CConstaterende datTerschelling
Koppel je AI →
Document · PDF

11.d. bijlage 2 Wrp

Raadsvergadering 5 november 2025, gemeente TerschellingBij agendapunt: (GEEN BEHANDELING)Financiën water- en rioleringsprogramma (WRP)31.282 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

4

De informatie is afkomstig van en gebaseerd op informatiepunt leefomgeving https://iplo.nl/thema/water/beleid-regelgeving-water/ en op de kennisbank van Rioned https://www.riool.net/juridisch-en-beleid , https://www.omgevingsweb.nl/nieuws/water-onder-deomgevingswet/ https://www.omgevingsweb.nl/nieuws/water-onder-de-omgevingswet/ 5 De gemeentelijke watertaken zijn de voormalige gemeentelijke zorgplichten.

56

Tabel 13, Meest relevante wet- en regelgeving voor het stedelijk waterbeheer (aangepast op basis van Rioned, https://www.riool.net/wet-en-regelgeving-stedelijk-waterbeheer)

Overheid

Milieubeheer

Waterbeheer

Ruimtelijke ordening en bouwen

Overige richtlijnen en wetten

Europa

Richtlijn stedelijk afvalwater

Kaderrichtlijn Water

n.v.t.

INSPIRErichtlijn

Omgevingswet Wet milieubeheer Gemeentewet

Omgevingswet Waterwet Waterschapswet

Omgevingswet Woningwet

Algemene wet bestuursrecht Burgerlijk Wetboek Drinkwaterwet Wet publiek gezondheid WIBON

Rijk Wetten

AmvB’s Omgevingswet

Ministeriele regeling Provincie Gemeente Waterschap Overig

B.1

Opmerkingen

Omgevingsbesluit (Ob) Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Besluit bouwerwerken leefomgeving (Bbl) Omgevingsregeling Omgevingsverordening Omgevingsplan n.v.t.

Omgevingsverordening Omgevingsplan Waterschapsverordening Bestuursakkoord Water

Omgevingsverordening Omgevingsplan n.v.t.

n.v.t. n.v.t.

Europees richtlijnen voor het stedelijk waterbeheer

De waterregelgeving is voor de Europese Unie voor een groot deel gezamenlijk vastgesteld. Nederland is verplicht deze regelgeving op te nemen in de Nationale wet- en regelgeving. Voor het stedelijk waterbeheer zijn de belangrijkste richtlijnen: • Kaderichtlijn Water (KRW); • Richtlijn inzake de behandeling van stedelijk afvalwater; • Richtlijn inzake Infrastructuur voor Ruimtelijke Informatie in de Europese Gemeenschap (INSPIRE). De KRW is een van de belangrijkste milieu richtlijnen voor water. Het doel van de KRW is om de watervoorraden en de waterkwaliteit te beschermen en de gevolgen van overstromingen en droogte te beperken. De KRW bevat de verplichting om water duurzaam te beheren en lozingen te verminderen. De KRW is in Nederland uitgewerkt in de Omgevingswet en in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en in landelijke beleidsuitgangspunten, kaders en instrumenten. Zowel voor de Waddenzee als voor de polders op Terschelling is er een ecologische en kwaliteitsdoelstelling. Het betreft een resultaatsverplichting waar momenteel nog niet aan wordt voldaan.

57

Water en rioleringsprogramma Terschelling 2025-2029

De richtlijn inzake de behandeling van stedelijk afvalwater schrijft voor dat huishoudens en bedrijven hun afvalwater zo goed mogelijk opvangen en zuiveren met als doel een schoon milieu. De lidstaten moeten de voortgang monitoren en daarover rapporteren. De richtlijnen hiervoor zijn in Nederland opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl hoofdstuk 10). In januari 2024 hebben de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Europese Raad (overleg van de leiders van de 27 Europese lidstaten) een akkoord bereikt over de herziening van de Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater. De richtlijn bevat een planverplichting voor het beheer van het stedelijk (afval)water. Het plan moet een beschrijving geven van het afvalwatersysteem, het functioneren tijdens droogweer en regen en inzicht geven in de emissies. Daarnaast moeten de beheerders het functioneren van het systeem gaan monitoren. De richtlijn moet nog vastgesteld worden door het Europees parlement en daarna worden geïmplementeerd door elke lidstaat. De INSPIRE-richtlijn verplicht overheidsinstanties in de Europese Unie tot het delen van “ruimtelijke gegevens”. Dit zijn gegevens die direct of indirect verwijzen naar een specifieke locatie of een specifiek geografisch gebied. Het doel van de richtlijn is het opzetten van een infrastructuur voor het delen van ruimtelijke gegevens voor het milieubeleid.

Voor gemeenten betekent dit dat de liggingsgegevens inclusief een aantal kenmerken van hun kabel- en leidingnetten 24 uur per dag, zeven dagen per week beschikbaar moeten zijn voor externe partijen. De INSPIRE-eisen zijn in Nederland vertaald in de WIBON (zie B.2.8) en de daarbij behorende regelgeving.

B.2

Nationaal wet- en regelgeving voor het stedelijk waterbeheer

B.2.1 Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de omgevingswet van kracht. Hiermee zijn 26 wetten geïntegreerd waaronder delen van de Waterwet en de Wet milieubeheer die betrekking hadden op het stedelijk waterbeheer. De Omgevingswet heeft onder meer invloed op het lozen van afvalwater, het onttrekken of infiltreren van grondwater en andere activiteiten die invloed hebben op de waterkwaliteit, de waterkwantiteit, de waterveiligheid en de waterfuncties. De Omgevingswet regelt de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving. Kerninstrumenten en overige instrumenten De Omgevingswet harmoniseert de instrumenten van de verschillende wetten die in de Omgevingswet opgaan. De Omgevingswet maakt onderscheid tussen kerninstrumenten en overige instrumenten. Het stedelijk waterbeheer kan met de kerninstrumenten worden ingevuld De kerninstrumenten zijn: 1. Omgevingsvisies voor Rijk, provincies en gemeenten. 2. Programma's, waaronder het Water- en rioleringsprogramma (Wrp). 3. Decentrale regelgeving: omgevingsplan, waterschapsverordening en omgevingsverordening. 4. Algemene rijksregels: één wet, vier AMvB's en één Omgevingsregeling. 5. De integrale omgevingsvergunning en daarnaast de apart gebleven omgevingsvergunning voor wateractiviteiten. 6. Het projectbesluit. 58

In een omgevingsvisie worden op hoofdlijnen de huidige kwaliteit van de fysieke leefomgeving, de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied, en het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving beschreven (art. 3.2 Ow). In de omgevingsvisie wordt de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed beschreven. De omgevingsvisie wordt uitgewerkt in programma's (onder andere in het Water- en rioleringsprogramma (Wrp))en bestuurlijke afspraken. Hierin staan de maatregelen en activiteiten die moeten worden uitgevoerd. Waar nodig of verplicht worden regels aan activiteiten verbonden. Die juridisch bindende regels – zoals algemene regels of vergunningplichten – worden opgenomen in het omgevingsplan, de waterschapsverordening en/of de omgevingsverordening. Het Wrp is opgenomen in de Omgevingswet als een facultatief rioleringsprogramma (art. 3.14 Ow). In de memorie van toelichting bij de Omgevingswet wordt gesteld: "Dit instrument stelt gemeenten in staat het beleid en de maatregelen die worden opgesteld om de taken op het gebied van stedelijk afvalwater (volgend uit de richtlijn stedelijk afvalwater), afvloeiend hemelwater en voor het treffen van grondwatermaatregelen na te komen en in samenhang te beschrijven.

Het stimuleert gemeenten het rioolstelsel op orde te houden en maakt aan burgers en bedrijven inzichtelijk wat zij op dit gebied van de gemeente kunnen verwachten. Ook bevordert het gemeentelijk rioleringsprogramma een goede beleidsafstemming tussen gemeenten en waterschappen en maakt het de besteding van de riool en waterzorgheffing transparant." Decentrale regelgeving in het stelsel van de Omgevingswet De regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving stellen de decentrale overheden vast in één gebiedsdekkende regeling. Deze regels zijn te vinden in: • de omgevingsverordening voor de provinciale regel; • het omgevingsplan voor de gemeentelijke regels; • de waterschapsverordening voor de waterschapsregels. De omgevingsverordening (Provincie) bevat regels over bijvoorbeeld de ruimtelijke ordening, natuurbescherming en de bescherming van de grondwaterkwaliteit. De omgevingsverordening kan de volgende typen regels bevatten: 1. omgevingswaarden en beoordelingsregels voor vergunningaanvragen; bijvoorbeeld omgevingswaarden voor regionale waterkeringen en wateroverlast (inundatie vanuit oppervlaktewater); 2. rechtstreeks werkende regels (bindend voor burgers en bedrijven), zoals algemene regels en vergunningplichten; 3. instructieregels waaraan gemeenten en waterschappen gebonden zijn bij het maken van hun eigen omgevingsplan of waterschapsverordening; 4.

maatwerkregels ofwel generieke gebiedsgerichte regels die in afwijking van of in aanvulling op de algemene regels van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn gesteld. Het omgevingsplan bevat de juridisch bindende regels over de fysieke leefomgeving. Dit is de juridische vertaling Het beleid van de omgevingsvisie en het Water- en rioleringsprogramma vertalen in bindende regels voor burgers en bedrijven. Voor de overgangsfase heeft het Rijk die regels uit de oude regelgeving overgenomen en toegevoegd aan het omgevingsplan en de waterschapsverordening (de zogenaamde “bruidsschat”). In de bruidsschat zijn regels opgenomen

59

Water en rioleringsprogramma Terschelling 2025-2029 voor activiteiten die het Rijk vroeger nog wel regelde, maar nu niet meer. Gemeenten en waterschappen moeten in de overgangsfase (tot eind 2029) hiervoor zelf regels opstellen. De waterschapsverordening is de opvolger van de Keur. De waterschapsverordening bevat onder meer regels voor activiteiten in of nabij watersystemen, lozingen in oppervlaktewaterlichamen en beperkingengebieden. Regels voor activiteiten zijn bijvoorbeeld regels en/of een vergunningplicht voor het aanleggen van een steiger, het dempen van een sloot, het onttrekken van grondwater en oppervlaktewater en het compenseren in het geval van nieuwe verharding. De lozingsregels zijn onderdeel vaan de “bruidsschat” en bevatten de lozingsregels uit de vroegere lozingsbesluiten, en die niet langer meer door het Rijk worden gesteld. Beperkingengebieden zijn de waterstaatswerken (waterkeringen, oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden en ondersteunende kunstwerken) die in beheer van het waterschap zijn en de hierbij behorende beschermingszones. Het omgevingsplan en de waterschapsverordening moeten op elkaar worden afgestemd. Afstemming is in ieder geval nodig bij de regels over lozingen in de riolering en de bodem (gemeente) en in oppervlaktewater (waterschap), die via de bruidsschat aan het omgevingsplan en de waterschapsverordening worden toegevoegd.

Zowel het Rijk als de decentrale overheden kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor activiteiten. De vergunningplichten van het Rijk staan in het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving. De decentrale overheden regelen de vergunningplichten in het omgevingsplan (gemeente), de waterschapsverordening (waterschap) en de omgevingsverordening (provincie). Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bevat de regels over onder andere milieubelastende activiteiten en de daarbij horende lozingsactiviteiten in lozingen in bodem, riolering en oppervlaktewater. Daarnaast bevat het Bal de regels over activiteiten bij de rijkswateren. Denk bijvoorbeeld aan het bouwen in de uiterwaarden van de grote rivieren of aan of op het strand. In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan de regels voor het bouwen, verbouwen en slopen van bouwwerken. Het Bbl bevat alleen technische eisen. De vergunningplicht voor bouwen die in het Bbl staat, wordt daarom ook wel de omgevingsvergunning voor de technische bouwactiviteit genoemd. De beoordelingsregels (wanneer wordt de vergunning verleend of geweigerd) staan in hoofdstuk 8 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De omgevingsvergunning voor de technische bouwactiviteit wordt bijvoorbeeld alleen verleend als het bouwwerk voldoet aan de technische regels van het Bbl.

En de omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit mag alleen worden verleend als het bedrijf voldoet aan de beste beschikbare technieken (BBT). Het Rijk, de provincie of het waterschap kunnen voor complexe projecten in de fysieke leefomgeving met een publiek belang (bijvoorbeeld de aanleg of versterking van een waterkering) projectbesluit vaststellen. Het projectbesluit kan alle verplichte toestemmingen bevatten die nodig zijn voor het project. Activiteiten die normaal gesproken vergunning- of meldingsplichtig zijn, kunnen worden meegeregeld in het projectbesluit. Het projectbesluit de regels van het omgevingsplan direct wijzigen als die regels in strijd zijn met die van het projectbesluit. Een projectbesluit moet worden goedgekeurd door de provincie. 60

B.2.2 Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan (NWP) is het Rijksplan voor het waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen voor de periode 2022-2027. Het NWP beschrijft welke maatregelen nodig zijn om Nederland ook in de toekomst veilig en leefbaar te houden. Belangrijke onderdelen van het NWP zijn de stroomgebiedbeheerplannen, het overstromingsrisicobeheerplan en het Programma Noordzee. Met de Gebiedsagenda’s Zuidwestelijke Delta, Waddengebied en IJsselmeergebied geeft het Rijk een integraal langetermijnperspectief voor de grote wateren, Waddenzee en Eems-Dollard. Belangrijke opgaven voor de Waddenzee en de Eems-Dollard zijn de duurzame bescherming van deze gebieden, het behoud en de ontwikkeling van de Waddenzee als natuurgebied en goed onderhoud van vaargeulen voor de bereikbaarheid van de havens en eilanden. Daar wordt aan gewerkt via onder andere de Agenda voor het Waddengebied 2050. Overheden, natuurorganisaties, visserijorganisaties en de samenwerkende havens hebben voor het Waddengebied een gezamenlijk perspectief en een koers richting 2050 geformuleerd. Daarvoor is de Agenda voor het Waddengebied 2050 opgesteld. De Agenda bundelt ambities, doelen en strategieën van Rijk en regio en scherpt deze aan waar dat kan. Voor de nieuwe ontwikkelingen rond het Waddengebied benoemt de agenda de belangrijkste opgaven en bijbehorende dilemma’s.

De Agenda moet worden gezien als een leidend beleidskader voor betrokken partijen. De Agenda schetst voor de Waddenzee, de Waddenkust, de Waddeneilanden en het EemsDollard- gebied een perspectief voor 2050. Dit sluit nauw aan bij het perspectief in het Programma naar een Rijke Waddenzee, dat het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) heeft ontwikkeld om de natuur in de Waddenzee te ontwikkelen en het medegebruik te verduurzamen. Voor het Eems-Dollardgebied sluit het perspectief in de Agenda ook nauw aan bij de ambities in het meerjarig adaptief programma Eems-Dollard 2050

B.2.3 Nationaal Deltaprogramma, Deltaplan Ruimtelijke adaptatie In het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie zijn zeven ambities opgenomen. Hierin staat hoe gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk het proces van ruimtelijke adaptatie willen versnellen en intensiveren. Het doel is om samen te zorgen dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Dit gaat op basis van 7 ambities: 1. Kwetsbaarheden in beeld 2. Risicodialogen en strategie 3. Uitvoeringsagenda opstellen 4. Meekoppelkansen benutten 5. Stimuleren en faciliteren 6. Reguleren en borgen 7. Handelen bij Calamiteiten

61

Water en rioleringsprogramma Terschelling 2025-2029

B.2.4 Bestuursakkoord Water Het bestuursakkoord Water (BaW) is in 2011 gesloten tussen het Rijk , de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Unie van Waterschappen (UvW) en de Vereniging van waterbedrijven in Nederland (Vewin). Het doel van het BaW is de doelmatigheid van het waterbeheer te vergroten, de samenwerking te verbeteren en kosten beheersbaar te houden. In 2018 zijn aanvullende afspraken gemaakt (Addendum BaW). Hier zijn afspraken gemaakt over: • Het ontwikkelen een gezamenlijke visie en aanpak om de kansen van de informatiesamenleving beter te benutten. • De risico’s van digitale bedreigingen te minimaliseren. • het waterbeheer verder te professionaliseren en de personele kwetsbaarheid te verminderen. • Het samenwerken bij de implementatie van de omgevingswet.

B.2.5 Wet Milieubeheer De wet Milieubeheer is niet in volledig opgegaan in de Omgevingswet en bevat bijvoorbeeld nog de voorkeursvolgorde voor het omgaan met afvalwater (art. 10.29a Wm). Gemeenten gebruiken deze voorkeursvolgorde om lozingsbeleid te ontwikkelen en om eisen aan lozingen te stellen. 1. Het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt. 2. Verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt. 3. Afvalwaterstromen worden gescheiden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater. 4. Huishoudelijk afvalwater en, voor zover doelmatig en kostenefficiënt, afvalwater dat daarmee wat biologische afbreekbaarheid betreft overeenkomt, wordt ingezameld en naar een rwzi getransporteerd. 5. Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel 4 wordt, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, hergebruikt. 6. Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel 4 wordt lokaal, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, in het milieu (de bodem of het oppervlaktewater) gebracht. 7. Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel 4 wordt naar een rwzi getransporteerd.

B.2.6 Gemeentewet De Gemeentewet biedt de gemeente met de rioolheffing (art. 228a) een adequaat instrument om haar watertaken te bekostigen. Belangrijk hierbij is dat de gemeente jaarlijks een begroting opstelt. Rioolheffing De rioolheffing (art. 228a) heeft het karakter van een bestemmingsheffing. De gemeente kan hiermee collectieve maatregelen bekostigen die zij noodzakelijk acht voor een doelmatig werkende riolering, en overige maatregelen voor hemel- en grondwater.

B.2.7 Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en Notitie investeringen, Waardering en Afschrijving Om de transparantie te vergroten heeft de commissie BBV richtlijnen opgesteld voor de bepaling van de rioolheffing. Deze regels verplichten gemeenten financieel verslag te leggen volgens een baten62

en lastenstelsel. Dit stelsel wijkt af van het eenvoudigere kasstelsel, waarbij uitgaven en inkomsten worden geboekt op het moment van de feitelijke betaling. Bij het baten- en lastenstelsel spreken we niet langer over uitgaven, maar over lasten. Lasten zijn in de tijd toegerekende uitgaven. In de notie riolering bevat richtlijnen die onderverdeeld zijn in ‘stellige uitspraken’ en ‘aanbevelingen’. Dat betekent dat gemeenten de stellige uitspraken in principe moeten volgen. Op basis van specifieke omstandigheden kán een gemeente hiervan afwijken. Maar dan moet zij dit motiveren en expliciet kenbaar maken in de begroting en jaarrekening. Bij aanbevelingen gaat het om uitspraken die steun en richting geven aan de praktijk.

B.2.8 WIBON De Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON) is gericht op het voorkomen van graafschade aan kabels en leidingen te voorkomen door informatie uitwisseling. De INSPIRE eisen zijn opgenomen in de WIBON. Een van de verplichting uit de WIBON is het digitaal beschikbaar stellen van informatie over huisaansluitingen. In het overgangsrecht staat onder meer dat de registratie van huisaansluitingen door de gemeente pas verplicht is bij nieuwe aanleg, vervanging of renovatie.

B.2.9 Wet op de lijkbezorging en Besluit op de lijkbezorging De Wet op de lijkbezorging (Wlb) bevat bepalingen omtrent begraving. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen op grond van die wet regels worden gesteld over onder meer de inrichting van het graf en de afstand van de graven onderling. In het Besluit op de lijkbezorging (Blb) is daaraan gevolg gegeven. Uit de artikelen 40 en 41 Wlb kan worden afgeleid dat burgemeester en wethouders bevoegd gezag zijn met betrekking tot (bijzondere) begraafplaatsen. In het Besluit op de lijkbezorging, Paragraaf 4. De inrichting van een graf en de afstand tussen de graven onderling Artikel 5 staat: 1. De afstand tussen de graven onderling bedraagt ten minste dertig centimeter. 2. Boven de kist of het omhulsel bevindt zich een laag grond van ten minste vijfenzestig centimeter. 3. Ten hoogste drie lijken mogen boven elkaar worden begraven, mits boven elke kist of ander omhulsel een laag grond van ten minste dertig centimeter dikte wordt aangebracht, die bij een volgende begraving niet mag worden geroerd. Ten aanzien van de bovenste kist of het bovenste omhulsel is het tweede lid van toepassing. 4. De graven bevinden zich ten minste dertig centimeter boven het niveau van de gemiddeld hoogste grondwaterstand. 5. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op bestaande graven.

B.2.10 Drinkwaterwet De Drinkwaterwet en het drinkwaterbesluit bevatten de wettelijke regels voor de winning, de zuivering en de levering van drinkwater. In de Drinkwaterwet is een specifieke zorgplicht, gericht aan alle bestuursorganen opgenomen om te zorgen voor de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. Bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden moeten zij steeds rekening houden met het drinkwaterbelang.

63

Water en rioleringsprogramma Terschelling 2025-2029

B.2.11 NEN Naast wet- en regelgeving kunnen landelijke, Europese of internationale richtlijnen en normen van toepassing zijn op het stedelijk waterbeheer. De juridische status van deze richtlijnen en normen ('best practices') is anders dan die van wetgeving. Wetten en regels verwijzen soms wel naar normen. Meestal is de norm dan een hulpmiddel om te voldoen aan de wet en is deze niet verplicht. Maar de overheid kan er ook voor kiezen om de norm wél te verplichten. In dat geval is dit aangegeven in de wetgeving. NEN-normen Alle officiële normen voor producten en diensten in Nederland zijn te vinden bij het Nederlands Normalisatie-Instituut (afgekort als NEN). De Hoge Raad heeft zich in 2012 uitgesproken over de juridische status van deze normen. NEN-normen waarnaar wetgeving verwijst, zijn niet aan te merken als algemeen verbindende voorschriften. Daarmee hoeven deze normen niet te voldoen aan de vereisten van de Bekendmakingswet en vallen ze onder de bescherming van het auteursrecht. Er zijn productnormen en systeemnormen.

Enkele belangrijke normen voor de riolering als systeem zijn: • NEN 3215: gebouwriolering en buitenriolering binnen de perceelgrenzen; • NTR 3216: riolering van bouwwerken – richtlijnen voor ontwerp, uitvoering en beheer; • NPR 3218 (diverse delen): buitenriolering; • NEN 7801: rioolrenovatie; • NEN-EN 13508-2: onderzoek en beoordeling van de buitenriolering – deel 2: coderingssysteem voor visuele inspectie.

B.3

Provinciale en regionale richtlijnen

B.3.1 Omgevingsvisie Provincie Fryslân heeft in de Omgevingsvisie ‘De Romte Diele’ (2020) de ambitie voor de Friese leefomgeving beschreven. Dit omvat de ambitie om veranderingen in het klimaat te kunnen opvangen en een gezond grond- en oppervlaktewatersysteem te behouden. Momenteel werkt de provincie aan een nieuwe provinciale omgevingsvisie. Deze is naar verwachting in 2026 gereed. Met De romte diele wil de provincie wil extra inzetten op vier urgente, integrale opgaven: 1. Fryslân vitaal, leefbaar en bereikbaar houden; 2. Energietransitie met kracht voortzetten; 3. Fryslân klimaat adaptief inrichten; 4. Versterken van de biodiversiteit. De leidende principes hierbij zijn: • Duurzaam ruimtegebruik; • Gezondheid; • Ruimtelijke kwaliteit; • Identiteit en erfgoed.

64

Investeringskader Wadden Het interprovinciale beleid voor het Wadden(zee) gebied is vastgelegd in ‘Wadden van allure’. De provincies Groningen, Noord Holland en Fryslân hebben in aanvulling daarop een gezamenlijk Investeringskader Waddengebied (IKW) opgesteld. Het doel van het IKW is verduurzaming van de economie en versterking van de ecologische kwaliteiten van het Waddengebied. In het IKW zijn zes belangrijke opgaven benoemd: Waddenzee, havenontwikkeling en natuurverbetering, versterken en vermarkten werelderfgoed, vitale kust en Afsluitdijk, Eems-Dollardgebied in balans, en Eilanden op eigen kracht. Bij eilanden op eigen kracht gaat het vooral om het zoveel mogelijk zelfvoorzienend worden op het gebied van energie, water en grondstoffen. Ingezet wordt onder andere op verduurzaming van mobiliteit, landbouw, bestaande bebouwing (inclusief vakantieverblijven) en duurzaam toerisme. In de Agenda voor het Waddengebied zijn de volgende hoofddoelen opgenomen voor het Waddengebied: • In 2050 is het Waddengebied veilig, vitaal en veerkrachtig. Veilig doordat we tijdig antiperen op de gevolgen van klimaatverandering en zeespiegelstijging. Vitaal doordat wonen, werken, onderwijs en zorg mogelijk blijven, op de eilanden en langs de kust, en doordat economische sectoren excelleren in de context van Werelderfgoed Waddenzee.

Veerkrachtig doordat robuuste natuur en het landschap van wereldklasse de effecten van klimaatverandering, duurzaam gebruik en nieuwe ontwikkelingen kunnen opvangen. Binnen deze doelstellingen is de hoofddoelstelling voor de Waddenzee: een duurzame bescherming en ontwikkeling van de Waddenzee als natuurgebied en het behoud van het unieke open landschap. Daarbij gaat het specifiek om de duurzame bescherming en/of een zo natuurlijk mogelijke ontwikkeling van: • de waterbewegingen en de hiermee gepaard gaande geomorfologische en bodemkundige processen; • de kwaliteit van water, bodem en lucht. De water- en bodemkwaliteit dient zodanig te zijn dat verontreinigingen slechts een verwaarloosbaar effect hebben op flora en fauna; • de flora en de fauna; en het behoud van: • de landschappelijke kwaliteiten, met name rust, weidsheid, open horizon en natuurlijkheid inclusief duisternis.

B.3.2 Regionaal Waterprogramma 2022-2027 Provincie Fryslân heeft in de Omgevingsvisie ‘De Romte Diele’ de ambitie voor de Friese leefomgeving beschreven. Als doorvertaling daarvan werken Provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân in de planperiode van dit RWP samen aan een Blauwe Omgevingsvisie (BOVI). De BOVI voor Friesland is bedoeld als een integrale lange termijn visie voor de toekomst van het Friese watersysteem en het beheer ervan, inclusief de ruimtelijke implicaties. De visie geeft aan hoe het watersysteem en het waterbeheer richtinggevend kunnen zijn bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Het RWP heeft samenhang met de andere Omgevingsprogramma’s. Relevante relaties worden in de beleidsmatige hoofdstukken bij de betreffende onderwerpen aangegeven. Daarnaast wordt in interprovinciaal verband (IPO) afgestemd over ons waterbeleid.

65

Water en rioleringsprogramma Terschelling 2025-2029

Duurzaam peilbeheer De nadruk ligt op maatregelen voor waterconservering en vergroten van de zoetwatervoorraad en het tegengaan van verzilting. De zoetwaterbellen op de Waddeneilanden zijn kwetsbaar en door klimaatverandering kan ook de verzilting toenemen. Voor de vrij afstromende delen op de Waddeneilanden is een GGOR vastgesteld in 2006. In het project toekomst bestendig polders wordt onderzoek gedaan naar handelingsperspecteiven; Verzilting Op de Waddeneilanden stroomt zout kwelwater onder de dijk door naar de polders. In lage gebieden komt dit zoute grondwater omhoog (zoute kwel). Hierdoor komen zowel in de bodem als in watergangen verhoogde zoutgehaltes voor. De landbouw kan hier schade van ondervinden. Door klimaatverandering stijgt de zeespiegel en neemt de verdamping in de zomer toe. Deze twee effecten versterken elkaar, waardoor de verzilting van het kleigebied toeneemt en sneller gaat. Waterafvoer Fryslân Door de stijging van de zeespiegel wordt in de toekomst het spuien van het boezemwater onder vrij verval op de Waddenzee steeds lastiger en uiteindelijk zelfs onmogelijk. Daarom zijn in 2010 twee combigemalen gerealiseerd. Of de capaciteit van deze gemalen in de toekomst voldoende is, is afhankelijk van de gevolgen van klimaatverandering. Zoetwater Op de Waddeneilanden is zoet grondwater de eerste keuze voor de productie van drinkwater.

Maar gezien de bijzondere situatie (zoetwaterbel en kwetsbare natuur) zal de inzet van andere bronnen hier mogelijk aan de orde zijn. Inzet van andere bronnen wordt onderzocht en landelijke ontwikkelingen worden gevolgd. Integrale waterplannen Omdat ieder Waddeneiland een eigen, geïsoleerd watersysteem heeft, zal per eiland een integraal waterplan opgesteld worden. In deze waterplannen onderzoeken we hoe de drinkwatervoorziening op de eilanden in de toekomst geborgd kan worden in interactie met andere (water)belangen op de Waddeneilanden.

B.3.3 Blauwe Omgevingsvisie Fryslân klimaatbestendig 2050+, is de gezamenlijke visie op het water- en bodemsysteem van de toekomst. Provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân werken al lange tijd samen met Friese gemeenten, Vitens, Rijkswaterstaat en andere partners aan onze waterveiligheid, een goede waterkwaliteit, een gezonde bodem en aan niet te veel en niet te weinig water. Dat doen ze samen met de mienskip: de inwoners en belanghebbenden. Belangrijke thema’s zijn: • Verdere zeespiegelstijging maakt nieuwe dijkversterkingen voor waterveiligheid noodzakelijk en versterkt de verziltingsdruk; Waterkwaliteit onder druk in droge en hete perioden; • De inrichting van het watersysteem is niet bestand tegen extreme droogte of extreme neerslag; • Het behouden van een voldoende grote zoetwaterbel op de Waddeneilanden komt onder druk te staan door zeespiegelstijging; 66

Leidende principes Om deze uitdagingen voor de lange termijn het hoofd te bieden zijn acht leidende principes geformuleerd. Deze principes vormen de denkrichtingen waarlangs de toekomstvisie per deelgebied is opgesteld: 1. Een veerkrachtig bodem en watersysteem, dat een goede basis vormt voor een duurzame zoetwaterbalans in heel Fryslân, dat een omslag mogelijk maakt van water afvoeren naar water vasthouden, en beter kan omgaan met extreme omstandigheden. Daarbij hoort ook dat we leren omgaan met de risico’s van wateroverlast en droogte; 2. Meer gebiedseigen zoet water beschikbaar (grond- én oppervlaktewater); Het automatisme dat we jaarrond voor waterinlaat kunnen rekenen op het IJsselmeer als onze nationale regenton, kan veranderen. Het is belangrijk hier nu al op te anticiperen, en dat we toewerken naar een provincie waarin we lange periodes met droogte kunnen opvangen; 3. Niet afwentelen op toekomstige generaties, op andere gebieden, of van privaat naar publiek en vice versa. Het betekent dat we bij investeringen tijdig en voldoende rekening houden met klimaatverandering; 4. De bodemvitaliteit verbetert; we zetten in op herstel, behoud en verbetering van de chemische en biologische bodemkwaliteit; zo bevorderen we het watervasthoudend vermogen en de biodiversiteit; 5.

De waterkwaliteit verbetert; dit is essentieel voor herstel van natuurwaarden en biodiversiteit, voor de landbouw en voor de recreatie; 6. We waarborgen waterveiligheid via het meerlaagsveiligheid- principe (robuuste primaire keringen, toekomstbestendige ruimtelijke inrichting, adequate crisis- en risicomanagement); 7. Circulair (CO2 vastleggen, energietransitie, grondstoffen en materialen); 8. Partnerschap, omdat we de uitdagingen alleen samen met alle betrokkenen aan kunnen gaan. Visie op de Waddeneilanden in de blauwe omgevingsvisie In 2050 en verder is de zoetwaterbel op de Waddeneilanden, ondanks zeespiegelstijging en klimaatverandering, in balans. Dat betekent dat gebruik en aanvulling van zoetwater in evenwicht zijn. Om dit te bereiken verhogen we in de duinen en binnenduinrand stapsgewijs de grondwaterstanden gelijk met de zeespiegelstijging. In de polders accepteren we plaatselijk de verzilting en wateroverlast. Dit doen we per eiland op een manier die rekening houdt met de lokale kenmerken.

67

Water en rioleringsprogramma Terschelling 2025-2029

Bijlage C

Overzicht stedelijk watersysteem

In de volgende figuren zijn de belangrijkste kenmerken van het stedelijk watersysteem van Terschelling weergegeven. De HWA-lozingspunten en het stelseltype is weergegeven in Figuur 7. De lozingspunten vanuit de gemengde stelsels zijn weergegeven in Figuur 8 (met randvoorzieningen) en Figuur 9 (zonder randvoorzieningen). Een overzicht van de lozingspunten per kern is opgenomen in Tabel 14.

Figuur 7 Overzicht van de HWA lozingspunten

68

Figuur 8 Overzicht van de lozingspunten met randvoorziening

Figuur 9 Overzicht van de lozingspunten van het gemengde riool

69

Water en rioleringsprogramma Terschelling 2025-2029

Tabel 14 Overzicht van de overstorten en lozingspunten per kern Kern Baaiduinen Formerum Formerum Halfweg Hoorn Hoorn Hoorn Hoorn Hoorn Hoorn Hoorn Hoorn Hoorn Hoorn Hoorn Hoorn Midsland Midsland Midsland Midsland Midsland Midsland Midsland Midsland Midsland Midsland Midsland Midsland Midsland Noord Midsland Noord Midsland Noord Midsland Noord Midsland Noord Oosterend Oosterend Oosterend Oosterend Oosterend Oosterend West Terschelling West Terschelling West Terschelling West Terschelling West Terschelling

70

Type stelsel Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd HWA HWA HWA HWA HWA HWA HWA HWA HWA HWA HWA HWA HWA HWA HWA HWA HWA HWA HWA HWA gemengd HWA HWA Gemengd HWA

Overstort intern BA0230 FO0440 FO0671 HA0027

HO0459 MI0360 MI0387 MI0393 MI0397 MI0383 MI0376 MI0150 MI0155 MI0219 MI0239 MI0240 MI0092 MN0113

xcoördinaat 147491 149452 150677 146042 151579 151535 151740 151782 151620 152308 152382 151930 151538 151804 151805 152382 148249 148401 148304 148370 148488 148520 148464 148636 148658 148131 148107 147888 148172

ycoördinaat 599225 600196 600561 598701 601039 601004 601156 601201 601157 601295 601228 601134 601003 601093 601089 601228 599842 599788 599791 599785 599718 599782 599600 599701 599624 599311 599354 599470 600188

HWA

MN0115

148190

600204

HWA

MN0117

148194

600365

HWA

MN0123

148147

600550

HWA

MN0124

148185

600550

randvoorziening

Uitlaat

BA0230

FO0672

FO0671

BA0232 FO4482 FO0673 HA0028 HO0478 HO0481 HO0485 HO0488 HO0499 HO0454 HO0459 HO0468 HO0343

OO0053 OO0075 OO0081 OO0082 OO0083 OO0084 WE0434

154446 154505 154336 154375 154338 154393 143578

601876 601989 601969 602015 601965 601975 596683

143652

596910

HO0341 HO0471 HO0472 HO0454 MI0351

MI0376

MI0217

MI0218

MI0217

MI0090

MI0091

MI0090

Gemengd HWA HWA HWA HWA HWA HWA HWA

Overstort extern BA0231

OO0051

WE0402

HWA

WE0423

143654

596909

HWA

WE0416

143809

597324

WE0206

143852

597395

Gemengd

WE0209

WE0210

WE0208

Opmerkingen

Buiten gebruik Buiten gebruik

Buiten gebruik

West Terschelling West Terschelling West Terschelling

HWA

WE0531

WE0548

145125

598090

HWA

WE0543

WE0544

145328

597871

WE0220

143653

597493

HWA

71

Water en rioleringsprogramma Terschelling 2025-2029

Bijlage D Evaluatie GRP 2019-2023 Het beleid uit het GRP 2019-2023 hebben we geëvalueerd. We hebben een overzicht gemaakt van de in het GRP beschreven activiteiten en in hoeverre deze zijn uitgevoerd en de beschikbare personele en financiële middelen. Uit de evaluatie komt naar voren dat: • Om de afkoppelen doelen bij nieuwbouw te realiseren moeten wij hiervoor regels opstellen. • Vanwege personele wisselingen en een te kleine personele capaciteit in de planperiode is een deel van de activiteiten niet uitgevoerd. Hierdoor is een achterstand opgelopen in de uitvoering van projecten en het ontwikkelen van beleid. Het beheer van de gemalen, kolken is wel conform planning uitgevoerd. • We kennen de kwaliteit van circa 25 % van de riolering. De kwaliteit is minder goed dan verwacht door H2S aantasting bij uitstroompunten van de drukriolering. Ook zijn er relatief veel breuken omdat de riolen met te weinig dekking zijn aangelegd. Voor de komende planperiode betekent dit dat standaard eisen opgesteld moeten worden voor de aanleg van de riolering. Ook is onderzoek noodzakelijk om aantasting door H2S te verminderen. Dit pakken we samen op met het Wetterskip en de tracéstudie voor de persleidingen. • Voor de wateroverlast problemen van Midsland is een structurele oplossing noodzakelijk. Omdat we de gegevens nog niet op orde hebben kunnen we deze nog niet op korte termijn bieden.

Voor het ontwerpen van een oplossing die blijft functioneren op lange termijn is samenwerking met het Wetterskip cruciaal. • Er is geen hemelwaterverordening en aansluitverordening opgesteld. Hierdoor hebben wij geen instrumenten om eisen en wensen van de gemeente bij rioolvervanging of nieuwbouw af te dwingen. • In de periode eind 2023 tot begin 2024 zijn er relatief veel meldingen binnengekomen over wateroverlast. Dit is veroorzaakt door de overvloedige neerslag. Uit de meldingen blijkt: o Dat een deel van de duikers in slechte staat is of zodanig klein dat deze niet onderhouden kunnen worden. o Voor het eerst in jaren grondwateroverlast is opgetreden op een aantal locaties op Terschelling.

De achtergrond informatie van de evaluatie is opgenomen in Tabel 15 uitgevoerde activiteiten, Tabel 16 personele middelen, Tabel 17 investeringen en Tabel 18 - Tabel 20 financiële middelen.

72

D.1

Evaluatie van de activiteiten uit het GRP

Legenda evaluatie 2019-2023 ✓ Uitgevoerd  Heroverwogen/niet meer van toepassing # In uitvoering ∞ Uitgesteld → In voorbereiding Tabel 15 Evaluatie van het GRP 2019-2023

Nr Activiteit Speerpunten 1 Afkoppelen

status analyse

Opmerkingen

✓ →

We koppelen alleen afvoerend oppervlak bij nieuwbouw en rioolvervanging. In de periode 2019-2023 zijn de volgende vervangingsprojecten uitgevoerd: in 2020 is het dakoppervlak van circa 60 (vakantie)huizen in Midsland-Noord afgekoppeld. In 2017 is bij de rioolvervanging in de Parnassiaweg het straatoppervlak en de voorkant van de huizen afgekoppeld.

In 2025 wordt het project Torenstraat uitgevoerd. Hierbij wordt een deel van het afvoerend oppervlak afgekoppeld. Om bij nieuwbouw afkoppelen te verplichten stellen wij hiervoor regels op.

2

Beheer

#

In de komende planperiode moeten de ontbrekende gegevens worden aangevuld. Vervolgens moet de data omgezet worden in informatie voor het beheer van de riolering.

3

Klimaatadaptief maken riolering en inrichting

∞

Het beheerprogramma Brutis is aangeschaft. De gegevens van de riolering zijn deels in het systeem opgenomen. De gemengde riolering zit voor 90% in Brutis. De gegevens van kolken, afvoerend oppervlak, gemalen, duikers en drainage is nog niet op orde. Dit is nog niet gebeurd. De oorzaak is een gebrek aan personele capaciteit.

73

Water en rioleringsprogramma Terschelling 2025-2029 4

Duurzaamheid

∞

Maatregelen en onderzoeken 5 Inspectie #, → vrijvervalriolering

6

Herstellen gebreken

∞

7

Tracé-studie persleidingen

∞

8

Vervolgstappen werkatelier

#

Dit is nog niet gebeurd. De oorzaak is een gebrek aan personele capaciteit. In totaal is circa 15 km riolering geïnspecteerd. Hieruit is gebleken dat de kwaliteit minder goed is dan verwacht. De belangrijkste oorzaken zijn: - Aantasting door H2S bij de uitstroompunten van de drukriolering. - Mechanisch falen doordat de dekking op de riolen te klein is In 2024 inspecteren we nog circa 10 km en zetten we de inspectie van het resterende deel uit in de markt De in 2017 geconstateerde gebreken zijn nog niet structureel opgelost. Wel zijn er reparaties uitgevoerd maar dit zijn voornamelijk adhoc oplossingen. Dit is nog niet gebeurd. De oorzaak is een gebrek aan personele capaciteit. In 2022 is het onderzoek toekomstperspectief Terschelling6 gestart. Dit project focust op het in beeld brengen van handelingsperspectief om droogte en verzilting tegen

Om een volledig beeld te krijgen van de kwaliteit van de riolering moet in de komende planperiode 35 km worden geïnspecteerd. Daarnaast zijn de volgende activiteiten noodzakelijk - Onderzoek naar maatregelen om aantasting door H2S te verminderen - Opstellen standaard eisen voor de aanleg van de riolering

Op basis van de inspectie resultaten moet een plan opgesteld worden voor het uitvoeren van reparaties en vervangingen. In verband met de aantasting van de riolering heeft deze activiteit hoge urgentie De uitkomsten van het onderzoek kunnen in de komende plan periode gebruikt worden om een strategie op te stelen om verdroging en verzilting tegen te gaan.

6 Van Hall Larenstein, Deltares, Wageningen Economic Research, ABT, Acacia Water, ANV Waddenvogels,

DLF, Gemeente Terschelling, LTO-Noord, Melkveehouder C.G. Cupido, Provincie Fryslân, Staatsbosbeheer, Stichting De Zilte Smaak, Terschellinger Campinghouders Vereniging, Vitens, Vogelbescherming Nederland, Vogelwacht Terschelling, Wetterskip Fryslân.

74

9

Onderzoek gevolgen klimaatopgave op beheer 10 Vasthouden zoet water

∞

11 Fout aansluitingen opsporen

∞

12 Onderzoek omgevingswet

✓

#

13 Hemelwaterverordening ∞

14 Opstellen rioleringsbeleid

Onderhoud 15 Reinigen riolen

te gaan. Het project wordt in 2026 afgerond. Dit is nog niet gebeurd. De oorzaak is een gebrek aan personele capaciteit. Het onderzoek uit punt 8 levert hier input voor. Daarnaast zijn er gesprekken gestart met het Wetterskip en de andere Waddeneilanden. Dit is gedeeltelijk gedaan. Er zijn rooktesten gedaan maar de problemen zijn niet opgelost. De oorzaak is een gebrek aan personele capaciteit. De omgevingswet hanteert drie planvormen: de omgevingsvisie, omgevingsprogramma en het omgevingsplan. Dit Wrp is een van de programma’s. De omgevingsvisie is in voorbereiding Dit is nog niet gebeurd. De oorzaak is een gebrek aan personele capaciteit.

✓

Dit Wrp vormt de basis van het rioleringsbeleid voor de komende jaren.

#

De planning was om de riolen één keer per 15 jaar te reinigen. In de afgelopen plan periode is circa 15 km gereinigd dit komt overeen met één keer per 30 jaar.

In Midsland zijn veel problemen met wateroverlast. Een structurele oplossing is noodzakelijk.

Met de invoering van de Omgevingswet is het omgevingsplan de plek om juridische regels op te nemen. De geldigheidsduur van het Wrp is 5 jaar en zal in 2029 worden geactualiseerd. Momenteel wordt een inhaalslag gemaakt met het inspecteren en reinig van de riolering. Op basis van de resultaten wordt het reinigingsplan aangepast.

75

Water en rioleringsprogramma Terschelling 2025-2029 16 Reinigen putten

#

De planning was om de putten één keer per 5 jaar te reinigen.

Op Terschelling hebben een aantal putten een zandvang. Om deze goed te laten functioneren moeten deze minimaal 1 x per jaar worden gereinigd en mogelijk vaker.

17 Kolken zuigen

✓

De planning was om de kolken twee keer per jaar te zuigen. Dit is circa 2 x per jaar gedaan. Sommige kolken zijn vaker gereinigd. De gemeente heeftde kolkenzuiger vervangen

Op basis van de informatie die verzameld wordt tijdens het kolkenzuigen kan in de komende planperiode het kolkenzuigen worden geoptimaliseerd.

18 Onderhoud gemalen en pompinstallaties

✓

De planning was om de gemalen drie keer per jaar te reinigen

Zowel de drukriolering als de gemalen zijn 3 maal per jaar gereinigd. Het onderhoud van de gemalen wordt door externen uitgevoerd. Het onderhoud van de drukrioleringsunits wordt door de buitendienst uitgevoerd.

19 Onderhoud, reparatie persleidingen / drukriolering 20 Gedetailleerde camerainspectie

✓

Het onderhoud aan de persleiding wordt storingsgestuurd uitgevoerd De planning was om de riolen één keer per 60 jaar te inspecteren. Dit beleid is in de planperiode bijgesteld omdat het onvoldoende inzicht geeft in de werkelijk toestand van de riolering. In de afgelopen plan periode is 15 km gereinigd.

✓

Vervanging en renovatie Gemalen, drukriolering, randvoorziening en persleidingen 21 Gemalen, drukriolering, ✓ Er stonden geen randvoorziening vervangingen op de

76

De frequentie is opgevoerd omdat de in het het GP opgenomen frequentie te laag was. Bij de eerste inspecties is namelijk gebleken dat de kwaliteit minder goed is dan verwacht

Voor de komende planperiode wordt uitgegaan van de

planning. In de planperiode zijn deze ook niet uitgevoerd

22 Aanleg persleidingen

De planning was om 4,6 km persleiding aan te leggen. Dit is niet gebeurd. Vervanging en renovatie van vrijvervalriolering → 23 Torenstraat in WestHet project is in 2024 Terschelling voorbereid De uitvoering start in 2025. 24 Burgemeester ∞ Dit is nog niet gebeurd. De Swaanstraat reden is dat het project integraal uitgevoerd gaat worden (combinatie met herinrichting/herstraten). Verbeteringsmaatregelen 25 Afkoppelen ∞ Dit is nog niet gebeurd. De reden is dat het project integraal uitgevoerd gaat worden (combinatie met herinrichting/herstraten). Niet geplande werkzaamheden 26 In verband met gebreken is er 30 m riool vervangen in Formerum 27 Een aantal rioolputten die waren aangetast door H2S zijn vervangen 28 Een aantal duikers zijn vervangen

D.2

∞

vervanging van alle mechanische en elektrische installaties die ouder zijn dan 15 jaar. Op basis van de inspectie van de installaties wordt besloten of vervanging daadwerkelijk noodzakelijk is. De aanleg moet in overleg met het Wetterskip worden opgepakt

Evaluatie personele en financiële middelen in de planperiode

In het GRP 2019-2023 is beschreven dat er voor de uitvoering van de geplande activiteiten 3,7 fte nodig is in de binnendienst. De buitendienst heeft daarnaast een capaciteit van 1,5 fte voor het onderhoud van de drukriolering, kolkenzuigen en het verhelpen van storingen.

77

Water en rioleringsprogramma Terschelling 2025-2029 Van de benodigde 3,7 fte van de binnendienst was gemiddeld minder dan 1 fte beschikbaar (zie Tabel 16). Hierdoor zijn een groot aantal van de geplande activiteiten niet uitgevoerd. De onderbezetting is deels ingevuld door de inhuur van extern personeel. Tabel 16 Overzicht beschikbare personele capaciteit in de periode 2019-2024

Taken

Binnendienst Planvorming Onderzoek Onderhoud Maatregelen Facilitair Subtotaal

Benodigd (fte)

0,4 0,3 1,0 1,8 0,2 3,7

Buitendienst Gemaalbeheer Reinigen Herstellen kleine gebreken subtotaal 3 Totaal 6,7

Beschikbaar (fte) 2019

2020

2021

2022

2023

2024

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,25

0,4

0,4 0,2

0,2 0,2

0,2 0,2

0,5 0,2

0,75 0,45

0,65

0,85

0,65

0,7

0,95

1,45

1 0,3 0,2

1 0,3 0,2

1 0,3 0,2

1 0,3 0,2

1 0,3 0,2

1 0,3 0,2

1,5 2,15

1,5 2,35

1,5 2,15

1,5 2,2

1,5 2,45

1,5 2,95

Van de geplande € 1,325 miljoen aan investeringen is € 0,205 gerealiseerd door de geplande aanschaf van een kolkenzuiger. De overige geplande investeringen zijn door een gebrek aan personele capaciteit niet uitgevoerd (zie Tabel 17).

78

Tabel 17 Overzicht geplande en uitgevoerde investeringen in de planperiode

Gepland Vrijvervalriolen Afkoppelen Overige maatregelen/projecten Totaal Gerealiseerd Vrijvervalriolen Afkoppelen Overige maatregelen/projecten Totaal Verschil Vrijvervalriolen Afkoppelen Overige maatregelen/projecten Totaal

2019

2020

2021

2022

2023

Planperiode

50.000 300.000

50.000 150.000

50.000 150.000

50.000 150.000

50.000 150.000

250.000 900.000

200.000

175.000 1.325.000

175.000 525.000

200.000

200.000

200.000

0 0 0 0

0

0 0

0

205.000 0

0

0

0 0

0

0

0

0

0

De begroting sluit niet een-op-een aan op de raming uit het GRP. De vergelijking (Tabel 20) tussen het beschikbare budget (Tabel 18) en de gemaakte kosten (Tabel 19) laat zien dat in de meeste jaren het verschil kleiner is dan 5%. De reden hiervoor is dat de begroting voor de riolering voor circa 2/3 deel bestaat uit vast kosten zoals de doorbelasting van de kosten van de binnendienst, buitendienst en het straatvegen (circa €285.000) de kapitaallasten (circa €220.000). De overige posten variëren meer doordat er meer personeel is ingehuurd (uitbestede werkzaamheden) en de verbruiksgoederen sommige jaren sterk beïnvloed worden door bijvoorbeeld de vervanging van pompen.

79

Water en rioleringsprogramma Terschelling 2025-2029 Tabel 18 overzicht beschikbare budget in de planperiode 2019-2023

specifieke kleine gebruiksgoederen specifieke verbruiksgoederen uitbestede werkzaamheden betaalde leges en rechten overige diensten projecten/subsidies in exploitatie overige instellingen en personen voorzieningen tlv exploitatie afschrijvingen reele en bespaarde rente overige verrekeningen leges en andere rechten overige goederen en diensten voorzieningen tgv exploitatie overige goederen en diensten overige instellingen en personen Totaal

2019 1.000

2020 0

2021

2022

2023

2024

67.000 145.000 3.000 48.000

100.000 100.000 3.000 40.000

100.000 100.000 3.000 40.000

100.000 100.000 3.000 75.000

100.000 100.000 3.000 75.000

1.000 47.000 187.000 64.000 235.000 0 0 0

2.500 0 154.000 55.000 285.000 0 0

2.500 0 163.000 55.000 285.000 0 0

100.000 100.000 3.000 75.000 0 2.500

2.500 0 170.000 53.000 285.000

2.500 0 170.000 53.000 285.000

0 0 788.500

2024

798.000

739.500

165.000 53.000 285.000 0 0

748.500

783.500

0 0 788.500

Tabel 19 overzicht geboekte kosten in de planperiode 2019-2023

specifieke kleine gebruiksgoederen specifieke verbruiksgoederen uitbestede werkzaamheden betaalde leges en rechten overige diensten projecten/subsidies in exploitatie overige instellingen en personen voorzieningen tlv exploitatie afschrijvingen reele en bespaarde rente overige verrekeningen leges en andere rechten overige goederen en diensten voorzieningen tgv exploitatie overige goederen en diensten overige instellingen en personen Totaal

80

2019 9.314

2020 24.280

2021

2022

2023

20.066 60.522 350 13.715

23.583 24.950 5 17.956

36.886 102.834 0 15.501

81.834 302.013 0 10.278

995 349.662 153.712 56.792 291.677 -128

1.893 241.639

0 130.085

50.344 189.770 0 11.024 75.828 0

153.712 54.486 265.796 -483 -20.897

164.974 54.594 266.346 -3.172 1.176

178.518 55.167 266.469

178.518 52.489 169.743

257.353

786.920

769.224

0 32.556

-5.420 -71.571

750.131

-35.000 -2.650 789.782

Tabel 20 overzicht verschil tussen beschikbare budget en geboekte kosten in de planperiode 2019-2023. (Een negatief bedrag betekent een overschrijding van het budget)

specifieke kleine gebruiksgoederen specifieke verbruiksgoederen uitbestede werkzaamheden betaalde leges en rechten overige diensten projecten/subsidies in exploitatie overige instellingen en personen voorzieningen tlv exploitatie Afschrijvingen reele en bespaarde rente overige verrekeningen leges en andere rechten overige goederen en diensten voorzieningen tgv exploitatie overige goederen en diensten overige instellingen en personen Totaal

2019

2020

2021

2022

2023

-8.314 46.934 84.478 2.650 34.285

-24.280 76.417 75.050 2.995 22.044

0 63.114 -2.834 3.000 24.499

0 49.656 -89.770 3.000 63.976

0 18.166 -202.013 3.000 64.722

0

0

0

-75.828

0

5 396.662 33.288 7.208 -56.677 128 0 0 0

607 -241.639 288 514 19.204 483 20.897 0 0

2.500 -130.085 -1.974 406 18.654 3.172 -1.176 0 0

2.500 0 -13.518 -2.167 18.531 0 5.420 71.571 0

2.500 -32.556 -8.518 511 115.257 0 0 0 35.000

0 540.647

0 -47.420

0 -20.724

0 33.369

2.650 -1.282

81

Water en rioleringsprogramma Terschelling 2025-2029

Bijlage E Tabel 21 Uitgaven

82

Kostendekkingsplan

Tabel 22, Inkomsten

83

Water en rioleringsprogramma Terschelling 2025-2029

Bijlage F

Aansluitverordening

Aansluitverordening riolering Terschelling Aansluitverordening riolering Terschelling

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsomschrijvingen 1.

2.

3.

4. 5.

6.

7.

84

aansluiting: De verbinding tussen het particulier riool en de openbare riolering. Hier vallen ook tijdelijke verbindingen onder, zoals bij tijdelijke lozingen van bronneringswater en lozing vanaf een tijdelijke bouwplaatsinrichting. aansluitpunt: a. De erfscheidingsput, gelegen op of binnen 1,0 meter afstand van de kadastrale eigendomsgrens van het aan te sluiten perceel; b. Bij het ontbreken van een erfscheidingsput op of binnen 1,0 meter afstand van de eigendomsgrens, de perceelsgrens; c. Bij drukriool of IBA, gelegen binnen de perceelgrens, het punt waar het particuliere riool is aangesloten op de gemeentelijke ontvangstput of de IBA. Bij ligging van drukriool of IBA buiten de perceelsgrens, de erfscheidingsput binnen 1,0 m van de perceelsgrens of bij het ontbreken van een erfscheidingsput, de perceelsgrens (als onder punt a of b); d. Bij openbaar gemeentelijk hoofdriool, gelegen binnen de perceelgrens, het punt waar de liggende particuliere afvoerleiding aansluit op de standleiding op het hoofdriool of de erfscheidingsput indien deze gelegen is op of binnen een afstand van 1,0 m vanaf de standleiding; e.

Bij meerdere percelen die gezamenlijk een perceel/terrein in eigen/beheer hebben waarover riolering loopt waarop de percelen zijn aangesloten de erfscheidingsput, gelegen op of binnen 1,0 meter afstand van de kadastrale eigendomsgrens van het perceel/terrein waarover de riolering loopt; f. Bij bebouwing, direct grenzend aan gemeentelijk openbaar gebied, een afstand van 0,5 m uit de gevel in het geval leidingen vanuit de bebouwing of regenpijpen aan de bebouwing direct aansluiten op de perceelaansluitleiding. i. Bij een in openbare grond aanwezige verzamelleiding rond de bebouwing, het punt waar de verzamelleiding aansluit op de perceelaansluitleiding. ii. Bij een in openbare grond aanwezige ontlastvoorziening aan een regenpijp, het punt waar de ontlastvoorziening aansluit op de perceelaansluitleiding. iii. Bij een in openbare grond aanwezige afscheider voor olie, vet of slib, het punt waar deze afscheider aansluit op de perceelaansluitleiding. g. Aanwezige verzamelleidingen rond de bebouwing, ontlastvoorzieningen aan de regenpijpen en afscheiders gelegen in openbaar gebied vallen onder de particuliere riolering; h. Bij hemelwaterlozing of grondwaterlozing op een watergang in openbare grond, de erfscheidingsput binnen 1,0 m van de perceelsgrens of bij het ontbreken van een erfscheidingsput, de perceelsgrens (als onder punt a of b); i.

Bij hemelwaterlozing of grondwaterlozing op een watergang die gedeeltelijk of geheel op de particuliere grond ligt, het punt waar de particuliere afvoerleiding uitkomt in de watergang. De uitmondingsvoorziening inclusief de eventuele bescherming van de schuine kant en de bodem van de watergang tegen uitspoeling hoort in deze situatie bij de particuliere riolering. particulier riool: De binnen de kadastrale eigendomsgrenzen van het aan te sluiten perceel (en bij meerdere percelen die gezamenlijk een perceel/terrein in eigen/beheer hebben ook binnen de kadastrale eigendomsgrenzen van het gezamenlijke perceel/terrein) gelegen gebouwriolering, buitenriolering of terreinleidingen en watergangen met inbegrip van eventueel aanwezige erfscheidingsputten, ontlastvoorzieningen, drainagevoorzieningen, spuwers of uitstroomvoorzieningen, uitmondingsvoorzieningen in watergangen, waterbergingsvoorzieningen en infiltratievoorzieningen. gebouwriolering: het geheel van de binnen een gebouw aanwezige afvoerleidingen en de aan de gevel bevestigde regenpijpen, met inbegrip van ontluchtingsleidingen.

openbare riolering: Het geheel van leidingstelsels (buizenstelsel en stelsel van watergangen) dat bij de gemeente in eigendom en beheer is voor inzameling en transport van afvalwater, met inbegrip van de daartoe behorende putten, rioolgemalen, drukleidingen, duikers, stuwen, goten, kolken en voorzieningen van overeenkomstige aard. openbare hoofdriolering: de openbare riolering, in beheer van de gemeente, met uitzondering van de daarop aangesloten aansluitleidingen. De Inspectieputten, pompputten en ontvangstputten van drukriolering en de IBAsystemen vallen onder de hoofdriolering. Watergangen in openbaar gebied vallen ook onder de hoofdriolering. drukriolering: de openbare riolering, voor de afvoer van afvalwater, exclusief hemel- en grondwater waarbij het transport door het riool plaatsvindt door middel van met pompinstallaties veroorzaakte druk.

8. 9.

10.

11. 12.

13.

14. 15. 16. 17. 18. 19.

20. 21.

22.

23.

24. 25.

IBA: afkorting van: Individuele Behandeling van Afvalwater. Een IBA-systeem is een voorziening die huishoudelijk of bedrijfsmatig afvalwater plaatselijk en kleinschalig zuivert perceelaansluitleiding: De aansluitleiding, in beheer van de gemeente, vanaf de inlaat op de openbare hoofdriolering tot aan het aansluitpunt op het particuliere riool. De inlaat op het hoofdriool, de standleiding en de uitlegger zijn onderdelen van de perceelaansluitleiding. De erfscheidingsput niet, tenzij deze in openbare grond zit Erfscheidingsput: Put gelegen nabij de erfgrens ten behoeve van controle van de afvoer en het verrichten van onderhoud. Indien liggend op particulier terrein is deze onderdeel van het particuliere riool. Indien liggend in gemeentelijke grond is deze onderdeel van de perceelaansluitleiding. ontlastput: Voorziening onder aan de regenpijp die beoogt, tijdens onvoldoende afvoercapaciteit van de aansluitleiding en/of buitenriolering, het overtollige water zonder schade af te voeren buiten het gebouw.

lozingstoestel: toestel bestemd voor de rechtstreekse lozing van huishoudelijke afvalwater of de binnenriolering (NEN-3215) Voorbeelden van lozingstoestellen zijn: wc, wasbak, douchebak, bad, gootsteen, schrobput, wasmachine-afvoer, etc spuwer of uitstroomvoorziening: voorziening waaruit hemelwater vanuit een leidingstelsel kan uitstromen op het oppervlak, waarna het water vervolgens verder oppervlakkig kan afstromen via de verharding en/of goten. Indien liggend op particulier terrein is deze voorziening onderdeel van het particuliere riool. Indien liggend in openbaar terrein is deze voorziening onderdeel van de perceelaansluitleiding. afvalwater: Verzamelnaam voor al het water dat van een perceel wordt afgevoerd. Hieronder valt huishoudelijk en bedrijfsmatig afvalwater, hemelwater en grondwater. huishoudelijk of bedrijfsmatig afvalwater: Water dat vervuild is door huishoudelijk of bedrijfsmatig gebruik en afkomstig is van bijvoorbeeld toilet, douche en wasmachine. bronneringswater: Grondwater, onttrokken ten behoeve van tijdelijke verlaging van de grondwaterstand. drainagewater: Grondwater, ingezameld door een ingegraven doorlatend buizensysteem. gemengd rioolstelsel: De openbare riolering voor de afvoer van afvalwater, inclusief hemelwater. In uitzonderlijke gevallen kan er ook grondwater op geloosd worden.

gescheiden rioolstelsel: De openbare riolering met een leidingstelsel (buizenstelsel of stelsel van watergangen en of goten) voor de afvoer van hemel- of drainagewater en een leidingstelsel voor de afvoer van het huishoudelijke of bedrijfsmatige afvalwater. openbaar drainagestelsel: leidingstelsel in beheer bij de gemeente, bestemd voor de afvoer van overtollig grondwater. waterbergingsvoorziening: voorziening waarin het hemelwater tijdelijk wordt opgevangen om de afvoer tijdens hevige neerslag te beperken en/of te vertragen om daarmee het rioolstelsel te ontlasten. Dit kan oppervlakkig zijn (bijvoorbeeld een vijver of een wadi) of in de vorm van een ondergrondse constructie (bijvoorbeeld bergingskratten, opslagtank). Hierbij kan het water uit de bergingsvoorziening eventueel ook worden hergebruikt infiltratievoorziening: voorziening om hemelwater te laten infiltreren (wegzakken) in de bodem. Hiermee wordt de afvoer naar het rioolstelsel beperkt en het rioolstelsel ontlast. Een infiltratie- voorziening kan oppervlakkig zijn (geen verharding, wadi, water-passerende of waterdoorlatende verharding) of een ondergrondse voorziening eventueel in combinatie met een waterbergende voorziening (bijvoorbeeld: infiltratieriolen, infiltratieputten of infiltratiekratten).

wadi: afkorting van: Water Afvoer Drainage Infiltratie; voorziening (laagte in het terrein) om tijdelijk hemelwater te bergen en te laten infiltreren in de bodem en/of vertraagd af te voeren naar het rioolstelsel. Een wadi is voorzien van een constructie (overstort of slokop) die zorgt dat wanneer de wadi vol is het water snel afgevoerd kan worden naar het openbaar rioolstelsel. gebruiker: De perceeleigenaar, de zakelijk gerechtigde van het perceel of de huurder die gebruik maakt van de aansluiting op de openbare riolering. rechthebbende: De eigenaar, de vereniging van eigenaren of zakelijk gerechtigde van het perceel ten behoeve waarvan de aansluiting op de openbare riolering wordt gerealiseerd en in stand gehouden.

Hoofdstuk II. Vergunning Artikel 2. Vergunningplicht 1. 2.

Het is verboden zonder een daartoe verleende aansluitvergunning een aansluiting van een particulier riool op de openbare riolering tot stand te brengen of te wijzigen. De beheerder verleent alleen goedkeuring voor het tot stand brengen en in stand houden van de aansluitleiding: a. voor de afvoer van gemengd water indien ter plaatse een gemengd stelsel aanwezig is en niet de mogelijkheid bestaat het hemelwater te lozen in de grond of op het oppervlaktewater; b. voor de afvoer van huishoudelijk of bedrijfsmatig afvalwater naar het daarvoor bedoelde buizenstelsel, indien ter plaatse een druk- of vacuümriool dan wel een gescheiden vrijvervalstelsel aanwezig is; c. voor de afvoer van hemel- of drainagewater naar het daarvoor bedoelde openbare riolering inclusief watergangen en goten, indien ter plaatse een (verbeterd) gescheiden stelsel aanwezig is.

85

Water en rioleringsprogramma Terschelling 2025-2029 3.

4.

5.

Als de rechthebbende voor de aansluiting van meer dan één particuliere afvoerleiding op de openbare riolering een aansluitvergunning aanvraagt, wordt voor deze aanvragen tezamen één vergunning verleend, waarin alle aansluitingen afzonderlijk worden vermeld. In de vergunning kunnen voorschriften worden opgenomen met betrekking tot: a. het tot stand brengen van de aansluiting; b. de technische eisen aan de aansluiting; c. het aantal aansluitingen en de locaties van de aansluitingen; d. het onderhoud, de renovatie en de vervanging van de perceelaansluitleiding; e. sloopwerkzaamheden op het perceel van de rechthebbende; f. de periode waarvoor de vergunning wordt verleend als de aansluiting is bedoeld voor de afvoer van bronneringswater als het een tijdelijke aansluiting betreft; g. de pompcapaciteit van de pomp in het gemaal als voor het aansluitpunt een gemaal is opgenomen om het afvalwater te kunnen lozen in de openbare riolering; h. het maximale lozingsdebiet, lozingsvolume en het lozingstijdslot. Als de rechthebbende binnen één jaar na verlening van de aansluitvergunning geen verzoek heeft gedaan de aansluiting of wijziging van de aansluiting waarop die aansluitingvergunning betrekking heeft, uit te voeren, kunnen burgemeester en wethouders de aansluitvergunning intrekken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Terschelling&id=0688374d-7e90-42fe-8514-06f917712420