10.b. Bijlage 1 beleidsnota Helder Handhaven 2025-2030
Tekst van het document
Dat geldt ook voor gevallen waarin bewoning van de woning tijdelijk onmogelijk is door brand-, storm- of waterschade. Zowel de recreatiewoning als de woning die wordt verbouwd, opgeleverd of door brand e.d. beschadigd is geraakt, moeten op Terschelling staan. Het gaat er om dat bewoners van Terschelling op het eiland een alternatief hebben als zij tijdelijk hun woning moeten verlaten. Mensen die aan de wal wonen en in een soortgelijke situatie komen te verkeren als hiervoor geschetst, kunnen daar in de omgeving op zoek naar tijdelijke huisvestingsalternatieven. De term ´permanente bewoning´ is hiervoor al meermalen genoemd. Onder permanente bewoning wordt in de bestemmingsplannen verstaan het gebruiken van woonruimte als vaste woonplaats (als hoofdverblijf) zoals bedoeld in de Wet basisregistratie Personen. Als criterium voor de vaststelling of iemand een woonruimte als hoofdverblijf in gebruik heeft, geldt dat hij of zij op het betreffende adres staat ingeschreven in de gemeentelijke
17 | Bijlage 6: Beleidsregels handhaving
basisadministratie. Verder moet uit het geheel van feiten en omstandigheden blijken dat het betreffende adres als vaste woonplaats dient. Of de permanente bewoning nu tijdelijk is of niet, deze vorm van bewoning is op basis van het bestemmingsplan verboden.
Artikel 5.10 Handhaving is een onevenredig zwaar middel Wanneer handhaving een onevenredig zwaar middel is, wordt van handhaving afgezien. Ingeval van een verzoek om handhaving, wordt dit verzoek gemotiveerd afgewezen.
Toelichting De jurisprudentie is casuïstisch als het gaat om het antwoord op de vraag wanneer handhaving een onevenredig zwaar middel is. Daarop is geen direct antwoord te geven. Dat hangt van het concrete geval af. Als handhaving in zo’n concreet geval onevenredig bezwarend is, dan mogen wij afzien van handhaving en de overtreding gedogen. Artikel 5.9 is een voorbeeld van de uitwerking van het evenredigheidsbeginsel.
18 | Bijlage 6: Beleidsregels handhaving
6. Dwangsom Artikel 6.1 De hoogte van de dwangsom 1. Bij de vaststelling van de hoogte van een dwangsom in een last onder dwangsom wordt bijlage 8 van de beleidsnota toegepast. In de last onder dwangsom wordt vermeld dat de verbeurde dwangsom binnen 6 weken dient te worden betaald 33. 2. Lid 1 is van overeenkomstige toepassing ingeval een preventieve last onder dwangsom wordt opgelegd, als bedoeld in artikel 5:7 van de Awb. In plaats van een te verbeuren dwangsom per tijdséénheid wordt een te verbeuren dwangsom ineens opgelegd. Een preventieve last onder dwangsom wordt opgelegd als de overtreding klaarblijkelijk dreigt plaats te vinden.
Toelichting Algemeen In een last onder dwangsom (dwangsombesluit) dragen wij de overtreder op om binnen een bepaalde termijn de overtreding te beëindigen zonder dat hij dwangsommen aan de gemeente verschuldigd raakt (de zogenaamde begunstigingstermijn). Als na het verstrijken van die termijn de overtreding slechts gedeeltelijk of helemaal niet is beëindigd dan raakt de overtreder dwangsommen verschuldigd (verbeuren van dwangsommen). Lid 1 en lid 2 De dwangsom heeft tot doel om de overtreder tot naleving van de opgelegde last onder dwangsom te bewegen. De dwangsom mag zo hoog zijn, als daar naar onze verwachting voor nodig is. 34 Bij de vaststelling van de hoogte mogen wij het financiële voordeel van de overtreder meewegen, dat hij heeft bij het niet beëindigen van de overtreding. 35 Van een dwangsom moet een voldoende financiële prikkel uitgaan om de overtreding te beëindigen. 36 Die moet hoog genoeg zijn opdat de overtreder besluit zich aan de rechtsregel te gaan houden door beëindiging van de overtreding en zich van herhaling van overtreding te onthouden. Wij hebben de dwangsomhoogte afgestemd op het belang dat de overtreden rechtsregel beoogd te beschermen.
Artikel 6.2 Verzoek om matiging van een opgelegde dwangsom 1. Op schriftelijk verzoek van de overtreder wordt een dwangsom gematigd indien hij aantoont feitelijk blijvend of tijdelijk niet in staat te zijn om de last onder dwangsom uit te kunnen voeren. 2. Wordt aan de voorwaarde in lid 1 voldaan dan wordt het totaal aan verbeurde dwangsommen met 30% verlaagd. 3. Een verzoek om matiging van verbeurde dwangsommen kan tevens het verzoek om een gespreide betaling van het gematigde verbeurde dwangsombedrag inhouden, als bedoeld in artikel 6.3.
33
Artikel 5:33 Awb bepaalt dat een verbeurde dwangsom wordt betaald binnen zes weken nadat zij van rechtswege is verbeurd Raad van State, zaaknummers 201202714 en 201307357 35 Raad van State, zaaknummer 201202714 36 Raad van State, zaaknummers 201211565 en 201203887 34
19 | Bijlage 6: Beleidsregels handhaving
Toelichting De blijvende of tijdelijke onmogelijkheid van de overtreder om de last na te komen, kan het gevolg zijn van overmacht. Maar ook als gevolg van een verwijt van overtreder ter zake van de onmogelijkheid om de last na te komen. De dwangsom strekt er namelijk toe de overtreder te prikkelen om geen rechtsregels te overtreden. Wanneer dat, om wat voor reden dan ook feitelijk onmogelijk is, zou het in stand houden van de last onder dwangsom als een soort strafsanctie gaan werken. Het gaat er dus om of het feitelijk uitvoeren van de last onmogelijk is geworden. zie ook de Raad van State, zaaknummer: ECLI:NL:RVS:2009:BJ1869. Het niet kunnen betalen van de dwangsom levert geen dergelijke onmogelijkheid op. Zie Raad van State, zaaknummer ECLI:NL:RVS:2008:BG8641. Een en ander betekent overigens niet dat wij in dit soort gevallen maar in de overtreding moeten berusten. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval kunnen wij met bestuursdwang optreden of kan een eventuele vergunning worden ingetrokken, waardoor de gehele activiteit dient te worden beëindigd.De overtreder moet het verzoek om matiging onderbouwen.
Artikel 6.3 Verzoek om een betalingsregeling: gespreide betaling Is de overtreder tijdelijk financieel niet in staat om de verbeurde dwangsom(men) in één keer te betalen, dan kan hij schriftelijk om een betalingsregeling verzoeken. Daarin doet de overtreder een voorstel tot gespreide betaling. Het verzoek moet worden onderbouwd.
Artikel 6.4 Voorwaarden aan de betalingsregeling 1. De voorgestelde betalingsregeling, als bedoeld in artikel 6.3 wordt geaccepteerd als de betalingsregeling maximaal 12 maanden beloopt. 2. Slechts onder bijzondere omstandigheden wordt een betalingsregeling met een langere looptijd dan 12 maanden geaccepteerd. De overtreder dient deze omstandigheden te noemen en toe te lichten.
Toelichting op de artikelen 6.3 en 6.4 De mogelijkheid bestaat dat de actuele inkomens- en vermogenspositie van de overtreder niet toelaat dat een verbeurde dwangsom tijdig wordt betaald. Er is sprake van niet tijdig betalen als de verschuldigde dwangsom niet (volledig) binnen de gestelde termijn wordt voldaan. In dat geval kan de overtreder een verzoek indienen tot een voorstel tot gespreide betaling van de verbeurde dwangsom. Ons beleid is erop gericht om een voorstel voor gespreide betaling alleen toe te staan als de financiële situatie van de belastingschuldige tijdige betaling daadwerkelijk onmogelijk maakt. Het verzoek om een gespreide betaling dient dan ook onderbouwd te zijn.
20 | Bijlage 6: Beleidsregels handhaving
Artikel 6.5 Verzoek tot volledige kwijtschelding van de verbeurde dwangsom wordt afgewezen 1. Een verzoek van de overtreder tot volledige kwijtschelding van een verbeurde dwangsom wordt afgewezen. 2. In het besluit tot afwijzing, als bedoeld in lid 1, wordt de motivering vermeld zoals die in de artikelsgewijze toelichting op artikel 6.5 is weergegeven.
Toelichting Het is vaste jurisprudentie van de Raad van State dat bij een besluit omtrent invordering van een verbeurde dwangsom, aan het belang van de invordering een groot gewicht moet worden toegekend. Een andere opvatting zou afdoen aan het gezag dat van een last onder dwangsom behoort uit te gaan: beëindigen van de overtreding. Steun hiervoor kan worden gevonden in de wetsgeschiedenis bij de invoering van de last onder dwangsom (Kamerstukken II, 2003/2004, 29702, nr. 3, blz. 115). Hierin is vermeld dat opgelegde sanctiebesluiten dienen te worden uitgevoerd en dus dat verbeurde dwangsommen worden ingevorderd. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan van gedeeltelijke invordering worden afgezien. Welke omstandigheden dat zijn, is in artikel 7.2 van de beleidsregels vermeld. Indien een verbeurde dwangsom geheel wordt kwijtgescholden, wordt de prikkel bij de overtreder om binnen de begunstigingstermijn aan de last te voldoen teniet gedaan en de effectiviteit van een last onder dwangsom ondermijnd.
Artikel 6.6 Uitstel van betaling van verbeurde dwangsom 37 1. Uitstel van betaling van een verbeurde dwangsom wordt op verzoek slechts verleend tot na het moment waarop op het ingediende bezwaarschrift is besloten of op het ingediende beroepschrift door de rechtbank uitspraak is gedaan. 2. Uitstel van betaling schorst de verjaringstermijn, bedoelt in artikel 5:35 van de Awb, tot invordering van een verbeurde dwangsom niet. Het versturen van een aanmaning stuit de verjaring (artikel 4:106 Awb). Ingeval de verjaringstermijn dreigt af te lopen voordat op het bezwaarschrift is besloten of op het beroepschrift uitspraak is gedaan, wordt een aanmaning verzonden aan degene die uitstel van betaling heeft gekregen. De derde volzin wordt als uitleg in de aanmaning opgenomen.
Toelichting In verband met de rechtszekerheid van de overtreder is het van belang dat deze weet wanneer de geldschuld (de verbeurde dwangsom) moet zijn voldaan. In dat verband bepaalt artikel 4:94, derde lid, Awb dat de beschikking waarbij uitstel wordt verleend, de termijn dient te vermelden waarvoor het uitstel geldt. Het is volgens de wetsgeschiedenis mogelijk om de termijn afhankelijk te stellen van een toekomstige gebeurtenis. Bijvoorbeeld uitstel van betaling verlenen tot het moment waarop op het bezwaarschrift is beslist. Een dergelijke bepaling van de termijn biedt de overtreder voldoende zekerheid (TK, 2003-2004, 29 702, nr. 3, p. 43).
37
Artikel 4:94 van de Awb
21 | Bijlage 6: Beleidsregels handhaving
Artikel 6.7 De lengte van de begunstigingstermijn 1. Bij de vaststelling van de begunstigingstermijn in een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang wordt bijlage 8 van de beleidsnota toegepast. 2. In een preventieve last onder dwangsom 38, als bedoeld in artikel 6.1, lid 2, wordt geen begunstigingstermijn vermeld 39.
Toelichting Uitgangspunt is dat de begunstigingstermijn niet langer dan nodig mag zijn waarbinnen de overtreding kan worden beëindigd. 40 Een begunstigingstermijn is niet te kort als bij het bepalen daarvan rekening is gehouden met de te doorlopen vergunningprocedure. Als de overtreder ruim na de start van die termijn pas stappen zet tot beëindiging van de overtreding kan hij niet stellen dat die termijn te kort is. Hij heeft dan niet tijdig stappen ondernomen om aan de last te gaan voldoen zodat wetten niet worden overtreden. Als de overtreder met deze late handeling dwangsommen dreigt te verbeuren, komt dan voor zijn rekening en risico. 41 De begunstigingstermijn moet dus een lengte hebben die voldoende is zodat de voorgeschreven maatregel(en) binnen die termijn uitvoerbaar zijn. De termijn mag niet langer zijn dan redelijkerwijs nodig: dit komt anders neer op verkapt gedogen. 42 Bij de vaststelling van de dwangsomhoogte en de lengte van de begunstigingstermijn in bijlage 8 van deze beleidsnota, is de hiervoor beschreven rechtspraak in acht genomen.
Artikel 6.8 Verzoek tot verlenging van de begunstigingstermijn 1. Het verlengen van de begunstigingstermijn in de last onder dwangsom wordt slechts op schriftelijk verzoek verlengd tot zes weken na het besluit op bezwaar of tot de dag na die waarop uitspraak door de rechtbank of de Raad van State is gedaan: indien de verzoeker een bezwaar- of (hoger) beroepschrift heeft ingediend. 2. Lid 1 geldt niet als belangen van derden door een verlenging van de begunstigingstermijn worden geschaad of door een verlenging onomkeerbare gevolgen ontstaan. 3. Op schriftelijk verzoek wordt de begunstigingstermijn eveneens verlengd als de overtreder aan de hand van gegevens en of feiten aantoont binnen twee weken na het begin van die begunstigingstermijn uitvoering aan de last is gaan geven èn de uitvoering van de noodzakelijk te treffen maatregelen, gelet op aard en of karakter daarvan, niet binnen die begunstigingstermijn kan worden afgerond.
38
Geregeld in artikel 5:7 van de Awb Degene die op het punt staat een overtreding te begaan wordt vooraf gewaarschuwd om daarvan af te zien op straffe van een dwangsom; een begunstigingstermijn is daarentegen bedoeld om binnen die termijn een reeds begane overtreding te beëindigen zonder reeds een dwangsom te verbeuren; van een reeds begane overtreding is bij een preventieve last geen sprake en is het opnemen van een begunstigingstermijn dus niet nodig en niet vereist 40 Raad van State, zaaknummers 200908269 en 201311260 39
41 42
Raad van State, zaaknummer 201207946 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van: 12-2-2004, zaaknummer 200400365
22 | Bijlage 6: Beleidsregels handhaving
Toelichting Het kan voorkomen dat de overtreder, nadat de last onder dwangsom is opgelegd, niet in staat is om binnen de begunstigingstermijn de overtreding te beëindigen. In dat geval kan hij bij ons een gemotiveerd verzoek indienen tot tijdige verlenging van die termijn.
Artikel 6.9 Nieuwe last onder dwangsom nadat de maximale dwangsom is verbeurd 1. Een nieuwe last onder dwangsom met daarin een hogere dwangsom vermeld, wordt genomen indien het maximaal te verbeuren dwangsombedrag is bereikt dat vermeld staat in het huidige dwangsombesluit en de overtreding voortduurt. 2. In de situatie, bedoelt in lid 1, wordt de nieuw te verbeuren dwangsom met 40% verhoogd.
Toelichting Het kan voorkomen dat de overtreder de last onder dwangsom niet nakomt waardoor de overtreding voortduurt en hij uiteindelijk de maximale dwangsom verbeurt. Mogelijk speelt een rol dat de hoogte van het te verbeuren dwangsombedrag niet afschrikwekkend genoeg is. Het beoogde effect van de opgelegde last onder dwangsom is daarmee niet bereikt. Om dit effect wel te bereiken wordt een last onder dwangsom met een hoger te verbeuren dwangsombedrag opgelegd, gericht op het alsnog beëindigen van de overtreding. Dwangsommen die verbeurd zijn, worden ingevorderd.
23 | Bijlage 6: Beleidsregels handhaving
7. Invordering van verbeurde dwangsommen Artikel 7.1 Invorderingsprocedure 1. Blijft betaling van een verbeurde dwangsom door de overtreder achterwege dan wordt een besluit tot invordering genomen en naar de overtreder verstuurd. 2. Blijft betaling van een verbeurde dwangsom door de overtreder nog steeds achterwege nadat een besluit tot invordering naar hem is verstuurd, dan wordt de overtreder aangemaand te betalen. 3. Blijft betaling, na aanmaning, alsnog uit dan wordt een dwangbevel uitgevaardigd die door een deurwaarder ten uitvoer wordt gelegd.
Artikel 7.2 Invorderen is de hoofdregel, ervan afzien behoort uitzondering te blijven 1. Verbeurde dwangsommen worden ingevorderd, tenzij: a. bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die aanleiding geven tot het afzien van invordering; b. artikel 6.2 in het concrete geval is toegepast. 2. Geen bijzondere omstandigheid is in ieder geval: a. de gedeeltelijke beëindiging van een overtreding (het dwangsombesluit strekt immers tot volledige beëindiging van de overtreding); 43 b. de situatie waarin een opdrachtnemer tegen instructies van een opdrachtgever in de illegale handeling heeft uitgevoerd terwijl opdrachtgever niet aannemelijk heeft kunnen maken dat hij al hetgeen redelijkerwijs in zijn vermogen lag heeft gedaan om de opdrachtnemer er van te weerhouden de handeling uit te voeren; de opdrachtgever is eveneens overtreder 44; c. de situatie waarin overtreder slechts stelt zijn best te hebben gedaan uitvoering te geven aan het dwangsombesluit; 45 d. de situatie waarin overtreder stelt niet in staat te zijn de verbeurde dwangsom te betalen; 46 e. de situatie waarin buiten de begunstigingstermijn alsnog aan de last onder dwangsom is voldaan; 47 f. de situatie waarin de overtreding binnen de begunstigingstermijn gedeeltelijk is beëindigd.48 3.
Doet een derde - belanghebbende een verzoek tot invordering van een verbeurde dwangsom, dan zijn lid 1 en lid 2 van overeenkomstige toepassing.
43
Raad van State, zaaknummers 201206016 en 201405860 Raad van State, zaaknummer 201104644 45 Raad van State, zaaknummers 201203887 en 201110622 46 Raad van State, zaaknummers 201203887 en 201110622 44
47 48
Raad van State, zaaknummers 201201654 en 201500332 Raad van State, zaaknummers 201301106 en 201500332
24 | Bijlage 6: Beleidsregels handhaving
Toelichting Invorderen is de hoofdregel, er van afzien moet uitzondering blijven. Een doeltreffende handhaving vereist immers dat wij aan de overtreder opgelegde sancties ook uitvoeren en dat dus verschuldigde dwangsommen worden ingevorderd. 49 Aan de invordering moet een groot gewicht worden toegekend omdat anders afbreuk wordt gedaan aan de geloofwaardigheid van een dwangsombesluit. 50 Slechts onder bijzondere omstandigheden kunnen wij geheel of gedeeltelijk van invordering afzien. Het ligt daarbij op de weg van de overtreder om dergelijke omstandigheden onder onze aandacht te brengen.51 Volgens vaste jurisprudentie zijn de volgende omstandigheden niet bijzonder genoeg om van invordering af te zien: financiële problemen van de overtreder (achterliggende gedachte is dat de overtreder de last maar tijdig had moeten uitvoeren); dat de dwangsom ‘onredelijk’ hoog is (achterliggende gedachte is dat de overtreder dit in de procedure tegen de last onder dwangsom naar voren had kunnen brengen); het gedeeltelijk voldaan hebben aan de last onder dwangsom (achterliggende gedachte is dat aan de rest van de last nog niet is voldaan); het later alsnog voldoen aan de last onder dwangsom (achterliggende gedachte is dat in de last niets voor niets een begunstigingstermijn is opgenomen).
Een derde-belanghebbende die ons in een eerder stadium verzocht heeft om het opleggen van een last onder dwangsom aan de overtreder, kan ons eveneens verzoeken om tot invordering van verbeurde dwangsommen over te gaan. 52 In dat geval kunnen wij besluiten om niet in te vorderen omdat wij van oordeel zijn dat: (1) geen dwangsommen zijn verbeurd omdat uit controles is gebleken dat de overtreding binnen de gestelde begunstigingstermijn is beëindigd (daarmee is het met het dwangsombesluit beoogde doel bereikt); (2) op grond van bijzondere omstandigheden van invordering van de verbeurde dwangsommen moet worden afgezien. Het is vaste jurisprudentie van de Raad van State dat bij een besluit omtrent invordering van een verbeurde dwangsom, aan het belang van de invordering een groot gewicht moet worden toegekend. Een andere opvatting zou afdoen aan het gezag dat van een last onder dwangsom behoort uit te gaan: beëindigen van de overtreding. Steun hiervoor kan worden gevonden in de wetsgeschiedenis bij de invoering van de last onder dwangsom (Kamerstukken II, 2003/2004, 29702, nr. 3, blz. 115). Hierin is vermeld dat opgelegde sanctiebesluiten dienen te worden uitgevoerd en dus dat verbeurde dwangsommen worden ingevorderd. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan van gedeeltelijke invordering worden afgezien.
Welke omstandigheden dat zijn, is in artikel 7.2 van de beleidsregels vermeld.
49
Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van: 12-6-2013, zaaknummer 201209672 en 28-10-2015, zaaknummer 201501001 50 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van: 11-2-2011, zaaknummer 201009538 51 Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van: 12-6-2013, zaaknummer 201209672 en 28-10-2015, zaaknummer 201501001 52
Artikel 5:37, lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht
25 | Bijlage 6: Beleidsregels handhaving
Artikel 7.3 Stuiten van de verjaring van de invorderingsbevoegdheid 1. De verjaring van de bevoegdheid tot invordering van een verbeurde dwangsom wordt gestopt (gestuit) door 53: a. een aanmaning of een dwangbevel uit te vaardigen of b. het dwangbevel door een deurwaarder ten uitvoer te laten leggen. 2. Door stuiting van de verjaring begint een nieuwe verjaringstermijn te lopen met de aanvang van de volgende dag 54.
Toelichting Onze bevoegdheid tot invordering van een verbeurde dwangsom verjaart 1 jaar na de dag waarop de dwangsom door de overtreder aan ons is verschuldigd geraakt. Nadat 1 jaar is verstreken kunnen wij de invorderingsbevoegdheid niet meer uitoefenen en tot uitvaardiging van een dwangbevel overgaan. 55 Om verjaring te stuiten (stoppen) dienen wij de overtreder tijdig aan te manen tot betaling van de door hem verschuldigde dwangsom. Een aanmaning is een herinnering te betalen.56 Betaalt de overtreder dan nog niet, dan vaardigen wij vóór het einde van de verjaringstermijn een dwangbevel uit tot invordering van die dwangsom. 57 Door stuiting van de verjaring begint een nieuwe verjaringstermijn te lopen waarbinnen wij de verbeurde dwangsom alsnog kunnen invorderen. 58
53
Artikel 4:106 Awb Artikel 4:110 Awb 55 Op basis van artikel 5:35 en artikel 4:104, lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht 56 Toelichting op artikel 4:112 van de Algemene wet bestuursrecht: Tweede Kamerstukken 2003/04, 29702, blz. 58-60) 57 Een aanmaning en een dwangbevel stoppen de verjaring van de invorderingsbevoegdheid (artikel 4:106 van de Algemene wet bestuursrecht) 58 Artikel 4:110, lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht 54
26 | Bijlage 6: Beleidsregels handhaving
8. Intrekken van de last onder dwangsom Artikel 8.1 Verzoek tot intrekking van de last onder dwangsom Op verzoek van de overtreder wordt een last onder dwangsom ingetrokken indien hij aan de hand van gegevens, feiten en of omstandigheden aantoont definitief niet langer aan de uitvoering van de last te kunnen voldoen.
Artikel 8.2 Ambtshalve intrekking last onder dwangsom en last onder bestuursdwang 1. Een last onder dwangsom wordt pas ingetrokken nadat de overtreding is beëindigd èn eventueel verbeurde dwangsommen door de overtreder zijn betaald. 2. Een last onder bestuursdwang wordt pas ingetrokken nadat de overtreding is beëindigd èn eventuele door ons gemaakte bestuursdwangkosten door de overtreder zijn betaald. 3. De stilgelegde werkzaamheden of stopgezette activiteiten mogen slechts worden hervat als deze werkzaamheden achteraf via een vergunning zijn gelegaliseerd. Is dit niet mogelijk of is ter legalisatie geen vergunning aangevraagd, dan wordt een last onder dwangsom opgelegd, gericht op het beëindigen van de overtreding; 4. Het ontstaan van concreet zicht op legalisatie verplicht niet tot het intrekken van een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang 59.
Toelichting op de artikelen 8.1 en 8.2 Het beoogde doel van een last onder dwangsom is om de overtreding te beëindigen. De overtreder kan ons echter verzoeken om tot intrekking van de last onder dwangsom over te gaan indien hij kan aantonen definitief niet in staat te zijn om aan de last te voldoen. In dat geval kunnen wij er voor kiezen om een last onder bestuursdwang op te leggen. De overtreder zal dan nog steeds niet in staat zijn om de overtreding te beëindigen maar in dat geval hebben wij een juridische titel om op kosten van de overtreder de overtreding alsnog te beëindigen.
59
Raad van State, zaaknummer ECLI:NL:RVS:2007:BB6800
27 | Bijlage 6: Beleidsregels handhaving
1 | Bijlage 7: Kwalificatie overtreding regels uit omgevingsplan
Kwalificatie overtreding regels uit omgevingsplan
Verbod om woning bestemd voor permanente bewoning recreatief te verhuren of recreatief te bewonen
X
Illegale werkzaamheden vinden plaats
Dreigende overtreding
Aanzienlijk
Groot
Beperkt
Overtreding verbod
Vrijwel nihil
omvang negatief gevolg
Factor die omvang negatief gevolg bepaalt
Minder woningen beschikbaar
Verbod om recreatiewoning permanent te (laten) bewonen
X
Afname recreatiewoningen en fysieke veiligheid
Verbod om een bijgebouw recreatief te (laten) gebruiken
X
Fysieke veiligheid
Verbod om een bijgebouw permanent te (laten) bewonen
X
Fysieke veiligheid
Verbod tot gebruik bedrijfsgebouwen voor bewoning
X
Fysieke veiligheid
Verbod tot gebruik van een woonhuis voor meer dan één woning
X
Verbod tot opslag van mest, hooi- en/of kuilbalen en/of overige landbouwproducten
X
Geen sturing via woningcontingent Afbreuk polderaanzicht
Verbod tot afgraven en/of vergraven en/of ophogen van gronden voor graslandverbetering
X
Afbreuk polderaanzicht
Verbod tot opslag van bagger anders dan op de oever van het water waaruit de bagger is verkregen
X
Afbreuk polderaanzicht
Verbod tot opslag van niet-agrarische producten en goederen en/of het stallen van auto's, boten en caravans Verbod tot het gebruik van de gronden als parkeer- en/of speelterrein (agrarische percelen die als parkeerterrein worden gebruikt, grenzend aan campings) Verbod tot verwijdering van bomen/houtgewas anders dan voor ontsluiting van een perceel of het normale onderhoud.
X
Afbreuk polderaanzicht
Verbod tot het splitsen van een bedrijfswoning in meer dan één woning (geldt bij bestemming 'bedrijven') Verbod tot gebruik bouwwerken als zelfstandige appartementen (bij horeca en hotel) Verbod tot gebruik van gronden en bouwwerken voor meer m2 aan jaarstandplaatsen dan per bestemmingsvlak op de verbeelding is aangegeven (bij kampeerterrein) Verbod tot gebruik van bouwwerken voor horecadoeleinden, anders dan een kantine, waarbij de kantine uitsluitend ter dienste mag staan van de eigen gasten van het kampeerterrein
X
Afbreuk polderaanzicht X
X
Cultuurhistorisch waardevolle elementen bewaren Wooncontingent inzetten
X X X
Voorkomen dat gestapelde recreatiewoningen ontstaan Ruimtelijke kwaliteit en campingkarakter bewaken Tegengaan toename horecabedrijven
Verbod tot het verwijderen van randbeplanting, anders dan in de vorm van normaal onderhoud (campings)
X
Verbod tot plaatsing van overkappingen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, hoger dan de maximaal voorgeschreven hoogte. Verbod tot het gebruik van gronden voor horecadoeleinden (zoals een terras) binnen de bestemming ‘detailhandel’
X
Cultuurhistorisch waardevolle elementen bewaren Uiterlijk aanzicht bebouwde omgeving
X
Bevorderen goede ruimtelijke ordening
2 | Bijlage 7: Kwalificatie overtreding regels uit omgevingsplan
Verbod tot het gebruik van de gronden en bouwwerken voor manegeactiviteiten met de daarbij behorende horecadoeleinden
X
Factor die omvang negatief gevolg
vinden plaats
Illegale werkzaam- heden
Dreigende overtreding
Aanzienlijk
Groot
Beperkt
Overtreding verbod
Vrijwel nihil
omvang negatief gevolg
bepaalt
Aantasting woongenot aanwonenden en bevorderen leefbaarheid Cultuur/natuur historisch waardevolle
Verbod tot het nalaten van beheer en onderhoud aan landschappelijk en cultuurhistorisch waardevolle elementen
X
Verbod om per bestemmingsvlak meer dan één hoofdgebouw te bouwen (geldt bij verschillende bestemmingen)
X
Bevorderen goede ruimtelijke ordening
Verbod om het hoofdgebouw, andere gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak te bouwen
X
Uiterlijk aanzicht bebouwde omgeving
Verbod om de goothoogte van een bouwwerk hoger te laten zijn dan de voorgeschreven hoogte
X
Uiterlijk aanzicht bebouwde omgeving
Verbod om de bouwhoogte van een bouwwerk hoger te laten zijn dan de voorgeschreven hoogte
X
Uiterlijk aanzicht bebouwde omgeving
X
Uiterlijk aanzicht bebouwde omgeving
X
Uiterlijk aanzicht bebouwde omgeving
X
Uiterlijk aanzicht bebouwde omgeving
X
Uiterlijk aanzicht bebouwde omgeving
X
Uiterlijk aanzicht bebouwde omgeving
X
Uiterlijk aanzicht bebouwde omgeving
X
Bevorderen goede ruimtelijke ordening
Verbod om aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen minder dan 1 m achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van hoofdgebouw dan wel in verlengde daarvan te bouwen Verbod dat dakhelling van hoofd- en bijgebouw meer bedraagt dan het maximaal aantal voorgeschreven aantal hellinggraden Verbod dat oppervlakte van vrijstaand recreatieverblijf (bijgebouw) meer bedraagt dan de maximaal voorgeschreven oppervlakte; dit geldt ook voor de gezamenlijke voorgeschreven oppervlakte van twee vrijstaande recreatieverblijven. Verbod tot plaatsing vlaggenmast hoger dan de maximaal voorgeschreven hoogte. Verbod om erf- en terreinafscheidingen te plaatsen hoger dan 1m en om afscheidingen achter naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw te plaatsen van hoger dan 2 m. Verbod tot plaatsing van overkappingen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, hoger dan de maximaal voorgeschreven hoogte. Verbod tot het gebruik van gronden voor horecadoeleinden (zoals een terras) binnen de bestemming ‘detailhandel’
3 | Bijlage 7: Kwalificatie overtreding regels uit omgevingsplan
landschapselementen bewaren
Voorblad
1
| Bijlage 8: Lengte begunstigingstermijn
€ 4.000, -
€ 24.000,-
€ 10.000,--
€ 3.000, -
€ 24.000,-
€ 10.000,--
€ 2.000, -
€ 10.000,-
€ 10.000,--
€ 2.000, -
€ 10.000,-
€ 10.000,--
€ 2.000, -
€ 10.000,-
€ 10.000,--
€ 2.000, -
€ 10.000,-
€ 10.000,--
Verbod om recreatiewoning permanent te (laten) bewonen
X
Verbod om een bijgebouw recreatief te (laten) gebruiken
X
6m 18 m 6m
Stillegging werkzaamhed en Preventieve dwangsom al dan niet gekoppeld aan stillegging werkzaamhed en
X
Verbod om woning, bestemd voor permanente bewoning, recreatief te (laten) bewonen (inclusief verhuur)
Verbod om een bijgebouw permanent te (laten) bewonen
X
Verbod tot gebruik bedrijfsgebouwen voor bewoning
X
Verbod tot gebruik van een woonhuis voor meer dan één woning
X
Verbod tot opslag van mest, hooi- en/of kuilbalen en/of overige landbouwproducten
X
18 m 18 m 18 m 3m
€ 1.000, -
€ 5.000,-
Verbod tot afgraven en/of vergraven en/of ophogen van gronden voor graslandverbetering
X
5m
€ 1.000, -
€ 5.000,-
Verbod tot opslag van bagger anders dan op de oever van het water waaruit de bagger is verkregen
X
3m
€ 1.000, -
€ 5.000,-
€ 10.000,--
Verbod tot opslag van niet-agrarische producten en goederen en/of het stallen van auto's, boten en caravans
X
3m
€ 1.000, -
€ 5.000,-
€ 10.000,--
X
3m
€ 1.000, -
€ 5.000,-
€ 10.000,--
X
€ 1.000, -
€ 5.000,-
€ 2.000, -
€10.000,-
€ 10.000,--
€ 2.000, -
€10.000,-
€ 10.000,--
Verbod tot het gebruik van de gronden als parkeer- en/of speelterrein (agrarische percelen die als parkeerterrein worden gebruikt, grenzend aan campings) Verbod tot verwijdering van bomen/houtgewas anders dan voor ontsluiting van een perceel of het normale onderhoud.
€ 10.000,-X
Verbod tot het splitsen van een bedrijfswoning in meer dan één woning (geldt bij bestemming 'bedrijven')
X
Verbod tot gebruik bouwwerken als zelfstandige appartementen (bij horeca en hotel)
X X
3m
€ 2.000, -
€10.000,-
€ 10.000,--
X
6m
€ 2.000, -
€10.000,-
€ 10.000,--
X
5m 18 m
€ 2.000, -
€ 10.000,-
€ 2.000, -
€10.000,-
€ 10.000,--
X
6m
€ 1.000, -
€ 5.000,-
€ 10.000,--
X
5m
€2.000,-
€ 10.000,-
X
€ 10.000,--
X
3m
€ 1.000, -
€ 5.000,-
X
€ 10.000,--
Verbod tot gebruik van kampeermiddelen voor permanente bewoning Verbod tot gebruik gronden behorende bij een recreatiewoning voor een terras met een oppervlakte groter dan 30 m2 en anders dan aansluitend aan de recreatiewoning (bestemming ‘recreatie’) Verbod tot het dempen van kreken en slenken, het ploegen van gronden en het scheuren en frezen van de zode Verbod tot de aanleg van paardrijbakken (geldt bij verschillende bestemmingen)
| Bijlage 8: Lengte begunstigingstermijn
X
X
€ 10.000,--
4m 18 m 6m
Verbod tot gebruik van gronden en bouwwerken voor meer m2 aan jaarstandplaatsen dan per bestemmingsvlak op de verbeelding is aangegeven (bij kampeerterrein) Verbod tot gebruik van bouwwerken voor horecadoeleinden, anders dan een kantine, waarbij de kantine uitsluitend ter dienste mag staan van de eigen gasten van het kampeerterrein Verbod tot het verwijderen van randbeplanting, anders dan in de vorm van normaal onderhoud (campings)
2
Maximum dwangsom
Overtreding
Dwangsombes luit Lengte begunstigingstermijn Vastgestelde hoogte dwangsom per maand
Omgevingsplan
X
€ 10.000,--
€ 10.000,--
Maximum dwangsom
Verbod tot het gebruik van de gronden en bouwwerken voor manegeactiviteiten met de daarbij behorende horecadoeleinden Verbod tot het nalaten van beheer en onderhoud aan landschappelijk en cultuurhistorisch waardevolle elementen
5m
€ 3.000,-
€ 12.000,-
Preventieve dwangsom al dan niet gekoppeld aan stillegging werkzaamheden
Vastgestelde hoogte dwangsom per maand
X
Overtreding
Stillegging werkzaamheden
Lengte begunstigingstermijn
Dwangsombesluit
Omgevingsplan
€ 10.000,--
X
7m
€ 3.000,-
Verbod om per bestemmingsvlak meer dan één hoofdgebouw te bouwen (geldt bij verschillende bestemmingen)
X
10 m
€ 3.000,-
€ 12.000,€ 15.000,-
X
€ 10.000,--
Verbod om het hoofdgebouw, andere gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak te bouwen
X
10 m
€ 2.000,-
€ 10.000,-
X
€ 10.000,--
Verbod om de goothoogte van een bouwwerk hoger te laten zijn dan de voorgeschreven hoogte
X
10 m 3m*
€ 1.000,€ 500,- *
X
€ 10.000,--
Verbod om de bouwhoogte van een bouwwerk hoger te laten zijn dan de voorgeschreven hoogte
X
10 m 3m*
€ 2.000,€ 500,- *
X
€ 10.000,--
X
10 m
€1.000,-
€ 5.000,-
X
€ 10.000,--
X
10 m
€ 1.000,-
€ 5.000,-
X
€ 10.000,--
X
10 m
€ 3.000,-
€ 15.000,-
X
€ 10.000,--
X
2m
€ 500,-
€ 2.000,-
X
€ 10.000,--
X
3m
€ 500,-
€ 2.000,-
X
€ 10.000,--
X
3m
€1.000,-
€ 5.000,-
X
€ 10.000,--
X
3m
€ 3.000,--
€ 12.000,-
X
€ 10.000,--
€ 3.000,--
€ 12.000,-
€ 10.000,--
€ 3.000,--
€ 12.000,-
€ 10.000,--
Verbod om aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen minder dan 1 m achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van hoofdgebouw dan wel in verlengde daarvan te bouwen Verbod dat dakhelling van hoofd- en bijgebouw meer bedraagt dan het maximaal aantal voorgeschreven aantal hellinggraden Verbod dat oppervlakte van vrijstaand recreatieverblijf (bijgebouw) meer bedraagt dan de maximaal voorgeschreven oppervlakte; dit geldt ook voor de gezamenlijke voorgeschreven oppervlakte van twee vrijstaande recreatieverblijven. Verbod tot plaatsing vlaggenmast hoger dan de maximaal voorgeschreven hoogte. Verbod om erf- en terreinafscheidingen te plaatsen hoger dan 1m en om afscheidingen achter naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw te plaatsen van hoger dan 2 m. Verbod tot plaatsing van overkappingen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, hoger dan de maximaal voorgeschreven hoogte. Regels over kamperen bij de boer Verbod tot gebruik van gronden en bouwwerken voor horecadoeleinden Verbod tot gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandel
X X
5m 5m
De hoogte van de preventieve last onder dwangsom bij klaarblijkelijk gevaar voor overtreding is , ongeacht het type overtreding, € 10.000, - ineens. * geldt bij uitneembare (demonteerbare) bouwwerken
3
| Bijlage 8: Lengte begunstigingstermijn
€ 10.000,--
€ 5.000,€ 2.500,- * € 10.000,€ 2.500,- *
Vastgestelde hoogte dwangsom per maand
Maximum dwangsom
€ 3.000,--
€ 15.000,-
X
€ 10.000,--
X
8m
€ 3.000,--
€ 15.000,-
X
€ 10.000,--
X X
8m 8m
€ 3.000,-€ 3.000,--
€ 15.000,€ 15.000,-
X X
€ 10.000,-€ 10.000,--
X
8m
€ 3.000,--
€ 15.000,-
X
€ 10.000,--
X
8m
€ 3.000,--
€ 15.000,-
X
€ 10.000,--
X
8m
€ 3.000,--
€ 15.000,-
X
€ 10.000,--
X
8m
€ 3.000,--
€ 15.000,-
X
€ 10.000,--
X
6m
€ 3.000,--
€ 15.000,-
X
€ 10.000,--
X
3m
€ 3.000,--
€ 15.000,-
X
€ 10.000,--
X X X
3m 1m 1m
€ 3.000,-€ 3.000,-€ 3.000,--
€ 15.000,€ 15.000,€ 15.000,-
X X X X
€ 10.000,-€ 10.000,-€ 10.000,-€ 10.000,--
X X
1m 6m
€ 700,-€ 3.000,--
€ 2.800,€ 15.000,-
De hoogte van de preventieve last onder dwangsom bij klaarblijkelijk gevaar voor overtreding is, ongeacht het type overtreding, € 10.000,- ineens.
4
| Bijlage 8: Lengte begunstigingstermijn
Stillegging werkzaamheden
Lengte begunstigingstermijn 6m
Dwangsombesluit X
Overtreding Verbod om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een beschermd monument te wijzigen of te slopen Verbod om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een woonappartement of zorginstelling te (ver)bouwen Verbod om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een inrichting op te richten of te veranderen Verbod om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een schoolgebouw of kinderopvang te (ver)bouwen Verbod om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een bar/café, restaurant, bardancing, winkel, museum, bibliotheek, buurtcentrum, (sport)kantines of kantoorpand te (ver)bouwen Verbod om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning publieke gebouwen te (ver)bouwen (bijv.
gemeentehuis, sporthal, zwembad of brandweergarage) Verbod om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een opslag- of werkloods of verzamelgebouw te (ver)bouwen Verbod om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een (recreatie)woning te (ver)bouwen Verbod om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een bijgebouw bij een (recreatie-)woning of een ander hoofdgebouw te plaatsen of te verbouwen Verbod om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning erfafscheidingen en dakkapellen te plaatsen of te wijzigingen Verbod om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een bouwwerk, geen gebouw zijnde, te bouwen Verbod om gebouwen, open erven of terreinen te verwaarlozen (uit oogpunt van veiligheid en uiterlijk aanzien) Gebod eigenaar/gebruiker om bestaand bouwwerk of terrein in veilige staat te houden Verbod om een bouwwerk, gebouwd vóór 1-1-1994, zonder gecertificeerd asbestverwijderaar (deels) te slopen Verbod om te handelen in strijd met een administratief vergunningvoorschrift van een omgevingsvergunning Verbod om te handelen in strijd met een vergunningvoorschrift met daarin de plicht tot sloop van een gebouw
Preventieve dwangsom gekoppeld aan stillegging werkzaamheden
Bouwen, slopen en onveilige erven en terreinen
Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Zie Afwegingsmodel handhaving Wet kinderopvang en peuterspeelzalen bijlage 9 bij de beleidsnota “Helder handhaven”.
6m
€ 3.000,--
€ 15.000,-
Preventieve dwangsom gekoppeld aan stil-legging werkzaamheden
Maximum dwangsom
X
Stillegging werkzaamheden
Vastgestelde hoogte dwangsom per maand
Verbod om zonder vergunning woonruimte aan de bestemming tot wonen te onttrekken
Lengte begunstigingstermijn
Overtreding
Dwangsombesluit
Huisvestingswet- en verordening
Vastgestelde hoogte dwangsom per maand
Maximum dwangsom
€ 300,--
Kleine ergernissen: fietsen verkeerd parkeren op de stoep
€ 300,--
Kleine ergernissen: loslopende (gevaarlijke) honden
€ 300,--
Verbod tot roken in bossen, op heide of in duingebieden waar een rookverbod geldt
€ 500,--
Verbod om zonder vergunning een evenement te organiseren
€ 3.000,--
X
2 uren tot 6 maanden
€ 4000 - € 7.500
€ 20.000 - € 35.000
Verbod om zonder vergunning consumentenvuurwerk voor de verkoop beschikbaar te stellen Verbod om zonder vergunning een standplaats in te nemen of te hebben
€ 3.000,--
X
€ 3.000,--
X
5
| Bijlage 8: Lengte begunstigingstermijn
Preventieve dwangsom
Lengte begunstigingstermijn
Kleine ergernissen: fietsen in een voetgangerszone
Bestuurlijke boete
Dwangsombesluit
Overtreding
Stillegging werkzaamheden
APV Terschelling
€ 10.000,-€ 10.000,--
2 uren tot 6 maanden
€ 500 - € 3.000
€ 3.000 - € 10.000
€ 10.000,--
Overtreding voorschriften standplaatsvergunning
X
2 uren tot 6 maanden
€ 250 - € 500,--
€ 2.500 - € 5.000
X
2 uren tot 6 maanden
€ 500 - € 5.000
€ 5.000 - € 10.000
Verbod om zonder vergunning een terras te exploiteren
€ 500,-- per voorschrift € 500,-- per voorschrift € 5.000,--
X
2 uren tot 6 maanden
€ 500 - € 5.000
€ 5.000 - € 10.000
€ 500 per voorschrift € 500 per voorschrift € 10.000,--
Overtreding plicht tot melden van een evenement
€ 1.000,--
X
2 uren tot 6 maanden
€ 5.000 - € 10.000
€ 5.000,--
Overtreding voorschriften exploitatievergunning
€ 500,-- per voorschrift
X
2 uren tot 6 maanden
€ 1.000 - € 3.000 € 500 - € 5.000
€ 5.000 - € 10.000
€ 500 per voorschrift
Overtreding voorschriften evenementenvergunning
Verbod om zonder vergunning een horecabedrijf of slijtersbedrijf uit te oefenen
X
1 week
Verbod voor degene, die bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank verstrekt, daartoe automaten, waaruit de afnemers zelfstandig zodanige drank kunnen betrekken aanwezig te hebben
X
1 week
Verbod, anders dan in de rechtmatige uitoefening van het slijtersbedrijf of van het partijen-cateringbedrijf, gelegenheid te bieden tot het doen van bestellingen voor sterke drank en sterke drank op bestelling af te leveren of te doen afleveren aan huizen van particulieren Verbod om alcohol te schenken aan minderjarigen
6
| Bijlage 8: Lengte begunstigingstermijn
1 week X
€ 1.000,- per keer € 2.000 per week € 2.000 per week € 2.000 per week
Preventieve dwangsom
geen
Stillegging werkzaamheden
X
Maximum dwangsom
Lengte begunstigingstermijn
Verbod om een horecalokaliteit of een slijtlokaliteit voor het publiek geopend te houden indien in de inrichting niet aanwezig is: een leidinggevende die vermeld staat op de vergunning
Bestuurlijke boete
Dwangsombesluit
Overtreding
Vastgestelde hoogte dwangsom
Alcoholwet
€ 10.000
€ 16.000
€ 16.000
€ 16.000
€ 16.000
€ 16.000
€ 16.000
Milieu Voor milieuonderwerpen is geen leidraad voor de lengte van begunstigingstermijnen en dwangsomhoogten vastgesteld. De omgevingsdienst stelt een passende begunstigingstermijn met een dwangsomhoogte vast en onderbouwt die in het sanctiebesluit. Milieu is een vrij technisch onderwerp. Die kennis zit bij de omgevingsdienst.
Havenverordening Terschelling
Preventieve dwangsom
Stillegging werkzaamheden
Maximum dwangsom
Vastgestelde hoogte dwangsom per maand
Dwangsombesluit
Bestuurlijke boete
Overtreding
Lengte begunstigingstermijn
Havenverordening Terschelling
€ 300,-- per overtreden regel
Artikel 3.3 en 4.3: naleven regels Besluit bouwwerken leefomgeving bestaande en nieuwbouw
X
Te beoordelen door de toezichthouder in overleg met de handhavingsjurist
Te beoordelen door de toezichthouder in overleg met de handhavingsjurist
Te beoordelen door de toezichthouder in overleg met de handhavingsjurist
X
Preventieve dwangsom gekoppeld aan stil-legging werkzaamheden
Stillegging werkzaamheden
Maximum dwangsom
Vastgestelde hoogte dwangsom per maand
Lengte begunstigingstermijn
Overtreding
Dwangsombesluit
Besluit bouwwerken leefomgeving
€ 10.000,--
Ook voor het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is geen leidraad voor de lengte van begunstigingstermijnen en dwangsomhoogten vastgesteld. De pool Vergunningverlening, toezicht en handhaving van Harlingen-Terschelling (VTH-pool Harlingen-Terschelling) stelt een passende begunstigingstermijn met een dwangsomhoogte vast en onderbouwt die in het sanctiebesluit. Het Bbl. bevat technische bouwvoorschriften. De bouwtechnische kennis zit bij de VTH-pool.
7
| Bijlage 8: Lengte begunstigingstermijn
Voorblad
1
| Bijlage 9: Afwegingsmodel kinderopvang
Bijlage 9: Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang en Peuterspeelzalen12 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Dagopvang Buitenschoolse opvang (BSO) Gastouderbureau Gastouders Peuterspeelzalen Overige overtredingen
1
In bijlage 9A is Handreiking Herstelaanbod opgenomen dat samen met bijlage 9 het handhavingsbeleid kinderopvang vormt; Handreiking Herstelaanbod beschrijft de inspectiefase die aan de handhavingsfase (beschreven in bijlage 9) voorafgaat.
2
| Bijlage 9: Afwegingsmodel kinderopvang
Toelichting Paragraaf 1 Algemeen
Wij hanteren het Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang en Peuterspeelzalen bij de handhaving van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (hierna: Wko). Deze wet ziet op de houders van een kindercentrum, een gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang of een peuterspeelzaal. De Wko omvat ook: • het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (verder: Besluit kwaliteit); • de Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (verder: Regeling kwaliteit); • de Beleidsregels werkwijze toezichthouder 2012 en • het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. In het afwegingsmodel zijn de algemene stappen opgenomen die wij kunnen hanteren wanneer overtredingen van de Wko geconstateerd. Handhaving is maatwerk en zal in elke situatie apart afgewogen moeten worden. Proportionaliteit is daarbij van belang. Daardoor zijn niet automatisch alle genoemde stappen onverkort van toepassing op een geconstateerde overtreding. Telkens zal afgewogen worden of toepassing in dit specifieke geval onder meer proportioneel is. Dit Afwegingsmodel heeft als basis de model(inspectie)rapporten van GGD Nederland. De voorwaarden in het rapport en het Afwegingsmodel zijn gelijk. Voor de leesbaarheid van het Afwegingsmodel zijn diverse voetnoten die in het modelrapport zijn opgenomen ten behoeve van de inspectie, niet overgenomen in het Afwegingsmodel.
Dit betekent echter niet dat de toelichtingen in de voetnoten niet van overeenkomstige toepassing zijn op de bepalingen van het Afwegingsmodel.
Start handhavingstraject Het gemeentelijke handhavingstraject begint direct na ontvangst van het inspectierapport van de GGD. De GGD geeft in het rapport een handhavingsadvies aan het college. In het rapport is het ‘Overzicht bevindingen toezichthouder per inspectiedomein’ de basis voor het afwegen van de te ondernemen handhavingsactie. In dit overzicht beschrijft de toezichthouder per domein de context van de voorwaarden waar de houder niet aan voldoet. In dit traject passen wij ook de Handreiking Herstelaanbod van de VNG toe. Wij kunnen de aangegeven verzwarende of verzachtende omstandigheden, de inspanning van de houder etc. mee laten wegen bij het beoordelen van de te nemen handhavingsactie. Ook kunnen we in bijzondere gevallen overwegen eerst een schriftelijke waarschuwing te geven. Ook kan overwogen worden eerst op basis van mondelinge overreding de houder te bewegen de overtreding te herstellen. Zowel de waarschuwing als de overreding hebben geen juridische status en betekenen daarom een uitstel van het handhavingstraject.
Handhaving voorschoolse educatie Voorschoolse educatie wordt door ons slechts getoetst en gehandhaafd voor zover het gesubsidieerde voorschoolse educatie betreft. Voor voorschoolse educatie kan door het college gekozen worden om bij tekortkomingen te handhaven via de subsidie(-voorwaarden) of op grond van de Wet kinderopvang. Indien gekozen wordt voor de Wet kinderopvang is onderhavig handhavingsbeleid van toepassing.
3
| Bijlage 9: Afwegingsmodel kinderopvang
Wordt gekozen voor handhaving via de subsidie dan zijn de subsidieverordening en de subsidiebeschikking met de subsidievoorwaarden van toepassing.
Paragraaf 2 Verschillende soorten sancties
Binnen de handhaving onderscheiden we 2 typen sancties, te weten herstellende sancties en bestraffende sancties. Deze typen sancties bestaan naast elkaar en kunnen tegelijkertijd worden opgelegd.
A. Herstellende sancties In artikel 5:2 Awb wordt bepaald wat onder een herstellende sanctie wordt verstaan. Hieronder wordt verstaan: een bestuurlijke sanctie die strekt tot het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van een overtreding, tot het voorkomen van herhaling van een overtreding, dan wel tot het wegnemen of beperken van de gevolgen van een overtreding. Hieruit volgt dat het doel van de herstellende sanctie met name gelegen is in het voorkomen van voortduren van de overtreding en/of herhaling in de toekomst. Bestraffing van reeds begane overtredingen kan via de bestraffende sanctie (zie hieronder). Welke herstellende sancties worden er onderscheiden binnen dit handhavingsbeleid?
Stap 1 Schriftelijk bevel Dit is een handhavingsmiddel dat in spoedeisende gevallen door de GGD-inspecteur direct tijdens een inspectie ingezet kan worden. Het middel wordt door de GGD-inspecteur ingezet en niet door het college. Daarom wordt dit bevel in dit Afwegingsmodel niet nader genoemd. Inzet van dit middel wordt door de GGD-inspecteur bepaald. De GGD geeft een bevel indien hij van mening is dat de kwaliteit bij een kindercentrum, gastouderbureau of peuterspeelzaal zodanig tekortschiet dat het nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden. In geval van overtredingen met een lage of gemiddelde prioritering zal hier niet snel sprake van zijn. OF Aanwijzing Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin zich een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang, een gastouderbureau of een peuterspeelzaal bevindt dat de bij of krachtens hoofdstuk 1 afdeling 3, paragrafen 2 en 3, of hoofdstuk 2, afdeling 2, paragrafen 2 en 3 gegeven voorschriften (de ‘kwaliteitseisen”) niet of in onvoldoende mate naleeft, kan de houder een schriftelijke aanwijzing geven. In een aanwijzing wordt met redenen omkleed aangegeven op welke punten de bedoelde voorschriften niet of in onvoldoende mate worden nageleefd. Ook wordt aangegeven welke maatregelen door de houder genomen dienen te worden.
Hersteltermijn Bij een aanwijzing wordt de houder een hersteltermijn gegeven. De hersteltermijn wordt bepaald door de zwaarte van de overtreding, welke zichtbaar wordt via de prioritering. De hersteltermijn in dit model wordt aangegeven in een bandbreedte. De handhaver geeft per concreet geval de exacte hersteltermijn aan. Na het verstrijken van de hersteltermijn dient de overtreding beëindigd te zijn. Ter controle hiervan kan de handhaver schriftelijke bewijsstukken opvragen dan wel opdracht geven voor een herinspectie. Is de overtreding niet beëindigd, dan zal een volgende stap worden ingezet.
4
| Bijlage 9: Afwegingsmodel kinderopvang
Stap 2. Last onder dwangsom Onder last onder dwangsom wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende: a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en b. de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. De stap last onder dwangsom kan meerdere keren worden genomen voor een geconstateerde overtreding. Indien een eerste last onder dwangsom geen resultaat heeft gehad, kan worden overwogen een nieuwe, hogere last onder dwangsom op te leggen. Dit vereist dan wel een nieuw besluit. Verschil tussen een last onder dwangsom en een preventieve dwangsom Van een preventieve last is sprake als de last wordt opgelegd voordat enige overtreding heeft plaatsgevonden. Hiervoor geldt dat het gevaar van de overtreding klaarblijkelijk dreigt, dat wil zeggen dat de overtreding zich met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal voordoen. Het verschil met een ‘gewone’ last onder dwangsom is, dat deze ‘gewone’ last opgelegd wordt als herstelsanctie, nadat een overtreding heeft plaatsgevonden. Dit kan diverse doelen hebben, onder meer het ongedaan maken van een overtreding en het voorkomen van herhaling. Als een overtreding heeft plaatsgevonden, maar inmiddels wel is hersteld, kan dus een nog steeds een last onder dwangsom worden opgelegd ter voorkoming van herhaling.
Hiervoor geldt als criterium of er gegronde vrees voor herhaling bestaat. Of eventueel Last onder bestuursdwang Onder last onder bestuursdwang wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende: a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en b. de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. In gevallen waarin het bestuursorgaan de mogelijkheid heeft om zelf de overtreding op te lossen (op kosten van de overtreder) kan een last onder bestuursdwang opgelegd worden. Door de aanvullende sanctie van een exploitatieverbod binnen de handhaving kinderopvang en peuterspeelzalen zijn er nog maar weinig overtredingen die zich daarnaast lenen voor toepassing van bestuursdwang. De optie last onder bestuursdwang is, op een enkele overtreding na, daarom niet opgenomen in dit Afwegingsmodel. Echter, op grond van het bestuursrecht geldt dat in die gevallen waarin last onder dwangsom mogelijk is, ook bestuursdwang kan worden toegepast indien het college de overtreding daardoor zelf kan doen beëindigen.
Stap 3. Exploitatieverbod Het college kan de houder verbieden de exploitatie van een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang, een gastouderbureau voort te zetten dan wel verbieden de instandhouding van een peuterspeelzaal voort te zetten. Dit kan het college zolang de houder een bevel of aanwijzing niet opvolgt en het opleggen van een last onder bestuursdwang niet mogelijk is. Ook kan het college de houder verbieden de locatie in exploitatie te nemen, zolang niet of niet langer aan de kwaliteitseisen uit hoofdstuk 1, afdeling 3, paragraaf 2 of hoofdstuk 2, afdeling 2, paragraaf 2 is voldaan.
5
| Bijlage 9: Afwegingsmodel kinderopvang
Stap 4. Verwijdering uit het register kinderopvang of het register peuterspeelzaalwerk Er zijn verschillende gronden waarop het college, in het kader van handhaving, een voorziening uit het register kinderopvang of het register peuterspeelzaalwerk kan verwijderen: • indien is gebleken dat de houder niet langer de organisatie voor kinderopvang exploiteert; • indien uit een GGD-inspectie of anderszins is gebleken dat de houder naar verwachting niet dan wel niet langer voldoet aan de bij en krachtens hoofdstuk 1 afdeling 3, paragrafen 2 en 3 of hoofdstuk 2, afdeling 2, paragrafen 2 en 3 van de Wko gegeven voorschriften; • indien drie maanden na de registratie de exploitatie van de organisatie voor kinderopvang of peuterspeelzaal niet daadwerkelijk is aangevangen. Vanaf het moment dat een voorziening is verwijderd uit het register, is er geen sprake meer van kinderopvang of peuterspeelzaalwerk in de zin van de wet. Voortzetten van exploitatie leidt tot illegale kinderopvang en tot een boete of vervolging door het Openbaar Ministerie op basis van overtreding van de Wet Economische Delicten. Doordat een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau uit het register is verwijderd, wordt ook de grond voor het recht op kinderopvangtoeslag voor vraagouders beëindigd.
Verloop herstellend handhavingstraject Een herstellend handhavingstraject verloopt in beginsel volgens de hierboven beschreven stappen. Er kunnen zich echter situaties voordoen, waarin het naar beoordeling van het college gerechtvaardigd is om, gezien de aard en/of ernst van de overtreding, bepaalde stappen ‘over te slaan’ en direct over te gaan tot inzet van een zwaardere sanctie. Eén van de situaties waarin dit zich kan voordoen is recidive. B. Bestraffende sancties In artikel 5:2 Awb wordt bepaald wat onder een bestraffende sanctie wordt verstaan. Hieronder wordt verstaan: een bestuurlijke sanctie voor zover deze beoogt de overtreder leed toe te voegen. Een bestraffende sanctie bestraft een overtreding die ‘in het verleden’ begaan is. Er is dus een overtreding geconstateerd en dat feit wordt bestraft. De vorm van een bestraffende sanctie onder de Wet kinderopvang is de bestuurlijke boete. Een bestuurlijke boete kan apart, maar ook gelijktijdig met een herstellend handhavingtraject worden opgelegd. Grondslag bestuurlijke boete Bij kindercentra, voorzieningen voor gastouderopvang en gastouderbureau’s Op grond van art.1.72 Wko is het college bevoegd terzake een aantal overtredingen een bestuurlijke boete op te leggen. Een bestuurlijke boete mag ten hoogste € 45.000 bedragen.
Het opleggen van een bestuurlijke boete acht het college in ieder geval aangewezen in de volgende situaties: • In geval van overtreding van een of meer van de bepalingen bij of krachtens de artikelen 1.45 tot en met 1.60a Wko (hoofdstuk 1 afdeling 3 Kwaliteit kindercentra, voorzieningen voor gastouderopvang en gastouderbureaus); • In geval de houder een opgelegde aanwijzing of bevel (art 1.65 WKo) niet nakomt; • In geval de houder een kindercentrum, voorziening voor gastouderopvang of GOB blijft exploiteren, terwijl op grond van artikel 1.66 Wko aan hem een exploitatieverbod is opgelegd; • In geval de houder weigert zijn medewerking te verlenen aan een toezichthouder (art. 5:20 Awb);
6
| Bijlage 9: Afwegingsmodel kinderopvang
•
In geval een houder een afspraak als bedoeld in artikel 167 Wet op het primair onderwijs niet nakomt.
Bij voorziening voor gastouderopvang Voorzieningen voor gastouderopvang vallen volledig onder het regime van toezicht en handhaving en daarbij is ook de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen van toepassing. Een voorziening voor gastouderopvang is echter toch een bijzonder object van toezicht en handhaving. Derhalve is er voor gekozen niet vooraf in dit model boetebedragen te noemen voor overtredingen in het hoofdstuk ‘gastouderopvang’. Indien het college een overtreding van een voorziening voor gastouderopvang wil sanctioneren met een bestuurlijke boete, zal in dat geval het boetebedrag bepaald worden, met inachtneming van de algemene bepalingen hieromtrent in dit handhavingsbeleid. Daarbij kan bijvoorbeeld een relatie worden gelegd met de boetebedragen zoals die zijn bepaald binnen de dagopvang. Bij peuterspeelzalen Voor peuterspeelzalen geldt dat de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen, is bepaald in artikel 2.28 Wko. Artikel 2.27 Wko bepaalt daarnaast dat een bestuurlijke boete alleen opgelegd kan worden aan niet-gesubsidieerde peuterspeelzalen. Dit betekent dat het onderdeel ‘bestraffende sanctie’ in dit Afwegingsmodel alleen van toepassing is op niet-gesubsidieerde peuterspeelzalen. Bij gesubsidieerde peuterspeelzalen kan wel via de subsidie ingegrepen worden.
Op grond van artikel 2.28 Wko is het college bevoegd terzake een aantal overtredingen een bestuurlijke boete op te leggen. Een bestuurlijke boete mag ten hoogste € 45.000 bedragen.Het opleggen van een bestuurlijke boete acht het college in ieder geval aangewezen in de volgende situaties: • In geval van overtreding van een of meer van de bepalingen bij of krachtens de artikelen 2.2 tot en met 2.13 Wko (hoofdstuk 2 afdeling 2 Kwaliteit peuterspeelzalen); • In geval de houder een opgelegde aanwijzing of bevel (art 2.23 WKo) niet nakomt; • In geval de houder een peuterspeelzaal in stand blijft houden terwijl op grond van artikel 2.24 Wko de voortzetting van de instandhouding is verboden; • In geval de houder weigert zijn medewerking te verlenen aan een toezichthouder (art. 5:20 Awb); • In geval een houder een afspraak als bedoeld in artikel 167 Wet op het primair onderwijs niet nakomt. Opleggen bestuurlijke boete Wanneer wordt een boete opgelegd? Bij een overtreding van de prioriteit ‘hoog’ zal in beginsel een boete ter hoogte van het in dit Afwegingsmodel genoemde bedrag worden opgelegd. Bij overtredingen met een prioriteit ‘gemiddeld’ of ‘laag’ kan het college besluiten een boete ter hoogte van het in dit Afwegingsmodel genoemde bedrag op te leggen.
Bij een overtreding van de overtredingen uit het hoofdstuk ‘Overige overtredingen’ zal in beginsel een boete ter hoogte van het in het Afwegingsmodel genoemde bedrag worden opgelegd. Wanneer geen bestuurlijke boete? Het college legt geen boete op: • indien de overtreder aannemelijk maakt dat elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of • indien de houder, zijnde een natuurlijk persoon (en geen rechtspersoon), is overleden; of • bij opzet of bewuste roekeloosheid en direct gevaar voor de gezondheid of de veiligheid van personen; of • indien tegen de houder (overtreder) voor dezelfde gedraging strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting is begonnen; dan wel een strafbeschikking is uitgevaardigd;
7
| Bijlage 9: Afwegingsmodel kinderopvang
•
indien aan de houder (overtreder) wegens dezelfde overtreding reeds eerder een bestuurlijke boete is opgelegd.
Hoogte bestuurlijke boete De in dit handhavingsbeleid genoemde boetebedragen zijn richtlijnen. Per geconstateerde overtreding zal bepaald moeten worden of het genoemde boetebedrag proportioneel is. Het college stemt de bestuurlijke boete af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Het college houdt daarbij zo nodig rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. Boeteverhogende en boeteverlagende omstandigheden Van boeteverhogende of –verlagende omstandigheden kan bijvoorbeeld sprake zijn, in geval van: • recidive door de houder (boeteverhogend); • opzettelijk niet naleven van de bij of krachtens de Wet kinderopvang gestelde voorschriften (boeteverhogend); • een kleine, net startende houder (boeteverlagend). Matiging Het college kan besluiten om de bestuurlijke boete te matigen, indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat op grond van de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid, de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan of de omstandigheden waarin de overtreder verkeert, boeteoplegging volgens dit Afwegingsmodel onevenredig is. Daarvan kan in beginsel slechts sprake zijn, indien sprake is van bijzondere omstandigheden waarin bij de vaststelling van dit Afwegingsmodel niet is voorzien.
Paragraaf 3 Gebruikte afkortingen Art: artikel Artt: artikelen Awb: Algemene wet bestuursrecht Besluit kwaliteit: Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen Besluit registers: Besluit registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk BSO: buitenschoolse opvang GOB: gastouderbureau Kdv: kinderdagverblijf Psz: peuterspeelzaal VGO: voorziening voor gastouderopvang Regeling kwaliteit: Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 2012 Wkcz: Wet klachtrecht cliënten zorgsector Wko: Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen