CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

windturbines - Ruimtelijke onderbouwing Projectplan windturbines AV

commissie Omgeving 23 juni 2021, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Informatie uit het college/ de gemeenschappelijke regelingen20.765 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

719081 30 januari 2020

WINDTURBINES AXELSE VLAKTE PROJECTPLAN BIJ PRINCIPEVERZOEK

Innovarec, Zeeuwind/Eneco

Definitief

Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek | 719081 30 januari 2020 | Definitief

Duurzame oplossingen in energie, klimaat en milieu Postbus 579 7550 AN Hengelo Telefoon (074) 248 99 40

Documenttitel

Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek

Soort document

Definitief

Datum

30 januari 2020

Projectnummer

719081

Opdrachtgever

Innovarec, Zeeuwind/Eneco

Auteur

Dion Oude Lansink, Pondera Consult

Vrijgave

Marjolein Pigge, Pondera Consult

Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek | 719081 30 januari 2020 | Definitief

INHOUDSOPGAVE Inleiding

1

Aanleiding van dit document

1

Leeswijzer

1

Aanleiding van het project

1

Ligging plangebied

2

Geldende beheersverordening

3

Juridisch kader

5

Beleid

7

Mondiaal en Europees beleid

7

Rijksbeleid

8

Provinciaal beleid

12

Gemeentelijk beleid

15

Huidige situatie

17

Functionele structuur

17

Landschappelijke structuur

21

Planbeschrijving

22

Beschrijving van het plan

22

Landschappelijk beeld

26

Onderzoek

30

Geluid

30

Slagschaduw

34

Veiligheid

36

Natuur

49

Cultuurhistorie

51

Waterhuishouding

53

Overige aspecten

55

UItvoerbaarheid

63

Economische uitvoerbaarheid

63

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

64

bijlage 1

65

Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek | 719081 30 januari 2020 | Definitief

719081 | Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

1

INLEIDING Aanleiding van dit document Op industrieterrein Axelse Vlakte zijn Innovarec B.V. en het consortium Zeeuwind / Eneco elk voornemens om een windturbine te realiseren. Hoewel beide projecten geheel op zichzelf staan, vinden ze wel tegelijkertijd plaats. Daarom wordt in de vergunningsprocedures het ruimtelijke effecten van de twee turbines als één ontwikkeling beschouwd. Het huidige document betreft een projectplan, waarin de effecten van de ontwikkeling worden beschreven. Tevens wordt deze beschouwd in het licht van het gemeentelijke, provinciale en landelijke beleid. Het projectplan heeft als doel het begeleiden van het verzoek aan de bevoegde gezagen aan de ontwikkeling in principe mee te werken, het zogenaamde principeverzoek. Het projectplan is vergelijkbaar met de goede ruimtelijke onderbouwing op basis waarvan de vergunning voor het afwijken van het ruimtelijke plan zal worden aangevraagd.

Leeswijzer Dit hoofdstuk geeft de inleiding tot het project. In hoofdstuk 2 wordt het beleidskader geschetst. In hoofdstuk 3 komt een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied aan de orde, hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van het plan voor de windturbine. In hoofdstuk 5 worden de resultaten van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Hoofdstuk 6 geeft ten slotte een toelichting op de financieel-economische uitvoerbaarheid van dit plan en de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

Aanleiding van het project Op industrieterrein Axelse Vlakte in Terneuzen heeft Innovarec B.V. een stortplaats en recycling terrein en slibdepot in bedrijf. Innovarec B.V. is voornemens een windturbine op haar terrein te realiseren (op het zuidelijke terrein; zie Figuur 1.1). Het consortium Eneco/Zeeuwind heeft op de Axelse vlakte een terrein beschikbaar (middels een opstalovereenkomst) waar zij ook een windturbine willen realiseren (op het noordelijke perceel; zie Figuur 1.1). De Axelse vlakte is een veelbelovende locatie voor windenergie op basis van de ‘Verkenning Windenergie en Zonne-Energie Kanaalzone’. Innovarec wil haar werkproces en energievoorziening graag verduurzamen en wilt daarom windenergie opwekken om zelf in haar energiebehoefte te voorzien. Lokaal opwekken, dichtbij de gebruiker is hierbij een van de belangrijkste uitgangspunten. Hiervoor ziet Innovarec mogelijkheden, door middel van het realiseren van een windturbine op haar eigen terrein. De opgewekte energie kan dan ook door het bedrijf zelf en eventueel de nabijgelegen bedrijven worden gebruikt. Consortium Zeeuwind / Eneco hebben hun kracht gebundeld voor ontwikkeling lokale windinitiatieven in de gemeente Terneuzen. Zeeuwind is een burgercoöperatie sinds 1987 en Eneco een ervaren duurzame energieproducent en -ontwikkelaar.

Gezamenlijk wil het consortium bijdragen aan de landelijke, provinciale en lokale doelstelling voor de opwekking van

Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek | 719081 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

2

duurzame energie. Gezamenlijk willen de partijen windpark Axelse Vlakte met twee windturbines realiseren op industrieterrein de Axelse Vlakte in Terneuzen. Figuur 1.1 Windturbines Axelse Vlakte

Bron: Pondera Consult

Voor realisatie van de windturbines is een omgevingsvergunning noodzakelijk. De windturbine wordt planologisch ingepast door middel van een afwijking van de geldende beheersverordening als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De voorliggende rapportage zal in de definitieve vorm begeleid van alle rapportages en onderzoeken worden gebruikt als ‘goede ruimtelijke onderbouwing’ in de omgevingsvergunning en voor de afwijking van de vigerende beheersverordening.

Ligging plangebied Het plangebied ligt in de gemeente Terneuzen, op het industrieterrein de Axelse Vlakte ruim 1 kilometer van de dichtstbij gelegen woonkern Sluiskil. Ten zuidwesten van de locaties ligt de Autrichehaven, onderdeel van de Haven van Terneuzen en daarmee van North Sea Port. De locatie zelf behoort tevens tot het gebied van North Sea Port. Een groot deel (circa 70 hectare) van deze haven wordt nog ontwikkeld. Recent is het kadegebonden deel van deze haven ontwikkeld door Vlaeynatie. Hier is onder andere de Zeeland Sugar Terminal gevestigd. Dit betreft twee een opslagsilo’s van maximaal 68 meter hoog, waar op- en overslag van suiker plaatsvindt.

719081 | Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

3

Geldende beheersverordening Ter plaatse van het plangebied geldt de beheersverordening “Axelse Vlakte” (vastgesteld door de gemeenteraad op 25 juni 2013). De beheersverordening bevat regels voor het beheer van het verordeningsgebied en voor het vastleggen van de bestaande situatie. Een beheersverordening laat in principe geen nieuwe ontwikkelingen toe. Bestaande bouwwerken mogen worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik of worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmetingen en op dezelfde locatie. Locatie Innovarec Ter plaatse van de geplande windturbine op het perceel van Innovarec geldt het besluitvlak ‘Bedrijventerrein – Haven – B’ met besluitsubvlakken 'Bedrijventerrein - Haven - B van 3.1 - 5.2', ‘slibdepot’ en/of ‘stortplaats’ (de windturbine is gepland op de grens van beide besluitsubvlakken). De in het besluitvlak 'Bedrijventerrein - Haven - B' gelegen gronden en bestaande bouwwerken mogen worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik, bestaande bouwwerken mogen worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmetingen en op dezelfde locatie. Het besluitsubvlak 'Bedrijventerrein - Haven - B van 3.1 - 5.2' laat daarbij bedrijven toe uit categorie 3.1 tot en met categorie 5.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'gezoneerd industrieterrein'. Figuur 1.2 Uitsnede verbeelding beheersverordening “Axelse Vlakte” voor perceel Innovarec

Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl

Voor het besluitsubvlak 'Stortplaats' geldt aanvullend dat het is toegestaan om gronden en gebouwen te gebruiken voor onder meer kade- of havengebonden bedrijven, alsmede voor bedrijven, die overwegend diensten verlenen voor kade- en havengebonden bedrijven, opslag en overslag, bewerking en verwerking, alsmede handel in grond- en bouwstoffen., maar ook de

Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek | 719081 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

4

bouw van windturbines. Voor het besluitsubvlak 'Slibdepot' gelden vergelijkbare aanvullende regels, behalve dat de bouw van windturbines niet wordt genoemd. Windturbines ter plaatse van het besluitsubvlak 'Stortplaats' mogen maximaal 45 meter bedragen. Locatie Eneco/Zeeuwind Ter plaatse van de geplande windturbine op het perceel waar de turbine Eneco/Zeeuwind is voorzien geldt dat de windturbine gepland is in het besluitvlak 'Agrarisch’. Daarnaast geldt het besluitvlak ‘Geluidzone industrieterrein Axelse Vlakte II’. Figuur 1.3 Uitsnede verbeelding beheersverordening “Axelse Vlakte” voor perceel Eneco/Zeeuwind

Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl

Voor het besluitvlak ‘Agrarisch’ geldt dat het is toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor de uitoefening van grondgebonden agrarische bedrijven, aan de bestemming ondergeschikte extensieve dagrecreatie met bijbehorende kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen en bij deze functie behorende voorzieningen. Op de voor ‘Geluidzone industrieterrein Axelse Vlakte II’ aangewezen gronden zijn geen nieuwe geluidsgevoelige objecten toegestaan, mogen gronden en bestaande bouwwerken worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik en mogen bestaande bouwwerken worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmetingen en op dezelfde locatie. Beide locaties Voor beide locaties gelden de besluitvlakken ’ Waarde - Archeologie’ en ‘Geluidzone Industrieterrein Sluiskil-Oost/Stroodorpe-Oost’.

719081 | Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

5

De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar geldende besluitvlakken, mede aangewezen voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Indien het te verstoren oppervlak van het plangebied groter is dan 500 m² en waarbij bovendien grond-of graafwerkzaamheden dieper dan 0,50 meter beneden het maaiveld plaatsvinden is onderzoek noodzakelijk. Op de voor ‘Geluidzone Industrieterrein Sluiskil-Oost/Stroopdorpe-Oost’ aangewezen gronden zijn geen nieuwe geluidsgevoelige objecten toegestaan, mogen gronden en bestaande bouwwerken worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik en mogen bestaande bouwwerken worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmetingen en op dezelfde locatie. De realisatie van twee windturbines van de beoogde omvang past niet binnen de geldende beheersverordening waardoor een planologische procedure noodzakelijk is.

Juridisch kader Hieronder wordt ingegaan op de procedurele context voor dit plan en samenhang met de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.). Planvorm afwijkingsbesluit Omdat het planvoornemen niet past in de geldende beheersverordening is een planologische procedure benodigd om het plan mogelijk te maken. De initiatiefnemer dient voor het bouwplan een aanvraag omgevingsvergunning met afwijking van de beheersverordening in om het plan te realiseren (omgevingsvergunning voor de activiteit het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een beheersverordening, artikel 2.1 lid 1 aanhef en onder c Wabo). Via deze procedure (ex artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo) is het mogelijk om af te wijken van het geldende planologisch regime. Voorwaarde voor verlening van de vergunning is dat de activiteit niet in strijd mag zijn met een goede ruimtelijke ordening. Deze ‘goede ruimtelijke onderbouwing’ voorziet in de onderbouwing daarvan. De voorliggende rapportage zal daar in zijn definitieve vorm in voorzien. Relatie met de m.e.r. De bouw van een nieuw windturbinepark is aangewezen in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) als categorie D22.2.

Voor windparken met drie of meer, en minder dan tien, windturbines en met een gezamenlijk vermogen van minder dan 15 MW dient door middel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling aangetoond te worden dat geen formele m.e.r.-(beoordeling) doorlopen behoeft te worden voor de omgevingsvergunning en het ruimtelijk plan. Voor dit project is er sprake van twee windturbines, en dus formeel niet van een windpark zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is daarom niet noodzakelijk. Bevoegd gezag Primair is de gemeenteraad bevoegd gezag voor het vaststellen van een bestemmingsplan of beheersverordening en burgemeester en wethouders voor het afwijken van het bestemmingsplan of beheersverordening (met een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad). Artikel 9e van de Elektriciteitswet 1998 stelt de Provinciale Staten in staat om

Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek | 719081 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

6

een inpassingsplan vast te stellen voor een windpark met een omvang tussen de 5 en 100 MW. Aangezien dit project bestaat uit twee windturbines met een gezamenlijk opgesteld vermogen van mogelijk meer dan 5 MW en is in beginsel de provincie Zeeland bevoegd gezag voor het afwijken van de beheersverordening. Daarnaast maakt de turbine van Innovarec deel uit van een inrichting met een provinciale omgevingsvergunning milieu. De provincie Zeeland hecht echter sterk aan de gemeentelijke besluitvorming voor het betreffende project. De bevoegdheid voor vergunningverlening zal daarom door GS overgedragen worden aan de gemeente. Coördinatieregeling Daarnaast kan de coördinatieregeling als bedoeld in paragraaf 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing worden verklaard. Door coördinatie worden besluiten die met elkaar samenhangen gelijktijdig in procedure gebracht en worden daarover gegeven zienswijzen en ingestelde beroepen gelijktijdig afgehandeld. Er is dus geen aparte bezwaarprocedure bij het bevoegd gezag en beroepsprocedure bij de rechtbank, maar alleen rechtstreeks beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Wel kunnen tegen de ontwerpbesluiten door een ieder zienswijzen worden ingediend.

719081 | Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

7

BELEID Mondiaal en Europees beleid Klimaatconferentie Parijs 2015 In december 2015 zijn (onder auspiciën van de Verenigde Naties) op de eenentwintigste klimaatconferentie in Parijs (COP21) 1 195 landen akkoord gegaan met een nieuw klimaatverdrag dat de uitstoot van broeikasgassen moet terugdringen. De Europese Unie heeft dit verdrag ook mede ondertekend. Hieronder de belangrijkste punten uit het akkoord: •

de gemiddelde temperatuur op de aarde mag niet meer dan 2 graden Celsius stijgen. Landen streven er naar de temperatuurstijging zelfs te limiteren tot maximaal 1,5 graden Celsius;

•

de partijen zullen zo snel mogelijk hun best doen om de uitstoot van broeikasgassen en schadelijke stoffen te verminderen in combinatie met de beschikbare techniek van dat moment. Daarbij wordt rekening gehouden met verschillen tussen landen;

•

er is extra inzet nodig om negatieve gevolgen van klimaatverandering aan te pakken en de hoeveelheid broeikasgassen terug te brengen zonder dat dit de voedselproductie in gevaar brengt;

•

alle partijen moeten financieel bijdragen aan het verlagen van de hoeveelheid broeikasgassen en onderzoek doen naar klimaatbestendige ontwikkelingen;

•

voor de klimaatconferentie van 2025 moeten de partijen van de klimaatovereenkomst van Parijs zich samen ten doel stellen elk jaar minstens 100 miljard dollar (91 miljard euro) ter beschikking te stellen aan armere landen die economisch moeite hebben de klimaatdoelstellingen te halen. Het geld zou vanaf 2020 beschikbaar moeten zijn;

•

het verdrag is bindend en de landen verplichten zich het na te leven.

Europese doelstelling Het Europese doel voor 2020 is 20% van het totale energieverbruik duurzaam te realiseren, voor Nederland is dit vertaald in een doel van 14% in 2020. Dit is vastgelegd in de EU-richtlijn 2009/28/EG (2009) 2. De Europese Commissie is ook al begonnen met de ontwikkeling van beleidsopties voor de periode na 2020. In juni 2011 presenteerde de EU de "Energieroutekaart 2050" 3 als doorkijk naar 2050 en de in tussentijd te nemen stappen om te komen tot een verdere verduurzaming van de energiemarkt en een verdere CO2-reductie (80-95%). De EUlanden hebben in 2014 overeenstemming 4 bereikt met betrekking tot een nieuwe duurzame energie doelstelling. In 2030 moet tenminste 32% van het energieverbruik van de Europese Unie duurzaam zijn opgewekt. Deze doelstelling is onderdeel van de energie en klimaatdoelen

De klimaatconferentie van Parijs 2015 (officieel: 2015 United Nations Climate Change Conference), die van 30 november tot 12 december 2015 plaatsvond in Parijs leidde tot het afsluiten van het "Akkoord van Parijs", dat op 22 april 2016 in New York is ondertekend. Het klimaatverdrag is 4 november 2016 in werking getreden. 2 "Richtlijn 2009-28-EG- energie uit hernieuwbare bronnen NL, ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG", European Commission, 23 april 2009. Geraadpleegd van: http://eur-lex.europa.eu/legalcontent/NL/ALL/?uri=CELEX:32009L0028 [artikel 3, lid 1 juncto bijlage 1, deel A]. 3 Mededeling van de Europese Commissie: "Routekaart naar een concurrerende koolstofarme economie in 2050", 8 maart 2011, COM (2011) 112 definitief. Geraadpleegd van: http://eurlex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2011:0112:FIN:NL:PDF 4 Geraadpleegd van: https://ec.europa.eu/energy/en/topics/renewable-energy 1

Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek | 719081 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

8

van de EU voor 2030. Op 14 juni 2018 is er politieke overeenstemming 5 bereikt waarin een bindende doelstelling ten aanzien van duurzame energieopwekking is vastgelegd.

Rijksbeleid Energieakkoord voor duurzame groei De energiesector in Nederland is verantwoordelijk voor meer dan twintig procent van de uitstoot van broeikasgassen. De uitstoot van broeikasgassen als gevolg van de energiebehoefte kan worden beperkt door energiebesparing en door grootschalige inzet van duurzame energiebronnen. Een dergelijke omschakeling in de Nederlandse energievoorziening betekent een forse inspanning. Deze ambities sluiten aan bij in Europees verband geformuleerde doelstellingen waaraan de lidstaten zich gecommitteerd hebben. In 2013 hebben ruim veertig organisaties, waaronder de overheid, werkgevers, vakbeweging, natuur- en milieuorganisaties, andere maatschappelijke organisaties en financiële instellingen zich verbonden aan het Energieakkoord voor duurzame groei (hierna: Energieakkoord, 2013) 6. Met het Energieakkoord komt een duurzame energievoorziening een stap dichterbij. In het Energieakkoord is vastgelegd dat in 2020 14% van alle energie duurzaam moet zijn opgewekt met een verdere stijging van dit aandeel naar 16% in 2023. Het doel van het akkoord is bovendien dat het nieuwe banen oplevert en een positief effect heeft op de energierekening van consumenten. In het akkoord zijn tien pijlers opgenomen die moeten leiden tot een duurzame energieopwekking. Het opschalen van hernieuwbare energieopwekking vormt één van deze pijlers.

Dit vraagt een intensieve inzet op verschillende bronnen van hernieuwbare opwekking, zoals wind op land. Bij wind op land wordt binnen de kaders die met provincies zijn afgesproken, geïnvesteerd om te komen tot 6.000 MW operationeel windenergievermogen in 2020. Energierapport 2016 Het Energierapport 2016 (2016) 7 geeft aan dat Nederland voor de uitdaging staat om de uitstoot van broeikasgassen drastisch terug te brengen, waarbij in de 2e helft van de 21e eeuw, zoals afgesproken in het klimaatakkoord van Parijs (2015) er mondiaal een balans moet zijn tussen de uitstoot en vastlegging van broeikasgassen (ofwel klimaatneutraliteit). Het kabinet houdt dus onverkort vast aan de Europese afspraken voor 2020, 2030 en 2050 en aan de afspraken uit het Energieakkoord die samen met milieuorganisaties, bedrijfsleven en overheden zijn gesloten. Het Energierapport geeft daarom een integrale visie op de toekomstige energievoorziening van Nederland. Het kabinet stelt voor de transitie naar duurzame energie drie uitgangspunten centraal: •

sturen op CO2-reductie;

•

verzilveren van de economische kansen die de energietransitie biedt;

•

integreren van energie in het ruimtelijk beleid.

5 Europese Geraadpleegd van: https://ec.europa.eu/energy/en/topics/renewable-energyCommissie (14 juni 2018). Geraadpleegd van: http://europa.eu/rapid/press-release_STATEMENT-18-4155_en.htm 6 "Energieakkoord voor duurzame groei", Sociaal-Economische Raad (SER), september 2013. Geraadpleegd van: http://www.energieakkoordser.nl/energieakkoord.aspx 7 "Energierapport 2016 - Transitie naar duurzaam", Ministerie van Economische Zaken, januari 2016. Geraadpleegd van: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2016/01/18/energierapport-transitienaar-duurzaam

719081 | Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

9

De Nederlandse energiehuishouding moet duurzamer en minder afhankelijk worden van eindige fossiele brandstoffen. Het kabinet wil onder meer de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 80-95% terugdringen op Europees niveau. Op dit moment zijn we voor onze energievoorziening nog voor bijna 95% afhankelijk van fossiele brandstoffen. De energietransitie biedt bovendien kansen voor behoud en ontwikkeling van het Nederlandse verdienvermogen. Ten slotte heeft de energietransitie alleen kans van slagen als vroegtijdig en zorgvuldig het gesprek wordt aangegaan met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties over de ruimtelijke inpassing van productie, opslag en transport van energie. Zoveel als mogelijk moet gezamenlijk de afweging plaatsvinden tussen de bijdrage van een initiatief aan de energievoorziening en de overlast of risico's die dit voor omwonenden met zich meebrengt. Dit wordt de ‘energiedialoog’ genoemd. Nationale energieverkenning 2017 De belangrijkste conclusies en observaties uit de (jaarlijkse) Nationale Energieverkenning 2017 (NEV, 2017) 8 zijn als volgt: "De hernieuwbare energieopwekking in Nederland gaat sneller groeien, de energiebesparing neemt toe en het energieverbruik neemt af. De uitstoot van broeikasgassen daalt tot 2030 substantieel. De werkgelegenheid in duurzame energieactiviteiten neemt toe.

Op decentraal niveau werken gemeenten en provincies steeds meer samen aan plannen voor de energietransitie. De praktijk blijkt desalniettemin weerbarstig want verschillende doelen voor energie en klimaat worden in 2020 niet gehaald. Ook is duidelijk dat de ontwikkelingen in de Nederlandse energiesector en haar uitstoot lastig te sturen zijn omdat de sector onlosmakelijk is verbonden met het buitenland. De horden op weg naar 2020 en naar een duurzame energievoorziening op termijn vragen de komende periode om heldere beleidskeuzes." Naast aandacht voor de belangrijkste energie- en klimaatdoelen gaat deze NEV in op nieuw energiebesparingsbeleid in de gebouwde omgeving en de industrie en is een begin gemaakt met het in beeld brengen van ontwikkelingen bij decentrale overheden. Verder is de ontwikkeling van de Nederlandse elektriciteitssector bekeken in het licht van verschillende scenario's voor de ontwikkelingen buiten Nederland. Deze illustreren de grote onzekerheden waarmee de ramingen in algemene zin gepaard gaan. Sterke groei hernieuwbare energie: doel 2020 niet binnen bereik, doel 2023 wel Het aandeel hernieuwbare energie groeit volgens de verkenning van 6 procent in 2016 naar 12,4 procent in 2020 en 16,7 procent in 2023 (respectievelijk 13,0 procent en 17,3 procent conform rekenmethode ‘werkelijke productie’).

Het doel van 14 procent voor 2020 wordt daarmee niet gehaald, maar het doel van 16 procent voor 2023 wel. Verwachte daling uitstoot broeikasgassen blijft 23 procent in 2020, maar grote onzekerheid De verwachte reductie van de uitstoot van broeikasgassen tussen 1990 en 2020 komt net als de vorige NEV (2016) uit op 23 procent. Dit is niet genoeg om te voldoen aan het rechterlijke vonnis van 25 procent in de Urgenda-zaak. De verwachte reductie kent echter een ruime onzekerheidsmarge van 19 tot 27 procent. Deze bestaat voor een deel uit de onzekerheid over de inzet van conventionele elektriciteitscentrales.

8 "Nationale energieverkenning 2017", Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN), 19 oktober 2017. Geraadpleegd van: https://www.pbl.nl/sites/default/files/cms/publicaties/pbl-2017-nationaleenergieverkenning-2017_2625.PDF. Vanwege het werk aan het Klimaatakkoord is geen NEV in 2018 uitgebracht.

Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek | 719081 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

10

Energiebesparing verbetert: plussen en minnen in beeld gebracht Het energiebesparingseffect in 2020, door de maatregelen uit het Energieakkoord, komt uit op 75 petajoule. Daarmee wordt het doel van 100 petajoule zeer waarschijnlijk niet gehaald. Nieuwe maatregelen leveren naar verwachting een extra besparing op van 22 petajoule. De besparing uit sommige andere maatregelen van het Energieakkoord is echter met 15 petajoule naar beneden bijgesteld. Daardoor ligt de totale besparing per saldo 7 petajoule hoger dan in de NEV 2016. Windenergie ten opzichte van andere duurzame energiebronnen Volgens het rijksbeleid zijn de belangrijkste vormen van hernieuwbare energie in Nederland: windenergie, zonne-energie, bio-energie en aardwarmte. Een kleinere rol spelen waterkracht, omgevingswarmte (warmtepompen in woningen) en energie uit potentieel verschil zoet-zout (osmose-energie of ‘blue energy’). Hoewel grijze energie uit fossiele energiebronnen in de komende decennia nodig blijft, zal hernieuwbare energie een steeds groter onderdeel gaan uitmaken van de energiemix. Drie duurzame energiebronnen leveren daarbij de belangrijkste bijdrage voor Nederland: bio-energie, wind op land en wind op zee. Grote windparken dragen significant bij aan het behalen van de doelstellingen.

Geconcludeerd kan worden dat windenergie op land een belangrijk aandeel heeft in het behalen van de Europese taakstelling op het gebied van duurzame energie en CO2-reductie, maar dat deze taakstelling niet gehaald kan worden met windenergie alleen. Er is een energiemix nodig waarbij duurzame energie, en windenergie in het bijzonder, een steeds belangrijker aandeel krijgt. De realisatie van windenergie is interessant vanuit het oogpunt:

•

van ruimtebeslag per vierkante meter: relatief weinig ruimtegebruik per geproduceerde eenheid energie;

•

van het multifunctionele gebruik van de ruimte: het gebied kan bijvoorbeeld tevens gebruikt (blijven) worden als landbouw en/of industriegebied;

•

vanuit het oogpunt van kostprijs. 910

Wind op land kost volgens het adviesrapport van ECN circa 6,4 tot 7,5 ct./kWh, terwijl bijvoorbeeld PV zonne-energie 12,5 ct./kWh kost. Deze ‘kosten’ zijn gebaseerd op het advies voor de basisbedragen en geven een indicatie van de benodigde financiën per energie opwekmethode. Bron: Lensink, S.M. et al (2016) Basisbedragen in de SDE+ 2017 – Eindadvies, rapportnummer: ECN-E-16-040, Petten. 10 In opdracht van het ministerie van Economische Zaken hebben CE Delft en ECN recentelijk onderzoek gedaan naar de kosten en maatschappelijke effecten van zon-PV en windenergie op land. Het onderzoek wijst uit dat windenergie op land niet alleen goedkoper is van nu tot 2023, maar ook naar verwachting tot 2030. Bron: Geert Warringa et al, MKEA zon-PV en wind op land – vergelijking kosten en maatschappelijke effecten, publicatienummer: 16.7J46.125, Delft, december 2016 9

719081 | Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

11

Kader 2.1 Vergelijking wind- en zonne-energie Een huishouden gebruikt gemiddeld 3.500 kWh/jaar aan elektriciteit. Om deze stroom volledig zelf op te wekken met zonne-energie op eigen dak is een installatie nodig van ongeveer 4 kWp*. Dit zijn ongeveer 14-16 panelen, met een oppervlak van ongeveer 25 m2. Een windturbine van 3 MW levert per jaar ongeveer 7.500 tot 9.600 MWh/jaar aan elektriciteit op (afhankelijk of het om een landinwaartse of kustlocatie gaat). Met één zo’n windturbine kan voor zo’n 2.100 tot 2.750 huishoudens elektriciteit worden opgewekt. Wil je voor 2.100 tot 2.750 huishoudens (gelijk aan één windturbine) elektriciteit opwekken met zonnepanelen dan heb je een (dak)oppervlak nodig van 57.700 tot 68.750 m2. Dit komt overeen met het oppervlak van 7,5 à 10 voetbalvelden**. Op een gunstige locatie, met een goed georiënteerd zonnepark, kan 1 MW opgesteld vermogen aan zonne-energie circa 875 MWh per jaar opwekken. 1 MW opgesteld vermogen windenergie wekt 3 tot 4 maal meer elektriciteit op. De afgelopen jaren is zonne-energie veel goedkoper geworden. Zonne-energie is echter nog wel duurder dan windenergie. Gemiddeld is de onrendabele top (wat opgevuld wordt met de SDE+ subsidie) bij zon op dit moment 2 tot bijna 3 keer zo groot als bij wind.*** * ** ***

kilowattpiek = is de eenheid om het elektrisch vermogen van zonnepanelen aan te geven. 1.000 kWp = 1 MWp Uitgaande van dat één voetbalveld circa 7.000 m2 is Rekenvoorbeeld uit de praktijk van afgelopen jaren: Basisbedrag SDE wind = 7,5 cent/kWh, basisbedrag zon = 12,5 cent/kWh. Subsidie = basisbedrag – stroomprijs (bijvoorbeeld 4 cent/kWh). Subsidie wind is 7,5 – 4 = 3,5 cent/kWh. Subsidie zon is 12,5 cent/kWh – 4 = 8,5 cent/kWh. Zon is daarmee 8,5/3,5 = 2,4 keer duurder.

Nationaal Klimaatakkoord Om de doelen te halen die in het Klimaatakkoord van Parijs zijn afgesproken werkt Nederland aan een nationaal Klimaatakkoord. In het Klimaatakkoord, onder regie van het kabinet, maken bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden concrete afspraken over de maatregelen waarmee de CO2-uitstoot in Nederland gehalveerd kan worden. Verschillende sectoren denken mee over concrete plannen. De vijf sectortafels zijn: gebouwde omgeving, industrie, landbouw en landgebruik, mobiliteit en elektriciteit. Op 10 juli 2018 is het 'voorstellen voor hoofdlijnen' document gepresenteerd. In december 2018 is het ontwerp van het Klimaatakkoord gepresenteerd. Het centrale doel is het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met ten minste 49% ten opzichte van 1990. Binnen de sectortafel 'elektriciteit' is een belangrijk doel het vergroten van de productie van hernieuwbare energie. De productie van hernieuwbare energie moet vervijfvoudigen. In 2030 dient 70% van de elektriciteit uit duurzame bronnen afkomstig te zijn. De productie op zee moet worden uitgebreid, maar ook de productie zon en wind op land. In de hoofdlijnen staat als doel beschreven dat in 2030 via windenergie en zonne-energie 35 TWh (Terawattuur) op land wordt gerealiseerd.

Tevens wordt benadrukt dat de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk benut moet worden door meervoudig ruimtegebruik. Vraag en aanbod dienen zoveel mogelijk bij elkaar gebracht te worden. Ten slotte is gesteld dat het belangrijk is om te zoeken naar

Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek | 719081 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

12

functiecombinaties en aan te sluiten bij specifieke kwaliteiten van het gebied. Het klimaatakkoord is in 2019 door het kabinet aan de Tweede Kamer voorgelegd. Klimaatwet In de Klimaatwet zijn de Nederlandse klimaatdoelstellingen wettelijk vastgelegd. Op 27 juni 2018 presenteerden zeven fracties de Klimaatwet aan de Tweede Kamer. De Klimaatwet is op 1 september 2019 in werking getreden. In de Klimaatwet staan drie doelen: •

een vermindering van 49% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2030;

•

een vermindering van 95% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2050;

• 100% broeikasgas-neutrale elektriciteit in 2050 Elke vijf jaar komt er een klimaatplan waarin het klimaatbeleid wordt vastgesteld. Dit klimaatplan past in de systematiek van de Integrale Nationale Energie-en Klimaatplannen die voor de EU moeten worden opgesteld en het klimaatakkoord van Parijs. Het eerste klimaatplan is tussen 24 augustus en 4 oktober 2019 voor reacties ter inzage gelegd. Artikel 7 schrijft voor dat jaarlijks op de vierde donderdag van oktober de Minister van Economische Zaken en Klimaat een klimaatnota aan de beide kamers der Staten-Generaal stuurt. De klimaatnota reflecteert op de voortgang van het klimaatbeleid ten opzichte van het klimaatplan. Het eerste klimaatplan wordt eind 2019 vastgesteld. Er is dus de derde donderdag van oktober 2019 nog geen klimaatplan, althans geen voortgang, om op te reflecteren in de klimaatnota. De eerste klimaatnota wordt daarom uitgebracht in 2020.

Provinciaal beleid Omgevingsplan Provincie Zeeland 2018 De ambitie van de provincie Zeeland voor de opwekking van duurzame energie wind, zon en water in het Omgevingsplan 2018 11 is om in de eigen elektriciteitsbehoefte van Zeeland te kunnen voorzien en een evenredige bijdrage te leveren aan de landelijke doelstellingen. De provincie Zeeland heeft de ambitie in haar Omgevingsplan om een evenredige bijdrage te leveren aan de landelijke opgave van 35 TWh voor wind en zon welke volgt uit het Klimaatakkoord. Dit leidt tot een doelstelling van 35 TWh/12 dus ongeveer 3 TWh. De provincie wil dit realiseren door haar opgave van 570,5 MW wind voor 2020 te verhogen naar 700 MW windenergie (7 PJ) en 1000 MW zonenergie (3,5 PJ) in 2030. De turbines in dit principeverzoek dragen bij aan de doelstelling voor 2030. De provincie stelt voor het behalen van zijn ambities op hoofdlijnen de kader stellende beleidsruimte voor wind, zon en waterprojecten, maar laten maatwerk over aan de gemeenten. Vormen van duurzame energie mogen niet ten koste van externe veiligheid. Draagvlak bij omwonenden en participatie van de omgeving staan ook voor ons bij die projectontwikkeling voorop.

Geconsolideerde versie 21-09-2018 Te raadplegen via: https://www.ruimtelijkeplannen.nl met planidentificatie NL.IMRO.9929.SVOmgPlan2018-VA02 11

719081 | Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

13

Figuur 2.1 Uitsnede Omgevingsplan Provincie Zeeland 2018 (geconsolideerd) - Kaart 7: Duurzame en hernieuwbare vormen van energie

Concentratiegebied Kanaalzone

Voor windenergie voert de provincie een beleid dat zich kenmerk door concentratie van de windturbines binnen een aantal aangewezen concentratielocaties. Deze bevinden zich op of bij grootschalige industrie terreinen en op en bij grootschalige infrastructurele werken. De concentratielocaties voor windturbines zijn in Figuur 2.1 aangegeven. De Kanaalzone met daarin de locaties van de twee beoogde turbines is een van die concentratielocaties. Hiermee wordt ruimte geboden om de realisatie van de duurzame energie ambitie mogelijk te maken. De lijst met aangewezen locaties is vanuit initiatieven in het verleden tot stand gekomen maar er zijn meer mogelijkheden zonder de concentratiegedachte geweld aan te doen. Daarom wordt ruimte geboden voor enkele extra projecten wanneer deze aansluiting zoeken bij grote

Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek | 719081 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

14

infrastructuurlijnen als bijvoorbeeld waterkeringen langs de grote wateren. Dit beleid heeft geen betrekking op windturbines tot een maximale tiphoogte van 20 meter. Dergelijke turbines zijn primair een zaak van de gemeenten. De provincie Zeeland heeft in het Omgevingsplan de Oosterscheldekering, Sloegebied, Kreekraksluizen/Schelde Rijnkanaal, Krammersluizen en Kanaalzone als concentratiegebieden aangewezen. Het plangebied valt onder de Kanaalzone. Het plaatsen van windturbines in de Kanaalzone is overeenkomstig provinciaal beleid. Provinciale Omgevingsverordening 2018 De provinciale Omgevingsverordening 12 bepaalt in artikel 2.8 het volgende ten aanzien van windenergie: Artikel 2.8 Windenergie 1. In een bestemmingsplan worden nieuwe windturbines, met een hogere tiphoogte dan 20 meter, toegelaten binnen de in bijlage 4 globaal aangegeven windenergie concentratielocaties. De toelichting bij een bestemmingsplan waarin windturbines overeenkomstig de eerste volzin worden toegelaten bevat een gebiedsafbakening waarbij, ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, op kaart wordt aangegeven wat de begrenzing is van de windenergie concentratielocatie. 2. Buiten de in bijlage 4 globaal aangegeven windenergie concentratielocaties wordt in een

3.

4.

bestemmingsplan de vervanging van een, op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, bestaande windturbine met een hogere tiphoogte dan 20 meter, door een turbine met een hogere tiphoogte dan de bestaande, niet toegelaten. In afwijking van het eerste lid kunnen nieuwe windturbines geconcentreerd worden toegelaten op gronden die zijn gelegen buiten de in bijlage 4 aangegeven windenergie concentratielocaties indien: a. er sprake is van een ligging langs een grootschalige infrastructuurlijn of b. er sprake is van een ligging op of aangrenzend aan een grootschalig bedrijventerrein. In de toelichting bij het bestemmingsplan waarin nieuwe windturbines op concentratielocaties worden toegelaten buiten de in bijlage 4 aangegeven windenergie concentratielocaties wordt aannemelijk gemaakt dat omgevingskwaliteiten zich niet tegen de nieuwe concentratielocatie verzetten en de windturbines zijn gesitueerd in een cluster of een lijnopstelling van ten minste 3 windturbines.

Onderliggend plan wordt gerealiseerd binnen een windenenergie concentratiegebied waardoor wordt voldaan aan artikel 2.8 lid 1. Toetsing aan lid 2 en 3 is daarmee ook niet meer aan de orde. Het plan past binnen de provinciale verordening.

Vastgesteld op 21-09-2018. Geraadpleegd via www.ruimtelijkeplannen.nl planidentificatie NL.IMRO.9929.OVOmgVer2018-VA01

12

719081 | Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

15

Gemeentelijk beleid Activiteitenprogramma Klimaat en Duurzaamheid De gemeente Terneuzen heeft in 2017 het Activiteitenprogramma Klimaat en Duurzaamheid opgesteld 13. Dit Activiteitenprogramma geeft invulling aan de gemeentelijke ambities op het gebied van klimaat, energie en duurzaamheid. De gemeente Terneuzen heeft als doelstelling om energieneutraal te zijn in 2045, voor wat betreft particuliere woningen en gemeentelijk organisatie. Bovendien geeft de gemeente aan dat er meer duurzame energie op gemeentelijk grondgebied moet worden opgewekt. Eén van de actiepunten van het Activiteitenprogramma is een verkenning naar de mogelijkheden voor windenergie in de gemeente Terneuzen. Verkenning windenergie en zonne-energie Kanaalzone Terneuzen Tussen september 2016 en december 2018 is, in opdracht van Eneco en Zeeuwind, een verkenning uitgevoerd naar de randvoorwaarden en mogelijkheden voor duurzame energieopwekking in de Zeeuws-Vlaamse Kanaalzone van de gemeente Terneuzen 14. Bij deze verkenning “van onderop” zijn veel gesprekken gevoerd met de bewoners in het gebied en hun vertegenwoordigers en met de bedrijven. Veel bewoners van de Kanaalzone geven aan dat zij al een bovenmatige milieubelasting hebben en het voldoen aan wettelijke eisen voor hen onvoldoende zekerheid biedt voor de bescherming van de kwaliteit van de omgeving, de gezondheid en de leefbaarheid.

Ook diverse bedrijven hebben aandacht gevraagd voor effecten voor hun bedrijf. Er is voor het deelgebied Axelse Vlakte per bedrijventerrein en grondeigenaar onderzocht welke mogelijkheden er zijn voor windturbines. Na onderzoek en overleg met de omgeving blijken er twee locaties haalbaar zijn, op voldoende afstand van de glastuinbouw: op het terrein van Loonbedrijf Westdorpe en van Innovarec. Structuurvisie Terneuzen 2025 In de structuurvisie Terneuzen 15 wordt op hoofdlijnen vastgelegd waar de gemeente Terneuzen op maatschappelijk, economisch en ruimtelijk gebied zou moeten staan in 2025. De structuurvisie geeft richting aan de gewenste ruimtelijke inrichting van een gebied waardoor voor een ieder in algemene zin duidelijk is of bepaalde initiatieven daarbinnen passen. Voor het gemeentebestuur is de structuurvisie een belangrijk kader voor de afweging van concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet daartoe van uitvoeringsinstrumenten. De Structuurvisie meldt ten aanzien van het onderwerp klimaat en energie dat in Terneuzen al duurzame energie wordt opgewekt. Het opwekken van duurzame energie wordt verder gestimuleerd, zowel door te blijven zoeken naar koppelingsmogelijkheden met het aanbod van restwarmte bij industriële bedrijven, maar ook door de plaatsing van zonnepanelen

13 “Activiteitenprogramma Klimaat en Duurzaamheid, Gemeente Terneuzen”, 20 april 2017, geraadpleegd via: https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Actueel/Terneuzen/CVDR460394.html 14 “Verkenning windenergie en zonne-energie Kanaalzone Terneuzen”, Eindrapport, 21 februari 2019, Fon ten Thij 15 Vastgesteld op 16-12-2010. Geraadpleegd via www.ruimtelijkeplannen.nl planidentificatie NL.IMRO.0715.SVTerneuzen2010-VG99

Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek | 719081 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

16

of kleine windturbines mogelijk te maken. Nieuwe grootschalige windmolenparken zijn niet gewenst, omdat de gemeente van mening is dat daardoor de balans tussen wonen en werken wordt verstoord. Het voorgaande laat onverlet dat de bouw van windturbines gerelateerd aan (duurzame) ontwikkelingen op bedrijventerreinen binnen de gemeente mogelijk moet worden gemaakt. De structuurvisie staat om die reden realisatie van windenergieprojecten niet in de weg. Figuur 2.2 Illustratie Structuurvisie Terneuzen 2025 (rood omcirkeld wordt globaal de locaties voor de twee windturbines weergegeven in ‘bestaand werkgebied’)

719081 | Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

17

HUIDIGE SITUATIE Functionele structuur Plangebied Het plangebied bestaat uit twee verschillende locaties: de locatie Innovarec en de locatie Eneco/Zeeuwind, beiden gelegen op het industrieterrein Axelse Vlakte. De Axelse vlakte bevindt zich ten oosten van Sluiskil en ten zuiden van Zijkanaal C. Innovarec heeft een recycling (Innovarec) en slibdepot in eigendom. Het zusterbedrijf Innovarec gebruikt de gronden van Innovarec op deze locatie voor de volgende activiteiten:

•

hout (A/B) inzameling en verwerking tot houtsnipper-pellets;

•

puin inzameling en verwerking tot granulaten o.a. voor beton;

•

bouw en sloop inzameling en verwerking tot monostromen;

•

bedrijfsafval inzameling en verwerking;

•

slib- en kolkenzand reiniging inzameling en verwerking tot monostromen zand e.a.;

•

grondbankfunctie;

•

betonfabriek om uit recyclingmaterialen van bovenstaande processen betonproducten te maken.

De Eneco/Zeeuwind-turbine bevindt zich op het terrein van loonbedrijf Westdorpe. Ter plaatse staan beperkt kleinschalige opstallen en de gronden zijn vooral agrarisch in gebruik. Bedrijven in de omgeving Direct ten westen van Innovarec ligt de Autrichehaven, onderdeel van de Haven van Terneuzen en daarmee van North Sea Port. De locatie Innovarec zelf behoort tevens tot het gebied van North Sea Port. Een groot deel (circa 70 hectare) van deze haven wordt nog ontwikkeld. Recent is het kadegebonden deel van deze haven ontwikkeld door Vlaeynatie, dat direct grenst aan het westelijk deel van het terrein van Innovarec. Hier is onder andere de Zeeland Sugar Terminal gevestigd. Dit is een opslagsilo van 68 meter hoog, waar op- en overslag van suiker plaatsvindt. Voor de overige aangrenzende percelen rondom het plangebied is momenteel nog geen invulling gegeven. Direct ten Oosten van de locatie is het transportbedrijven Swagemakers en Geerlings gelegen. Ten oosten van beide windturbinelocaties, op een kleinste afstand van circa 500 meter liggen een aantal kassencomplexen waaronder: •

4Evergreen Terneuzen. Hier staan kassen waar paprika’s worden geproduceerd.

•

Adrichem Kwekerijen, waar tomaten worden gefabriceerd in kassen.

Ten noorden van het industrieterrein Axelse Vlakte, op het industrieterrein Sluiskil-oost, staan onder andere bedrijven waar bouwmaterialen als beton, cement en roestvrij staal wordt geproduceerd.

Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek | 719081 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

18

Wegen en andere infrastructuur Ten oosten en westen wordt het plangebied geflankeerd door de provinciale wegen N252 en N62. Deze wegen lopen parallel aan elkaar van Terneuzen tot aan Gent. Tussen beide locaties voor windturbines in ligt een spoorlijn die wordt gebruikt voor goederentransport voor de lokale industrieën. Verder zijn er in de omgeving enkele (hoofd)vaarwegen aanwezig. Belangrijkste is kanaal Gent-Terneuzen ten oosten van het plangebied. Ten noorden en zuiden van het terrein liggen respectievelijk Zijkanaal C en de Autrichehaven, beide aftakkingen van kanaal GentTerneuzen. Verder loopt er nog een hoogspanningskabel ten zuiden van het plangebied en gaat onder het Gent-Terneuzen kanaal door. Er zijn een aantal buisleidingen aanwezig in de omgeving van het plangebied (zie Figuur 3.1). Figuur 3.1 Infrastructuur

Bron: Pondera Consult

Woningen Het plangebied ligt op en tegen een (zwaar)industrieterrein. Er zijn in de directe omgeving geen woningen aanwezig. De dichtstbijzijnde woningen liggen op ruim 1 kilometer ten westen van beide locaties, aan de overzijde van kanaal Gent-Terneuzen, en op circa 1 kilometer ten oosten van de locatie Eneco/Zeeuwind. De dichtstbijzijnde woonkern Sluiskil ligt op ruim 1 kilometer afstand ten westen van het plangebied (zie Figuur 3.2).

719081 | Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

19

Figuur 3.2 Leefomgeving: woningen en andere gevoelige objecten

Bron: Pondera Consult

Natuurgebieden In de omgeving van het plangebied zijn enkele beschermde natuurgebieden aanwezig (zie Figuur 3.3). Zo liggen er ten zuiden en ten oosten van het plangebied enkele gebieden behorende tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN), op respectievelijk 0,5 en ruim 1,5 kilometer. Daarnaast ligt er nog een ganzenrustgebied op 1,7 kilometer ten oosten van het plangebied. Er liggen geen Natura 2000-gebieden in de nabijheid van het plangebied.

Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek | 719081 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

20

Figuur 3.3 Natuurgebieden

Bron: Pondera Consult

Bestaande windparken In de provincie Zeeland zijn er op dit moment 240 windturbines gerealiseerd met een totaal opgesteld vermogen van 515 MW. 16 In de nabijheid van het plangebied ligt het windpark Koegorspolder ten zuiden van Terneuzen (zie Figuur 3.4). Dit windpark bestaat uit 22 Vestas V80 2MW - windturbines met een ashoogte van 78 meter. De dichtstbijzijnde windturbine is gelegen op een afstand van circa 360 meter van de geplande windturbine op de locatie Eneco/Zeeuwind.

16

Bron: Provincie Zeeland en Windstats.nl d.d. 26-09-2019

719081 | Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

21

Figuur 3.4 Omliggende windturbines

Bron: Pondera Consult

Landschappelijke structuur 17 Het landschap in de gemeente Terneuzen is grofweg te verdelen in vier types. Het eerste type is het open polderlandschap in de jongere polders. In deze jonge polders is de verkaveling grootschaliger en rechthoekiger. Het tweede type is het beslotener polderlandschap in de oudere polders met een rondere vorm en een kleinschaliger verkaveling. Het derde type bevindt zich op de zandgronden in het zuidelijke deel van de gemeente Terneuzen. Hier is sprake van een coulissenlandschap dat zich kenmerkt door de begroeide dijken met veel vegetatie aan de randen van wegen en wateren. Het coulissenlandschap biedt veel afwisseling met doorkijken met een verschillend karakter (bijvoorbeeld doorkijk naar open ruimte, bebouwing, boom of watertje). Ten slotte vormt het havenlandschap een zeer kenmerkend landschapstype in Terneuzen. De basisindustrie legt de nadruk op overwegend grootschalige ingrepen in het landschap die gelieerd zijn aan de grootschalige infrastructuur (kanaal) en niet aan het onderliggende landschapspatroon. Het plangebied maakt deel uit van dit havenlandschap. De afleesbaarheid van het landschap wordt verder beïnvloed door de aanwezigheid van grootschalige landschapselementen. Het Kanaal van Gent naar Terneuzen is door zijn hoogteligging een zichtbare doorsnijding van het landschap.

Rondom het kanaal zorgen enkele hogere bebouwingselementen, zoals de industriële bebouwing en het windpark Koegorspolder voor een verdere versterking van het beeld.

17

Bron: “Structuurvisie 2015 gemeente Terneuzen”, 16 december 2010

Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek | 719081 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

22

PLANBESCHRIJVING Beschrijving van het plan De windturbines Het plan bestaat uit de realisatie en exploitatie van twee windturbines. Het te plaatsen turbinetype is nog niet gekozen, ook de exacte afmetingen zijn nog niet bekend waardoor een bandbreedte qua afmetingen wordt aangevraagd met de omgevingsvergunning. Er is heel specifiek gekeken welke bandbreedte in afmetingen nodig is om voor wat betreft geluidbeperking, productie, het lokale windregime en parkeffecten de noodzakelijke keuzevrijheid te hebben in standaard beschikbare windturbinetypes. Op grond van deze analyse wordt uitgegaan van windturbines met een maximale ashoogte van 124,5 meter en een maximale rotordiameter van 150,0 meter. De tiphoogte is daarmee maximaal 199,5 meter (minimaal 180 meter). Enkele voorbeelden van zeer geschikte turbinetypes welke door deze bandbreedte nog mogelijk zijn: •

Enercon E147 met een rotordiameter van 147 meter en standaard beschikbare masthoogte 126 meter (=> tiphoogte 199,5 meter);

•

Nordex N149 met een rotordiameter van 149 meter en standaard beschikbare masthoogte 125 meter (=> tiphoogte 199,5 meter);

•

Vestas V150 met een rotordiameter van 150 meter en standaard beschikbare masthoogte 120 meter (=> tiphoogte 195,0 meter).

Het vermogen van de windturbines ligt naar verwachting ergens rond de 4MW per windturbine. Het opgesteld vermogen is overigens verder niet ruimtelijk relevant. Het is natuurlijk wel zo dat een groter het opgesteld vermogen een positief effect heeft op de provinciale ambitie om in 2030 in totaal 700 MW aan windenergie te hebben gerealiseerd.

719081 | Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

23

Figuur 4.1 Positionering windturbines in plangebied

Eneco/Zeeuwind

Innovarec

Bron: Pondera Consult

In Tabel 4.1 zijn de coördinaten weergegeven van de beoogde posities van de windturbine. Tabel 4.1 Coördinaten windturbine in Rijksdriehoekstel Windturbine

X-coördinaat

Y-coördinaat

Innovarec

47523

364668

Eneco/Zeeuwind

47773

365385

Figuur 4.2 is ter illustratie van de maximale afmetingen.

Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek | 719081 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

24

Figuur 4.2 Illustratie windturbine afmetingen en begrippen

199,5 meter

124,5

Kraanopstelplaats en ontsluiting Het plan omvat naast de te plaatsen windturbine ook de bij de windturbine behorende voorzieningen zoals een kraanopstelplaats en toegangsweg voor bouw en onderhoud. De kraan wordt gebruikt tijdens de bouw, maar moet ook voor onderhoud aan de windturbine tijdens de exploitatiefase bij de windturbine kunnen komen. De locatie van de windturbine dient voldoende bereikbaar te zijn voor de bouw en voor onderhoud en daarmee dient ook de aanvoerroute van materialen voldoende breed te zijn (doorgaans circa 4-5 meter, uitgezonderd bochten en kruisingen met andere wegen). Er zal gebruik worden gemaakt van de bestaande en nog voor het bedrijf aan te leggen verhardingen op het terrein van Innovarec. Op de locatie Eneco/Zeeuwind dient ontsluiting en kraanopstelplaats te worden aangelegd. Hierbij wordt zorg gedragen dat de verharding geschikt is om de gronddruk van de kraan te dragen. De realisatie van één ontsluitingsweg per windturbine, als ook één opstelplaats per windturbine maakt onderdeel uit van het plan en onderliggende de ruimtelijke procedure. Nadat de windturbines in exploitatie zijn genomen, kunnen er activiteiten onder en in de nabijheid van de windturbine plaatsvinden, zoals het transport en opslag van componenten op de locatie Innovarec en agrarisch gebruik op de locatie Eneco/Zeeuwind. De windturbines

719081 | Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

25

worden voor zover noodzakelijk op het bedrijfsterrein tegen aanrijden beveiligd door middel van een omheining. Elektriciteitslevering De elektriciteit zal zoveel mogelijk door lokale bedrijven worden gebruikt. Innovarec is voornemens de elektriciteit veelal zelf te gebruiken, onder andere voor het vervoer (bijvoorbeeld door waterstofgas te produceren en op te slaan). Daarnaast is overleg met lokale tuinders voor afname. De elektriciteit die niet lokaal wordt gebruikt wordt via het elektriciteitsnetwerk terug geleverd. De exacte ligging van de kabels en aansluiting op het openbaar net dient nog bepaald te worden in overleg met de netbeheerder. De aanleg van parkbekabeling en aansluitpunten heeft echter geen relevante ruimtelijke impact (vanwege geen hoogspanning, en dus geen beschermende zone) waardoor de aanleg van kabels en leidingen verder niet specifiek in de planologische procedure hoeven te worden opgenomen. In de windturbines worden faciliteiten geplaatst voor de eerste transformatie (naar 10/33 kV). Er wordt in principe aangesloten op het reguliere openbaar net. Verhardingen Voor de windturbine wordt rekening gehouden met het grondgebruik van een cirkel met een diameter van maximaal 26 meter voor de windturbine inclusief fundering (circa 530 m2 per windturbine).

Voor de kraanopstelplaats en (permanente) ontsluiting van de windturbine voor onderhoud wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande verhardingen. Ter plaatse van de fundering is multifunctioneel ruimtegebruik mogelijk, bij realisatie van de fundering onder maaiveldniveau en afgedekt met een stevige en passende toplaag. Obstakelverlichting Voor windturbines met een hoogte van 150 meter of meer (tiphoogte) ten opzichte van het maaiveld op deze locatie geldt dat de windturbines op basis van de opgave van de ‘Inspectie Leefomgeving en Transport’ (IL&T) voorzien dienen te worden van obstakelverlichting 18. De windturbines hebben een tiphoogte hoger dan 150 meter en dient dus van obstakelverlichting voorzien te worden. Voor de windturbines wordt voor de aanvang van de bouw een verlichtingsvoorstel uitgewerkt. Een voorstel voor het aanbrengen van markering en obstakellichten op windturbines en windparken dient voorafgaand aan de realisatie van het windpark ter instemming te worden voorgelegd aan de Inspectie Leefomgeving en Transport. Om de effecten van de obstakelverlichting zoveel mogelijk te beperken zullen zoveel mogelijk maatregelen worden getroffen voor zover deze worden toegelaten door de IL&T de mogelijke kosten van een maatregel.

Gedacht kan worden aan dimbare lichten, maar tevens wordt er op dit moment door Eneco/Zeeuwind onderzoek gedaan naar het toepassen van radar gestuurde detectie, waardoor de lichten pas aan gaan zodra er vliegtuigen of helikopters in de buurt van de turbines komen.

18 "Aanduiding van windturbines en windparken op het Nederlandse vasteland - in relatie tot luchtvaartveiligheid", Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Informatieblad, versie 1.0, 30 september 2016. Geraadpleegd van: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2016/11/15/aanduiding-vanwindturbines-en-windparken-op-het-nederlandse-vasteland

Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek | 719081 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

26

Kader 4.1 Toepassing obstakel- of markeringsverlichting

Landschappelijk beeld De maat en schaal van moderne windturbines zijn zodanig groot dat feitelijk niet gesproken kan worden van een landschappelijke inpassing, maar eerder van een landschappelijk beeld of ruimtelijk beeld vanwege de ligging nabij bestaand stedelijk gebied. Het landschappelijk beeld van het plan is met gebruik van visualisaties in beeld gebracht. Afhankelijk van de kenmerken van de locatie waar een initiatief voor windenergie plaatsvindt en de kenmerken van de (ruime) omgeving van die locatie worden verschillende criteria gehanteerd om een windpark te kunnen beoordelen op zijn landschappelijke/ruimtelijke effecten. In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de kenmerken van onderhavige locatie, in paragraaf 3.2 is de historische en landschappelijke structuur van het plangebied al beschreven. Het plangebied maakt deel uit van het havenlandschap, met als kenmerken de grootschalige ingrepen in het landschap die gelieerd zijn aan de grootschalige infrastructuur (kanaal) en niet aan het onderliggende landschapspatroon. De twee turbines passen goed in dit havenlandschap, naast de reeds aanwezige grootschalige infrastructuur en hoge industriële gebouwen en bouwwerken zoals havenkranen en de reeds aanwezige windturbines ten noorden van het plangebied.

De onderstaande visualisaties geven dit goed weer, en laten tevens zien dat de visuele impact vanaf de woonkern Sluiskil gezien de afstand naar de turbines en de aard van de omgeving relatief beperkt zijn.

719081 | Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

27

Figuur 4.3: Overzicht nummering van de fotopunten

Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek | 719081 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

28

Figuur 4.4: Visualisatie vanaf fotopunt 1

Figuur 4.5 Visualisatie vanaf fotopunt 2

719081 | Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

29

Figuur 4.6 Visualisatie vanaf fotopunt 3

Windturbines Axelse Vlakte Projectplan bij principeverzoek | 719081 30 januari 2020 | Definitief

Pondera Consult

30

ONDERZOEK Geluid Toetsingskader Windturbines produceren geluid als de rotoren draaien. Dit geluid is voornamelijk aerodynamisch geluid afkomstig van de bladen die door de wind 'zoeven'. Windturbines produceren daarnaast ook mechanisch geluid, dit is afkomstig uit het overbrengen van de energie vanuit de wieken naar de generator en uit de generator zelf. Het mechanische geluid is meestal vele malen lager dan het aerodynamische geluid. Het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (kortweg: het Activiteitenbesluit milieubeheer) 19 is het kader voor de toetsing van geluid van windturbines. In het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt voor de normstelling van geluid getoetst aan de waarden Lden = 47 dB en Lnight = 41 dB. Deze norm geldt voor geluidgevoelige objecten, waaronder woningen van derden en kwetsbare locaties zoals scholen en ziekenhuizen worden verstaan. De Lden (Engels: ‘Level day-evening-night’) is een maat om de (gemiddelde) geluidbelasting door omgevingslawaai uit te drukken. Hierbij wordt de geluidbelasting die optreedt gedurende de nacht en de avond zwaarder meegewogen dan geluid overdag. In het algemeen kan gesteld worden dat wanneer aan de norm van Lden = 47 dB kan worden voldaan, ook wordt voldaan aan de norm van Lnight = 41 dB.

Cumulatie met nabij gelegen windturbines Cumulatie van verschillende windturbines kan leiden tot een hogere geluidsbelasting op de gevel van gevoelige gebouwen of op de grens van gevoelige terreinen dan wenselijk wordt geacht. Als er sprake is van cumulatie van geluid als gevolg van een andere windturbine of een combinatie van windturbines dan kan volgens artikel 3.14a lid 2 het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift normen met een lagere waarde vaststellen ten aanzien een van de windturbines of een combinatie van windturbines. De geluidsbelasting van bestaande windturbines waarvoor voor 1 januari 2011 een vergunning in werking en onherroepelijk was of een melding was gedaan, wordt hierbij niet meegerekend (artikel 3.14a lid 5 Activiteitenbesluit). Cumulatie met alle geluidbronnen Cumulatie met andere bronnen wordt beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines (Activiteitenregeling milieubeheer 20 Bijlage 4). In het geval van dit project zijn dat industriegeluid, wegverkeersgeluid, spoorwegverkeersgeluid en scheepvaartgeluid. De methode berekent de gecumuleerde geluidbelasting rekening houdend met de verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidbronnen. Er zijn geen normen voor de cumulatie van geluid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10256759/1