2026-05-20 - ETFAL Buitenweg 16-22, Bastionstraat 46-50, Axel (Geanonimiseerd) 30-04
Tekst van het document
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Conclusie Het aspect cultuurhistorische waarden staat het verlenen van de omgevingsvergunning niet in de weg. 4. 2 WATER EN NATUUR Bij het opstellen van ontwikkelplannen worden de thema’s water en natuur steeds meer als leidende basisprincipes gezien. Daar waar eerst getoetst werd of er geen nadelige effecten te verwachten waren (behoud) wordt nu – met name vanwege de klimaatdoelstellingen - veel meer gestuurd op het verbeteren van de waterhuishouding en het ontwikkelen van extra natuurwaarden. In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze dit plan bijdraagt aan deze leidende principes. 4. 2. 1 Weging
van
het waterbelang
Bij het toelaten van activiteiten moet rekening gehouden worden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen ook wel ‘weging van het waterbelang’ genoemd. De weging van het waterbelang geldt volgens artikel 5. 37 Bkl bij het vaststellen van het omgevingsplan. Bij de vaststelling van het omgevingsplan of het verlenen van de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt het advies van de waterbeheerder betrokken. ,
,
,
Het plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 1. 639 m² en is volledig verhard. Het overgrote deel van het plangebied bestaat uit bebouwing. Er zijn een tweetal onbebouwde delen echter zijn ook deze vrijwel volledig verhard. De beoogde realisatie van het appartementengebouw bevindt zich binnen de contouren van het plangebied. In het plan is ruimte gereserveerd voor parkeren. Afhankelijk van de uiteindelijke inrichting zal het aandeel verhard oppervlak naar verwachting afnemen doordat gebruik wordt gemaakt van grasdoorgroeistenen. Er is geen sprake van een toename in verhard oppervlak en is er geen watercompensatie nodig volgens de watertoets van het waterschap Scheldestromen. ,
,
Op basis van de ‘Verordening afvoer hemel- en grondwater Terneuzen’ moet met het oog op het beperken van wateroverlast het hemelwater vanaf nieuwe gebouwen zoveel mogelijk op eigen terrein geborgen worden. De minimale capaciteit van de hemelwaterberging is 75 liter per m² nieuw verhard oppervlak. De bebouwing aan de Bastionstraat wordt inpandig getransformeerd waardoor er geen sprake is van nieuw verhard oppervlak. Het appartementengebouw wordt gerealiseerd door de bestaande bebouwing te slopen hierbij is dus wel sprake van ‘nieuw’ verhard oppervlak. Echter wordt in dit geval locatiespecifiek gekeken naar de verhardingssituatie en waterbergingsmogelijkheden. De parkeervakken worden met halfverharding aangelegd en er worden tussen de achterkanten van de woningen aan de Bastionstraat en het appartementengebouw groenstroken aangelegd. De feitelijke situatie voor wat betreft oppervlakteverharding wordt hierdoor gunstiger. Door het verbeteren van de waterhuishouding wordt eventuele overlast op de omgeving niet verergerd ten opzichte van de huidige situatie. ,
,
,
,
Het plangebied is gelegen in het centrum van Axel. In of in de omgeving van het plangebied zijn geen oppervlaktewaterlichamen aanwezig. Er is geen sprake van (negatieve) effecten op oppervlaktewaterlichamen. Het hemel- en afvalwater wordt afgevoerd via het aanwezige rioolstelsel van de gemeente.
23
,
Conclusie Het aspect water staat verlening van de omgevingsvergunning niet in de weg. 4. 2. 2 Soortenbescherming Het aspect natuur omvat zowel soortenbescherming als gebiedsbescherming. Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor dieren en planten. Dat zijn flora- en fauna-activiteiten. De Omgevingswet geeft regels over flora- en fauna-activiteiten om soorten te beschermen. De beschermde flora en fauna mag niet worden verstoord verjaagd of worden gedood. Voorafgaand aan een ontwikkeling moet indien negatieve effecten op mogelijke beschermde soorten op voorhand niet uitgesloten kunnen worden onderzocht worden of er beschermde dieren- of plantensoorten in het plangebied leven. ,
,
,
Nieuwe ontwikkelingen kunnen effect hebben op beschermde soorten (dieren en planten). Om negatieve effecten uit te sluiten is door Adviesbureau Wieland op 3 april 2024 een quickscan flora en fauna uitgevoerd (zie bijlage 9). Uit het onderzoek blijkt dat in de te slopen bebouwing potentiële verblijfsplaatsen aanwezig zijn voor vleermuizen en broedmogelijkheden voor vogels. Voor beschermde grondgebonden zoogdieren is het plangebied niet geschikt. Het plangebied is hiervoor te klein en ligt te geïsoleerd tussen bebouwing en verharding. Bovendien is het terrein zelf verhard en niet toegankelijk voor grondgebonden zoogdieren. Om te bepalen of vleermuizen voorkomen en wat de eventuele functie van het plangebied is moet een nader onderzoek uitgevoerd worden conform het Vleermuisprotocol. In de bebouwing zijn potentiële broedplaatsen voor huismus en gierzwaluw. Deze kunnen door de sloop verloren gaan. Om te bepalen of deze soorten hier daadwerkelijk broeden of vaste rust- en verblijfplaats dient er een nader onderzoek uitgevoerd te worden. Het terrein is niet geschikt voor andere beschermde soorten. Het biotoop is ongeschikt door de geïsoleerde ligging of essentiële onderdelen van een biotoop zijn niet aanwezig. ,
,
Voordat het pand wordt gesloopt wordt een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd. Conclusie Het aspect soortenbescherming vormt geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning. Er zijn echter wel vervolgstappen nodig. Deze kunnen voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning worden uitgevoerd of als voorwaarde in de omgevingsvergunning worden opgenomen. ,
4. 2. 3 Gebiedsbescherming Het aspect natuur omvat zowel soortenbescherming als gebiedsbescherming. Het Rijk en de Provincie zijn in eerste plaats verantwoordelijk voor gebiedsbescherming. Toebedeelde functies moeten beoordeeld worden op mogelijk nadelige gevolgen voor Natura 2000-gebieden en getoetst moet worden aan de instructieregels uit de omgevingsverordening ten aanzien van Natuurnetwerk Nederland-gebieden. Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van een natuurgebied natuurnetwerk en Natura-2000 gebieden. De dichtstbijzijnde beschermde Natura 2000-gebieden zijn Canisvliet en Westerschelde & Saeftinghe. Beide natuurgebieden liggen op circa 8 kilometer van het plangebied. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling op enige afstand van beschermde Natura 2000-gebieden plaatsvindt worden geen negatieve effecten als gevolg van externe werking (middels visuele verstoring en verstoring door productie van geluid trilling en licht) verwacht. ,
,
Voor dit plan is voor zowel de realisatiefase als de gebruiksfase de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden berekend door NOX-Advies (zie bijlage 10). De uitkomst is dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 000 mol/ha/j. Het project heeft daarmee geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Er is geen vergunning voor een Natura 2000-activiteit nodig. ,
Conclusie Het aspect gebiedsbescherming vormt geen belemmering
24
voor
het verlenen van de omgevingsvergunning.
4. 3 MOBILITEIT EN BEREIKBAARHEID Nieuwe ontwikkelingen mogen niet leiden tot verkeersproblemen op de omliggende wegen. Er moeten ook voldoende parkeerplaatsen voor auto's en voor fietsen gerealiseerd worden. Wat voldoende is is afhankelijk van de locatie het type functie en gemeentelijk beleid. Mobiliteit is geen doel op zich maar een belangrijke randvoorwaarde voor onder meer de woningbouwopgave en de regionale economie. Gemeenten kennen een breed takenpakket op het gebied van mobiliteit. Het gaat niet alleen om het beheer en onderhoud van lokale wegen maar ook over de mobiliteitstransitie verkeersveiligheid en toegankelijkheid. Om mobiliteit toekomstbestendig te maken moeten al deze aspecten in onderlinge samenhang beschouwd worden. Gemeenten hebben daarnaast een eigen verantwoordelijkheid om locaties binnen de gemeente goed bereikbaar te houden. ,
,
,
,
,
4. 3. 1 Parkeren De parkeerbehoefte wordt bepaald aan de hand van de vastgestelde parkeernormen in het gemeentelijk parkeerbeleid (Parkeernota Terneuzen 2023-2033). Op basis van het parkeerbeleid valt het plangebied onder het gebiedstype ‘centrum’. De ontwikkeling bestaat uit een appartementencomplex met 24 appartementen gelegen aan de Buitenweg en verder 3 woningen aan de Bastionstraat. ,
De 24 appartementen aan de Buitenweg vallen allen onder de categorie ‘huur appartement midden/goedkoop’ uit het parkeerbeleid. Hiervoor geldt een parkeernorm van 11 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte voor de appartementen komt daarmee uit op 264 benodigde parkeerplaatsen. De 3 woningen aan de Bastionstraat vallen onder de categorie huur huis vrije sector. Hiervoor geldt een parkeernorm van 15 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte voor deze woningen komt daarmee uit op 45 parkeerplaatsen. De totale parkeerbehoefte bestaat uit afgerond 31 parkeerplaatsen. ,
,
,
,
,
,
,
,
Aanwezigheidspercentages De parkeernormen voor wonen zijn inclusief een bezoekersaandeel van 03 parkeerplaatsen per woning. Het parkeerverloop over de dag van bewoners is anders dan bij bezoekers. Met behulp van aanwezigheidspercentages uit het parkeerbeleid is hieronder de parkeerbehoefte op het maatgevend moment bepaald. Het maatgevende moment is op een werkdagavond in dat geval zijn afgerond 27 parkeerplaatsen benodigd. ,
,
Functie Woning , bewoner Woning , bezoeker Totale parkeervraag
Ochtend 50% 114, 10% 08, 122,
Werkdag Middag Avond 50% 90% 205, 114, 20% 80% 16, 65, 130, 270,
Nacht 100% 228, 0% 00, 228,
Koopavond Avond 80% 182, 70% 57, 239,
Zaterdag Middag Avond 60% 80% 137, 182, 60% 80% 49, 65, 185, 247,
Zondag Middag 70% 160, 70% 57, 216,
Opvangen parkeerbehoefte Binnen het plangebied zijn in totaal 14 parkeerplaatsen voorzien. Op het maatgevende moment moeten nog 13 benodigde parkeerplaatsen in de openbare ruimte worden opgevangen. In het parkeerbeleid wordt beschreven dat de kern Axel vooralsnog beschikt over voldoende parkeercapaciteit voor openbaar parkeren. De grotere parkeerterreinen in het centrum zijn daarbij onderbezet tijdens de maatgevende periode voor wonen in de avond en de nacht. Nabij het plangebied bevinden zich twee van deze parkeerterreinen namelijk bij Albert Heijn en Aldi. Hierbij is sprake van een acceptabele loopafstand van maximaal 250 meter. De parkeerterreinen zijn openbaar toegankelijk tussen 18. 00 uur en 09. 00 uur. Daarmee kan de parkeerbehoefte in de openbare ruimte binnen deze tijden eenvoudig worden opgevangen. Dit geldt ook voor de koopavond. Parkeeronderzoek in het centrum van Axel in 2022 heeft uitgewezen dat de bezetting tijdens koopavonden bij deze parkeerterreinen laag is. ,
Op werkdagen en zaterdagen overdag geldt een parkeerschijfzone waarbij parkeren maximaal 2 uur mogelijk is. In dat geval kan het parkeren niet bij de supermarkten worden afgewikkeld. Op de werkdag ochtend en middag kan de parkeerbehoefte volledig op eigen terrein worden opgevangen. Enkel op de zaterdagmiddag is de parkeerbehoefte (19 parkeerplaatsen) hoger dan de parkeercapaciteit op eigen terrein (14 parkeerplaatsen). De resterende 5 parkeerplaatsen worden dan middels straatparkeren opgevangen. In de nabije omgeving zijn op loopafstand hiervoor voldoende parkeerplaatsen aanwezig. Bijvoorbeeld bij de parkeerterreinen aan de Pachtershof en de Oudeweg.
25
Conclusie Het aspect
parkeren
staat het verlenen
de
van
omgevingsvergunning
niet in de weg.
4.3.2
Verkeersgeneratie en ontsluiting verkeersgeneratie wordt bepaald op basis van kencijfers uit CROW-publicatie ‘Parkeerkencijfers gemeente Terneuzen heeft daarbij de stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’ en voor het plangebied gebiedstype ‘centrum’ aangehouden. De
Het
CROW
maakt
otaal vallen
bij kencijfers
18 appartementen
appartementen
voor
onderscheid
onder
de
naar
het
brutovloeroppervlak
categorie ‘huur, appartement, vrije
van
de
De het
woning.
In
Buitenweg etmaal. Dit komt neer 3,3 59,4 geldt een kencijfer van motorvoertuigbewegingen per op motorvoertuigbewegingen per etmaal. De overige 6 appartementen aan de Buitenweg vallen onder de categorie ‘huur, appartement, vrije sector, 75-100 m? bvo’. Hiervoor geldt een kencijfer van 3,7 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Dit komt neer op 22,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De drie woningen aan de Bastionstraat vallen onder de categorie ‘huur, huis, vrije sector’. Hiervoor geldt een kencijfer van 6,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Dit komt neer op 18,6 motorvoertuigbewegingen per etmaal. aan
de
2024’. wordt
sector,
<75
m? bvo’.
Hiervoor
De
101 extra etmaal. Het aantal gehele ontwikkeling leidt tot afgerond motorvoertuigbewegingen per en de dat de winkel functies werd is gegenereerd verkeersbewegingen bij voormalige (geanonimiseerd) overige hierbij buiten B van het aantal verkeersbewegingen zal in praktijk dus lager zijn dan beschouwing gelaten. De werkelijke toename bovengenoemd aantal.
Ontsluiting De
verkeersbewegingen van en naar de parkeerplaats op eigen terrein worden afgewikkeld op de Buitenweg, Dit is een belangrijke ontsluitingsweg voor verkeer in het centrum in Axel. De weg kan daarmee een beperkte verkeerstoename veilig opvangen. De overige verkeersbewegingen als gevolg van de ontwikkeling vinden plaats van en naar de parkeerterreinen bij de Albert Heijn en Aldi. Deze parkeerterreinen zijn ontsloten aan de Tuinstraat en Nassaustraat (in het verlengde van de Buitenweg). De parkeerterreinen zijn zodanig ingericht dat bij een maximale bezetting op de omliggende wegen kan worden afgewikkeld. Conclusie Het
aspect
verkeersgeneratie omgevingsvergunning. 4.3.3
ontsluiting
en
vormt
belemmering
geen
voor
het
verlenen
van
de
Vervoersmodaliteit
Het
plangebied
De
inrit
gelegen nabij het centrum van Axel en wordt via de toeleidende wegen naar het centrum bereikt. parkeerterrein op eigen terrein is gelegen aan de Buitenweg, De Buitenweg is een belangrijke ontsluitingsweg in het centrum. Via (het verlengde van) deze weg worden ook de parkeerterreinen van Albert Heijn en Aldi bereikt. Daarmee is het plangebied voor gemotoriseerd verkeer goed bereikbaar. Op
200 à 300
naar
is
het
plangebied bevinden zich twee bushaltes (Nassaustraat en Stationsstraat). Beide haltes door buslijn 20 (Goes-Terneuzen-Axel-Hulst). De halte Stationsstraat is één van de belangrijkste haltes in de kern en sluit ook aan op verschillende lokale buurtbusverbindingen. Verder vindt vanuit de Regionale Mobiliteitsstrategie (RMS) de uitrol van flex op korte termijn plaats. Bij dit vraaggestuurd systeem heeft elke inwoner binnen de bebouwde kom recht op een bushalte binnen een loopafstand van 500 meter. Daarmee is het plangebied met het openbaar vervoer (in de nabije toekomst publiek vervoer) goed bereikbaar. meter
loopafstand worden aangedaan
van
het
Voor fietsers en voetgangers is het plangebied eveneens goed bereikbaar. De Buitenweg is een belangrijke fietsroute door
Axel
en
voetgangers Ook langs de
is
voorzien
van
is zowel
aan
snelste
route
fietsstroken.
de Bastionsstraat naar
de
Op
de
Bastionstraat
de
maken
Buitenweg parkeerterreinen bij de Albert Heijn en
aan
fietsers
weerskanten en
de
gebruik van de rijbaan. Voor voetgangersinfrastructuur aanwezig. Aldi (via Nassaustraat) is een trottoir
aanwezig. Conclusie Het aspect
26
vervoersmodaliteit staat het verlenen
van
de
omgevingsvergunning
niet in de weg.
4. 4 DUURZAAMHEID Duurzaamheid is het waarborgen van de bestaansmogelijkheden van en het voorzien in de behoeften van de huidige generatie zonder daarmee de behoeften van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Duurzaam omgaan met de ruimte betekent onder meer rekening houden met de huidige gebruiksfuncties en de mogelijkheid voor toekomstige generaties om functies aan een gebied te geven. Bij duurzame gebiedsontwikkeling gaat het om duurzaam gebruik van materialen energie natuur en mobiliteit. Omdat duurzaamheid veel facetten heeft is een integrale benadering noodzakelijk. ,
,
,
Met de realisatie van het nieuwe pand wordt rekening gehouden met duurzaamheidsaspecten. Bij de bouw van het pand wordt gelet op duurzame materialen om de duurzaamheid op lange termijn te handhaven. Daarnaast is de locatie centraal gelegen en zijn (dagelijkse) voorzieningen goed bereikbaar waardoor er sneller sprake is van langzaam vervoer (fiets/ te voet) in plaats van gemotoriseerd verkeer. Dit heeft een positief effect op duurzame mobiliteit. Verder worden de panden aan de Bastionstraat gerenoveerd en inpandig getransformeerd waardoor de ontwikkeling bijdraagt aan circulariteit. ,
,
Conclusie Het aspect duurzaamheid vormt geen belemmering
voor
het verlenen van de omgevingsvergunning.
4. 5 GEZONDE LEEFOMGEVING Een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is een gezonde fysieke leefomgeving. Binnen de kaders van Omgevingswet kunnen overheden eigen gezondheidsambities vastleggen en uitwerken. Het aspect gezondheid is veelomvattend en zeer divers. Aan de meeste milieuaspecten (o. a. luchtkwaliteit geluid en geur) zijn in meer of mindere mate immers gezondheidsaspecten verbonden. De fysieke leefomgeving kan gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen in positieve of negatieve zin. Zo kan een groene en beweegvriendelijke omgeving goed zijn voor de gezondheid. Aan de andere kant kunnen bijvoorbeeld een matige luchtkwaliteit of een lawaaiige omgeving ongezond zijn. ,
,
4. 5. 1
Milieuzonering
Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet ervoor zorgen dat voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten voorkomen wordt. Sommige activiteiten die vanuit een planologisch perspectief mogelijk worden gemaakt veroorzaken milieubelasting voor de omgeving. Andere (gevoelige) functies moeten juist beschermd worden tegen milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Het doel van milieuzonering is om te komen tot een optimale kwaliteit van de leefomgeving. ,
Om de afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies te bepalen wordt vooralsnog gebruik gemaakt van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ aangezien de nieuwe handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ nog niet in de praktijk is beproefd. Deze is op dit moment nog lastig toe te passen in bestaande woonomgevingen. De ‘oude’ VNG-publicatie is daarvoor nog steeds toepasbaar. Het reguleren van de gebruiksruimte voor geluid en geur per bedrijf staat centraal in de nieuwe systematiek voor milieuzonering. De gebruiksruimte van een bedrijf is de milieuruimte die een bedrijf mag benutten voor het uitoefenen van zijn bedrijfsvoering. Het plangebied bevindt zich nabij het centrum en op een locatie met diverse functies in de directe omgeving desondanks zijn er voornamelijk woningen in de omgeving en kan worden uitgegaan van een ‘rustig woongebied’. ,
,
,
Een horecabestemming aan de Bastionstraat 52 heeft in december 2023 een woonbestemming gekregen waardoor hier geen sprake meer is van een milieubelastende functie. Aan de oostzijde zijn aan de Buitenweg 15 bedrijfsmatige activiteiten toegestaan tot en met categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter. Met een afstand van circa 105 meter tot de bestemmingsgrens wordt er formeel niet aan de richtafstand voldaan. Echter betreft het voorste deel van het bestemmingsvlak een voorterrein waarop vanwege de nadere aanduiding (z) geen gebouwen en overkappingen zijn toegestaan. De afstand van het plangebied tot het bouwvlak waar feitelijke bedrijfsactiviteiten kunnen plaatsvinden bedraagt circa 345 meter. ,
,
,
,
,
,
27
,
,
Daarnaast is in de planregels vastgelegd dat de onbebouwde gronden vóór de voorgevels langs de interne ontsluitingsstructuur en aan de randen van het bedrijventerrein niet mogen worden gebruikt voor de opslag van goederen en materialen. Het voorterrein is daarmee uitsluitend bestemd voor functies als parkeren en laden en lossen. ,
De milieubelasting van dergelijke activiteiten is beperkt en doet zich bovendien hoofdzakelijk voor in de dagperiode wanneer het achtergrondgeluid van de Buitenweg reeds bepalend is voor de geluidssituatie. Daarmee is sprake van een feitelijke afstand en gebruikssituatie die voldoende bescherming biedt aan de toekomstige woningen. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de bedrijfsbestemming aan de Buitenweg geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
,
Verder is aan de overzijde van het plangebied aan Bastionstraat 45 een museum toegestaan. De afstand van circa 10 meter voldoet aan de richtafstand van 10 meter. Op circa 30 meter (Buitenweg 8) en 58 meter (Stationsstraat 34) afstand van het plangebied zijn detailhandelsvoorzieningen gelegen. Hier wordt ruim voldaan aan de richtafstand van 10 meter. Voor het overige zijn in de directe omgeving geen milieubelastende functies aanwezig. Conclusie Het aspect milieuzonering staat het verlenen van de omgevingsvergunning niet in de weg. 4. 5. 2
Geluid
Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Bij ruimtelijke plannen kan akoestisch onderzoek nodig zijn om geluidhinder bij geluidgevoelige objecten (scholen woningen etc. ) te voorkomen. De Omgevingswet bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai industrielawaai en luchtvaartlawaai. Een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een aandachtsgebied van een bestaande geluidbron of indien het plan een nieuwe geluidbron mogelijk maakt. ,
,
,
Een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai is nodig wanneer de verkeersintensiteit van omliggende wegen meer dan 1. 000 motorvoertuigbewegingen per etmaal bedragen en daarmee een geluidaandachtsgebied hebben. In de omgeving van het plangebied bevinden zich diverse doorgaande gemeentelijke wegen. Door Kraaij Akoestisch Adviesbureau is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd op 23 februari 2026 (zie bijlage 11). Uit het onderzoek komt naar voren dat het geluid door de gemeentewegen die in de CVGG zijn opgenomen 29 – 64 dB Lden bedraagt waarmee dus niet overal wordt voldaan aan de standaardwaarde van 53 dB uit het Bkl. De overschrijding vindt alleen plaats bij het nieuw appartementencomplex maar wel aan zowel de noordelijke oostelijke als zuidelijke gevelzijde en bedraagt 2 – 11 dB. De grenswaarde van 70 dB wordt niet overschreden. Uit aanvullend onderzoek blijkt dat geluidbeperkende bron- en overdrachtsmaatregelen niet doeltreffend genoeg zijn om de overschrijding volledig op te heffen of stuiten op overwegende bezwaren zodat in deze situatie maatregelen bij de ontvanger noodzakelijk zijn in de vorm van voldoende geluidwering van de uitwendige gevelconstructie van het appartementencomplex. ,
,
,
Op basis van de kwalitatieve beoordeling van het gecumuleerd geluid is bij de woningen aan de Bastionstraat sprake is van een (zeer) goede akoestische leefomgeving en is bij de appartementen langs de Buitenweg aan de oostelijke gevelzijde (straatzijde) van het gebouw sprake van een tamelijk slechte leefomgeving tot een zeer goede leefomgeving aan de westelijke gevelzijde van het gebouw. Op basis van het gezamenlijk geluid dient de karakteristieke geluidwering van de uitwendige gevelconstructie bij de oostgevel van appartementen minimaal 31 dB te bedragen voor een verblijfsgebied en bij de westgevel 20 dB om een goed akoestisch woon- en leefklimaat in de appartementen voldoende te waarborgen. Op basis van het gezamenlijk geluid dient de karakteristieke geluidwering van de uitwendige gevelconstructie bij de drie woningen na transformatie minimaal 19 dB te bedragen voor een verblijfsruimte om een goed akoestisch woon- en leefklimaat in alle woonruimten voldoende te waarborgen.
28
,
Bij alle woningen en appartementen is zondermeer sprake van minimaal één geluidluwe gevelzijde deze is voor de appartementen aan de westelijke achterzijde van het gebouw gelegen. Voor de woningen geldt dat alle gevelzijden zondermeer als geluidluw zijn te beschouwen. ,
Gelet op bovenstaande in relatie tot de ligging van het plan kan het geluid op zowel de transformaties als de nieuwbouw als aanvaardbaar worden geacht en is voor wat betreft het geluidsaspect sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan deze locatie. Vanuit akoestisch oogpunt is er daarmee geen belemmering voor de realisatie van het beoogd plan mits de benodigde karakteristieke geluidwering van de uitwendige gevelconstructie wordt toegepast. ,
,
Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering geluidbeperkende maatregelen worden getroffen. 4. 5. 3
voor
het
verlenen
van
de
omgevingsvergunning
,
mits
er
Omgevingsveiligheid
Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag productie gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn instructieregels opgenomen in paragraaf 5. 1. 2 Bkl. De paragrafen 5. 1. 2. 2 tot en met 5. 1. 2. 6 Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Dit in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De doelstelling van omgevingsveiligheid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving door het beheersen van risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Omgevingsveiligheid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met risicobronnen in de omgeving. De instructieregels van paragraaf 5. 1. 2 zijn erop gericht gebouwen en locaties te beschermen waar personen gedurende een periode verblijven. ,
,
,
Een appartementengebouw wordt aangemerkt als een kwetsbaar object. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig (zie afbeelding 15). In Terneuzen zijn veel kabels buisleidingen transportroutes en andere risicobronnen aanwezig op het gebied van omgevingsveiligheid. Het plangebied ligt niet binnen aandachtsgebieden. ,
Afbeelding 15 | Ext erne Veiligheid (bron: Atlas Leefomgeving bewerking: Sweco) ,
Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid staat het verlenen van de omgevingsvergunning niet in de weg.
29
,
4. 5. 4
Luchtkwaliteit
Bij het toelaten van activiteiten moeten in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties de gevolgen voor de luchtkwaliteit worden beoordeeld. Als sprake is van een zeer beperkte bijdrage aan de concentratie van stikstofdioxide (NO)2 en PM 10 is geen beoordeling nodig of aan de omgevingswaarde wordt voldaan. Er is sprake van een 'niet in betekenende mate bijdrage’ wanneer de toename van de concentratie NO 2 en PM 10 in de buitenlucht niet hoger is dan 12 µg/m³. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM 10 en NO.2 Daarnaast is een aantal categorieën aangewezen die in elk geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt. Bij activiteiten en werken die binnen deze categorieën vallen hoeft verder niet door middel van berekeningen of op een andere manier aangetoond te worden dat de toename van de concentraties niet de van toepassing zijnde grens voor NIBM overschrijdt. ,
,
,
In artikel 5. 54 Bkl zijn de standaardgevallen genoemd die niet in betekende mate bijdragen aan de concentratie van stikstofdioxide (NO)2 en PM.10 Hierin is onder andere aangegeven dat gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan met ten hoogste 1. 500 woningen en één ontsluitingsweg aan te merken zijn als een categorie die ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan de concentratie van stikstofdioxide. De voorgenomen ontwikkeling betreft het realiseren van 27 woningen in Axel. Deze valt onder de hiervoor genoemde categorie. De instructieregels voor de bescherming van de kwaliteit van de buitenlucht zijn derhalve niet van toepassing. Verder is Axel niet gelegen in een aandachtsgebied voor luchtkwaliteit. De luchtkwaliteit dient buiten aandachtsgebieden alleen beoordeeld te worden bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit of als het omgevingsplan iets regelt over een wegtunnel of de aanleg van een autoweg of autosnelweg. Daarvan is in dit geval geen sprake. Onderzoek naar luchtkwaliteit is niet aan de orde. ,
,
Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning. 4. 5. 5
Milieueffectrapportage
De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m. e. r) is opgenomen in afdeling 16. 4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In bijlage V van het Omgevingsbesluit zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m. e. r. -beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. Bij de ontwikkeling van woningen moet beoordeeld worden of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Voor de aanleg wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen als bedoeld in kolom 1 onder J11 uit bijlage V Omgevingsbesluit geldt een mer-beoordelingsplicht waarbij een zogenaamde ‘mededeling’ van het voornemen voor de planontwikkeling moet worden gedaan (voorheen de aanmeldnotitie). Er moet beoordeeld worden of er aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. Deze motivering wordt gezien als de mededeling. Daarbij moet worden ingegaan op de in bijlage III van de Europese richtlijnen opgenomen criteria. In deze onderbouwing is reeds op de criteria ingegaan. Aangegeven is wat de potentiële milieueffecten zijn. De beoordeling van mogelijke milieueffecten is afhankelijk van onder meer de aard omvang en locatie van het project evenals van cumulatie met andere plannen of activiteiten in de omgeving.
In dit geval betreft het de sloop van een aantal panden voor de realisatie van een appartementengebouw en de inpandige transformatie van bestaande bebouwing naar wonen. Van een uitbreiding of functiewijziging van infrastructurele voorzieningen zoals winkelcentra of grote parkeerterreinen is geen sprake. ,
,
,
De ontwikkeling heeft geen gevolgen voor andere ruimtelijke plannen of programma’s. De potentiële milieueffecten zijn in deze onderbouwing integraal beoordeeld. In de paragrafen 4. 1 tot en met 4. 5 is ingegaan op relevante milieuthema’s. De beoordeling laat zien dat er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Er is geen sprake van overschrijding van milieukwaliteitsnormen risico’s voor de menselijke gezondheid of negatieve effecten op beschermde natuurgebieden. Ook cumulatieve en grensoverschrijdende effecten worden uitgesloten. Geconcludeerd wordt dat op basis van de aard omvang en ligging van het project en de resultaten van de uitgevoerde toetsing geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten als bedoeld in het Omgevingsbesluit. ,
,
,
Conclusie Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig.
30
,
5. Conclusie 5. 1 EVENWICHTIGE TOEDELING VAN FUNCTIES AAN LOCATIES Om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit te verkrijgen moet gemotiveerd worden dat de ontwikkeling met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) aanvaardbaar wordt geacht volgens artikel 8.0a tweede lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). Daarnaast moet ook voldaan worden aan de instructieregels en instructies van zowel de provincie als het Rijk (artikel 8. 0b Bkl). ,
,
,
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het geldende beleid en zijn de relevante milieu- en omgevingsaspecten beschouwd. Hieronder is aangegeven of aan een aspect voldaan wordt niet wordt voldaan of onder voorwaarden kan worden voldaan. ,
Kan aan aspect worden voldaan Kan onder voorwaarden worden voldaan Kan niet aan aspect worden voldaan Ondergrond en cultuurhistorie Archeologie Bodemkwaliteit Niet Gesprongen Explosieven Cultuurhistorische waarden Natuur en water Weging van het waterbelang Soortenbescherming Gebiedsbescherming
V ~
X
V ~
V V
V ~
V
Mobiliteit en bereikbaarheid Parkeren Verkeersgeneratie en ontsluiting Vervoersmodaliteit
V V V
Duurzaamheid Duurzaamheid
V
Gezonde leefomgeving Milieuzonering Geluid Omgevingsveiligheid Luchtkwaliteit Milieueffectrapportage
V ~
V V V
5. 2 BELANGENAFWEGING In bovenstaande tabel is weergegeven dat aan alle aspecten (onder voorwaarden) kan worden voldaan. Ten aanzien van het aspect bodemkwaliteit moeten de opgegeven adviezen worden gevolgd en zijn diverse vervolgstappen benodigd. Voor wat betreft het aspect soortenbescherming moet voorafgaand aan de sloop van de bebouwing in beeld zijn of er beschermde soorten in het gebied aanwezig zijn. Tot slot moet rekening worden gehouden met geluidwerende maatregelen om te voldoen aan de gestelde normen. Indien er rekening wordt gehouden met deze voorwaarden is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De ontwikkeling wordt aanvaardbaar geacht ten aanzien van de leefomgeving.
31
6. Uitvoerbaarheid 6. 1 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Het verlenen van een omgevingsvergunning met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is gericht op uitvoering van een project. Om te waarborgen dat het project ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd moet aangetoond worden dat het ook financieel uitvoerbaar is. Zo wordt voorkomen dat vergunningen worden verleend die uiteindelijk niet uitgevoerd kunnen worden. Er is sprake van een ontwikkeling welke volledig op initiatief en voor eigen rekening van de grondeigenaar (tevens initiatiefnemer) plaatsvindt. De te verhalen kosten voor de gemeente betreffen eventuele nadeelcompensatie en proceskosten. Ten aanzien van deze aspecten is het mogelijk een privaatrechtelijke overeenkomst te sluiten tussen de gemeente en de initiatiefnemer zodat er geen publiekrechtelijk kostenverhaal in het kader van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit nodig is. Deze overeenkomst zal voor het verlenen van de omgevingsvergunning worden gesloten. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. 6. 2 MAATSCHAPPELIJKE
UITVOERBAARHEID
6. 2. 1 Participatie Onder de Omgevingswet is participatie bij planontwikkeling in sommige gevallen verplicht. Hiermee worden initiatiefnemers gestimuleerd om al vroegtijdig de omgeving en andere belanghebbenden bij plannen te betrekken. Voor plannen die niet passen in het omgevingsplan kan elke gemeente zelf bepalen in welke gevallen zij participatie verplicht stelt. De gemeente Terneuzen heeft ‘categorieën van gevallen’ voor verplichte participatie vastgelegd. Het nieuwbouwen van een appartementengebouw en het inpandig transformeren van bebouwing valt niet binnen een van de genoemde categorieën echter wordt het nieuwe pand meer dan 3 meter hoger dan in het omgevingsplan is toegestaan waardoor sprake is van verplichte participatie. ,
,
Door Kennedy West is op 20 november 2025 een participatieavond gehouden met de omgeving. Hier zijn de plannen gepresenteerd en zijn diverse vragen gesteld. In bijlage 12 is het participatieverslag opgenomen.
32