CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-11-26 a. Vaststellen Tam-omgevingsplan Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet) - Ontwerpbesluit

gemeenteraad 11 december 2025, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen TAM-omgevingsplan Buitengebied, Paulinaweg 12 Biervliet20.613 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeenteraad Ontwerpbesluit

Zitting van 11 december 2025 Omgeving & Economie - Planvorming zaaknummer: 477004

2025_Raad_00179 - Vaststellen Tam-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet) Portefeuillehouder Frank van Hulle Programma en/of paragraaf Programma Wonen & leefbaarheid Besluit Besluitpunt 1 De gemeenteraad besluit het Tam-omgevingsplan 'Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet)', als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0715.TAMBG92-VG01 met bijbehorende bestanden, zowel in digitale als analoge vorm (ongewijzigd) vast te stellen. Besluitpunt 2 De gemeenteraad besluit geen exploitatieplan vast te stellen, conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening. Wat is de aanleiding? Op de locatie Paulinaweg 12 in Biervliet is het veehouderijbedrijf van de Maatschap SchmitzBaets gevestigd. Binnen het bedrijf is ook een akkerbouwtak aanwezig. Het bedrijf wenst de bedrijfsvoering van de veehouderijtak te beëindigen en meldde zich bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) aan voor deelname aan de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting. De RVO accepteerde deze aanmelding. Voorwaarden voor deelname aan de regeling zijn: •

het bevoegde bestuursorgaan van de gemeente binnen de grenzen waarvan de veehouderijlocatie zich bevindt, wijzigt het omgevingsplan zodat op de locatie niet langer een veehouderij kan komen;

•

de voor de veehouderij op de locatie gebruikte productiecapaciteit (gebouwen en verhardingen) is afgebroken en verwijderd.

Om te voldoen aan de tweede voorwaarde van de regeling, sloopt initiatiefnemer de bestaande dierenverblijven.

1/145

Met dit TAM (Tijdelijk Alternatieve Maatregel) -omgevingsplan voldoet initiatiefnemer aan de eerste voorwaarde, namelijk het borgen dat op de locatie geen veehouderij meer gevestigd kan worden. Het TAM-omgevingsplan wijzigt het omgevingsplan via de bekende bestemmingsplanstandaard (IMRO) binnen de wettelijke kaders van de Omgevingswet. Wat willen we bereiken? We willen bereiken dat er binnen de gemeente sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Argumenten 1.1 Het stoppen van het bedrijf en daarmee het stoppen van de stikstofneerslag draagt bij aan herstel van de natuur. De stikstofneerslag van deze bedrijfslocatie komt op of boven de drempelwaarde uit van het overbelaste Natura 2000-gebied Westerschelde. Dit gebied ligt binnen 25 kilometer van de bedrijfslocatie. Binnen het Natura 2000-gebied Westerschelde zijn vooral de buitendijkse schorren gevoelig voor stikstofneerslag. Bedrijfsbeëindiging en daarmee beëindiging van de stikstofneerslag draagt bij aan het herstel van deze natuur. Kanttekeningen Er zijn geen kanttekeningen. Wat mag het kosten? Initiatiefnemer betaalt de kosten voor het opstellen van het TAM-IMRO omgevingsplan. De ambtelijke kosten voor deze procedure verrekenen wij via de legesheffing. Wat gaan we ervoor doen? Na vaststelling door de gemeenteraad: •

sturen wij het vastgestelde Tam-omgevingsplan naar de Provincie Zeeland.

•

maken wij het vastgestelde Tam-omgevingsplan bekend in het Zeeuwsch Vlaams Advertentieblad en Gemeenteblad.

•

publiceren wij het vastgestelde Tam-omgevingsplan digitaal op de landelijke voorziening (www.ruimtelijkeplannen.nl) en de gemeentelijke website.

•

ligt het vastgestelde Tam-omgevingsplan voor 6 weken ter inzage voor de beroepstermijn bij de Raad van State.

Bijlagen 1. Tam-omg.plan Hfdst. 22b Bgb, Paulinaweg 12-toel..pdf 2. Bijlage 1 toelichting_Quickscan natuurwaarden_geanon..pdf 3. Bijlage 2 toelichting_Aerius berekening.pdf 4. Bijlage 3 Nader onderzoek natuurwaarden_geanon.pdf 5. Tam-omg.plan Hfdst. 22b Bgb, Paulinaweg 12_regels.pdf 6. Tam-omg.plan Hfdst. 22b Bgb, Paulinaweg 12_verb.pdf 7. Tam-omg.plan Hfdst. 22b Bgb, Paulinaweg 12_bijl.reg.pdf 2/145

3/145

4/145

Document:

Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet)

IDN:

NL.IMRO.0715.TAMBG92-VG01

Status:

Vastgesteld

Datum:

6 augustus 2025

Aanvrager:

Dhr. Cox

Auteur:

Dhr. ing. L.M. Heesen

5/145

INHOUDSOPGAVE......................................................................................................................................................... 1 INLEIDING ...................................................................................................................................................................4 1.1 Aanleiding en doel ...............................................................................................................................................4 1.2 Ligging en begrenzing.........................................................................................................................................4 1.3 Het Omgevingsplan ............................................................................................................................................5 1.4 Leeswijzer ...........................................................................................................................................................5 2 Beschrijving huidige situatie..................................................................................................................................6 2.1 Algemeen .............................................................................................................................................................6 3 Voorgenomen ontwikkeling

...................................................................................................................................7 3.1 Projectbeschrijving ..............................................................................................................................................7 3.2 Landschappelijke inpassing ...............................................................................................................................8 4 Beleid en regelgeving ..............................................................................................................................................9 4.1 Rijksbeleid en Rijksregels...................................................................................................................................9 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie ...........................................................................................................................9 4.1.2 Instructieregels Rijk (AMvB’s) .....................................................................................................................9 4.1.3 Conclusie ....................................................................................................................................................

10 4.2 Provinciaal beleid en provinciale regels ......................................................................................................... 11 4.2.1 Zeeuwse omgevingsvisie ......................................................................................................................... 11 4.2.2 Omgevingsverordening Zeeland ............................................................................................................. 11 4.2.3 Conclusie .................................................................................................................................................... 11 4.3 Gemeentelijk beleid.......................................................................................................................................... 12 4.5.1 Omgevingsvisie Terneuzen ..................................................................................................................... 12 4.5.2 Bestemmingsplan “Buitengebied Terneuzen” ....................................................................................... 12 5 Fysieke leefomgeving ........................................................................................................................................... 13 5.1 PlanMER / m.e.r.

beoordeling......................................................................................................................... 13 5.1.1 Wettelijk kader ........................................................................................................................................... 13 5.1.2 Conclusie .................................................................................................................................................... 13 5.2 Natuur .................................................................................................................................................................... 13 5.2.1 Wettelijk kader ........................................................................................................................................... 13 5.2.2 Conclusie .................................................................................................................................................... 14 5.3 Geluid door activiteiten..................................................................................................................................... 14 5.3.1 Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen ........................................................................

14 5.3.2 Geluid door activiteiten.............................................................................................................................. 14 5.3.3 Conclusie .................................................................................................................................................... 14 5.4 Externe veiligheid ............................................................................................................................................. 14 5.4.1 Wettelijk kader ........................................................................................................................................... 14 5.4.2 Onderzoek.................................................................................................................................................. 15 5.4.3 Conclusie .................................................................................................................................................... 15 5.5 Kabels en Leidingen......................................................................................................................................... 15 5.5.1 Wettelijk kader ...........................................................................................................................................

15 5.5.2 Conclusie .................................................................................................................................................... 16

6/145

Onderbouwing Tam-omgevingsplan ‘Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet)’

1

5.6 Luchtkwaliteit.................................................................................................................................................... 16 5.6.1 Wettelijk kader ........................................................................................................................................... 16 5.6.2 Onderzoek.................................................................................................................................................. 16 5.6.3 Conclusie .................................................................................................................................................... 16 5.7 Bodem ............................................................................................................................................................... 16 5.7.1 Wettelijk kader ........................................................................................................................................... 16 5.7.2 Onderzoek.................................................................................................................................................. 17 5.7.3 Conclusie ....................................................................................................................................................

17 5.8 Beschermen van de gezondheid.................................................................................................................... 17 5.8.1 Wettelijk kader ........................................................................................................................................... 17 5.8.2 Onderzoek.................................................................................................................................................. 17 5.1.3 Conclusie .................................................................................................................................................... 18 5.9 Geur ................................................................................................................................................................... 18 5.9.1 Wettelijk kader ........................................................................................................................................... 18 5.9.2 Onderzoek.................................................................................................................................................. 18 5.9.3 Conclusie ....................................................................................................................................................

18 5.10 Water en watersystemen ................................................................................................................................ 18 5.10.1 Wettelijk kader ......................................................................................................................................... 18 5.10.2 Onderzoek ............................................................................................................................................... 18 5.10.3 Conclusie.................................................................................................................................................. 19 5.11 Cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw ............................................................................................ 19 5.11.1 Wettelijk kader ......................................................................................................................................... 19 5.11.2 Onderzoek ............................................................................................................................................... 19 5.11.3 Conclusie..................................................................................................................................................

19 5.12 Bedrijfsmatige activiteiten .............................................................................................................................. 19 5.12.1 Wettelijk kader ......................................................................................................................................... 19 5.12.2 Onderzoek ............................................................................................................................................... 19 5.12.3 Conclusie.................................................................................................................................................. 20 6 Beperkingengebieden........................................................................................................................................... 21 6.1 Beperkingengebieden ...................................................................................................................................... 21 7 Uitvoerbaarheid ...................................................................................................................................................... 22 7.1 Economische uitvoerbaarheid ....................................................................................................................

22 7.1.1 Financieel economische haalbaarheid .............................................................................................. 22 7.1.2 Kostenverhaal .......................................................................................................................................... 22 7.1.3 Nadeelcompensatie .................................................................................................................................. 22 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................................................. 22 7.2.1 Advies en instemming ........................................................................................................................... 22 7.2.2 Vaststellingsprocedure.......................................................................................................................... 23 7.2.3 Bezwaar / Beroep .................................................................................................................................... 23 8 Belangenafweging en conclusie ........................................................................................................................ 25 8.1 Is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan een locatie? .............................................

25 8.2 Conclusie ........................................................................................................................................................... 25

7/145

Onderbouwing Tam-omgevingsplan ‘Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet)’

2

Bijlagen: 1. Quikscan Natuurwaarden 2. Berekeningen Aerius beoogde situatie

8/145

Onderbouwing Tam-omgevingsplan ‘Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet)’

3

1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel Op de locatie Paulinaweg 12 te Biervliet is het bedrijf Maatschap Schmitz-Baets gevestigd. Binnen het bedrijf worden melkkoeien en jongvee gehouden en is een akkerbouwtak aanwezig. Het bedrijf heeft zich aangemeld voor de Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderijlocaties (LBV). Het bedrijf heeft ondertussen ook een beschikking gehad van RVO. De overeenkomst is ondertekend en het bedrijf gaat dus meedoen met de LBV-regeling. Onderdeel van deelname aan de regeling is dat de bestemming van de locatie dusdanig gewijzigd wordt dat er geen veehouderij meer op de locatie kan plaatsvinden. Verder wordt de omgevingsvergunning voor het houden van dieren ingetrokken, wordt de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming ingetrokken en worden de dierenverblijven gesloopt. Daarmee wordt geborgd dat er op (lange) termijn niet opnieuw een veehouderij kan ontstaan. Na sanering van de veehouderijactiviteiten resteert er op locatie een akkerbouwbedrijf.

Afbeelding 1 Paulinaweg 12 te Biervliet rood omcirceld.

De beoogde wijziging is niet rechtstreeks toegestaan op basis van het (tijdelijke) omgevingsplan. Onderhavige onderbouwing maakt onderdeel uit van de aanvraag voor het wijzigen van het omgevingsplan. Tot en met 31 december 2024 kan dat op basis van een TAM-imro. Daar wordt in onderhavig geval dan ook gebruik van gemaakt.

1.2 Ligging en begrenzing Het plangebied, Paulinaweg 12, ligt aan de noordoostelijke zijde van de kern Biervliet. Oorspronkelijk is er sprake van een agrarisch gebied. In de loop der jaren zijn er in de omgeving een aantal andere activiteiten ontstaan, zoals wonen, recreatie en niet - agrarische bedrijvigheid.

9/145

Onderbouwing Tam-omgevingsplan ‘Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet)’

4

Ten zuidwesten van de locatie, op een afstand van ongeveer 2,4 kilometer ligt de kern Biervliet. Ten oosten van de locatie, op een afstand van ongeveer 1,5 kilometer ligt industriegebied Mosselbanken. Ten noorden van de locatie op een afstand van ongeveer 120 meter ligt het Natura 2000 gebied “Westerschelde & Saeftinghe”. De dichtstbijzijnde woning ten opzichte van de locatie ligt ten zuidoosten op een afstand van ruim 550 meter. Verder liggen er enkele bedrijven bestemd als “Agrarisch bedrijf” rondom de locatie. Verder ligt ook ten zuidoosten van de locatie een bedrijf bestemd als bedrijf met functieaanduiding constructiewerkplaats. De locatie heeft een oppervlak van 388.780 m2 en is kadastraal bekend gemeente Terneuzen, sectie BB, nummer 472. Het bouwvlak op de locatie heeft een oppervlakte van circa 10.000 m2.

1.3 Het Omgevingsplan De locatie valt onder de werking van het ‘Omgevingsplan gemeente Terneuzen, welke vanaf 01-012024 in werking is getreden. Het omgevingsplan bevat regels van de gemeente voor de fysieke leefomgeving. Iedere gemeente heeft 1 omgevingsplan onder de Omgevingswet. Alle bestemmingsplannen die op 31 december 2023 bestaan, staan op 1 januari 2024 automatisch in een tijdelijk omgevingsplan. Dit heet een ‘omgevingsplan van rechtswege’. De gemeente gaat dit tijdelijke plan stap-voor-stap veranderen in een omgevingsplan. Dit is uiterlijk in 2032 klaar. De locatie viel voor 1-1-24 onder de werkingssfeer van het bestemmingsplan “Buitengebied gemeente Terneuzen”. Dit plan is door de gemeenteraad vastgesteld op 25 juni 2013. De locatie heeft de enkelbestemming “Agrarisch”. Binnen het perceel is een bouwvlak aanwezig. De bestaande (te slopen) bebouwing ligt deels buiten het bouwvlak. Daarnaast geldt er de gebiedsaanduiding “wro-zone – ontheffingsgebied.

Afbeelding 2 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan "Buitengebied gemeente Terneuzen"

1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van het initiatief dat mogelijk wordt gemaakt. Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving en analyse van de huidige ruimtelijk- functionele situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de gewenste situatie, de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. Hoofdstuk 5 gaat in op de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de beperkingengebieden. Hoofdstuk 7 gaat in op de uitvoerbaarheid van het plan. In hoofdstuk 8 vindt de belangenafweging plaats en wordt de slotconclusie getrokken.

10/145

Onderbouwing Tam-omgevingsplan ‘Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet)’

5

2 Beschrijving huidige situatie In dit hoofdstuk wordt de ligging en de huidige situatie van het plangebied beschreven. Ook wordt er ingegaan op de aanwezige ruimtelijk-functionele structuur van het plangebied en omgeving en komt de historische ontwikkeling aan bod.

2.1 Algemeen Het plangebied is gelegen In het buitengebied van Biervliet ten noordoosten van de bebouwde kom. De locatie ligt in een polderlandschap tussen Terneuzen en Biervliet direct tegen de Westerschelde, waarbij qua bebouwing hoofdzakelijk agrarische functies voorkomen met daartussen een enkele burgerwoning en niet agrarisch bedrijf.

Afbeelding 3 Luchtfoto met rood omlijnd de locatie Paulinaweg 12.

De percelen welke onderdeel uitmaken van het plangebied zijn kadastraal bekend als gemeente Terneuzen, sectie BB, nummer 472. De totale oppervlakte van het perceel bedraagt 388.780 m2. Het plangebied is gelegen op de hoek Paulinaweg/Scheldedijk. De dichtstbijzijnde woning ten opzichte van de locatie ligt ten zuidoosten op een afstand van ruim 550 meter. Verder liggen er enkele bedrijven bestemd als “Agrarisch bedrijf” rondom de locatie. Verder ligt ook ten zuidoosten van de locatie een bedrijf bestemd als “Bedrijf” met functieaanduiding “Constructiewerkplaats”. De locatie ligt aan noordoostzijde direct tegen het Natura 2000 gebied “Westerschelde & Saeftinghe”. Het hoofdgebruik in de directe omgeving is landbouwkundig en natuur. Op de locatie Paulinaweg 12 te Biervliet is het bedrijf Maatschap Schmitz-Baets gevestigd. Binnen het bedrijf worden melkkoeien en jongvee gehouden en is een akkerbouwtak aanwezig.

11/145

Onderbouwing Tam-omgevingsplan ‘Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet)’

6

3 Voorgenomen ontwikkeling In dit hoofdstuk wordt een (korte) beschrijving gegeven van de voorgenomen ontwikkeling. Hierbij wordt ook alvast ingegaan op bijzondere aandachtspunten voor zover daar sprake van is. Een eventuele verdere verantwoording van deze bijzondere aandachtspunten is opgenomen in hoofdstukken 4 en 5.

3.1 Projectbeschrijving Op de locatie Paulinaweg 12 te Biervliet is het bedrijf van initiatiefnemer gevestigd. Zoals eerder in dit plan beschreven is er in de bestaande situatie sprake van een melkrundveehouderij. Het bedrijf heeft zich aangemeld voor de LBV regeling. Het bedrijf heeft ondertussen ook een beschikking gehad van RVO. De overeenkomst is ondertekend en het bedrijf gaat dus meedoen met de LBV-regeling. Het doel van deze regeling is om de stikstofneerslag op kwetsbare natuur in Natura 2000gebieden naar beneden te brengen. Zo kan de natuur weer herstellen. Onderdeel van deelname aan de regeling is dat de bestemming van de locatie dusdanig gewijzigd wordt dat er geen veehouderij meer op de locatie kan plaatsvinden. Dat betekent dat er een aanduiding “veehouderij uitgesloten” opgenomen zal moeten worden om te voldoen aan de regeling. Middels het opstellen van onderhavig TAM-IMRO wordt invulling gegeven aan deze voorwaarde. Door het aanbrengen van deze wijziging wordt er voldaan aan de voorwaarden voor deelname aan de regeling “Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties”. Na sanering van de veehouderijactiviteiten resteert een akkerbouwbedrijf met ruim 35 hectare landbouwgrond. Initiatiefnemer gaat dit bedrijf op lange termijn zelf niet exploiteren. Het bedrijf zal daarom verkocht gaan worden.

De locatie dient een goede basis te bieden voor een kopende partij om hier een volwaardig bedrijf te kunnen exploiteren. Daarom is het wenselijk om het bouwvlak in de huidige vorm en omvang te behouden. Na sloop van de dierenverblijven resteert op het bedrijf de bedrijfswoning, 1 bedrijfsgebouw, erfverharding en de voormalige voeropslagen. Wens is om de voerplaten te behouden voor de beoogde bedrijfsvoering. Deze kunnen namelijk dienst doen voor de tijdelijke opslag van geoogst product, zoals bijvoorbeeld suikerbieten. Na de oogst worden de suikerbieten tijdelijk op de verharding opgeslagen tot het moment dat ze afgevoerd worden naar de suikerfabriek. Een en ander uitgebeeld in afbeelding 4.

12/145

Onderbouwing Tam-omgevingsplan ‘Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet)’

7

Afbeelding 4: Het rode vlak is het bouwvlak. De groene vlakken zijn de verhardingen (voormalige voeropslag) die in de beoogde situatie gebruikt gaan worden als opslag van geoogst product. Gele stippellijn zijn de te slopen gebouwen.

3.2 Landschappelijke inpassing De locatie is zowel aan de Paulinaweg als aan de Scheldedijk landschappelijk ingepast met een flinke houtwal. Deze zullen ook in de toekomstige situatie behouden blijven. Verder leidt het slopen van de dierenverblijven al tot een kwaliteitsverbetering. Aanvullende inpassing is dan ook niet noodzakelijk.

13/145

Onderbouwing Tam-omgevingsplan ‘Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet)’

8

4 Beleid en regelgeving In dit hoofdstuk worden de op het plangebied van toepassing zijnde beleidskaders behandeld. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op het van toepassing zijnde rijksbeleid. In de daarop volgende paragraaf komt het provinciaal beleid aan bod, daarna volgt het gemeentelijk beleid.

4.1 Rijksbeleid en Rijksregels 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht geworden. De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in de NOVI. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 20162021 (NWP) op grond van de Waterwet. In zijn totaliteit kent de NOVI 21 nationale belangen en opgaven die het verder uitwerkt. Die opgaven zijn niet meer op zichzelf staand op te lossen, maar grijpen in elkaar. Met de NOVI zoekt het Rijk een perspectief om de grote opgaven aan te pakken, om Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Om die reden worden binnen de NOVI prioriteiten gesteld. De NOVI stelt daarbij een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werkt het Rijk aan de vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; en, 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de afwegingsprincipes benut worden. Met de NOVI presenteert het Rijk een integrale, op samenwerking gerichte aanpak. De NOVI geeft een gebiedsgericht afwegingskader en sturende visie in een, gericht op het realiseren van een gezond, leefbaar, herkenbaar en economische sterk Nederland. Onderhavig initiatief betreft het aanbrengen van een functieaanduiding “veehouderij uitgesloten”, zodat er geen veehouderij meer op de locatie kan plaatsvinden. Gezien het zeer kleinschalige karakter van het plan heeft de Nationale Omgevingsvisie hier geen effect op. Het plan is daarmee passend binnen de Nationale Omgevingsvisie. 4.1.2 Instructieregels Rijk (AMvB’s) Tegelijkertijd met het in werking treden van de Omgevingswet (Ow) zijn een aantal Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) in werking getreden. Deze AMvB’s bevatten de nadere uitwerking van bepalingen van de Omgevingswet. Het betreft de volgende AMvB’s: 1.

Omgevingsbesluit (Ob): Gericht op burgers, bedrijven en bestuursorganen. Bevat regels over het bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen, over procedures, handhaving en uitvoering en over het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).

14/145

Onderbouwing Tam-omgevingsplan ‘Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet)’

9

2. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl): Gericht op bestuursorganen. Bevat onder meer de normen en instructieregels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. 3. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl): Gericht op burgers, bedrijven en overheden bij hun feitelijk handelen. Bevat algemene, rechtstreeks werkende regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Daarnaast heeft het Bbl regels over de staat en het gebruik van een bouwwerk. 4. Besluit activiteiten leefomgeving (Bal): Gericht op burgers, bedrijven en overheden bij hun feitelijk handelen. Bevat algemene, rechtstreeks werkende regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Ook worden in dit besluit vergunningplichten aangewezen. Het Bal en het Bbl bevatten rechtstreeks werkende, altijd geldende, regels. Hier dienen burgers, bedrijven en/of overheden zich te allen tijde aan te conformeren. Het Omgevingsbesluit bevat in hoofdzaak de ‘procedurele’ regels. Vanuit deze drie AMvB’s komen geen instructieregels naar voren die specifiek voor onderhavig project van toepassing zijn. Het Bkl bevat wel relevante onderdelen, ten aanzien van omgevingsplannen is hoofdstuk 5 van het Bkl (Omgevingsplannen) van belang. Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat 3 afdelingen.

Afdeling 5.1 bevat Instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Deze afdeling is opgedeeld in 8 paragrafen: 1. 2. 3. 4. 5.

Paragraaf 5.1.1: Algemene bepalingen Paragraaf 5.1.2: Waarborgen van de veiligheid Paragraaf 5.1.3: Beschermen van de waterbelangen Paragraaf 5.1.4: Beschermen van de gezondheid en van het milieu Paragraaf 5.1.5: Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed 6. Paragraaf 5.1.6: Behoud van ruimte voor toekomstige functies 7. Paragraaf 5.1.7: Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten 8. Paragraaf 5.1.8: Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen Afdeling 5.2 bevat Instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Deze gaan onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. Afdeling 5.3 bestaat uit een tweetal ontheffingsmogelijkheden. In de hoofdstukken 4, 5 en 6 van onderhavige onderbouwing wordt nader gemotiveerd dat aan alle wettelijke kaders voldaan wordt. Daarmee mag verondersteld worden dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met de instructieregels uit het Bkl. 4.1.3 Conclusie Voorliggend initiatief betreft het aanbrengen van een functieaanduiding “veehouderij uitgesloten”, zodat er geen veehouderij meer op de locatie kan plaatsvinden. Het betreft een kleinschalig initiatief dat weinig impact heeft op de leefomgeving.

Het is een, vanuit het oogpunt van landelijke doelstellingen, zeer klein initiatief, waardoor rijksbelangen niet worden belemmerd.

15/145

Onderbouwing Tam-omgevingsplan ‘Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet)’

10

4.2 Provinciaal beleid en provinciale regels 4.2.1 Zeeuwse omgevingsvisie De Zeeuwse Omgevingsvisie is een strategische langetermijnvisie voor Zeeland en beschrijft de uitdagingen voor de periode tot 2050, de Zeeuwse ambities voor 2050 en tussendoelen voor 2030. De Zeeuwse Omgevingsvisie beschrijft vier Zeeuwse Ambities voor 2050: 1. Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland; 2. Balans in de grote wateren en het landelijk gebied; 3. Een duurzame en innovatieve economie; 4. Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland; Op het gebied van landbouw wordt ingezet op het stimuleren van een volhoudbare landbouw waar landschapsversterking en biodiversiteit onderdeel van uitmaken. Waar mogelijk wordt ingezet op verbetering van de agrarische bedrijfsstructuur in het landelijk gebied, met behoud van bestaande landschappelijke en cultuurhistorische elementen. Het creëren van zoveel mogelijk meerwaarde is de ambitie. Dit houdt in dat bodemvruchtbaarheid, waterbeheer, biodiversiteit en landschap samengaan met het (kosten-) efficiënter boeren. Door verbetering van de bedrijfsstructuur maar ook bijvoorbeeld door het stimuleren van innovatie. Vanwege deze efficiëntere agrarische bedrijfsstructuur en als gevolg van de toenemende stoppende agrariërs raakt agrarische bebouwing overtollig en vraagt om een nieuwe invulling. Wonen in het landelijk gebied is hier een welkome nieuwe invulling.

De provincie ziet hier mogelijkheden. Hierbij wordt het mogelijk gemaakt voormalige agrarische bedrijfsbebouwing om te zetten naar wonen. Voor onderhavig plan kan hiertoe gemeld worden dat het alleen gaat om het aanbrengen van de functieaanduiding “veehouderij uitgesloten”. Het bedrijf op locatie blijft dus een “agrarisch” bedrijf geschikt als akkerbouwbedrijf. Zo wordt het bedrijf in de huidige vorm ook al uitgeoefend. De “herbestemming” heeft uitsluitend positieve invloed op de fysieke leefomgeving in de omgeving van de Paulinaweg 12, omdat de emissies van de veehouderij komen te vervallen. Het wijzigen van het omgevingsplan past derhalve binnen de provinciale uitgangspunten zoals gesteld in de provinciale omgevingsvisie. 4.2.2 Omgevingsverordening Zeeland In de Omgevingsverordening Zeeland zijn regels opgenomen ten aanzien van de fysieke leefomgeving van de provincie Zeeland. Hierbij zijn de uitgangspunten opgenomen die zijn vastgelegd in de Zeeuwse Omgevingsvisie. Dit initiatief betreft enkel het aanbrengen van de funtieaanduiding “veehouderij uitgesloten”. Ten behoeve van de regeling waar initiatiefnemer aan deelneemt worden de dierverblijven gesloopt. De “herbestemming” heeft uitsluitend positieve invloed op de fysieke leefomgeving in de omgeving van de Paulinaweg 12, omdat de emissies van de veehouderij komen te vervallen.

De sanering van een veehouderij en voorzetting van het bedrijf als akkerbouwbedrijf past derhalve binnen de provinciale uitgangspunten zoals gesteld in de provinciale omgevingsverordening. 4.2.3 Conclusie Het initiatief is passend binnen de provinciale uitgangspunten zoals gesteld in de provinciale omgevingsvisie Zeeland en de provinciale omgevingsverordening.

16/145

Onderbouwing Tam-omgevingsplan ‘Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet)’

11

4.3 Gemeentelijk beleid 4.5.1 Omgevingsvisie Terneuzen De Omgevingswet schrijft elke gemeente voor een omgevingsvisie op te stellen. Het is een langetermijnvisie op de leefomgeving binnen de gemeente. In deze visie staat beschreven welke ambities en opgaven er voor de langere termijn, tot 2040, zijn. Het uitgangspunt is dat de omgevingsvisie gebaseerd is op het bestaand beleid en dus geen nieuw beleid formuleert. De gemeente Terneuzen is thans nog bezig met het uitwerken van haar omgevingsvisie ‘Terneuzen’. Omdat er nog geen sprake is van een vastgesteld omgevingsvisie is op dit moment, conform het Omgevingsloket, de Structuurvisie gemeente Terneuzen 2025 nog het vigerende beleidsdocument. De gemeente Terneuzen werkt met een structuurvisie om uitspraken te kunnen doen over de wenselijkheid van ruimtelijke ontwikkelingen die niet rechtstreeks passen binnen het bestemmingsplan. Dit initiatief betreft enkel het aanbrengen van de functieaanduiding “veehouderij uitgesloten”. Ten behoeve van de regeling waar initiatiefnemer aan deelneemt worden de dierverblijven gesloopt. Met de ontwikkeling op deze locatie kan aan alle wettelijke kaders voldaan worden, zoals blijkt uit de toetsing in hoofdstuk 5 en 6. Het project is dan ook passend binnen de uitgangspunten van de structuurvisie.

Concluderend kan gesteld worden dat het initiatief in lijn ligt met de omgevingsvisie van de gemeente Terneuzen.

4.5.2 Bestemmingsplan “Buitengebied Terneuzen” De locatie Paulinaweg 12 valt onder de werkingssfeer van het bestemmingsplan “Buitengebied Terneuzen”. De locatie heeft de bestemming “Agrarisch”. Ter plaatse van de bestaande bebouwing is een bouwvlak toegekend. Tevens geldt de gebiedsaanduiding “wro-zone – ontheffingsgebied”.

Afbeelding 5: Uitsnede bestemmingsplan "Buitengebied Terneuzen" Paulinaweg 12.

Het aanbrengen van de aanduiding “veehouderij uitgesloten” op de locatie aan de Paulinaweg 12 is op basis van de vigerende bestemmingsplannen niet rechtstreeks toegestaan. Om de voorgenomen ontwikkeling in een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen is voorliggende wijziging van het omgevingsplan (TAM-IMRO), in het kader van de Omgevingswet, opgesteld.

17/145

Onderbouwing Tam-omgevingsplan ‘Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet)’

12

5 Fysieke leefomgeving In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 (fysieke leefomgeving) Omgevingswet.

5.1 PlanMER / m.e.r. beoordeling 5.1.1 Wettelijk kader Het bestemmingsplan Buitengebied Terneuzen biedt ontwikkelingsmogelijkheden aan de agrarische bedrijven. Daarbij gaat het onder andere om ontwikkelingsruimte voor grondgebonden veehouderijen en om uitbreidingsmogelijkheden voor bestaande intensieve veehouderijen. De nieuwvestiging, uitbreiding of wijziging van veehouderijbedrijven is in het kader van de milieuvergunning vanaf een bepaalde omvang mer- of mer-beoordelingsplichtig. Deze mer-(beoordelings)plicht is afhankelijk van het aantal dieren waarop het initiatief betrekking heeft. Voor een bestemmingsplan voor het buitengebied is in veel gevallen sprake van een planmer-plicht. Conform wet- en regelgeving en jurisprudentie dient bij de beoordeling of sprake is van een planmer-plicht ook rekening te worden gehouden met onbenutte ruimte die wordt overgenomen uit vigerende bestemmingsplannen en eventuele afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden. Door de ontwikkelingsmogelijkheden die het bestemmingsplan Buitengebied Terneuzen biedt is het mogelijk dat in bepaalde gevallen bij toekomstige uitbreidingen drempelwaarden uit het Besluit mer zullen worden overschreden, waarmee het bestemmingsplan het kader vormt voor een toekomstig besluit over mer(-beoordelings)plichtige activiteiten. Om deze reden is voor het bestemmingsplan Buitengebied sprake van een planmer-plicht.

Daarnaast kan niet op voorhand worden uitgesloten dat het bestemmingsplan significante negatieve effecten op Natura 2000 heeft. Wanneer voor een plan een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet noodzakelijk is, leidt dit automatisch tot een planmer-plicht. In dit geval is de activiteit niet m.e.r.-plichtig. Er vindt alleen een beperking van de gebruiksmogelijkheden van het plangebied plaats door het uitsluiten van veehouderijactiviteiten. 5.1.2 Conclusie Het uitvoeren van de activiteit op de fysieke leefomgeving geeft geen aanleiding tot het opstellen van een mer-rapportage, er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

5.2 Natuur 5.2.1 Wettelijk kader De Europese natuurwetgeving is in Nederland, op het gebied van soort- en gebiedsbescherming, uitgewerkt in de Wet natuurbescherming (Wn). Deze wet heeft tot doel alle in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten en natuurgebieden (Natura2000-gebieden) te beschermen en in stand te houden. Flora en fauna Bij elke ontwikkeling dienen de effecten van de beoogde ontwikkelingen op het voorkomen van beschermde dier- en plantensoorten onderzocht te worden. Ter plaatse is een quickscan natuurwaarden uitgevoerd (bijlage 1). Hieruit blijkt dat het voorafgaande aan de sloop van de bebouwing nodig is om nader onderzoek te doen naar de aanwezigheid van huismus, gierzwaluw, steenuil, kerkuil en vleermuizen. Dit vervolg is ondertussen in gang gezet, naar verwachting is dit vervolgonderzoek in oktober afgerond. Uit dit vervolgonderzoek zal blijken of het nodig is om een ontheffing danwel vergunning aan te vragen voor N2000 soorten, en of dat er compenserende maatregelen genomen moeten worden. De resultaten van het vervolgonderzoek zullen aangeleverd worden bij het bevoegde gezag. Tot die tijd kan er niet gesloopt worden. In de tussentijd kan wel onderhavig plan afgewikkeld worden. Flora en Fauna Gezien het huidige intensieve gebruik van het erf zijn er ter plaatse geen waarden te verwachten die beschermd moeten worden.

Natura2000 Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied betreft Westerschelde & Saeftinghe gelegen op een afstand van ongeveer 120 meter van de rand van het plangebied. Door sanering van de veehouderijactiviteiten

18/145

Onderbouwing Tam-omgevingsplan ‘Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet)’

13

komen de emissies van ammoniak te vervallen. Voor habitats in het Natura2000 gebied kan dit beschouwd worden als een positieve ontwikkeling. Voor overige effecten (geluid, licht, verstoring, etc.) kan gesteld worden dat de toekomstige bedrijfsvoering minder intensief is dan de bestaande bedrijfsvoering. Daarmee zijn er ter plaatse van Natura2000 gebieden geen negatieve effecten te verwachten. Met het programma Aerius is een berekening gemaakt van de beoogde bedrijfssituatie (bijlage 2). Hieruit blijkt dat de stikstofbelasting op Natura2000gebied fors afneemt. Bij de Provincie Zeeland is een aanvraag gedaan voor de beoogde bedrijfssituatie, waarbij de landbouwhuisdieren ingetrokken worden. Deze vergunningaanvraag is in behandeling bij de Provincie.

5.2.2 Conclusie Vanuit het aspect natuur is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

5.3 Geluid door activiteiten 5.3.1 Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen Een ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van een geluidsgevoelig object dient te worden getoetst aan de normen zoals opgenomen in het tijdelijke deel (bruidsschat) van het Omgevingsplan. In dit geval is er geen sprake van een nieuw geluidsgevoelig object. De bestaande woning is op dit moment tenslotte ook al geluidsgevoelig. Het aspect geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen vormt daarmee geen belemmering voor de voorgenomen wijziging van het omgevingsplan. 5.3.2 Geluid door activiteiten Voor het geluid door activiteiten te toetsen aan de Paulinaweg 12 is de afstand tot omliggende bedrijven van belang. Het dichtstbijzijnde bedrijf, een constructiewerkplaats, is gelegen aan de Paulinaweg 6 is op een afstand gelegen ruimer dan de richtafstand voor geluid. Hierdoor vormt dit geen belemmering voor de herbestemming van de Paulinaweg 12. Verder zijn er op korte afstand geen bedrijven of andere activiteiten die dusdanig geluid produceren die een belemmering vormen. 5.3.3 Conclusie Het aspect geluid vormt geen beperking voor onderhavig initiatief.

5.4 Externe veiligheid 5.4.1 Wettelijk kader Het algemene beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor (beperkte) kwetsbare objecten vanwege: het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichting), het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, water- en spoorwegen, buisleidingen) en het gebruik van luchthavens. Het beleid is onder andere verankerd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichting (Revi) en verder uitgewerkt / toegelicht in o.a. de Handleiding Externe Veiligheid Inrichtingen en de Handreiking Verantwoordingsplicht Groepsrisico. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is het beleid gebaseerd op de Nota Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (RNVGS). Op basis van deze nota geldt het Basisnet Vervoer voor zowel wegen, spoorlijnen als vaarwegen. Hiermee moet voorkomen worden dat zich externe veiligheidsknelpunten zullen gaan voordoen langs spoor- en waterwegen en het hoofdwegennet. Het transport van gevaarlijke stoffen middels buisleidingen is gebaseerd op het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Dit besluit verplicht gemeenten en provincies om buisleidingen op te nemen in het bestemmingsplan, inclusief een belemmerende zone.

Het Bevb gaat niet uit van bebouwings-, veiligheids- of toetsingsafstanden, maar van grenswaarden voor plaatsgebonden risico en een verantwoordingsplicht voor groepsrisico, vergelijkbaar met het Bevi. De opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik is gereguleerd in de circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Hierin worden veiligheidsafstanden gegeven ten opzichte van inrichtingen waar dergelijke stoffen opgeslagen worden. De gemeente is verplicht deze afstanden binnen het bestemmingsplan aan te houden. Dit geldt ook voor veiligheidsafstanden ten behoeve van de opslag van vuurwerk, welke in het Vuurwerkbesluit zijn vastgelegd.

19/145

Onderbouwing Tam-omgevingsplan ‘Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet)’

14

In het externe veiligheidsbeleid staan twee doelen centraal: de bescherming van individuen tegen de kans op overlijden als gevolg van een ongeluk en de bescherming van de samenleving tegen het ontwrichtende effect van een ramp met een groter aantal slachtoffers; respectievelijk het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risico van een bepaalde activiteit is de kans per jaar op een bepaalde plaats, dat een continu daar aanwezig gedacht persoon die onbeschermd is, komt te overlijden als gevolg van een mogelijk ongeluk met die activiteit. Het groepsrisico is de kans per jaar dat in één keer een groep mensen van een bepaalde omvang komt te overlijden bij een ongeval met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico is geen norm gesteld. Uit het vigerende beleid, zoals onder andere vastgelegd in het Bevi, geldt een verantwoordingsplicht. 5.4.2 Onderzoek In dit geval is er sprake van het aanbrengen van de functieaanduiding “veehouderij uitgesloten”. Het groepsrisico wijzigt ter plaatse niet, het aantal bewoners van de woning blijft gelijk. Binnen de toekomstige bedrijfsvoering zullen ook niet meer personen werkzaam zijn dan momenteel het geval is. Verder is het “Register Externe Veiligheid” geraadpleegd. Hieruit blijkt dat de locatie zich bevind in het aandachtsgebied gifwolk.

Daarnaast bevinden zich in de nabijheid van de locatie meerdere propaantanken gelegen aan de Paulinaweg 8. De risicocontouren van deze propaantank reiken niet tot de locatie aan de Paulinaweg 12. Dat blijkt ook uit onderstaande afbeelding.

Afbeelding 6 Uitsnede kaart “Register Externe Veiligheid” uit de "Atlas leefomgeving" (Paulinaweg 12 rood omcirceld)

5.4.3 Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen beperking voor onderhavig planvoornemen.

5.5 Kabels en Leidingen 5.5.1 Wettelijk kader Grotere kabels en leidingen krijgen in een bestemmingsplan veelal een planologische beschermingszone door middel van een dubbelbestemming. Hiermee wordt de bedrijfszekerheid en de veiligheid van de betreffende leiding gewaarborgd. De gemeente Terneuzen heeft een aantal leidingen aangemerkt als planologisch relevant, voor zover zij geen deel uitmaken van een inrichting zoals bedoeld in de Wet milieubeheer ('leidingen die deel uitmaken van een inrichting' zijn leidingen binnen de inrichtingsgrens die in beheer zijn van de drijver van de inrichting en leidingen die in beheer zijn van derden waarmee een product wordt geleverd aan

20/145

Onderbouwing Tam-omgevingsplan ‘Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet)’

15

de betreffende inrichting). Deze zijn in de verbeelding opgenomen met de bijbehorende belemmeringsstrook. 5.5.2 Conclusie Op basis van het omgevingsplan zijn er in of in de directe nabijheid van het plangebied geen dergelijke dubbelbestemmingen (belemmeringsstroken) gelegen.

5.6 Luchtkwaliteit 5.6.1 Wettelijk kader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voor waarden wordt voldaan: • er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; • het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; • het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1.

Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze ‘standaardgevallen NIBM’ vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. In dit geval is er in de beoogde situatie sprake van een akkerbouwbedrijf met vollegrondsgroenteteelt. Deze activiteit is te beschouwen als NIBM. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening voldoende zijn. Veel mensen bepalen met de NIBM-tool op een eenvoudige en snelle manier of een project in betekende mate bijdraagt aan de lucht verontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool. 5.6.2 Onderzoek Volgens de kaarten van het RIVM (atlas leefomgeving) bedraagt de concentratie PM2,5 ter plaatse 7.1 µg/m³, de concentratie PM10 ter plaatse 14.3 µg/m³ en de concentratie NO2 ter plaatse 12.5 µg/m³. In de Wet milieubeheer is de jaargemiddelde grenswaarde voor PM 2,5 gesteld op 25 µg/m³ en voor PM 10 op 40 µg/m³. Voor NO2 is de jaargemiddelde grenswaarde eveneens gesteld op 40 µg/m³.

Hieruit blijkt dat de concentraties ver onder de grenswaardes blijven. 5.6.3 Conclusie Het onderdeel kwaliteit van de buitenlucht vormt geen belemmering voor het initiatief.

5.7 Bodem 5.7.1 Wettelijk kader Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in paragraaf 5.1.4.5 Bkl opgenomen. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang: beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en -aantastingen. De waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem mag niet hoger zijn dan het blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens. De

21/145

Onderbouwing Tam-omgevingsplan ‘Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet)’

16

toelaatbare kwaliteit van de bodem is een voorwaarde voor bouwen op verontreinigde bodem en is geen omgevingswaarde. 5.7.2 Onderzoek In dit geval wijzigt de bestemming ter plaatse niet. Het bouwvlak wijzigt ook niet van vorm of omvang. In dit plan wordt uitsluitend geregeld dat er geen veehouderij meer kan worden uitgeoefend. Daarmee is het uitvoeren van een bodemonderzoek dan ook niet noodzakelijk. 5.7.3 Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen beperking voor onderhavig planvoornemen.

5.8 Beschermen van de gezondheid 5.8.1 Wettelijk kader Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten ‘veilige en gezonde fysieke leefomgeving’ en een ‘goede omgevingskwaliteit’ hangen nauw met elkaar samen. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. 5.8.2 Onderzoek Veehouderijen in juli 2016 is het VGO-onderzoek (Veehouderij en gezondheid omwonenden-onderzoek) verschenen. Hierin is onderzocht of het wonen in de buurt van veehouderijen effect kan hebben op de gezondheid van de omwonenden. Hieruit zijn een aantal positieve en een aantal negatieve gezondheidseffecten naar voren gekomen. Een eenduidig antwoord is dan ook niet gegeven. Positieve gezondheid effecten zijn onder andere dat is aangetoond dat mensen die rondom veehouderijen wonen minder astma en allergieën hebben. Dicht bij veehouderijen wonen mindermensen met COPD, een chronische ziekte aan de longen. Daar staat tegenover dat de mensen in deze omgeving die wel COPD hebben, daar vaker en/of ernstigere complicaties van hebben.

In 2017 is er een tweede rapport 'Veehouderij en gezondheid omwonenden - aanvullende analyses' gepubliceerd. Daarin zijn nieuwe analyses gedaan om de eerdere resultaten nog eens extra bevestigd te krijgen. De belangrijkste resultaten van het tweede rapport luiden als volgt: • Meer longontsteking Rond pluimveehouderijen en geitenhouderijen komen iets vaker longontstekingen voor. • Minder astma en allergie Bij mensen die dicht bij een veehouderij wonen komen astma en neusallergie minder voor. • Verminderde longfunctie Mensen die in de buurt van veel veehouderijen wonen kunnen een verminderde longfunctie hebben wanneer zij in de buurt van 15 of meer veehouderijen wonen. Ook is de longfunctie lager bij een hoge concentratie ammoniak in de lucht. Ammoniak komt uit mest. De afstand tot de veehouderij is hierbij niet van invloed. • Niet vaker ziekteverwekkers Hepatitis E-virus infecties en de resistente ESBL-bacteriën en Clostridium difficile komen net zo vaak voor bij mensen die dichtbij veehouderijen wonen als mensen die daar verder vandaan wonen. Resistente bacteriën zijn ongevoelig voor een aantal antibiotica en daarom moeilijker te behandelen. Bij uitvoering van het voorgenomen plan zal er een aanduiding “veehouderij uitgesloten” opgenomen worden in het omgevingsplan. Daarmee worden de veehouderij-activiteiten op locatie uitgesloten.

Dit zal een positief effect hebben op de gezondheid in de omgeving. Daarnaast zijn er in een straal van 1 kilometer rond de locatie Paulinaweg 12 geen veehouderijen gelegen. Spuitzones Voor wat betreft het spuiten van gewassen zijn geen wettelijke voorschriften over de minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop bomen en andere gewassen in de open lucht worden gekweekt, en nabijgelegen gevoelige objecten. Het ontbreken van dergelijke voorschriften laat echter onverlet dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening een afweging van alle bij het gebruik van

22/145

Onderbouwing Tam-omgevingsplan ‘Buitengebied, Paulinaweg 12 (Biervliet)’

17

de gronden betrokken belangen dient plaats te vinden, waarbij de aan te houden afstand tussen akkerbouwgronden en gevoelige objecten zodanig gekozen dient te worden dat een aanvaardbaar leefklimaat kan worden gegarandeerd. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft eerder overwogen dat toepassing van de vuistregel om een afstand aan te houden van 50 m tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk is (uitspraak van 27 mei 2015 in zaak nr. 201410309/1/R6). Binnen 50 meter van het bouwvlak van de Paulinaweg 12 liggen geen percelen van derden waarbij bedrijfsmatige exploitatie plaatsvindt. De gevoeligheid van de bedrijfswoning aan de Paulinaweg 12 wijzigt niet. Er kan daarmee gesproken worden van bestaand gebruik op basis van de planregels. 5.1.3 Conclusie Dit aspect vormt geen beperking voor onderhavig initiatief.

5.9 Geur 5.9.1 Wettelijk kader Het Rijk stelt voor een aantal gebouwen specifieke regels aan geurbelasting. Een onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan is ook de gemeentelijke geurverordening, hierin kan worden afgeweken van de standaardnorm. Indien van toepassing dient deze te worden meegenomen in de motivering. De instructieregels van het Bkl voor geur zijn gericht op aangewezen geurgevoelige gebouwen. In de aanwijzing van geurgevoelige gebouwen is de functie bepalend. Hierbij kan gedacht worden aan wonen, onderwijs of zorg. Voor overige gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van geurbescherming. Dat doet de gemeente vanuit haar taak van het evenwichtig toedelen van functies aan locaties. In artikel 5.91 Bkl worden de geurgevoelige gebouwen aan gewezen die in ieder geval beschermd moeten worden. Hier onder vallen ook gebouwen met een woonfunctie, gebouwen voor onderwijs, gezondheidszorg en kinderopvang. Specifieke beoordelingsregels voor geur voor de milieubelastende activiteit staan in artikel 8.20 Bkl. 5.9.2 Onderzoek Onderhavig plan leidt tot het saneren van een veehouderij met melkrundvee. Emissies van geur vanuit de dieren, opslag van mest, opslag van voer en dergelijke komen te vervallen. Dat kan als een positieve ontwikkeling voor omliggende geurgevoelige objecten worden beschouwd.

5.9.3 Conclusie Het onderdeel geur vormt geen belemmering voor het initiatief.

5.10 Water en watersystemen 5.10.1 Wettelijk kader Relevante beleidstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheerplan 2022-2027 van het waterschap, de Provinciale Omgevingsvisie (POVI), het Nationaal Waterplan, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Belangrijkste gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Water legt een ruimteclaim op het landschap waaraan voldaan moet worden. De bekende drietrapsstrategieën zijn leidend: ▪ vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); ▪ voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). Tevens wordt thans gewerkt met de trits, hergebruik-bergen-infiltreren-afvoeren. 5.10.2 Onderzoek Water in relatie tot de ontwikkeling (nieuwe situatie) Onderhavig plan heeft enkel betrekking op het opnemen van de aanduiding “veehouderij uitgesloten” van de locatie Paulinaweg 12. Voor de locatie neemt het verhard oppervlak af door sloop van bebouwing. De waterhuishouding en afvoer van hemel- en afvalwater zal verminderen door de sloop

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16227905/1