2025-11-27 a. Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2026 - Ontwerpbesluit
Tekst van het document
2. 3. 4. 5. 3.3.7
Maatschappelijke participatie PW, IOAW, IOAZ
1. 2. 3. 4. 5. 3.3.8
Wij kunnen u, als u (nog) niet toe bent aan werken, activiteiten aanbieden die het mogelijk maken deel te nemen aan het maatschappelijk leven. Het doel is u te helpen moeilijkheden om mee te doen of in uw moeilijkheden dagelijks leven te overwinnen. U kunt zelf een voorstel doen voor de wijze waarop u de maatschappelijke participatie invult. Als dit nodig is, kunnen wij u hulp en ondersteuning bieden. We zetten alle mogelijke middelen in die binnen het bereik van de gemeente liggen en meedoen vereenvoudigen. De vraag die u heeft moet er toe bijdragen dat u mee kunt doen. De voorziening moet bijdragen aan het verbeteren van uw situatie. Vrijwilligerswerk PW, IOAW, IOAZ
1. 2. 3.3.9
Wij kunnen u vrijwilligerswerk aanbieden. Vrijwilligerswerk kan u helpen om uw afstand tot werk kleiner te maken. Het doel van het vrijwilligerswerk is dat u uw kennis en vaardigheden vergroot. Diagnostische instrumenten PW, IOAW, IOAZ, Wgs
1. 2. 3.3.10
Wij kunnen u testen en/of onderzoeken aanbieden. U gaat dan naar een deskundige die onderzoekt welke belemmeringen en mogelijkheden u heeft om te kunnen werken of om uw werk te kunnen houden. Het doel van testen en onderzoeken is dat u uw kans op betaald werk vergroot en dat werk of een voorziening past bij uw mogelijkheden. Werkgeverssubsidie en tijdelijke loonkostensubsidie PW, IOAW, IOAZ
1. 2. 3.
Wij kunnen een werkgever die u in dienst neemt, voor een korte periode loonkostensubsidie geven. Dit doen wij alleen als de werkgever geen wettelijke loonkostensubsidie kan krijgen en u niet in aanmerking komt voor andere vergoedingen. Het doel is om werkgevers te stimuleren u in dienst te nemen. Maar ook om extra kosten die werkgevers maken voor uw begeleiding te vergoeden. 23
27/129
4.
Het werk mag geen andere werknemers bij hetzelfde bedrijf verdringen. Ook mag er geen oneerlijke concurrentie ontstaan met andere organisaties.
3.3.11
Scholing, cursussen, trainingen PW, IOAW, IOAZ
1. 2. 3.
Wij kunnen u scholing, een cursus of een training aanbieden. De scholing is bedoeld om werk te kunnen vinden of te kunnen behouden. Wij bepalen welke scholing u krijgt en hoe lang dit duurt.
3.3.12
Jobhunting, bemiddeling PW, IOAW, IOAZ
1. 2.
Wij kunnen een jobhunter of bemiddeling inzetten voor het vinden van werk. Een jobhunter zoekt passend werk.
3.3.13
Kinderopvang PW, IOAW, IOAZ
1.
2.
We kunnen er voor zorgen dat er passende kinderopvang beschikbaar is als: a. u meedoet aan een activiteit die nodig is om: • in te burgeren; • aan het werk te gaan; of • om werkervaring op te doen, en b. u zelf geen kinderopvang kunt regelen en betalen. Wij kunnen de kosten van kinderopvang, die voor uw rekening blijven, vergoeden.
3.3.14
Andere voorzieningen en vergoedingen, maatwerk PW, IOAW, IOAZ, Wgs
1. 2. 3. 3.3.15
We kunnen andere voorzieningen inzetten als dat nodig is om uw kans op werk te vergroten. We kunnen kosten vergoeden die u moet maken om mee te kunnen doen aan een voorziening of om te kunnen werken. Het college kan nadere regels vaststellen welke kosten voor vergoeding in aanmerking komen en wat de hoogte van de vergoeding is. Wettelijke loonkostensubsidie PW, IOAW, IOAZ
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Wij kunnen de werkgever een wettelijke loonkostensubsidie toekennen als u bij de werkgever in dienst komt, maar niet het wettelijke minimumloon kan verdienen. De werkgever moet voldoen aan de voorwaarden van artikel 10d van de Participatiewet. Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een arbeidsbeperking in dienst te nemen en productieverlies te vergoeden. Wij stellen vast of u het wettelijke minimumloon kunt verdienen. De loonkostensubsidie aan de werkgever hangt af van de loonwaarde. De hoogte van de loonkostensubsidie is maximaal 70% van het wettelijke minimumloon. Daar komen de wettelijke vakantietoeslag en een vergoeding voor werkgeverslasten bij. Totdat de loonwaarde is gemeten, kunnen wij de werkgever maximaal zes maanden een vaste maandelijkse loonkostensubsidie toekennen van maximaal 50% van het wettelijke 24
28/129
minimumloon. Daar komen nog de wettelijke vakantietoeslag en een vergoeding voor werkgeverslasten bij. 3.3.16
Administratief proces loonkostensubsidie PW, IOAW, IOAZ
1. 2. 3.
4. 5.
Wij verstrekken zoals in artikel 10d PW genoemd, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever. Bij een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing. Bij een beschikking op aanvraag sturen wij de beschikking naar de aanvrager (werkgever of de persoon) en de medebelanghebbende (werkgever of persoon die niet de aanvraag heeft ingediend). Een aanvraag voor loonkostensubsidie, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, beschouwen wij als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c lid 1, onder a PW. Wij stellen binnen 4 weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d lid 5 PW. Wij gebruiken bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie.
3.3.17 Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen PW, IOAW, IOAZ 1. 2.
Wij kunnen persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen verstrekken als u een arbeidsbeperking heeft. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden de volgende voorwaarden: a. u behoort tot de doelgroep en u bent minimaal 18 jaar oud. Wanneer u VSO/PRO onderwijs heeft genoten geldt de minimale leeftijd van 18 jaar niet; b. u kunt zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; c. de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal 6 maanden, met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week; d. het is geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; e. het is geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; f. wij vinden dat er geen sprake is van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en g. de kosten van de investering in de voorziening wegen op tegen de maatschappelijke opbrengsten van uitstroom naar werk.
3.3.18 Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen PW, IOAW, IOAZ 1. 2.
Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen kunt u of uw werkgever bij ons indienen. Wij kunnen hiervoor een aanvraagformulier vaststellen. Wij bepalen na overleg met u en indien van toepassing met uw werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan uw arbeidsinschakeling. 25
29/129
3.
4. 5. 6. 3.3.19
Wij onderzoeken, zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 4 weken na de aanvraag uw mogelijkheden en ondersteuningsbehoeften. Wij onderzoeken of integrale samenwerking nodig is. Zo ja, dan werken wij samen met andere partijen, zoals bijvoorbeeld instanties op het gebied van gezondheidszorg, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn of wonen. Dit om te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a lid 2 onderdeel g onder 1, of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 8a lid 2 onderdeel g onder 2 PW. Wij maken na afronding van het onderzoek, een schriftelijke verslag van de uitkomsten van het onderzoek. Op basis van het onderzoeksverslag nemen wij een besluit en sturen dit naar u of uw werkgever op. Een besluit over deze aanvraag voldoet aan de voorwaarden in paragraaf 2.5. Persoonlijke ondersteuning bij werk PW, IOAW, IOAZ
1. 2.
3. 4. 3.3.20
Wij kunnen persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van jobcoaching in natura verstrekken door middel van een jobcoach die werkt in opdracht van de gemeente of een derde, waarbij wij de uitvoering van de jobcoaching hebben ingekocht. Wij kunnen persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor: a. jobcoaching door een interne of externe jobcoach; of b. interne werkbegeleiding door een interne werkbegeleider. De in lid 1 en 2 genoemde ondersteuning kan ook worden aangeboden met het oog op het verrichten van werkzaamheden, anders dan in dienstverband, zoals bij een proefplaats of een leer-werktraject. Voor de hoogte van de subsidie, genoemd in lid 2 kan het college nadere regels vaststellen. Specifieke voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk PW, IOAW, IOAZ
1. 2. 3. 3.3.21
De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen 8 weken na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen. Lid 1 geldt niet als voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn. Wij besluiten op basis van individueel maatwerk, waarbij de aard, omvang, duur en intensiteit van de persoonlijke ondersteuning wordt gewogen. Interne werkbegeleiding PW, IOAW, IOAZ
1.
Als u bent aangewezen op begeleiding bij het verrichten van werk die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat, kunnen wij een subsidie verlenen aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten die verbonden zijn aan het organiseren van de interne werkbegeleiding.
26
30/129
2.
3.3.22
Wij kunnen aan de werkgever ambtshalve of op aanvraag een training aanbieden voor een of meer medewerkers om hen in staat te stellen aan personen behorend tot de doelgroep interne werkbegeleiding te bieden. Jobcoaching PW, IOAW, IOAZ
1.
2.
3.
4. 5. 6. 3.3.23
Een jobcoach die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt moet voldoen aan volgende kwaliteitseisen: a. de jobcoach beschikt over minimaal Hbo werk- en denkniveau; b. de jobcoach heeft een jobcoach opleiding gevolgd; c. de jobcoach heeft een registratie in het Register Loopbaancoach (voormalig Noloc Jobcoach) of het NVS-Beroepenregister voor jobcoaches en/of is werkzaam bij een organisatie die een Blik op werk of Oval Keurmerk heeft of een jobcoach erkenning heeft van het UWV; d. de jobcoach heeft ervaring op het gebied van jobcoaching; e. de jobcoach heeft kennis van de specifieke doelgroep met een arbeidsbeperking, regionale arbeidsmarkt (ontwikkelingen) en de regionale sociale kaart; f. de jobcoach zorgt ervoor dat zijn kennis en vaardigheden actueel blijven en investeert in na- en bijscholing Een uitzondering op de gestelde voorwaarden van lid 1 geldt voor situaties waarin een werknemer met baan en bijbehorende jobcoach bij ons binnenkomt, bijvoorbeeld als gevolg van verhuizing of een stageplek vanuit het VSO/PRO onderwijs. De jobcoach moet binnen 1 jaar alsnog aan de in lid 1 gestelde eisen voldoen. De in te zetten jobcoaching bepalen wij op basis van de volgende begeleidingsregimes: a. Licht: • jaar 1, 6% • jaar 2, 3% • 3 jaar of meer, 3% van het aantal overeengekomen werkuren b.
Midden: • jaar 1, 10%; • jaar 2, 5%; • 3 jaar of meer, 3% van het aantal overeengekomen werkuren. c. Intensief: • jaar 1, 15%; • jaar 2, 7,5%; • 3 jaar of meer, 6% van het aantal overeengekomen werkuren. Wij kunnen van de in het lid 2 bedoelde maximale percentages afwijken voor zover toepassing daarvan, leidt tot onredelijkheid en onbillijkheid. Als we een of meer jobcoaches zelf in dienst of gecontracteerd hebben, kunnen wij deze bij voorrang aanbieden. Voordat wij de jobcoaching beëindigen verrichten wij onderzoek. Als de beëindiging plaatsvindt met instemming van u en uw werkgever kunnen wij van dit onderzoek afzien. Jobcoaching in natura PW, IOAW, IOAZ
1.
Wij kunnen ambtshalve, of op aanvraag, jobcoaching in natura aanbieden.
27
31/129
2.
3.3.24
Bij aanvragen om jobcoaching in natura en de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag is het bepaalde in artikel 3.3.17 tot en met 3.3.20 en artikel 3.3.22 van deze verordening ook van toepassing. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching PW, IOAW, IOAZ
1. 2.
3. 4.
3.3.25
Wij kunnen op aanvraag subsidie voor het organiseren van jobcoaching verlenen aan een werkgever. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching kan, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 3.3.17 tot en met 3.3.20 en artikel 3.3.22 worden verleend als: a. de jobcoaching wordt geborgd door middel van een coachingsplan; b. de omvang en de kwaliteit van de georganiseerde jobcoaching passend is; c. de continuïteit van de jobcoaching geborgd is; en d. de persoon voor wie de subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk instemt met het organiseren van jobcoaching door de werkgever. Wij kunnen voor jobcoaching een maximumtarief per uur hanteren dat toereikend is voor de organisatie van jobcoaching, waarbij wij de tarieven bekend maken. Met instemming van de werkgever en de werknemer voor wie de subsidie wordt verleend, kan de jobcoach mede: • ondersteuning geven gericht op het vinden van werk; of • integrale ondersteuning geven bij de overgang van werk naar werk en van werk naar onderwijs. Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening PW, IOAW, IOAZ
1.
2.
Wij kunnen een vervoersvoorziening toekennen als u tot de doelgroep, genoemd in artikel 3.1, behoort. De vervoersvoorziening moet noodzakelijk zijn om naar uw werkplek, proefplaats of opleidingslocatie te reizen. Deze vervoersvoorziening kunnen we zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld verstrekken. Wij bieden een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. u kan door uw beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en b. b. het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer.
3. 4. 5.
De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat u werkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. Wij brengen een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening. Voor de hoogte van de vergoeding, genoemd in lid 3 kan het college nadere regels vaststellen.
3.3.26 Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap PW, IOAW, IOAZ
Wij kunnen een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie. 28
32/129
3.3.27
Specifieke voorwaarden meeneembare hulpmiddelen PW, IOAW, IOAZ
1. 2. 3.3.28
Wij kunnen een meeneembaar hulpmiddel toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken. Het meeneembare hulpmiddel wordt in beginsel in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kunnen wij besluiten het hulpmiddel in eigendom te verstrekken. Specifieke voorwaarden werkplekaanpassingen PW, IOAW, IOAZ
Wij kunnen een aanpassing van de werkplek toekennen aan een persoon, als dit noodzakelijk is om zijn werk uit te voeren. 3.3.29
Nazorg PW, IOAW, IOAZ, Wgs
1. 2. 3.4
Wij kunnen u ondersteunen of begeleiden nadat de uitkering is beëindigd in verband met het vinden van werk. Wij bieden u ondersteuning of begeleiding als dit nodig is om het werk te doen of te behouden. Schuldhulpverlening Wgs
Wij willen u graag helpen als u schulden heeft. U kunt om hulp vragen bij het vinden van een oplossing voor uw schulden. Hier worden de belangrijkste uitgangspunten genoemd die de we toepassen als u om hulp vraagt. 3.4.1 Samenwerking, instrumenten en toegang Wgs 1. Wij werken samen met andere organisaties om te voorkomen dat u problematische schulden opbouwt. Wij nemen contact met u op als wij signalen van betalingsachterstanden ontvangen. 2. Wij zorgen ervoor dat u op een eenvoudige manier om hulp kan vragen bij het vinden van een oplossing voor schulden. 3. We zetten instrumenten in om te zorgen dat u zo snel en zo goed mogelijk geholpen wordt zelf uw financiën te beheren. 4. Wij informeren over de hulp die we kunnen aanbieden en zorgen ervoor dat die hulp ook echt beschikbaar is. 5. Wij sluiten niemand uit van hulp. Tenzij iemand geen geldige verblijfstitel heeft, en geen verlengingsprocedure heeft lopen of geen inwoner is van de gemeente Terneuzen. 6. Voor de verdere uitwerking van dit artikel kunnen we beleidsregels vaststellen. 3.5
Regelingen voor mensen met een laag inkomen
3.5.1
Bijzondere bijstand PW, IOAW, IOAZ
1.
U kunt bijzondere bijstand aanvragen voor extra uitgaven die noodzakelijk zijn en die u niet kunt betalen uit uw maandelijkse inkomen of andere aanwezige middelen. 29
33/129
2. 3. 4. 3.5.2
Als u een inkomen heeft lager dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm kunt u in aanmerking komen voor individuele bijzondere bijstand. In afwijking van lid 2 van dit artikel geldt voor de kosten van bewindvoering, mentor, curatele en rechtsbijstand een inkomensgrens van 100 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm. Voor de uitvoering van de bijzondere bijstand kan het college nadere regels vaststellen. Collectieve zorgverzekering minima PW
1. 2. 3. 4. 3.5.3
Wij bieden samen met CZ een collectieve zorgverzekering aan voor mensen met een laag inkomen. Als u een inkomen heeft lager dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm kunt u gebruik maken van deze zorgverzekering voor minima. Als uw inkomen lager dan 120 procent van de bijstandsnorm is kunt u een bijdrage voor de premie van de aanvullende zorgverzekering krijgen. Voor de uitvoering van deze categoriale bijzondere bijstand kan het college nadere regels stellen. Individuele inkomenstoeslag PW
1. 2. 3. 4. 5.
3.5.4
U kunt individuele inkomenstoeslag aanvragen, als u langdurig een laag inkomen heeft. Hiermee bedoelen we in de 36 maanden voor de aanvraagdatum had u een inkomen dat niet hoger is dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm. U heeft geen uitzicht op inkomensverbetering hoger dan het niveau van 120% van de toepasselijke bijstandsnorm. U heeft in de afgelopen 36 maanden niet meer dan het toegestaan vrij te laten vermogen. Gehuwden en samenwonenden moeten beiden aan de voorwaarden voldoen. De individuele inkomenstoeslag is per 12 maanden: a. € 505 als u alleenstaand bent; b. € 655 als u alleenstaande ouder bent; c. € 730 als u gehuwd bent. Kinderopvang met sociaal medische indicatie Met een Sociaal Medische Indicatie (hierna: SMI) kunnen we u tijdelijk ontlasten door een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang te bieden. Een SMI is een vangnetregeling waarmee u tijdelijk wordt ontzorgd.
Gemeentewet 1. 2.
U kunt zich melden voor een aanvraag bij de gemeente, het gezinsteam van de uitvoeringsorganisatie van de gemeente of de jeugdverpleegkundige. U kunt in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming voor kinderopvang als: a. u een aantoonbare lichamelijke, zintuigelijke, verstandelijke of psychische beperking heeft (we kunnen dit laten vaststellen door een onafhankelijk adviseur); b. u in de gemeente Terneuzen woont; c. uw kind naar een geregistreerde opvang of gastouder gaat; d. uw kind 12 jaar is of jonger en het basisonderwijs of het speciaal onderwijs nog niet heeft verlaten; 30
34/129
e. f.
3. 4.
5. 6. 7.
u geen recht heeft op kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst; u onvoldoende mogelijkheden heeft binnen uw gezin of sociale netwerk om uw kind(eren) op te vangen; g. u geen gebruik kunt maken van voorliggende voorzieningen, of deze voorzieningen zijn niet voldoende; h. het noodzakelijk is dat uw kind naar de opvang gaat. Het doel is u tijdelijk te ontlasten en/of uw kinderen te ondersteunen. Wij kunnen een financiële tegemoetkoming weigeren als: a. u niet voldoet aan de vereisten van lid 2 van dit artikel; b. u niet bereid bent om hulpverlening te accepteren of hieraan mee te werken; c. u niet bereid bent mee te werken aan het opstellen van een gezinsplan; d. er een voorliggende voorziening aanwezig is; e. u niet voldoet aan de verplichtingen vastgelegd in artikel 7.1 van deze verordening; Wij beslissen over het aantal dagdelen waarvoor de financiële tegemoetkoming nodig is. U doet al het mogelijke om het aantal uren waarop noodzakelijke kinderopvang moet worden afgenomen, zo gering mogelijk en zo kort mogelijk te laten zijn. De opvang duurt maximaal zes maanden. Wij kunnen de opvangperiode als het nodig is eenmaal verlengen met maximaal zes maanden, na deze verlenging stopt de SMI. Om in aanmerking te komen voor een verlenging van de SMI voldoet u aan de volgende voorwaarden: a. U moet voldoen aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 7.1 van deze verordening. b.
U moet naar ons oordeel voldoende hebben gezocht naar een oplossing door middel van inzet van de eigen kracht en uw eigen netwerk. c. De verlenging moet opnieuw aantoonbaar noodzakelijk zijn, onderbouwd door een nieuw, onafhankelijk advies. d. U bent verplicht alle relevante informatie aan ons aan te leveren. e. De aanvraag voor de verlenging moet uiterlijk 6 weken voor het aflopen van de huidige indicatie. f. U levert een nieuwe inkomensverklaring af. Indien het inkomen is stellen we de eigen bijdrage opnieuw vast.
8. 9. 10.
11.
12.
Wij betalen de financiële tegemoetkoming uit aan de kinderopvangorganisatie. Indien uw inkomen hoger is dan 120 procent van de bijstandsnorm, betaalt u een inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Voor de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming en voor de berekening van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage, wordt aangesloten bij het model dat de Belastingdienst hanteert voor het berekenen van de eigen bijdrage bij de kinderopvangtoeslag. We beëindigen de tegemoetkoming: a. bij verhuizing buiten de gemeente; b. bij het vervallen van de sociaal-medische indicatie; c. bij het niet nakomen van verplichtingen zoals het aanleveren van informatie of het niet gebruiken van toegekende opvang; d. bij beschikbaarheid van een passende voorliggende voorziening. U bent verplicht: a. alle relevante wijzigingen aan ons te melden; b. mee te werken aan evaluatie en heronderzoeken; c. de inzet van de opvang zo beperkt mogelijk te houden. 31
35/129
14. De bepalingen van de artikel 7.4.1 en 7.4.2 van deze verordening zijn van overeenkomstige toepassing. 3.5.5
Meedoenbudget Gemeentewet
1. 2. 3. 4. 5. 3.5.6 1. 2. 3. 3.5.7
Het meedoenbudget is bedoeld om inwoners met een laag inkomen mee te laten doen aan sportieve, sociale, educatieve en/of culturele activiteiten. U kunt in aanmerking komen voor het meedoenbudget als u een inkomen heeft dat lager is dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm. U heeft niet meer dan het toegestaan vrij te laten vermogen. Het meedoenbudget bedraagt € 165,00 per persoon per 12 maanden. Wij betalen het meedoenbudget één keer per 12 maanden in één keer aan u uit. Volwassenenfonds Sport en Cultuur Het Volwassenenfonds Sport en Cultuur is bedoeld om inwoners vanaf 18 jaar met een laag inkomen mee te laten doen aan sportieve en culturele activiteiten. U kunt in aanmerking komen voor het fonds genoemd in lid 1 als u een inkomen heeft dat lager is dan 120 procent van de voor u toepasselijke bijstandsnorm. Wij betalen de contributie of het lesgeld aan de sportvereniging of de instantie waar u creatieve activiteiten doet. Zwemabonnementen zomerperiode Gemeentewet
1.
Het zwemabonnement is bedoeld om inwoners met een laag inkomen in de zomermaanden gratis gebruik te laten maken van de buitenzwembaden van de gemeente Terneuzen.
2.
U en/of uw gezinsleden kunnen in aanmerking komen voor het zwemabonnement als u een inkomen heeft dat lager is dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm.
3.5.8
Kindpakket Gemeentewet
1. 2. 3. 3.5.9
Het kindpakket is bedoeld om kinderen van ouders met een laag inkomen mee te laten doen aan sportieve, sociale, educatieve en/of culturele activiteiten. U kunt in aanmerking komen voor het kindpakket als u een inkomen heeft dat lager is dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm. U kunt het kindpakket aanvragen bij de Stichting Leergeld of het Jeugdfonds sport en cultuur. Minima reisproduct
1. Het minima reisproduct is bedoeld om inwoners met een laag inkomen gratis te laten reizen met het openbaar busvervoer. 2. U en of uw gezinsleden kunnen in aanmerking komen voor het minima reisproduct als u een inkomen heeft dat lager is dan 120% van de voor u toepasselijke bijstandsnorm. 3. Voor de uitwerking van dit artikel kan het college nadere regels vaststellen.
32
36/129
Hoofdstuk 4 Gezond en veilig opgroeien Wij willen dat kinderen en jongeren zo gezond en veilig mogelijk opgroeien. Dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van kinderen en jongeren zelf, hun ouders en hun (sociale) netwerk. Het kan zijn dat u hierbij ondersteuning nodig heeft. Dan kunt u terecht bij de gemeente. Met kinderen en jongeren bedoelen wij kinderen en jongeren tot 18 jaar. Maar ook jongvolwassenen van 18 tot 23 die al jeugdhulp ontvingen toen zij 18 jaar oud waren en die deze hulp vanaf hun 18e nog nodig hebben, en deze hulp niet onder een andere wet valt. Dit zijn de jeugdigen, zoals staat beschreven in artikel 1.1 van de Jeugdwet. In dit hoofdstuk leest u wat uw eigen verantwoordelijkheden zijn en wat de rol van de gemeente is. Ook vindt u hier informatie over voorzieningen. 4.1 Vrij toegankelijke hulp Jeugdwet 1.
2. 3.
Wij zorgen ervoor dat kinderen en jongeren zoveel mogelijk gezond, kansrijk en veilig kunnen opgroeien. Om dit te bereiken, helpen we alle kinderen en jongeren, hun ouders en hun sociale netwerk met: a. het versterken van de opvoed- en opgroeiomgeving, waarin gezinnen, wijken, scholen, kinderopvang en peuterspeelzalen samenwerken en elkaar aanvullen; b. het geven van informatie, advies en trainingen; c. het bieden van jeugdgezondheidszorg; d. activiteiten voor jongeren die hun talenten ontwikkelen; e. het bieden van opvoedondersteuning; en f. een vertrouwenspersoon. Deze ondersteuning is vrij toegankelijk. U hebt hiervoor geen besluit nodig van de gemeente. En ook geen verwijzing van een huisarts, medisch specialist of jeugdarts. Wij zorgen ervoor dat we signalen bij opgroei- en opvoedingsproblemen zo vroeg mogelijk opvangen. En dat we daar ook zo vroeg mogelijk ondersteuning bij aanbieden op vrijwillige basis.
4.2 Individuele voorziening Jeugdwet 1.
2.
3.
Wij kunnen u een individuele voorziening aanbieden waarbij we goed kijken welke ondersteuning op uw vraag aansluit. Wij kunnen de volgende vormen van hulp bieden: a. ondersteuning bij het opvoeden en opgroeien in de vorm van advies en cursussen; b. een plek in een pleeggezin of verblijf in een instelling. Pleegzorg heeft hierbij de voorkeur; c. specialistische jeugdhulp in de vorm van begeleiding, ondersteuning of behandeling; d. persoonlijke verzorging; e. vervoer naar en van de plaats waar u jeugdhulp krijgt. Bij vervoer is het uitgangspunt dat de jeugdige en/of ouder(s) zelf verantwoordelijk zijn voor het vervoer van en naar de jeugdhulp. Twee keer per week brengen en halen, voor een periode van minimaal drie maanden, zien we als iets wat ouders zelf kunnen regelen. Deze hulp is niet vrij toegankelijk. U hebt hiervoor een besluit nodig van de gemeente. Of u hebt een verwijzing nodig van een huisarts, een medisch specialist of een jeugdarts. 33
37/129
4. 4.3
Het college kan in nadere regels vaststellen welke individuele voorzieningen beschikbaar zijn en toelichten wat deze inhouden. Overgang van 18- naar 18+ Jeugdwet, Wmo 2015
1.
2.
3.
4.
Als een jeugdige gebruik maakt van een individuele voorziening en bijna 18 jaar wordt, bespreekt de zorgaanbieder samen met de jeugdige de veranderingen vanaf 18 jaar en of en welke ondersteuning dan nog nodig is. De zorgaanbieder legt dit vast in een toekomstplan, waarin staat: • welke hulp of ondersteuning nodig is vanaf 18 jaar; • hoe en vanuit welke wet (Wmo, Wet langdurige zorg, Zorgverzekeringswet of verlengde Jeugdwet) de hulp vanaf 18 jaar wordt ingezet. Ook als een jeugdige geen gebruik maakt van een individuele voorziening kunnen we ondersteunen bij het maken van een toekomstplan op alle belangrijke leefgebieden: • wonen; • inkomen; • zorg en ondersteuning; • scholing, werk of participatie; • vrije tijd; • uw sociale omgeving/sociale netwerk. Pleegzorg en verblijf in een gezinshuis voor jeugdigen loopt standaard door tot 21 jaar: • als het verblijf is gestart vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar; • als het verblijf is gestopt vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, maar binnen een half jaar na beëindiging weer wordt opgestart. Lid 3 geldt tenzij: • u dat zelf niet wilt; • en/of de pleegouders/gezinshuisouder(s) niet instemmen; • en/of voor alle partijen (inclusief uzelf) duidelijk is dat u andere passende hulp nodig heeft, en die hulp ook beschikbaar is; • en/of u voldoet aan de criteria van de Wet langdurige zorg.
5. Verlengde jeugdhulp in de vorm van pleegzorg blijft mogelijk vanaf 21 jaar totdat u 23 jaar wordt. 6. We streven naar een soepele overgang van Jeugdwet naar ondersteuning vanuit andere wetten. Dit noemen we een warme overdracht. Dit kan bijvoorbeeld de Wmo 2015, Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet zijn.
34
38/129
4.4
Afstemming met andere vormen van hulp Jeugdwet
1.
Wij zorgen ervoor dat de ondersteuning die u krijgt, aansluit bij andere vormen van ondersteuning die u krijgt. Om dat te bereiken, maken we afspraken met huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen, hulpverleners, instellingen, zorgverzekeraars en andere personen of organisaties. Die afspraken gaan over: a. procedures die gelden bij doorverwijzing naar ondersteuning; b. communicatie met andere organisaties en de gemeente; c. afbakening van taken en verantwoordelijkheden; d. aansluiting tussen vrij toegankelijke hulp en individuele voorzieningen. 2. Wij zorgen voor afstemming binnen de verschillende samenwerkingstrajecten. Hierbij houden we rekening met de privacywetgeving. Het gaat dan om afstemming met: • de gezondheidszorg, zoals huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen en zorgverzekeraars/zorgkantoor; • justitie en gecertificeerde instellingen, over kinderbescherming en jeugdreclassering; • Veilig Thuis; • maatschappelijke ondersteuning, over de continuïteit van ondersteuning als u 18 jaar wordt; • voorschoolse voorzieningen, onderwijs en leerplicht en werk en inkomen. 3. Wij letten in de afstemming op de volgorde waarop we hulp inzetten, zodat de inzet het meest effect geeft. Soms kan de hulp gelijktijdig worden ingezet. We zetten in op passende ondersteuning die leidt tot de minste maatschappelijke kosten op lange termijn.
Hoofdstuk 5 Wonen en meedoen in de samenleving Soms heeft u hulp nodig om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen in uw eigen omgeving. We helpen u als u zelf geen oplossing kunt vinden voor problemen. Bijvoorbeeld als u hulp nodig heeft in huis, bij dagelijkse dingen of aanpassingen in uw huis. We moeten zorgen dat inwoners met een beperking zo zelfstandig mogelijk kunnen blijven wonen. Daarbij kijken we niet alleen naar wat nu nodig is, maar ook naar wat u in de toekomst nodig kunt hebben. In dit hoofdstuk leggen we uit welke hulp we kunnen bieden. 5.1
Beschermd wonen Wmo 2015 1. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. 2. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 van de Wmo bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 35
39/129
5.2
Verplaatsen dichtbij huis Wmo 2015
1. 2.
Wij kijken altijd eerst naar een oplossing binnen een algemene of voorliggende voorziening. Voor het verplaatsen dichtbij huis beschikken we daarvoor als gemeente over collectief vraagafhankelijk vervoer en een scootmobielpool; Het college kan nadere regels vaststellen.
5.3
Mantelzorg
5.3.1
Ondersteuning mantelzorger Wmo 2015
1. 2. 5.3.2
Wij zorgen ervoor dat een professional de mantelzorg kan overnemen als u niet meer in staat bent om de mantelzorg vol te houden. Een mantelzorger kan ook ondersteuning krijgen in de vorm van respijtzorg, scholing, lotgenotencontact, het bieden van advies en informatie en ondersteunende gesprekken. Mantelzorgwaardering Wmo 2015
1.
2. 3. 5.3.3
Wij waarderen de inzet van u als mantelzorger voor inwoners met een beperking. Daarom stellen wij jaarlijks een mantelzorgwaardering vast. Het doel van de mantelzorgwaardering is om het belang van mantelzorgers voor de samenleving te onderstrepen. De mantelzorgwaardering bestaat uit een attentie en een ontmoetingsmoment. Het college kan nadere regels vaststellen. Voorwaarden mantelzorgwaardering Wmo 2015
1.
2.
Een inwoner die mantelzorg ontvangt kan mantelzorgwaardering aanvragen. Dit zijn de voorwaarden: a. De mantelzorger verleent de hulp minimaal acht uur per week gedurende drie maanden onafgebroken. b. De mantelzorger is iemand die geen betaalde hulp aan de inwoner geeft. c. We keren per huishouden maar één mantelzorgwaardering uit. Wij hebben een formulier waarmee u een mantelzorgwaardering kunt aanvragen.
36
40/129
Hoofdstuk 6 De vorm van de ondersteuning Als wij u ondersteunen, kan dat in verschillende vormen. In dit hoofdstuk vindt u de regels daarvoor. Wij kunnen ondersteuning bieden in de vorm van een dienst, zoals hulp in de huishouding of individuele begeleiding. Maar we kunnen u ook ondersteunen met behulp van een hulpmiddel, zoals bijvoorbeeld een rolstoel. Een uitkering of minimaregeling noemen wij ondersteuning in de vorm van geld. Onder ondersteuning valt ook het persoonsgebonden budget (pgb). Dit is geld waarmee u zelf de ondersteuning inkoopt die u nodig heeft. Ondersteuning in natura is ondersteuning die u van een instelling of professional krijgt die een contract heeft met de gemeente. Wij bieden u de ondersteuning die noodzakelijk is om uw situatie te verbeteren. 6.1
Ondersteuning in natura Jeugdwet, Wmo 2015
1. 2. 3. 4. 5. 6.
Als u in aanmerking komt voor ondersteuning, krijgt u deze ondersteuning in natura. Wij kunnen de ondersteuning ook op een andere manier geven, als dit in de wet of in deze verordening staat. Als u in aanmerking komt voor een hulpmiddel vanuit de Wmo 2015, dan verstrekken we dit in bruikleen of in eigendom. Wij zorgen ervoor dat de leverancier van het hulpmiddel u helpt om dit hulpmiddel goed te kunnen gebruiken. Wij zorgen ervoor dat de leverancier van het hulpmiddel de wettelijke bepalingen over de garantie nakomt. De leverancier vertelt u alles wat belangrijk is om te weten over het hulpmiddel dat u krijgt. Het college kan nadere regels vaststellen.
6.2
Persoonsgebonden budget (pgb)
6.2.1
Voorwaarden Jeugdwet, Wmo 2015
1.
2.
3. 4.
U kunt een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen als u kunt motiveren waarom het aanbod van de gemeente niet passend is en waarom u een pgb wenst. U moet dan ook voldoen aan de voorwaarden die de Wmo 2015, de Jeugdwet en deze verordening stellen. Als u een pgb wilt, kunt u of iemand anders de taken die bij het pgb horen, uitvoeren. Wij kennen een pgb alleen toe als wij vinden dat u of uw budgetbeheerder in staat is uw belangen voldoende te behartigen. De budgetbeheerder moet de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kunnen uitvoeren. De budgetbeheerder is verplicht om mee te werken aan de beoordeling van zijn pgb-vaardigheden als wij daar om vragen. Het pgb kan niet worden beheerd door een administratiekantoor. Met een pgb kunt u zelf ondersteuning inkopen. Het pgb heeft geen vrij besteedbaar bedrag. U mag het pgb niet gebruiken voor de volgende kosten: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; 37
41/129
b. c. d. e. f.
het voeren van een pgb-administratie; ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie; kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s); reiskosten van de hulpverlener; en kosten voor vervoer, als u zelf gebruik kunt maken van de regiotaxi of een andere vervoersregeling; g. kosten die worden gemaakt in het buitenland, tenzij het college hier toestemming voor heeft gegeven; h. kosten voor een aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag. 5. U maakt een plan voor de besteding van het pgb. Dit is het pgb-plan. In het pgb-plan schrijft u onder andere welke ondersteuning u met het pgb wilt betalen en wie de ondersteuning gaat geven. Wij moeten het plan goedkeuren voordat het pgb wordt toegekend. 6. Wij verstrekken geen pgb als er twijfels zijn over de integriteit van degene die de ondersteuning gaat geven. Dit doen wij, in ieder geval, als deze persoon in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag: a. fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, heeft gepleegd; b. betrokken was bij strafbare feiten of overtredingen beging die de veiligheid en de kwaliteit van de hulp in gevaar brengen; c. veroordeeld was tot een gevangenisstraf; of d. op basis van een Bibob-toets door het college is geweigerd als zorgaanbieder. 7.
Wij stellen een pgb vast waarmee u veilige, doeltreffende en kwalitatief goede ondersteuning kunt inkopen. De budgetbeheerder van het pgb moet met voldoende afstand en moet kritisch zijn beheerstaken kunnen vervullen. 8. Nadat het pgb is toegekend moet u of uw beheerder met de hulpverlener een zorgovereenkomst sluiten. Deze zorgovereenkomst moet gebaseerd zijn op ons besluit. 9. Wij kunnen, als wij dit nodig vinden, periodiek met u het pgb en het beheer ervan evalueren. Wij kunnen u verzoeken, in de situatie dat u het pgb niet zelf beheert, om de pgb-beheerder niet bij dit gesprek uit te nodigen. U kunt in voorkomende gevallen desgewenst een beroep doen op een onafhankelijk cliëntondersteuner. 10. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de jeugdhulp afnemen van een persoon uit het sociale netwerk. Dit geldt niet voor een ggz-behandeling. Een ggz-behandeling kan alleen door een professional worden verleend die niet tot het sociale netwerk behoort. 11. Wij weigeren een pgb: a. Als een wettelijke weigeringsgrond als bedoeld in artikel 8.1.1, vierde lid, van de Jeugdwet van toepassing is; b. Voor hulp die direct ingezet moet worden (crisishulp); c. Voor pleegzorg. 12. Het college kan nadere regels vaststellen over de voorwaarden en verplichtingen voor het pgb. 6.2.2
Professionele en niet-professionele hulp Jeugdwet, Wmo 2015
1. 2.
Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb maken we onderscheid tussen professionele en niet-professionele hulp. We spreken van professionele hulp als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van iemand uit het sociaal netwerk: 38
42/129
3.
4.
6.2.3
a. iemand die in dienst is van een instelling of bedrijfsmatig hulp verleent en ingeschreven staat in het Handelsregister, of b. iemand die als zelfstandige beroepsmatig de hulp verleent en ingeschreven staat in het Handelsregister. U mag het pgb besteden aan hulp die wordt gegeven door een professionele hulpverlener, als deze persoon voldoet aan de volgende voorwaarden. Deze persoon: a. moet de diploma’s hebben die nodig zijn om de hulp te kunnen geven; b. heeft een originele verklaring omtrent het gedrag (VOG) die niet ouder is dan drie maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag; c. moet als hij jeugdhulp biedt, aantonen dat hij de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling gebruikt en dat hij SKJ of BIG geregistreerd is. Van niet-professionele hulp is sprake als: a. de hulp geboden wordt door personen, al dan niet uit het sociaal netwerk, die niet voldoen aan de criteria genoemd in lid 2; b. de hulp geboden wordt door personen die voldoen aan de criteria genoemd in lid 2, maar onderdeel van het sociaal netwerk zijn. Hoogte en tarief pgb Jeugdwet, Wmo 2015
1. 2.
3.
Wij maken minimaal één keer per jaar de tarieven bekend op de gemeentelijke website. Het pgb voor een hulpmiddel is niet hoger dan de volledige kostprijs van het hulpmiddel en is niet hoger dan de goedkoopst passende voorziening. Als het bedrag dat u de hulpverlener uit het pgb gaat betalen hoger is dan de goedkoopst passende voorziening, betaalt u de meerkosten zelf. Bij het bepalen van de hoogte van het pgb voor het inkopen van ondersteuning hanteren wij de volgende regels: a. Als een professionele hulpverlener de hulp gaat bieden is het pgb 75 procent van de kostprijs voor zorg in natura, behalve als passende hulp voor een lager tarief kan worden ingekocht; b. Als dit onvoldoende is om passende ondersteuning in te kopen wordt het tarief aangepast tot maximaal de kostprijs van de voorziening Zorg In Natura die in deze situatie het goedkoopst is. Zodat er bij ten minste één zorgaanbieder kan worden ingekocht. c. Als een niet-professionele hulpverlener de hulp gaat bieden, is het pgb: I. voor de Wmo: gelijk aan het minimumloon, vermeerderd met de vakantiebijslag en tegenwaarde van de verlofuren. Indien de budgethouder werkgeverslasten moet afdragen, wordt het pgb verhoogd met deze werkgeverslasten. Hierbij gaat het college uit van het lage tarief, tenzij niet aan de voorwaarden hiervoor wordt voldaan. Dan verhoogt het college het pgb met het hoge tarief.
Beide tarieven worden (mede) gepubliceerd op de website van de SVB. Mocht het lagere tarief zijn gehanteerd, en later blijken dat het hogere tarief van toepassing is, dan verhogen we ook achteraf nog het budget. II. voor de Jeugdwet: bij het bestaan van een arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht gelijk aan het dan geldende minimum uurloon, inclusief vakantiebijslag, zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een persoon van 21 jaar of ouder met een 36-urige werkweek. 39
43/129
4. 5. 6.
6.2.4
Gaat het om een hulpmiddel, dan houden we bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving. Maar we houden ook rekening met de onderhouds- en verzekeringskosten. Voor een pgb voor woningaanpassingen vraagt u twee offertes op. Wij bepalen aan de hand van deze offertes de hoogte van het pgb. Wij stellen het pgb voor hulpmiddelen als volgt vast: de hoogte van het pgb is gelijk aan de huurprijs die wij betalen voor een vergelijkbaar middel bij zorg in natura. De hoogte van het pgb is maximaal de huurprijs van 7 jaar. Tenzij de situatie verandert waardoor het hulpmiddel niet meer passend is. In deze prijs zitten ook de kosten voor onderhoud, verzekering en reparatie van het hulpmiddel. Verantwoording pgb Jeugdwet, Wmo 2015
1. 2. 6.3
Wij kunnen u op elk moment vragen om duidelijk te maken hoe u het pgb heeft besteed. Wij kunnen u ook vragen welke resultaten de ondersteuning voor u heeft gehad. De budgetbeheerder zal daarom een duidelijke en volledige administratie moeten bijhouden. U mag uit het pgb alleen ondersteuning betalen die de hulpverlener ook daadwerkelijk heeft geleverd. Ondersteuning in geld Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Wgs
1. 2.
3. 4. 5.
6.4
In de wetten en in deze verordening staat wanneer u ondersteuning kunt krijgen in de vorm van geld. Ondersteuning in de vorm van geld hoeft u meestal niet terug te betalen. U moet het geld wel terugbetalen: a. als dat in de wet staat, b. als het in deze verordening staat, Nadat wij een besluit hebben genomen over de betaling, ontvangt u het geld zo spoedig mogelijk. Wij betalen het geld via uw rekeningnummer. Maar het kan ook op het rekeningnummer van uw gemachtigde, bijvoorbeeld uw bewindvoerder. Als dit niet lukt dan kunnen wij het geld op een andere manier betalen. Wij kunnen besluiten om het geld niet te betalen, maar te verrekenen met een bedrag dat u nog moet terugbetalen aan de gemeente. Dat is een verrekening van een vordering. Wij kunnen dit alleen doen als dit volgens de wettelijke regels kan. En het moet gaan om een vordering op grond van een van de wetten waarover deze verordening gaat. Wat is de eigen bijdrage? Wmo 2015
1. 2.
3.
U betaalt een eigen bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening. Een bijdrage in de kosten is nooit hoger dan: a. Het bedrag dat betaald moet worden op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 of b. De kostprijs van de voorziening als deze lager is dan het bedrag dat u volgens het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 zou moeten betalen. De duur van de eigen bijdrage hangt af van de soort voorziening. a. Voor hulpverlening vragen wij een eigen bijdrage voor zolang de indicatie duurt. 40
44/129
4. 5. 6.
7.
b. Voor voorzieningen die in bruikleen worden verstrekt, vragen wij een eigen bijdrage zolang de voorziening aan u is verstrekt. c. Voor een roerende voorziening die wij in eigendom verstrekken, vragen wij een eigen bijdrage totdat de kostprijs is voldaan. d. Voor een bouwkundige of woontechnische aanpassing vragen wij een eigen bijdrage totdat de kostprijs is voldaan. Er is slechts één eigen bijdrage per huishouden verschuldigd. Als u gebruik maakt van intramuraal beschermd wonen (hulp in natura) betaalt u een inkomensafhankelijke bijdrage. Er geldt geen eigen bijdrage: a. als u of uw partner/echtgenoot al een bijdrage in de kosten van beschermd wonen moet betalen; b. voor niet AOW-gerechtigde meerpersoonshuishoudens; c. voor een minderjarige, met uitzondering van woningaanpassingen; d. voor een rolstoel; e. voor een algemene voorziening; f. als uw inkomen lager is dan 120 procent van de voor u van toepassing zijnde uitkeringsnorm. Voor het collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV) geldt een eigen bijdrage per kilometer en een starttarief.
Hoofdstuk 7 Afspraken tussen inwoner en gemeente 7.1
De rol van de inwoner Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet, Awb, Wgs
1.
2.
U bent in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van uw probleem. Wij vullen de mogelijkheden van u en uw sociale netwerk aan als dat nodig is. U zorgt voor het volgende: a. U zet eerst de eigen mogelijkheden in voordat u hulp vraagt aan de gemeente. b. Als wij hulp verlenen werkt u mee aan de oplossing van uw probleem. c. U zorgt ervoor dat de hulp van de gemeente niet langer duurt dan nodig is. U werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier we uw probleem zo snel mogelijk kunnen oplossen. Dat betekent het volgende: a. U informeert de gemeente zo snel en zo volledig mogelijk. Het gaat dan over alles wat belangrijk is voor het beoordelen van uw hulpvraag, uw persoonlijke situatie en uw rechten en plichten. b. We ontvangen alle documenten en bewijsstukken die we nodig hebben zo snel mogelijk van u. c. U brengt ons zo snel mogelijk op de hoogte van uw beperkingen, als die van belang zijn in het contact met ons. d. Als u onvoldoende meewerkt kunnen we niet vaststellen welke ondersteuning nodig is. We kunnen een lagere omvang vaststellen of geen voorziening verstrekken. Een eerder toegekende voorziening kunnen we intrekken.
41
45/129
7.2
Afspraken en verplichtingen
7.2.1
Afstemming op houding en gedrag van de inwoner PW, IOAW, IOAZ, Awb
1. 2.
3.
4. 5.
7.2.2
Wij kunnen uw uitkering verlagen, als u zich niet aan afspraken en verplichtingen houdt. Als wij uw uitkering verlagen, laten wij u weten: a. waarom wij uw uitkering verlagen; b. hoelang wij uw uitkering verlagen; c. met hoeveel procent wij uw uitkering verlagen of om welk bedrag het gaat; en d. als dat van toepassing is, waarom wij hiervan afwijken. Als wij een beslissing nemen om uw uitkering te verlagen, houden wij rekening met: a. hoe ernstig uw gedrag is; b. of u er iets aan kunt doen (valt u iets te verwijten?); c. uw persoonlijke situatie. Voordat wij uw uitkering verlagen, geven wij u de mogelijkheid om uw reactie te geven. Wij kunnen besluiten om u niet de gelegenheid te geven een reactie te geven zoals bedoeld in lid 4. Dit doen wij als: a. u al eerder uw reactie heeft kunnen geven en de feiten en omstandigheden sindsdien niet zijn veranderd; b. u zelf aangeeft dat u geen reactie wilt geven. Geen schuld en verlaging PW, IOAW, IOAZ, Awb
We passen geen verlaging toe als u er niets aan kunt doen of als er sprake is van een dringende reden. 7.2.3
Ingangsdatum en periode verlaging PW, IOAW, IOAZ, Awb
1. 2.
3.
4.
7.2.4
Wij verlagen uw uitkering of bijzondere bijstand over de kalendermaand nadat dit gedrag heeft plaatsgevonden. Wij kunnen uw uitkering ook verlagen over de kalendermaand na de maand waarop wij hierover een besluit hebben genomen. Dat kan als we de uitkering over die periode al hebben uitbetaald. Wij houden hierbij rekening met de op dat tijdstip geldende uitkeringsnorm. Wij kunnen uw uitkering ook met terugwerkende kracht verlagen over de periode waarop uw gedrag betrekking heeft gehad of heeft plaatsgevonden. Dit kan op het moment dat we lid 1 van dit artikel niet kunnen toepassen, omdat we de uitkering hebben beëindigd of ingetrokken. Dit kan zo lang wij de uitkering nog niet hebben uitbetaald. Wij kunnen uw uitkering verlagen met ingang van de ingangsdatum van uw uitkering. Dit kan in afwijking van lid 1 van dit artikel. Dit kan op het moment dat uw gedrag heeft plaatsgevonden in de periode tussen de uitkeringsaanvraag en het besluit op die aanvraag. Berekening verlaging PW, IOAW, IOAZ, Awb
1.
De verlaging is een percentage van de voor u geldende uitkeringsnorm. 42
46/129
2. 3. 7.2.5
Als u maandelijks bijzondere bijstand ontvangt, kunnen wij deze bijstand met een percentage verlagen. Het college kan nadere regels vaststellen. Niet nakomen arbeidsverplichtingen PW, IOAW, IOAZ, Awb
1. 2.
3. 4.
5.
6. 7.2.6
Wij verlagen uw uitkering voor een maand met 5 procent van de uitkeringsnorm, als u zich niet tijdig laat registreren als werkzoekende bij het UWV. Wij verlagen uw bijstandsuitkering voor een maand met 10 procent van de uitkeringsnorm als u : a. niet voldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak; b. een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht, artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet, is ingetrokken. Wij verlagen uw bijstandsuitkering voor een maand met 50 procent van de uitkeringsnorm voor het niet naar vermogen proberen werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te krijgen en te behouden. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 10 procent van de bijstandsnorm als u: a. niet of niet voldoende meewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden om aan het werk te komen; b. niet of niet voldoende gebruik maakt van arbeidsinschakeling (artikel 36 IOAW of IOAZ) en overige verplichtingen (artikel 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit niet heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van die voorziening; c.
een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht (artikel 37 IOAW of IOAZ) is ingetrokken. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 50 procent van de uitkeringsnorm, als u: a. niet uw best doet om werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te krijgen; b. een baan afwijst; c. er zelf verantwoordelijk voor bent dat u uw werk kwijtraakt; d. niet of niet voldoende gebruik maakt van hulp door de gemeente, waardoor u sneller werk vindt (volgens de artikelen 36 en 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van de voorziening. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering niet, als wij deze uitkering blijvend of tijdelijk kunnen weigeren (zoals bedoeld in artikel 20 IOAW en IOAZ). Arbeidsverplichtingen die in de wet staan PW
1. 2.
Als u een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging 100 procent van de bijstandsnorm voor een maand. Als er bijzondere omstandigheden zijn, passen we de verlaging van het eerste lid toe over twee maanden in twee gelijke delen. De twee maanden zijn de maand waarover de verlaging oorspronkelijk is opgelegd en de maand daarna. 43
47/129
7.2.7
Te weinig besef van verantwoordelijkheid PW, Awb
1. 2.
3. 4.
7.2.8
Wij verlagen uw uitkering op het moment dat u te weinig inzet of verantwoordelijkheid toont voor uw eigen levensonderhoud. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente daardoor onterecht heeft uitbetaald. Dit noemen wij een benadelingsbedrag. De verlaging van de uitkering is: a. 5 procent voor de duur van één maand bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,00; b. 10 procent voor de duur van één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000,00 tot € 2.000,00; c. 25 procent voor de duur van één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000,00 tot € 4.000,00; d. 50 procent voor de duur van één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000,00 tot € 8.000,00; e. 50 procent voor de duur van twee maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 8.000,00 tot € 12.000,00; f. 50 procent voor de duur van drie maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 12.000,00 tot € 16.000,00; g. 50 procent voor de duur van vier maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 16.000,00 tot € 20.000,00; h. 50 procent voor de duur van vijf maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 20.000,00. Iedere overschrijding van dit bedrag met € 4.000,00 leidt tot een verlenging van de duur met één maand. Wij stemmen de verlaging, zoals bedoeld in artikel 18, tweede lid Participatiewet, maar anders dan lid 3 van dit artikel af op het benadelingsbedrag. Wij kunnen bijstand in de vorm van een lening verstrekken.
Wij doen dit als u door toepassing van lid 2 van dit artikel geen of te weinig middelen heeft om de noodzakelijke kosten voor levensonderhoud te betalen. Onacceptabel gedrag PW, IOAW, IOAZ, Awb
Wij verlagen uw uitkering als u zich op een onacceptabele manier gedraagt tegenover medewerkers van de gemeente en/of instanties die de Participatiewet, IOAW en IOAZ uitvoeren. Wij verlagen uw uitkering met: 1. 2. 7.2.9
100 procent voor de duur van een maand bij fysiek geweld tegen de genoemde medewerkers; 100 procent voor de duur van een maand bij bedreiging (mondeling of schriftelijk) tegen de genoemde medewerkers of bij fysiek geweld tegen spullen. Niet nakomen van andere verplichtingen PW, Awb
1. 2.
Wij verlagen uw uitkering als u andere verplichtingen, bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet, niet nakomt. Wij verlagen uw uitkering voor een maand met: a. 25 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet nakomen van verplichtingen over werken en arbeidsinschakeling; b. 25 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet nakomen van verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand; 44
48/129
c. 25 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet nakomen van verplichtingen die gericht zijn op een vermindering van de bijstand; d. 50 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet nakomen van verplichtingen die gericht zijn op beëindiging van de uitkering. 7.2.10
Samenloop van gedragingen PW, IOAW, IOAZ, Awb
1.
Wij leggen u één verlaging op, op het moment dat één gedraging schending van meerdere verplichtingen van dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet oplevert. Wij leggen u de hoogste verlaging op, inclusief de duur van de verlaging die daarbij hoort. 2. Wij leggen u meerdere verlagingen op, op het moment dat meerdere gedragingen leiden tot het niet nakomen van één of meerdere verplichtingen. We leggen deze verlagingen gelijktijdig op. Als dit niet mogelijk is leggen we ze na elkaar op. 3. Wij leggen geen verlaging op, als er sprake is van één gedraging waarbij u niet voldoet aan: a. de artikelen in dit hoofdstuk b. artikel 18, lid 4 Participatiewet in combinatie met artikel 17, lid 1 Participatiewet. Dan leggen we een bestuurlijke boete op. 4. Wij leggen u meerdere verlagingen op, als er sprake is van meerdere gedragingen waarbij u niet voldoet aan: a. de artikelen in dit hoofdstuk b. artikel 18, lid 4 Participatiewet in combinatie met artikel 17, lid 1 Participatiewet. Wij doen dit niet als dit niet verantwoord is. Wij houden hierbij rekening met de ernst van uw gedrag, de mate van verwijtbaarheid en uw persoonlijke omstandigheden. 7.2.11
Herhaling (recidive) PW, IOAW, IOAZ, Awb
1.
2.
3.
7.3
Wij verdubbelen de duur van de verlaging als u zich opnieuw schuldig maakt aan gedragingen genoemd in artikel 7.2.5 tot en met 7.2.9, met uitzondering van artikel 7.2.6. We doen dit alleen als u dit gedrag vertoont binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee we een verlaging hebben toegepast. Wij verlagen uw uitkering twee maanden met 100 procent als u zich opnieuw schuldig maakt aan gedrag zoals bedoeld in artikel 18, lid 4 van de Participatiewet. We doen dit alleen als u dit gedrag vertoont binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee we een verlaging hebben toegepast. Wij verlagen uw uitkering drie maanden met 100 procent als u zich binnen twaalf maanden voor een derde keer schuldig maakt aan gedrag zoals bedoeld in artikel 18, lid 4 van de Participatiewet. Terugvorderen uitkering en incasso PW, IOAW, IOAZ
1.
2.
We vorderen gemeentelijke uitkeringen terug in de gevallen die in de wet zijn beschreven. We doen dat volgens de regels van de wet en de nadere regels en de beleidsregels van het college. We vorderen niet terug als terugvordering onaanvaardbare gevolgen voor u heeft. Bij de incasso zorgen we ervoor dat u een inkomen blijft houden dat past bij uw persoonlijke situatie. Dit inkomen is in ieder geval gelijk aan de beslagvrije voet. 45
49/129
7.4 Herzien, intrekken, beëindigen, wijzigen, terugvorderen voorziening en bestrijden misbruik 7.4.1
Herzien en intrekken voorziening Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ
1. 2.
3. 7.4.2
Als u een voorziening krijgt, bent u verplicht om ons zo snel mogelijk te informeren over veranderingen in uw situatie die tot een heroverweging van ons besluit kunnen leiden. We kunnen het recht op een voorziening herzien of intrekken als sprake is van één van onderstaande gronden: a. u onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en wij met de juiste of volledige gegevens een andere beslissing hadden genomen; b. de voorziening of het pgb niet langer passend of nodig is; c. u zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die we aan de voorziening hebben verbonden; d. we de voorziening of het pgb hebben verstrekt op grond van verkeerde of onvolledige gegevens door u; e. als u onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening of het pgb. En we hierdoor niet langer kunnen vaststellen of we een voorziening kunnen voortzetten; f. u de voorziening voor een ander doel gebruikt dan bedoeld; g. u binnen drie maanden geen gebruik maakt van de voorziening of van het pgb, behalve als u daar niets aan kunt doen; h. als u veranderingen in uw situatie, die kunnen leiden tot een heroverweging van het besluit, niet bij ons meldt. We kunnen de voorziening of het pgb opschorten als u langer dan acht weken verblijft in een instelling die valt onder de Wet langdurige zorg of Zorgverzekeringswet. Terugvordering voorziening Jeugdwet, Wmo 2015, PW, BW
Wij kunnen, los van de situaties die in artikel 58 van de Participatiewet staan, een voorziening of de waarde daarvan van u terugvorderen. Dit doen wij als er sprake is van één van de redenen die we in artikel 7.4.1 hebben opgesomd. Wij kunnen voorzieningen van u, of van een derde terugvorderen als we die voorzieningen hebben ingetrokken omdat u of die derde onjuiste of onvolledige gegevens aan ons hebben verstrekt. 7.5
Verrekening Wet inburgering
Wij zijn bevoegd een boete op grond van de Wet inburgering 2021 te verrekenen met bijstand op grond van de PW.
7.6 7.6.1
Hoe controleert de gemeente? Controle Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ 46
50/129
1.
2. 3. 7.6.2
We controleren regelmatig of u recht heeft op een uitkering of maatwerkvoorziening/individuele voorziening/pgb. En of u de juiste uitkering of maatwerkvoorziening/individuele voorziening/pgb heeft aangevraagd of ontvangt. We controleren dit onder andere door: a. huisbezoeken te doen; b. aanbieders van hulp te bezoeken; c. gegevens te vergelijken met andere instanties; en d. signalen en tips uit te zoeken. Wij doen de controles ook om de kwaliteit van de voorzieningen te beoordelen en om te kijken of u de voorziening op de juiste manier gebruikt. Bij de controle van uitkeringen en voorzieningen zorgen we ervoor dat we de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten naleven. Schending inlichtingenplicht Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ