2025-10-30 a. RUD Zeeland 2de begrotingswijziging 2025 - Ontwerpbesluit
Tekst van het document
De genomen en nog te nemen processtappen en de op geleverde/op te leveren (deel)producten zijn voorzien van een planning die gericht is een "Toekomstbestendige en robuuste RUD" per 1 april 2026. M.b.t. de invulling van de functies uit het ingroeimodel zijn in de afgelopen periode stappen gezet (zie prioritering in invulling functies in de onderstaande tekst). De overige functies uit het ingroeimodel hangen samen met de vaststelling van het organisatieplan, waarna de inzet van de formatie voor de robuuste RUD waar nog niet intern over besloten is qua wijze van inzet (circa 9 tot 10 fte) voor 2025 zal worden geconcretiseerd. Daarnaast dient er nog een nadere uitwerking plaats te vinden met betrekking tot de functies die samenhangen met de aanvullende middelen op basis van het ingroeimodel die zijn opgenomen in de ontwerpbegroting 2026. Conform het plan van aanpak wordt nog steeds voldaan aan de eis om 80% van de medewerkers in eigen dienst te hebben. Daarnaast is door middel van de 1e begrotingswijziging 2025 voldaan aan de minimale omvang van € 16,5 miljoen (prijspeil 2023). In het kader van deze opgave zijn inmiddels de volgende functies geprioriteerd en grotendeels ingevuld of opengesteld, namelijk: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Strategisch werven: 6 fte aan opleidingsplaatsen; Uitbreiding basistakenpakket (i.v.m. de inwerkingtreding van de Omgevingswet): 2,3 fte; Informatiegestuurd werken: 1 fte; Basis op orde – teamleider: 1 fte; Basis op orde – overhead: 4,5 fte, bestaande uit 2 fte strategisch advies, 1 fte financieel specialist en 1,5 fte communicatie; Implementatiemanagers plan van aanpak: 2 fte; Energiecontroles: 4,3 fte, gefinancierd via incidentele SpUk-middelen; Jurist Wet open overheid (WOO): 1 fte; Versterking overhead: 2 fte, bestaande uit bestuurs- directiesecretaris en P&O/HR-medewerker.
Op basis van deze reeds geprioriteerde onderdelen resteert er momenteel nog een financiële ruimte van circa € 0,9 miljoen. Deze ruimte zal in de komende periode nader worden ingevuld ten behoeve van een robuuste RUD.
18
28/34
Kwaliteitscriteria RUD Zeeland voldoet aan de landelijke VTH-kwaliteitscriteria 2.3 (voor alle taken)3. Dit blijkt uit een analyse door een extern, gespecialiseerd bureau4. Hiermee voldoet RUD Zeeland aan KPI 2. Wel wijst het rapport op vier aandachtspunten die verbetering behoeven. RUD Zeeland pakt deze punten op en zet daarnaast een monitoringsprogramma op voor de kwaliteitscriteria zodat RUD Zeeland ook in de toekomst aan deze KPI blijft voldoen. Daarnaast geldt sinds 1 januari 2025 een nieuwe criteria, namelijk kwaliteitscriteria 3.0. Later in 2025 wordt de organisatie getoetst of ook wordt voldaan aan deze kwaliteitscriteria.
Innovatie Voor de innovatieagenda geldt de eis dat de omgevingsdienst aantoonbaar aandacht, capaciteit én budget reserveert voor innovatie. De organisatie moet in staat zijn om tijdig en adequaat in te spelen op toekomstige opgaven door het ontwikkelen van vernieuwende producten, diensten of processen. Dit moet worden geborgd via een (meerjarige) innovatieagenda en een vrij besteedbaar innovatiebudget, waarbij geldt dat innovatie niet ten koste mag gaan van het primaire proces. Innovaties die succesvol zijn, dienen uiteindelijk onderdeel te worden van de reguliere taakuitvoering. De innovatieagenda moet laten zien welke onderwerpen zijn geagendeerd, hoe innovatie binnen de organisatie wordt georganiseerd en op welke wijze dit aansluit op regionale ontwikkelingen. Als richtlijn geldt dat het innovatiebudget minimaal 1% van de totale begroting moet bedragen. Er wordt een innovatie agenda opgesteld voor het jaar 2026 en verder. Thema's die daarin naar voren komen zijn: financieringsstructuur, informatiemanagement, risicogericht werken. Het zwaartepunt zal naar verwachting gaan liggen op de combinatie van financieringsstructuur en informatiemanagement. In het ingroeimodel behorend bij het PvA is voorzien in middelen waarmee wordt voldaan aan de eis van een innovatiebudget van > 1% van de begroting.
Dit betreft in totaal €180.000, namelijk € 50.000 in de jaarschijf 2025 van het ingroeimodel en € 130.000 in de jaarschijf 2026 van het ingroeimodel.
Continuïteit Om te voldoen aan deze KPI wordt van de omgevingsdienst verwacht dat zij over voldoende weerstandsvermogen beschikt om risico’s en wijzigingen in het overgedragen takenpakket op te kunnen vangen. Dit houdt in dat er een afdoende algemene reserve moet zijn om zowel geïdentificeerde risico’s als onvoorziene operationele tegenvallers te kunnen dekken. De omgevingsdienst moet dit, conform het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), inzichtelijk maken in zowel de begroting als de jaarstukken. De hoogte van het benodigde weerstandsvermogen moet jaarlijks worden vastgesteld op basis van een actuele risicobeoordeling en bijbehorende financiële impact. De verhouding tussen de beschikbare en benodigde risicobuffer wordt uitgedrukt in de weerstandsratio. Als norm geldt hierbij een minimale ratio van 0,8, tenzij expliciet wordt vastgelegd dat risico’s (gedeeltelijk) worden opgevangen door de deelnemers. In lijn met de gestelde eisen is het weerstandsratio minimaal 0,8, met een streefwaarde van 1,0. Indien de ratio onder dit minimumniveau zakt, zijn afspraken gemaakt over de wijze waarop het weerstandsvermogen wordt aangevuld. Afwijking van deze norm is slechts toegestaan wanneer expliciet is vastgelegd dat bepaalde risico’s door de deelnemers worden opgevangen. Daarnaast wordt jaarlijks een 3
O.a. te raadplegen via: Kwaliteitscriteria vergunningverlening, toezicht en handhaving | Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl).
4
Libereaux, “Rapportage Nulmeting KC2.2”, september 2022.
19
29/34
actualisatie van het benodigde weerstandsvermogen uitgevoerd, waarbij ook de financiële impact van actuele risico’s wordt herijkt. Hiermee wordt invulling gegeven aan de vereisten van deze KPI en blijft het weerstandsvermogen beheersbaar en toereikend.
Sturing Van de omgevingsdienst wordt verwacht dat zij in staat is om een duidelijke relatie te leggen tussen werkzaamheden, personele inzet en financiële middelen. Dit vraagt om een informatiegestuurde werkwijze, waarbij data actief wordt benut ter ondersteuning van besluitvorming en kwaliteitsverbetering. Concreet houdt dit in dat de organisatie beschikt over een business-intelligence (BI) strategie, waarin is vastgelegd hoe gegevens worden verzameld, geanalyseerd en toegepast, inclusief de ambities en de weg daar naartoe. Er wordt geadviseerd om hiervoor minimaal drie fte beschikbaar te hebben binnen de uitvoeringsformatie VTH. Daarnaast dient de omgevingsdienst te beschikken over een opleidingsprogramma waarin structureel aandacht is voor zowel het behoud als de ontwikkeling van kennis, kunde en vaardigheden, gericht op zowel bestaande taken als toekomstige opgaven. Voor dit programma geldt dat minimaal 3% van de loonsom beschikbaar moet zijn als opleidingsbudget, en dat de begroting voldoende middelen bevat om het programma volledig uit te voeren. Op basis van deze vereisten kan de voortgang worden beoordeeld. De strategische personeelsplanning en als onderdeel daarvan het opleidingsplan is onderdeel van het lopende implementatietraject. De SPP met opleidingsplan is vergevorderd en zit in de conceptfase.
Op dit moment bedraagt het beschikbare opleidingsbudget nog geen 3% van de loonsom, waarmee nog niet volledig wordt voldaan aan de gestelde norm. De verwachting is echter dat, door de toekomstige invulling van de verkregen middelen, deze norm uiterlijk per 1 april 2026 wél wordt gerealiseerd. In het PvA is voorzien in middelen waarmee wordt voldaan aan de eis van het opleidingsbudget van > 3% van de loonsom. Dit betreft € 100.000 in jaarschijf 2026 van het ingroeimodel. Hiermee wordt invulling gegeven aan de structurele borging van zowel het behoud als de doorontwikkeling van kennis, kunde en vaardigheden binnen de organisatie. Er ligt een startnotitie om tot een BI-strategie te komen. De vacature van informatiemanager is opengesteld, de selectieprocedure loopt. Verwachting is dat een geschikte kandidaat kan worden aangetrokken. Hierna wordt de BI-strategie verder uitgewerkt. Financiële dekking op de bemensing is gerealiseerd. RUD-Zeeland beschikt over een medewerker informatie. De functie informatiemanager wordt binnen enkele weken ingevuld. Hiermee wordt een eerste invulling gegeven aan de structurele verankering van innovatie binnen RUD Zeeland. Dan rest nog 1 FTE die wordt ingevuld afhankelijk van de uitwerking van de BI-strategie/plan in de 2e helft van 2025.
Congruentie De bestuurlijke visie is om de Zeeuwse milieutaken te laten uitvoeren door een robuuste Zeeuwse omgevingsdienst, die een passend werkgebied heeft en daardoor weet wat er speelt. Een Zeeuwse omgevingsdienst met als werkgebied de gehele provincie Zeeland sluit aan op de Zeeuwse context. Naast RUD Zeeland opereren ook Provincie Zeeland, Veiligheidsregio Zeeland (VRZ), Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) Zeeland en het Waterschap Scheldestromen binnen dit werkgebied. Samen pakken zij de vele Zeeuwse maatschappelijke opgaven aan. Een Zeeuwse omgevingsdienst sluit daar het beste op aan. RUD Zeeland heeft een werkgebied dat congruent is met het karakter van het werkgebied en de maatschappelijke opgaven. Het werkgebied is de provincie Zeeland, met een grotendeels landelijk 20
30/34
karakter en relatief veel industrie. De provincie Zeeland heeft als kenmerk dat zij, na het havengebied Rotterdam, het tweede risicogebied van Nederland is op het gebied van milieu. Ook valt het gebied Nort Sea Port als NOVEX-gebied geheel binnen het werkgebied van RUD Zeeland.
21
31/34
begeleidingscommissie datum: onderwerp:
14 juli 2025 1 ste voortgangsrapportage 2025 en begrotingswijziging
het dagelijks bestuur van de RUD Zeeland p/a Postbus 35 4530 AA TERNEUZEN aan
Hieronder is enkel de opmerking over de begrotingswijziging opgenomen en beantwoord welke tijdens de vergadering van de begeleidingscommissie over de voortgangsrapportage is gemaakt. Geacht bestuur
,
De begeleidingscommissie heeft op 9 juli 2025 het DB-voorstel en het AB-voorstel besproken over de 1 ste voortgangsrapportage 2025. De betreffende documenten heeft de commissie op 2 juli 2025 ontvangen. Hieronder treft u het advies aan van de commissie. Inleiding De 1 ste voortgangsrapportage 2025 gaat over de periode januari tot en met april 2025. Hierin staat de stand van zaken qua realisatie van de doelstellingen en activiteiten van de RUD Zeeland. BC-vergadering van 9 juli 2025 Financiële opmerkingen: Uit het concept voorstel wordt niet duidelijk of de RUD de resultaten van deze voortgangsrapportage via een 2 e begrotingswijziging 2025 verwerkt. Gezien de grote effecten die volgen uit onder meer de jaarplannen ingroei robuuste RUD en de ondersteuning op PIOFAC en huisvesting adviseren we als commissie een voorstel tot begrotingswijziging 2025 bij het voorstel te voegen. ,
Hiermee kunnen de begrotingscijfers na vastgestelde wijzigingen ook worden opgenomen in de jaarstukken 2025. Zie ook de opmerking van de accountant in zijn verslag bij de jaarstukken 2024.
32/34
De
lagere deelnemersbijdrage zal naar verwachting voor de deelnemers voor een groot deel worden gecompenseerd door de verrekening van het negatieve rekeningresultaat over 2025. De
begrotingswijziging volgend uit de eerste voortgangsrapportage dient aan de deelnemers voor zienswijze te worden voorgelegd (overeenkomstig de VZG afspraken voor 30 september). Antwoord De
RUD:
voortgangsrapportage
zal ter informatie
worden
aangeboden aan het bestuur. Parallel zal begrotingswijziging over 2025 worden voorgelegd voor zienswijze die sec is gebaseerd op de gevolgen van de aanpassingen in de jaarplannen 2025 uit de voortgangsrapportage. De overige onderdelen uit de voortgangsrapportage betreffen prognoses en zullen niet mee worden genomen in deze begrotingswijziging over 2025. Vervolgens is deze begrotingswijziging opgesteld conform de wensen van de begeleidingscommissie. een
Conclusie van de begeleidingscommissie: De commissie geeft een positief advies aan het DB
voortgangsrapportage 2025, met in achtneming verwerkt, door te zetten richting het AB. De
begeleidingscommissie
Zij verzoekt stellen. Met
u
dit advies
aan
om
dat de
het voorstel
eerste
gemaakte opmerkingen
worden
is graag bereid de inhoud van deze brief nader toe te lichten. de deelnemers en aan het algemeen bestuur beschikbaar te
vriendelijke groet, de begeleidingscommissie,
namens
(geanonimiseerd) voorzitter
33/34
Postadres: Postbus 35, 4530 AA Terneuzen Bezoekadres: Stadhuisplein 1, 4531 GZ Terneuzen 14 0115 | +31 115 455 000 terneuzen.nl
uw brief van uw kenmerk zaaknummer contactpersoon telefoon e-mail verzonden
RUD Zeeland T.a.v. secretaris Dagelijks Bestuur Postbus 35 4530 AA TERNEUZEN
: 26 augustus 2025 : 2025-000078 : 772278 : Bernadette van Riet-van Alst : 14 0115 : b.vanriet@terneuzen.nl :
Terneuzen, 11 november 2025 Onderwerp: zienswijze 2de begrotingswijziging 2025 Geacht bestuur, U heeft de 2de begrotingswijziging 2025 aan ons toegezonden. Voor deze 2de begrotingswijziging 2025 vraagt u de gemeenteraad een zienswijze in te dienen. De conceptstukken zijn besproken in de raadsvergadering van 11 november 2025. Deze begrotingswijzing is een gevolg van het onderdeel jaarplannen 2025 uit de 1ste voortgangsrapportage 2025. De begeleidingscommissie bracht hierop advies uit. De begrotingswijzing is het gevolg van: 1. Aanpassing van de jaarplannen naar aanleiding van de 1ste voortgangsrapportage. 2. De warme overdracht bodem. Zienswijze onderdeel jaarplannen We brengen op onderdeel 1, aanpassing jaarplannen een negatieve zienswijze uit. U geeft aan dat u in het ontwikkeltraject naar een Robuuste RUD zit, een verhuizing heeft en overdacht Piofac-taken plaatsvindt. Hierdoor kunt u niet alle productieve uren uit het Jaarplan 2025 leveren. Er is dan geen reden om meer productieve uren in rekening te brengen. We brengen daarom een negatieve zienswijze in op het onderdeel jaarplannen van de 2de begrotingswijziging 2025. Met vriendelijke groet, Burgemeester en Wethouders van Terneuzen, gemeentesecretaris,
burgemeester,
S.I.L. (Steven) de Waal
H.J.A. (Erik) van Merrienboer
Gemeente Terneuzen
34/34