12.d. 45.C. Bijlage 1. beleidsregels_kamperen_gemeente_terschelling_2010_def
Tekst van het document
Uiteraard is de Politie het uitvoerend orgaan dat zelfstandig proces-verbaal kan laten opmaken. Het karakter van strafrechtelijk handhaven is het toebrengen van gelegitimeerd leed of te wel maatschappelijke wraak. Wij laten dit in Nederland over aan de onafhankelijke rechtelijke macht. In het bestuursrecht gaat handhaven veeleer om het in oude staat herstellen van bepaalde situaties, of juist het afdwingen tot het bereiken van een bepaalde situatie. Daarbij speelt leed toebrengen geen enkele rol, alhoewel sommige deskundigen en belanghebbenden daar anders over denken. In deze beleidsregels kamperen gemeente Terschelling staat de rol van de gemeente als vergunningverlener centraal. Het is dan ook logisch dat wij de bestuursrechtelijke handhaving het meest zullen benadrukken. Om bestuurlijk te kunnen handhaven, beschikt de gemeente over uiteenlopende instrumenten. Twee daarvan, bestuursdwang en dwangsom, zijn geregeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Onder bestuursdwang verstaat de wet: de herstelsanctie, inhoudende: a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en b. de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.” (artikel 5.21 Awb). Het opleggen van een dwangsom beoogt hetzelfde doel.
Een dwangsom strekt ertoe de overtreder er toe te bewegen de overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding, dan wel een herhaling van de overtreding te voorkomen. Bij bestuursdwang zal het betrokken bestuursorgaan het gebrek of de overtreding zelf op kosten van de overtreder herstellen (denk aan het plaatsen van een kampeermiddel dat niet aan de maatvoering voldoet). De dwangsom wordt vaak toegepast in die gevallen dat fysiek handelen niet mogelijk is. Dan krijgt de overtreder een dwangsom opgelegd voor elke keer dat een overtreding of een gedrag dat strijdig is met de regelgeving, voorkomt (men denke aan het permanent bewonen van een kampeermiddel). Dit betreft dwangsom per overtreding. Daarnaast kan ook een dwangsom per tijdseenheid dat de overtreding voortduurt (dwangsom per tijdseenheid) worden toegepast.
23
De algemene leer is dat het betrokken bestuursorgaan, in het geval van kampeerbeleid het college van burgemeester en wethouders, een keuze moet maken met welk bestuursrechtelijk instrument men het gewenste doel wil bereiken. Vanaf 1 januari 1998 is de handhaving compleet geregeld in de Algemene wet bestuursrecht. Hierin zijn uiteraard ook de zorgvuldigheidsnormen opgenomen waaraan het bestuursorgaan moet voldoen, voordat er sprake kan zijn van het uitvoeren van de handhavingbeschikking. Handhaven begint met het constateren van strijdig gebruik van regelgeving. Dit kan naar aanleiding van een klacht van een burger, maar kan ook volgen uit controle. De gemeente heeft ambtenaren in dienst die voor een aantal wetten bevoegd zijn om te controleren. De wijze van controleren, of te wel toezicht houden, wordt vanaf 1 januari 1997 ook geregeld in de Algemene wet bestuursrecht. De Politie heeft uiteraard ook een controlerende taak. Zij zal de gemeente opmerkzaam maken op overtredingen van regelgeving. De politie beschikt over de bevoegdheid om strafrechtelijk op te treden. Wij verwijzen in dit verband naar de handhavingsnota van de gemeente Terschelling. Handhaving in het kader van het kampeerbeleid. Het is verboden zonder een vergunning van burgemeester en wethouders een kampeerterrein te houden (Kampeerverordening gemeente Terschelling 2010, artikel 2, lid 1).
Het zonder vergunning houden van een kampeerterrein, zullen wij uiteindelijk zowel via het strafrecht als bestuursrechtelijk handhaven. In artikel 6, lid 1 van de Kampeerverordening gemeente Terschelling 2010, zijn hiertoe de strafrechtelijke dwang- en strafbepaling beschreven. Daarnaast zijn burgemeester en wethouders op grond van artikel 5 van de Kampeerverordening gemeente Terschelling 2010 bevoegd voorschriften over de soort van de op het kampeerterrein toe te laten kampeermiddelen aan de vergunning te verbinden. Tevens kunnen burgemeester en wethouders in het belang van de orde, de rust, de veiligheid, de natuur- en landschapsbescherming, de bescherming van het milieu, de hygiëne en de gezondheid alsmede overige onderwerpen betreffende het kamperen aan een vergunning beperkingen of voorschriften te verbinden. De gemeente ziet toe op het naleven van die voorschriften. Overtreding van voorschriften wordt bestuursrechtelijk gehandhaafd. De keuze voor het instrument van bestuursdwang of dwangsom is afhankelijk van de aard van de overtreding. Per geval zal worden bekeken welk instrument het meest geschikt is. Artikel 6, lid 2 en 3 van de Kampeerverordening gemeente Terschelling 2010 bevat regels aangaande toezicht en opsporing. In gevallen die zich daarvoor lenen kan in overleg met de politie strafrechtelijk worden opgetreden (bijvoorbeeld bij “wild” kamperen).
Tot slot zijn wij als gemeente bevoegd als sanctie de beschikking oftewel de verleende kampeervergunning in te trekken. Handhaving in het kader van de bestemmingsplannen. Bestemmingsplannen regelen de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden binnen een bepaald plangebied. Wat de gebruiksbepalingen betreft is het van belang dat de Kampeerverordening gemeente Terschelling 2010 aangeeft dat een kampeervergunning slechts kan worden verleend indien
24
de aanvraag betrekking heeft op een terrein dat bij bestemmingsplan uitsluitend of mede als kampeerterrein (Recreatie – 1) is aangewezen. Een campinghouder is verder in zijn bedrijfsvoering fysiek gebonden aan de bouwregelgeving zoals die in de diverse bestemmingsplannen tot uitdrukking komt. Duidelijk is dat de bebouwing op het Recreatie – 1 terrein zal moeten passen binnen de in het bestemmingsplan aangegeven bebouwingsbepalingen die op het perceel rusten. De wijze waarop een bestemmingsplan juridisch is vormgegeven en dus ook de handhaving, wordt in grote lijnen bepaald door de Wet ruimtelijke ordening en het bijbehorende Besluit op de ruimtelijke ordening. Bij handelingen in strijd met het bestemmingsplan zal hier op worden teruggevallen.
25
Bijlagen Bijlage 1
Beleidsregels uitvoering bestemmingsplan Buitengebied, onderdeel uitbreiding kampeerterreinen
Inleiding Op 10 juni 2008 heeft de gemeenteraad het Bestemmingsplan Buitengebied vastgesteld. Het bestemmingsplan is vervolgens op 3 februari 2009 door Gedeputeerde Staten (grotendeels) goedgekeurd. In het bestemmingsplan is de mogelijkheid opgenomen om bestaande kampeerterreinen uit te breiden Met deze mogelijkheid wordt invulling gegeven aan het kampeerbeleid zoals dat is vastgelegd in de Toeristische toekomstvisie Terschelling (2007) en de Beleidsegels kamperen gemeente Terschelling 2008 (2008). Bestemmingsplan Buitengebied In het bestemmingsplan zijn artikelen opgenomen die het mogelijk maken de agrarische bestemming van gronden te wijzigen in een kampeerbestemming (artikel 3.7). Het gaat daarbij om een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. Om op een zorgvuldige manier uitvoering te kunnen geven aan deze bevoegdheid heeft het college van burgemeester en wethouders beleidsregels opgesteld. De beleidsregels hebben betrekking op de afweging van belangen, de vaststelling van feiten en de uitleg van regels bij het gebruik van de bevoegdheid. De wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan kent drie mogelijkheden voor uitbreiding van kampeerterreinen. Een wijzigingsbevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders om: 1.
de bestemming “Agrarisch” te wijzigen in de bestemming “Recreatie – 1 (kampeerterreinen)”, ten behoeve van de sanering van een kampeerterrein elders (artikel 3.7 onder j); 2. de bestemming “Agrarisch” te wijzigen in de bestemming “Recreatie – 1 (kampeerterreinen)”, ten behoeve van kwaliteitsverbetering/herinrichting van een kampeerterrein (artikel 3.7 onder k); 3. de bestemming “Agrarisch” te wijzigen in de bestemming “Recreatie – 1 (kampeerterreinen)”, ten behoeve van toeristisch kamperen in het hoogseizoen (artikel 3.7 onder l). In deze notitie wordt uiteengezet hoe het college uitvoering geeft aan de drie mogelijkheden om het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de uitbreiding van kampeerterreinen. Naast de beleidsregels die in deze nota zijn opgenomen blijven de Beleidsregels kamperen gemeente Terschelling 2008 onverkort van toepassing.
26
Uitbreiding kampeerterrein door sanering van kampeerterrein elders (artikel 3.7 onder j Bestemmingsplan Buitengebied) In deze regeling zijn de voorwaarden opgenomen op grond waarvan het college van burgemeester en wethouders de agrarische bestemming (“Agrarisch”) kan wijzigen in een kampeerbestemming (“Recreatie – 1, kampeerterreinen”), indien elders een kampeerterrein wordt gesaneerd. De voorwaarden, opgenomen in de wijzigingsbevoegdheid, worden hieronder nader toegelicht. 1.
Na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid zijn de bepalingen van artikel 19 van toepassing. Na wijziging van de agrarische bestemming in de kampeerbestemming voor de betreffende gronden zijn de regels van toepassing zijn die gelden voor kampeerterreinen met de bestemming “Recreatie – 1 (kampeerterreinen)”. Deze regels zijn opgenomen in artikel 19.
2.
De wijzigingsbevoegdheid wordt uitsluitend toegepast ten behoeve van de uitbreiding van bestaande kampeerterreinen, op gronden (met een agrarische bestemming) die aansluiten op bestaande verblijfsrecreatieterreinen met de bestemming “recreatie – 1 (kampeerterreinen)”. Er sprake is van “aansluiten op” wanneer agrarische gronden, waarvan de bestemming wordt gewijzigd, direct grenzen aan de gronden met de bestemming “Recreatie – 1 (kampeerterreinen)”. Er mag geen sprake zijn van bijvoorbeeld doorsnijding met wegen met een verkeersbestemming, elzensingels met een bosbestemming , elzenbos met een bosbestemming etc. Een uitzondering wordt gemaakt in geval er sprake is van doorsnijding met een watergang met een waterbestemming (“Water”). Het gaat hierbij om sloten met een belangrijke functie voor de waterhuishouding. Het is goed mogelijk dat een dergelijke watergang deel uit maakt van een kampeerterrein. De waterbestemming en de functie van de watergang dienen wel in stand te worden gehouden. Aansluiten op ten behoeve van uitbreiding betekent ook dat er sprake moet zijn van een bepaalde minimale lengte waarover er sprake is van aansluiting. Hiervoor wordt een minimale maat gehanteerd van 15 meter, exclusief de verplichte randbeplanting. Hierdoor is het mogelijk om direct aansluitend op het bestaande kampeerterrein, naast de vereiste opgaande beplanting, kampeermiddelen te plaatsen.
Bij een aansluiting over een lengte van minder dan 15 meter is er geen sprake meer van uitbreiding van het kampeerterrein, maar van een ontsluiting van twee percelen met een kampeerbestemming.
3.
De toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid past binnen de uitgangspunten van de Beleidsregels kamperen 2008. Deze randvoorwaarde geeft aan dat het college van burgemeester en wethouders de bestemming alleen kan wijzigen als ook aan de beleidsregels voor kampeerterreinen, of de herziening van deze beleidsregels, wordt voldaan.
4.
De wijzigingsbevoegdheid wordt niet toegepast op gronden die op de kaart zijn voorzien van de aanduidingen “hoge en zeer hoge landschappelijke, aardkundige, cultuurhistorische en natuurlijke waarden” en “middelhoge landschappelijke, aardkundige, cultuurhistorische en natuurlijke waarden”. In de polder bevinden zich op een aantal plaatsen bijzondere waarden. Het gaat dan met name om kleinschalig reliëf, verschillende verkavelingstypen en ecologische
27
waarden. Wijziging van de agrarische bestemming in een kampeerbestemming is uitgesloten voor gronden met deze bijzondere waarden. 5.
In geval de uitbreiding (mede) betrekking heeft op gronden die op de kaart zijn aangeduid voor “parkeer- en/of speelterrein”, moet deze aanduiding geheel dan wel deels van de kaart worden verwijderd. Bestaande parkeer- en speelvoorzieningen bij kampeerterreinen zijn op de plankaart voorzien van de aanduiding “parkeer- en/of speelterrein”. Er mogen buiten de kampeerterreinen geen nieuwe parkeer- en/of speelterreinen worden aangelegd. Uitbreiding van kampeerterreinen kan plaatsvinden op percelen met de aanduiding “parkeer- en/of speelterrein”. Voorwaarde daarbij is dat, na wijziging, de parkeer- en/of speelvoorzieningen worden gerealiseerd binnen het kampeerterrein. De aanduiding “parkeer- en/of speelterrein” wordt van de kaart verwijderd voor zover aan de betreffende gronden de kampeerbestemming wordt toegekend.
6.
Ten behoeve van deze wijzigingsbevoegdheid moet een bestaand kampeerterrein elders geheel worden aangekocht en verplaatst, waarbij tegelijkertijd de in artikel 19.6 onder c genoemde wijziging wordt toegepast. Artikel 19.6 onder c regelt de wijzigingsbevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders om de kampeerbestemming te wijzigen in een agrarische of natuurbestemming voor kampeerterreinen die worden gesaneerd. Deze voorwaarde is opgenomen om te bewerkstelligen dat de sanering van het betreffende kampeerterrein wordt uitgevoerd, voordat de uitbreiding van het andere kampeerterrein is gerealiseerd. Voordat het ontwerp van beide wijzigingsplannen in procedure wordt gebracht zal tussen de gemeente en andere belanghebbenden een overeenkomst worden gesloten die ziet op de daadwerkelijke sanering van het betreffende kampeerterrein. Een boetebeding zal van deze overeenkomst onderdeel uitmaken.
7.
Er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de beginselen van de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur en mogelijk verlies aan areaal binnen de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur kwalitatief en/of financieel wordt gecompenseerd . In het Streekplan Fryslân 2007 zijn voor de Waddeneilanden regels opgenomen ter bescherming van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en natuurcompensatie (zie bijlage 1). Verlies aan areaal behorend tot EHS wordt alleen geaccepteerd als er sprake is van “(dwingende) redenen van groot openbaar belang” en het verlies aan areaal wordt gecompenseerd. De vereiste compensatie kan zowel kwantitatief, kwalitatief als financieel worden ingevuld. Omdat in dit geval bestaand kampeerareaal alleen wordt verplaatst, waarbij per saldo het areaal gronden met de agrarische of natuurbestemming gelijk blijft, is compensatie niet noodzakelijk.
8.
Het bestaande aantal m² van de standplaatsen op het bestaande kampeerterrein en van het gesaneerde kampeerterrein tezamen, zoals weergegeven in bijlage 8 van de voorschriften/regels van het Bestemmingsplan Buitengebied, wordt niet vergroot. Aan deze voorwaarde moet worden voldaan om te voorkomen dat het totaal areaal aan jaar- en seizoenstandplaatsen toeneemt (zie bijlage 3, “Beleidsregels kamperen gemeente Terschelling 2008”). Wel is het mogelijk om met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid opgenomen in artikel 3.7 onder k, die hierna wordt besproken, het kampeerterrein uit te breiden ten behoeve kwaliteitsverbetering.
28
9.
Het nieuwe kampeerterrein wordt omgeven door een afschermende elzensingel met een breedte van tenminste 7,00 m, tenzij er sprake is van toeristische standplaatsen in welk geval de breedte tenminste 3,00 m zal bedragen. Aan deze voorwaarde moet worden voldaan ter voorkoming van negatieve effecten op het landschap. Voordat een ontwerp van het wijzigingsplan in procedure wordt gebracht moet een beplantingsovereenkomst worden gesloten tussen de gemeente en de eigenaar van het kampeerterrein. In de overeenkomst wordt een boetebeding opgenomen. Dit om te waarborgen dat de afschermende beplanting daadwerkelijk wordt gerealiseerd en onderhouden. De elzensingel behoeft geen onderdeel te zijn van het kampeerterrein zelf.
10.
De bestaande gezamenlijke oppervlakte van de kampeerterreinen en recreatiewoningenterrein, zoals die bestond op het moment van de ter visie legging van het ontwerp-bestemmingsplan, wordt met niet meer dan 11 hectare vergroot. Deze randvoorwaarde is, gezien de randvoorwaarde onder 8, niet relevant. Er is geen sprake van uitbreiding van de bestaande totale oppervlakte van gronden met een kampeerbestemming bij toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid. Deze randvoorwaarde zal bij een herziening van het bestemmingsplan wordt geschrapt.
11.
Er wordt geen afbreuk gedaan aan de landschappelijke en natuurlijke waarden, de milieusituatie, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Bij de beoordeling van de aanvraag ten aanzien van de invloed op de landschappelijke waarden worden naast de toelichting op het Bestemmingsplan Buitengebied en de Nota van Uitgangspunten voor het Bestemmingsplan Buitengebied, het Structuurplan “Terschelling voorbij 2000” (2000) en het “Landschapontwikkelingsplan Terschelling” (2004) als toetsingskaders gehanteerd. Om te kunnen beoordelen of er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke waarden dient de aanvrager een ecologisch onderzoek (uitgevoerd door een onafhankelijk deskundige) te overleggen. Uit het onderzoek moet in ieder geval blijken dat kan worden voldaan aan de natuurbeschermingregels op grond van de Natuurbeschermingswet en de Flora- en Faunawet. Om geen onevenredige afbreuk te doen aan de milieusituatie moet de aanvrager voldoen aan de voorschriften die in het Activiteitenbesluit zijn opgenomen. Wordt aan deze voorschriften voldaan dan is er geen sprake van onevenredige afbreuk aan de milieusituatie.
Ter voorkoming van onevenredige afbreuk aan de woonsituatie van anderen moet de afstand tussen de uitbreiding van het kampeerterrein (grens bestemmingsvlak) en het bouwvlak van een woning met de bestemming “Wonen” minimaal 30 meter bedragen. Dit geldt niet voor de randbeplanting, die ook binnen een afstand van 30 meter tot het bouwvlak van een woning aangelegd mag worden. Daarnaast wordt beoordeeld of er sprake is van onevenredige afbreuk aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
29
Uitbreiding van een kampeerterrein ten behoeve van kwaliteitsverbetering en/of de herinrichting van een kampeerterrein (artikel 3.7 onder k Bestemmingsplan Buitengebied) In deze regeling zijn de voorwaarden opgenomen op grond waarvan het college van burgemeester en wethouders de agrarische bestemming (“Agrarisch”) kan wijzigen in een kampeerbestemming (“Recreatie – 1, kampeerterreinen”), ten behoeve van kwaliteitsverbetering en/of herinrichting van een kampeerterrein. De voorwaarden, opgenomen in de wijzigingsbevoegdheid, worden hieronder nader toegelicht. 1.
Na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid zijn de bepalingen van artikel 19 van toepassing. Na wijziging van de agrarische bestemming in de kampeerbestemming voor de betreffende gronden zijn de regels van toepassing zijn die gelden voor kampeerterreinen met de bestemming “Recreatie – 1 (kampeerterreinen)”. Deze regels zijn opgenomen in artikel 19.
2.
De wijzigingsbevoegdheid wordt uitsluitend toegepast ten behoeve van de uitbreiding van bestaande kampeerterreinen, op gronden (met een agrarische bestemming) die aansluiten op bestaande verblijfsrecreatieterreinen met de bestemming “recreatie – 1 (kampeerterreinen)”. Er sprake is van “aansluiten op” wanneer agrarische gronden, waarvan de bestemming wordt gewijzigd, direct grenzen aan de gronden met de bestemming “Recreatie – 1 (kampeerterreinen)”. Er mag geen sprake zijn van bijvoorbeeld doorsnijding met wegen met een verkeersbestemming, elzensingels met een bosbestemming , elzenbos met een bosbestemming etc. Een uitzondering wordt gemaakt in geval er sprake is van doorsnijding met een watergang met een waterbestemming (“Water”). Het gaat hierbij om sloten met een belangrijke functie voor de waterhuishouding. Het is goed mogelijk dat een dergelijke watergang deel uit maakt van een kampeerterrein. De waterbestemming en de functie van de watergang dienen wel in stand te worden gehouden. Aansluiten op ten behoeve van uitbreiding betekent ook dat er sprake moet zijn van een bepaalde minimale lengte waarover er sprake is van aansluiting. Hiervoor wordt een minimale maat gehanteerd van 15 meter, exclusief de verplichte randbeplanting. Hierdoor is het mogelijk om direct aansluitend op het bestaande kampeerterrein, naast de vereiste opgaande beplanting, kampeermiddelen te plaatsen.
Bij een aansluiting over een lengte van minder dan 15 meter is er geen sprake meer van uitbreiding van het kampeerterrein, maar van een ontsluiting van twee percelen met een kampeerbestemming.
3.
De wijzigingsbevoegdheid wordt niet toegepast op gronden die op de kaart zijn voorzien van de aanduidingen “hoge en zeer hoge landschappelijke, aardkundige, cultuurhistorische en natuurlijke waarden” en “middelhoge landschappelijke, aardkundige, cultuurhistorische en natuurlijke waarden”. In de polder bevinden zich op een aantal plaatsen bijzondere waarden. Het gaat dan met name om kleinschalig reliëf, verschillende verkavelingstypen en ecologische waarden. Wijziging van de agrarische bestemming in een kampeerbestemming is uitgesloten voor gronden met deze bijzondere waarden.
4.
In geval de uitbreiding (mede) betrekking heeft op gronden die op de kaart zijn aangeduid voor “parkeer- en/of speelterrein”, moet deze aanduiding geheel dan wel deels van de kaart worden verwijderd.
30
Bestaande parkeer- en speelvoorzieningen bij kampeerterreinen zijn op de plankaart voorzien van de aanduiding “parkeer- en/of speelterrein”. Er mogen buiten de kampeerterreinen geen nieuwe parkeer- en/of speelterreinen worden aangelegd. Uitbreiding van kampeerterreinen kan plaatsvinden op percelen met de aanduiding “parkeer- en/of speelterrein”. Voorwaarde daarbij is dat, na wijziging, de parkeer- en/of speelvoorzieningen worden gerealiseerd binnen het kampeerterrein. De aanduiding “parkeer- en/of speelterrein” wordt van de kaart verwijderd voor zover aan de betreffende gronden de kampeerbestemming wordt toegekend. 5.
Het bestaande aantal m² van de standplaatsen op het betreffende kampeerterrein, zoals weergegeven in bijlage 8, wordt niet vergroot. Deze randvoorwaarde is opgenomen om te voorkomen dat het totaal areaal aan jaaren seizoenstandplaatsen toeneemt (zie bijlage 3, “Beleidsregels kamperen gemeente Terschelling 2008”).
6.
Er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de beginselen van de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur en mogelijk verlies aan areaal binnen de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur kwalitatief en/of financieel wordt gecompenseerd . In het Streekplan Fryslân 2007 zijn voor de Waddeneilanden regels opgenomen ter bescherming van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en natuurcompensatie (zie bijlage 1). Verlies aan areaal behorend tot EHS wordt alleen geaccepteerd als er sprake is van “(dwingende) redenen van groot openbaar belang” en het verlies aan areaal wordt gecompenseerd. De vereiste compensatie kan zowel kwantitatief, kwalitatief als financieel worden ingevuld. Indien de mogelijkheid bestaat verlies aan areaal kwantitatief of kwalitatief te compenseren zal per geval maatwerk geleverd moeten worden. In veel gevallen zal kwantitatieve of kwalitatieve compensatie niet mogelijk zijn. Bij financiële compensatie wordt als referentie uitgegaan van de waarde van eilander landbouwgrond met dezelfde oppervlakte als de oppervlakte van het uit te breiden kampeerareaal, vermeerderd met de inrichtingskosten voor nieuwe natuur (toeslag). In de periode 2009-2013 wordt daarbij uitgegaan van een bedrag, inclusief toeslag, van €32.000,- per hectare.
Voordat een ontwerp van een wijzigingsplan in procedure wordt gebracht moet het bedrag, ten behoeve van de compensatieplicht, gestort worden in het gemeentelijk groenfonds.
7.
Het nieuwe kampeerterrein wordt omgeven door een afschermende elzensingel met een breedte van tenminste 7,00 m, tenzij er sprake is van toeristische standplaatsen in welk geval de breedte tenminste 3,00 m zal bedragen. Aan deze voorwaarde moet worden voldaan ter voorkoming van negatieve effecten op het landschap. Voordat een ontwerp van het wijzigingsplan in procedure wordt gebracht moet een beplantingsovereenkomst worden gesloten tussen de gemeente en de eigenaar van het kampeerterrein. In de overeenkomst wordt een boetebeding opgenomen. Dit om te waarborgen dat de afschermende beplanting daadwerkelijk wordt gerealiseerd en onderhouden. De elzensingel behoeft geen onderdeel te zijn van het kampeerterrein zelf.
8.
De bestaande gezamenlijke oppervlakte van de kampeerterreinen en recreatiewoningenterrein, zoals die bestond op het moment van de ter visie legging van het ontwerp-bestemmingsplan, wordt met niet meer dan 11 hectare vergroot. Met de vaststelling van de Toeristische toekomstvisie Terschelling heeft de gemeenteraad besloten de mogelijkheid te bieden kampeerterreinen uit te breiden tot
31
maximaal 11 hectare. Deze mogelijkheid is onder andere om kampeermiddelen op jaarstandplaatsen meer ruimte te geven ten behoeve van kwaliteitsverbetering. De uitbreiding is in dit geval niet bedoeld om extra kampeermiddelen te kunnen plaatsen. De oppervlakte waarmee een kampeerterrein mag worden uitgebreid is bepaald op maximaal 50% van de oppervlakte van het bestaande kampeerterrein. Zo streven wij er naar zoveel mogelijk campinghouders in de gelegenheid te stellen gebruik te maken van de regeling. In 2013 wordt deze regeling geëvalueerd. 9.
Er wordt geen afbreuk gedaan aan de landschappelijke en natuurlijke waarden, de milieusituatie, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Bij de beoordeling van de aanvraag ten aanzien van de invloed op de landschappelijke waarden worden naast de toelichting op het Bestemmingsplan Buitengebied en de Nota van Uitgangspunten voor het Bestemmingsplan Buitengebied, het Structuurplan “Terschelling voorbij 2000” (2000) en het “Landschapontwikkelingsplan Terschelling” (2004) als toetsingskaders gehanteerd. Om te kunnen beoordelen of er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke waarden dient de aanvrager een ecologisch onderzoek (uitgevoerd door een onafhankelijk deskundige) te overleggen. Uit het onderzoek moet in ieder geval blijken dat kan worden voldaan aan de natuurbeschermingregels op grond van de Natuurbeschermingswet en de Flora- en Faunawet. Om geen onevenredige afbreuk te doen aan de milieusituatie moet de aanvrager voldoen aan de voorschriften die in het Activiteitenbesluit zijn opgenomen. Wordt aan deze voorschriften voldaan dan is er geen sprake van onevenredige afbreuk aan de milieusituatie.
Ter voorkoming van onevenredige afbreuk aan de woonsituatie van anderen moet de afstand tussen de uitbreiding van het kampeerterrein (grens bestemmingsvlak) en het bouwvlak van een woning met de bestemming “Wonen” minimaal 30 meter bedragen. Dit geldt niet voor de randbeplanting, die ook binnen een afstand van 30 meter tot het bouwvlak van een woning aangelegd mag worden. Daarnaast wordt beoordeeld of er sprake is van onevenredige afbreuk aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
32
Uitbreiding kampeerterrein ten behoeve van toeristisch kamperen in het hoogseizoen (artikel 3.7 onder l Bestemmingsplan Buitengebied) In deze regeling zijn de voorwaarden opgenomen op grond waarvan het college van burgemeester en wethouders de agrarische bestemming (“Agrarisch”) kan wijzigen in een kampeerbestemming (“Recreatie – 1, kampeerterreinen”), ten behoeve van toeristisch kamperen in het hoogseizoen. De voorwaarden, opgenomen in de wijzigingsbevoegdheid, worden hieronder nader toegelicht. Onder hoogseizoen wordt verstaan de maanden mei, juni, juli, augustus en september. 1.
Na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid zijn de bepalingen van artikel 19 van toepassing. Na wijziging van de agrarische bestemming in de kampeerbestemming voor de betreffende gronden zijn de regels van toepassing zijn die gelden voor kampeerterreinen met de bestemming “Recreatie – 1 (kampeerterreinen)”. Deze regels zijn opgenomen in artikel 19.
2.
De wijzigingsbevoegdheid wordt uitsluitend toegepast ten behoeve van de uitbreiding van bestaande kampeerterreinen, op gronden (met een agrarische bestemming) die aansluiten op bestaande verblijfsrecreatieterreinen met de bestemming “recreatie – 1 (kampeerterreinen)”. Er sprake is van “aansluiten op” wanneer agrarische gronden, waarvan de bestemming wordt gewijzigd, direct grenzen aan de gronden met de bestemming “Recreatie – 1 (kampeerterreinen)”. Er mag geen sprake zijn van bijvoorbeeld doorsnijding met wegen met een verkeersbestemming, elzensingels met een bosbestemming , elzenbos met een bosbestemming etc. Een uitzondering wordt gemaakt in geval er sprake is van doorsnijding met een watergang met een waterbestemming (“Water”). Het gaat hierbij om sloten met een belangrijke functie voor de waterhuishouding. Het is goed mogelijk dat een dergelijke watergang deel uit maakt van een kampeerterrein. De waterbestemming en de functie van de watergang dienen wel in stand te worden gehouden. Aansluiten op ten behoeve van uitbreiding betekent ook dat er sprake moet zijn van een bepaalde minimale lengte waarover er sprake is van aansluiting. Hiervoor wordt een minimale maat gehanteerd van 15 meter, exclusief de verplichte randbeplanting. Hierdoor is het mogelijk om direct aansluitend op het bestaande kampeerterrein, naast de vereiste opgaande beplanting, kampeermiddelen te plaatsen.
Bij een aansluiting over een lengte van minder dan 15 meter is er geen sprake meer van uitbreiding van het kampeerterrein, maar van een ontsluiting van twee percelen met een kampeerbestemming.
3.
De wijzigingsbevoegdheid wordt niet toegepast op gronden die op de kaart zijn voorzien van de aanduidingen “hoge en zeer hoge landschappelijke, aardkundige, cultuurhistorische en natuurlijke waarden” en “middelhoge landschappelijke, aardkundige, cultuurhistorische en natuurlijke waarden”. In de polder bevinden zich op een aantal plaatsen bijzondere waarden. Het gaat dan met name om kleinschalig reliëf, verschillende verkavelingstypen en ecologische waarden. Wijziging van de agrarische bestemming in een kampeerbestemming is uitgesloten voor gronden met deze bijzondere waarden.
33
4.
In geval de uitbreiding (mede) betrekking heeft op gronden die op de kaart zijn aangeduid voor “parkeer- en/of speelterrein”, moet deze aanduiding geheel dan wel deels van de kaart worden verwijderd. Bestaande parkeer- en speelvoorzieningen bij kampeerterreinen zijn op de plankaart voorzien van de aanduiding “parkeer- en/of speelterrein”. Er mogen buiten de kampeerterreinen geen nieuwe parkeer- en/of speelterreinen worden aangelegd. Uitbreiding van kampeerterreinen kan plaatsvinden op percelen met de aanduiding “parkeer- en/of speelterrein”. Voorwaarde daarbij is dat, na wijziging, de parkeer- en/of speelvoorzieningen worden gerealiseerd binnen het kampeerterrein. De aanduiding “parkeer- en/of speelterrein” wordt van de kaart verwijderd voor zover aan de betreffende gronden de kampeerbestemming wordt toegekend.
5.
Het nieuwe gedeelte wordt uitsluitend gebruikt en ingericht ten behoeve van toeristische standplaatsen en mag niet worden gebruikt en ingericht ten behoeve van verplaatsing van bestaande (jaar- en seizoen)standplaatsen van het betreffende kampeerterrein, het sport- en speelterrein en/of het parkeerterrein. De wijziging is bedoeld om de mogelijkheid te bieden het aantal standplaatsen voor het toeristisch kamperen te vergroten. De ruimte is alleen bedoeld voor toeristische standplaatsen. Ook andere voorzieningen worden niet toegestaan. De kampeerders dienen gebruik te maken van de voorzieningen op het bestaande kampeerterrein.
6.
Er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de beginselen van de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur en mogelijk verlies aan areaal binnen de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur kwalitatief en/of financieel wordt gecompenseerd . In het Streekplan Fryslân 2007 zijn voor de Waddeneilanden regels opgenomen ter bescherming van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en natuurcompensatie (zie bijlage 1). Verlies aan areaal behorend tot EHS wordt alleen geaccepteerd als er sprake is van “(dwingende) redenen van groot openbaar belang” en het verlies aan areaal wordt gecompenseerd. De vereiste compensatie kan zowel kwantitatief, kwalitatief als financieel worden ingevuld. Indien de mogelijkheid bestaat verlies aan areaal kwantitatief of kwalitatief te compenseren zal per geval maatwerk geleverd moeten worden. In veel gevallen zal kwantitatieve of kwalitatieve compensatie niet mogelijk zijn. Bij financiële compensatie wordt als referentie uitgegaan van de waarde van eilander landbouwgrond met dezelfde oppervlakte als de oppervlakte van het uit te breiden kampeerareaal, vermeerderd met de inrichtingskosten voor nieuwe natuur (toeslag). In de periode 2009-2013 wordt daarbij uitgegaan van een bedrag, inclusief toeslag, van €32.000,-.
Voordat een ontwerp van een wijzigingsplan in procedure wordt gebracht moet het bedrag, ten behoeve van de compensatieplicht, gestort worden in het gemeentelijk groenfonds.
7.
Het bestaande aantal m² van de standplaatsen op het bestaande kampeerterrein en van het gesaneerde kampeerterrein tezamen, zoals weergegeven in bijlage 8, wordt niet vergroot. Deze randvoorwaarde is opgenomen om te voorkomen dat het totaal areaal aan jaaren seizoenstandplaatsen toeneemt (zie bijlage 3, “Beleidsregels kamperen gemeente Terschelling 2008”).
8.
Het nieuwe kampeerterrein wordt omgeven door een afschermende elzensingel met een breedte van tenminste 3,00 m.
34
Deze randvoorwaarde is opgenomen ter voorkoming van negatieve effecten op het landschap. Voordat een ontwerp van het wijzigingsplan in procedure wordt gebracht moet een beplantingsovereenkomst worden gesloten tussen de gemeente en de eigenaar van het kampeerterrein. In de overeenkomst wordt een boetebeding opgenomen. Dit om te waarborgen dat de afschermende beplanting daadwerkelijk wordt gerealiseerd en onderhouden. De elzensingel behoeft geen onderdeel te zijn van het kampeerterrein zelf. 9.
De bestaande gezamenlijke oppervlakte van de kampeerterreinen en recreatiewoningenterrein, zoals die bestond op het moment van de ter visie legging van het ontwerp-bestemmingsplan, wordt met niet meer dan 11 hectare vergroot. Met de vaststelling van de Toeristische toekomstvisie Terschelling heeft de gemeenteraad besloten de mogelijkheid te bieden kampeerterreinen uit te breiden tot maximaal 11 hectare. Deze mogelijkheid is onder andere om meer ruimte te geven om extra toeristische standplaatsen te realiseren in aansluiting op bestaande kampeerterreinen. De oppervlakte waarmee een kampeerterrein mag worden uitgebreid is bepaald op maximaal 50% van de oppervlakte van het bestaande kampeerterrein. Zo streven wij er naar zoveel mogelijk campinghouders in de gelegenheid te stellen gebruik te maken van de regeling. In 2013 wordt deze regeling geëvalueerd.
10.
Met de kampeerplaatsen mag het maximaal toegestane aantal bedden binnen de beddenboekhouding niet worden overschreden. In verband met een voor het eiland toelaatbaar geachte recreatiedruk is een logiescapaciteit van maximaal 21.500 bedden vastgesteld. Op het eiland wordt daarom een beddenboekhouding bijgehouden. Indien het stabilisatieniveau van 21.500 bedden is bereikt worden verzoeken om wijzing van het bestemmingsplan, met als doel het aantal toeristische standplaatsen uit te breiden, geweigerd.
11.
Er wordt geen afbreuk gedaan aan de landschappelijke en natuurlijke waarden, de milieusituatie, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Bij de beoordeling van de aanvraag ten aanzien van de invloed op de landschappelijke waarden worden naast de toelichting op het Bestemmingsplan Buitengebied en de Nota van Uitgangspunten voor het Bestemmingsplan Buitengebied, het Structuurplan “Terschelling voorbij 2000” (2000) en het “Landschapontwikkelingsplan Terschelling” (2004) als toetsingskaders gehanteerd. Om te kunnen beoordelen of er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke waarden dient de aanvrager een ecologisch onderzoek (uitgevoerd door een onafhankelijk deskundige) te overleggen. Uit het onderzoek moet in ieder geval blijken dat kan worden voldaan aan de natuurbeschermingregels op grond van de Natuurbeschermingswet en de Flora- en Faunawet. Om geen onevenredige afbreuk te doen aan de milieusituatie moet de aanvrager voldoen aan de voorschriften die in het Activiteitenbesluit zijn opgenomen. Wordt aan deze voorschriften voldaan dan is er geen sprake van onevenredige afbreuk aan de milieusituatie.
Ter voorkoming van onevenredige afbreuk aan de woonsituatie van anderen moet de afstand tussen de uitbreiding van het kampeerterrein (grens bestemmingsvlak) en het bouwvlak van een woning met de bestemming “Wonen” minimaal 30 meter bedragen. Dit geldt niet voor de randbeplanting, die ook binnen een afstand van 30 meter tot het
35
bouwvlak van een woning aangelegd mag worden. Daarnaast wordt beoordeeld of er sprake is van onevenredige afbreuk aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. Indieningsvereisten en beoordeling verzoek om wijziging bestemmingsplan Een verzoek om wijziging van het bestemmingsplan voor de uitbreiding van een kampeerterrein wordt niet eerder in behandeling genomen dan nadat de volgende stukken zijn aangeleverd: volledig ingevuld aanvraagformulier kampeervergunning; ecologisch onderzoek. Na beoordeling van het verzoek om wijziging worden, indien noodzakelijk, de volgende overeenkomsten opgesteld: overeenkomst sanering te verplaatsten kampeerterrein; beplantingsovereenkomst; Tevens dient, indien noodzakelijk, een bedrag te worden gestort in het gemeentelijk groenfonds ter compensatie van verlies aan areaal EHS. Pas nadat de overeenkomsten zijn ondertekend en het verschuldigde bedrag en het gemeentelijk groenfonds is gestort zal een ontwerp van het wijzigingsplan in procedure worden gebracht. De aanvragen worden in volgorde van binnenkomst behandeld (“wie het eerst komt wie het eerst maalt”). Tenslotte moet het aannemelijk zijn dat de plannen ook op korte termijn uitgevoerd kunnen worden. Zo moet duidelijk zijn dat de aanvrager daadwerkelijk over de grond, waarop de uitbreiding betrekking heeft, kan beschikken. Terschelling, 15 juni 2010.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terschelling voornoemd,
J.J. Hoogkamer, secretaris.
mr. J.M. Visser, burgemeester.
36
Bijlage 1 Streekplan Fryslân 2007 Bescherming EHS en natuurcompensatie op de Waddeneilanden Bij de bescherming van de EHS op de Waddeneilanden geven wij aan het begrip “(dwingende) redenen van groot openbaar belang” een invulling die past bij de beperkte schaal van mogelijke ontwikkelingen op de eilanden. Hierbij wordt onderkend dat buiten bestaande dorpskommen en recreatieterreinen nagenoeg alle gronden tot de EHS behoren, zodat in een aantal situaties reële alternatieve locaties vrijwel ontbreken. Optimale benutting van het bestaande bebouwde gebied blijft van belang. Voor de Waddeneilanden kan kwantitatieve compensatie onmogelijk blijken te zijn. In dat geval is kwalitatieve compensatie mogelijk.
Wij hanteren hiervoor de volgende uitgangspunten: kwalitatieve compensatie van natuurwaarden vindt in principe per eiland plaats, waarbij wordt vastgelegd welke verbetering voor welke ingreep staat [….]; er is een financiële relatie tussen de ruimtelijke ingreep en de maatregelen voor natuurverbetering; voor VHR (Natura2000)-gebieden is compensatie van dezelfde biotoop als de aangetaste biotoop noodzakelijk; bij financiële compensatie wordt als referentie uitgegaan van de waarde van eilander landbouwgrond met dezelfde oppervlakte als de oppervlakte van de ruimtelijke ingreep, vermeerderd met de inrichtingskosten voor nieuwe natuur; financiële verevening gebeurt via een EHS-compensatiefonds per eiland.
37
Bijlage 2 Reactienota zienswijzen De beleidsregels zijn in ontwerp ter inzage gelegd van 1 april tot 13 mei 2010. Gedurende deze periode konden zienswijzen worden ingediend. Van deze mogelijkheid is gebruik gemaakt door: -
de heer J. Haan, eigenaar van “Camping Duinland”, zienswijze gedateerd 10 mei 2010, ontvangen 12 mei 2010. de heer B. Haantjes, eigenaar van recreatieterrein “Haantjes Vakantiepark”, zienswijze gedateerd 8 mei 2010, ontvangen 11 mei 2010;
Beide zienswijzen zijn tijdig bij de juiste instantie ingediend. De indieners van de zienswijzen worden als eigenaar van een recreatieterrein danwel camping beschouwd als belanghebbende. De zienswijzen zijn ontvankelijk. In de zienswijze wordt ook ingegaan op de verandering van de Beleidsregels kamperen en de wijziging van de Kampeerverordening die in dezelfde periode ter inzage hebben gelegen. In deze reactienota wordt alleen ingegaan op de zienswijze voor zover relevant voor de “Beleidsregels uitvoering Bestemmingsplan Buitengebied, Onderdeel uitbreiding kampeerterreinen” Beide zienswijzen worden samengevat en voorzien van een reactie van het college. Daarnaast is een kopie van de zienswijze in deze bijlage opgenomen. 1. Samenvatting zienswijze van de heer J. Haan, eigenaar van “Camping Duinland” “50%regeling” De heer Haan vraagt in zijn zienswijze om de “50% regeling” te verruimen. Argumenten daarvoor zijn: regeling is voorbehouden aan eigenaren kampeerterrein die aangrenzende gronden in bezit hebben, dat zijn er op dit moment niet erg veel.
Daarnaast zijn er eigenaren van kampeerterreinen met aansluitend meer grond in eigendom dan 50 % van de oppervlakte van het bestaande kampeerterreinen; grote kampeerterreinen krijgen meer ruimte om uit te breiden dan kleinere kampeerterreinen terwijl in sommige gevallen, planologisch gezien, kleine kampeerterreinen meer mogelijkheden hebben; quotum dat nu niet wordt gebruikt zou ook door anderen gebruikt moeten kunnen worden los van de “50%regeling”. Reactie college De “50%regeling” waar de heer Haan op doelt is opgenomen in de beleidsregels voor de uitbreiding van een kampeerterrein voor kwaliteitsverbetering en/of herinrichting van een kampeerterrein . De regeling is bedoeld om het bestaande vergunde areaal aan kampeermiddelen ruimer te kunnen plaatsen en/of meer ruimte te bieden voor voorzieningen als een parkeer- of speelterrein. Door de mogelijkheid te bieden om bestaande kampeerterreinen met 50% uit te breiden ontstaat er voldoende ruimte om aan de doelstelling om te komen tot kwaliteitsverbetering en/of herinrichting te kunnen voldoen. Een ruimere uitbreiding is mogelijk door gebruik te maken van de regeling kampeerterreinen uit te breiden door sanering van kampeerterrein elders . De 50%regeling is daarnaast bedoeld om iedere kampeerterreineigenaar, daar waar mogelijk, de kans te geven zijn of haar kampeerterrein uit te breiden.
Dat niet elke eigenaar op dit moment daar geen gebruik van kan maken doet daar niets aan af. Het bestemmingsplan heeft een looptijd van 10 jaar. Binnen die periode is het voorstelbaar dat aangrenzende gronden door eigenaren wordt gekocht of gepacht.
38
Kleinere kampeerterreinen die meer willen uitbreiden dan 50% van de bestaande oppervlakte van het bestaande kampeerterrein kunnen gebruik maken van de eerder genoemde regeling om kampeerterreinen uit te breiden door sanering van kampeerterrein elders. Binnen die regeling is de 50%regeling niet van toepassing. De opmerkingen over het quotum hebben geen betrekking op voorliggende beleidsregels. Toeristische strandplaatsen De heer Haan is van mening dat er ook op gronden die worden gebruikt als uitbreiding van het kampeerterrein voor toeristische standplaatsen voorzieningen als een toiletgebouw zouden moeten worden toegestaan. Argumenten hiervoor zijn: Ook kampeerterreinen met alleen jaarstandplaatsen moeten kunnen uitbreiden met een terrein voor tenten. Als er op dit moment geen voorzieningen aanwezig zijn moeten deze op het terrein voor de toeristische plaatsen gerealiseerd kunnen worden’ De betreffende gronden komen ook in aanmerking voor uitbreiding met jaarstandplaatsen en derhalve geschikt voor plaatsing van voorzieningen. Bovendien moet er een beplantingsstrook van 3 meter worden aangebracht. Reactie college. De beleidsregel om op terreinen die alleen worden gebruikt voor toeristische plaatsen geen voorzieningen toe staan is bedoeld om te voorkomen dat er buiten het seizoen gebouwen staan die niet worden gebruikt.
Dit heeft een negatieve invloed op de beleving van het landschap, ondanks de verplichting 3 meter aan opgaande beplanting aan te brengen. Er moet dus gebruik worden gemaakt van al of niet bestaande voorzieningen op het oorspronkelijke kampeerterreinen Conclusie De zienswijzen van de heer Haan geven geen aanleiding de beleidsregels aan te passen. 2. Samenvatting zienswijze van de heer B. Haantjes, eigenaar van recreatieterrein “Haantjes Vakantiepark” Een groot deel van de zienswijze heeft geen betrekking op de beleidsregels. Wel relevant zijn de opmerkingen over de “50%regeling”. Net als de heer Haan staat de heer Haantjes een verruiming voor. Voor de reactie van het college wordt verwezen naar de behandeling van dit onderwerp bij de zienswijze van de her Haan. Conclusie De zienswijzen van de heer Haantjes geven geen aanleiding de beleidsregels aan te passen.
39
Bijlage 2
Kampeerverordening gemeente Terschelling 2010
De raad van de gemeente Terschelling Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terschelling d.d. 15 juni 2010; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; overwegende dat het in het belang van de orde, rust, de veiligheid, de natuur- en landschapsbescherming, de bescherming van het milieu, de hygiëne en gezondheid wenselijk is om procedureregels te stellen over hoe om te gaan met het verlenen van kampeervergunningen en kampeerontheffingen; besluit vast te stellen de Kampeerverordening gemeente Terschelling 2010 Artikel 1 Voor toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt verstaan onder: Vergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2, lid 1 van de Kampeerverordening gemeente Terschelling. Ontheffing: een ontheffing als bedoeld in artikel 2, lid 3 van de Kampeerverordening gemeente Terschelling. Permanente bewoning: bewoning van een ruimte (gebouwen en kampeermiddelen geen gebouwen zijnde) als hoofdverblijf, welke niet als zodanig is bestemd. Rechthebbende(n): degene(n) die krachtens een zakelijk of persoonlijk recht de beschikking heeft over enige onroerende zaak. Kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf.
Kampeermiddel: tent, tentwagen, camper of caravan dan wel enig ander voertuig, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge de Woningwet een bouwvergunning vereist is; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Jaarstandplaats: het terreingedeelte dat bestemd is voor het plaatsen van een kampeermiddel dat gedurende het gehele jaar aldaar aanwezig mag zijn. Seizoenstandplaats: het terreingedeelte dat bestemd is voor het plaatsen van een kampeermiddel voor ten hoogste de periode van 1 maart tot 1 november. Toeristische standplaats: het terreingedeelte dat bestemd is voor het plaatsen van een kampeermiddel, niet zijnde een bouwwerk, dat slechts gedurende een aaneengesloten beperkte periode van ten hoogste enige weken (maximaal drie maanden) op het kampeerterrein aanwezig is.
40
Artikel 2 1 Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een kampeerterrein te houden. 2 Een vergunning als bedoeld in artikel 2, lid 1, kan slechts worden verleend, indien: - is voldaan of op redelijke wijze zal worden voldaan aan de regelen gesteld bij of krachtens deze verordening. - de aanvraag betrekking heeft op een terrein dat bij bestemmingsplan uitsluitend of mede als kampeerterrein is aangewezen. 3 Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in artikel 2, lid 1, voor het gelegenheid geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen buiten de in artikel 2, lid 1 bedoelde kampeerterreinen, door groepen uitgaande van een vereniging of andere organisatie met een doelstelling van sociale, educatieve of wetenschappelijke aard, gedurende een in de ontheffing aangegeven korte, aaneengesloten periode. 4 Een ontheffing als bedoeld in artikel 3 kan slechts worden verleend, indien is voldaan of op redelijke wijze zal worden voldaan aan de regelen gesteld bij of krachtens deze verordening. 5 In geval van omzetting van Recreatie – 1 in een Recreatie – 2 worden de m² die nodig zijn voor de bouw van de zomerhuizen op de in de kampeervergunning voor de plaatsing van jaar– en seizoenstandplaatsen beschikbare m² in mindering gebracht. Bij volledige omzetting komt de kampeervergunning te vervallen.
Artikel 3 1 De aanvraag van een vergunning of ontheffing, bevat: a naam en adres van de rechthebbende(n) en de beheerder(s) van het (kampeer)terrein; b een opgave van het soort standplaatsen. 2 Bij de aanvraag van een vergunning wordt in 2-voud een situatietekening overgelegd, op een schaal van tenminste 1: 1000, waarop, voor zover van toepassing, is aangegeven: 1 een kadastrale omschrijving van het perceel; 2 de oppervlakte van het kampeerterrein; 3 de plaats van de bestaande en op te richten gebouwen en hun functies; 4 de aanwezige en aan te brengen randbeplanting en het assortiment waaruit de randbeplanting bestaat; 5 de ontsluiting van het kampeerterrein en het verloop van de wegen en de paden op het kampeerterrein; 6 de aanwezige en te realiseren parkeergelegenheid; 7 de kavelbegrenzing en situering van de jaar- en seizoenstandplaatsen, de kavelbegrenzing en locatie van de eventueel aanwezige bungalows en/of recreatiewoonverblijven, alsmede de begrenzing van de plaatsen bestemd voor toeristisch kamperen en de ruimte voor sport en spel; 8 de aanwezige en te realiseren voorzieningen ter bestrijding van brand. Artikel 4 1 Op de aanvraag van een vergunning of ontheffing wordt binnen acht weken na ontvangst beslist.
2 Indien de beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, stelt het college van burgemeester en wethouders de aanvrager daarvan in kennis en noemt het daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 3 Indien een aanvraag niet voldoet aan het bepaalde in artikel 3 stellen burgemeester en wethouders de aanvrager in de gelegenheid deze binnen twee weken, nadat dit is bekendgemaakt, aan te vullen of te verbeteren.
41
4
Van ontvangst van de aanvraag als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is pas sprake op het moment dat, met inachtneming van het hiervoor bepaalde, de in artikel 3, tweede lid vereiste situatietekening is overlegd.
Artikel 5 1 Aan de vergunning en de ontheffing worden voorschriften verbonden met betrekking tot de geldigheid en de duur van de vergunning. 2 Aan de vergunning en de ontheffing worden voorschriften verbonden betreffende onder meer het gebruik en de inrichting van het (kampeer)terrein, alsmede de soort van de op het kampeerterrein toe te laten kampeermiddelen. 3 Aan de vergunning en de ontheffing worden in het belang van de orde, rust, de veiligheid, de natuur- en landschapsbescherming, de bescherming van het milieu, de hygiëne en gezondheid voorschriften verbonden. Artikel 6 1 Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. 2 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn, naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, belast: de als buitengewoon opsporingsambtenaar beëdigde ambtena(a)r(en). 3 Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.
Artikel 7 1 Vergunningen verleend op grond van artikel 8 van de Wet op de Openluchtrecreatie worden gedurende 1 jaar na inwerking treding van deze verordening aangemerkt als vergunning welke zijn verleend op grond van deze verordening, voor zover zij niet eerder zijn vervallen of worden ingetrokken. Artikel 8 1 Dit besluit kan worden aangehaald als “Kampeerverordening gemeente Terschelling 2010”. 2 Deze verordening treedt, nadat zij conform het bepaalde in artikel 139 van de Gemeentewet bekend is gemaakt, in werking op 1 oktober 2010.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Terschelling in zijn openbare vergadering van 28 september 2010.
42
Bijlage 3
Kaartmateriaal jeugdkampeerterreinen Terschelling
43
44
45
46
47
48
Bijlage 4
Terschellinger kampeerareaal en verdeling over de verschillende kampeerterreinen.
Naam Kadastrale Toeristisch camping oppervlakte gebruik VOF Camping Cnossen Cnossen 21360 6395 Schroo R. en P. Klein Eldorado 6020 VOF Verduyn-Hoogland. Landzicht 16490 5290 Schroo J. Schittrum 26460 Eldorado Hotter J.S.T., Hotter-Wulp I., Schaap M.M. Wulp 8015 2235 Povoco BV Dellewal 16190 3166 SBB Natuurterrein West 22000 22000 SBB Swartduin 15000 15000 Conijn-Cupido A. Cupido 41140 31140 Terschelling recreatie de Riesen de Riesen 20300 VOF Camping de Kooi De Kooi 73400 73400 Stichting Hee 6 Kamp Hee 1650 Haan de heer en mevrouw Duinland 10445 500 Nipa Holding BV Schuttersbos 12574 (VVE) Noordkaap Noordkaap 13970 685 Bonne J. Veldzicht 26890 VOF Hoeve ‘t Noord Hoeve 't Noord 16217 Terpstra-Bierema H. Terpstra (gezin) 11300 Schaap D. De Meerpaal 1037 VOF Camping Terpstra Terpstra (jeugd) 25884 25884 Vereniging van eigenaren De Bosch 4840 Das J.J.W. 't Blommelântse 1650 Vis J. en C. Vis 4050 Haantjes B., Bernard Haantjes Terschelling Haantjes 12700 1667 Exploitatie BV en Beukenhoeve BV Rinsma J. Elsebos 1100 Roijen A.E.M. van en Jansen W.G.M. Knossebos 510 Mast K. en Camping Mast BV Mast 21910 13910 Doeksen J. De Brambei 5210 1000 Witvliet L.M. Demmink 520 Smit B.M. 977 Vries de A, N, C en C. Grientebos 4030 Diverse eigenaren zomerhuizen Molenland 2300 Muijskens S.C. Molenland 2400 Muijskens L. 't Landje 5830 M.
Hogerheyde-Zorgdrager Molkenbos 4700 VOF Damstra-Andela, Bernard Haantjes Noorderlicht 4075 Terschelling Exploitatie BV en BakkerTromp G. Diverse personen Zuiderkroon 1470 Swart C.A. De Kei 2970 Muijskens L. Hekkeland 9020 1620 Diverse eigenaren Dirk 1790 VOF van Dieren Bakker Appelhof 19120 19120 Naam rechthebbende(n)
Overig gebruik 14965 6020 11200 26460 5780 13024
10000 20300 1650 9945 12574 13285 26890 16217 11300 1037 4840 1650 4050 11033 1100 510 8000 4210 520 977 4030 2300 2400 5830 4700 4075
1470 2970 7400 1790
49
Naam rechthebbende(n) Brok W. den Wichen D. van/Helsdingen J. van Demmink Polman J. Delft Smit M. van Smit D.P. VVE Zeedieren appartementen Formerum Mast C. Rees-Fries l. van en van Rees L. Vereniging van eigenaren VOF Snijder-Zorgdrager Bonnema J. en C. Muijskens C.J. Deodatus F. Dambrink M. SBB Stichting de Grote Beer Smit P.J.A. en Frankena-Smit I.M.J. Roos W.J. Veen R.H. v/d SBB Pals J.D. Muijskens C.J. Kerkvoogdij NH kerk Hoorn Goede A.S. Terschelling recreatie Tjermelân Diverse eigenaren VOF de Duinkant
Naam camping Nieuw Formerum Jutters Klavier De Hoek
Kadastrale Toeristisch oppervlakte gebruik 74780 74780 730 510 1005 918 Noorderlicht 2705 De Eendevijver 8158 van Rees 10200 Tante Grietje 3821 Snijder 840 Bonnema 2640 De Tjallen 1340 Deodatus 1215 1015 Aaster Uiltje 6680 5680 Natuurterrein Lies 5000 5000 6350 6350 Sudduunt 1280 280 In de roos 790 Dennedune 5130 3330 Natuurterrein 16700 16700 Hoorn Jan Fries Dûne 940 Hekkebos 860 660 't Fokje 660 260 't Wan-tij 5420 4420 Tjermelân 27340 3050 De Steinzerd 10760 De Duinkant 7250 5850 Totaal: 701536 350387
Overig gebruik 730 510 1005 918 2705 8158 10200 3821 840 2640 1340 200 1000
1000 790 1800
940 200 400 1000 24290 10760 1400 351149
50