2025-06-05 IC7 - Bijlage 1 Zeeuws-Vlaanderen is echt een ander verhaal 2025
Tekst van het document
ZeeuwsVlaanderen is echt een ander verhaal Over vertrouwen van burgers in elkaar en in overheidsinstanties
Halteplaats Zeeuws-Vlaanderen, Karavaan-project Radboud Engbersen Esra van Koolwijk Daan de Bruijn Josse de Voogd Utrecht Movisie, maart 2025
Inhoud Inleiding
4
Breskens en Groede
8
Sluis
10
Oostburg
15
IJzendijke
26
Sas van Gent
30
Zaamslag
35
‘t Verdronken Land van Saeftinghe
38
Kloosterzande
41
Epiloog: Terugkeer Zeeuws-Vlaanderen (Oostburg)
46
Appendix 1: Nagesprekken met vijf beleidsambtenaren en twee sociaal professionals uit de drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten Appendix 2: Profiel stemgedrag Zeeuws-Vlaanderen
51 58
Zeeuws-Vlaanderen is echt een ander verhaal
3
Inleiding Zeeuws-Vlaanderen is echt een ander verhaal Grenspaal op de Nederlands-Belgische grens
4
Zeeuws-Vlaanderen is echt een ander verhaal
Tijdens onze rondreis door Zeeuws-Vlaanderen op 17 en 18 september 2024 hoorden we verschillende malen de anekdote dat inwoners van Zeeuws-Vlaanderen vaak hun stukje Nederland niet terugvinden op typografische kaarten van onderzoeksbureaus, beleidsmakers, pretparken of de ANWB. Voor onze gesprekspartners is het elke keer weer een bevestiging dat ‘Hollanders’ weinig oog hebben voor hun grensregio. Telt hun regio niet mee? Of is dat aan het veranderen? Zeeuws-Vlaanderen was in de periode dat we er waren prominent in het nieuws. Terneuzen kwam in beeld als mogelijke locatie voor twee nieuwe kerncentrales. Zo was er ook de oplevering van de indrukwekkende Nieuwe Sluis in Het kanaal Gent-Terneuzen, een staaltje Hollands Glorie op het terrein van waterwerken zonder weerga. Grensstadje Sluis kreeg aandacht omdat het huidige kabinet grenscontroles is gaan invoeren in het kader van een strenger asielbeleid. Ofwel: Zeeuws-Vlaanderen is ‘alive and kicking’.
Karavaan-project De regio Zeeuws-Vlaanderen is de derde halteplaats van het Movisie-project De Karavaan (na de gemeenten Arnhem en Noardeast-Fryslân). In dit project onderzoekt Movisie – in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) - hoe het gesteld is met het vertrouwen tussen burgers onderling en het vertrouwen van burgers in de overheid en overheidsinstanties. Het Karavaan-project is een uitvloeisel van de Atlas van Afgehaakt Nederland (2021). In het Karavaan-project duiken we, in nauwe samenwerking met de auteurs van genoemde atlas, de lokale/regionale samenleving in door groepsgesprekken te voeren met steeds ongeveer dezelfde kringen inwoners in een intensief tweedaags traject. In deze reportage doen we verslag van onze rondgang en zoektocht door en in Zeeuws-Vlaanderen. We presenteren onze bevindingen met de nodige bescheidenheid, we hebben immers maar kort en selectief de thermometer in Zeeuws-Vlaanderen kunnen steken. De bevindingen krijgen volgend jaar een plek in een eindrapport aan het ministerie van BZK.
Maar, zeggen onze gesprekspartners: deze aandacht concretiseert zich vooralsnog in vergadercircuits, tijdelijke regiodeals en analyses, níet in structurele diepteinvesteringen.
Zeeuws-Vlaanderen is echt een ander verhaal
5
Zeeuws-Vlaanderen is echt een ander verhaal Is Zeeuws-Vlaanderen hot omdat het zowel een perifere regio als grensregio is? Zeeuws-Vlaanderen zelf zal moeite zal hebben met de kwalificatie ‘periferie’. Periferie? Zeeuws-Vlaanderen ligt tegen een Vlaams achterland met steden als Gent en Antwerpen en een Belgische kustregio met een veelheid aan economische activiteiten. Ambtenaren van de drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten (Terneuzen, Sluis en Hulst) beamen de gestegen belangstelling van de kant van Den Haag voor Zeeuws-Vlaanderen. Rond het Rijksprogramma Regio’s aan de grens is er al enige tijd intensivering van bestuurlijk contact. Ook het advies Elke regio telt (2023) heeft de Rijksaandacht voor hun regio gestimuleerd. Het betrof een advies van maar liefst drie adviesraden van de regering: de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur, de Raad voor Openbaar Bestuur en de Raad voor de Volksgezondheid en Leefomgeving.
Zeeuws-Vlaanderen beslaat qua inwonertal ruim een kwart van Zeeland. Begin 2024 woonden er 105.611 inwoners, in Zeeland in totaal 391.657; 3 van de 13 Zeeuwse gemeenten tref je er aan: Terneuzen, Sluis en Hulst. De regio beslaat een derde van het oppervlak van Zeeland.
Sluis
Terneuzen
Hulst
Zeeuws-Vlaanderen was één van de voorbeeldregio’s die de basis vormden voor dit advies. Maar, zeggen onze gesprekspartners: deze aandacht concretiseert zich vooralsnog in vergadercircuits, tijdelijke regiodeals en analyses, níet in structurele diepte-investeringen. Bovendien, de jongste analyses kennen vele voorgangers, verwoorde inzichten zijn niet nieuw, en ze wijzen erop dat het Rijk ook verschillende invullingen geeft aan het begrip ‘regio’. Soms is Zuidwest-Nederland voor landelijke beleidsmakers een regio, dan weer de provincie Zeeland, soms Zeeuws-Vlaanderen. ‘Maar Zeeuws-Vlaanderen is echt een ander verhaal’, hoorden we voortdurend. Het is een grensregio, niet door treinverkeer ontsloten, beperkt bereikbaar per tunnel en ferry (de tolheffing voor personenverkeer is per 1 januari 2025 vervallen), en vraagt een aparte benadering. De vraagstukken van Zeeuws-Vlaanderen vallen maar deels samen met die van Zeeland. Bovendien, zo werd ons duidelijk uit de diverse gesprekken, is ook Zeeuws-Vlaanderen zelf zeer divers van aard, zowel wat betreft de inwoners en economische kernactiviteiten als de vraagstukken die er spelen. Er werd wel gesproken over een toeristisch gebied, een woongebied en een industriegebied.
6
Zeeuws-Vlaanderen is echt een ander verhaal
Opvallend Zeeuws-Vlaanderen vecht voor haar toekomst: economisch, sociaal en cultureel. Krimp is een beetje een taboe-begrip geworden en in beleidsrapportages in onbruik geraakt, demografische transitie heet het nu, maar de waarheid is dat het inwonertal in 2024 in Zeeuws-Vlaanderen met 176 afnam in het steeds voller rakende Nederland. Begin 2024 woonden er in deze regio 105.611 inwoners. Hoe de toekomst van Zeeuws-Vlaanderen te verbeteren en te verstevigen voor de huidige en toekomstige generaties inwoners? Het Karavaan-project heeft Zeeuws-Vlaanderen niet alleen om deze urgente maatschappelijke vraag als derde halteplaats geselecteerd. Maar ook omdat een bovengemiddeld aantal inwoners op de anti-establishment partijen PVV, BBB, SP en DENK hebben gestemd bij de Tweede Kamerverkiezingen van november 2023. Wat is daarvan de oorzaak? Voelen inwoners van Zeeuws-Vlaanderen zich inderdaad onvoldoende serieus genomen en slecht gerepresenteerd door de traditionele establishmentpartijen en verschillende overheden? Hebben ze wel vertrouwen in de overheid en hebben ze wel vertrouwen in elkaar om hun toekomst het hoofd te bieden? Net als landelijk en in de provincie Zeeland werd de PVV in de drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten de grootste partij.
Maar waar deze partij landelijk en in Zeeland 24 procent van de stemmen behaalde, was dat in Terneuzen, Hulst en Sluis respectievelijk 30 procent, 29 procent en 27 procent. Wat is de reden van deze hogere percentages? Ze liggen niet spectaculair hoger dan het landelijke gemiddelde, maar ook niet eronder. Net als in de eerste halteplaatsen zijn we de samenleving ingedoken en hebben we gedurende twee dagen opnieuw heel intensief op heel verschillende plaatsen met uiteenlopende groepen inwoners gesproken over de twee centrale vertrouwensvragen in ons onderzoek: hoe is het gesteld met het vertrouwen tussen burgers onderling en het vertrouwen van burgers in de overheid en overheidsinstanties?
Die les trokken we ook in de vorige halteplaats Noardeast-Fryslân: de auto is een levenslijn in dunbevolkte regio’s, maar kan het openbaar vervoeren nooit volledig vervangen.
Zeeuws-Vlaanderen is echt een ander verhaal
7
Eerste halte Breskens en Groede De Fast Ferry tussen Vlissingen en Breskens vervoert alleen voetgangers en fietsers
8
Breskens Groede Sluis Oostburg IJzendijke Sas van Gent Zaamslag ‘t Verdronken Land van Saeftinghe Kloosterzande
Ons bezoek startte in Breskens. Daar meerde de ferry aan waar we in Vlissingen waren opgestapt, na daar eerst met de trein te zijn gearriveerd. De ferry is er trouwens alleen voor voetgangers en fietsers. We leerden later dat de Zeeuws-Vlamingen altijd in het eerste treinstel zitten, zodat ze met een snelle sprint toch de boot halen als de aansluiting door vertragingen op het spoor snelle actie vraagt. Die kwetsbare aansluiting is een passende metafoor voor het verschraalde openbaar vervoer in Zeeuws-Vlaanderen. De auto kan veel opvangen, het autobezit is geweldig gestegen de afgelopen decennia, maar er zijn categorieën inwoners die er slachtoffer van zijn, zoals scholieren, studenten en ouderen zonder auto, rijbewijs of sociaal netwerk. Die les trokken we ook in de vorige halteplaats Noardeast-Fryslân: de auto is een levenslijn in dunbevolkte regio’s, maar kan het openbaar vervoeren nooit volledig vervangen. Op de kade van Breskens wachtte Jeroen Koppert, strategisch adviseur van de gemeente Sluis, ons op om ons naar ons logeeradres in Groede te brengen.
Tijdens het diner vertelde hij bevlogen over de bijzondere geschiedenis van deze grensregio, benadrukte hij de sociaal-culturele verschillen tussen de dorpen en stadjes, en wees hij op de maatschappelijke uitdagingen waar Zeeuws-Vlaanderen zich voor geplaatst weet: het verbeteren van de kwaliteit van de zorg, het vinden van het juiste antwoord op de concurrentie met het Belgische basisonderwijs, de zoektocht naar een gepaste sociale infrastructuur (waaronder openbaar vervoer op maat), maar ook over ambities ten aanzien van economische structuurversterking, woningbouw en het vasthouden en binden van jonge praktisch en met name theoretisch opgeleiden. De overnachting in Groede (circa 900 inwoners) maakte direct duidelijk hoezeer dorpen van karakter zijn veranderd, iets wat in nagenoeg alle Nederlandse landelijke gebieden is vast te stellen. Het autonome dorp – waar zich ooit het hele leven voor een groot deel afspeelde – is tot woondorp getransformeerd, dat wil zeggen tot een plek waar de woonfunctie heel dominant is. We merkten het in Groede in de namiddag, avond en ochtend: nauwelijks leven op straat. Het is een sociologische realiteit die onvoldoende onderkend wordt.1 Het dorp van vroeger bestaat niet meer. In Groede was dat goed te zien, terwijl het toch de reputatie heeft van een bloeiend maatschappelijk leven.
Aan de andere kant is de les dat krachtig maatschappelijk initiatief zich niet per definitie laat aflezen aan levendigheid. Ook in uitgestorven dorpen kan dat aanwezig zijn.
Het is de studiekeuze in combinatie met partnerkeuze die terugkeeropties verminderen. ‘Ja, dan ontmoet je zo’n Brabantse schone tijdens je studie in Eindhoven en kom je niet meer terug.’
1
Thissen, Frans (2024), ‘Het verlies van lokale voorzieningen op het platteland. Is generiek voorzieningenbeleid een juist antwoord op onbehagen?’ In: Ton Notten e.a. (2024), Werken aan sociale kwaliteit in steden en op het platteland. Antwerpen/Den Bosch.
Zeeuws-Vlaanderen is echt een ander verhaal
9
Volgende halte Sluis Winkelgebied in Sluis
10
Breskens Groede Sluis Oostburg IJzendijke Sas van Gent Zaamslag ‘t Verdronken Land van Saeftinghe Kloosterzande
Dat Zeeuws-Vlaanderen een grensregio is, werd ons de ochtend erop duidelijk gemaakt door drie leden van de ondernemersvereniging van Sluis. Eén van hen was een ondernemer in ruste, de anderen waren nog volop actief met een kledingwinkel, conceptstore en een frietkot. Ze identificeren zich met Zeeuws-Vlaanderen en het Vlaamse achterland, Nederland en Zeeland zegt hen weinig. Hun hart klopt voor de eigen grensregio, daar ligt hun identificatie, daar konden ze met liefde, aanstekelijk plezier en kennis van zaken over vertellen. Ze maakten duidelijk dat er voor hen geen grens bestaat. Ze wonen aan de Zeeuwse kant, maar hun sociale netwerken en klanten bevinden zich ook aan de andere kant, zo’n 80 procent van hun klandizie komt uit België. Ze sporten in België, bezoeken het uitgaansleven, maken gebruik van het ziekenhuis in Knokke, hun kinderen gaan er naar de basisschool en de kinderopvang. De kosten voor basisonderwijs en kinderopvang liggen lager dan in Nederland. Als een ouder een kind vanaf twee jaar naar een Vlaamse school brengt, dan wordt die niet op 4-jarige leeftijd uit diens sociale netwerk van vriendjes en vriendinnetjes gehaald en verplaatst naar een Nederlandse school. De scholen kennen bovendien gunstige tijden voor halen en brengen, er is een warme maaltijd tussen de middag, en in de klas heerst discipline.
Veel inwoners in Zeeuws-Vlaanderen in de grensdorpen maken er gebruik van, hoorden we, in welke mate bleek onduidelijk. In Zeeuws-Vlaanderen spreekt men van de ‘weglek’. Voor basisscholen in Zeeuws-Vlaanderen is het een ongelijke strijd. Ze kunnen pas serieus concurreren als kosten minder uiteenlopen en leerlingenvervoer van en naar hun scholen perfect is geregeld. De ondernemers wezen wel op een nadeel van het Belgische basisonderwijs, dat is Frans georiënteerd, terwijl leerlingen die hun middelbare schooltijd in Zeeuws-Vlaanderen vervolgen merken dat in Nederland de oriëntatie veel meer op het Engels ligt.
‘Voor bepaalde beroepen moet je weg’ De ondernemers profiteren van de grens. Sluis, leggen ze uit, heeft als grensstadje altijd geleefd bij de prijsverschillen tussen België en Nederland. Vroeger waren dat de boter, de benzine, de pornoboekjes, nu zijn dat onder andere medicijnen en verzorgingsproducten. Ze weten precies de sterke en zwakke punten van beide landen te benoemen. Sommige van hun kinderen hebben na academische studies in steden als Tilburg, Rotterdam en Eindhoven Zeeuws-Vlaanderen de rug toegekeerd, maar ze hebben ook kinderen die juist wél kozen voor een bestaan in Zeeuws-Vlaanderen. In het laatste geval gaat het vaak om praktisch opgeleiden. Voor academici zijn de banen beperkt en gebonden aan specifieke sectoren. ‘Voor bepaalde beroepen moet je weg’. Dit is in contrast met onze bevindingen in Noardeast-Fryslân. Daar staat een keuze voor een studie in Groningen en Leeuwarden niet gelijk met definitief vertrek. In Noardeast-Fryslân kun je met het openbaar vervoer dagelijks vanuit huis naar studieplaatsen pendelen, vanuit Zeeuws-Vlaanderen is dat ingewikkelder. Er is wel de ‘Roosendaal-bus’ gekomen, die de verbinding richting Rotterdam en Den Haag heeft verbeterd. Alleen studenten die in Breda studeren, moeten nu ook een stuk met de trein van Roosendaal naar Breda. Of studenten die In Tilburg of Nijmegen studeren, reizen wat langer met de trein.
Het is de studiekeuze in combinatie met partnerkeuze die de kans op terugkeer bepalen. ‘Ja, dan ontmoet je zo’n Brabantse schone tijdens je studie in Eindhoven en kom je niet meer terug.’
Zeeuws-Vlaanderen is echt een ander verhaal
11
Smokkel was van oudsher nauw verbonden met grensregio Zeeuws-Vlaanderen
‘Het is vooral wat kan er niet. Niet: kan ik je helpen?’ De ondernemers waren van mening dat overheden tekortschoten op drie belangrijke punten. Op de verschraalde zorg in de regio, het gemis aan begrip van de landelijke overheid dat Zeeuws-Vlaanderen een grensregio is, en op de gebrekkige service en daadkracht van de eigen lokale overheid. Over de zorg zijn ze kort, ‘die is gewoon een ramp’. Dat geldt voor zowel de ziekenhuiszorg, huisartsenzorg als de ouderenzorg. Ze zien de huisartsenzorg schraler worden. De huisartsenpost in Oostburg stond tijdens het gesprek met hen op het punt van verdwijnen. Ze gaven aan voor ziekenhuiszorg naar Knokke te gaan, ‘want de gedienstigheid in België is duizendmaal groter dan de gedienstigheid in Nederland.’ Ook de bejaardenzorg schiet ruim te kort. ‘De zorg in Nederland zoals wij dat ervaren is op alle gebied achteruitgegaan.’ Ze profiteren als ondernemers weliswaar van de grens, maar de grens werpt ook barrières op voor ondernemers. Administratieve systemen (registraties, zorgverzekeringen et cetera) zijn niet goed op elkaar aangesloten, dat maakt het in dienst nemen van personeel dat in België woont lastig. Laat systemen voor deze grensregio beter op elkaar aansluiten is hun hartenkreet aan de Rijksoverheid, maak het gemakkelijker dat mensen in verschillende landen kunnen wonen en werken.
Overigens een hartenkreet die al decennialang wordt geuit. Ook de eigen gemeente biedt hen op dit punt weinig service en ondersteuning. Ze moesten lange tijd helemaal naar
12
Breskens Groede Sluis Oostburg IJzendijke Sas van Gent Zaamslag ‘t Verdronken Land van Saeftinghe Kloosterzande
Goes afreizen voor het verkrijgen van een BSN-nummer (Burgerservicenummer) voor nieuwe personeelsleden. Sinds kort biedt Terneuzen gelukkig ook die service. Ze vinden dat de gemeente zich ook teveel digitaal heeft verschanst. De ondernemer die de weg niet kent, geen contacten heeft opgebouwd met ambtenaren, wordt niet op tijd en gemakkelijk geholpen. ‘Als ik naar Oostburg ga, voel ik niet de warme hand van de overheid. Het is vooral wat kan er niet! Niet: kan ik je helpen?’
In Tilburg zegt mijn zoon doorlopen, niet mee bemoeien. Hier zeg je altijd hallo en goedendag.
Grensstadje Sluis ademt historie
Zeeuws-Vlaanderen is echt een ander verhaal
13
Het beste van twee werelden En toch zijn de ondernemers blij dat ze in Nederland wonen. Waarom? Niet alleen omdat ze kunnen profiteren van het beste van twee werelden, maar ook omdat het beregelde Nederland hen ondanks alles toch meer duidelijkheid en zekerheid geeft. Ook identificeren ze zich sterk met het historische Sluis. Ze zijn er geworteld of geworteld geraakt. Ze voelen zich onderling verbonden als ondernemers, maar geven tegelijkertijd ook aan dat het moeilijk is om bestuursleden te vinden ‘die hun handjes laten wapperen’. Maar dat is een fenomeen waar alle clubs en verenigingen in Nederland mee kampen. Ze laten zich kritisch uit over ‘Hollanders’ (‘Ze nemen veel plek in’), maar zien ook dat de Hollandse import (veelal pensionado’s) zich bijvoorbeeld gaan inzetten voor het behoud van erfgoed in de stad, en met hun brutale houding meer bereiken dan ‘de meer gedienstige Zeeuws-Vlaming.’ Niet alleen spreken ze hun vertrouwen uit in elkaar als ondernemers, maar vertrouwen ze ook op hun medeburgers waar het gaat om elkaar een handje te helpen. ‘Bekommernis om elkaar? We laten niemand in Sluis aan zijn of haar lot over. Mijn buurvrouw ligt op dit moment in het ziekenhuis. Ik ga er naartoe, zorg dat het gras van de tuin wordt gedaan. Hier is het: gaat het niet goed?, zal ik je helpen? In Tilburg zegt mijn zoon doorlopen, niet mee bemoeien.
Hier zeg je altijd hallo en goedendag.’ Ook in Noardeast-Fryslân, de vorige halteplaats, kwamen we dit tegen. Inwoners voelen zich thuis op plekken waar ze gekend zijn, waar groeten vanzelfsprekend is. De schaal van Sluis is voor veel inwoners aantrekkelijk. Het kent niet de anonimiteit van de grote stad, maar ligt dichtbij een stedelijke (Gent, Antwerpen, Brugge) en landelijke omgeving en een kustgebied.
14
Breskens Groede Sluis Oostburg IJzendijke Sas van Gent Zaamslag ‘t Verdronken Land van Saeftinghe Kloosterzande
Volgende halte Oostburg Het gemeentehuis van de gemeente Sluis – zie de klokkentoren op de achtergrond - staat in Oostburg
Zeeuws-Vlaanderen is echt een ander verhaal
15
De RMDO in het gemeentehuis van Oostburg Jeroen rijdt ons vervolgens naar het in Oostburg gevestigde gemeentehuis van Sluis, een wederopbouwmonument uit de jaren vijftig. Oostburg is tijdens de Tweede Wereldoorlog gebombardeerd en deels verwoest, om die reden telt het stadje veel wederopbouwpanden. Het contrast met het historische Sluis is groot. In het gemeentehuis, bijna naast het indrukwekkende glas-inbeton-kunstwerk dat de naoorlogse herrijzenis van Oostburg verbeeldt, spreken we met twee leden van de Raad voor Maatschappelijke en Demografische Ontwikkeling (RMDO), een lokaal orgaan dat de gemeente Sluis adviseert. Beiden zijn gepensioneerd. De RMDO adviseert gevraagd en ongevraagd over zaken van zorg, welzijn, duurzaamheid en mobiliteit. Beide bestuursleden zijn na lange en verre omzwervingen naar hun heimat teruggekeerd. Een van hen woont in het buurtschap Nummer Een, dat slechts ruim honderd inwoners telt. Haar ‘thuisgevoel’ dreef haar terug naar de regio van haar jeugd. Voor het andere RMDO-lid was het haar moeder die nog min of meer zelfstandig woont.
‘Je bent niet van hier’ Ze vertellen dat zijzelf - ze beheersen allebei het streekdialect - weinig moeite hadden weer thuis te raken in Zeeuws-Vlaanderen, maar ze erkennen dat het voor nieuwkomers lastiger is. De gevestigde inwoners van Zeeuws-Vlaanderen zijn terughoudend tegenover nieuwelingen. ‘Je bent zeker niet van hier’, horen ze dan. ‘Als je wel van hier bent, heb je de juiste toon, dan kan je dat doorbreken’, zegt één van hen. Als ‘echte’ Zeeuws-Vlaamse maakt ze het integratieproces voor haar man gemakkelijker. Hijzelf heeft daar ook moeite voor gedaan. Hij is actief als gemeenteraadslid. Een mooi voorbeeld van een buitenstaander die zich inspant voor zijn nieuwe omgeving. De twee gepensioneerde bestuursleden zijn daar zelf natuurlijk ook illustraties van. Ofwel: pas op met generaliserende uitspraken over de import. De import – ook een les uit Noardeast-Fryslân - heeft vele gezichten. Veel import is in toenemende mate afkomstig uit België. Een van hen heeft Belgen als nieuwe buren gekregen, ze losten bewoners af die heel gekend en actief waren in hun buurtschap. Ze moet erkennen dat de relatie met de nieuwe Belgische buren anders en afstandelijker is. ‘Ze zijn aardig, maar je ziet ze niet’.
Het zijn de lagere huizenprijzen die Belgen doen besluiten om naar Zeeuws-Vlaanderen te verhuizen, dan wel om een tweede woning aan te schaffen in een voor hen toeristisch aantrekkelijk gebied. Niet alleen heeft de komst van veel Belgen Zeeuws-Vlaanderen veranderd, ook de vele toeristen of beter de toeristenindustrie. Daar zijn ze niet onverdeeld enthousiast over. Ze wijzen op de ontwikkelingen in Cadzand-Bad en de bouw van luxe vakantiewoningen op bestaande campings en vakantieparken. ‘Het enige wat hier gebouwd wordt, zijn vakantiewoningen.’ Het leidt bij hen tot gevoelens van vervreemding. Een van hen heeft het uitje naar Cadzand-Bad al enige tijd uit haar programma geschrapt. ‘Cadzand-Bad was vroeger voor de mensen hier een belangrijke badplaats, daar ging je lekker naar het strand, even lekker fietsen, iets drinken, nu is het zo veranderd. Het is anoniem geworden, het mist voor mij de sfeer van voorheen.’
16
Breskens Groede Sluis Oostburg IJzendijke Sas van Gent Zaamslag ‘t Verdronken Land van Saeftinghe Kloosterzande
Ik moet je bekennen, sinds afgelopen zomer vragen mijn man en ik ons af of we, gezien de zorgschaarste, hier wel oud durven worden.
Ongelijke strijd Over de zorg maken de leden van de RMDO zich zorgen, maar die zorg delen ze met nagenoeg iedereen die we spreken. Een van hen: ‘Ik moet je bekennen, sinds afgelopen zomer vragen mijn man en ik ons af of we, gezien de zorgschaarste, hier wel oud durven worden.’ Ze merkt in het geval van haar moeder hoe ingewikkeld het leven in Zeeuws-Vlaanderen is als je minder zelfredzaam bent en afhankelijk bent van zorg. Zonder mantelzorg red je het niet. Ook voor de ander is het geen uitgemaakte zaak dat zij en haar man definitief in Zeeuws-Vlaanderen blijven. Er is nog steeds een vaag plan om ooit dichter bij hun kinderen te gaan wonen. De omgekeerde route – kinderen verhuizen naar de streek van de ouders – is zeldzamer en vaak minder realistisch. Ze wijzen erop dat Nederlandse zorgverzekeraars en inwoners de eigen ziekenhuiszorg in Zeeuws-Vlaanderen ondermijnen door gebruik te maken van het ziekenhuis in Knokke. Nederlandse zorgverzekeraars vergoeden ook medische handelingen van Nederlanders in dit ziekenhuis. Het ziekenhuis in Knokke krijgt zelfs voor de Nederlandse patiënten een hogere vergoeding. Het ziekenhuis in Knokke is gastvrijer en klantvriendelijker, hoorden we overal, én royaler. Waar in het ziekenhuis in Terneuzen artsen zuinig zijn op kostbare medische handelingen, zoals een MRI-scan, zijn ze in Knokke minder terughoudend.
Ofwel: het ziekenhuis in Terneuzen voert een ongelijke strijd.
Dat het ziekenhuis in Knokke zich minder terughoudend opstelt, heeft ook te maken met de wijze van bekostiging. De ziekenhuizen in België worden door de (Nederlandse) zorgverzekeraars betaald, terwijl het ziekenhuis in Nederland (Terneuzen) lumpsum bekostigd wordt. Nederlandse huisartsen wijzen ook op de medisch-ethische kant van dit verhaal; volgens hen worden er om deze reden in Vlaanderen medisch nietnoodzakelijke behandelingen en ingrepen verricht.
Ook de huisartsenzorg staat onder druk. De huisartsenpost in Oostburg gaat dicht. Huisartsen in hun regio vergrijzen, stoppen met werken en vervangers zijn moeilijk te vinden. Gelukkig zijn er wel mobiele huisartsen beschikbaar die ‘in kleine autootjes’ rondrijden en bij inwoners op huisbezoek gaan. Mogelijk is dit hét antwoord op de verschraling van de huisartsenzorg: het opnieuw mobiel maken van de voorzieningen. Een ander actueel voorbeeld is de SRV-bus die door Zeeland rijdt. SRV staat voor Samen Recht Vinden. De medewerkers in de bus helpen Zeeu-
Zeeuws-Vlaanderen is echt een ander verhaal
17
De buslijn naar Hulst die op werkdagen tussen 8:00 en 18:00 uur zeven keer langs komt
18
Breskens Groede Sluis Oostburg IJzendijke Sas van Gent Zaamslag ‘t Verdronken Land van Saeftinghe Kloosterzande
wen op een snelle manier bij hun (juridische) hulpvragen.2 In een verder weg liggend verleden - voor de uitbouw van de verzorgingsstaat - werden alle mogelijke voorzieningen langs de dorpen gereden. Denk aan de ‘zitdagen’ van rondreizende functionarissen als tandartsen, opticiens en Kruiszusters, maar ook aan rondreizende bibliotheken en spaarbank-agentschappen.3 Ook leerlingenvervoer kan onderdeel van zijn van een nieuwe generatie rijdende voorzieningen van hoog niveau. In Scandinavië en landen als Frankrijk is leerlingenvervoer heel normaal. Dat laatste zou ook (deels) een antwoord kunnen zijn op ‘de weglek’ naar het Belgische onderwijs. De twee bestuursleden vertellen dat in hun tijd kinderen alleen naar een Belgische basisschool gingen als ze niet mee konden komen op een Nederlandse school, nu zijn financiële, inhoudelijke en praktische motieven van ouders de reden.
Het Vlaamse onderwijs kent kleinere klassen. Er wordt meer belang gehecht aan tucht, orde en discipline (niet tutoyeren, maar vousvoyeren). Het onderwijs is meer feiten- en/ of kennisgericht en minder - zoals in Nederland - ervaringsgericht en op toepassing van kennis gericht. Minpunt: als een Vlaamse school met meer structuur niet werkt voor de betreffende leerlingen en er toch meer aan de hand is, dan komen deze kinderen in de knel omdat een Belgische school niet kan doorverwijzen naar het Speciaal Onderwijs in Nederland.
Maar het is net als met de ziekenhuiszorg, door te kiezen voor basisonderwijs in België, ondermijnen inwoners het bestaansrecht van basisscholen in de eigen regio. De solidariteit met de eigen basisschool, begrepen we, verschilt per plaats. En natuurlijk kiezen jongeren soms voor een vervolgopleiding in België omdat die voor hen beter bereikbaar zijn.
Volgens hen zijn veel inwoners bereid voor anderen te rijden ‘Mensen vinden dat leuk werk’. Ofwel: dit type maatschappelijk initiatief vraagt verdere ontwikkeling. ‘Echt een wereld te winnen, als je zorgt voor een stabiele basis en voldoende slagkracht.
2
De bus rijdt niet meer (in het begin van de proef wel), maar er wordt wel op locatie spreekuur gehouden. Ook in kleinere kernen in dorpshuizen.
3
J.A.A. van Doorn, De sociale levensvatbaarheid van de kleine plattelandskern (1961). Den Haag, Ministerie van Maatschappelijk Werk.
Zeeuws-Vlaanderen is echt een ander verhaal
19
‘Zo wordt het er niet sneller op’ Nauw verbonden met het thema zorg en welzijn is het beperkte openbaar vervoer. Een van de bestuursleden: ‘de vervoersarmoede is hier gigantisch.’ Ouderen die familieleden en dierbaren hebben zien wegvallen kunnen zelfs de paar kilometer naar de weinige vrienden die ze nog hebben niet overbruggen. ‘Dat is echt in en in triest. Ja er is een regiotaxi, maar dan moet je die wel weten te regelen. Iemand van ver in de negentig kan dat niet meer.’ Ook de reguliere taxi ‘is een tranendal’. De taxicentrale die de aanbesteding heeft gewonnen zit in Hulst. ‘Die moet helemaal uit Hulst komen om mij vanuit huis in vijf minuten naar de boot te brengen.’ Positiever zijn ze over een vrijwilligersbusje (‘Maak ik vaak gebruik van’) en eerder van een taxidienst, bemenst door vrijwilligers, maar die is in de coronatijd opgeheven. Volgens hen zijn veel inwoners bereid voor anderen te rijden (‘Mensen vinden dat leuk werk’). Ofwel: dit type maatschappelijk initiatief vraagt verdere ontwikkeling. ‘Echt een wereld te winnen, als je zorgt voor een stabiele basis en voldoende slagkracht.’ Over het openbaar vervoer willen ze ook nog kwijt dat er met de rijksoverheid bedongen is - als compensatie van het niet doorgaan van de komst van de Marinierskazerne naar Vlissingen - dat er weer elk uur door de week een intercity naar Vlissingen rijdt.
Het heeft hen alleen geen enkel voordeel opgeleverd. De trein vertrekt nu om 10 over het uur, terwijl de boot uit Breskens al om kwart voor aankomt. Ze moeten nu eerst 25 minuten wachten voordat ze in de intercity kunnen stappen (‘Zo wordt het er niet sneller op’). En op de terugweg komt de intercity aan als de boot net vertrokken is. ‘In de winter betekent dat een uur wachten.’ Ze wijzen er voorts op dat busvervoer niet in het DNA van de inwoners van Zeeuws-Vlaanderen zit. Dat geldt in het bijzonder voor de mensen die buiten de bebouwde kom wonen. Zij zijn vertrouwd met de auto. De Zeeuws-Vlaming begint op de fiets, stapt dan over naar de brommer om daarna zo snel mogelijk in de auto te belanden. Het valt hen op dat inwoners busdienstregelingen slecht kennen, zo ook het systeem van de haltetaxi.
‘Alles draait daar op vrijwilligers’ Ze wijzen erop dat het aanwezige sociaal kapitaal en maatschappelijk initiatief van dorp tot dorp verschilt en dat dorpshuizen hierin een belangrijke bindende functie vervullen, zoals bijvoorbeeld de dorpshuizen van Waterlandkerkje en Biervliet. Een van hen wijst op het ‘enorm actieve dorp Hoofdplaat’. Ze vertelt over de feestweek met een omvangrijk programma dat daar onlangs is georganiseerd naar aanleiding van de 80-jarige bevrijding door de Canadezen. ‘Alles draait daar op vrijwilligers, het is een toonbeeld van hoe het wel kan.’ En zo zijn er meer dorpen die excelleren in maatschappelijk initiatief, toch is de sociale samenhang in het algemeen niet meer die van vroeger. ‘Die is zo verwaterd in vergelijking met mijn jeugd. Als iemand toen naar het ziekenhuis moest, was dat geen punt. Halen, brengen, mensen deden heel veel voor elkaar. Het is er nog wel, alleen komt het steeds meer op het bordje van familie en goede kennissen terecht, maar die worden ook steeds ouder.’ Hier past natuurlijk wel de kanttekening bij dat vrouwen de afgelopen decennia een enorme inhaalslag gemaakt hebben op de arbeidsmarkt en minder ruimte
20
Breskens Groede Sluis Oostburg IJzendijke Sas van Gent Zaamslag ‘t Verdronken Land van Saeftinghe Kloosterzande
hebben om gedurende de dag van betekenis te zijn voor buren of dorpsgenoten. In het verleden waren vooral vrouwen beschikbaar voor een ritje naar het ziekenhuis en andere zaken. Ofwel: alledaagse attentheid voor elkaar en onderlinge steun is minder vanzelfsprekend dan voorheen. Dat is in heel Nederland het geval. Niet alleen in de dorpen en steden van Zeeuws-Vlaanderen. Onderlinge steun moet nu veel meer in agenda’s gepast en georganiseerd worden.
Wat is dan de remedie? Daarover zijn ze eensgezind. De herrijzenis van ZeeuwsVlaanderen begint bij de versterking en verbreding van de economische structuur, en daaraan gekoppeld de komst van jonge aanwas en jonge gezinnen.
‘Zie je het voor je?’ Wat is dan de remedie? Daarover zijn de bestuurders eensgezind. De herrijzenis van Zeeuws-Vlaanderen begint bij de versterking en verbreding van de economische structuur, en daaraan gekoppeld de komst van jonge aanwas en jonge gezinnen. Het kan het tij keren van de verschraling van voorzieningen, waar ze niet alleen onderwijs, zorg- en welzijnsvoorzieningen en openbaar vervoer onder scharen, maar ook winkels en supermarkten (‘Het winkelbestand brokkelt voor je ogen af’). Ook in hun jeugd trokken jongeren weg om elders te gaan studeren en niet meer terug te keren, maar toen was er nog een veelheid van administratieve functies voor jongeren. ‘Ik ken diverse jongeren met een havo- of vwo-diploma die zijn blijven hangen en gekozen hebben voor zo’n administratieve functie. Dit type werk is verdwenen.’ Ze geven wel aan dat er nog steeds heel veel vacatures op mbo-niveau in Zeeuws-Vlaanderen zijn die lastig ingevuld kunnen worden vanwege krapte op de arbeidsmarkt. Ze geloven niet dat de economie van Zeeuws-Vlaanderen versterkt kan worden met het binnenhalen van Rijksdiensten, zoals ooit de studiefinanciering naar Groningen is gebracht en het ABP en het CBS naar Heerlen. ‘Zie je het voor je?’ Ze wijzen op het fiasco van de Marinierskazerne in Vlissingen – de mariniers wilden niet naar Zeeland afreizen.
Zeeland moet volgens hen nog maar afwachten of compensaties veel zoden aan de dijk gaan zetten. Ze zijn ook niet gelukkig met Zeeuws-Vlaanderen als mogelijke vestigingslocatie voor kerncentrales. Ze vertellen dat in het verleden herhaaldelijk denkkracht is gemobiliseerd om na te denken over economische structuurversterking, bijvoorbeeld op het inzetten van de productie van vlas. Een hoogwaardig product dat tal van toepassingen heeft in de transitie naar een meer duurzame economie. ‘Er is veel denkkracht gemobiliseerd, maar geen slagkracht.’ Daarnaast benadrukken ze dat het belangrijk is dat economische structuurversterking – ze wijzen op het toestaan van vervuilende industrie rond Terneuzen en de oprukkende toeristenindustrie - niet ten koste mag gaan van het landschap. Het open landschap en de unieke kuststrook van Zeeuws-Vlaanderen vragen een zorgvuldige afstemming van economische en ecologische belangen. We hoorden het ook in Noardeast-Fryslân: wees zuinig op het landschap.
Zeeuws-Vlaanderen is echt een ander verhaal
21
‘Ik ben een optimist!’ Hebben ze nog vertrouwen in de politiek? ‘Ik ben een optimist!’ zegt een van hen. ‘Ik heb tegen vrienden gezegd, als je zelf niks doet, gebeurt er ook niks! Laat je stem horen, wees actief.’ Ze vertelt over het burgerberaad Zorg Zeeland dat provinciaal is georganiseerd4, en over het burgerberaad in de gemeente Sluis over duurzaamheid. Bij beide initiatieven was ze betrokken. Over beide initiatieven is ze enthousiast (‘Hele positieve ervaring’). Ze vraagt zich wel af wat er met de uitkomsten van het burgerberaad in Sluis over duurzaamheid gedaan wordt, nu een andere coalitie het College vormt. Ook wijst ze op eerdere plannen om grotere zorgcentra te concentreren in een aantal kernen. Wat wordt daarmee gedaan? Opnieuw: veel denkkracht, maar waar is de doe-kracht? Beide vinden ook dat de gemeente Sluis de inwoners beter kan informeren én enthousiasmeren, juist om het potentieel aan maatschappelijk initiatief uit te dagen en aan te spreken. De gemeente maakt in haar informatievoorziening nu veelal gebruik van sociale media, maar volgens de bestuurders worden met deze media ouderen niet goed bereikt. ‘Ja, we zijn actief op facebook, zegt de gemeente, maar veel ouderen en digitaal ongeletterden lezen dat niet.’ Ze vinden dat Sluis een voorbeeld moet nemen aan andere gemeenten die ook via huis-aan-huisbladen inwoners informeren.
[Ter verdediging van de gemeente Sluis: die doet dat ook – het gaat om het Zeeuws-Vlaams Advertentieblad – maar door een gebrek aan bezorgers wordt deze niet meer overal bezorgd. Met name in het buitengebied is er geen bezorging meer]. De grootste grief van één van hen is dat de overheid de inwoners in de steek heeft gelaten waar het woningbouw betreft. Ze doelt hier met name op de Rijksoverheid en provinciale overheid. ‘Ik voel me hier wel in de steek gelaten. We hadden woningbouw moeten krijgen. Want met woningen krijg je meer mensen erbij.’ En dan gaat het vooral om betaalbare woningen, waaronder sociale huurwoningen, voor starters en ouderen. Ook zij horen dat veel jongeren graag in Zeeuws-Vlaanderen willen blijven wonen. ‘Maar waar is een betaalbaar huis te krijgen?’ Ze zien dat in dorpen als Groede woningen te koop staan. ‘Maar daar willen jongeren niet wonen, je hebt twee ton erbij nodig, voordat het echt is opgeknapt.’
De leerlingen van het Zwin College komen uit de hele regio. Op het Zwin leren jongeren uit uiteenlopende stadjes en dorpen elkaar kennen en worden vriendschappen voor het leven gesloten.
4
22
Zie Inwonersakkoord Burgerberaad Zorg Zeeland. Zo organiseren we samen de zorg in Nederland, 3 juni 2023.
Breskens Groede Sluis Oostburg IJzendijke Sas van Gent Zaamslag ‘t Verdronken Land van Saeftinghe Kloosterzande
Scholengemeenschap het Zwin We lunchen met Marieke Jakobsen, strategisch adviseur van de gemeente Terneuzen, op het centrale plein van Oostburg. Het is mooi weer en het is levendig op de terrassen aan het plein. Zij vertelt dat ze haar baan op het Haagse ministerie van Justitie en Veiligheid twee jaar geleden heeft verruild voor deze baan. Zet zij een trend? We wandelen naar het Zwin College Oostburg, een scholengemeenschap die vorig schooljaar zo’n 750 leerlingen telde, maar ruim twaalf jaar geleden nog 1100. Het Zwin vervult een cruciale sociale rol in Zeeuws-Vlaanderen. De school is ontstaan uit fusies van middelbare scholen met verschillende levensbeschouwelijke nominaties om sluiting vanwege leerlingendaling te voorkomen. Ondanks deze fusies ging het Zwin College als enige resterende school voor voortgezet onderwijs in de regio alsnog bijna failliet. Via de eerste tranche van de Regio Deals kwam er een gezamenlijk reddingsplan van de ministeries van OCW en BZK, de provincie Zeeland en drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten ter waarde van 22 miljoen. Plus een bestuurlijke fusie van alle VO-scholen in Zeeuws-Vlaanderen. Desondanks is het behoud van een volledig onderwijscurriculum in de bovenbouw in Oostburg nog altijd geen uitgemaakte zaak of zekerheid. De leerlingen van het Zwin College komen uit de hele regio.
Op het Zwin leren jongeren uit uiteenlopende stadjes en dorpen elkaar kennen en worden vriendschappen voor het leven gesloten. We mogen een 4 havoklas een aantal vragen stellen. De Engelse lerares heeft ons daarvoor ruimte gegeven in haar klaslokaal. Haar familie heeft, vertelt ze ons, de Haagse Schilderswijk
Zeeuws-Vlaanderen is echt een ander verhaal
23
lang geleden verruild voor Zeeuws-Vlaanderen. Zij voelt zich in deze regio thuis als een vis in het water. Ze heeft elders gestudeerd, maar is teruggekeerd om er een gezin te stichten. In korte tijd leren we haar kennen als ambassadeur van deze regio. ‘Kom naar Zeeuws-Vlaanderen!’ houdt ze haar vrienden voor. We hadden gehoord dat sommige leerlingen wel 1,5 uur reistijd nodig hebben om bij school te komen, maar dat blijkt niet per definitie het geval te zijn, tenminste als je met de fiets gaat. De leerling met de meeste reistijd op de fiets is dan vijftig minuten onderweg. Wie de bus pakt, haalt inderdaad de 1,5 uur. De leerlingen weten goed gebruik te maken van the best of both worlds. Voor hen bestaat er geen grens. Het merendeel van de klas komt minstens één keer in de week in België, vooral voor uitgaan (dansles, discotheek) en de winkels. Er blijkt ook een alcohol- en sigarettengrens te bestaan, in de zin dat je in België vanaf je 16e alcohol mag kopen. Ook de tabak is bij de Zuiderburen goedkoper. Die kansen benutten ze. Knokke en Brugge noemen ze als geliefde uitgaansplekken, maar ze komen ook graag in een café in Breskens, waarvan de eigenaar bedreven is in het organiseren van evenementen Ze lachen over onze verbazing dat Groede ‘s avond volledig uitgestorven is.
Leer hun Zeeuws-Vlaanderen kennen! Maar ze waarderen, desgevraagd de rust en de ruimte, precies zoals jongeren in Noardeast-Fryslân ons duidelijk maakten.
Een van hen vertelt dat hij op de bakfiets boodschappen doet voor zijn demente opa en zo nodig voor andere dorpsgenoten.
‘We zijn eraan gewend’ Ja, ze maakten veel gebruik van het openbaar vervoer en dat is nu eenmaal knudde, veel woorden willen ze er niet aan wijden (‘We zijn eraan gewend’). Belangrijk is om snel je rijbewijs te halen, je kan tegenwoordig gelukkig al vanaf 16,5 jaar beginnen met je theorie. Klopt het dat het gebruikelijk is om elkaar te begroeten in Zeeuws-Vlaanderen, vroegen we. ‘Je zegt altijd hallo’, bevestigen ze, behalve tegen toeristen. Maar hoe zie je dan dat iemand een toerist is? De Duitse toeristen zijn goed te herkennen aan hun fietshelm, zeggen de jongeren lachend. Ankie Feldbrugge van het Participatienetwerk Zeeland is met ons meegekomen. Zij verruilde op latere leeftijd Zuid-Holland voor een baan in Zeeuws-Vlaanderen. Nu is ze met pensioen, maar maatschappelijk zeer actief, onder andere als bestuurslid van het dorpshuis in Waterlandkerkje. Zij vraagt door over waar de jongeren nog meer graag komen. Het jongerencentrum Time Out in Oostburg, vlakbij de school, blijken ze links te laten liggen, ook in dorpshuizen komen ze nauwelijks. Waar dan wel? Waar hangen ze rond? Dat werd niet helemaal duidelijk. Ze spreken veel bij elkaar thuis af en in de zomer is er het strandleven. Vooral in het verenigingsleven, in het bijzonder de voetbalclubs, blijken ze veel tijd met elkaar door te brengen. De leerlingen zien hun opa’s en oma’s ouder worden.
Ze zien hun worsteling voor het krijgen van de juiste zorg. Ze
24
Breskens Groede Sluis Oostburg IJzendijke Sas van Gent Zaamslag ‘t Verdronken Land van Saeftinghe Kloosterzande
Winkelgebied in Oostburg (op de achtergrond het gemeentehuis van Sluis)
weten dat er weinig plekken in verzorgingshuizen zijn en dat zorgpersoneel schaars is. Een van hen vertelt dat hij op de bakfiets boodschappen doet voor zijn demente opa en zo nodig voor andere dorpsgenoten. Ook zijn ze zich bewust van de kwetsbaarheid van het verenigingsleven door de vergrijzing, te weinig jonge mensen willen zich daarvoor inzetten, vertelt één van de leerlingen aan ons. Zien ze voor zichzelf dan een toekomst in Zeeuws-Vlaanderen? Een lastige vraag als je 16 jaar bent, maar na aarzeling gaf toch meer dan de helft aan dit een aantrekkelijk vooruitzicht te vinden. Eén leerling gaf aan een eigen onderneming te willen beginnen, een ander zag een baan bij de marechaussee (douane) in Vlissingen wel zitten, voor de andere leerlingen was het nog een vraagteken. Maar een toekomst in Zeeuws-Vlaanderen? Zeker! Wat zou daarbij helpen, vragen we nog op de valkreep, voordat de bel ons gesprek afkapt. Beter, betaalbaarder en frequenter rijdend openbaar vervoer, zeggen ze, en geen tolheffing meer. En ja, de Breda-bus mag zeker terugkomen.
Zeeuws-Vlaanderen is echt een ander verhaal
25
Volgende halte IJzendijke In 2024 werden verschillende teams van Voetbalvereniging IJzendijke kampioen
26
Breskens Groede Sluis Oostburg IJzendijke Sas van Gent Zaamslag ‘t Verdronken Land van Saeftinghe Kloosterzande
Chinees restaurant annex snackbar van IJzendijke Ankie rijdt ons vervolgens naar IJzendijke (2.338 inwoners5), daar staat een gesprek met leden van de gelijknamige voetbalclub op het programma. Ankie vertelt in de auto over haar eigen ervaringen als nieuwkomer met ‘inburgering’ in Zeeuws-Vlaanderen. Ze bevestigt wat we eerder hoorden: dat dit niet altijd eenvoudig is. Dorpsgemeenschappen kunnen zowel insluitend als uitsluitend zijn. Omdat het programma enige speling heeft, drinken we iets op het marktplein van IJzendijke in de enige open horecagelegenheid: een Chinees restaurant annex snackbar. Voor de rest is alles dicht en uitgestorven. Het biedt ons ook de kans om aan het marktplein gelegen museum Het Bolwerk te bezoeken. Het museum brengt de rijke geschiedenis van de streek in beeld en laat zien hoe men zich hier door de eeuwen heen tegen vijanden heeft verdedigd. Veel aandacht is er voor De Tachtigjarige Oorlog met zijn forten, schansen en versterkte steden (Staats-Spaanse Linies) en de bunkers van de Tweede Wereldoorlog. Ze zijn nog overal te zien.
‘De bus blijft absoluut noodzakelijk’ Van het museum wandelen we naar de voetbalclub, waarvan de velden schitteren in de najaarszon. Er is een hartelijk ontvangst door vier bestuursleden van VV IJzendijke, waaronder de voorzitter. Trots laat hij ons de accommodatie zien en wijst op en recente aanwinst: een robot die buiten het gras maait. Jeroen brengt pizza’s. Na de maaltijd praten we in de kantine verder. VV IJzendijke kent een lange geschiedenis sinds de oprichting in 1918. De jeugdteams voetballen door een samenwerking met SV Oostburg tegenwoordig onder de naam SJO WZV United (West Zeeuws Vlaanderen United). Ook voetbalclubs hebben net als scholen samenwerkingsconstructies nodig om overeind te blijven. In het gesprek komen de achilleshielen van Zeeuws-Vlaanderen opnieuw voorbij, waaronder het openbaar vervoer. Beeldend beschrijft één van de bestuursleden hoe inwoners zelf het openbaar vervoer ondermijnen door hun kinderen zelf met de auto naar school te rijden. ‘Nu rijdt er een bijna lege bus voorbij en een sliert auto’s met moeders erachter die hun kinderen met de auto naar school brengen.‘ Ouders gaan zelf rijden omdat de kosten van de bus hoog zijn, voor gezinnen met meerdere schoolgaande kinderen is de bus niet te betalen.
Maak de bus betaalbaar is hun hartenkreet (‘De bus blijft absoluut noodzakelijk’) en laat de bus door ieder dorp rijden en niet slechts – zoals nu – langs de dorpsranden.
‘Het betekent hoogwaardige werkgelegenheid’ De bestuursleden van de voetbalclub wijzen op de noodzaak van woningbouw, vooral voor jonge mensen, maar ook voor ouderen. Ze zijn ervan overtuigd dat de nu wegtrekkende theoretisch opgeleide jeugd te binden is aan Zeeuws-Vlaanderen als de juiste betaalbare woningen gebouwd worden én voorzieningen op orde zijn. Ze vertellen dat twaalf jongeren zich onlangs hadden ingeschreven voor een woning, maar slechts eentje geholpen kon worden (‘De an-
5 Per 1 januari 2024.
Zeeuws-Vlaanderen is echt een ander verhaal
27
Kantine VV IJzendijke
dere elf zijn elders een woning gaan zoeken’). Wat is er zo aantrekkelijk aan IJzendijke? ‘De weidsheid. Mijn kinderen gaan naar buiten om te spelen en dan zien we ze weer terug om vijf uur als we gaan eten. Ze kunnen slootjespringen in de modder. Dat is een van de belangrijke redenen voor mij om hier te wonen.’ Toch wijzen ze ook op het belang van economie voor Zeeuws-Vlaanderen en juichen daarom de mogelijke komst van kerncentrales toe. ‘Het betekent hoogwaardige werkgelegenheid.’ Ze hopen voorts dat milieueisen niet zo opgeschroefd worden dat het tot het vertrek van bestaande industriële bedrijvigheid leidt. Een mooi landschap is belangrijk, maar economie ook.
Met alleen mensen uit België schieten we niets op. De bestuursleden zijn kritisch over Cadzand-Bad, het chique vakantiedorp, dat ‘voor de lokale bevolking niets te bieden heeft.’ Ze kijken ook kritisch naar de Belgen die in IJzendijke komen wonen. ‘De Belgen die hier komen, doen niks voor de gemeenschapszin, die zijn niet betrokken bij het IJzendijkse leven. Met alleen mensen uit België schieten we niets op.’ De bestuursleden typeren IJzendijke als een hechte gemeenschap, met een bruisend verenigingsleven, waar jong en oud zich met elkaar verbonden voelen (‘Iedereen groet elkaar’) veel wordt georganiseerd (‘Iedere maand is er wel wat te doen’), en er naar elkaar wordt omgekeken. ‘Het maakt niet
28
Breskens Groede Sluis Oostburg IJzendijke Sas van Gent Zaamslag ‘t Verdronken Land van Saeftinghe Kloosterzande
uit waar ik mee zit, er is altijd wel iemand die mij erbij kan helpen.’ Het is een patroon in onze tweedaagse. Sommige gesprekspartners maken relativerende opmerkingen over de kracht van de aanwezige gemeenschapszin, andere halen deze juist naar voren, zoals de leden van de voetbalclub. Binnen de voetbalclub zien ze geen verschillen tussen inwoners met een katholieke of protestantse signatuur (‘Wij hebben geen geloofsovertuiging’). De enige kerk die nog open is in IJzendijke wordt zowel door katholieken als protestanten gebruikt. Laat basisscholen met verschillende religieuze denominaties fuseren om als basisschool te overleven, is hun boodschap (op veel plekken gebeurt dit al). Eén van de bestuursleden zegt bewust haar kinderen naar de basisschool in het dorp te brengen, en niet naar een basisschool in België. ‘Je holt zelf je eigen onderwijs uit als je je kinderen naar België naar school brengt.’ Ze kent de financiële voordelen van het gebruik van voorzieningen in België. Ze geeft als voorbeeld muziekles. De kosten in België zijn een fractie van die in de eigen gemeente. Op de eigen muziekschool werd ze getipt over het goedkope aanbod in België. ‘Je bent een dief van je eigen portemonnee als je het niet doet’.
Den Haag snapt niet wat hier speelt’, is hun oordeel. Hebben ze vertrouwen in de overheid? Den Haag staat heel ver van hun vandaan. ‘Den Haag snapt niet wat hier speelt’, is hun oordeel. De provincie zien ze als een nutteloze laag die weinig toevoegt en bouwplannen van de gemeente Sluis tegenhoudt, bijvoorbeeld voor jongeren. En zonder jeugd geen toekomst. ‘Wat voegt de provincie toe? Ik zit altijd in het stembureau, mensen weten niet wat de provincie doet, er is totaal geen informatie over wat ze doen.’ Over de gemeente en het College oordelen ze positiever. De burgemeester zit bij de fietsclub, sommige ambtenaren wonen in IJzendijke. Ze zijn als leden van de gemeenschap benaderbaar en aanspreekbaar. Maar de contacten met het gemeentehuis zijn stroever – het is lastig afspraken maken (‘Dan is die ene ambtenaar net niet aanwezig bijvoorbeeld’). Ook hebben ze vragen over de capaciteit van de gemeente. Zeker in het hoogseizoen als het inwonertal enorm stijgt met de komst van de vele toeristen is er volgens hen een gebrek aan capaciteit. ‘Qua ambtelijke organisatie zijn we hier onvoldoende op toegerust. We hebben voor die schaal niet een passend aantal beleidsmakers, handhavers et cetera.’ Hoe zit het met contact met de gemeenteraad? Ook dat kan beter, is hun oordeel. Ze vinden dat de verschillende dorpen niet altijd even goed vertegenwoordigd zijn in de raad.
Eén van hen: ‘Ik vind dat we weinig contact met hen hebben.’ Wat is er nodig om als inwoners meer vertrouwen in de overheid te krijgen, zowel de nationale als lokale overheid, vragen we. De bestuursleden zouden het goed vinden als gemeenteraadsleden vaker bijeenkomsten zouden organiseren. Komt langs in de dorpen om te vertellen over het verkiezingsprogramma en ga het gesprek aan. Houd je aan je beloftes: zorg dat als je iets toezegt het ook doet. En ze hebben ook concrete ideeën: verleng ieder dorp met een straatje om meer woningen beschikbaar te maken en zorg dat er betaalbare woningen komen voor de jeugd.
Zeeuws-Vlaanderen is echt een ander verhaal
29
Volgende halte Sas van Gent Industrieel Museum Zeeland is gevestigd in de monumentale suikerloods in Sas van Gent
30
Breskens Groede Sluis Oostburg IJzendijke Sas van Gent Zaamslag ‘t Verdronken Land van Saeftinghe Kloosterzande
De carnavalscultuur van Sas van Gent Na afscheid te hebben genomen van de voetbalclub, komen we in de schemer aan in industriestadje Sas van Gent (3.555 inwoners6). Het décor is dan volledig gewijzigd. In plaats van akkers, bomenrijen aan verre horizonnen, zijn we ineens omringd door fabrieken en rokende schoorstenen. We rijden langs het Industrieel Museum Zeeland, gehuisvest in de voormalige suikerloods van de eerste Coöperatieve Suikerfabriek. Het NRC Handelsblad wijdde er onlangs een artikel aan.7 Het museum bestaat bij de gratie van de tomeloze inzet van vrijwilligers. We zijn te gast bij een andere vorm van maatschappelijk initiatief dat in het DNA van dit grensstadje zit: de carnavalscultuur. We hebben met vier bestuursleden van de Carnavalsvereniging Sas van Gent afgesproken in café Reseda. Ook de biljartclub is in de uitspanning neergestreken en speelt fanatiek op de vele biljarttafels. We stuiten eindelijk op drukte en reuring, tot nu toe hadden we door een verstild Zeeuws-Vlaanderen getoerd. Het bestuur leidt ons naar een vergaderruimte waar de wanden gevuld zijn met foto’s van voormalige Prinsen Carnaval. De unieke carnavalscultuur komt voor ons tot leven. In Sas van Gent woon je omdat je werkt in de industrie, vertellen ze ons, níet voor de weidse natuur. Die vind je elders. Ze staan stil bij een aantal ontwikkelingen dat ons eerder is voorgehouden.
De komst van steeds meer Belgen, omdat de woningen aan deze kant van de grens goedkoper zijn, maar ook de aanwezigheid van steeds meer arbeidsmigranten. Hoewel ze bijna boven op de grens wonen, ligt hun oriëntatie toch bij Nederland. Daarin verschillen ze met de ondernemers van Sluis, dat andere grensstadje.
Versterken regionale economie In het versterken en vernieuwen van de regionale economie zou de sleutel voor het toekomstig bestendig maken van Zeeuws-Vlaanderen liggen, hoorden we tijdens onze rondgang. Door zowel praktisch opgeleiden, theoretisch opgeleide inwoners en jonge gezinnen vast te houden én aan te trekken, zou de woningmarkt en de sociale infrastructuur versterkt kunnen worden (zorg, onderwijs, welzijn, openbaar vervoer). Mogelijk zou de komst van Rijksdiensten naar Zeeuws-Vlaanderen, een dependance van de Erasmus Universiteit Rotterdam of nieuwe industrie (de komst van een nieuwe generatie kerncentrales?) daarvoor kunnen zorgen. Ook de online economie biedt kansen. Wonen in Zeeuws-Vlaanderen, online in contact met cliënten en een elders gevestigd hoofdkantoor. Vele commissies hebben in het verleden op de belangrijke economische motoren van Zeeuws-Vlaanderen gewezen, bijvoorbeeld de Commissie Structuurversterking en Werkgelegenheid Zeeland (‘Commissie-Balkenende’) in 2016 met het advies >>
6
Per 1 januari 2024
7
Gretha Parma (2024). ‘In het museum van Sas van Gent zie je machines aan het werk’. In: NRC Handelsblad van 17 september 2024.
Zeeuws-Vlaanderen is echt een ander verhaal
31
Industriepark Dow Chemical
Café Reseda, thuisbasis van Carnavalsvereniging Sas van Gent
32
Breskens Groede Sluis Oostburg IJzendijke Sas van Gent Zaamslag ‘t Verdronken Land van Saeftinghe Kloosterzande
Zeeland in stroomversnelling. Of zie Zeeland. De kracht van kustregio’s (2014) van Gert-Jan Hosper, bijzonder hoogleraar bij de afdeling Geografie, Planologie en Milieu van de Radboud Universiteit. Op een aantal motoren wordt steeds gewezen: de (1) chemische sector met wereldspelers als DOW Chemical en Yara, Cargill in Sas van Gent, (2) innovatieve duurzame landbouw, visserij en energieopwekking, (3) hoogwaardig kusttoerisme, gastronomie en horeca of breder de vrijetijdsector, (4) innovatieve zorgexperimenten, (5) nauwere samenwerking tussen de haven van Terneuzen met die van Antwerpen, Gent en Rotterdam. De economie van Zeeuws-Vlaanderen leunt verhoudingsgewijs sterk op mbo’ers. Platform31 heeft daar verschillende rapporten aan gewijd.8 Scalda in Terneuzen biedt innovatief mbo-onderwijs aan - maar de tendens is dat opleidingsniveaus omhoog gaan, met name de transitie naar een biobased economy vraagt in toenemende mate om hoger opgeleiden. Kansen liggen er voor innovatieve start-ups. Cruciaal: houd rekening met tweeverdieners. Zowel de ene als de andere partner wil een bevredigende baan. Als Zeeuws-Vlaanderen hoogwaardige banen voor partners zou kunnen bieden, zou dat een enorme troefkaart zijn voor het binden van high potentials en hun gezinnen aan deze regio.
De carnavalscultuur is nauw verboden met een kroegcultuur en heeft in die zin ook een belangrijke economische betekenis.
‘Als het sociale oog van het dorp’ Grote zorg van de bestuursleden, ook daarin sluiten ze aan bij veel van onze gesprekspartners, is het verdwijnen van voorzieningen. Ze prijzen zich gelukkig met de aanwezigheid van een multifunctioneel centrum en een basisschool, maar zien het ziekenhuis van Terneuzen en het openbaar vervoer steeds verder uitgekleed worden, hun winkelstraat is in rook opgaan, en heel cruciaal voor hen: het verdwijnen van kroegen. De carnavalscultuur is nauw verboden met een kroegcultuur en heeft in die zin ook een belangrijke economische betekenis. Zo vrezen ze ook
8 Uyterlinde, M. e.a. (2017), Toekomst voor mbo-jongeren in dunbevolkte gebieden. Den Haag, Platform31. Uyterlinde, M. e.a.(2018), Lerend werken en werkend leren. Innovaties in het mbo in dunbevolkte gebieden. Den Haag, Platform31 Dorenbos, Ruud en Radboud Engbersen (2018), Start-ups aan de randen van het land. Divers, creatief en veelbelovend. Den Haag, Platform31.
Zeeuws-Vlaanderen is echt een ander verhaal
33
het voorbestaan van de kroeg waar we nu zitten. Als de huidige eigenaar stopt, staat er dan wel een nieuwe opvolger klaar? Is die te vinden? Het is de carnavalscultuur die in belangrijke mate voor het sociale cement van Sas van Gent zorgt en het sociale leven structureert. De carnavalsvereniging fungeert ‘als het sociale oog van het dorp’. ‘We vragen dorpsbewoners of ze iemand kennen die ziek of eenzaam is of niet lekker in z’n vel zit. We gaan bij hen langs op de vrijdag voor carnaval om ze een hart onder de riem te steken. Het is een soort traditie, we bezoeken dan ook inwoners van Sas van Gent in het ziekenhuis van Terneuzen.’ De carnavalsvereniging fungeert ook als bindmiddel tussen verschillende verenigingen, zo lopen de lokale muziekverenigingen altijd mee in de carnavalsoptocht. Samenwerking is ook nodig om verenigingen in stand te houden (‘Het voortbestaan van veel verenigingen staat onder druk’). De bestuursleden geven aan dat het lastig is om nieuwe, jonge vrijwilligers te vinden voor bestuurstaken. Jongere generaties vieren graag carnaval, maar voor organisatorische taken deinzen ze terug.
‘Je mag al blij zijn als je een mens aan de telefoon krijgt en geen bandje’ Ook de veranderende bevolkingssamenstelling – meer Belgen, meer arbeidsmigranten – zorgt ervoor dat deze cultuur dreigt te verzwakken. Gaan deze groepen inwoners daaraan meedoen, gaan arbeidsmigranten zich blijvend in Sas van Gent vestigen? Ze vertellen dat ‘hun’ verkeersregelaars, ontstaan uit de eigen carnavalscultuur, ook in Brabant en verder ingezet worden bij Carnavalsoptochten. Ze zijn er uitermate trots op. Het gemeenschapsleven is de grote kracht van Sas van Gent. Níet het landschap, níet historische monumenten (of het moet het industrieel erfgoed zijn), maar het samen dingen doen. ‘De charme hier is het verenigingsleven. Mensen kijken naar elkaar om, helpen elkaar. De echte Sassenaar zal altijd helpen.’ Hun relatie met de gemeente Terneuzen is goed waar het gaat om zaken rond carnaval, al is de relatie afstandelijker dan toen Sas van Gent nog een zelfstandige gemeente was. Ze nemen waar dat de gemeente contact zoekt met inwoners van Sas van Gent, bijvoorbeeld door openbare bijeenkomsten te organiseren waar inwoners geïnformeerd worden en de kans krijgen hun mening en visie te geven, maar de afstand is voor veel inwoners een te grote drempel om daarnaartoe te gaan. Ze vinden – we hoorden het al eerder – dat de gemeente met een bereikbaarheidsprobleem kampt.
‘Je mag al blij zijn als je een mens aan de telefoon krijgt en geen bandje. Als je niet weet waar je moet zijn, dan ga je van het kastje naar de muur.’ Over het aantrekken van theoretisch opgeleiden zijn ze sceptisch. Ze zien bijvoorbeeld dat expats zich maar voor korte tijd laten binden en dan weer vertrekken. Volgens hen is de uitdaging om de huidige (jeugdige) theoretisch opgeleiden vast te houden. Onder andere daarom verwelkomen ze de mogelijke komst van kerncentrales. Ze vinden het een vorm van schone energie die economische kansen biedt voor Zeeuws-Vlaanderen.
34
Breskens Groede Sluis Oostburg IJzendijke Sas van Gent Zaamslag ‘t Verdronken Land van Saeftinghe Kloosterzande
Volgende halte Zaamslag Hofleverancier Johan van Westen, derde generatie Van Westens
Het gemeentehuis van de gemeente Sluis – zie de klokkentoren op de achtergrond - staat in Oostburg
Zeeuws-Vlaanderen is echt een ander verhaal
35
Ondernemerszin in Zaamslag Na het gesprek met de carnavalsvereniging zoeken we ons hotel op in het centrum van Sas van Gent, het was een dag van misschien wel te veel indrukken. Er zijn veel zorgen met ons gedeeld, maar we zijn ook onder de indruk geraakt van de actieve inwoners en ondernemers die we gesproken hebben. Ook de tweede dag begint met een gesprek met ondernemers, nu in Zaamslag, een dorp van 2715 inwoners, deel uitmakend van de gemeente Terneuzen. In Van Westen Mannenmode spreken we drie leden van Zaamslag Vooruit (ZAVO), de oudste ondernemersvereniging van Zeeuws-Vlaanderen, opgericht in 1948. Aan een lange tafel in Van Westen Mannenmode spreken we de eigenaar, maar ook een bakker en een makelaar. Van Westen Mannenmode is een familiebedrijf en draagt sinds 2023 de titel Hofleverancier, het bedrijf is in 1923 opgericht. Zaamslag is een dorp met ondernemerszin, horen we, en ook dat de protestante kerk nog steeds een belangrijke maatschappelijke rol vervult in de sociale structuur van het dorp.