2025-10-28 - Begroting 2026 definitief
Tekst van het document
50
51
B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
52
Inleiding In deze paragraaf behandelen we het weerstandsvermogen: de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s die voor kunnen komen. Daarnaast komen in deze paragraaf de financiële kengetallen aan de orde, die het BBV verplicht stelt. BBV staat voor ‘Besluit Begroting en Verantwoording’ en bevat de regelgeving bij het opstellen van de begrotings- en verantwoordingsstukken. De vanuit de BBV verplichte financiële kengetallen geven een beeld van de financiële positie en weerbaarheid van onze gemeente.
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de mate aan waarin onze gemeente in staat is financiële tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de weerstandscapaciteit in relatie tot onze risico’s. Onder weerstandscapaciteit verstaan wij de middelen en mogelijkheden waarover wij beschikken om niet begrote kosten te dekken. Door middel van een risicoanalyse inventariseren wij de risico’s die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor onze financiële positie. Een reëel sluitende begroting (reëel structureel evenwicht tussen baten en lasten) garandeert niet dat wij onvoorziene tegenvallers kunnen opvangen. Een financiële buffer is daarom wenselijk. Deze buffer bestaat uit een bepaalde vrije ruimte in de (exploitatie)begroting en een voldoende sterke vermogenspositie. Wij bepalen zelf de omvang van deze vrije ruimte en het vrij aanwendbare vermogen. Weerstandscapaciteit Om het weerstandsvermogen te berekenen, inventariseren we de risico’s. En we berekenen de weerstandscapaciteit. Deze weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende componenten: 1. Vermogensruimte (reserves) 2. Weerstandscapaciteit: • Structureel: onbenutte belastingcapaciteit en stelpost onvoorziene uitgaven; • Incidenteel: vrij aanwendbare deel algemene reserve en stille reserves; 1. Vermogensruimte Berekening vermogensruimte (x € 1.000) Stand algemene reserve per 31-12-2024
Bedrag 61.510
Rekeningresultaat 2024 ten gunste van de algemene reserve
6.879
Geraamde toevoegingen/ onttrekkingen aan de algemene reserve (in 2025)
17.546
Totale vrije vermogensruimte
85.935
2. Weerstandscapaciteit Berekening weerstandscapaciteit (x € 1.000)
Bedrag
Onbenutte belastingcapaciteit: • OZB
0
•
Rioolheffing
•
Afvalstoffenheffing
0
Stelpost voor onvoorziene uitgaven
250
Subtotaal structurele belastingcapaciteit
250
Vrij aanwendbare deel algemene reserve (= vrije vermogensruimte) Stille reserves
669
85.935 pm
Subtotaal incidenteel Totale weerstandscapaciteit
86.854
De onbenutte belastingcapaciteit is een instrument dat ons de mogelijkheid geeft om extra belastinginkomsten te genereren. Risicomanagement
53
We hebben onze (belangrijkste) risico's in beeld en monitoren deze doorlopend. Twee keer per jaar voeren wij risicodialogen met de leden van het college, de afdelingshoofden, teamleiders. In deze gesprekken inventariseren en actualiseren wij organisatiebreed mogelijke risico's. Dit doen we ook met de projectleiders van grote projecten. Alle risico's scoren wij op basis van kans dat het risico zich voordoet en de verwachte impact die er uit voortvloeit. En we kijken welke beheersmaatregelen passend zijn om mogelijke risico's te beperken. Waar risico's hoog scoren verhogen we de frequentie van monitoren. Op deze manier besteden we doorlopend aandacht aan de mogelijke risico's die we lopen, zorgen we voor risicobewustzijn, en het actueel zijn van onze informatie. De input gebruiken we onder meer bij de samenstelling van deze paragraaf. Hierbij beperken we ons tot de risico's met een hoge risicoscore of een verwacht restrisico van meer dan € 100.000. Risico's Een risico is een onzekere gebeurtenis die het behalen van afgesproken doel(en) en resultaten kan belemmeren of vertragen. Dit zijn naast financiële ook niet-financiële risico’s, zoals bestuurlijke en juridische risico’s, imago- en frauderisico’s. Deze hebben niet (altijd) direct een financiële impact, maar kunnen (op termijn) wel grote gevolgen hebben voor de gemeente.
Niet alle risico’s zijn relevant voor het weerstandsvermogen. Bijvoorbeeld omdat we ze verzekerden of omdat we een voorziening troffen. Wij brengen de belangrijkste risico’s in beeld waarvoor geen beheersmaatregelen zijn genomen of die anderszins niet zijn, of kunnen worden afgedekt. Risico's na jaarrekening 2024 Wij monitoren continu onze risico's. Naar aanleiding hiervan pasten we sinds de jaarrekening 2024 de risicoanalyse aan. Ook sloten we risicodossiers. Sociaal Domein Risico: toenemende financiële druk Gemeenten staan voor toenemende financiële druk in het sociaal domein. Dit geldt zowel op Jeugd, Wmo als Participatiewet. Jeugdhulp Ten aanzien van de jeugdhulp vraagt de uitvoering van de Hervormingsagenda jeugd om investeringen in Stevige lokale teams en voorzieningen. De effecten verwachten we pas op langere termijn. Voor de jaren 20252027 zegde het Rijk compensatie toe voor de tekorten, maar voor 2028 e.v. is dit nog onzeker. In de begroting maakten we vanaf 2028 de financiële gevolgen van de hervormingsagenda zichtbaar. Ook zijn we bij de jeugdhulp gebonden aan (verplichte) kostprijsonderzoeken. Deze onderzoeken kunnen leiden tot hogere tarieven. Daarnaast geldt dat de kosten bepaald worden door de vraag, hoe groter en hoe complexer de zorgvraag, hoe hoger de kosten zijn.
Het risico bestaat dus uit een optelsom: de compensatie vanuit het Rijk voor de tekorten blijft achter; de financiële effecten van de Hervormingsagenda blijven achter; kostprijsonderzoeken leiden tot hogere tarieven dan begroot; de zorgvraag blijft stijgen. Wmo Bij de Wmo leidt vergrijzing tot een stijgende en complexere vraag naar Wmo-voorzieningen. Daarnaast is er ook bij de Wmo het uitvoeren van kostprijsonderzoek verplicht dat kan leiden tot hogere tarieven. Een rem op de zorgvraag is het invoeren van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage, maar de invoering is uitgesteld tot 1 januari 2027 en het wetsvoorstel is bovendien controversieel verklaard. Participatiewet Tenslotte treedt per 1 januari 2026 de nieuwe Participatiewet in werking. Deze wet heeft tot doel de bestaande Participatiewet beter te laten aansluiten op de leefwereld van mensen (‘Participatiewet in balans’). De uitvoering van deze wet gaat ook gepaard met financiële risico’s. Gemeentefonds Risico: onzekerheid ten aanzien van lange termijn uitkeringen uit het gemeentefonds
54
De uitkeringen uit het gemeentefonds vormen onze belangrijkste inkomstenbron. Deze staat onder druk door onzekerheden in de verdeling en taakmutaties. In de Meicirculaire 2025 is sprake van correcties op eerdere taakmutaties, onder andere rond de Hervormingsagenda Jeugd. Dit leidt tot aangepaste uitkeringsfactoren vanaf 2027. Daarnaast zijn de groeifactoren in de verdeelmodellen gebaseerd op landelijke gemiddelden. Deze kunnen afwijken van onze lokale realiteit. Dit vergroot het risico op onvoldoende compensatie voor lokale opgaven, met name in het sociaal domein. Ook toekomstige herzieningen van het verdeelstelsel kunnen leiden tot onvoorziene financiële effecten. Invoering Omgevingswet en Wkb Risico: mogelijke nadeelcompensatie en schadeclaims Het risico bestaat dat we geconfronteerd worden met onverwachte en mogelijk hoge schadeclaims als gevolg van onrechtmatig handelen onder de Omgevingswet en Wkb. Hierbij is het onduidelijk in welke mate de reikwijdte van nadeelcompensatie en beleidskeuzes onze financiële en juridische kwetsbaarheid vergroot. Schadeclaims Risico: het risico dat openstaande schadeclaims leiden tot onverwachte financiële lasten, juridische complicaties en reputatieschade voor de gemeente. Openstaande schadeclaims kunnen mogelijk leiden tot financiële lasten, afhankelijk van de uitkomst van de beoordeling of juridische procedure.
Daarnaast kunnen langdurige afhandelingstrajecten zorgen voor administratieve druk en juridische complexiteit. Hoewel niet elke claim tot schadevergoeding leidt, is het van belang om deze tijdig en zorgvuldig te monitoren om eventuele reputatie- of vertrouwensrisico’s richting betrokken partijen te beperken. Waar relevant nemen wij een voorziening op voor openstaande claims. In dat geval kennen wij in de risicoparagraaf geen bedrag meer toe aan een dergelijke claim. Verbonden partijen Risico: hogere bijdragen aan verbonden partijen door nieuw beleid, beleidswijzigingen of doorbelasting van hoger dan verwachte kosten door inflatie. De bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen zoals Aan-Z, Dethon, CVV, GGD, RUD, VRZ, OLAZ en Sabewa zijn onderhevig aan indexering volgens de VZG-richtlijn (voorlopig is deze voor 2026 bepaald op -2,2%). Als het nodig is wordt deze geactualiseerd bij de septembercirculaire. Het ravijnjaar is uitgesteld van 2026 naar 2028. De inschatting is dat de bezuinigingsrichtlijn ook voor gemeenschappelijke regelingen vervalt. De hoogte van de geactualiseerde VZG-richtlijn is in het najaar bekend. Daarnaast vragen sommige regelingen incidenteel om extra bijdragen voor uitbreiding van taken. Vaak buiten het reguliere begrotingsproces om. Dit maakt de financiële voorspelbaarheid beperkt.
Gezien deze onzekerheden en onze ervaringen uit het verleden ramen we het risico op een aanvullende bijdrage op 2% van het begrotingssaldo. Voor 2026 bedraagt dit afgerond € 750.000. Hiervoor hebben we een stelpost indexeringen in de begroting opgenomen. Voor de overige risico's nemen we een bedrag van € 2.000.000 op. Informatiebeveiliging / bedrijfscontinuïteit Risico: verstoring gemeentelijke dienstverlening Het risico bestaat dat cyberaanvallen de gemeentelijke dienstverlening ernstig verstoren. Dit kan leiden tot uitval van systemen, verlies van gegevens en maatschappelijke ontwrichting. We voerden in januari 2025 een cyber risico inventarisatie uit, begeleid door een professionele partij (AON). Zij berekenden de mogelijke impact van 2 scenario’s (cyberaanval en datalek). Op basis hiervan schatte AON de maximale impact in op € 4.100.000 in het geval van een datalek. Om die reden namen we € 4,1 miljoen op in ons weerstandsvermogen in de jaarrekening 2024. We verwachten in 2025 een verzekering af te sluiten voor een deel van deze € 4,1 miljoen (tbv incident response). Met deze beheersmaatregel zal het risicobedrag in ieder geval dalen naar maximaal € 3,5 miljoen. Capaciteit uitvoering werkzaamheden Risico: onderuitputting van middelen Net zoals ergens anders kampt ook onze gemeente met de gevolgen van de krappe arbeidsmarkt.
Hierdoor beschikken we bij sommige programma’s wel over budget, maar ontbreekt het aan voldoende uitvoeringscapaciteit om onze taken uit te voeren. Dit vormt een risico op onderuitputting van middelen. Dit betekent dat beschikbare middelen mogelijk niet tijdig worden benut, waardoor beleidsdoelen vertragen en financiële of bestuurlijke kansen verloren gaan.
55
Naast financiële impact heeft het niet uitvoeren van taken ook een maatschappelijke impact. Deze is niet altijd in euro’s uit te drukken, maar heeft wel gevolgen voor de beleving van onze brede welvaart. Projectrisico's Campus Terneuzen/ Integraal huisvestingsplan onderwijsvoorzieningen Risico: risico’s die we niet voorzien en de standaard voorziening van 10% in het projectbudget overschrijden. Voor mogelijke projectrisico’s in relatie tot Campus Terneuzen nemen wij geen bedrag op voor de berekening van ons weerstandsvermogen. Omdat hier regelmatig vragen over gesteld worden leggen we uit waarom. Voor elk project nemen wij een post onvoorzien van 10% op. Deze post gebruiken we om onvoorziene omstandigheden op te vangen. Het grootste risico voor (ver)nieuwbouw of renovatieprojecten voor de komende jaren is de netcongestie. Per project uit het IHP 2024-2028 nemen we daarom een frictiebudget op van € 300.000. Aan dit bedrag ligt geen raming ten grondslag, maar dit is gebaseerd op ervaringen uit het land. Een tweede risico bij onderwijshuisvesting zien wij in het betrekken van de buitenruimte en de vergroening in het onderwijs. Dit gaat verder dan een sober en doelmatig schoolplein waar we de ramingen op maken. Hiervoor nemen we een extra post op van 10% van de bouwkosten. We starten elk project met een vooronderzoek. Hierin bepalen wij ook de projectspecifieke kosten.
Onderdeel van dit vooronderzoek is een risicoanalyse. De uitkomsten van deze risicoanalyse worden verwerkt in de project specifieke kosten. Een dergelijke risicoanalyse is niet eenmalig. Voor grote projecten als Campus Terneuzen vindt minimaal 1x per kwartaal een risico-overleg plaats, waarin de status van de geïdentificeerde risico’s steeds opnieuw beoordeeld wordt. Dit betekent dat we voortdurend vinger aan de pols houden waar het mogelijke risico’s betreft ten aanzien van Campus Terneuzen. Op basis hiervan beoordelen we regelmatig in welke mate de project specifieke kosten hierop afgestemd zijn. Netcongestie Risico: vertraging in ontwikkeling van projecten en betrouwbare energielevering. Invloed op klimaatdoelstellingen. Netcongestie is een steeds belangrijker risico voor onze gemeente. Dit kan verschillende risico’s en gevolgen hebben: 1. Vertraging in duurzame energieprojecten 2. Belemmering van woningbouw en ontwikkeling van projecten 3. Stroomstoringen en onbetrouwbare energielevering 4. Financiële kosten vanwege benodigde versterkingen van de infrastructuur of investeringen in noodoplossingen (zoals batterijen of noodaggregaten) 5. Aantasting van economische ontwikkeling 6. Invloed op klimaatdoelstellingen Het is nu nog niet mogelijk om het risico van netcongestie betrouwbaar door te vertalen naar de mogelijke financiële impact voor de gemeente Terneuzen.
Dit komt door de vele onzekerheden die dit risico omringen. Voor de projecten die opgenomen zijn in het integraal huisvestingsplan onderwijshuisvesting 2024-2028 (De regenboog, De Springplank, Aangeenbrug, Axel (2x), De Vlaswiek, De Torenberg, De Twijn) wordt wel al een stelpost opgenomen (per project) van € 300.000 voor de risico’s ten aanzien van netcongestie. Deze stelpost zit dus al in de projectbegrotingen die te maken krijgen met netcongestie. Aan dit bedrag ligt geen raming ten grondslag, we baseren dit op ervaringen uit het land. Te zijner tijd zal moeten blijken of dit budget toereikend is. Daarnaast zullen we onderzoeken of en zo ja welke maatregelen mogelijk zijn om dit risico te beheersen. Voor de overige risico's nemen wij een totaalpost op van € 250.000. Hier is ook geen raming voor opgesteld. Dit budget lijkt voldoende om de overige bedrijfseconomische ontwikkelingen te compenseren voor extra kosten in verband met netcongestie. PFAS vervuiling Risico: het risico dat onbekende PFAS-vervuiling leidt tot vertraging of stillegging van projecten, onverwachte saneringskosten en juridische aansprakelijkheid, doordat de gemeente haar zorgplicht mogelijk niet kan nakomen. In Zeeuws-Vlaanderen zijn er zorgen over PFAS-vervuiling, vooral in gebieden met industriële activiteiten of waar PFAS-houdend blusschuim is gebruikt.
Het is belangrijk om proactief te zijn in het identificeren en aanpakken van mogelijke PFAS-vervuiling om toekomstige kosten en gezondheidsrisico's te beperken. Zolang we geen concrete aanpak hebben op dit dossier schatten wij dit risico in op € 2,5 miljoen.
56
Kwantificering risico's Op basis van de geïnventariseerde restrisico’s hebben wij in onderstaande tabel een inschatting gemaakt van de mogelijke financiële gevolgen indien deze risico’s zich in begrotingsjaar 2026 en de drie daarop volgende jaren feitelijk voordoen. Onderdeel
Risico
Sociaal Domein Gemeentefonds
Toenemende financiële druk Onzekerheid ten aanzien van lange termijn uitkeringen uit het gemeentefonds. Mogelijke nadeelcompensatie en schadeclaims.
Invoering omgevingswet en Wkb Schadeclaim(s) Verbonden partijen Informatiebeveiliging / bedrijfscontinuïteit Capaciteit uitvoering werkzaamheden Projectrisico’s Campus Terneuzen/ Integraal huisvestingsplan onderwijsvoorzieningen Netcongestie
PFAS vervuiling
Het risico dat openstaande schadeclaims leiden tot onverwachte financiële lasten, juridische complicaties en reputatieschade voor de gemeente. Hogere bijdragen aan verbonden partijen door nieuw beleid, beleidswijzigingen of doorbelasting van hoger dan verwachte kosten door inflatie. Het risico bestaat dat cyberaanvallen de gemeentelijke dienstverlening ernstig verstoren, wat kan leiden tot uitval van systemen, verlies van gegevens en maatschappelijke ontwrichting. Onderuitputting van middelen.
Financieel gevolg in € 5.000.000 2.500.000 250.000 410.000 2.000.000 3.500.000
pm
Risico’s die we niet voorzien en de standaard voorziening van 10% in het projectbudget overschrijden. Vertraging in ontwikkeling van projecten en betrouwbare energielevering. Invloed op klimaatdoelstellingen. Het risico bestaat dat onbekende PFAS-vervuiling leidt tot vertraging of stillegging van projecten, onverwachte saneringskosten en juridische aansprakelijkheid, doordat de gemeente haar zorgplicht mogelijk niet kan nakomen.
1
250.000
2.500.000
Vergeleken met de begroting van 2025 en de jaarrekening 2024 nemen we een aantal risico’s niet meer op. Oplopende rente/inflatie: We ramen de inflatie reëel op basis van cijfers CPB. Deze gebruiken we ook in onze meerjarenbegroting en passen deze tussentijds aan indien nodig. Met deze beheersmaatregel minimaliseren wij het restrisico van oplopende rente en inflatie. Om die reden nemen we dit risico niet langer op in de paragraaf risico's en weerstandsvermogen. Risico's voortvloeiend uit mandaat havenmeester: Om de risico’s te beperken is extern juridisch advies ingewonnen. De aanbevelingen vertaalden we in het besluit 'mandaat, volmacht en machtiging Havenmeester NSP 2025'. Dit besluit en het 'aanwijzingsbesluit havenmeester' lieten wij beoordelen door een externe jurist. Deze oordeelde dat er geen restrisico's volgen uit het mandaat aan de havenmeester. Om die reden nemen wij dit risico niet langer op in de paragraaf risico's en weerstandsvermogen. Conclusie weerstandscapaciteit in relatie tot de restrisico’s Uit bovenstaand overzicht blijkt een bedrag van € 16.410.000 aan risico's. Hiertegenover staat een weerstandscapaciteit van € 86,9 miljoen waarmee de weerstandsratio uitkomt op 5,3. De weerstandsratio kwalificeert daarmee als 'uitstekend' volgens de VNG-classificatie.
Op basis van onze inschattingen is de weerstandscapaciteit de komende jaren nu voldoende om de (rest)risico's op te vangen. Vanwege de onzekerheden rondom de toekomstige uitkering van het Gemeentefonds (uitgesteld ravijnjaar) in combinatie met de grote investeringen waar we voor staan (Campus Terneuzen en Totaalplan Binnenstad) beperken we de
57
beheersing van deze risico's niet tot de risicoparagraaf in de begroting en het jaarverslag. We maken deze onderdeel van onze doorlopende interne beheersing. Financiële kengetallen
Het Besluit Begroten en Verantwoording (BBV) schrijft een basisset van vijf kengetallen voor die in samenhang informatie geven aan de gemeenteraad over de financiële positie van de gemeente. Doel van deze kengetallen is het kunnen vormen van een beter oordeel over het structureel en reëel sluitend zijn van de begroting. Voor de stand van de financiële positie is het belangrijk de kengetallen in samenhang te beoordelen. Om deze kengetallen te berekenen gebruiken wij de zogenaamde ‘Terneuzense gezondheidsmeter’. In deze Terneuzense gezondheidsmeter zitten: • Exploitatiecijfers (inkomsten en uitgaven) met meerjarig inzicht in al dan niet structureel sluitend zijn; • geprognosticeerde meerjarenbalans (bezittingen en schulden); • verplichte BBV indicatoren (zowel cijfermatig als grafisch); • Emu saldo (optelsom van alle inkomsten en uitgaven van de Rijksoverheid en de decentrale overheden); • Kasstroomoverzicht (feitelijke geldstromen).
58
De Provincie Zeeland hanteert voor de kengetallen de volgende signaleringswaarden. Kengetal Netto schuldquote a. zonder correctie doorgeleende gelden
Categorie A <90%
Categorie B 90-130%
Categorie C >130%
b. met correctie doorgeleende gelden
<90%
90-130%
>130%
Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte begroting Belastingcapaciteit
>50% <20% >0% <95%
20-50% 20-35% 0% 95-105%
<20% >35% <0% >105%
De gezamenlijke provinciale toezichthouders besloten om voor het verkrijgen van een goed beeld op de financiële positie aan te sluiten bij de zogenaamde signaleringswaarden. Deze zijn afkomstig van de stresstest voor 100.000+ gemeenten. De signaleringswaarden zijn ingedeeld in categorieën. De provinciale toezichthouders geven geen waarde oordeel over deze categorieën. Dit omdat normering in eerste instantie door de gemeente zelf plaatsvindt. Duidelijk is wel dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest.
Kengetallen Netto schuldquote
Jaarrekening Begroting 2024 2025 2026 15,6% 44,9% 63,3%
2027
2028
2029
CAT Bgr 26
76,8%
84,7%
83,0%
A
Netto schuldquote gecorr.voor alle verstrekte leningen
15,0%
44,0%
62,2%
75,7%
83,6%
82,0%
A
Solvabiliteitsrisico
48,6%
49,3%
45,4%
42,3%
39,2%
37,8%
B
Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Gemeentelijke belastingcapaciteit
3,4% 2,4%
4,2% 4,0%
3,0% 0,9%
3,1% -1,0%
2,5% -4,6%
1,0% -3,7%
A A
91,8%
92,6%
95,5%
95,5%
95,5%
95,5%
A
Debtratio
51,4%
50,7%
54,6%
57,7%
60,8%
62,2%
Netto schuld per inwoner
€ 764
€ 1.991 € 2.852 € 3.452 € 3.715 € 3.737
Bij onderstaande indicatoren hebben wij streefwaarden ingezet om direct in de grafieken te kunnen zien hoe wij ervoor staan. Deze streefwaarden zijn niet vast en kunnen indien de gemeenteraad dit wil nog wijzigen. Netto schuldquote Kengetal Terneuzen Categorie
rek.24
begr.25
begr.26
begr.27
begr.28
begr.29
15,6%
44,9%
63,3%
76,8%
84,7%
83,0%
A
A
A
A
A
A
De netto schuld geeft het niveau van de schuldenlast van de gemeente aan ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (vaste schulden + netto vlottende schuld + overlopende passiva - Financiële activa - uitzetting < 1 jaar - liquide middelen - overlopende activa) / totale baten exclusief mutaties reserves x 100%.
59
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Kengetal Terneuzen
Categorie
rek.24
begr.25 begr.26 begr.27 begr.28 begr.29
15,0%
44,0%
62,2%
75,7%
83,6%
82,0%
A
A
A
A
A
A
Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen geven wij de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weer (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is exclusief doorgeleende gelden). Op die manier brengen we duidelijk in beeld wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (vaste schulden + netto vlottende schuld + overlopende passiva - Financiële activa + verstrekte geldleningen - uitzetting < 1 jaar - liquide middelen overlopende activa) / totale baten exclusief mutaties reserves x 100%. Solvabiliteitsrisico Kengetal Terneuzen
rek.24
begr.25 begr.26 begr.27 begr.28 begr.29
48,6%
49,3%
45,4%
42,3%
39,2%
37,8%
B
B
B
B
B
B
Categorie
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (eigen vermogen / totaal passiva) x 100%. Grondexploitatie Kengetal Terneuzen
rek.24
begr.25 begr.26 begr.27 begr.28 begr.29
3,4%
4,2%
3,0%
3,1%
2,5%
1,0%
A
A
A
A
A
A
Categorie
Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (totale activa bouwgronden in exploitatie / totale baten exclusief mutaties reserves) x 100%. Structurele exploitatieruimte Kengetal Terneuzen Categorie
rek.24
begr.25 begr.26 begr.27 begr.28 begr.29
2,4%
4,0%
0,9%
-1,0%
-4,6%
-3,7%
A
A
A
C
C
C
Dit kengetal helpt om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Het kengetal is belangrijk voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting. Bij incidentele lasten of baten gaat het meestal om éénmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen, of die door hun aard zijn aan te merken als incidenteel. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen.
60
Dit kengetal berekenen wij als volgt: ((totale baten - incidentele baten) - (totale lasten incidentele lasten) + structurele onttrekkingen - incidentele toevoegingen) / totale baten exclusief mutaties reserves) x 100%. Gemeentelijke belastingcapaciteit Kengetal Terneuzen
rek.24
begr.25 begr.26 begr.27 begr.28 begr.29
91,8%
92,6%
95,5%
95,5%
95,5%
95,5%
A
A
A
A
A
A
Categorie
Dit kengetal geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze van de gemeenteraad. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (totale woonlasten (= OZB gezin bij een gemiddelde WOZ waarde + rioolheffing gezin bij een gemiddelde WOZ waarde + afvalstoffenheffing gezin) / totale gemiddelde landelijke woonlasten) x 100%. Naast bovenstaande verplichte basisset van verplichte kengetallen gebruiken wij al enige jaren twee kengetallen waarmee wij de financiële positie volgen. Dit zijn de debtratio en de netto schuld per inwoner. Debtratio Kengetal Terneuzen
rek.24 51,4%
begr.25 begr.26 begr.27 begr.28 begr.29 50,7%
54,6%
57,7%
60,8%
62,2%
De is de omgekeerde solvabiliteitsratio en geeft aan de verhouding van de schulden ten opzichte van het balanstotaal. Dit kengetal berekenen wij als volgt: ((voorzieningen + langlopende geldleningen + kortlopende schulden + overlopende passiva) / totaal passiva) x 100%. Netto schuld per inwoner Kengetal Terneuzen
rek.24 764
begr.25 begr.26 begr.27 begr.28 begr.29 1.991
2.852
3.452
3.715
3.737
Het kengetal netto schuld per inwoner is net als de debtratio overgebleven uit de stresstesten die wij in het verleden opstelden. De berekening komt voor een groot deel overeen met het verplichte kengetal netto schuldquote. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (vaste schulden + netto vlottende schuld + overlopende passiva - Financiële activa - uitzetting < 1 jaar - liquide middelen - overlopende activa) / totaal aantal inwoners) x € 1. N.B. voor het vergelijk nemen wij een constant aantal inwoners op van 54.500 inwoners in 2017 en 2018. De uitkomst van de diverse ratio's toont aan dat de financiële positie van de gemeente Terneuzen stabiel is. Dit tegen een achtergrond van onzekerheden rond het Gemeentefonds (ravijnjaar 2028). Mogelijke incidentele dividenduitkeringen zijn hierin niet meegenomen: dit is vanuit de toezichthouder niet toegestaan. Op basis van de huidige financiële indicatoren is er geen reden tot zorg. Echter, het onzekere speelveld waarin we ons bevinden vraagt dat we steeds alert blijven op de mogelijke (financiële) impact van (externe) ontwikkelingen waar we mee te maken hebben dan wel krijgen.
61
C. Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding In deze paragraaf behandelen we het onderhoud aan wegen, openbare verlichting, riolering, water, groen, gebouwen en civiele kunstwerken. Het onderhoud vindt plaats aan de hand van de volgende beheerplannen. Omschrijving Wegen
Wegenbeheerplan 2024
Vastgesteld door raad 2023
OV
Beheerplan openbare verlichting
2024
Riolering
WKA 2024
2023
Water
WKA 2024
2023
Groen
Groenbeheerplan
2023
Vastgoed
Beleidsplan onderhoud gemeentelijk vastgoed Beheerplan civiele kunstwerken 2024
2023
Kunstwerken
2023
Frequentie actualisatie Een keer per vier jaar Een keer per tien jaar Een keer per vijf jaar Een keer per vijf jaar Een keer per vier jaar Een keer per vier jaar Een keer per drie jaar
Volgende actualisatie 2027
Achterstallig onderhoud Nee
2034
Nee
2027
Nee
2027
Nee
2027
Nee
2027
Nee
2027
Nee
Wettelijk kader Wij hebben op de genoemde onderdelen een wettelijke zorgplicht. De beheerplannen geven inzicht in de kwantitatieve en kwalitatieve gegevens van de te beheren goederen. Zo geven ze informatie over de staat van onderhoud, uit te voeren werkzaamheden en de hiervoor benodigde (financiële) middelen. Samenwerking met netbeheerders Onze uitvoeringsplanning stemmen wij af met de netbeheerders. Dit doen we om zoveel mogelijk overlast te voorkomen voor mensen die in de buurt wonen. Netbeheerders hebben steeds meer moeite om binnen een redelijke termijn hun werkzaamheden uit te voeren. Dit bepaalt nu ook de snelheid of volgorde van onze werkzaamheden. Budgettering in jaarschijven Veel van onze projecten vergen meer tijd dan een jaar. Dit heeft te maken met het ontwerp, voorbereiding, aanbesteding en uitvoering. Dit betekent dat budgetten die in 2026 beschikbaar gesteld worden over meerdere jaren uitgegeven worden.
Beheer en onderhoud openbare wegen Wegen Het wegenbeheerplan 2024-2028 is de basis voor ons wegenbeheer. Binnen dit beheerplan werken we met jaarschijven. In een jaarschijf staat benoemd welke beheermaatregelen we in dat jaar willen uitvoeren. Iedere 2 jaar voeren we een globale visuele weginspectie uit. Op basis hiervan passen we onze uitvoeringsplanning aan. Wat willen we bereiken? We willen de veiligheid van de weggebruikers waarborgen zodat wij voldoen aan onze zorgplicht. Dat bereiken we door onze verhardingen gemiddeld op beeldkwaliteit B van de CROW-systematiek te houden. Wat gaan we doen? Wij onderhouden alle wegvakonderdelen inclusief de trottoirs op beeldkwaliteit B van de CROW-systematiek. Naast de jaarschijf voor 2026 voeren we ook de werkzaamheden uit die overbleven uit vorige jaren. In 2027 inspecteren wij de wegen weer visueel waarna we de uitvoeringsplanning actualiseren. Wat kost het? Voor 2026 hebben we een investeringsbudget (jaarschijf) beschikbaar van € 1.112.000.
62
Daarnaast is er een bedrag van € 8.603.072 beschikbaar voor kapitaal- en exploitatielasten. Dit is inclusief onze bijdrage aan het Waterschap die wij volgens Wet Uitkering Wegen moeten afdragen.
Openbare verlichting Het Beleid- en Beheerplan openbare verlichting is de basis voor het beheer aan onze openbare verlichtingen. Verschillende overheden in Zeeland werken op het gebied van openbare verlichting samen in het Bureau Openbare Verlichting Zeeland (BOVZ). Netwerkbeheerder Stedin maakt ook onderdeel uit van deze samenwerking. Wat willen we bereiken? We willen de openbare ruimte doelmatig en duurzaam verlichten zodat we een sociaal veilige, verkeersveilige en leefbare omgeving bieden. Dit tegen een minimaal energieverbruik en aanvaardbare kosten. Wat gaan we doen? Wij voeren het beheer uit zoals omschreven is in het beleid- en beheerplan Openbare Verlichting. In diverse kernen en wijken vervangen we lichtmasten en armaturen. Wat kost het? Voor 2026 hebben we een investeringsbudget (jaarschijf) beschikbaar van € 496.000. Daarnaast is een bedrag van € 1.210.733 beschikbaar voor kapitaal- en exploitatielasten. Dit besteden we aan het onderhoud van onze openbare verlichtingen.
Riolering De Water en Klimaatadaptatie Aanpak (WKA) 2024 – 2028 is de basis voor ons rioolbeheer. Het rioleringsstelsel maakt een belangrijk onderdeel uit van de infrastructuur. Aan de ene kant voor de inzameling en transport van afvalwater van inwoners en bedrijven. Aan de andere kant voor het afvoeren van overtollig hemelwater en grondwater. Wat willen we bereiken? Wij willen een goed functionerend rioolstelsel bieden om te voldoen aan onze wettelijke zorgplichten. Deze zorgplichten omvatten de bescherming van de volksgezondheid, natuur, milieu en klimaat en het bieden van een veilige en goede leefomgeving. De inzameling van afvalwater en het transport hiervan naar een zuivering werk is hierin een verplichting. Daarnaast nemen we bij projecten kansen mee om onze buitenruimte beter bestand te maken tegen de steeds vaker voorkomende extremen van het klimaat. Wat gaan we doen? We geven invulling aan de WKA door het voorbereiden en uitvoeren van regulier en groot onderhoud. Het regulier onderhoud bestaat uit het inspecteren en reinigen van delen van het rioolstelsel. Onder groot onderhoud verstaan we het vervangen, renoveren of optimaliseren van het stelsel. In veel gevallen vraagt dit een integrale planning met onderhoud of reconstructies van wegen, groen en openbare verlichting. Voor groot onderhoud nemen wij een groot aantal projecten in voorbereiding en uitvoering.
Daarnaast voeren we de projecten uit van de voorgaande jaarschijven (2018 tot en met 2025). Wat kost het? Voor 2026 hebben we een investeringsbudget (jaarschijf) beschikbaar van € 3.665.000. Dit gebruiken we voor ons groot onderhoud binnen de WKA. Dit is dus zowel voor ons rioolbeheer als ons waterbeheer. Daarnaast is een bedrag van € 5.423.969 beschikbaar voor kapitaal- en exploitatielasten. Dit besteden we aan het regulier onderhoud binnen de WKA.
Water De Water en Klimaatadaptatie Aanpak (WKA) 2024 – 2028 is de basis voor ons waterbeheer. Het oppervlaktewater binnen het stedelijk gebied is primair bedoeld voor de berging en de afvoer van overtollig regenwater. Met het waterschap hebben wij een samenwerkingsovereenkomst voor het beheer en onderhoud van oppervlaktewater in bebouwd gebied (BOB). Wat willen we bereiken? We willen dat de kwaliteit van ons water goed is en we willen wateroverlast voorkomen. Een goede waterkwaliteit is namelijk van belang in het beschermen van de volksgezondheid, het milieu en de natuur. Het voorkomen van wateroverlast is één van de taken binnen onze zorgplicht voor een veilige leefomgeving. Daarnaast willen we zoveel mogelijk water laten infiltreren en vasthouden om verdroging tegen te gaan.
63
Oppervlaktewater is ook een belangrijk onderdeel voor de leefkwaliteit van een omgeving. Wat gaan we doen? We geven invulling aan de WKA door het voorbereiden en uitvoeren van regulier en groot onderhoud. Meldingen van overlast registreren we bij het grondwaterloket. Ook adviseren we inwoners over hoe zij kunnen bijdragen aan het voorkomen van wateroverlast. Het regulier onderhoud bestaat uit het doorstroombaar houden van onze waterlopen door middel van het maaien van riet. Onder groot onderhoud verstaan we het baggeren, reconstrueren of optimaliseren van onze waterwegen. Wat kost het? Het budget voor het uitvoeren van de WKA is bestemd voor zowel ons rioolbeheer als ons waterbeheer. Daarom verwijzen wij u de te maken kosten voor ons waterbeheer naar ‘Wat kost het’ onder de kop Riolering.
Groen Het Groeidocument Groen! is de basis voor het beheer van ons openbaar groen. De kwaliteit van het openbaar groen bepaalt in belangrijke mate of mensen zich prettig voelen in hun dagelijkse leefomgeving. Het is van belang dat er voldoende kwaliteitsgroen in de gemeente is. Tegelijkertijd kan groen voor overlast zorgen. Goed beleid en beheer is daarom belangrijk. Wat willen we bereiken? We willen dat ons openbaar groen geen gevaar oplevert. Het goed onderhouden en controleren van onze bomen is nodig voor de veiligheid van de leefomgeving. Ook willen wij voldoen aan onze zorgplicht ten opzichte van natuurbescherming. We streven naar beeldkwaliteit B volgens de CROW-systematiek voor ons openbaar groen. We hanteren beeldkwaliteit C als ondergrens. Wat gaan we doen? We voeren het groenbeheer uit volgens het format groenbeheerplan per kern uit het Groeidocument Groen! Daarnaast vervangen we begroeiing die niet meer aan onze minimaal geëiste beeldkwaliteit C voldoet. Dit betreft vooral plaatsen met veel onkruid. Ook vervangen we bomen die ziek, dood of onveilig zijn. Voor elke te kappen boom planten we tenminste weer één nieuwe boom terug. Wat gaat het kosten? Voor 2026 hebben we een bedrag van € 5.959.266 beschikbaar voor kapitaal- en exploitatielasten. Dit besteden we aan het onderhoud van het openbaar groen.
Vastgoed Wij zijn eigenaar van verschillende gebouwen en bouwwerken. Wij zijn verantwoordelijk voor het onderhoud dat daarbij hoort. Dit onderhoud staat in een meerjarenonderhoudsplanning (MJOP). Het beheer leggen wij vast in het gebouwenbeheersysteem. Wat willen we bereiken? We willen de staat van de gebouwen op een aanvaardbaar niveau houden. We streven naar het in het Beleidsplan genoemde onderhoudsniveau Conditiescore 3 conform de NEN 2767. Hiervoor voeren we het onderhoud aan onze gebouwen uit. Wat gaan we doen? We onderhouden onze gebouwen aan de hand van ons MJOP. Daarnaast voeren we ook doorgeschoven onderhoudswerkzaamheden uit vorige jaren uit. We verduurzamen onze gebouwen op de geplande onderdelen zoals omschreven in de ‘Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed’. In 2026 gaan we aan de slag met de verduurzaming van onder andere: Brede school de Laureyn, schoolmuseum Schooltijd, Vliegende Vaart, Toonbeeld en Stadhuis Terneuzen. Wat gaat het kosten? We hebben een bedrag van € 3.715.000 beschikbaar aan exploitatielasten voor het onderhoud van onze gebouwen.
Civiele kunstwerken Wij zijn eigenaar van verschillende civiele kunstwerken. Wij zijn verantwoordelijk voor het onderhoud dat daarbij hoort. Dit onderhoud staat in het Beheerplan Civiel Kunstwerken (BCK). Het beheer leggen wij vast in het beheersysteem.
64
Wat willen we bereiken? We willen de staat van de civiele kunstwerken op een aanvaardbaar niveau houden. We streven hierbij naar de in het beleidsplan genoemde beeldkwaliteit B van het CROW. Wat gaan we doen? We onderhouden onze civiele kunstwerken aan de hand van ons BCK. We voeren werkzaamheden uit op basis van de bijbehorende uitvoeringsplanning. Daarnaast voeren we regulier onderhoud uit aan de overige objecten in de openbare ruimte. Wat gaat het kosten? Voor 2026 is er een bedrag van € 261.000 beschikbaar aan exploitatielasten voor het onderhoud van onze civiele kunstwerken. Wegen Aantal kilometers weg Waarvan binnen bebouwde kom Waarvan buiten bebouwde kom Oppervlakte wegennet Waarvan klinkers Waarvan asfalt Openbare verlichting Aantal lichtpunten Waarvan LED verlichting Riolering Aantal kilometers riolering Waarvan vrij-vervalriolering Waarvan mechanische riolering (pers/druk/vacuüm) Aantal gemalen en pompunits Water Aantal sloten/oppervlaktewateren Groen Oppervlakte plantsoenen Aantal bomen Vastgoed Huisvesting eigen organisatie Kunst en cultuur Welzijn en zorg Sport en recreatie Buitenzwembaden Brede scholen Parkeergarages Woonwagens en standplaatsen met bergingen Brandweerkazernes Scholen primair onderwijs Scholen voortgezet onderwijs Overige gebouwen Aantal m2 bruto vloeroppervlak excl. scholen Civiele kunstwerken Aantal civiele kunstwerken
350 km 99% 1% 3.640.000 m2 60% 39% 14.180 70% 524 km 80% 20% 630 stuks 67 km 5.532.732 m2 27.179 stuks 13 st 19 st 20 st 12 st 5 st 7 st 2 st 66 st 7 st 15 st 2 st 20 st 157.922 m2 68
65
Begroting bedrag x € 1.000
Meerjarenraming
2026
2027
2028
2029
Wegen exploitatie
5.786
5.924
6.079
6.143
Kapitaallasten
2.817
2.762
2.900
2.894
Openbare verlichting exploitatie
709
713
717
722
Kapitaallasten
502
519
575
595
Water en riolering exploitatie
2.499
2.245
2.313
2.221
Kapitaallasten
2.925
3.203
3.758
3.903
Groen exploitatie
5.290
5.404
5.501
5.619
Kapitaallasten
667
749
775
787
Vastgoed exploitatie
3.715
3.632
3.332
3.632
Kapitaallasten
6.205
9.339
10.333
12.822
261
261
261
261
Civiele kunstwerken exploitatie
66
D. Financiering Inleiding In deze paragraaf behandelen we de treasuryfunctie van de gemeente. Het betreft het risicobeheer van de financieringsportefeuille. Daarnaast geven wij inzicht in de ontwikkeling van de financieringspositie van de gemeente Terneuzen. De treasuryfunctie heeft als doel tegen gunstige condities en tegen zo laag mogelijke kosten te voorzien in de benodigde financieringsmiddelen. En daarbij risico’s zoveel mogelijk uit te sluiten en te beperken. Wij proberen de schuldpositie terug te dringen door het eigen vermogen te versterken. Onze schuldpositie is de laatste jaren sterk verlaagd. De treasury-activiteiten richten zich vooral op het zo effectief en efficiënt mogelijk aantrekken en inzetten van vreemd vermogen. Door het doorlopend bijhouden van een liquiditeitenplanning en het nauwgezet volgen van ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt, zetten wij in op het afsluiten van geldleningen op het meeste geschikte tijdstip en tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden. Met onze huisbankier, de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG Bank), sloten wij een overeenkomst af met een (variabele) basisrente (Euribor). Hierdoor financieren we debetsaldi op de lopende rekening automatisch tegen een Euribortarief met een opslag van 0,15%.
Risicobeheer Ten aanzien van het risicobeheer moeten gemeenten de financieringsfunctie vervullen binnen de wettelijke kaders, die hoofdzakelijk zijn vastgelegd in de Wet Fido. Enkele belangrijke bepalingen hieruit zijn: • leningen en garanties uitsluitend verstrekken vanuit de ‘publieke taak’; • vanuit de treasuryfunctie uitzetten van middelen mag, mits deze uitzettingen een voorzichtig karakter hebben en niet gericht zijn op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico; • geen gebruik maken van financiële derivaten; • bij het aantrekken van externe financieringsmiddelen geldt een door het Rijk vastgestelde kasgeldlimiet; • voor spreiding van risico’s geldt een renterisiconorm. Naast het voorgaande legde de gemeenteraad in de Financiële Verordening (artikel 212 gemeentewet) aanvullende kaders vast. In het treasurystatuut is dit verder uitgewerkt. Naast het risicobeheer, dat is gebaseerd op de Wet Fido, is in dit statuut ook belangrijke aandacht gegeven aan de administratieve organisatie en interne controle ten aanzien van de treasury-activiteiten. Om de directe risico’s te beperken, is het treasurybeleid defensief en risicomijdend. Ons beleid is erop gericht toekomstige risico’s inzichtelijk te maken, te beheersen en te beperken. Het risicobeheer heeft betrekking op onder andere het renterisico, kredietrisico en liquiditeitsrisico.
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is het instrument om de renterisico’s op de vlottende schuld (rentetypische looptijd < 1 jaar) te beheersen. Wij toetsen elk kwartaal het gemiddelde saldo van de vlottende schuld en de vlottende middelen aan de kasgeldlimiet. Bij een dreigende structurele overschrijding van de kasgeldlimiet sluiten wij tijdig een langlopende geldlening af. Voor 2026 geldt een limiet van: € 22.049.211 Kasgeldlimiet is 8,5% van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van 2026 : € 259.402.487 Renterisiconorm De renterisiconorm beoogt een zodanige opbouw van de leningenportefeuille dat het risico van renteaanpassing en herfinanciering van leningen beperkt blijft. Met de renterisiconorm is bepaald dat voor gemeenten jaarlijks niet meer dan 20% van het begrotingstotaal voor herfinanciering of renteherziening in aanmerking mag komen. De aflossingsverplichtingen voor 2026 bedragen circa € 7.212.000. Voor alle door de gemeente opgenomen geldleningen geldt dat deze rentevast zijn tot het einde van de looptijd. Het totaal van herfinanciering en renteherziening blijft hiermee ruimschoots binnen de aangegeven marge. Wij concluderen dat er ook in komende jaren geen overschrijding van de renterisiconorm aan de orde is.
67
Ontwikkelingen (visie) In de begroting hebben wij voor alle investeringen rekening gehouden met een percentage van 2,0% voor te betalen rente. Het totaalsaldo van de aangegane langlopende geldleningen bedraagt naar verwachting per 1 januari 2026 € 101.423.000. De behoefte aan uitbreiding van het leningsaldo hangt af van de voortgang van lopende en nieuwe investeringen. In principe worden de investeringen die wij in meerdere jaren afschrijven, gefinancierd met lang geld (liquiditeitstypische looptijd > 1 jaar). Risico’s op de bestaande leningenportefeuille zijn er niet omdat we altijd langlopende geldleningen afsluiten met een rentevaste periode. Tussentijds wijzigen deze percentages niet. Als de rente met 1% stijgt wil dit absoluut niet zeggen dat we over onze totale schuldenlast gelijk 1% meer rente moeten gaan betalen. Voor de investeringen in het investeringsprogramma, zoals de campus en Totaalplan binnenstad, moeten we nieuwe geldleningen aangaan. De prognose van de financieringsbehoefte geeft aan dat we de volgende leningen moeten aantrekken: 2026 : € 25 miljoen 2027 : € 50 miljoen 2028 : € 30 miljoen 2029 : € 20 miljoen De geraamde rentelasten bedragen: 2026 : € 5.927.008 2027 : € 6.780.144 2028 : € 9.271.062 2029 : € 9.264.312 Renteontwikkelingen De renteontwikkelingen zijn sterk afhankelijk van de inflatiecijfers.
De verwachting dat de Europese Centrale Bank (ECB) verdere renteverlagingen gaat doorvoeren zijn getemperd. Momenteel staat de rente voor het aantrekken van een kortlopende geldlening (1-maands kasgeldlening) op 1,89 %. Voor een langlopende geldlening van 25 jaar met een rentevaste periode is het percentage momenteel ongeveer 3,38 %. Overzicht rente Berekening renteomslagpercentage
Bedrag x € 1.000/ Percentage
Externe rentelasten over korte en lange financiering
5.927
Externe rentebaten -/-
-535
Subtotaal externe rente
5.392
Aan grondexploitatie toe te rekenen rente -/-
0
Aan taakvelden toe te rekenen rente voor projectfinanciering -/-
0
Rentebaten specifieke leningen voor doorverstrekte geldleningen -/-
0
Saldo door te rekenen externe rente
5.392
Rente over eigen vermogen
0
Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)
0
Aan taakvelden (inclusief overhead) toe te rekenen rente
5.392
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente -/-
-5.392
Renteresultaat op het taakveld Treasury Rente (A)
0 5.392
Boekwaarde taakvelden (B)
319.885
Renteomslag (A/B)*100%
1,69%
Afronding op 0,5%
2,00%
68
Intern liquiditeitsbeheer De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op de aanwezige liquiditeitenplanning. De liquiditeitenplanning laat nu zien dat wij in 2026 een langlopende geldlening moeten aantrekken. Voor de investeringen in het investeringsprogramma, zoals de campus en Totaalplan binnenstad, moeten we een nieuwe geldlening aangaan. De prognose van de financieringsbehoefte geeft aan dat we in 2026 een bedrag van € 25.000.000 moeten aantrekken. Fluctuaties in de geldstromen gedurende het jaar kunnen we oplossen door gebruik te maken van de kredietfaciliteit bij onze huisbankier of door het aantrekken van kasgeldleningen (kort geld). Financieringspositie De financieringspositie van de gemeente en de renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt volgen we nauwgezet. Op basis hiervan besluiten we op welke wijze we de financiering (kort en lang geld) optimaal kunnen realiseren. Dit moet ook passen binnen de normen van de kasgeldlimiet en de renterisico. Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat decentrale overheden verplicht zijn hun overtollige geldmiddelen in de schatkist aan te houden. Hierdoor hoeft de Nederlandse staat minder geld te lenen op de financiële markten en daalt de staatsschuld. Het principe is dat publiek geld de schatkist niet eerder verlaat dan noodzakelijk is voor de uitvoering van de publieke taak.
Volgens het ministerie is dit bevorderlijk voor de doelmatigheid van de bestedingen. Wel is er een zogenaamde doelmatigheidsdrempel van 2% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 1.000.000 per gemeente. Bij overtollige middelen die minder zijn dan deze drempel, hoeven decentrale overheden niet te schatkistbankieren. Het drempelbedrag bedraagt voor de gemeente Terneuzen in 2026 : € 5.188.050 2% van € 259.402.487 Voor 2026 is de renterisiconorm: € 51.880.497
69
E. Bedrijfsvoering Inleiding In deze paragraaf behandelen wij een aantal zaken die van belang zijn voor de bedrijfsvoering in het begrotingsjaar. Doorlopende doelen en prestaties Doorlopende taken worden veelal uitgevoerd ten dienste van het bestuur en de interne organisatie. Hieronder vallen bijvoorbeeld financiën, personeel en organisatie, inkoop, communicatie, juridische zaken, informatievoorziening, automatisering, informatiebeveiliging en privacy. Ook behoort de ondersteuning van het bestuur tot de bedrijfsvoering. Personeel De huidige cao Gemeenten geldt van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2027. Het gemiddelde loon in deze cao stijgt met 3,75% per jaar. De loonsverhogingen zijn verdeeld over vijf momenten. Lagere salarissen stijgen meer dan hogere: in 24 maanden krijgen hogere salarissen ongeveer 7% erbij en lagere salarissen tot 8,5%. Vanaf 1 januari 2026 krijgen medewerkers minimaal € 16 per uur. De salariskosten bestaan uit lonen en sociale premies. In de begroting 2026 is gerekend met een toename van de salariskosten van 1,2% ten opzichte van de begroting van 2025. Dit is voldoende aangezien er voor de begroting van 2025 rekening was gehouden met een hogere indexatie dan daadwerkelijk nodig blijkt. Interne beheersing In 2026 ontwikkelen we onze visie op interne beheersing door.
We verdiepen de drie pijlers: verbijzonderde interne controle, aanpak risicomanagement en onze verbetercultuur. We halen het maximale uit de onderlinge verbanden die er tussen deze pijlers zijn. Op deze manier werken we continu aan onze rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid. Informatiebeveiliging en privacy In 2025 is de Cyberbeveiligingswet in werking getreden. Deze wet beoogt het beveiligingsniveau en de digitale cyberweerbaarheid van de gemeente te versterken. In de praktijk betekent dit dat wij aan de hand van de vernieuwde Baseline Informatiebeveiliging voor de Overheid moeten zorgen dat onze basisbeveiliging op orde is. Verscherpt Toezicht zal voor het eerst in 2026 plaatsvinden. Grote beveiligingsincidenten moeten wij melden bij een aangewezen autoriteit. Bestuurders moeten op de hoogte te zijn van de nieuwe wetgeving en toezicht houden op de naleving ervan. In 2026 blijft de gemeente voldoen aan de eisen van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de Wet politiegegevens (Wpg). We zorgen voor een veilige, transparante en rechtmatige verwerking van persoonsgegevens en politiegegevens.
Dit realiseren we door: • Medewerkers bewust te maken van hun privacyverantwoordelijkheden; • Data Protection Impact Assessments (DPIA’s) uit te voeren bij verwerkingen met verhoogd risico; • Het verwerkingsregister actueel te houden; • Verwerkersovereenkomsten te sluiten met externe partijen; • En datalekken tijdig te melden en af te handelen. Door middel van periodieke controles en privacy-audits blijven we onze processen verbeteren en borgen we dat privacy structureel is ingebed in onze organisatie. Rekenkamer De rekenkamercommissie voert jaarlijks onderzoek uit aan de hand van een onderzoeksprogramma. Ook in 2026 rapporteert de rekenkamercommissie haar aanbevelingen aan de raad.
70
F. Verbonden partijen In deze paragraaf staat onze visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de doelen in de begroting en de plannen rond de verbonden partijen. Daarbij gaan wij in op de bestuurlijke, beleidsmatige en financiële belangen. En op mogelijke risico’s bij de verbonden partijen.
Visie Onze visie op verbonden partijen ligt vast in de Kadernota Verbonden Partijen gemeente Terneuzen van 8 juni 2023. Deze nota biedt een kader voor het meedoen aan en sturen op verbonden partijen van de gemeente. Het college of de raad wijzen gemeentelijke vertegenwoordigers aan voor de algemene besturen van gemeenschappelijke regelingen. De burgemeester wijst de gemeentelijke vertegenwoordigers aan voor de algemene vergaderingen van aandeelhouders. Het rapport ‘Afspraken over samenwerken met gemeenschappelijke regelingen in Zeeland’ passen we toe.
Overzicht verbonden partijen Overzicht verbonden partijen Gemeenschappelijke regelingen Openbaar Lichaam Afvalstoffenverwijdering Zeeland (OLAZ) Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland (GGD)
Programma Wonen & leefbaarheid Zorg & gezondheid
Veiligheidsregio Zeeland (VRZ)
Wonen & leefbaarheid
Arbeidsintegratiebedrijf Dethon
Zorg & gezondheid
Samenwerkingsverband Collectief Vervoer Zeeuws-Vlaanderen (CVV)
Zorg & gezondheid
Belastingsamenwerking SaBeWa Zeeland
Algemene dekkingsmiddelen
Regionale UitvoeringsDienst Zeeland (RUD)
Klimaat & Duurzaamheid
Vennootschappen en coöperaties North Sea Port SE
Economie & arbeidsmarkt
N.V. Economische Impuls Zeeland
Economie & arbeidsmarkt
Bank Nederlandse Gemeenten N.V. (BNG)
Algemene dekkingsmiddelen
Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij N.V.
Economie & arbeidsmarkt
Gemeenschappelijk Bezit Evides Aqua B.V.
Economie & arbeidsmarkt
Stedin Holding NV
Economie & arbeidsmarkt
Overige verbonden partijen Benelux Groepering Territoriale Samenwerking (BGTS) aan-z Benelux Groepering Territoriale Samenwerking (BGTS) North Sea Port District
Zorg & gezondheid Economie & arbeidsmarkt
71
Openbaar Lichaam Afvalstoffenverwijdering Zeeland (OLAZ)
Vestigingsplaats
Datum ingang
Kapelle
1 januari 1999
Website OLAZ
Doel en openbaar belang Behartiging van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemers op het gebied van afvalstoffenverwijdering. Deelnemers Alle dertien Zeeuwse gemeenten. Bestuurlijk belang Algemeen Bestuur
Wethouder J. Vervaet
Plaatsvervangend lid
Wethouder L. van de Voorde
Dagelijks bestuur
Wethouder J. Vervaet
Ontwikkelingen Eind 2022 vond besluitvorming plaats in de gemeenteraad over de regionalisering van milieustraten in Zeeland. Toen werd besloten de regionale spreiding en uitwerking hiervan verder te onderzoeken. Dit onderzoek loopt nog. Per regio komen er circulaire ambachtscentra. De opening van het eerste centrum staat gepland voor 2028 te Goes. Voor realisatie van een ambachtscentrum in Terneuzen is nog geen planning bekend.
Risico's De in de voorschottarieven opgenomen indexering voor de verwerking van afvalstromen is gebaseerd op een aanname. De voorschottarieven voor de milieustraten zijn ook gebaseerd op een aanname. De definitieve indexering kan hoger uitvallen als huishoudens meer afval aanbieden. Of als er op de milieustraten meer afval aangeboden wordt dan geraamd. Daarnaast kunnen verwerkingstarieven van afvalstromen stijgen of dalen afhankelijk van mondiale marktomstandigheden. Financieel
2024
Eigen Vermogen
Vreemd Vermogen
Financieel Resultaat
€ 1.653.000
€ 10.783.000
€ 129.846
Financieel belang Begroting 2026
€ 3.959.957
72
Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland (GGD)
Vestigingsplaats
Datum ingang
Website
Goes
5 december 1989
GGD
Doel en openbaar belang Behartiging van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemers op het gebied van de: • Wet publieke gezondheid • Wet veiligheidsregio’s • Wet op de lijkbezorging • Jeugdwet • Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 • Wet kinderopvang Deelnemers Alle dertien Zeeuwse gemeenten. Bestuurlijk belang Algemeen Bestuur
Plaatsvervangend lid
Wethouder S.G.P. Suij (voorzitter)
Wethouder J. de Buck
Dagelijks bestuur
Wethouder S.G.P. Suij (voorzitter)
Ontwikkelingen De GGD treft voorbereidingen voor een fusie met de VRZ. Dit betekent dat de GGD wil samengaan met de VRZ binnen één gemeenschappelijke regeling. Risico's De fusie met de VRZ en het ontvlechten van IJZ brengt kosten met zich mee. Deze kosten hebben we nog niet scherp in beeld, dus dit is een risico. Financieel
2024
Eigen Vermogen
Vreemd Vermogen
Financieel Resultaat
€ 6.515.882
€ 32.018.125
€ 1.202.129
Financieel belang Begroting 2026
€ 3.602.092
73
Veiligheidsregio Zeeland (VRZ)
Vestigingsplaats
Datum ingang
Middelburg
1 juli 2006
Website VRZ
Doel en openbaar belang Behartiging van de belangen van de deelnemende gemeenten op de volgende gebieden: • brandweerzorg • rampenbestrijding en crisisbeheersing • geneeskundige hulpverlening Deelnemers Alle dertien Zeeuwse gemeenten. Bestuurlijk belang Algemeen Bestuur
Plaatsvervangend lid
Burgemeester H.J.A. van Merrienboer (voorzitter) Ontwikkelingen
Dagelijks bestuur
Burgemeester H.J.A. van Merrienboer (voorzitter)
Veiligheidsregio Zeeland geeft in 2026 invulling aan de twee strategische programma's uit het meerjarenbeleidsplan: * toekomstige brandweerzorg; * voorbereide crisisorganisatie. De VRZ treft voorbereidingen voor een fusie met de GGD. Dit betekent dat de VRZ wil samengaan met de GGD binnen één gemeenschappelijke regeling. Risico's De financiële situatie voor de Veiligheidsregio Zeeland staat onder druk. De meerjarenraming laat onder meer fors oplopende kapitaallasten zien, wat leidt tot een verhoging van de gevraagde gemeentelijke bijdrage. De fusie met de GGD brengt kosten met zich mee. Deze kosten hebben we nog niet scherp in beeld, dus dit is een risico. Financieel
2024
Eigen Vermogen
Vreemd Vermogen
Financieel Resultaat
€ 1.718.000
€ 28.230.000
€ 686.511
Financieel belang Begroting 2026
€ 4.670.942
74
Arbeidsintegratiebedrijf Dethon
Vestigingsplaats
Datum ingang
Terneuzen
1 januari 1972
Website Dethon
Doel en openbaar belang Uitvoering namens de gemeenten Hulst, Sluis en Terneuzen van de Wet sociale werkvoorziening die met ingang van 1 januari 2015 is vervallen. Visie (van Dethon) Samen met de gemeenten ontwikkelt Dethon talenten die passen in een inclusieve lokale arbeidsmarkt. Missie (van Dethon) Dethon is het sociaal ontwikkelbedrijf van Zeeuws-Vlaanderen. Dethon begeleidt mensen bij het ontwikkelen van hun talenten en ondersteunt hen bij het werken naar vermogen. Dit doet Dethon samen met overheden, opdrachtgevers en maatschappelijke partners. Deelnemers De gemeenten Hulst, Sluis en Terneuzen. Bestuurlijk belang Algemeen Bestuur
Wethouder J. Vervaet Raadslid J.J.M. Verdurmen Raadslid A.G. Vlaander Ontwikkelingen
Plaatsvervangend lid
Raadslid P. van Valderen
Dagelijks bestuur
Wethouder J. Vervaet
We geven uitvoering aan het nieuwe koersplan. Risico's Er zijn zorgen over het financiële meerjarenperspectief. Dethon werkt aan het opstellen van een begroting die voldoet aan de indeling conform de product-markt combinaties. We hebben op dit moment niet voldoende inzicht in de financiën van de verschillende beleidsdisciplines. Daarnaast is voortdurend aandacht voor budgetbewaking een belangrijk uitgangspunt. Financieel
2024
Eigen Vermogen
Vreemd Vermogen
Financieel Resultaat
€ 1.486.733
€ 12.841.016
€ - 725.554
Financieel belang Begroting 2026
€ 9.340.272
75
Samenwerkingsverband Collectief Vervoer ZeeuwsVlaanderen (CVV)
Vestigingsplaats
Datum ingang
Terneuzen
1 april 2000
Website Regiotaxi
Doel en openbaar belang De gemeenschappelijke regeling kent drie taken: • Leerlingenvervoer; • Wmo-vervoer; • Jeugdhulpvervoer De wettelijke basis voor het leerlingenvervoer ligt in de Wet primair onderwijs, Wet voortgezet onderwijs en de Wet expertisecentra. De wetten zijn vertaald in lokale verordeningen. Een belangrijk deel van het takenpakket is gebaseerd op de keuze die de gemeenteraad maakte voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het collectief Wmo-vervoer is een algemene voorziening, toegankelijk voor personen met functiebeperkingen die niet aan het openbaar vervoer kunnen deelnemen. Daarnaast vult de gemeenschappelijke regeling op verzoek van de openbaar vervoersautoriteit (de Provincie Zeeland) een aanvullend aanbod in voor het openbaar vervoer: de Haltetaxi. Deelnemers De gemeenten Hulst, Sluis en Terneuzen. Bestuurlijk belang Algemeen Bestuur
Wethouder J. de Buck Raadslid M.I.R. Hemelsoet- de Jaeger Raadslid J.C. Hessing Ontwikkelingen
Plaatsvervangend lid
Wethouder S.G.P. Suij Vacature raadslid
Dagelijks bestuur
Wethouder J. de Buck
De omvorming van het CVV naar de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer Zeeland zal naar verwachting per 1-1-2026 afgerond zijn. In deze nieuwe gemeenschappelijke regeling zullen alle Zeeuwse gemeenten en de Provincie Zeeland deelnemen. Vanaf dat moment zullen de bedragen voor zowel Wmo als het vraagafhankelijk jeugdhulpvervoer gefixeerd worden. Dit geldt ook voor de centralekosten. Vooruitlopend op de nieuwe GR startten we met de uitrol van flexvervoer. Dit is een flexibel vervoerssysteem op aanvraag, waarbij je een taxi of busje met chauffeur kunt boeken om je van een hub (opstappunt) naar een andere hub of een specifieke locatie buiten de bebouwde kom te brengen, en vice versa. De Provincie Zeeland financiert de flex en brengt deze onder in de GR Publiek Vervoer Zeeland. We integreren het flexvervoer in het doelgroepenvervoer zodat op lange termijn ook een efficiency voordeel wordt bereikt. Met de nieuwe aanbesteding voor het CVV zijn de nieuwe vervoerscontracten ingegaan. Dit betekent een hoger tarief. Hier is rekening mee gehouden in de begroting. Risico's De ontwikkelingen van omvorming van het CVV naar de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer zijn nog in volle gang. Een risico is dat de GR niet ingaat per 1-1-2026 en moet worden teruggevallen op de bestaande GR van het CVV.