2026-02-25 - Bijlage 4 Ruimtelijke onderbouwing natuurontwikkeling Smitsschorrepolder
Tekst van het document
40 4r
(geanonimiseerd) 1984: 541. (geanonimiseerd) 1984: 521-522.
29
ARTEFACT
oorlog
RAPPORT
in 1492
doorbreken de
van
642
(Vrede
AXEL
van
Cadzand) werd de Landdijk
de Braakman in het achterland
Landdijk tussen Assenede
moest
tussen
Terneuzen
verhinderen.
#
en
LANGEWEG
Boekhoute
De stormvloed
van
-
SMITSSCHORREPOLDER
aangelegd, die een verder 1532 sloeg een groot gat in
Westdorpe, waardoor Westdorpe werd overstroomd. Op de grens tussen het Axeleren Assenederambacht werd de Creckeldijck aangelegd.*2 De relatieve stabiliteit tot 1552 liet toe dat inhet gebied rond de Braakman vele schorren werden herbedijkt. In deze periode werd tevens de Sasse Vaart aangelegd, die de Landdijk doorsneed en de verbinding met Gent moest garanderen. In Axel werd in deze periode de verzande vaart uitgediept en bedijkt.** Figuur 13 toont de situatie rond 1550. Ten westen van Axel bevindt zich een groot onbedijkt gebied. Westdorpe is van de kaart verdwenen. Het plangebied ligt nog binnendijks, ten oosten van de Landdijk. en
Figuur13
Ligging van het plangebied (bij benadering; in rode cirkel) op uitsnede van figuratieve kaart van het noordelijke deel met de streek tussen Brugge, Gent en Antwerpen uit het midden van de 16de eeuw. Bron: Kaartenverzameling (geanonimiseerd) vz van
Vlaanderen,
EN
(geanonimiseerd) 1997: 37-38, (geanonimiseerd) 1997:66-67. hid (geanonimiseerd) 1997:85 8
23
30
ARTEFACT
RAPPORT
Nieuwe
Tijd
642
AXEL
LANGEWEG
-
SMITSSCHORREPOLDER
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) lag de omgeving van het plangebied in de frontlinietussen de Noordelijke Nederlanden (de Staatsen) en het Spaanse Zuiden. Tijdens de strijd tussen Spaanse en Staatse troepen werden op grote schaal militaire inundaties toegepast. Veel gebieden gingen hieraan ten onder. Na de verovering van Axel door de Staatse troepen onder leiding van Prins (geanonimiseerd) BM in 1586 werd besloten de polders rond de stad onder water te zetten om de stad te verdedigen tegen Spaanse tegenaanvallen.* Hiertoe werd de Landdijk bij Buucxgate doorgestoken, waardoor de zee vrij spel kreeg in het Axelerambacht.#* De gevolgen voor het landschap waren enorm. De stad Axel werd een eiland en het middeleeuwse landschap verdween onder het sediment. #7 Ten zuiden van Axel was een schorren- en slikkengebied ontstaan dat werd aangeduid als de Axelsche Vlakte, met daarin onder meer het Axelsche Gat. Deze situatie wordt afgebeeld op de Kaart van de Vier Ambachten uit 1664 door (geanonimiseerd) fia vor 24). Het WN plangebied ligt op deze kaart in een schorrengebied met de naam Canisvliet. Ten westen ervan staat de in 1621 bedijkte Autrichepolder (‘Austria Polder’) weergegeven. Het oostelijke deel van de Axelsche vlakte was door opslibbing doorwaadbaar geworden, waardoor extra fortificaties nodig waren.
Axel werd versterkt en langs de dijken ontstonden kleine schansen en redoutes. De meeste van deze kleine verdedigingswerken kwamen tussen 1583 en 1648 tot stand. Deze maakten deel uit van de Spaanse Linie tussen Sas van Gent en Hulst. *®
Figuur 14 Ligging van het plangebied (in rode cirkel; bij benadering) op uitsnede van de Kaart van de Vier Ambachten, 1664. Bron: S.1034 (03) kaart 033 (landkaart, gravure, papier), Atlassen uit het vervaardigd door (geanonimiseerd) Nederlands Scheepvaartmuseum, Scheepvaartmuseum Amsterdam.
EN
45
(geanonimiseerd) & | (geanonimiseerd) 2014: 33.
48
(geanonimiseerd) 1997: 143.
“7
Brand 1993.
“8
De
Kruijf 2004: 266-267.
31
ARTEFACT
Ook
RAPPORT
ten oosten
642
van
AXEL
de Autrichepolder vonden in de
LANGEWEG
-
SMITSSCHORREPOLDER
17% eeuw bedijkingsactiviteiten plaats. Halverwege de 17%
eeuw
*®
werd
Canisvliet (soms ook geschreven als Kanisvliet) bedijkt. Deze Canisvlietpolder overstroomde echter al snel weer.5° Op een 18%°-eeuwse kopie van een kaart uit de late 17% eeuw is de ligging van deze polder te zien (figuur 15).
Volgens het Geoloket Cultuurhistorie van de Provincie Zeeland vormt de Langeweg/Langedreef een dijkrestant van deze 17%*-eeuwse polder. Hieruit volgt dat het plangebied net ten noorden van de Canisvlietpolder lag en daarmee buitendijks. Ter hoogte van het plangebied bevinden zich volgens deze kaart twee zuidwaartse aftakkingen van het ‘Canaal van Axel’, namelijk de ‘Duijne Landen’ en de ‘Oude Splet Kreeke’.
Oud
Zuitdo
Da naar kopie van (geanonimiseerd) Ligging van het plangebied (in rode cirkel; bij benadering) op kopie van 700 (geanonimiseerd) | 1680 naar van naar een uit circa waarvan de naam van de maker niet meer 1715) (geanonimiseerd) kopie (geanonimiseerd) 720) ein leesbaar (“uijtgesleten”) was. Bron: Zeeuws Archief, (geanonimiseerd) nr. 411.
Figuur15
aes
5
so
(geanonimiseerd) 97: «6. MON
PN
Brand 1993: 56; (geanonimiseerd) 07: 161.
32
ARTEFACT
RAPPORT
De schorren
bedoeling
AXEL
zuiden
ten
om
642
het
Axel slibden in de 18%°
van
opslibben
de schorren
van
ten
eeuw
zuiden
van
LANGEWEG
-
SMITSSCHORREPOLDER
verder op. In 1745 werd de Eversdam aangelegd, met de het Axelsche Gat te verhinderen. Op deze dam werd een
fort opgericht: Fort Eversdam (zie paragraaf 2.4). Dit was een rechthoekig fort met aarden wallen en een gemetseld wachthuis op het terreplein. Het fort diende om eventuele aanvallen naar de Autrichepolder verhinderen. “* Op een
te
(geanonimiseerd) vervaardigd omstreeks 1750 (figuur 16), is ten zuiden van het plangebied met een rode stippellijn MN
kaart van de
zien, al loopt hij op deze kaart minder recht dan op later kaartmateriaal. Het plangebied maakt deel vit van het schorrengebied ten noorden van deze dam en aan de zuidzijde van het ‘Canaal van Axel’, en moet waarschijnlijk gesitueerd worden ter hoogte van een locatie waar volgens BM (geanonimiseerd) sprake is van een oude dijk. Dit is vermoedelijk een restant van de dijk van de 17%*-eeuwse Canisvlietpolder. Zowel ten oosten als ten westen van het plangebied zijn waterlopen weergegeven, die vanuit het Canaal van Axel in zuidwestelijke richting om uit te komen Sas van Gent. De westelijke waterloop wordt aangeduid als ‘Eversgat’. Aan de westzijde lopen bij hiervan loopt parallel aan dit water de ‘Grave (geanonimiseerd) BM Dijk of Lantdijk’. Tevens staat op de westelijke oever van het reeds een verdedigingswerk Eversgat aangegeven (‘Redout’). toen
net
aangelegde
Eversdam
SN
Men
Lr
el
Jg
2
te
ten
A
ge
Ber
446
mgee
ejke
sE
Braaf
ja
et
x
se
Î
|
Figuur 16 Bron:
Ligging van
het
plangebied (in rode cirkel; bij benadering)
op uitsnede
van
kaart van
OvstenbijeH Ke ghze
(geanonimiseerd) ei:
Dozer
Deeln6yd
omstreeks 1750.
Geoloket Cultuurhistorie Provincie Zeeland.
schorrengebied ten zuiden en zuidoosten van Axel bedijkt, als groot bedijkingsproject. periode kwam onder meer de Beoosten en Bewesten Blijpolder tot stand, door afdamming van de Axelsche Sassing middels de Sasdijk (de huidige Tractaatweg volgt deels de loop van deze dijk). De ingebouwde inundatiesluizen werden beschermd met batterijen, zoals die bij Zwartenhoek (AMK -terrein ten westen van Grote 1 km het Deze sluis heette De Petrus. Door de 13555), ongeveer plangebied gelegen. aanleg van 5? batterij Zwartenhoek kwam in 1790 de functie van fort Eversdam te vervallen. Ook het plangebied lag vanaf 17891790 weer binnendijks, in een deel van de Beoosten en Bewesten Blijpolder dat bekendstaat als de Canisvliet In 1789
en
onderdeel
5 52
1790 werd van
een
groot deel
van
(geanonimiseerd) NN 200:
221-222.
PE
Brand 1993: 56; (geanonimiseerd) ee:
het slikken-
en
In deze
een
221-226.
33
ARTEFACT
RAPPORT
Buitenpolder.
642
AXEL
In de eerste
helft van de
19% eeuw werd
het Kanaal Gent-Terneuzen
LANGEWEG
aangelegd,
-
SMITSSCHORREPOLDER
dat Gent verbond
met
de Westerschelde. In de eerste helft
de 19%*
Minuutplans. Op deze kaarten worden de percelen en bebouwing zeer nauwkeurig weergegeven, omdat deze kaarten het heffen van grondbelasting tot doel hadden. Op figuur 17 wordt een uitsnede van de gedigitaliseerde versie van deze kaart weergegeven. Weliswaar lag het plangebied nu binnendijks, het lag nog altijd aan de zuidzijde van een kreekrestant (de Zwartenhoekse Kreek), dat een aftakking was van het Canaal van Axel. Hiervandaan lopen aan de west- en oostzijde van het plangebied kronkelende waterlopen in zuidelijke richting. Aan de zuidzijde van het plangebied loopt een weg die goeddeels hetzelfde loopt als de egenwoordige Langeweg. Het plangebied zelf bestond uit een aantal percelen bouwland, dat in het bezit was van verschillende grondeigenaren. Bebouwing wordt in het plangebied en de directe omgeving niet aangegeven. van
48000
eeuw
verschenen de Kadastrale
49000
b
50000
51000
pl
EN
"
8
8,
o
8,
500
1000
|
a
8 +
ka
o
8
8
3
9
el
LI
Plangebied
En
Water
ES
Wegen Dijken
Em
Percelen BE
Figuur17 1830.
Op
Bron:
Projectie van
het
plangebied (roze polygoon)
op
uitsnede
van
de
gedigitaliseerde
Bebouwing
Kadastrale Minuut, omstreeks
Geoloket Provincie Zeeland.
(figuur 18) is te zien hoe de inrichting van het landschap zich hierna heeft ontwikkeld. Sinds de inpoldering bleven het plangebied en omgeving voornamelijk in gebruik als landbouwgebied. Halverwege de 19% eeuw werd direct grenzend aan de west- en noordkant van het plangebied een rechte waterloop gegraven die deel vitmaakte van de Oostelijke Rijkswaterleiding. De Westelijke en Oostelijke Rijkswaterleidingen dienden als afvoerkanalen voor water uit de polders. In de tweede helft van de 20“* eeuw werd ten westen van de buurtschap Drieschouwen het natuur- en recreatiegebied Smitsschorre aangelegd. Dit gebied is eigendom van Staatsbosbeheer. In 1968 werd hier zand opgespoten dat vrijkwam bij de verbreding van het Kanaal Gent-Terneuzen;
5
historische kaarten
(geanonimiseerd) BN +973: 329-332
van
later datum
34
ARTEFACT RAPPORT 642
AXEL LANGEWEG
- SMITSSCHORREPOLDER
hierdoor is de hoge ligging van dit terrein veroorzaakt (zie figuur 10). Hierna werd een groot deel van dit terrein bebost; ook werden er een golfterrein, motorcrosscircuit en een zweefvliegveld aangelegd. 54 Het westelijke deel van de Langeweg werd in de jaren ’60 verlegd middels een nieuw wegdeel richting de Eversdam. Hierdoor verloor het oude dijkdeel aan de westzijde zijn functie als weg. Vanaf 2010 verschenen ten noordwesten van het plangebied, aan de overzijde van de Tractaatweg, kassen. Binnen het plangebied zelf vonden sinds 1850 enkel wijzigingen plaats wat betreft de verkaveling en waterlopen. Bebouwing heeft er nooit aangegeven gestaan. Tot slot valt te vermelden dat de kaart van 1980 in het zuidwesten van het plangebied enkele hoger gelegen gebieden aangeeft; deze zijn thans nog te zien op de hoogtekaart (figuur 11).
Samenvattend lag het plangebied in de Middeleeuwen in bedijkt gebied ten zuidwesten van Axel. Veenwinning, veeteelt en akkerbouw waren in die tijd de belangrijkste economische activiteiten. In de late 16 de eeuw maakte het plangebied deel uit van een groot gebied dat opzettelijk onder water werd gezet tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Hierna lag het twee eeuwen lang in een onbedijkt schorrengebied. Na de bedijking in de late 18 de eeuw is het plangebied alleen agrarisch gebruikt.
54
https://nl. wikipedia. org/wiki/Smitsschorre; https://www. zeeland. com/nl-nl/visit/304_nl/smitsschorre
35
ARTEFACT RAPPORT 642
AXEL LANGEWEG
- SMITSSCHORREPOLDER
Figuur 18 Projectie van het plangebied (roze polygoon) op de Topografische (Militaire) Kaarten uit 1850, 1916, 1950, 1960, 1980, 1995 en 2010. Bron: Esri Nederland, Kadaster.
36
ARTEFACT
RAPPORT
642
AXEL
LANGEWEG
-
SMITSSCHORREPOLDER
Verstoringsgeschiedenis
2.3.2 Bodemloket
status/voortgang van eventueel uitgevoerde onderzoeken weergegeven. Raadpleging van het Bodemloket” leert dat binnen het plangebied nog geen saneringen of onderzoek naar de bodemkwaliteit bekend zijn. Direct ten zuiden van de westelijke helft van het plangebied, ter hoogte van de Langeweg, is een gebied dat volgens het Bodemloket voldoende is onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming. Bij eerder bodemonderzoek langs de Tractaatweg zijn ten westen van het plangebied geen verontreinigende stoffen aangetroffen in zodanige gehalten dat hiervoor vervolgonderzoek moest worden In
het
bodemloket
worden
de
bodemkwaliteit
en
de
geadviseerd.5 KLIC Een oriëntatieverzoek
geeft aanwijzingen voor verstoringen langs de Langeweg/Langedreef, oftewel in de zuidelijke randzone het plangebied. Over een afstand van 7oo meter vanafde westelijke begrenzing van het plangebied loopt hier een waterleiding (figuur 19). Deze kan vanaf de zuidelijke begrenzing binnen een zone van 10 m aanwezig zijn. In de zuidwestpunt van het plangebied kan de waterleiding plaatselijk binnen 30 m vanaf de begrenzing aanwezig zijn. Hier moet rekening worden gehouden met een lineaire verstoring van ongeveer 0,80 m breeden 1,00 mdiep, als gevolg van het graven van de aanlegsleuf. Waarschijnlijk reikt de verstoring tot in afzettingen van het Laagpakket van Walcheren en bereikt zij niet het niveau van het pleistocene dekzand, dat vanaf 1,50 m -mv of dieper verwacht kan van
worden.
o
100
200
LL
CI
Plangebied
Figuur1g Ligging van een verstoring (in rood aangegeven zone; op basis van KLIC-melding bij Kadaster) als gevolg van de aanleg van een waterleiding, geprojecteerd op de topografische kaart. Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors 2020.
55
www.bodemloket.nl, geraadpleegd op 15 juli 2021.
56 Nivec B.V. 1997;
2014. (geanonimiseerd) |
37
ARTEFACT
RAPPORT
642
AXEL
Gegevens opdrachtgever, Bij
LANGEWEG
-
SMITSSCHORREPOLDER
archief
de
opdrachtgever en inititatiefnemer zijn geen gegevens bekend gesprongen explosieven of verstoringen in het plangebied, behalve over
mogelijke verontreinigingen, nietleiding die ook in de KLIC naar voren
over
de
kwam.57
Raadpleging van (de website van) het Zeeuws Archief, waar ook de archieven van de gemeente ondergebracht, leverde geen informatie op omtrent eventuele verstoringen van het plangebied.
Archeologische
2.4
Archeologische
Terneuzen
zijn
waarden
monumenten
De
Archeologische Monumentkaart (AMK) is een digitaal bestand waarin de archeologische monumententerreinen, waaronder de wettelijk beschermde monumenten, werden bijgehouden. Sinds 2014, wordt dit bestand echter niet meer bijgewerkt, waardoor het als statisch bestand kan worden beschouwd. Binnen een straal van 1.000 m rond het plangebied komt één AMK-terrein van hoge waarde voor (figuur 20), namelijk AMK-monumentnummer 13555, gelegen op ongeveer 1 km ten westen van het plangebied. Dit betreft een terrein met de resten van een voormalig verdedigingswerk en een inundatiesluis, daterend vit de Nieuwe Tijd B. In Archis werd het verdedigingswerk eerder aangeduid als 'de schans Zwartenhoek'. Veeleer betreft het een verdedigingswerk bij de zeesluis De Grote Petrus, een deels uit militaire overwegingen gebouwde uitwaterings-/inundatiesluis waarvan de bouw begon in 1788. De fortificatie, een front van drie aaneengeschakelde bastions zonder flanken, is in de volksmond bekend als ‘de Batterij’ Deze had als taak de sluis bij een aanval te dekken. Als gevolg van de aanleg van het kanaal Gent-Terneuzen (1825-27) werden de schorren herdijkt en verviel de functie van De Grote Petrus. Vindplaatsen
‘Leemten
Ten
van
behoeve
het
in kennis’ (2024)
project
‘Leemten
in
kennis’ heeft Artefact in 2014 voor de gemeente Terneuzen een reeks vindplaatsen aangewezen die in aanmerking komen voor nader onderzoek. “Hieronder worden de vindplaatsen in een straal van 1.000 m rond het plangebied besproken. Deze staan in lichtblauwgroen aangegeven op figuur 20, met in dezelfde kleur de nummers die corresponderen
de vindplaatsnummers in het betreffende rapport.
Nr.
Toponiem
Complextype
Periode
Overige
12
Westdorpe
LMEB
Grote
Canisvlietpolder
Nederzetting
(onbepaald)
34
Zwartenhoek
Versterking (onbepaald)
NTB
AMK-monumentnummer
39
Liniedijk
Liniedijk
LME-NT
76
Westdorpe
Schans/fort
NT
Fort
Eversdam
57
met
Schriftelijke correspondentie (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
informatie
afvalkuil, aangetroffen bij nietarcheologisch graafwerk. Datering: laat-14°* eeuw. Zie ook hieronder, vondstlocatie 17
Zie
ook
hieronder,
vondstlocaties 19,
PN
dhr. (geanonimiseerd)
Provincie Zeeland), d.d. 27 juli
2021.
21
13555
(zie boven)
onderzoek en
212
en
29
38
ARTEFACT
RAPPORT
642
AXEL
48000
48500
49000
fc
rn
49500
50000
rd
L
LANGEWEG
SMITSSCHORREPOLDER
-
50500 Em: n
o
5
5oom
250
8
|
LL
+
ra
8
5 A
le} ie} 8 Ss, 5 A
18 Ad
je) 8 &, ol A
Do
Onderzoeken
®
Vondstlocaties
=
AMK:
—
Leemten
in kennis
plangebied. Gegevens
ontleend
aan
n
Es
kn. Figuur 20 3en
Monumenten, onderzoeken
(geanonimiseerd) < (geanonimiseerd) Nee). TN
Eerder
uitgevoerd
Bron:
en
vondstlocaties
Esri Nederland,
in de
omgeving
van
(geanonimiseerd) re
het
Plangebied
A
hoge waarde
Archis
(geanonimiseerd)
onderzoek
Archis is het
geautomatiseerde Archeologisch Informatiesysteem voor Nederland. Het bestaat uit een databank over archeologische onderzoeken, vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen. Het raadplegen van Archis leert dat binnen een straal van 1.000 meter rond het plangebied meerdere onderzoeken zijn uitgevoerd, die inde onderstaande tabel worden opgesomd. De nummers in de linker kolom corresponderen met de groene nummers op figuur 20. Het plangebied zelf maakt deel vit van drie onderzoeken (nrs. 9, 10 en 16) die betrekking hebben op het beleid van de gemeente Terneuzen. Tevens valt het binnen het onderzoeksgebied van een proefsleuvenonderzoek dat ADC heeft vitgevoerd (nr. 11) langs de Tractaatweg; in het plangebied zelf zijn hierbij geen waarin allerlei gegevens
sleuven gegraven.
Nr.
Onderzoek
Uitvoerder
Aard
RAAP
Bureavonderzoek
en
resultaten onderzoek
Nummer
2150796100
1
“®
(2006) t.b.v. aardgastracé
Wijngaarden-Zelzate
(circa 115 km). Nabij onderhavig plangebied (5oo ervan) 1 vindplaats (Dyk72; KR179), namelijk een dijk.
5
(geanonimiseerd) MN zoos.
m
ten
westen
39
ARTEFACT
RAPPORT
642
2178547100
2
AXEL
Archeomedia
Archeologisch Rapport
3
2205519100
ADC
LANGEWEG
booronderzoek (2007)
aan
-
SMITSSCHORREPOLDER
Axelsestraat
Westdorpe.
niet online beschikbaar.
booronderzoek (2008) verbreding Tractaatweg (N62)
Archeologisch
Westdorpe.°° In twee boringen nabij onderhavig plangebied (aan de Langeweg) zijn
kreekafzettingen (tot zeker 2,80 m -mv) en dekzand (alleen C-horizont; dieper dan 1,20 m -mv) aangetroffen, geen veen. Elders wel veen. Op aantal locaties kunnen resten aanwezig zijn uit Steentijd, Romeinse tijd, Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Advies: vervolgonderzoek voor aantal locaties. 4
2212469100
resp.
Archeologisch booronderzoek (2008) Langeweg, t.b.v. aardgastracé Wijngaarden-Zelzate (zie ook onderzoek 2).$* In meeste boringen dekzand vanaf 1,10 m-mv. Nabij onderhavig plangebied (circa 500 m ten westen ervan) vanaf 0,90 m -mv getijdenafzettingen (zand, klei) onder ophogingspakket. Advies mbt Dyk72: vervolgonderzoek en
RAAP
herstel.
2356399100
5
(geanonimiseerd)
Archeologisch (N62).
bureauonderzoek
Artefact!
en
(2012)
verbreding
Tractaatweg
6
2384416100
Artefact!
Archeologisch
bureavonderzoek (2012)
uitbreiding leidingenstelsel.°3
vj
2395570100
Oranjewoud
Archeologisch
bureauonderzoek (2013)
Tractaatweg (N62).
8
2419254100
Artefact!
Archeologisch
booronderzoek
verdubbeling Tractaatweg onderhavig plangebied afwisselend veen op dekzand (t.h.v. kruising met Langeweg), mariene geulen en plaatselijk dekzand met middeleeuwse akkerlaag. Dekzand vanaf circa 1,25-mv, hoogtes variëren sterk. In 2 boringen ten westen van plangebied (177 en 139) paleosol rond 2 m -mv/ 0,65 m-NAP. Voor ten westen van delen onderhavig plangebied archeologische verwachting bij verstoringen dieper dan 0,50 m -mv. (N62).
fe)
2434360100
St.
Cultureel
°5
Onderzoek
In
tracédeel
ten
(2013)
westen
van
verwachtingskaart/verruiming vrijstellingsdiepte (2014).
Erfgoed Zeeland 2439204100
Artefact!
Bureavonderzoek‘Leemten in
ad
2463918100
ADC
Proefputten/proefsleuven (2014) Tractaatweg (N62). ” Klein aantal archeologische sporen (ook binnen straal 1.000 rond onderhavig plangebied; o.a. een sloot), zowel fysiek als inhoudelijk lage waardering. Advies: geen vervolgonderzoek, behalve begeleiding ter hoogte van twee niet aangelegde sleuven. Onderzoek naar omgeploegde baksteenconcentratie (n.a.v. vondstmelding uit jaren
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 67
kennis’ (2014; zie boven).°
10
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Loopik 2016.
40
ARTEFACT
RAPPORT
642
AXEL
‘6o; circa 5oo m
ten
westen
van
LANGEWEG
-
SMITSSCHORREPOLDER
onderhavig plangebied): locatie niet
vanaf
circa NAP. Paleosol in achterhalen. Top dekzand nauwkeurig NAP aantal werkputten waargenomen rond —0,4 m -NAP. Ookveen, oude akkerlaag plaatselijk aangetroffen. te
12
2464388100
°°
ADC
Proefputten/proefsleuven (2014) Fort Eversdam. Restanten van het fort zijn verre van intact. Advies: geen vervolgonderzoek en nietbehoudenswaardigheid van de vindplaats vastleggen in toekomstig beleid.
13
3974236100
Artefact!
Archeologische begeleiding (2015/2016) aanleg kabels en leidingen Tractaatweg.° In zones ten westen van onderhavig plangebied o.a. greppels vit Late Middeleeuwen (in top pleistoceen zand). Tevens plaatselijk aanwezigheid paleosol (2,14 m -mv/ 0,38 m-NAP}en oude akkerlaag (ME of NT) vastgesteld.
BDA
3983713100
Artefact!
Archeologische
15
4030902100
RAAP
Proefsleuvenonderzoek (2017) Tractaatweg.”' In zone 27,
beleiding (2016) waterstofleiding
Tractaatweg. 7° Vanaf circa 0,40 m -mv tot maximaal 1,20 m -mv dik ophoogpakket, te relateren aan deels afgegraven 18%°-eeuwse dijk rond Canisvlietbinnenpolder. Hieronder Walcheren-afzettingen met hieronder, vanaf 1,55 m -mv/ 0,30 m -NAP top van laatmiddeleeuwse akkerlaag. Vanaf 1,96 m -mv/ 0,70 m -NAP top van pleistoceen dekzand. Geen paleosol aangetroffen. ten
westen
onderhavig plangebied (Gemeenschappelijkeweg, Zwartenhoek), is tussen 15% en 17% eeuw gedempte sloot gevonden; het betreft dezelfde sloot die is aangetroffen in onderzoek 11. Kleine concentratie houtskool in dekzand. Dekzand ligt op 1,5m -mv. Enkele kilometers noordelijker, in zone 32/33 (ten noorden van de Axelsche Kreek), zijn restanten van ophogingen (geen terpen) uit de 13% /a4® eeuw aangetroffen, die lijken te zijn gebruikt t.b.v. zoutwinning. van
16
Binnen nummer
68
een
straal
van
1.000
in de linker kolom
Nr.
Vondst locatie
17
1029013
18
19
m
Bureavonderzoek
rond het
plangebied zijn ook
correspondeert
Datering
me
Aard
het blauwe
Afvalkuil
1057389 1068091
| NTV-NTM
Omwalling
Loopik 2018. (geanonimiseerd) 2016. (geanonimiseerd)
vrijstellingenkaart (2017).
meerdere
nummer
archeologische op figuur 20.
Zie
paragraaf 1.3.
vondstlocaties
bekend;
het
de vondsten
van
| MELB | Onbekend
69 (geanonimiseerd) 2017. 70
Edufact
4568760100
met
aardewerk. Gevonden
Grondspoor, waargenomen van
tijdens ruilverkaveling in 1964.
op luchtfoto (1989).
schans Eversdam.
Melding
uit 1998.
41
ARTEFACT RAPPORT 642
AXEL LANGEWEG
- SMITSSCHORREPOLDER
20
1068189
NTV-NTM
Omwalling en plattegrond van schans Zwartenhoek. Resten zijn gedeeltelijk nog zichtbaar. In het terrein is tevens nog een inundatiesluis aanwezig. Melding uit 1998.
21
1099689
NTM
Gracht van Fort Eversdam (vierkant fort met aarden wallen en grachten), aangeboord, vastgesteld in meerdere boringen. Vondstmelding betreft globale middelpunt op basis van luchtfoto. AHN, kaartprojectie en booronderzoek. Hoort bij onderzoek nr. 8.
22
1099690
MELB
Restant van dijklichaam aangeboord, mogelijk oude Landdijk. Grijsbakkend gedraaid aardewerk. Hoort bij onderzoek nr. 8.
23
1121032
MEL-NTL
Cultuurlaag (akkerlaag) en dijk. Hoort bij onderzoek nr. 14.
24
1142894
MEL-NT
Verspoelde akkerlaag en 17 de -eeuwse Everdamse Dijk. Hoort bij onderzoek nr. 13.
25
1142899
MEVD-NTL
Perceelsgreppels, aardewerk en baksteen. Hoort bij onderzoek nr. 13.
26
1142909
ME-NTV
Cultuurlaag. Hoort bij onderzoek nr. 13.
27
1149621
ME
Akkerdek en 4 greppels. Hoort bij onderzoek nr. 11.
28
1149629
ME-NTV
Greppels, paalspoor en aardewerk. Hoort bij onderzoek nr. 11.
29
1150789
NT
Enkele grondsporen en vondsten (metaal, zaden, aardewerk) ter hoogte van Fort Eversdam (hoort bij onderzoek 12).
30
1159026
MELB-NT
Fundering en bouwkeramiek. Archeologische waarnemingen door de SCEZ (2018) langs de Sasdijk bij Westdorpe na een melding van een particulier van een bakstenen kelder en een fundering van waarschijnlijk een boerderij. De archeologische resten dateren vermoedelijk uit de zeventiende eeuw.
31
1182776
MELB-NT
Kuil en greppel en meerdere aardewerkonderzoek nr. 15.
en
glasvondsten. Hoort bij
Samenvattend blijkt uit eerder archeologisch onderzoek in de omgeving van het plangebied dat de hoogte van de top van het pleistocene dekzand in de ondergrond nogal kan variëren, hetgeen wijst op een reliëf in het dekzand. Gemiddeld ligt de top van het dekzand op hoogtes van NAP tot 0,50 m +NAP, maar er zijn ook uitschieters gemeld van 0,70 m -NAP en 0,80 m +NAP. In het dekzand is meermaals een paleosol waargenomen, maar hierin zijn vooralsnog geen archeologische waarden aangetroffen. In sommige gevallen wordt het dekzand afgedekt door veen, maar er kan ook een laatmiddeleeuwse akkerlaag aanwezig. De binnen een straal van 1. 000 meter rond het plangebied aangetroffen archeologische resten dateren allemaal uit de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Het zijn enerzijds restanten die wijzen op een middeleeuws cultuurlandschap en anderzijds restanten die te relateren zijn aan versterkingen en bedijkingen uit de Nieuwe Tijd. Overige meldingen Navraag bij het Zeeuws Archeologisch Depot (mail helpdesk archeologie d. d. 14 juli 2021) heeft
geen
aanvullende
informatie opgeleverd t. a. v. het plangebied. Luchtfotoanalyse Luchtfoto’s kunnen aan de hand van herkenbare soil- en/of cropmarks aanwijzingen geven voor de aanwezigheid van mogelijke archeologische vindplaatsen (of verstoringen) in de bodem. In het kader van voorliggend bureauonderzoek zijn luchtfoto’s bestudeerd uit 1959, 1970 en 2003 (Geoloket Atlas van Zeeland), 1989 en 2003 (Luchtfotoatlas) en satellietfoto’s uit 2007 t/m 2020 (Esri Nederland, Geoloket Atlas van Zeeland). Van het plangebied zijn geen luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog beschikbaar. Op een luchtfoto uit 1959 (figuur 21) is het natuur- en recreatiegebied Smitsschorre nog niet aangelegd. Ten noorden hiervan, en ten noorden van het plangebied, is de loop de Zwartenhoekse Kreek te volgen aan de donkergekleurde 42
ARTEFACT RAPPORT 642
AXEL LANGEWEG
- SMITSSCHORREPOLDER
begroeiing. In het plangebied is nog sprake van een inmiddels verdwenen oud kavelpatroon, waarvan de oriëntatie zijn oorsprong heeft in de 19 de of late 18 de eeuw. Binnen het plangebied zijn geen crop- of soilmarks te zien, maar ten zuiden ervan zijn twee parallelle, noordoost-zuidwest georiënteerde lichtgekleurde banen zichtbaar, aangegeven met blauwe pijlen. Dit kunnen restanten zijn van oude landinrichting, zoals (kavel)greppels of dijken, maar in voorliggend onderzoek zijn op oud kaartmateriaal geen greppels, dijken of andere zaken aangetroffen die met de betreffende banen corresponderen. Of de banen doorlopen in het plangebied, is door het landgebruik niet te zien. Op luchtfoto’s van later datum zijn deze banen niet, of slechts heel subtiel, waargenomen.
Figuur 21 Ligging van het plangebied (rode polygoon) en lineaire soil-/cropmarks (aangegeven met blauwe pijlen) op luchtfoto uit 1959. Bron: Geoloket Atlas van Zeeland.
Verder zijn op meerdere luchtfoto’s soil-/cropmarks te zien (zowel binnen als buiten het plangebied; zie figuur 22) die corresponderen met kavelgrenzen die te zien zijn op de Kadastrale Minuut (figuur 17).
43
ARTEFACT RAPPORT 642
AXEL LANGEWEG
- SMITSSCHORREPOLDER
Figuur 22 Ligging plangebied (rode polygoon) en soilmarks geprojecteerd op luchtfoto uit 2010. Bron: Geoloket Atlas van Zeeland.
2. 5
Bouw- en cultuurhistorische waarden
Bouw- en cultuurhistorische waarden Om vast te stellen of binnen, of direct grenzend aan, het plangebied waardevolle bouwhistorische of cultuurhistorische elementen voorkomen, is het Geoloket Cultuurhistorie van de provincie Zeeland geraadpleegd. Hieruit blijkt dat dergelijke elementen binnen het plangebied niet aanwezig zijn, behalve een klein restant van de Langedreef/Sasdijk in de uiterste zuidwestpunt van het plangebied; deze dijk heeft zijn oorsprong in 1652 en heeft ten zuiden van het plangebied dezelfde loop als de Langeweg. Ook enkele andere cultuurhistorische elementen grenzen aan het plangebied, ook deze zijn alle van waterstaatkundige aard. Aan de noordzijde van het plangebied betreft dit de Zwartenhoekse Kreek, een restant van een zijtak van het Canaal van Axel. Direct ten westen en noorden van het plangebied betreft dit een deel van de Oostelijke Rijkswaterleiding (paragraaf 2. 3. 1).
Militair erfgoed De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) geeft een overzicht van de (verwachte) ligging van resten van ondergronds en bovengronds militair erfgoed (vooralsnog enkel uit de Tweede Wereldoorlog). Raadpleging van de kaart leert dat het plangebied in het oosten ligt van Operatieterrein Breskens, een groot slagveld in Zeeuws-Vlaanderen. In 1944 veroverden de Geallieerden het bruggenhoofd Breskens, een strategisch belangrijk punt in de oversteek naar Walcheren. Archeologisch kan zich dit weerspiegelen in een verspreiding van verschillende munitieartikelen. 44
ARTEFACT RAPPORT 642
AXEL LANGEWEG
- SMITSSCHORREPOLDER
Daarnaast kunnen meer statische structuren worden verwacht, zoals resten van stellingen, versperringen, loopgraven, ondersteunende posten e. d. Ook inslagen van granaten en mortieren kunnen worden verwacht, vaak in de vorm van beschadigingen aan bestaande bouw of bomen en als microreliëf. Slagvelden zijn echter alleen globaal af te bakenen en de grenzen van moderne slagvelden zijn diffuus. 72
2. 6
Archeologisch verwachtingsmodel
Op basis van de in eerdere paragrafen beschreven informatie over de huidige situatie, de aardwetenschappelijke, de historische situatie en bekende archeologische waarden kan een specifieke archeologische verwachting worden opgesteld. Het plangebied ligt op een pleistocene dekzandondergrond, waarop zich tijdens het Holoceen vermoedelijk Hollandveen heeft gevormd, dat tot in de Late Middeleeuwen aan het oppervlak lag. Het veen zal in de Late Middeleeuwen waarschijnlijk geheel of gedeeltelijk zijn weggegraven, waarna het gebied kan zijn gebruikt voor bijvoorbeeld landbouw en/of bewoning. In de Vroege Nieuwe Tijd is dit oppervlak afgedekt geraakt met jonge
afzettingen
van
het Laagpakket
van
Walcheren (ook wel Braakmanafzettingen genoemd), te weten tijdens
overstromingen vanaf de late 16 de eeuw. Hierna maakte het twee eeuwen lang deel uit van onbedijkt schorrengebied. Sinds de definitieve inpoldering in de late 18 de eeuw heeft het plangebied altijd een agrarisch gebruik gekend. Dit betekent dat in het plangebied een pleistocene dekzandondergrond van het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel) te verwachten valt, afgedekt door jonge (vanaf de late 16 de eeuw) afzettingen van het Laagpakket van Walcheren (Formatie van Naaldwijk); mogelijk ligt tussen beide laagpakketten nog (een restant) Hollandveen (Hollandveen Laagpakket; Formatie van Nieuwkoop) en/of een laatmiddeleeuwse akkerlaag. Direct ten noorden van het plangebied bevindt zich een restant van een Walcheren-kreek (Axelsche Gat / Canaal van Axel, thans
Zwartenhoekse Kreek). De maaiveldhoogtes variëren van 1,30 m +NAP in delen van het oosten en uiterste noordwesten van het plangebied tot 2,00 m +NAP in het zuidwesten van het plangebied.
Enkel perioden met een middelhoge of hoge verwachting zijn in verwachtingstabellen opgenomen. Pleistoceen dekzandlandschap – Laagpakket van Wierden – Formatie van Boxtel Vindplaatsen uit het Paleolithicum kunnen aanwezig zijn in eventueel aanwezige paleosols. Deze kunnen voorkomen als afgedekte niveaus in afzettingen van het Laagpakket van Wierden. In meerdere onderzoeken in de nabije omgeving van het plangebied is in het dekzand een paleosol waargenomen. Zodoende valt niet uit te sluiten dat een dergelijke oude bodem ook in het plangebied kan worden aangetroffen. Op basis van de resultaten van de eerdere onderzoeken moet ongeveer vanaf 0 m NAP met een mogelijke paleosol rekening worden gehouden. Omdat er zelden archeologische resten in een dergelijk niveau zijn gevonden, is de verwachting voor dit niveau niet hoog, maar middelhoog.
72
Datering
Paleolithicum
Complextype
Algemeen – niet gespecificeerd: bewoning, begraving
Soort vindplaats
Vindplaatsen met alleen een vondststrooiing
Omvang
Klein (nomadische kampen; < 50 m)2
Uiterlijke kenmerken
Voorkomen van archeologische indicatoren zoals verbrand bot, vuursteen, verbrande botanische resten. Maar ook indicatoren die niet met zekerheid als antropogeen kunnen worden bestempeld: onbewerkt natuursteen, onverbrand bot, onverbrand botanisch materiaal
Vondstdichtheid
Zeer laag tot laag: < 40 tot 80 per m²
www. ikme. nl
45
ARTEFACT RAPPORT 642
AXEL LANGEWEG
Diepteligging
Vanaf circa 0 m NAP
Locatie
Hele plangebied
Gaafheid en conservering
Goed: afgedekt landschap met goede bewaarcondities
Mogelijke verstoringen
-
- SMITSSCHORREPOLDER
Vindplaatsen uit latere periodes kunnen worden verwacht in de top van het dekzand. Op welke diepte deze top zich bevindt, is op basis van het bureauonderzoek niet heel precies vast te stellen. Afgaand op de bestudeerde gegevens kan de ligging van de hoogte/diepte van de top van het dekzand sterk variëren: ⎯ Volgens Van Rummelen op 1 tot 2 m -NAP; ⎯ Volgens geologische gegevens van het DINOloket (meest nabijgelegen geologische boringen) vanaf 1,20 m ⎯
⎯
mv/ 0,30 m +NAP; Op basis van bodemkundige gegevens van het DINOloket in bijna het hele plangebied vermoedelijk dieper dan 1,20 m -mv, behalve in het zuidoosten, waar het dekzand mogelijk al vanaf 0,70 m -mv/ 0,43 m +NAP kan
worden aangetroffen; In archeologische onderzoeken in de omgeving gemiddeld van NAP tot 0,50 m +NAP (maar ook plaatselijk op 0,70 m -NAP en 0,80 m +NAP).
Uit eerdere archeologische onderzoeken valt op te maken dat er sprake lijkt te zijn geweest van een reliëf in het dekzandlandschap. Het relatief hoge niveau waarop zand is opgeboord in het zuidoosten van het plangebied is mogelijk ook op die manier te verklaren. Als NAP-hoogte vanaf waar het dekzand in het plangebied kan worden aangesneden, wordt veiligheidshalve voorlopig uitgegaan van 0,50 m +NAP. Middels het booronderzoek kunnen de
hoogtes van de top van het dekzand en de aanwezigheid van een eventueel reliëf worden vastgesteld. Vindplaatsen uit het Mesolithicum kunnen aanwezig zijn in de top van het pleistocene dekzand, zoals in de naburige Autrichepolder. Archeologische waarden uit deze periode kunnen bestaan uit kleine nederzettingsterreinen, zogenaamde extractiekampen (5 tot 10 m),2 of basiskampen, die een ruimere omvang hebben. Vindplaatsen uit deze periode kenmerken zich voornamelijk door een vondstverspreiding van vuursteen. Ook kunnen ondiepe grondsporen (crematiegraven, haardplaatsen) worden aangetroffen. De waarde van vuursteenvindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate van intactheid van het bodemprofiel. Van belang is daarom de mate van verstoring van het bodemprofiel in beeld te brengen. Mede omdat de top van het pleistocene dekzand na het Mesolithicum nog enkele millennia aan het oppervlak heeft gelegen, is de kans aanwezig dat het bodemprofiel is aangetast door latere landbouw- of andere activiteiten of door natuurlijke processen. Is het profiel wel intact gebleven, dan is het vanaf de IJzertijd tot en met de Vroege Middeleeuwen waarschijnlijk bedekt geweest met een beschermende laag veen. Ook tijdens de Late Middeleeuwen kan het bodemprofiel alsnog door veenwinning en/of landbouw zijn aangetast.
Verder kunnen de overstromingen in de Nieuwe Tijd een erosieve werking hebben gehad, maar de toen gevormde Walcherenafzettingen vormden nadien een beschermende afdekkende laag. Zolang echter niet is vastgesteld in welke mate de top van het dekzand is aangetast, geldt een middelhoge verwachting. Datering
Mesolithicum
Complextype Soort vindplaats
Algemeen – niet gespecificeerd: bewoning, begraving Vindplaatsen met alleen een vondststrooiing, ondiepe grondsporen
Omvang
Vuursteenvindplaats: zeer klein tot groot ( < 5 m² - enkele honderden m²)
Uiterlijke kenmerken
Voorkomen van archeologische indicatoren zoals verbrand bot, vuursteen, verbrande botanische resten. Maar ook indicatoren die niet met zekerheid als antropogeen kunnen worden bestempeld: onbewerkt natuursteen, onverbrand bot, onverbrand botanisch materiaal
Vondstdichtheid
Zeer laag tot laag: < 40 tot 80 per m²
Diepteligging Locatie
Top dekzand: vanaf circa 0,50 m +NAP
Hele plangebied 46
ARTEFACT RAPPORT 642
Gaafheid en conservering
Mogelijke verstoringen
AXEL LANGEWEG
- SMITSSCHORREPOLDER
Afhankelijk van later gebruik en/of erosie (o. a. landbouw, eventuele bewoning, veenwinning, overstromingen); veenpakket en later jonge Walcheren-afzettingen vormden een beschermende laag -
De hoge verwachting voor vindplaatsen uit de periode Neolithicum - Bronstijd wordt ingegeven door de relatief hoge ligging van het Zeeuws-Vlaamse dekzandlandschap. Afzettingen van het Laagpakket van Wormer hebben het plangebied en omgeving nooit bereikt. Dit leverde gunstige omstandigheden op voor bewoning en/of landbouw. Door de hoge ligging raakte het dekzand waarschijnlijk pas in de loop van de Bronstijd of in de IJzertijd overgroeid met veen. In de eeuwen die volgden, vormde het veen een beschermende laag op de top van het dekzand, totdat het vermoedelijk in de Late Middeleeuwen is weggegraven. In een straal van 1. 000 meter rond het plangebied zijn weliswaar geen resten uit deze Neolithicum en Bronstijd aangetroffen, maar op iets grotere afstand, in de Autrichepolder, is bijvoorbeeld een concentratie haardkuilen uit het Neolithicum opgegraven. Vindplaatsen kunnen bestaan uit woningen en erven. Vindplaatsen (huisplaatsen) uit deze periode kenmerken zich door het voorkomen van (dieper ingegraven) grondsporen (paalsporen, afvalkuilen, greppels, waterkuilen) en vondststrooiingen met aardewerk en vuursteen. Net als dit het geval is voor vindplaatsen uit het Mesolithicum, kan bij een verstoring van het
bodemprofiel de verwachting voor wat betreft vondststrooiingen naar beneden worden bijgesteld. Indien de verstoring beperkt is tot de bovenzijde van het podzolprofiel, blijft de kans op (dieper ingegraven) archeologische sporen bestaan. Datering
Neolithicum – Bronstijd
Complextype
Algemeen – niet gespecificeerd: bewoning, begraving, agrarische productie en voedselvoorziening
Soort vindplaats
Vindplaatsen met zowel grondsporen als een vondststrooiing
Omvang
Huisplaats: 500-2. 000 m²
Uiterlijke kenmerken
Voorkomen van archeologische indicatoren zoals aardewerk, verbrand bot, vuursteen, verbrande botanische resten. Maar ook indicatoren die niet met zekerheid als antropogeen kunnen bestempeld worden: onbewerkt natuursteen, onverbrand bot, onverbrand botanisch materiaal
Vondstdichtheid
Zeer laag tot laag: < 40 tot 80 per m²
Diepteligging
Top dekzand: vanaf circa 0,50 m +NAP
Locatie
Hele plangebied
Gaafheid en conservering
Afhankelijk van later gebruik en/of erosie (o. a. landbouw, eventuele bewoning, veenwinning, overstromingen); veenpakket en later jonge Walcheren-afzettingen vormden beschermende laag
Mogelijke verstoringen
-
In de periode vanaf de IJzertijd tot en met de Vroege Middeleeuwen maakte het plangebied waarschijnlijk deel uit van een veenlandschap. Indien dit voldoende ontwaterd werd, is het mogelijk dat op deze ondergrond gewoond werd. Het is echter waarschijnlijker dat men hiervoor de – nog hoger gelegen – dekzandruggen uitkoos, waarvan er in de omgeving meerdere voorkomen, zoals in Axel, Zuiddorpe en Koewacht. In Axel zijn vindplaatsen uit de Romeinse tijd en Vroege Middeleeuwen bekend; ten zuiden van de Belgische grens zijn ook vindplaatsen uit de IJzertijd en Romeinse tijd bekend. Bovendien is het aannemelijk dat het aanwezige veen in de Late Middeleeuwen goeddeels is afgegraven. Zo er al resten uit IJzertijd t/m Vroege Middeleeuwen aanwezig zijn, zullen zodoende alleen nog dieper ingegraven sporen bewaard zijn gebleven. Door dit alles is de verwachting voor de IJzertijd – Vroege Middeleeuwen laag. In de Late Middeleeuwen maakte het plangebied deel uit van een sterk ontgonnen/geëxploiteerd gebied waarin veel veen is afgegraven. Deze woeste gronden konden vervolgens worden gebruikt voor bijvoorbeeld bewoning of landbouw. Dit gebeurde direct op het weer vrijgekomen dekzand, of op een laatste restant veen. Binnen een straal van 1. 000 meter rond het plangebied zijn meerdere archeologische resten aangetroffen die uit de Late Middeleeuwen 47
ARTEFACT RAPPORT 642
AXEL LANGEWEG
- SMITSSCHORREPOLDER
dateren. Door akkerbouw kan in deze periode een akkerlaag zijn ontstaan, zoals deze eveneens meermaals is waargenomen in de omgeving van het plangebied (paragraaf 2. 4). Er zijn geen aanwijzingen dat het plangebied in de Late Middeleeuwen al met overstromingen te maken had; dit gebeurde pas in de Vroege Nieuwe Tijd. Hierbij vormde zich een pakket jonge Walcheren-afzettingen op het niveau uit de Late Middeleeuwen en eerdere periodes. Deze jonge afzettingen kunnen erosief zijn geweest, maar ze hebben ook een beschermende laag gevormd. Zodoende is de verwachting voor de Late Middeleeuwen hoog. Datering
Late Middeleeuwen
Complextype
Algemeen – niet gespecificeerd: bewoning, begraving, infrastructuur, nijverheid, agrarische productie en voedselvoorziening, grondstofwinning Vindplaatsen met alleen grondsporen; mogelijk vondststrooiing; Off-site vindplaatsen; akkerlaag
Soort vindplaats Omvang
Huisplaats: 500-2. 000 m²
Uiterlijke kenmerken
Vondstdichtheid
Voorkomen van archeologische indicatoren zoals aardewerk, verbrand bot, vuursteen, verbrande botanische resten. Maar ook indicatoren die niet met zekerheid als antropogeen kunnen bestempeld worden: onbewerkt natuursteen, onverbrand bot, onverbrand botanisch materiaal; voorkomen van 'vuile' laag of antropogeen doorwerkte bodem/sporen(niveau); voorkomen van leef-, cultuur- of ophooglagen Zeer laag tot laag: < 40 tot 80 per m²
Diepteligging
Onder Laagpakket van Walcheren: vanaf circa 0,50 m +NAP
Locatie
Hele plangebied
Gaafheid en conservering Mogelijke verstoringen
Goed: afgedekt landschap met goede bewaarcondities voor o. a. organisch materiaal -
Jong getijdenlandschap - Laagpakket van Walcheren (Braakmanafzettingen) – Formatie van Naaldwijk Gedurende de Nieuwe Tijd maakte het plangebied twee eeuwen lang, vanaf de late 16 de tot late 18 de eeuw, deel uit van een onbedijkt schorrengebied in de randzone van het Axelsche Gat/ het Canaal van Axel. Uit cartografische en andere historische gegevens blijkt dat het plangebied sinds de bedijking in de late 18 de eeuw uitsluitend als bouwland is gebruikt. Bebouwing lijkt er in deze periode nooit te zijn geweest. Dit maakt dat de verwachting voor de Nieuwe Tijd laag wordt ingeschat. Langs de zuidelijke grens van het plangebied kunnen oude ophooglagen aanwezig zijn die te relateren zijn aan de dijk van de 17 de -eeuwse Canisvlietpolder. Deze bevinden zich vermoedelijk in het niveau van het Laagpakket van Walcheren, mogelijk al vlak onder de moderne bouwvoor. Deze lagen kunnen (deels) zijn aangetast
door de aanleg van de waterleiding aldaar.
48
ARTEFACT
RAPPORT
642
AXEL
3
Inventariserend
3-1
Methoden
Het
voorliggend
hoofdstuk
omvat
LANGEWEG
-
SMITSSCHORREPOLDER
veldonderzoek
de resultaten
van
het Inventariserend Veldonderzoek door middel
van
boringen
(IVO-O, verkennende fase). In de aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland staat immers beschreven dat het, het voorafgaand op basis van bureauonderzoek, opgestelde archeologisch
verwachtingsmodel door een verkennend booronderzoek moet worden getoetst. Het onderzoek is in onderzoeksgebied 2 (boringen 1 t/m 24) uitgevoerd conform protocol 4003 (IVO-O) van de KNA 4.1, en het hiertoe opgestelde Plan van Aanpak.?2 In onderzoeksgebied 2 zijn drie proefboringen gezet (boringen 25 t/m 27; zie hoofdstuk 1.2 voor een toelichting hierop). brengen van (de aan- of afwezigheid) van archeologische vindplaatsen; dit vormde evenwel ook niet het doel van het onderzoek, waarbij het bepalen van de landschappelijke vormeenheden en het toetsen van het archeologische verwachtingsmodel voorop stond. Destrategie en werkwijze is afgestemd op de bovengenoemde richtlijnen en in onderstaande tabel opgenomen: Het
verkennend
Aantal
booronderzoek is niet
boringen
de
meest
geschikte
methode
het
voor
in
kaart
27
Grid
Zoveel
mogelijk volgens een verspringend driehoeksgrid (35 x 35 m), aangepast naar de onregelmatige contouren van de planvorming
Plaats-
en
hoogtebepaling
RTK-GNSS
codelijsten- standaard
Boordiepte Opsporen
GLONASS,
max.
afwijking horizontaal/verticaal= 2 cm)
| (afgeleide van) ASB (Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode) en
ABR
(Archeologisch Basis Register)
Maximaal 4,00
Gehanteerde
&
Digitaal vastgelegd op iPad
Boorgegevens Gebruikte
(GPS
-mv/ 2,98 m-NAP
m
boor
Edelmanboor (@ 7 cm);
gutsboor (2 3 cm)
indicatoren
In het veld visueel door
versnijden/verbrokkelen
Monstername
Geen
Oppervlaktekartering
Geen
Tijdens het beschrijven van de boringen
is specifieke aandacht
besteed
aan
de volgende
geologische en bodemkundige
kenmerken: —
—
—
—
—
De
73
de aard, kleur en aard
van
de genese
de
kalkgehalte van het sediment
laagovergangen (erosieverschijnselen)
van
de
bodemvormende de diepteligging
laag kenmerken van
(bodemvorming{veraarding, ontkalking, rijping e.d.)
het reductievlak
boorpuntenkaart wordt afgebeeld
op figuur 23, de boorstaten
zijn opgenomen
(geanonimiseerd) & | (geanonimiseerd) 05-10-2023: Plan van Aanpak Axel Langeweg |
Inventariserend Veldonderzoek door middel
van
verkennende
in
bijlage 5.
Smitsschorrepolder. boringen. Artefact, Zaamslag. —
Gemeente
Te
rneuzen‚g
ARTEFACT RAPPORT 642
AXEL LANGEWEG
- SMITSSCHORREPOLDER
Figuur 23 Boorpunten, geprojecteerd op een uitsnede van de Topografische Kaart. Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors.
3. 2
Geologie
en
bodem
Het booronderzoek heeft een goed beeld opgeleverd van de bodemopbouw. Het maaiveld ligt binnen de onderzochte delen van het plangebied op hoogten tussen 1 en 1,6 m +NAP, waarbij het maaiveld in noordelijke richting iets afloopt.
Pleistoceen dekzandlandschap – Laagpakket van Wierden – Formatie van Boxtel Aan de basis is in boringen 1, 6, 11 t/m 13, 15 t/m 18, 26 en 27 zeer fijn, kalkloos, zwak tot matig siltig zand aangetroffen, dat lichtgrijs tot bruin van kleur is. Dit zand valt lithogenetisch te duiden als eolisch dekzand en valt lithostratigrafisch te rekenen tot het Laagpakket van Wierden. In twee boringen, namelijk boringen 1 en 27, is tussen 0,72 en 0,99 m -NAP (vanaf 2,30 – 2,46 m -mv) binnen de C-horizont een begraven A-horizont waargenomen. In boring 1 bestaat deze uit een 20 cm dunne laag zwak kleiig, zwart veen met onderin enkele zandbrokjes (zie foto 24). In boring 27 bestaat deze uit een 3 cm dun laagje zwak siltig, sterk humeus, donkerbruin zeer fijn zand. In beide gevallen is deze begraven A-horizont geïnterpreteerd als Allerød-laag, vernoemd naar het Allerød-interstadiaal (13. 900 tot 12. 850 BP), toen zich in een relatief warme periode in de laatste ijstijd een vegetatieniveau kon vormen. De bovenzijde van het Laagpakket van Wierden is in boringen 1, 6, 11, 26 en 27 aangetroffen omstreeks 0,3 - 0,50 m NAP, oftewel tussen 1,90 en 2,25 m -mv. In boringen 12, 13 en 15 t/m 18 ligt de bovenzijde van het Laagpakket van Wierden dieper, namelijk op diepten variërend tussen 2,70 - 3,75 m -mv/ 1,15 - 2,32 m -NAP. In boring 16 is in de
50
ARTEFACT
RAPPORT
642
AXEL
(resterende) bovenzijde van het Laagpakket
van
LANGEWEG
-
SMITSSCHORREPOLDER
Wierden op 2,88 m -mv/ 1,26 m -NAP een mogelijke BC-horizont zijn nergens tekenen van bodemvorming waargenomen in de
zeker is dit echter niet. Verder
aangetroffen; geheel bovenzijde van het Laagpakket van Wierden. Op basis hiervan valt aan te nemen dat het Laagpakket van Wierden nergens intact is aangetroffen. In boring 26 werden in de C-horizont veel schelpfragmenten aangetroffen. Aan te nemen valt dat de schelpdieren zich tijdens de afzettingsperiode van het Laagpakket van Walcheren (zie onder) vanuit de toenmalige kreek in het geërodeerde dekzand hebben ingegraven. boringen 2, 6, 11 en 13 is in de bovenzijde van het Laagpakket van Wierden een bruingekleurde, regelmatig geploegde dan wel bewerkte A-horizont waargenomen (zie figuur 24). In boring 1 kon de dikte hiervan worden vastgesteld op 28 cm. Dit betreft een niveau daterend uit de periode voorafgaand aan de afzettingsperiode van Laagpakket van Walcheren in het plangebied (zie onder). Uit de bestudeerde historische gegevens (hoofdstuk 2.3.2) is gebleken dat deze afzettingsperiode aanving in de late 16% eeuw. In
Walcheren)
hieronder
een
Laagpakket van Wierden).
Foto:
met
In het merendeel
(veelal van
1,5
m
A-horizont, C-horizont (Artefact).
en
de
Allerod-laag (alle drie
behorend tot
het
de
van
-NAP of
het Laagpakket
jr (geanonimiseerd)
boringen is het Laagpakket van Wierden evenwel niet bereikt. Hier werd tot op de einddiepte dieper) het Laagpakket van Walcheren aangetroffen. Aan te nemen valt dat hier een flink deel
van
Wierden door erosie is verdwenen.
Formatie van Naaldwijk Jong getijdenlandschap Laagpakket van Walcheren (Braakmanafzettingen) De bovenzijde van de natuurlijke ondergrond wordt overal gevormd door mariene afzettingen. Deze zijn in de boringen ofwel direct op het Laagpakket van Wierden, ofwel tot op de einddiepte aangetroffen. Dit zijn kalkrijke afzettingen, bestaande uit pakketten zwak tot uiterst siltig zand dan wel klei, soms ook sterk zandige leem. Hierbinnen is geregeld sprake van klei-, silt-, leem- en humuslaagjes en fragmenten van marieneschelpen. Deze pakketten zijn lithogenetisch herkend als deels verlandings- en deels kreekbeddingafzettingen. Lithostratigrafisch vallen deze afzettingen tot de gezamenlijk te rekenen tot het Laagpakket van Walcheren, en hierbinnen specifiek voor dit gebied zogenoemde Braakmanafzettingen. Uit de bestudeerde historische gegevens uit het bureavonderzoek (hoofdstuk 2.3.1) is gebleken dat het plangebied twee eeuwen buitendijks lag vanaf de late 16% eeuw; de aangetroffen mariene afzettingen dateren hoogstwaarschijnlijk vit deze periode. De gemeten dikte van het Laagpakket van Walcheren varieert van 0,85 m (boring 1}tot minimaal 3,15 m (tot op de einddiepte van boring 7). -
—
—
De
enige boring waar
dagzomend is aangetroffen, is boring 26 (maaiveld op 1,67 m dik). vrijwel overige boringen ligt het Laagpakket van Walcheren onder opgebrachte grond, vanaf diepten uiteenlopend van o,55 tot 2,50 m-mv. De opgebrachte grond heeft een nivellerend effect gehad. Verstoringen zijn enkel waargenomen in boringen 13en 14, tot respectievelijk 1,45 m -mv{/ 0,10 m +NAP +NAP; de
en
1,55
het
Laagpakket
—
bouwvoor is hier 0,35
m-mv{o0,57
m
m
Walcheren
van
In
alle
-NAP.
51
ARTEFACT RAPPORT 642
3. 3
AXEL LANGEWEG
- SMITSSCHORREPOLDER
Archeologie
Tijdens het onderzoek zijn in een aantal boringen archeologische indicatoren aangetroffen. In boring 21 zijn binnen het Laagpakket van Walcheren, in de kreekbeddingafzettingen, enkele oranje puinbrokjes aangetroffen tussen 2,35 m -mv/ 1,08 m -NAP en 2,50 m/ 1,23 m -NAP. Dit lijkt verspoeld materiaal te zijn.
Alle overige indicatoren omvatten puinbrokjes of een spoor van baksteen die zijn aangetroffen in de opgebrachte grond. Deze indicatoren zijn niet informatief over het verleden van het plangebied. Grondsporen, cultuurlagen en vondstmateriaal zijn niet aangetroffen.
52
ARTEFACT
RAPPORT
642
AXEL
JA
Conclusie
hl
Conclusie:
en
LANGEWEG
-
SMITSSCHORREPOLDER
Advies
beantwoording
onderzoeksvragen
Op basis van de beschikbare aardwetenschappelijke, archeologische en historische gegevens uit het bureauonderzoek is een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde booronderzoek kunnen de onderstaande onderzoeksvragen uit het bureauonderzoek beantwoord worden en het verwachtingsmodel bijgesteld en verfijnd worden. —
Wat
is de
geo(morfo)logische
situatie binnen het
plangebied?
Zoals verwacht
zijn in het plangebied restanten aangetroffen van het pleistocene dekzandlandschap (Laagpakket van afzettingen. In twee boringen is binnen het dekzand vermoedelijk de Allerad-laag PE vanaf m -mv/ 0,72 m -NAP. Deze is ontstaan tijdens een relatief warme periode in de laatste ijstijd. aangeboord 2,30 Het is niet bekend in welke mate het dekzand ooit bedekt is geweest met veen van Formatie van Nieuwkoop; hiervan zijn in elk geval geen restanten aangetroffen. De oorspronkelijke top van het dekzand is nergens intact, wel is plaatselijk in het noordwesten van het plangebied in de bovenzijde van het dekzand (vanaf 1,90 m -mv/ 0,50 m -NAP) een begraven, regelmatig geploegde dan wel bewerkte A-horizont waargenomen, daterend uit de periode vóór 1586. Vanaf 1586 lag het plangebied twee eeuwen buitendijks. Uit deze periode dateren verlandings- en tot behorend het kreekbeddingafzettingen, Laagpakket van Walcheren. Tijdens de afzettingsperiode van deze jonge afzettingen zijn plaatselijk delen van het dekzand geërodeerd, maar de kleiige en zelfs lemige sedimenten duiden erop dat er tevens perioden waren met zeer weinig dynamiek. Het plangebied ligt nog altijd aan de rand van een kreekrestant. Sinds de bedijking in de late 18%° eeuw kende het plangebied zelf een agrarisch gebruik. Op enig moment is het maaiveld in delen van het plangebied opgehoogd, waarschijnlijk ter nivellering.
(geanonimiseerd) dit betreft eolische
—
Is de bodem
Enkel in
intact of werden
verstoringen vastgesteld?
14 werden verstoringen vastgesteld tot circa 1,50 m -mv. Verder is de bodem redelijk intact te boringen 13 noemen. De natuurlijke ondergrond wordt in onderzoeksgebied Fase 1 overal afgedekt door opgebrachte grond. Deze reikt tot diepten uiteenlopend van o,55 tot 2,50 m -mv. Verder is langs de zuidzijde van het plangebied een lange lineaire verstoring bekend van een leiding (zie hoofdstuk 2.3.2).
—
en
Werden
binnen het
ja, binnen welk Er zijn geen aanwijzingen vondstmateriaal.
—
plangebied (aanwijzingen voor de aanwezigheid van) vindplaatsen vastgesteld? Zo deel van het plangebied en op welk niveau/diepte? voor
de
aanwezigheid
van
vindplaatsen vastgesteld,
zoals
cultuurlagen, grondsporen
en
Bestaat binnen
het plangebied een verwachting op het voorkomen van vindplaatsen? Zo ja, binnen welk plangebied en op welk niveau/diepte? Met andere woorden: kan het verwachtingsmodel vit het bureavonderzoek worden bijgesteld? deel vanhet
Op basis van het bureauonderzoek gold binnen het hele plangebied een middelhoge verwachting op resten uit het Paleolithicum, een hoge verwachting op resten uit het Mesolithicum, Neolithicum, Bronstijd en Late Middeleeuwen en een lage verwachting voor de periode IJzertijd tot en met Vroege Middeleeuwen. Mogelijke resten uit deze periodes zijnte verwachten op, dan wel in, het Laagpakket van Wierden, onder jonge afzettingen van het Laagpakket van Walcheren. Voor de Nieuwe Tijd (op & in het Laagpakket van Walcheren) werd van een lage archeologische verwachting vitgegaan. onderzoeksgebied bijgesteld naar laag: Binnen
—
Fase
1
kan
op basis
van
het booronderzoek
de
Paleolithicum: Weliswaar is in 9 van de 24 boringen het Laagpakket een
paleosol in het dekzand aangetroffen;
in het merendeel
verwachting
voor
alle
perioden
worden
aangetroffen en is plaatselijk van de genoemde 9 boringen alsook in de overige van
Wierden
53
ARTEFACT RAPPORT 642
AXEL LANGEWEG
- SMITSSCHORREPOLDER
15 is het Laagpakket van
⎯
⎯
⎯
⎯
Wierden in meer of mindere mate geërodeerd. De kans op het aantreffen van een paleolithische vindplaats is op zichzelf al klein bij een intact dekzandlandschap; de hier vastgestelde erosie maakt deze kans zeer klein. Mesolithicum t/m Bronstijd: Nergens is in de bovenzijde van het Laagpakket van Wierden een intacte podzol aangetroffen. De oorspronkelijke top van het dekzand is waarschijnlijk in de laatmiddeleeuwse bouwvoor (de begraven A-horizont) opgenomen, maar het dekzand is bovendien op de meeste plaatsen geërodeerd tijdens de afzettingsperiode van het Laagpakket van Walcheren. IJzertijd t/m Vroege Middeleeuwen: Het booronderzoek geeft geen aanleiding om de lage verwachting voor de periode van de IJzertijd tot en met de Vroege Middeleeuwen bij te stellen. Er is nergens veen van de Formatie van Nieuwkoop aangetroffen en de top van het Laagpakket van Wierden is nergens intact. Late Middeleeuwen: plaatselijk, in vier boringen, is bovenin het Laagpakket van Wierden vermoedelijk een bouwvoor uit deze periode aangetroffen. Elders is de bovenzijde van het Laagpakket van Wierden in meer of mindere mate geërodeerd. Aanwijzingen voor laatmiddeleeuwse vindplaatsen zijn niet gezien. Nieuwe Tijd: Het booronderzoek geeft geen aanleiding om de lage verwachting voor de Nieuwe Tijd bij te stellen, omdat er, zoals verwacht, geen aanwijzingen zijn gezien voor vindplaatsen uit deze periode.
Voor de rest van het plangebied geeft het booronderzoek geen aanleiding om de archeologische verwachting uit het
bureauonderzoek bij te stellen. ⎯
Worden de (vastgestelde of verwachte) archeologische waarden bedreigd door de planontwikkeling?
voorgenomen
De planvorming voorziet in ontgravingen tot maximaal 1,00 m -mv in onderzoeksgebied Fase 1 en tot maximaal 0,50 m -mv in onderzoeksgebied Fase 2, alsook in enkele ophogingen met 0,50 m. Ook worden er bomen en andere beplanting aangebracht, vooral in op te hogen delen van het terrein en deels op het oorspronkelijke maaiveld. Op het oorspronkelijke maaiveld wordt niet dieper bewerkt dan de huidige bouwvoor (zie hoofdstuk 1. 4). ⎯ Onderzoeksgebied Fase 1: aangezien alle verwachtingen hier kunnen worden bijgesteld naar laag, worden
hier geen archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen planontwikkeling. ⎯ Onderzoeksgebied Fase 2: aangezien hier het Laagpakket van Wierden (al dan niet geërodeerd) pas te verwachten valt vanaf circa 2 m -mv, wordt niet verwacht dat eventueel aanwezige archeologische waarden hier worden bedreigd door de voorgenomen planontwikkeling. ⎯ De rest van het plangebied: aangezien hier niet dieper zal worden bewerkt dan de huidige bouwvoor, wordt niet verwacht dat eventueel aanwezige archeologische waarden hier worden bedreigd door de voorgenomen planontwikkeling. Op basis van dit alles valt te verwachten dat eventueel aanwezige archeologische waarden nergens in het plangebied worden bedreigd door de voorgenomen planontwikkeling. ⎯
Is het plangebied in voldoende mate onderzocht? Zo
nee,
welke vorm
van
vervolgonderzoek wordt
geadviseerd? Het plangebied is in voldoende mate onderzocht, vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht ten aanzien van
de huidige planvorming.
4. 2
Advies
In bovenstaande hoofdstukken wordt het archeologisch potentieel binnen het plangebied geïllustreerd. Hieruit komt voor het deel van het plangebied waar tot 1 m -mv zal worden ontgraven (onderzoeksgebied Fase 1), een lage verwachting naar voren voor alle perioden. In de rest van het plangebied gelden archeologische verwachtingen voor alle perioden tot en met de Bronstijd alsook de Late Middeleeuwen, namelijk op en in het Laagpakket van Wierden. In onderzoeksgebied Fase 2 bevindt dit zich rond 0,5 m -NAP, oftewel circa 2 m -mv, terwijl hier ontgravingen tot maximaal 0,5 m -mv zijn voorzien. Voor het Laagpakket van Walcheren geldt overal een lage archeologische
verwachting.
54
ARTEFACT RAPPORT 642
AXEL LANGEWEG
- SMITSSCHORREPOLDER
Ten aanzien van de bestemmingsplanwijziging wordt geadviseerd om de archeologische dubbelbestemming te verwijderen voor onderzoeksgebied Fase 1, omdat hier voor alle perioden valt uit te gaan van een lage archeologische
verwachting. Geadviseerd wordt om voor de rest van het plangebied de bestaande archeologische dubbelbestemming in stand te houden, waarbij de oorspronkelijke vrijstellingsdiepte (0,50 m -mv) gehandhaafd kan blijven. Dit advies staat weergegeven in figuur 24.
Figuur 25 Advieskaart ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging. Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors. Het valt niet te verwachten dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden bedreigd door de thans voorgenomen planvorming: in onderzoeksgebied Fase 1 valt van een lage archeologische verwachting voor alle perioden uit te gaan; in onderzoeksgebied Fase 2 worden met de voorgenomen ontgravingen – die overigens binnen de huidige vrijstellingsdiepte blijven – naar alle waarschijnlijkheid geen potentiële archeologische niveaus bereikt. Voor het aanbrengen van de beplanting zal niet dieper dan in de bestaande bouwvoor worden gewerkt, oftewel eveneens binnen de huidige vrijstellingsdiepte. De ophoging van delen van het plangebied met 0,50 m leidt naar verwachting niet tot zetting van de ondergrond. Op basis van dit alles wordt vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht ten aanzien van de huidige planvorming. Bij wijzigingen of eventuele toekomstige planvorming kan verder archeologisch onderzoek alsnog noodzakelijk zijn, afhankelijk van de aard en diepte van de ingrepen. Dit is ter
beoordeling van de bevoegde overheid. Tevens dient het volgende opgemerkt. Het is niet uit te sluiten dat, hoewel geen vervolgonderzoek aanbevolen is, desondanks relevante archeologische vindplaatsen in de bodem verborgen zijn die in de uitvoeringsfase van de toekomstige graafwerkzaamheden aan het licht komen. Voor dergelijke vondsten bestaat een wettelijke meldingsplicht op grond van artikel 5. 10 van de Erfgoedwet (2016). Om ervoor te zorgen dat aan deze wettelijke plicht