CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 26 april BT DEFINITIEF TBV COLLEGE 26 APRIL 2022 Jaarrekening 2021

gemeenteraad 2 juni 2022, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen jaarrekening en jaarverslag 202133.608 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

84

Eenheid

Bron

Cijfer Vergelijkend Vergelijking jaarrekeningcijfer 2021

CBS

Jaar waarop cijfer betrekking heeft 2021

192

228

Zeeland

CBS

2021

192

290

Nederland

I.36.

Nieuw gebouwde woningen

I.37.

Demografische druk

I.38.

I.39.

Aantal per 1.000 woningen %

ABF

2020

5,2

8,2

Zeeland

CBS

2021

80,3

81,2

Zeeland

Gemeentelijke In Euro’s woonlasten eenpersoonshuishouden

COELO

2021

737

747

Zeeland

Gemeentelijke In Euro’s woonlasten meerpersoonshuishouden

COELO

2021

785

820

Zeeland

Definities indicatoren Onderstaand de definities van de indicatoren zoals deze vermeld staan op de website www.waarstaatjegemeente.nl 35. Gemiddelde WOZ waarde Voor de bepaling van de gemiddelde woningwaarde is niet gebruik gemaakt van alle WOZ-objecten die als woning zijn getypeerd. De wet WOZ onderscheidt drie categorieën woningen. Globaal kunnen deze worden omschreven als:  woningen dienend tot hoofdverblijf;  woningen met praktijkruimte en  recreatiewoningen en overige woningen. De laatste categorie omvat naast recreatiewoningen onder meer garageboxen. Om een zo zuiver mogelijk beeld van de woningmarkt te geven is deze categorie buiten beschouwing gelaten bij het bepalen van de gemiddelde woningwaarde. Daarnaast is van belang op te merken dat boerderijen en andere onroerende goederen waarin wel wordt gewoond, maar die in hoofdzaak worden gebruikt voor niet-woondoeleinden (bijvoorbeeld een winkel met bovenwoning), tot de nietwoningen zijn gerekend. De gemiddelde WOZ-waarde niet-woningen is door ABF Research als volgt berekend: Waarde onroerende zaken van niet woningen gedeeld door het totaal aantal objecten 'niet-woningen', waarvan de WOZ-waarde bekend is. Het totaal aantal objecten 'niet-woningen' is de som van het totaal aantal bedrijfsgebouwen; gedeeltelijk bewoond en het totaal aantal bedrijfsgebouwen; niet bewoond. 36.

Nieuw gebouwde woningen Het aantal nieuwbouwwoningen, per 1.000 woningen. 37. Demografische druk De som van het aantal personen van 0 tot 15 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 15 tot 65 jaar. 38. Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuisouden betaalt aan woonlasten. 39. Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten.

85

Wat heeft het gekost per programma? 2021 geraamd primitief

2021 laatste wijziging

2021

2021

werkelijk

verschil

Lasten

1.369

1.413

1.347

66

V

Baten

90

163

172

10

V

Saldo

1.279

1.250

1.174

76

V

bedrag x € 1.000

8.1 Ruimtelijke Ordening

8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) Lasten

102

102

785

-683

N

Baten

193

193

394

201

V

Saldo

-91

-91

391

-482

N

Lasten

3.022

3.604

3.015

589

V

Baten

1.330

2.367

2.851

484

V

Saldo

1.692

1.237

164

1.074

V

8.3 Wonen en bouwen

Totaal programma Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Lasten

4.494

5.119

5.146

-28

N

Baten

1.614

2.723

3.418

695

V

Saldo

2.880

2.396

1.729

667

V

Reserves 2021 geraamd primitief

2021 laatste wijziging

2021

2021

werkelijk

verschil

0

204

191

13

-31

-31

-31

0

0

0

335

-335

Algemene reserve

0

-63

-63

0

Rekeningsaldo

0

-31

-15

-16

V

Reserve bevolkingskrimp

0

100

0

100

N

Reserve bouwgrondexploitatie

0

0

-78

78

N

31

-167

-651

484

N

bedrag x € 1.000

Toevoegingen Reserve bevolkingskrimp Algemene reserve Reserve bouwgrondexploitatie

V

N

Onttrekkingen

Saldo

86

Overhead Tot dit taakveld behoren alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van medewerkers in de primaire processen, waaronder: 

directie

financiën

controlling

personeel en organisatie

ICT

facilitaire, bestuurs- en juridische zaken

huisvesting

Beleid 

Plan aankoop bedrijfsmiddelen 2015-2018

Een digitale overheid: betere service, meer gemak (I-NUP 2012)

Visie op dienstverlening Terneuzen (2012)

Kwaliteitshandvest ‘Wat mag u van ons verwachten’ (2012)

Beleidsnotitie Kanalenbeleid (2013)

Wat hebben we bereikt? Primitieve begroting 2021

Begroting na wijziging 2021

Werkelijk 2021

Verschil

1.013

1.013

895

118

98

98

101

-3

11

10

1

738

2.753

2.644

109

2

18

16

1

12

12

9

3

Overige goederen en diensten

5.962

5.569

5.091

478

Overige verrekeningen

-553

-553

-207

-346

Salarissen en sociale lasten

9.754

8.262

8.346

-84

609

609

499

110

17.634

17.793

17.406

387

Omschrijving (bedragen x € 1.000)

Lasten Afschrijvingen Belastingen Duurzame goederen Ingeleend personeel Inkomensoverdrachten - overige instellingen en personen Inkomensoverdrachten - overige overheden

Toegerekende reële en bespaarde rente Totaal Lasten

Baten Duurzame goederen Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen Inkomensoverdrachten - gemeenten

22 1.593

-22

1.804

1.735

-69

50

60

10

87

Inkomensoverdrachten - overige overheden

15

62

36

-27

Inkomensoverdrachten - Rijk

95

67

-28

Kapitaaloverdrachten - overige instellingen en personen Leges en andere rechten

14

23

9

1

1

1

171

160

252

-5

-5

1.780

2.203

2.168

15.854

15.589

15.238

Overige goederen en diensten Uitgeleend personeel Totaal Baten

Totaal

92

-35

Totaal overhead (A)

15.445

Salariskosten excl.0.4 overhead (B)

22.340

Overheadpercentage alle overhead (A/B) Totaal overhead Doorberekeningen aan investeringen en bouwgrond Totaal overhead na toerekening investeringen en bouwgrond

69% 15.445 -207 15.238

Overhead salarissen over de totale salariskosten (x € 1.000)

2021

Salariskosten op taakveld overhead (A)

8.346

Totale salarissen

22.340

Percentage overhead salarissen (A/B)

37%

Overhead over het begrotingstotaal (x € 1.000)

2021

Totale overhead (A) Afgerond begrotingstotaal Percentage overhead begrotingstotaal (A/B)

15.445 187.675 8%

Toelichting Tot dit taakveld behoren de kosten van overhead. Dit zijn alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces: financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie, personeel en organisatie, de gemeentesecretaris, inkoop (incl. aanbesteding en contractmanagement), juridische zaken, bestuurszaken en bestuursondersteuning, informatievoorziening en automatisering, facilitaire zaken en huisvesting (incl. beveiliging), documentaire informatievoorziening (DIV) en managementondersteuning primair proces. Lasten:    

88

Salarissen en sociale lasten: Hieronder vallen de salariskosten die samenhangen met de hierboven genoemde onderdelen; Belastingen: Te betalen belasting o.a. waterschap voor gemeentelijke huisvesting; Ingeleend personeel: Kosten voor inhuur personeel op verschillende afdelingen; Overige goederen en diensten: Hieronder vallen de personele kosten zoals scholing, reis en verblijfkosten, huisvestingslasten zoals onderhoudskosten, gas en elektra, lidmaatschappen verzekeringen, archief, kopieer, schoonmaak, telefoon en porti kosten, ICT kosten zoals licenties en diverse andere overhead kosten;

   

Inkomensoverdrachten: Hieronder valt onder andere de bijdrage aan de personeelsvereniging; Lease termijnen: De computers en mobiele telefoons zijn ondergebracht in een lease contract; Afschrijvingen: De afschrijvingslasten voor de geactiveerde kosten van onder andere de huisvesting van de gemeentelijke gebouwen en ICT apparatuur; Toegerekende reële rente: De rente die toegerekend wordt aan de geactiveerd kosten.

Baten:  

 

Leges en andere rechten: betreft o.a. de leges die we ontvangen voor vergunningen; Overige goederen en diensten: betreft voornamelijk terug ontvangst van kosten via het UWV ter compensatie van medewerkers die tijdelijk niet kunnen werken (WAZO/ZW/WGA uitkeringen) en de terug ontvangsten van derden waarbij kosten doorgerekend zijn naar de deelnemers; Inkomensoverdrachten: dit betreffen inkomsten van gemeenten, gemeenschappelijke regelingen en overige overheden. Dit zijn o.a. inkomsten voor dienstverleningsovereenkomsten en andere gezamenlijke projecten; Kapitaaloverdrachten - overige instellingen en personen: hieronder vallen onder andere een onderdeel van de bedrijfs -en inkomensschade.

Berekening overheadpercentage Bij de berekening van het percentage overhead zijn wij uitgegaan van hetgeen hierover in de notitie Overhead (juli 2016) van de commissie BBV vermeld staat. Dit betreft een percentage wat tot stand komt door het totaal van de overhead te delen door de salarissen welke verantwoord zijn op de taakvelden van de begroting, exclusief het taakveld overhead zelf. Naast de berekening van het overheadpercentage op basis van de regelgeving vanuit de commissie BBV, doet de gemeente mee aan vensters voor bedrijfsvoering. Hierbij worden de deelnemende organisaties onderling vergeleken. Uit de benchmark voor 2016 blijkt dat de gemeente Terneuzen een overheadpercentage heeft van 27,9% ten opzichte van het gemiddelde van 31,2% van alle deelnemende organisaties. Voor 2017 en 2018 was het overheadpercentage gedaald naar 25,5% ten opzichte van het gemiddelde van 28,5% van de deelnemende organisaties. Gebruik overheadpercentage Wij hebben het overheadpercentage van 76% toegepast bij het toerekenen van overhead aan de investeringen, grondexploitatie en bij de extracomptabele berekeningen van de tarieven in de paragraaf lokale heffingen. Dit laatste betreft de afvalstoffenheffing, de rioolrechten, de begraafrechten, de parkeergelden de marktgelden en de leges.

Wat hebben we gedaan? Voor verdere informatie verwijzen wij naar de paragraaf bedrijfsvoering.

Wat heeft het gekost? 2021 geraamd primitief

2021 laatste wijziging

2021

2021

werkelijk

verschil

Lasten

17.634

17.793

17.406

387

V

Baten

1.780

2.203

2.168

-35

N

Saldo

15.854

15.589

15.238

352

V

bedrag x € 1.000

0.4 Ondersteuning organisatie

Voor een toelichting op de verschillen verwijzen wij naar onderdeel III. Toelichting op baten en lasten van de jaarrekening 2021.

89

Paragrafen A. Lokale heffingen Inleiding In deze paragraaf behandelen wij onze lokale heffingen. Bij lokale heffingen gaat het om inkomsten die de gemeente ontvangt van inwoners en bedrijven. We maken hierbij onderscheid tussen belastingen en rechten. Belastingen zijn geldbedragen die inwoners en bedrijven betalen, zonder dat de gemeente daar een directe tegenprestatie voor levert. Een voorbeeld hiervan is de onroerende-zaakbelasting. Rechten betalen inwoners en bedrijven om de kosten die de gemeente maakt te dekken. Dit zijn bijvoorbeeld afvalstoffenheffing en leges. Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Wij geven op hoofdlijnen inzicht in de diverse heffingen. Dit is een verplichting vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Ook geven we inzicht in de mate van kostendekkendheid van de heffingen. Dit houdt in dat wij laten zien in hoeverre de kosten gedekt worden uit de opbrengsten. Voor het berekenen van de kostendekkendheid houden wij bij de kosten rekening met een opslag van 74% voor overhead op de salariskosten. Wij hanteren hetzelfde percentage als uit de begroting 2021. Daarnaast rekenen we rente toe over het eigen vermogen en de voorzieningen. Dit volgt uit onze Financiële Verordening. Een toelichting op het kwijtscheldingsbeleid en de lokale lastendruk komen in deze paragraaf ook aan bod.

Sabewa Zeeland Een aantal heffingen worden door Sabewa Zeeland uitgevoerd. Sabewa Zeeland draagt zorg voor de waardering, heffing en inning van de onroerende-zaakbelastingen, afvalstoffenheffing, rioolheffing, forensenbelasting, hondenbelasting, toeristenbelasting en de BIZ-bijdrage. Daarnaast geeft Sabewa Zeeland uitvoering aan ons kwijtscheldingsbeleid. Voor meer informatie over Sabewa Zeeland verwijzen wij naar de paragraaf Verbonden partijen.

Beleid Coalitieakkoord Het uitgangspunt voor het heffingenbeleid staat vermeld in het Coalitieakkoord Terneuzen 20182022 'Sterk, betrokken & vitaal'. Dit is verder uitgewerkt in de Kaderbrief 2021-2024. Hierin is vastgelegd dat de tarieven jaarlijks maximaal verhoogd worden met de afgeleide CPI van januari van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar. Voor het begrotingsjaar 2021 maakten wij gebruik van de afgeleide CPI van januari 2020, namelijk een stijging van 2,0%. Bij de tariefbepaling van de onroerende-zaakbelastingen, rioolheffing en forensenbelasting is naast de verhoging van 2,0% rekening gehouden met waardeontwikkeling van de onroerende zaken in onze gemeente. Belastingverordeningen De belastingverordeningen zorgen ervoor dat wij belastingen en rechten van burgers en ondernemers kunnen heffen. In deze verordeningen staan ook de tarieven. De gemeenteraad stelde de belastingverordeningen 2021 vast op 12 november 2020. Inkomsten van de lokale heffingen In dit overzicht leest u de opbrengsten van de lokale heffingen. Het gaat om de werkelijke opbrengsten in 2020, de prognose van 2021 en de werkelijke opbrengsten van 2021. De verschillen lichten we in deze paragraaf toe.

90

bedragen x € 1.000 Via Sabewa Zeeland Onroerende-zaakbelastingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing Forensenbelasting Toeristenbelasting Hondenbelasting BIZ Subtotaal Sabewa Zeeland Kwijtscheldingen Subtotaal Sabewa Zeeland incl. kwijtschelding Precariobelasting Parkeerbelasting/-heffing Markt- en standplaatsgelden Lijkbezorgingsrechten Bedrijfsafval Leges Subtotaal Totaal opbrengst lokale heffingen

werkelijke opbrengst 2020

geraamde opbrengst 2021*

werkelijke opbrengst 2021

verschil

17.605 7.671 5.293 262 142 365 57 31.396 -331 31.065

18.135 7.940 5.394 207 435 354 0 32.466 -329 32.138

18.206 7.994 5.437 200 470 349 -3 32.654 -345 32.309

71 54 43 -7 35 -5 -3 187 -16 171

574 903 31 675 562 2.926 5.672

580 842 41 571 519 2.810 5.363

575 807 27 760 523 3.340 6.032

-5 -35 -14 189 4 530 669

36.737

37.501

38.341

840

* Dit zijn de geraamde opbrengsten van 2021 (na wijzigingen). Onroerende-zaakbelasting (OZB) De onroerende-zaakbelastingen (OZB) vormen de belangrijkste lokale heffing van de gemeente. Het karakter van deze heffing is dat het een algemene belasting is. De opbrengsten vormen een algemeen dekkingsmiddel voor uitgaven. Het tarief van de onroerende-zaakbelastingen is een percentage van de vastgestelde WOZ-waarde van de aangeslagen objecten. Voor de WOZ-waarden 2021 geldt als waardepeildatum 1 januari 2020. Bij de tariefbepaling van de onroerendezaakbelastingen is naast de verhoging van 2,0% rekening gehouden met een prognose van de waardeontwikkeling van de onroerende zaken in onze gemeente. De opbrengst onroerende-zaakbelastingen raamden wij in de oorspronkelijke begroting op € 18.093.000. In de achtste perioderapportage 2021 brachten wij de (meerjarige) raming in overeenstemming met de prognose van Sabewa Zeeland uit haar 3e kwartaalrapportage 2021. Wij verhoogden de raming van de opbrengst met € 42.000 naar € 18.135.000. De werkelijke opbrengst is € 71.000 (0,4%) hoger dan geraamd. Het verschil wordt met name veroorzaakt door hogere opbrengsten OZB niet-woningen. De meeropbrengst heeft te maken met hogere werkelijke WOZ-waarden dan in de kwartaalrapportage was geschat.

Reinigingsheffingen De reinigingsheffingen omvatten twee heffingen: 1) de afvalstoffenheffing en 2) reinigingsrechten. Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing vloeit voort uit de wettelijke taak van de gemeente om tenminste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. In 2021 verhoogden wij de tarieven. De gemeenteraad besloot op 28 mei 2020 om de structurele aanpassingen van de hogere bijdrage aan OLAZ (circa € 96.000) te verhalen via de afvalstoffenheffing. Dit leidde tot een tariefsverhoging in 2021 van afgerond 1,2%. Daarnaast indexeerden wij de tarieven met 2,0%.

91

In de begroting 2021 gingen wij uit van een opbrengst van afgerond € 7.855.000. Het dekkingspercentage bedroeg 90%. In de achtste perioderapportage 2021 brachten wij de (meerjarige) raming in overeenstemming met de prognose van Sabewa Zeeland uit haar 3e kwartaalrapportage 2021. Wij verhoogden de raming van de opbrengst met € 85.000 naar € 7.940.000. De werkelijke opbrengst is € 54.000 (0,7%) hoger dan geraamd en bedraagt € 7.994.000. Met name de hogere opbrengst zorgt ervoor dat het werkelijk percentage kostendekking voor de afvalstoffenheffing 94% bedraagt. Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing bedrag x € 1.000 Kosten taakveld(en), inclusief (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen Netto kosten taakveld(en)

2021 7.149 635 6.514

Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW Totale kosten

1.134 882 8.530

Opbrengst heffingen

7.994

Dekkingspercentage

94%

Reinigingsrechten Bij de heffing van reinigingsrechten is sprake van een individueel aanwijsbare afnemer aan wie de gemeente een individuele tegenprestatie levert. Afgelopen jaar heeft zich dit niet voorgedaan. De opbrengst bedraagt nihil. Rioolheffing Rioolheffing heffen wij van eigenaren over de waarde in het economisch verkeer van hun perceel (de WOZ-waarde). Het tarief voor de rioolheffing indexeerden wij met 2,0%. Gelijk aan de tariefbepaling bij de onroerende-zaakbelastingen corrigeerden wij het tarief voor de rioolheffing met de waardeontwikkeling. Rekening houdend met het bovenstaande is het tarief van de rioolheffing voor 2021 vastgesteld op 0,092% van de WOZ-waarde 2021 met waardepeildatum op 1 januari 2020. In de oorspronkelijke begroting hielden we rekening met een opbrengst van € 5.324.000. Dit leidde tot een kostendekkendheid van 83%. In de achtste perioderapportage 2021 brachten wij de raming in overeenstemming met de prognose van Sabewa Zeeland uit haar 3e kwartaalrapportage 2021. Wij verhoogden de raming van de opbrengst met € 70.000 naar € 5.394.000. De werkelijke opbrengst bedraagt € 5.437.000. Dit is € 43.000 (0,8%) hoger dan geraamd. De meeropbrengst heeft te maken met hogere werkelijke WOZ-waarden van de niet-woningen dan in de kwartaalrapportage was geschat. Door hogere opbrengsten en lagere lasten ontstaat in 2021 een overschot op de rioolheffing.

Het werkelijk kostendekkendheidspercentage bedraagt 100,3%. Het overschot verklaren wij aan de ene kant doordat meer opbrengsten zijn gerealiseerd dan begroot. Dit is het gevolg van hogere WOZwaarden, dan waar het tarief op is gebaseerd en vooraf was geprognosticeerd. Aan de andere kant zijn de kosten lager. Het gaat om onder andere lagere kapitaallasten. De lagere kapitaallasten zijn het gevolg van nog niet uitgevoerde rioleringsinvesteringen. Voor de lagere kapitaallasten moet een voorziening worden gevormd. In 2021 doteren wij € 22.000 aan de voorziening riolering. Het overschot van de rioolheffing (€ 22.000) valt vrij ten gunste van het resultaat.

92

Berekening kostendekkendheid rioolheffing bedrag x € 1.000 Kosten taakveld(en), inclusief (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen Netto kosten taakveld(en)

2021 3.946 0 3.946

Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW Totale kosten

1.112 357 5.415

Opbrengst heffingen

5.437

Dekkingspercentage

100%

Forensenbelasting Forensenbelasting heffen wij van natuurlijke personen die op meer dan 90 dagen van het jaar, voor zich of voor hun gezin een gemeubileerde tweede woning beschikbaar houden. De tweede woningbezitters maken gebruik van dezelfde gemeentelijke voorzieningen als inwoners van de gemeente. Zij tellen echter niet mee in de basis voor de uitkering uit het gemeentefonds. Om deze reden heffen wij forensenbelasting. De opbrengsten van de forensenbelasting vormen een algemeen dekkingsmiddel voor uitgaven. In de primitieve begroting 2021 raamden wij de opbrengst forensenbelasting op € 267.000. In de achtste perioderapportage 2021 brachten wij de raming in overeenstemming met de prognose van Sabewa Zeeland uit haar 3e kwartaalrapportage 2021. Wij verlaagden de raming van de opbrengst met € 60.000 naar € 207.000. De werkelijke opbrengst is € 7.000 (3,4%) lager en bedraagt € 200.000. Toeristenbelasting Wij heffen toeristenbelasting van degene die gelegenheid biedt tot verblijf (de ondernemer), maar het is uiteindelijk de gast van buiten de gemeente die de belasting betaalt. De ondernemer mag de belasting namelijk doorberekenen aan zijn gast. Wanneer deze niet-inwoners voor kortere tijd in de gemeente verblijven, profiteren zij van de gemeentelijke voorzieningen.

Voor het heffen van toeristenbelasting worden aan de overnachting geen eisen gesteld van toeristische of recreatieve aard. Dit betekent dat ook een betaald verblijf met overnachting zonder toeristische of recreatieve aanleiding tot belastingplicht leidt. De opbrengsten van de toeristenbelasting vormen een algemeen dekkingsmiddel voor uitgaven. In 2021 bedraagt het tarief € 1,60 per persoon per overnachting. Dit is een verdubbeling ten opzichte van 2020. De opbrengst raamden wij in de primitieve begroting op € 435.000. De werkelijke opbrengst bedraagt € 470.000. Dit is € 35.000 (7,9%) hoger dan geraamd. Door COVID-19 en de getroffen maatregelen zijn de aanslagen toeristenbelasting van 2020 in het jaar 2021 opgelegd. Het effect van COVID-19 op de opbrengst toeristenbelasting blijkt minder groot dan vooraf ingeschat. Dit zorgt voor de hogere opbrengst van € 35.000. In verband met COVID-19 ontvangen de ondernemers de aanslag toeristenbelasting over het jaar 2021 in 2022. Hondenbelasting Wie binnen de gemeente houder is van één of meer honden betaalt hondenbelasting. De opbrengsten van de hondenbelasting vormen een algemeen dekkingsmiddel voor uitgaven. Wij raamden de opbrengst in de primitieve begroting op € 380.000. In de achtste perioderapportage 2021 brachten wij de raming in overeenstemming met de prognose van Sabewa Zeeland uit haar 3e kwartaalrapportage 2021.

Wij verlaagden de raming van de opbrengst met € 26.000 naar € 354.000. De werkelijke opbrengst is € 5.000 (1,5%) lager en bedraagt € 349.000. Bedrijveninvesteringszone (BIZ) In het centrum van Terneuzen bestaat al jaren een BIZ, een bedrijveninvesteringszone. Aan ondernemers vragen we elk jaar een financiële bijdrage voor de BIZ. Deze BIZ-bijdrage is een bestemmingsbelasting. De gemeente betaalt de belastingopbrengsten 1 op 1 uit aan de beheerder

93

van de BIZ-gelden in de vorm van een subsidie. De Stichting Bizzy besteedt de BIZ-subsidie aan specifieke activiteiten. Zo investeren ondernemers in een veilige en aantrekkelijke omgeving. De Verordening Bedrijveninvesteringszone Binnenstad Terneuzen 2016-2020 liep eind 2020 af. In december 2020 stelde de raad de Verordening Bedrijveninvesteringszone Centrum Terneuzen 2021-2025 vast. Omdat we de vereiste draagvlakmeting niet georganiseerd hebben, is deze verordening niet in werking getreden. Bizzy vond het namelijk geen goed moment om het draagvlak voor de BIZ te meten tijdens de coronapandemie. Dit betekent dat er in 2021 geen BIZbijdrage is geheven en geïnd. In de primitieve begroting 2021 hielden we rekening met een opbrengst van € 61.000. Omdat de verordening niet in werking trad, hebben we de opbrengst afgeraamd naar nihil. Door verminderingen van aanslagen van voorgaande jaren en oninbare posten is de werkelijke opbrengst € 3.000 negatief. Kwijtschelding Onder bepaalde voorwaarden verlenen wij kwijtschelding voor de afvalstoffenheffing. Sabewa Zeeland voert het kwijtscheldingsbeleid uit. Zij beoordeelt het verzoek tot kwijtschelding en bekijkt hierbij het vermogen, het inkomen en de uitgaven van de aanvrager aan de daarvoor gestelde norm. De kwijtschelding geldt alleen voor inwoners met een inkomen van minder dan 100% van de bijstandsnorm.

In de begroting raamden wij voor de kwijtschelding een bedrag van € 318.000. In de achtste perioderapportage 2021 brachten wij de raming in overeenstemming met de prognose van Sabewa Zeeland uit haar 3e kwartaalrapportage 2021. Wij verhoogden de raming van de kwijtschelding met € 11.000 naar € 329.000. In werkelijkheid bedraagt de kwijtschelding € 345.000. Dit betekent een nadelig effect van afgerond € 16.000 (5%). Dit komt met name doordat in het vierde kwartaal nog kwijtscheldingsverzoeken over het huidige jaar zijn verleend wat bij het opmaken van de kwartaalrapportage niet voorzien was. Kwijtschelding belastingschulden toeslagenaffaire In het kader van de hersteloperatie toeslagen worden aan gedupeerden van de Kinderopvangtoeslagaffaire gemeentelijke belastingschulden kwijtgescholden of terugbetaald. De gedupeerden zijn door de Belastingdienst als zodanig aangemerkt. Het gaat om schulden die zijn ontstaan vóór 1 januari 2021. Sabewa Zeeland heeft voor onze gemeente in 2021 in totaal € 5.545 kwijtgescholden aan gedupeerden. Wij ontvangen hiervoor een vergoeding van het Rijk. Ook vergoedt het Rijk de uitvoeringskosten. Wij krijgen een eenmalige vergoeding van € 150 per gedupeerde ouder voor de kosten die samenhangen met het proces van kwijtschelden. Voor 31 gedupeerden vragen wij de vergoeding van € 150 aan bij het Rijk (€ 4.650).

Precario op kabels en leidingen Per 1 januari 2016 voerden wij een precariobelasting op kabels en leidingen in. Over de heffing van precariobelasting is landelijk veel discussie geweest. Dit resulteerde in de afschaffing van de precariobelasting op kabels en leidingen van nutsbedrijven op 1 juli 2017. Het kabinet stelde wel een overgangsregeling vast. Voor gemeenten die op 10 februari 2016 een verordening met tarief hebben vastgesteld voor precariobelasting op kabels en leidingen, geldt een overgangstermijn tot 1 januari 2022. Wij hebben per 1 januari 2016 een verordening precariobelasting met een tarief van € 1,57 per strekkende meter voor het hebben van kabels en leidingen in gemeentegrond. Hierdoor komen wij in aanmerking voor de overgangsregeling. Aan deze overgangsregeling is de voorwaarde verbonden dat wij maximaal het tarief mogen heffen, zoals dat gold op 10 februari 2016. Wij pasten daarom het tarief niet aan. Het tarief voor de precariobelasting is in 2021 ongewijzigd € 1,57 per strekkende meter gebleven. De opbrengst van de precariobelasting, die niet bestreden wordt in een (bezwaar) procedure, voegen wij toe aan de reserve precariobelasting. Vervolgens voegen wij de reserve precariobelasting toe aan de algemene reserve. Wij zetten de opbrengst van de precariobelasting niet in als een algemeen dekkingsmiddel.

Wij gebruiken de opbrengst voor het verlagen van onze schuldpositie. Met uitzondering van de aanslagen aan één van de belastingplichtigen, staan alle opgelegde aanslagen precariobelasting van de belastingjaren 2016 tot en met 2021 onherroepelijk vast. Dit betekent dat er voor deze belastingplichtigen geen rechtsgang (bezwaar / beroep) meer open staat. Voor de gemeente Terneuzen houdt dit in dat deze inkomsten precariobelasting definitief

94

zijn. De belastingplichtige waarvan de aanslagen nog niet onherroepelijk vast staan, diende bezwaar in tegen de aanslagen 2016, 2017, 2018, 2019, 2020 en 2021. Concreet gaat het over de juridische vraag of wij verplicht zijn kabels en leidingen van de belastingplichtige in onze grond te gedogen, gezien de overeenkomsten die met de belastingplichtige gesloten zijn. Indien uit de overeenkomsten een gedoogplicht blijkt, belemmert dit de heffing van precariobelasting. Dit vraagstuk speelt bij alle Zeeuwse gemeenten (met uitzondering van de gemeente Sluis, omdat zij geen precariobelasting heffen op kabels en leidingen). Voor het jaar 2015 heeft de gemeente Hulst geprocedeerd met belastingplichtige. De Hoge Raad oordeelde op 15 juni 2018 dat het cassatieberoep van de gemeente Hulst ongegrond is. Dit betekent dat de gemeente Hulst de procedure over het belastingjaar 2015 heeft verloren. Op dit moment procedeert de gemeente Hulst met de belastingplichtige over het belastingjaar 2016. De meervoudige kamer van de Rechtbank Zeeland – West-Brabant heeft op 14 december 2021 in het nadeel beslist voor de gemeente Hulst. De gemeente Hulst heeft hoger beroep aangetekend bij het Gerechtshof ‘sHertogenbosch. In overleg met de belastingplichtige houden wij de uitspraken op de bezwaarschriften aan, totdat de procedure van de gemeente Hulst volledig is afgerond.

De verwachting is dat in 2022 deze procedure nog niet afgerond zal zijn. Op basis van het oordeel van de Hoge Raad van 15 juni 2018 verlaagden wij in de 2e bestuursrapportage 2018 de meerjarige opbrengst precariobelasting met (een prognose van) het door belastingplichtige bestreden bedrag van de aanslag precariobelasting. Het risico dat belastingplichtige in het gelijk wordt gesteld, kwantificeren wij namelijk op groter dan 50%. In 2021 bedraagt het bestreden bedrag door belastingplichtige € 1.074.000. Dit bedrag voegen wij toe aan de risicovoorziening precariobelasting. Rekening houdend met de dotatie aan de risicovoorziening bedraagt de werkelijke opbrengst precariobelasting in 2020 € 575.000. Dit bedrag voegen wij toe aan de reserve precariobelasting. Parkeren Voor het parkeren en daarvoor benodigde zaken heffen wij een parkeerheffing. De totale opbrengst parkeren genereren wij uit de parkeerbelastingen (straatparkeren) en de parkeergelden die wij op privaatrechtelijke basis innen (parkeergarages). In de oorspronkelijke begroting is rekening gehouden met een opbrengst van € 1.110.000. Het kostendekkingspercentage bedroeg 94%. Door mutaties in de achtste perioderapportage 2021 verlaagden wij de raming per saldo met € 268.000 naar € 842.000. Door COVID-19 verwachtten wij aanzienlijk lagere parkeeropbrengsten. In werkelijkheid bedraagt de opbrengst € 807.000.

Dit is € 35.000 (4.2%) lager dan geraamd. De werkelijke mate van kostendekkendheid bedraagt 67%. Berekening kostendekkendheid parkeren bedrag x € 1.000 Kosten taakveld(en), inclusief (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen Netto kosten taakveld(en) Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW Totale kosten

2021 973 12 961

246 0 1.207

Opbrengst heffingen

807

Dekkingspercentage

67%

Markt- en standplaatsgelden Voor de standplaatsen op de diverse markten in onze kernen heffen wij marktgelden. Standplaatsgeld brengen wij in rekening voor de losse standplaatsen in de gemeente. De tarieven van de markt- en standplaatsgelden verhoogden wij met 2,0%.

95

In de begroting hielden we rekening met een opbrengst van € 45.000. Dit leidde tot een kostendekkendheid van 36%. In de zesde perioderapportage verlaagden wij de opbrengst naar € 41.000. De werkelijke opbrengst bedraagt € 27.000 en is € 14.000 (33%) lager dan geraamd. Door COVID-19 stonden er minder marktondernemers op de markten. Dit leidde tot lagere opbrengsten. Het werkelijk dekkingspercentage bedraagt 17%. Berekening kostendekkendheid markt- en standplaatsgelden bedrag x € 1.000 Kosten taakveld(en), inclusief (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen Netto kosten taakveld(en) Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW Totale kosten

2021 117 10 107

51 0 158

Opbrengst heffingen

27

Dekkingspercentage

17%

Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten brengen wij in rekening voor de dekking van de kosten van de gemeentelijke begraafplaatsen. In de oorspronkelijke begroting van 2021 hielden we rekening met een opbrengst van € 565.000. De werkelijke opbrengst bedraagt € 760.000. Dit is afgerond € 189.000 (33%) hoger dan geraamd. De meeropbrengst komt door een stijging van de verlengingen van grafrechten. In 2021 behaalden wij per saldo een overschot van € 225.000. Dit overschot is toegevoegd aan de voorziening begraafrechten. De kostendekkendheid bedraagt hiermee 100%. Berekening kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten bedrag x € 1.000 Kosten taakveld(en), inclusief (omslag)rente Mutatie voorziening begraafrechten Mutatie voorziening ruimen begraven na 1 januari 2017 Netto kosten taakveld(en)

2021 353 225 41 619

Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW Totale kosten

141 0 760

Opbrengst heffingen

760

Dekkingspercentage

100%

Reserve en voorzieningen Onderstaand geven wij een overzicht en toelichting op de reserve en voorzieningen die in het kader van de lijkbezorgingsrechten zijn gevormd. 1. De gemeenteraad besloot op 15 december 2016 om ten laste van het rekeningresultaat 2016 een bestemmingsreserve van € 1.662.477 te vormen voor het ruimen van graven uitgegeven vóór 1 januari 2017. In 2021 is er een bedrag van € 75.000 onttrokken.

96

Bestemmingsreserve ruimen graven uitgegeven vóór 1 januari 2017 bedrag x € 1.000 Saldo op 31 december 2020 Onttrekking Dotatie Saldo op 31 december 2021

1.662 -75 0 1.588

2. De voorziening begraafrechten moet voor meerdere doelstellingen gebruikt worden: a) Dekking van de kosten voor het ruimen van graven uitgegeven voor 1 januari 2017. Dit volgt uit het besluit van de gemeenteraad op 15 december 2016 (saldo per ultimo 2016: € 616.524). In 2021 onttrokken wij aan deze voorziening een bedrag van € 146.000. Hiermee is de voorziening voor dit onderdeel leeg. De kosten worden nu gedekt uit de bestemmingsreserve ruimen graven. b) Verwerking van schommelingen (tekorten en overschotten) op de exploitatie begraafplaatsen. Overschotten op de exploitatie worden aan de voorziening toegevoegd. Tekorten worden aan de voorziening onttrokken. In 2021 voegden wij € 225.000 aan de voorziening toe. Voorziening begraafrechten bedrag x € 1.000 Saldo op 31 december 2020 (totaal)

563

a) Saldo t.b.v. ruimen graven vóór 1 januari 2017 Saldo op 31 december 2020 Onttrekking ruimen graven Saldo op 31 december 2021

146 -146 0

-146

b) Saldo overig Saldo op 31 december 2020 Toevoeging overschot Saldo op 31 december 2021

416 225 641

225

Saldo op 31 december 2021 (totaal)

641

3. Uit het raadsbesluit van 15 december 2016 blijkt dat een aparte voorziening gevormd moet worden voor het ruimen van graven die zijn uitgegeven na 1 januari 2017. Artikel 1.1. van de tarieventabel behorende bij de Verordening lijkbezorgingsrechten 2021 bepaalt dat in het bedrag van de grafrechten een bedrag van € 265 is opgenomen ten behoeve van latere ruiming van het graf. In 2021 voegden wij € 41.000 aan deze voorziening toe. Voorziening ruimen graven na 1 januari 2017 bedrag x € 1.000 Saldo op 31 december 2020 Onttrekking Dotatie Saldo op 31 december 2021

118 0 41 159

Bedrijfsafval Naast het inzamelen van huishoudelijk afval, halen wij ook bedrijfsafval op. Het inzamelen van bedrijfsafval is een economische activiteit waarbij wij in concurrentie treden met andere afvalinzamelbedrijven. De kosten van inzameling worden op privaatrechtelijke wijze in rekening gebracht. Wij rekenen marktconforme tarieven. Dit om beter op de marktsituatie te reageren en een flexibelere bedrijfsvoering mogelijk te maken. In de begroting hielden wij rekening met een opbrengst van € 519.000. In werkelijkheid realiseren wij een opbrengst van € 523.000. Dit is € 4.000 (0,7%) hoger. Met een kostendekkingspercentage van 103% is het ophalen van bedrijfsafval winstgevend.

97

Leges Wij brengen voor verschillende diensten en producten leges in rekening. Bij leges is sprake van een individueel aanwijsbare afnemer aan wie de gemeente een individuele tegenprestatie heeft geleverd. De Gemeentewet bepaalt dat de Legesverordening als geheel bezien maximaal 100% kostendekkend mag zijn. De tarieven van de leges verhoogden wij in 2021 met 2,0%. In de begroting 2021 hielden wij rekening met een opbrengst van € 1.840.000 en bedroeg het dekkingspercentage 52%. In verschillende perioderapportages 2021 is de raming van de leges aangepast. In totaal verhoogden wij de legesopbrengst met € 969.000 naar € 2.810.000. De hogere raming werd met name veroorzaakt door een bijstelling van de opbrengst bouwleges (€ 677.000), de leges voor de aanleg van een glasvezelnetwerk (€ 203.000) en de leges voor rijbewijzen (€ 75.000). De werkelijke legesopbrengsten bedragen in 2021 € 3.340.000. Dit is € 530.000 (18,9%) hoger dan geraamd. Ondanks de hogere raming, ontvingen wij werkelijk nog meer opbrengsten bouwleges (€ 526.000). Dit komt door de leges voor de Nieuwe Sluis en onze inschatting over het aantal aanvragen over de gehele linie blijkt achteraf aan de voorzichtige kant. De totale gerealiseerde inkomsten en kosten leiden tot een kostendekkendheidspercentage van 78%.

In de onderstaande tabel maken wij de werkelijke kostendekking van de leges transparant op hoofdstukniveau van de Legesverordening 2021. Berekening kostendekkendheid leges bedragen x € 1.000 Titel 1 hoofdstuk 1 - Burgerlijke stand hoofdstuk 2 - Reisdocumenten en NL identiteitskaart hoofdstuk 3 - Rijbewijzen hoofdstuk 4 - Verstrekkingen uit de basisregistratie personen hoofdstuk 5 - Vastgoedinformatie hoofdstuk 6 - Overige publiekszaken hoofdstuk 7 - Gemeentearchief hoofdstuk 8 - Kansspelen hoofdstuk 9 - AVOI hoofdstuk 10 - Verkeer en vervoer hoofdstuk 11 - Diversen Totaal titel 1

2021

component kosten opbrengsten overhead 117 45 87 295 80 203 398 123 265 72 404 113 2 58 117 9 10 1.595

29 172 14 1 24 48 4 4 545

32 4 111 1 2 255 7 0 967

% 75% 69% 67% 44% 1% 99% 49% 3% 218% 79% 3% 61%

hoofdstuk 1 - Begripsomschrijvingen hoofdstuk 2 - Omgevingsvergunning

component opbrengsten overhead 0 0 0 2.541 877 2.369

overige leges leges nieuwe sluis

1.960 581

630 247

2.032 338

104%

hoofdstuk 3 t/m 7 - Teruggaaf, intrekking, wijziging, div. Totaal titel 2

0 2.541

0 877

0 2.369

n.v.t. 93%

Titel 3

kosten

Titel 2

hoofdstuk 1 - Horeca hoofdstuk 2 - Organiseren evenementen of markten hoofdstuk 3 - Prostitutiebedrijven hoofdstuk 4 - Winkeltijdenwet hoofdstuk 5 - Kinderopvang hoofdstuk 6 - Diversen Totaal titel 3 Totaal

98

kosten

component opbrengsten overhead 84 35 2 61 25 2 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 145 60 4

4.280

1.482

3.340

% n.v.t. 93% 58%

% 3% 3% n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 3% 78%

Overzicht belangrijkste belastingtarieven Belastingsoort Grondslag Onroerende zaakbelasting Woningen eigenaar WOZ-waarde Niet-woningen eigenaar WOZ-waarde Niet-woningen gebruiker WOZ-waarde Afvalstoffenheffing Gebruiker Eenpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden Precariobelasting op kabels en leidingen Eigenaar kabels/leidingen Per m1 Rioolheffing Eigenaar woning en niet-woningen WOZ-waarde Hondenbelasting 1e hond Per hond 2e hond en volgende Per hond Kennel Per kennel Forensenbelasting Eigenaar woning WOZ-waarde Toeristenbelasting Bezoeker Per overnachting Parkeerbelastingen Parkeren ondergronds Per uur Parkeren bovengronds Per uur

2020

2021

0,1478% 0,2929% 0,2351%

0,1437% 0,3017% 0,2422%

€ 272,45 € 318,65

€ 281,30 € 329,00

€ 1,57

€ 1,57

0,094%

0,092%

€ 72,00 € 162,00 € 288,00

€ 73,00 € 165,00 € 293,00

11,02‰

10,71‰

€ 0,80

€ 1,60

€ 1,40 € 1,60

€ 1,40 € 1,60

Voorziening dubieuze debiteuren Wij hebben een analyse gemaakt van de inbaarheid van de nog openstaande vorderingen per 31 december 2021. Wij onderscheiden de vorderingen van de gemeentelijke belastingen die Sabewa Zeeland voor ons uitvoert en overige vorderingen, zoals precariobelasting, leges voor (omgevings)vergunningen en nota's bedrijfsafval. Voor de gemeentelijke belastingen hanteren wij een percentage van de openstaande posten per jaar, gerelateerd aan de ouderdom van de vorderingen. Deze percentages zijn volgens opgave van Sabewa Zeeland. Voor de overige vorderingen bepalen wij het risico op oninbaarheid per debiteur. Hoewel we op dit moment optimistisch mogen zijn over de situatie rondom COVID-19, zijn de economische (en maatschappelijke) gevolgen van de afgelopen twee jaar voor iedereen voelbaar. Ondanks dat het Rijk hulp biedt aan grote en kleine ondernemers via diverse steun- en herstelpakketten, verwachten wij als gevolg van de coronacrisis meer vorderingen oninbaar te moeten verklaren. Wat de financiële impact voor ons als gemeente zal zijn, is onzeker. Wij willen dit risico afdekken door de voorziening dubieuze debiteuren op balansdatum hoger te waarderen. Wij hanteren hierbij dezelfde lijn als vorig jaar.

Wij stellen voor een extra voorziening te treffen van 5% voor de openstaande vorderingen gemeentelijke heffingen Sabewa Zeeland (rekening houdend met de afloop na balansdatum). Voor de openstaande overige (belasting)vorderingen hebben wij per individuele debiteur het risico op oninbaarheid in verband met COVID-19 in kaart gebracht. Voor een aantal debiteuren schatten wij de verwachte oninbaarheid op 50%. In 2021 zijn er vorderingen oninbaar verklaard. Ondanks genomen maatregelen zijn de vorderingen niet inbaar gebleken. Het gaat om circa € 117.000 aan vorderingen gemeentelijke belastingen Sabewa Zeeland (2020: € 136.000). Bij de overige vorderingen gaat het om een bedrag van € 16.000 (2020: € 48.000) wat oninbaar is gebleken. Rekening houdend met de oninbaar verklaarde vorderingen en de te verwachten oninbaar verklaringen, doteren wij in 2021 aan de voorziening dubieuze debiteuren € 220.000. In de begroting 2021 hadden wij rekening gehouden met een toevoeging aan de voorziening van € 50.000. Dit bedrag verhoogden wij in de achtste perioderapportage 2021 met € 170.000 tot € 220.000. Doordat de werkelijke dotatie gelijk is aan de raming, is het nadeel nihil.

99

Per ultimo 2021 bedraagt de stand van de voorziening dubieuze debiteuren € 490.000. Wij verwachten dat hiermee het risico op oninbaarheid van de per 31 december openstaande posten is afgedekt. Voorziening dubieuze debiteuren 2021 bedrag x € 1.000 Voorziening dubieuze debiteuren gemeentelijke heffingen Sabewa Zeeland Voorziening dubieuze debiteuren gemeentelijke heffingen 5 % covid 19 Voorziening dubieuze debiteuren overige (belasting)vorderingen Voorziening dubieuze debiteuren overige vorderingen 50% covid 19 Totaal saldo per 31 december 2020 Onttrekkingen oninbaar verklaringen belastingen Sabewa oninbaar verklaringen overige vorderingen totaal

235 102 52 14 403

-117 -16 -133

Subtotaal voorziening

270

Dotatie Toevoeging voor te verwachten oninbaar verklaringen belastingen Sabewa en overige vorderingen

220

Voorziening dubieuze debiteuren gemeentelijke heffingen Sabewa Zeeland Voorziening dubieuze debiteuren gemeentelijke heffingen 5 % covid 19 Voorziening dubieuze debiteuren overige (belasting)vorderingen Voorziening dubieuze debiteuren overige vorderingen 50% covid 19 Totaal saldo per 31 december 2021

253 129 100 9 490

Belastingdruk gemeentelijke heffingen Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO; www.coelo.nl) brengt jaarlijks een rapport uit over de lokale lastendruk. Onder het begrip bruto woonlasten verstaat het COELO het gemiddelde bedrag dat een éénpersoonshuishouden en een meerpersoonshuishouden in een bepaalde gemeente betaalt aan onroerende-zaakbelastingen, rioolheffing en reinigingsheffing. De gemiddelde belastingdruk voor 2021 van de éénpersoons- en meerpersoonshuishoudens is opgenomen in het onderstaande overzicht. Ten opzichte van 2020 zijn de totale woonlasten voor een éénpersoons- en een meerpersoonshuishouden in de gemeente Terneuzen gemiddeld gestegen met 4%. Voor deze berekening is uitgegaan van een gemiddelde WOZ-waarde van € 192.000 (2020: € 182.000). Gemiddeld gezien stegen de woonlasten voor een éénpersoons- en een meerpersoonshuishouden in de provincie Zeeland met 3,5%.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11520059/1