2026-05-20 - Bijlage 2 - TAM-op Hfdst 22d Sas van Gent, Westkade (kantoor NSP), Motivering-Bijlagen
Tekst van het document
3.4
Effecten
Het plangebied ligt op een grote afstand van de meeste Natura 2000-gebieden (> 14 km) in een reeds verstoorde omgeving naast een N-weg en gebruikte scheepskade. Het enige nabijgelegen Natura 2000-gebied (op 300 m, Canisvliet) is enkel aangewezen voor kruipend moerasscherm (plantensoort), waardoor verstoring niet van toepassing is. Directe negatieve effecten op kwalificerende waarden van Natura 2000-gebieden door de voorgenomen ingreep zijn hiermee uitgesloten. Gedurende aanlegfase kunnen de werkzaamheden met materieel met stikstofemissie zorgen voor een eenmalig effect van extra stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden van soorten. Daarnaast kunnen de vervoersbewegingen en gebruik van het nieuwe kantoorgebouw zorgen voor extra stikstofdepositie in de gebruiksfase. Indirecte significante negatieve effecten van de extra stikstofdepositie op de stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden in Westerschelde en Saeftinghe zijn daarmee niet op voorhand uit te sluiten.
3.5
Deelconclusie gebiedsbescherming
In par. 3.4 is vastgesteld dat uitsluitend sprake is van mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie. Andere effecten zijn uitgesloten. Daarom dient een AERIUS-berekening uitgevoerd te worden voor de aanlegfase en de gebruiksfase. Wanneer sprake is van >0,00 mol depositie/ha/jaar op habitattypen en/of leefgebieden van soorten, dient een nadere ecologische beoordeling stikstof te worden opgesteld. Indien de aanleg volledig met materieel zonder stikstofemissie wordt uitgevoerd, is extra depositie in de aanlegfase uitgesloten en zijn vervolgstappen niet nodig.
12
Onze referentie: 3CDM6ACVKYMC-1727574152-1068:1.0 - Datum: 28 oktober 2025 - Public
QUICKSCAN NATUURWETGEVING OMGEVINGSWET
4
Aanwezigheid beschermde soorten
4.1
Methode
Voor deze quickscan zijn een bureauonderzoek en een veldbezoek uitgevoerd. Voor het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van vrij beschikbare informatie, zoals verspreidingsgegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de periode 1 januari 2020 tot 31 december 2025, waarbij rekening is gehouden met een afstand van 300 meter rond het plangebied. Daarnaast is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: • www.verspreidingsatlas.nl. • www.zoogdiervereniging.nl. • www.vlinderstichting.nl. • www.sovon.nl.
Het veldbezoek is uitgevoerd op 26 maart 2025, door een ecoloog van Arcadis. Het onderzoek bestond uit het uitvoeren van een habitatgeschiktheidsbeoordeling. Dit is een veldonderzoek waarbij op basis van de uitkomsten van het bureauonderzoek en de fysieke kenmerken van het plangebied een indicatie wordt gegeven van het mogelijk voorkomen van beschermde plant- en diersoorten. Tijdens het veldbezoek is globaal geïnventariseerd of en welke soorten (mogelijk) in en om het gebied aanwezig zijn. Hierbij is aandacht besteed aan alle relevante soortgroepen en beoordeeld of mogelijke standplaatsen, verblijfplaatsen, voortplantingsplaatsen of leefgebieden binnen of in de directe omgeving van het ingreepgebied (kunnen) worden aangetast bij ontwikkelingen.
4.2
Aanwezigheid beschermde soorten
In Tabel 1 is per soortgroep weergegeven of en zo ja, welke beschermde soorten mogelijk voorkomen binnen het plangebied, op basis van zowel het bureauonderzoek als het veldbezoek. Tabel 1 Voorkomen en functie leefgebied van beschermde soorten binnen het plangebied per relevante soortgroep. Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat Conclusie Flora Bureauonderzoek Glad biggenkruid is mogelijk In de omgeving komen glad biggenkruid, kruipend moerasscherm, bokkenorchis en kleine wolfsmelk aanwezig in de schraal voor (verspreidingsatlas.nl). Binnen het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde begroeide bermen langs de flora (NDFF). weg. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen waarnemingen van beschermde plantensoorten gedaan. Er zijn in de schrale bermen veel kleine rozetten van biggenkruid spec. waargenomen, waarbij niet kon worden vastgesteld of het gewoon of glad biggenkruid betrof. Glad biggenkruid kan daardoor op de locatie niet worden uitgesloten. Naast de bermen is binnen het plangebied kort gemaaid gras aanwezig. Vanwege het ontbreken van geschikte groeilocaties zoals weinig bemest akkerland, duinen, extensief begraasde weilanden of oud grasland is aanwezigheid van kleine wolfsmelk, bokkenorchis en kruipend moerasscherm uitgesloten.
Broedvogels zonder jaarrond beschermd nest Bureauonderzoek Geschikte nestgelegenheid Binnen het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van vogelsoorten zonder jaarrond beschermd voor struik- en nest (NDFF). In de omgeving zijn wel waarnemingen bekend van boomkruiper en zwarte roodstaart. struweelbroeders. Daarnaast maken vogels zonder Veldbezoek De bomen binnen het plangebied zijn geschikt voor boombroeders zoals houtduif of Turkse tortel. De jaarrond beschermd nest mogelijk gebruik van de aanwezige hagen zijn geschikt voor struik- en struweelbroeders als roodborst en merel locatie als foerageergebied. (verspreidingsatlas.nl). Het plangebied en de omgeving zijn daarnaast ook geschikt als foerageergebied voor deze en andere vogelsoorten. Tijdens het veldbezoek zijn enkele houtduiven en zwarte kraaien in de omgeving gezien.
13
Onze referentie: 3CDM6ACVKYMC-1727574152-1068:1.0 - Datum: 28 oktober 2025 - Public
QUICKSCAN NATUURWETGEVING OMGEVINGSWET
Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat
Conclusie
Broedvogels met jaarrond beschermd nest Bureauonderzoek In de wilg en de bosschages In de omgeving zijn havik, slechtvalk, sperwer, wespendief en huismus gezien (NDFF). Daarnaast zijn nesten aanwezig die komen boomvalk en ransuil in de omgeving voor (SOVON). Binnen het plangebied is een waarneming mogelijk worden gebruikt gedaan van een buizerd in een van de bermen langs de weg (NDFF). door boomvalk, sperwer en ransuil. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen waarnemingen gedaan van vogels met jaarrond beschermd nest. Wel is in de wilg op het zuidwestelijk deel van het plangebied een actief eksternest aanwezig. Dit nest kan later in het jaar in gebruik worden genomen door een boomvalk. In de bosschages in de omgeving zijn enkele kraaiennesten waargenomen. Deze nesten worden mogelijk ook gebruikt door ransuil, boomvalk of sperwer. Binnen 75 m van het plangebied zijn geen grote nesten aanwezig, waardoor nesten van buizerd, havik en wespendief zijn uitgesloten. Voor de slechtvalk zijn geen geschikte nestlocaties aanwezig omdat deze soort afhankelijk is van hoge gebouwen/structuren en deze ontbreken in de omgeving van het plangebied. De huismus broedt in gebouwen, maar het lage kantoorgebouw met plat dak is ongeschikt als nestplek voor huismus omdat er geen toegankelijke ruimtes in de daken/gevels aanwezig zijn.
Grondgebonden zoogdieren Bureauonderzoek De aanwezige mollengangen In de omgeving komen bosmuis, ree, bever, veldspitsmuis, huisspitsmuis, haas, aardmuis, rosse bieden leefgebied voor woelmuis, konijn, dwergspitsmuis, mol, wezel, hermelijn, bunzing en vos voor (verspreidingsatlas.nl). mollen en sommige Binnen het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde grondgebonden zoogdieren algemene muizensoorten (NDFF). (niet geschikt voor de veldspitsmuis). Verder zijn de Veldbezoek bermen en het gras geschikt Tijdens het veldbezoek zijn geen waarnemingen van grondgebonden zoogdieren gedaan. Wel zijn foerageergebied voor vos, enkele molshopen aanwezig, die naast gebruik door mollen ook gebruikt kunnen worden door ree, haas, konijn en sommige sommige muizensoorten. Deze mollengangen kunnen ook door kleine marterachtigen gebruikt muizensoorten. De worden om op muizen te jagen. Voor kleine marterachtigen zijn er geen geschikte mollengangen worden door voortplantingslocaties binnen het plangebied aanwezig, mogelijk wel nabij de spoorlijn of in de kleine marter mogelijk naastgelegen bosschages. De veldspitsmuis leeft in structuurrijke overgangen. De spoorlijn, gebruikt om te jagen. naastgelegen slootkanten en bosranden vormen geschikt habitat voor de veldspitsmuis. Het kort gemaaide gras op de locatie is geen geschikt voortplantingsgebied omdat er te weinig dekking is.
Ook voor de andere zoogdiersoorten (vos, ree en bever) is binnen het plangebied geen geschikte schuilgelegenheid aanwezig, omdat het ontbreekt aan struwelen of burchten. Gezien de beperkte omvang van de houtopstand met daaronder kort gras, zijn hazenlegers binnen het plangebied uitgesloten. Door soorten als vos, ree, haas, konijn, kleine marterachtigen en enkele muizensoorten wordt het plangebied mogelijk wel (sporadisch) gebruikt als foerageergebied. In de omgeving zijn meerdere geschikte foerageergebieden aanwezig in de vorm van bermen, bosschages, slootkanten, akkers en weilanden. Vleermuizen Bureauonderzoek In de omgeving komen mopsvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en gewone dwergvleermuis voor (verspreidingsatlas.nl). Binnen het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van vleermuizen (NDFF).
In de bosschages in de directe omgeving zijn mogelijk vleermuisverblijven aanwezig in eventuele boomholtes (mopsvleermuis Veldbezoek en gewone Verblijfplaatsen In de bomen binnen het plangebied zijn geen holtes of loszittende schors aanwezig. Verblijfplaatsen grootoorvleermuis). van vleermuizen in de bomen zijn daardoor uitgesloten. In de bosschages in de directe omgeving zijn Daarnaast kunnen mogelijk wel holtes in bomen aanwezig waar vleermuizen in verblijven. Het kantoorpand heeft in de vleermuizen verblijven in het gevels open stootvoegen, waardoor de ruimte achter deze openingen bereikbaar is voor vleermuizen. kantoorpand (gewone dwergvleermuis en Verblijfplaatsen van vleermuizen in de gevels van het kantoorpand zijn daarom niet uitgesloten. 14
Onze referentie: 3CDM6ACVKYMC-1727574152-1068:1.0 - Datum: 28 oktober 2025 - Public
QUICKSCAN NATUURWETGEVING OMGEVINGSWET
Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat
Conclusie
laatvlieger). De bosranden Vliegroutes bieden mogelijk geschikte Binnen het plangebied zijn enkele lage (ongeveer 50 cm hoge) hagen aanwezig. Deze hagen zijn veel vliegroutes voor vleermuizen te laag om als vliegroute voor vleermuizen te dienen. Verder zijn er geen lijnvormige elementen en het plangebied is geschikt binnen het plangebied aanwezig. In de directe omgeving van het plangebied zijn wel bosranden als foerageergebied. aanwezig bij de naastgelegen bosschages. Deze bosranden kunnen dienen als vliegroutes voor vleermuizen. Foerageergebieden Het plangebied betreft voor een deel kort gemaaid gras. Hier hebben vleermuizen de ruimte om te foerageren. Ook langs sloten en de bosranden van de bosschages in de omgeving is foerageren voor vleermuizen mogelijk. Reptielen Bureauonderzoek In de omgeving komen geen beschermde reptielen voor (verspreidingsatlas.nl). Binnen het plangebied zijn ook geen waarnemingen bekend van beschermde reptielen (NDFF).
Geen beschermde soorten en/of functies binnen het plangebied aanwezig.
Veldbezoek Het plangebied bestaat uit kort gras en schrale bermen. Ook ontbreekt het aan rotsige structuren met openingen ertussen. Reptielen hebben beschutting nodig in de vorm van struiken, bossen, rotsen of andere wegkruipmogelijkheden. Deze zijn binnen het plangebied niet aanwezig, waardoor geen geschikt leefgebied van reptielen aanwezig is. Aanwezigheid van reptielen binnen het plangebied is daarmee uitgesloten. Amfibieën Bureauonderzoek Huidige situatie geen In de omgeving komen gewone pad, rugstreeppad, kleine watersalamander, meerkikker, bruine kikker voortplantingshabitat, maar en kamsalamander voor (verspreidingsatlas.nl). Binnen het plangebied zijn geen waarnemingen enkel foerageergebied. bekend van beschermde amfibieën (NDFF). Tijdens bouwfase mogelijk kolonisatie door Veldbezoek Binnen het plangebied zijn geen waterpartijen aanwezig die kunnen dienen als voortplantingshabitat. rugstreeppad. In de sloot ten westen van het plangebied is mogelijk geschikt voortplantingshabitat van amfibieën aanwezig. Daarnaast wordt het plangebied mogelijk gebruikt als foerageergebied. De omgeving biedt ook geschikt foerageergebied in de vorm van bermen, tuinen en slootranden. Rugstreeppadden hebben in de huidige situatie binnen het plangebied geen geschikt voortplantingshabitat.
Een bouwlocatie met braakliggende terrein kan echter zeer geschikt zijn, waardoor kolonisatie in dit stadium niet is uitgesloten. Vissen Bureauonderzoek Beschermde vissen en/of In de omgeving komen geen beschermde vissen voor (verspreidingsatlas.nl). Binnen het plangebied beschermde functies zijn niet zijn ook geen waarnemingen bekend van beschermde vissen (NDFF). aanwezig. Veldbezoek Binnen het plangebied zijn geen waterpartijen aanwezig, waardoor het voorkomen van vissen binnen het plangebied is uitgesloten. Overige soorten Bureauonderzoek In de omgeving komt teunisbloempijlstaart voor (verspreidingsatlas.nl). Binnen het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde andere soorten (NDFF).
15
Onze referentie: 3CDM6ACVKYMC-1727574152-1068:1.0 - Datum: 28 oktober 2025 - Public
Beschermde soorten uit soortgroep en/of beschermde functies zijn niet aanwezig.
QUICKSCAN NATUURWETGEVING OMGEVINGSWET
Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat
Conclusie
Veldbezoek Teunisbloempijlstaart heeft als waardplanten teunisbloem, wilgenroosje, kattenstaart en basterdwederik. Deze waardplanten groeien de hoogte in, maar gezien het kort gemaaide gras en de bermen met korte vegetatie kunnen deze waardplanten binnen het plangebied niet voldoende groeien. Aanwezigheid van teunisbloempijlstaart is daarmee uitgesloten.
4.3
Effectbeschrijving
In Tabel 2 is per soortgroep voor de (mogelijk) aanwezige soorten, op basis van de afbakening van effecten een beschrijving gegeven van mogelijke effecten als gevolg van het voornemen zoals beschreven in hoofdstuk 2.4. Tabel 2 Mogelijke effecten per soortgroep als gevolg van werkzaamheden Mogelijke effecten
Toetsing vereist?
Flora Bij (graaf)werkzaamheden in de nabijheid van de bermen (ongeveer 10 meter) kunnen exemplaren Ja van glad biggenkruid worden vernietigd. Daarnaast worden hier ook mogelijk geschikte groeiplaatsen aangetast. Broedvogels zonder jaarrond beschermd nest In de aanwezige bomen en hagen kunnen boom- en struweelbroeders zoals Turkse tortel en Ja roodborst gaan broeden, waardoor verstoring door werkzaamheden tijdens de broedperiode niet is uitgesloten. Wanneer deze bomen gekapt worden kan sprake zijn van het aantasten van eieren of het doden van jonge vogels. Ook in de bosschages in de directe omgeving kunnen boombroeders een nest maken, waardoor ook hier mogelijk sprake is van verstoring tijdens de werkzaamheden. Broedvogels met jaarrond beschermd nest Enkele nesten in de bosschages in de directe omgeving bevinden zich binnen verstoringsafstand (75 Ja m) van het plangebied, waardoor verstoring tijdens de broedperiode niet is uitgesloten. Mogelijk is de nieuwe situatie vanwege al het verkeer en toename van menselijke activiteit te verstorend voor eventueel aanwezige broedvogels met jaarrond beschermd nest, waardoor het nest indirect vernietigd wordt. Hier kan echter pas duidelijkheid over komen wanneer bekend is of vogels met jaarrond beschermd nest aanwezig zijn en wanneer de bouwplannen meer concreet zijn.
Het nest in de wilg ligt wel binnen het plangebied, maar op Belgisch grondgebied (en daarmee Belgische wetgeving) en valt daardoor buiten deze quickscan. Grondgebonden zoogdieren Mogelijk doden en verstoren van algemene muizensoorten en mollen. Mogelijk worden bij deze Ja handelingen ook jonge dieren gewond of gedood. Kleine marterachtigen maken mogelijk gebruik van de locatie als foerageergebied, echter zijn er voldoende alternatieven in de directe omgeving aanwezig (zoals bosjes, slootkanten en spoorlijnen), waardoor het plangebied geen essentieel onderdeel uitmaakt van het leefgebied van kleine marterachtigen. Vleermuizen Het plangebied functioneert mogelijk als foerageergebied van verschillende vleermuissoorten. Er zijn Ja, vliegroutes en in de directe omgeving echter meer open stukken in de vorm van bosranden en tuinen aanwezig verblijfplaatsen waardoor er voldoende alternatieven aanwezig zijn. De bomenrand van het naastgelegen bosschage functioneert mogelijk als vliegroute. Deze bomenrand zal ongemoeid blijven tijdens de werkzaamheden, maar kan door verlichting wel verstoord worden. Dit kan tijdens de werkzaamheden zijn, maar ook in de permanente fase wanneer buitenverlichting gerealiseerd wordt kan deze verlichting een permanent effect hebben op mogelijk aanwezige vliegroutes.
Mogelijke verblijfplaatsen in het kantoorpand of de bomenrand kunnen eveneens door verlichting verstoord worden. Bij aantasting van het kantoorpand kunnen verblijfplaatsen en individuen van vleermuizen worden vernietigd. 16
Onze referentie: 3CDM6ACVKYMC-1727574152-1068:1.0 - Datum: 28 oktober 2025 - Public
QUICKSCAN NATUURWETGEVING OMGEVINGSWET
Mogelijke effecten
Toetsing vereist?
Amfibieën Rugstreeppadden kunnen een bouwterrein snel koloniseren. Mogelijk worden bij de werkzaamheden Ja, kolonisatie rugstreeppad dan individuen of voortplantingsplaatsen vernietigd/aangetast. Daarnaast is het plangebied geschikt as foerageergebied. Er zijn in de omgeving echter voldoende alternatieven beschikbaar in de vorm van slootranden, tuinen en bermen, waardoor geen sprake is van essentieel foerageergebied. Effecten op foerageergebied zijn daardoor uitgesloten.
4.4
Toetsing
4.4.1
Beschermingscategorieën relevante soorten
In onderstaande tabel is per soort/soortgroep opgenomen tot welke beschermingscategorie deze behoort: Tabel 3 Beschermingscategorie van de relevante soorten Beschermingscategorie Soort/soortgroep Vogelrichtlijnsoorten
Boomvalk, sperwer en ransuil
Habitatrichtlijnsoorten
Mopsvleermuis, gewone dwergvleermuis en rugstreeppad
Andere soorten zonder vrijstelling
Glad biggenkruid
Andere soorten met vrijstelling
Bosmuis, huisspitsmuis, aardmuis, rosse woelmuis, dwergspitsmuis en mol
In de provincie Zeeland geldt een vrijstelling voor de binnen het plangebied algemeen voorkomende soorten zoogdieren, zie Bijlage B. Deze zijn in de toetsing hierna daarom niet meegenomen. Voor deze soorten geldt wel de zorgplicht, zie verder in paragraaf 4.5.
4.4.2
Toetsing
In onderstaande tabellen is per soort(groep) op basis van de effectbeschrijving in de vorige paragraaf aangegeven welke artikelen relevant zijn voor de flora- en fauna-activiteit. De definitie van een flora- en fauna-activiteit is “activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten” en is derhalve van toepassing op die initiatief. In deze toetsing is geen rekening gehouden met eventueel mogelijke mitigerende maatregelen. Op basis van de uitkomst van deze toetsing is bepaald of en zo ja, welke vervolgstappen nodig zijn. In Tabel 4 is de toetsing op vogels weergegeven. Boomvalk, sperwer en ransuil zijn predatoren. Deze soorten komen in relatief lage aantallen voor, waardoor verstoring mogelijk invloed kan hebben op de staat van instandhouding van de soort.
17
Onze referentie: 3CDM6ACVKYMC-1727574152-1068:1.0 - Datum: 28 oktober 2025 - Public
QUICKSCAN NATUURWETGEVING OMGEVINGSWET
Tabel 4 Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten (art. 5.1, lid 2, onderdeel 9, Omgevingswet). Het verbod geldt voor Vogelrichtlijnsoorten voor de handelingen die in deze tabel zijn aangegeven en die mogelijk wel het gevolg zijn van het initiatief Soort a b c d Als gevolg van Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode)
x
x
Broedvogels (nest jaarrond beschermd, in dit geval boomvalk, ransuil en sperwer)
x
x
Verwijderen van bomen waardoor nestplaatsen worden aangetast, broedende vogels verstoord worden en eieren/broedsels verwond en/of gedood worden. x
Verwijderen van nesten bij bomenkap waardoor eieren of jongen worden gedood. Verstoring van actieve nesten. Hierdoor kunnen eieren of jongen worden verlaten en sterven.
Het verbod geldt voor Vogelrichtlijnsoorten voor (art. 11.37, lid 1 Besluit activiteiten leefomgeving): a: opzettelijk doden of opzettelijk vangen; b: opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren of het opzettelijk wegnemen van nesten; c: rapen en onder zich hebben van eieren; d: opzettelijk storen, tenzij het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding.
In Tabel 5 is de toetsing voor de vleermuissoorten en de rugstreeppad inzichtelijk gemaakt. Deze soorten zijn beschermd vanuit de Habitatrichtlijn. Tabel 5 Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten (art. 5.1, lid 2, onderdeel 9, Omgevingswet). Het verbod geldt voor Habitatrichtlijnsoorten voor de handelingen die in deze tabel zijn aangegeven en die mogelijk wel het gevolg zijn van het initiatief Soort a b c d e Als gevolg van Mopsvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en gewone dwergvleermuis
x
x
x
Doden van individuen en vernietigen verblijfplaatsen door sloop van het kantoorpand of verstoring van individuen door verlichting van bosschages en gevels kantoorpand.
Rugstreeppad
x
x
x
Doden van individuen of eieren tijdens werkzaamheden na kolonisatie van het bouwterrein door rugstreeppad.
Het verbod geldt voor (art. 11.46, lid 1, Besluit activiteiten leefomgeving): a: het opzettelijk doden of opzettelijk vangen; b: het opzettelijk verstoren; c: het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren; d: het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen; e: het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van beschermde planten.
In Tabel 6 is de toetsing voor flora inzichtelijk gemaakt. Glad biggenkruid is beschermd vanuit de Andere soorten in de Omgevingswet. Tabel 6 Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten (art. 5.1, lid 2, onderdeel 9, Omgevingswet). Het verbod geldt voor Andere soorten voor de handelingen die in deze tabel zijn aangegeven en die mogelijk wel het gevolg zijn van het initiatief Soort a b c Als gevolg van Glad biggenkruid
x
Graafwerkzaamheden binnen 10 meter van de wegbermen.
Het is verboden om: a: opzettelijk te doden of te vangen; b: vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen c: opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
18
Onze referentie: 3CDM6ACVKYMC-1727574152-1068:1.0 - Datum: 28 oktober 2025 - Public
QUICKSCAN NATUURWETGEVING OMGEVINGSWET
4.5
Zorgplicht
Ten aanzien van de zorgplicht zijn in de Omgevingswet verplichtingen opgenomen. In deze paragraaf worden deze verplichtingen besproken en wordt beschreven op welke manier invulling te geven aan deze verplichtingen. De algemene zorgplicht geldt voor alle soorten, de aanvullende zorgplicht geldt voor beschermde soorten. Het is belangrijk om ook rekening te houden met vrijgestelde soorten. Algemene zorgplicht In het algemeen moet voorkomen worden dat bij het doden of vangen van een dier, dat dier onnodig leidt (art. 11.28, Besluit activiteiten leefomgeving). Hieronder is specifiek aangegeven hoe invulling is gegeven aan de verplichte aspecten voor flora- en fauna-activiteiten of andere activiteiten waarbij redelijkerwijs vermoed kan worden dat dit leidt tot nadelige effecten ten aanzien van natuurbescherming (art. 11.27, lid 1, Besluit activiteiten leefomgeving): • Neem alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om gevolgen te voorkomen. Laat bijvoorbeeld bomen staan waar het kan. De oude wilg op het zuidelijk deel van het plangebied kan bijvoorbeeld worden behouden vanwege het belang van de boom voor insecten. • Voor zover gevolgen niet kunnen worden voorkomen, moeten effecten zoveel mogelijk beperkt worden. Werk bijvoorbeeld rustig. Dieren mogen hierbij niet ingesloten worden of het water ingejaagd worden. • Maak gevolgen ongedaan.
Na de werkzaamheden kunnen bijvoorbeeld op enkele plekken bomen of gras weer terug laten groeien zodat dieren weer een kans hebben om hiervan gebruik te maken. • Als rest-effecten onvoldoende kunnen worden beperkt: laat de activiteit achterwege zover dat redelijkerwijs kan worden gevraagd. Het is belangrijk dat het niet zo ver komt en al in eerdere stappen voldoende maatregelen worden genomen om effecten voldoende te beperken en te herstellen. Aanvullende zorgplicht flora- en fauna-activiteit Voor flora- en fauna-activiteiten gelden specifiek de volgende verplichtingen (art. 11.27, lid 2, Besluit activiteiten leefomgeving): 1. Voorafgaand aan het verrichten van de activiteit moet worden nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid op de locatie of in de directe nabijheid van beschermde soorten of dat er voor beschermde soorten leefgebieden of groeiplaatsen aanwezig zijn. Deze quickscan geeft aanwijzingen dat mogelijk beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn. Het is noodzakelijk om nader onderzoek uit te voeren. In de volgende paragraaf wordt dit uitgewerkt. 2. Als er aanwijzingen van de aanwezigheid zijn, dan moet worden vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor beschermde dieren, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor beschermde planten.
Deze quickscan geeft aanwijzingen dat mogelijk beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn. Het is noodzakelijk om nader onderzoek uit te voeren en daaruit moet ook volgen welke effecten voorzien zijn. 3. Als negatieve gevolgen niet kunnen worden uitgesloten, wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor beschermde dieren, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor beschermde planten. Deze quickscan geeft aanwijzingen dat mogelijk beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn. Het is noodzakelijk om nader onderzoek uit te voeren en daaruit moet ook volgen welke effecten voorzien zijn. 4. Alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om nadelige gevolgen te voorkomen. In deze quickscan zijn maatregelen om effecten te voorkomen opgenomen, zie paragraaf 4.6. Met deze maatregelen zijn effecten deels te voorkomen. De noodzaak en nadere invulling van maatregelen moet volgen uit nader onderzoek of een nieuwe toetsing wanneer het plan verder is uitgewerkt en effecten concreter in beeld zijn. 5. Tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben. Het is belangrijk om te borgen dat maatregelen voldoende effect hebben. Bij onvoldoende kennis of twijfel kan een ecologisch adviseur worden betrokken. 6.
Het verrichten van de activiteit wordt gestaakt als de nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen, of, als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, passende herstelmaatregelen worden getroffen. Het is belangrijk dat het niet zo ver komt en al in eerdere stappen voldoende maatregelen worden genomen om effecten voldoende te beperken en te herstellen.
19
Onze referentie: 3CDM6ACVKYMC-1727574152-1068:1.0 - Datum: 28 oktober 2025 - Public
QUICKSCAN NATUURWETGEVING OMGEVINGSWET
4.6
Vervolgstappen
In deze paragraaf staat beschreven voor welke soorten er vervolgstappen noodzakelijk zijn. Dit kunnen ontwerpaanpassingen zijn, of het nemen van maatregelen om effecten te voorkomen (zoals buiten het broedseizoen werken of enkel bij daglicht werken) of het uitvoeren van nader soortgericht onderzoek om de aanwezigheid van soorten vast te stellen of uit te sluiten. Flora • Is ontwerpaanpassing mogelijk? Spaar de groeiplaats en werk niet binnen 10 meter van de berm. • Is ontwerpaanpassing niet mogelijk? – Onderzoek: Als binnen 10 meter van de bermen gewerkt wordt dient nader onderzoek naar glad biggenkruid te worden uitgevoerd. – Maatregel is afhankelijk van uitkomsten onderzoek. – Omgevingsvergunning is nodig omdat de groeiplaats wordt aangetast. Broedvogels zonder jaarrond beschermd nest • Maatregel voor algemeen voorkomende broedvogels waarvan het nest gedurende broedperiode beschermd is: – Voer werkzaamheden buiten het broedseizoen uit. Het broedseizoen loopt ongeveer van 15 maart tot 15 juli, maar verschilt per soort en kan afhankelijk van het weer en andere factoren verschuiven. – Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken, dienen geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te worden gemaakt en gehouden te worden totdat de werkzaamheden zijn afgerond.
Om te zorgen dat de juiste maatregelen worden genomen moet dit plaatsvinden onder begeleiding van een deskundig ecoloog. Let op! Mogelijk is eerst aanvullend onderzoek naar vogels met jaarrond beschermde nesten noodzakelijk voordat de oude wilg en bomen in de naastgelegen bosschage ongeschikt mogen worden gemaakt. • Onderzoek is bij het nemen van de maatregel niet nodig. • Omgevingsvergunning is niet mogelijk, voorgenoemde maatregel moet genomen worden. Broedvogels met jaarrond beschermd nest • Is ontwerpaanpassing mogelijk? Spaar bomen met (mogelijke) nestlocatie zoals de oude wilg. Ook kan met het ontwerp zoveel mogelijk afstand worden gehouden van de aanwezige nesten binnen het plangebied en de omgeving, zodat verstoring in de gebruiksfase wordt beperkt. – Maatregel: zie onder broedvogels zonder jaarrond beschermd nest. – Omgevingsvergunning: niet noodzakelijk na het nemen van maatregelen. • Is ontwerpaanpassing niet mogelijk? – Onderzoek: Voer gericht onderzoek uit naar boomvalk, sperwer en ransuil. – Maatregel is afhankelijk van uitkomsten onderzoek. – Omgevingsvergunning is nodig als nesten verwijderd worden of hun functionaliteit wordt aangetast. Toetsing hierop is pas mogelijk nadat er meer bekend is over het ontwerp.
Vleermuizen Verblijfplaats • Is ontwerpaanpassing mogelijk? Spaar het kantoorpand (gewone dwergvleermuis en laatvlieger) en de bomen (gewone grootoorvleermuis en mopsvleermuis) met geschikte verblijfplaatsen. – Maatregel: voorkom verstoring door verlichting. Werk niet in het donker of gebruik gerichte armaturen met beperkte lichtopbrengst (beter meer lampen met minder lichtopbrengst dan weinig lampen met veel lichtopbrengst) zodat de bomen en de gevels van het kantoorpand niet verlicht worden door verlichting van het nieuwe hoofdkantoor of de parkeerplaats. • Is ontwerpaanpassing niet mogelijk? – Onderzoek: voer een inventarisatie uit als er geen bladeren aan de bomen zitten om te zoeken naar geschikte verblijfplaatsen in de bosschages in de omgeving of voer gericht onderzoek uit naar mopsvleermuis en gewone grootoorvleermuis. – Onderzoek: voer gericht onderzoek uit naar de functie van mogelijke verblijfplaatsen. Onderzoek naar gewone grootoorvleermuis en mopsvleermuis wanneer verstoring in de naastgelegen bosschages niet kan worden voorkomen. Onderzoek naar gewone dwergvleermuis en laatvlieger in het kantoorpand. – Maatregel is afhankelijk van onderzoek. – Omgevingsvergunning: als verblijfplaats wordt aangetast. 20
Onze referentie: 3CDM6ACVKYMC-1727574152-1068:1.0 - Datum: 28 oktober 2025 - Public
QUICKSCAN NATUURWETGEVING OMGEVINGSWET
Vliegroute • Is ontwerpaanpassing mogelijk? Spaar de bomen die geschikt zijn als vliegroute. – Maatregel: voorkom lichtverstoring. Werk niet in het donker of gebruik gerichte armaturen met beperkte lichtopbrengst (beter meer lampen met minder lichtopbrengst dan weinig lampen met veel lichtopbrengst) zodat de bomen van de bosschage niet verlicht worden door verlichting van het nieuwe hoofdkantoor of de parkeerplaats. • Is ontwerpaanpassing niet mogelijk? – Onderzoek: voer gericht onderzoek uit naar de functie van mogelijke vliegroutes. – Maatregel is afhankelijk van onderzoek. – Omgevingsvergunning: als vliegroute wordt aangetast. Amfibieën • Onafhankelijk van het ontwerp dient de volgende maatregel genomen te worden: – Maatregel: voorkom effecten en verstoring. Plaats een amfibieënscherm rond de bouwplaats, zodat de bouwplaats niet gekoloniseerd kan worden door rugstreeppadden. Ook rijbanen van materieel en opslag van materiaal (zoals stapels stenen of plaatmateriaal) moeten binnen de afgeschermde contouren vallen, omdat bandensporen geschikt voortplantingshabitat kunnen vormen en rugstreeppadden in de stapels materiaal kunnen schuilen. Om te zorgen dat dit zorgvuldig gebeurt dient een deskundig ecoloog aangehaakt te worden tijdens het plaatsen van dit scherm.
4.7
Deelconclusie soortbescherming
Voor een deel van de beschermde soorten die mogelijk binnen het plangebied voorkomen (flora, amfibieën, broedvogels en vleermuizen) zijn effecten te voorkomen door maatregelen te treffen. Wanneer de maatregelen zoals beschreven in paragraaf 4.6 kunnen worden toegepast is aanvullend onderzoek naar broedvogels, flora en vleermuizen niet noodzakelijk. Daarnaast dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de zorgplicht zoals beschreven in paragraaf 4.5. Wanneer maatregelen uit paragraaf 4.6 niet kunnen worden gevolgd is onderzoek nodig naar vliegroutes en verblijfplaatsen van vleermuizen (mopsvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en gewone dwergvleermuis), jaarrond beschermde nesten van vogels (boomvalk, sperwer en ransuil) en exemplaren van glad biggenkruid om aanwezigheid vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Indien aanwezigheid wordt vastgesteld is een omgevingsvergunning noodzakelijk.
21
Onze referentie: 3CDM6ACVKYMC-1727574152-1068:1.0 - Datum: 28 oktober 2025 - Public