CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-10-30 a. Addendum Regiovisie Beschermd wonen en Opvang Zeeland 2026-2030 en Zeeuws Actieplan Dakloosheid - Ontwerpbesluit

gemeenteraad 11 november 2025, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen Addendum Regiovisie Beschermd wonen en Opvang Zeeland 2026-2030 en Zeeuws Actieplan Dakloosheid26.919 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

“Ik wil een opleiding volgen, maar je wordt geremd door de regels van de gemeente.” 2

De tekorten op maatschappelijke opvang/vrouwen opvang worden al jaren gedekt uit de reserve die ontstaat uit BW. Het is een landelijke tendens dat de middelen voor MO/VO voor de regio niet toereikend zijn en de middelen voor BW net ruim zijn bedeeld.

36/83

33

Monitoring en evaluatie

Hoe gaat het?

Mijn ervarin g is...

UITVOE RINGSAGENDA AHHA V I SIE

DOCUMENT

Hoe staat onze kwaliteit ervoor?

Grondig en helder beeld We hebben ruimte ingebou wd om aanpass ingen uit te voeren

37/83

Gedegen funderi ng

Verder bouwen aan systeem

Planning periodiek kijken

Gemeente A uitgave

Gemeente B uitgave

Gemeente C uitgave

TOEKOMST

10

Monitoring en evaluatie De Zeeuwse gemeenten zien de samenwerking op het gebied van beschermd wonen en maatschappelijke opvang als een lerende omgeving, een proces in doorontwikkeling. Er is altijd ruimte voor ontwikkeling naar beter, naar nieuwe inzichten, mogelijkheden en kansen. We willen dan ook een omgeving creëren die zich steeds en op alle niveaus aanpast aan veranderingen en vraagt om regelmatig onderhoud. Tussen gemeenten, maar ook in de samenwerking met cliënten (en naasten) en partners, liggen altijd weer nieuwe mogelijkheden om de kwaliteit te verbeteren. Hierbij is het de dagelijkse praktijk die vaak aanknopingspunten levert voor verdere ontwikkeling. Het planmatig organiseren van periodiek overleg om stil te staan bij waar we in de praktijk tegenaan lopen, biedt kansen en houvast om met onze partners in de regio in gesprek te blijven. Goede kwalitatieve en kwantitatieve monitoring vormt de basis van dit proces. Huidige stand van zaken Monitoring van beschermd wonen maakt onderdeel uit van het contractbeheer en is gemandateerd aan het CZW-Bureau. Afspraken met zorgaanbieders over monitoring zijn vastgelegd in de huidige inkoopcontracten. Deze monitoring is zowel kwalitatief, op basis van de geldende kwaliteitseisen, als kwantitatief. Kwantitatieve

informatie wordt nog uitgevraagd omdat het berichtenverkeer (de iWmo) voor beschermd wonen in de regio nog niet naar behoren werkt. Er wordt momenteel aan gewerkt om het berichtenverkeer bij gemeenten en zorgaanbieders op orde te krijgen, zodat er geen kwantitatieve gegevens meer handmatig aangeleverd hoeven te worden.

38/83

Er is een start gemaakt met monitoring maatschappelijke opvang bij het CZW-Bureau. Jaarlijks vindt er een uitvraag van gegevens plaats ten behoeve van de subsidieverantwoording, op basis van verantwoordingseisen en prestatie-indicatoren. Daarnaast bestaat de landelijke monitor dak- en thuisloosheid. Het aantal dak- en thuislozen is de afgelopen tien jaar verdrievoudigd. Landelijk

35

“Er zou meer diversiteit in beschermde woonvormen moeten komen, zodat we mensen, die nu tussen wal en schip vallen, kunnen ondersteunen bij hun herstelproces” Vivian Scharmin | Emergis

wordt dan ook veel aandacht besteed aan het monitoren van de mensen die aangewezen zijn op de opvang. Elk half jaar leveren aanbieders gegevens aan ten behoeve van deze centrale registratie. Voorstellen voor 2022 en verder 1. De volledige transformatie en decentralisatieopgave wordt gemonitord en geëvalueerd om te zien welke effecten dit heeft op korte en middellange termijn. Hierbij monitoren en evalueren we op inhoud (cliënten naastenervaring, preventie, toegang, wonen en voorzieningen) en op de voorwaarden (de gezamenlijke inkoop en bekostiging, de partnerschapsafspraken, de governance structuur en de samenwerking onderling en met de partners).

2. In 2022 hebben alle gemeenten het berichtenverkeer op orde. 3. We monitoren de voortgang van de implementatie van deze Regiovisie. Dit doen we door een uitvoeringsagenda op te stellen waarvan we periodiek de stand van zaken bespreken.

Wat moet er nog gebeuren? 1. Systeem inrichten voor monitoring en evaluatie van beschermd wonen. 2. Uitvoeringsagenda maken voortkomend uit de afspraken in deze Regiovisie voor de periode tot en met 2025.

39/83

36

Bijlagen

40/83

37

Bijlage bij Regiovisie beschermd wonen/maatschappelijke opvang Zeeland - Voorstel partnerschapsafspraken beschermd wonen in Zeeland 2023 tot en met 2025

1. Inleiding De dertien Zeeuwse gemeenten staan samen voor de opgave de transformatie van beschermd wonen conform de visie van de commissie Dannenberg ‘Van beschermd wonen naar beschermd thuis’ vorm te geven. De gemeenten volgen hierin landelijke beleidsuitgangspunten, neergelegd in de Meerjarenagenda Opvang en Bescherming (VWS, VNG en partners). Vanuit een historisch gegroeide situatie van hoofdzakelijk intramurale zorg willen de gemeenten toegroeien naar een landschap van zoveel mogelijk extramurale ondersteuning: daar waar de cliënt woont, of heeft gewoond. Dit vergroot de kans op herstel en participatie. Om dit transformatiedoel te kunnen realiseren zal tussen 2023 en 2032 de financiële verantwoordelijkheid verschuiven van de centrumgemeente naar de dertien (woon)gemeenten. Dat vereist het ontstaan van een partnerschap, het maken van bindende bestuurlijke afspraken daarover tussen alle dertien gemeenten. Het perspectief is: passende ondersteuning, zoveel mogelijk thuis. De gemeenten willen elkaar vasthouden voor de komende jaren waarbij er nog veel onzekere factoren op ons pad zijn, maar waarbij de gemeenten samen wel voor de opgave staan om continuïteit van zorg te bieden, de transformatie beschermd wonen vorm te geven en tot een succes te maken. In december 2020 zijn de uitgangspunten voor dit partnerschap onderschreven door de dertien portefeuillehouders in het CZW.

1. Alle gemeenten zetten actief in op preventie en nazorg. 2. De doelgroep Beschermd Wonen (zowel bestaande als nieuwe cliënten) beschouwen we als “Zeeuwse cliënten”. 3. We nemen gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een passend voorzieningenniveau voor de doelgroep “Zeeuwse Cliënten” Beschermd Wonen (tot en met 2025). 4. Aan de werkgroep partnerschap wordt opdracht gegeven aan de hand van bovenstaande uitgangspunten e.e.a. verder uit te werken op o.a. de onderdelen governance, jaarlijkse inkoopkosten, verrekeningen, etc.

41/83

38

2. Huidige situatie in vogelvlucht 2.1 Juridische verantwoordelijkheid Volgens de Wmo zijn alle gemeenten verantwoordelijk voor beschermd wonen. Momenteel hebben de Zeeuwse gemeenten de centrumgemeente Vlissingen gemandateerd voor de uitvoering. De juridische verantwoordelijkheid is hiermee niet overgedragen; gemeenten blijven verantwoordelijk voor hun eigen cliënten. Juridisch zit er wel verschil in welke gemeente verantwoordelijk is. Juridisch gezien valt namelijk alleen het 24/7 intramuraal beschermd wonen onder de wettelijke definitie van beschermd wonen. Alle tussenvormen, zoals het geclusterd beschermd wonen en intensieve begeleiding thuis vallen onder de reguliere, lokale Wmo. Bij beschermd wonen is momenteel de gemeente waar iemand zich meldt verantwoordelijk en de centrumgemeente financieel verantwoordelijk, terwijl voor ambulante ondersteuning de gemeente waar iemand woont verantwoordelijk is. De Zeeuwse gemeenten hebben de centrumgemeente gemandateerd voor de uitvoering van beschermd wonen in de brede zin (dus ook geclusterd beschermd wonen en Intensieve begeleiding thuis).

2.2 Budgetverdeling De Rijksbijdrage beschermd wonen wordt op dit moment als integratie-uitkering verstrekt aan de centrumgemeente Vlissingen. Dit zijn de middelen voor alle BW-cliënten in de regio Zeeland, welke gebaseerd zijn op de situatie vóór 2015. Dit zijn dus zowel intramurale cliënten beschermd wonen, als ook extramurale cliënten in een geclusterde BW-vorm en cliënten met intensieve begeleiding thuis. Met andere woorden: vanuit het centrumgemeentebudget wordt niet alleen beschermd wonen volgens de wettelijke definitie betaald, maar ook het beschermd wonen dat inmiddels is getransformeerd tot een tussenvorm.

42/83

39

3. Toekomstige situatie 3.1 Juridische verantwoordelijkheid bestaande en nieuwe cliënten Op dit moment kan iemand zich voor beschermd wonen tot elke gemeente in Nederland wenden. Op basis van een wetsvoorstel geldt, zoals het er nu naar uitziet, vanaf 2023 het woonplaatsbeginsel voor nieuwe cliënten beschermd wonen. • Nieuwe cliënten vallen dan onder de inhoudelijke en financiële verantwoordelijkheid van de gemeente waar zij ingezetene zijn voorafgaand aan het BW-traject (= de herkomstgemeente). Het gaat hierbij om het laatste woonadres, niet de gemeente waar zij beschermd gaan wonen. • Bestaande cliënten vallen onder het overgangsrecht: voor hen blijft de gemeente verantwoordelijk die de beschikking heeft afgegeven (centrumgemeente Vlissingen). Dit zijn cliënten die vóór 1 januari 2023 een beschikking hebben gekregen én cliënten die binnen 12 maanden na het aflopen van de beschikking (dus niet per se aansluitend) opnieuw beschermd wonen nodig hebben. Dit overgangsrecht geldt alleen voor bestaande cliënten die volgens de wettelijke definitie BW-cliënten zijn (dus een indicatie intramuraal beschermd wonen).

3.2 Budgetverdeling na doordecentralisatie Per 1 januari 2023 worden de middelen voor beschermd wonen stapsgewijs doorgedecentraliseerd van centrumgemeente Vlissingen naar alle dertien regiogemeenten. De rijksbijdrage die de centrumgemeente Vlissingen ontvangt op basis van het oude, historische verdeelmodel wordt gedurende het ingroeipad stap voor stap afgebouwd en de rijksbijdragen die de 13 gemeenten ontvangen op basis van het objectief verdeelmodel, wordt jaarlijks groter. Dit is op basis van objectieve verdeelstaven. Tegelijkertijd verandert het budget dat de regio in zijn geheel krijgt (dit lijkt voor Zeeland niet zo’n hele grote afwijking te zijn) van historisch naar objectief. De rijksmiddelen voor alle gemeenten worden objectief verdeeld en nemen toe in gelijke tred met de verwachte instroom van nieuwe cliënten in de gemeenten. Zie bijlage 1.

3.3 Risico’s Nieuwe cliënten worden dus in principe gefinancierd vanuit de objectief verdeelde middelen per gemeente, bestaande cliënten vanuit het historische budget dat bij de centrumgemeente blijft en door de jaren heen ‘leegloopt’ in de objectieve budgetten bij de dertien gemeenten. Hierbij speelt een aantal risico’s: 1. De instroomsnelheid van nieuwe cliënten wijkt af van de te verwachten instroom waar de budgetten op gebaseerd zijn. 2. De gemeenten kunnen met tekorten te maken krijgen omdat zij financieel verantwoordelijk worden voor een groter aantal cliënten dan het aantal waarvoor zij de financiële middelen ontvangen. 3. De centrumgemeente loopt het risico dat het historische budget gaandeweg niet meer toereikend is voor de bestaande BW-cliënten. Het is dus in het belang van alle gemeenten en de centrumgemeente Vlissingen om hier goede afspraken over te maken.

43/83

40

4. Voorstel Rekening houdend met de eerder onderschreven uitgangspunten voor partnerschap en de afspraken die hierover zijn gemaakt in de Versnellingsagenda wordt voorgesteld in elk geval de volgende afspraken met elkaar te maken. Op sommige onderdelen vragen deze afspraken nog om een nadere uitwerking, dit wordt trapsgewijs opgepakt (verdere uitwerking volgt na instemming met dit voorstel). 4.1 De Zeeuwse gemeenten kopen van 2023 tot en met 2025 beschermd wonen gezamenlijk in. Dit is een jaar later en langer dan eerder vastgesteld. Hiermee wordt aangesloten bij het uitstel van de doordecentralisatie met één jaar. Onder beschermd wonen verstaan we: • Intramuraal beschermd wonen met 24/7 toezicht en ondersteuning in de nabijheid. • Geclusterd beschermd wonen met 24/7 toezicht en ondersteuning in de nabijheid (nadere uitwerking reikwijdte en criteria nodig).

4.2 De Zeeuwse gemeenten bekostigen beschermd wonen voor alle Zeeuwse cliënten gezamenlijk in de periode 2023 t/m 2025. • Dit geldt voor: o Intramuraal beschermd wonen met 24/7 toezicht en ondersteuning in de nabijheid. o Geclusterd beschermd wonen met 24/7 toezicht en ondersteuning in de nabijheid (nadere uitwerking reikwijdte en criteria nodig). o Cliënten die zelfstandig wonen met ambulante begeleiding zoals we die wordt verstrekt vanuit het product Intensieve Begeleiding Thuis (IBT). o Bestaande (indicaties afgegeven vóór 2023) en nieuwe cliënten (indicaties afgegeven vanaf 2023) met een indicatie voor beschermd wonen intramuraal, geclusterd beschermd wonen en IBT. • Er zijn hierbij geen voor- en nadeelgemeenten, omdat alle bovengenoemde beschikkingen gezamenlijk worden bekostigd. • In 2024 wordt geëvalueerd om tot een nieuwe (en voortgezette of gewijzigde) situatie te komen in 2026.

Ondersteuning voor cliënten die zelfstandig wonen met ambulante begeleiding, zoals verstrekt vanuit het product Intensieve Begeleiding Thuis (IBT), wordt ook op regionaal niveau ingekocht, maar individuele gemeenten kunnen ook besluiten om dit zelf in te kopen.

44/83

4.3 Voor de bekostiging wordt in de periode 2023 tot en met 2025 gewerkt met één regiobudget. Onderstaand zijn eerst de voorgestelde afspraken opgenomen. Hierna volgen drie paragrafen met verdiepende onderbouwingen bij de drie belangrijkste afspraken / afwegingen (het gebruik van een regiobudget en de brede definitie van beschermd wonen, het opnemen van de tekorten maatschappelijke opvang/vrouwen opvang in de begroting voor beschermd wonen, en de afwegingen rondom de mogelijke verdeelsleutels). • Het regiobudget wordt gevuld met: o Het (historisch) centrumgemeentebudget beschermd wonen o De objectieve budgetten beschermd wonen van de dertien gemeenten o De eigen bijdragen die gemeenten ontvangen voor inwoners met een indicatie intramuraal beschermd wonen. • Zie paragraaf 4.3.1 voor een onderbouwing van het gebruik van een regiobudget. • De reserve centrumtaken inclusief bijbehorende risico’s van de centrumgemeente op 31-12-2022 wordt overgeheveld naar het regiobudget. Voor het overhevelen van (een deel) van de reserve centrumtaken is toestemming van de art. 12 inspecteur nodig. Naar verwachting zal de inspecteur adviseren de evaluatie vanaf 2023 af te wachten. . Nodig is de risicoanalyse van de huidige en blijvende risico’s bij cg Vlissingen na 31-12-2022.

Het is nog niet aangetoond dat de 13 gemeenten in staat zijn om de risico’s over te nemen én er zijn nog geen afhechtingsafspraken gemaakt voor het geval bij de evaluatie in 2024 besloten wordt om de gezamenlijke financiële afspraken ingrijpend

41

•

•

•

•

•

bij te stellen. Hier komt nog bij dat op dit moment nog weinig bekend is over de nieuwe governance. Dit alles heeft tot gevolg dat gedurende de ingroeiperiode de cg Vlissingen nog steeds risico’s loopt terwijl ze vanaf 2023 weinig sturingsmogelijkheden heeft. De tekorten1 meerjarenbegroting maatschappelijke opvang/vrouwen opvang op begrotingsbasis zijn onderdeel van de begroting beschermd wonen (vraagt verdere uitwerking afspraken rondom maatschappelijke opvang/vrouwen opvang, en hoe gaan we ermee om als de middelen niet toereikend zijn). Zie paragraaf 4.3.2 voor een verdiepende beschouwing over het opnemen van deze tekorten in de begroting beschermd wonen. Uit het regiobudget wordt een bedrag overgeheveld naar de dertien gemeenten voor toegang (200.000 euro per jaar – zie voorstel toegang voor berekening van deze kosten) en preventie (op basis van een inventarisatie wordt een onderbouwd voorstel voor een budget gedaan). Deze overheveling wordt gedaan aan de hand van een verdeelsleutel (zie laatste punt). Overschotten op het regiobudget worden tot en met 2025 binnen het regiobudget gehouden en niet tussentijds uitgekeerd. Tekorten gaan in eerste instantie ten laste van de reserve. Aan de voorkant worden afspraken gemaakt over de verdeelsleutel bij tekorten wanneer de reserve niet toereikend is. Reserve is minimaal 10% en maximaal 15% van het regiobudget.

Deze 15% is een voorlopige inschatting. Op basis van de uitkomsten van de risico-inventarisatie bij centrumgemeente Vlissingen kan dit maximumbedrag opgehoogd worden. Voor de te hanteren verdeelsleutel (voor toegang, preventie en eventueel tekort op de reserve) bestaan verschillende opties. Het voorstel is om de verdeelsleutel vanuit het objectieve verdeelmodel te hante-

ren. Dit verdeelmodel is afgestemd op de verwachte toekomstige opgave van gemeenten op basis van de nieuwe beleidsmatige uitgangspunten voor beschermd wonen. Het model is gebaseerd op 6 maatstaven: hoge zorgkosten, aantal patiënten met een ernstig psychiatrische aandoening, oppervlakte land, regionale centrumfunctie en een vast bedrag.

•

Een andere optie is de verdeelsleutel op basis van inwoneraantal. Zie bijlage 2. De verschillende voor- en nadelen rondom deze afweging zijn verder uitgewerkt in paragraaf 4.3.3. • 4.3.1 Het gebruik van een regiobudget en de brede definitie van beschermd wonen. In de huidige situatie ontvangen alleen de centrumgemeenten een (historisch verdeeld) rijksbijdrage voor beschermd wonen. Als de volledige doordecentralisatie afgerond is, zullen alle gemeenten een rijksbijdrage voor beschermd wonen ontvangen op basis van een objectief verdeelmodel. Om deze overgang te faciliteren wordt het historische budget de komende jaren afgebouwd aan de hand van een ingroeipad. Het tempo van dit ingroeipad is gebaseerd op de geprognosticeerde uitstroom van bestaande cliënten. Na een aantal jaar zouden alle cliënten uitgestroomd moeten zijn2, waarna het budget op basis van deze prognose volledig objectief verdeeld wordt. Mogelijke gevolgen van de nieuwe verdeling en het ingroeipad Deze nieuwe verdeling en het bijbehorende ingroeipad kunnen een aantal gevolgen hebben: • Voor centrumgemeenten: Indien de uitstroom van bestaande cliënten langzamer gaat dan voorspeld, en dus langzamer dan het ingroeipad, dan zullen er meer cliënten beschermd wonen dan waarvoor fi-

45/83

nanciële middelen worden ontvangen. Omgekeerd ontstaat er bij een snellere uitstroom ook een overschot. Voor regiogemeenten: Het objectieve budget neemt jaarlijks toe aan de hand van hetzelfde ingroeipad. Effectief betekent dit dus dat het objectieve budget in gelijke tred zou moeten groeien met de instroom in beschermd wonen. Als de instroom van nieuwe cliënten in een gemeente sneller gaat dan verwacht, dan zal deze gemeente hiervoor te weinig financiële middelen ontvangen. Omgekeerd ontstaat er bij een lagere instroom ook een overschot. Voor alle gemeenten: Naast deze mogelijkheden waardoor een tekort of overschot kan ontstaan, kan het ook zo zijn dat het budget dat het objectieve verdeelmodel voorspelt voor een gemeente groter / kleiner is dan de kosten die deze gemeente maakt. Landelijk is de verklaringsgraad van het verdeelmodel vrij laag (minder dan 50%), wat betekent dat het objectieve budget dat een gemeente ontvangt vanuit het Rijk niet altijd goed aan zal sluiten bij de werkelijke kosten. Dit kan zowel hoger als lager liggen. Wat dit betekent op het niveau van iedere individuele gemeente is niet bekend.

Voordelen van het hanteren van een regiobudget De verwachting is dat er zowel gemeenten zullen zijn met een tekort, als gemeenten met een overschot. Een manier waarop het risico op een tekort kan worden verkleind, is door regionale samenwerking. Als de budget1 De tekorten op maatschappelijke opvang/vrouwen opvang worden al jaren

gedekt uit de reserve die ontstaat uit BW. Het is een landelijke tendens dat de middelen voor maatschappelijke opvang/vrouwen opvang voor de regio niet toereikend zijn en de middelen voor BW net ruim zijn bedeeld. 2 Cliënten die levenslang in beschermd wonen zouden verblijven, zijn als het

goed is de Wlz ingestroomd.

42

ten van alle gemeenten in een regio worden gebundeld voor de inkoop van beschermd wonen, heffen de tekorten en overschotten elkaar naar verwachting voor een groot deel op. Zelfs als dit niet volledig het geval is, zorgt het in ieder geval voor kleinere jaarlijkse schommelingen in de eventuele tekorten of overschotten. Tot slot sluit het hanteren van een regiobudget nauw aan bij het huidige systeem. De relatie tussen financiële middelen en een brede definitie voor BW-cliënten In de afgelopen jaren zijn er steeds meer zogenaamde tussenvormen van beschermd wonen ontwikkeld. Centrumgemeenten ontvangen momenteel financiële middelen vanuit het Rijk via een historische verdeling die is gebaseerd op de periode voordat deze tussenvormen werden ontwikkeld. Omdat ook het macrobudget in de tussentijd niet is veranderd (buiten indexatie), bevat dit historisch budget ook de financiële middelen voor BW-cliënten met tussenvormen. Met de overgang naar de objectieve verdeling verandert het macrobudget wederom niet. Dit betekent dat bekostiging voor de tussenvormen in ook in de toekomstige situatie in de financiële middelen vanuit het Rijk is inbegrepen.

Onderbouwingen voor het hanteren van een brede definitie voor BW-cliënten Voor het hanteren van de brede definitie voor beschermd wonen in het kader van de regionale samenwerking zijn een aantal onderbouwingen: • Aansluiting bij financiële middelen: De financiële middelen dekken in principe alle vormen (in de brede definitie) van beschermd wonen. Als er gekozen wordt om te werken met een regiobudget, dan is het logisch om hierbij aan te sluiten met de brede definitie van BW-cliënten.

•

•

Aansluiting bij huidige afspraken: Hoewel regiogemeenten in de huidige situatie op papier verantwoordelijk zijn voor tussenvormen, zijn er in Zeeland momenteel al afspraken om de centrumgemeente hiervoor te mandateren. Belang van opnieuw instromende cliënten: Het overgangsrecht gaat alleen gelden voor klassiek/ wettelijk beschermd wonen. Voor alle tussenvormen vallen cliënten die binnen een jaar opnieuw instromen onder de verantwoordelijkheid van de herkomstgemeente. Dat zou kunnen betekenen dat ze ergens anders naar toe moeten voor ondersteuning. Met de brede definitie van beschermd wonen, in combinatie met een regiobudget, wordt deze situatie voor cliënten voorkomen.

Een mogelijk nadeel van het hanteren van een brede definitie beschermd wonen inclusief IBT is dat het hierdoor lastiger is om het ondersteuningsaanbod lokale Wmo op het regionale beschermd wonen aanbod aan te laten sluiten. Dit kan het op- en afschalen van ondersteuning tussen lokaal en regionaal aanbod ingewikkelder maken. Het lijkt dus een verstandige keus om de brede definitie van beschermd wonen te (blijven) hanteren, zeker in combinatie met de keuze voor een regiobudget. Hierbij is het wel van belang dat er duidelijke afspraken worden gemaakt over welke vormen van ondersteuning er onder de tussenvormen van beschermd wonen vallen, en welke niet. Ook moet in de praktijk gemonitord worden hoe het op- en afschalen tussen lokale Wmo en regionale beschermd wonen ondersteuning verloopt.

4.3.2 Het structurele tekort maatschappelijke opvang/ VO in relatie tot de begroting beschermd wonen. In Zeeland is de rijksbijdrage beschermd wonen ruim bemeten en de rijksbijdragen maatschappelijke opvang en VO pakken minder gunstig uit. Dit heeft wellicht te maken met de verdeelmaatstaven die gehanteerd worden voor deze rijksbijdragen én het feit dat de rijksbijdragen maatschappelijke opvang en VO niet geïndexeerd worden. Zeeland is in dit opzicht niet uniek. Bovendien is de rijksbijdrage maatschappelijke opvang en VO nooit als kostendekkend uitgekeerd. Gemeenten worden geacht hun eigen aandeel te leveren m.b.t. het opvangen en ondersteunen van mensen die door wat voor reden dan ook dakloos (dreigen te) worden of slachtoffer zijn van huiselijk geweld. Gemeenten worden daarvoor gefaciliteerd via het Gemeentefonds.

Inhoudelijke en financiële verwevenheid maatschappelijke opvang en vrouwen opvang In Zeeland is er sprake van een inhoudelijke en financiële verwevenheid tussen maatschappelijke opvang en VO. Deze verwevenheid is gebaseerd op bewuste keuzes die de cliënt ten goede komen. Deze inhoudelijke verwevenheid brengt ook financiële verwevenheid met zich mee. Structureel tekort maatschappelijke opvang/vrouwen opvang Een deel van de structurele uitgaven maatschappelijke opvang/VO structureel wordt jaarlijks ten laste gebracht van de rijksbijdrage beschermd wonen. Het om een bedrag van ca. € 1 mln.

46/83

43

Het structurele tekort maatschappelijke opvang/vrouwen opvang en de doordecentralisatie beschermd wonen met ingang van 2023 Bij de doordecentralisatie beschermd wonen in 2023 en de overgang naar het objectief verdeelmodel zou het feit dat jaarlijks een bedrag van ca. € 1 mln ten laste gebracht wordt van de rijksbijdrage beschermd wonen tot problemen kunnen leiden. Dit is naar alle waarschijnlijkheid niet het geval omdat – voor zover nu bekend – het nieuwe verdeelmodel voor Zeeland in totaliteit weinig financiële gevolgen zal hebben: het totale budget voor beschermd wonen (bestaande uit de rijksbijdrage beschermd wonen die nog binnenkomt bij de centrumgemeente Vlissingen) blijft vanaf de start van de financiële doordecentralisatie in 2023 nagenoeg gelijk. Mogelijk neemt het gezamenlijke budget toe in de loop van het 10-jarig ingroeipad. Ook in de toekomst zal het dus naar alle waarschijnlijkheid mogelijk zijn om het tekort op maatschappelijke opvang/VO structureel aan te vullen vanuit het jaarlijks overschot op het regionale beschermd wonen budget. De afspraak dat het tekort maatschappelijke opvang/VO in 2023-2025 ten laste gebracht wordt van het regio budget beschermd wonen moet uiteraard wel expliciet vastgelegd worden in de NvO/Partnerschapsafspraken.

Ook moet op voorhand geregeld worden hoe hier vanaf 2026 mee omgegaan wordt in het geval dat de samenwerkingsafspraken na 2025 niet gecontinueerd of ingrijpend gewijzigd worden. Voorkomen moet immers worden dat de centrumgemeente Vlissingen geen financiële mogelijkheden heeft om dit tekort maatschappelijke opvang/ VO aan te vullen terwijl zij als centrumgemeente wel verantwoordelijk blijft voor de financiële gang van zaken rond maatschappelijke opvang en VO. Immers, pas in 2026 wordt bekend of maatschappelijke opvang al dan niet door gedecentraliseerd wordt en VO wordt in ieder geval niet door gedecentraliseerd.

Ambitie: één gezamenlijk budget bestaande uit de rijksbijdragen beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwen opvang Ook gezien de inhoudelijke overlap tussen beschermd wonen en maatschappelijke opvang/VO ,en de wens om daar waar mogelijk vraagstukken integraal op te pakken aangezien dit veelal tot beter passende oplossingen voor onze inwoners leidt én kosteneffectief is, is in de Regiovisie de ambitie neergelegd om te komen tot een samengevoegd budget bestaande uit de rijksbijdragen beschermd wonen (één rijksbijdrage via de centrumgemeenten en 13 rijksbijdragen via de regiomeenten) + de rijksbijdrage maatschappelijke opvang en de rijksbijdrage VO. Een dergelijke samenvoeging dient uiteraard gekoppeld te worden aan een gezamenlijke financiële verantwoordelijkheid voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en VO. Aangezien Vlissingen de art. 12 status heeft, zal dit onderwerp ook besproken worden met de art. 12 inspecteur. Kan de transformatie maatschappelijke opvang leiden tot een structureel lager kostenniveau? Gemeenten hebben niet alleen voor beschermd wonen maar ook voor maatschappelijke opvang een transformatieopdracht. De centrumgemeente Vlissingen heeft in december 2020 via de decembercirculaire een eenmalige decentralisatie-uitkering maatschappelijke opvang ontvangen van bijna € 2,7 mln.

Dit bedrag is gekoppeld aan het plan voor het terugdringen en voorkomen van dak- en thuisloosheid dat de gemeenten in september 2020 ingediend hebben. Dit plan is opgebouwd langs 3 lijnen: 1. Voorkomen van dak- en thuisloosheid (inclusief terugval), 2. Transformatie van de opvang door verbouw van de klassieke slaapzalen in zelfstandige woonplekken zodat er meer aandacht kan komen voor begeleiding vanuit een eigen woonplek, dit betekent ook dat er

47/83

meer woonplekken gecreëerd moeten worden, 3. Meer aandacht voor passende begeleiding. De 13 gemeenten zijn nu bezig met het verder uitwerken van dit plan en hebben 21 concept-maatregelen opgesteld. Naar verwachting zullen bepaalde maatregelen structurele kosten met zich mee brengen. Op dit moment is nog niet bekend of en wanneer dit geheel van maatregelen leidt tot een dusdanige transformatie die leidt tot meer effectieve preventie en meer kansen op snel herstel maar er tevens voor zorgt dat we op een structureel lager kostenniveau terecht komen. Herijking maatschappelijke opvang en veilige opvang Tegelijkertijd zijn we in de werkgroep maatschappelijke opvang bezig met een herijking van maatschappelijke opvang en VO. Dit zou tot gevolg kunnen hebben dat het tekort minder wordt. 4.3.3 Afwegingen rondom de te hanteren verdeelsleutel. Naar aanleiding van het overgenomen advies van de commissie Toekomst beschermd wonen door ministerie van VWS en BZK, is landelijk een bredere transformatie ingezet, die wordt gekenmerkt door de volgende drie verschuivingen: 1. Van regionale gecentraliseerde voorzieningen naar lokale ondersteuning; 2. Van verblijf naar ambulante voorzieningen (ambulantisering); 3. Van bestaand aanbod naar vraaggericht.

De opgave is een goede aansluiting tot stand brengen op de lokale infrastructuur in wijken en buurten met het oog op preventie van instroom en het bevorderen en bestendigen van uitstroom uit verblijfsvoorzieningen. Waarbij een groter deel van de huidige (en nieuwe) cliën-

44

ten beschermd wonen in de toekomst naar verwachting worden ondersteund met –intensievere vormen van – ambulante begeleiding in plaats van ondersteuning met verblijf in een intramurale voorziening. Het aanbod transformeert dan ook mee van aanbod (bestaande voorzieningen) naar vraaggerichte ondersteuning: levensbrede en domeinoverstijgende ondersteuning gericht op inclusie, herstel en participatie. Huidige situatie: historisch financieel verdeelmodel op basis van bestaand aanbod Met de decentralisaties van het sociaal domein in 2015 zijn ook de financiële middelen voor deze taken overgegaan naar de gemeenten. Hiervoor heeft het Rijk in 2015 een ‘foto’ gemaakt van de situatie van beschermd wonen – voorzieningen en cliënten – op dat moment. Op basis van die foto is het budget vastgesteld. Ditzelfde budget is vervolgens jaarlijks via de centrumgemeenten uitgekeerd aan de gemeenten. Dit model kennen we als het historische financieel verdeelmodel. Openstelling Wlz Voor mensen die als gevolg van een psychische kwetsbaarheid blijvend behoefte hebben aan permanent toezicht of 24-uurs zorg in nabijheid, is op 1 januari 2021 de Wet langdurige zorg (Wlz) opengesteld. Ongeveer 53 procent van de huidige cliënten in beschermd wonen zijn hiervoor in aanmerking gekomen in Zeeland. Met de overgang van cliënten van de Wmo naar de Wlz wordt ook het zorgbudget van deze cliënten overgeheveld.

Toekomstige situatie: objectief verdeelmodel op basis van de vraag De doordecentralisatie, die op 1 januari 2023 in werking zal treden, moet de verhoudingen weer in balans brengen. Vanaf 1 januari 2023 wordt het rijksbudget – met

een ingroeipad van tien jaar – verdeeld door middel van een nieuw objectief financieel verdeelmodel. De kern van dit verdeelmodel is dat het budget niet langer op basis van historische gegevens wordt verdeeld, maar op basis van objectieve verdeelmaatstaven. Hierbij wordt gekeken naar de demografische samenstelling van de gemeente, aangevuld met de aanwezigheid van zogenaamde risicofactoren. Deze gegevens bepalen samen hoeveel budget er naar elke afzonderlijke gemeente gaat. De definitieve uitname Wlz is gepubliceerd in de septembercirculaire 2021. De rijksbijdrage beschermd wonen 2021 en 2022 voor de resterende beschermd wonen cliënten, is nu dus bekend. De uitname Wlz is in Zeeland hoog gezien het feit dat zo’n 53 % van de cliënten overgaan naar de Wlz. Door deze hoge uitname is er in Zeeland de facto sprake van een zesjarig ingroeipad: vanaf 2029 jaar ontvangen de 13 gemeenten alle beschermd wonen middelen op grond van het objectief verdeelmodel. De rijksbijdrage beschermd wonen (op grond van het historisch verdeelmodel) die de centrumgemeente Vlissingen ontvangt, staat in 2029 op nul, zie de tabel in bijlage 1. De verdeling voor toegang en preventie vanuit het regiobudget Zoals opgenomen onder de afspraken wordt er vanuit het regiobudget een bedrag overgeheveld naar de dertien gemeenten om de toegang in te kunnen richten, en preventie-werkzaamheden op te zetten.

Voor de toegang gaat het om € 200.000 per jaar, die verdeeld worden over de 13 gemeenten. Voor preventie is er nog geen concreet voorstel. Voor de wijze waarop deze bedragen worden verdeeld onder de gemeente zijn twee opties: 1. Via dezelfde objectieve verdeelsleutel als waarmee het rijksbudget wordt verdeeld. 2. Via een verdeelsleutel op basis van het aantal inwoners.

Gemeente

Landelijk verdeelmodel Borsele 1,7% Goes 1,5% Hulst -0,1% Kapelle 5,0% Middelburg -0,6% Reimerswaal 0,6% Terneuzen -3,2% Tholen 1,7% Veere 2,4% Vlissingen 0,8% Schouwen-Duiveland 0,4% Noord-Beveland -0,7% Sluis -2,6%

Inwoners -0,3% 1,7% 0,1% 0,1% 1,2% 1,2% -0,8% 0,4% -0,6% -0,6% -0,3% -0,4% -2,4%

Het objectieve verdeelmodel is geijkt op het aantal instromende cliënten. De financiële middelen die nodig zijn voor het inrichten van de toegang en preventie schalen naar alle waarschijnlijkheid met het aantal instromende cliënten. Op basis daarvan kunnen we stellen dat de objectieve verdeelsleutel waarmee het rijksbudget wordt verdeeld inhoudelijk waarschijnlijk beter past bij het doel van het budget dat verdeeld wordt over de dertien gemeenten. Dit verdeelmodel kent echter ook een nadeel. De maatstaven waarop het model is gebaseerd (voornamelijk de maatstaf “hoge zorgkosten”) fluctueren op jaarbasis doorgaans meer dan het aantal inwoners van een gemeente. Dit betekent dat de verdeling volgens dit verdeelmodel ook minder stabiel is, en dat het budget dat een gemeente van jaar op jaar ontvangt meer kan schommelen dan het geval zou zijn bij de verdeelsleutel op basis van het aantal inwoners.

48/83

45

De fluctuaties voor beide verdeelsleutels zijn in de tabel rechts in beeld gebracht. Hiervoor is een vast regionaal budget gehanteerd, en zijn de beschikbare gegevens uit 2017 en 2020 gebruikt, om de verdeling over de Zeeuwse gemeenten te maken aan de hand van beide verdeelsleutels. In de tweede kolom zijn de procentuele fluctuaties van de gemeentelijke budgetten weergegeven indien de objectieve verdeelsleutel van het rijksbudget wordt gebruikt, en in de derde kolom de fluctuaties bij het gebruik van een verdeelsleutel op basis van het aantal inwoners. Te zien is dat de schommelingen op basis van het landelijke verdeelmodel doorgaans groter zijn dan de schommelingen op basis van het aantal inwoners. De gemiddelde fluctuatie bij gebruik van het landelijke verdeelmodel (in absolute waarde) bedraagt 1,6%, maar voor een individuele gemeente zijn er fluctuaties tot 5% te zien. Bij gebruik van het verdeelmodel o.b.v. het aantal inwoners is de gemiddelde fluctuatie (in absolute zin) 0,8%, en ook de grootste individuele fluctuatie is kleiner (2,4%).

4.4 De volledige decentralisatieopgave wordt gemonitord om te zien welke effecten dit heeft op korte en middellange termijn. Hierbij willen we niet alleen monitoren wat we binnen de gezamenlijke inkoop doen, maar ook welke effecten in de afzonderlijke gemeenten optreden. Daarnaast is monitoring belangrijk om te volgen of de partnerschapsafspraken en de gekozen verdeelsleutels daadwerkelijk effectief zijn en geen onbedoelde neveneffecten veroorzaken. • Er is een centrale backoffice nodig voor de administratie. • Het systeem moet tussentijds geëvalueerd worden en zo nodig bijgesteld kunnen worden.

Bijlage 1: Overzicht objectief verdeelmodel per totaalbudget komende 10 jaar (op basis van septembercirculaire 2021, het definitieve model volgt in mei 2022)

4.5 De governancestructuur die de Zeeuwse gemeenten hiervoor met elkaar afspreken moet ondersteunend zijn aan de transformatieopgave en deze partnerschapsafspraken.

Kort samengevat is de objectieve verdeelsleutel waarmee ook het rijksbudget wordt verdeeld het voordeel dat het beter aansluit bij het doel van de te verdelen middelen, maar het nadeel dat de verdeling meer fluctueert op jaarbasis. De verdeling op basis van het aantal inwoners sluit inhoudelijk minder goed aan bij het doel van de te verdelen middelen, maar is stabieler van jaar tot jaar. De daadwerkelijke uitkomsten voor beide verdeelsleutels zijn opgenomen in bijlage 2. De keuze voor een van beide verdeelmodellen moet uiteindelijk een bestuurlijke keuze zijn.

49/83

46

Onderstaand zijn de geraamde budgetten voor de Zeeuwse gemeenten weergegeven op basis van het objectieve verdeelmodel. Voor deze verdeling zijn de maatstaven gebruikt uit 2020. Ieder jaar worden deze maatstaven geactualiseerd naar de huidige stand, waarmee

JAAR

TOTAAL REGIO

BORSELE

GOES

HULST

ook de objectieve verdeling verandert. Onderstaande tabel betreft dus alleen een inschatting van de budgetten voor de komende 10 jaar op basis van de gegevens van 2020.

KAPELLE

MIDDELBURG NOORD-B

REIMERSWAAL

SCHOUWEN-D SLUIS

Bijlage 2: optie A en B verdeelsleutel

TERNEUZEN THOLEN

VEERE

VLISSINGEN

CG VLISSINGEN

HISTORISCH

2021

€ 34.370.168

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ 34.370.168

2022

€ 33.090.006

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ -00

€ 33.090.006

2023

€ 33.424.216

€ 183.560

€ 463.646

€ 277.990

€ 123.045

€ 440.955

€ 89.116

€ 178.441

€ 273.671

€ 260.724

€ 536.290

€ 203.100

€ 159.138

€ 412.633

€ 29.821.908

2024

€ 33.755.492

€ 585.080

€ 1.477.832

€ 886.069

€ 392.197

€ 1.405.505

€ 284.050

€ 568.764

€ 872.303

€ 831.034

€ 1.709.378

€ 647.363

€ 507.240

€ 1.315.231

€ 22.273.446

2025

€ 34.089.310

€ 921.802

€ 2.328.345

€ 1.396.014

€ 617.911

€ 2.214.393

€ 447.524

€ 896.096

€ 1.374.326

€ 1.309.306

€ 2.693.149

€ 1.019.930

€ 799.164

€ 2.072.165

€ 15.999.185

2026

€ 34.424.045

€ 1.204.659

€ 3.042.803

€ 1.824.384

€ 807.519

€ 2.893.885

€ 584.848

€ 1.171.065

€ 1.796.041

€ 1.711.069

€ 3.519.548

€ 1.332.897

€ 1.044.389

€ 2.708.014

€ 10.782.923

2027

€ 34.743.879

€ 1.442.282

€ 3.643.004

€ 2.184.249

€ 966.804

€ 3.464.712

€ 700.211

€ 1.402.061

€ 2.150.316

€ 2.048.583

€ 4.213.788

€ 1.595.815

€ 1.250.397

€ 3.242.177

€ 6.439.479

2028

€ 35.063.712

€ 1.642.542

€ 4.148.834

€ 2.487.531

€ 1.101.044

€ 3.945.785

€ 797.435

€ 1.596.737

€ 2.448.886

€ 2.333.027

€ 4.798.871

€ 1.817.393

€ 1.424.015

€ 3.692.352

€ 2.829.260

2029

€ 35.383.546

€ 1.803.007

€ 4.554.147

€ 2.730.547

€ 1.208.609

€ 4.331.262

€ 875.339

€ 1.752.728

€ 2.688.126

€ 2.560.949

€ 5.267.689

€ 1.994.941

€ 1.563.131

€ 4.053.070

€0

2030

€ 35.703.380

€ 1.819.305

€ 4.595.312

€ 2.755.228

€ 1.219.534

€ 4.370.413

€ 883.251

€ 1.768.571

€ 2.712.424

€ 2.584.097

€ 5.315.304

€ 2.012.973

€ 1.577.261

€ 4.089.706

€0

2031

€ 36.023.214

€ 1.835.602

€ 4.636.478

€ 2.779.910

€ 1.230.458

€ 4.409.564

€ 891.163

€ 1.784.414

€ 2.736.722

€ 2.607.246

€ 5.362.919

€ 2.031.005

€ 1.591.390

€ 4.126.342

€0

2032

€ 36.343.048

€ 1.851.900

€ 4.677.643

€ 2.804.592

€ 1.241.383

€ 4.448.714

€ 899.076

€ 1.800.257

€ 2.761.020

€ 2.630.394

€ 5.410.534

€ 2.049.038

€ 1.605.519

€ 4.162.978

€0

50/83

47

Inwoneraantal

Verdeelsleutel optie A o.b.v. objectief verdeelmodel in %

Verdeelsleutel optie Bo.b.v. inwoneraantal in %

Verschil

Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen

22.739 38.082 27.556 12.695 48.822 7.392 22.730 33.839 23.210 54.426 25.757 21.880 44.360

5,10 12,87 7,72 3,42 12,24 2,47 4,95 7,60 7,24 14,89 5,64 4,42 11,45

5,93 0,83 9,93 -2,94 7,19 -0,53 3,31 -0,11 12,73 0,49 1,93 -0,55 5,93 0,97 8,82 1,23 6,05 -1,19 14,19 -0,70 6,72 1,08 5,71 1,29 11,57 0,11

Totaal

383.488

100%

100% 0,00

51/83

48

Dankwoord Dit Regiovisie BW/MO document kwam tot stand met de medewerking van: Dank aan Stichting Ypsilon, Stichting Hersteltalent en Zorgbelang Zeeland West-Brabant.

Stichting HerstelTalent en alle fotomodellen/ervaringsdeskundigen die hun eigen schroom opzij hebben gezet om beschermd wonen in Zeeland een gezicht te geven. Hartelijk dank voor jullie moed.

Ook willen we de vertegenwoordigers van Juvent, Emergis, Leger des Heils, CKZ en Novafarm Grip bedanken voor de inzichten die wij in dit document mogen delen. De vertegenwoordigers van deze zorgaanbieders gaven antwoord op twee vragen:

We bedanken zorgaanbieders, corporaties, adviesraden en cliëntvertegenwoordigers voor hun deelname aan de sessies die plaatsgevonden hebben bij de totstandkoming van deze regiovisie.

• •

52/83

De tendens is: ‘van intramuraal naar beschermd thuis’. Wat is uw visie op deze ontwikkeling? Wat is uw toekomstdroom voor beschermd wonen in Zeeland?

Vormgeving de Wilde Zeeuw Ontwerpers | dwzo.nl Fotografie en illustratie: Ronès Wielinga Concept en vorm: Sophie Noens

49

Addendum regiovisie beschermd wonen en opvang 2026-2030

3 juli 2025

53/83

Inhoud Inleiding ............................................................................................................. 3 Doelgroep en doelstelling ......................................................................................... 3 Ontwikkellijn cliënt- en naastenperspectief ................................................................... 3 Ontwikkellijn preventie en vroegsignalering ................................................................... 5 Ontwikkellijn toegang ............................................................................................. 5 Ontwikkellijn wonen ............................................................................................... 6 Ontwikkellijn voorzieningen en ondersteuningsbehoefte .................................................... 6 Product beschermd wonen ........................................................................................ 7 Product maatschappelijke opvang ............................................................................... 7 Product Vrouwenopvang/Veilige Opvang ........................................................................ 8 Ontwikkellijn bekostiging en partnerschap ..................................................................... 9 Ontwikkellijn monitoring.......................................................................................... 9

54/83

Addendum 2026-2030 Regiovisie beschermd wonen en opvang 2022-2025

Pagina 2 van 9

Inleiding De huidige regiovisie beschermd wonen en opvang heeft een looptijd tot en met 2025. Uit de evaluatie van de regiovisie blijkt dat deze nog actueel is. Om die reden is dit addendum opgesteld. Het addendum voegt nieuwe ontwikkelingen en opdrachten toe aan de Regiovisie. De ontwikkellijn wonen zien we als een rode draad voor de ontwikkeling van het zorglandschap Beschermd Wonen (BW), Maatschappelijke Opvang (MO) en Vrouwenopvang (VO). Dit addendum sluit ook aan bij diverse opgaven binnen het sociaal domein die in de afgelopen periode zijn ontstaan of doorontwikkeld, zoals het Integraal Zorgakkoord (IZA), het Gezond en Actief Leven akkoord (GALA), toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming en het Nationaal Actieplan Dakloosheid. Verder sluit dit addendum aan bij de ontwikkeling op het gebied van domeinoverstijgende samenwerken zorg en veiligheid. De belangrijkste regel uit de Regiovisie blijft gelden: iedere inwoner is een Zeeuwse inwoner. Hiermee wordt bedoeld dat de dertien gemeenten in Zeeland samen verantwoordelijk zijn voor de opgaven op het gebied van beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang/veilige opvang.

Doelgroep en doelstelling De doelgroep van dit addendum en de Regiovisie bestaat uit personen die een beroep doen op beschermd wonen, maatschappelijk opvang en vrouwenopvang/veilige opvang. Omdat in de afgelopen periode de inrichting van beschermd wonen is ontwikkeld, zal de focus met dit addendum meer komen te liggen op maatschappelijke opvang. Bij maatschappelijke opvang gaat het om inwoners die vaak kampen met meerdere, elkaar beïnvloedende problemen. Belangrijke uitgangspunten voor maatschappelijke opvang de komende periode zijn de doorontwikkeling van de toegang tot maatschappelijke opvang op basis van het rapport van AEF en het ontwikkelen van cliënt- en naastenperspectief voor mensen in de maatschappelijke opvang. Landelijke ontwikkelingen laten zien dat het voor veel mensen moeilijk is om een woonplek te vinden. Sommige mensen hebben minder kansen, omdat zij zich in een kwetsbare situatie bevinden, zo ook de doelgroep beschermd wonen en opvang. Hierdoor is het vinden van een geschikte woonplek vaak moeilijk. Het is dan ook van belang dat er diverse soorten huisvesting in het zorglandschap beschikbaar zijn. De afgelopen jaren is onderzoek gedaan naar het ideale zorglandschap (het opbouw- afbouw- ombouw en spreidingsplan). De komende jaren zullen de resultaten zichtbaar worden.

Naast de personen die een beroep doen op beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang/veilige opvang, is er een groep mensen die zich niet in één doelgroep bevindt. Deze groep mensen valt tussen wal en schip. Het kan gaan om mensen die zorgwekkend, onbegrepen gedrag of zorgmijdend gedrag vertonen, maar ook om mensen die alle zorg al doorlopen hebben, maar zich niet kunnen vestigen op één plek. De komende periode gaan de 13 Zeeuwse gemeenten vanuit de verschillende pijlers binnen de Zeeuwse Samenwerking Sociaal Domein; Sociale Veiligheid, Gezondheid, Jeugd en Beschermd wonen en opvang, met elkaar in gesprek om meer aandacht te besteden aan de integraliteit van beleid over en tussen de genoemde pijlers. Met als doel een (integrale) ketengerichte aanpak te realiseren. De eerste stap die de Zeeuwse gemeenten zetten is het gebruik maken van de Doorbraakmethode om zo domeinoverstijgende casuïstiek bureaucratie-vrij op te pakken en te financieren. De Zeeuwse gemeenten nemen de verantwoordelijkheid voor een passend ondersteuningsaanbod voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. Ze kopen gezamenlijk beschermd wonen in en verstrekken subsidies aan geselecteerde aanbieders voor de uitvoering van maatschappelijke opvang en vrouwenopvang.

Door de inkoop van beschermd wonen, inclusief tussenvoorzieningen zoals geclusterd wonen en beschermd thuis, waarborgen de gemeenten de continuïteit van zorg in Zeeland.

Ontwikkellijn cliënt- en naastenperspectief In lijn met de Regiovisie wordt het cliënt- en naastenperspectief centraal gesteld. Dit perspectief loopt als een rode draad door de visie. Betrekken van cliënt- en naastenperspectief helpt bij het definiëren van de behoeften van de inwoners om wie het gaat, het maken van passender beleid en het verbeteren van de kwaliteit van het

55/83

Addendum 2026-2030 Regiovisie beschermd wonen en opvang 2022-2025

Pagina 3 van 9

beleid. De komende periode staat in het teken van verder ontwikkelen en betrekken van zowel ervaringsdeskundigheid als ervaringskennis op het gebied van beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. Psychische kwetsbaarheid heeft niet alleen invloed op de persoon zelf, maar ook op hun omgeving. Zeker wanneer de klachten ingrijpend en langdurig zijn, is het netwerk van de persoon een belangrijk onderdeel van hun leven. De samenwerking met familie en naasten is essentieel voor het herstelproces van de persoon in kwestie. Ervaringskennis vs. ervaringsdeskundigheid Bij het betrekken van de inwoners om wie het gaat wordt vaak onderscheid gemaakt tussen ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid. Ervaringskennis is de persoonlijke kennis die iemand opdoet door eigen ervaringen met een bepaalde situatie. Het kan worden gedeeld om anderen te informeren en bewustzijn te creëren over specifieke uitdagingen en behoeften. Deze ervaringskennis kun je verder ontwikkelen en verdiepen door uitwisseling met andere mensen met vergelijkbare ervaringen. Zo ontstaat collectieve ervaringskennis. Ervaringsdeskundigheid gaat een stap verder dan ervaringskennis. Ervaringsdeskundigen zijn mensen die hun persoonlijke ervaringen hebben omgezet in professionele vaardigheden. Zij zijn getraind om hun ervaringen op een gestructureerde en effectieve manier in te zetten.

Ervaringsdeskundigen werken vaak in formele rollen binnen organisaties om beleid en praktijk te verbeteren. Ze gebruiken hun ervaringen om anderen te ondersteunen en om systemische veranderingen te bewerkstelligen. Participatiematrix Binnen de beleidsontwikkeling en -uitvoering is het belangrijk om zowel ervaringskennis als ervaringsdeskundigheid te borgen. Om te bepalen welke vorm het meest passend is voor een bepaald vraagstuk, gebruiken we de participatiematrix en kijken we naar twee vormen van beleidsparticipatie: 1. N=1 perspectief: De huidige cliënten BW en MO en hun naasten. Maar denk ook aan buren, collega’s en vrienden. 2. Collectief perspectief: De ervaringsdeskundige (met kunde/ervaring op het gebied van beleidsparticipatie). Wat gaan we doen: 1. Ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid wordt geborgd in alle vormen van opvang (BW, MO en VO). Bij de bekostiging hiervan maken we gebruik van de financiële afspraken die door het CZW Bureau zijn vastgelegd over vergoeding van cliëntparticipatie en de inzet van ervaringsdeskundigheid. 2. Voor de inbreng van ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid maken we gebruik van de participatiematrix. Deze matrix wordt ingebed in de werkwijze van de verschillende werkgroepen. 3. We verbinden, naast het cliëntperspectief, ook steeds meer het naastenperspectief aan de laagdrempelige steunpunten. 4.

We zetten een lerend netwerk van cliënt- en naastenervaringen op, zodat er een integrale samenwerking ontstaat op het gebied van mentale gezondheid in Zeeland. 5. We gaan minimaal 2 keer per jaar met ervaringskenners en ervaringsdeskundigen in gesprek door middel van de zogenoemde spiegelgesprekken om ervaringen en knelpunten op te halen. 6. We borgen ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid binnen de toegangen beschermd wonen door middel van deskundigheidsbevordering tijdens de themabijeenkomsten. 7. We werken toe naar een borging van ervaringsdeskundigheid in de toegang. Hierbij maken we gebruik van de ervaringen die in de laatste jaren hiermee zijn opgedaan. Het invoeren van ervaringsdeskundigheid vraagt een nieuwe kijk op zorg en welzijn. Het inzetten van ervaringskennis bij het ontwikkelen van beleid helpt om problemen in de praktijk beter te definiëren, passender beleid te maken en de kwaliteit van beleid te verbeteren.

56/83

Addendum 2026-2030 Regiovisie beschermd wonen en opvang 2022-2025

Pagina 4 van 9

Ontwikkellijn preventie en vroegsignalering De toenemende vraag in combinatie met een schaarste aan personeel zet de ondersteuning en zorg voor mensen met een psychische kwetsbaarheid vanuit het sociaal domein, huisarts en ggz onder druk. Er ontstaan lange wachttijden binnen de zorg. Het sociaal domein ervaart een toename van mensen met complexe problematiek die niet of niet tijdig in behandeling kunnen komen. Dit is niet bevorderlijk voor de hulpvrager, niet voor de kwaliteit van de zorg en het werkplezier en de werkdruk van professionals. In het regiobudget hebben de 13 gemeenten een budget opgenomen voor regionale preventiedoelen en een budget lokale preventiedoelen. Door dit budget zetten we actief in op preventie van beschermd wonen en opvang en om terugval in beschermd wonen of opvang te voorkomen. Door verschillende pilots uit te voeren, kunnen we vaststellen welke aanpak de beste resultaten oplevert. Een voorbeeld hiervan is het pilot met veldwerkers. Dit project zorgt ervoor dat mensen vroegtijdig worden opgespoord en doorverwezen naar passende ondersteuning. Het verbeteren van de samenwerking met de huisarts, ggz en het sociaal domein is van belang om passende zorg op de juiste plek te kunnen leveren. Dit is de lijn die vanuit het netwerk mentale gezondheid (IZA) is ingezet. Er zijn in Zeeland al een aantal gemeenten gestart met Kerngezond.

Dit is een samenwerkingsverband tussen het medisch en het sociaal domein. We voeren de ETHOS light telling uit om meer inzicht te krijgen in de omvang van de doelgroep dak- en thuislozen in Zeeland. Dit doen we om beter te begrijpen hoe groot deze groep is om vervolgens gerichter beleid en ondersteuning te ontwikkelen. Deze inspanningen sluiten aan bij het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis, dat als doel heeft dakloosheid in Nederland fors en structureel terug te dringen. We vertalen het Nationaal actieplan Dakloosheid naar een Zeeuws actieplan. Wat moet er nog gebeuren? 1. We voeren de ETHOS light telling in 2026 uit om meer zicht te krijgen op de omvang van de doelgroep van dak- en thuislozen in Zeeland. 2. De pilot veldwerker1 zal naar verwachting binnen het zorgaanbod een structurele invulling krijgen. Eind 2025 zal een evaluatie plaatsvinden.

Ontwikkellijn toegang De toegang tot beschermd wonen ligt bij de 13 gemeenten. De toegang tot maatschappelijke opvang en vrouwenopvang ligt bij de zorgaanbieders zelf. Het onderzoeksbureau AEF heeft op verzoek van de Zeeuwse gemeenten, onderzoek verricht naar de toegang tot maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. AEF heeft verschillende scenario’s tegen elkaar afgewogen en aan de hand van criteria beoordeeld. Op basis van die beoordeling komt het scenario ‘Aanbieders Plus’ naar voren als meest geschikte vorm voor de inrichting tot maatschappelijke opvang. Tijdens het onderzoek heeft AEF ook de mogelijkheden onderzocht voor een eventuele herinrichting van de toegang tot vrouwenopvang. Een deel van de beoordelingscriteria is hetzelfde. Zo moet zowel bij maatschappelijke opvang als bij vrouwenopvang voldoende expertise in huis zijn om de hulpvraag goed te kunnen beoordelen en snel toe te leiden naar een passende voorziening. Maar er gelden bij vrouwenopvang ook andere aandachtspunten en aanvullende afwegingen, zoals nog duidelijkere landelijke richtlijnen voor toegankelijkheid en is het beschermen van de privacy van de inwoners die een beroep doen op vrouwenopvang nog belangrijker vanwege de veiligheid. Uit de gesprekken is gebleken dat de huidige toegang, die nu belegd is bij Emergis, als passend wordt ervaren voor vrouwenopvang.

Dit heeft geleid tot de conclusie dat voor vrouwenopvang op dit moment het behouden van de toegang bij de zorgaanbieder de meest geschikte optie is. Wat moet er nog gebeuren?

1

Veldwerk is het werk dat door hulpverleners op straat wordt gedaan. Het doel is om mensen die problemen hebben of overlast veroorzaken op te sporen en hen te motiveren hulp te aanvaarden.

57/83

Addendum 2026-2030 Regiovisie beschermd wonen en opvang 2022-2025

Pagina 5 van 9

1. 2. 3. 4.

De ambtelijke werkgroep maatschappelijke opvang stelt een implementatieplan op voor de uitrol van het ‘aanbieders plus’ scenario. Gemeenten, het CZW bureau en zorgaanbieders werken nauw samen om de toegang tot maatschappelijke opvang volgens het ‘Aanbieders Plus’ scenario te ontwikkelen. Gemeenten borgen zoveel mogelijk uniformiteit tussen de toegangen. De verbinding leggen met de maatschappelijke opvang en de lokale Wmo, inclusief PGB.

Ontwikkellijn wonen Voor steeds meer mensen is het moeilijk om een passende woonruimte te vinden. Sommige mensen hebben minder kansen, omdat zij zich in een kwetsbare situatie bevinden, zo ook de doelgroep beschermd wonen en opvang. In Zeeland hebben we voor doorstroom en uitstroom uit beschermde woonvormen afspraken gemaakt in de convenanten van Weer Thuis. Gemeenten hebben een woonzorgvisie of zijn deze aan het opstellen. Door samen te werken met woningcorporaties om doorstroom te bevorderen en een passend woonaanbod te kunnen realiseren. Door de ontwikkelingen van de Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting mee te nemen, ontstaat er een integrale kijk op wonen voor aandachts- en urgentiegroepen. Het volkshuisvestingsprogramma is een verplichting binnen de Omgevingswet voor gemeenten, provincies en het rijk 2. Alle gemeenten en regio’s in Nederland werken aan deze opgaven. We kijken naar goede voorbeelden en waar we kansen zien, nemen we deze over. Denk bijvoorbeeld aan wooncirkels. Dit concept is niet meer productgericht maar juist wijkgericht. Een wooncirkel biedt niet alleen een thuis. Er worden ook activiteiten georganiseerd en ontmoetingen gefaciliteerd. Met de conceptgedachte van wooncirkels streven we naar samenhang in de wijk waarin veel veelzijdiger en flexibeler op vraagstukken kan worden ingespeeld.

De wooncirkels bezitten namelijk niet alleen de expertise van een GGZ - aanbieder, maar ook de deskundigheid van het lokale team en de kennis van het sociale netwerk. Daarbij hebben de woningcorporaties en gemeenten een faciliterende rol om te zorgen voor voldoende woningen en de juiste indeling. Naast de uitdagingen in de uitstroom naar de wijk, zien we ook dat tussenvoorzieningen nodig zijn en voorzieningen voor mensen die groepsongeschikt zijn. De doelgroep die groepsongeschikt is, schuurt met het bestaande aanbod en heeft overeenkomsten met de doelgroep die we zien bij de pijler Sociale Veiligheid. We kijken naar de mogelijkheden om de doelgroep de juiste zorg en ondersteuning te kunnen bieden. Wat moet er nog gebeuren? 1. Gemeenten stellen een woonzorgvisie op en we maken op lokaal en regionaal niveau de verbinding tussen het sociaal domein en het woondomein. Het realisatieplan beschermd wonen en opvang bekijken gemeenten in samenhang met de woonzorgvisie. 2. Het realisatieplan wordt uitgewerkt. 3. We kijken vanuit een integrale kijk naar de wijk. We werken de conceptgedachte van wooncirkels verder uit en vertalen dit naar de Zeeuwse situatie. 4. Er wordt verbinding gemaakt naar de stevige lokale teams.

Ontwikkellijn voorzieningen en ondersteuningsbehoefte Om te komen tot een meer evenwichtige spreiding hebben de Zeeuwse gemeenten een onderzoek uit laten voeren naar het gewenste zorglandschap voor beschermd wonen en opvang. Het vervolg op dit onderzoek is het realisatieplan. In de huidige Regiovisie staat dat gemeenten voor een passend ondersteuningsaanbod zorgen. Cliënten die zelfstandig blijven wonen of vanuit een intramurale setting gaan wonen moeten voldoende continuïteit in nabijheid van hulpverleners ervaren. Dit verkleint het risico op terugval en onveiligheid. We leggen de verbinding tussen de lokale Wmo en beschermd wonen en maatschappelijke opvang. We blijven daarom inzetten op een breed Wmo-palet in de gemeenten. Van lichte vorm van begeleiding tot zware vorm van zorg. Daarbij kijken we ook naar de overgang van 18-/18+, zodat jongeren na hun 18e verjaardag de

2

https://aedes.nl/media/document/samenvatting-wet-versterking-regie-op-de-volkshuisvesting-februari-2023

58/83

Addendum 2026-2030 Regiovisie beschermd wonen en opvang 2022-2025

Pagina 6 van 9

benodigde ondersteuning blijven ontvangen. In Zeeland zijn de gemeenten aangesloten bij de methode IPS (Individuele Plaatsing en Steun). Mensen met een ernstige psychiatrische aandoening die behandeling en/of begeleiding krijgen vanuit de GGZ en aan het werk willen, kunnen hiervoor begeleiding krijgen door middel van de methode IPS. Een IPS-trajectbegeleider helpt hen met het zoeken, vinden en behouden van werk. Professionals uit sociaal ontwikkelbedrijven en gemeenten volgen de opleiding tot IPS-trajectbegeleider. Wat moet er nog gebeuren? 1. We werken het realisatieplan verder uit in samenwerking met aanbieders en cliënten en hun naasten. 2. Het toepassen van de IPS-methode wordt door gemeenten gestimuleerd. 3. We dragen bij aan continuïteit van zorg, met name tijdens de overgang van 18-/18+.

Product beschermd wonen We blijven samenwerken met zorgaanbieders, beleidsambtenaren en medewerkers van de gemeentelijke toegangen aan de ontwikkeling van de producten beschermd wonen, zodat deze blijven aansluiten bij de dagelijkse praktijk. We constateren dat het moeilijk is voor de toegangen om voor cliënten met een complexe begeleidingsvraag een passende locatie te vinden. Enerzijds kan dat te maken hebben met de samenstelling van de groep die op locatie woont, anderzijds kan het zijn dat het voor de cliënt zelf niet raadzaam is om in een groepsaccommodatie te gaan wonen. Om deze cliënten de juiste begeleiding te kunnen bieden wordt er in de nieuwe contracten meer ruimte gecreëerd om maatwerk oplossingen te kunnen bieden. Een goede samenwerking met aanbieders en andere relevante partijen is hierbij essentieel. Ook gaat de specifieke aandacht naar het door ontwikkelen van het product Beschermd Thuis in het licht van de gewenste ambulantisering. Hierbij valt te denken aan de inzet van digitale ondersteuning, waarbij met name voor jongeren dichter wordt aangesloten op hun belevingswereld. Deze aanpak sluit aan bij het realisatieplan en de ontwikkeling van wooncirkels, wat zowel voor de betrokken inwoners, de aanbieders als de gemeenten voordelen biedt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16082507/1