2026-07-07 IC12 - Jaarplan UH 2026
Tekst van het document
Deze thema’s vragen om een flexibele en lerende organisatie, waarin medewerkers in staat zijn om snel te schakelen en hun expertise in te zetten in een veranderende context. We realiseren ons dat niet alle ontwikkelingen voorspelbaar zijn. Onvoorziene gebeurtenissen of signalen uit de samenleving – via meldingen, klachten of ons eigen toezicht – kunnen impact hebben op de leefomgeving en mogelijk verstorend werken. Daarom blijven we investeren in alertheid, signaleringsvermogen en handelingsgerichtheid van onze medewerkers. Zo bouwen we aan een wendbare organisatie die proactief inspeelt op wat er speelt in de samenleving. Risico’s De uitvoering van taken op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (U&H) vereist voldoende en deskundige personeelscapaciteit. De invoering van de Omgevingswet en de toenemende complexiteit van maatschappelijke opgaven stellen hoge eisen aan onze organisatie én aan de competenties van individuele medewerkers. Denk hierbij aan het vermogen om integraal te denken, snel te schakelen bij onverwachte situaties en effectief samen te werken met interne en externe partners. Tegelijkertijd staan we voor een structurele uitdaging: de krapte op de arbeidsmarkt maakt het lastig om de formatie op peil te houden.
Onvoorziene gebeurtenissen, zoals plotselinge afwezigheid of het vertrek van personeel, vergroten de druk op het team en vormen daarmee een risico voor de continuïteit en kwaliteit van onze dienstverlening. Vanuit arbo-oogpunt brengt dit risico’s met zich mee zoals stress, verminderde motivatie en een verhoogde kans op burn-out. Ook fysieke overbelasting ligt op de loer wanneer medewerkers structureel extra taken op zich nemen. Dit kan leiden tot gezondheidsklachten, fouten door 29
vermoeidheid en sociale spanningen binnen het team, evenals een verstoorde werkprivébalans. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden, stellen we duidelijke prioriteiten en zetten we in op flexibiliteit. We benutten de inzetbaarheid van medewerkers optimaal, stimuleren taakverbreding en investeren in wendbaarheid en veerkracht. Daarnaast zoeken we actief de samenwerking met onze U&H-partners voor efficiëntie en om tijdelijke capaciteitsproblemen op te vangen. Zo waarborgen we de voortgang van noodzakelijke werkzaamheden zonder concessies te doen aan kwaliteit of zorgvuldigheid. Deze aanpak vraagt niet alleen om organisatorische flexibiliteit, maar ook om persoonlijke ontwikkeling. Medewerkers worden ondersteund in het versterken van vaardigheden zoals stressbestendigheid, probleemoplossend vermogen en adaptief handelen. Bovendien zetten we in op het tijdig signaleren van overbelasting, het bevorderen van een gezonde werkverdeling en het versterken van onderlinge samenwerking en ondersteuning. Op deze manier bouwen we aan een toekomstbestendige U&H-organisatie die klaar is voor de uitdagingen van morgen.
30
10. Samenvatting, conclusies en aanbevelingen Deze samenvatting biedt een overzicht van de belangrijkste doelstellingen en activiteiten uit het Jaarplan U&H 2026 van de gemeente Terneuzen. Het jaarplan is het uitvoeringsprogramma met de activiteiten we uitvoeren op gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en preventie. Deze activiteiten dragen bij aan de doelen in de fysieke leefomgeving. Het programma stellen we op na afronding van de evaluatie en het vaststellen van de prioriteiten. In dit uitvoeringsprogramma volgen we de structuur die voortvloeit uit het vastgestelde U&Hbeleid Zeeland 2025-2028. De daarin geformuleerde doelen dragen bij aan een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. Centraal staan integraal en risicogericht werken, het voorkomen van ondermijning, het handelen op een betrouwbare, transparante en professionele wijze, en het beleggen van verantwoordelijkheden op de juiste plek. Het programma is opgesteld op basis van een voorafgaande evaluatie en de vaststelling van de prioriteiten. Op grond van dit uitvoeringsprogramma maken we ook afspraken met samenwerkingspartners zoals de RUD Zeeland, de GGD, Veiligheidsregio Zeeland, DCMR en de provincie Zeeland. Deze partijen stellen op basis hiervan hun eigen werkplan.
Artikel 1.2 van de Omgevingswet benoemt de thema’s die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving binnen het domein van gemeenten, provincies, waterschappen en andere overheden. De wettelijk vastgestelde thema’s omvatten onder meer bouwwerken, bouwen en erfgoed, infrastructuur, milieu, lucht en bodem, water en watersystemen, en natuur. In Zeeland is hieraan aanvullend het thema ‘leefbaarheid’ toegevoegd, als regionale prioriteit binnen het omgevingsbeleid. 10.1 Samenvatting per thema. 10.1.1 Bouwen en bouwwerken Met de invoering van de Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) per 1 januari 2024 is het juridisch kader voor bouwen vernieuwd. De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) legt de verantwoordelijkheid voor technisch toezicht bij de opdrachtgever, wat leidt tot een verschuiving van toezicht naar handhaving, met name bij bouwwerken met een laag gebruiksrisico (gevolgklasse 1). Wij streven naar een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving door middel van actuele, correcte en tijdige vergunningverlening, toezicht, handhaving en preventie. De focus ligt op vier subthema’s: bouwtoezicht (inclusief monumenten en asbest), brandveilig gebruik, strijdig gebruik van het omgevingsplan en huisvesting van arbeidsmigranten en seizoenswerkers. In 2025 werd 23.000 uur besteed aan bouwactiviteiten, met een toename van handhaving ten koste van toezicht.
Voor 2026 is 24.500 uur beschikbaar. De inzet is verdeeld over vergunningverlening (9.000 uur), toezicht (6.000 uur), handhaving (8.000 uur) en preventie 31
(1.500 uur). De capaciteit is toereikend, maar medewerkers voeren ook andere taken uit, zoals beleidsontwikkeling en ondersteuning. Voor brandveiligheid werken wij samen met de Veiligheidsregio Zeeland. Bij strijdig gebruik van het omgevingsplan en de huisvesting van arbeidsmigranten wordt ingezet op integrale controles, communicatie en handhaving. Door beperkte capaciteit blijft de integrale controlefrequentie voor flexwonen voorlopig beperkt tot 3 keer per jaar. In de tweede helft van 2026 starten we een vervolg controleprogramma. De uitvoering hiervan is de afhankelijk van de dan beschikbare capaciteit. Hier hebben we op dit moment nog geen inzicht op. 10.1.2 Milieu Het milieubeleid van ons richt zich op het waarborgen van een gezonde, schone en veilige leefomgeving. De uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving op milieutaken is gemandateerd aan de RUD Zeeland. De focus ligt op actuele en correcte vergunningverlening, risicogericht toezicht en handhaving, met prioriteit voor bedrijven en milieubelastende activiteiten (MBA), asbest, afval, energie/duurzaamheid en vuurwerkinrichtingen. Voor bedrijven geldt dat zij binnen vastgestelde risiconormen moeten opereren. Vergunningen worden periodiek geactualiseerd (BRZO: elke 5 jaar, niet-BRZO: elke 10 jaar).
De provincie streeft ernaar dat alle spoedlocaties met onaanvaardbare risico’s in 2026 zijn gesaneerd of beheersbaar gemaakt. Ook wordt ingezet op beperking van geluidsproductie. De capaciteit voor uitvoering van milieutaken ondervindt nog steeds gevolgen van interne ontwikkelingen bij de RUD Zeeland. Dit gaat om de implementatie van de Robuuste RUD, verhuizing en overdracht van Piofac-taken. Hierdoor is te verwachten dat de productiviteit lager blijft dan gepland. Wij en RUD blijven risicogericht werken en stellen prioriteiten om de beschikbare capaciteit zo effectief mogelijk in te zetten. In 2026 zijn 11.218 uur nodig voor milieutaken, verdeeld over preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving. De nadruk ligt op het voorkomen van vertraging bij nieuwe initiatieven en het waarborgen van naleving van milieuregels. 10.1.3 Water/Watersystemen Wij werken samen met het Waterschap en Rijkswaterstaat aan schoon water en waterveiligheid. Deze partijen zijn het bevoegd gezag voor de meeste U&H-taken binnen dit thema. De gemeente toetst bij vergunningverlening voor bouwwerken en terreinen op duurzame hemelwaterafvoer volgens het BBL en omgevingsplan. Er zijn drie subdoelen: Waterkwaliteit – toezicht op grondwater en riolering, met als doel voldoen aan de normen van de Omgevingsverordening Zeeland 2026. Ook moeten we eind 2027 voldoen aan de Kaderrichtlijnwater (KRW).
Momenteel doet een onderzoeksbureau onderzoek om te bepalen welke impact dat heeft op capaciteit en kosten om toezicht te houden op de lozingen. Eind 2026 zijn de uitkomsten van dit onderzoek bekend. Waterkwantiteit – toezicht op optimale waterpeilen ter voorkoming van overlast en droogte. 32
Grondwateronttrekking – toezicht op het behoud van het grondwaterpeil bij activiteiten zoals bronbemaling en beregening. De benodigde capaciteit voor deze taken is opgenomen in de jaarplannen van de betrokken waterbeheerders. 10.1.4 Natuur en landschappen Het beleid rond natuur en landschappen richt zich op het naleven van regels voor gebiedsbescherming, soortenbescherming en het voorkomen van natuurbranden. De provincie is in de meeste gevallen het bevoegd gezag, behalve bij lokale regelgeving zoals het omgevingsplan, waar wij verantwoordelijk zijn. De gemeente heeft daarnaast een signalerende rol richting bevoegde instanties. De beoogde maatschappelijke effecten zijn: het voorkomen van illegale kap van bomen, het waarborgen van sociale veiligheid in natuurgebieden, het tegengaan van biodiversiteitsverlies en het voorkomen van schade aan flora en fauna. Recreatie in natuurgebieden moet samengaan met behoud van rust en natuurwaarden. Toezicht en handhaving worden ingezet om naleving van de groene wetten te bevorderen. De benodigde capaciteit voor deze taken is opgenomen in de jaarplannen van de provincie. 10.1.5 leefbaarheid Wij zetten ons in voor een veilige, duurzame en regelconforme leefomgeving, met aandacht voor evenementen, recreatie, geluidsproductie en de huisvesting van arbeidsmigranten.
Jaarlijks worden veel evenementen georganiseerd, waarvoor toezicht wordt ingezet op basis van risico en impact. Vergunningverlening en toezicht zijn gericht op het waarborgen van veiligheid en het beperken van overlast, zoals geluidshinder. Binnen het toezicht op de APV en bijzondere wetten ligt de nadruk op het voorkomen van illegale overnachtingen, het correct aanbieden van afval, en het beperken van overlast door arbeidsmigranten. Meldingen uit de openbare ruimte (Mor) vormen een belangrijke bron voor toezichtacties. In 2026 worden meer uren ingezet voor integrale controles, terwijl specifieke taken, zoals hondenbelastingcontrole, zijn overgedragen aan Sabewa. De totale benodigde capaciteit voor leefbaarheidstaken bedraagt 10.612 uur. Deze uren zijn verdeeld over vergunningverlening (1.500 uur), toezicht (o.a. 3.212 uur voor Mor-meldingen), handhaving en preventie. De gemeente maakt bewuste keuzes in de inzet van capaciteit, gericht op het vergroten van naleving en het verbeteren van de leefomgeving. Er is sprake van een verschuiving in prioriteiten ten opzichte van 2025, met meer focus op integrale controles en preventieve inzet. In 2026 komen een aantal taken voor controles BRP (Basisregistratie Personen) erbij. Momenteel lopen er procedures voor het werven van extra capaciteit. De uitkomst daarvan is nog niet bekend.
Na realisatie van capaciteitsuitbreiding is het mogelijk de extra taken uit te voeren. 10.1.6 Samenwerking Samenwerking is een cruciale pijler binnen het U&H-beleid van ons. In 2026 wordt ingezet op vijf hoofdthema’s: ondermijning, beleidsafstemming, ketentoezicht, kennisuitwisseling en inhoudelijke samenwerkingsprojecten. 33
Bij het tegengaan van ondermijning werkt de gemeente nauw samen met ketenpartners zoals het Openbaar Ministerie, politie en andere overheden. De focus ligt op bedrijventerreinen, waar vier integrale controledagen per jaar worden gepland. Beleidsafstemming richt zich op het ontwikkelen van uitvoerbare en handhaafbare regelgeving, waarbij de invoering van de Omgevingswet kansen biedt voor harmonisatie. Sinds 2026 het Intergemeentelijk Haventeam (IHT) Zeeland West Brabant operationeel. Dit team heeft als doelstelling het verstoren en terugdringen van ondermijnende (drugs)criminaliteit in de Zeeuwse en West‑Brabantse zeehavens. Voor Terneuzen stelden we ook een haventoezichthouder aan. Ketentoezicht wordt versterkt door bindende afspraken over gezamenlijke controles en actieve terugkoppeling van signalen. Dit draagt bij aan een lerende toezichtketen. Kennisdeling vindt plaats via Zeeuwse bijeenkomsten, casusoverleggen en netwerkvorming, met als doel snellere besluitvorming en betere dienstverlening. In de Kanaalzone, waar wonen en bedrijvigheid samenkomen, wordt samengewerkt met de RUD Zeeland, Provincie Zeeland en DCMR om overlast te beperken en economische activiteiten te behouden. De benodigde capaciteit voor deze samenwerkingsactiviteiten is verdeeld over meerdere gemeentelijke teams, waaronder Vergunningen en Handhaving, OOV/Bestuur, Interne Zaken en Stadsservice.
10.1.7 Ontwikkelingen en risico’s De invoering van de Omgevingswet vraagt om een integrale werkwijze waarin maatschappelijke opgaven zoals klimaat, gezondheid en veiligheid centraal staan. In 2026 passen wij onze werkprocessen hier verder op aan, met nadruk op participatie en het versterken van competenties zoals samenwerking en omgevingsbewust handelen. Tegelijkertijd spelen actuele thema’s zoals ondermijning, energietransitie en arbeidsmigratie een grote rol. Een belangrijk risico is de krapte op de arbeidsmarkt, waardoor het lastig is om voldoende gekwalificeerd personeel te behouden. Dit vergroot de werkdruk en kan leiden tot overbelasting en verminderde kwaliteit. De gemeente zet daarom in op flexibiliteit, taakverbreding, samenwerking en het versterken van veerkracht en stressbestendigheid van medewerkers. Zo wordt gebouwd aan een wendbare, toekomstbestendige U&H-organisatie. 10.2 Conclusie Met dit jaarplan geven wij richting aan onze inzet op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen de fysieke leefomgeving. Wij baseren ons op het Zeeuwse U&H-beleid Zeeland 2025-2028 en werken volgens de uitgangspunten van de Omgevingswet: integraal, risicogericht, professioneel en transparant. Wij spelen actief in op actuele maatschappelijke opgaven zoals ondermijning, energietransitie, leefbaarheid en de huisvesting van arbeidsmigranten.
Daarbij werken wij nauw samen met onze partners, waaronder de RUD Zeeland, GGD, Veiligheidsregio Zeeland, DCMR en de provincie. Onze inzet is afgestemd op zowel regionale als lokale prioriteiten, met oog voor effectiviteit en maatschappelijke impact. Dit jaar zijn er extra en nieuwe taken. Dit gaat om meer inzet op flexwonen, projecten die zich richten op toezicht op de technische staat van bestaande bouw (bijvoorbeeld Raadsledenbuurt Terneuzen) waarvoor inzet wordt gevraagd. Ook vraagt inrichting van het 34
nieuwe RX Mission en toezicht op niet gebruikte vergunning meer capaciteit. We moeten daarom een prioritering maken voor de volgorde van uitvoeren. Hierbij spelen zaken als risico’s, bestuurlijke zwaarte een rol. Met de huidige capaciteit is het niet mogelijke deze taken volledig uit te voeren. Wij realiseren ons dat de uitvoering onder druk staat door krapte op de arbeidsmarkt, toenemende complexiteit en veranderende verwachtingen. Daarom investeren wij in flexibiliteit, taakverbreding, kennisdeling en het versterken van de wendbaarheid van onze organisatie. Met dit jaarplan leggen wij een stevige basis voor een toekomstbestendige uitvoering van onze U&H-taken. Wij blijven leren, verbeteren en samenwerken om de kwaliteit van de leefomgeving voor onze inwoners en bedrijven te waarborgen.
35
10.3 Aanbevelingen Om onze U&H-taken toekomstbestendig en effectief te blijven uitvoeren staan onze aanbevelingen uit 2025 nog steeds. Dit zijn: 1. Versterk personele inzet en veerkracht We investeren in het aantrekken en behouden van gekwalificeerd personeel door goede arbeidsvoorwaarden, ontwikkelkansen en een gezonde werkcultuur. Tegelijkertijd monitoren we structureel de werkdruk, stimuleren we het tijdig signaleren van overbelasting en zorgen we voor een evenwichtige taakverdeling. 2. Vergroot onze wendbaarheid en responsiviteit We streven naar het ontwikkelen van scenario’s voor actuele opgaven zoals ondermijning, energietransitie en arbeidsmigratie. Door te investeren in kennis, samenwerking en besluitvorming onder druk, vergroten we ons vermogen om snel en adequaat te reageren op signalen en incidenten. 3. Versterk datagedreven werken We verbeteren onze informatievoorziening door uniforme formats en digitale systemen voor registratie van U&H-activiteiten. Dit maakt onze sturing, evaluatie en verantwoording betrouwbaarder en effectiever. 4. Veranker strategisch en integraal werken We stellen het jaarplan voortaan tijdig op, leggen doelen en prioriteiten expliciet vast en werken meer volgens de uitgangspunten van de Omgevingswet. Casemanagement borgen we als integraal onderdeel van onze werkwijze.
5. Stuur op risico’s en maatschappelijke impact We blijven kritisch prioriteren op basis van risicoanalyses en maatschappelijke betekenis. Zo zetten we onze capaciteit doelgericht in voor een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving.
36