2026-02-25 - Bijlage 2 Quickscan natuur Finlandweg 28 te Westdorpe geanon.
Tekst van het document
Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Specifieke zorgplicht voor flora- en fauna-activiteiten Een flora- en fauna-activiteit is een activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten. Degene die een activiteit verricht (flora- en fauna-activiteit) en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de natuurbescherming is verplicht: + alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;
Quickscan natuur Finlandweg 28 te Westdorpe, oktober 2024
28
+ voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en
+ als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. De zorgplicht houdt ook in dat voorafgaand aan een flora- en fauna-activiteit onderzoek gedaan moet worden naar het voorkomen van beschermde soorten, inclusief Rode-Lijstsoorten. Als negatieve effecten op deze soorten niet uitgesloten kunnen worden dient nagegaan te worden welke effecten kunnen optreden. Preventieve maatregelen dienen te worden genomen en gecontroleerd of deze het beoogde effect hebben. Als dit niet het geval is dienen passende herstelmaatregelen te worden getroffen. Naast bovengenoemde verplichtingen is men ook verplicht om bij dieren onnodig lijden te voorkomen. Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In deze Natura 2000gebieden worden bepaalde dieren, planten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit (soortenrijkdom) te behouden. De Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn bestaan uit soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke soorten en hun leefgebied. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. In Nederland is de bescherming van de Natura 2000-gebieden verankerd in de Omgevingswet.
De Europese verplichtingen tot gebiedsbescherming uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in deze wet geïmplementeerd. De wet biedt een beschermingskader voor de flora en fauna binnen de aangewezen beschermde gebieden, de Natura 2000-gebieden en bijzondere nationale gebieden. Bij Natura 2000-gebieden vormen de instandhoudingsdoelstellingen die voor een gebied in een aanwijzingsbesluit zijn geformuleerd een belangrijk aanknopingspunt voor de bescherming van de habitattypen en habitatrichtlijn- en vogelrichtlijnsoorten in een gebied. De wet bepaalt dat activiteiten die de kwaliteit van de habitats kunnen verslechteren of die een verstorend effect kunnen hebben op de soorten, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Dergelijke activiteiten heten Natura 2000activiteiten en behelzen het realiseren van een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied.
Specifieke zorgplicht voor Natura 2000-activiteiten Degene die een activiteit verricht (Natura 2000-activiteit) en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de natuurbescherming en het beschermen van landschappelijke waarden, is verplicht: + alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; + voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en + als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. De zorgplicht houdt ook in dat voorafgaand aan een Natura 2000-activiteit onderzoek gedaan moet worden naar de instandhoudingsdoelstellingen, leefgebieden en habitats.
Quickscan natuur Finlandweg 28 te Westdorpe, oktober 2024
29
Indien een Natura 2000-activiteit verslechterende of significant verstorende gevolgen voor een Natura 2000-gebied veroorzaakt, kan het bevoegd gezag (Minister voor natuur en stikstof) een maatwerkvoorschrift stellen of beslissen op een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen. Dit geldt ook voor bijzondere nationale natuurgebieden. Natuurnetwerk Nederland Natuurgebieden in Nederland zijn erg versnipperd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) heeft als doel om natuurgebieden te vergroten en met elkaar te verbinden. Door verbindingen tussen natuurgebieden te maken, kunnen planten en dieren zich makkelijker verspreiden over meer gebieden. Hierdoor zijn deze gebieden beter bestand tegen negatieve milieu-invloeden. In grotere natuurgebieden kunnen gemiddeld genomen meer soorten planten en dieren leven. Het Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de realisatie van het NNN. Het Rijk heeft de bescherming van het NNN vastgelegd in de Omgevingswet en het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL). Provincies moeten op grond van het BKL het NNN aanwijzen en begrenzen in provinciale verordeningen. In deze verordeningen moeten ook de regels en wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden zijn vastgelegd.
Het doel van de planologische bescherming van het NNN is om het netwerk van natuurgebieden te beschermen tegen negatieve effecten van ruimtelijke ingrepen. Dat betekent niet dat ontwikkelingen zoals woningbouw en bedrijvigheid, verboden zijn. De bescherming van het NNN vindt plaats door het ‘nee, tenzij-principe’. Dit houdt in dat een project binnen het natuurnetwerk Nederland geen nadelige gevolgen kan hebben voor de wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurnetwerk, tenzij verzekerd is dat deze gevolgen tijdig worden gecompenseerd, zodanig dat de kwaliteit, oppervlakte en samenhang van het natuurnetwerk behouden blijven. Houtopstanden De Omgevingswet heeft tot doel om houtopstanden (bos, bomenlanen, houtwallen, struikhagen en dergelijke) te beschermen. De Wet werkt vanuit het principe dat het areaal houtopstanden in Nederland behouden moet blijven. Zodra in het kader van ruimtelijke ontwikkeling houtopstanden verwijderd worden, moet het worden herplant. Houtopstand: zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend. Vellen: rooien of verrichten van andere handelingen die de dood of ernstige beschadiging van een houtopstand tot gevolg kunnen hebben. Herbeplanten: door aanplant, bezaaiing of natuurlijke verjonging of op andere wijze realiseren van een nieuwe houtopstand.
De bescherming geldt niet voor de volgende houtopstanden: + Houtopstanden binnen de bebouwingscontour houtkap (de gemeente moet in het omgevingsplan de bebouwingscontour houtkap aanwijzen (artikel 5.165b uit BKL)). Dat komt er ongeveer op neer dat de rijksregels alleen gelden voor houtopstanden buiten stedelijk gebied + Bomen en struiken die specifiek voor het oogsten van fruit, noten of vruchten zijn geteeld + Houtopstanden die windschermen om boomgaarden vormen + Naaldbomen die duidelijk bedoeld zijn als kerstbomen én niet ouder zijn dan 20 jaar + Kweekgoed + Populieren of wilgen van: o Wegbeplantingen o beplantingen langs waterwegen,
Quickscan natuur Finlandweg 28 te Westdorpe, oktober 2024
30
o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden
+ Het dunnen van een houtopstand om de groei van de overblijvende houtopstand te bevorderen. +
+ +
Bijvoorbeeld als onderdeel van het reguliere onderhoud van de houtopstand. Beplantingen die bestaan uit populieren, wilgen, essen of elzen en duidelijk bedoeld zijn voor de productie van houtige biomassa onder de volgende voorwaarden: o Het oogsten vindt minstens 1 keer per 10 jaar plaats. o De beplantingen bestaan uit minstens 10.000 stoven per ha per beplantingseenheid. o Een beplantingseenheid moet bestaan uit aaneengesloten beplanting zonder doorsnijding door meer dan 2 m brede onbeplante stroken. o De beplantingen zijn aangelegd na 1 januari 2013. Houtopstanden met een oppervlakte van minder dan 10 are. Het gaat hier om de oppervlakte van de totale houtopstand dus niet alleen van het te vellen deel. Houtopstanden die bestaan uit een rijbeplanting van maximaal 20 bomen (gerekend over het totaal aantal rijen). Het gaat hier om het aantal bomen in rijbeplanting van de totale houtopstand dus niet alleen het aantal te vellen bomen.
Als geen van bovenstaande situaties van toepassing is, gelden de rijksregels. Dan is het verboden een (deel van een) houtopstand te vellen zonder eerst een melding te doen. De melding dient uiterlijk 4 weken en niet eerder dan één jaar voor het vellen te worden gedaan (artikel 11.126, Bal) bij het Omgevingsloket. Als een (deel van een) houtopstand verloren is gegaan (ook bij storm of brand), dan geldt een herplantplicht (artikel 11.129, Bal). Herbeplanting moet op een bosbouwkundig verantwoorde wijze, en binnen 3 jaar na het vellen plaatsvinden. Het is verplicht om beplanting die niet binnen 3 jaar gaat groeien, te vervangen. Verder moet het herbeplanten op dezelfde grond als het vellen plaatsvinden. Uitzonderingen hierop gelden in de volgende gevallen: + Het periodiek vellen van griend- of hakhout. + Het vellen is voor het uitvoeren van een instandhoudingsmaatregel of passende maatregel. + Het vellen is voor het uitvoeren van maatwerk dat preventieve of herstelmaatregelen voorschrijft die nodig zijn om de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied te bereiken. + Het vellen is voor het uitvoeren van een maatwerkvoorschrift dat verbonden is aan een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit of flora- en fauna-activiteit.
+ Het vellen is voor het uitvoeren van regels over vergunningvrije Natura 2000-activiteiten of floraen fauna-activiteiten in de Omgevingsregeling of omgevingsverordening. + Het vellen is voor de aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen. + Het vellen en herbeplanten vindt aantoonbaar plaats volgens een gedragscode. + Het vellen dat voldoet aan alle volgende voorwaarden: o Het is een activiteit van nationaal belang of hangt daarmee samen. Het Omgevingsbesluit geeft aan welke activiteiten van nationaal belang zijn (artikel 4.12, Omgevingsbesluit). o Het gaat om een houtopstand die niet is aangeplant vanwege een herbeplantingsplicht (van het Bal, de Wet natuurbescherming of de Boswet). o De minister van LNV heeft in het verleden een kennisgeving ontvangen (en dat bevestigt) voor het aanleggen van de houtopstand. Die kennisgeving moet het tijdstip en de plaats van de (destijds aan te leggen) houtopstand aangeven. Uit de kennisgeving moet ook blijken dat het om tijdelijke houtopstand gaat waarvan het vellen (in z’n geheel) zal plaatsvinden binnen 40 jaar na dat tijdstip. De provincie en het Rijk kunnen maatwerkregels of -voorschriften opstellen (onder voorwaarden) waardoor de meldingsplicht vervalt. Tevens kan de gemeente aanvullende eisen stellen aan kap en herplant.
Quickscan natuur Finlandweg 28 te Westdorpe, oktober 2024
31
Specifieke zorgplicht voor Vellen en herplanten houtopstanden Degene die een activiteit verricht die houtopstanden betreffen en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor het beschermen van landschappelijke waarden en de instandhouding van bosareaal, is verplicht: + alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; + voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en + als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.
Quickscan natuur Finlandweg 28 te Westdorpe, oktober 2024
32