CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-07-07 IC12 - Jaarplan UH 2026

commissie Omgeving 24 juni 2026, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Ingekomen stukken10.646 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Jaarplan U&H 2026

terneuzen.nl

Inhoudsopgave Jaarplan U&H 2026 .............................................................................................................. 1 1. 2.

Inleiding ...................................................................................................................... 4 Kaders............................................................................................................................ 5 2.1 Wettelijke verplichtingen ........................................................................................... 5 2.2 Plaats in de Big eight ................................................................................................ 5 2.3 Zeeuwse afspraken U&H-beleid ............................................................................... 6 2.4 Zeeuwse Prioriteiten ................................................................................................. 9 2.5 Lokale prioriteiten ....................................................................................................10 2.6 Risicogericht werken ...............................................................................................10 2.7 Organisatie van U&H ...............................................................................................10

3.

Thema bouwen/bouwwerken .....................................................................................12 3.1 Bouwtoezicht (incl. monumenten en asbest) ...........................................................13 3.2 Brandveilig gebruik ..................................................................................................15 3.3 Strijdig gebruik Omgevingsplan ...............................................................................17 3.4 Huisvesting arbeidsmigranten en seizoenswerkers .................................................17

4.

Milieu .........................................................................................................................19 4.1 Bedrijven en Milieubelastende activiteiten (MBA) ....................................................19 4.2 Milieuonderdelen Asbest, Afval, Energie/Duurzaamheid, Vuurwerkinrichtingen.......20 4.3 Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen ..................................................20

5.

Water/watersystemen ................................................................................................21 5.1 Waterkwaliteit ..........................................................................................................21 5.2 Waterkwantiteit ........................................................................................................21 5.3 Grondwateronttrekking ............................................................................................22 5.4 Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen ..................................................22

6.

Natuur en landschappen ............................................................................................23

7.

Leefbaarheid..............................................................................................................24 7.1 Evenementen ..........................................................................................................24 7.2 Toezicht APV en bijzondere wetten .........................................................................24 7.3 Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen ..................................................25

8.

Samenwerking ...........................................................................................................26 8.1 Ondermijning ...........................................................................................................26 8.2 Beleidsafstemming ..................................................................................................26 8.3 Ketentoezicht...........................................................................................................27 8.4 Uitwisseling expertise ..............................................................................................28 2

8.5 Inhoudelijke samenwerkingsprojecten .....................................................................28 8.6 Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen ..................................................28 9.

Ontwikkelingen en risico’s..........................................................................................29

10.

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen.........................................................31

10.1 Samenvatting per thema........................................................................................31 10.2 Conclusie ..............................................................................................................34 10.3 Aanbevelingen.......................................................................................................36

3

1.

Inleiding

De Gemeente is vanuit de Omgevingswet (Ow) verplicht om jaarlijks een Uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving vast te stellen. Zij stelt ook vast of de autonome taken (zoals APV) opgenomen zijn in het uitvoeringsprogramma (Omgevingsbesluit (Ob) artikel 13.8). Dit is het Uitvoerings- en Handhavingsprogramma 2026 van de gemeente Terneuzen. Het volgt het VTH-Jaarplan 2025 op. Het programma is een uitwerking van het Uitvoerings- en Handhavingsbeleid Zeeland 2025 -2028. Alle bevoegde gezagen in Zeeland streven naar dezelfde opbouw van dit uitvoeringsprogramma (en het bijbehorende jaarverslag). Dit komt voort uit de wens om de taken voor vergunningen, toezicht en handhaving op één duidelijke manier uit te voeren, zodat burgers en bedrijven deze uitvoering goed herkennen. Dit maakt onderlinge afstemming en samenwerking makkelijker en draagt bij aan een integrale aanpak. Het uitvoeringsprogramma ondergaat voorlopig geen grote wijzigingen. Het programma kenmerkt zich door een voortzetting van de aanpak die in 2025 is toegepast. Er is daardoor geen verstoring van lopende processen. Dit is een bewuste keuze om continuïteit en stabiliteit te bieden in de uitvoering van onze werkzaamheden. De tijd die we hiermee winnen, benutten wij om in 2026 een belangrijke stap te zetten richting 2027 naar een risico gestuurd uitvoeringsprogramma.

Hierbij sluiten we nadrukkelijk aan bij de doelen uit het IBP Versterking VTH, zoals het versterken van de uitvoeringskracht, uniformering van werkwijzen, professionalisering van het opdrachtgeverschap en het werken op basis van risico en data. Het nieuwe programma 2027 sluit daarnaast beter aan bij de begrotingscyclus van de gemeente. Planning, prioritering en middeleninzet komt dan meer in balans met de strategische doelen. Vanaf het tweede kwartaal starten we met het opstellen van het jaarplan 2027. Met deze verandering streven wij naar: Meer samenhang tussen uitvoering en financiële planning. Risico gestuurde keuzes. Inzet van middelen daar waar de grootste impact en noodzaak ligt. Efficiëntere processen door afstemming met de gemeentelijke begrotingscyclus. Door nu te kiezen voor stabiliteit en tegelijkertijd te investeren in een toekomstbestendige aanpak, leggen we een solide basis voor een effectief en strategisch verantwoord uitvoeringsprogramma.

4

2. Kaders 2.1 Wettelijke verplichtingen De gemeente is wettelijk verplicht jaarlijks het uitvoerings- en handhavingsbeleid uit te werken in een uitvoeringsprogramma (Ob artikel13.8). Met dit document voldoen we aan deze wettelijke eis. Wij stemmen periodiek af met partners die verantwoordelijk zijn voor de strafrechtelijke handhaving, zodat de verschillende vormen van handhaving elkaar versterken. Samen met de uitvoeringsdiensten (RUD Zeeland, VRZ, GGD en DCMR) werken wij volgens één gezamenlijk uitvoeringsprogramma, met duidelijke afspraken over rollen, verantwoordelijkheden en prioriteiten. In de begroting houden wij rekening met de benodigde capaciteit en middelen, volgens de wettelijke kaders van het Omgevingsbesluit. Gedurende het jaar monitoren wij actief de voortgang en sturen wij waar nodig bij op basis van signalen uit de praktijk. Jaarlijks evalueren wij de uitvoering, zodat wij inzichten benutten om de inzet en samenwerking in volgende uitvoeringsprogramma’s verder te verbeteren. Deze evaluatie leggen wij vast in het jaarverslag U&H. Het college van Burgemeester en Wethouders stelt dit jaarverslag vast, net zoals dit jaarplan. 2.2 Plaats in de Big eight De beleids- en uitvoeringscyclus voor de U&H taken staat schematisch in figuur 1 Big eight. Het U&H-uitvoeringsprogramma is de stap planning /control (jaarprogramma) in de Big eight.

We maken ‘(strategische) plannen op het gebied van U&H. Na opdrachtverlening volgt de feitelijke uitvoering.

Figuur 1: Big 8, ofwel de beleids- en uitvoeringscyclus

5

2.3 Zeeuwse afspraken U&H-beleid In Zeeland is er gezamenlijk U&H-beleid, het U&H Beleid Zeeland 2025-2028. Het College van Burgemeester en Wethouders stelde dit beleid op 2 december 2025 vast. In dit beleid staan afspraken over de wijze van uitvoering van de U&H-taken door de Zeeuwse U&Hpartners. Daarnaast moeten ons ook conformeren aan het Zeeuwsbrede Integraal Veiligheidsbeleid. De gezamenlijke bestuurlijke uitgangspunten zijn integraal werken, risicogericht werken, voorkomen van ondermijning. We doen onze werkzaamheden betrouwbaar, transparant, professioneel en leggen de verantwoordelijkheid waar deze hoort. Deze uitgangspunten houden in: 1. Integraal werken We werken als 1- loket (casemanagement) en beoordelen vergunningaanvragen en meldingen integraal. Dit door te werken volgens de volgende doelstellingen:  (Integraal) Beschermen en benutten fysieke leefomgeving;  Verbeteren van de (integrale) dienstverlening;  Korte doorlooptijden van besluitvormingsprocessen;  Goede en tijdige participatie van burgers en bedrijven bij besluitvorming;  Transparantie en inzicht in procedures en processen;  Integrale en samenhangende besluiten. Binnen de gemeente Terneuzen worden deze uitgangspunten verder geconcretiseerd aan de hand van de in Bijlage E beschreven plaatselijke context van het U&H-beleid.

Daarbij zoeken we bewust de balans tussen de Zeeuwsbrede afspraken en onze eigen lokale prioriteiten. Waar het regionale beleid richting geeft en zorgt voor uniformiteit en samenwerking, leggen wij in Terneuzen accenten die voortkomen uit onze specifieke risico’s en opgaven, zoals de haven- en industriële omgeving, de grensligging, de sociaaleconomische dynamiek en de druk op de leefbaarheid als gevolg van de lokale huisvestingsopgave. Dit vraagt in de uitvoering om een continue afweging tussen regionale samenhang en lokaal maatwerk. We sturen op effectieve inzet die aansluit bij wat lokaal het meest urgent en impactvol is. Juist deze afweging maakt dat integraal werken essentieel is Integraal werken is belangrijk en een van de doelstellingen van de Omgevingswet. Het komt terug in allerlei wettelijke voorschriften zoals de coördinatie- en doorzendplichten en de verplichte integrale belangenafweging. Waar nodig werken we samen met onze U&H-partners: RUD-Zeeland, Provincie Zeeland, DCMR (Milieudienst Rijnmond), Veiligheidsregio Zeeland (VRZ), GGD Zeeland, Waterschap Scheldestromen, Openbaar Ministerie, Politie, Natuurbeheerders en ander gemeenten. Goed ‘Casemanagement’ is daarom belangrijk. De uitvoering vereist brede ervaring en algemene deskundigheid.

We passen casemanagement toe bij U&H-taken door bijvoorbeeld het instrument ‘Omgevingstafel’ en zorgen dat belanghebbenden deelnemen. Voor dat laatste werken de bevoegde overheden met participatiebeleid en participatieverordeningen, uitwerkingen van wettelijke eisen voor participatie. In Terneuzen is dat de Verordening participatie en inspraak gemeente Terneuzen 2024. 6

Met integraal werken voorkomen we dat we op één regelgeving goed handelen, maar vanwege strijdigheid of samenloop met andere regelgeving geen samenhangend besluit nemen. In Zeeland is casemanagement en integraal werken verder uitgewerkt in het ‘Protocol Casemanagement’ (Vastgesteld door B&W op 16-05-2023). Het protocol is de basis voor het integraal benaderen van zaken. 2. Risicogericht werken We richten ons op de grootste risico’s. We kunnen niet alles toetsen en controleren, en zorgen dat bedrijven en burgers de regels naleven. Onze prioriteitstelling is op basis van een periodieke probleem- en risicoanalyse (streven 4 jaar). Hierin weegt de mate van het risico en het naleefgedrag mee. Bij het bepalen van de risico’s en inzet kijken we naar de maatschappelijke betekenis van wat er kan gebeuren bij het niet naleven van regels. Op basis hiervan verdelen we onze beperkte menskracht en middelen evenwichtig Voor het opstellen van het jaarplan 2027 werken we deze analyse verder uit in een risicomatrix. In deze matrix worden de verschillende plaatselijke risico’s systematisch jaarlijks in beeld gebracht en gewogen op basis van impact, kans en naleefgedrag. Dit instrument helpt ons om prioriteiten transparant en onderbouwd vast te stellen en om keuzes in inzet en toezicht eenduidig te motiveren.

De risicomatrix vormt daarmee de verbindende schakel tussen het strategisch beleid en de jaarlijkse uitvoeringspraktijk. Preventief proberen we door tijdige en goede voorlichting/communicatie overtredingen te voorkomen en risico’s beheersbaar te houden. Ook willen we voorkomen dat er overtredingen zijn door onbekendheid van (nieuwe) regelgeving. Dit gaat naast de omgevingswet om milieubelastende activiteiten (MBA), meldingen voor het private bouwtoezicht, Natura 2000 vergunningen, het Omgevingsplan, de Omgevingsverordening en de Waterschap verordening. We zorgen daarom voor passende informatie/communicatie naar verschillende doelgroepen in de samenleving. We gebruiken hiervoor de Toepasbare regels vanuit de Omgevingswet. Dit zijn regels die de dienstverlening naar onze doelgroepen versterken. Hier kunnen burgers en bedrijven op een toegankelijke manier zoeken naar de regels voor het bouwen, verbouwen, slopen enzovoorts. We startten met het inrichten van de applicatie daarvoor. Vanwege onvoldoende capaciteit is deze nog niet volledig ingericht. We blijven hieraan werken en aandacht aan besteden. Bij het verlenen van nieuwe vergunningen en actualiseren van bestaande vergunningen bepalen we risico’s en prioriteiten voor vergunningverlening. Hierbij zijn voornamelijk de thema’s gezondheid, veiligheid en duurzaamheid van belang.

We willen de veiligheid verhogen, de kwaliteit van de leefomgeving behouden en onnodige (administratieve) lasten voorkomen. De instrumenten daarvoor zijn opgenomen in de Woningwet en de Omgevingswet Ook bij toezicht bepalen we de belangrijkste risico’s en daarmee onze prioriteiten voor het toezicht. Hier wegen we ook het (naleef-)gedrag van bedrijven of burgers mee en de kans dat ze regels overtreden. 2. Voorkomen van ondermijning We willen niet dat burgers of bedrijven een vergunning of toestemming gebruiken om activiteiten uit te voeren met geld dat verdiend is via misdrijven. Ook willen we niet dat 7

burgers of bedrijven een vergunning (mede) gebruiken voor het plegen van misdrijven. We toetsen daarom de integriteit van aanvragers. Als hier onaanvaardbare risico’s uit komen maken we gebruik van bevoegdheden die we hebben in de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). We kunnen gerichte aanvullende voorschriften in de vergunning zetten. Ook kunnen we een vergunning weigeren of intrekken. Natuurlijk doen we dat pas na een zorgvuldige en soms gezamenlijke afweging. We zetten de instrumenten van preventie, toezicht en handhaving actief in om ondermijnende activiteiten te voorkomen of stoppen. We communiceren, verlenen vergunning, houden toezicht en leggen indien nodig sancties op. Activiteiten die vallen onder ondermijnen gedogen we niet. Sinds 2026 is het Intergemeentelijk Haventeam (IHT) Zeeland West-Brabant volledig operationeel. De gemeente Terneuzen zet hiervoor sinds 2026 een vaste haventoezichthouder in. Het IHT is een samenwerking van de gemeenten Borsele, Moerdijk, Terneuzen en Vlissingen. Het is een onderdeel van het mainportprogramma Veilige Zeehavens. Hieraan nemen ook deel de Politie, Openbaar ministerie, Douane, Belastingdienst, Koninklijke Marechaussee, North Sea port en Port of Moerdijk. Ook is er samenwerking met U&H ketenpartners zoals de RUD Zeeland, Rijkswaterstaat en het Waterschap.

We sturen op samenwerking en gezamenlijke prioriteiten en wisselen onderling informatie uit. Dit team werkt aan het verstoren en terugdringen van ondermijnende (drugs)criminaliteit in de Zeeuwse en West-Brabantse zeehavens. We vinden het wenselijk een eenduidig Zeeuws Bibob beleid te hanteren. 3. Betrouwbaar: doen wat we moeten doen We zijn betrouwbaar voor onze burgers, partners en het bedrijfsleven. Dat doen we bijvoorbeeld door het standaardiseren van werk: toepassen van standaard vergunningsvoorschriften en dezelfde strategie. Dit zorgt voor rechtsgelijkheid. 5. Transparant We voeren de U&H-taken transparant uit. Dit is een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, maar staat ook in sommige wetten. Denk aan het publiceren van besluiten, zoals vergunningen, (EU-verplichting) en meldingen en aan het openbaar maken van namen van risicovollere bedrijven die herhaaldelijk de regels overtreden. We zorgen dat procedures reproduceerbaar zijn, dat betekent dat het procesverloop en de beslissingen in het dossier staan. 6. Professioneel: kwaliteit, kennis en kunde De uitvoering van taken voldoet minimaal aan kwaliteitscriteria vergunningverlening, toezicht en handhaving opgesteld door het IBP U&H (Interbestuurlijk programma Versterking U&Hstelsel). Periodiek toetsen wij of wij hier aan de vereisten voldoet.

Op basis van de vorig jaar uitgevoerde Zeeuwsbrede audit bieden we medewerkers gelegenheid om door te ontwikkelen. 7. Verantwoordelijkheid waar deze hoort We nemen onze verantwoordelijkheid en werken binnen de kaders van geldende wet- en regelgeving. We gaan uit van de beginselplicht tot handhaving. Dit geldt ook voor de eigen vergunde werkzaamheden en die van medeoverheden. 8

We benaderen bedrijven, instellingen, particulieren en overheden vanuit het principe dat iedere partij eigen verantwoordelijkheid heeft. Daarom verwachten we ook dat bedrijven, instellingen, particulieren en overheden hun eigen verantwoordelijkheid voor de naleving van regels oppakken, onder andere door:  goede en volledige informatie aan te leveren bij vergunningaanvragen en meldingen;  zelf te zorgen voor actieve en betrouwbare informatie over risicovolle activiteiten en door ongewone voorvallen tijdig te melden. De uitwerking van deze uitgangspunten in onze vergunningen-, toezicht, sanctie- en gedoogstrategie is te vinden in deel B van het gezamenlijke U&H-beleid. 2.4 Zeeuwse Prioriteiten Op basis van het Omgevingsbesluit artikel 13.5 lid 4 en artikel13.6 lid 1 zijn via een gezamenlijke probleem- en risicoanalyse de Zeeuwse U&H-prioriteiten bepaald. De probleem- en risicoanalyse is gebaseerd op de volgende criteria: • De maatschappelijke betekenis van wat er kan gebeuren als bepaalde regels niet kunnen worden nageleefd; •

Het naleefgedrag ofwel de kans dat er overtredingen plaatsvinden.

Uit de probleem- en risicoanalyse kwamen de volgende prioriteiten naar voren bij de thema’s bouwen, milieu, water, groen, leefbaarheid en samenwerking. In de onderstaande staan de Zeeuwse prioriteiten met thema’s waar ze op van toepassing zijn. Prioriteit U1/H1 Integraal beleid

U2/H2 Actuele vergunningen U3/H3 Waterkwaliteit U4/H4 Biodiversiteit en stikstof U5/H5 Toezicht en ondermijning

U6/H6 Brandgevaar/Calamiteiten

Streven Onderdelen van de fysieke leefomgeving in samenhang beoordelen. Minder kans op strijdige besluiten of onvoldoende maatwerk Gezamenlijk handhaven bij problemen en probleemsituaties. Dit om verschuiving van problemen naar een ander vlak te voorkomen. Vergunningen en voorschriften actualiseren naar Best beschikbare Technieken (BBT). Maatwerk instrument Omgevingswet (Ow) toepassen op locaties. Toezicht en Handhaving is beter toepasbaar. De waterkwaliteit laten voldoen aan de Kaderrichtlijn water (KRW)-doelen. (ecologische en chemische doelen en lijst van stoffen) voor 2027. Hiervoor verwijzen we ook naar U2/H2 Biodiversiteit (soorten) en stikstof zijn wettelijke bepalingen voorgeschreven voor toepassing bij veel activiteiten. Deze integraal toepassen bij uitvoering en handhaving. De Ow zorgt voor minder vergunningen. Gebruikte instrumenten zijn meldingen en informatieplichten. Deze komen te weinig binnen. Dit geeft gevaar voor illegaliteit en ondermijning. Meer gebiedstoezicht/surveillance op feitelijke activiteiten in bouwwerken of een gebied. Voorkomen van calamiteiten door preventief (gezamenlijk) toezicht om brandgevaar te voorkomen bij bedrijven en natuurgebieden. Voorkomen schade aan natuur en biodiversiteit, onveiligheid, economische schade.

Tabel 1: Zeeuwse U&H-prioriteiten

9

Thema’s Veiligheid, water, bodem, biodiversiteit, schoon, natuur, stikstof, gezondheid Stikstof, natuur, duurzaamheid, veiligheid, gezondheid, lucht. Water, natuur, biodiversiteit, gezondheid, stikstof. Biodiversiteit, natuur, stikstof. Veiligheid, water, bodem, biodiversiteit, stikstof, natuur, gezondheid Natuur, biodiversiteit, water, bodem, gezondheid, veiligheid, stikstof.

In dit uitvoeringsprogramma presenteren wij onze U&H-inzet voor deze Zeeuwse prioriteiten, waarbij het kan voorkomen dat een specifieke Zeeuwse prioriteit lokaal minder relevant is dan elders. De komende jaren is er doorontwikkeling van de gezamenlijke probleem- en risicoanalyse. 2.5 Lokale prioriteiten In aanvulling op de regionale prioriteiten (bouwen, milieu, water, groen, leefbaarheid en samenwerking) kunnen we op basis van lokale doelen en omstandigheden aanvullende of andere prioriteiten stellen. In dit uitvoeringsprogramma presenteren wij, waar dat het geval is, onze U&H-inzet voor deze lokale prioriteiten. Deze sluiten aan bij het Integraal Veiligheidsbeleid Terneuzen 2023-2026. De Terneuzense prioriteiten zijn digitale criminaliteit, ondermijning, zorg en veiligheid, jeugd en veiligheid, veilige duurzame leefomgeving. Deel E van het U&H beleid 2025-2028 beschrijft de lokale prioriteiten. 2.6 Risicogericht werken We maken momenteel een risicoanalyse met betrokken stakeholders. Dit is een dynamisch document. Op basis van ervaringen en ontwikkelingen stellen we deze jaarlijks bij. Voor het jaarplan 2027 streven we er naar deze risicoanalyse toe te voegen. Aan de hand van een risicoanalyse bepalen we de frequentie en diepgang waarmee we onze vergunningverlenings-, toezichts- en handhavingstaken uitvoeren. Wij richten ons op de grootste risico’s.

Voor de vergunningverlening bepalen wij risico’s en prioriteiten op basis van de vergunningenstrategie en het actualiseringsbeleid bestaande vergunningen. Bij toezicht sluiten we aan bij de prioriteiten vanuit vergunningverlening. Voor 2026 is energietoezicht een speerpunt. We proberen risico’s en overtredingen zo klein mogelijk te houden door preventief voorlichting en informatie te geven. Elke 4 jaar voeren we Zeeuwsbreed een probleemanalyse uit. Op basis van de prioritering die daar uitkomt verdelen we menskracht en middelen. Bij het bepalen van de risico’s en inzet kijken wij naar de maatschappelijke betekenis van wat er kan gebeuren als een regel niet wordt nageleefd. Aanvullend hierop stellen we de jaarlijkse risicomatrix bij, waarin we de actuele risico’s, naleefgedrag en ontwikkelingen vertalen naar concrete prioriteiten voor het betreffende jaar. Op basis van deze jaarlijkse weging sturen we bij in de inzet van menskracht en middelen, zodat we flexibel kunnen inspelen op veranderingen in de praktijk. In de toekomst werken we dit onderdeel nader uit. 2.7 Organisatie van U&H Voor het U&H beleid voeren het team Vergunningen en Planologie en de Eenheid Handhaving het grootste deel van de taken uit op de thema’s bouwen, erfgoed, leefbaarheid. Integraal werken bereiken we door af te stemmen met andere organisatieonderdelen.

Dit gebeurt via de intaketafel en/of de omgevingstafel. Voor het thema milieu zijn de taken gemandateerd aan de RUD Zeeland (in samenwerking met de DCMR). Afhankelijk van wat 10

er speelt werken we samen met U&H partners zoals de VRZ, GGD, het openbaar ministerie en politie. Scheiding vergunningverlening, toezicht en handhaving De Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) benadrukt het belang van een duidelijke rolverdeling tussen vergunningverleners en toezichthouders. Ook de Kwaliteitscriteria U&H 3.1 bevelen aan om deze functies te scheiden, met name bij complexe of risicovolle dossiers. Deze functiescheiding draagt bij aan een objectieve en onafhankelijke handhaving. Door dit organisatorisch goed te regelen, versterken we de kwaliteit en betrouwbaarheid van het U&H-proces. Bereikbaarheid buiten kantooruren De gemeente Terneuzen is binnen en buiten kantooruren bereikbaar voor meldingen en behandeling van incidenten en acute klachten voor APV-, bouw- en milieuzaken. Als iets zich voordoet loopt dit via AOV-er (piket) en of bij grote incidenten via Bevolkingszorg Zeeland. Ook dan is o.a. een AOV-er betrokken. Bevolkingszorg heeft alarmeringsmogelijkheid naar toezichthouders en vergunningverlening (voor bouwbeheer) die niet op piket staan. Het melden van de milieuklachten van bedrijven kan via het milieumeldpunt van de RUD Zeeland. Ze hebben een eigen milieupiketdienst voor bedrijven die onder RUD Zeeland vallen. Rayon Toezicht Onze toezichthouders hebben een eigen rayon voor het uitvoeren van (periodieke) controles.

Er vindt registratie plaats in RX-mission. Hierdoor is er borging van kennis, informatie en overdracht mogelijk. Vormen van toezicht Bij preventieve en repressieve controles zetten we verschillende toezichtinstrumenten of combinaties van instrumenten in. We voerde de volgende vormen van toezicht uit.  Aangekondigd of onaangekondigd;  Steekproeven;  Fysiek toezicht, zichtbare aanwezigheid;  Administratief toezicht;  Aspectcontrole;  Systeemtoezicht (bijvoorbeeld het veiligheidssysteem bij BRZO-bedrijven);  Concerntoezicht (bijvoorbeeld op het compliance-systeem, werken volgens verschillende soorten regelgeving bij een concern met meerdere vestigingen).

11

3.

Thema bouwen/bouwwerken

Met de start van de Omgevingswet op 1 januari 2024 trad het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) in werking. Het verving onder andere het eerder Bouwbesluit 2012. Ook het omgevingsplan trad in werking. Dit kwam in plaats van eerdere bestemmingsplannen. Het omgevingsplan vertaalt doelen en beleid uit de omgevingsvisie en de programma’s naar juridische regels. Het gaat om activiteiten zoals bouwen, slopen, aanleggen en gebruiken, cultuurhistorie, duurzaamheid en klimaat. Sinds 1 januari 2024 is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking. Deze wet vormt, in samenhang met de Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het huidige wettelijke kader voor de bouwregelgeving. De verantwoordelijkheid voor het technische toezicht bij bouwwerkprojecten ligt nu nadrukkelijk bij de opdrachtgever. Daardoor verschuift de focus voor de technische werkzaamheden van toezicht naar handhaving. Dit is met name voor de bouwwerken met een laag gebruiksrisico, de gevolgklasse 1. Voor de andere gevolgklassen en het toezicht op andere omgevingswaarden zoals omgevingsveiligheid blijven de taken vooralsnog behouden. Het hoofddoel/beoogde effect bouwen We willen actuele, programmatische, correcte en tijdige verlening van vergunningen (voor bouwen). Dit alles om een gezonde en veilige leefomgeving en een doelmatig gebruik daarvan te borgen.

We doen dit volgens het vastgesteld U&H beleid Zeeland 2025-2028. De activiteiten die we daarvoor uitvoeren zijn vergunningverlening, toezicht, handhaving en preventie. De houdt het volgende in: Vergunningverlening Het hoofddoel is actuele, programmatische, correcte en tijdige verlening van vergunningen voor bouwen. We verlenen, weigeren of wijzigen vergunningen voor de activiteit bouwen volgens de wettelijke eisen en volgens vastgestelde beleidsuitgangspunten. We geven dan bedrijven, particulieren of (bestuurlijke) organisaties toestemming om vergunningsplichtige activiteiten uit te voeren. Toezicht We houden toezicht om de naleving van regels te bevorderen. Hierdoor houden we het ontstaan van risico’s voor de leefomgeving zo klein mogelijk. We houden op dezelfde manier toezicht bij gelijke gevallen. Handhaving Bij het constateren van overtredingen van regels en voorschriften treden we op. Dit doen we volgens de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Afhankelijk van de overtreding leggen we een sanctie op die past bij de overtreding. Die sanctie hangt af van de soort overtreding en/of er sprake is van herhaling of verzachtende/verzwarende omstandigheden. 12

Preventie We willen zoveel mogelijk overtredingen voorkomen. Door preventieve activiteiten zoals eenvoudige en duidelijke regelgeving, communicatie en vooroverleg vergroten we de naleving van regels. Ook voorkomen we daardoor overtredingen. In de volgende paragrafen is voor de regionale en lokale prioriteiten uitgewerkt wat het beoogde maatschappelijk effect is en hoe U&H ingezet wordt om dat effect te realiseren. 3.1 Bouwtoezicht (incl. monumenten en asbest) Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Bouw- en verbouwactiviteiten vinden op veilige, gezonder en duurzame wijze plaats. Hoe is het nu? In 2025 besteedden we ongeveer 26000 uur aan activiteiten voor bouwen. In tabel 2 staat de procentuele verdeling van de uren over de verschillende activiteiten. De bestede uren komen in grote lijnen overeen met de wat begroot was voor 2025. Het aantal uren besteed in de categorieën handhaving en algemeen zijn lager dan begroot voor 2025 Activiteit bouwen % Vergunningverlening Toezicht Handhaving Preventie Algemeen Totaal

37 19 29 6 8 100

Tabel 2: Procentuele verdeling activiteiten bouwen

Wat gaan we doen om het doel te bereiken? We voeren preventie-activiteiten, vergunningverlening, toezicht en handhaving bij bouwprojecten uit. Op die manier is de realisatie van bouwprojecten volgens de geldende regels voor veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen We hebben 20 fte aan medewerkers die taken verrichten voor de activiteiten vergunningverlening, toezicht, handhaving en preventie. Daarnaast verrichten zij ook andere werkzaamheden. In 2026 verrichtten we onze werkzaamheden volgens de regels van de sinds 2024 van kracht zijnde Omgevingswet. In 2025 hebben we ons de nieuwe wet al goed eigen gemaakt. Maar dat neemt niet weg dat er nog af en toe meer tijd nodig is om alle onderdelen van de nieuwe wet goed toe te passen.

13

Het verrichtte werk in 2025 is een goede indicatie voor wat we verwachten in 2026 aan capaciteit nodig te hebben. Daarnaast zijn staan er voor 2026 een aantal nieuwe en extra werkzaamheden op de planning. In de volgende teksten over de U&H-taken staan naast de normale werkzaamheden per taak wat aan extra/extra capaciteit nodig is. Preventie Onder preventie vallen taken als vooroverleg en deelname aan de intaketafel. Ook worden uren besteed aan het informatie verstrekken over lopende zaken of uitleg over procedures voor de U&H activiteiten. Hiermee om zaken te verduidelijken en fouten te voorkomen. Vergunningverlening De uren opgenomen voor vergunningverlening zijn nodig voor vergunningen en meldingen. Hieronder vallen ook de uren die nodig zijn voor de uitvoering van Briks-taken (Briks: bouwen, ruimtelijke ordening, inritten, kappen, slopen). Naast de reguliere taken op het gebied van vergunningverlening hebben we als bevoegd gezag te maken met nieuwe taken als gevolg van de Omgevingswet. Dit gaat bijvoorbeeld over maatschappelijke impact, sociale veiligheid en nieuwe specifieke vergunningen. Extra/nieuwe werkzaamheden vergunningverlening 2026  Huisvestingsvergunning en verhuurvergunning (flexwonen). Toezicht In deze tabel zijn ook de uren opgenomen benodigd voor toezicht op de bouw, toezicht Briks, klachten/meldingen en gebruikscontroles VRZ.

Ook uren voor juridische ondersteuning van toezicht vallen hieronder. Extra/nieuwe werkzaamheden toezicht 2026  Controle op niet in gebruik genomen vergunningen na 2 jaar.  Toezicht op de technische staat van bestaande bouw (bijvoorbeeld Raadsledenbuurt Terneuzen) Handhaving De uren in de tabel bij deze activiteit zijn voor handhavende activiteiten en de daarvoor benodigde juridische werkzaamheden. Extra/nieuwe werkzaamheden toezicht 2026.  Handhaving naar aanleiding van toezicht in het kader van het project Raadsliedenbuurt.  Handhaving naar aanleiding van toezicht flexwonen.

14

Algemeen Voor het uitvoeren van deze werkzaamheden is ondersteuning nodig. Dit kan gaan om registratie (BAG-beheer), administratie (verslaglegging, planning, applicatiebeheer (RXmission) en ondersteuning bij applicaties. Advisering over beleid, het opstellen van beleidstukken gebeurt door verschillende medewerkers. Dit is afhankelijk van het onderwerp van het beleidsonderwerp. Aansturing van het team is taak van de teamleider. Naast de eerdere genoemde fte’s voor de U&H taken is in het totaal 9 fte voor algemene taken beschikbaar. Extra Algemene werkzaamheden 2026.  Het inrichten nieuwe versie van applicatie RX-mission.  Uitwerken Risicoanalyse en bijbehorende prioritering.  Borging Big 8 cyclus als gevolg van IBP en aanpalend programma. Overzicht benodigde uren 2026 In onderstaande tabel staat de capaciteit per activiteit (preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving). Activiteit

Beschikbare uren 2026 *

Benodigde uren (uitgangspunt 2025) *

Preventie

1500

1500

Vergunningverlening

9000

7000

Toezicht

6000

5500

Handhaving

8000

9000

Totaal

24500

23000

Tabel 3: Uren verdeling activiteiten bouwen

*De beschikbare uren zijn op basis van fte. Niet alle uren zijn inzetbaar voor de U&H activiteiten benoemd in dit jaarplan. 3.2 Brandveilig gebruik Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Gebouwen worden (brand)veilig ontworpen, gebouwd en gebruikt. Hoe is het nu? Brandveilig gebruik van gebouwen en recreatie-objecten is een belangrijke prioriteit. Denk hierbij onder andere ook bluswatervoorzieningen en aan de veiligheid van installaties voor de 15

energietransitie. Samen met de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) zorgen wij ervoor dat gebouwen (brand)veilig worden ontworpen, gebouwd en gebruikt. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? We blijven samen met de VRZ zorgen dat gebouwen (brand)veilig worden ontworpen, gebouwd en gebruikt worden. Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen Voor 2026 hebben we cijfers toegevoegd voor het onderdeel preventie. De te verwachtten aantallen voor U&H-taken zijn op basis van het gemiddelde van de afgelopen 5 jaar. We verwachten dat het aantal meldingen niet veel afwijkt van de meldingen voor 2025. De benodigde capaciteit blijft daardoor hetzelfde. Naast de adviezen bij meldingen voert de VRZ ook reguliere (her)controles uit en controles bij bouwwerken en projecten. De benodigde capaciteit levert de VRZ. Activiteit Taakveld Preventie Advisering brandveilig gebruik (OLO en DSO) Programma van eisen/ Uitgangspuntendocument (UDP) Overig Vergunningverlening en meldingen Melding brandveilig gebruik Toezicht en handhaving Controles/hercontroles (regulier/projecten/overig) Tabel 4: Zaken brandveilig gebruik

16

Verwachte aantal zaken 107 22 46 20 100

3.3 Strijdig gebruik Omgevingsplan Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Gronden en gebouwen worden in overeenstemming met planologische regels gebruikt. Hoe is het nu? Wij zien door middel van preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving erop toe dat het gebruik overeenkomstig de toepasselijke regels is en strijdig gebruik wordt opgeheven. Bij constatering van strijdig gebruik wordt handhavend opgetreden. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Wij zien door middel van preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving erop toe dat het gebruik overeenkomstig de toepasselijke regels is en strijdig gebruik wordt opgeheven. Dit doen we via de instrumenten vooroverleg, intaketafel, omgevingstafel, informatieverstrekking communicatie. Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen In 2025 behandelden we 250 zaken die betrekking hadden tot het afwijken van het omgevingsplan. Dit was lager dan verwacht maar inschatten blijft lastig. Doordat we meer voor overleg uitvoerden (preventie) was er mogelijk minder strijdig gebruik. We gaan daarom uit van het hetzelfde aantal zaken (250) in 2026. 3.4 Huisvesting arbeidsmigranten en seizoenswerkers Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Arbeidsmigranten en seizoenswerkers worden veilig en leefbaar gehuisvest Hoe is het nu? De huisvesting van arbeidsmigranten en seizoenswerknemers is een belangrijk aandachtspunt.

Hierbij spelen aspecten, zoals veiligheid, welzijn, acceptatie en regelgeving. Met seizoen werknemers bedoelen we de werknemers die alleen tijdens een seizoen (bijvoorbeeld het recreatieseizoen, plukseizoen of andere campagnes) in de gemeente aanwezig zijn en van elders komen. Wij zien erop toe dat arbeidsmigranten en seizoenwerkers veilig en leefbaar worden gehuisvest. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Door middel van preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving, zie wij erop toe dat arbeidsmigranten en seizoenwerkers veilig en leefbaar worden gehuisvest. Uitgangspunten hiervoor zijn de Huisvestingsverordening 2026 en de Verhuurverordening 2026. Ook is vaak een omgevingsvergunning nodig. Bij integrale controles nemen we de uitgangspunten van deze verordeningen en de omgevingsvergunning mee. Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen Huisvesting van arbeidsmigranten en flexwonen is een actueel onderwerp. Verschillende doelgroepen uit de samenleving zijn betrokken. Denk aan arbeidsmigranten, huiseigenaren, omwonenden en werkgevers. 17

We plannen daarom jaarlijks controles voor flexwonen voor om toezicht te houden op veiligheid en leefbaarheid. De eerste helft van 2026 staan 3 integrale controles op de planning (40 adressen per controle). De beschikbare capaciteit voor de tweede helft van 2026 is nog niet bekend. Als deze volledig is zijn de tweede helft van 2026 maximaal nog 200 controles mogelijk. Activiteit taakveld Toezicht en handhaving Controles flexwonen Traject Handhaving flexwonen

Zaken 320 (maximaal) 240 (deels bepaald door aantal controles)

Tabel 5: Huisvesting arbeidsmigranten en seizoenswerkers

18

4.

Milieu

Hoofddoel Het verlenen van actuele, programmatische, correcte en tijdige verlening van vergunningen voor milieu. Dit voor borging van een gezonde, schone en veilige leefomgeving en een doelmatig gebruik daarvan zoals opgenomen in het U&H beleid Zeeland. De RUD Zeeland voert de vergunningverlening, toezicht en handhaving van de milieutaken uit voor de gemeente Terneuzen. Door het verlenen of wijzigen van een vergunning (voor de activiteit milieu) krijgen bedrijven, particulieren of (bestuurlijke) organisaties toestemming om activiteiten uit te voeren. Ook kunnen vergunningen geweigerd worden omdat ze niet (kunnen) voldoen aan de regels. Door adequate milieuvergunningverlening en milieutoezicht en handhaving werken we aan een schoon en veilig Terneuzen. De uitvoering van de werkzaamheden gebeurt volgens het Jaarplan 2026 dat we samen met de RUD Zeeland opstelden. Hieronder staan per milieuonderdeel de doelen. In paragraaf 4.3 geven we voor alle onderdelen de capaciteit. 4.1 Bedrijven en Milieubelastende activiteiten (MBA) Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)  Zeeuwse bedrijven functioneren binnen de grenzen van de vastgestelde risiconormen  Vergunningen en meldingen zijn actueel beiden activiteit vergunningen)  We zien erop toe dat bedrijven functioneren binnen de grenzen van de vastgestelde risiconormen.

We zorgen dat vergunningen actueel zijn (BRZO, elke 5 jaar en nietBRZO: elke 10 jaar)  Bodem: Het provinciale streven is erop gericht om in 2026 alle onaanvaardbare risico’s bij het huidige gebruik van de zogenaamde spoedlocaties gesaneerd of beheersbaar zijn gemaakt.  Geluid: Het provinciale streven is gericht op het beperken van de uitbreiding van geluidsproductie. Hoe is het nu? De geraamde uren komen niet overeen met de werkelijke uren. Dit komt onder andere doordat de werkzaamheden niet exact te plannen zijn. Ook vragen aandachtsdossiers en milieurisico’s meer tijd. Er is daardoor minder tijd voor periodieke controles en actualisaties. De in 2026 in gang gezette verhuizing van de RUD en de overdracht van Piofac taken zorgen waarschijnlijk voor minder productiviteit. Ook de ontwikkeling naar een Robuuste RUD vraagt in 2026 nog extra tijd uren. Door bovengenoemde zaken is er een reële kans dat er in 2026 minder productieve uren worden uitgevoerd dan vooraf gepland. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Om ons hoofddoel is het borgen van een gezonde, schone en veilige leefomgeving. Gezien de beperkte capaciteit stellen we prioriteiten en werken we risicogericht.

19

Ook het verlenen van vergunningen heeft prioriteit. Dit om vertraging van nieuwe initiatieven te voorkomen. 4.2 Milieuonderdelen Asbest, Afval, Energie/Duurzaamheid, Vuurwerkinrichtingen Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) per onderdeel Asbest: Bedrijfsmatige asbestsaneringen vinden veilig plaats. Afval (bedrijfsmatig): Bedrijven zamelen afval gescheiden in, er zijn geen dumpingen. Energie/duurzaamheid: Bedrijven investeren in wettelijk verplichte energiebesparingsmaatregelen en benutten mogelijkheden voor duurzame energieopwekking. Hoe is het nu? Voor de genoemde onderdelen zorgen we dat de uitvoering gebeurt volgens geldende regelgeving of vergunningvoorschriften. We zien toe op naleving van de regelgeving en voorschriften. Indien nodig treden we sanctionerend op. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? We blijven de bovengenoemde werkwijze volgen. We werken risicogericht en stellen indien nodig prioriteiten. 4.3 Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen In de onderstaande tabel staat de het aantal uren dat nodig is om de milieutaken uit te voeren. Het uitvoeren van de werkzaamheden zoals aangegeven in het Jaarplan 2026 Terneuzen van de RUD Zeeland is mogelijk niet haalbaar. Dit door de implementatie van de Robuuste RUD en organisatorische zaken als verhuizing en overdracht Piofac-taken. Activiteit

Preventie

Uren uitgevoerd 2025

Benodigde uren 2026 (Jaarplan 2026) 0

176

Vergunningverlening

3486

3143

Toezicht

3266

5672

Handhaving

1054

793

Algemeen

2208

9608

Totaal

10014

11218

Tabel 6: Activiteiten milieu

20

5.

Water/watersystemen

Hoofddoel/beoogde effect Schoon water en waterveiligheid. Het Waterschap en Rijkswaterstaat zijn hiervoor het bevoegd gezag en voeren samen met de RUD Zeeland hier U&H-taken voor uit. Als gemeente zijn wij bij vergunningverlening voor bouwwerken en ‘werken geen bouwwerk zijnde” (pleinen en parkeerterreinen) wel aan zet om te zorgen voor duurzame opvang van afvoer van hemelwater. We toetsen hiervoor aan de voorschriften in het BBL en het omgevingsplan. Indien nodig koppelen we (maatwerk)voorschriften aan een vergunning. 5.1 Waterkwaliteit Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Er is toezicht onder meer door middel van controles op de kwaliteit van het grondwater in stedelijk gebied en de riolering. Hoe is het nu? Schoon water is van belang voor mens en milieu. Soms lozen bedrijven vanuit het bedrijf en de bijbehorende productieprocessen indirect op het oppervlaktewater. Dit houdt in dat de betreffende afvalwaterstromen via riolering naar de afvalzuivering gaan. De Kaderrichtlijn Water (KRW) geeft hiervoor normen. Eind 2027 moeten de watersystemen in Zeeland hieraan voldoen. De gezamenlijke Zeeuwse overheden hebben een bedrijf opdracht gegeven om te onderzoeken hoe het staat met deze lozingen. Aan de hand van de resultaten daarvan maken van afwegingen over hoe (intensief) we controles moeten uitvoeren. Dan krijgen we in beeld welke de capaciteit en kosten nodig zijn.

In de Omgevingsverordening Zeeland 2026 zijn de KRW en de WB21 (Waterbeleid 21ste eeuw) verwerkt. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Onder meer door middel van controles is er toezicht op de kwaliteit van het grondwater in stedelijk gebied en de riolering. 5.2 Waterkwantiteit Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Er is toezicht zodat de waterpeilen optimaal zijn afgestemd op het grondgebruik en de bodemopbouw. Dit in relatie met wateroverlast en droogte. Hoe is het nu? Oppervlaktewater is er om de watersystemen in stand te houden en wordt ingezet in drogere periodes door agrariërs bij de beregening van percelen. Zoetwater is in Zeeland een schaars goed aan het worden, met name in droge periodes. De primaire taak ligt bij Rijkswaterstaat en het Waterschap hierin. De waterpeilen zijn optimaal afgestemd op het grondgebruik en de bodemopbouw, in relatie met wateroverlast en droogte. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Onder meer door middel van controles is er toezicht op de kwantiteit van het grondwater in stedelijk gebied en de riolering. 21

5.3 Grondwateronttrekking Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Door middel van controles is er toezicht dat het grondwaterpeil in stand wordt gehouden. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Er is toezicht op dat de waterpeilen optimaal zijn afgestemd op het grondgebruik en de bodemopbouw, in relatie met wateroverlast en droogte. Hoe is het nu? Voor bepaalde activiteiten is het nodig om grondwater te onttrekken of water te infiltreren. Denk bijvoorbeeld aan een productieproces, bodemenergiesysteem, drooghouden van bouwputten (bronbemaling) of beregening. Regulering vindt plaats via de Waterwet of de Keur watersystemen van het waterschap. Het bevoegd gezag is afhankelijk van het type onttrekking en de hoeveelheid grondwater en ziet erop toe dat het grondwaterpeil in stand wordt gehouden. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Wij zien er door middel van controles op toe dat het grondwaterpeil in stand wordt gehouden. 5.4 Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen Het Waterschap en Rijkswaterstaat zijn bevoegd gezag voor het grootste deel van de activiteiten van de taken. Zij voeren voor preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving activiteiten uit voor de onderstaande taken. Ook de RUD-Zeeland voert taken uit. De capaciteit hiervoor is opgenomen in jaarplannen van deze organisaties.

22

6.

Natuur en landschappen

Hoofddoel Met goed toezicht en handhaving is er inzet op naleving van de toegangsregels van de groene wetten, gebiedsbescherming en het verminderen van risico’s op natuurbranden. De provincies is in de meeste gevallen bevoegd gezag voor zowel gebiedsbescherming, soortenbescherming als de bescherming van houtopstanden. De gemeente is bevoegd gezag om die gevallen van plaatselijke regelgeving zoals het omgevingsplan. En in uitzonderingsgevallen is dit een ministerie. Beoogd maatschappelijk effecten (subdoelen) per onderdeel  Het kappen van bomen/houtopstanden vindt in overeenstemming met de toepasselijke regels plaats.  Natuurgebieden zijn (sociaal) veilig t.b.v. recreatie.  Branden in Natuurnetwerk Nederland (NNN)-gebieden worden voorkomen en beheersbaar gehouden.  Tegengaan van de achteruitgang in biodiversiteit  Flora en fauna wordt niet beschadigd Hoe is het nu? Door bezoeken van (groepen) mensen aan natuurgebieden gaan rust, ruimte en natuurschoon samen met recreatie. Illegale betreding heeft gevolgen voor de natuurdoelen dan wel de rust van de dieren. Met goed toezicht en handhaving willen we meer inzetten op naleving van de toegangsregels en van de groene wetten. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Indien nodig geven wij signalen af bij het bevoegde gezag.

Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen De capaciteit hiervoor is opgenomen in jaarplannen van de provincie.

23

7.

Leefbaarheid

Hoofddoel Organisatie van evenementen, recreatie, geluidsproductie en huisvesting arbeidsmigranten is veilig, duurzaam en in overeenstemming met de wet- en regelgeving is. De geldt ook voor de effecten ervan op de leefomgeving. In paragraaf 7.3 staat de benodigde en beschikbare capaciteit. 7.1 Evenementen Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)  Evenementen zijn veilig en duurzaam georganiseerd.  Beperken van geluidhinder door activiteiten in de openbare ruimte (of evenementen) Hoe is het nu? In Terneuzen organiseren we jaarlijks veel evenementen. Dit zijn grote, middelgrote en kleinere evenementen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan Havendagen, wielerwedstrijden, festivals en braderieën. Al deze evenementen trekken veel bezoekers. Het is belangrijk dat deze evenementen veilig plaatsvinden en volgens de regels verlopen. Dit borgt de veiligheid en voorkomt hinder. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? We maken afwegingen waar met de inzet van toezicht de grootste winst te behalen is op naleving en effect op leefomgeving. We zetten meer uren in op toezicht bij evenementen. Als terreinbeheerders aanvragen ontvangen voor evenementen is bij gebruik van deze gebieden een privaatrechtelijke toestemming noodzakelijk en het respecteren van de huisregels.

7.2 Toezicht APV en bijzondere wetten Beoogd maatschappelijk effecten (subdoelen)  Geen illegale overnachtingen (in natuurgebieden, op parkeerplaatsen etc.).  Particulieren bieden hun afval op de juiste (gescheiden) wijze aan.  Beperken van geluidhinder door activiteiten in de openbare ruimte (of evenementen).  Beperken van overlast door arbeidsmigranten.  Beperken overlast leefomgeving en openbare ruimte. Hoe is het nu? De activiteiten die we uitvoeren voor bovenstaande doelen zijn naast geplande activiteiten ook activiteiten naar aanleiding van meldingen openbare ruimte (Mor melding). Dit kan gaan over het verkeerd aanbieden van huishoudelijk afval, controle parkeren enz. Ook nemen we deel aan integrale controles van huisvesting van arbeidsmigranten. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Ook hier wegen af waar met de inzet van toezicht de grootste winst te behalen is op naleving en effect op leefomgeving. Controle op hondenbelasting gebeurt sinds 2025 door Sabewa. Voor controles zetten we meer uren in. Ook gaan we preventief te werk om negatieve effecten op de leefomgeving te voorkomen. 24

7.3 Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen In de onderstaande tabel staat de capaciteit die nodig is om activiteiten voor evenementen, APV en bijzondere wetten uit te voeren. De capaciteit is op basis van de beschikbare formatie. In 2026 komen een aantal taken voor controles BRP (Basisregistratie Personen) erbij. Momenteel lopen er procedures voor het werven van extra capaciteit. De uitkomst daarvan is nog niet bekend. Na invulling van de vacatures is het mogelijk de extra taken uit te voeren. Leefbaarheid Activiteit taakveld

Uren

Vergunningverlening en meldingen

1500

Toezicht Toezicht alcoholwet

600

Evenementen

300

Handhaving Handhaving alcoholwet

50

APV Activiteit taakveld

Uren

Toezicht Parkeren

2000

Weekmarkt

300

Meldingen openbare ruimte (Mor melding)

3212

Toezicht leefomgeving

2000

Integrale controles

600

Handhaving Openbare orde -wegslepen voertuigen

50

Totaal

10612

Tabel 7: Activiteiten leefbaarheid/APV/bijzondere wetten

25

8.

Samenwerking

Samenwerking is belangrijk om het U&H-beleid Zeeland uit te voeren. Hieronder enkele thema’s waarbij wij samenwerkten. 8.1 Ondermijning Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Tegengaan ondermijnende activiteiten Hoe is het nu? Ondermijning is een overkoepelend thema. Daarbij is ondermijning niet per definitie plaatsgebonden. Daarom is het een onderwerp waarbij het bij uitstek nodig is om samen te werken met Zeeuwse U&H-partners. Ook intern zijn medewerkers van verschillende teams en vakgebieden betrokken. Door middel van eenduidig toezicht en handhaving gaan wij ondermijnende activiteiten tegen. Ondermijning vindt veelal plaats in die gebieden die weinig sociale samenhang kennen. We zien een stijging van ondermijnende activiteiten. Sinds 2026 het Intergemeentelijk Haventeam (IHT) Zeeland West Brabant operationeel. Dit team heeft als doelstelling het verstoren en terugdringen van ondermijnende (drugs)criminaliteit in de Zeeuwse en West‑Brabantse zeehavens. Voor Terneuzen is ook een haventoezichthouder beschikbaar. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Door middel van afgestemd toezicht en handhaving gaan wij ondermijnende activiteiten tegen. Het streven is om 4 controledagen per jaar te houden in Terneuzen. Dit volgt uit het Uitvoeringsprogramma Integrale Veiligheid 2026.

Door het aanstellen van een Terneuzens haventoezichthouder is er ook meer capaciteit voor toezicht en handhaving van ondermijnende activiteiten in de havens. 8.2 Beleidsafstemming Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Zeeuwse U&H-partners zorgen voor een eenduidige uitvoering van U&H-taken Hoe is het nu? Om ervoor te zorgen dat ontwikkelingen in de praktijk en beleidsdoelen beter op elkaar aansluiten, werken de Zeeuwse U&H‑partners samen aan het op dezelfde manier uitvoeren van U&H‑taken. Het doel is om de kwaliteit van beleid en uitvoering blijvend te verbeteren. Een belangrijk punt hierbij is of regels goed te handhaven zijn. Regels werken alleen goed als ze duidelijk zijn, juridisch kloppen en passen bij het doel dat we willen bereiken. Ook is het belangrijk te weten hoeveel mensen en tijd nodig zijn voor waarborging van de regels. Met de invoering van de Omgevingswet zijn veel regels en voorschriften samengevoegd tot één geheel. Dit biedt kansen om regels eenvoudiger, duidelijker en beter uitvoerbaar te maken. Zo wordt de aansluiting tussen beleid en praktijk sterker. De basis hiervoor staat, maar het echt samenbrengen en gelijk maken gebeurt nog steeds. 26

Dit vraagt om beleidsafstemming en gezamenlijke beleidsontwikkeling voor U&H‑taken met alle partners. Daaronder vallen Zeeuwse overheden, Omgevingsdiensten, Veiligheidsregio Zeeland, GGD, politie en het Openbaar Ministerie. Ook andere overheidsorganisaties die op bepaalde gebieden verantwoordelijk zijn namens het Rijk doen mee. Dit zijn bijvoorbeeld Rijkswaterstaat en ministeries zoals Defensie. Omdat de regels binnen het Omgevingsrecht ingewikkeld zijn, is het belangrijk om samen te werken. Door kennis, mensen en taken te delen, kunnen we beleid beter uitvoeren. Zo zorgen we ervoor dat regels niet alleen juridisch juist zijn, maar ook in de praktijk goed werken en te handhaven zijn. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? De in 2025 ingezette stap om beleid en uitvoering beter op elkaar te laten aansluiten zetten we door. We beginnen met het maken en invoeren van een duidelijke manier om te evalueren. Het doel is om beleid en uitvoering beter van elkaar te laten leren. Onderdeel hiervan zijn vaste overlegmomenten, zoals dialoogtafels. Dan bespreken beleidsmakers en uitvoerders samen wat goed gaat, waar problemen zitten en wat zij in de praktijk meemaken. Ook bekijken we beleidsregels regelmatig. We letten daarbij op hoe goed deze regels uitvoerbaar zijn, wat ze opleveren en of ze efficiënt zijn.

Met gegevens en voorbeelden uit de praktijk controleren we of het beleid goed werkt. Op basis daarvan geven we een terugkoppeling en passen we het beleid waar nodig aan. Om deze aanpak te ondersteunen, werken we aan betere samenwerking binnen en buiten de organisatie. We organiseren en bezoeken netwerkbijeenkomsten, starten casusoverleggen en voeren taken vaker samen uit. Bij het maken van nieuw beleid werken van het begin integraal samen met mensen uit verschillende vakgebieden. Ook zorgen we voor eenduidige afspraken over de uitvoering van U&H-taken. Zo werken we op eenzelfde manier en borgen we kwaliteit en duidelijkheid. Door aandacht te geven aan evaluatie, samenwerking en samenhangend beleid willen we een organisatie zijn die leert van de praktijk en steeds beter wordt. 8.3 Ketentoezicht Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Door versterking van ketentoezicht streven we naar een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Dit doen we door intensievere samenwerking tussen toezichthoudende partijen. Hierdoor is de uitvoering van toezicht effectiever, efficiënter en consistenter. Ketentoezicht draagt bij aan betere naleving van regels, snellere signalering van risico’s en versterkt het vertrouwen van burgers en bedrijven in de overheid. Hiermee sluiten we aan bij de doelen van de Omgevingswet.

Hoe is het nu De RUD Zeeland en DCMR voeren namens onze gemeente ketentoezicht uit bij bedrijven. Zij vervullen daarbij ook een belangrijke signaalfunctie richting ketenpartners die belast zijn met toezicht en handhaving op andere beleidsvelden binnen het Omgevingsrecht. Wanneer wij of andere ketenpartners signalen of waarnemingen doen die relevant zijn voor het toezicht, melden we deze actief. Zo versterken we samen de informatiepositie en dragen we bij aan een lerende toezichtketen. Deze gezamenlijke inzet sluit aan bij onze bredere ambitie 27

om beleid en uitvoering beter met elkaar te verbinden en maatschappelijke opgaven integraal aan te pakken Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Om deze doelen te bereiken, leggen we bindende afspraken vast over waar, wanneer en op welke wijze ketentoezicht plaatsvindt. Deze afspraken stemmen we af met alle betrokken partijen en vormen de basis voor een gestructureerde en voorspelbare uitvoering. Daarnaast zorgen we voor actieve terugkoppeling van signalen en waarnemingen binnen de keten. Zo kan toezichtinformatie breder worden gedeeld en benut. 8.4 Uitwisseling expertise Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Door structurele kennisdeling tussen bevoegde gezagen versterken we de kwaliteit en uniformiteit van besluitvorming. Ook versnellen we procedures en vergroten we de maatschappelijke meerwaarde van omgevingsbeleid. Dit draagt bij aan een duurzame, transparante en goed toegankelijke fysieke leefomgeving, in lijn met de doelen van de Omgevingswet. Hoe is het nu De regelgeving binnen het Omgevingsrecht wordt steeds complexer. Informatie-uitwisseling over U&H-werkzaamheden is daarom noodzakelijk. Deze vindt momenteel plaats via gezamenlijke Zeeuwse bijeenkomsten en op individuele basis tussen medewerkers. Deze samenwerking draagt bij aan een meer uniforme werkwijze en betere dienstverlening.

Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Acties komend jaar:  Voortzetten en intensiveren van gezamenlijke Zeeuwse kennisbijeenkomsten.  Stimuleren van onderlinge afstemming en kennisdeling tussen medewerkers van verschillende organisaties en disciplines.  Versterken van netwerken en samenwerking binnen de regio om expertise-uitwisseling structureel te borgen.  Monitoren van de effecten op besluitvorming, doorlooptijden en klanttevredenheid. 8.5 Inhoudelijke samenwerkingsprojecten In Kanaalzone in onze gemeente zijn veel productiebedrijven. In dit gebied gaan wonen en ondernemen samen. We willen voorkomen dat er overlast is, maar ook dat uitoefenen van werkzaamheden door bedrijven mogelijk is. We overleggen hierover en denken mee met de RUD-Zeeland, Provincie Zeeland, DCMR. Ook betrekken we hierbij bewoners. 8.6 Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen De benodigde capaciteit leveren de medewerkers die hierbij betrokken zijn. Deze capaciteit is verdeeld over de teams Vergunningen en Planologie, OOV/Bestuur en Interne Zaken en Stadsservice.

28

9.

Ontwikkelingen en risico’s

In dit hoofdstuk staan we stil bij de ontwikkelingen en risico’s die van invloed zijn op de activiteiten die wij uitvoeren voor het U&H uitvoeringsprogramma. Ontwikkelingen Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is een belangrijke transitie in gang gezet. Deze wet vraagt om een integrale manier van werken, waarbij maatschappelijke opgaven zoals klimaatverandering, gezondheid, duurzaamheid en veiligheid centraal staan. Participatie speelt hierin een sleutelrol: door actief belangen van verschillende doelgroepen te betrekken, versterken we de kwaliteit van onze besluitvorming en uitvoering. In 2026 zetten we deze ontwikkeling voort door onze werkprocessen verder aan te passen aan de uitgangspunten van de Omgevingswet. Daarbij leggen we nadruk op het versterken van de individuele competenties van onze medewerkers. Denk hierbij aan vaardigheden zoals integraal denken, omgevingsbewust handelen, samenwerken met externe partners en het effectief omgaan met participatieprocessen. We investeren in training, intervisie en kennisdeling om deze competenties verder te ontwikkelen. Daarnaast blijven we alert op sociaal-maatschappelijke en economische ontwikkelingen, zoals de huisvesting van arbeidsmigranten, ondermijning, drugsafval, de arbeidsmarkt, stikstofproblematiek, energietransitie en klimaatvraagstukken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17081486/1