Stec Groep 20 014 Herijking regionale Woonvisie - werkdocument 14-1
Tekst van het document
Concreet willen we per gemeente, aansluitend op het Rijksbeleid: • Woonwagenbewoners in staat te stellen in familieverband op een woonwagenlocatie te wonen; • De behoefte aan standplaatsen helder in beeld houden; • Toegelaten Instellingen laten voorzien in huisvesting van woonwagenbewoners voor zover deze tot de doelgroep behoren; • In overleg te treden met woonwagenbewoners om hun woningbehoefte in kaart te brengen; • Een woningzoekende woonwagenbewoner met banden met de gemeente, binnen een redelijke termijn kans te bieden op een standplaats.
Regionale Woonvisie Zeeuws-Vlaanderen [werkdocument]
22
3.5 Vitaliteit en leefbaarheid in de kernen op peil houden De hiervoor beschreven ambities dragen ieder vanuit hun eigen invalshoek al bij aan de vitaliteit en leefbaarheid in de kernen. We vinden dit echter een belangrijk thema waar we extra aandacht aan willen besteden, juist omdat de leefbaarheid mede als gevolg van de demografische transitie op sommige plaatsen onder druk komt te staan. Belangrijkste opgaven ten aanzien vitaliteit en leefbaarheid in de kernen Samengevat zien de belangrijkste opgaven ten aanzien van de leefbaarheid in de kernen er als volgt uit: • Het voorzieningenniveau en de leefbaarheid in kernen hangen nauw met elkaar samen en in kleine kernen kan dit een negatieve spiraal tot gevolg hebben. Door ontgroening en daling van het aantal huishoudens daalt het draagvlak voor voorzieningen. Als gevolg hiervan verdwijnen er voorzieningen en gaat de woonaantrekkelijkheid van de kern voor een deel van de doelgroepen verder achteruit. • Zoals eerder geconstateerd wordt vooral in een aantal kernen in Sluis een substantieel deel van de woningvoorraad gebruikt als tweede woning of ingezet voor recreatieve verhuur. Dit versterkt de vaak toch al aanwezige leefbaarheidsrisico’s. • De transitie van winkels en andere bedrijfspanden naar wonen kan een kans zijn wanneer er sprake is van langdurige leegstand.
Tegelijkertijd kan het ook leiden tot verdere achteruitgang van het voorzieningenniveau, doordat (ruimte voor) bedrijvigheid permanent verdwijnt. Dit vraagt om het maken van slimme keuzes over wat uiteindelijk het meeste bijdraagt aan structuurversterking. We willen de vitaliteit en leefbaarheid op peil houden De leefbaarheid staat op diverse plekken door een samenloop van de hiervoor beschreven omstandigheden onder druk. Dit vraagt om actie. We willen de vitaliteit en leefbaarheid op peilhouden. Daarom zetten we in Zeeuws-Vlaanderen in op een aantal acties, die we lokaal concreet uitwerken in het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 4): • Actualiseren en concretiseren kernenvisies. • Kiezen voor inbreiding boven uitbreiding in de kernen; • Opstellen van beleid voor tweede woningbezit en recreatieve verhuur in Sluis; • Integrale afweging bij transformatiemogelijkheden; We lichten ze hierna beknopt toe. Actualiseren en concretiseren kernenvisies De demografische transitie, vergrijzing en ontgroening is in de kleine kernen soms al goed merkbaar. Het voorzieningenniveau staat onder druk of is inmiddels al gedaald. Deze trends zijn niet altijd tegen te gaan, maar we kunnen ons wel maximaal inspannen om de leefbaarheid desondanks op peil te houden en slimme keuzes te maken.
We denken na over initiatieven om de leefbaarheid te bevorderen en te behouden, zoals bijvoorbeeld brede scholen, waarbij de basisschool wordt gecombineerd met nog een aantal andere voorzieningen of een multifunctionele accommodatie, zoals een dorpshuis met nog andere voorzieningen. Ook kijken we in hoeverre bijvoorbeeld vervangende nieuwbouw kan bijdragen aan het op peil houden van de leefbaarheid, ook wanneer nieuwbouw voor groei niet meer aan de orde is. We doen dit samen met dorpsraden en verwerken de koers concreet in actuele kernenvisies. Kiezen voor inbreiding boven uitbreiding in de kernen Nieuwbouw voor groei is in kleinere kernen vaak niet meer aan de orde, maar sloop-nieuwbouw kan nog wel gewenst zijn om de voorraad een kwaliteitsimpuls te geven en de leefbaarheid op peil te houden. Daar waar we overgaan tot nieuwbouw in de kernen kiezen we voor inbreiding boven uitbreiding. Door te kiezen voor structuurversterkende locaties behouden we de vitaliteit en sociale cohesie binnen de kernen en blijven de aanwezige voorzieningen voor iedereen op loop- of fietsafstand.
Regionale Woonvisie Zeeuws-Vlaanderen [werkdocument]
23
Opstellen van beleid voor tweede woningbezit en recreatieve verhuur in Sluis Een hoog aandeel tweede woningbezit en recreatieve verhuur in kernen vormt een bedreiging voor de leefbaarheid: de sociale cohesie en sociale controle dalen en het draagvlak voor dagelijkse voorzieningen neemt af. We zetten daarom zoals in paragraaf 3.2 beschreven in op nieuw beleid, met weloverwogen keuzes. Integrale afweging bij transformatiemogelijkheden Transformatie van leegstaande (winkel)panden in en rondom het centrum van met name de grotere kernen biedt onder andere kansen om te voorzien in de woningbehoefte van de groeiden groep oudere huishoudens. Het gaat om aantrekkelijke en centrale locaties nabij voorzieningen. Om goede keuzes te maken over of transformatie haalbaar en verstandig is zetten we in op een integrale afweging. Daarbij wordt goed gekeken of het pand niet nog op een andere wijze kan worden ingezet die ook bijdraagt aan de vitaliteit en leefbaarheid. Indien transformatie tot wonen vanuit een breed perspectief de beste optie blijkt, kijken we hoe we hier optimaal kunnen ondersteunen. Samen met de andere regio’s in Zeeland onderzoeken vanuit de Zeeuwse Woonagenda hoe we leegstaand vastgoed optimaal kunnen benutten voor invulling van de woningmarktopgave. Vanuit de provincie komt er bovendien een nieuwe subsidieregeling hergebruik leegstaande panden beschikbaar.
We blijven alert op de toepassingsmogelijkheden hiervan. Naast leegstaand (winkel)vastgoed in de kernen zien we ook een toename in de hoeveelheid vrijkomende agrarische bebouwing (VAB). Dit vergroot de urgentie om te komen tot een nieuwe invulling voor voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. Als de mogelijkheid tot hergebruik van dergelijke gebouwen wordt benut, kan dat een positief effect hebben op de leefbaarheid in de omgevingen staat van het vastgoed zelf. We staan als regio open voor initiatieven met betrekking tot transformatie van VAB naar verschillende woonvormen, mits deze passen bij de gesignaleerde toekomstige behoefte. Het gaat bijvoorbeeld om levensloopbestendige woonvormen of echt landelijk wonen, vaak gerealiseerd in (collectief) particulier opdrachtgeverschap (CPO).
Regionale Woonvisie Zeeuws-Vlaanderen [werkdocument]
4 Uitvoeringsprogramma’s PM
24
Regionale Woonvisie Zeeuws-Vlaanderen [werkdocument]
25
Bijlage A: beleidskaders Europees en landelijk Herziene Woningwet Sinds 1 juli 2015 is de herziene Woningwet (en het daaronder liggende Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting 2015) van kracht. Als gevolg hiervan verandert de rol van de gemeente. De gemeente krijgt in beginsel meer invloed op de werkzaamheden van de in Zeeuws-Vlaanderen actieve woningcorporaties. Er zijn nieuwe regels voor de positie en activiteiten van woningcorporaties. De Woningwet onderstreept het belang van het maken van een actuele woonvisie waarin het volkshuisvestelijk beleid is opgenomen. Het vormt ook de basis voor de prestatieafspraken met de woningcorporaties. Denk hierbij aan afspraken over investeringen in sociale huur en middenhuur, nieuwbouw, bestaande voorraad, verdichten en verdunnen in de wijken, duurzaamheid, levensloopbestendigheid, betaalbaarheid, kwaliteit, kernvoorraad, uitponden, woonurgenten, kwetsbare doelgroepen, leefbaarheid, et cetera. Passend toewijzen Als gevolg van de Woningwet moeten woningcorporaties hun vrijkomende sociale huurwoningen passend toewijzen. Dat wil zeggen dat 95% van de huishoudens met recht op huurtoeslag een woning krijgt toegewezen met een huur onder de aftoppingsgrens. Vanwege toetsing op inkomens kunnen veel doelgroepen niet meer in een sociale huurwoning terecht. Dit zijn veelal de (lage) middeninkomens.
Door strengere leennormen vallen deze huishoudens soms tussen wal en schip. Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 opgenomen als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en in 2017 aangepast. Overheden moeten op grond van het Bro elke nieuwe stedelijke ontwikkeling motiveren aan de hand van de Ladder. Het instrument is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparantie bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Hierdoor wordt de ruimte in kernen optimaal benut en draagt het er tegelijkertijd aan bij dat het toekomstige woningaanbod aansluit op de vraag vanuit huishoudens. Het is noodzakelijk om alle nieuwbouwplannen die nog niet in een geldend bestemmingsplan zitten ruimtelijk te onderbouwen en de kwantitatieve en kwalitatieve vraag voor deze woningen aan te tonen vanuit de regionale woningmarkt. Het is belangrijk om het toewijzen van woningbouwprogramma’s op specifieke locaties transparant en in lijn van de Ladder af te wegen. De regionale woonvisie is hiervoor een goed instrument. Parijs en Klimaatakkoord Op het vlak van duurzaamheid is de volgende wetgeving en regelgeving relevant: • Het Klimaatakkoord als onderdeel van het Nederlandse klimaatbeleid. Het is een overeenkomst tussen veel organisaties en bedrijven in Nederland om de opwarming van de aarde tegen te gaan.
Het doel: de CO2-uitstoot in 2030 met 49% verminderen.
Regionale Woonvisie Zeeuws-Vlaanderen [werkdocument]
• •
26
In de Transitievisie Warmte staan voorstellen voor duurzaam aardgasvrij verwarmen en koken. Het interbestuurlijk programma (IBP) over energie biedt handvatten voor regio’s voor het opstellen van een regionale energiestrategie. Zeeland heeft deze energiestrategie in maart 2020 als eerste regio van Nederland vastgesteld.
Omgevingswet vanaf 2022 Hoewel de invoering van de Omgevingswet voor de fysieke leefomgeving is uitgesteld tot 1 januari 2022, kan de filosofie van deze wet nu al worden gevolgd om ruimte te bieden aan initiatieven. Deze wet bundelt regels voor projecten in de leefomgeving en maakt ze eenvoudiger. Ook ontstaat er meer samenhang tussen plannen en activiteiten. Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen kunnen zo beter beslissingen nemen over hoe de leefomgeving nog beter kan worden benut en beschermd. De doelstellingen om zaken te vereenvoudigen, meer ruimte te geven aan initiatieven en maatwerk mogelijk maken sluiten goed aan bij de visie van de regio Zeeuws-Vlaanderen. De Omgevingswet en de harmonisatieopgave bieden een unieke kans om het ruimtelijk beleid anders vorm te geven. We gaan hierin van korte termijn sectoraal denken naar lange termijn integraal denken en doen. Dit geeft ruimte voor het stimuleren van initiatieven uit de samenleving die goed passen bij ambities voor de fysieke leefomgeving, waaronder het meer divers maken van wonen in Zeeuws-Vlaanderen. Het woonbeleid dat verwoord wordt in woonvisie, zal worden meegenomen bij het opstellen van de gemeentelijke omgevingsvisies. Woonwagen- en standplaatsenbeleid Voor de gemeenten ligt er een opgave om het Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid (opgesteld door de Rijksoverheid) uit te voeren.
Gerechtelijke uitspraken van onder meer het Europees Hof voor de Rechten van de Mens die ten grondslag liggen aan het beleidskader hebben als kern: het beschermen van woonwagenbewoners tegen discriminatie, het waarborgen van hun mensenrechten en het bieden van rechtszekerheid en duidelijkheid. Concreet betekent dit dat de gemeente in het huisvestingsbeleid de opdracht van de Rijksoverheid heeft gekregen om: • Woonwagenbewoners in staat te stellen in familieverband op een woonwagenlocatie te wonen. • De behoefte aan standplaatsen helder in beeld te krijgen. • Toegelaten Instellingen te laten voorzien in huisvesting van woonwagenbewoners voor zover deze tot de doelgroep behoren. • In overleg te treden met woonwagenbewoners om hun woningbehoefte in kaart te brengen. • Afbouw van standplaatsen is niet toegestaan zolang er behoefte aan is. • Een woningzoekende woonwagenbewoner met banden met de gemeente, binnen een redelijke termijn kans te bieden op een standplaats.
Provinciaal en regionaal Omgevingsplan Zeeland (2018) Het Omgevingsplan Zeeland 2018 is het provinciaal beleidsplan voor de volle breedte van de fysieke leefomgeving. Het plan bevat beleid over economie, ruimte, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. Voor wonen wordt de Zeeuwse burger en zijn of haar woonwensen centraal gesteld. Er wordt gestreefd naar een woningvoorraad die qua omvang, locatie en type is afgestemd op de woonwensen van de Zeeuwse huishoudens. De transitie op het gebied van klimaat en demografie zorgt ervoor dat de noodzaak om de woningvoorraad aan te passen groot is en niet eenvoudig. Concreet gaat het om de volgende punten: • Bij woningbouw staan de ruimtelijke doelen van bundeling en zorgvuldig ruimtegebruik hoog op de agenda. Het is van provinciaal belang dat Zeeuwse steden de sociaaleconomische motor blijven van de provincie. • Er moet op regionaal niveau worden gekozen voor woningbouwplannen die qua omvang, locatie en type aansluiten bij de woonwensen van de Zeeuwse burger. • Voor het bepalen van de kwantitatieve behoefte is de Zeeuwse bevolkings- en huishoudensprognose leidend.
Regionale Woonvisie Zeeuws-Vlaanderen [werkdocument]
•
•
•
•
27
Als overtuigend wordt aangetoond dat een project aan die voorwaarde voldoet, kan (een deel van) de woningen bovenop de regionaal afgebakende kwantitatieve behoefte binnen de regionale woningmarktafspraken worden ontwikkeld. Een integrale herstructureringsaanpak is nodig voor dorpen of buurten met weinig eigen ontwikkelkracht. Met de Provinciaal Impuls Wonen (PIW) en de stimuleringsleningen voor Duurzame Particuliere Woonverbetering (DPW) worden woningeigenaren ondersteund die willen investeren in hun eigen woning door deze op te knappen, te slopen of samen te voegen. In bepaalde delen van Zeeland gebeurt het al dat woningen worden gekocht, gesloopt en ingeruild voor een bouwtitel elders. We beschouwen dit als een praktisch instrument om vraag en aanbod qua woningtype en locatie bij elkaar te brengen. Overheden moeten er daarbij wel voor zorgen dat de prijs voor een bouwtitel laag genoeg blijft om nieuwbouw interessant te maken voor ontwikkelaars. De bouwtitelbank komt bovenop de plancapaciteiten die geregeld zijn via de regionale woningmarktafspraken en niet in plaats van. Door in heel Zeeland een zelfde beleid te voeren, wordt het instrument eenduidiger, bekender en eenvoudiger toepasbaar over gemeentegrenzen heen. Huisvesting voor arbeidsmigranten moet gezocht worden in de steden en dorpen (bijvoorbeeld hotels, pensions en kleinschalige huisvesting in woonhuizen).
Aanvullend worden mogelijkheden geboden in het landelijk gebied binnen de voorwaarden voor nieuwe economische dragers en kleinschalig kamperen.
Zeeuwse Woonagenda Gelijktijdig met de herijking van de regionale woonvisie, wordt er gewerkt aan een Zeeuwse Woonagenda. De Zeeuwse Woonagenda is een gezamenlijke strategie van de Zeeuwse regio’s en provincie om de opgaven die in Zeeland spelen op gebied van ‘toekomstbestendig wonen’ aan te pakken. Er liggen in Zeeland namelijk forse opgaven in de bestaande voorraad die vragen om een nieuwe manier van denken en werken. Daarnaast gaat het om aanvullende nieuwbouw van de juiste woningen op de juiste locaties. Samenwerking op Zeeuws niveau is daarvoor cruciaal. Als stip op de horizon is er een gedeelde visie op wonen geformuleerd: “In 2040 hebben we in Zeeland een toekomstbestendige woningvoorraad die in kwaliteit en kwantiteit 100% aansluit bij de vraag”. Samen werken de Zeeuwse regio’s aan de gesignaleerde opgaven op de Zeeuwse woningmarkt vanuit een integrale aanpak. Deze integrale aanpak noemen we ‘strategisch voorraadbeheer’. Dit betekent dat er oplossingen gezocht worden in de combinatie van nieuwbouw én de bestaande voorraad: samen bepalen zij immers de toekomstige woningvoorraad. Passend bij de integrale aanpak en aansluitend op de gedeelde visie, zijn er drie concrete ambities geformuleerd die dienen als richtpunt voor actie. Het gaat om: 1. Een toekomstbestendige woningvoorraad 2. Kwalitatief complementaire woningbouw 3.
Innovatieve en flexibele woonvormen Vanuit de gedeelde visie en de drie ambities gaan de gemeenten, regio’s en provincie gericht aan het werk met concrete acties. In de Woonagenda zijn er zes actielijnen uitgewerkt.
Regionale Woonvisie Zeeuws-Vlaanderen [werkdocument]
Deze regio-overstijgende ambities bieden houvast voor de regionale woonvisie Zeeuws-Vlaanderen. Tegelijkertijd vragen zij om een concrete vertaling naar de situatie in Zeeuws-Vlaanderen in de nieuwe kernthema’s voor de regionale woonvisie. Ook gemeentelijke kaders gelden als bouwstenen én kaders voor de regionale woonvisie Met de regionale woonvisie sluiten we aan bij lokaal beleid op gemeenteniveau. Hulst • Beleidsregels nieuwe woningbouwverzoeken • Beleidsregels nieuwe landgoederen • Beleidsregels huisvesting arbeidsmigranten en seizoenarbeiders • Beleidskader woonwagens en woonwagenstandplaatsen Gemeente Hulst • Woonzorgvisie (in ontwikkeling) • Structuurvisie (onder andere paragraaf 3.2 Wonen). Sluis • Visiedocument Krachtig Verbonden (2016, herziening in procedure) • Beleidsregels huisvesting tijdelijke werknemers • Beleidskader woonwagens en woonwagenstandplaatsen gemeente Sluis. Terneuzen • PM
28