2025-05-21 - Bijlage 3 Ruimt. onderbouwing Koewacht, Wouterij 7 tm 29 (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Behoort bij brief d.d. 25
januari 2021
met zaaknummer:
4853
Tabel 1
—
Woningen waarin verblijfplaatsen van vleermuizen zijn aangetroffen Aantal verblijfplaatsen
[Adres _______[ Wouterij 7 in Koewacht
| 1 Zomerverblijfplaats
Ankerhof 25 in
1 Zomerverblijfplaats
Philippine 12. Het ongeschikt maken vindt plaats op manieren: Het maken
e
van
tochtgaten;
een
(of een combinatie) van de volgende
vleermuizen
houden
niet van tocht
en
zullen zo
makkelijker naar de alternatieve verblijfplaatsen uitwijken. De
beste manier om een tochtgat te maken is door over de volledige hoogte van de muur of verdieping de hoeken van de te slopen woningen te verwijderen. Hierdoor ontstaat er in de spouw een flinke tocht en kan het licht diep in de spouw doordringen. De ecologisch deskundige beoordeelt de manier waarop hier invulling aan wordt gegeven en legt zijn bevindingen vast in het logboek; Het handmatig verwijderen van bijvoorbeeld gevelbeplanting, (kant)dakpannen, zonneschermen, loodslabben, en houten dakgoten; Gebruik maken van zogenaamde “exclusion flaps” waardoor gewone dwergvleermuizen wel kunnen uitvliegen maar niet opnieuw naar binnen kunnen vliegen. Controle door de ecologisch deskundige op het naar behoren functioneren van de “exclusion flaps” is nodig gedurende de periode dat de flap aanwezig is. Wanneer dit niet het geval is, worden maatregelen genomen om te zorgen dat deze “exclusion flaps” naar behoren gaan functioneren, of er moeten in overleg met de ecologisch deskundige andere maatregelen worden uitgevoerd om de vleermuizen te verjagen. De bevindingen van deze controle en eventuele aanpassingen worden vastgelegd in het logboek;
e
e
Controle 13. Twee
dagen voor aanvang van de sloop controleert de ecologisch deskundige of de maatregelen succesvol zijn geweest. Dit is het geval als de gewone dwergvleermuis de bebouwing logboek.
14.
Indien
heeft
verlaten. De
bij de controle,
ecologisch deskundige legt zijn bevindingen
vast in het
zoals bedoeld
in voorschrift 13, blijkt dat gewone steeds worden aangetroffen, worden opnieuw maatregelen, als dwergvleermuizen nog bedoeld in voorschrift 12 getroffen. De werkzaamheden worden uitgesteld totdat blijkt
dat de woningen verlaten zijn door de beschermde soorten. De wijze waarop wordt gegeven aan dit voorschrift wordt vastgelegd in het logboek.
uitvoering
15. Het slopen
van de woningen, waarin verblijfplaatsen van beschermde soorten zijn aangetroffen, mag minimaal vijf dagen nadat de woning ongeschikt gemaakt is én nadat de ecologisch deskundige ter plaatse heeft geconstateerd dat er geen beschermde soorten meer aanwezig zijn (en dit heeft vastgelegd in het logboek), worden opgestart.
16. Indien tijdens de werkzaamheden toch gewone dwergvleermuizen of andere beschermde soorten worden aangetroffen, worden de werkzaamheden ter plaatste
stopgezet en
wordt contact opgenomen
kan via het e-mailadres: Gebruik
van de
17. Na
met het
bevoegd
gezag,
Provincie Zeeland. Dit
(geanonimiseerd) me zeeland.nl.
ontheffing nadat de ingreep is uitgevoerd
afloop van de werkzaamheden
worden alle ten behoeve van de werkzaamheden en het afval afgevoerd.
gebruikte en/of vrijgekomen materialen
18. Uiterlijk twee dagen nadat alle afzonderlijke benodigde werkzaamheden zijn afgerond (voorschrift 1) wordt dit gemeld op het hierboven genoemde e-mailadres. Het bijgehouden logboek wordt ook opgestuurd via bovenstaand emailadres. Beide onder vermelding van het kenmerk van de ontheffing. Behoort
bij brief d.d. 25 januari 2021
met zaaknummer: 4853
6
Onderhoud 19. De
voorzieningen (als bedoeld
in voorschrift
5) die door de gewone dwergvleermuis
in
gebruik worden genomen als verblijfplaats, moeten ook na het aflopen van de ontheffing blijven hangen. Deze worden eens per jaar gecontroleerd en gerepareerd als dat nodig is.
Belangrijk hierbij
is dat deze reparatie en controle plaatsvinden in de periode november tot en met 1 maart daaropvolgend. De alternatieve verblijfplaatsen worden tevens schoongemaakt als vleermuizen niet aanwezig zijn. Hierbij dient aandacht te zijn voor de stabiliteit van de vleermuiskast. De manier waarop hier invulling aan wordt 1
gegeven,
vastlegt
is ter beoordeling in het logboek.
van
een
ecologisch deskundige
en
deze
werkwijze
wordt
Monitoring 20. Het gebruik van de alternatieve verblijfplaatsen door de gewone dwergvleermuis moet worden gemonitord tot en met drie jaar na de aanvang van de ingreep in een voor de betrokken soort geschikte periode. « Het gebruik van de alternatieve zomerverblijfplaatsen door de gewone dwergvleermuis moet worden gemonitord in de periode 1 april tot en met 31 oktober daaropvolgend. Een
ecologisch deskundige
moet deze
monitoring
uitvoeren. De resultaten moeten
worden
vastgelegd, waarbij wordt aangegeven wie deze monitoring heeft uitgevoerd, wat de gebruikte methode is, wanneer de monitoring heeft plaatsgevonden en hoe de weerscondities waren op dat moment. Ook moet worden vermeld welk type verblijfplaats het betreft en wat de
afmetingen zijn van de gebruikte voorziening.
per soort en per locatie weergeven.
welke functies de gewone alternatieve verblijfplaatsen. voor
Tevens moet
duidelijk worden
De resultaten worden
welke aantallen én
dwergvleermuis gebruik maakt van de zelfstandige
Deze
resultaten worden jaarlijks, voor 31 december, aangeleverd aan RUD-Zeeland. Dit kan via het e-mailadres: (geanonimiseerd) rud-zeeland.nl. Vermeld hierbij altijd het kenmerk van de ontheffing.
Behoort bij brief d.d. 25 januari 2021 met zaaknummer: 4853
7
2.
OVERWEGINGEN
A.
Weergave
van
de feiten
Al. Ontheffingsaanvraag U heeft namens Woongoed Zeeuws-Vlaanderen een aanvraag ingediend voor een ontheffing van de verboden als bedoeld in artikel 3. 5 lid 2 en lid 4 Wnb om de gewone dwergvleermuis opzettelijk te verstoren en om twee zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis te beschadigen of te vernielen. ,
,
De verbodsbepalingen worden overtreden door de hierna genoemde ingreep het weghalen van beplanting uit achtertuinen en het slopen van twaalf woningen aan de Wouterij 7-29 in Koewacht. Het weghalen van beplanting uit achtertuinen en het slopen van veertien woningen aan de Ankerhof 17 - 43 in Philippine. ,
De woningen gelegen aan de Wouterij 7 - 29 in Koewacht worden volgens de planning gesloopt in maart 2021. De woningen gelegen aan de Ankerhof 17 - 43 in Philippine worden volgens de planning gesloopt in de periode september tot en met oktober 2021. De vrijgekomen ruimte zal worden gebruikt voor het realiseren van nieuwbouw. De ingreep wordt uitgebreider beschreven in ‘Onderzoek aanwezigheid beschermde soorten sloop woningen projecten Koewacht en Philippine” en “Vragen na indiening Wouterij Koewacht en Ankerhof Philippine” 17 december 2020. De aanvraag is geregistreerd onder zaaknummer ZK20000266. Later is dit gewijzigd in zaaknummer 4853. In verband met het ontbreken van gegevens hebben wij u op 7 december 2020 in de gelegenheid gesteld om tot en met 23 december 2020 de aanvraag aan te vullen. Wij hebben de aanvullende gegevens ontvangen op 17 december 2020. De termijn voor het nemen van het besluit is opgeschort vanaf 7 december 2020 tot de dag de aanvraag is aangevuld. De-aanvraag is op 17 december 2020 verder in behandeling genomen. waarop
A2. Noodzaak voor ontheffing Uit de aanvraag blijkt dat u voornemens bent om in strijd met van artikel 3. 5 lid 2 en lid 4 Wnb om de gewone dwergvleermuis opzettelijk te verstoren en om twee zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis te beschadigen ofte vernielen. Voor antwoord op de vraag of op grond van de Wnb een ontheffing verleend kan worden wordt gekeken of voldaan is aan de eisen zoals deze in de wet zijn gesteld; 1.
,
Voor soorten van bijlage IV onderdeel a bij de Habitatrichtlijn (HR) en bijlage I en II bij het Verdrag van Bonn en Bern (gewone dwergvleermuis) met uitzondering van vogels betreft dit artikel 3. 8 lid 5 Wnb wanneer het een ontheffing betreft van verboden als bedoeld in artikel 3. 5 Wnb. ,
,
Gedeputeerde Staten (hierna: GS) verlenen alleen een ontheffing als bedoeld in artikel 3. 8 Wnb wanneer voldaan is aan de bij wet voorgeschreven voorwaarden: 1. 2.
Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; Zij is nodig; in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang • van de instandhouding van de natuurlijke habitats; • ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen veehouderijen bossen visgronden wateren of andere vormen van eigendom; • in het belang van de volksgezondheid de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; ,
,
,
,
,
,
Behoort bij brief d. d. 25 januari 2021 met zaaknummer 4853
,
onderzoek en onderwijs repopulatie of herintroductie van deze soorten of de daartoe benodigde kweek met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten of • om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. •
voor voor
,
,
,
,
,
,
3.
Naast de bij wet voorgeschreven voorwaarden provinciaal beleid.
mag
de ingreep niet in strijd zijn met het
GS verlenen voor de ingreep alleen een ontheffing wanneer uit het aanvraagformulier en de daarbij behorende stukken de zekerheid is verkregen dat de ingreep voldoet aan de voorwaarden waarop een ontheffing kan worden verleend. ,
Naar ons oordeel bevat uw ontheffingsaanvraag en de daarbij gevoegde stukken op detail aangevuld met kennis en expertise die binnen de Provincie Zeeland beschikbaar is de benodigde objectieve informatie om de voorgenomen ingreep te kunnen beoordelen. ,
,
,
A3. Bevoegd gezag GS van de provincie waarin de aangevraagde handeling plaatsvindt zijn op grond van artikel 1. 3 lid 1 Wnb het bevoegde gezag om op de onthefTingsaanvraag te besluiten. De handelingen vinden geheel binnen de grenzen van de provincie Zeeland plaats. GS van Zeeland zijn daarom bevoegd om op uw aanvraag een besluit te nemen. Er vinden geen handelingen plaats buiten de grenzen van de provincie Zeeland waardoor instemming van GS van andere Provincies niet aan de orde is. De aangevraagde handelingen hebben geen nadelige gevolgen voor vogels dieren of planten van soorten die zich bevinden in een andere provincie waardoor instemming van GS van andere Provincies niet aan de orde is. ,
,
,
,
,
A4. Procedure De ontheffingenprocedure is uitgevoerd in overeenstemming met artikel 5. 1 Wnb. Op uw aanvraag is de reguliere procedure uit hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Van het besluit tot het verlenen van een ontheffing zal mededeling worden gedaan op de website van de provincie Zeeland: • https://www. zeeland. nl/publicaties-en-bekendmakingen/wet-natuurbeschermingoverzicht-reguliere-besluiten Tegen dit besluit staat bezwaar open zoals onder “Rechtsmiddelen " is aangegeven. B.
Toetsing
B1. Toetsingskader Voor iedere ingreep die niet is vrijgesteld van de noodzaak voor ontheffing moet het bevoegd gezag ,
,
beoordelen of ontheffing kan worden verleend van de verbodsbepalingen op grond van artikel 3. 1 t/m 3. 10 Wnb. Uw ontheffingsaanvraag betreft een aanvraag in het kader van artikel 3. 5 lid 2 en lid 4 Wnb. GS verlenen alleen een ontheffing als de in artikel 3. 8 Wnb genoemde voonwaarden is voldaan. ,
Behoort bij brief d. d. 25 januari 2021 met zaaknummer 4853
B2.
Beoordeling van het wettelIJk kader Uit de aanvraag blijkt dat u voornemens bent om in strijd met artikel 3. 5 lid 2 en lid 4 Wnb om de gewone dwergvleermuis opzettelijk te verstoren en om twee zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis te beschadigen of vernielen. Dit maakt dat beoordeeld moet worden of voldoende is aangetoond dat:
1. er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is; 2. er een wettelijk belang is op grond waarvan ontheffing kan worden verleend; 3. de aangevraagde ingreep geen afbreuk doet aan het streven de populaties van de
gewone dwergvleermuis in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van
instandhouding te laten voortbestaan;
1) Andere bevredigende oplossingen Voor alle wettelijk beschermde soorten geldt dat aangetoond moet worden dat er geen andere bevredigende oplossing (alternatief) is voor de door uw cliënt geplande ingreep minder schade oplevert voor de gewone dwergvleermuis. ,
,
die
I.
Locatie Het slopen van de woningen is plaatsgebonden; de huidige woningen zullen worden gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw. Bovendien gaat op basis van de ladder voor duurzame verstedelijking een inbreidingslocatie in principe voor een uitbreidingslocatie. Er is dus geen betere locatie voorhanden om de voorgenomen ingreep uit te voeren.
II.
Niets doen De woningen voldoen niet meer aan de eisen van de huidige tijd op het gebied van energie leefcomfort en grootte. Het niet uitvoeren van de ingreep is geen optie omdat het niet slopen van de woningen betekent dat de klimaatdoelstellingen niet gehaald zullen worden vanwege het hoge energiegebruik van de woningen. De woningen zijn sterk verouderd en de draagconstructies van de daken zijn onvoldoende. De woningen zijn in zo’n slechte staat dat deze op den duur ook niet meer geschikt zijn voor beschermde soorten. Hierdoor is niets doen ecologisch gezien geen beter alternatief in voorliggende situatie. ,
,
III.
Werkwijze
Een mogelijk alternatief is om de woningen te renoveren. De te slopen woningen in Philippine en Koewacht zijn in dusdanig slechte staat dat het met renovatie kostentechnisch niet haalbaar is om de woningen klimaatneutraal te maken. Naast de hoge kosten blijven het oude woningen , die ook mét energetische maatregelen een zeer gedateerde binnenkant blijven behouden. Deze woningen zijn daardoor moeilijk verhuurbaar.
Ook ecologisch gezien is het renoveren van de woningen geen betere optie in voorliggende situatie. Bij renovatie zullen de aangetroffen verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis
eveneens verloren gaan als gevolg van bijvoorbeeld dak- en muurisolatie. In dat geval zullen
ook alternatieve verblijfplaatsen aangeboden moeten worden.
Aan de ontheffing zijn voorschriften verbonden waarin maatregelen zijn opgenomen om te voorkomen dat er bij de voorgenomen ingreep gewone dwergvleermuizen worden gedood. Verder wordt ervoor gezorgd dat in de uiteindelijke situatie en in de periode tussen de oude en nieuwe situatie altijd voldoende alternatieve verblijfplaatsen voor de gewone dwergvleermuis aanwezig zijn. ,
Behoort bij brief d. d. 25 januari 2021 met zaaknummer 4853
Uit bovenstaande wordt duidelijk dat sloop en nieuwbouw voor het behalen van de klimaatdoelstelling het ecologisch best mogelijk alternatief is in voorliggende situatie. 2)
Wettelijk belang: In het belang van de volksgezondheid , de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang , met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten.
De te slopen woningen in Koewacht en Philippine voldoen niet meer aan de eisen van de tijd. Ze zijn verouderd en niet energiezuinig. In 2050 moeten woningen C02-neutraal zijn en er zijn mijlpalen omschreven die eisen stellen aan energieverbruik (Bron: SER 2013). Het verminderen van energiegebruik in woningen is hierin een belangrijke stap. ,
,
Woongoed Zeeuws-Vlaanderen is daarom voornemens om de verouderde huurwoningen aan de Wouterij 7 tot en met 29 in Koewacht en de woningen gelegen aan de Ankerhof 17 tot en met 43 in Philippine te slopen. De vrijgekomen ruimte zal worden gebruikt om nieuwe levensloopbestendige en energiezuinige woningen te bouwen. De nieuwe woningen worden voorzien van een goede isolatie. Dit zorgt voor een vermindering van energiegebruik en daarmee samenhangend ook een vermindering van de C02-uitstoot wat een positief effect heeft op het tegengaan van klimaatverandering. ,
,
Uit onderzoek blijkt dat er behoefte is aan betaalbare energiezuinige woningen die voldoen aan de wooneisen van de huidige tijd (Bron: Rigo 2018). De realisatie van energiezuinige nieuwbouwwoningen draagt daarmee bij aan een woningvoorraad die voldoet aan de huidige marktbehoefte. Dit is een reden van sociaal belang. Een aantal van de te slopen woningen staat bovendien al geruime tijd leeg. Deze leegstaande woningen zijn gevoelig voor vandalisme ondanks dat Woongoed Zeeuw-Vlaanderen twee keer per week een korte inspectie uitvoert. Dit is niet goed voor de sociale veiligheid. De sociale veiligheid is een aspect dat mag worden betrokken bij het begrip openbare veiligheid. Sociale onveiligheid wordt als volgt omschreven: het gevoel dat men zich niet beschermd voelt tegen gevaar dat veroorzaakt wordt door of dreigt van de kant van menselijk handelen in de openbare ruimte. De sociale onveiligheid wordt groter wanneer er in een wijk veel woningen of gebouwen leeg staan of er in deze wijk veel vandalisme plaats vindt. Het vergroten van de sociale veiligheid door het slopen van niet functionele woningen en deze te vervangen voor het type woningen waar vraag naar is draagt daarom bij aan de volksveiligheid en de voikshuisvesting ,
,
,
,
,
,
De woningen die worden gesloopt zijn van een bouwjaar waarin asbest veel en vaak gebruikt werd. Het is dus vrijwel zeker dat op meerdere plaatsen in de woningen asbest aanwezig is. Vanwege de aanwezigheid van asbestonderdelen kan als gevolg van brandstichting of andere vernielingen door bijvoorbeeld vandalisme een gevaar ontstaan voor de volksveiligheid en de volksgezondheid. ,
,
De woningen zijn verouderd en slecht geïsoleerd. Hierdoor is een groot deel van de bebouwing in de huidige staat niet leefbaar. De woningen zijn tochtig. De nieuwbouwwoningen worden beter geïsoleerd met een beter binnenklimaat om vochtproblemen en daarmee samenhangende gezondheidsproblemen tegen te gaan. Dit heeft een positief effect op de volksgezondheid. Hiermee is voldoende aannemelijk gemaakt dat er een wettelijk belang is waarop de ontheffing kan worden verleend. 3)
Gunstige staat van instandhouding
I. Algemeen De gewone dwergvleermuis is in Nederland een wijdverbreide soort die overal wordt waargenomen. Ook in Zeeuwse dorpen als Philippine en Koewacht komt de soort veel voor. De gewone dwergvleermuis komt vooral voor in de bebouwde omgeving zowel in het stedelijk gebied als op het platteland. Er zijn geen uitspraken te doen over aantalsontwikkeiingen; er zijn geen aanwijzingen voor een af- dan wel toename in aantallen. ,
,
Behoort bij brief d. d. 25 januari 2021 met zaaknummer 4853
II. Ecologisch onderzoek Omdat de aanvraag bestaat uit twee verschillende plangebieden in twee verschillende dorpen worden deze hier apart besproken. > Koewacht Het plangebied bestaat uit twaalf te slopen woningen (inclusief aanbouwen en bijgebouwen als schuurtjes en tuinhuisjes) waarin potentiële (zomer)verblijven voor vleermuizen aanwezig zijn. Tijdens het gerichte veldonderzoek is één zomerverblijfplaats vastgesteld aan de Wouterij 7. In de omgeving van het plangebied zijn ook zomerverblijfplaatsen aanwezig van de gewone dwergvleermuis (zie figuur 4 in bijlage 2).
Kraamkolonies , winter- en of paarverblijfplaatsen zijn niet aangetroffen tijdens het onderzoek. Ook verblijfplaatsen van andere soorten vleermuizen zijn niet vastgesteld. Er zijn diverse vliegroutes en foerageergebieden aanwezig in het plangebied (zie figuur 4 in bijlage 2). Deze worden niet verstoord , want er wordt gewerkt bij daglicht. >
Philippine Het plangebied bestaat uit veertien te slopen woningen (inclusief aanbouwen en bijgebouwen als schuurtjes en tuinhuisjes) waarin potentiële (zomer)verblijven voor vleermuizen aanwezig zijn. Tijdens het gerichte veldonderzoek is één zomerverblijfplaats vastgesteld aan de Ankerhof 25 in Philippine. In de omgeving van het plangebied zijn ook zomerverblijfplaatsen vastgesteld van de gewone dwergvleermuis (zie figuur 5 in bijlage 2). Deze verblijfplaatsen worden niet verstoord , omdat zij buiten de verstoringsafstand van de werkzaamheden liggen. Kraamkolonies , winter- en of paarverblijfplaatsen zijn niet vastgesteld tijdens het onderzoek. Ook verblijfplaatsen van andere soorten vleermuizen zijn niet vastgesteld. Er zijn diverse vliegroutes en foerageergebieden aanwezig in en om het plangebied (zie figuur 5 in bijlage 2). Deze worden niet verstoord , want er wordt gewerkt bij daglicht. Er worden geen beplantingen gekapt die van waarde zijn voor foerageergebieden en vliegroutes (voorschrift 8). III. Alternatieve verblijfplaatsen: Gewone dwergvleermuizen bewonen een netwerk aan verblijfplaatsen. Een bepaalde verblijfplaats binnen dit netwerk kan , afhankelijk van de kwaliteit , voor een of meer functies worden gebruikt. De vleermuizen moeten in staat zijn om zich van de ene naar de andere verblijfplaats te verplaatsen.
Er moet een netwerk aan verblijfplaatsen , die geschikt zijn voor de betreffende functie , in stand blijven. Voor elke aan te tasten of te venwijderen verblijfplaats moeten meerdere alternatieve verblijfplaatsen aanwezig zijn die voor minimaal eenzelfde aantal gewone dwergvleermuizen dezelfde ecologische functie kunnen vervullen als de oorspronkelijke plaats. Een vervangende verblijfplaats heeft nooit dezelfde eigenschappen als de oorspronkelijke verblijfplaats. Hierdoor kan een vervangende verblijfplaats zowel wat betreft zijn eigenschappen als zijn locatie , minder geschikt blijken dan venwacht. Dit wordt ondervangen door in het gebied van het bestaande netwerk per verblijfplaats die verloren gaat , minimaal vier nieuwe verblijfplaatsen aan te bieden. Hoe meer alternatieven verblijfplaatsen aanwezig zijn , hoe groter de kans is dat minimaal één van deze geschikt gevonden wordt. IV. Eisen aan alternatieve verbliifolaatsen Door middel van ecologisch onderzoek is vastgesteld dat er twee zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis verloren gaan als gevolg van de aangevraagde ingreep. Deze verblijfplaatsen liggen niet in hetzelfde plangebied , daarom moeten er in beide plangebied atzonderlijk alternatieve voorzieningen worden gerealiseerd. >
Koewacht In Koewacht is één zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Dit betekent dat er minimaal vier alternatieve zomerverblijfplaatsen moeten worden gerealiseerd (voorschrift 5). In dit voorschrift is ook opgenomen dat zomerverblijfplaatsen minimaal drie maanden aanwezig moeten zijn in het vleermuis actieve seizoen (1 april tot en met 31 oktober daaropvolgend) , voordat met het ongeschikt maken wordt gestart. Hierdoor krijgen vleermuizen de tijd om aan deze verblijfplaatsen te wennen. Behoort bij brief d. d. 25 januari 2021 met zaaknummer 4853
De woningen , waarin de verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis is aangetroffen , worden gesloopt in maart 2021. De alternatieve verblijven zijn in februari 2020 gerealiseerd in de vorm van vleermuispaalkasten van het type “VK SK 04 Vleermuizen paalkast compleef in de directe omgeving van het plangebied (zie bijlage 2). Er is daarmee weliswaar voldaan aan de gewenningsperiode die het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis voor zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis stelt , maar niet aan het type kasten die worden voorgeschreven. (Bron; https://www. bij12. nl/assets/BIJ12-2017-004-KennisdocumentGewone-dwergvleermuis-1. 0. pdf). Er is gekozen voor het plaatsen van vier paalkasten , omdat er in de omgeving van het plangebied geen geschikte woningen zijn , die eigendom zijn van Woongoed ZeeuwsVlaanderen , waaraan voorzieningen gerealiseerd kunnen worden voor gewone dwergvleermuizen. Hoewel het aannemelijk is dat deze paalkasten gebruikt gaan worden door de gewone dwergvleermuis , kan dit niet zondermeer aangenomen worden , om dit vast te kunnen stellen is monitoring nodig , zie onder “VI Monitoring”. Philippine In Philippine is één zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Dit betekent dat er minimaal vier alternatieve zomerverblijfplaatsen moeten worden gerealiseerd (voorschrift 5). >
De aanvraag voor de ontheffing dateert van november 2020. In deze aanvraag is beschreven dat vier alternatieve zomerverblijfplaatsen worden geplaatst aan de Burgemeester van Hoekstraat in Philippine. Deze woningen zijn eigendom van Woongoed Zeeuws-Vlaanderen. Wanneer deze alternatieve zomerverblijfplaatsen worden opgehangen , moet dit worden gemeld (voorschriften 1 en 7). Let hierbij op voorgeschreven de gewenningsperiode van minimaal drie maanden in het vleermuis actieve seizoen (1 april tot en met 31 oktober daaropvolgend - voorschrift 5). Hierdoor krijgen vleermuizen de tijd om aan deze alternatieve verblijfplaatsen te wennen en wordt voldaan aan de gewenningsperiode die het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis voor zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis stelt. Deze alternatieve verblijfplaatsen , die op de locatie Philippine worden gerealiseerd , zijn van het type " VK MP 02 Vleermuiskast” of het type “VK WS 02 Vleermuizenkast”. Wanneer de kasten worden opgehangen zal moeten worden gemeld welk type kasten is gebruikt (voorschriften 1 en 7). Hoewel het aannemelijk is dat deze type kasten gebruikt gaan worden door de gewone dwergvleermuis , kan dit niet zondermeer aangenomen worden , om dit vast te kunnen stellen is monitoring nodig (zie onder “VI Monitoring”).
Om ervoor te zorgen dat de gerealiseerde alternatieve zomerverblijfplaatsen gaan functioneren , is aan deze ontheffing voorschrift 6 verbonden dat een aantal maatregelen voorschrijft , die specifiek zijn voor de zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen. De locaties van de alternatieve zomerverblijfplaatsen worden vastgesteld door een ecologisch deskundige , omdat dit de kans op succes vergroot (voorschrift 5). Om ook op de lange termijn de gunstige staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis op lokaal niveau te kunnen waarborgen moeten de kasten van voldoende duurzaam materiaal zijn (voorschrift 6). De kasten zijn opgehangen om te kunnen fungeren als alternatieve verblijfplaats. Om te zorgen dat de kasten die door de gewone dwergvleermuis worden gebruikt , blijven functioneren is voorschrift 19 aan de ontheffing verbonden. Dit voorschrift houdt in dat er jaarlijks controle en , indien nodig , onderhoud aan de kasten plaats moet vinden. In de nieuwe woningen in Koewacht en in Philippine , worden ook voorzieningen voor gewone dwergvleermuizen aangebracht. Deze voorzieningen komen bovenop de alternatieve verblijfplaatsen die in de omgeving zijn gerealiseerd.
Behoort bij brief d. d. 25 januari 2021 met zaaknummer 4853
V. Werkwijze Omdat er zowel in Koewacht als in Philippine en verblijfsfunctie voor de gewone dwergvleermuis is aangetroffen in de te slopen woningen zal er op beide locaties vleermuisvriendelijk worden gesloopt. Dit houdt in dat de woning voorafgaand aan de sloop ongeschikt gemaakt wordt , zodat de gewone dwergvleermuis niet meer in de woning aanwezig is ten tijde van de sloop. Door het ongeschikt maken krijgen vleermuizen de kans tijdig hun verblijfplaatsen te verlaten. Hierdoor wordt het doden van vleermuizen voorkomen (voorschriften 11 en 12). In het ecologisch onderzoek is vastgesteld dat er geen winterverblijfplaatsen en kraamverblijfplaatsen aanwezig zijn in de te slopen woningen. Hierdoor kan er jaarrond ongeschikt worden gemaakt , omdat er geen kwetsbare functies in het plangebied aanwezig zijn. De kans dat er in de winterperiode een vleermuis aanwezig is , is daarmee klein , maar het kan niet uitgesloten worden dat de vleermuizen bij milde najaar en winters langer gebruik maken van zomerverblijfplaatsen. Daarom mag het ongeschikt maken alleen worden uitgevoerd als de temperatuur in de periode van één uur voor zonsondergang tot één uur na zonsondergang niet beneden de 10 °C komt én de weersomstandigheden gunstig zijn voor de gewone dwergvleermuis.
Op deze manier wordt voorkomen dat eventueel aanwezige vleermuizen niet kunnen wegvliegen als de verblijfplaats ongeschikt is gemaakt. Een ecologisch deskundige wordt bij alle benodigde werkzaamheden betrokken; hij/zij zal aanwijzingen geven over hoe het ongeschikt maken en de werkzaamheden uitgevoerd dienen te worden. De ecologisch deskundige dient oproepbaar te zijn tijdens alle benodigde werkzaamheden. Om te controleren of er ondanks de genoemde maatregelen geen vleermuizen meer aanwezig zijn , vindt kort (twee dagen) voor de sloop een controle door de ecologisch deskundige plaats. Zijn er nog vleermuizen aanwezig dan mag pas met de sloop worden aangevangen nadat in overleg met de ecologisch deskundige maatregelen genomen zijn. Hiertoe zijn voorschriften 13 tot en met 16 opgenomen. VI. Monitorina Omdat voor de locatie Koewacht en de locatie Philippine verschillende typen alternatieve verblijfplaatsen worden gebruikt , zijn de verschillende locaties hier los van elkaar besproken. Koewacht Voor de locatie Koewacht wordt gebruik gemaakt van alternatieve zomerverblijfplaatsen in de vorm van Paalkasten (VK SK 04 Vleermuizen paalkast compleet). Het kennisdocument Gewone dwergvleermuis zegt niks over het al dan niet geschikt zijn van deze paalkasten als alternatieve zomerverblijfplaats. >
De vleermuiskast heeft een breedte van 43 cm , is 130 cm hoog en bestaat uit vier zijden van 3 lagen , waarmee voldaan is aan de afmetingen die het kennisdocument Gewone dwergvleermuis stelt aan zomerverblijfplaatsen voor gewone dwergvleermuizen B*H*D (20 è 30* 50 cm * 1 of 2 compartimenten). Eén paalkast biedt de mogelijkheid voor meerdere individuen om op verschillende plaatsen te verblijven. Daarbij wordt tevens voorzien in de mogelijkheid om het meest optimale plekje in de kast uit te zoeken , omdat de paalkast gericht is op alle windrichtingen , waardoor er verschillende klimatologische omstandigheden aanwezig zijn. Het is daarmee aannemelijk dat de paalkasten gebruikt gaan worden door de gewone dwergvleermuis , maar omdat er niks over is beschreven in het kennisdocument beschouwen we deze maatregel als experimenteel. Het gebruik van de paalkasten door de gewone dwergvleermuis dient te worden gemonitord gedurende drie jaar (voorschrift 20). A. Philippine In de aanvraag wordt gebruik gemaakt de alternatieve vleermuiskast type “VK MP 02 Vleermuiskast met de afmetingen B*H*D (32*44* 2 *15, cm) of het type “VK WS 02 Vleermuizenkast " met de afmetingen B*H*D (28 x 39 x 2. 5 cm).
Deze maten wijken af van de binnenmaten , die het kennisdocument Gewone dwergvleermuis B*H*D (20 è 30* 50 cm * 1 of 2 compartimenten) voorschrijft voor alternatieve zomerverblijfplaatsen voor de gewone Behoort bij brief d. d. 25 januari 2021 met zaaknummer 4853
dwergvleermuis. Vanwege het verschil in de binnenmaten dient het gebruik van deze alternatieve zomerverblijfplaatsen te worden gemonitord gedurende drie jaar in de periode 1 april tot en met 31 oktober daaropvolgend. Hiertoe is voorschrift 20 aan de ontheffing verbonden. Omdat nog niet bekend is welk type verblijfplaats wordt gebruikt dient dit te worden gemeld (voorschriften 1 en 7) en te worden meegenomen in de monitoring (voorschrift 20). ,
VII. Conclusie Door het slopen van de woningen gaat er zowel in Koewacht als in Philippine één zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis verloren. Door de gekozen werkwijze bestaande uit het ongeschikt maken van de verblijfplaatsen (voorschriften 11 en 12) én de controle voorafgaand aan de sloop (voorschriften 13 tot en met 16) wordt voorkomen dat gewone dwergvleermuizen worden gedood omdat zij de kans krijgen om hun verblijfplaats te verlaten. Door de gestelde voorwaarden aan het ongeschikt maken worden vleermuizen niet onnodig verstoord. ,
,
,
Verder worden er op beide locaties voldoende alternatieve voorzieningen gerealiseerd die ook na de ingreep functioneel blijven. Hierdoor zijn er ook op de lange termijn voldoende verblijfplaatsen aanwezig voor de gewone dwergvleermuis zodat de populatie in beide locaties op peil kan blijven. De aangetroffen vliegroutes foerageergebieden en de in de omgeving van het plangebied aangetroffen verblijfplaatsen blijven functioneel zowel in Koewacht als in Philippine. ,
,
,
Door het monitoren kan het gebruik van de alternatieve voorzieningen door de gewone dwergvleermuis worden gevolgd en uit de resultaten van deze monitoring kan worden bepaald of geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de gewone dwergvleermuis in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan op beide locaties. Beoordeling
van
het provinciaal beleid
I. Beleidsnota Natuurwetgeving; In de Beleidsnota Natuurwetgeving zijn voor de gewone dwergvleermuis geen specifieke bepalingen opgenomen. Aanvragen voor een ontheffing met betrekking tot de gewone dwergvleermuis dienen derhalve getoetst te worden aan de wettelijke criteria. Deze toetst heeft plaatsgevonden onder B2 van dit besluit. II. Omgevingsplan Zeeland 2018 In het omgevingsplan 2018 is het volgende opgenomen over de woningmarkt; een kwalitatief goed aanbod van woningen dat voldoet aan de woonbehoeften van inwoners. Dit is het uitgangspunt van de maatregelen die de Provincie neemt op de woningmarkt. Dit is vastgelegd in het Omgevingsplan 2018. Plannen voor woningbouw moeten passen bij de woningbehoefte in de regio. Hiervoor moeten gemeenten regionale woningmarktafspraken maken. Woningafspraken gelden voor de 5 regio’s De Bevelanden Walcheren ZeeuwsVlaanderen Schouwen-Duiveland en Tholen. Hiermee willen we voorkomen dat we in Zeeland met een overschot te maken krijgen van oude woningen die niet meer aan moderne eisen voldoen. Daarnaast stuurt de provincie aan op ontwikkelingen binnen de bestaande kaders van verstedelijking. ,
,
,
,
De voorgenomen ingreep is daarom niet in strijd met het Omgevingsplan Zeeland 2018. C. Conclusies U heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er geen andere bevredigende oplossing bestaat en dat de ingreep nodig is in het belang van de volksgezondheid de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten. Daarnaast heeft u voldoende aannemelijk gemaakt dat er door het nemen van maatregelen geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populatie van de gewone dwergvleermuis in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van ,
,
Behoort bij brief d. d. 25 Januari 2021 met zaaknummer 4853
instandhouding te laten voortbestaan. Het verlenen van de ontheffing levert evenmin strijdigheid op met het provinciaai beieid. Wij zijn daarom van oordeei dat de ontheffing onder oplegging van voorschriften (onderdeei 1) kan worden verieend. D. Overige regelgeving Bij de beoordeling van onderhavige aanvraag zijn andere aspecten dan gereiateerd aan de Wnb hoofdstuk 3 Soortbescherming en de daarbij behorende regelgeving niet betrokken. Mogelijk zijn er voor de ingreep waarop de aanvraag betrekking heeft nog andere bepaiingen van de Wnb van toepassing. ,
Wij wijzen u er weiiicht ten overvioede op dat het kan zijn dat voor het uitvoeren van de ingreep aisnog een vergunning en/of ontheffing en/of meiding op grond van andere hoofstukken van de Wnb of op grond van andere wet- en regeigeving vereist kan zijn. ,
Zorgplicht: Onder de Wnb geldt de zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat u ingrepen die nadelig kunnen zijn voor Natura 2000-gebieden alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade te voorkomen. ,
,
Behoort bij brief d. d. 25 januari 2021 met zaaknummer 4853
Bijlage 1 - Ligging plangebieden
studiegebied mmf: 'rt
Figuur 1 - Kaart met daarop de ligging van de plangebieden
'm. %¥ m
Planeebied
.
Am
studiegebied
\ y
Figuur 2 - Plangebied 2021 Wouterij 7-21 Koewacht
Plangebied MjnoNSfflMi
HMTtUsTBiUT Figuur 3 - Plangebied 2021 Ankerhof 25-43 Philippine Behoort bij brief d. d. 25 januari 2021 met zaaknummer: 4853
Bijlage 2 - Kaart met verblijfplaatsen in Koewacht
en
Philippine
Koewacht
Figuur 4 - Kaart met de gerealiseerde alternatieve verblijfplaatsen; dit zijn vier vleermuispaalkasten en de aangetroffen verblijfplaatsen in de omgeving van het plangebied in Koewacht.
pi Souikotn i f*
«if lajfi
Q
Figuur 5- Kaart met de aangetroffen verblijfplaatsen in de omgeving van het plangebied in Philippine
Behoort bij brief d. d. 25 januari 2021 met zaaknummer 4853
,
ŝũůĂŐĞϱƌĐŚĞŽůŽŐŝƐĐŚƵƌĞĂƵͲĞŶŽŶ/ŶǀĞŶƚĂƌŝƐĞƌĞŶĚǀĞůĚŽŶĚĞƌnjŽĞŬĚŽŽƌ ŵŝĚĚĞůǀĂŶǀĞƌŬĞŶŶĞŶĚĞďŽƌŝŶŐĞŶ
ϱϱͬϱϲ
ϱϲͬϱϲ
|—e LJ ARTEFACT!
<1
RAPPORT 851
Koewacht
LL;
Wouterij
Gemeente Terneuzen
LLI
Archeologisch Bureauonderzoek en verkennende
W
e 50 Hin _
w mf
NN
w & N he:
W
Inventariserend Veldonderzoek door middel van
Ke)
Ke)
boringen
E
o
ad
c
un w > Ke) Mm
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Colofon
Titel
Koewacht Wouterij. Gemeente Terneuzen. Archeologisch Bureauonderzoek Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen
Auteur(s)
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) ee)
Artefact rapport
851
Status rapport
Definitief
Voorliggend rapport werd beoordeeld Datum
27 februari 2024
Projectcode
2023ART139
Projectleider veldwerk
(geanonimiseerd) sere:
Projectmedewerker(s)
KNA
en
goedgekeurd door de bevoegde
overheid.
Prospector)
-
ISSN
22137424
Autorisatie
Naam
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Paraaf
(geanonimiseerd)
Artefact!
Advies en Onderzoek in Erfgoed B.V. 9
4543 BW
Zaamslag
Riemensstraat T E
0115851614
W
_www.artefact-info.nl
Alle figuren
ES
en
ig
Dbenee
Onderzoek in Erfgoed b.v, 2024 in
Erfgoed aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend van dit onderzoek of de toepassing van het hierin verwoorde advies.
zijn vervaardigd door de auteur(s) tenzij anders vermeld.
ge, be
5
ir
Artefact! Advies en Onderzoek
gebruik van de resultaten
„ets Was, d
5
5e
info@artefact-info.nl
© Artefact! Advies
en
uit het
ór