CConstaterende datTerschelling
Koppel je AI →
Document · PDF

12.d. 45.C. Bijlage 1. beleidsregels_kamperen_gemeente_terschelling_2010_def

Raadsvergadering 26 november 2025, gemeente TerschellingBij agendapunt: (B) Ontwerp beleidskader Kamperen16.594 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beleidsregels kamperen gemeente Terschelling 2010 Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders d.d. 15 juni 2010

E.M.P. Zijlstra Burger & Bestuur

Inhoudsopgave Inleiding 2 Beleidsregels kamperen 3 Definities 3 Groeimogelijkheden 3 Kampeervormen 4 Toelaatbaarheid jaarstandplaatsen 4 Toelaatbaarheid jeugdkamperen 5 Afmetingen en vorm van caravans 5 Bovengrens beschikbaar kampeerareaal 6 Herverkaveling van kampeerterreinen 6 Opsplitsing kampeerterreinen 6 Permanente bewoning 7 Randbeplanting kampeerterreinen 7 Geldigheidsduur van de vergunning en objectgebondenheid 8 Brandveiligheid 8 Overige aspecten 9 Toelichting op de beleidsregels 10 Groeimogelijkheden 10 Kampeervormen 12 Toelaatbaarheid jaarstandplaatsen 14 Toelaatbaarheid jeugdkamperen 15 Afmetingen en vorm van caravans 15 Bovengrens beschikbaar kampeerareaal 16 Herverkaveling kampeerterreinen 17 Opsplitsing kampeerterreinen 17 Permanente bewoning 17 Randbeplanting kampeerterreinen 18 Geldigheidsduur kampeervergunning en objectgebondenheid 18 Brandveiligheid 18 Overige aspecten 18 Relatie met overige regelgeving 20 Bijlagen 25 Bijlage 1 Beleidsregels uitvoering bestemmingsplan Buitengebied, onderdeel uitbreiding kampeerterreinen 25 Bijlage 2 Kampeerverordening gemeente Terschelling 2008 38 Bijlage 3 Kaartmateriaal jeugdkampeerterreinen Terschelling 42 Bijlage 4 Terschellinger kampeerareaal en verdeling over de verschillende kampeerterreinen. 48

2

Inleiding Op 24 juli 2007 heeft de gemeenteraad ingestemd met de notitie “Intrekking van de Wet op de Openluchtrecreatie (WOR)”. Hierin zijn de gevolgen van de intrekking van de WOR voor de gemeente Terschelling inzichtelijk gemaakt. Uit de notitie blijkt dat de door het Rijk voorgestelde optie om de zaken rond het kamperen in het bestemmingsplan en de APV te regelen voor de Terschellinger situatie te kort door de bocht is. De intrekking van de WOR biedt echter wel mogelijkheden een bijdrage aan vermindering van regels te leveren. De gemeenteraad concludeert dat een aantal regels kunnen worden afgeschaft en een aantal zaken in het bestemmingsplan en/of de APV kunnen worden geregeld. Een aantal beleidsregels vindt hun achtergrond in de specifieke eilander situatie. Zo zijn het grote belang dat aan het behoud van ons karakteristieke landschap wordt toegekend en het belang van openbare orde van invloed geweest op de totstandkoming van eerdere beleidsregels. Belangen die ons inziens nog steeds gekoesterd moeten worden. Hierdoor resteren er nog een aantal specifieke regels die niet in het bestemmingsplan en/of de APV kunnen worden geregeld. Hiervoor zal een vergunningen/ontheffingen regiem in stand moeten blijven. De grondslag voor het huidige regiem, de Wet op de Openluchtrecreatie, vervalt. Als gemeente moeten wij zelf een nieuwe grondslag (verordening) opstellen.

De beleidsregels kamperen moeten worden geactualiseerd aan de nieuwe situatie. Op 30 januari 2007 heeft de gemeenteraad de Toeristische toekomstvisie Terschelling vastgesteld. In deze visie wordt op hoofdlijnen aangegeven waar Terschelling de komende jaren met het toerisme naar toe wil. In deze visie zijn ook een aantal beleidslijnen voor het kamperen geformuleerd. Deze dienen in de beleidsregels te worden verwerkt. In de notitie “Beleidsregels kamperen gemeente Terschelling 2008” is aan het voorgaande invulling gegeven. Op 22 oktober 2002 zijn de beleidsregels kamperen gemeente Terschelling vastgesteld. Deze beleidsregels vonden hun basis in de Wet op de Openluchtrecreatie (WOR). Per 1 januari 2008 is de WOR ingetrokken. De basis van de beleidsregels is nu de kampeerverordening gemeente Terschelling. Omdat de basis verandert zijn de in 2002 vastgestelde beleidsregels op 16 oktober 2007 door het college opnieuw vastgesteld. De notitie beleidsregels kamperen gemeente Terschelling 2008 vervangt de 16 oktober 2007 vastgestelde Beleidsregels kamperen gemeente Terschelling 2007. De nu voorliggende versie betreft een ambtshalve aanpassing in verband met de inwerking treding van het nieuwe bestemmingsplan buitengebied d.d. 1 september 2009.

3

Beleidsregels kamperen Definities In het Terschellinger kampeerbeleid wordt verstaan onder: Vergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2, lid 1 van de Kampeerverordening gemeente Terschelling. Ontheffing: een ontheffing als bedoeld in artikel 2, lid 3 van de Kampeerverordening gemeente Terschelling. Permanente bewoning: bewoning van een ruimte (gebouwen en kampeermiddelen geen gebouwen zijnde) als hoofdverblijf, welke niet als zodanig is bestemd. Rechthebbende(n): degene(n) die krachtens een zakelijk of persoonlijk recht de beschikking heeft over enige onroerende zaak. Kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf. Kampeermiddel: tent, tentwagen, camper of caravan dan wel enig ander voertuig, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge de Woningwet een bouwvergunning vereist is; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Jaarstandplaats: het terreingedeelte dat bestemd is voor het plaatsen van een kampeermiddel dat gedurende het gehele jaar aldaar aanwezig mag zijn.

Seizoenstandplaats: het terreingedeelte dat bestemd is voor het plaatsen van een kampeermiddel voor ten hoogste de periode van 1 maart tot 1 november. Toeristische standplaats: het terreingedeelte dat bestemd is voor het plaatsen van een kampeermiddel, niet zijnde een bouwwerk, dat slechts gedurende een beperkte aaneengesloten periode van ten hoogste enige weken (maximaal drie maanden) op het kampeerterrein aanwezig is. Groeimogelijkheden In de Toeristische toekomstvisie Terschelling is aangegeven dat de kampeersector met maximaal 11 hectare kan toenemen. In het bestemmingsplan buitengebied is hiertoe een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarmee grond met een agrarische bestemming kan worden gewijzigd in de bestemming “Recreatie – 1 (kampeerterrein)”. Met deze groeiruimte wordt het volgende nagestreefd: 1. Ruimte bieden voor kwaliteit (met name ruimere opzet caravanterreinen). 2. Ruimte bieden voor kwantiteit (in theorie is nog ruimte aanwezig op jaarstandplaatskampeerterreinen die niet hun normaantallen kunnen invullen en gezinskampeerterreinen die de toeristische kampeermiddelen ruim opzetten en zo ook de maximale norm niet halen). 3. Verbetering van de landschappelijke inpassing van kampeerterreinen. De groeimogelijkheden voor de kwantiteit (m²) van jaar- en seizoenstandplaatsen zijn beperkt.

Dit is nader uitgewerkt in de paragraaf “Bovengrens jaar- en seizoenstandplaatsen” in deze beleidsregels. Binnen de 11 hectare kunnen toeristische kampeerterreinen op zogenaamde overloopterreinen kampeermiddelen plaatsen. Enkel alleen aansluitend aan terreinen waar voor toeristische kampeerders sanitaire voorzieningen aanwezig zijn. Groei is uitsluitend mogelijk aansluitend aan bestaande kampeerterreinen en mag niet onderbroken/doorsneden worden door openbare wegen.

4

Als gronden waarvan de agrarische bestemming is gewijzigd in de bestemming “Recreatie – 1 (kampeerterreinen)” na drie jaar nog niet met kampeermiddelen is ingevuld dan zullen wij een procedure starten om de bestemming terug te wijzigen in agrarisch gebied. Om de invulling van de 11 hectare in goede banen te leiden zijn de beleidsregels uitvoering bestemmingsplan Buitengebied, onderdeel uitbreiding kampeerterreinen opgesteld. Deze treft u als bijlage 1 aan. Bij de invulling van de 11 hectare moet toetsing aan deze beleidsregels plaatsvinden. Kampeervormen In de Kampeerverordening gemeente Terschelling 2010 (zie bijlage 2) is opgenomen dat er alleen kampeervergunningen worden verleend voor die terreinen die in het bestemmingsplan uitsluitend of mede als kampeerterrein (in het nu vigerende bestemmingsplan buitengebied de terreinen met de bestemming: Recreatie – 1) zijn aangewezen en de terreinen waar op basis van het zogenaamde overgangsrecht aan kampeermiddelen standplaats mag worden geboden.

Uitzondering vormt de ontheffing voor het gelegenheid geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen buiten de in het bestemmingsplan opgenomen kampeerterreinen, door groepen uitgaande van een vereniging of andere organisatie met een doelstelling van sociale, culturele, educatieve of wetenschappelijke aard, gedurende een in de ontheffing aangegeven korte, aaneengesloten periode. Voor deze ontheffing gelden de volgende beleidsregels: De ontheffing wordt verleend in situaties (evenementen) die het noodzakelijk maken om in de nabijheid te kamperen en in situaties waarin kan worden gemotiveerd waarom geen gebruik kan worden gemaakt van een regulier (bestemd) kampeerterrein. Er wordt niet langer ontheffing verleend dan voor veertien aaneengesloten dagen. Er wordt geen ontheffing verleend voor locaties waarbij het belang van de orde, de rust, de veiligheid, de natuur- en landschapsbescherming, de bescherming van het milieu en de hygiëne en gezondheid in het gedrang komen. Het verlenen van een ontheffing doet niet af aan beperkingen die uit andere regelgeving voortvloeien, zoals het bestemmingsplan en de Natuurbeschermingswet. Een andere uitzondering vormt het kamperen bij de boer.

De voorwaarden waaronder het kamperen bij de boer kan plaatsvinden zijn opgenomen in artikel 35.2 “ontheffing op de gebruiksregels” van het bestemmingsplan Buitengebied en specifiek hiervoor geformuleerde beleidsregels. Toelaatbaarheid jaarstandplaatsen Op alle bestemde kampeerterreinen / percelen met de bestemming Recreatie – 1 is het toegestaan jaarstandplaatsen in te nemen. Uitzondering hierop vormen: De Staatsbosbeheer kampeerterreinen: Swartduin en de natuurterreinen West en Lies. De jeugdkampeerterreinen Terpstra en Appelhof. Het innemen van jaarstandplaatsen is eveneens niet toegestaan op de zogenaamde overgangsrechtkampeerterreinen. Op grond van in het verleden verworven rechten kunnen hier kampeermiddelen worden geplaatst. Voor deze terreinen geldt dat het van het bestemmingsplan afwijkende gebruik naar aard en omvang niet mag worden vergroot. Het streven is deze overgangsrechtterreinen positief te bestemmen dan wel te saneren.

5

Toelaatbaarheid jeugdkamperen Voor het gehele eiland geldt de restrictie dat de op 1 juni 2001 op Terschelling aanwezige en in kampeervergunningen vergunde jeugdkampeerterreinen in aantal en omvang niet mogen toenemen. In bijlage 3 is op kaartmateriaal de locatie en grootte van de op 1 juni 2001 op Terschelling aanwezige jeugdkampeerterreinen aangegeven. Het op 1 juni 2001 aanwezige aanbod aan jeugdkampeerterreinen zien wij gelet op de gevolgen voor het woon- en leefklimaat op Terschelling als het maximaal toelaatbare. Het maximaal toelaatbare aanbod aan jeugdkampeerareaal wordt minder als (een deel van) dit aanbod door de gemeente gesaneerd wordt. Verplaatsing van bestaand jeugdkampeerareaal is alleen mogelijk naar de in het structuurplan aangewezen Recreatieve verblijfsconcentraties. Dit met het oog op de in het structuurplan verwoorde zoneringsgedachte. De elders in deze beleidsregels beschreven uitgangspunten voor herverkaveling van kampeerterreinen zijn hier onverkort op van toepassing. Afmetingen en vorm van caravans Een caravan op een jaarstandplaats moet aan de volgende vereisten voldoen: Maximale grootte 45 m². Maximale hoogte 3.30 meter. De verschillende onderdelen of de caravan in zijn geheel moeten verrijdbaar zijn. Zij moeten over een draagconstructie met as en wielen en een dissel beschikken. De wielen en dissel mogen ook losse componenten zijn.

Indien een caravan niet in zijn geheel wordt vervoerd maar in delen dan dienen de aan elkaar te koppelen delen, zonder uitgebreide ingrepen te hoeven te verrichten, loskoppelbaar te zijn. Maximaal 15% van de oppervlakte van het gedeelte dat in de kampeervergunning voor de plaatsing van jaar– en seizoenstandplaatsen is aangewezen mag met caravans worden ingevuld. Deze laatste vereiste betekent dat als de caravans groter worden er totaal minder geplaatst kunnen worden. Het is voor de gemeente van belang bij te kunnen houden of de genoemde 15% is ingevuld. Hiervoor geldt een meldingsplicht. Campinghouders dienen via een overzicht en kaartmateriaal een actueel inzicht te verschaffen in het op het kampeerterrein aanwezige aantal kampeermiddelen op jaar– en seizoenstandplaatsen en de grootte van de afzonderlijke kampeermiddelen op jaar– en seizoenstandplaatsen. Iedere wijziging hierin dient voorafgaand aan het daadwerkelijk doorvoeren van de wijziging schriftelijk aan de gemeente te worden doorgegeven. Pas nadat de gemeente heeft aangegeven met de wijziging in te kunnen stemmen mag de wijziging worden doorgevoerd. De maximale afmetingen van een caravan, geplaatst op een toeristische standplaats of vallend onder het overgangsrecht, bedragen 7.35 meter lengte en 2.50 meter breedte. De maximale hoogte bedraagt 3.30 meter.

De afmetingen van een caravan worden buitenwerks op vloerhoogte gemeten, alleen die zaken die onlosmakelijk deel uitmaken van de caravan (het chassis) worden hierbij meegenomen. De hoogte van een caravan is de afstand tussen het maaiveld en het hoogste punt van het dak van de caravan.

6

Bovengrens beschikbaar kampeerareaal Voor Terschelling geldt een bovengrens aan de beschikbare ruimte voor jaar- en seizoenstandplaatsen of bouw van zomerhuizen. Basis hiervoor vormt het na de kampeervergunningverlening in 2008 en 2009 vergunden en bestemde kampeerareaal en de op dat moment aanwezige verdeling over de kampeerterreinen. Totaal is: 70.1536 m² kampeerareaal beschikbaar. In bijlage 4 is een lijst opgenomen met een verdeling van de m² per kampeerterrein. Van deze 70.1536 m² is 35.0768 m² beschikbaar voor het innemen van jaar- en/of seizoenstandplaatsen of bouw van zomerhuizen. Deze m² zijn onderling verhandelbaar. De voorwaarden waaronder worden in de volgende paragraaf aangegeven. De voor de individuele kampeerterreinen beschikbare m² voor kampeermiddelen op jaar– en seizoenstandplaatsen zijn in de kampeervergunningen opgenomen. De in de kampeervergunning opgenomen m² aan jaar– en seizoenstandplaatsen kunnen worden ingevuld op de nu reeds bestemde kampeerterreinen Recreatie – 1 terreinen en op de als groeimogelijkheid beschikbare 11 hectare. In geval van omzetting van Recreatie – 1 in een Recreatie – 2 bestemming worden de m² die nodig zijn voor de bouw van de zomerhuizen op de in de kampeervergunning voor de plaatsing van jaar– en seizoenstandplaatsen beschikbare m² in mindering gebracht. Bij volledige omzetting komt de kampeervergunning te vervallen.

Met het nu vergunde kampeerareaal is de bovengrens van het totale kampeerareaal (zijnde 70.1536 m²) en ruimte beschikbaar voor jaar- en/of seizoenstandplaatsen of bouw van zomerhuizen bereikt. Herverkaveling van kampeerterreinen Via een wijziging van een agrarische bestemming naar Recreatie – 1 kan kampeerareaal worden verplaatst naar planologisch daartoe geschikt geachte percelen. In de bestemmingsplannen is hiervoor een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Als onderdeel van deze procedure zal de kampeerbestemming van het perceel waar het kampeerareaal verdwijnt worden afgehaald en van een andere passende bestemming worden voorzien. Zie hiertoe ook de in bijlage 1 toegevoegde beleidsregels uitvoering bestemmingsplan Buitengebied, onderdeel uitbreiding kampeerterreinen. In aanvulling op hetgeen in het bestemmingsplan is geregeld gelden de volgende uitgangspunten: Aan de verplaatsing van kampeerterreinen wordt enkel medewerking verleend als deze terreinen in het geheel worden aangekocht c.q. verplaatst. Een verdeling van een in het geheel aangekocht terrein over meerdere campingbedrijven is mogelijk. De wijzigingsbevoegdheid wordt alleen toegepast in gevallen van uitbreiding van bestaande kampeerterreinen. Het is mogelijk tussen Recreatie – 1 terreinen areaal voor jaar- en seizoenstandplaatsen tegen areaal aan toeristische standplaatsen uit te ruilen.

In principe bestaat de mogelijkheid dat de gemeente kampeerareaal met m² voor kampeermiddelen op jaar- en seizoenstandplaatsen in haar bezit verkrijgt. Bijvoorbeeld in geval van het beëindigen van overgangsrechtsituaties. Dit kampeerareaal vervalt aan de gemeente Terschelling. De gemeente kan deze m² verhandelen. Opsplitsing kampeerterreinen

7

In artikel 2, lid 2 is van de kampeerverordening gemeente Terschelling 2010 is aangegeven dat een vergunning als bedoeld in artikel 2, lid 1, slechts kan worden verleend, indien: de aanvraag betrekking heeft op een terrein dat bij bestemmingsplan uitsluitend of mede als kampeerterrein is aangewezen. Er is een directe relatie met het bestemmingsplan. In dit kader willen wij aanhalen dat de gemeente Terschelling niet meewerkt aan planologische opsplitsing van de in het bestemmingsplan aangegeven bestemmingsvlakken. Dit geldt zowel voor de bestemming Recreatie 1 (kampeerterreinen) als voor de bestemming Recreatie – 2 (recreatiewoningenterreinen). Per Recreatie – 1 terrein (bestemmingsvlak) zal derhalve ook maar 1 kampeervergunning aan de rechthebbende worden verstrekt. Permanente bewoning Het permanent bewonen van kampeermiddelen en zomerhuizen op Recreatie – 1 en Recreatie – 2 terreinen is niet toegestaan. Hierbij sluiten wij aan bij de “Nota Handhavingsbeleid Onrechtmatige bewoning recreatieverblijven gemeente Terschelling”, 22 maart 2005 vastgesteld door gemeenteraad. Randbeplanting kampeerterreinen Het randbeplantingsbeleid is er op gericht de visuele aantasting van het gedurende de wintermaanden laten staan van kampeermiddelen op jaarstandplaatsen zoveel als mogelijk te beperken.

Om hier invulling aan te geven gelden de volgende regels: Op die Recreatie – 1 terreinen die geheel of gedeeltelijk met jaarstandplaatsen zijn ingevuld dient het gedeelte dat is ingevuld met en/of is aangewezen voor deze jaarstandplaatsen visueel aan het zicht te worden onttrokken door randbeplanting. Dit om een zo optimaal mogelijke landschappelijke inpassing te realiseren. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: 1. Deze randbeplanting dient te bestaan uit minimaal vier rijen goed ontwikkelde beplanting. Voor een goed resultaat moet hier een strook van minimaal 3 meter voor worden gereserveerd. Nabijgelegen aangrenzende beplanting, gelegen buiten het kampeerterrein, mag worden meegeteld. 2. Deze randbeplanting dient van voldoende omvang en passend assortiment te zijn, zodat het enerzijds een camouflerende functie ten aanzien van de niet-natuurlijke elementen en het anderzijds een opbouwende functie ten aanzien van het landschap zelf heeft. 3. Deze randbeplanting mag in de binnenste rij van de minimaal vereiste vier rijen uit groenblijvers bestaan. 4. Deze randbeplanting wordt wat betreft de omvang en het assortiment beoordeeld door een vaste toetsingscommissie randbeplanting kampeerterreinen. Deze commissie bestaat uit een medewerker van Staatsbosbeheer Terschelling en een medewerker van de gemeentelijke sector Grondgebied.

Voor deze opzet is gekozen om een deskundige en onafhankelijke beoordeling te waarborgen. Deze commissie vervult naast haar beoordelingstaak een adviserende functie richting de campinghouder. 5. Deze randbeplanting dient door iedere campinghouder regelmatig te worden onderhouden. De toetsingscommissie adviseert hier over. De toetsingscommissie randbeplanting kampeerterreinen brengt rapport uit aan het college van burgemeester en wethouders en aan de betrokken campinghouder. Het rapport van de commissie wordt door het college betrokken bij de kampeervergunningverlening. Op basis van

8

dit rapport worden nadere beplantingsvoorschriften geformuleerd die deel uitmaken van de kampeervergunning. De praktijk is dat op veel kampeerterreinen de randbeplanting is aangebracht op een strook kleiner dan 3 meter. Voor deze kampeerterreinen treffen wij een overgangsregeling. Veel kampeerterreinen waren al ingericht voor de inwerkingtreding van de randbeplantingsvoorschriften. De geplaatste caravans waren reeds op de nutsvoorzieningen aangesloten (gas, water, elektra, riool, kabeltelevisie). Het ging het gemeentebestuur te ver een herinrichting van terreinen te eisen om voldoende ruimte voor de randbeplanting te creëren. Bij toekomstige herinrichting van het kampeerterrein dan wel het plaatsen van nieuwe caravans moeten ook de nutsvoorzieningen opnieuw worden aangesloten. Dan is de mogelijkheid aanwezig de geëiste strook van minimaal 3 meter te realiseren. Er zijn terreinen die niet aan de 3 meter voorwaarde voldoen. Ook nu wordt geen directe herinrichting van terreinen geëist. Het niet voldoen aan de 3 meter norm wordt getolereerd tot er nieuwe caravans worden geplaatst. Rond de percelen waar heen via de eerder genoemde herverkaveling jaarstandplaatsen worden verplaatst moet, daar waar dit perceel niet aan de reeds aanwezige camping grenst, een afschermende bebossingstrook van 7 meter breed worden aangelegd.

De eis van 7 meter is ook van toepassing op de gevallen waarbij campinghouders gebruik maken van de geboden ruimte voor kwaliteitsverbetering binnen de 11 hectare groeiruimte. De eis van 7 meter geldt voor jaarstandplaatsterreinen waar nieuwe buitengrenzen ontstaan. In het Bestemmingsplan Buitengebied is in artikel 3.7 onder l, een mogelijkheid tot uitbreiding van kampeerterrein ten behoeve van toeristisch kamperen in het hoogseizoen opgenomen. Als randvoorwaarde is hierbij opgenomen dat het nieuwe kampeerterrein wordt omgeven door een afschermende elzensingel met een breedte van tenminste 3,00 meter. De ondernemer is vrij indien dit fysiek en planologisch tot de mogelijkheden behoort deze beplantingsstrook van 7 meter buiten de bestemming Recreatie - 1 te realiseren. Een nadere uitwerking hiervan valt niet binnen het kampeerbeleid, maar binnen de kaders van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De hiervoor geformuleerde voorwaarden voor de randbeplanting 2, 4, en 5 zijn mede op de beplantingsstrook van 7 meter van toepassing. Geldigheidsduur van de vergunning en objectgebondenheid Kampeervergunningen worden voor onbepaalde tijd verleend. Uitzondering hierop vormen: De kampeervergunningen voor kampeerterreinen vallend onder het overgangsrecht. Deze worden jaarlijks verleend omdat het overgangsrecht in aard en omvang niet mag toenemen.

De geldigheidsduur van deze vergunningen is in de voorwaarden van de vergunning aangeven. Kampeervergunningen zijn objectgebonden.

Brandveiligheid

9

Het Ministerie van VROM heeft de voorschriften voor het brandveilig gebruik van zowel bouwwerken als inrichtingen (niet-bouwwerken) opgenomen in het 'Besluit brandveilig gebruik bouwwerken'. Het Gebruiksbesluit is een AMvB op grond van de Woningwet en bevat landelijke uniforme voorschriften voor het brandveilig gebruik van gebouwen en inrichtingen. Het Gebruiksbesluit komt in plaats van het onderdeel in de bouwverordening over het brandveilig gebruik van bouwwerken en de brandbeveiligingsverordening. Het 'Besluit brandveilig gebruik bouwwerken' is op 1 november 2008 in werking getreden en van toepassing op de Terschellinger kampeersector. Overige aspecten Melding massaal optreden van ziekteverschijnselen De beheerder c.q. exploitant van een kampeerterrein is verplicht het massaal optreden van ziekteverschijnselen onder de kampeerders onmiddellijk te melden aan de burgemeester van deze gemeente. Wijziging gegevens De campinghouder/rechthebbende is verplicht elke wijziging in de situatie zoals is weergegeven in de verstrekte kampeervergunning en de bij deze vergunning behorende bescheiden onverwijld schriftelijk door te geven aan het college van burgemeester en wethouders. Openbare orde Elke vergunninghouder van een jeugdkampeerterrein is verplicht te zorgen voor de goede orde en rust op zijn/haar terrein.

Op het kampeerterrein dient zolang er gasten aanwezig zijn, overdag zowel als 's nachts, voldoende met leiding en toezicht belast personeel aanwezig te zijn.

10

Toelichting op de beleidsregels Groeimogelijkheden In januari 2007 is de Toeristische toekomstvisie door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is de algemene visie die wij voor ogen hebben met het toerisme op ons eiland geformuleerd. Op basis van de algemene uitgangspunten is per onderdeel van het toeristisch product een visie weergegeven. Zo ook voor de onder het onderdeel verblijf vallende kampeerterreinen. Het volgende is in de Toeristische visie opgenomen en vormt een toelichting op de hiervoor geformuleerde beleidsregels. Reguliere kampeerterreinen Overheid Het kampeerbeleid is recent aan de orde geweest. Naar aanleiding van het onderzoek "Kamperen in de Branding" heeft er een evaluatie van het Terschellinger kampeerbeleid plaatsgevonden. Deze evaluatie en de hieruit voortvloeiende voorstellen tot toekomstige beleidswijzigingen op het gebied van het kamperen zijn in mei 2000 in raadscommissie I aan de orde gesteld. Mede op basis hiervan heeft de gemeenteraad op 22 oktober 2002 de Beleidsregels kamperen gemeente Terschelling vastgesteld. Centraal in de discussie over het kamperen staat de ruimtebehoefte.

Om aan de toenemende ruimtevraag van de sector tegemoet te komen, is het volgende besloten: daar waar het ruimtelijk/planologisch geen problemen oplevert zal worden onderzocht waar het parkeren buiten de bestemming kampeerterrein op percelen met de bestemming parkeerterrein kan worden toestaan. Een soortgelijk uitgangspunt geldt voor de ruimte die nodig is voor spel en sport. Tevens wordt de herverkaveling c.q. concentratie/zoneringsgedachte bevorderd door ontwikkeling van een zogenaamde toeristische ruilverkaveling met hieraan gekoppeld een stimuleringsregeling. Herverkavelingsmogelijkheden uitsluitend binnen die gebieden die hiertoe in het structuurplan "Terschelling voorbij 2000" zijn aangewezen. Vanuit de gemeentelijke optiek geldt één voorbehoud. Ten tijde van de totstandkoming van deze visie is het namelijk nog niet duidelijk welke gevolgen de intrekking van de Wet op de Openluchtrecreatie (Wet op de OR) voor het gemeentelijke kampeerbeleid zal hebben. Ondernemers Al enige jaren ontvangen wij signalen dat de Terschellinger campingsector met een ruimteprobleem kampt. Dit komt overeen met de landelijke problematiek. Er zijn verschillende oorzaken. Het komt er in grote lijnen op neer dat de tegenwoordige gast meer ruimte wenst. Als deze ruimte niet wordt geboden dan neemt de kwaliteit of het aantal slaapplaatsen af.

Sinds de vaststelling van de Beleidsregels kamperen is er maar 1 geval van verplaatsing van kampeerareaal geweest. De ontwikkeling van de ruilverkaveling is door de NLTO opgepakt, maar is vooralsnog niet van de grond gekomen. Markt In het rapport recreatie en toerisme op weg naar 2019 verwacht de Recron dat de traditionele kampeerterreinen steeds minder bezoek zullen krijgen van tentkampeerders en gebruikers van toercaravans. De bezoekers zullen meer belangstelling krijgen voor luxe kampeermiddelen met voorzieningen, ook op het kampeerterrein en in de omgeving. In het bestemmingsplan buitengebied is circa 11 hectare grond met een agrarische bestemming voorzien van een wijzigingbevoegdheid naar kampeerterrein.

11

Wij beschouwen deze 11 hectare als de bovengrens. Gemeentelijke rol: voorwaardenscheppend, stimulerend en bewaker.

Vanuit de concentratiegedachte is het beleid met betrekking tot de verplaatsing van kampeerareaal goed te begrijpen. We realiseren ons echter dat verplaatsing ook een negatief effect kan hebben op de leefbaarheid van de dorpen buiten de concentratiegebieden. Het vrijgeven van deze 11 hectare voor kampeerbedrijven zonder hier het verplaatsingscriterium aan te koppelen leidt tot aanzienlijke landschappelijke consequenties. Voorwaarden met betrekking tot de landschappelijke inpassing zijn dus een vereiste. Bij de beoordeling van toekomstige plannen/initiatieven is voor ons het criterium van een goede landschappelijke inpassing het meest zwaarwegend. Gemeentelijke rol: voorwaardenscheppend, stimulerend en bewaker.

In de praktijk constateren wij dat de mogelijkheden voor de tentkampeerder op Terschelling zijn afgenomen. Ook deze kampeervorm vraagt meer ruimte. Dit is de kampeervorm met de minste landschappelijke gevolgen. Daarnaast vinden wij het tentkamperen uitstekend passen binnen ons algemene beleidsuitgangspunt. Het hoort historisch gezien bij Terschelling. Wij verwachten derhalve ook niet dat de door de Recron voorspelde daling van deze categorie kampeerders negatieve gevolgen zal hebben voor het Terschellinger tentkamperen. Ook omdat wellicht in overige toeristengebieden in de mogelijkheden voor het tentkamperen zal worden gesneden. Wij willen de 11 hectare, zonder hier het verplaatsingscriterium aan te koppelen, voor een deel beschikbaar stellen voor een uitbreiding van de mogelijkheden voor het toeristisch kamperen. Dit onder de restrictie dat deze percelen enkel in het hoogseizoen worden gebruikt. Zo kan de landschappelijke aantasting beperkt blijven. Gemeentelijke rol: voorwaardenscheppend, stimulerend en bewaker.

In het huidige beleid wordt de mogelijkheid tot herverkaveling van kampeerterreinen geboden. Op basis van dit beleid is het mogelijk binnen de concentratiegebieden kampeerterreinen te vergroten met elders aangekochte kampeeroppervlakte. Zoals eerder geconstateerd blijkt deze herverkaveling niet van de grond te komen. De belangrijkste reden hiervoor lijkt de verplichte aankoop van kampeerareaal elders op het eiland. Er wordt geen areaal aangeboden en als dit wel het geval is dan zijn de kosten hiervan dusdanig dat een uitbreiding van het kampeerterrein in het concentratiegebied bedrijfseconomisch niet rendabel is. Een oplossingsrichting kan ons inziens worden gevonden in het in bepaalde gevallen loslaten van de aan de herverkaveling gekoppelde verplaatsingsplicht. Wij denken dan aan gevallen waarbij een rigoureuze herstructurering van het kampeerterrein plaatsvindt en waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan de landschappelijke inpassing van het terrein. Te denken valt aan een opzet met ruime kavels in een groene omgeving. Hiermee wordt aan de wens om privacy van de gast tegemoet gekomen en het stelt de gast in de gelegenheid op het terrein zelf al eilander karakteristieken als groen, rust en ruimte te beleven. Tevens zullen deze bedrijven landschappelijk gezien beter inpasbaar zijn.

Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de vraag om meer ruimte, maar door de gedegen landschappelijke inpassing zal de inbreuk op de omgeving gering zijn. Deze bedrijven dienen binnen het bedrijf voldoende ruimte voor parkeren en sport en spel te realiseren. Zodat deze activiteiten niet meer buiten de kampeerbestemming plaatsvinden. Gemeentelijke rol: voorwaardenscheppend, stimulerend en bewaker.

12

Samenvattend: Wij zijn bereid de kampeersector extra ruimte te bieden tot de nu reeds in het bestemmingsplan aangewezen 11 hectare (uiterste grens). Wij zien binnen deze hectares de volgende ontwikkelingsmogelijkheden: 1. Vergroting van de ruimte voor het toeristisch kamperen, aansluitend aan nu reeds bestaande kampeerterreinen waarvan de aanwezige voorzieningen worden gebruikt. Het betreft als het ware overloopterreinen. 2. Vergroting van de ruimte voor een ruimere opzet van de kampeermiddelen op jaarstandplaatsen. Oftewel mogelijkheden bieden voor kwaliteitsverbetering. De voorwaarden waaronder en de mogelijkheden op perceelsniveau behoeven nadere uitwerking in het bestemmingsplan Buitengebied. Wij achten het niet gewenst dat campinghouders de 11 hectare claimen en niet invullen. Daarom zullen wij, als gronden waarvan de agrarische bestemming is gewijzigd in de bestemming “Recreatie – 1 (kampeerterrein)” na drie jaar nog niet met kampeermiddelen is ingevuld, een procedure starten om de bestemming terug te wijzigen in agrarisch gebied. Waarna andere actieve campinghouders gelegenheid krijgen de dan weer vrijgekomen ruimte in te vullen. Om de verdeling van de 11 hectare in goede banen te leiden zijn beleidsregels uitvoering bestemmingsplan Buitengebied, onderdeel uitbreiding kampeerterreinen opgesteld (zie bijlage 1).

Kampeervormen Bij het formuleren van het beleid over de voor Terschelling wenselijk geachte kampeervormen wordt aan de volgende items aandacht geschonken: a. De gewenste ontwikkeling van het recreatief-toeristische product. b. De ruimtelijke ordening. c. De recreatieondernemer (toeristische recreatieve bedrijfstak). ad. a. De gewenste ontwikkeling van het recreatief-toeristische product vormt een wezenlijk onderdeel van de Toeristische toekomstvisie Terschelling. Hierin is ook expliciet ingegaan op de verblijfscategorie kamperen. In de vorige paragraaf is de in de toekomstvisie voor het kamperen opgenomen beleidslijn weergegeven. ad. b. In het in mei 2001 door de gemeenteraad vastgestelde Structuurplan “Terschelling voorbij 2000” is aangegeven dat in relatie tot de geformuleerde hoofddoelstelling, het in de voorbije jaren gevoerde en in gang gezette ruimtelijke beleid op het gebied van recreatie en toerisme, in grote lijnen doorgezet kan worden. Dit houdt in “stabilisering” van het aantal logiesplaatsen, met een verschuiving in de richting van de meer permanente logiesvormen (grotere spreiding over het jaar), binnen een duidelijke ruimtelijke zonering van drukke en minder drukke gebieden. Versnippering van het kampeerareaal achten wij uit het oogpunt van het behoud van de ruimtelijke-, landschappelijke-, natuurlijke- en karakteristieke waarden van Terschelling ongewenst.

Mede gelet op het feit dat er op Terschelling reeds zo’n 70 kampeerterreinen aanwezig zijn. ad. c. Het streven is er op gericht via het gemeentelijke kampeerbeleid een basis te bieden voor een verantwoorde bedrijfsvoering die het ondernemers mogelijk maakt een kwalitatief voldoende product aan de gast aan te bieden.

13

Bij de ontwikkeling van beleid is aandacht voor het feit dat het kampeerseizoen voor toeristisch kamperen op Terschelling kort is. De kampeerterreinen hebben een korte periode een maximale bezetting. Buiten deze periode is de bezettingsgraad van de kampeerterreinen lager. Ook bij het opstellen van de Kampeerverordening gemeente Terschelling 2010, waarin is bepaald welke vormen van kamperen zijn toegestaan, zijn deze items betrokken. In de toeristische toekomstvisie is aangegeven dat de recreatiesector gebaat is bij een duurzame, levensvatbare, agrarische ontwikkeling waarbij het recreatief medegebruik wordt bevorderd en het landschap wordt behouden. Anderzijds biedt de recreatieve ontwikkeling kansen voor de landbouwsector in de vorm van productverbreding, kennisoverdracht en aanvullende inkomsten. Een voorbeeld van productverbreding die leidt tot de aanvullende inkomsten is het Kamperen bij de boer. Dit is reden het kamperen bij de boer positief te benaderen. Dit heeft geleid tot een in het bestemmingsplan Buitengebied opgenomen “Ontheffing op de gebruiksregels” (artikel 35.2.). Incidentele overtredingen Elk zomerseizoen worden bij zomerhuizen of bij burgers in de tuin sporadisch tenten aangetroffen. Dit is in strijd met de Kampeerverordening gemeente Terschelling 2010.

De vraag rijst wanneer wel en wanneer niet bestuurlijk dan wel via de politie (strafrechtelijk/proces verbaal) tegen dit soort overtredingen op te treden. In het algemeen betreft het voornamelijk "huishoudelijke gevallen" (bij eilanders en zomerhuizen). Redenen voor het plaatsen van een tent zijn het voor korte tijd onderdak bieden aan kinderen/familie, speeltent voor de kinderen, na vakantie luchten/drogen tent, etc. Ervaring heeft uitgewezen dat optreden als een inbreuk in de privacy wordt beschouwd. Men ervaart het optreden als in strijd met het rechtsgevoel van de burger. Dit geldt voor tenten maar ook voor caravans en campers die bij huis zijn gestald en enkel recreatief worden gebruikt als de eigenaar hier zelf mee op vakantie gaat. Daarnaast brengt het constateren van en het optreden tegen de overtreding veel werk met zich mee. Bij optreden wordt de actie vaak door de tijd ingehaald. In de meeste gevallen is er sprake van kortstondige plaatsing. Op het moment dat de overtreder de brief ontvangt is de betreffende tent vaak al weer verwijderd. Voorop staat dat het op Terschelling niet is toegestaan kampeermiddelen buiten de in het bestemmingsplan aangegeven Recreatie – 1 terreinen te plaatsen. Handhaving hiervan heeft in het algemeen geen prioriteit, met dien verstande dat tegen excessen zal worden opgetreden.

Mede verband met de hiervoor genoemde argumenten hebben wij besloten de volgende lijn te hanteren. Indien er geen sprake is van een exces dan zal niet worden opgetreden indien aan alle van de hieronder geformuleerde voorwaarden wordt voldaan: Het maar 1 tent betreft. Deze geplaatst is op een (zomer)huisperceel. Er geen sprake is van bedrijfsmatige exploitatie. Hiermee: Wordt een ongewenste uitbreiding van het Terschellinger kampeerareaal (commerciële terreinen) voorkomen.

14

-

Worden voldoende mogelijkheden geboden om voor "huishoudelijk" gebruik een tent te kunnen plaatsen.. Voorkomen we het ontstaan van oneerlijke concurrentie voor de campingsector.

Toelaatbaarheid jaarstandplaatsen Als algemene regel geldt dat er geen onderscheid is gemaakt in gebieden waar wel of geen jaarstandplaatsen worden toegestaan. Hieraan liggen de volgende argumenten ten grondslag: Gelet op het karakter van de polder (de kampeerterreinen liggen over het algemeen in de binnenduinrand van de polder) is een onderscheid ruimtelijk moeilijk aan te brengen. Landschappelijk is een nader onderscheid in kampeerterreinen nauwelijks te motiveren: alle kampeerterreinen zijn gelegen op de hogere gronden. In potentie hebben deze gronden goede mogelijkheden voor perceel- en erfbeplanting. Hier treft men het elzensingellandschap aan. Alle kampeerterreinen liggen op deze hogere gronden van de binnenduinrand (behalve de kampeerterreinen in het duingebied) en hebben merendeels ook randbeplanting. Bij de aanwezigheid van bestaande elzensingelwallen, en zeker als een versterking daarvan plaatsvindt, is er in ruimtelijke zin geen onderscheid meer te maken tussen kampeerterreinen waar jaarstandplaatsen/zomerhuisjes wel of niet aanvaardbaar zouden zijn. Er treden veranderingen in het verblijfsrecreatieve gebruik van kampeerterreinen op: was het vroeger nog zo, dat voor en na het vrij korte zomerseizoen de gronden waarop gekampeerd werd, nog een agrarisch gebruik als weidegrond hadden, tegenwoordig is dit minder.

De economische noodzaak hiertoe is minder aanwezig en de terreinen zijn minder bruikbaar vanwege de aanwezige vaste voorzieningen die in de loop van de jaren op de kampeerterreinen zijn aangebracht. Gesteld kan worden, dat de functie van die gronden langzamerhand van tweezijdig naar eenzijdig is veranderd. Voor de ruimtelijke karakteristiek van waardevolle dorpsgebieden wordt geen onevenredige afbreuk verwacht. Aan de kampeervergunningen worden zeer stringente voorwaarden gesteld wat betreft de inpasbaarheid van die kampeerterreinen in het landschap. In dat verband worden eisen gesteld aan de aanwezigheid, omvang, aard en plaats van de randbeplantingen. Er treedt geen strijd op met de zoneringsgedachte, dat wil zeggen de afwisseling tussen de drukke en stillere gebieden blijft intact. Naast inhoudelijke argumenten kunnen wat dit onderwerp betreft, als beleidsmatige argumenten de volgende worden genoemd. Het gemeentebestuur is van mening dat alle eigenaren van kampeerterreinen ten aanzien van dit aspect een zelfde benadering dienen te krijgen, hetgeen ervoor pleit geen onderscheid te maken binnen kampeerterreinen voor jaarstandplaatsen. Het standpunt van Gedeputeerde Staten dat er onvoldoende argumenten bestaan voor een nader onderscheid tussen kampeerterreinen waar geen of waar wel jaarstandplaatsen kunnen worden toegestaan.

Uitzondering hierop vormen de Staatsbosbeheer kampeerterreinen: Swartduin en de natuurterreinen West en Lies. Wij vinden het plaatsen van stacaravans op deze

15

kampeerterreinen niet passend vanwege het uiterlijk van de caravans en het permanente karakter daarvan. Jaarstandplaatsen kennen een langere periode van bezetting. Wij zijn van oordeel dat dit zich niet verhoudt met deze in het natuurgebied gelegen kampeerterreinen. Via een amendement is dit bij de behandeling van het bestemmingsplan buitengebied een uitzondering gemaakt voor de jeugdkampeerterreinen Terpstra en Appelhof. De raad wenst deze jeugdcampings te behouden. Door jaarstandplaatsen uit te sluiten wordt geen belemmering gecreëerd in de uitoefening van deze campings, zoals die al tientallen jaren wordt geëxploiteerd. De raad ziet geen noodzaak hier een omzetting mogelijk te maken. Toelaatbaarheid jeugdkamperen Wij achten het wenselijk uit het oogpunt van de openbare orde en veiligheid, het Terschellinger woon- en leefklimaat en de consequenties voor het beeld/imago van Terschelling een grens te stellen aan het aanbod aan jeugdkampeerterreinen. Wij zijn van oordeel dat de op 1 juni 2001 op Terschelling aanwezige jeugdkampeerterreinen in aantal en omvang niet mogen toenemen. Deze jeugdkampeerterreinen hebben wij vastgelegd op kaartmateriaal (zie bijlage 3). Hierbij geldt dat het maximale toelaatbare aanbod aan jeugdkampeerareaal wordt verminderd als een deel van dit aanbod gesaneerd wordt.

Dus als de gemeente Terschelling in overleg met de betrokken campinghouder tot een afspraak komt dat de jeugdkampeermogelijkheden op de kampeervergunning worden verminderd dan is dit areaal verdwenen. Het is dus niet zo dat andere ondernemers op een locatie elders op het eiland dit gesaneerde en daardoor verdwenen areaal weer kunnen invullen. Dit laat onverlet dat het jeugdkamperen ook een belang vertegenwoordigt dat wij erkennen. Namelijk het in stand houden van de diversiteit in het aanbod aan de verblijfsrecreatieve accommodatievormen, alsmede de behoefte van de jeugd om in een relatief veilige omgeving zelfstandig een vakantie-ervaring te kunnen beleven. Afmetingen en vorm van caravans Wij kennen hierbij grote betekenis toe aan het aanzien van het onderkomen c.q. de caravan. Het is mogelijk in het kampeerbeleid hier zeer gedetailleerde voorschriften over op te nemen. Om binnen de reguliere caravanverschijningsvorm te blijven, hanteren wij de reeds ingestelde maximale hoogte van caravans van 3.30 meter (afstand maaiveld – hoogste punt dak van de caravan). Een ontwikkeling van de laatste jaren is de kampeermiddelen die uit meerdere aan elkaar gekoppelde delen bestaan. Aan elkaar gekoppeld is deze constructie er niet op gemaakt om in zijn geheel vervoerd te worden. Wel is het mogelijk de losse onderdelen te vervoeren.

De wielen en de dissel die apart zijn opgeslagen kunnen worden aangekoppeld. In de meeste gevallen worden de delen op trailers aangevoerd en dienen de wielen en dissel enkel om de caravan op het kampeerterrein naar de definitieve plek te rijden. Zij beschikken hiertoe over een onderstel met as. De delen zijn aan elkaar gekoppeld via zogenaamde slot-/koppelbouten. Deze constructie is derhalve zonder uitgebreide ingrepen te hoeven verrichten weer loskoppelbaar. Dergelijke constructies worden door de fabrikant aangeleverd. Wij achten deze constructies aanvaardbaar. Gelet op de complexiteit van deze constructies heeft zelfbouw van geschakelde caravans niet onze voorkeur. In voorkomende gevallen zullen wij nagaan of dergelijke zelfbouwcaravans aan de door ons gestelde eisen voldoen. De hiervoor beschreven constructies worden ook toegepast bij de T, U en L-vormige onderkomens. Het is daarom niet zorgvuldig dit soort chalets uit te sluiten. Een bijkomend

16

voordeel van dit soort constructies is dat zij qua vorm nog het meest op een standaard caravan gelijken. Via deze beleidsregels voor afmetingen en vorm van caravans kan een zo groot mogelijke diversiteit worden gerealiseerd, hebben de campinghouders voldoende handelingsvrijheid en is de handhaving uitvoerbaar. In de beleidsregels kamperen gemeente Terschelling 22 oktober 2002 door de gemeenteraad vastgesteld, is de maximale oppervlakte van caravans verruimd naar 45 m². Zoals reeds eerder is aangegeven zijn de caravans grotendeels op de nutsvoorzieningen aangesloten. Dit maakt de inrichting van jaarstandplaatsterreinen van een tamelijk structurele aard. Toch willen wij de campinghouders de mogelijkheid bieden op de in de toekomst te verwachten vraag naar meer kwaliteit en comfort, lees meer ruimte, te kunnen inspelen. Daarom is besloten caravans met een groter oppervlak toe te staan. Wij houden hierbij vast aan de gehanteerde norm, dat maximaal 15 % van de oppervlakte van een kampeerterrein dat in de kampeervergunning als ruimte voor jaar- en seizoenstandplaatsen is opgenomen, uit kampeermiddelen op jaar- en seizoenstandplaatsen mag bestaan. Het aanbieden van een kleinschalig en divers aanbod in verblijfsaccommodaties is en blijft de kracht van Terschelling. Derhalve is het aanbieden van een nog gedifferentieerder aanbod een goede ontwikkeling.

In dit licht achten wij het toestaan van grotere caravans dan ook niet ongewenst. Door het invoeren van een nieuwe maximum maat voor caravans op jaarstandplaatsen wordt beter aangesloten bij de groeiende behoefte aan meer ruimte door de gasten. Deze maximum oppervlakte biedt meer leefruimte in de caravan. Zo kan meer kwaliteit worden geboden door bijvoorbeeld een uitgebreidere natte cel. Dit maakt de caravan tevens aantrekkelijker voor de verhuur oftewel toeristisch gebruik. Daarnaast is voor de maximale omvang van 45 m² gekozen om aan te sluiten bij de te hanteren minimum maat van bungalows op kampeerterreinen. Wat is een kampeermiddel? Deze beleidsregels bevat de volgende definitie van een kampeermiddel: tent, tentwagen, camper of caravan dan wel enig ander voertuig, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge de Woningwet een bouwvergunning vereist is; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Caravans zijn onderkomens waarvoor buiten kampeerterreinen hoogstwaarschijnlijk altijd een bouwvergunning vereist is. Om het onderscheid tussen een kampeermiddel en een bouwwerk in stand te houden stellen wij de volgende aanvullende eisen: De verschillende onderdelen of de caravan in zijn geheel moeten verrijdbaar zijn.

Zij moeten over een draagconstructie met as en wielen en een dissel beschikken. De wielen en dissel mogen ook losse componenten zijn. Indien een caravan niet in zijn geheel wordt vervoerd maar in delen dan dienen de aan elkaar te koppelen delen, zonder uitgebreide ingrepen te hoeven te verrichten, loskoppelbaar te zijn. Bovengrens beschikbaar kampeerareaal Door het instellen van een bovengrens voor ruimte die beschikbaar is voor jaar- en/of seizoenstandplaatsen of bouw van zomerhuizen komen we tegemoet aan de wens om: De mogelijkheden voor het toeristisch kamperen op Terschelling te beschermen. Te voorkomen dat de karakteristiek van het Terschellinger landschap door ongebreidelde plaatsing van kampeermiddelen op jaarstandplaatsen onaanvaardbaar wordt aangetast.

17

Kampeerareaal dat de gemeente Terschelling om wat voor reden dan ook in haar bezit krijgt vervalt aan de gemeente Terschelling. Zo is het mogelijk dat de gemeente vanuit het algemene belang besluit een kampeerterrein te saneren of kan een overgangsrechtsituatie eindigen door legalisatie in het bestemmingsplan. Ook kan een ondernemer besluiten zijn areaal in geval van een bedrijfsbeëindiging niet aan een collega campinghouder maar aan de gemeente over te doen. De gemeente kan dit areaal verhandelen. Herverkaveling kampeerterreinen Sinds 1991 is het mogelijk kampeerterreinen te verkavelen. Hiervoor is in de bestemmingsplannen de mogelijkheid opgenomen de bestemming “Agrarisch” te wijzigen in de bestemming “Recreatie – 1 (kampeerterreinen)”. In de bestemmingsplannen wordt het sectorale kampeerbeleid en de toeristische toekomstvisie gevolgd. Ook de uitbreiding van kampeerterrein door sanering van kampeerterrein elders (artikel 3.7 onder j Bestemmingsplan Buitengebied) is opgenomen in de beleidsregels uitvoering Bestemmingsplan Buitengebied. Onderdeel uitbreiding kampeerterreinen (zie bijlage 1). Naast de groeiende ruimtevraag voor kwaliteitsverbetering van de kampeersector zijn voor Terschelling ons inziens de volgende redenen voor een herverkaveling van de kampeersector aanwezig: Het creëren van ruimte voor kwaliteitsverbetering.

Landschapsontwikkeling en in mindere mate natuurontwikkeling. De verplaatsing van kampeerterreinen uit de dorpskernen ter versterking van waardevolle dorpsgebieden en ter verbetering van de ruimtelijke structuur van de dorpen. Het leveren van een bijdrage aan de in het structuurplan opgenomen zoneringsgedachte. Verbetering van leefbaarheid en openbare orde. Opsplitsing kampeerterreinen Planologische opsplitsing van de bestemmingsvlakken Recreatie - 1 (kampeerterreinen) leidt tot versnippering van kampeerterreinen. Een toename van nieuwe kleine kampeerterreinen waarvoor een kampeervergunning kan worden aangevraagd/verleend. Dit bemoeilijkt de naleving van kampeerbeleid en werkt averechts op de door de gemeente voorgestane kwaliteitsverbetering/professionalisering van de kampeersector. Tevens bestaat het gevaar voor ongewenste verdichting van bebouwing. Het voorgaande geldt ook voor Recreatie – 2 terreinen. Wij verwachten dat opsplitsing van deze terreinen een negatieve invloed heeft op de specifieke gebruiksregel dat tot strijdig gebruik, het gebruik van de gronden en bouwwerken anders dan ten behoeve van een bedrijfsmatige exploitatie, behoort. Permanente bewoning Het gemeentelijke beleid met betrekking tot het onderwerp permanente bewoning is vastgelegd in de “Nota Handhavingsbeleid Onrechtmatige bewoning recreatieverblijven gemeente Terschelling”.

Deze nota is 22 maart 2005 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze nota heeft ook betrekking op de permanente bewoning van objecten op kampeerterreinen. Kortheidshalve verwijzen wij naar de hiervoor genoemde nota.

18

Randbeplanting kampeerterreinen Het beleid van de gemeente Terschelling is er altijd op gericht geweest de visuele aantasting van het landschap door caravans te beperken. Dit blijkt onder andere uit het in het verleden gevoerde gemeentelijke winterstallingbeleid. Het lag dan ook voor de hand hogere eisen te stellen aan de randbeplanting rondom terreinen waar jaarstandplaatsen zijn toegestaan dan waar dat niet is toegestaan. Er wordt gesproken over randbeplanting rondom het kampeerterrein. Dit laat onverlet dat ook de beplanting op het kampeerterrein zelf, tussen verschillende kampeermiddelen en/of terreingedeelten, van wezenlijk belang is voor bijvoorbeeld beschutting tegen weer en wind en het garanderen van een zeker mate van privacy voor de kampeerders. Dit gaat ook op voor die kampeerterreinen waar enkel seizoen- en/of toeristische standplaatsen worden ingenomen. Geldigheidsduur kampeervergunning en objectgebondenheid Bij de invoering van de WOR is overgegaan op het verstrekken van objectgebonden kampeervergunningen voor onbepaalde tijd. Hiermee is aan een verzoek van de Terschellinger Campinghouders Vereniging (TCV) tegemoet gekomen. Dit omdat een objectgebonden kampeervergunning volgens de TCV financiering bij de bank en eventuele aan- en verkoop van kampeerterreinen vergemakkelijkt.

Na het intrekken van de WOR blijven wij bij de vergunningverlening uitgaan van de relatie met het bestemmingsplan. Er worden enkel kampeervergunningen verleend indien een terrein bij bestemmingsplan uitsluitend of mede als kampeerterrein / Recreatie – 1 terrein is aangewezen. Wij zijn van oordeel dat objectgebonden kampeervergunningen aansluiten bij deze systematiek. Daarnaast verandert de bestemming van een kampeerterrein in de regel minder vaak dan de exploitant/rechthebbende van een kampeerterrein. Dit laatste is ook een reden waarom wij hebben besloten de kampeervergunningen voor onbepaalde tijd te verstrekken. Brandveiligheid De laatste jaren is de overheid meer aandacht gaan besteden aan brandveiligheid. Er is landelijk veel discussie gevoerd over welke norm voor kampeerterreinen moeten worden gehanteerd. De kampeerterreinen moeten voldoen aan het gestelde in het op 1 november 2008 inwerking getreden ‘Besluit brandveilig gebruik bouwwerken’. Overige aspecten Melding massaal optreden van ziekteverschijnselen Op kampeerterreinen bevinden zich veel personen op een beperkte oppervlakte. Dit is voor ons reden de verplichting melding te doen van massaal optreden van ziekteverschijnselen als beleidsregel te handhaven. De beheerder c.q.

exploitant van het kampeerterrein is verplicht het massaal optreden van ziekteverschijnselen onder de kampeerders onmiddellijk te melden aan de burgemeester van deze gemeente.

19

Wijziging gegevens Tot slot hebben wij via het opnemen van een beleidsregel de aandacht gevestigd op de verplichting van de campinghouder/rechthebbende om elke wijziging in de situatie zoals is weergegeven in de verstrekte kampeervergunning en de bij deze vergunning behorende bescheiden onverwijld schriftelijk door te geven aan het college van burgemeester en wethouders. Hier hebben wij expliciet aandacht aan besteed omdat uit de praktijk van de afgelopen jaren blijkt dat hier door de campinghouders niet in alle gevallen even zorgvuldig mee wordt omgegaan. Openbare orde Vanwege het belang van een gemeentelijk kampeerbeleid voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid, de natuur- en landschapsbescherming en het stabilisatiebeleid heeft de gemeenteraad in juli 2007 ingestemd met de notitie “Intrekking van de Wet op de Openluchtrecreatie (WOR)”. Het aspect van de openbare orde speelt met name bij de op Terschelling aanwezige jeugdkampeerterreinen. Dit is voor ons reden geweest in deze beleidsregels op te nemen dat elke vergunninghouder van een jeugdkampeerterrein (zie bijlage 3) verplicht is te zorgen voor de goede orde en rust op zijn/haar terrein. Op het kampeerterrein dient zolang er gasten aanwezig zijn, overdag zowel als 's nachts, voldoende met leiding en toezicht belast personeel aanwezig te zijn.

20

Relatie met overige regelgeving Gemeentelijk planologisch beleid Via de ruimtelijke ordening wordt zorg gedragen voor een ordelijke afweging en besluitvorming met betrekking tot ruimtelijke claims. De laatste jaren komt hier meer en meer de zorg voor een duurzame voorraad ruimte bij. Gemeente Terschelling geeft aan deze zorg invulling via het structuurplan en de diverse bestemmingsplannen. Ook de recreatie en het toerisme in het algemeen en het kamperen in het bijzonder leggen een claim op de Terschellinger ruimte. Vandaar dat de ruimtelijke consequenties van het kamperen aandacht krijgen in het structuurplan en de relevante bestemmingsplannen. Gemeentelijk brandveiligheid beleid De kampeerterreinen moeten voldoen aan het gestelde in het op 1 november 2008 inwerking getreden ‘Besluit brandveilig gebruik bouwwerken’ Activiteitenbesluit Officieel het 'Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer'. Campings en het Activiteitenbesluit Campings die uit hooguit 15 standplaatsen voor kampeermiddelen bestaan, vallen niet onder de Wet milieubeheer en daarmee ook niet onder het Activiteitenbesluit. De Wet milieubeheer maakt hierbij geen onderscheid tussen seizoen- en jaarstandplaatsen. Campings met 16 of meer standplaatsen voor kampeermiddelen vallen onder het Activiteitenbesluit.

De meldplicht Campings zijn – afhankelijk van de daar verrichte activiteiten – meldingplichtig of niet – meldingplichtig. Campings kunnen een zogenaamde inrichting type B of type A zijn. In het laatste geval kan een camping worden opgericht of uitgebreid zonder dat de campingeigenaar dit bij de gemeente hoeft te melden. Voor een inrichting type A geldt een beperkt aantal milieuvoorschriften. Voor een inrichting type B, gelden uitgebreidere voorschriften. Akoestisch onderzoek Campings waar in de buitenlucht muziek wordt geproduceerd, dienen bij de melding een akoestisch onderzoek te overleggen. Uit dit onderzoek moet blijken of aan de geluidnormen kan worden voldaan en zo nee, welke maatregelen genomen moeten worden om wel aan de geluidnormen te kunnen voldoen. Dergelijke campings zijn een inrichting type B. De milieuvoorschriften Als een milieuvoorschrift voor een concreet geval niet toereikend is, kan de gemeente in zo’n geval een zogenaamd maatwerkvoorschrift aan een camping opleggen. Dit betekent zoveel als het verfijnen van het (algemeen gestelde) voorschrift. De campingeigenaren dienen de milieuvoorschriften na te leven. Melding via internet Het ministerie van VROM streeft ernaar de regels uit het Activiteitenbesluit op een handige en gebruiksvriendelijke manier beschikbaar te stellen en ontwikkelde daarom de Activiteitenbesluit Internet Module (AIM).

Dit is een ICT-voorziening waarmee bedrijven of overheden – aan de hand van de activiteiten die een bedrijf uitvoert – inzicht kunnen

21

krijgen in de voorschriften die van toepassing zijn. De AIM bestaat uit vragenbomen die de melder (campinghouder) kan doorlopen. Aan het einde wordt daarmee duidelijk of een bedrijf een meldingsplicht heeft op grond van de Wet milieubeheer, een milieuvergunning nodig heeft en welke voorschriften uit het Activiteitenbesluit van toepassing zijn. De AIM vraagt welke activiteiten het betreffende bedrijf uitvoert en stelt een pakket voorschriften samen dat bij deze set van activiteiten hoort en waaraan het bedrijf zich moet houden. Ook wordt er een toelichting opgesteld en krijgt de melder een checklist waarmee hij kan controleren of hij aan de voorschriften voldoet. Blijkt de campinghouder meldingsplichtig, dan kan hij de melding direct digitaal indienen. De gemeente krijgt deze melding binnen via de e-mail, samen met een informatiepakket. Zowel de gemeente als de melder beschikken dan over dezelfde informatie. De AIM is te vinden op: http://aim.vrom.nl. Arbo-wetgeving Met ingang van 1 januari 2007 is de Arbeidsomstandighedenwet in Nederland gewijzigd. De Arbeidsomstandighedenwet (Arbo-wet) heeft tot doel dat de arbeidsomstandigheden bij alle werkgevers in Nederland, ongeacht het aantal werknemers, gelijkwaardig en veilig zijn. Werkgevers zijn primair verantwoordelijk voor de arbeidsomstandigheden in hun bedrijf.

Werkgevers en werknemers werken samen aan het verbeteren van de arbeidsomstandigheden. De Arbodienst kan daarbij adviseren. De Arbeidsinspectie ziet er op toe dat werkgevers de Arbo-wet naleven. In de Arbo-wet staan de hoofdlijnen voor het arbobeleid beschreven. De wet bestaat verder uit het arbobesluit, de arboregeling en de arbobeleidsregels. Het arbobesluit bevat voorschriften voor een goed arbobeleid. In de arboregeling staan voorschriften voor specifieke onderwerpen beschreven. In de arbobeleidsregels staan de richtlijnen voor de uitvoering van de wet. De gewijzigde Wet geeft geen gedetailleerde voorschriften/eisen voor de bedrijfshulpverlening (BHV) aan. Het wordt aan de branche, in dit geval de campingbranche, zelf overgelaten waaraan de BHV moet voldoen. Risico-inventarisatie De campingbranche, de ondernemers, moeten een risico-inventarisatie maken van de relevante risico’s op de campingterreinen. (brand, ongeval, verdrinking etc.) Aan de hand van deze risico’s kunnen proactieve maatregelen worden opgesteld zodat de kans op het ontstaan van een ongeval wordt teruggedrongen. Eén en ander borgen in een veiligheidsplan en noodplan. (Voor kamperen bij de boer zijn andere/grotere risico’s aanwezig dan bij de ‘gewone campings’) Bedrijfshulpverlening Ondernemers moeten voor brand en ongevallen een BHV-organisatie hebben.

De BHV’er moet in staat zijn om het terrein te ontruimen/evacueren, kleine branden te blussen, het noodplan in werking te stellen en de hulpverleningdiensten te alarmeren en levensreddende handelingen te verrichten. Opleiding training en oefenen De BHV-organisatie moet opgeleid en getraind zijn en moet regelmatig oefenen. Hierbij moet vooral ook aandacht zijn voor het oefenen samen met de hulpverleningsdiensten. Vanuit de optiek van veiligheid zal aan dit onderdeel aandacht worden besteed.

22

Handhaving Handhaven is één van de instrumenten die het gemeentebestuur ten dienste staan om er voor te zorgen dat beleid op een juiste manier wordt uitgevoerd en uitgevoerd blijft. Dit instrument heeft de laatste jaren aan kracht gewonnen. Aan het eind van de jaren tachtig bleek dat de overheid een woud aan regels had vastgesteld, maar dat op de uitvoering van die regels niet voldoende werd toegezien. De mensheid is niet perfect, soms moet men naleving afdwingen. Het blijkt dat aan de naleving niet in alle gevallen de hand wordt gehouden. Het opnemen van aparte hoofdstukken over vormen van handhaving in de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb), vloeit dan ook voort uit de uitdrukkelijke wens van regering en parlement om aan de overheid machtsmiddelen te geven die men in kan zetten om de doeleinden van de overheid te verwezenlijken. Achtereenvolgens schenken wij in dit hoofdstuk kort aandacht aan: Het algemene leerstuk van de handhaving. Handhaving in het kader van het kampeerbeleid Handhaving in het kader van de bestemmingsplannen. Algemeen. Handhaving valt in dit kader uiteen in twee delen, strafrechtelijk en bestuursrechtelijk handhaven. Het primaat bij het strafrechtelijk handhaven ligt bij het Openbaar Ministerie, maar kan worden gevoed door het overheidsorgaan dat vanwege een overtreding proces-verbaal laat opmaken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Terschelling&id=61d61cda-d2f2-4dae-817f-bbddad1a1334