CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-10-30 a. RUD Zeeland 2de begrotingswijziging 2025 - Ontwerpbesluit

gemeenteraad 11 november 2025, gemeente TerneuzenBij agendapunt: RUD Zeeland – Vaststellen zienswijze 2e begrotingswijziging 202510.919 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeenteraad Ontwerpbesluit

Zitting van 11 november 2025 Omgeving & Economie - Vergunningen en Handhaving zaaknummer: 772278

2025_Raad_00153 - RUD Zeeland 2de begrotingswijziging 2025 (onderdeel jaarplannen 1ste voortgangsrapportage en warme overdracht bodem) Portefeuillehouder Laszlo van de Voorde Programma en/of paragraaf Paragraaf Verbonden partijen Besluit Besluitpunt 1 De raad besluit een negatieve zienswijze in te brengen op de 2de begrotingswijziging 2025 RUD Zeeland onderdeel jaarplannen. Wat is de aanleiding? We ontvingen van de RUD Zeeland de 2de begrotingswijziging 2025 (bijlagen 1, 2 en 3) voor het inbrengen van een zienswijze. De begrotingswijziging is een gevolg van de 1ste voortgangsrapportage 2025 onderdeel jaarplannen. In de 1ste voortgangsrapportage (bijlagen 4 en 5) staat de concrete verwerking van de jaarplannen 2025. Wat willen we bereiken? Door het inbrengen van een zienswijze maken we onze visie op de 2de begrotingswijziging RUD Zeeland kenbaar. Argumenten 1.1 We brengen een negatieve zienswijze in op het onderdeel jaarplan van de 2de begrotingswijziging. Het uitvoeren van alle werkzaamheden opgenomen in de jaarplannen is niet mogelijk. Bij de RUD Zeeland lopen op dit moment verschillende trajecten: de verhuizing, overdracht van Piofac-taken en de ontwikkeling naar een Robuuste RUD. Ook inwerken van nieuwe medewerkers kost tijd. Het gevolg hiervan is dat het leveren van alle productieve uren van het Jaarplan 2025 niet mogelijk is.

1/34

1.2 We gaan niet akkoord met de begrotingswijziging voor het onderdeel jaarplan. Omdat de productiviteit lager is, is het aanpassen van de begroting en daarmee de verhoging van de deelnemersbijdrage niet reëel. 1.3 We brengen geen zienswijze in op het onderdeel overdracht warme overdracht bodem. Deze werkzaamheden die verricht worden voor de warme overdracht bodem waren nog niet opgenomen in de begroting 2025. Dit is daarom een onderdeel van de 2de begrotingswijziging. Kanttekeningen 1.1 Heeft het gevolgen voor de uitvoering van de werkzaamheden door de RUD als het budget voor het onderdeel jaarplannen niet wordt opgenomen in de 2de begrotingswijziging 2025 ? We weten dat de RUD niet alle werkzaamheden kan uitvoeren gezien de redenen bij argument 1.1. Dit betekent dat er minder werk voor ons wordt uitgevoerd dan opgenomen in het Jaarplan 2025. 1.2 Zijn er risico’s als de RUD Zeeland niet alle productieve uren kan leveren? Door risicogericht te werken vermindert de RUD Zeeland risico’s. Dit houdt in dat er maximale aandacht blijft voor belangrijke (grotere) bedrijven en aandachtsdossiers. Voor laag risico-bedrijven werkt de RUD steeds meer met een quick-scan methodiek. Hierdoor komen eventuele risico’s tijdig in beeld.

1.3 Hoe weten we wat het aandeel is aan werkzaamheden die de RUD Zeeland verricht in het kader van de warme overdracht bodem? Het is niet precies inzichtelijk bij de RUD en de ons welke werkzaamheden eerder zijn uitgevoerd. Er is daarom een inschatting gemaakt. Deze inschatting is als richtlijn genomen. Jaarlijks wordt bekeken of dit reëel is. Er vindt dan verrekening plaats van meer of minder werk. Wat mag het kosten? De verhoging van de deelnemersbijdrage voor de warme overdracht bodem 2025 van € 117.575 nemen we op in de begroting. De totale deelnemersbijdrage voor 2025 is dan € 1.709.535. We dekken de hogere bijdrage uit de stelpost indexeringen voor een bedrag van € 111.233 en voor een bedrag van € 6.342 uit het begrotingsresultaat. Met het verwerken van deze mutatie is de stelpost indexeringen voor 2025 leeg. In de begroting 2026 zijn al de bedragen voor warme overdracht opgenomen. Het bedrag voor het jaarplan 2025 van € 79.628 in de 2de begrotingswijziging nemen we niet op. Wat gaan we ervoor doen? We dienen een negatieve zienswijze (bijlage 6) in bij de RUD Zeeland op de 2de begrotingswijziging 2025 RUD Zeeland onderdeel jaarplannen.

Bijlagen 1. Bijlage 1 aanbiedingsbrief 2de begrotingswijziging 2025 2/34

2. 3. 4. 5. 6.

Bijlage 2 AB voorstel concept 2de begrotingswijziging 2025 Bijlage 3 Memo nadere toelichting 2de Begrotingswijziging 2025 Bijlage 4 1ste voortgangsrapportage 2025 Bijlage 5 advies BC 2025 juli 9 BW 2025 incl. beantwoording RUD Bijlage 6 20251111 zienswijze 2de begrotingswijziging.pdf

3/34

DE

OMGEVINGSDIENST

VOOR

EEN

SCHOON

EN

VEILIG

vin AN |

ZEELAND

LD

Aan:

ons

Gemeenteraden

Zeeuwse

Provinciale Staten

Terneuzen,

26

gemeenten,

e-mail

Zeeland,

van

kenmerk

behandeld door telefoonnummer

:

_

2025-000078

Concerncontroller :

06 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) rud-zeeland.nl

2025

augustus

Betreft: 2° begrotingswijziging 2025

Geachte raadsleden

Op

18

augustus

2025

begrotingswijziging begrotingswijziging Hierbij

sturen

dat

het

en

Statenleden,

heeft het

dagelijks bestuur van RUD Zeeland ingestemd met de 2° heeft het dagelijks bestuur ingestemd met het voorleggen

2025. Tevens 2025

voor

zienswijze

2025

voor

zienswijze.

Eveneens

algemeen bestuur zal worden voorgelegd op 8 december 2025 begeleidingscommissie, inclusief onze reactie op dit advies bijgevoegd. aan

is het en

concept voorstel

het advies

van

de

ingediend bij de secretaris van het dagelijks (email: post@rud-zeeland.nl en in cc naar MMMerud-zeeland.nl). (geanonimiseerd) Om een tijdige besluitvorming te laten plaatsvinden is de zienswijzetermijn korter dan de voorgeschreven 12 weken. Als dit procesmatig problemen oplevert dan vernemen wij dit graag. De

zienswijze kan

bestuur

van

tot en

met

18 oktober

de 2°

de deelnemers.

aan

wij u de 2° begrotingswijziging

van

2025

worden

de RUD Zeeland

vergadering van het dagelijks bestuur van 10 november 2025 behandeld. Daarna wordt de 2° begrotingswijziging 2025 met de daarop ingediende zienswijzen ter besluitvorming voorgelegd aan het algemeen bestuur in de vergadering van 8 december 2025. Over deze besluitvorming wordt uw raad of staten geïnformeerd. De

tijdig ingediende zienswijzen

worden in de

Hoogachtend,

(geanonimise rd) W.A.

Jochems

Directeur

RUD Zeeland

4/34

h

Concept voorstel AB Onderwerp: concept 2e begrotingswijziging 2025 Zaaknummer: Portefeuillehouder MT: Staf

Terneuzen, 8 december 2025 Opsteller: Concerncontroller

______________________________________________________________________________ Aan het algemeen bestuur van RUD Zeeland, 1. Gevraagd besluit a. Vaststellen van de 2e begrotingswijziging 2025. 2. Effect van het besluit Het aanpassen van de begroting 2025 op basis van het onderdeel jaarplannen 2025 uit de 1e voortgangsrapportage 2025. De overige onderdelen uit de voortgangsrapportage betreffen prognoses en worden niet meegenomen in deze 2e begrotingswijziging over 2025. 3. Argumenten of Overwegingen De 1e voortgangsrapportage 2025 wordt eveneens ter kennisname aan het algemeen bestuur aangeboden in de AB-vergadering van 8 september 2025. Met dit voorstel wordt de concrete verwerking van de jaarplannen 2025 uit de 1e voortgangsrapportage 2025 tevens voorgelegd als formele begrotingswijziging. Hiermee wordt de begroting 2025 aangepast op basis van het onderdeel jaarplannen 2025 uit de 1e voortgangsrapportage 2025, zoals in de tabel hieronder opgenomen. Omschrijving Primtieve begroting 2025 Bedragen * € 1.000 Lasten Programma Milieu: Programmalijn Milieu - Vergunningverlening Programmalijn Milieu - Toezicht en Handhaving

4.361 5.703

Overig: Overhead Onvoorziene lasten

3.891 178

1e begrotingswijziging Voortgangsrapportage 2025 Jaarplannen Plan van Begroting 2025 Aanpassing Materieel CAO 2024 aanpak na 1e wijziging 2025 robuuste RUD

1.780 1.780

29 29

6.171 7.513

15

3.906 178

561 842

266 399

Begroting 2025 na 1e wijziging en voortgangsrapportage

6.998 8.753

3.906 178

Totaal Lasten Baten Algemene bijdrage deelnemers Materieel budget Bijdrage deelnemers DCMR Subsidie Bijdrage Waterschap in schaalnadeel overhead

14.133

3.560

74

17.767

1.403

14.085 27

3.085

74

17.244 27

1.403

Totaal baten

14.133

3.560

74

17.767

1.403

665

19.835

0

0

0

0

0

0

0

Begrotingsresultaat (- = tekort += overschot)

475

665

475 21

21

5/34

665

19.835 18.647 692 0 475 21

Hieronder is in de tabel de bijdrage per deelnemer opgenomen na 2e begrotingswijziging 2025:

Deelnemer Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen Zeeland Eindtotaal

Deelnemersbijdrage na begrotinswijzging 1e voortgangsrapportage 2025 997.800 1.094.100 971.200 464.000 565.900 485.600 829.100 1.177.300 1.252.500 1.779.700 706.900 499.500 798.600 7.717.400 19.339.700

4. Uitvoering en communicatie a. Aanpak Over de eerste vier maanden van 2025 is een voortgangsrapportage opgesteld. b. Planning n.v.t. c. Communicatie n.v.t. d. Route en planning verdere besluitvorming: OR, Deelnemersoverleg, begeleidingscommissie, DB, AB 18 augustus 2025: behandeling in het Dagelijks Bestuur 19 augustus 2025: Ter zienswijze aanbieden aan de deelnemers van RUD Zeeland 8 september 2025: Ter kennisname brengen van het Algemeen bestuur 18 oktober 2025: Sluitingsdatum indiening zienswijzen (dit is een kortere zienswijze termijn dan 12 weken als gevolg van het streven om vaststelling in het AB tijdig te laten plaatsvinden) 10 november 2025: Behandeling in het Dagelijks Bestuur 8 december 2025: Vaststelling in het Algemeen Bestuur 5. Risico’s, kosten, baten en dekking (restant budget) a. Risico’s: (kosten-baten), niet gehonoreerd wat dan + risico’s besluit Verantwoording ten opzichte van verouderde cijfers. b. Organisatorisch (wat betekent dit voor de organisatie) n.v.t. c. Juridisch n.v.t. d. Financiën Door vaststelling van de jaarplannen 2025 worden deze toegevoegd aan de begroting, waardoor de RUD hierop kan gaan inzetten en de deelnemersbijdrage wijzigt ten behoeve van de inzet conform de jaarplannen. e. Indicatie urenbesteding n.v.t. f. Overige consequenties n.v.t.

6/34

Aan: Leden deelnemersoverleg Van: Concerncontroller RUD Onderwerp: nadere toelichting concept 2e begrotingswijziging 2025 Datum: 9 september 2025 ___________________________________________________________________________ 1. Aanleiding Onlangs is de concept 2e begrotingswijziging 2025 aan de deelnemers voor zienswijze voorgelegd. Hier zijn in de afgelopen weken diverse vragen en/of opmerkingen vanuit de deelnemers over gekomen. Dit is aanleiding geweest om de voorliggende memo op te stellen waarin een nadere toelichting wordt gegeven met betrekking tot deze vragen/opmerkingen. 2. Basis voor de concept 2e begrotingswijziging 2025 De concept 2e begrotingswijziging 2025 is gebaseerd op het onderdeel “jaarplannen 2025” uit de 1e voortgangsrapportage 2025. Insteek van de concept 2e begrotingswijziging 2025 is om de begroting na wijziging over 2025 in lijn te brengen met de jaarplannen 2025, inclusief addenda 2025. De overige onderdelen uit de voortgangsrapportage betreffen prognoses en zijn niet meegenomen in deze 2e begrotingswijziging over 2025. Voor een volledig beeld is de 1e voortgangsrapportage 2025 bijgevoegd. 3. Uitgebreidere tabel deelnemersbijdrage in relatie tot de concept 2e begrotingswijziging 2025 In het concept AB-voorstel is een tabel opgenomen waarin alleen de deelnemersbijdrage na de concept 2e begrotingswijziging 2025 is opgenomen.

Om een goed beeld te geven van de ontwikkeling van de deelnemersbijdrage over 2025 is in deze memo een uitgebreidere tabel opgenomen waarin de deelnemersbijdrage na 1e begrotingswijziging 2025 en de ontwikkelingen uit het jaarplan 2025, inclusief het 1e addendum zijn opgenomen. Dit geeft de volgende ontwikkeling van de deelnemersbijdrage over 2025: Deelnemers

Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen Provincie Zeeland Totaal

Deelnemersbijdrage 2025 o.b.v. 1e begrotingswijziging 2025

932.315 984.572 916.283 435.929 384.773 468.238 804.914 1.121.152 1.195.439 1.591.960 579.117 371.555 622.441 6.863.614 17.272.300

Herberekening 1e Aanvullende vraag Warme overdracht Deelnemersbijdrage Begrotingswijzing opgenomen in bodem 2025 2025 o.b.v. 2e 2025 i.v.m. jaarplan 2025 m.u.v. begrotingswijziging overheveling warme overdracht 2025 (afgerond) bedrijven en bodem actualisatie bedrijvenbestand 2.644 8.577 54.265 997.800 -8.347 63.567 54.265 1.094.100 -7.272 7.893 54.265 971.200 -7.594 8.577 27.133 464.000 76.914 31.872 72.354 565.900 -7.963 7.212 18.088 485.600 -12.304 -17.789 54.265 829.100 -7.649 36.681 27.133 1.177.300 -8.068 37.947 27.133 1.252.500 -9.417 79.628 117.575 1.779.700 76.364 -2.830 54.265 706.900 100.304 9.583 18.088 499.500 46.516 39.231 90.442 798.600 7/34 -250.538 1.104.343 0 7.717.400 -16.410 1.414.493 669.274 19.339.600

Herberekening 1e begrotingswijziging 2025 In de 1e begrotingswijziging 2025 was nog geen rekening gehouden met de juiste allocatie van de overheveling van bedrijven1 die na de invoering van de Omgevingswet onder de basistaken vallen en die nog niet waren overgedragen aan de RUD. De juiste allocatie van deze overheveling heeft nu wel plaatsgevonden en heeft een verhogend effect voor de gemeente Middelburg, Tholen, Veere en Vlissingen. Daarnaast is het bedrijvenbestand geactualiseerd van de peildatum 01-04-2023 naar 01-04-2024. Aanvullende vraag jaarplannen 2025 m.u.v. warme overdracht bodem In de jaarplannen 2025 zijn de definitieve afspraken gemaakt over 2025. Deze aanvullende afspraken leiden tot een verlaging of verhoging van de middelen die hiermee gemoeid zijn. Warme overdracht bodem In de 1e begrotingswijziging 2025 was nog geen rekening gehouden met de gevolgen van de warme overdracht bodem als gevolg van een verschuiving van het bevoegd gezag. Dit is wel het geval in de concept 2e begrotingswijziging 2025. Dit heeft een verhogend effect voor de gemeenten. Bij de provincie heeft dit geen verlagend effect, omdat is afgesproken dat de vrijvallende middelen over 2025 worden ingezet voor andere doeleinden.

Algemene opmerking Tot slot een algemene opmerking als het gaat om de aansluiting tussen de in het concept ABvoorstel opgenomen tabel met de lasten en baten van de begroting 2025, na 2e begrotingswijziging en de deelnemersbijdrage over 2025.

De totale begroting 2025, na 2e wijziging sluit op € 19.835.000, terwijl de deelnemersbijdrage sluit op €19.339.000. Het verschil wordt veroorzaakt doordat er sprake is van een tweetal aanvullende dekkingsmiddelen, namelijk de subsidie voor Energie en de bijdrage van het waterschap in het schaalnadeel. 4. “Ontbreken” advies begeleidingscommissie De 1e voortgangsrapportage 2025 is op 9 juli 2025 besproken in de begeleidingscommissie. Hierbij is met elkaar gesproken over het verwerken van de uitkomsten van de 1e voortgangsrapportage 2025 in een begrotingswijziging over 2025 gezien de grote effecten die volgen uit onder meer de jaarplannen, ingroei robuuste RUD en de ondersteuning op PIOFAC en huisvesting (zie ook geel gearceerde tekst in advies begeleidingscommissie. Uiteindelijk is afgesproken om de effecten van de jaarplannen 2025 te verwerken in de concept 2e begrotingswijziging 2025 en de overige onderdelen uit de voortgangsrapportage niet mee te nemen. Reden hiervan is dat bij de jaarplannen sprake is van concrete afspraken die tot bijstelling van de deelnemersbijdrage en dus de bevoorschotting leiden en waarbij een aansluiting tussen de begrote cijfers en de afgesproken cijfers in de jaarplannen wenselijk is. Voor de andere onderdelen is er sprake van prognoses die verantwoord zullen worden bij de jaarrekening 2025.

1

De overheveling is gebaseerd op een inschatting die is gemaakt door de RUD in afstemming met de betreffende gemeenten. In 2025 wordt dit traject afgerond en zal de daadwerkelijk overheveling inzichtelijk zijn. De inschatting zal vervolgens worden vervangen door de 8/34 daadwerkelijke situatie en het geactualiseerde bedrijvenbestand zal vervolgens gaan dienen als basis. Tussen de inschatting en de daadwerkelijke situatie kunnen zich mogelijk afwijkingen voordoen die t.z.t. worden verwerkt en tot mogelijke afwijkingen kunnen leiden in de deelnemersbijdrage van de betreffende gemeenten.

Gezien de doorlooptijd is de concept 2e begrotingswijziging 2025 niet meer afzonderlijk voorgelegd aan de begeleidingscommissie. Echter kan het advies over de 1e voortgangsrapportage 2025 eveneens als een advies over de concept 2e begrotingswijziging 2025 worden beschouwd. 5. Zienswijzetermijn

Bij de aanbieding van de concept 2e begrotingswijziging 2025 is de termijn voor aanlevering van een zienswijze gesteld op 18 oktober 2025. Aangezien deze termijn korter was dan de reguliere 12 weken is gevraagd om als dit procesmatig problemen oplevert dit terug te koppelen. Inmiddels blijkt dit bij veel deelnemers het geval te zijn. Om die reden is in het deelnemersoverleg aangegeven dat de RUD het interne traject zal inkorten en dat de deelnemers hun eigen traject op de reguliere wijze doorlopen. Te zijner tijd zal gekeken worden wat de stand van zaken is.

9/34

1e Voortgangsrapportage 2025 RUD Zeeland tot en met april

10/34

Inhoud 1e Voortgangsrapportage 2025 RUD Zeeland tot en met april ..................................................................................... 1 Overzicht .............................................................................................................................................................. 2 Voortgang inzet programma Milieu ..................................................................................................................... 3 Directe inzet ................................................................................................................................................ 3 Generieke inzet............................................................................................................................................ 4 Deelnemersbijdrage .................................................................................................................................... 5 Productiviteit ............................................................................................................................................... 6 RUD Breed ............................................................................................................................................................

7 Verhuizing en dienstverlening (piofach-taken) ........................................................................................... 7 Aandachtspunten programma vergunning, toezicht en handhaving ................................................................... 8 Aandachtsdossiers ....................................................................................................................................... 8 Omgevingswet ............................................................................................................................................. 8 Milieubelastende activiteiten ...................................................................................................................... 8 Stikstofproblematiek ................................................................................................................................... 8 Inventariserende controles ......................................................................................................................... 9 Zwemwater .................................................................................................................................................. 9 Energie .........................................................................................................................................................

9 PFAS-aandachtslocaties ............................................................................................................................... 9 Programma indirecte bemonsteringen PFAS .............................................................................................. 9 Pilot brononderzoek PFAS-lozingen op het riool ....................................................................................... 10 WOO .......................................................................................................................................................... 10 Middelen ............................................................................................................................................................ 11 Financieel overzicht tot en met april 2025 ................................................................................................ 11 Toelichting middelen ................................................................................................................................. 12 5.2.1

Jaarplannen 2025 .............................................................................................................................. 12

5.2.2

DCMR ................................................................................................................................................ 12

5.2.3

Robuuste RUD ................................................................................................................................... 12

5.2.4

Incidentele huisvestingskosten ......................................................................................................... 13

Risico’s ................................................................................................................................................................ 14 Voortgang robuuste RUD ................................................................................................................................... 16 Omvang werkprogramma .......................................................................................................................... 17 Kwaliteitscriteria ........................................................................................................................................ 19 Innovatie .................................................................................................................................................... 19 Continuïteit ................................................................................................................................................ 19 Sturing ....................................................................................................................................................... 20 Congruentie ............................................................................................................................................... 20

1

11/34

Overzicht Voor u ligt de rapportage van de financiële resultaten en voortgang van onze milieuorganisatie over de eerste vier maanden van 2025. In deze rapportage geven we een uitgebreid overzicht van onze primaire activiteiten en financiële ontwikkelingen, om u als deelnemende gemeenten en provincie Zeeland een helder inzicht te geven in onze prestaties en wat de basis is voor onze toekomstplannen. Het jaar 2025 is het jaar wat voornamelijk in het teken staat van de ontwikkeling naar een robuuste omgevingsdienst. Op basis van een afspraak tussen het ministerie van IenW, het IPO en de VNG zullen alle omgevingsdiensten moeten voldoen aan het IBP/VTH. Dat betekent het versterken van de inzet om schade aan het milieu en de leefomgeving voorkomen. Hierin is de ontwikkeling op basis van de zes pijlers in volle gang. Groeien in zowel capaciteit als kennis zal ons in staat stellen om onze kerntaken nog beter uit te voeren en in te spelen op de uitdagingen waar Zeeland voor staat. Daarnaast zijn de voorbereidingen op de verhuizing van standplaats en dienstverlening een belangrijke ontwikkeling in dit jaar. Hier wordt binnen de organisatie en samen met de Provincie hard aan gewerkt om per 1 januari 2026 verhuisd en operationeel te zijn. Deze verhuizing zien we vooral als een middel om onze ambitie om te groeien en robuust te worden te ondersteunen.

Onze prioriteit ligt op het versterken van onze organisatie, zodat we optimaal kunnen bijdragen aan een duurzamer en veerkrachtiger Zeeland. Deze rapportage biedt niet alleen een terugblik op onze activiteiten tot nu toe, maar legt ook de basis voor de verdere groei en ontwikkeling van onze organisatie in de komende maanden en jaren. Samen willen we werken aan een toekomst waarin we effectief kunnen blijven voldoen aan de gestelde milieuen duurzaamheidsnormen. In Hoofdstuk 2 gaan we in op de voortgang van het programma Milieu. Hieruit blijkt dat de productie op diverse onderdelen achterblijft ten opzichte van de gestelde doelen. We analyseren de oorzaken door te bekijken welke prioriteiten dit jaar zijn gesteld en beschrijven daarbij de specifieke oorzaken van deze achterstand. Hoofdstuk 3 behandelt organisatie brede ontwikkeling die toeziet op de verhuizing en dienstverlening, en het traject dat bijdraagt aan de verdere robuustheid van de organisatie. In Hoofdstuk 4 richten we ons op het programma vergunning, toezicht en handhaving. We benoemen de aandachtspunten en uitdagingen binnen het programma en bespreken waar extra inspanningen nodig zijn om de gewenste resultaten te behalen. Vervolgens staat in Hoofdstuk 5 een overzicht van de financiële middelen.

Hierin presenteren we op basis van de begroting en de huidige financiële stand van zaken een compleet beeld van de financiën over 2025. Daarna wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de risico’s van de organisatie. Aan de hand van de meest actuele risicoparagraaf wordt ingegaan op de huidige status van de risico’s en de beheersing daarvan. Ten slotte geeft Hoofdstuk 7 een beeld van de stand van zaken van de ontwikkeling naar een robuuste RUD. Hierin wordt de voortgang van het proces weergegeven en wordt ingegaan op de ontwikkeling van de zes KPI’s. Met deze rapportage hopen we u als gemeenten en provincie een helder beeld te geven van onze voortgang en de noodzakelijke stappen om onze doelen te bereiken.

2

12/34

Voortgang inzet programma Milieu In dit hoofdstuk wordt de voortgang van het programma Milieu over de periode van januari tot en met april 2025 uiteengezet. Hierbij wordt een overzicht gegeven van de inzet van uren uitgedrukt in de inzet in euro’s (overal in dit hoofdstuk waar gesproken wordt over inzet van uren wordt de inzet van uren uitgedrukt in de inzet in euro’s bedoeld), waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen directe inzet – die specifiek zijn toe te wijzen aan milieuactiviteiten – en generieke inzet, die betrekking hebben op bredere, organisatie-overstijgende taken. Op het moment van opstellen van de voortgangsrapportage was er sprake van een informatieachterstand. De inschatting is dat dit een afwijking van de daadwerkelijke stand van zaken met betrekking tot de lagere voortgang heeft in deze rapportage van maximaal 1,5% ten opzichte van de totale inzet. Uit de analyse blijkt dat er een verschuiving heeft plaatsgevonden van directe naar generieke inzet. Dit als gevolg van het prioriteit geven aan diverse generieke taken (voornamelijk de projecten implementatie robuuste RUD en de invoering omgevingswet). Daarnaast blijkt de productie achter te blijven voornamelijk door de instroom van nieuwe medewerkers die nog moeten worden ingewerkt en opleidingen en cursussen volgen wat ten koste gaat van het uitvoeren van directe milieuwerkzaamheden.

We beschrijven in dit hoofdstuk de oorzaken van deze verschuiving en het achterblijven in productie.

Directe inzet Realisatie versus begrote directe inzet in euro's 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

Voortgang april 2025

Begrote inzet 2025

Norm april 2025

Figuur 1 Realisatie directe inzet ten opzichte van de begrote inzet in euro’s in % januari - april 2025

Figuur 1 toont een vergelijking tussen de begrote directe inzet 2025 en de daadwerkelijk gerealiseerde directe inzet per deelnemer in de eerste vier maanden van 2025. Uit het figuur blijkt dat de realisatie van inzet per deelnemer achterblijft ten opzichte van de oorspronkelijke begroting. Daarnaast is duidelijk dat de inzet niet gelijkmatig verdeeld is over de deelnemers. Dit is deels te verklaren door het feit dat er sprake is van aandachtdossiers die bij specifieke deelnemers meer tijd kosten, evenals het feit dat het verlenen van vergunningen vraaggericht is. Daarnaast door de inzet per branche. De ene branche vraagt op basis van een risicobenadering meer inzet dan anderen. Gelet op het feit dat de 3

13/34

spreiding van de vestigingen van bepaalde branches niet gelijk is in heel Zeeland, levert dit ook verschil van inzet per deelnemer op. Dit past bij de inzet op basis van onze risicoanalyse. Het achterblijven van de directe inzet in 2025 is grotendeels het gevolg van een lagere productiviteit van de eigen medewerkers. Dit wordt veroorzaakt door de instroom van nieuwe medewerkers op bestaande vacatures1 die nog moeten worden ingewerkt. Daarnaast zijn eind 2024 en begin 2025 veel nieuwe medewerkers ingestroomd wat leidt tot veel opleiding en cursus wat ten koste gaat van het uitvoeren van directe milieuwerkzaamheden. Hierdoor zijn deze nieuwe medewerkers in eerste instantie aanzienlijk minder productief. Daarnaast kost het inwerken en begeleiden van de nieuwe medewerkers inzet van de ervaren medewerkers. Hierdoor zijn deze ervaren medewerkers ook minder productief. Daarnaast heeft de uitvoering van generieke taken, die meer tijd en inzet vergden dan verwacht, een lager aantal directe uren tot gevolg. Hierdoor is een deel van de capaciteit verschoven van directe naar generieke uren, wat de realisatie van de directe productie verder heeft belemmerd. Ook zijn begin van het jaar meer medewerkers ziek geweest dan begroot wat ook ten koste is gegaan van de productiviteit.

Generieke inzet Realisatie versus begrote generieke inzet in euro's 100% 90% 80% 70% 60% 50%

40% 30% 20% 10% 0%

Voortgang april 2025

Begrote inzet 2025

Norm april 2025

Figuur 2 Realisatie generiek productieve inzet januari - april 2025

In figuur 2 is een vergelijking gemaakt per deelnemer tussen de begrote generieke inzet en de gerealiseerde generieke inzet over de eerste vier maanden van 2025. Het generieke deel van de nog in te vullen formatie ten behoeve van robuuste RUD is voor een zuiver beeld van de daadwerkelijke inzet hier niet in opgenomen, evenals niet in de norm. Hieruit blijkt dat de gerealiseerde generieke inzet de begroting fors overschrijdt. Deze overschrijding heeft gevolgen voor de beschikbare capaciteit voor directe milieutaken wat blijkt uit de voorgaande paragraaf.

1

Dit betreft dus niet de vacatures die vallen onder strategisch werven. Strategisch werven is gericht op de continuïteit van de capaciteit te borgen waarbij het mogelijk is om voordat een collega met pensioen vertrekt proactief te kijken naar de vervulling van de functie. Hiervoor is via de 1e begrotingswijziging 2024 dekking geregeld.

4

14/34

Het overschrijden van de generieke inzet is voornamelijk te wijten aan de projecten implementatie robuuste RUD en de invoering omgevingswet. Het project robuuste RUD wordt ondersteund door een groot aantal medewerkers en is een intensief traject door onderzoek en overleg. Daarnaast wordt nog steeds tijd besteed aan voortvloeisels uit de invoering van de omgevingswet. Gelet op de complexiteit van de veranderingen, zal de omgevingswet in 2025 extra aandacht van de organisatie vragen. De generieke inzet worden toebedeeld volgens de verdeelsleutel die is gebaseerd op de begroting van 2022. Deze verdeelsleutel is evenredig aangepast na de uittreding van het Waterschap, zodat de verdeling van de inzet opnieuw in lijn is met de gewijzigde organisatie- en financieringsstructuur. Deze aanpassing zorgt ervoor dat alle deelnemers proportioneel bijdragen aan de generieke taken, rekening houdend met de nieuwe situatie binnen de organisatie.

Deelnemersbijdrage Realisatie versus totale deelnemersbijdrage in euro's 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

Gerealiseerd april 2025 directe uren

Gerealiseerd april 2025 generieke uren

Begrote inzet 2025

Norm april 2025

Figuur 3 Realisatie jan-april 2025 deelnemersbijdrage ten opzichte van begroting in euro’s

In figuur 3 wordt een overzicht gegeven van de realisatie over de periode januari tot en met april 2025 van de deelnemersbijdrage op basis van de begroting, uitgedrukt in euro's. Dit figuur biedt een samenvattend overzicht van zowel de directe als de generieke inzet in euro’s. Hierin wordt de deelnemersbijdrage gevormd door de begrote directe en generieke inzet en het generieke deel van de nog in te vullen formatie ten behoeve van robuuste RUD. Hierdoor wordt een helder inzicht gegeven in de voortgang van de realisatie ten opzichte van de financiële bijdragen van de deelnemers 2025. Hieruit blijkt dat de overschrijding van de generieke inzet het achterblijven van de directe inzet niet in zijn geheel dekt. Het achterblijven van de directe inzet in 2025 is het gevolg van een lagere productiviteit van de eigen medewerkers voornamelijk door de instroom van veel nieuwe medewerkers. Daarnaast is het achterblijven in productie het gevolg van het nog niet invullen van de gehele formatieve ruimte voor de robuuste RUD. Dit deel is in de begroting opgenomen als generiek deel echter is deze ruimte nog niet 5

15/34

ingevuld in functies, waardoor hierop geen productie wordt gemaakt. Zie voor verdere toelichting op de voortgang robuuste RUD hoofdstuk 7.

Productiviteit

Productiviteit april 2025 Inzet % ten opzichte van norm 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Direct

Generiek

Indirect Norm

Ziek

Verlof

Werkelijk

Figuur 4 Productiviteit april 2025 ten opzichte norm gesteld in begroting 2025

In de grafiek productiviteit hierboven over de periode januari tot en met april 2025 wijkt de inzet per categorie af van de gestelde norm conform het vastgestelde tarievenblad 2025. De directe inzet blijft met 49% duidelijk achter bij de norm van 59%. Daarentegen ligt de inzet op generieke (19%) en indirecte taken (15%) boven de norm van respectievelijk circa 12% en 13%. Dit bevestigt het beeld uit voorgaande paragrafen. Het ziekteverzuim komt met 9% eveneens hoger uit dan de norm van 5%, wat ook een oorzaak is van de lagere directe inzet. Het ziekteverzuim bedraagt 9% en ligt daarmee aanzienlijk boven de norm van 5%. Dit heeft mede geleid tot een lagere directe inzet. De overschrijding wordt voornamelijk veroorzaakt door langdurig ziekteverzuim. Het opgenomen verlof ligt momenteel onder de norm van 3%, wat verklaarbaar is gezien het moment in het jaar. Naar verwachting zal het verlof in de zomerperiode toenemen, wanneer veel medewerkers vakantie opnemen.

6

16/34

RUD Breed In dit hoofdstuk worden organisatie brede ontwikkelingen belicht die van invloed zijn op ons als organisatie en onze toekomstplannen gedurende de eerste vier maanden van 2025. We belichten hier de belangrijke aandachtspunten verhuizing en dienstverlening. Daarnaast is de robuuste RUD de belangrijkste ontwikkeling in 2025. Deze wordt uitgebreid toegelicht in hoofdstuk 7.

Verhuizing en dienstverlening (piofach-taken) Eind maart heeft het Algemeen bestuur het besluit genomen dat het Dagelijks bestuur de contracten voor huisvesting en dienstverlening aan mag gaan. Dit besluit was hard nodig om voor het einde van het jaar ook daadwerkelijk de verhuizing te kunnen realiseren. De voorbereidingen zijn in volle gang. Voor de implementatie van de nieuwe dienstverlening zijn een stuurgroep en een projectgroep ingericht. Om de overgang goed te laten verlopen zetten we een externe projectleider in om de digitale migratie te begeleiden. Met gemeente Terneuzen en provincie Zeeland overleggen we intensief om op de verschillende onderwerpen de juiste stappen zo snel mogelijk te maken. We zijn aangehaakt bij de aanbesteding van de broker voor de inkoop van IT-gebied. De inkoop kan daarmee doelmatig en efficiënt plaatsvinden. Daarnaast zijn we aangehaakt bij het traject om te werken met een dynamisch aankoopsysteem /broker. Hierbij wordt er zorg gedragen voor een flexibele en transparante inkoop, waarbij verschillende partijen kunnen inschrijven en de beste aanbieding gekozen wordt. Hiermee wordt invulling gegeven aan een aantal belangrijke elementen zoals openbaarheid, concurrentie en transparantie. En daarmee aan een proces waarmee aantoonbaar sprake is van een rechtmatige aanbesteding van inhuurcontracten.

Voor de fysieke verhuizing hebben we een eigen medewerker vrijgemaakt om dit project te leiden. Een belangrijk onderdeel voor een goede overgang is het opschonen van de bestaande bestanden. De verouderde SharePoint omgeving waar veel van deze bestanden in staan, kunnen onder andere om veiligheidsredenen niet mee in de migratie naar de provincie. Door de inzet van eigen medewerkers met een lagere directe inzet tot gevolg.

7

17/34

Aandachtspunten programma vergunning, toezicht en handhaving In dit hoofdstuk wordt het functioneren van het programma vergunning, toezicht en handhaving gedurende de eerste vier maanden van 2025 geanalyseerd. We belichten enkele belangrijke aandachtspunten die van invloed zijn op onze werkzaamheden en de effectiviteit van onze processen.

Aandachtsdossiers In de eerste vier maanden van 2025 ziet de RUD Zeeland binnen zowel Vergunningverlening als Toezicht en Handhaving wederom een toename van het aantal aandachtsdossiers. Hoewel hiervoor gereserveerde uren beschikbaar zijn, blijven deze in de praktijk ontoereikend. Toch is er bewust gekozen om extra aandacht te geven aan deze dossiers, omdat vaak effectief kan worden ingespeeld op situaties die meer risico’s of (politieke) complexiteit met zich meebrengen. Dit verhoogt de kwaliteit en effectiviteit van vergunningverlening en het toezicht. We zetten in op heldere communicatie met zowel de omgeving als het bedrijf, stimuleren, pro activiteit en informeren het bevoegd gezag. Wel ontstaat hierdoor een spanningsveld: de extra inzet op aandachtsdossiers gaat, bij een gelijkblijvende capaciteit, ten koste van het aantal reguliere controles (waarbij uiteraard rekening wordt gehouden met het risicoprofiel om zo het risico zo klein mogelijk te houden) en vergunningverlening.

Omgevingswet De verandering die gepaard gaat met de Omgevingswet (OW) is complex. Alhoewel de wet sinds 1 januari 2024 van kracht is, ijlen de gevolgen na. Dit geldt vooral voor vergunningverlening. Vanwege de stelselwijziging hebben veel bedrijven en/of hun adviseurs nog net voor 1 januari 2024 een vergunningaanvraag ingediend. Wij zijn, in het belang van de bedrijven, coulant geweest met de mogelijkheid tot aanvulling van gegevens waardoor we ook in het 1e trimester nog bezig zijn met het afhandelen van vergunningen onder het oude regime (WABO). Eén van de relevante wijzigingen betreft het loslaten van het begrip “Inrichting” en het invoeren van het begrip “” Milieu Belastende Activiteit” (MBA). Wij merken in de praktijk dat zowel bedrijven, adviseurs als ook onze medewerkers worstelen met het opdelen van bedrijven in diverse activiteiten én het bepalen aan welke regels een bepaalde activiteit moet voldoen. Het project omgevingswet wordt binnenkort afgerond. In het volgende trimester zal de eindrapportage voor het bestuur worden voorbereid.

Milieubelastende activiteiten Om snel de juiste informatie in onze systemen te hebben staan, zijn en worden alle MBA’s van voormalige vergunningsplichtige inrichtingen geregistreerd in ons zaakgericht systeem (deelproject van het project omgevingswet). De planning is om dit voor 1 juli 2025 afgerond hebben. De planning loopt op schema. Op basis van de ervaringen met deze aanpak, starten we na de zomer met het ontwerpen van een aanpak voor de voormalige meldingsplichtige bedrijven.

Stikstofproblematiek Eind december 2024 heeft de Raad van State een uitspraak gedaan die een enorme impact heeft op de manier waarop de vergunningverlening op basis van de natuurwetgeving tot nu toe in Nederland werd uitgevoerd. Alle lopende procedures waarin stikstof een rol speelt, zijn opgeschort. Uiteraard zijn alle betrokken bedrijven geïnformeerd. Samen met de provincie, de vergunningverlenende instantie op grond van de natuurwet, wordt per geval bekeken of een natuurvergunning verleend kan worden, waarna de vergunning op grond van de WABO of OW soms alsnog verleend kan worden. Tot nu toe is dat alleen bij niet-agrarische bedrijven het geval. 8

18/34

Voor de agrarische sector is het wachten op duidelijkheid vanuit het Rijk. Op dit moment zijn nog 20 procedures opgeschort; 13 voor agrarisch en 7 voor industriële bedrijven.

Inventariserende controles In de eerste maanden van dit jaar is een project gestart met inventariserende controles in de branches akkerbouw en horeca. Hierbij voerden een klein aantal inspecteurs in korte tijd bij een groot aantal bedrijven, die nog niet eerder bezocht waren, korte controles uit en verstrekten daarbij informatie aan de ondernemer. Ook is er aandacht geweest voor signalen rondom ondermijning. Ruim 140 bedrijven hebben daarmee in twee maanden contact gehad met de RUD Zeeland. Bij circa 20% van de bezochte bedrijven was nader onderzoek nodig of is een periodieke controle gepland, bij de overige bedrijven was dit niet nodig. Met deze manier van controleren zijn we in staat geweest om met een beperkt aantal uren toch veel fysieke controles uit te voeren.

Zwemwater Sinds de invoering van de Omgevingswet in 2024 zijn de regels voor wat betreft zwemwater gewijzigd. Per 1 januari 2025 is opnieuw een aantal regels veranderd die impact hebben op het beheer van het zwemwater (kwaliteit). De ervaring is dat werknemers van zwembaden niet voldoende op de hoogte zijn van de meest recente wijzigingen. Hierdoor constateert RUD Zeeland tijdens controles meer overtredingen dan voor 2024. Bij ernstige of herhaaldelijk overtreden van de regelgeving wordt een last onder dwangsom opgelegd. Om het kennisniveau te verhogen, investeren inspecteurs zwemwater actief in het informeren van de beheerders en werknemers van de zwembaden.

Energie Ook in 2025 controleren wij bedrijven op de energiebesparingsplicht en de onderzoeksplicht. Alle 3380 energierelevante bedrijven in Zeeland moesten in 2023 een Informatieplicht rapportage of een onderzoeksplicht-rapportage aanleveren. De RUD controleert hierop en voert fysieke energiecontroles uit. De te controleren bedrijven zijn geselecteerd met behulp van het risicomodel RVO (Rijksdienst voor ondernemend Nederland) en ook middels een risico inschatting door de toezichthouders zelf. Daarnaast zijn wij begonnen met de beoordeling van de rapportages voor de onderzoeksplicht bij de grote bedrijven. Wij controleerden ongeveer 50 bedrijven en voerden ongeveer 40 hercontroles uit. Ook beoordeelden wij 15 onderzoekrapportages. De inzet op het thema energie zal in de toekomst worden geïntensiveerd. Gezien de lage controlefrequentie van eenmaal per tien jaar, zullen er voldoende werkzaamheden beschikbaar zijn om de beoogde doelstellingen te realiseren. Voor de inzet worden SPUK-gelden benut.

PFAS-aandachtslocaties RUD Zeeland voert het project PFAS-aandachtslocaties uit. Uit het historisch onderzoek zijn locaties naar voren gekomen, die in aanmerking komen voor een bodemonderzoek. Voor de toestemming van verkennend bodemonderzoek zijn 48 eigenaren verzocht toestemming te geven. Uitkomst is dat 25 bedrijven toestemming hebben verleend en 23 geen toestemming hebben verleend. In het eerste trimester van 2025 is een adviesbureau gestart met de voorbereidende werkzaamheden voor het uitvoeren van verkennende bodemonderzoeken.

Programma indirecte bemonsteringen PFAS In het eerste trimester van 2025 is uitvoering gegeven aan de 2e bemonsteringsronde van de provinciale bedrijven die uit de risicoanalyse naar voren zijn gekomen. De uitkomsten van de bemonsteringen uit

9

19/34

beide rondes zullen leiden tot een representatief beeld in de aanwezigheid van PFAS bij provinciale bedrijven. Op basis van dit beeld wordt de vervolgaanpak bepaald.

Pilot brononderzoek PFAS-lozingen op het riool In gezamenlijkheid met de provincie Zeeland, Waterschap Scheldestromen en RUD Zeeland is een pilot vormgegeven. Het doel van de pilot is om beter inzicht te krijgen in de aanwezigheid van PFAS in afvalwater naar een specifieke RWZI. In het eerste trimester van 2025 zijn de eerste bevindingen voortgekomen uit een gedeelde datauitwisseling. Deze data-uitwisseling toont aan dat er gerichte vervolgstappen en dus extra middelen nodig zijn om risico’s niet alleen te identificeren, maar ook structureel te beheersen.

WOO In het eerste trimester 2025 is één veelomvattend WOO-verzoek afgehandeld en een ander veelomvattend verzoek voorbereid.

10

20/34

Middelen In dit hoofdstuk wordt een overzicht gepresenteerd van de financiële middelen van RUD Zeeland voor het jaar 2025. Aan de hand van de primitieve begroting 2025, de 1e begrotingswijziging 2025 en de huidige financiële stand van zaken, wordt een volledig beeld van de financiële situatie van de organisatie geschetst. Dit overzicht biedt inzicht in de toewijzing van middelen, de gevolgen van begrotingswijzigingen en de algehele financiële gezondheid van de organisatie. Door deze gegevens te integreren, verkrijgen wij een beter begrip van de inzet van beschikbare middelen en de identificatie van eventuele knelpunten of kansen voor de toekomst.

Financieel overzicht tot en met april 2025 Omschrijving Primtieve begroting 2025 Bedragen * € 1.000 Lasten Programma Milieu: Programmalijn Milieu - Vergunningverlening Programmalijn Milieu - Toezicht en Handhaving

4.361 5.703

Overig: Overhead Onvoorziene lasten

3.891 178

1e begrotingswijziging Voortgangsrapportage 2025 Jaarplannen Plan van Begroting 2025 Aanpassing Materieel DCMR Robuuste Incidentele Totaal CAO 2024 aanpak na 1e wijziging RUD huisvestingsk 2025 robuuste osten RUD

1.780 1.780

29 29

6.171 7.513

15

3.906 178

561 842

266 399

70 20

-523 -784

Begroting 2025 na 1e wijziging en voortgangsrapportage

374 477

6.545 7.989

1.597

1.597 0

5.503 178

1.597

2.448

20.215

-644 665 90 0 0

Totaal Lasten Baten Algemene bijdrage deelnemers Materieel budget Bijdrage deelnemers DCMR Subsidie Bijdrage Waterschap in schaalnadeel overhead

14.133

3.560

74

17.767

1.403

14.085 27

3.085

74

17.244 27

1.403

Totaal baten

14.133

3.560

74

17.767

1.403

665

90

-2.047

0

111

16.600 692 90 475 21 0 17.878

0

0

0

0

0

0

0

-740

-1.597

-2.337

-2.337

Begrotingsresultaat (- = tekort += overschot)

665

90

-1.307 -2.047

665 90

475

475 21

21

Figuur 5 Overzicht begroting, begrotingswijzigingen en voortgangsrapportage 2025

Deze tabel biedt een overzicht van de primitieve begroting 2025, evenals de 1e begrotingswijziging 2025 die gedurende het jaar is doorgevoerd. Deze wijziging betreft het plan van aanpak robuuste RUD en de cao-wijziging. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat het begrote resultaat over 2025, na verwerking van de eerste begrotingswijziging en de actuele stand van zaken, uitkomt op een negatief saldo van € 2,337 miljoen. Dit resultaat wordt in belangrijke mate verklaard door meerdere samenhangende factoren. Ten eerste is het plan van aanpak voor de Robuuste RUD nog niet volledig ingevuld, waardoor een deel van de formatieplaatsen (fte’s) niet bezet is. Als gevolg hiervan blijven de loonkosten achter bij de begroting. Deze onderuitputting aan personele inzet leidt er echter ook toe dat een substantieel deel van de begrote deelnemersbijdrage niet wordt gerealiseerd. Immers, de formatie die niet is ingevuld, levert geen productieve uren op, en dus kunnen deze ook niet aan de deelnemers worden doorbelast. Daarbovenop heeft dit ook een negatief effect op de dekking van de overheadkosten. Overhead wordt gedekt via een opslag op de directe inzet. Doordat deze inzet achterblijft, blijft ook de dekking van de overheadkosten achter, wat bijdraagt aan het negatieve resultaat.

Daarnaast is in de loop van het jaar een incidentele post van € 1,597 miljoen aan huisvestingskosten toegevoegd, die eveneens een aanzienlijke impact heeft op het totaalresultaat.

11

21/34

Hoewel de algemene deelnemersbijdrage circa € 2 miljoen lager uitvalt dan begroot, staat hier het negatieve resultaat van € 2,337 miljoen tegenover. Dit impliceert dat het aanvankelijke voordeel van een lagere bijdrage mogelijk teniet wordt gedaan wanneer het negatieve resultaat aan het eind van het jaar (conform de verdeelsleutel) alsnog aan de deelnemers wordt toegerekend. Het uiteindelijke verschil van circa € 337.000 zou er dan toe kunnen leiden dat de lasten per deelnemer alsnog hoger uitvallen dan de oorspronkelijke deelnemersbijdragen in de begroting.

Toelichting middelen In dit gedeelte wordt bovenstaande tabel nader toegelicht per onderwerp. Deze uitsplitsing biedt inzicht in de specifieke aanpassingen die gedurende het jaar zijn doorgevoerd.

5.2.1 Jaarplannen 2025 In totaal zijn de opdrachten voor het uitvoeren van werkzaamheden op basis van de jaarplannen 2025 ten opzichte van de begroting 2025 per saldo met circa € 2 miljoen gestegen. Deze stijging is voor een groot deel het gevolg van de verschuiving van de bodemtaken van de provincie naar de gemeenten, waarbij de middelen die hierdoor vrijkomen bij de provincie wordt ingezet voor kadasterwerkzaamheden. Daarnaast zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor groen, BRIKS, Helsinki, Espoo, extra toezicht grijs voor taken als bodem en geluid en plastic korrels. Daarnaast is circa € 0,7 miljoen beschikbaar gesteld ten behoeve van het gebruikelijke jaarlijkse materieel budget wat met name bedoeld is voor de uitvoering van de taken voor de provincie. Een deel van dit budget betreft de SpUk bodem.

5.2.2 DCMR In het kader van een samenwerkingsovereenkomst tussen DCMR en RUD Zeeland, waarin beide organisaties hebben afgesproken gebruik te maken van elkaars specialistische expertise, genereert RUD Zeeland extra inkomsten door het verlenen van adviesdiensten aan DCMR. Deze adviesdiensten betreffen een incidentele taak die wel jaarlijks terugkeert en in onderlinge afstemming met DCMR wordt ingepland en uitgevoerd. Voor de uitvoering van deze werkzaamheden maakt RUD Zeeland eveneens kosten, waardoor hieraan zowel extra baten als lasten zijn verbonden. Dit resulteert in een verhoging van zowel de baten- als lastenbegroting 2025 met circa € 90.000.

5.2.3 Robuuste RUD Over een deel van de formatie ten behoeve van de robuuste RUD moet intern nog een besluit worden genomen over de wijze van inzet. Deze formatie is daarom op dit moment nog niet ingevuld. De verwachting is dat hierover in het 3e kwartaal 2025 duidelijkheid ontstaat, waarna de wervingsprocedure zal worden gestart. Aangezien dit procestijd vergt, is het zeer aannemelijk dat dit formatiedeel in 2025 niet tot nauwelijks meer bijdraagt aan de productie. De formatie voor de robuuste RUD waar nog niet over besloten is qua wijze van inzet omvat circa 9 tot 10 fte2 voor 2025. Dit zal resulteren in een lagere deelnemersbijdrage aan het einde van het jaar. Daarnaast is een ander deel geprioriteerd, echter zijn deze functies niet in zijn geheel bezet over heel 2025. Dit leidt eveneens tot een lagere deelnemersbijdrage. Dit betekent dus dat de salariskosten niet of niet geheel gemaakt worden voor een deel van de formatie met betrekking tot de robuuste RUD. Echter zou deze formatie ook een deel van de overheadkosten

2

Het aantal FTE is afhankelijk van het uiteindelijke functieniveau van de betreffende functies en daarmee niet exact aan te geven. Immers bij een gelijkblijvend niveau van de middelen kunnen er meer functies in lagere schalen dan in hogere schalen worden ingevuld.

12

22/34

dekken op basis van het gehanteerde tarief (overhead wordt via een opslag op het uurtarief doorberekend aan de deelnemers). Dit wordt nu niet gedaan door het niet of niet geheel invullen van deze formatie, waardoor er een tekort ontstaat op de dekking van de overheadkosten van circa € 0,7 miljoen.

5.2.4 Incidentele huisvestingskosten In 2026 staat de geplande verhuizing naar Middelburg op de agenda, waarbij tevens de dienstverlening zal worden overgenomen door de Provincie Zeeland. Ter voorbereiding op dit proces worden in 2025 de noodzakelijke werkzaamheden verricht, zodat een soepele overgang per 1 januari 2026 gewaarborgd is en de continuïteit van de werkzaamheden behouden blijft. De incidentele kosten in dit kader hebben hoofdzakelijk betrekking op de voorbereiding van de dienstverlening. Hiervoor is een bedrag van circa € 1,5 miljoen geraamd. Daarnaast is circa € 0,1 miljoen voorzien voor de voorbereiding op de nieuwe huisvesting. In totaal komt dit neer op een bedrag van € 1.597.150 aan incidentele kosten in 2025. In de ABvergadering van 24 maart 2025 is besloten om deze incidentele kosten te dekken uit de budgetten voor de Robuuste RUD. Dit besluit is verwerkt in de 1e voortgangsrapportage 2025. Uit deze voortgangsrapportage blijkt het volgende: • • •

€ 1,3 miljoen van de incidentele kosten kan daadwerkelijk worden gedekt uit de beschikbare budgetten voor de Robuuste RUD. Deze € 1,3 miljoen is opgenomen in het totaal gepresenteerde tekort van € 2,3 miljoen in de voortgangsrapportage. Hiertegenover staat dat de deelnemers een lagere deelnemersbijdrage van circa € 2 miljoen betalen, als gevolg van de lagere structurele kosten voor de Robuuste RUD.

Samengevat: • • •

Deelnemers betalen € 1,3 miljoen minder via de reguliere bijdrage (voordeel). Daartegenover betalen zij € 1,6 miljoen aan incidentele kosten via het ontstane tekort (nadeel). Dit leidt per saldo tot een niet-gedekte post van circa € 290.000 aan incidentele kosten.

Hierbij dient wel de kanttekening te worden gemaakt dat een en ander samenhangt met het tijdstip waarop de invulling daadwerkelijk zal plaatsvinden. Voor nu is de aanname gedaan dat dit formatiedeel in 2025 niet tot nauwelijks meer bijdraagt aan de productie, maar een afwijking van deze aanname leidt ook tot een andere uitkomst. Bij de 2e voortgangsrapportage zal hier meer duidelijkheid over zijn en zal de actuele situatie worden opgenomen.

13

23/34

Risico’s Organisaties willen doelen bereiken. Er bestaan altijd risico’s die de realisatie van doelstellingen in de weg kunnen staan. RUD Zeeland wil risico’s, kansen en onzekerheden tijdig onderkennen en deze risico’s optimaal beheersen. Op organisatieniveau is per risico de gevolgklasse gerelateerd aan de kansklasse. Zo ontstaat de risicoscore. De risicoscore is bepalend voor de aandacht die een specifiek risico krijgt van het management en het bestuur. De risicoscore (op organisatieniveau) op basis van de geactualiseerde risico-inventarisatie ziet er als volgt uit:

Figuur 6 Risicoscore tot en met april 2025

Figuur 7 Geïdentificeerde risico’s en doorrekening (bedragen in €) per 30-04-2025

We actualiseerden de bedragen van eerder opgenomen risico’s en beoordelen of er sprake is van nieuwe risico’s. Er zijn in deze 1e voorgangsrapportage geen nieuwe risico’s geïdentificeerd en er zijn ook geen risico’s weggevallen. Daarmee is de bovenstaande risicoparagraaf gelijk aan de recentelijk opgestelde risicoparagraaf uit de jaarstukken 2024 en de ontwerpbegroting 2026.

14

24/34

(in EUR, afgerond op duizendtallen)

2025

2026

2027

2028

2029

Totaal benodigde weerstandscapaciteit: Totaal beschikbare weerstandscapaciteit:

628.000 949.000

338.000 1.112.000

339.000 1.112.000

339.000 1.112.000

340.000 1.112.000

Incidenteel beschikbare weerstandscapaciteit: Algemene reserve Bestemmingsreserve Structureel beschikbare weerstandscapaciteit: Onvoorzien Aanvullende bijdragen deelnemers

771.000 577.000 194.000 178.000 178.000 P.M.

771.000 577.000 194.000 341.000 341.000 P.M.

771.000 577.000 194.000 341.000 341.000 P.M.

771.000 577.000 194.000 341.000 341.000 P.M.

771.000 577.000 194.000 341.000 341.000 P.M.

1,51

3,29

3,28

3,28

3,27

Ratio weerstandscapaciteit: - enkelvoudig ultimo jaar

Figuur 8 Weerstandscapaciteit van RUD Zeeland (bedragen in €) per 30-04-2025.

Het weerstandsvermogen, zijnde de beschikbare weerstandscapaciteit gedeeld door de benodigde capaciteit, geeft de mate aan waarin financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen. De totale beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt ultimo 2024 € 949.000 (algemene reserves, bestemmingsreserve en onvoorzien) en bedraagt de ratio voor 2025 1,51. Hierbij is het negatieve resultaat over 2024 buiten beschouwing gelaten. RUD Zeeland heeft als doel een ratio weerstandsvermogen te hebben in de categorie ‘voldoende’ dus tussen 1,0 en 1,4. In deze categorie is er een verantwoorde balans tussen enerzijds de aanwezige risico’s en anderzijds de financiële buffer om deze risico’s op te vangen zonder dat dit ten koste gaat van de organisatiedoelstellingen. De richtlijn van de VZG staat een reservepositie toe van maximaal 5% van de totale baten. Dat is ongeveer gelijk aan de huidige stand van algemene reserve. De gewenste ratio van tussen 1,0 en 1,4 wordt gehaald en valt zelfs hoger uit. Het risico van de onbalans in taken zal door de uitvoering van het plan van aanpak robuuste RUD tot het verleden gaan behoren. Hierdoor vervalt een groot deel van de totaal benodigde weerstandscapaciteit en zal, indien er geen nieuwe risico’s ontstaan, de ratio weerstandsvermogen op een getal boven de 1,4 uitkomen.

15

25/34

Voortgang robuuste RUD Een commissie onder leiding van Jozias van Aartsen trok in 2021 na een landelijk onderzoek de conclusie dat de omgevingsdiensten in Nederland nog niet functioneren zoals het zou moeten. De aanbevelingen in het rapport van Van Aartsen leidden tot een interbestuurlijk programma versterking VTH, kortweg IBPVTH. Over de voortgang van de ontwikkeling naar een Robuuste RUD rapporteren we op verschillende momenten naar de verschillende instanties. Zo sturen we de monitoring naar het ministerie, het bestuur is middels een specifieke voortgangsrapportage in januari op de hoogte gebracht van de vorderingen en zoals nu benutten we de voortgangsrapportage om een update te geven van de voortgang. Zoals in hoofdstuk 2 al is aangegeven heeft de implementatie van het plan van aanpak voor een Robuuste RUD in deze periode de nodige capaciteit gekost. We volgen het geplande pad. Eerst is een goed beeld gevormd van de bestaande taken en processen, de huidige besturing en inrichting. Aansluitend is gewerkt aan het ontwerp voor de organisatie. De principes die ten grondslag liggen aan het ontwerp zijn gezamenlijk bepaald. We hebben dankbaar gebruik gemaakt van de ervaringen van omliggende omgevingsdiensten. Het bouwen aan dit nieuwe ontwerp krijgt steeds meer vorm en nadert zijn voltooiing.

We komen zo tot een toekomstbestendig ontwerp waarmee we de groei in taken en medewerkers op kunnen vangen. Zelfs verdere groei in de toekomst is door het flexibele concept met beperkte aanpassingen mogelijk. Na het organisatie ontwerp volgt het plaatsen van medewerkers. Dit is voorzien direct na het zomerreces. In onderstaand overzicht staan de blauwe pijlen voor de werkgroepen en in de onderste helft staan de producten die opgeleverd zijn of nog moeten worden.

Figuur 9 Stroomschema voortgang implementatie Robuuste RUD per 30-04-2025

16

26/34

Deze ontwikkeling is gebaseerd op een programma met zes pijlers om het VTH-stelsel te verbeteren. Deze pijlers zijn vertaald in zes KPI’s: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Omvang werkprogramma Kwaliteitscriteria VTH Innovatieagenda Weerstandsvermogen Informatiegestuurd werken Samenhang werkgebied

Hieronder is een samenvattend overzicht opgesteld op basis van de zes kritieke prestatie indicatoren (KPI) van de robuuste RUD. De voortgang van deze KPI’s is opgedeeld in vier categorieën, namelijk rood - Het is niet aannemelijk dat op 1 april 2026 voldaan wordt, oranje - Het is de vraag of er op 1 april 2026 voldaan wordt, lichtgroen - Het is aannemelijk dat op 1 april 2026 voldaan wordt en donkergroen – Het voldoet op dit moment.

Figuur 10 Voortgang Robuuste RUD per KPI per 30-04-2025

Omvang werkprogramma Er ligt een duidelijke eis om te komen tot een robuuste omgevingsdienst, waarbij het regionaal werkprogramma een minimale omvang van € 16,5 miljoen (prijspeil 2023) moet hebben op basis van de basistaken en de milieugerelateerde plustaken en ten minste 80% van de medewerkers in het primaire proces in dienst van de organisatie moet zijn. Deze eis vloeit voort uit de landelijke afspraken over de basiskwaliteit van VTH-taken en vormt een belangrijk toetsingskader voor de inrichting en uitvoering van het takenpakket van RUD Zeeland. Omdat voldoende overhead bijdraagt aan de robuustheid en om de 17

27/34

discussie over de opbouw van de overhead te voorkomen, is de ondergrens voor de deelnemersbijdrage inclusief overhead. Een 1e belangrijke stap is gezet door het beschikbaar stellen van een deel van het benodigde budget om de in het PvA geschetste ontwikkeling mogelijk te maken. In het AB van 9 september 2024 is het budget voor 2025 verhoogd naar €16,5 miljoen (prijspeil 2023). Daarnaast heeft het AB op 9 september 2024 ook het Plan van Aanpak Robuuste RUD vastgesteld. Voor het mogelijk maken van de in het PvA geschetste ontwikkeling is het wel noodzakelijk dat aanvullende structurele middelen beschikbaar worden gesteld. Deze zijn opgenomen in de ontwerpbegroting 2026 en deze dient nog te worden vastgesteld en is onderwerp van gesprek in de gemeenteraden en provinciale staten. Voor de toename van de taken, toename van het aantal FTE en de ontwikkeling van organisatie om gesteld te staan voor de toekomstige opgave is een implementatieplan opgesteld, gebaseerd op de inhoud en voorgenomen maatregelen uit het opgestelde plan van aanpak. Inmiddels zijn we qua uitvoering van het implementatieplan in de fase dat er een organisatieplan kan worden voorgelegd aan het dagelijks bestuur. De begeleiding wordt gedaan door Rijnconsult en binnen de organisatie is een projectstructuur ingericht rond het traject van Robuust worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16089239/1