2025-07-01 IC4 - Jaarplan VTH 2025 def2
Tekst van het document
Jaarplan VTH 2025
terneuzen.nl
Inhoudsopgave Jaarplan VTH 2025 .............................................................................................................. 1 1. 2.
Inleiding ...................................................................................................................... 4 Kaders............................................................................................................................ 5 2.1 Wettelijke verplichtingen ........................................................................................... 5 2.2 Plaats in de Big eight ................................................................................................ 5 2.3 Zeeuwse afspraken VTH-beleid ............................................................................... 6 2.4 Zeeuwse Prioriteiten ................................................................................................. 8 2.5 Lokale prioriteiten ..................................................................................................... 9 2.6 Risicogericht werken ................................................................................................ 9 2.7 Organisatie van VTH ...............................................................................................10
3.
Thema bouwen/bouwwerken .....................................................................................11 3.1 Bouwtoezicht (incl. monumenten en asbest) ...........................................................12 3.2 Brandveilig gebruik ..................................................................................................14 3.3 Strijdig gebruik Omgevingsplan ...............................................................................15 3.4 Huisvesting arbeidsmigranten en seizoenswerkers .................................................15
4.
Milieu .........................................................................................................................17 4.1 Bedrijven en Milieubelastende activiteiten (MBA) ....................................................17 4.2 Milieuonderdelen Asbest, Afval, Energie/Duurzaamheid, Vuurwerkinrichtingen.......18 4.3 Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen ..................................................18
5.
Water/watersystemen ................................................................................................19 5.1 Waterkwaliteit ..........................................................................................................19 5.2 Waterkwantiteit ........................................................................................................19 5.3 Grondwateronttrekking ............................................................................................19 5.4 Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen ..................................................20
6.
Natuur en landschappen ............................................................................................21
7.
Leefbaarheid..............................................................................................................22 7.1 Evenementen ..........................................................................................................22 7.2 Toezicht APV en bijzondere wetten .........................................................................22 7.3 Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen ..................................................23
8.
Samenwerking ...........................................................................................................24 8.1 Ondermijning ...........................................................................................................24 8.2 Beleidsafstemming ..................................................................................................24 8.3 Ketentoezicht...........................................................................................................25 8.4 Uitwisseling expertise ..............................................................................................26 2
8.5 Inhoudelijke samenwerkingsprojecten .....................................................................26 8.6 Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen ..................................................26 9.
Ontwikkelingen en risico’s ..........................................................................................27
10.
Samenvatting, conclusies en speerpunten ............................................................29
10.1 Samenvatting per thema........................................................................................29 10.2 Conclusie ..............................................................................................................32 10.3 Van visie naar actie ...............................................................................................33
3
1.
Inleiding
Gemeenten en provincie zijn vanuit de Omgevingswet (Ow) verplicht om jaarlijks een Uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving vast te stellen. Zij stellen ook vast of de autonome taken (zoals APV) opgenomen zijn in het uitvoeringsprogramma (Omgevingsbesluit (Ob) artikel 13.8). Dit is het VTH-uitvoeringsprogramma: Jaarplan 2025 van de gemeente Terneuzen. Alle bevoegde gezagen in Zeeland streven naar dezelfde opbouw van dit uitvoeringsprogramma (en het bijbehorende jaarverslag). Dit vloeit voort uit het gezamenlijke Zeeuwse VTH-beleid dat gericht is op een eenduidige en voor burgers en bedrijven herkenbare uitvoering van VTH-taken. Deze eenduidigheid maakt onderlinge afstemming en samenwerking makkelijker en draagt bij aan een integrale aanpak. Het VTH-uitvoeringsprogramma is wat de gemeente Terneuzen allemaal gaat doen op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving om bij te dragen aan doelen in de fysieke leefomgeving. Het programma volgt na de evaluatie en de bepaling van de prioriteiten. Op basis van dit uitvoeringsprogramma worden ook afspraken met de RUD Zeeland, de GGD (In de Ow speelt het thema gezondheid een belangrijkere rol dan in voorgaande programma’s onder de Wabo), de Veiligheidsregio Zeeland, de DCMR en de provincie gemaakt. Zij hebben op basis daarvan een eigen werkplan.
In artikel 1.2 Omgevingswet worden “thema’s” van de fysieke leefomgeving (van een gemeente, provincie, waterschap etc.) genoemd. De “thema’s” die de wet in ieder geval noemt zijn: bouwwerken,/bouwen/erfgoed, infrastructuur, milieu, lucht en bodem, water/watersystemen, natuur. Daaraan is in Zeeland het thema leefbaarheid toegevoegd. In hoofdstuk 2 worden alle kaders op een rij gezet. Het gaat om wettelijke kaders, Zeeuwse afspraken en lokale keuzes. In de daaropvolgende hoofdstukken volgt informatie over de thema’s. Voor elk thema geven we aan wat het doel/beoogde effect is, voor het thema als geheel en wat de regionale en lokale prioriteiten binnen betreffend thema zijn (subdoelen). Vervolgens geven we aan welke acties op het gebied van preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving ingezet worden, en welke middelen daarvoor beschikbaar zijn.
4
2. Kaders 2.1 Wettelijke verplichtingen Bevoegde gezagen zijn wettelijk verplicht jaarlijks het uitvoerings- en handhavingsbeleid uit te werken in een uitvoeringsprogramma (Ob artikel13.8). Daarom stellen zij dit document op. Afstemming vindt plaats met partners die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. Ook zorgen de bestuursorganen richting de uitvoeringsdiensten (RUD Zeeland, VRZ, GGD en DCMR) voor een uniform uitvoeringsprogramma. Het bestuursorgaan moet de voor het bereiken van doelen benodigde financiële en personele middelen in de begroting waarborgen (Ob artikel 13.10). Monitoring van de doelen van het uitvoeringsprogramma vindt plaats (Ob artikel 13.11). Daarop volgt jaarlijks een evaluatie van het uitvoeringsprogramma. Deze evaluatie leggen wij vast in het jaarverslag VTH. Dit stelt het college van Burgemeester en Wethouders vast net als dit jaarplan. 2.2 Plaats in de Big eight De beleids- en uitvoeringscyclus voor de VTH taken staat schematisch in de afbeelding Big eight. Het VTH-uitvoeringsprogramma is de stap planning /control (jaarprogramma) in de Big eight (zie figuur 1). We maken ‘(strategische) plannen op het gebied van VTH. Na opdrachtverlening volgt de feitelijke uitvoering.
Figuur 1: Big 8, ofwel de beleids- en uitvoeringscyclus
5
2.3 Zeeuwse afspraken VTH-beleid In Zeeland is er gezamenlijk VTH-beleid, het VTH Beleid Zeeland 2024. Het College van Burgemeester en Wethouders stelde dit beleid op 19 december 2023 vast. In dit beleid staan afspraken over de wijze van uitvoering van de VTH-taken door de Zeeuwse VTH-partners. De gezamenlijke bestuurlijke uitgangspunten zijn integraal werken, risicogericht werken, voorkomen van ondermijning, betrouwbaar, transparant, professioneel, kwaliteit, kennis en kunde, verantwoordelijkheid waar deze hoort. Deze uitgangspunten houden in: 1. Integraal werken We werken als 1- loket (casemanagement) en beoordelen vergunningaanvragen en meldingen integraal. Dit door te werken volgens de volgende doelstellingen: • (Integraal) Beschermen en benutten fysieke leefomgeving; • Verbeteren van de (integrale) dienstverlening; • Korte doorlooptijden van besluitvormingsprocessen; • Goede en tijdige participatie van burgers en bedrijven bij besluitvorming • Transparantie en inzicht in procedures en processen; • Integrale en samenhangende besluiten. Integraal werken is belangrijk en een van de doelstellingen van de Omgevingswet. Het komt terug in allerlei wettelijke voorschriften zoals de coördinatie- en doorzendplichten en de verplichte integrale belangenafweging. Goed ‘Casemanagement’ is daarom belangrijk.
We passen dit toe bij VTH-taken door bijvoorbeeld het instrument ‘Omgevingstafel’ en zorgen dat belanghebbenden participeren. Voor dat laatste werken de bevoegde overheden met participatiebeleid en participatieverordeningen, uitwerkingen van wettelijke eisen voor participatie. In Terneuzen is dat de Verordening participatie en inspraak gemeente Terneuzen 2024. Met integraal werken voorkomen we dat we op één regelgeving goed handelen, maar vanwege strijdigheid of samenloop met andere regelgeving geen samenhangend besluit nemen. In Zeeland is casemanagement en integraal werken verder uitgewerkt in het ‘Protocol Casemanagement’ (Vastgesteld door B&W op 16 -05-2023). Het protocol is een fundament voor het integraal benaderen van zaken. 2. Risicogericht werken We richten ons op de grootste risico’s. We kunnen niet alles toetsen en controleren, en zorgen dat bedrijven en burgers de regels naleven. Onze prioriteitstelling is op basis van een periodieke probleem- en risicoanalyse (streven 4 jaar). Hierin weegt de mate van het risico en het naleefgedrag mee. Bij het bepalen van de risico’s en inzet kijken we naar de maatschappelijke betekenis van wat er kan gebeuren bij het niet naleven van regels.
Op basis hiervan verdelen we onze beperkte menskracht en middelen evenwichtig Preventief proberen we door tijdige en goede voorlichting/communicatie overtredingen te voorkomen en risico’s beheersbaar te houden. Ook willen we voorkomen dat er overtredingen zijn door onbekendheid van (nieuwe) regelgeving. Dit gaat naast de omgevingswet om milieubelastende activiteiten (mba), meldingen voor het private bouwtoezicht, Natura 2000 vergunningen, het Omgevingsplan, de Omgevingsverordening en de Waterschapsverordening. We zorgen daarom voor passende informatie/communicatie 6
naar verschillende doelgroepen in de samenleving. We willen hiervoor de Toepasbare regels vanuit de Omgevingswet gebruiken. Dit zijn regels die de diensteverlening naar onze doelgroepen versterken. Hier kunnen burgers en bedrijven op een toegankelijke manier zoek naar de regels omtrent het bouwen, verbouwen, slopen enzovoorts. Bij het verlenen van nieuwe vergunningen en actualiseren van bestaande vergunningen bepalen we risico’s en prioriteiten voor vergunningverlening. Hierbij zijn voornamelijk de thema’s gezondheid, veiligheid en duurzaamheid van belang. Verdere concretisering hiervan vind plaats in 2025. We willen de veiligheid verhogen, de kwaliteit van de leefomgeving behouden en onnodige (administratieve) lasten voorkomen. De instrumenten daarvoor zijn opgenomen in de Woningwet en de Omgevingswet Ook bij toezicht bepalen we de belangrijkste risico’s en daarmee onze prioriteiten voor het toezicht. Hier wegen we ook het (naleef-)gedrag van bedrijven of burgers mee en de kans dat ze regels overtreden. 3. Voorkomen van ondermijning We willen niet dat burgers of bedrijven een vergunning of toestemming gebruiken om activiteiten uit te voeren met geld dat verdiend is via misdrijven. Ook willen we niet dat burgers of bedrijven een vergunning (mede) gebruiken voor het plegen van misdrijven. We toetsen daarom de integriteit van aanvragers.
Als hier onaanvaardbare risico’s uit komen maken we gebruik van bevoegdheden die we hebben in de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). We kunnen gerichte aanvullende voorschriften in de vergunning zetten. Ook kunnen we een vergunning weigeren of intrekken. Natuurlijk doen we dat pas na een zorgvuldige en soms gezamenlijke afweging. We zetten de instrumenten van preventie, toezicht en sanctie actief in om ondermijnende activiteiten te voorkomen of stoppen. Activiteiten die vallen onder ondermijnen gedogen we niet. Ondermijning gaan we tegen door samenwerking met Openbaar Ministerie, andere overheden en ketenpartners bij de uitvoering van de VTH taken. We sturen op samenwerking en gezamenlijke prioriteiten en wisselen onderling informatie uit. We vinden het wenselijk een eenduidig Zeeuws Bibob beleid te hanteren. 4. Betrouwbaar: doen wat we moeten doen We zijn betrouwbaar voor onze burgers, partners en het bedrijfsleven. Dat doen we bijvoorbeeld door het standaardiseren van werk: toepassen van standaard vergunningsvoorschriften en dezelfde strategie. Dit zorgt voor rechtsgelijkheid. 5. Transparant We voeren de VTH-taken transparant uit. Dit is een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, maar staat ook in sommige wetten.
Denk aan het publiceren van besluiten, zoals vergunningen, (EU verplichting) en meldingen en aan het openbaar maken van namen van risicovollere bedrijven die herhaaldelijk de regels overtreden. We zorgen dat procedures reproduceerbaar zijn, dat betekent dat het procesverloop en de beslissingen in het dossier staan. 7
6. Professioneel: kwaliteit, kennis en kunde De uitvoering van taken voldoet minimaal aan kwaliteitscriteria vergunningverlening, toezicht en handhaving opgesteld door het IBP VTH (Interbestuurlijk programma Versterking VTHstelsel). Periodiek toetsen wij of de uitvoeringsorganisatie aan de vereisten voldoet. Dit jaar vindt hierin een audit onder begeleiding van een externe plaats. 7. Verantwoordelijkheid waar deze hoort We nemen onze verantwoordelijkheid en werken binnen de kaders van geldende wet- en regelgeving. We gaan uit van de beginselplicht tot handhaving. Dit geldt ook voor de eigen vergunde werkzaamheden en die van medeoverheden. We benaderen bedrijven, instellingen, particulieren en overheden vanuit het principe dat iedere partij eigen verantwoordelijkheid heeft. Daarom verwachten we ook dat bedrijven, instellingen, particulieren en overheden hun eigen verantwoordelijkheid voor de naleving van regels oppakken, onder andere door: • goede en volledige informatie aan te leveren bij vergunningaanvragen en meldingen; • zelf te zorgen voor actieve en betrouwbare informatie over risicovolle activiteiten en door ongewone voorvallen tijdig te melden. De uitwerking van deze uitgangspunten in onze vergunningen-, toezicht, sanctie- en gedoogstrategie is te vinden in deel B van het gezamenlijke VTH-beleid.
2.4 Zeeuwse Prioriteiten Op basis van het omgevingsbesluit Omgevingsbesluit artikel 13.5 lid 4 en artikel13.6 lid 1 is een gezamenlijke probleem- en risicoanalyse zijn de Zeeuwse VTH-prioriteiten bepaald. De probleem- en risicoanalyse is gebaseerd op de volgende criteria: • De maatschappelijke betekenis van wat er kan gebeuren als bepaalde regels niet kunnen worden nageleefd; •
Het naleefgedrag ofwel de kans dat er overtredingen plaatsvinden.
Uit de probleem- en risicoanalyse kwamen de volgende prioriteiten naar voren bij de thema’s bouwen, milieu, water, groen, leefbaarheid en samenwerking. In de onderstaand afbeelding staan per thema de onderwerpen van de Zeeuwse prioriteiten.
8
Figuur 2: Schematische weergave Zeeuwse VTH-prioriteiten
In dit uitvoeringsprogramma presenteren wij onze VTH-inzet voor deze Zeeuwse prioriteiten, waarbij het kan voorkomen dat een specifieke Zeeuwse prioriteit lokaal minder relevant is dan elders. De komende jaren is er doorontwikkeling van de gezamenlijke probleem- en risicoanalyse. 2.5 Lokale prioriteiten In aanvulling op de regionale prioriteiten (bouwen, milieu, water, groen, leefbaarheid en samenwerking) kunnen we op basis van lokale doelen en omstandigheden aanvullende prioriteiten stellen. In dit uitvoeringsprogramma presenteren wij, waar dat het geval is, onze VTH-inzet voor deze lokale prioriteiten. We hebben een Zeeuws Integraal Veiligheidsbeleid waarin alle Zeeuwse gemeenten dezelfde thema’s prioriteren. Dit zijn digitale criminaliteit, ondermijning, zorg en veiligheid, jeugd en veiligheid, veilige en duurzame leefomgeving. Jaarlijks maken we een uitvoeringsprogramma waarin we concrete (lokale) acties op deze thema’s beschrijven. Dit is een Zeeuws-Vlaams stuk. We hebben geen ‘eigen Terneuzens’ beleid. 2.6 Risicogericht werken Aan de hand van een risicoanalyse bepalen we de frequentie en diepgang waarmee we onze vergunningverlenings-, toezichts- en handhavingstaken uitvoeren. Wij richten ons op de grootste risico’s. Voor de vergunningverlening bepalen wij risico’s en prioriteiten op basis van de vergunningenstrategie en het actualiseringsbeleid bestaande vergunningen.
Bij toezicht sluiten we aan bij de prioriteiten vanuit vergunningverlening. We proberen risico’s en overtredingen zo klein mogelijk te houden door preventief voorlichting en informatie te geven. Elke 4 jaar voeren we een probleemanalyse uit. Op basis dan de prioritering die daar uitkomt verdelen we menskracht en middelen. Bij het bepalen van de risico’s en inzet kijken wij naar de maatschappelijke betekenis van wat er kan gebeuren als een regel niet wordt nageleefd. 9
In de toekomst zal dit onderdeel nader worden uitgewerkt. We willen toewerken naar een systeem van analyse waarbij realtime monitoring helpt in te springen op actuele ontwikkelingen. 2.7 Organisatie van VTH Voor het VTH beleid voeren de teams Vergunning en Handhaving en de eenheid Handhaving het grootste deel van de taken uit op de thema’s bouwen en leefbaarheid. Integraal werken bereiken we door af te stemmen met andere organisatieonderdelen. Dit gebeurt via de intaketafel en/of de omgevingstafel. Voor het thema milieu zijn de taken gemandateerd aan de RUD Zeeland (in samenwerking met de DCMR). Afhankelijk van wat er speelt werken we samen met VTH partners zoals de VRZ, GGD, het openbaar ministerie en politie. Scheiding vergunningverlening, toezicht en handhaving De Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) onderstreept het belang van een duidelijke rolverdeling tussen vergunningverleners en toezichthouders. Ook de Kwaliteitscriteria VTH 2.2 bevelen aan om deze functies te scheiden, met name bij complexe of risicovolle dossiers. Deze functiescheiding draagt bij aan een objectieve en onafhankelijke handhaving. Door dit organisatorisch goed te regelen, versterken we de kwaliteit en betrouwbaarheid van het VTH-proces.
Bereikbaarheid buiten kantooruren De gemeente Terneuzen is binnen en buiten kantooruren bereikbaar voor meldingen en behandeling van incidenten en acute klachten voor APV-, bouw- en milieuzaken. Als iets zich voordoet loopt dit via AOV-er (piket) en of bij grote incidenten via Bevolkingszorg Zeeland. Ook dan zal o.a. een AOV-er betrokken zijn. Bevolkingszorg heeft alarmeringsmogelijkheid naar toezichthouders en vergunningverlening (voor bouwbeheer). Het melden van de milieuklachten van bedrijven kan via de milieumeldpunt van de RUD Zeeland. Ze hebben een eigen milieupiketdienst voor bedrijven die onder RUD Zeeland vallen. Rayon Toezicht Onze toezichthouders hebben een eigen rayon voor het uitvoeren van (periodieke) controles. Er vindt registratie plaats in RX-mission. Hierdoor is er borging van overdracht kennis en informatie. Vormen van toezicht Bij preventieve en repressieve controles zetten we verschillende toezichtinstrumenten of combinaties van instrumenten in. We voerde de volgende vormen van toezicht uit. • Aangekondigd of onaangekondigd; • Steekproeven; • Fysiek toezicht, zichtbare aanwezigheid; • Administratief toezicht; • Aspectcontrole; • Systeemtoezicht (bijvoorbeeld het veiligheidssysteem bij BRZO-bedrijven); • Concerntoezicht (bijvoorbeeld op het compliance-systeem, werken volgens verschillende soorten regelgeving bij een concern met meerdere vestigingen). 10
3.
Thema bouwen/bouwwerken
Met de start van de omgevingswet op 1 januari 2024 trad het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) in werking. Het verving onder andere het eerder Bouwbesluit 2012. Ook het omgevingsplan trad in werking. Dit kwam in plaats van eerdere bestemmingsplannen. Het omgevingsplan vertaalt doelen en beleid uit de omgevingsvisie en de programma’s naar juridische regels. Het gaat om activiteiten zoals bouwen, slopen, aanleggen en gebruiken, cultuur historie, duurzaamheid en klimaat. De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is 1 januari 2024 ook geactiveerd en is opgegaan in de Omgevingswet en de Woningwet. De verantwoordelijkheid voor het technische toezicht bij bouwwerkprojecten ligt nu nadrukkelijk bij de opdrachtgever. Daardoor verschuift de focus voor de technische werkzaamheden van toezicht naar handhaving. Dit is met name voor de bouwwerken met een laag gebruiksrisico, de gevolgklasse 1. Voor de andere gevolgklassen en het toezicht op andere omgevingswaarden zoals omgevingsveiligheid blijven de taken vooralsnog behouden. Het hoofddoel/beoogde effect bouwen We willen actuele, programmatische, correcte en tijdige verlening van vergunningen (voor bouwen). Dit alles om een gezonde en veilige leefomgeving en een doelmatig gebruik daarvan te borgen. We doen dit volgens het vastgesteld VTH beleid Zeeland 2024.
De activiteiten die we daarvoor uitvoeren zijn vergunningverlening, toezicht, handhaving en preventie. De houdt het volgende in: Vergunningverlening Het hoofddoel is actuele, programmatische, correcte en tijdige verlening van vergunningen voor bouwen. We verlenen, weigeren of wijzigen vergunningen voor de activiteit bouwen volgens de wettelijke eisen en volgens vastgestelde beleidsuitgangspunten. We geven dan bedrijven, particulieren of (bestuurlijke) organisaties toestemming om vergunningsplichtige activiteiten uit te voeren. Toezicht We houden toezicht om de naleving van regels te bevorderen. Hierdoor houden we het ontstaan van risico’s voor de leefomgeving zo klein mogelijk. We houden op dezelfde manier toezicht bij gelijke gevallen. Handhaving Bij het constateren van overtredingen van regels en voorschriften treden we op. Dit doen we volgens de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Afhankelijk van de overtreding leggen we een sanctie op die past bij de overtreding. Die sanctie hangt af van de soort overtreding en/of er sprake is van herhaling of verzachtende/verzwarende omstandigheden. 11
Preventie We willen zoveel mogelijk overtredingen voorkomen. Door preventieve activiteiten zoals eenvoudige en duidelijke regelgeving, communicatie en vooroverleg vergroten we de naleving van regels. Ook voorkomen we daardoor overtredingen. In de volgende paragrafen is voor de regionale en lokale prioriteiten uitgewerkt wat het beoogde maatschappelijk effect is en hoe VTH ingezet wordt om dat effect te realiseren. 3.1 Bouwtoezicht (incl. monumenten en asbest) Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Bouw- en verbouwactiviteiten vinden op veilige, gezonder en duurzame wijze plaats. Hoe is het nu? In 2024 besteedden we ongeveer 23000 uur aan activiteiten voor bouwen. In tabel 3 staat de procentuele verdeling van de uren over de verschillende activiteiten. Ten opzichte van het jaar daarvoor was er een verschuiving van de toezicht activiteiten naar handhavende activiteiten. Dit is een gevolg van de eerdergenoemde veranderde focus in de Omgevingswet van toezicht naar handhaving. Activiteit bouwen % Vergunningverlening Toezicht Handhaving Preventie Algemeen Totaal
30 24 37 7 2 100
Tabel 3: Procentuele verdeling activiteiten bouwen
Wat gaan we doen om het doel te bereiken? We voeren preventie-activiteiten, vergunningverlening, toezicht en handhaving bij bouwprojecten uit. Op die manier is de realisatie van bouwprojecten volgens de geldende regels voor veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen We hebben 20 fte aan medewerkers die taken verrichten voor de activiteiten vergunningverlening, toezicht, handhaving en preventie. Daarnaast verrichten zij ook andere werkzaamheden. In 2024 verrichte we onze werkzaamheden volgens de regels van de nieuwe Omgevingswet. Dat dit af en toe meer tijd kostte in verband met eigen maken van de nieuwe regelgeving is logisch. Dit zorgt af en toe voor spanning tussen werkvoorraad en capaciteit. 12
Toch zijn de verrichtte werkzaamheden in 2024 een goede indicatie voor wat we verwachten 2025 aan capaciteit nodig te hebben In onderstaande tabel staat de capaciteit per activiteit (preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving). Activiteit
Beschikbare uren 2025 *
Benodigde uren (uitgangspunt 2024)
Preventie
1400
1500
Vergunningverlening
9500
7000
Toezicht
5000
5500
Handhaving
9500
9000
Totaal
25400
23000
Tabel 4: Procentuele verdeling activiteiten bouwen
*De beschikbare uren zijn op basis van fte. Niet alle uren zijn inzetbaar voor de de VTH activiteiten benoemd in dit jaarplan Preventie Onder preventie vallen taken als vooroverleg en deelname aan de intaketafel. Ook worden uren besteed aan het informatie verstrekken over lopende zaken of uitleg over procedures voor de VTH activiteiten. Vergunningverlening De uren opgenomen voor vergunningverlening zijn nodig voor vergunningen en meldingen. Hieronder vallen ook de uren die nodig zijn voor het voeren van vooroverleggen/intaketafel en uitvoering Briks-taken. (Briks: bouwen, ruimtelijke ordening, inritten, kappen, slopen) Naast de reguliere taken op het gebied van vergunningverlening hebben wij ook te maken met nieuwe taken. De nieuwe taken zijn met name het gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit gaat bijvoorbeeld over maatschappelijke impact, sociale veiligheid en nieuwe specifieke vergunningen. Waarvoor wij als gevolgen van de Omgevingswet als bevoegd gezag zijn aangewezen. Toezicht In deze tabel zijn ook de uren opgenomen benodigd voor het toezicht op de bouw, toezicht Briks, klachten/meldingen en gebruikscontroles VRZ. Ook de benodigde uren voor en juridische ondersteuning voor toezicht vallen hieronder
13
Handhaving De uren in de tabel bij deze activiteit zijn voor handhavende activiteiten en de daarvoor benodigde juridische werkzaamheden. Algemeen Voor het uitvoeren van deze werkzaamheden is ondersteuning nodig. Dit kan gaan om registratie (BAG-beheer), administratie (verslaglegging, planning, (Rxmission), applicatiebeheer (RXmission) en ondersteuning bij applicaties. Advisering over beleid, het opstellen van beleidstukken gebeurt voor verschillende medewerkers. Dit is afhankelijk van het onderwerp van het beleid. Aansturing van het team is taak van de teamleider. Naast de eerdere genoemde fte’s is in het totaal hiervoor 8 fte beschikbaar. 3.2 Brandveilig gebruik Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Gebouwen worden (brand)veilig ontworpen, gebouwd en gebruikt. Hoe is het nu? Brandveilig gebruik van gebouwen en recreatie-objecten is een belangrijke prioriteit. Denk hierbij onder andere ook bluswatervoorzieningen en aan de veiligheid van installaties voor de energietransitie. Samen met de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) zorgen wij ervoor dat gebouwen (brand)veilig worden ontworpen, gebouwd en gebruikt. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? We blijven samen met de VRZ zorgen dat gebouwen (brand)veilig worden ontworpen, gebouwd en gebruikt worden.
Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen We verwachten dat het aantal meldingen niet veel afwijkt van de 17 meldingen voor 2024. De benodigde capaciteit blijft daardoor hetzelfde. Naast de adviezen bij meldingen voert de VRZ ook reguliere (her)controles uit en controles bij bouwwerken en projecten. In de onderstaande tabel staat het verwachte aantal controles. De benodigde capaciteit levert de VRZ. Activiteit Taakveld Vergunningverlening en meldingen Melding brandveilig gebruik Toezicht en handhaving Controles/hercontroles (regulier/projecten/overig)
Verwachte aantal zaken 20 66
Tabel 5: Zaken brandveilig gebruik
14
3.3 Strijdig gebruik Omgevingsplan Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Gronden en gebouwen worden in overeenstemming met planologische regels gebruikt. Hoe is het nu? Wij zien door middel van preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving erop toe dat het gebruik overeenkomstig de toepasselijke regels is en strijdig gebruik wordt opgeheven. Bij constatering van strijdig gebruik wordt handhavend opgetreden. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Wij zien door middel van preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving erop toe dat het gebruik overeenkomstig de toepasselijke regels is en strijdig gebruik wordt opgeheven. Dit doen we via de instrumenten vooroverleg, intaketafel, omgevingstafel, informatieverstrekking communicatie. Juist activiteiten als toezicht en handhaving dragen hier aan bij. Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen In 2024 behandelden we 380 zaken die betrekking hadden tot het afwijken van het omgevingsplan. Een inschatting voor 2025 is lastig. We gaan daarom uit van het hetzelfde aantal zaken in 2024. 3.4 Huisvesting arbeidsmigranten en seizoenswerkers Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Arbeidsmigranten en seizoenswerkers worden veilig en leefbaar gehuisvest. Hoe is het nu? De huisvesting van arbeidsmigranten en seizoenswerknemers is een belangrijk aandachtspunt.
Hierbij spelen aspecten, zoals veiligheid, welzijn, acceptatie en regelgeving. Met seizoen werknemers bedoelen we de werknemers die alleen tijdens een seizoen (bijvoorbeeld het recreatieseizoen, plukseizoen of andere campagnes) in de gemeente aanwezig zijn en van elders komen. Wij zien erop toe dat arbeidsmigranten en seizoenwerkers veilig en leefbaar worden gehuisvest. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Door middel van preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving, zie wij erop toe dat arbeidsmigranten en seizoenwerkers veilig en leefbaar worden gehuisvest. Uitgangspunten hiervoor zijn opgenomen in de Beleidsregel ‘Flexbewoning gemeente Terneuzen’. Bij integrale controles nemen we de uitgangspunten van de beleidsregel mee. Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen Jaarlijks plannen we integrale controles voor flexwonen. Op basis van de huidige capaciteit is dit vier keer per jaar. Tijdens een controle is het streven vijftig adressen te bezoeken. Huisvesting van arbeidsmigranten en flexwonen is een actueel onderwerp. Verschillende doelgroepen uit de samenleving zijn betrokken. Denk aan arbeidsmigranten, huiseigenaren, omwonenden en werkgevers. Vakere integrale controles doen is daarom wenselijk. Met de huidige personele capaciteit is dit niet haalbaar. De huidige controlefrequentie houden we daarom vooralsnog aan. 15
Activiteit taakveld Toezicht en handhaving Controles flexwonen Traject Handhaving flexwonen
Zaken 200 109
Tabel 6: Huisvesting arbeidsmigranten en seizoenswerkers
16
4.
Milieu
Hoofddoel Het verlenen van actuele, programmatische, correcte en tijdige verlening van vergunningen voor milieu. Dit voor borging van een gezonde, schone en veilige leefomgeving en een doelmatig gebruik daarvan zoals opgenomen in het VTH beleid Zeeland. De RUD Zeeland voert de vergunningverlening, toezicht en handhaving van de milieutaken uit voor de gemeente Terneuzen. Door het verlenen of wijzigen van een vergunning (voor de activiteit milieu) krijgen bedrijven, particulieren of (bestuurlijke) organisaties toestemming om activiteiten uit te voeren. Ook kunnen vergunningen geweigerd worden omdat ze niet (kunnen) voldoen aan de regels. Door adequate milieuvergunningverlening en milieutoezicht en handhaving werken we aan een schoon en veilig Terneuzen. De uitvoering van de werkzaamheden gebeurt volgens het Jaarplan 2025 dat we samen met de RUD Zeeland opstelden. Hieronder staan per milieuonderdeel de doelen. In paragraaf 4.3 geven we voor alle onderdelen de capaciteit. 4.1 Bedrijven en Milieubelastende activiteiten (MBA) Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) • Zeeuwse bedrijven functioneren binnen de grenzen van de vastgestelde risiconormen • Vergunningen en meldingen zijn actueel beiden activiteit vergunningen) • We zien er op toe dat bedrijven functioneren binnen de grenzen van de vastgestelde risiconormen.
We zorgen dat vergunningen actueel zijn (BRZO, elke 5 jaar en nietBRZO: elke 10 jaar) • Bodem: Het provinciale streven is erop gericht om in 2025 alle onaanvaardbare risico’s bij het huidige gebruik van de zogenaamde spoedlocaties gesaneerd of beheersbaar zijn gemaakt. • Geluid: Het provinciale streven is gericht op het beperken van de uitbreiding van geluidsproductie. Hoe is het nu? De geraamde uren komen niet overeen met de werkelijke uren. Dit komt doordat de werkzaamheden niet exact te plannen zijn. Ook vragen aandachtsdossiers en milieurisico’s meer tijd. Er is daardoor minder tijd voor periodieke controles en actualisaties. Er worden ook minder uren uitgevoerd dan vooraf is gepland. De ontwikkeling naar een Robuuste RUD en organisatorische zaken als de verhuizing van de RUD en de overdracht van Piofac taken zorgen voor minder productiviteit. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Om ons hoofddoel is het borgen van een gezonde, schone en veilige leefomgeving. Gezien de beperkte capaciteit stellen we prioriteiten en werken we risicogericht. Ook het verlenen van vergunningen heeft prioriteit. Dit om vertraging van nieuwe initiatieven te voorkomen.
17
4.2 Milieuonderdelen Asbest, Afval, Energie/Duurzaamheid, Vuurwerkinrichtingen Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) per onderdeel Asbest: Bedrijfsmatige asbestsaneringen vinden veilig plaats. Afval (bedrijfsmatig): Bedrijven zamelen afval gescheiden in, er zijn geen dumpingen. Energie/duurzaamheid: Bedrijven investeren in wettelijk verplichte energiebesparingsmaatregelen en benutten mogelijkheden voor duurzame energieopwekking Vuurwerkinrichtingen: Vuurwerk wordt veilig opgeslagen en behandeld Hoe is het nu? Voor de genoemde onderdelen zorgen we dat de uitvoering gebeurt volgens geldende regelgeving of vergunningvoorschriften. We zien toe op naleving van de regelgeving en voorschriften. Indien nodig treden we sanctionerend op. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? We blijven de bovengenoemde werkwijze volgen. We werken risicogericht en stellen indien nodig prioriteiten. 4.3 Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen In de onderstaande tabel staat de het aantal uren dat nodig is om de milieutaken uit te voeren. Het uitvoeren van de werkzaamheden zoals aangegeven in het Jaarplan 2025 Terneuzen van de RUD Zeeland is niet haalbaar. Dit door de implementatie van de Robuuste RUD en organisatorische zaken als verhuizing en overdracht Piofac-taken. Activiteit
Preventie
Uren uitgevoerd 2024
Benodigde uren 2025 (uitgangspunt 2024) 176
176
Vergunningverlening
3.638
3143
Toezicht
3.741
5672
Handhaving
1277
793
Totaal
8824
9608
Tabel 7: Activiteiten milieu
18
5.
Water/watersystemen
Hoofddoel/beoogde effect Schoon water en waterveiligheid. Het Waterschap en Rijkswaterstaat zijn hiervoor het bevoegde gezag en voeren de VTH-taken hiervoor uit. Als gemeente zijn wij bij vergunningverlening voor bouwwerken en ‘werken geen bouwwerk zijnde” (pleinen en parkeerterreinen) wel aan zet om te zorgen voor duurzame opvang van afvoer van hemelwater. We toetsen hiervoor aan de voorschriften in het BBL en het omgevingsplan. Indien nodig koppelen we (maatwerk)voorschriften aan een vergunning. 5.1 Waterkwaliteit Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Er is toezicht onder meer door middel van controles op de kwaliteit van het grondwater in stedelijk gebied en de riolering. Hoe is het nu? Schoon water is van belang voor mens en milieu. Soms lozen bedrijven vanuit het bedrijf en de bijbehorende productieprocessen indirect op het oppervlaktewater. Dit houdt in dat de betreffende afvalwaterstromen via riolering naar de afvalzuivering gaan. Hiervoor zijn lozingsnormeringen afgesproken. Het streven is nu dat de watersystemen in Zeeland in 2027 voldoen aan de inundatienormen (omgevingswaarden) van de Omgevingsverordening Zeeland 2021 (WB21-kader). Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Onder meer door middel van controles is er toezicht op de kwaliteit van het grondwater in stedelijk gebied en de riolering.
5.2 Waterkwantiteit Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Er is toezicht zodat de waterpeilen optimaal zijn afgestemd op het grondgebruik en de bodemopbouw. Dit in relatie met wateroverlast en droogte. Hoe is het nu? Oppervlaktewater is er om de watersystemen in stand te houden en wordt ingezet in drogere periodes door agrariërs bij de beregening van percelen. Zoetwater is in Zeeland een schaars goed aan het worden, met name in droge periodes. De primaire taak ligt bij Rijkswaterstaat en het waterschap hierin. De waterpeilen zijn optimaal afgestemd op het grondgebruik en de bodemopbouw, in relatie met wateroverlast en droogte. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Onder meer door middel van controles is er toezicht op de kwantiteit van het grondwater in stedelijk gebied en de riolering. 5.3 Grondwateronttrekking Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Door middel van controles is er toezicht dat het grondwaterpeil in stand wordt gehouden. 19
Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Er is toezicht op dat de waterpeilen optimaal zijn afgestemd op het grondgebruik en de bodemopbouw, in relatie met wateroverlast en droogte. Hoe is het nu? Voor bepaalde activiteiten is het nodig om grondwater te onttrekken of water te infiltreren. Denk bijvoorbeeld aan een productieproces, bodemenergiesysteem, droog houden van bouwputten (bronbemaling) of beregening. Regulering vindt plaats via de Waterwet of de Keur watersystemen van het waterschap. Het bevoegd gezag is afhankelijk van het type onttrekking en de hoeveelheid grondwater en ziet erop toe dat het grondwaterpeil in stand wordt gehouden. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Wij zien er door middel van controles op toe dat het grondwaterpeil in stand wordt gehouden. 5.4 Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen Het Waterschap en Rijkswaterstaat zijn bevoegd gezag voor het grootste deel van de activiteiten van de taken. Zij voeren voor preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving activiteiten uit voor de onderstaande taken. De capaciteit hiervoor is opgenomen in jaarplannen van deze organisaties.
20
6.
Natuur en landschappen
Hoofddoel Met goed toezicht en handhaving is er inzet op naleving van de toegangsregels van de groene wetten, gebiedsbescherming en het verminderen van risico’s op natuurbranden. De provincies is in de meeste gevallen bevoegd gezag voor zowel gebiedsbescherming, soortenbescherming als de bescherming van houtopstanden. De gemeente is bevoegd gezag om die gevallen van plaatselijke regelgeving zoals het omgevingsplan. En in uitzonderingsgevallen is dit een ministerie. Beoogd maatschappelijk effecten (subdoelen) per onderdeel • Het kappen van bomen/houtopstanden vindt in overeenstemming met de toepasselijke regels plaats. • Natuurgebieden zijn (sociaal) veilig t.b.v. recreatie. • Branden in NNN-gebieden worden voorkomen en beheersbaar gehouden. • Tegengaan van de achteruitgang in biodiversiteit • Flora en fauna wordt niet beschadigd Hoe is het nu? Door bezoeken van (groepen) mensen aan natuurgebieden gaan rust, ruimte en natuurschoon samen met recreatie. Illegale betreding heeft gevolgen voor de natuurdoelen dan wel de rust van de dieren. Met goed toezicht en handhaving willen we meer inzetten op naleving van de toegangsregels en van de groene wetten. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Indien nodig leggen wij signalen bij het bevoegde gezag. Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen De capaciteit hiervoor is opgenomen in jaarplannen van de provincie.
21
7.
Leefbaarheid
Hoofddoel Organisatie van evenementen, recreatie, geluidsproductie en huisvesting arbeidsmigranten is veilig, duurzaam en in overeenstemming met de wet- en regelgeving is. De geldt ook voor de effecten ervan op de leefomgeving. In paragraaf 7.3 staat de benodigde en beschikbare capaciteit. 7.1 Evenementen Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) • Evenementen zijn veilig en duurzaam georganiseerd. • Beperken van geluidhinder door activiteiten in de openbare ruimte (of evenementen) Hoe is het nu? In Terneuzen organiseren we jaarlijks veel evenementen. Dit zijn grote, middelgrote en kleinere evenementen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan Havendagen, festivals en braderieën. Al deze evenementen trekken veel bezoekers. Het is belangrijk dat deze evenementen veilig plaatsvinden en volgens de regels verlopen. Dit borgt de veiligheid en voorkomt hinder. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? We maken afwegingen waar met de inzet van toezicht de grootste winst te behalen is op naleving en effect op leefomgeving. We zetten meer uren in op toezicht bij evenementen. Als terreinbeheerders aanvragen ontvangen voor evenementen is bij gebruik van deze gebieden een privaatrechtelijke toestemming noodzakelijk en het respecteren van de huisregels.
7.2 Toezicht APV en bijzondere wetten Beoogd maatschappelijk effecten (subdoelen) • Geen illegale overnachtingen (in natuurgebieden, op parkeerplaatsen etc.) • Particulieren bieden hun afval op de juiste (gescheiden) wijze aan. • Beperken van geluidhinder door activiteiten in de openbare ruimte (of evenementen) • Beperken van overlast door arbeidsmigranten • Beperken overlast leefomgeving en openbare ruimte Hoe is het nu? De activiteiten die we uitvoeren voor bovenstaande doelen zijn naast geplande activiteiten ook activiteiten naar aanleiding van meldingen openbare ruimte (Mor melding). Dit kan gaan over het verkeerd aanbieden van huishoudelijk afval, hondenpoepcontroles enz. Ook nemen we deel aan integrale controles bij arbeidsmigranten. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Ook hier wegen af waar met de inzet van toezicht de grootste winst te behalen is op naleving en effect op leefomgeving. Daarom is er een verschuiving ten opzichte van 2024 van de activiteiten die we uitvoeren. Controle op hondenbelasting gebeurt vanaf 2025 door Sabewa. Voor integrale controles zetten we meer uren in. Specifieke GBA/BRP controles doen we niet 22
meer. Ook gaan we preventief te werk om negatieve effecten op de leefomgeving te voorkomen. 7.3 Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen In de onderstaande tabel staat de capaciteit die we nodig is om activiteiten voor evenementen, APV en bijzondere wetten uit te voeren. De capaciteit is op basis van de beschikbare formatie. Er is wel een verschuiving ten opzichte van de activiteiten die we uitvoeren. Evenementen Activiteit taakveld
Uren
Vergunningverlening en meldingen
1500
Toezicht Toezicht alcoholwet
600
Evenementen
300
Handhaving Handhaving alcoholwet
100
APV Activiteit taakveld
Uren
Preventie Preventie leefomgeving
1000
Toezicht Parkeren
2000
Weekmarkt
300
Meldingen openbare ruimte (Mor melding)
3212
Toezicht leefomgeving
1000
Controle hondenbelasting
0
Integrale controles
600
Handhaving Openbare orde -wegslepen voertuigen
100
Totaal
10712
Tabel 8 Activiteiten evenementen/APV/bijzondere wetten
23
8.
Samenwerking
Samenwerking is belangrijk om het VTH-beleid Zeeland uit te voeren. Hieronder enkele thema’s waarbij wij samenwerkten. 8.1 Ondermijning Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Tegengaan ondermijnende activiteiten Hoe is het nu? Ondermijning is een overkoepelend thema. Daarbij is ondermijning niet per definitie plaatsgebonden. Daarom is het een onderwerp waarbij het bij uitstek nodig is om samen te werken met Zeeuwse VTH-partners. Ook intern zijn medewerkers van verschillende teams en vakgebieden betrokken. Ondermijning vindt veelal plaats in die gebieden die weinig sociale samenhang kennen. Door middel van eenduidige toezicht en handhaving gaan wij ondermijnende activiteiten tegen Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Door middel van afgestemd toezicht en handhaving gaan wij ondermijnende activiteiten tegen. Het streven is om vier controledagen per jaar te houden. Hierbij ligt de focus voor Terneuzen vooral op de bedrijventerreinen. Dit volgt uit het Uitvoeringsprogramma Integrale Veiligheid 2024.
8.2 Beleidsafstemming Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Zeeuwse VTH-partners zorgen voor een eenduidige uitvoering van VTH-taken Hoe is het nu? Om praktijkontwikkelingen en beleidsdoelstellingen beter op elkaar af te stemmen en de kwaliteit van zowel beleid als uitvoering duurzaam te verbeteren, zetten de Zeeuwse VTHpartners zich in voor een eenduidige uitvoering van VTH-taken. Een cruciaal aspect hierbij is de handhaafbaarheid van regels. De effectiviteit van regelgeving hangt sterk af van de kwaliteit ervan: is de regel juridisch correct opgesteld en sluit deze aan bij het beoogde doel? Daarnaast speelt ook de kwantiteit een rol: welke capaciteit is nodig om de naleving van de regel daadwerkelijk te kunnen waarborgen? Met de invoering van de Omgevingswet zijn tal van regelingen, voorschriften en verordeningen samengebracht in één samenhangend regelgevend kader. Dit biedt kansen om regels beter uitvoerbaar en handhaafbaar te maken, en zo de verbinding tussen beleid en praktijk verder te versterken. Hoewel de basis is gelegd, moet de daadwerkelijke integratie en harmonisatie naar eenduidige regels nog plaatsvinden. Dit vraagt om uniforme beleidsafstemming en -ontwikkeling voor de VTH taken met alle VTHpartners. Dit zijn Zeeuwse overheden, Omgevingsdiensten, Veiligheidsregio Zeeland, GGD, politie en Openbaar ministerie.
Daarnaast zijn ook andere overheidsinstellingen betrokken, 24
zoals ProRail, Rijkswaterstaat en ministeries zoals Defensie, die op specifieke terreinen als bevoegd gezag namens het Rijk optreden. Gezien de complexiteit van de regelgeving binnen het Omgevingsrecht is het van grote meerwaarde om gezamenlijk op te trekken. Door kennis, capaciteit en verantwoordelijkheden te bundelen, kunnen we komen tot een meer samenhangende en effectieve uitvoering van het beleid, waarbij regels niet alleen juridisch kloppen, maar ook praktisch uitvoerbaar en handhaafbaar zijn. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? In 2025 zetten we een belangrijke stap richting een meer samenhangende en lerende beleids- en uitvoeringspraktijk. We starten met het ontwikkelen en implementeren van een gestructureerde evaluatieaanpak, gericht op het versterken van de wisselwerking tussen beleid en uitvoering. Deze aanpak omvat onder andere het organiseren van periodieke dialoogtafels waarin beleidsmakers en uitvoerders gezamenlijk reflecteren op knelpunten, successen en praktijkervaringen. Daarnaast analyseren we beleidsregels systematisch op uitvoerbaarheid, effectiviteit en doelmatigheid. Door het gebruik van praktijkdata en casuïstiek toetsen we beleid aan de realiteit van de uitvoering, wat leidt tot gerichte terugkoppeling en bijstelling van beleid.
Om deze evaluatieaanpak te ondersteunen, investeren we ook in het versterken van de samenwerking binnen en buiten de organisatie. Dit doen we door actief netwerkbijeenkomsten te organiseren en bij te wonen, casusoverleggen in te richten, en taken gezamenlijk uit te voeren Bij het opstellen van nieuw beleid kiezen we voor een integrale benadering, waarbij verschillende disciplines vanaf het begin worden betrokken. Daarnaast zetten we in op het opstellen en eenduidig uitvoeren van VTH-taken (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving), zodat ook op operationeel niveau consistentie en kwaliteit worden geborgd. Met deze gecombineerde inzet op evaluatie, samenwerking en integrale beleidsontwikkeling streven we naar een adaptieve organisatie die leert van de praktijk en continu werkt aan verbetering. 8.3 Ketentoezicht Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Door versterking van ketentoezicht streven we naar een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Dit doen we door samenwerking tussen toezichthoudende partijen te intensiveren, waardoor toezicht effectiever, efficiënter en consistenter wordt uitgevoerd. Ketentoezicht draagt bij aan betere naleving van regels, snellere signalering van risico’s en versterkt het vertrouwen van burgers en bedrijven in de overheid. Hiermee sluiten we aan bij de doelen van de Omgevingswet en versterken we het lerend vermogen binnen de toezichtketen.
Hoe is het nu De RUD Zeeland en DCMR voeren namens onze gemeente ketentoezicht uit bij bedrijven. Zij vervullen daarbij ook een belangrijke signaalfunctie richting ketenpartners die belast zijn met toezicht en handhaving op andere beleidsvelden binnen het Omgevingsrecht. Wanneer wij of andere ketenpartners signalen of waarnemingen doen die relevant zijn voor het toezicht, melden we deze actief. Zo versterken we samen de informatiepositie en dragen we bij aan een lerende toezichtketen. Deze gezamenlijke inzet sluit aan bij onze bredere ambitie 25
om beleid en uitvoering beter met elkaar te verbinden en maatschappelijke opgaven integraal aan te pakken Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Om deze doelen te bereiken, leggen we bindende afspraken vast over waar, wanneer en op welke wijze ketentoezicht plaatsvindt. Deze afspraken worden afgestemd met alle betrokken partijen en vormen de basis voor een gestructureerde en voorspelbare uitvoering. Daarnaast zorgen we voor een actieve terugkoppeling van signalen en waarnemingen binnen de keten, zodat toezichtinformatie breder gedeeld en benut kan worden. 8.4 Uitwisseling expertise Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Door structurele kennisdeling tussen bevoegde gezagen versterken we de kwaliteit en uniformiteit van besluitvorming, versnellen we procedures en vergroten we de maatschappelijke meerwaarde van omgevingsbeleid. Dit draagt bij aan een duurzame, transparante en goed toegankelijke fysieke leefomgeving, in lijn met de doelen van de Omgevingswet. Hoe is het nu De regelgeving binnen het Omgevingsrecht wordt steeds complexer. Informatie-uitwisseling over VTH-werkzaamheden is daarom noodzakelijk. Deze vindt momenteel plaats via gezamenlijke Zeeuwse bijeenkomsten en op individuele basis tussen medewerkers. Deze samenwerking draagt bij aan een meer uniforme werkwijze en betere dienstverlening.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken? • Acties komend jaar; • Voortzetten en intensiveren van gezamenlijke Zeeuwse kennisbijeenkomsten. • Stimuleren van onderlinge afstemming en kennisdeling tussen medewerkers van verschillende organisaties en disciplines. • Versterken van netwerken en samenwerking binnen de regio om expertise-uitwisseling structureel te borgen. • Monitoren van de effecten op besluitvorming, doorlooptijden en klanttevredenheid. 8.5 Inhoudelijke samenwerkingsprojecten In Kanaalzone in onze gemeente zijn veel productiebedrijven. In dit gebied gaan wonen en ondernemen samen. We willen voorkomen dat er overlast is, maar ook dat uitoefenen van werkzaamheden door bedrijven mogelijk is. We overleggen hierover en denken mee met de RUD-Zeeland, Provincie Zeeland, DCMR. 8.6 Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen De benodigde capaciteit leveren de medewerkers die hierbij betrokken zijn. Deze capaciteit is verdeeld over de teams Vergunningen en Handhaving, OOV/Bestuur en Interne Zaken en Stadsservice.
26
9.
Ontwikkelingen en risico’s
In dit hoofdstuk staan we stil bij de ontwikkelingen en risico’s die van invloed zijn op de activiteiten die wij uitvoeren voor het VTH uitvoeringsprogramma. Ontwikkelingen Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is een belangrijke transitie in gang gezet. Deze wet vraagt om een integrale manier van werken, waarbij maatschappelijke opgaven zoals klimaatverandering, gezondheid, duurzaamheid en veiligheid centraal staan. Participatie speelt hierin een sleutelrol: door actief belangen van verschillende doelgroepen te betrekken, versterken we de kwaliteit van onze besluitvorming en uitvoering. In 2025 zetten we deze ontwikkeling voort door onze werkprocessen verder aan te passen aan de uitgangspunten van de Omgevingswet. Daarbij leggen we nadruk op het versterken van de individuele competenties van onze medewerkers. Denk hierbij aan vaardigheden zoals integraal denken, omgevingsbewust handelen, samenwerken met externe partners en het effectief omgaan met participatieprocessen. We investeren in training, intervisie en kennisdeling om deze competenties verder te ontwikkelen. Daarnaast blijven we alert op sociaal-maatschappelijke en economische ontwikkelingen, zoals de huisvesting van arbeidsmigranten, ondermijning, drugsafval, de arbeidsmarkt, stikstofproblematiek, energietransitie en klimaatvraagstukken (zoals de implementatie van de Wet goed verhuurderschap).
Deze thema’s vragen om een flexibele en lerende organisatie, waarin medewerkers in staat zijn om snel te schakelen en hun expertise in te zetten in een veranderende context. We realiseren ons dat niet alle ontwikkelingen voorspelbaar zijn. Onvoorziene gebeurtenissen of signalen uit de samenleving – via meldingen, klachten of ons eigen toezicht – kunnen impact hebben op de leefomgeving en mogelijk ondermijnend werken. Daarom blijven we investeren in alertheid, signaleringsvermogen en handelingsgerichtheid van onze medewerkers. Zo bouwen we aan een wendbare organisatie die proactief inspeelt op wat er speelt in de samenleving. Risico’s De uitvoering van taken op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) vereist voldoende en deskundige personeelscapaciteit. De invoering van de Omgevingswet en de toenemende complexiteit van maatschappelijke opgaven stellen hoge eisen aan onze organisatie én aan de competenties van individuele medewerkers. Denk hierbij aan het vermogen om integraal te denken, snel te schakelen bij onverwachte situaties en effectief samen te werken met interne en externe partners. Tegelijkertijd staan we voor een structurele uitdaging: de krapte op de arbeidsmarkt maakt het lastig om de formatie op peil te houden.
Onvoorziene gebeurtenissen, zoals plotselinge afwezigheid of het vertrek van personeel, vergroten de druk op het team en vormen daarmee een risico voor de continuïteit en kwaliteit van onze dienstverlening. Vanuit arbo-oogpunt brengt dit risico’s met zich mee, zoals een toename van psychosociale arbeidsbelasting (PSA), waaronder stress, verminderde motivatie en een verhoogde kans op burn-out. Ook 27
fysieke overbelasting ligt op de loer wanneer medewerkers structureel extra taken op zich nemen. Dit kan leiden tot gezondheidsklachten, fouten door vermoeidheid en sociale spanningen binnen het team, evenals een verstoorde werk-privébalans. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden, stellen we duidelijke prioriteiten en zetten we in op flexibiliteit. We benutten de inzetbaarheid van medewerkers optimaal, stimuleren taakverbreding en investeren in wendbaarheid en veerkracht. Daarnaast zoeken we actief de samenwerking met onze VTH-partners om tijdelijke capaciteitsproblemen op te vangen. Zo waarborgen we de voortgang van noodzakelijke werkzaamheden zonder concessies te doen aan kwaliteit of zorgvuldigheid. Deze aanpak vraagt niet alleen om organisatorische flexibiliteit, maar ook om persoonlijke ontwikkeling. Medewerkers worden ondersteund in het versterken van vaardigheden zoals stressbestendigheid, probleemoplossend vermogen en adaptief handelen. Bovendien zetten we in op het tijdig signaleren van overbelasting, het bevorderen van een gezonde werkverdeling en het versterken van onderlinge samenwerking en ondersteuning. Op deze manier bouwen we aan een toekomstbestendige VTH-organisatie die klaar is voor de uitdagingen van morgen.
28
10. Samenvatting, conclusies en speerpunten Deze samenvatting biedt een overzicht van de belangrijkste doelstellingen en activiteiten uit het Jaarplan VTH 2025 van de gemeente Terneuzen.. Het jaarplan is het uitvoeringsprogramma met de activiteiten we uitvoeren op gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en preventie. Deze activiteiten dragen bij aan de doelen in de fysieke leefomgeving. Het programma wordt opgesteld na afronding van de evaluatie en het vaststellen van de prioriteiten.. In dit uitvoeringsprogramma volgen we de structuur die voortvloeit uit het vastgestelde Zeeuwse VTH beleid 2024. De daarin geformuleerde doelen dragen bij aan een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. Centraal staan integraal en risicogericht werken, het voorkomen van ondermijning, het handelen op een betrouwbare, transparante en professionele wijze, en het beleggen van verantwoordelijkheden op de juiste plek. Het programma is opgesteld op basis van een voorafgaande evaluatie en de vaststelling van de prioriteiten. Op grond van dit uitvoeringsprogramma worden ook afspraken samenwerkingspartners zoals de RUD Zeeland, de GGD (In de Ow speelt het thema gezondheid een belangrijkere rol dan in voorgaande programma’s onder de Wabo), de Veiligheidsregio Zeeland, de DCMR en de provincie gemaakt. Deze partijen stellen op basis hiervan hun eigen werkplan.
Artikel 1.2 van de Omgevingswet benoemt de thema’s die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving binnen het domein van gemeenten, provincies, waterschappen en andere overheden. De wettelijk vastgestelde thema’s omvatten onder meer bouwwerken, bouwen en erfgoed, infrastructuur, milieu, lucht en bodem, water en watersystemen, en natuur. In Zeeland is hieraan aanvullend het thema ‘leefbaarheid’ toegevoegd, als regionale prioriteit binnen het omgevingsbeleid. 10.1 Samenvatting per thema. 10.1.1 Bouwen en bouwwerken Met de invoering van de Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) per 1 januari 2024 is het juridisch kader voor bouwen vernieuwd. De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) legt de verantwoordelijkheid voor technisch toezicht bij de opdrachtgever, wat leidt tot een verschuiving van toezicht naar handhaving, met name bij bouwwerken met een laag gebruiksrisico (gevolgklasse 1). Wij streven naar een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving door middel van actuele, correcte en tijdige vergunningverlening, toezicht, handhaving en preventie. De focus ligt op vier subthema’s: bouwtoezicht (inclusief monumenten en asbest), brandveilig gebruik, strijdig gebruik van het omgevingsplan en huisvesting van arbeidsmigranten en seizoenswerkers. In 2024 werd 23.000 uur besteed aan bouwactiviteiten, met een toename van handhaving ten koste van toezicht.
Voor 2025 is 25.400 uur beschikbaar. De inzet is verdeeld over vergunningverlening (9.500 uur), toezicht (5.000 uur), handhaving (9.500 uur) en preventie 29
(1.400 uur). De capaciteit is toereikend, maar medewerkers voeren ook andere taken uit, zoals beleidsontwikkeling en ondersteuning. Voor brandveiligheid werken wij samen met de Veiligheidsregio Zeeland. Bij strijdig gebruik van het omgevingsplan en de huisvesting van arbeidsmigranten wordt ingezet op integrale controles, communicatie en handhaving. Door beperkte capaciteit blijft de controlefrequentie voor flexwonen voorlopig beperkt tot vier keer per jaar. 10.1.2 Milieu Het milieubeleid van ons richt zich op het waarborgen van een gezonde, schone en veilige leefomgeving. De uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving op milieutaken is gemandateerd aan de RUD Zeeland. De focus ligt op actuele en correcte vergunningverlening, risicogericht toezicht en handhaving, met prioriteit voor bedrijven en milieubelastende activiteiten (MBA), asbest, afval, energie/duurzaamheid en vuurwerkinrichtingen. Voor bedrijven geldt dat zij binnen vastgestelde risiconormen moeten opereren. Vergunningen worden periodiek geactualiseerd (BRZO: elke 5 jaar, niet-BRZO: elke 10 jaar). De provincie streeft ernaar dat alle spoedlocaties met onaanvaardbare risico’s in 2025 zijn gesaneerd of beheersbaar gemaakt. Ook wordt ingezet op beperking van geluidsproductie.