2025-07-01 IC4 - Jaarplan VTH 2025 def2
Tekst van het document
De uitvoering van milieutaken wordt bemoeilijkt door capaciteitsproblemen bij de RUD Zeeland, onder andere door de implementatie van de Robuuste RUD, verhuizing en overdracht van Piofac-taken. Hierdoor is de productiviteit lager dan gepland en zijn minder uren beschikbaar voor periodieke controles en actualisaties. Wij en de RUD Zeeland blijven risicogericht werken en stellen prioriteiten om de beschikbare capaciteit zo effectief mogelijk in te zetten. In 2025 zijn 9.608 uur nodig voor milieutaken, verdeeld over preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving. De nadruk ligt op het voorkomen van vertraging bij nieuwe initiatieven en het waarborgen van naleving van milieuregels. 10.1.3 Water/Watersystemen Wij werken samen met het Waterschap en Rijkswaterstaat aan schoon water en waterveiligheid. Deze partijen zijn het bevoegd gezag voor de meeste VTH-taken binnen dit thema. De gemeente toetst bij vergunningverlening voor bouwwerken en terreinen op duurzame hemelwaterafvoer volgens het BBL en omgevingsplan. Er zijn drie subdoelen: Waterkwaliteit – toezicht op grondwater en riolering, met als doel voldoen aan de normen van de Omgevingsverordening Zeeland 2021. Waterkwantiteit – toezicht op optimale waterpeilen ter voorkoming van overlast en droogte. Grondwateronttrekking – toezicht op het behoud van het grondwaterpeil bij activiteiten zoals bronbemaling en beregening.
De benodigde capaciteit voor deze taken is opgenomen in de jaarplannen van de betrokken waterbeheerders. 30
10.1.4 Natuur en landschappen Het beleid rond natuur en landschappen richt zich op het naleven van regels voor gebiedsbescherming, soortenbescherming en het voorkomen van natuurbranden. De provincie is in de meeste gevallen het bevoegd gezag, behalve bij lokale regelgeving zoals het omgevingsplan, waar wij verantwoordelijk zijn. De gemeente heeft daarnaast een signalerende rol richting bevoegde instanties. De beoogde maatschappelijke effecten zijn: het voorkomen van illegale kap van bomen, het waarborgen van sociale veiligheid in natuurgebieden, het tegengaan van biodiversiteitsverlies en het voorkomen van schade aan flora en fauna. Recreatie in natuurgebieden moet samengaan met behoud van rust en natuurwaarden. Toezicht en handhaving worden ingezet om naleving van de groene wetten te bevorderen. De benodigde capaciteit voor deze taken is opgenomen in de jaarplannen van de provincie. 10.1.5 Leefbaarheid Wij zetten ons in voor een veilige, duurzame en regelconforme leefomgeving, met aandacht voor evenementen, recreatie, geluidsproductie en de huisvesting van arbeidsmigranten. Jaarlijks worden veel evenementen georganiseerd, waarvoor toezicht wordt ingezet op basis van risico en impact. Vergunningverlening en toezicht zijn gericht op het waarborgen van veiligheid en het beperken van overlast, zoals geluidshinder.
Binnen het toezicht op de APV en bijzondere wetten ligt de nadruk op het voorkomen van illegale overnachtingen, het correct aanbieden van afval, en het beperken van overlast door arbeidsmigranten. Meldingen uit de openbare ruimte (Mor) vormen een belangrijke bron voor toezichtacties. In 2025 worden meer uren ingezet voor integrale controles, terwijl specifieke taken, zoals hondenbelastingcontrole, worden overgedragen aan Sabewa. De totale benodigde capaciteit voor leefbaarheidstaken bedraagt 10.712 uur. Deze uren zijn verdeeld over vergunningverlening (1.500 uur), toezicht (o.a. 3.212 uur voor Mor-meldingen), handhaving en preventie. De gemeente maakt bewuste keuzes in de inzet van capaciteit, gericht op het vergroten van naleving en het verbeteren van de leefomgeving. Er is sprake van een verschuiving in prioriteiten ten opzichte van 2024, met meer focus op integrale controles en preventieve inzet. 10.1.6 Samenwerking Samenwerking is een cruciale pijler binnen het VTH-beleid van ons. In 2025 wordt ingezet op vijf hoofdthema’s: ondermijning, beleidsafstemming, ketentoezicht, kennisuitwisseling en inhoudelijke samenwerkingsprojecten. Bij het tegengaan van ondermijning werkt de gemeente nauw samen met ketenpartners zoals het Openbaar Ministerie, politie en andere overheden. De focus ligt op bedrijventerreinen, waar vier integrale controledagen per jaar worden gepland.
Beleidsafstemming richt zich op het ontwikkelen van uitvoerbare en handhaafbare regelgeving, waarbij de invoering van de Omgevingswet kansen biedt voor harmonisatie. Ketentoezicht wordt versterkt door bindende afspraken over gezamenlijke controles en actieve terugkoppeling van signalen. Dit draagt bij aan een lerende toezichtketen.
31
Kennisdeling vindt plaats via Zeeuwse bijeenkomsten, casusoverleggen en netwerkvorming, met als doel snellere besluitvorming en betere dienstverlening. In de Kanaalzone, waar wonen en bedrijvigheid samenkomen, wordt samengewerkt met de RUD Zeeland, Provincie Zeeland en DCMR om overlast te beperken en economische activiteiten te behouden. De benodigde capaciteit voor deze samenwerkingsactiviteiten is verdeeld over meerdere gemeentelijke teams, waaronder Vergunningen en Handhaving, OOV/Bestuur, Interne Zaken en Stadsservice. 10.1.7 Ontwikkelingen en risico’s De invoering van de Omgevingswet vraagt om een integrale werkwijze waarin maatschappelijke opgaven zoals klimaat, gezondheid en veiligheid centraal staan. In 2025 passen wij onze werkprocessen hier verder op aan, met nadruk op participatie en het versterken van competenties zoals samenwerking en omgevingsbewust handelen. Tegelijkertijd spelen actuele thema’s zoals ondermijning, energietransitie en arbeidsmigratie een grote rol. Een belangrijk risico is de krapte op de arbeidsmarkt, waardoor het lastig is om voldoende gekwalificeerd personeel te behouden. Dit vergroot de werkdruk en kan leiden tot overbelasting en verminderde kwaliteit. De gemeente zet daarom in op flexibiliteit, taakverbreding, samenwerking en het versterken van veerkracht en stressbestendigheid van medewerkers.
Zo wordt gebouwd aan een wendbare, toekomstbestendige VTH-organisatie 10.2 Conclusie Met dit jaarplan geven wij richting aan onze inzet op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen de fysieke leefomgeving. Wij baseren ons op het Zeeuwse VTH-beleid 2024 en werken volgens de uitgangspunten van de Omgevingswet: integraal, risicogericht, professioneel en transparant. Wij spelen actief in op actuele maatschappelijke opgaven zoals ondermijning, energietransitie, leefbaarheid en de huisvesting van arbeidsmigranten. Daarbij werken wij nauw samen met onze partners, waaronder de RUD Zeeland, GGD, Veiligheidsregio Zeeland, DCMR en de provincie. Onze inzet is afgestemd op zowel regionale als lokale prioriteiten, met oog voor effectiviteit en maatschappelijke impact. Wij realiseren ons dat de uitvoering onder druk staat door krapte op de arbeidsmarkt, toenemende complexiteit en veranderende verwachtingen. Daarom investeren wij in flexibiliteit, taakverbreding, kennisdeling en het versterken van de wendbaarheid van onze organisatie. Met dit jaarplan leggen wij een stevige basis voor een toekomstbestendige uitvoering van onze VTH-taken. Wij blijven leren, verbeteren en samenwerken om de kwaliteit van de leefomgeving voor onze inwoners en bedrijven te waarborgen.
32
10.3 Van visie naar actie Om onze VTH-taken toekomstbestendig en effectief te blijven uitvoeren gaan we aan de slag met de volgende speerpunten. 1. Versterk personele inzet en veerkracht We investeren in het aantrekken en behouden van gekwalificeerd personeel door goede arbeidsvoorwaarden, ontwikkelkansen en een gezonde werkcultuur. Tegelijkertijd monitoren we structureel de werkdruk, stimuleren we het tijdig signaleren van overbelasting en zorgen we voor een evenwichtige taakverdeling. 2. Vergroot onze wendbaarheid en responsiviteit We ontwikkelen scenario’s voor actuele opgaven zoals ondermijning, energietransitie en arbeidsmigratie. Door te investeren in kennis, samenwerking en besluitvorming onder druk, vergroten we ons vermogen om snel en adequaat te reageren op signalen en incidenten. 3. Versterk datagedreven werken We verbeteren onze informatievoorziening door uniforme formats en digitale systemen voor registratie van VTH-activiteiten. Dit maakt onze sturing, evaluatie en verantwoording betrouwbaarder en effectiever. 4. Veranker strategisch en integraal werken We stellen het jaarplan voortaan tijdig op, leggen doelen en prioriteiten expliciet vast en werken meer volgens de uitgangspunten van de Omgevingswet. Casemanagement borgen we als integraal onderdeel van onze werkwijze. 5.
Stuur op risico’s en maatschappelijke impact We blijven kritisch prioriteren op basis van risicoanalyses en maatschappelijke betekenis. Zo zetten we onze capaciteit doelgericht in voor een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving.
33