CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-09-11 - Bijlage 3a. Ruimtelijke motivering Oostelijke Kanaaloevers, ROL Handelspoort 1, Terneuzen (Geanonimiseerd)

gemeenteraad 13 november 2025, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen bindend advies Regionale Opvanglocatie Handelspoort 120.442 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

,

4. 11. 3 Stikstofdepositie De voorgenomen ontwikkeling resulteert mogelijk in een verandering van stikstofemissie en – depositie. Om te onderzoeken of er sprake is van een significant negatief effect op omliggende Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie is een berekening van verandering in stikstofemissie en –depositie vereist voor de realisatie- en gebruiksfase. Hiertoe is een AERIUS-berekening uitgevoerd en dit verwerkt in een rapportage. Het rapport is als bijlage 8 bij deze ruimtelijke motivering opgenomen. ,

4. 11. 3. 1 AERIUS-berekening De realisatie- en gebruiksfase resulteren in een maximale toename van 000 mol N/ha/jr op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Significant negatieve effecten kunnen worden uitgesloten als gevolg van de realisatiefase en gebruiksfase. Derhalve is geen vergunning met betrekking tot de Omgevingswet benodigd voor het onderdeel stikstof. ,

4. 11. 4 Conclusie Het aspect’ flora en fauna’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Datum: 31 juli 2025 Versie: Definitief

Pagina 45 van 57

Ruimtelijke motivering ‘Oostelijke Kanaaloevers , Regionale opvanglocatie Handelspoort 1 Terneuzen’

4. 12 Archeologie en cultuurhistorie 4. 12. 1 Beoordelingskader Algemeen De gemeente moet bij het vaststellen van het omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Hieronder vallen ook bekend of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Dit staat in artikel 5. 130 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De gemeente kan in het belang van archeologische monumentenzorg regels stellen in het omgevingsplan over archeologisch onderzoek. Archeologie Voor archeologie dient de gemeente projecten kleiner dan 100 m 2 in beginsel vrij te stellen van de archeologische onderzoeksplicht (artikel 5. 130 lid 4 Bkl). De gemeente kan in een omgevingsplan echter grotere of kleinere vrijstellingsgrenzen vastleggen bijvoorbeeld in historische binnensteden waar de kans op het aantreffen van archeologische sporen heel groot is. Archeologisch onderzoek kan in dergelijke gevallen ook al bij projecten kleiner dan 100 m 2 vondsten opleveren. In gebieden met een lage verwachtingswaarde kan de gemeente kiezen om een grotere vrijgestelde oppervlakte vast te leggen in het omgevingsplan. Dit om te voorkomen dat de gemeente een initiatiefnemer belast met het doen van archeologisch onderzoek dat naar verwachting niet of nauwelijks zinvol is. ,

Cultuurhistorie Uit het Besluit kwaliteit leefomgeving volgt dat gemeenten voor cultuureel erfgoed dat voor bescherming in aanmerking komt een toereikend beschermingsregime moeten opnemen in het omgevingsplan. Het Bkl bevat hiervoor instructieregels.

4. 12. 2 Archeologie Het besluitgebied ligt conform het tijdelijk deel van het omgevingsplan in een zone aangeduid met ‘Waarde – Archeologie 2’. Binnen deze zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemwerkzaamheden met een verstoringsoppervlak groter dan 500 m 2 waarbij de grond- of graafwerkzaamheden dieper gaan dan 05 meter. ,

,

Het plan voorziet grotendeels in een verbouwing van het bestaande pand waarvoor geen bodemroerende werkzaamheden benodigd zijn. Het achterterrein zal ten behoeve van de tijdelijke opvang wel worden heringericht; hierbij blijft het noordelijke deel gehandhaafd als parkeerterrein en wordt het aansluitend terrein bij het gebouw ingericht als terrein voor sport en spel. Voor deze werkzaamheden zullen oppervlakkige bodemverstoringen benodigd zijn die niet dieper gaan dan 05 meter. De drempelwaarde voor onderzoeksplicht wordt derhalve ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling niet overschreden. ,

,

4. 12. 2. 1 Conclusie Archeologie Met inachtneming van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect ‘archeologie’ geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

4. 12. 3 Cultuurhistorie De verplichting om ook cultuurhistorische waarden te beschermen is in de Omgevingswet meegenomen. De instructieregels uit artikel 5. 130 lid 2 van het Bkl geven aan voor welke punten onder meer bescherming benodigd is (o. a. ontsiering beschadiging of sloop van monumenten en aantasting van de omgeving of karakteristieke stadsgezichten dorpsgezichten en cultuurlandschappen. ,

,

4. 12. 3. 1 Aanwezige cultuurhistorische waarden Voor het bepalen van de cultuurhistorische waarde van het besluitgebied is de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Zeeland geraadpleegd. Binnen het besluitgebied zijn geen cultuurhistorische waardevolle gebouwen of bouwwerken aanwezig.

Datum: 31 juli 2025 Versie: Definitief

Pagina 46 van 57

Ruimtelijke motivering ‘Oostelijke Kanaaloevers , Regionale opvanglocatie Handelspoort 1 Terneuzen’

Uitsnede kaartbeeld Cultuurhistorische waardenkaart provincie Zeeland (besluitgebied rood omkaderd)

4. 12. 4 Conclusie Het aspect ‘cultuurhistorie’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4. 13 Omgevingsveiligheid 4. 13. 1 Beoordelingskader Een van de uitgangspunten van de Omgevingswet is dat overheden bij hun plannen zo vroeg mogelijk kijken naar veiligheid zodat de gevolgen van een brand ramp of crisis voorkomen kan worden of de gevolgen zoveel mogelijk beperkt kunnen worden. Omgevingsveiligheid heeft derhalve een belangrijke plaats in de omgevingsvisie en het omgevingsplan. ,

Het Besluit activiteiten leefomgeving omvat met name de regelgeving op het gebied van omgevingsveiligheid als het gaat over het aanwijzen van milieubelastende activiteiten en vergunningplichten (afdeling 5. 1. 2 Bkl). In het Besluit kwaliteit leefomgeving komen de instructieregels voor omgevingsplannen van gemeenten terug. Dit betreffen onder andere regels over het plaatsgebonden risico brand- explosie- en gifwolkaandachtsgebieden belemmeringengebieden en brand- en explosievoorschriftengebieden. Ook zijn in bijlage 7 van het Bkl activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreffen de volgende activiteiten: ,

,

,

• • • • •

Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven; dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving. Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg water en spoor). Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. Bovengrondse hoogspanningsleidingen met rekenafstand magneetveldzone. ,

Aandachtsgebieden Onder de Omgevingswet werken gemeenten met aandachts- en voorschriftengebiedengebieden voor het aspect omgevingsveiligheid. Hiermee is beoogd dat het gemeentebestuur omgevingsveiligheid eerder in ruimtelijke plannen meeneemt. Aandachtsgebieden laten zien waar extra aandacht nodig is om aanwezigen te beschermen tegen mogelijke ongevallen bij activiteiten met gevaarlijke stoffen.

Datum: 31 juli 2025 Versie: Definitief

Pagina 47 van 57

Ruimtelijke motivering ‘Oostelijke Kanaaloevers , Regionale opvanglocatie Handelspoort 1 Terneuzen’

4. 13. 2 Toetsing Middels onderstaande uitsnede van de Atlas leefomgeving zijn de volgende aspecten van omgevingsveiligheid onderzocht: • • • •

bedrijven met milieubelastende activiteiten; transport over weg water en spoor; buisleidingen met gevaarlijke stoffen; bovengrondse hoogspanningslijnen. ,

Bij de toetsing dient te worden aangemerkt dat de beoogde opvanglocatie aan de Handelspoort 1 in het kader van omgevingsveiligheid dient te worden aangemerkt als kwetsbaar gebouw vanwege de langdurige verblijfs-

functie.

Uitsnede Atlas leefomgeving (besluitgebied rood omlijnd) (bron: www. atlasleefomgeving. nl) Bedrijven met milieubelastende activiteiten Het besluitgebied is zoals blijkt uit toetsing aan de Atlas voor de Leefomgeving niet gelegen binnen PR10-6 risicocontouren van bedrijven in de omgeving. De actuele gifwolkaandachtsgebieden van grote bedrijven in de omgeving zijn nog niet correct weergegeven op Atlas voor de Leefomgeving. Derhalve zijn deze gifwolkaandachtsgebieden bij DCMR opgevraagd ter toetsing. ,

,

Aan de Frankrijkweg 6 op circa 13 kilometer ten zuidwesten van het besluitgebied is ICL-IP (een chemische fabriek) gevestigd; hier worden onder meer vlamvertragers en producten voor waterbehandeling geproduceerd. Het besluitgebied is gelegen binnen het gifwolkaandachtsgebied van dit bedrijf (zie onderstaande uitsnede van het gifwolkaandachtsgebied ten opzichte van het besluitgebied). ,

Datum: 31 juli 2025 Versie: Definitief

,

,

Pagina 48 van 57

Ruimtelijke motivering ‘Oostelijke Kanaaloevers , Regionale opvanglocatie Handelspoort 1 Terneuzen’

Uitsnede kaartbeeld gifwolkaandachtsgebied ICL-IP Terneuzen B. V. (locatie besluitgebied groen omkaderd)

Ook aan de Finlandweg 21 (eveneens ten zuidwesten van het besluitgebied op circa 13 kilometer afstand) is een bedrijf met milieubelastende activiteiten gevestigd te weten TPT (chemische industrie). Hiervoor geldt dat het besluitgebied niet gelegen is binnen het gifwolkaandachtsgebied (zie onderstaande kaartuitsnede). ,

,

Uitsnede kaartbeeld gifwolkaandachtsgebied TPT Holding B. V. (besluitgebied groen omkaderd) Tot slot is aan de Willemskerkeweg 5 in Hoek op circa 47 kilometer ten noordwesten van het besluitgebied het bedrijf Indaver gesitueerd. Dit betreft een afvalverwerkingsbedrijf. Het gifwolkaandachtsgebied van dit bedrijf is gelegen over het besluitgebied (zie onderstaande kaartuitsnede) maar wordt ingevolge artikel 5. 12 lid 5 Bkl begrensd op 15 kilometer vanaf het bedrijf. Derhalve ligt het formele gifwolkaandachtsgebied niet over het besluitgebied. ,

,

,

,

,

Datum: 31 juli 2025 Versie: Definitief

Pagina 49 van 57

Ruimtelijke motivering ‘Oostelijke Kanaaloevers , Regionale opvanglocatie Handelspoort 1 Terneuzen’

Uitsnede kaartbeeld gifwolkaandachtsgebied Indaver Industriel Waste B. V. (besluitgebied groen omkaderd) Naast de hiervoor genoemde bronnen is het besluitgebied ook gelegen binnen de gifwolkaandachtsgebieden van de volgende stationaire bronnen en transportroutes: • Stationaire risicobronnen: Bertschi B.V. Lithiumweg 1; o Deze bron ligt op circa 79 km ten noordwesten van het besluitgebied. Hoewel het besluitgebied formeel binnen het gifwolkaandachtsgebied is gelegen maar ingevolge artikel 5. 12 lid 5 Bkl wordt dit begrensd op 15 kilometer vanaf het bedrijf. Derhalve ligt het formele gifwolkaandachtsgebied niet over het besluitgebied. Katoen Natie Savoyaardsweg Haven 91; o Deze bron is eveneens gelegen op circa 78 km ten noordwesten van het besluitgebied. Ook hiervoor geldt dat het besluitgebied formeel in het gifwolkaandachtsgebied van deze bron is gelegen maar ingevolge artikel 5. 12 lid 5 Bkl wordt afgekapt op 15 kilometer vanaf het bedrijf. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

Transportroutes: o Kanaal Gent-Terneuzen; o Spoorlijn ‘Route 310’ Terneuzen-Terneuzen; o N61 (hoofdweg).

•

Een gifwolkaandachtsgebied gaat over de bescherming tegen een concentratie van giftige stoffen in de lucht. Binnen het gebied kunnen personen in een gebouw overlijden door blootstelling aan een gifwolk. Voor een gifwolkaandachtsgebied geldt volgens artikel 5. 12 lid 4 van het Bkl een grens van 15 kilometer vanaf de locatie van de activiteit. ,

Gifwolkaandachtsgebieden kunnen niet als voorschriftengebied worden aangewezen. Voor de bescherming tegen gifwolken zijn de bouweisen in de artikelen 4. 90 tot en met 4. 96 uit het Bbl derhalve niet van toepassing. De bouweisen in de genoemde artikelen gelden uitsluitend voor bescherming tegen de effecten van brand of explosie.

Binnen aandachtsgebieden moeten gemeenten in het omgevingsplan rekening houden met het groepsrisico. Het groepsrisico geeft de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers (tien of meer personen) valt met een bepaalde omvang. Het groepsrisico hoeft niet berekend te worden maar biedt een afwegingsruimte voor het bevoegd gezag bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in een aandachtsgebied. ,

Datum: 31 juli 2025 Versie: Definitief

Pagina 50 van 57

Ruimtelijke motivering ‘Oostelijke Kanaaloevers , Regionale opvanglocatie Handelspoort 1 Terneuzen’

Aangezien er wel een kwetsbaar gebouw wordt gerealiseerd binnen een aandachtsgebied risico verantwoord dienen de volgende stappen doorlopen te worden:

1) 2) 3)

,

wordt het groeps-

Afstand houden; Waarderen bestaande bescherming: a. Is de basisbescherming op orde? b. Biedt bestaande omgeving voldoende bescherming? Overwegen aanvullende bescherming a. Binnen aandachtsgebieden afstand houden; b. Beperken van het aantal aanwezige personen; c. Voldoende vlucht- en schuilmogelijkheden; d. Bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen; e. Aanvullende risicocommunicatie op orde; f. Meerwaarde aanvullende bouwmaatregelen.

Stap 1: Afstand houden Om aanwezigen het best te beschermen tegen gevaren van een incident is niet bouwen binnen het aandachtsgebied van een gifwolk de beste optie. In de voorliggende situatie zijn er echter andere zwaarwegendere argumenten om de opvanglocatie op deze locatie te ontwikkelen. De gemeente is van oordeel dat er sprake is van een zwaarwegend humanitair en maatschappelijk belang voor een opvanglocatie. Er is al langere tijd door gemeente Terneuzen gezocht naar een geschikte locatie. Het gebouw aan Handelspoort 1 betreft een bestaand gebouw dat geschikt is om getransformeerd te worden naar een tijdelijke opvanglocatie met de daarbij behorende noodzakelijke voorzieningen. Aangezien deze locatie binnen het aandachtsgebied gifwolk is gelegen te houden’ en dienen de volgende stappen toegepast te worden.

,

is het dus niet mogelijk om ‘afstand

Stap 2: Waarderen van bestaande bescherming Een incident van een gifwolk zal afkomstig zijn van één van de eerder genoemde chemische industriële bedrijven. Deze bedrijven zullen zelf al veel maatregelen nemen ter beperking van het risico en zijn ook wettelijk gebonden aan diverse risicobeperkende maatregelen. Daarnaast kent het pand aan Handelspoort 1 reeds een kantoorfunctie (een beperkt kwetsbaar object). Het bestaande pand is ook ingericht op de aanwezigheid van risicobronnen in de omgeving; ramen deuren en ventilatieroosters kunnen worden gesloten en de voorzien mechanische ventilatie is uitschakelbaar. Op basis van voorgaande is het uitgangspunt dat de bestaande situatie al redelijke mate van bescherming biedt. ,

Stap 3: Overwegen aanvullende bescherming Binnen het aandachtsgebied afstand houden is geen reële optie omdat het de transformatie van een bestaand pand betreft. Het beperken van het aantal aanwezige personen is eveneens niet reëel daar de taakstelling voor de opvang van vluchtelingen vanuit het Rijk voorschrijft dat gemeenten een minimaal aantal vluchtelingen dienen op te vangen (‘Spreidingswet’). ,

,

In geval van een gifwolk zijn personen op zichzelf en anderen aangewezen. Ervan uitgaande dat de personen in het gebouw aanwezig zijn is het advies om binnen te blijven en ramen deuren en (wanneer aanwezig) het ventilatiesysteem af te sluiten. Het gebouw is voorzien van draaikiepramen en ventilatieroosters. Bewoners kunnen deze zelf sluiten. Verder is er centrale mechanische afvoer die centraal uitgeschakeld kan worden. De ventilatiestroom stopt in geval van uitschakeling. ,

,

Het gebouw biedt voldoende vluchtmogelijkheden van de bron af (aan de achterzijde van het pand en aan de voorzijde van het pand in oostelijke richting over de Handelspoort). Er zijn daarmee ruim voldoende vluchtwegen beschikbaar. Het gebouw zal intern conform wet- en regelgeving voorzien worden van bewegwijzigering voor vluchtroutes.

Omdat de bewoners van de opvang de Nederlandse taal (zeker in beginsel) niet machtig zullen zijn zal hier ,

in het nog op te stellen BHV- en noodplan uitvoerig aandacht aan worden besteed. Er zal in dit plan een hoofdstuk worden gewijd aan het gifwolk-scenario en het daarbij behorende handelingsperspectief voor bewoners en andere aanwezigen binnen het besluitgebied. COA-medewerkers zullen op basis van dit noodplan

Datum: 31 juli 2025 Versie: Definitief

Pagina 51 van 57

Ruimtelijke motivering ‘Oostelijke Kanaaloevers , Regionale opvanglocatie Handelspoort 1 Terneuzen’

worden voorgelicht hoe zij bewoners moeten instrueren om ramen en deuren te sluiten. Mechanische ventilatie zal vanuit de receptie/beveiliging worden uitgeschakeld in geval van een gifwolk-scenario. Naast het BHV- en noodplan zal er ook voorzien worden in de nodige risicocommunicatie. Er zal zorg gedragen worden voor informatievoorziening op locatie (in meest gesproken talen van de bewoners van de locatie) en invulling gegeven worden aan de voorlichtingscampagnes van ‘Zeeland Veilig’ via de COA-medewerkers op locatie. Zij kunnen handelingsperspectieven bij een gifwolk-scenario richting bewoners vertalen en instructies geven hoe verder te handelen. Ten aanzien van bereikbaarheid van hulpdiensten wordt opgemerkt dat het besluitgebied van verschillende zijden te benaderen is door deze diensten. De aanrijroutes blokkeren niet per definitie de vluchtroutes voor bewoners. Er is binnen het besluitgebied voldoende ruimte voor en opstelplaats en bluswatervoorzieningen voor brandweer. Daarnaast is op het achterterrein in het terreinontwerp rekening gehouden met voldoende ruimte voor een opstelplaats voor brandweerauto’s in de nabijheid van het gebouw.

Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat de realisatie van een tijdelijke opvanglocatie in het bestaande pand aan de Handelspoort 1 vanuit het oogpunt van externe veiligheid verantwoord kan worden geacht. Risicovol wegtransport en transport via spoor- en waterwegen Ten zuiden van het besluitgebied is een risicovolle wegtransportroute gelegen (N61). De risicoaandachtsgebieden en PR10-6 risicocontour reiken echter niet over het besluitgebied. Tevens bevindt zich ten westen een risicovolle transportroute over water behorende tot het Basisnet (Kanaal Gent Terneuzen). Ook voor deze risicobron geldt dat de PR10-6 risicocontour en aandachtsgebieden niet tot het besluitgebied reiken. Tot slot ligt er ten westen en zuidwesten van het besluitgebied een spoorlijn behorende tot het Basisnet spoorvervoer waarover risicovolle stoffen worden vervoerd. Ook voor deze spoorlijn geldt dat er geen PR10-6 risicocontour of aandachtsgebied ligt over het besluitgebied. Risicovolle (buis)leidingen Ten zuiden van de N61 ligt een buisleiding (aardgastransportleiding). Gezien de afstand tussen de buisleiding en het besluitgebied (circa 820 meter) wordt geconcludeerd dat ook deze bron geen risico vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Ten oosten van de Mr. F. J. Haarmanweg ligt een hogedrukaardgasleiding en ten zuiden van de N61 liggen twee hogedrukaardgasleidingen.

Gezien de afstand tussen de buisleidingen en het besluitgebied (circa 475 en 670-675 meter) wordt geconcludeerd dat ook deze bronnen geen risico vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. Bovengrondse hoogspanningslijnen Op 36 kilometer ten westen van het besluitgebied bevindt zich een bovengrondse hoogspanningslijn van 150 kV. Voor deze lijn geldt een rekenafstand voor de magneetveldzone van 80 meter. Dit ligt ver buiten het besluitgebied. Ook deze bron vormt daarmee geen risico voor de voorgenomen ontwikkeling. ,

4. 13. 3 Conclusie Het aspect ‘omgevingsveiligheid’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4. 14 Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m. e. r. ) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m. e. r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De wettelijke basis voor de m. e. r. ligt in Europa: Datum: 31 juli 2025 Versie: Definitief

Pagina 52 van 57

Ruimtelijke motivering ‘Oostelijke Kanaaloevers , Regionale opvanglocatie Handelspoort 1 Terneuzen’

• •

De mer-richtlijn regelt de milieueffectrapportage voor projecten; De smb-richtlijn regelt de milieueffectrapportage voor plannen en programma’s.

Daarnaast geldt het verdrag van Espoo inclusief het SEA-protocol als er grensoverschrijdende milieueffecten kunnen zijn. ,

,

De eisen van de bovengenoemde richtlijnen en het verdrag zijn nationaal omgezet in afdeling 16. 4 van de Omgevingswet en hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit. De Commissie m. e. r. is geregeld in artikel 17. 5 van de Omgevingswet en hoofdstuk 12 van het Omgevingsbesluit. Voor het bepalen of een plan eventueel mer-plichtig is is artikel 16.36 lid 3 en 4 van de Omgevingswet van toepassing. Er zijn bij de zogenaamde plan-mer-beoordeling twee mogelijke resultaten: ,

1. 2.

,

Aanzienlijke milieueffecten zijn niet uitgesloten: er volgt een plan-mer en er moet een milieueffectrapport (MER) worden gemaakt. Aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten: er is geen plan-mer nodig en er wordt geen MER gemaakt.

Er zijn twee situaties waarin een plan-mer-beoordeling aan de orde kan komen: 1. 2.

Het plan is kaderstellend voor projecten die milieueffecten kunnen hebben maar het betreft geen project dat in bijlage 5 bij het Omgevingsbesluit staat. Het plan is derhalve niet direct plan-mer-plichtig. In dit geval dient een plan-mer-beoordeling te worden uitgevoerd. Het plan is kaderstellend voor projecten uit bijlage 5 Omgevingsbesluit maar komt niet boven de drempelwaarden van kolom 2 uit bijlage 5 van het Omgevingsbesluit. Een plan-mer-beoordeling is aan orde indien: a. Het plan een kleine wijziging van een plan of programma betreft; b. Het plan gaat over een klein gebied op lokaal niveau én als voor dat plan of programma een bestuursorgaan van een gemeente het bevoegd gezag is. ,

,

4. 14. 1 Toetsing Uit toetsing aan artikel 16.36 lid 3 en 4 Omgevingswet volgt dat het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor onderhavig project valt onder mogelijkheid 2 zoals hierboven beschreven. Het besluit bevat namelijk wél een activiteit uit kolom 3 van bijlage 4 van het Omgevingsbesluit [J11] de aanleg wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject maar er wordt niet voldaan aan de drempelwaarden die zijn vastgelegd in kolom 2 (gevallen waarin de mer-plicht geldt). Er kan derhalve worden volstaan met een plan-mer-beoordeling indien voldaan wordt aan de onderdelen a en b van lid 2 zoals hierboven beschreven. ,

,

,

Voor de toetsing aan de Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van dit project is een separate aanmeldnotitie opgesteld in het kader van de project-m. e. r. -beoordeling. Deze notitie is als bijlage 9 bij de ruimtelijke motivering opgenomen. ,

In deze notitie zijn onder meer in het kader van de voorgenomen ontwikkeling de belangrijkste milieuaspecten waaronder bodem luchtkwaliteit geluid externe veiligheid en ecologie in beeld gebracht. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een ontwikkeling die aanzienlijke milieueffecten kent. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De uitgevoerde onderzoeken geven voldoende inzicht in de milieugevolgen om een gewogen besluit omtrent het verlenen van de omgevingsvergunning te kunnen nemen. Het opstellen van een volledige milieueffectrapportage zal geen verder inzicht verschaffen op de relevante milieuaspecten. ,

,

,

Het bevoegd gezag kan op basis van deze ruimtelijke motivering een besluit nemen over de uitkomst van de plan-m.e.r.-beoordeling of er al dan niet een m. e. r. nodig is en publiceert dit in een m. e. r. - beoordelingsbesluit. Het besluit dat geen m. e. r. uitgevoerd hoeft te worden hoeft niet gepubliceerd te worden in de Staatscourant. Er is geen sprake van een aparte bezwaar- en beroepsprocedure bij de beslissing over de m. e. r. -plicht. Bezwaar en beroep is alleen mogelijk tegelijkertijd met de procedure voor dit wijzigingsbesluit. ,

,

Datum: 31 juli 2025 Versie: Definitief

Pagina 53 van 57

,

Ruimtelijke motivering ‘Oostelijke Kanaaloevers , Regionale opvanglocatie Handelspoort 1 Terneuzen’

4. 15 Conclusie fysieke leefomgeving Met inachtneming van hetgeen omschreven in dit hoofdstuk en de bijbehorende onderzoeksrapportages en resultaten uit eventuele vervolgonderzoeken is er met uitvoering van voorliggend plan sprake van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving en daarmee sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. ,

,

Datum: 31 juli 2025 Versie: Definitief

Pagina 54 van 57

Ruimtelijke motivering ‘Oostelijke Kanaaloevers , Regionale opvanglocatie Handelspoort 1 Terneuzen’

5

Financieel-economische uitvoerbaarheid

5. 1

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan besproken.

5. 2

Economische uitvoerbaarheid

5. 2. 1

Financieel-economische haalbaarheid

In deze motivering is onderbouwd dat met het verlenen van de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit ten behoeve van dit initiatief een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt en dat de toegekende functies binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Gelet hierop kan aangenomen worden dat de realisatie economisch uitvoerbaar is. Op voorhand is er geen reden om aan te nemen dat de toegekende functies om financiële redenen niet binnen een redelijke termijn kunnen en zullen worden gerealiseerd.

5. 2. 2 Kostenverhaal Op grond van artikel 13. 11 Omgevingswet is de gemeente verplicht tot kostenverhaal indien sprake is van één of meerdere aangewezen bouwactiviteiten. Het gaat om zogenaamde kostenverhaalsplichtige activiteiten zoals genoemd in artikel 8. 13 Omgevingsbesluit (hierna: ‘een aangewezen bouwactiviteit’). Dit houdt in dat de ,

gemeenteraad kostenverhaalsregels dient vast te stellen in het omgevingsplan tenzij middels onder andere een anterieure overeenkomst de kosten die het vanwege artikel 8. 15 Omgevingsbesluit maakt anderszins verzekerd zijn dan wel vrijstelling wordt verleend voor de kosten in de gevallen genoemd in artikel 8. 14 Omgevingsbesluit. ,

,

De gemeente heeft een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer gesloten. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. Het kostenverhaal is hiermee gedekt.

5. 2. 3

Nadeelcompensatie De gemeente Terneuzen heeft een anterieure overeenkomst met de aanvrager gesloten waarin is vastgelegd ,

dat de kosten voor de procedure en eventuele kosten voor nadeelcompensatie volledig voor zijn rekening komen.

5. 3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5. 3. 1

Participatie

In het kader van de voorbereiding van de vergunningaanvraag zijn de plannen tijdens een informatieavond in april 2024 gepresenteerd aan de omgeving. Hierop volgend is het project ook besproken in de gemeenteraad (2 juli 2024) en is een eerste informatieavond voor direct omwonenden georganiseerd op 22 augustus 2024. Met direct omwonenden is hieropvolgend een vervolgbijeenkomst belegd op 9 september 2024. In deze sessie konden direct omwonenden hun opmerkingen ten aanzien van het terreinontwerp delen met het COA. Op basis van deze input is het terreinontwerp herzien en aangepast aan de verzoeken van de omwonenden. De verslagen van de informatie- en participatieavonden van 22 augustus en 9 september 2024 zijn als bijlage 10 bij deze ruimtelijke motivering opgenomen. Naar aanleiding van deze verkennende fase van de participatie is een participatieplan opgesteld voor het vervolg van het participatieproces gedurende de vergunningprocedure en de gebruiksfase van de locatie erna. Hierin is beschreven welke stappen genomen zijn welke stakeholders er zijn voor dit project op welke wijze zij invloed kunnen uitoefenen in de planvormingsfase en op welke wijze inhoudelijk invulling gegeven wordt aan het participatietraject (inclusief het betrekken en informeren van de gemeenteraad). Het participatieplan is als bijlage 11 bij deze ruimtelijke motivering opgenomen. ,

Datum: 31 juli 2025 Versie: Definitief

Pagina 55 van 57

,

Ruimtelijke motivering ‘Oostelijke Kanaaloevers , Regionale opvanglocatie Handelspoort 1 Terneuzen’

Volgend op het participatieplan is vooruitlopend op de vergunningaanvraag een enquête verspreid onder de inwoners van Terneuzen. Deze enquête is bedoeld om een breed beeld te krijgen van de meningen en opvattingen die in de gemeente leven ten aanzien van de beoogde realisatie van een tijdelijke opvanglocatie aan de Handelspoort 1. ,

,

De gegeven antwoorden uit de enquête vormen de basis om waar nodig en mogelijk middels klankbordgroepen in gesprek te gaan met omwonenden en belanghebbenden aanpassingen door te voeren aan het ontwerp van de locatie of in de omgeving. De rapportage van het uitgevoerde onderzoek onder bewoners is als bijlage 12 bij deze ruimtelijke motivering opgenomen. ,

,

,

5. 3. 2

Advies en instemming

De gemeenteraad heeft een lijst opgesteld waarin de gevallen zijn aangegeven waarvoor (bindend) advies moet worden gevraagd; met daarbij aandacht voor de wijze waarop deze advisering kan worden ingepast in het besluitvormingsproces bij bopa’s. Op basis van het artikel 16. 15a Omgevingswet heeft de gemeenteraad de mogelijkheid om zichzelf als adviseur aan te wijzen met recht van instemming. Indien gebruik wordt gemaakt van het advies-/ instemmingsrecht geldt de uitgebreide procedure met een beslistermijn van 26 weken. In de regeling ‘Aanwijzing categorieën van gevallen voor verzwaard adviesrecht door de gemeenteraad verplichte participatie en delegatiebesluit Omgevingsplan Terneuzen’ wordt onder andere aangegeven dat voor ‘overige activiteiten waarbij – naar de mening van het college – sprake is van maatschappelijke onrust of anderszins politiek gevoelige initiatieven’ verplichte participatie en het verzwaard adviesrecht gelden. De tijdelijke opvang van maximaal 200 vluchtelingen aan de Handelspoort 1 wordt volgens het college tot deze categorie gerekend. Voor dit plan is derhalve de uitgebreide procedure van toepassing en dient er advies ingewonnen te worden bij de gemeenteraad. ,

5. 3. 3

Vaststellingsprocedure

De aanvraag om de omgevingsvergunning heeft onder andere betrekking op het toestaan van een gebruik in afwijking van het geldend omgevingsplan. Op de onderhavige aanvraag is conform artikel 16. 62 Omgevingswet de reguliere procedure van titel 4. 1 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De beslistermijn is acht weken. In sommige gevallen kan het college echter wel bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten de uitgebreide procedure op basis van afdeling 3. 4 van de Awb van toepassing verklaren. In onderhavig geval is conform de in paragraaf 6. 3. 2 genoemde regeling de uitgebreide procedure van toepassing verklaard.

5. 3. 4

Bezwaar/beroep

In de uitgebreide procedure is er de mogelijkheid om zienswijzen tegen het ontwerpbesluit in te dienen. Tegen het vastgestelde besluit is beroep mogelijk. In een beroepsprocedure geeft de rechter een oordeel over een besluit van het bevoegd gezag. In beginsel zal de rechtbank zich hierover buigen. Daarna kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. In bijlage 2 artikel 2 van de Algemene wet bestuursrecht staan besluiten opgenomen waarbij er geen beroepsmogelijkheid is. Belanghebbenden kunnen eventueel ook een voorlopige voorziening vragen tegen de omgevingsvergunning.

Datum: 31 juli 2025 Versie: Definitief

Pagina 56 van 57

Ruimtelijke motivering ‘Oostelijke Kanaaloevers , Regionale opvanglocatie Handelspoort 1 Terneuzen’

Bijlagen Bijlage 1: Inrichtingsplan Bijlage 2: Verkennend bodemonderzoek achterterrein Bijlage 3: Asbestinventarisatie Bijlage 4: Akoestisch onderzoek wegverkeer- en industrielawaai Bijlage 5: Akoestisch onderzoek activiteiten en stemgeluid AZC Bijlage 6: Quickscan flora & fauna Bijlage 7: Rapportage vleermuisonderzoek Bijlage 8: Rapportage AERIUS-berekeningen Bijlage 9: Aanmeldnotitie project-m. e. r. -beoordeling Bijlage 10: Verslagen informatie- en participatieavonden 22 augustus en 9 september 2024 Bijlage 11: Participatieplan Bijlage 12: Rapportage omwonendenonderzoek

Datum: 31 juli 2025 Versie: Definitief

Pagina 57 van 57

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15896435/1