeling biedt de mogelijkheid voor seizoenverlenging en kwaliteitsverbetering. Evaluatie: In de praktijk blijkt er nog steeds behoefte aan omwisseling. Dit levert een bijdrage aan de seizoenverlening. Meer verhuurobjecten die ook tijdens de winterperiode verhuurd kunnen worden leveren een positieve bijdrage aan de jaarrond economie van het eiland. Zomerhuizen hebben een grotere impact op het landschap dan de lagere jaarstandplaatsen. Anderzijds gelden er voor zomerhuizen wel en voor kampeermiddelen geen welstandseisen. p. Onderdeel: bedrijfsmatige exploitatie verplichting Huidig beleid: De gemeente heeft in het bestemmingsplan bepaald dat aan ontwikkelingen wordt meegewerkt als er sprake is van bedrijfsmatige exploitatie. Dit is het via een bedrijf voeren van een zodanig beheer/exploitatie, dat in de logiesverblijven daadwerkelijke recreatieve (nacht)verblijfsmogelijkheden worden geboden.

19 Waarom? De gemeente wenst het recreatieve verhuuraanbod in stand houden c.q. er voor te waken dat verblijfsaccommodaties uit het verhuurcircuit verdwijnen. De economie van Terschelling (horeca, detailhandel, vermaak sector, etc.) heeft baat bij zoveel mogelijk (wisselende) overnachtingen. Evaluatie: Het opnemen van de verplichting tot bedrijfsmatige exploitatie blijkt geen probleem. De daadwerkelijke naleefbaarheid/handhaving daarentegen wel. De bewijslast is moeilijk.

20

5.

Evaluatie beleid en regelgeving kamperen bij de boer ten opzichte van de gemeentelijke doelen

Het beleid omtrent Kamperen bij de Boer (KbdB) is terug te vinden in een aantal artikelen en regels in het bestemmingsplan Buitengebied Polder 2015. a. Onderdeel: omvang Huidig beleid: Op Terschelling worden per agrarisch bedrijf maximaal 10 standplaatsen toegestaan. De omvang van de standplaatsen is maximaal 500 m² bruto oppervlakte. De maximale oppervlakte per kampeerterrein is 0,5 hectare. Waarom? Uitgangspunt is dat de mogelijkheid wordt geboden aan een kleinschalige vorm van kamperen als ondergeschikte nevenfunctie bij een agrarisch bedrijf. Er is een grens gesteld in belang van het landschap en de belangen van de kampeersector. Evaluatie: Daar waar sprake is van kamperen bij de boer wordt aan de normen voldaan. Er is niet gebleken dat deze normen belemmerend werken. De kampeersector geeft het signaal af dat de spoeling dun is geworden door het KbdB en de afnemende markt voor het toeristische kamperen. Dit kunnen wij niet getalsmatig staven. Echter in 2018 constateert de ANWB dat de kampeervakanties weer in de lift zitten. De ANWB verwacht dat het aantal vakanties dat wordt doorgebracht in een tent, (sta)caravan of camper zal stijgen. Dit is nog niet te zien in boekingen in nationale cijfers maar de gestegen verkoop van kampeerspullen wijst op de trendbreuk naar meer in plaats van minder kamperen.

De markt voor kamperen is nog steeds groot: Nederland telt ongeveer 3,5 miljoen actieve kampeerders. Met elkaar zijn zij goed voor zo’n 5,2 miljoen vakanties op de camping. Dat invloed van het KbdB op het open polderlandschap hangt voor een groot deel af van de gekozen locatie. De grens van 10 kampeermiddelen is laag. Zo hanteert gemeente Texel een grens van 15 kampeermiddelen en is het elders in het land zelfs mogelijk 25 kampeermiddelen te plaatsen. Voor TCV voldoet de nu gestelde grens van 10 kampeermiddelen. Vanuit het kamperen bij de boer is er tijdens de oerolperiode en de schoolvakanties vraag naar meerdere plekken. Dit sluit aan bij de opmerking onder punt c bij de reguliere kampeerterreinen (overloopterreinen). b. Onderdeel: soort kampeermiddelen Huidig beleid: Bij het kamperen bij de boer mogen alleen tenten worden geplaatst. Waarom? Door alleen tenten toe te staan wordt het tijdelijk karakter van het KbdB onderstreept. Daarnaast is de gedachte dat tenten eenvoudiger landschappelijk zijn in te passen dan (sta)caravans. Evaluatie: In de regels is geen maatvoering voor tenten opgenomen. Dit maakt in de praktijk het plaatsen van extreem grote en hoge eenheden mogelijk. Dit maakt dat de landschappelijke

21 inpassing (nog) niet overal even geslaagd en een punt van aandacht is. Daarnaast is het begrip tent niet nader gedefinieerd. Dit geeft in voorkomende gevallen discussie over of een kampeermiddel al dan niet een tent is. Dit werkt voor de sector belemmerend. De sector heeft last van deze onduidelijkheid en wil aansluiten bij de regelgeving voor reguliere kampeerterreinen. Ook zij wil kunnen inspringen op veranderingen in de toekomst; dit zal het aanbod op het eiland ten goede komen. De sector kan zich aansluiten bij de opmerkingen onder ‘e’ van de reguliere kampeersector. Bij de gast is vraag naar het meenemen van caravans/vouwwagens en campers. c. Onderdeel: periode Huidig beleid: Het kamperen bij de boer wordt toegestaan van 1 maart tot en met 31 oktober. Waarom? Er is met het kamperen bij de boer aansluiting gezocht bij de periode die geldt voor het kamperen op seizoenstandplaatsen. Ook dit werkt mee aan het tijdelijk karakter van het KbdB. Evaluatie: Door de periode van 1 maart t/m 31 oktober aan te houden blijft de aantasting van het landschap tot deze periode beperkt. Het grootste deel van deze periode zit er blad aan de boom. De einddatum van 31 oktober is te vroeg in geval van een laat vallende herfstvakantie. Dit geldt overigens ook voor de reguliere campings die seizoenstandplaatsen aanbieden. d.

Onderdeel: maximaal aantal Huidig beleid: Het aantal campings is gemaximeerd op 7 met als aanvullende voorwaarde maximaal 2 per hemrik. Waarom? Een maximum aan het aantal campings is bedoeld om te voorkomen dat er te veel kampeerplaatsen bijkomen. Evaluatie: Per 1 juli 2018 is het kamperen bij de boer (in 5 gevallen) bij Lieman te Halfweg, van Zwol te Kinnum, Vis te Hoorn en Bakker en Puur Terschelling te Oosterend vergund. Kamperen bij de boer bij Spanjer te Lies is in procedure. Het Terschellinger KbdB sluit aan bij de vraag uit de markt. Wat dat betreft is er potentie voor groei van het aantal. Het instellen van een maximum aantal is voor de KbdB sector daarom niet gewenst. De TCV pleit daarentegen voor bevriezing omdat de markt in de reguliere kampeersector onder druk staat. Gezien het beperkt aantal agrarische bedrijven is het de vraag of nadere regulering van het aantal kampeerterreinen per Hemrik noodzakelijk is. Door het instellen van een gemaximeerd aantal worden de negatieve gevolgen voor de kampeersector enigszins beperkt. Misschien is er op termijn zelfs wel sprake van positieve effecten. Het nu gehanteerde maximum is voor TCV geen onderwerp van discussie.

22 e. Onderdeel: voorzieningen Huidig beleid: Sanitaire voorzieningen moeten worden ondergebracht binnen het agrarisch bouwvlak of in het kampeermiddel. Waarom? Met deze regeling wordt de landschappelijk impact van bouwwerken voor sanitaire voorzieningen beperkt. Evaluatie: De regeling volstaat voor de sector. Het voorkomt extra bebouwing in het landschap. f.

Onderdeel: randbeplanting

Huidig beleid: Er is in het bestemmingsplan een handreiking voor de erfinrichtig opgenomen die sturend is voor het erfinrichtingsplan dat moet worden gemaakt. Waarom? Op deze wijze kan per geval maatwerk worden geleverd. Evaluatie: Het kamperen bij de boer is op Terschelling een redelijk nieuw fenomeen, we moeten ons er dan ook van bewust zijn dat het optrekken van een enkele singel randbeplanting die van voldoende omvang is tijd kost. De landschappelijke aantasting blijkt vooral ook af te hangen van de gekozen locatie van het KbdB. In de praktijk blijken de in het bestemmingsplan aangewezen percelen vanuit landschappelijk oogpunt niet altijd de meest optimale. Bij reguliere campings die hetzelfde product (standplaats voor kampeermiddelen in de periode april – oktober) aanbieden geldt geen beplantingseis. Wel is er een afwijking bij nieuwe uitbreiding van reguliere campings. Dan moet deze uitbreiding worden omzoomd door een afschermende beplantingsstrook van tenminste 3 meter breed. g. Onderdeel: 0,75 VAK Huidig beleid: kamperen bij de boer wordt alleen toegestaan als er sprake is van een volwaardig agrarisch bedrijf met een minimale bedrijfsomvang van 0,75 volwaardige arbeidskracht per mensjaar (VAK). Zodra de agrarische functie wordt beëindigd geldt dat ook voor het kamperen. Waarom? Het kamperen bij de boer is gekoppeld aan de agrarische bedrijfsvoering.

Met deze regel wordt voorkomen dat er los van de agrarische bedrijfsvoering zelfstandige kampeerterreinen ontstaan. Evaluatie: Deze regel is op Terschelling nog niet toegepast. Er is nog geen sprake geweest van beëindiging van agrarische bedrijfsvoering. Het kan voorkomen dat een bedrijf wegens andere omstandigheden dan beëindiging tijdelijk onder de norm van 0,75 VAK zit. Dit is geen reden voor het beëindigen van het kamperen. Ook wordt er in het huidige beleid geen termijn genoemd waarin een bedrijf de kans krijgt om weer aan de norm te voldoen. Een dergelijke termijn geeft de ondernemer en de gast (die in veel gevallen vooraf geboekt heeft) zekerheid.

23

6. Knelpunten uit de TCV toekomstvisie “Toerisme als levensader” In 2016 heeft de Terschellinger Campinghouders Vereniging de toekomstvisie “Toerisme als levensader” laten opstellen. De visie analyseert de markt, de Terschellinger kampeersector en belendend beleid en ontwikkelingen. Dit brengt een aantal uitdagingen en problemen aan het licht. Het merendeel hiervan is in hoofdstuk 3 benoemd. Een paar onderdelen vallen buiten de scope van dit rapport en krijgen in een andere context aandacht. Dit betreft de opmerking van de TCV over de inning van toeristenbelasting. Dit krijgt vanuit de gemeente apart aandacht bij het uitwerken van de zogenaamde Waddenkaart. Verder pleit de TCV om voor de gast het voorzieningenniveau minimaal te handhaven en waar mogelijk de verhogen. Voor zover het geen voorzieningen op de campings zelf betreft valt ook dit buiten deze evaluatie. Dat geldt ook voor de in de visie benoemde onderwerpen: evenementen, veer Harlingen-Terschelling, toegankelijkheid natuur en onderzoek en promotie. Dit is anders voor het onderwerp duurzaamheid. Het doet de gemeente deugd dat de TCV hier waarde aan hecht en hier in wil investeren. In hoofdstuk 3 van deze evaluatie is daarom ook geëvalueerd waar de huidige regelgeving een belemmering vormt voor het halen van de duurzaamheidsambitie.

24

7. Bijlagen Bijlage 1

inventarisatie trends en ontwikkelingen kamperen en kamperen bij de boer

De volgende recente trends worden gespot (bron: website kampeermeneer):

Kampeertrend 1: Vercamperisering van de camping Campers krijgen een eigen plaats op de camping. Sinds 2015 zijn campers aan een opmars bezig. Ook in 2017 werd het ene na het andere verkoop record van zowel nieuwe als tweedehands campers behaald. Op campings leidt dit steeds meer tot verdeling. Andere campinggasten klagen over de grote gevaartes die hun idyllische kampeerbeeld overhoop gooien. Aan de andere kant staan veel camperaars het liefste op een (gratis) camperplaats maar goede camperplaatsen zijn schaars en gemeenten zijn onwillig om er nieuwe aan te leggen Steeds meer campings proberen de vrede te bewaren en spelen hierop in door speciale campervelden aan te leggen of om campers alleen toe te staan tot een bepaalde lengte.

Kamppeertrend 2: De opkomst van de boomhut Glamping is de afgelopen jaren gemeengoed geworden. Op heel veel campings zie je tegenwoordig safaritenten, pods, blokhutten of andere accommodaties waar je luxe kunt kamperen. Een nieuwe glamping variant die ik op steeds meer plekken terug zie is kamperen tussen de boomtoppen. De boomhut is aan een opmars bezig. Er zitten enorme verschillen tussen de boomhutten. Je hebt platformen waar je je eigen tent nog op kunt zetten maar ook ontzettende luxe bouwsels die niet onderdoen voor een mooie bungalow.

Kampeertrend 3: De opkomst van bushcraften 2017 is het jaar geweest van de doorbraak van het bushcraften in Nederland. Bushcrafts zijn de vaardigheden die je nodig hebt om in de natuur te verblijven. Je maakt dus gebruik van alles wat de natuur te bieden heeft om het voor jezelf zo aangenaam mogelijk te maken. Overnachten is zelf gebouwde hutten of shelters, kampvuren bouwen om daarop te koken etc. Je hebt dus niet veel nodig want je gebruikt wat de natuur je geeft. In Nederland is een groeiende groep bushcrafters die regelmatig samen komen en samen kamperen in de natuur.

Kampeertrend 4: Campingweddings en feesten Met de opkomst van festivals willen steeds meer mensen ook hun eigen (huwelijks)feest in festivalsfeer vieren. Vooral kleine campings zijn hier uitermate geschikt voor. Trouwfeesten, familiefeesten en jubileumfeesten worden dan ook steeds vaker op campings gegeven. Hierbij worden de campings soms omgebouwd tot totale festivalterreinen. Een kans om een nieuwe groep kampeerders weer naar de camping te trekken. Wel is het belangrijk om hier met de andere gasten open over te zijn. Dus of openheid óf gewoon de hele camping laten afhuren.

Kampeertrend 5: De 50+ camping verboden voor gezinnen Deze trend in kamperen zit er al een tijdje aan te komen. Een camping is al lang geen camping meer. In de loop der jaren zijn het boerencampings, natuurcampings of kindercampings geworden. Deze opkomst van doelgroepencampings zet komend jaar door waarbij steeds meer campings de keuze durven te maken voor een specifieke doelgroep. Op de 50+ camping zijn gezinnen niet langer welkom en op de eenoudercamping mag je alleen als alleenstaande ouder met je kinderen komen.

25

Kampeertrend 6: VT wonen caravans en tenten Styling is één van de grote trends in kamperen van dit moment. Het pimpen en stylen van retro caravans is al een aantal jaren populair. Ook het versieren van je tent met lichtjes, lampions en slingers heeft een vlucht genomen. Kampeerders vinden het steeds belangrijker om ook op de camping gezelligheid om zich heen te hebben, zich thuis te voelen en te kunnen laten zien wie ze zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Terschelling&id=caa5de37-5654-43e1-a425-b17acac4de55