CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-11-27 - Bijlage 1 - Uitwerkingsplan Campus Terneuzen

gemeenteraad 11 december 2025, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen uitwerkingsplan Campus Terneuzen9.079 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Uitwerkingsplan september 2025 versie 4.1

terneuzen.nl/campusterneuzen

Inhoudsopgave Inleiding ............................................................................................................................. 3 Hoofdstuk 1: Onze droom voor Campus Terneuzen .......................................................... 4 1.1 Strategische regiovisie Zeeuws-Vlaanderen....................................................... 4 1.2 Onderwijsopgave ............................................................................................... 4 1.3 Kansen............................................................................................................... 4 1.4 Ambitie van en voor Campus Terneuzen ........................................................... 5 1.5 Droombeeld: een dag op Campus Terneuzen .................................................... 5 Hoofdstuk 2: Terugblik ....................................................................................................... 7 2.1 Taskforce Voortgezet Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen ........................................ 7 2.2 Integraal Huisvestingsplan (IHP) ........................................................................ 7 2.3 Locatieonderzoek nieuwe huisvesting Voortgezet Onderwijs Terneuzen ........... 7 2.4 Bestuursakkoord 2022-2026 ‘Goed leven in Terneuzen.

Verder bouwen aan een duurzame toekomst’ ....................................................................................................... 8 2.5 Vaststellen locatiekeuze voortgezet onderwijs ................................................... 8 2.6 Ambitie ............................................................................................................... 8 2.7 Intentieverklaring Campus Terneuzen ................................................................ 8 Hoofdstuk 3: Visie op onderwijs en samenwerking ............................................................ 9 Hoofdstuk 4: Gezamenlijk beeld Campus Terneuzen........................................................11 4.1 Sfeerimpressie door drie architecten .................................................................11 4.2 Beelden en impressies ......................................................................................11 4.3 Voorwaarden en ingrediënten ...........................................................................13 Hoofdstuk 5: Locatie .........................................................................................................16 5.1 Onderzoeksgebied ............................................................................................16 Hoofdstuk 6: Programma

..................................................................................................18 6.1 Uitgangspunten .................................................................................................18 6.2 Programma .......................................................................................................18 6.3 Bouwheerschap ................................................................................................23 Hoofdstuk 7: Stedenbouwkundige principes .....................................................................24 7.1 Aanzet voor stedenbouwkundig plan en stedenbouwkundig kader....................24 Hoofdstuk 8: Planning .......................................................................................................25 8.1 Aanbesteding architect ......................................................................................25 8.2 Integraal PvE ....................................................................................................25 8.3 Tijdlijn................................................................................................................25 Hoofdstuk 9: Financiën .....................................................................................................28 9.1 Gereserveerde investeringskredieten ................................................................28 9.2 Huisvesting

Scalda - CTT..................................................................................28 9.3 Bijdragen scholen..............................................................................................28 9.4 Subsidie Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting ........................................29 9.5 Verhuur en beheer en onderhoud .....................................................................29 2

Inleiding Op 11 november 2024 ondertekenden: • Gemeente Terneuzen; • Stichting Voortgezet Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen; o Lodewijk College; • Stichting Ozeo; o De Argo; o De Sprong; o De Wingerd; • Scalda (stichting voor middelbaar beroepsonderwijs en volwasseneneducatie); • Stichting Centrum voor Top Techniek; de intentieverklaring Campus Terneuzen. Partijen verklaarden hiermee zich in te zetten voor een gezamenlijke duurzame samenwerking gericht op de ontwikkeling en realisatie van Campus Terneuzen. De betrokken partijen zien kansen in samenwerking op de gezamenlijke Campus Terneuzen. Terneuzen kent haar uitdagingen om de brede welvaart de komende jaren te verbeteren. Het aanbieden van goed onderwijs is daarin een belangrijke schakel.

Partijen spraken de ambitie uit om: • Een brede(re) onderwijscampus te willen ontwikkelen waar leerlingen/studenten vanuit verschillende doelgroepen een rijke schooldag kunnen krijgen, bestaande uit kwalitatief aantrekkelijk en divers onderwijs, beweging, gezondheid en vitaliteit; • Gezamenlijk meerwaarde te willen creëren voor leerlingen/studenten, voor hun toekomstige ontwikkeling, voor bedrijven en voor de regio; • Een samenwerking te willen ontwikkelen die gericht is op leerlingen/studenten uit verschillende doelgroepen die niet alleen voor divers en kwalitatief onderwijs naar de campus komen, maar ook voor sport, kunst, cultuur en een sociale omgeving; • Door intensievere samenwerking het onderwijsaanbod in de regio te behouden en te versterken, zowel op inhoudelijk als organisatorisch niveau. Dit uitwerkingsplan is opgesteld door de gemeente Terneuzen in samenwerking met de bij Campus Terneuzen betrokken partijen. In dit uitwerkingsplan liggen de voornaamste uitgangspunten en eisen van en voor Campus Terneuzen vast. Zowel op het gebied van onderwijs, als ook ten aanzien van het ruimtelijke aspect. We geven in dit document tevens inzicht in de te zetten stappen en in de eerstvolgende mijlpalen.

3

Hoofdstuk 1: Onze droom voor Campus Terneuzen Terneuzen maakt onderdeel uit van een economisch krachtige regio Zeeuws-Vlaanderen. De regio wordt aan de ene kant begrenst door de grens met Vlaanderen (België) en aan de andere kant door de Westerschelde. De Westerschelde fungeert als grens met de rest van Nederland. De regio staat voor grote (transitie)opgaven die van nationaal belang zijn. De regio heeft grote potentie en kansen (ligging, ruimte, aanwezige vindingrijkheid) om deze aan te pakken. De regio staat echter onder druk, we scoren laag op diverse indicatoren voor brede welvaart. De potentiële kracht van de regio blijft onderbenut als de regio haar aantrekkingskracht en leefbaarheid als woon-, werk- en leefregio niet kan vergroten en mede daardoor de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerde arbeidskrachten achterblijft.

1.1

Strategische regiovisie Zeeuws-Vlaanderen

Om in te zetten op het verbeteren van de brede welvaart in de regio is door de gemeenten met grote werkgevers samen een regiovisie voor Zeeuws-Vlaanderen opgesteld. Het uitgangspunt is om het vestigingsklimaat te versterken en te groeien naar 125.000 inwoners door onder andere het creëren van een aantrekkelijk woonklimaat. Het rapport ‘Elke regio telt’ (2023) versterkt het inzicht in de opgaven waar een grensregio mee te maken heeft, zoals het wegvallen van voorzieningen, waardoor er een ‘spiraal van verschraling’ op kan treden. De leefbaarheid in onze regio komt steeds verder onder druk te staan. Samen met het rijk zijn afspraken gemaakt over hoe we de komende jaren juist in deze regio’s op zoek gaan naar maatwerk, om de leefbaarheid te versterken.

1.2

Onderwijsopgave

Mede door de geografische ligging kent de regio Zeeuws-Vlaanderen uitdagingen, ook op het gebied van onderwijs. In de regio wonen 105.000 mensen op een oppervlakte die qua breedte gelijk is aan de afstand tussen Amsterdam en Rotterdam. In deze uitgestrekte regio wordt het regulier voortgezet onderwijs vanuit slechts drie locaties vormgegeven. Er zijn twee locaties expliciet voor voortgezet speciaal onderwijs en twee locaties voor praktijkonderwijs. Ook is er slechts één locatie voor middelbaar beroepsonderwijs (mbo). En geen locatie voor hoger beroepsonderwijs (hbo). Een reistijd van ruim anderhalf uur voor een enkele reis met het openbaar vervoer is daarom voor veel hbo studenten de dagelijkse praktijk, omdat zij voor dit onderwijs naar Vlissingen, Middelburg of Goes moeten reizen. Ook voor bepaalde mbo-opleidingen moeten studenten soms ver reizen.

1.3

Kansen

Het investeren in optimaal onderwijs is een belangrijke schakel om talent te ontwikkelen dat in de regio nodig is en om als woonregio aantrekkelijk te zijn. Vanuit dit perspectief werkt de gemeente Terneuzen samen met betrokken onderwijspartijen: stichting Voortgezet Onderwijs ZeeuwsVlaanderen, stichting Ozeo (organisatie voor gespecialiseerd onderwijs in Zeeland), Scalda, stichting voor middelbaar beroepsonderwijs en volwasseneneducatie én het samenwerkingsverband stichting Centrum voor Top Techniek (CTT) aan de ontwikkeling van Campus Terneuzen. De ambitie is om de komende jaren een impuls te geven aan het onderwijs en de leefbaarheid in de vorm van het ontwikkelen van deze nieuwe campus. Deze brede onderwijscampus kan voor verschillende doelgroepen een rijke schooldag bieden, waardoor jongeren ook na schooltijd mogelijkheden hebben om zich te ontplooien, te vermaken (zoals sport, spel, kunst en cultuur), en met elkaar te groeien.

4

Dit past binnen het Toekomstperspectief Zeeland 2050, waarin we Zeeland ook voor toekomstige generaties een aantrekkelijke plek laten zijn om te leven. Optimaal onderwijs beïnvloedt namelijk niet alleen op een positieve manier het vestigingsklimaat, maar is zeer zeker ook van groot belang voor de aansluiting op de arbeidsmarkt en de samenwerking met het bedrijfsleven. Vanuit Campus Zeeland en de strategische onderwijs- en onderzoeksagenda ligt de nadruk de komende jaren op het ontwikkelen van campussen waarbij de focus ligt op de samenwerking binnen het onderwijs. Een campus vormt binnen de regio een knooppunt van onderwijs, onderzoek en ondernemerschap.

1.4

Ambitie van en voor Campus Terneuzen

De ambitie is om de komende jaren een impuls te geven aan het onderwijs en de leefbaarheid in de vorm van het ontwikkelen van deze nieuwe campus. De brede(re) onderwijscampus is een plek waar verschillende typen onderwijs samenkomen; voortgezet, voortgezet speciaal, praktijk- en beroepsonderwijs. Een plek waar de schooldag bestaat uit kwalitatief aantrekkelijk en divers onderwijs, maar ook uit kunst, cultuur, sport, beweging, gezondheid, vitaliteit en sociale samenhang. Een plek waar juist door de combinatie én samenwerking het onderwijs voor leerlingen en studenten nóg betekenisvoller en aantrekkelijker wordt. In de toekomst leggen we graag de verbinding en verkennen we mogelijkheden met onder andere hoger onderwijs en academisch onderwijs, zowel in Nederland als over de grens. Met het samen gehuisvest zijn op één campus kan de -op veel gebieden al bestaande- relatie tussen (onderwijs)partijen worden verstevigd, worden verdiept en efficiënter worden. Doel is om door synergie meerwaarde te creëren: voor de leerlingen en studenten, voor hun kansrijke toekomstige ontwikkeling, voor bedrijven en voor de inwoners van de gemeente Terneuzen. De onderwijscampus is een plek waar bedrijven meedenken over wat er nodig is op de arbeidsmarkt en waar zij een bijdrage leveren aan het levensecht leren.

De ontwikkeling biedt ook mogelijkheden om de sportvoorzieningen te combineren met de onderwijscampus en het gebied te ontwikkelen zodat het van meerwaarde is voor alle inwoners, bijvoorbeeld door het geheel ook buiten schooltijden te kunnen gebruiken als sport- of recreatiegebied. De onderwijscampus is een prettige plek voor iedereen. Een plek waar het ook buiten schooltijd prettig verblijven en recreëren is. We streven naar een campus die gedurende de hele dag, avond en in het weekend een aantrekkelijk en aantrekkend centrum wordt voor jong en oud, lerend, sportend, werkend en omwonend. Een open en toegankelijk gebied, met prettige (buiten) ruimtes om te verblijven. Een gebied dat een meerwaarde vormt voor de stad, de gemeente en regio.

1.5

Droombeeld: een dag op Campus Terneuzen

In deze paragraaf schetsen we een droombeeld van ‘een dag op Campus Terneuzen’. Dit droombeeld schetsen we vanuit verschillende invalshoeken. We realiseren ons daarbij dat het beeld niet uitputtend is en dat er nog vele andere invalshoeken en perspectieven mogelijk zijn. We hopen met dit fictieve beeld een concreet voorbeeld te geven van onze gezamenlijke ambities.

Leerling De Wingerd Ik wil met mijn vrienden uit Zaamslag naar één school. Ook al zijn zij wat slimmer dan ik, als we tijdens pauzes kunnen afspreken, dan voel ik me minder alleen en meer op mijn gemak. Sommige dingen kan ik hartstikke goed, maar daar moet je nu soms wel een kwartier voor fietsen naar een ander gebouw. Veel beter als dat lekker dichtbij is. 5

Student Scalda Net weer een paar goede stappen gezet met ons project! We werken samen met studenten van andere opleidingen aan een echte klantvraag. We zijn zelf verantwoordelijk voor de uitwerking en planning, maar dat gaat vast goedkomen met dit enthousiaste team en de coachende rol van onze docenten. Doordat ik samenwerk met leerlingen van het VO en VSO-PRO leren we ook van elkaar en kan ik mijn ervaring ook overdragen aan anderen. In deze nieuwe campus met goede voorzieningen komen bedrijven ook in de school zodat we echt praktijkgericht leren. De sfeer is inspirerend en ik merk dat er veel aandacht is voor mijn persoonlijke interesses en talenten. Tijdens de pauze geniet ik van het groene buitengebied en ontmoet ik andere studenten. Aan het einde van de dag loop ik zo door naar de sportzaal voor een potje voetbal tegen het docententeam.

Omwonende Campus Terneuzen ’s Avonds maak ik graag met mijn man en de hond een wandeling over het terrein op en rondom de campus. Het is er heerlijk rustig, vooral omdat er geen auto’s rijden. De wandelpaden zijn comfortabel en al het groen maakt het extra aangenaam. Onze hond is dol op water, dus we moeten goed opletten dat hij niet ineens een duik neemt. Er gebeurt altijd wel iets op de campus. Onderweg kom je vaak gezellige mensen tegen. Het gebied voelt ontspannen en vertrouwd.

Ouder van leerling Campus Terneuzen Mijn zoon en dochter gaan elke dag met veel plezier naar de campus. Ze zitten niet op dezelfde school, maar fietsen toch gezellig samen heen en weer als hun rooster het toelaat. Na school spreken ze vaak af met hun gezamenlijke vrienden bij de leuke zitplekken op het terrein. Ik kom zelf alleen voor bijvoorbeeld een ouder- of informatieavond op school. Dan is het extra leuk om even binnen te kijken bij de mooie gebouwen waar zij elke dag rondlopen.

Docent Lodewijk College De campus is de plek waar leerlingen met hun vrienden naar toe gaan en waar ze - ongeacht hun kwaliteiten - het optimaal bij hen passende onderwijs aangeboden krijgen. De plek waar we als docenten door onze onderlinge nabijheid makkelijker een beroep op elkaars kennis en kunde kunnen doen. Waar ik als docent met de modernste hulpmiddelen interactief onderwijs kan bieden wat ik op mijn gemak thuis kan voorbereiden en waar elke leerling samen kan zijn als het mogelijk is, maar ook alleen kan zijn als het nodig is. De campus die ik voor me zie is open, maar veilig en straalt positivisme uit naar haar omgeving.

Leraar De Sprong Als ik als leraar denk aan een campus dan zie ik vooral een interactieve leeromgeving voor me waar we moderne techniek gebruiken om leerlingen onderwijs vooral ook te laten beleven. Creëer voor een aardrijkskundeles de sfeer van het Amazonegebied in beeld en geluid, misschien zelfs in temperatuur zodat wat je over wilt brengen in het juiste perspectief geplaats wordt.

HR-manager technisch bedrijf Ik zie Campus Terneuzen als de plek om de verbinding tussen het Zeeuws-Vlaamse onderwijs en bedrijfsleven te versterken. Onze regio heeft veel mooie en innovatieve bedrijven met uitstekende loopbaanperspectieven. Op de campus werken we samen met het onderwijs om onze jongeren het beste onderwijs te bieden en kennis te laten maken met onze bedrijven. De campus wordt de plek waar we jongeren ontmoeten, boeien en binden om ze te behouden voor Zeeuws-Vlaanderen.

6

Hoofdstuk 2: Terugblik 2.1

Taskforce Voortgezet Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen

In 2017 werd de Taskforce Voortgezet Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen ingesteld. Zonder financiële bijdrage vanuit de overheden was het niet mogelijk om in Zeeuws-Vlaanderen een thuisnabij, breed aanbod van kwalitatief hoogwaardig, aantrekkelijk en duurzaam betaalbaar onderwijs te behouden. Het voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen stelde een transitieplan op voor de periode van augustus 2018 tot augustus 2022. De Zeeuws-Vlaamse gemeentelijke overheden, de provincie Zeeland en het Rijk leverden een financiële bijdrage voor de duur van vier jaar. Er ontstond een bestuurlijke fusie (VO Zeeuws-Vlaanderen) tussen alle scholen voor voortgezet onderwijs in ZeeuwsVlaanderen. De gemeenten Hulst en Terneuzen namen een positieve grondhouding in ten aanzien van het onderzoeken van mogelijkheden op het gebied van onderwijshuisvesting. De voormalige scholen in Terneuzen (De Rede en het Zeldenrust-Steelantcollege) fuseerden tot één brede scholengemeenschap (het Lodewijk College). De gemeente Terneuzen besloot zich in te spannen voor het creëren van financiële ruimte binnen de gemeentebegroting voor onderwijshuisvesting die passend is voor de gezamenlijke onderwijskundige en organisatorische ambities van de fusieschool. Een onafhankelijk bureau (Beekveld & Terpstra) evalueerde de voortang van het transitieplan. De transitie van het voortgezet onderwijs was nog niet afgerond.

Partijen bevestigden het belang van voortgezet onderwijs dat voldoet aan de ambitie van Zeeuws-Vlaanderen en stelden opnieuw gezamenlijk een arrangement op. De afspraken lopen van 2023 tot en met 2028. Dit jaartal werd door de onderzoekers gekoppeld aan de voorziene realisatie van onderwijshuisvesting in de gemeente Terneuzen.

2.2

Integraal Huisvestingsplan (IHP)

Op 30 juni 2020 stemde de gemeenteraad van gemeente Terneuzen in met het Integraal Huisvestingsplan (IHP). In het IHP staat beschreven dat het Lodewijk College, het voortgezet speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs hebben aangegeven mogelijkheden te zien in samenwerking en campusvorming. Die criteria worden meegenomen in de afweging voor de toekomstige locatie van het Lodewijk College. Het praktijkonderwijs in Terneuzen en de twee scholen voortgezet speciaal onderwijs wensen nauwere samenwerking met het voortgezet onderwijs. Medegebruik van goed uitgeruste praktijkruimten is hiervan een goed voorbeeld. Daarnaast kan ook gedacht worden aan doorlopende leerlijnen en uitwisseling van vakleerkrachten. Om deze samenwerking te bewerkstelligen, is nabijheid noodzakelijk.

2.3

Locatieonderzoek nieuwe huisvesting Voortgezet Onderwijs Terneuzen

In 2020 volgde een onderzoek naar grootschalige vernieuwbouw van (een van de) bestaande onderwijslocaties en naar nieuwbouw op een nader te bepalen andere locatie binnen de kern Terneuzen. Vijftien mogelijke locaties werden in beeld gebracht. De locaties zijn beoordeeld op omvang, milieu en beschikbaarheid. De overgebleven zes locaties werden in een afwegingskader geplaatst. Dit resulteerde in drie voorkeursscenario's waarbij nieuwbouw op de locatie Zeldenrustlaan als het meest haalbare scenario werd gezien. De gemeenteraad van de gemeente Terneuzen besloot op 17 december 2020 in principe in te stemmen met de realisatie van nieuwe huisvesting voor het Lodewijk College op de locatie Zeldenrustlaan en dat bij nieuwe stedenbouwkundige ontwikkelingen een heroverweging van de locaties hoort.

7

2.4 Bestuursakkoord 2022-2026 ‘Goed leven in Terneuzen. Verder bouwen aan een duurzame toekomst’ Op basis van het bestuursakkoord verkenden de gemeente opnieuw twee locaties voor Campus Terneuzen. De locaties die verkend werden, waren Zeldenrustlaan en Vliegende Vaart. In het bestuursakkoord is opgenomen dat er snel duidelijkheid zou worden geboden over de locatie.

2.5

Vaststellen locatiekeuze voortgezet onderwijs

Op 15 december 2022 besloot de gemeenteraad van de gemeente Terneuzen het onderzoeksgebied van locatie Vliegende Vaart aan te wijzen als de ontwikkellocatie voor nieuwe onderwijshuisvesting voor het voortgezet onderwijs.

2.6

Ambitie

De locatie Vliegende Vaart biedt kansen voor een brede onderwijscampus waar leerlingen een Rijke Schooldag kunnen krijgen. Een locatie waar ruimte is voor onderwijs, kunst, cultuur, sport, beweging, gezondheid, vitaliteit en sociale samenhang. Een locatie die een groot positief effect kan hebben op de leefbaarheid in onze regio.

2.7

Intentieverklaring Campus Terneuzen

Op 11 november 2024 ondertekenden bestuurders van de gemeente Terneuzen, stichting VOZVL, stichting Ozeo, Scalda (stichting voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie) en stichting Centrum voor Top Techniek de intentieverklaring voor een gezamenlijke onderwijscampus. Partijen willen samenwerken aan de ontwikkeling en realisatie van Campus Terneuzen. Partijen zien kansen om de ontwikkelmogelijkheden van jongeren te verbreden en zo samen de brede welvaart te verbeteren. Het aanbieden van optimaal onderwijs is daarin een belangrijke schakel. Het creëren van goede voorzieningen, zoals onderwijs, draagt daarnaast bij aan een goede leefbaarheid en een goed vestigingsklimaat. Ook aansluiting op de arbeidsmarkt en mogelijke samenwerking met het bedrijfsleven zijn redenen om samen te werken. De betrokken partijen willen een brede(re) onderwijscampus ontwikkelen waar leerlingen en studenten vanuit verschillende doelgroepen kunnen deelnemen aan kwalitatief aantrekkelijk en divers onderwijs, beweging, gezondheid en vitaliteit. Dit is een meerwaarde voor hun toekomstige ontwikkeling, maar ook van meerwaarde voor bedrijven en voor de regio. Door intensievere samenwerking kunnen de onderwijspartijen en de gemeente het onderwijsaanbod in de regio behouden en versterken, zowel op inhoudelijk als organisatorisch niveau.

Het doel is een dynamische en levendige campus met aandacht voor kleinschaligheid, oog voor de verschillende potentiële doelgroepen en ruimte voor eigenheid van partners. De partijen bekijken wat samen kan en wat apart moet. Er blijft daarbij ruimte voor de eigen identiteit (onderwijskundige en pedagogische principes) van de verschillende organisaties. Ook kijken de partijen welke (praktijk)faciliteiten zij op de campus met elkaar kunnen delen. Daarnaast wordt bekeken of er ruimten en faciliteiten buiten schooltijd met andere partijen gedeeld kunnen worden, waardoor de campus ook een toegevoegde waarde heeft voor de leefbaarheid in de stad en in bredere zin in de gemeente.

8

Hoofdstuk 3: Visie op onderwijs en samenwerking In de periode van medio februari tot en met juni 2025 werkten de onderwijspartners: stichting VOZVL, stichting Ozeo en Scalda (stichting voor middelbaar beroepsonderwijs en volwasseneneducatie) aan een visie op onderwijs en samenwerking. Elke onderwijspartij heeft een eigen visie op onderwijs én onderling is er sprake van een breed scala en een variëteit aan samenwerkingen. Een van die samenwerkingsvormen komt naar voren in de stichting Centrum voor Top Techniek (CTT). De gemeente en het CTT gaven een schriftelijke reactie op de geformuleerde visie. Aansluitend bespraken partijen de visie tijdens het bestuurlijk overleg van 3 juli 2025. De visie van de onderwijspartners vormt een van de vertrekpunten voor het integraal Programma van Eisen. Dit hoofdstuk bevat een korte samenvatting van de belangrijkste aspecten van deze visie ‘samenwerken aan de toekomst; Gezamenlijke campusontwikkeling voor het onderwijs in Terneuzen’. In Terneuzen komt een brede(re) onderwijscampus waar drie scholen nauw gaan samenwerken. De campus is meer dan alleen het samenbrengen van scholen. Door samen te werken, kunnen de scholen hun kennis en voorzieningen, zoals praktijklokalen, sportzalen en leerpleinen delen. Juist door deze samenwerking kan een krachtige impuls worden gegeven aan onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen.

De samenwerking is gestoeld op het principe van één campus met gedeelde voorzieningen en respect voor ieders eigen domein. Het belooft een maximale synergie waar de meerwaarde voor leerlingen en studenten en de regio het grootst is. Campus Terneuzen is meer dan alleen huisvesting. Het is een plek waar leerlingen en studenten elkaar kunnen ontmoeten, samenwerken en leren in een moderne omgeving. Een fijne plek om te leren én te leven. De voordelen reiken verder dan efficiëntiewinst. Er zal sprake zijn van: • Een impuls voor de kwaliteit van het onderwijs; • Een flexibele leer- en leefomgeving; • Een optimalisatie van ruimtegebruik; • Een sterke verbinding met regionale economie; • Een toekomstbestendig onderwijsaanbod; De samenwerking tussen de scholen gebeurt volgens het “Hand in Hand”-concept. Een intensieve en respectvolle, nauwe samenwerking uitgaande van ieders unieke identiteit en kracht. Een constructieve én directe vorm waarbij partijen elkaar actief op zoeken. Waar mogelijk en waar meerwaarde ontstaat, realiseren partijen een gedeeld programma en gezamenlijke voorzieningen. Partijen zoeken synergiën in hun onderwijsaanbod. Er is niet alleen sprake van efficiënter gebruik van middelen, maar ook een natuurlijke omgeving voor ontmoeting en kennisuitwisseling.

Dit concept vereist een open en constructieve houding, bereidheid om kennis en expertise te delen en het vermogen om gezamenlijk doelen te formuleren en na te streven. Dit vormt de basis voor het naar een hoger niveau tillen van het onderwijs in de regio. Partijen kunnen samen projecten organiseren, lesgeven in gedeelde ruimtes en leerlingen beter begeleiden. • • •

Lodewijk College: De campus is een kans om de integratie van het Lodewijk College te voltooien: één school, één cultuur met ruime voor talent, innovatie en ontmoeting. Ozeo: Brengt meerwaarde voor de campus door pedagogische en didactische kennis. Daarnaast kan expertise rol spelen in verdere ontwikkeling van doorlopende leerlijnen. Scalda: Richt zich op praktijkgericht en hybride onderwijs, met sterke verbindingen met het bedrijfsleven en ruimte voor leven lang leren.

De onderwijsvisies delen een aantal belangrijke waarden en principes die de basis vormen voor een geïntegreerde visie. 9

Visie: wij vormen een dynamische samenwerkende onderwijsgemeenschap in Zeeuws-Vlaanderen waarin elke student en leerling, ongeacht zijn of haar achtergrond, talenten of ondersteuningsbehoeften, de kans krijgt om zich optimaal te ontwikkelen en een waardevolle bijdrage te leveren aan de samenleving. Kernwaarden: • Student/leerling centraal • Kwaliteit en relevantie • Maatwerk en inclusiviteit • Samenwerking • Leven Lang Ontwikkelen Mogelijkheden tot samenwerking: • Gedeelde leeromgeving • Doorlopende leerlijnen • Gezamenlijke projecten • Expertise delen • Professionalisering • Regionale samenwerking Door krachten te bundelen en expertise optimaal te benutten, kan een onderwijssysteem worden gerealiseerd dat elke student en leerling de kans biedt om zich optimaal te ontwikkelen en een waardevolle bijdrage te leveren aan de regio. De focus op inclusie, maatwerk, samenwerking en een leven lang ontwikkelen zorgt ervoor dat het onderwijs aansluit bij de behoeften van de studenten/leerlingen, de arbeidsmarkt en de samenleving als geheel.

10

Hoofdstuk 4: Gezamenlijk beeld Campus Terneuzen Met alle betrokken partijen werkten we aan een gezamenlijk beeld voor Campus Terneuzen. Hierdoor krijgen we meer zicht op het verwezenlijken van onze gezamenlijke droom. Het tot overeenstemming komen over een gezamenlijk beeld is één van de afspraken uit de intentieverklaring.

4.1

Sfeerimpressie door drie architecten

De campus is een abstract begrip. Om het gesprek goed met elkaar te kunnen voeren over wat een campus is en wat Campus Terneuzen kan worden, is aan drie architecten de opdracht gegeven om op basis van onze droom, het aangewezen onderzoeksgebied en een aantal basisgegevens een eerste indicatie en denkrichting te geven van hoe de campus eruit zou kunnen zien. De sfeerbeelden, impressies en praatstukken geven richting aan de gesprekken die we met elkaar voerden en ook de komende periode met elkaar zullen voeren. Deze gesprekken maken zichtbaar waar we dezelfde beelden delen en ook waar onderwerpen nog nader uitgewerkt moeten worden. Deze gesprekken vormen input voor onderdelen in de (Europese) aanbestedingsprocedure voor een definitieve architect. Vooralsnog hebben de gesprekken geleid tot de volgende kern voor de Campus Terneuzen:

We vinden het belangrijk dat Campus Terneuzen een ruimtelijk, samenhangend geheel vormt en sterk verbonden is met zijn omgeving. We kiezen voor samenwerken en voor het delen van faciliteiten. Dit is belangrijk voor de identiteit van de campus. De campus is flexibel, uitbreidbaar en aanpasbaar. We realiseren ons immers dat de ontwikkeling van Campus Terneuzen niet stopt bij de ingebruikname van de huisvesting. Dan begint de samenwerking op locatie en de verdere ontwikkeling van onze campus pas.

4.2

Beelden en impressies

Een deel van de beelden en impressies die door de drie architecten zijn gemaakt, is terug te vinden op de volgende pagina. Dit is nadrukkelijk geen uitputtend overzicht en ook geen definitief beeld van hoe de campus gaat worden. Het is een moodboard waarmee we in deze fase van het proces ideeën en beelden overbrengen in de vorm van illustraties. We vinden het belangrijk dat de uiteindelijke architect die de campus gaat ontwerpen voldoende ruimte en vrijheid houdt voor zijn of haar eigen ideeën, inbreng en creativiteit. Ook willen we voorkomen dat huidige impressies en beelden een eigen leven gaan leiden. De impressies en beelden zijn bedoeld voor het voeren van het gesprek. Ze hebben beperkte status en zijn absoluut nog geen finale weergave van hoe Campus Terneuzen eruit gaat zien.

11

Disclaimer: Dit is een moodboard; geen uitputtend overzicht en geen definitief beeld van de campus. De impressies en beelden zijn bedoeld voor 12 het voeren van het gesprek, ze hebben beperkte status en zijn geen finale weergave van hoe Campus Terneuzen eruit gaat zien.

4.3

Voorwaarden en ingrediënten

Aansluitend op de hierboven benoemde uitgangspunten formuleerden we voorwaarden waar Campus Terneuzen aan moet voldoen. Deze voorwaarden zijn een belangrijke basis. We maakten onderscheid tussen voorwaarden die van belang zijn voor de fysieke realisatie van Campus Terneuzen en voorwaarden die van belang zijn in het ontwikkelproces om te komen tot die fysieke realisatie van Campus Terneuzen. Hierbij realiseren we ons dat Campus Terneuzen veel verder gaat en veel meer is dan enkel en alleen het samenbrengen van huisvesting van de betrokken partijen. De huisvesting is een eerste stap en randvoorwaardelijk, maar het ‘zijn’ en ‘verder ontwikkelen’ van Campus Terneuzen begint pas op het moment dat de gebruikers de campus betreden en in gebruik nemen. Een voorbeeld van een voorwaarde voor Campus Terneuzen is dat gebruikers op de campus voorzieningen delen. De voorwaarden voor het ontwikkelproces beïnvloeden het ontwikkelproces om te komen tot Campus Terneuzen. Een voorbeeld hiervan is realisatie binnen budget of het komen tot een gedragen standpunt voor wat betreft al dan niet gefaseerd bouwen. Het totaal aan voorwaarden vormt een belangrijk vertrekpunt voor de architect die straks (na het doorlopen van de Europese niet openbare aanbestedingsprocedure) met ons Campus Terneuzen gaat ontwerpen. Niet alleen formuleerden we voorwaarden, ook formuleerden we ingrediënten.

Ingrediënten zijn de in eerdere gesprekken benoemde, onderliggende items die de voorwaarde kunnen beïnvloeden. Soms is daarbij ook sprake van een tegenstrijdigheid. We willen bijvoorbeeld graag een campus die gericht is op samenwerken. Samen op een campus gehuisvest zijn, maakt het mogelijk om de reeds bestaande samenwerking te optimaliseren. Samenwerken wordt door de fysieke nabijheid gemakkelijker. Onderwerp van gesprek daarbij is hoe we op een grootschalig(ere) campus ook recht kunnen doen aan een passende mate van kleinschaligheid die voor sommige leerlingen juist van essentieel belang is. Hoe zorgen we dat wat we realiseren passend is voor verschillende doelgroepen? De ingrediënten zijn belangrijke bouwstenen om straks met elkaar, maar ook samen met de architect Campus Terneuzen vorm te gaan geven. De ingrediënten vormen de basis om het gezamenlijke beeld van en voor Campus Terneuzen steeds verder te verfijnen en aan te scherpen.

4.3.1 Voorwaarden realisatie Campus Terneuzen: Onderstaande paragraaf gaat in op de vier voorwaarden voor fysieke realisatie van en voor Campus Terneuzen. Campus Terneuzen is gericht op samenwerken Partijen hebben de intentie om een samenwerking te ontwikkelen die gericht is op leerlingen/studenten uit verschillende doelgroepen die niet alleen voor divers en kwalitatief onderwijs naar de campus komen, maar ook voor sport, kunst, cultuur en een sociale omgeving (bron: intentieverklaring). Samenwerking heeft de intentie om te leiden tot kwalitatief goed onderwijs. We stimuleren levendigheid, kansengelijkheid en inclusie op de campus (bron: intentieverklaring). Ingrediënten • Schaalgrootte • Identiteit • Dynamiek • Levendigheid • Autonomie • Inclusie • Toegankelijkheid • Synergie • Meerwaarde creëren

• • • • • • • • •

Delen van voorzieningen Onder schooltijd, na schooltijd Doelgroepen Logistiek Verkeersstromen Sport Onderwijs Maatschappelijk Functie

13

Op Campus Terneuzen delen gebruikers voorzieningen De campus is meer dan alleen een verzameling van diverse onderwijsinstellingen. Het is van meerwaarde voor inwoners doordat voorzieningen ook door derden kunnen worden gebruikt. Op de campus wordt de verbinding gelegd, zowel met de sportverenigingen als met andere partners zoals jongerenloket en de GGD. Daarnaast kunnen voorzieningen in de avond en weekenden gedeeld worden door andere gebruikers (denk aan aula, restaurant leslokalen, vergaderruimtes, openbare gebieden als recreatiegebied, sportvelden etc.) Ingrediënten • Samen doen wat samen kan (meerwaarde) • Apart doen, wat apart moet • Voorzieningen delen onderling (synergie)

• • • •

Voorzieningen delen met derden Buitenterrein inrichten Potentiële toekomstige doorgroeimogelijkheden Koppelkansen

Campus Terneuzen als samenhangend gebied Campus Terneuzen vormt een ruimtelijk samenhangend geheel. We voorzien veel groen. Die ruimte kunnen we benutten voor onder andere ontmoeting, bewegen, sport en onderwijs. Ook vinden we het belangrijk dat er een duidelijke connectie/verbinding is met het bestaande sportpark. We benutten de ruimte optimaal. Campus Terneuzen vormt niet alleen een plek voor leerlingen, studenten en docenten, maar ook voor omwonenden en eigenlijk voor alle inwoners van Terneuzen. We ontwikkelen een brede(re) onderwijscampus waar leerlingen/studenten vanuit verschillende doelgroepen een rijke schooldag kunnen krijgen, bestaande uit kwalitatief aantrekkelijk en divers onderwijs, beweging, gezondheid en vitaliteit (bron: intentieverklaring); Er is op Campus Terneuzen niet alleen sprake van onderwijs, maar juist ook van sport, kunst, cultuur en een sociale omgeving (bron: Intentieverklaring). Ingrediënten • Gebouw(en) • Gebied(en) • Balans gebouw – gebied • Verhouding terreinoppervlak – functionele relatie – bouwen • Onderdeel van omgeving én stad • Paden / groen / water • Relatie met (bestaande) sportpark • Openbaar gebied (gebruik door omwonenden)

• • • • • •

Functionele relaties Onderwijslogistiek Positionering van functies Bebouwd oppervlak versus ruimte voor groen / ruimte voor water Extra kwaliteit toevoegen aan het openbaar gebied (Sociale) veiligheid

Campus Terneuzen is flexibel en aanpasbaar Partijen realiseren zich dat de (verdere) ontwikkeling van Campus Terneuzen een continu proces is, dat niet stopt bij de realisatie van de campus. Hierdoor is het wenselijk om bij het vormen van het eindbeeld voor Campus Terneuzen rekening te houden met flexibiliteit en aanpasbaarheid (bron: intentieverklaring). Het moet mogelijk zijn om ‘na realisatie van Campus Terneuzen’ de synergie en samenwerking verder door te ontwikkelen. Ingrediënten • Uitbreidbaarheid o Hoogte / breedte o Functies o Terrein

•

Aanpasbaarheid o Hoogte / breedte o Functies o Terrein

14

•

Uitwisselbaarheid o Functies o Gebruik

•

Flexibiliteit o Continu proces wat niet stopt bij realisatie o Nieuwe onderwijskundige inzichten o Onderwijs over 10 jaar anders dan onderwijs vandaag

4.3.2 Voorwaarden tijdens ontwikkelfase Campus Onderstaande paragraaf gaat in op vijf voorwaarden voor het ontwikkelproces om te komen tot Campus Terneuzen. Het ontwerp geeft invulling aan de visie op onderwijs en samenwerken Het ontwerp moet aansluiten bij visie op onderwijs (zie hoofdstuk 3) Campus Terneuzen bestaat niet uit één groot gebouw, maar uit meerdere gebouwen De campus biedt ruimte aan partners; we voorzien verschillende gebouwen dan wel gebouwdelen al dan niet in verbondenheid met elkaar. De gebouwen dan wel gebouwdelen vormen samen een geheel. Ingrediënten • Meer dan één gebouw • Gebouwdelen • Verbondenheid met elkaar • Doorgangen • Fietsenstalling(en) o Locatie(s) o Positionering

•

• • •

Parkeerplaats(en) o Locatie(s) o Positionering Ordening Indeling Bouwstijl

Het ontwerp voor Campus Terneuzen moet rekening houden met veiligheid De Campus Terneuzen is een veilige plek voor iedereen. Zowel ruimtelijk als sociaal. Met alle partners kijken we in de ontwerpfase naar hoe we dit op een zo goed mogelijke manier vorm kunnen geven. Ingrediënten • Fysieke veiligheid • Sociale veiligheid • Schoolplein

• • •

Veilige ruimte Plek om je terug te kunnen trekken Aantal in- en uitgangen

Het ontwerp past binnen het beschikbare budget Het ontwerp voor Campus Terneuzen moet passen binnen het beschikbare budget (zie hoofdstuk 8).

15

Hoofdstuk 5: Locatie 5.1

Onderzoeksgebied

In onderstaande afbeeldingen is het door de gemeenteraad van gemeente Terneuzen aangewezen onderzoeksgebied weergegeven. Het gebied (gelegen aan de noordzijde van de Rooseveltlaan en de zuidzijde van sportpark Oude Vaart te Terneuzen) bestaat uit percelen in eigendom van de gemeente dan wel in eigendom van derden. Een aantal van de percelen in eigendom van derden (Hughersluys in Terneuzen) heeft de gemeente Terneuzen aangekocht.

16

De percelen die op dit moment in eigendom zijn bij de gemeente zijn hieronder groen gemarkeerd. We zijn op dit moment in overleg met de andere perceeleigenaren. Het streven is ook de resterende vier percelen te verwerven ten behoeve van Campus Terneuzen.

5.1.1 Planologie De ontwikkellocatie heeft de functies sport, bedrijf en verkeer op grond van het bestemmingsplan. Het vigerende planologische regime staat geen onderwijsfunctie toe. Hiervoor moet het omgevingsplan worden gewijzigd. De ontwikkeling kan ook met een omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit mogelijk worden gemaakt. Een gebouw met een onderwijsfunctie is aan te merken als een geluid-, geur- en trilling gevoelig gebouw en als een kwetsbaar gebouw. Instructieregels uit Besluit kwaliteit leefomgeving moeten in acht worden genomen. Hetzelfde geldt voor milieuaspecten en bepalingen over externe veiligheid.

5.1.2 Aanwezige sportverenigingen in onderzoeksgebied Binnen het onderzoeksgebied zijn twee sportverenigingen aanwezig; het gaat om de honk- en softbalvereniging en de korfbalvereniging. Het streven is de locaties voor en van deze verengingen te behouden. De kwaliteiten en faciliteiten van deze verenigingen kunnen van meerwaarde zijn voor de campus. Net als de verbinding tussen de campus en de overige sportfaciliteiten op en rond de Vliegende Vaart. Andersom kan de ontwikkeling van de campus ook van meerwaarde zijn voor de verenigingen. Idealiter vindt de realisatie van de huisvesting ten behoeve van campus Terneuzen plaats buiten deze percelen. Het kan echter een overweging zijn de verenigingen te verplaatsen naar een andere locatie op of nabij het sportpark, dit wordt gedurende het proces met de architect duidelijker.

17

Hoofdstuk 6: Programma De basis voor de ontwikkeling en realisatie van Campus Terneuzen is gelegd in de Intentieverklaring Campus Terneuzen (11-11-2024). In dit hoofdstuk schetsen we het globale programma voor Campus Terneuzen. Het programma voor VO en VSO-PRO is gebaseerd op de wettelijke kaders en op de gemeentelijke kaders zoals het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Gemeente Terneuzen en de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Terneuzen 2022. De gemeente is namelijk verantwoordelijk voor de huisvesting van basis, middelbaar en speciaal onderwijs. De gemeente is niet verantwoordelijk voor de huisvesting van Scalda en CTT. In afstemming formuleerden Scalda en CTT hun separate programma’s. De partijen die we willen huisvesten op de campus hebben in totaal ongeveer 33.500 m2 aan bruto vloeroppervlak (BVO) voor onderwijsruimte (exclusief gymzalen) nodig. Verder op in dit hoofdstuk is dit gespecificeerd per partij. Op dit moment zijn we met elkaar nog op zoek naar het zogenoemde synergie-effect. Er zijn een aantal aspecten (niet limitatief) waar partijen mogelijk synergie in kunnen vinden. Dit wordt momenteel verder onderzocht ten uitgewerkt. Het gaat bijvoorbeeld om dubbel- en/of medegebruik. Partijen werken toe naar een gedragen (gezamenlijk) integraal Programma van Eisen.

Dat integraal Programma van Eisen zal – naast dit Uitwerkingsplan – een belangrijk basisdocument vormen voor de definitieve architect die Campus Terneuzen zal gaan ontwerpen.

6.1

Uitgangspunten

Stichting Ozeo en de gemeente ondertekenden in juni 2025 een uitgangspuntenovereenkomst. Hierin liggen de uitgangspunten voor het vervolgtraject vast. Scalda en gemeente ondertekenden een Intentieverklaring. Partijen hebben de intentie om afspraken te maken over de huidige vrijkomende locatie en over de realisatie van nieuwe huisvesting voor Scalda als onderdeel van Campus Terneuzen. De uitgangpuntenovereenkomst VOZV is niet ondertekend. VOZV en gemeente blijven op een aantal punten van mening verschillen. Bij de uitwerking van het Integraal PvE houden partijen rekening met de kaders, vanuit de intentieverklaring voor Campus Terneuzen en met de Verordening en het IHP. De uitgangspuntenovereenkomst CTT is niet ondertekend. Uit het integraal PvE zal blijken welk aandeel van de ruimtebehoefte voor het CTT is.

6.2

Programma

Voor de schoolbesturen VOZVL en OZEO en vier bijbehorende scholen houden we op basis van leerlingenprognoses rekening met een te verwachten aantal leerlingen. De Verordening Voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Terneuzen bepaalt dat de noodzaak voor nieuwbouw voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening aanwezig is als de prognose aantoont dat de leerlingen gedurende ten minste 15 jaar kunnen worden verwacht. Er is sprake van een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening als de prognose aantoont dat leerlingen gedurende ten minste vier jaar kunnen worden verwacht. Op basis van dit aantal leerlingen realiseren we een aantal gymzalen en een totaal aantal vierkante meters. Voor Scalda houden we rekening met 824 gewogen studenten in 2030. In de afbeelding maken we onderscheid tussen ‘reguliere ruimte voor onderwijs’ en ‘ruimte voor techniek’. Dit doen we op deze manier omdat we de praktijkruimte voor techniek scharen onder het ‘Centrum voor Top Techniek’. Voor het CTT is geen sprake van een ‘vast aantal leerlingen’. De leerlingen die gebruik maken van het CTT zijn afkomstig uit VO, VSO-PRO en Scalda. Daarnaast maken bedrijfsscholen ook gebruik van het CTT. De ruimte voor het CTT wordt als het ware opgebouwd uit ruimtes van de afzonderlijke scholen.

18

6.2.1 Programma visueel

6.2.2 Leerlingen Partner Voortgezet Onderwijs Voorgezet Onderwijs respectievelijk Voortgezet Speciaal Onderwijs – Praktijkonderwijs Voortgezet Speciaal Onderwijs – Praktijkonderwijs Middelbaar beroepsonderwijs

Leerlingenaantal 2.100 leerlingen 100 leerlingen* 287 leerlingen 824 leerlingen**

*Extra instroom vanuit VSO-PRO. In de afgelopen jaren is gebleken dat er eerder sprake is van meer dan minder leerlingen in het speciaal onderwijs. Het is op dit moment moeilijk in te schatten op welk van de scholen (VSO, PRO, VO) deze leerlingen precies ingeschreven zullen worden respectievelijk staan. Dat is ook niet nodig. Het belangrijkste is dat we op de campus voorzien in een passende plek voor alle leerlingen en daarbij bijdragen aan de route naar meer inclusief onderwijs. **Prognose 2030 is 824 gewogen studenten. 19

6.2.3 Ruimtebehoefte Partner Voortgezet Onderwijs Voortgezet Speciaal Onderwijs – Praktijkonderwijs Middelbaar beroepsonderwijs

Ruimtebehoefte 16.460 m2 BVO* 4.265 m2 BVO* 10.271 m2 BVO

Aanvullende ruimtebehoefte Voortgezet Onderwijs (tbv leerlingen Hulst en Sluis) Bedrijfsleven

Ruimtebehoefte 483 m2 BVO 560 m2 BVO

*Ruimtebehoefte op basis van Verordening en IHP Toelichting op aanvullende ruimtebehoefte Het Centrum voor Top Techniek (CTT) is een state-of-the-art praktijklocatie voor technisch onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen. Het CTT is ontstaan vanuit een gezamenlijk initiatief van het onderwijs (VMBO, MBO en bedrijfsscholen) en het bedrijfsleven met als doel om het technisch beroepsonderwijs in de regio te behouden en te versterken. Na VMBO-2 kunnen leerlingen kiezen voor het volgen van de vakmanschapsroute (VKR). Techniekleerlingen in VMBO-3 en VMBO-4 kunnen deelnemen aan dit traject. De VKR is een praktische en actieve manier om binnen drie tot vier jaar een mbo-diploma niveau 2 te halen. Daarmee kunnen leerlingen meteen aan het werk. Ze kunnen er ook voor kiezen om verder te leren. Door de vakmanschapsroute is de stap van VMBO naar MBO minder groot. Om de (dure) techniekfaciliteiten voor Zeeuws-Vlaanderen te kunnen behouden én om een voor het VO werkbare situatie te behouden, koos het VO ervoor om ook rekening te houden met VKR-ruimte voor de VMBO-4 leerlingen van het Reynaert- en Zwincollege. Alleen dan kunnen de onderwijskundige uitgangspunten worden gerealiseerd. Door leerlingen van de drie scholen te combineren, ontstaat een efficiënte(re) inrichting van het onderwijs.

Op die manier wordt bovendien gewaarborgd dat alle leerlingen een gelijk programma doorlopen waardoor de aansluiting op MBO (VKR-3) zo optimaal als mogelijk is. Daarnaast kan hierdoor ook het brede techniekaanbod in de regio worden geborgd. Deze ruimtebehoefte valt niet onder de wettelijke en financiële verantwoordelijkheid van de gemeente Terneuzen. Partijen onderzoeken de (on)mogelijkheden van het financieren van deze aanvullende ruimtebehoefte. Centrum voor Top Techniek Het CTT bestaat uit 2.952 m2 BVO. Deze ruimtebehoefte is opgebouwd vanuit de betrokken partijen. Partner Voortgezet Onderwijs Voortgezet Onderwijs (Hulst & Sluis) Voortgezet Speciaal Onderwijs – Praktijkonderwijs Middelbaar beroepsonderwijs Bedrijfsleven

Ruimtebehoefte 1.438 m2 BVO 483 m2 BVO * 471 m2 BVO** 560 m2 BVO

*Ook bij VSO-PRO zijn vierkante meters aan techniekruimte (metaal, hout en horeca) beschikbaar; Onderzocht moet worden of en in hoeverre deze al dan niet te koppelen zijn aan het CTT. ** Deze ruimte is exclusief de ruimte voor maintenance, de proeffabriek en het laboratorium. In het nieuwe campusconcept kan dit technisch onderwijs mogelijk wel onderdeel gaan uitmaken van een vernieuwd CTT.

20

Gymzalen Partner Voortgezet Onderwijs Voortgezet Onderwijs Voortgezet Speciaal Onderwijs – Praktijkonderwijs

Ruimtebehoefte 2 bestaande in Vliegende Vaart 4 nieuw te realiseren 2 nieuw te realiseren

*Partijen wensen in de komende periode nader af te stemmen over inzet en gebruik van gymzalen. Buitenruimte Naast de realisatie van (onderwijs)huisvesting én gymzalen is er behoefte aan het verder inrichten en vormgeven van de buitenruimte. In de buitenruimte is er plaats voor ontspanning (bijvoorbeeld bankjes in het groen), ontmoeting (picknicktafels) en (re)creëren (creatief gebruik van het groen, stimuleren van beweging). Er zal sprake zijn van waterpartijen die niet alleen een esthetische functie hebben, maar ook een rol spelen bij de opvang van hemelwater en desgewenst kunnen fungeren als natuurlijke buffer. Daarnaast gaat het voor wat ruimtegebruik betreft bijvoorbeeld om de wens vanuit het onderwijs om (een deel van) de buitenruimte in te kunnen zetten als lesruimte. Te denken valt daarbij aan een buitenleslokaal, maar bijvoorbeeld ook aan een moestuin of groenkas. Het gebruik van (onderwijs) huisvesting resulteert ook in een praktische behoefte bijvoorbeeld ten aanzien van het inzamelen en opslaan van afval, bevoorrading, logistieke vervoersbewegingen en dergelijke. Er is verder sprake van verkeerskundige buitenruimte ten behoeve van bijvoorbeeld parkeren van auto’s en fietsen, maar ook voor de verkeersbewegingen binnen (of op) het campusterrein. Dit lichten we nader toe in paragraaf 6.2.4.

In overleg met alle betrokken partijen en in samenspraak met een architect wordt verder nagedacht over het inrichten en vormgeven van de buitenruimte.

6.2.4 Verkeer Ook op het gebied van verkeer vinden we het belangrijk om na te denken over uitgangspunten en randvoorwaarden voor een veilige en functionele campus. Op basis van een mobiliteitsstudie formuleerden we een aantal uitgangspunten welke we willen meenemen bij de verdere uitwerking en ontwikkeling. We houden in ieder geval rekening met reeds vastgestelde uitgangspunten bijvoorbeeld vanuit het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan Terneuzen (GVVP 2022). Te denken valt aan ‘de fiets op 1 in Terneuzen!’. De fiets is – zeker ook voor leerlingen en studenten – een belangrijk vervoersmiddel. Voor wat betreft verkeer kunnen we een onderscheid maken tussen de verkeerskundige situatie binnen (of op) het campusterrein en de verkeerskundige situatie buiten het campusterrein. Algemeen Belangrijke uitgangspunten formuleerden we al in het voortraject. We vinden het belangrijk dat Campus Terneuzen goed en veilig bereikbaar is. We zorgen voor een goede ontsluiting die alleen bedoeld is voor gebruikers van de campus. Hierbij hebben we aandacht voor de verschillende verkeersstromen. De campus moet goed en veilig bereikbaar zijn met de fiets, met de auto en met het openbaar vervoer. Ook moet er voldoende ruimte zijn voor het parkeren van de verschillende vervoersmiddelen. Binnen de campus Campus Terneuzen is autoluw. Er rijdt zo min mogelijk ’gemotoriseerd verkeer over de campus.

We realiseren een of meerdere centrale parkeerlocaties zodat het mogelijk is om te voet het gebouw / de gebouwen te bereiken. Belangrijk aandachtspunt vormt de bereikbaarheid voor hulpdiensten, maar zeker ook de bevoorrading vanuit verschillende leveranciers. Op dit moment is het lastig om – zonder ontwerp – invulling te geven aan de verdere verkeerskundige situatie binnen het campusterrein. Parallel aan het ontwerptraject met een architect zoomen we in op de verkeerskundige situatie binnen het campusterrein. 21

Voetganger • Realiseer een zo groot mogelijk voetgangersgebied op de campusterrein waarbij rekening wordt gehouden met de bereikbaarheid in geval van calamiteiten, maar waarbij zeer terughoudend wordt omgegaan met het verlenen van toegang voor motorvoertuigen. • Koppel dit voetgangersgebied aan de mobiliteitshub zodat bij het verlaten of benaderen van deze mobiliteitshub geen conflicten ontstaan tussen loopstromen en gemotoriseerd verkeer. • Realiseer directe looproutes op het campusterrein, gekoppeld aan het sportcluster, en zorg voor een zo groot mogelijk aantal verbindingen met voetpaden op de omliggende wegen. Zo ontstaat een fijnmazig netwerk en wordt lopen gestimuleerd. • Beperk (onder schooltijd) het aantal verplaatsingen buiten de campus door gewenste voorzieningen op het campusterrein te realiseren. Fietser • Realiseer directe en hoogwaardige fietsvoorzieningen op het campusterrein, direct gekoppeld aan het hoofdfietsnetwerk op omliggende wegen. • Koppel de locaties van stallingsvoorzieningen direct aan het interne mogelijk aantal verbindingen met fietspaden op de omliggende wegen. Zo ontstaat een fijnmazig netwerk ontstaat en wordt fietsen gestimuleerd. • Bekijk nader of fietsen en lopen op het campusterrein gecombineerd of gescheiden moet zijn.

Openbaar vervoer • De mobiliteitshub is voorzien van een directe en veilige looproute Gemotoriseerd verkeer • Het aantal toegangen van het campusterrein wordt voor gemotoriseerd beperkt tot wat minimaal nodig is (met inachtneming van bevoorrading). • Er wordt een directe verbinding voor gemotoriseerd verkeer gerealiseerd voor het bereiken van parkeervoorziening(en) aan de rand van de campus. • Parkeervoorzieningen voor de campus worden zoveel mogelijk geclusterd en waar mogelijk ook gecombineerd met parkeervoorzieningen van het sportcluster. We hanteren de uitgangspunten van het CROW1 voor acceptabele loopafstanden van geparkeerde auto naar (werk)locatie. Het CROW maakt onderscheid tussen acceptabele loopafstanden voor werknemers en voor bezoekers, leerlingen of studenten. • Het voetgangersgebied is ingericht om in geval van nood geschikt te zijn voor berijden door nood- en hulpdiensten. Overig verkeer wordt ten alle tijden geweerd uit dit gebied. Buiten de campus Ook buiten de campus spelen allerlei zaken op het gebied van verkeer welke direct en indirect de verkeerskundige situatie op de campus (zullen) beïnvloeden. Te denken valt hierbij aan de wens om in de directe nabijheid van de campus een mobiliteitshub te realiseren. Hiervoor geldt dat er vele verschillende varianten mogelijk zijn.

Een verdere uitwerking en concretisering is essentieel voor het bepalen van de meest passende variant. Wat de meest passende variant is, is ook mede afhankelijk van de inrichting van het campusterrein. De vormgeving en positionering van de hub zal van invloed zijn op en voor de inrichting van het campusterrein en visa versa. Een onderlinge afstemming tussen beiden is essentieel. Andere zaken die spelen zijn bijvoorbeeld de inrichting van de Rooseveltlaan tussen de Guido Gezellestraat en de Meester F.J. Haarmanweg. De breedte van het bestaande fietspad is op dit moment onvoldoende op basis van de ontwerpuitgangspunten uit het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan. Een verdere uitwerking en concretisering is nodig. Ook eventuele aanpassingen aan de rotonde Rooseveltlaan – Guido Gezellestraat vragen om een verdere verkenning en uitwerking op basis waarvan vervolgens besluitvorming kan plaatsvinden.

1 CROW: Oorspronkelijk een acroniem voor Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en

Wegenbouw en de Verkeerstechniek is een Nederlandse stichting die zich opstelt als kennisinstituut voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer, en werk en veiligheid. CROW houdt zich daarnaast bezig met aanbesteden en contracteren.

22

Indicatieve vierkante meters fietsenstalling en parkeerplaatsen VO

VSO-PRO

CTT

Scalda

Totaal

Afgerond

Fietsenstalling

3.358

801*

230*** 600****

4.989

5.000

Parkeerplaatsen

2.525**

4.476

4.500

306

95

1.550****

* Een deel van de leerlingen van de VSO-PRO scholen komt naar school met taxivervoer.

Hierdoor verandert wellicht de behoefte aan fietsenstalling. ** Uitgangspunt voor VO is 100 parkeerplaatsen. *** Wellicht is er geen aanvullende fietsenstalling nodig voor het CTT. CTT leerlingen van VO en Scalda kunnen immers hun fiets al parkeren in de voorziene ruimte voor VO en Scalda. Studenten van bedrijfsscholen komen veelal met de auto. ****programma terrein conform opgave Scalda september 2025

6.3

Bouwheerschap

Een bouwheer is de opdrachtgever van bijvoorbeeld een architect of aannemer bij het realiseren van een bouwwerk. De bouwheer regelt de aanbesteding, gunt het werk en is vervolgens opdrachtgever. Het bouwheerschap van en voor Campus Terneuzen ligt bij de gemeente Terneuzen. De gemeente Terneuzen neemt – in samenspraak met de betrokken partijen – de regie. Het verder ontwikkelen en realiseren van Campus Terneuzen is uiteraard een traject dat we gezamenlijk doorlopen en waar alle partijen een belangrijke rol in hebben.

23

Hoofdstuk 7: Stedenbouwkundige principes We verfijnden (en verfijnen) het beeld van en voor Campus Terneuzen door het verder concretiseren en vormgeven van de stedenbouwkundige uitgangspunten, bijvoorbeeld op het gebied van inpassing in de omgeving, structurering van bebouwing, openbare ruimte en verkeer en de uitstraling van de campus.

7.1

Aanzet voor stedenbouwkundig plan en stedenbouwkundig kader • • • • • • • • • • •

Campus Terneuzen is een ruimtelijk, samenhangend geheel Er is sprake van een overzichtelijke structuur Als sprake is van meerdere gebouwen, vormen de gebouwen samen een geheel Groene plek voor ontwikkelen, ontmoeten en (re)creëren Combinatie tussen onderwijs, sport en cultuur Aanwezige, groene kwaliteiten van sportpark versterken Campus hart Optimaal benutten van ruimte Duurzaam Toegankelijk voor iedereen (Sociaal) veilig

Leidende principes Onder leidende principes verstaan we op dit moment de uitgangspunten voor het verdere ontwerptraject van en voor Campus Terneuzen. •

Campus Terneuzen heeft een duidelijk ‘hart’ o Er is sprake van een centrale ontmoetingsplek o Gezamenlijke activiteiten kunnen hier plaatsvinden

•

Campus Terneuzen sluit goed aan bij sportpark Vliegende Vaart o Eén gebied met een samenhangende campussfeer o Ruim, groen karakter o Duidelijke familie van gebouwen / gebouwdelen

•

Campus Terneuzen is goed en veilig bereikbaar o Verschillende verkeersstromen zoveel als mogelijk scheiden o Voldoende ruimte voor parkeren van verschillende vervoersmiddelen ▪ Parkeren en logistiek aan randen met aandacht voor leveringen en bevoorrading o Autoluw én fietser en voetganger op 1 o Netwerk van openbare paden verbindt gebouw, terrein en omgeving o Aanwezigheid van mobiliteitshub

•

Veiligheid o Aandacht voor onderwerpen als verlichting, hangplekken, camera’s, hufterproof, calamiteiten, levendigheid, roken, …

•

Zichtlijnen vanaf Rooseveltlaan o Zichtlocatie o Zichtlijnen op gebouw(en) o Zichtlijnen op campus

•

Zuidrand als visitekaartje o Zichtlocatie

24

Hoofdstuk 8: Planning 8.1

Aanbesteding architect

Als aanbestedingsprocedure kozen we voor de concurrentiegerichte dialoog. Dit is een procedure die wordt gebruikt voor complexe opdrachten waarbij standaardoplossingen niet voldoen. Een procedure die ruimte biedt voor samenwerking tussen aanbestedende diensten en marktpartijen. De aanbestedingsprocedure bij een concurrentiegerichte dialoog bestaat uit twee fasen: een selectieen een gunningsfase. Om te worden uitgenodigd voor het doen van een inschrijving, moeten architecten aan een aantal eisen voldoen. We brengen het aantal geschikte gegadigden terug tot vijf. In augustus 2025 publiceerden we de selectieleidraad. In december 2025 ronden we deze fase af. Met deze vijf architecten gaan wij de tweede fase - de gunningsfase - in. Op basis van interviews brengen we in het aantal van vijf architecten terug naar drie architecten. Met deze drie architecten houden we dialoogrondes. Die bieden de mogelijkheid om gezamenlijk het project, de context en complexiteit te doorgronden. In deze gesprekken zijn alle partijen vertegenwoordigd. We voeren het inhoudelijke gesprek waarbij de architecten tekenen op basis van de input die we meegeven. Uiteindelijk worden de drie inschrijvingen beoordeeld op basis van prijs-kwaliteitverhouding en zullen we de opdracht gunnen aan een architect.

8.2

Integraal PvE

In de afgelopen periode werkten de betrokken partijen aan individuele programma’s van eisen, maar ook aan een visie op onderwijs. Een volgende stap is het combineren van de verschillende programma’s van eisen naar een samenhangend en integraal Programma van Eisen. Dit programma van eisen vormt samen met het Uitwerkingsplan een belangrijk document voor de tweede fase – gunningsfase – in de aanbestedingsprocedure voor een architect.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16275205/1