CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-10-30 a. Addendum Regiovisie Beschermd wonen en Opvang Zeeland 2026-2030 en Zeeuws Actieplan Dakloosheid - Ontwerpbesluit

gemeenteraad 11 november 2025, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen Addendum Regiovisie Beschermd wonen en Opvang Zeeland 2026-2030 en Zeeuws Actieplan Dakloosheid26.919 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Hierbij wordt ook ingezet op mogelijkheden voor dagbesteding, waar ook laagdrempelige steunpunten bij betrokken kunnen worden. Ook wordt nadrukkelijk gekeken naar de overgang vanuit de jeugdzorg. De gemeenten streven naar een meer integrale benadering met het jeugddomein om ervoor te zorgen dat jongeren een stabiele overgang hebben van de Jeugdwet naar de Wmo. We leggen de laatste hand aan een gezamenlijk uitvoeringskader voor PGB-beleid, waarin specifiek aandacht is voor de mogelijkheden tot handhaving in het kader van de bestrijding van zorgfraude. De Zeeuwse gemeenten streven naar kwalitatief hoogstaande zorg waarin betrouwbare aanbieders een plek krijgen. Wat moet er nog gebeuren? 1. We stellen het PGB uitvoeringskader vast. 2. De aanbestedingsprocedure voor beschermd wonen ZiN wordt doorlopen zodat er per 2026 een nieuw contract van kracht is. 3. De toezichthouders van het team Zorgfraude en naleving zetten we in om de gecontracteerde afspraken te borgen met betrekking tot beschermd wonen en PGB.

Product maatschappelijke opvang Het product maatschappelijke opvang gaat uit van het zo kort mogelijk bieden van dag- en nachtopvang aan dak- en thuisloze personen, en het zo spoedig mogelijk bieden van een passende vervolgstap op de maatschappelijke woonladder. De huidige ontwikkelingen in de maatschappelijke opvang zijn een continue groeiende vraag naar dag- en nachtopvang. Deze vraag beperkt zich niet alleen tot de gemeenten Vlissingen en Terneuzen waar deze voorzieningen zijn gehuisvest. Ook in de gemeenten Goes en Middelburg is er nadrukkelijk sprake van vraag naar vormen van opvang. Het beleid, aansluitend op het rijksbeleid, is erop gericht om per

59/83

Addendum 2026-2030 Regiovisie beschermd wonen en opvang 2022-2025

Pagina 7 van 9

2030 geen dak- of thuisloze burgers meer te hebben. Alleen met een gezamenlijke inspanning van gemeenten, zorgorganisaties en woningcorporaties is dit doel te bereiken. Naast de stijgende vraag naar opvang spelen ook de groei en vraag vanuit arbeidsmigranten naar opvang een rol. Het is zaak om de complete groep van deze personen in beeld te brengen, inclusief de jongvolwassen, zorgmijders en personen die in de buitengebieden van onze provincie een verblijfplaats hebben. Om het landelijke doel te bereiken, stellen we een Zeeuws actieplan dakloosheid op. Dit doen we op basis van de evaluatie van de Bouwstenennotitie. In overleg met de zorgaanbieders kijken we naar oplossingen om de grote vraag aan dag- en nachtvoorzieningen op te kunnen vangen. Ook wordt specifiek gekeken naar verslaving en bestaanszekerheid waarbij met zorgorganisaties gekeken wordt naar de inzet van preventiemiddelen. Wat moet er nog gebeuren? 1. We stellen de evaluatie van de Bouwstenennotitie vast 2. We stellen een Zeeuws actieplan dakloosheid op.

Product Vrouwenopvang/Veilige Opvang De vrouwenopvang wordt in Zeeland geboden door de Veilige Opvang van Emergis en het daar onder vallende ambulante GIA-team (GIA staat voor Geweld In Afhankelijkheidsrelatie). Onder de subsidie die hiervoor wordt verstrekt vallen de volgende onderdelen: Veilige opvang en begeleiding, centrum seksueel geweld, compensatie eigen bijdrage uitkeringsgerechtigden en opvang van slachtoffers zonder verblijfsvergunning. De ontwikkellijn vrouwenopvang haakt deels aan bij de ontwikkellijnen van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Met name de ontwikkellijnen ‘cliënt- en naastenperspectief’, preventie en vroegsignalering’ en ‘wonen’ hebben raakvlakken met de gewenste ontwikkeling voor de vrouwenopvang. Het voorkomen van de noodzaak van veilige opvang en het duurzaam doorbreken van onveiligheid wordt met name een ontwikkelopgave in het kader van de doorontwikkeling van de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling in Zeeland. Dit wordt in het licht van het (landelijke) Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming op regionaal en lokaal niveau uitgewerkt. Een verandering in de aanpak van onveiligheid in afhankelijkheidsrelaties is noodzakelijk. Het huidige stelsel voldoet niet meer aan de behoeften van kinderen en gezinnen omdat er te versnipperd en te veel in een estafettemodel wordt gehandeld.

Eind 2025/begin 2026 zal hiertoe een nieuwe Regiovisie worden vastgesteld met een ontwikkelagenda of uitvoeringsplan voor de aanpak van huiselijk geweld c.q. onveiligheid in afhankelijkheidsrelaties. De vrouwenopvang is een onderdeel van deze brede aanpak. Tegelijkertijd zijn de 20 vrouwenopvang-organisaties in Nederland, waaronder de Veilige Opvang in Zeeland, onderdeel van een landelijk stelsel. Vrouwenopvang organisaties en centrumgemeenten werken als een landelijk dekkend netwerk van veilige opvang samen en vangen ‘elkaars’ cliënten uit solidariteit op. De in 2023 geactualiseerde risicoscreening zorgt ervoor dat de veiligheidsinschatting overal hetzelfde wordt uitgevoerd en dat de uitkomst (veiligheidsbeoordeling) niet op verschillende manier te interpreteren is. De toegang is hiermee geharmoniseerd in heel Nederland. In 2025 wordt door de VNG en Valente een eerste aanzet gegeven voor een landelijke monitor. De monitor veilige opvang geeft inzicht in de huidige capaciteit van alle vrouwenopvang organisaties. De informatie gaat helpen bij het goede gesprek over hoeveel capaciteit er landelijk en regionaal daadwerkelijk nodig is in de vrouwenopvang. Hierbij is aandacht voor zowel het aantal plaatsen als de huidige beperkte beschikbaarheid in verband met de verblijfsduur van cliënten op een opvangplaats.

Cliënten verblijven vaak langer dan nodig is voor de veiligheid omdat zij moeten wachten op een sociale huurwoning of wachten op een specialistische vervolghulp zoals gehandicapten- of psychiatrische zorg. In de loop van de jaren levert de monitor een steeds betrouwbaarder landelijk beeld op. Wat moet er nog gebeuren? 1.

Regiovisie en uitvoeringsprogramma aanpak huiselijk geweld/onveiligheid in afhankelijkheidsrelaties opstellen en vaststellen.

60/83

Addendum 2026-2030 Regiovisie beschermd wonen en opvang 2022-2025

Pagina 8 van 9

2.

3.

Afspraken maken over de basis van de lokale teams t.b.v. de aanpak van onveiligheid in afhankelijkheidsrelaties in het kader van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming (als onderdeel van de Regiovisie en het uitvoeringsprogramma als genoemd bij 1). Gesprek voeren in de regio op basis van de (voorlopige) resultaten van de landelijke monitor VO van VNG en Valente met de vrouwenopvang Zeeland.

Ontwikkellijn bekostiging en partnerschap In 2023 hebben de Zeeuwse gemeenten voorgesorteerd op de doordecentralisatie en het invoeren van de wet Woonplaatsbeginsel door partnerschapsafspraken op te stellen. In deze afspraken staat beschreven hoe gemeenten omgaan met de middelen die de centrumgemeente Vlissingen ontvangt van de diverse uitkeringen van het Rijk. Verder hebben we met elkaar afgesproken dat we in Zeeland samen toewerken naar eenduidige beleid als het gaat om beschermd wonen en opvang. Om de samenwerking tussen de dertien Zeeuwse gemeenten vorm te geven, moet er een stevig fundament liggen. De governance omvat de afspraken die we als dertien gemeenten maken om deze samenwerking vorm te geven. Deze afspraken zijn een juridische basis. Het is de wens van bestuurders om te kijken om de samenwerking met jeugd te verstevigen. De partnerschapsafspraken van beschermd wonen, zullen geëvalueerd worden en meegenomen worden naar de nieuwe governance. Sinds 2024 ontvangen gemeenten een budget voor preventie van beschermd wonen en opvang. Dit budget kunnen gemeenten vrij besteden om de instroom in beschermd wonen te verminderen en de uitstroom te bevorderen. Het regiobudget wordt door een ambtelijke werkgroep Partnerschap gemonitord.

Per jaar wordt er een werkbegroting opgesteld en deze wordt afgestemd met de Zeeuwse gemeenten waarna gemeente Vlissingen in haar hoedanigheid van centrumgemeente en budgethoudende gemeente, de begroting vaststelt. In de begroting zijn ook posten opgenomen voor cliënt- en naastenperspectief en voor de doelgroep met een complexe zorg- en begeleidingsvraag. Wat moet er nog gebeuren? 1. We evalueren de partnerschapsafspraken in relatie tot de te ontwikkelen governance.

Ontwikkellijn monitoring De Zeeuwse gemeenten zien de ontwikkelingen op het gebied van beschermd wonen en opvang als een lerende omgeving. We ontwikkelen nog steeds door. Om de ontwikkelingen in kaart te brengen en om te kijken wat werkt en waar wij bij moeten sturen, is er een monitor ontwikkeld. Hiervoor hebben we niet alleen het iWmo-berichtenverkeer aangepast maar zijn er ook afspraken gemaakt over het aanleveren van gegevens voor beschermd wonen. We beogen een halfjaarlijkse rapportage voor beschermd wonen op te leveren. Aan de hand van de rapportage kijken we, voor zover mogelijk samen met de zorgaanbieders, of we beleidsmatige aanpassingen door moeten voeren. Wat moet er nog gebeuren? 1. We houden de monitor beschermd wonen up to date. Hier ligt een belangrijke taak voor gemeenten. Zij moeten de juiste data aanleveren. 2. We sluiten met de monitor aan op de landelijke monitors die er beschikbaar zijn. 3. Hier dient consensus te komen tussen gemeenten over de aanlevering van gegevens vanuit het iWMO berichtenverkeer. Dit betreft de gemeenten die niet via SWVO de gegevens aanleveren. Enerzijds is het nodig voor het verwerken van declaraties en te voldoen aan richtlijnen vanuit i-sociaaldomein, anderzijds is het van belang voor de monitoring.

61/83

Addendum 2026-2030 Regiovisie beschermd wonen en opvang 2022-2025

Pagina 9 van 9

Zeeuws Actieplan Dakloosheid

Iedereen een (t)huis!

Zeeuws actieplan dakloosheid 2026 – 2030 3 juli 2025

62/83

Inhoud 1.

Inleiding ...................................................................................................................................... 2 1.1. Zeeuwse ontwikkelingen .......................................................................................................... 2

2.

Ambities...................................................................................................................................... 2

3. Uitwerking 6 actielijnen................................................................................................................... 3 3.1 Versterken bestaanszekerheid................................................................................................... 3 3.2 Preventie .................................................................................................................................... 4 3.3 Wonen Eerst .............................................................................................................................. 5 3.4 Versterken uitvoeringspraktijk: regie op alle leefgebieden, snelheid en menselijke maat centraal............................................................................................................................................ 6 3.5 Ervaringskennis in de hele beleidscyclus ................................................................................... 7 3.6 Speciale aandacht voor bijzondere doelgroepen....................................................................... 7 4.

Uitvoering en verantwoording ............................................................................................... 8

63/83

1

1. Inleiding Op 1 december 2022 is door ministeries van VWS, BZK en SZW, de VNG, woningbouwcorporaties, zorgaanbieders, cliëntorganisaties en andere betrokken partijen het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis gelanceerd. Dit plan geeft invulling aan de ambitie om dakloosheid in 2030 te beëindigen. In het kader van het Nationaal Actieplan Dakloosheid wordt onderstaand een vertaling gemaakt naar het Zeeuws actieplan dakloosheid (ZAD). Dit op basis van de in het nationale actieplan opgenomen ambities en de hierin genoemde zes pijlers. Zodoende is er Zeeuws breed sprake van 1 uniform beleid voor heel Zeeland. Met het actieplan wordt de focus verlegd van opvang naar preventie en wonen met ondersteuning op maat. In het kader van het Nationaal Actieplan wordt hierbij een vertaling gemaakt naar een Zeeuws Actieplan Dakloosheid. Dit doen we op basis van de in het Actieplan opgenomen ambities en de hierin genoemde zes actielijnen. Een belangrijke regel die we daarbij hanteren, die eerder is vastgesteld in de Regiovisie Beschermd Wonen en Opvang Zeeland, is: iedere inwoner is een Zeeuwse inwoner.

1.1. Zeeuwse ontwikkelingen De Zeeuwse ontwikkelingen sluiten aan bij de landelijke ontwikkelingen. Dit vertaalt zich naar een groeiende vraag naar huisvesting. Deze vraag beperkt zich niet alleen tot de gemeente Vlissingen en Terneuzen waar de opvangvoorzieningen zijn gehuisvest. Ook in de gemeenten Goes en Middelburg is er nadrukkelijk sprake van vraag naar vormen van opvang. Het beleid, aansluitend bij de ambitie uit het Nationaal Actieplan Dakloosheid, is erop gericht om per 2030 geen dak- of thuisloze inwoners meer te hebben. Alleen met een gezamenlijke inspanning van gemeenten, zorg verlenende organisaties en woningcorporaties is dit doel te bereiken.

2. Ambities De ambitie uit het Nationaal Actieplan Dakloosheid is dat er in 2030 geen sprake meer is van dakloosheid. We omarmen deze ambitie in Zeeland. Dit laat zich vertalen naar: -

-

-

Daklozen slapen niet meer buiten vanwege een tekort aan toegankelijke, veilige en passende opvang; Niemand verblijft langer in een (tussen)voorziening dan strikt noodzakelijk is. We bouwen de maatschappelijk opvang om naar een eerste opstap naar eigen huisvesting. Dit in een gezonde verhouding tot het principe van Housing First en overige opvang plekken. Er zijn passende woonlocaties voor overlast gevende inwoners, zoals Skaeve Huse. Er is een regionaal interventieteam actief. Er is geen onderscheid meer in winter/dag/nacht opvang. Zorg- en begeleiding vindt zoveel mogelijk thuis plaats. Niemand zou moeten worden ontslagen uit een instelling (gevangenis, ziekenhuis, zorginstelling) zonder een aanbod van passende huisvesting of toeleiding naar bijvoorbeeld een Housing First traject. Huisuitzettingen worden zoveel mogelijk voorkomen. Alle Zeeuwse gemeenten hebben afspraken met de woningcorporaties om dakloosheid te voorkomen. Er is in elke gemeente speciale aandacht voor het vergroten van de bestaanszekerheid voor jongeren.

64/83

2

De ambities die hierboven staan beschreven zijn uitgewerkt in onderstaande actielijnen. Om de ambities te behalen is samenwerking tussen verschillende domeinen, zowel in uitvoering als beleid essentieel. Dit betekent dat we partijen op het gebied van werk, inkomen, volksgezondheid, veiligheid, welzijn en wonen nodig hebben.

3. Uitwerking 6 actielijnen 3.1 Versterken bestaanszekerheid Bestaanszekerheid bestaat uit drie onderdelen 1: -

Betaalbaar wonen Financiële rust Voldoende inkomen

Het versterken van bestaanszekerheid is een lokale verantwoordelijkheid die we lokaal vormgeven. Iedere gemeente investeert en organiseert lokaal de: ‘Aanpak geldzorgen, armoede en schulden’ en de ‘Participatiewet in balans’. Deze aanpak draagt bij aan de bestaanszekerheid van veel Nederlanders, in het bijzonder mensen met een laag inkomen. Voor de duiding van mensen met een laag inkomen wordt tenminste een grens van 120% van het wettelijk sociaal minimum gehanteerd. Hoewel het een lokale verantwoordelijkheid is, speelt inkomenspolitiek ook een belangrijke rol. De Rijksoverheid stelt het kader en de richtlijnen vast voor inkomensbeleid, zoals het sociaal minimum, belastingmaatregelen en landelijke toeslagen. Gemeenten geven uitvoering aan vroegsignalering uit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en werken actief aan een het zo vroeg mogelijk bieden van ondersteuning aan inwoners die (beginnende) schulden opbouwen. Deze aanpak is gebaseerd op onderzoek door de Nationale Ombudsman, dat aantoont dat vroegtijdige interventie kan voorkomen dat betalingsachterstanden leiden tot problematische schulden. Het proces van vroeg signalering begint vaak bij roodstand, gevolgd door het stoppen met betalen van de zorgverzekering (waarbij men verzekerd blijft), vervolgens energie, en uiteindelijk de huurbetalingen, wat kan leiden tot dakloosheid.

Door vroegtijdig in te grijpen, te investeren in de samenwerking met en tussen de lokale teams, kunnen gemeenten voorkomen dat inwoners in deze vicieuze cirkel terechtkomen. Acties regionaal: -

Er komt een regeling voor jongeren tot 27 jaar voor het op maat verstrekken van uitkering of leefgeld Gemeenten maken afspraken over een regeling voor jongeren tot 27 jaar conform de jongmeerderjarigen norm Gemeenten zorgen ervoor dat inwoners die regelmatig gebruik moeten maken van de Participatiewet niet opnieuw het traject van een uitkering hoeven te doorlopen. Dit doen zij door de uitkering op €0,01 te zetten of door een garantieknop in te richten

1

Voldoende inkomen betekent dat iemand genoeg verdient om in de basisbehoeften te voorzien, zoals voedsel en huisvesting. Betaalbaar wonen houdt in dat de woonlasten in verhouding staan tot het inkomen, zodat er genoeg overblijft voor andere uitgaven. Financiële rust betekent dat iemand zich geen zorgen hoeft te maken over geld, dankzij een stabiele financiële toekomst.

65/83

3

-

-

We onderzoeken de mogelijkheden om bestaanszekerheid te vergroten, zoals het creëren van en bouwdepot voor jongeren en bijvoorbeeld gebruik te maken van het jongerenperspectief fonds en de doorbraakmethode Gemeenten investeren in programma’s die de bestaanszekerheid van inwoners versterken om dakloosheid te voorkomen Bij verhuizing worden gegevens automatisch overgedragen naar de uitkeringsinstantie, zodat de inwoner zo snel mogelijk opnieuw kan starten Gemeenten investeren in een voorzieningenwijzer, een tool die de inwoner helpt om eenvoudig alle lokale regelingen en landelijke toeslagen te vinden en aan te vragen Gemeenten investeren in het Jongerenperspectief Fonds om jongeren met schulden te ondersteunen

3.2 Preventie Het uitgangspunt van landelijk beleid is dat we dakloosheid voorkomen. Een succesvolle preventieve aanpak van dakloosheid bevordert sociale inclusie. Voor een effectief preventiebeleid is het belangrijk dat een bredere definitie conform Ethos light classificatie2 van dakloosheid wordt gehanteerd. Want het gaat bij preventie niet alleen om mensen die al dakloos zijn maar met name om mensen waarvan we willen voorkomen dat zij dak of thuisloos worden. Preventie is een lokale verantwoordelijkheid die we lokaal vormgeven. In het Regiobudget beschermd wonen en opvang hebben alle gemeenten een budget opgenomen voor lokale preventiedoelen. Met dit budget zetten we actief in op preventie van opvang. Zo investeert iedere gemeente in een sterk voorliggend veld op alle leefgebieden, waaronder preventie en nazorg. In 2024 is in de Zeeuwse gemeenten de preventiescanner dakloosheid uitgevoerd door de Preventiealliantie. Deze preventiescanner geeft gemeenten een beter beeld van de huidige preventieve aanpak. De resultaten uit de preventiescanner zijn ook meegenomen in onderstaande regionale acties. Acties regionaal: -

-

-

Gemeenten spannen zich in om de zelfregie en weerbaarheid van mensen te versterken, herstel te ondersteunen en oog te hebben voor betrokkenen in hun omgeving. Dat kan door bijvoorbeeld het beschikbaar maken van psycho-educatie in de wijken. Gemeenten zetten in op goede en vindbare informatie op alle leefgebieden, bijvoorbeeld door de inzet van Kwikstart voor jongvolwassenen. Gemeenten voeren in 2026 de ETHOS light telling uit om meer inzicht te krijgen in de omvang van de doelgroep dak- en thuislozen in Zeeland. Dit doen we om beter te begrijpen hoe groot deze groep is om vervolgens gerichter beleid en ondersteuning te kunnen ontwikkelen. Gemeenten zetten in op sterke lokale teams (0-100) om een integrale samenwerking en aanpak binnen het sociaal domein te borgen Gemeenten geven uitvoering aan bij het PACT Regioplan toegankelijke mentale gezondheid in Zeeland

2

1. Mensen die leven in de openbare ruimte; 2. Mensen in de noodopvang; 3. Mensen in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen; 4. Mensen in niet-conventionele woonplekken (zoals auto, kraakpand, vakantiewoning) 5. Mensen die tijdelijk verblijven bij familie, vrienden of kennissen

66/83

4

-

-

-

-

Zorgaanbieders binnen de GGZ zetten multidisciplinaire teams in die outreachend werken en nauw samenwerken met bestaande structuren zoals de inzet van veldwerkers. Het is van belang ook te kijken naar de voorliggende problematiek van de dakloosheid op het gebied van psychiatrie/verslaving/lichtverstandelijke beperking Zorgaanbieders richten time-out voorzieningen in voor inwoners en bieden behandeling en begeleiding; Verbinding van medisch en sociaal domein en zorg aan onverzekerden; Instroom opvanglocaties beperken; Na intramurale zorg zetten zorgpartijen, gemeenten samen met woningcorporaties in voor een zachte landing in de wijk. Concreet betekent dit dat de cliënt een woning heeft. Bij dreigende dakloosheid kunnen gemeenten overwegen om huurschulden voor inwoners te betalen om een huisuitzetting af te wenden. Goede informatievoorziening is onderdeel van het verbeteren van dienstverlening aan kwetsbare inwoners. Iedere gemeente biedt informatie aan over hoe onderdak te vinden, bijvoorbeeld via een loket en websites of brochures. Inzet van onafhankelijke cliëntondersteuning. Gemeenten zetten de middelen vanuit BREDE SPUK in voor welzijn op recept. Verbinding tussen het sociaal – medisch en GGZ domein. Het Zeeuws invoeren van de doorbraakmethode van IPW wordt ingezet om in al die gevallen waar het huidige systeem ervoor zorgt dat mensen vastlopen te doorbreken.

3.3 Wonen Eerst De VNG geeft de volgende zes leidende principes weer in het programma nationaal actieplan dakloosheid (Eerst een thuis): 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Dakloosheid voorkomen is altijd beter dan opvang of herhuisvesting. Huisvesting is een mensenrecht. Respect voor keuze en eigen regie van mensen. Scheiden van wonen en zorg. Ondersteuning is gericht op herstel. Ondersteuning is flexibel en op maat.

Housing First is een aanpak die zegt dat huisvesting de eerste stap is in het proces van herstel voor mensen zonder onderdak. Het biedt directe toegang tot een woning zonder extra voorwaarden, wat betekent dat iedereen direct een vaste woonplek krijgt toegewezen. Dit model ziet huisvesting als een basisrecht en is gericht op het stoppen van dakloosheid door stabiliteit te bieden, zodat inwoners kunnen werken aan andere onderdelen van hun leven, zoals gezondheid en sociale contacten. Dak- en thuisloze mensen hebben in de eerste instantie een woonprobleem. Geen dak hebben betekent onveiligheid, er niet bij horen en geen perspectief hebben. Het hebben van een stabiele woonplek met de juiste ondersteuning is het belangrijkste antwoord op het verminderen van dakloosheid. Als gemeenten zijn wij ons bewust van de krapte op de arbeidsmarkt en de noodzaak om rekening te houden met de leefbaarheid in onze wijken. Alle gemeenten hebben of zijn op dit moment bezig met het opstellen van een woonzorgvisie en een volkshuisvestingsprogramma. In dit programma worden de woonen ondersteuningsbehoeften en opgaven van wettelijk vastgelegde aandachts- en urgentiegroepen in beeld gebracht. Het programma bevat de omvang van de aandachts-

67/83

5

urgentiegroepen in beeld, het aantal benodigde woningen, en de eventuele zorg en ondersteuning de nodig is om deze groepen zelfstandig te kunnen laten wonen.

Acties regionaal: De leidende principes uit het Zeeuws actieplan worden meegenomen in het opstellen van de Volkshuisvestingsprogramma’s. Gemeenten streven naar een woonvoorraad voor de urgentiegroepen die onder de wet regie op volkshuisvesting vallen Er wordt onderzoek gedaan naar mogelijkheden bij de private sector zoals ook gebruikt wordt binnen de ouderensector Gemeenten streven naar het beter benutten van de bestaande woonvoorraad Gemeenten onderzoeken de mogelijkheden zoals: kamers met aandacht en hospitaverhuur. Toewijzing en verhuur in principe op eigen naam. We hanteren een spreiding van voorzieningen over de gehele regio. Hierbij sluiten we aan bij de resultaten van het onderzoek naar het ideale zorglandschap BW/MO/VO. We nemen in acht wat passend is gezien de aard en omvang van de doelgroep, het aantal aanbieders en de betaalbaarheid. We onderzoeken bij een negatieve huurdersverklaring de mogelijkheden om middels maatwerk een alternatieve huurdersverklaring op te stellen -

-

3.4 Versterken uitvoeringspraktijk: regie op alle leefgebieden, snelheid en menselijke maat centraal Over de domeinen heen werken is een belangrijke voorwaarde om het aantal (dreigend) daklozen tot het minimum te beperken. Dit gaat niet alleen over de samenwerking binnen het sociaal domein maar ook over samenwerking tussen het sociaal domein en met andere relevante domeinen. Professionals in de uitvoeringspraktijk moeten kunnen doen wat nodig is om snel adequate ondersteuning te kunnen bieden. Acties regionaal: -

-

-

-

De basis op orde voor de inwoner door dat gemeente lokaal werken aan een beleidsplan sociaal domein. Gebruiken de geleerde lessen vanuit de doorbraakmethode om ons beleid rondom dakloosheid te verbeteren. Gemeenten en ketenpartners zorgen voor vaste en centrale aanspreekpunten op onderdelen die snel kunnen schakelen binnen de organisatie en linken leggen met de juiste personen. Elke gemeente regelt de toegang tot het sociaal domein zo in dat mensen die (dreigen) uit te vallen passende begeleiding, ondersteuning en zorg ontvangen. Gemeenten borgen hierbij zoveel mogelijk uniformiteit tussen de toegangen. De toegang tot de voorzieningen maatschappelijke opvang wordt verder aangescherpt, op basis van de resultaten van het onderzoek naar het efficiënter inregelen van de toegang. Gemeenten en zorgaanbieders spannen zich in op de nieuwe toegangsvariant ‘Aanbieders Plus’ in te richten. Bij uitstroom uit de opvang wordt een warme overdracht verzorgd en zijn de voor de inwoner noodzakelijke randvoorwaarden geregeld (denk aan huisvesting, ambulante ondersteuning, inkomen, dagbesteding, hulp bij financiën en het betrekken van sociaal netwerk en omgeving). Dit is een lokale verantwoordelijk die vorm krijgt binnen de convenanten Weer Thuis.

-

68/83

6

-

Gemeenten benadrukken het belang voor het toegankelijk maken van medische zorg voor daklozen. Dit is geregeld in de subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden en de regeling onverzekerbare vreemdelingen, zie CAK Zakelijk.

3.5 Ervaringskennis in de hele beleidscyclus De inbreng van ervaringskennis is de sleutel naar effectiever beleid en betere dienstverlening. Om hieraan te voldoen zullen wij een wederkerige bijdrage vragen aan ervaringsdeskundigen en ervaringskenners. Ervaringsdeskundigen Ervaringsdeskundigen zijn opgeleid om hun eigen ervaring met ontwrichting en herstel zowel in uitvoerende processen als op beleidsniveau deskundig in te zetten. De verschillende rollen en vaardigheden staan beschreven in het beroepscompetentie-profiel ervaringsdeskundigheid3. Ervaringskennis4 Mensen met ervaringskennis brengen kennis in die is ontstaan uit persoonlijke ervaringen en de reflectie daarop. Deze ervaringskennis helpt om beter aan te sluiten bij de leefwereld van inwoners en draagt bij aan herstel en inclusie. Beleidsparticipatie kent twee perspectieve: Het individuele en het collectieve. Waar cliënten hun eigen situatie vertegenwoordigen, brengen ervaringskenners en- deskundigen bredere inzichten in. De één deelt ervaringen, de ander zet ze overstijgend en professioneel in. Hun betrokkenheid verhoogt de kwaliteit en legitimiteit van beleid. Afhankelijk van het onderwerp verschilt de benodigde ondersteuning en invloed. Acties regionaal: -

Gemeenten faciliteren een Zeeuws platform belangenbehartiging dakloosheid; Gemeenten zetten ervaringskennis en ervaringsdeskundigen in bij de verdere doorontwikkeling van het Zeeuws actieplan dakloosheid. Gemeenten zetten ervaringskennis en ervaringsdeskundigen in bij het opstellen van de uitvoeringsagenda Zeeuws actieplan dakloosheid. Ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid participeren in de werkgroep cliënt- en naastenperspectief.

3.6 Speciale aandacht voor bijzondere doelgroepen De groep (dreigende) daklozen is zeer divers. Een generieke aanpak is niet altijd voor iedereen even effectief en vraagt om aanvullende extra of andere aanpak. Daar waar nodig wordt inzet gepleegd. Acties regionaal: -

3 4

Na het uitvoeren van de Ethos light telling wordt zichtbaar welke doelgroepen extra aandacht behoeven. Na deze telling zullen wij hier verdere actie aan geven. Op de aansluiting van 18- en 18+ wordt een plan van aanpak opgesteld om te komen tot een overzicht van die gebieden waar voor de jeugd stagnaties in het aanbod zitten. De bedoeling is om deze grijze gebieden in beeld te brengen en te zorgen voor een aanbod hierin.

Beroepscompetentieprofiel-Ervaringsdeskundigheid.pdf Ervaringskennisplein

69/83

7

4. Uitvoering en verantwoording Voor de uitvoering en verantwoording van dit actieplan wordt aangesloten bij de overlegen verantwoordingsstructuur van beschermd wonen en opvang. Kernteam/Ambtelijk afstemmingsoverleg 13 gemeenten Het Zeeuws actieplan dakloosheid wordt periodiek geagendeerd in het kernteam. Het kernteam heeft de regie op de voortgang op inhoud en proces. Het Ambtelijk Afstemminsoverleg wordt periodiek geïnformeerd over de voortgang. Werkgroep maatschappelijke opvang Na besluitvorming op het Zeeuws actieplan dakloosheid, stelt de werkgroep maatschappelijke opvang in samenwerking met de werkgroep cliënt en naastenperspectief een uitvoeringsagenda op. Beide werkgroepen dragen zorg voor uitvoering hiervan. Monitoring De monitoring van dit actieplan kent verschillende vormen. Het kernteam houdt regie op de voortgang van het actieplan en stuurt bij waar nodig. Daarnaast dient de regio gegevens aan te leveren voor het landelijk dashboard van het Nationaal Actieplan Dakloosheid.

70/83

8

Evaluatie Bouwstenennotitie Brede aanpak Maatschappelijke Opvang in Zeeland

Datum: 3 juli 2025

71/83

Inhoud 1.

Inleiding ......................................................................................................................2 1.1.

2.

Evaluatie..............................................................................................................2

Voorkomen dat inwoners dak- of thuisloos dreigen te worden ........................................2 2.1.

Welke acties zijn er ondernomen de afgelopen jaren? ............................................2

2.2.

Welke acties moeten er nog uitgevoerd worden? ...................................................3

2.3.

Welke doorontwikkeling willen gemeenten maken? ...............................................3

2.4.

Overzicht maatregelen ‘Voorkomen dak- en thuisloosheid’ ....................................4

3. Vernieuwing van de opvang ...............................................................................................6 3.1. Welke acties zijn er ondernomen de afgelopen jaren? ..................................................6 3.2. Welke acties moeten er nog worden uitgevoerd? .........................................................7 3.3. Welke doorontwikkeling willen gemeenten maken? .....................................................7 3.4. Overzicht maatregelen ‘Vernieuwing van de opvang’ ...................................................7 4. Wonen met begeleiding ....................................................................................................8 4.1. Welke acties zijn er ondernomen de afgelopen jaren? ..................................................8 4.2. Welke acties moeten er nog worden uitgevoerd? .........................................................9 4.3. Welke doorontwikkeling willen gemeenten maken? .....................................................9 4.4. Overzicht maatregelen ‘Wonen met begeleiding’ .........................................................9 5. Onvoorziene uitgaven ................................................................................................. 10 6. Financiële situatie ...................................................................................................... 11 6.1.

Voorstel inzet van de resterende middelen ............................................................... 12

1 72/83

1. Inleiding In 2021 is de Bouwstenennotitie Maatschappelijke Opvang vastgesteld door de Zeeuwse colleges. Deze Bouwstenennotitie is destijds opgesteld in het kader van de brede aanpak dakloosheid ‘Herstellen begint met een (t)huis’. De aanpak omvat drie pijlers: preventie van dakloosheid, omvorming van de opvang en de nazorg (wonen met ambulante begeleiding). De regio Zeeland heeft voor de uitwerking van de plannen incidentele middelen ontvangen ter hoogte van € 2.690.700,-. Deze middelen zijn toegevoegd aan de decentralisatie uitkering maatschappelijke opvang (DU-MO) in de decembercirculaire 2020.

1.1.

Evaluatie

De Bouwstenennotitie is opgesteld om de incidentele middelen die de regio Zeeland heeft ontvangen, zo effectief mogelijk in te zetten. Het doel is om te voorkomen dat inwoners dak- of thuisloos raken, om extra woonplekken te realiseren voor mensen zonder vaste verblijfplaats, en om de opvang op een vernieuwende en meer passende manier vorm te geven. In deze evaluatie wordt per doelstelling beschreven welke stappen de afgelopen jaren zijn gezet, welke acties nog openstaan, en welke richting gemeenten op willen met verdere doorontwikkeling. De notitie bevat in totaal 21 maatregelen die bijdragen aan het behalen van de gestelde doelen. Per maatregel wordt aangegeven of deze inmiddels is uitgevoerd, nog loopt of nog moet worden opgepakt. Daarnaast geeft de evaluatie inzicht in de financiële stand van zaken per mei 2025. Tot slot wordt er een voorstel gedaan voor de inzet van de resterende middelen, zodat ook de komende periode gericht gewerkt kan worden aan het voorkomen en terugdringen van dak- en thuisloosheid in Zeeland.

2. Voorkomen dat inwoners dak- of thuisloos dreigen te worden Preventie is enerzijds het voorkomen van dak- en thuisloosheid en anderzijds het voorkomen van terugval na een periode van dakloosheid. Alle inwoners die dreigen dakloos te worden hebben een eigen uniek verhaal. Dit maakt dat er niet één standaard aanpak is te bepalen voor deze doelgroep. Wel is bij de meeste gevallen sprake van psychische problematiek en/of middelgebruik wat leidt tot overlast, sociaal isolement, vervuiling en verwaarlozing. Life-events zoals echtscheiding, verlies van een baan en eventuele economische gevolgen daarvan kunnen ervoor zorgen dat inwoners dakloos raken. In de Bouwstenennotitie is de opdracht beschreven dat er kansen liggen in het inclusiever maken van de arbeidsmarkt op korte en middellange termijn. Daarnaast zijn een aantal andere initiatieven voorgesteld, zoals de inzet van ervaringsdeskundigheid en/of buddy’s, de inzet van een straatpsychiater en implementatie van de Doorbraakmethode.

2.1.

Welke acties zijn er ondernomen de afgelopen jaren?

Op het gebied van het voorkomen van dak- en thuisloosheid zijn er in Zeeland de laatste jaren flinke stappen gezet. Zo is in 2024 de Preventiescanner uitgevoerd in alle Zeeuwse gemeenten. De Preventiescanner biedt gemeenten inzicht in hun preventieve beleid en biedt kansen voor de versterking van de preventieve aanpak. De resultaten uit de Preventiescanner worden door gemeenten gebruikt om hun preventieve aanpak voor de komende jaren te bepalen. Een deel van de resultaten zijn ook als actiepunten opgenomen in het Zeeuws Actieplan Dakloosheid. Om de 2 73/83

aanpak uit te voeren, zijn er sinds 2025 ook regionale preventiemiddelen beschikbaar waar gemeenten aanspraak op kunnen maken. Daarnaast zijn er succesvolle resultaten behaald binnen het project ‘Preventie Dakloosheid’, waarin een versterkte samenwerking tussen Emergis en HerstelTalent tot stand is gekomen. Binnen deze pilot werken ervaringsdeskundigen van HerstelTalent en MJD-casemanagers van Emergis in tweetallen samen. Dit biedt inwoners de kans om herstel ondersteunende begeleiding te ontvangen van HerstelTalent in aanvulling op de hulp die MJD (Maatschappelijke Justitiële Dienstverlening) biedt. Ook is in 2023 besloten om de beschikbare middelen vanuit de Bouwstenennotitie in te zetten voor de pilot Veldwerker. Na oriënterende gesprekken met Leger des Heils, Emergis en GGD Zeeland is gebleken dat een pilot Straatpsychiater (zoals omschreven in de Bouwstenennotitie) op dat moment niet haalbaar was. In plaats daarvan is de pilot Veldwerker gekomen. In deze pilot werken bovengenoemde partijen samen om de meest zorgwekkende (overlastgevende) inwoners van de benodigde zorg en begeleiding te voorzien. De pilot zal naar verwachting binnen het zorgaanbod een structurele invulling krijgen. Eind 2025 zal een evaluatie plaatsvinden.

Verder wordt in Zeeland (middels het project Domeinoverstijgend samenwerken Zorg en Veiligheid) op dit moment de Doorbraakmethode in gemeenten uitgerold. Dit betreft een projectperiode van 3 jaar, waarbij het eerste jaar (2025) in het teken staat van het trainen van de professionals. Het tweede en derde jaar wordt gebruikt voor actieonderzoeken en het borgen van de Doorbraakmethode.

2.2. -

-

-

-

Welke acties moeten er nog uitgevoerd worden?

Gemeenten zetten in op goede en vindbare informatie op alle leefgebieden, bijvoorbeeld door de inzet van de app Kwikstart voor jongvolwassenen. Inmiddels zijn een aantal gemeenten aangesloten bij Kwikstart. Het streven is om alle gemeenten hierbij aan te laten sluiten. Borging van de resultaten van de preventiescanner. De uitkomsten van de preventiescanner bieden waardevolle inzichten voor het voorkomen van dakloosheid. Het is belangrijk om deze resultaten structureel te verankeren binnen het beleid en de werkwijze van de verschillende gemeenten. Dit vraagt om verdere uitwerking en afstemming met betrokken partijen. Continuering van het project Preventie Dakloosheid (Emergis en HerstelTalent) Het project heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan vroegsignalering en ondersteuning. We onderzoeken momenteel de mogelijkheden om dit project voort te zetten of structureel in te bedden binnen bestaande voorzieningen. Aanpak rondom huisuitzettingen Er is behoefte aan een gerichte aanpak om huisuitzettingen te voorkomen. Dit vraagt om samenwerking tussen woningcorporaties, gemeenten en zorgaanbieders, met aandacht voor vroegsignalering, schuldenproblematiek en passende ondersteuning.

2.3.

Welke doorontwikkeling willen gemeenten maken?

Het versterken van de bestaanszekerheid van inwoners is een belangrijk element in het voorkomen van dakloosheid. Het voorkomen van dakloosheid begint vaak bij het aanpakken van financiële problemen. We zien het versterken van de bestaanszekerheid als lokale verantwoordelijkheid. Iedere gemeente investeert in en organiseert lokaal de ‘Aanpak geldzorgen, armoede en schulden’ en de ‘Participatiewet in balans’. Voor de duiding van mensen met een laag 3 74/83

inkomen wordt tenminste een grens van 120% van het wettelijk sociaal minimum gehanteerd. In het Zeeuwse Actieplan Dakloosheid zijn acties geformuleerd die we de komende jaren regionaal gaan uitvoeren om de bestaanszekerheid van Zeeuwse inwoners te versterken. De komende jaren blijven de Zeeuwse gemeenten aandacht besteden aan preventie binnen beschermd wonen en opvang. Er zijn zowel regionale als lokale middelen beschikbaar om preventieve initiatieven te ondersteunen. De focus ligt op het voortzetten van bestaande projecten, het benutten van ervaringen uit pilots en het versterken van samenwerking tussen betrokken partijen. Hoewel niet alles direct structureel is ingebed, wordt stap voor stap gewerkt aan het verbeteren van vroegsignalering en het voorkomen van instroom of terugval. Deze inzet sluit aan bij landelijke ontwikkelingen, maar wordt vooral afgestemd op de Zeeuwse context en mogelijkheden. De preventieprojecten die zowel regionaal als lokaal worden uitgevoerd, krijgen een podium tijdens de tweejaarlijkse inspiratiesessies preventie BW-MO. Deze bijeenkomsten bieden ruimte voor het delen van kennis, het uitwisselen van ervaringen en het versterken van de samenwerking tussen betrokken partijen.

2.4.

Overzicht maatregelen ‘Voorkomen dak- en thuisloosheid’

Maatregel Toelichting uit Bouwstenennotitie 1. Coaching medewerkers en De organisatie van trainingen hoe om te vrijwilligers gaan met inwoners met verward gedrag/multi-problematiek. De trainingen zijn bedoeld voor medewerkers in de toegang of vrijwilligers. Het gaat om vermindering van stigma, taboes doorbreken en kennis vergroten.

Uitvoering Deze actie is niet binnen de contouren van de bouwstenennotitie uitgevoerd. Middelen hiervoor bestemd van € 77.000,= toegevoegd aan onvoorzien binnen de Bouwstenennotitie.

2. Inzet ervaringsdeskundigen/ buddy’s

Deze maatregel is opgepakt binnen het bovengenoemde project ‘Preventie Dakloosheid’ van Emergis en HerstelTalent.

Een buddy is een ervaringsdeskundige vrijwilliger, die met een gedegen training, mensen ondersteunt van wie het leven tijdelijk uit balans is. Iemand waarmee je regelmatig kunt afspreken, die ervoor je is om samen mooie en moeilijke momenten mee te delen en waarmee je de dagelijkse sleur kan doorbreken. 3. Pilot straatpsychiater Het doel van de inzet van een straatpsychiater is om interventies binnen de GGZ (diagnose, crisiszorg, behandeling) toegankelijker te maken voor de doelgroep binnen en rond de maatschappelijke opvang. 4. Implementatie De Doorbraakmethode kan helpen bij het Doorbraakmethode opstellen van een integraal plan met de inwoner die dakloos is of dreigt te geraken. Deze werkwijze is ontwikkeld door Instituut voor Publieke Waarden (IPW). De methodiek gaat uit van maatwerk, waarbij de oplossingsrichting ofwel het perspectief van de betreffende inwoner als uitgangspunt wordt genomen. Met de 4 75/83

Deze maatregel is opgepakt binnen de bovengenoemde pilot Veldwerker.

Deze maatregel is opgepakt binnen het project Domeinoverstijgend samenwerken Zorg en Veiligheid. Op dit moment worden gemeenten getraind in de methode.

doorbraakmethode is het mogelijk om multi-problem gezinnen/huishoudens die vastlopen te helpen. 5. Voorkomen van We dringen het aantal huisuitzettingen als huisuitzettingen gevolg van schulden verder terug. De huisuitzetting worden deels veroorzaakt door huurachterstanden maar een huisuitzetting kan ook het gevolg zijn van een criminele activiteit, denk aan een hennepplantage. We brengen in kaart wat in de 13 gemeenten op dit moment de oorzaken zijn van de huisuitzettingen. 6. Prestatieafspraken na Gemeenten maken afspraken met verblijf in een intramurale woningcorporaties voor voldoende setting woonplekken voor mensen die uitstromen uit bijvoorbeeld detentie, een GGZinstelling of de jeugdzorg. De gemeenten delen deze prestatieafspraken met elkaar zodat we een totaalbeeld hebben voor Zeeland.

7. Invoering app Kwikstart

8. Mijn Plan 18

9. Uitbreiding Bemoeizorg

Kwikstart is een app waarmee jongeren kunnen zoeken naar landelijke en straks ook lokale informatie van overheidsinstanties. Ze vinden er alle informatie die ze nodig hebben om op eigen benen te staan. Denk hierbij aan aanvragen van een DigiD, een zorgverzekering of een urgentieverklaring voor een nieuwe woning.

Gemeenten maken met aanbieders van (intramurale) jeugdhulp de afspraak dat zij met hun cliënten toewerken naar een goede start in de samenleving zodra ze 18 zijn. Daarbij moeten ze goed afstemmen met de gemeenten als het gaat om inkomen, werk, opleiding en wonen. Mijnplan18 is een voorbeeld van een werkwijze. werkwijze Sommige (dreigende) dak- en thuislozen willen geen hulp, veroorzaken overlast of leven juist een kluizenaarsbestaan. Bemoeizorg van de GGD Zeeland geeft aan vanwege toegenomen vraag te moeten uitbreiden met 0,5 fte. Bijbehorend bedrag is nodig om dit in 2021 te kunnen bekostigen. Voor de structurele bekostiging van 2022 e.v. worden met gemeenten afspraken gemaakt. 5 76/83

Vanuit de werkgroep Maatschappelijke Opvang is onderzoek gedaan naar het aantal huisuitzettingen. Gezien de geringe omvang van dit aantal is er op dat moment geen verdere actie ondernomen. Zeeuws breed is hier vanuit de werkgroep geen actie opgezet. Wel werden door individuele gemeenten afspraken met corporaties gemaakt. Het zwaartepunt ligt bij het Beschermd Wonen. Inmiddels (2025) is er wel volop aandacht voor de woon- en huisvestingsproblematiek en het feit dat er onvoldoende door- en uitstroom kan worden gerealiseerd. De app Kwikstart is inmiddels door een aantal gemeenten gelanceerd als informatiepunt voor jongvolwassenen. Inmiddels maakt de inzet van deze app onderdeel uit van de acties die in het Zeeuws Actieplan Dakloosheid worden benoemd. Deze actie is met name opgepakt in het kader van de inkoop van jeugdzorg en jeugdhulp welke in het kader van de regiovisie jeugd nog steeds actueel is.

De gevraagde uitbreiding van de formatie van Bemoeizorg is beschikbaar gesteld en maakt nu deel uit van de bestaande jaarlijkse subsidie.

10. Preventiescanner

De Preventiescanner biedt gemeenten inzicht en kansen voor de versterking van de preventieve aanpak. Ook is er een focus op het voorkomen van dakloosheid na uitstroom uit een jeugdinstelling. 11. Maatregelen participatie/ Door Kebon, Impuls en Expertise Zorg vindt bestaanszekerheid in opdracht van VWS een Maatschappelijke Kosten-batenanalyse plaats van de brede aanpak dakloosheid. Het onderzoek beoogt de maatschappelijke kosten en baten van de brede aanpak in beeld te brengen. Met deze inzichten kan o.a. het belang van preventie beter (cijfermatig) worden onderbouwd. In totaal worden 8 maatregelen (aanpakken) gepresenteerd. De tussenrapportage van de eerste fase is inmiddels ontvangen. 12. Inspiratie preventie BW-MO Vanaf het najaar 2021 organiseert het CZW Bureau 2 keer per jaar inspiratiesessies op het gebied van preventie, om gemeenten en overige samenwerkingspartners in het sociaal domein te inspireren om (meer) in te zetten op preventie. De inbreng van cliënten, naasten en ervaringsdeskundigen is hierbij zeer relevant.

De Preventiescanner is in 2024 uitgevoerd in de 13 Zeeuwse gemeenten. Hoewel er vanuit de Bouwstenennotitie geen specifieke aandacht of middelen zijn toegekend aan dit onderwerp, zijn de analyse en uitkomsten Preventiescanner wel gedeeld met ambtenaren die betrokken zijn bij de uitvoering van de Participatiewet.

In samenwerking met Stichting HerstelTalent worden er jaarlijks twee inspiratiesessies preventie georganiseerd. De sessies zijn vooral bedoeld voor het uitwisselen van goede voorbeelden en van elkaar te leren.

3. Vernieuwing van de opvang Het oude model van de daklozenopvang kenmerkte zich door slaapzalen met stapelbedden. Inmiddels zien we een trend dat de opvangvoorzieningen, mede door verzwaring van de doelgroep, maar ook door een veranderde visie op de zorg, tegenwoordig meer gericht is op eenpersoonskamers en kortdurend verblijf. De Zeeuwse opvangvoorziening het Witte Huis is hierin meegegaan en heeft zowel voor de nachtopvang als voor de 24-uurs opvang eenpersoonskamers gerealiseerd. Ondanks de omvorming van de opvang, blijkt ook dit voor een bepaalde doelgroep niet passend te zijn. Sommige mensen zijn groepsongeschikt. Eén van de oorzaken hiervan is het gat tussen ambulantisering van de GGZ en de daklozenopvang. Inwoners met zware gedragsproblemen zijn daardoor onterecht in de opvangvoorzieningen terechtgekomen. Naar aanleiding van de gesprekken die gevoerd zijn met de zorgaanbieders Emergis, Leger des Heils en Juvent zijn o.a. de volgende interventies genoemd in de Bouwstenennotitie: tiny houses als opstapwoningen, ontwikkeling Skaeve Huse, opvangcapaciteit in de Oosterschelderegio.

3.1. Welke acties zijn er ondernomen de afgelopen jaren? In Vlissingen en Terneuzen is er opvangcapaciteit in de vorm van dag- en nachtopvang aanwezig. Om een betere spreiding van opvangvoorzieningen en doorstroom naar de sub-regio’s te kunnen realiseren, is opvangcapaciteit in de Oosterschelderegio wenselijk. Daarom is vanuit de 6 77/83

Bouwstenennotitie een bedrag vrijgemaakt om 10 doorstroomwoningen te realiseren op het terrein van het Korps Leger des Heils in Goes. Dit project kent vanwege diverse hindernissen een lange weg, maar inmiddels is de verwachting dat dit medio 2026 kan worden afgerond. Op het gebied van voorzieningen voor jongeren kennen we in Zeeland het concept Foyer de Jeunesse. Foyer de Jeunesse was een voorziening in Vlissingen, die in het kader van beheersbaarheid op een duur erg kwetsbaar werd met 24 bewoners. Daarom is ervoor gekozen om de Foyer te verbouwen tot een Jongerenhuis (zoals we die ook in Hulst en Goes hebben). De bestaande Jongerenhuizen zijn zelfstandige woonunits met gespecialiseerde begeleiding en een outreachende methodiek gericht op voorkomen van thuisloosheid. Er vindt een ombouw plaats van ruim 24 plaatsen in Vlissingen tot 12 appartementen in Middelburg en 12 in Vlissingen.

3.2. Welke acties moeten er nog worden uitgevoerd? Vanuit de visie van Dannenberg maken we steeds vaker de beweging naar de wijk. Door de krapte op de woningmarkt ervaren we echter uitdagingen bij de uitstroom van cliënten naar reguliere woonwijken. Tegelijkertijd signaleren we een groeiende behoefte aan tussenvoorzieningen voor mensen die groepsongeschikt zijn en daardoor niet kunnen doorstromen naar de wijk. Deze doelgroep sluit niet goed aan bij het bestaande aanbod en vertoont overeenkomsten met de mensen die vallen onder de pijler Sociale Veiligheid. We onderzoeken daarom hoe we deze groep passende zorg en ondersteuning kunnen bieden. Het is belangrijk om te erkennen dat mensen die groepsongeschikt zijn, specifieke behoeften hebben die niet altijd passen binnen de huidige structuren van opvang en zorg. Gemeenten spelen hierin een belangrijke rol. Zo heeft de gemeente Terneuzen al Skaeve Huse gerealiseerd – een woonvorm speciaal voor mensen die niet in een reguliere woonomgeving kunnen functioneren. Daarnaast verkennen we andere maatwerkoplossingen die aansluiten bij de unieke situatie van deze doelgroep. Denk hierbij aan individuele begeleiding of het toepassen van de systeembenadering Housing First, waarbij eerst wordt gezorgd voor stabiele huisvesting, gevolgd door de benodigde zorg en ondersteuning. De maatregel m.b.t.

het realiseren van opstapwoningen is ingehaald door de tijd. Dit komt namelijk ook terug in het onderzoek naar het ideale zorglandschap BW/MO/VO. Het eventueel realiseren van opstapwoningen wordt daarom meegenomen in het Realisatieplan. Inmiddels hebben een aantal gemeenten wel afspraken gemaakt met zorgaanbieder Zeeuwse Gronden over het beschikbaar stellen van een logeervoorziening. Het is de wens van gemeenten om de logeervoorziening Zeeuws breed in te kunnen zetten de komende jaren. Dit onderdeel wordt daarom meegenomen in de nieuwe aanbesteding van de contracten Beschermd Wonen vanaf 2026.

3.3. Welke doorontwikkeling willen gemeenten maken? Er vindt in Zeeland een onderzoek naar het ideale zorglandschap BW/MO/VO waar een realisatieplan uit volgt. De MO-voorzieningen zijn ook onderdeel van dit realisatieplan.

3.4. Overzicht maatregelen ‘Vernieuwing van de opvang’ Maatregel

Toelichting uit Bouwstenennotitie 7 78/83

Uitvoering

13. Aanpassing opvang in De huidige situatie in Vlissingen bestaat uit Vlissingen 10 nachtopvangplekken (waar mensen alleen de nachten verblijven) en 18 woonvormplekken. Daarnaast is er een dagopvang. De nachtopvang en woonvormplekken zijn in 2019 al omgebouwd tot éénpersoonskamers. Vanuit de nieuwe opvangvisie zou de bestaande situatie kunnen worden omgevormd tot flexplekken voor kortdurende opvang, d.w.z. eenpersoonskamers voor daklozenopvang met wat kookgelegenheid op de kamers. 14. Opvangcapaciteit in de In Vlissingen en Terneuzen is Oosterschelderegio opvangcapaciteit in de vorm van dag- en nachtopvang aanwezig. Om een betere spreiding van voorzieningen en doorstroom naar de subregio’s te kunnen realiseren is het belangrijk om in de Oosterschelderegio opvangcapaciteit te realiseren. Er zijn plannen voor het realiseren van nieuwbouw voor de (huidige nood) opvang in Goes. 15. Verbouw voorziening Foyer Ombouwen Foyer de Jeunesse in de Jeunesse Vlissingen naar een Jongerenhuis in Middelburg (zie toelichting in paragraaf 3.1). 16. Opstapwoningen Het creëren van tussenvoorzieningen, zoals opstapwoningen, flexwoningen, time-out studio’s. 17. Monitoring

Vanuit het Rijk wordt sinds 2020 deelgenomen aan de landelijke monitoring die verbonden is aan het actieprogramma ‘Een thuis, een toekomst’. Deze informatie wordt in opdracht van VWS verzameld door KPMG. Het CZW Bureau zorgt in samenwerking met de gemeente Vlissingen voor aanlevering van de gegevens op persoonsniveau, geaggregeerd niveau en voor de beleidsvragen.

Bij de vaststelling van de Bouwstenennotitie was de verbouw van de nachtopvang in Vlissingen al afgerond. Deze verbouwing is destijds gefinancierd door Emergis.

Er is vanuit de Bouwstenennotitie een budget beschikbaar gesteld voor het realiseren van 10 doorstroomwoningen in Goes.

De oplevering van het Jongerenhuis in Middelburg staat gepland voor Q3 2025. Vanwege problemen op de woningmarkt is er via de Bouwstenennotitie geen uitvoering gegeven aan deze maatregel. Vanuit het CZW Bureau is een monitor ontwikkeld.

4. Wonen met begeleiding Wanneer mensen dak- en thuisloos zijn, is de ondersteuning vaak gericht op het vinden van een passende woonruimte waar men met de benodigde begeleiding weer een zelfstandig leven kan opbouwen. Zo kan iemand weer meedoen in de samenleving.

4.1. Welke acties zijn er ondernomen de afgelopen jaren? Alle gemeenten in Zeeland zijn inmiddels gestart met Weer Thuis. Binnen Weer Thuis werken we aan een inclusieve samenleving, ook voor kwetsbare inwoners. Hierin maken we als gemeenten 8 79/83

afspraken met de woningcorporaties en zorgaanbieders over zelfstandige woningen en passende ondersteuning voor inwoners die uitstromen uit beschermd wonen, maatschappelijke opvang, veilige opvang en residentiele jeugdzorg. Samen met de persoon die weer in een dorp of wijk wil gaan wonen, wordt gewerkt aan herstel en het vergroten van de participatiemogelijkheden om uiteindelijk weer zelfstandig te kunnen gaan wonen. Voor inwoners die alsmaar weer terugkeren bij de maatschappelijke opvang en/of voor huurders die vanwege hun langdurige en ernstig overlastgevende gedrag hun woning (dreigen te) verliezen, zijn een aantal gemeenten bezig met Skaeve Huse trajecten. De gemeente Terneuzen heeft via de financiële middelen uit de Bouwstenennotitie een Skaeve Huse gerealiseerd.

4.2. Welke acties moeten er nog worden uitgevoerd? Er vindt in Zeeland een onderzoek naar het ideale zorglandschap BW/MO/VO waar een realisatieplan uit volgt. De MO-voorzieningen inclusief passende begeleiding zijn onderdeel van dit realisatieplan. Onder de Pannen niet is opgepakt vanuit de Bouwstenennotitie, maar kan mogelijkheden bieden voor economisch daklozen. De regio laat het woonconcept Onder de Pannen en flexwonen onderzoeken als optie voor het realisatieplan.

4.3. Welke doorontwikkeling willen gemeenten maken? Voor steeds meer mensen is het moeilijker om passende woonruimte te vinden. Sommige inwoners hebben minder kansen, omdat zij zich in een kwetsbare situatie bevinden. Via de convenanten van Weer Thuis hebben we afspraken gemaakt over de doorstroom en uitstroom uit opvangvoorzieningen. Deze convenanten zijn vanuit de drie sub-regio’s op verschillende manieren opgesteld. Er ligt een wens om de convenanten uniform te maken voor Zeeland.

4.4. Overzicht maatregelen ‘Wonen met begeleiding’ Maatregel 18. Onder de Pannen

19. Tiny Houses

20. Maatwerkoplossingen voor kwetsbare groepen

Toelichting uit Bouwstenennotitie Economische daklozen vallen vaak tussen wal en schip. Als mensen bijvoorbeeld door het verlies van werk of relatie hun woning verliezen, is er nauwelijks doorstroom naar een betaalbare woning mogelijk omdat de woningmarkt op slot zit. Om te voorkomen dat deze mensen dakloos worden, kan het project Onder de Pannen uitkomst bieden. Voor mensen die zijn aangewezen op de opvang, maar zeer groepsongeschikt zijn (en dus ook niet in een Skaeve-Husevoorziening passen) heeft Emergis plannen om op het terrein op de Oostmolenweg in Kloetinge 3 Tiny Houses neer te zetten, uitgaande van het Housing-First principe. Eigenlijk is er sprake van zogenaamde ‘opstapwoningen’. Er kunnen verschillende vormen van Skaeve Huse worden ingezet voor daklozen die alsmaar weer (sommigen al veel jaren) terugkeren bij de 9 80/83

Uitvoering Deze actie is niet verder onder de Bouwstenennotitie opgepakt.

De realisering van 3 Tiny Houses op het terrein van Emergis te Goes heeft vanwege een gewijzigde visie van Emergis geen doorgang gevonden. De middelen zijn toegevoegd aan de post onvoorzien binnen de Bouwstenennotitie. De gemeente Terneuzen heeft als eerste een beroep gedaan op middelen voor de realisering van Skaeve Huse. Hiervoor is een

21. Flexibele (flexwonen)

maatschappelijke opvang en/of voor huurders die vanwege hun langdurige en ernstig overlast gevende gedrag hun woning (dreigen te) verliezen. Deze inwoners zijn door hun afwijkende gedrag niet geschikt om in de wijk te wonen of in een geclusterde woonvorm of instelling. Zij zijn niet in staat om hun huis op orde te houden. Met nog nader uit te werken vormen van Skaeve Huse in Zeeland krijgen deze inwoners weer permanent een dak boven het hoofd. woonschil Flexwonen is een term voor woonvormen die flexibel inzetbaar zijn. Ze kenmerken zich door tijdelijk, verplaatsbaar of makkelijk aanpasbaar te zijn. Als de woningen nodig zijn kun je ze makkelijk plaatsen en op het moment dat ze niet meer nodig zijn kunnen ze weer weg worden gehaald. Ze vervangen daarmee ook niet de huidige reguliere woningvoorraad: flexwoningen zijn hierop aanvullend.

bedrag van € 275.000,= beschikbaar gesteld ter realisatie van de plannen. Inmiddels heeft ook de gemeente Middelburg namens de Walcherse gemeenten een gelijke aanvraag ingediend. Deze zal eveneens voor een bedrag van € 275.000,= worden gehonoreerd vanuit de Bouwstenennotitie.

Vanwege de belemmeringen in de wetgeving en procedures op het gebied van ruimtelijke ordening en volkshuisvesting, is flexwonen niet opgepakt binnen de Bouwstenennotitie.

5. Onvoorziene uitgaven In de verslagperiode zijn diverse onvoorziene uitgaven gedaan die bijdragen aan het versterken van de maatschappelijke opvang en het voorkomen van dakloosheid in de regio. De volgende initiatieven zijn bekostigd vanuit de post Onvoorzien: •

•

•

•

•

Onderzoek AEF naar OOAS-voorzieningen BW en MO in Zeeland Een verdiepend onderzoek uitgevoerd door AEF naar de opbouw, organisatie en afstemming van Beschermd Wonen (BW) en Maatschappelijke Opvang (MO) in Zeeland. 2e jaar pilot Veldwerker (voorheen straatpsychiater), 2025 Voortzetting van de pilot waarin een veldwerker actief is in het signaleren en begeleiden van mensen met complexe problematiek in de openbare ruimte. Preventie dakloosheid – samenwerking Emergis en HerstelTalent Een gezamenlijk initiatief gericht op vroegsignalering en ondersteuning van mensen met een verhoogd risico op dakloosheid. Bijdrage aan Juvent / Woongoed voor tijdelijke jongerenopvang in Middelburg Financiële ondersteuning voor de realisatie van een tijdelijke opvanglocatie voor jongeren in samenwerking met Juvent en woningcorporatie Woongoed. Verlenging pilot Preventie dakloosheid (Emergis en HerstelTalent) Verlenging van bovengenoemde pilot op basis van positieve tussentijdse resultaten en voortschrijdend inzicht in de noodzaak van structurele inzet.

10 81/83

•

Juvent – lumpsum bijdrage Een algemene bijdrage aan Juvent ter ondersteuning van hun inzet binnen het jeugddomein, specifiek gericht op opvang en begeleiding. Juvent – locatie Dampoortstraat Specifieke bijdrage voor de ondersteuning van activiteiten op de locatie Dampoortstraat, waar opvang en begeleiding van jongeren plaatsvindt.

•

6. Financiële situatie Maatregel

Werkelijk cf jaarrekening

Omschrijving

Begroot

1 2

Coaching medewerkers en vrijwilligers Inzet ervaringsdeskundigen/buddy's

€ €

77.000 43.000

3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 X X X

Pilot straatpsychiater Implementatie doorbraakmethode Voorkomen van uithuiszettingen Prestatieafspraken na verblijf intramuraal Invoering app Kwikstart Mijn Plan 18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16082507/1