2025-03-26 - Ruimtelijke onderbouwing Gasleiding Terneuzen 20241328 (Geanonimiseerd2)
Tekst van het document
Figuur 4. 4: Overzicht conclusies en vervolgstappen onderzochte soorten (bron: Antea Group).
In figuur 4. 4 is aangegeven dat schadelijke handelingen van artikel 11. 54 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) voor de wezel niet kan worden voorkomen. Voor deze schadelijke handelingen is een omgevingsvergunning flora- en fauna- activiteit noodzakelijk. Ten behoeve van de omgevingsvergunningaanvraag wordt een activiteitenplan opgesteld waarin wordt omschreven hoe effecten gemitigeerd en/of gecompenseerd worden. Geadviseerd wordt om tijdig te starten met het opstellen van een activiteitenplan. Veel mitigerende maatregelen hebben betrekking op de specifieke periode waarin werkzaamheden al dan niet uitgevoerd kunnen worden. Ook kan er sprake zijn van een gewenningsperiode ten aanzien van compenserende maatregelen. Dit houdt in dat de compenserende maatregelen een bepaalde tijd aanwezig moeten zijn voordat gestart mag worden met de werkzaamheden. Dit kan grote invloed hebben op de uitvoeringsplanning. Ook daarom is het aan te bevelen om op tijd te starten met het opstellen van het Activiteitenplan. Voor de uitvoering van het project dient aanvullend een ecologisch werkprotocol te worden opgesteld. In een ecologisch werkprotocol staat omschreven welke maatregelen getroffen worden om effecten op de beschermde soorten te voorkomen , in lijn met het activiteitenplan. Ook staat erin hoe te handelen als deze effecten toch optreden.
Conclusie Er wordt in 2025 nog nader soortenonderzoek uitgevoerd. Ten behoeve van de omgevingsvergunningaanvraag wordt een activiteitenplan opgesteld waarin wordt omschreven hoe effecten op de wezel gemitigeerd en/of gecompenseerd worden. Ook dient voor de uitvoering van het project aanvullend een ecologisch werkprotocol te worden opgesteld. Het soortenonderzoek en de resultaten hiervan , het activiteitenplan en het ecologische werkprotocol worden te zijner tijd bij de omgevingsvergunningaanvraag betrokken. Tevens wordt een aanvraag voor een omgevingsvergunning flora- en fauna activiteit voorbereid. De aanvraag wordt te zijner tijd bij deze ruimtelijke onderbouwing betrokken.
28/24
4. 8
Kabels en leidingen
Toetsingskader
Hoofdtransportleidingen
en hoogspanningsverbindingen
hebben gevolgen voor het gebruik van gronden in de directe omgeving en zijn planologisch relevant. Ook niet-hoofdtransportleidingen met veiligheidscontour , kunnen planologisch relevant zijn. Als planologisch relevante (buis)leidingen worden aangemerkt zoals hierna genoemd , voor zover deze geen deel uitmaken van een inrichting zoals bedoeld in de Wet milieubeheer: Hoogspanningsverbindingen met een spanning van 50 kV en hoger. ● Buisleidingen voor transport van aardgas vanaf 16 bar en een uitwendige diameter van 50 mm; ● Buisleidingen voor transport van aardolieproducten met een druk vanaf 16 bar en een uitwendige diameter van 70 mm. ● Buisleidingen voor het transport van andere stoffen dan aardgas en aardolieproducten , die risico's met zich meebrengen ● voor mens of leefomgeving wanneer deze leidingen beschadigd raken. Buisleidingen met een diameter van 400 mm en groter buiten de bebouwde kom. ● Buisleidingen voor transport van afvalwater. ● Toetsing en conclusie In de nabije omgeving van het tracé liggen diverse kabels- en leidingen , zie figuur 4. 5. Er is dan ook contact gezocht met de aanwezige leidingeigenaren. Geen van de leidingeigenaren heeft bezwaar geuit tegen het voorgestelde tracé.
Uit het mailcontact is naar voren gekomen dat de leidingeigenaren voorstellen om fysieke proefsleuven te graven om de exacte ligging van de leidingen in kaart te brengen , waartegen geen bezwaren zijn , zie ook paragraaf 5. 2 van deze ruimtelijke onderbouwing. In een latere fase worden concrete afspraken gemaakt met de verschillende leidingeigenaren omtrent de uitvoering. Het aspect kabels en leidingen staat het project niet in de weg.
Figuur 4. 5: Aanwezige relevante leidingen (bron: Gasunie).
29/24
5. 5. 1
ECONOMISCHE
EN MAATSCHAPPELIJKE
UITVOERBAARHEID
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 3. 1. 6 Bro bepaalt dat de economische uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan moet worden onderzocht. In dit geval levert het onderzoek het volgende op. De risico's verbonden aan de realisering van het project liggen bij de initiatiefnemende partij. Dit wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer. Ter beperking van eventuele risico's voor de gemeente , waaronder planschade , wordt in deze overeenkomst bovendien een garantiestelling opgenomen. De economische uitvoerbaarheid is verzekerd.
5. 2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5. 2. 1 Participatie Eind 2023 heeft Gasunie Transport Services een vergunningsaanvraag ingediend voor de verlenging van de A-671-02 langs de Kruisweg in Sluiskil. Uit de afstemming met de grondeigenaren kwam nadien echter naar voren dat ze bezwaar hadden tegen het gekozen tracé. Het eerste ontwerp liep langs de noordzijde van de Kruisweg in een parallelligging naast de bestaande ondergrondse infrastructuur. In overleg met de grondeigenaren kwam echter een alternatief tracé naar voren waarbij de gasleiding langs de zuidzijde van de Kruisweg zou komen te liggen op gronden die eveneens in eigendom van een van de betrokken grondeigenaren zijn. Op die manier zou de bestaande belemmering op de percelen aan de noordzijde niet toenemen wat de percelen aantrekkelijker houdt voor ontwikkelingen in de toekomst. In juli 2024 is dit gewijzigde ontwerp voorgelegd aanj de gemeente Terneuzen. De gemeente heeft dit ontwerp afgekeurd op basis van het niet volgen van het bundelingsprincipe. Na opnieuw in overleg te treden met zowel de aanwezige grondeigenaren als de gemeente is opnieuw gekeken naar de technische haalbaarheid van eerder afgekeurde tracéopties. Hierbij kwam een alternatief naar voren wat met enige extra zorg toch tot uitvoering gebracht kan worden.
Deze nieuwe tracering volgt zowel het bundelingsprincipe als dat het geen feitelijke nieuwe belemmeringen voor toekomstige ontwikkelingen oplevert. Dit wordt gerealiseerd door de resterende ruimte tussen de bestaande ondergrondse infrastructuur en de Kruisweg optimaal te benutten waarbij het tracé grotendeels langs de noordzijde van de Kruisweg zal worden gerealiseerd maar ten zuiden van bestaande leidingen. Dit alternatief is in de voorliggende ruimtelijke onderbouwing nader toegelicht. 5. 2. 2 Procedure Bij een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan is de uitgebreide Wabo-procedure van toepassing. Het ontwerpbesluit omgevingsvergunning wordt zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kan door een ieder een zienswijze worden ingediend. Daarna wordt het definitieve besluit gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tegen een omgevingsvergunning kan door belanghebbenden in twee instanties beroep worden ingesteld , eerst bij de Rechtbank en vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
30/24
6.
SLOTCONCLUSIE
Onder de in deze onderbouwing gestelde voorwaarden voldoet de ontwikkeling in beginsel aan een goede ruimtelijke ordening. Wel is nader ecologisch onderzoek en een verkennend bodemonderzoek nodig. Deze onderzoeksresultaten dienen ter zijner tijd te worden betrokken bij de ruimtelijke onderbouwing en deze slotconclusie. Eventuele noodzakelijke maatregelen uit de onderzoeken dienen opgevolgd te worden. Tevens is een omgevingsvergunning flora- en fauna activiteit noodzakelijk. De aanvraag hiervoor wordt voorbereid en te zijner tijd betrokken bij de ruimtelijke onderbouwing en deze slotconclusie.
31/24
32/24
BIJLAGEN
BIJLAGE 1 ROUTEKAART
DN500
LEIDING M&R
AXEL
–
HOEK
H H
P H H H
P H
P
62 A10 0 RK 20 17 6 A: . RN . KE T
P2
H H
P
986
H
P
H H
P H
P
H H
P D L
D
P
H DL P D D
D
P
H DL L D D
P
PL H D D
HD
HD
P
D
P
P
P HD
D
D
B-01D D H 4°
DH P
D
PH
H
Y=
D HD
P
3 66
P
P2
H
H
P
HPD
44
H
P
6
P2 P P 4 40
H
P
P
DH
H
P
H H
P
H
P
H
P
H
P
H
c
P
P
DH
P
P
P
P
P
P D
D
P D
P
P D
P D
P
P D
P
P D
D
P PD
D
P
P D
09 . 1a .
50k V , S tedin Netbehee r B. V. 50kV , Sted in N etbeheer B. V.
PPP 2
akst
D H
H
P D H
P P
P
Situatie : Schaal: 1:1000
P
=4
91 Y=
H
kas
ka s
ka s
00
D H
36 6
5 00
kas
H
P
D
D
P
P
D
D
P
P D
P
P
DP
H
D
H
D
D
t
1 0k
+6. 00 +5. 00 +4. 00
STV k0 5
+3. 00
TS Vk 05
4 53
D
D
P
A-671-02-KR-001-A22 DN500 P
P
KRUISWEG D D P
D
P
P D
P D
D
P
P D
P D
P
D
P
P D
P D
P
D
P 3P 2 06 D
PD
P
P
D
P
PD
P D
D
P
B-05 P 15°
P PD
D
D
P
L
DKNP-0P 3 90°
P
t
M
ka s
HEKWERK INDICATIEF INGETEKEND
V, S
he l
Ne w
E ne
M
r g ei
s NL
B. V
t
M
t
ka s M
ka s
t
M MD
ew
En e
r g ie
sN
L B.
ka s
P
V.
D
MM D
M D
ka s
t 10 k
P
t
ka s
P
ka s
t M
M
t
M M
P MM
ka s MM
MM D
MM
ka s
MMM MM D
P
t
D
MMM
En e
kas
)V °
ka s
P
r g ie
sNL
P
GE SWI UR K
6/ H° 5 (4 ° 54 20 TN UP KI NK
) OL ( EEI D04 = N SUA R G ° DN 1 EK 1 EB 3 0 ON T CH OB
+2. 00
L
NO RE KI UD
el N
X ew
En e
r g ie s
Y= 3 NL
.B V.
6 68
00
ka s
t
st
n ar e es d es dn l aG us a G ein n u s Wise We t se t
n ie P
P
B
B
h et b e
982
B
B
D
B D
D
B
D
D
LP
M
P
P
P
DETAILS PIJPMATEN BEKLEDING
-3. 00
DD
L
D
DD D
L H
L
L D
D H
D D
D
P D
L H L D L
D
D
L
L
H
L
D
P
D
48
S7
B
B B
05
BRON DIEPTE: TEK. NR. : A-530-KR-147 GASUNIE (TE BEVESTIGEN D. M. V. PROEFSLEUF) BRON DIEPTE: TEK. NR. : X-804-KR-001-2 GASUNIE (TE BEVESTIGEN D. M. V. PROEFSLEUF) BRON DIEPTE: TEK. NR. : A-642-KR-017 GASUNIE (TE BEVESTIGEN D. M. V. PROEFSLEUF) BRON DIEPTE: TEK. NR. : A-671-KR-016/017 GASUNIE (TE BEVESTIGEN D. M. V. PROEFSLEUF) N. A. P. +8. 00
DIEPTELIGGING DIENT D. M. V. PROEFSLEUF TE WORDEN BEPAALD
NG A-
°
0 ° ° 93 51 5 0 1 T 50 - 6 - NU TH 0T PKI CO HC NK B OB
) OL ( EEI NU SA GD NE KE BN O
+7. 00
EI NU EI SA IEN US US ) 1 1 G 035 - ° ° ) AG ) 03 - A 5 5 24 5 (0 1 1 6 A 4 A 00 N 70 - 80 - ( 05 7N 6N DT D DT S TS S FOT SA SA S GD GD RE RA TA RA A
(0
AW
XU LE NE B WO E Dm DIU 86m QILR 1T IA S FO NE T EL SKI H S' E 6
°
09 40 TN UP KI NK
THC OB
°
) LO ) OL ( EN ( ENI PK DE DE TS BL V0 EB 04 AK SL
TY
+6. 00
6 ° ° 65 01 01 0T 90 - 01 - NU TH TH PKI CO CO NK B B
+5. 00 +4. 00 +3. 00 +2. 00 OP BEST. DN500 LEIDING GASUNIE A-671-02 +1. 00 AANSLUITEN BRON DIEPTE: TEK. NR. : A-671-02-KR-001 GASUNIE (MATERIAAL: DN500 L485MD W. D. 8. 8mm) 0. 00 -0. 56
5.
-1. 53 80
DIEPTELIGGING ONDER WATERGANG IS VOORALSNOG AANNAME. DIEPTELIGGING IS ONGEVEER GELIJK AAN A-530-11 DN400 (TER INFO: A-530 DN600 LIGT OP ca. -3. 58 NAP)
0
15 .
-1. 23 -1. 18
-1. 00
05 . 0
-2. 00
35 . 0
-3. 00
DN500 W. D. 9. 2mm m. u. v. PE m. u. v.
AFSTAND
001
8. 8
2. 62
N. A. P. MAAIVELD
63 . 14 . 1+ 1+ -1. 20-1. 20 2. 56 2. 61
52 . 1+ +0. 05 1. 20
. N. A. P. . KN P V .. MAAIVELD 1. 60m m. u. v. V IP OT SLOOTBODEM 1. 00m m. u. v. B
OEJ
BIJBEHORENDE
Detail
20 . 2
B
L
P
-1. 30 THEORETISCHE BODEMDIEPTE
EXACTE LOCATIE EN HOOGTE AANSLUITING OP SCHEMA A-128 NOG NIET BEKEND
OPMERKINGENB
D
P
P
P
B
1. BronP topografie: diversen D D P B B 2. Coordinatensysteem: Amersfoort-RDNEW (EPSG: 28992) P P DL B 3. Minimale elastische straal is 1000DD in openP ontgraving B 4. Maten in meters tenzij anders vermeld , P peilmaten t. o. v. N. A. P. in meters B DL P 5.P K&L derden zonder dieptevermelding P Dzijn2 4 indicatief ingetekend B 21 DDPL , hoogtematen e. d. d. m. v. proefsleuven 6. Voor aanvang werk dient aannemer maatvoering P B te controleren D B 7. Bochtstraal van bochten is 5DN , tenzij anders P vermeld D D L D B P P 8. Datum levering KLIC: 03/06/2024 D DD H B L D L 9. Evt. maatregelen Pvolgend uit geotechnisch advies zijn niet DiD nL dit ontwerp verwerkt 242 D B H 2 10. Riolering staat als binnenkant-onderkant-buis (BOB) aPaD ngegeven P, overige K&L als bovenkantP D obBD D ject L
-0. 20 -0. 35
-2. 00
B
hm
0. 00
Profiel : Lengteschaal: 1:1000 Hoogteschaal: 1:100
B B
L
P
P
P
+1. 00
-1. 00
B
L L
7 92
B
hm
L
V ,
P
P
P
B
P
D
P
P
P
BP B
P
P2
P
N de
P 2
B
H
P
B
D
P . BV. e er
P
P
3D 0
H DD
P
B
L
t
D
DM
M
asu
B
P
P
hm
M
, G
03 5
B
P
. VN . N . V
ed N
e ar l
P D
s t9 8 3
D
50 k
P
Pk a 2 MD k a
P3
H P D2
P
P
0D4 = R ° 5 40 TH CO B
) OL ( EB
t
, Sh
P a2. 9 9 7 . , 97 , r b 4 3r6a b 9 . ,
L
L
P
s t ig
B
7 P hm L
d in P S te
P
T
P o e ko m
W
T
P
P
r da A a A g r a , s gd Sa t , sa S , al aat 71 ø , ø l hm m 1 26 7 , m mm
P
P
L
D
H
N
.B V.
M M
M
P
)V °
1/ H° 5 (4 ° 54 10 TN UP IKN K
P
GE
A TA
T
R CA
BESTAANDE LEIDING VANAF HIER
P
00
T
P ONTKOPPELINGP
KNP-05 66°
P
W
A TA
RT
9 61
hm
P
00
t
DIEPTELIGGING DIENT D. M. V. PROEFSLEUVEN TE WORDEN BEPAALD
D0 4= R ° 5 20 TH CO B
t
94 =4
M
P
MD
N ew
M
t
MD
M
he l
M
P
MM M
M
V, S
M
MM MM
1 0 kV
P
P
M MM
t
M
elN
D D
9 84
P
.
M
ka s
B
P GE
P2
P
P
H
00 7N ka s D1 t 76 A a r d g a s , S ta a l , ø 7 1 1 m m , 7 9 .9 b a r , N . V . N e d e r la n d s e G a s u n ie W e s t A
0 50 0 D2 N N40 D 1 0- 1 6A 7- 53- 0 1 A
B
P
t , Sh
B
L
D
P
P
B
DL
P
LET OP! HISTORISCHE BOOM LOKATIE INDICATIEF INGETEKEND
Onbekend , N. V. Nederlandse Gasunie West
D
D L
B
03 6
L
B-06 D 15° D P
D
P
L D
P3 D
B-09 10°B
D B
P
P
P
BL
AS SLUISKIL S-932
B-07 15°
A-530 DN600
P
P
c a . 5 .0 1
A-530-11 DN400
P
1 0 kV
P
D0 4 =) ) R OLE . OLE . °( ( . 4 VB . VB R R 10 - EEH EEH TH EBT EBTE CO ENNI NNI B DE DE
P
D
P
A-642 DN750
P
DIEPTELIGGING ONBEKEND BIJ STEDIN DIEPTELIGGING DIENT D. M. V. PROEFSLEUVEN TE WORDEN BEPAALD
+7. 00
P
D
KNP-01 45°
M
+8. 00 N. A. P.
36 6
96 2
B-08 15°
P
ka s
ka s M M t
H
H
P P
55 . 3
P 2
H D
P
X
H H
5 19
.
P
M
H
D H
PD
P
01 . 5a .
HEKWERK INDICATIEF INGETEKEND
c
H
P
5 21
D
P
Onbekend , N. V. Nederlandse Gasunie West
H
P 2
P
. a .
L
P
H
P
P
P
00 . 61 . a
AN KERS
H
P P P P
56
c . a
D
D A a rd B 00 B W a te g a s , S ta a L 9=4 3 r s to f ,l B , S t aa ø 5 0 8m m X D ,l ø 4 0 B 6 m m , 7 9. 9 b a r , N Y= , 6 6. 2 b a L . V . N e 3 66 u i d e V . . B A -B 6 7 r, N . V d e rl i q 90 0 1 0 2D . N e de a n ds e G i, r L l u x B K A R as r al n d s ig e 0B 0 1 B K R - 0 e G a s u n ei W e s vO, e r w B e n L 0 1 /0 u n ie W t est st of a r D, o 0 D k B i 2 t b Bc c 6" S 1 0 0 0. B-10 . aL . a m , 10° . 4 . 4 B 6ø 1 8 m 00D 11 B la a , KNP-04 B L St B el e n , 90° D P PB P P E th y DN4
HEKWERK INDICATIEF INGETEKEND
c P
B-04 5°
B-03 11°
P
P
Aardgas , Staal , ø 76 2 mm , 7 9. 9bar , N. V. N ederlandse Gasuni e West
P DH D H
4
H
H
P
.a .
KNP-02 45°
H
P
kBre tw N er biF e AT LE D, i gre Ov
P
c
H
HD
. V.
P2
PCA
P
B
t se t st e se W e Wi en We i nu us i n u s a s G ae Ges G ae dsn dl na d sn l are dre l are de Ne . de N .. V . N .. V N, V Nr , r a Nr , b2a . b26 . b9a . 66 , 6 , 97 , mm mm mm 6 160 ø 04 , 627 ø , la ø , l a t a l aa tSast, S , St , f a osr as dgar t ea dgar A W A
P
H
H
P
B
P
c
H
B
P
P L
40 0V , St ed in Net beheer B . V. Kabelbe d , 1 kab e ls , KPN B. V.
B
P
P
D
B
P
H
425
B
P H
H
B-02 H H D 5° H
P
P
L
B
P
H H
D
B
P
H
H
B
P
L
B
WATERSCHAP SCHELDESTROMEN
P
70 0
H
P2
4
GEM. TERNEUZEN TERNEUZEN P
H
D P
P
M&R STATION A-128 (AXEL)
D
P
P P
H
D H
00
H
H
H
H
H
X
H
0 =4 9
H
H
H
H
H
H
H
P
H
P
D
B
P
H
H
H
B
P
H
H
B
P
H H
H
H
P
H
H
Tekening titel
.
.
00 010 1 1
05
7. 57 1
05 1
.
01 . 1+ -0. 74 1. 84
00 2
84 . 0+ -1. 53 2. 01
05 . 12
11 . 32
42 . 0+ - 1 . . 5533 1 .. 7777
27 . 0 -3. 32
6 . 66 2
05 2
00 3
05 3
07 . 1+ -0. 43 1. 50
8. 67 3
00 4
05 4
00 5
34 . 1+ -0. 43 1. 86
25 . 5 . 3 . 05 805 315
7. 9. 42 82 5 5
05 635 . 5 5
00 900 . 130 170 . 390 . 6 6 6 6 6
4251 721 1 -0. 43-1. 31
12 . 12 . 1 1
31 . 1+ -0. 17 1. 30
618234+
.
.
.
+
1. 682. 58
+
-1. 31-0. 17 2. 521. 38
2. 02
TEKENINGEN
ONTWERPCONDITIES
LEGENDA Tekening nr.
K&L Derden D L H ZHS H M L B
Datatransport Gas lage druk Gas hoge druk Landelijk hoogspanningsnet Hoogspanning (HS) Middenspanning Laagspanning Buisleiding gevaarlijke inhoud
Topografie & kadastraal
P WN KN
(Petro)chemie Riool (vrijverval) Riool (druk) Warmtenet Koudenet Water Overige Weesleiding
P
Bebouwing Wegen (verhard) Water Kadastrale grens Gemeentegrens Waterstaatswerk Beschermingszone Veiligheidszone
Bestaande situatie Toekomstige situatie Belemmerde strook Mantelbuis Spoorlijn Te verwijderen leiding Vullen met schuimbeton Hekwerk
Z
Aanwijspaal Meetpaal Schemapaal Lekdetectiepaal Damwand Sondering Zinkerbord
Symboliek
Leiding
Ingemeten proefsleuf Ingemeten put (ELO) Exacte ligging onbekend Ø00 Ingemeten boom (Ø cm) Niet gemeten boom
Te leggen GU leiding Bestaande GU leiding Geprojecteerde GU leiding Knikpunt/Bocht In/Uittredepunt boring Begin resp. einde hor. elastisch
Ontwerptemperatuur Ontwerpdruk Testdruk Sterkte test Dichtheidstest
+5°C / +50°C 79. 9 BAR(G) 106 BAR(G) 106 BAR(G) (15 min. ) 88 BAR(G) (2 uur)
.
.
.
.
.
-0. 17-0. 56-0. 56 1. 43 1. 881. 90
TITEL
ROUTEKAART DN500 LEIDING M&R AXEL
STATUS
GETEKEND DOOR
0_6
MHRN
2024-12-03
MOSE
PROJECT NUMMER
E. 000455. 30. CX. 01
-
HOEK AFD.
TEB
GECONTROLEERD DOORAFD. VOOR AKKOORD
TEB
AFD.
EAKS
OTWP
PAR.
N. V. NEDERLANDSE
C 2024 OMSCHRIJVING WIJZIGING
PAR. PAR.
-
SCHAAL
1:1000
CATEGORIEVAKGEBIEDTEK. SOORTB & O
FORMAATNUMMER
SUBLOCATIE/GEB. CODEMEDIUM
A1
L
2
-
71
NEE
AARDGAS
GASUNIE GETEKEND BIJ
DATUM 1e UITGAVE
2024-06-18
A-671-02-KR-001-A26
BILFINGER
DATUM WIJZIGING -
WIJZ. NR.
0
PP
S
BIJLAGE 2 QRA
Opdrachtgever: N. V. Nederlandse Project: Leiding A-671-02
Kwantitatieve risicoanalyse Leiding A-671-02
Bilfinger Engineering BeNe
Laan van Nieuw Oost-Indië 25 2593 BJ Den Haag Postbus 16029 2500 BA Den Haag Auteur: (geanonimiseerd) Telefoon: +31 6 (geanonimiseerd) E-mail: (geanonimiseerd) -
MM
ebilfinger. com
26 november 2024 Ordernummer: T58134. 00 Documentnummer: 3461001 Revisie: D
BiLFINGER
Gasunie
(QRA)
Bilfinger Engineering BeNe Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Leiding A-671-02 Ordernummer: T58134. 00 Documentnummer: 3461001 Revisie: D 26 november 2024 Pagina 2/9
ILFINGER
©
Eerste versie
(geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) |
(geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) |
Omschrijving
Opsteller
Gecontroleerd
D
26-11-2024
C
21-11-2024
Verwerking commentaar Gasunie Aanpassing leidingtracé
B
04-07-2024
Verwerken
A
02-07-2024
Rev.
Datum
commentaar
Gasunie
Copyright Bilfinger Engineering BeNe
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden van druk , fotokopie of op welke andere wijze ook zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever.
door middel
Bilfinger Engineering BeNe Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Leiding A-671-02 Ordernummer: T58134. 00 Documentnummer: 3461001 Revisie: D 26 november 2024 Pagina 3 / 9
Inhoudsopgave 1 1. 1 1. 2 1. 3 2 3 3. 1 3. 2 4 4. 1 4. 2
Inleiding Administratieve gegevens Gevolgde methodiek Peildatum QRA Beschrijving van de buisleiding Beschrijving omgeving Populatie in de buurt van de buisleiding Weerstation Beschrijving van mogelijke risico’s voor de omgeving Plaatsgebonden risico (PR) Groepsrisico (GR) 4. 2. 1 Resultaten Conclusies 5 5. 1 Plaatsgebonden risico 5. 2 Groepsrisico
4 4 4 4 5 6 6 6 7 7 8 8 9 9 9
3
Bilfinger Engineering BeNe Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Leiding A-671-02 Ordernummer: T58134. 00 Documentnummer: 3461001 Revisie: D 26 november 2024 Pagina 4 / 9
1
Inleiding
In dit rapport wordt een risicoanalyse gepresenteerd waarin berekeningen zijn uitgevoerd voor het plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR) voor een gastransportleiding A-671-02 van N. V. Nederlandse Gasunie (hierna: Gasunie). De A671-02 (bestaand) is een aftakking van de A-671 in het leidingschema S-932. Het schema op deze locatie wordt gesaneerd en de A-671-02 wordt ontkoppeld van de A671. De aftakking van de A-671-02 (bestaand) wordt gevoed via een nieuw te plaatsen leidingtracé , de A671-02 (nieuw) via het Meet- en Regelstation (M&R) A-128 te Axel. De ligging van het leidingtracé A671-02 is aangepast ten opzichte van revisie B. Voor de nieuwe ligging is de risicoanalyse uitgevoerd. Dit rapport beschrijft de uitgangspunten en resultaten van de QRA voor genoemde leiding. 1. 1 Administratieve gegevens Leidingexploitant: N. V. Nederlandse Gasunie Concourslaan 17 9727 KC Groningen Opsteller van de QRA: Bilfinger Engineering BeNe Laan van Nieuw Oost-Indië 25 2593 BJ Den Haag 1. 2 Gevolgde methodiek Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico zijn berekend conform de “Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid Module V Buisleidingen” , versie oktober 2020. Voor de berekeningen is het voorgeschreven rekenpakket CAROLA met versienummer 1. 0. 0. 52 gebruikt. Het parameterbestand heeft versienummer 1. 3. 1. 3 Peildatum QRA De berekeningen zijn uitgevoerd op 19-11-2024.
De buisleiding gegevens zijn aangeleverd op 08-11-2024.
4
Bilfinger Engineering BeNe Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Leiding A-671-02 Ordernummer: T58134. 00 Documentnummer: 3461001 Revisie: D 26 november 2024 Pagina 5 / 9
2
Beschrijving van de buisleiding
De gegevens van de leiding zijn weergegeven in Tabel 1 en zijn afkomstig uit het aangeleverde leidingdatabestand. De exploitant specifieke factoren voor casuïstiek (cluster 1b) , actief rappel (cluster 1c) en mitigerende maatregelen corrosie staan beschreven in Tabel 3. 3 van de Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid Module V - Buisleidingen. Deze zijn voor de N. V. Nederlandse Gasunie respectievelijk 03, 57 , 08, 33 en 00, 00. Er zijn geen risico mitigerende maatregelen volgens het aangeleverde leidingdatabestand. Tabel 1: Gegevens buisleiding Eigenaar Omschrijving
N. V. Nederlandse Gasunie
9456_leiding-A671-02-deel-2
Diameter [mm]
Druk [barg]
508
799,
Datum aanleveren gegevens
08-11-2024
Materiaal
Wanddikte [mm]
Diepteligging [mm]
L415 ME
9. 2
Zie A-671-02-KR-001A26 ROUTEKAART DN500 LEIDING M&R AXEL - HOEK
De ondergrond en ligging van de leiding is weergegeven in Figuur 1 , de leiding is in rood weergegeven. De leiding ligt in de gemeente Terneuzen.
Figuur 1: Ondergrond met ligging van de leiding A-671-02
5
Bilfinger Engineering BeNe Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Leiding A-671-02 Ordernummer: T58134. 00 Documentnummer: 3461001 Revisie: D 26 november 2024 Pagina 6/9
BiLFINGER 3
Beschrijving omgeving
Alle
aanw
ezigheidsgegevens
voor
het
gebied rondom de leiding zijn op 19-11-2024 opgevraagd uit de BAG-populatieservice
3. 1 Populatie in de buurt van de buisleiding De populatie binnen het invloedsgebied is weergegeven 2.
(geanonimiseerd)
in Figuur 2. Het aantal
Populatietype
aanwezigen per populatiegroep staat in Tabel
Polygoonpunten —_—_—
Wonen Werken
ed
Evenement
Figuur 2: Populatie binnen het invloedsgebied
van
de
leiding , volgens de BAG-populatieservice
Tabel 2: Populatie binnen
van
de
leiding
het
invloedsgebied
wonend_vakantiehuis-dag50-nacht100. txt industrie-dag100-nacht30txt
3. 2 Weerstation Voor alle berekeningen is gebruik weerstation Vlissingen. De gebruikte
31 7
50 100
100 30
gemaakt van de meteorologische gegevens van het dichtstbijzijnde ruwheidslengte is 01, meter , wat representatief is voor landelijk gebied.
weerstation ,
Bilfinger Engineering BeNe Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Leiding A-671-02 Ordernummer: T58134. 00 Documentnummer: 3461001 Revisie: D 26 november 2024 Pagina 7 / 9
4
Beschrijving van mogelijke risico’s voor de omgeving
Er is een risicoanalyse uitgevoerd met als doel om inzicht te krijgen in de externe risico’s. De QRA is uitgevoerd met het door de overheid voorgeschreven modelleringsprogramma CAROLA. In dit hoofdstuk zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gepresenteerd , die voortkomen uit de berekeningen met CAROLA. 4. 1 Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar op een dodelijk ongeval ten gevolge van een ongewoon voorval (ongevalsscenario) indien een persoon (onbeschermd in de buitenlucht) zich bevindt op een bepaalde plaats waar hij voortdurend (24 uur per dag en gedurende het hele jaar) wordt blootgesteld aan de schadelijke gevolgen van een voorval. Het PR is onafhankelijk van de aanwezigen in de omgeving van de leiding. Het PR wordt weergegeven door middel van PRcontouren. De PR 10 -6 per jaar contour laat die plaatsen zien waar de kans op het overlijden van een persoon eens in de miljoen jaar bedraagt. Ter vergelijking: de gemiddelde overlijdenskans voor een willekeurige Nederlander is circa 10 -4 per jaar , een factor 100 hoger. Het PR is onafhankelijk van de bevolkingsverdeling in de omgeving van de inrichting. De berekende plaatsgebonden risicocontouren ten gevolge van de transportleiding zijn opgenomen in Figuur 3. Er wordt geen PR 10 -6 per jaar contour berekend.
Hierdoor liggen er geen kwetsbare gebouwen of gebieden in PR 10 -6 per jaar contour. De PR 10 -7 per jaar is de hoogste PR contour die wordt berekend. Er wordt hiermee voldaan aan de norm voor het plaatsgebonden risico conform het Rekenvoorschrift.
Figuur 3: Plaatsgebonden risico rondom leiding A-671-02. Er wordt geen PR 10 -6 berekend.
7
Bilfinger Engineering BeNe Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Leiding A-671-02 Ordernummer: T58134. 00 Documentnummer: 3461001 Revisie: D 26 november 2024 Pagina 8 / 9
4. 2 Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is de kans per jaar dat een groep van een bepaalde grootte dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval. Het groepsrisico wordt beschreven in een zogenaamde F(N)-curve en is afhankelijk van de bevolkingsverdeling in de omgeving van de inrichting. Op de verticale as wordt de kans weergegeven dat meer dan N slachtoffers ten gevolge van het beschouwde scenario komen te overlijden. De kans wordt uitgedrukt in de eenheid ‘per jaar’. Op de horizontale as staat het aantal slachtoffers weergegeven. Het groepsrisico kent , in vergelijking tot het plaatsgebonden risico , echter geen strikte normering. Wel wordt er uitgegaan van een oriëntatiewaarde , die recht doet aan risicoaversie (hoe groter de ramp , hoe lager het acceptabele risico). Het berekende GR ten gevolge van de transportleiding is opgenomen in de onderstaande paragraaf. De oriëntatiewaarde geeft een eerste inzicht in het niveau van het risico. Geconcludeerd kan worden dat het groepsrisico de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde (= 1) niet overschrijdt voor het leidingtracé A-671-02. 4. 2. 1 Resultaten Figuur 4 laat de overschrijdingsfactor van tracé A-671-02 zien.
Figuur 4: Overschrijdingsfactor tracé A-671-02
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 0 slachtoffers en een frequentie van 0. 00E+000. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0. 000E+000 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 0. 00 en stationing 610. 00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in Figuur 5. De rode lijn geeft de oriëntatiewaarde weer.
Figuur 5: Groepsrisico tracé A-671-02
8
Bilfinger Engineering BeNe Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Leiding A-671-02 Ordernummer: T58134. 00 Documentnummer: 3461001 Revisie: D 26 november 2024 Pagina 9 / 9
5 Conclusies 5. 1 Plaatsgebonden risico Voor het tracé A-671-02 is geen PR 10 -6 per jaar contour berekend. Er liggen dus geen kwetsbare gebouwen of locaties binnen de PR 10 -6 per jaar contour. Dit betekent dat wordt voldaan aan de norm voor het PR uit het Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid. 5. 2 Groepsrisico Voor het tracé van leiding A-671-02 is een maximaal groepsrisico berekend van 00, 00E+000 maal de oriëntatiewaarde. Geconcludeerd kan worden dat het groepsrisico de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde (= 1) niet overschrijdt.
9
BIJLAGE 3 MILIEUKUNDIG
BODEMONDERZOEK
(geanonimiseerd)
Waterstofnetwerk ZuidwestNederland | Verlenging van aardgasleiding A-671-02 Axel-
Kruisweg
| Voorafgaand
bodemonderzoek Nieuw
te
aan
regelstation N. V.
leggen aardgasleiding tussen Axel (A-128) en afsluiterstation
Nederlandse
4 december
2024
-
Confidential
DOCUMENTCODE WNZ-ARC1-PER-MER-REP-000015 STATUS Definitief
Gasunie
meet
en
Sluiskil
(S-932)
VERLENGING VAN AARDGASLEIDING VOORAFGAAND BODEMONDERZOEK
A-671-02 AXEL-KRUISWEG
|
(geanonimiseerd)
Contact
(geanonimiseerd) en adviseur Projectleider & conditionering
erfgoed
me-ercadis-com
E (geanonimiseerd)
Arcadis Nederland B. V. P. O. Box 220 3800 AE Amersfoort The Netherlands
Disclaimer: dit document betreft een conceptversie. Na ontvangst en verwerking van eventuele opmerkingen vanuit Gasunie , voeren wij een redactionele slag uit voor de oplevering van de definitieve versie van dit document.
2
Onze
referentie: D10064519:48
-
Datum:
4 december
2024
-
Confidential
VERLENGING VAN AARDGASLEIDING VOORAFGAAND BODEMONDERZOEK
A-671-02
AXEL-KRUISWEG|
(geanonimiseerd)
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
6 3
Inleiding
5
LE |
Aanleiding
5
1. 2
5
13
Projectinformatie Doelstelling
1. 4
Aanpak
4
6
Onderzoeksopzet
8
2. 1
Algemeen
8
2. 2
Geraadpleegde
23
Beoordelingskader
Algemene
9
bronnen
9
gegevens
11
Kh]
Huidige situatie
11
3. 2
Bodemopbouw
en
geohydrologie
12
_Onderzoeksresultaten
landbodem
14
4. 1
bodemkwaliteitskaarten
14
4. 2
Historisch kaartmateriaal
14
4. 3
Asbest
15
44
PFAS
15
4. 5
Verdachte
locaties
15
4. 6
Uitgevoerde bodemonderzoeken
15
Onderzoeksresultaten
waterbodem
18
b:1
Onderzoeksopzet
18
52
Algemene gegevens
18
53
Onderzoeksresultaten
18
54
Conclusies
19
Samenvatting , Onze
Conclusies
referentie: D10064519:48
en -
Datum:
advies 4 december
20 2024
-
Confidential
VERLENGING VAN AARDGASLEIDING VOORAFGAAND BODEMONDERZOEK
A-671-02
AXEL-KRUISWEG|
(geanonimiseerd)
6. 1
Samenvatting
6. 2
Conclusies
20
6. 3
Aanbevelingen
21
22
Bijlagen Bijlage
A
Adviestekening
Bijlage
B
Topografische
Bijlage
C Luchtfoto
Bijlage
D Historisch
Bijlage
E Bodemkwaliteitskaart
landbodem
26
Bijlage
F Bodemkwaliteitskaart
Waterbodem
27
kaart
23 24
topografisch
kaartmateriaal
25
Colofon
4
28
Onze
referentie: D10064519:48
-
Datum:
4 december
2024
-
Confidential
VERLENGING VAN AARDGASLEIDING VOORAFGAAND BODEMONDERZOEK
A-671-02
AXEL-KRUISWEG|
(A ARCADIS 1
Inleiding
1. 1
Aanleiding
de verlenging van een gasleiding te realiseren ter hoogte van de Kruisweg Sluiskil. Door aanstaande binnen de wijzigingen gasinfrastructuur in de regio zal de capaciteit op verschillende punten in het netwerk veranderen. om te voorkomen dat de leveringscapaciteit van aardgas aan het meet en regelstation Axel (A-128) hierdoor Specifiek vermindert is het wenselijk om een nieuw leidingdeel te realiseren die de verbinding creëert van afsluiterstation Sluiskil (S932) aan de noordoostzijde van de Kruisweg richting meet- en regelstation Axel aan de zuidwestzijde (A-128). In deze verbinding zal middels dit project worden voorzien door het verlengen van de aardgasleiding A-671-02 over een lengte van Gasunie
600
is voornemens
meter.
1. 2
Projectinformatie
De realisatie van de beoogde nieuw aan te leggen de situering van het tracé weergegeven.
leiding vindt plaats in open ontgraving. In Figuur 1 en bijlage A is
Gasunie is voornemens om een verlenging van een gasleiding te realiseren van circa 600 meter lang (zie Tabel 1). Deze leiding loopt vanaf het bestaande meet en regelstation A-128 (=MR-AXEL) in noordoostelijke richting naar het bestaande afsluiterschema S-932 (=AS-Sluiskil Kruisweg). Tabel 1 Overzicht tracé gegevens
Van
A-128
Naar
(MR-AXEL)
Lengte (km)
Tracé meet en regelstation _S-932 (AS-Sluiskil
A-128
Kruisweg)
Onze
referentie: D10064519:48
-
Datum:
(DN) —
afsluiterschema
Circa 06,
(geanonimise rd) 5
MR-AXEL
Doorsnede
4 december
S-932 AS-sluiskil
500
ing tussen A-128 (MR-AXEL) 2024
-
Confidential
leiding
Nieuw
of bestaand
Kruisweg Nieuw
en
afsluiterschema S-932 AS-sluiskil
Kruisweg
VERLENGING VAN AARDGASLEIDING A-671-02 AXEL-KRUISWEG| VOORAFGAAND BODEMONDERZOEK
1. 3
Doelstelling
De doelstelling van het milieuhygiënisch vooronderzoek is het verzamelen van relevante informatie over onder andere het voormalige en huidige gebruik , alsmede de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem om zodoende een beeld te krijgen van potentieel verdachte activiteiten en/of bekende bodemverontreinigingen.
Op basis van de informatie uit het vooronderzoek kan worden beoordeeld of en waar een doelgericht veld- en bodemonderzoek noodzakelijk is in een vervolgfase (verkennend of nader bodemonderzoek). Het vooronderzoek heeft de volgende doelen voor de vervolgstappen in het realisatieproces: • • •
6
Het vaststellen van de te verwachten bodemkwaliteit uit bureaustudie (grond en grondwater) in kader van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) ten behoeve van een vergunning , een melding of een informatieplicht. Het vaststellen van de te verwachtten bodemkwaliteit waterbodem en de daaruit vrijkomende baggerspecie in kader van het Besluit activiteiten Leefomgeving (Bal). Het vaststellen van de (voorlopige) veiligheidsklassen voor het werken in de grond conform CROW400 tijdens de uitvoering van de graafwerkzaamheden.
Onze referentie: D10064519:48
- Datum:
4 december 2024
- Confidential
VERLENGING VAN AARDGASLEIDING A-671-02 AXEL-KRUISWEG| VOORAFGAAND BODEMONDERZOEK
1. 4
Aanpak
Werkwijze Bij elke activiteit waar grondroering in de bodem wordt voorzien , is het uitvoeren van het vooronderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem noodzakelijk volgens NEN 5725 1 en NEN 5717. 2
Afbakening
Het bodemonderzoek is niet gericht op het vaststellen van de mogelijkheden voor hergebruik van (eventueel) in een later stadium af te voeren grond. Op hergebruik van grond is het Regeling bodemkwaliteit van toepassing. Voor bodemonderzoek dat in het kader van grondverzet wordt uitgevoerd gelden andere onderzoeksprotocollen. Wel zijn de onderzoeksresultaten indicatief getoetst aan het Regeling bodemkwaliteit. Het doel daarvan is om een indicatie te krijgen over de mogelijkheden om eventueel vrijkomende grond te hergebruiken. Disclaimer Hoewel het vooronderzoek op zorgvuldige wijze is voorbereid en uitgevoerd , kan niet worden uitgesloten dat er in werkelijkheid afwijkingen optreden ten opzichte van de in dit rapport gepresenteerde resultaten. Immers , elk vooronderzoek is gebaseerd op beschikbare informatie bij de in dit rapport aangegeven bronnen. Dit zijn informatiebronnen die in Nederland voor vooronderzoek gebruikelijk worden geraadpleegd. Het is niet uitgesloten dat bodeminformatie voorhanden is bij bronnen die niet bij ons bekend zijn , of dat informatie niet aan ons is verstrekt door de bronhouders die wij geraadpleegd hebben. Indien besloten wordt het tracédeel te verplaatsen , dient het aangepaste tracédeel opnieuw beoordeeld te worden.
1 NEN 5725:2017: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. 2 NEN 5717:2023: Bodem- Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek.
7
Onze referentie: D10064519:48
- Datum:
4 december 2024
- Confidential
VERLENGING VAN AARDGASLEIDING A-671-02 AXEL-KRUISWEG| VOORAFGAAND BODEMONDERZOEK
2
Onderzoeksopzet
2. 1
Algemeen
De eerste stap in het vooronderzoek is het vaststellen van de aanleiding voor vooronderzoek. Hierop volgt een eenduidige afbakening van het geografisch gebied (de onderzoekslocatie) van het vooronderzoek en het vaststellen van de locatiegegevens , zoals de ligging. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725: 2017 (landbodem). In de norm voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek landbodem zijn zeven verschillende aanleidingen (A tot en met G) opgenomen. Voor dit milieuhygiënisch vooronderzoek zijn de volgende specifieke aanleidingen van toepassing: • A) opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. • G) opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico’s. In de NEN 5725 is geen eis opgenomen met betrekking tot de invloedsfeer die gehanteerd dient te worden vanaf de graaflocatie. In dit vooronderzoek is op aangeven van Gasunie een werkstrook van 50 meter aan weerszijden van het leidingtracé aangehouden. Binnen deze strook is alle beschikbare bodeminformatie en historische informatie verzameld en beoordeeld. Buiten de werkstrook is binnen een bufferzone van 100 meter aan weerszijden van het tracédeel gekeken naar eventuele aanwezige grondwaterverontreinigingen.
Deze bufferzone wordt aangehouden in verband met het risico op aantrekken van (mobiele) grondwaterverontreinigingen als gevolg van een (spannings-)bemaling , om inzicht te krijgen in eventuele mobiele grondwaterverontreinigingen in de omgeving. In afwijking op de NEN 5725 is (nog) geen (fysieke) locatie-inspectie uitgevoerd. De voorliggende rapportage dient na het uitvoeren van de locatie-inspectie te worden bijgewerkt , waarna een definitief onderzoeksopzet kan worden opgesteld.
Afhankelijk van de aanleiding voor het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Ter beantwoording van deze onderzoeksvragen moet informatie worden verzameld over relevante onderzoeksaspecten. Het vooronderzoek wordt uitgevoerd om relevante informatie te verzamelen om onderbouwde antwoorden te formuleren op de onderzoeksvragen , welke van toepassing zijn op de gekozen aanleiding. De te beantwoorden onderzoeksvragen behorende bij deze aanleiding betreffen: • Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? • Welke bodemkwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij te • • • • • •
onderscheiden?
Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging? Zo ja , wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging , waar liggen ze en wat zijn de kritische parameters? Is de bodem asbestverdacht? Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Is er een vermoeden dat op basis van beschikbare voorinformatie werkzaamheden plaatsvinden binnen een geval van ernstige bodemverontreiniging? Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem voldoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigde
stoffen)?
8
Onze referentie: D10064519:48
- Datum:
4 december 2024
- Confidential
VERLENGING VAN AARDGASLEIDING A-671-02 AXEL-KRUISWEG| VOORAFGAAND BODEMONDERZOEK
2. 2
Geraadpleegde
bronnen
Voor de beantwoording van de onderzoeksvragen zijn de onderstaande bronnen geraadpleegd. Dit zijn minimaal de bronnen die geraadpleegd worden voor een vooronderzoek: • Het Geoportaal van de opdrachtgever (N. V. Nederlandse Gasunie). • De website www. google. nl/maps en Streetview. Hiermee is een digitale terreininspectie uitgevoerd. • De website www. bodemloket. nl. • De website www. topotijdreis. nl voor het raadplegen van historisch kaartmateriaal. • De website www. ahn. arcgisonline. nl (hoogtekaart van Nederland). • De regionale Bodemkwaliteitskaarten. • De website www. dinoloket. nl (REGIS II v2. 2) voor informatie over de bodemopbouw en geohydrologie. • De bodemarchieven van de Omgevingsdienst Zeeland.
2. 3
Beoordelingskader
Voor de beoordeling is de volgende werkwijze gehanteerd: • Binnen de werkstrook van 50 meter aan weerszijden van het beoogde leidingtracé zijn de bekende gegevens beoordeeld op de volgende aspecten: – uitgevoerde bodemonderzoeken (grond en grondwater); – asbest; – (sloot)dempingen en stortlocaties; – HBB-locaties; – dammen; – wegverhardingen (puinhoudende funderingen); – bestaande afsluiterschema’s die aansluiten op de nieuw aan te leggen leidingen. • Buiten deze werkstrook , binnen een buffer van 100 meter aan weerszijden van het tracédeel , is alleen de grondwaterkwaliteit beoordeeld op (mobiele) grondwaterverontreinigingen , die mogelijk relevant zijn in verband met de aantrekking van grondwater door de (spannings-)bemaling. • Aan de hand van de door de gemeente opgestelde Bodemfunctiekaarten en Bodemkwaliteitskaarten wordt een eerste indruk gekregen van de algemene (globale) bodemkwaliteit ter plaatse van het leidingtracé , inclusief de werkstroken. • In het vooronderzoek beschrijven we dempingen en ophogingen en de mogelijke invloed daarvan op de uitvoeringswerkzaamheden. Op basis van gegevens in het Bodemloket , de archieven van de Provincie Zeeland en aangesloten gemeenten , de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant en het historisch kaartmateriaal wordt beoordeeld of het tracédeel dempingen kruist.
Indien dat het geval is , wordt per demping gekeken of deze voldoende zijn onderzocht. • In het landelijk onderzoeksprogramma Landsdekkend beeld in 2005-2006 zijn alle (voormalige) bedrijfsactiviteiten in Nederland conform de Uniforme Bedrijfsinformatie (UBI) van de Kamer van Koophandel geclassificeerd in acht coderingen en in het zogenaamd Historisch Bodembestand (HBB) opgenomen. In het HBB zijn locaties meteen risico op bodemverontreiniging in kaart gebracht om inzicht te krijgen in waar de bodem in het verleden mogelijk verontreinigd is geraakt zijn. Deze gegevens zijn afkomstig uit oude bestanden en tekeningen , zoals het Hinderwetarchief , milieuarchief en de bestanden van de Kamer van Koophandel. Deze historische informatie zegt iets over het vermoeden van bodemverontreiniging. In dit vooronderzoek is voor de HBB-vermeldingen in het bodemloket naar de bijbehorende UBI-coderingen gekeken. Bij een UBI-code van 4 of lager mag voor de voormalige bedrijfsactiviteit aangenomen worden dat de kans op bodemverontreiniging niet aanwezig of zeer beperkt qua mate en omvang is (conform CROW-publicaties). Als uitzondering hierop hebben wij ondergrondse brandstoftanks (UBI-klasse 4) wel meegenomen in onze beoordeling.
Bij ondergrondse tanks of locaties met UBIklasse 5 of hoger is per locatie beoordeeld of het waarschijnlijk is dat de (voormalige) tanks of bedrijfsactiviteiten op of nabij de werkstrook hebben plaatsgevonden en eventueel tot bodemverontreiniging kunnen hebben geleid. • In het Bodemloket zijn locaties opgenomen waar bodemonderzoeksrapportages van bekend zijn. Deze zijn binnen de bufferzone van 50 meter aan weerszijden van het leidingtracé geïnventariseerd en beoordeeld. Relevante rapportages zijn opgevraagd bij de betreffende gemeente en omgevingsdienst.
9
Onze referentie: D10064519:48
- Datum:
4 december 2024
- Confidential
VERLENGING VAN AARDGASLEIDING A-671-02 AXEL-KRUISWEG| VOORAFGAAND BODEMONDERZOEK
•
10
Op steeds meer plekken in Nederland worden verhoogde concentraties aangetroffen van de zeer zorgwekkende stoffen PFAS. Het beleid rond PFAS in de bodem is dat er , zolang geen afvoer van grond plaatsvindt , geen (wettelijke) noodzaak tot veldonderzoek is. Het aspect PFAS nemen we desondanks mee in het vooronderzoek. Dit om een goed beeld te krijgen of PFAS-verdachte locaties (brandweer oefenlocaties , verwerkingslocaties e. d. ) in de invloedsfeer van het projectgebied liggen of lagen.
Onze referentie: D10064519:48
- Datum:
4 december 2024
- Confidential
VERLENGING VAN AARDGASLEIDING A-671-02 AXEL-KRUISWEG| VOORAFGAAND BODEMONDERZOEK
3
Algemene
3. 1
Huidige situatie
gegevens
Op de onderzoekslocatie heeft een digitale terreinverkenning plaatsgevonden met behulp van Google MapsStreetview. Doel hiervan is om inzicht te krijgen in huidige (bedrijfs-)activiteiten binnen de werkstroken die verdacht zijn op het veroorzaken van bodemverontreiniging. Tevens is hierbij aandacht besteed aan situering van de te doorkruisen infrastructuur (watergangen , wegen , kavelpaden , spoorlijn etc. ).
Op basis van luchtfoto’s wordt duidelijk dat het beoogde leidingtracé in de berm ligt van een onverharde weg (zie Figuur 2). Ten zuidoosten van het leidingtracé ligt een recent aangelegd zonnepark. Ten noordwesten ligt een landbouwgebied. Halverwege het leidingtracé ligt een sloot die zal worden kruist. In bijlage A is de overzichtstekening van het geplande tracédeel weergegeven.
Figuur 2 Luchtfoto van het tracé
11
Onze referentie: D10064519:48
- Datum:
4 december 2024
- Confidential
VERLENGING VAN AARDGASLEIDING A-671-02 AXEL-KRUISWEG| VOORAFGAAND BODEMONDERZOEK
3. 2
Bodemopbouw
en
geohydrologie
Voor de regionale bodemopbouw en geohydrologie is gebruik gemaakt van de gegevens uit het DINOloket (ondergrondmodel , BRO REGIS II v2. 2) , Algemeen Hoogtekaart Nederland (AHN) en gegevens van eerder uitgevoerde bodemonderzoeken. In Tabel 2 staat een overzicht van de maaiveldhoogte en grondwaterstand ter plaatse van het tracé . In Tabel 3 staat een beschrijving van de regionale bodemopbouw en geohydrologie van het
tracé .
De stromingsrichting van het freatisch grondwater wordt beïnvloed door bijvoorbeeld drainage , cunetten van kabels en leidingen richting naastgelegen waterlichamen. Derhalve is de verwachting dat het freatisch grondwater waarschijnlijk stroomt in de richting van nabijgelegen berm- en landbouwsloten. Tabel 2 Overzicht maaiveldhoogte en grondwaterstand tracé Maaiveldhoogte (diepte in meters Tracé t. o. v. NAP) Tracé A-128 MR-AXEL – S-932 ASCirca 03, 3 tot 16, 5 m+NAP sluiskil Kruisweg
12
Onze referentie: D10064519:48
- Datum:
4 december 2024
- Confidential
Grondwaterstand (diepte in meters t. o. v. NAP) +13, 0
VERLENGING VAN AARDGASLEIDING A-671-02 AXEL-KRUISWEG| VOORAFGAAND BODEMONDERZOEK
Tabel 3 Regionale bodemopbouw en geohydrologie tracé . Diepte in Tracé Geohydrologische Geologische meters eenheid formatie t. o. v. NAP Tracé A-128 +165, tot Deklaag Holocene MR-AXEL – S- 20, 0 afzettingen 932 ASsluiskil Kruisweg e -20, 0 tot -62, 0 1watervoerende Formatie van pakket Boxtel
Geohydrologische
Afkorting
Lithologie
Complexe eenheid
Niet van toepassing
Tweede zandige eenheid
BXz2
-620, tot -880,
Eerste kleiige eenheid
BXk1
-880, tot 137, 0
Derde en vierde zandige eenheid
BXz3 en BXz4
Eerste zandige eenheid
KWz1
Diverse zand en klei afzettingen (recent) Lichtgeel tot donkerbruin zeer tot matig fijn zand. Plaatselijk , matig fijn tot zeer grof zand. Grijsbruine tot donkergrijze leem , zandig. Lichtgeel tot donkerbruin zeer tot matig fijn zand. Plaatselijk , matig fijn tot zeer grof zand. Groengrijs tot lichtbruin matig fijn tot matig grof zand. zwak siltig , lokaal met fijn schelpgruis. In mindere mate lichtgrijs tot lichtbruin zeer tot uiterst grof zand Zware , donkere bruingrijze siltige kleien , pyrietrijk en glauconietarm. Zowel naar de basis als de top gaan de kleien over in silten en langs de zuidelijke bekkenrand vrij abrupt in zanden
-137, 0 tot 1850,
-185, 0 tot 212, 0
13
Formatie van Koewacht
e 1Scheidende laag
Onze referentie: D10064519:48
- Datum:
eenheid
Rupel Formatie , Eerste kleiige Laagpakket van eenheid Boom
4 december 2024
- Confidential
RUBOk1
VERLENGING
VAN AARDGASLEIDING
VOORAFGAAND
A-671-02
AXEL-KRUISWEG|
BODEMONDERZOEK
(A ARCADIS 4
Onderzoeksresultaten
4.1
bodemkwaliteitskaarten
landbodem
Voor een algemeen beeld van de bodemkwaliteit zijn de bodemkwaliteitskaarten van het projectgebied geraadpleegd. In Bijlage D zijn de bodemkwaliteitskaarten weergegeven. Uit de bodemkwaliteitskaart blijkt dat het onderzoeksgebied valt onder de kwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarde' valt.
4.2
Historisch
kaartmateriaal
Op de historische topografische kaart van 1950 is te zien dat het onderzoeksgebied in gebruik is land- en natuurgebied. De huidige Kruisweg en eerdergenoemde sloot (zie paragraaf 3.1) zijn al wel zichtbaar op de kaart. Op de topografische kaart van 1990 is de bestaande meet- en regelstation A-128 zichtbaar op kaart. Uitgaande van gegevens van Geoportaal van de Gasunie is de afsluiterschema’s S-081 (AS-M.&R. AXEL) al in gebruik sinds 1967. Op de topografische kaart van 2023 is ook de afsluiterschema S-932 AS-sluiskil Kruisweg zichtbaar op kaart. Deze afsluiterschema is in gebruik sinds 2011. In bijlage C zijn de historische topografische gegevens van het tracé weergegeven.
=
Nen
en:
Figuur3 Uitsnede Geoportaal Gasunie
Figuur 4 Uit 14
van
locatie afsluiterschema S-081 AS-M.&R.
(geanonimise rd)
Onze
referentie: D10064519:48
-
Datum: 4 december 2024
-
932 AS-sluiskil Confidential
AXEL
Kruisweg
VERLENGING VAN AARDGASLEIDING A-671-02 AXEL-KRUISWEG| VOORAFGAAND BODEMONDERZOEK
4. 3
Asbest
Voor de onderzoekslocatie is geen asbestkansenkaart aanwezig. Bij slootdempingen en ophogingen (stortplaatsen en baggerdepots op land) is niet uit te sluiten dat de toegepaste grond en/of baggerspecie puinbijmengingen of andere antropogene bijmengingen bevat. De dempingen zijn slechts bij het aantreffen van asbestverdacht puin verdacht op het voorkomen asbest. Uitgaande van het historisch kaartmateriaal zijn er geen slootdempingen of ophogingen te verwachten op het aan te leggen tracédeel.
4. 4
PFAS
3 In december 2023 is het meest recente tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie aangepast en van kracht. In dit tijdelijk handelingskader zijn diverse toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem en in oppervlaktewater vastgesteld. Uit het handelingskader volgt de noodzaak tot onderzoek naar PFAS in geval van bodemtoepassingen of afvoer van bodemmateriaal naar een erkende verwerker. In relatie tot de te hanteren onderzoeksstrategie dient in het vooronderzoek beoordeeld te worden of de locatie door de ligging verdacht is op het voorkomen van gehalten aan PFAS (bijvoorbeeld nabij bronlocaties). De gemeenten volgen met betrekking tot PFAS de landelijke richtlijnen. PFAS is niet opgenomen in de bodemkwaliteitskaarten van de relevante gemeenten en er is geen specifiek beleid op gemaakt.
De Staatssecretaris heeft bij het VAO Leefomgeving van 19 maart 2019 in reactie op de (daarna aangehouden) motie Kröger over persistente stoffen een onderzoek naar de bronnen van PFAS in producten en afvalstromen toegezegd. Zij heeft hierna in een kamerbrief aangegeven dat dit onderzoek in 2019 en 2020 zal worden uitgevoerd , maar de resultaten zijn nog niet volledig bekend. Voor zover bekend zijn er nabij de onderzoekslocatie geen PFAS verdachte activiteiten aanwezig.
4. 5
Verdachte
locaties
In het Bodemloket zijn locaties opgenomen in het zogenaamde historische bodembestand (HBB). In het HBB zijn locaties met een risico op bodemverontreiniging in kaart gebracht om inzicht te krijgen in waar de bodem in het verleden mogelijk verontreinigd is geraakt zijn. Deze gegevens zijn afkomstig uit oude bestanden en tekeningen , zoals het Hinderwetarchief , milieuarchief en de bestanden van de Kamer van Koophandel. Op basis van deze historische informatie bestaat er een vermoeden van bodemverontreiniging. Bij HBB-locaties met één of meerdere ondergrondse tanks (UBI-klasse 4) of bij locaties met een UBI-klasse 5 of hoger zijn binnen de werkstrook van 50 meter aan weerszijden van het beoogde leidingtracé twee gasafsluiterschema’s aanwezig , die mogelijk verontreiniging van de bodem hebben veroorzaakt. Het betreffen afsluitschema’s S-081 (ASM. &R. AXEL) en S-932 AS-Sluiskil Kruisweg (Gasregelstation , UBI-klasse 5). Tevens is buiten deze werkstrook , binnen een buffer van 100 meter aan weerszijden van het tracédeel , de grondwaterkwaliteit beoordeeld op (mobiele) verontreinigingen , die mogelijk relevant zijn in verband met de aantrekking van grondwater door de (spannings-)bemaling. Uit deze beoordeling blijken dezelfde afsluiterschema’s naar voren te komen als verdachte locaties voor grondwaterverontreiniging.
4. 6
Uitgevoerde
bodemonderzoeken
Voor het inzicht krijgen van de beschikbare bodeminformatie voor de afsluiterschema’s is de informatie op Geoportaal en het eigen bodeminformatiesysteem van de provincie Zeeland beoordeeld. De provincie Zeeland beschikt over een eigen bodeminformatiesysteem. Daarin zijn bodemrapporten opgenomen die bij gemeentelijke en provinciale 3 PFAS is een stoffengroep bestaande uit duizenden poly- en perfluoralkyl verbindingen waar bekende stoffen als PFOS en PFOA toe behoren. Deze groep stoffen komt steeds meer onder de aandacht omdat een aantal van deze stoffen persistent , bio accumulatief en toxisch is. Door de unieke eigenschappen van deze stoffen zijn ze vanaf de jaren ’60 grootschalig toegepast. Dat gecombineerd met de zeer slechte afbreekbaarheid van deze verbindingen , heeft ervoor gezorgd dat de stoffen wijdverspreid zijn in het milieu.
15
Onze referentie: D10064519:48
- Datum:
4 december 2024
- Confidential
VERLENGING VAN AARDGASLEIDING VOORAFGAAND BODEMONDERZOEK
A-671-02
AXEL-KRUISWEG|
(A ARCADIS bodemtaken , zoals grondwerken , bodem- en tanksaneringen , grondtransacties en het behandelen van aanvragen omgevingsvergunningen zijn verkregen. De gegevensbeheerder van de bodemrapporten zijn de omgevingsdienst RUD Zeeland. Het overzicht van beschikbare rapporten en documenten zijn samengevat in Tabel 4. Tabel 4 Overzicht relevante beschikbare
rapporten
Nr.
Datum
Titel
1.
20-10-2023
Monitoring meet(A-128)
2.
03-06-2020
en
documenten
document/rapport
Auteur
Kenmerk
Conclusie gezag
WsP Nederland
R. 015070. 01
GW:
Rapport verkennend bodemonderzoek Zonnepark Tractaatweg , Koegorstraat
_ Kwinfra Milieu B. V
(20025-RAP-01
BG: OG: Niet onderzocht GW: Barium , molybdeen , nikkel en xylenen > S
Verkennend milieukundig bodemonderzoek ter plaatse van afsluiterschema S-081 (deels) op meeten regelstation Axel (A-128) aan de Kruisweg te Sluiskil (modificatie 4)
Lievense CSO. B. V
R1NK17F403MK-B
BG:OG:GW: Barium en
Evaluatierapport grondwatersanering
Grontmij B. V
(SB 0681)
en
regelstation Axel
04-12-2017
4.
1.
22-06-2000
M&R-
Monitoring meet-
Dit monitoringsrapport
bevoegd
Xylenen > S
BV ,
te 3.
van
station Axel A-128
GW:
(THT)
xylenen > S
tetrahydrothiofeen
en minerale olie > S
regelstation Axel (A-128) , WSP Nederland B.V , R.015070.01 , d. d. 20-10-2023 heeft betrekking op langerlopende monitoring die gestart is in 2002 nadat een (Grontmij , d. d. 22-06-2000) heeft plaatsgevonden ter plaatse van het meet-en regelstation Axel en
grondwatersanering (A-128). Uit de analyseresulaten van het rapport blijkt dat in een van de peilbuizen een licht verhoogde concentratie Xylenen is aangetoond. Het gemeten gehalte dermate gering en komt overheen met resultaten uit eerdere monitoringsrondes dat er geen verdere intensivering van de monitoring hoeft plaats te vinden. 2.
Rapport verkennend bodemonderzoek Zonnepark Tractaatweg , Koegorstraat te Sluiskil , Kwinfra Milieu B. V
(20025-RAP-01) ,
Dit onderzoek
leidingtracé
d. d. 03-06-2020
heeft plaatsgevonden
ten behoeve
de
van
aanleg
van
het
zonnepark ten zuiden
van
het
beoogde
.
Grond In de relevante
boringen 042 , 043 , 070 , 071 , 083 , 085 , 130 , 133 , 182 en 183 zijn zintuiglijk geen bodemvreemde bijmengingen waargenomen. Uit de resultaten van de analyses van de bovengrond (000-050 , , m-mv) blijkt dat er geen verhoogde parameters zijn aangetoond. De ondergrond is ter plaatse van de relevante boringen niet onderzocht. Op hetzelfde perceel zijn in de ondergrond (040-200 , , m-mv) maximaal een gehalte minerale olie en koper aangetoond wat voldoet
aan
de kwaliteitsklasse
industrie.
Grondwater
In de relevante boringen met peilbuizen 001 , 002 , 005 , 006 , 012 nikkel en xylenen gemeten onder de signaleringsparameter.
zijn maximaal
3. Verkennend
concentraties
barium , molybdeen ,
milieukundig bodemonderzoek ter plaatse van afsluiterschema S-081 (deels) op meet- en regelstation aan de Kruisweg te Sluiskil (modificatie 4) , Lievense CSO.B.V. , R1NK17F403MK-B , d. d. 04-12-2017 Dit betreft een verkennend milieukundig onderzoek ter plaatse van afsluiterschema AS-M. &R. AXEL S-081. Deze afsluiterschema is één van de afsluiterschema op meet- en regelstation BN (geanonimiseerd)(REGIO + EX-AMMON) A-128'. Uit de resultaten van het onderzoek wordt duidelijk dat er geen zintuigelijke bijmengingen zijn waargenomen die duidden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Op basis van de analyseresultaten wordt duidelijk dat in de boven- en ondergrond geen verhoogde parameters zijn aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties met barium (van nature verhoogd) en tetrachlooretheen gemeten. Uitgaande van dit onderzoeksresultaat is er geen aanleiding tot nader onderzoek. Axel
16
(A-128)
Onze
referentie: D10064519:48
-
Datum:
4 december
2024
-
Confidential
VERLENGING VAN AARDGASLEIDING A-671-02 AXEL-KRUISWEG| VOORAFGAAND BODEMONDERZOEK
4. Evaluatierapport grondwatersanering M&R- station Axel A-128 , Grontmij B. V , (SB 0681) , d. d. 22-06-2000 Dit onderzoek heeft plaatsgevonden naar aanleiding van eerder aangetoonde sterke verontreinigingen met minerale olie en tetrahydrothiofeen in het grondwater. Vanaf 25 november 1996 tot en met 26 februari 2000 heeft ter plaatse van het meet- en regelstation Axel aan de Kruisweg een grondwatersanering plaatsgevonden ter verwijdering van tetrahydrothiofeen (THT) en minerale olie. De grondwatersanering is middels grondwateronttrekking uitgevoerd. Tijdens de controleronde op het saneringsresultaat op 13 maart 2000 zijn , met uitzondering van punt H (26, pg/l) , geen verhoogde gehalten in het grondwater waargenomen. De grondwaterverontreiniging is daarmee multifunctioneel verwijderd.
17
Onze referentie: D10064519:48
- Datum:
4 december 2024
- Confidential
VERLENGING VAN AARDGASLEIDING A-671-02 AXEL-KRUISWEG| VOORAFGAAND BODEMONDERZOEK
5
Onderzoeksresultaten
5. 1
Onderzoeksopzet
waterbodem
Voor de bepaling van de te verwachten waterbodemkwaliteit is door Arcadis Nederland B. V. een milieuhygienisch vooronderzoek waterbodem uitgevoerd gebaseerd op het onderzoeksprotocol NEN 5717:2023. De resultaten van dit vooronderzoek zijn weergegeven in dit hoofdstuk. Hiervoor zijn de stappen 1 t/m 4 uit de NEN 5717 doorlopen; • • • •
Stap 1: Algemene aspecten Stap 2: Belasting per deellocatie Stap 3: Verontreinigde stoffen per deellocatie Stap 4: Conclusies
5. 2
Algemene
gegevens
Bronnen De gebruikte bronnen voor het vooronderzoek zijn reeds benoemd in het hoofdrapport.
Stap 1 Algemene aspecten
Binnen de onderzoekslocatie bevindt zich één watergang ten behoeve van afwatering van de landbouwpercelen.
5. 3
Onderzoeksresultaten
Stap 2 en 3 Belasting per deellocatie De volgende stap is het vaststellen of er sprake is van belasting door diffuse of specifieke bronnen. Deze gegevens zijn al beschreven in het hoofdrapport. Bekende gegevens aanvullend op het landbodemonderzoek Voorafgaand aan de digitale terreininspectie van het onderzoeksgebied zijn gegevens over de algemeen waterbodemkwaliteit alsmede de eerdere uitgevoerde waterbodemonderzoeken opgevraagd bij het waterschap Scheldestromen. Het waterschap heeft een waterbodemkwaliteitskaart beschikbaar waaruit blijkt dat de watergang voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Verspreidbaar , industrie’. Verwachtingen ten aanzien van asbest in Waterbodem Op basis van het historisch kaartmateriaal zijn er geen slootdempingen gronddammen , halfverharde wegen vastgesteld ter plaatse op het beoogde leidingtracé. Dit zijn locaties die potentieel verdacht zijn op het voorkomen van asbest. Uit de beschikbare bodemrapporten , reeds beschreven in paragraaf 4. 6 , worden geen locaties als asbestverdacht aangemerkt.
18
Onze referentie: D10064519:48
- Datum:
4 december 2024
- Confidential
VERLENGING VAN AARDGASLEIDING A-671-02 AXEL-KRUISWEG| VOORAFGAAND BODEMONDERZOEK
5. 4
Conclusies
In Tabel 4 zijn de relevante aspecten uit het vooronderzoek (+bureaustudie) naar milieuhygiënische belastingen samengevat voor de aanwezige watergang (sloot). Tabel 4 Relevante aspecten waterbodem vooronderzoek Relevante aspecten vooronderzoek
Bevindingen
Historische of bestaande (waterbodem)kwaliteitsgegevens
Op basis van de Waterbodemkwaliteitskaart voldoet de kwaliteit van de waterbodem aan de kwaliteitsklasse Verspreidbaar (industrie)
Vaststelling diffuse of specifieke belasting
Geen specifieke belasting
PFAS
Op basis van afstand tot het beoogde leidingtracé zijn er geen relevante PFAS verdachte locatie binnen het zoekgebied aanwezig (zie ook paragraaf 4. 4).
19
Onze referentie: D10064519:48
- Datum:
4 december 2024
- Confidential
VERLENGING VAN AARDGASLEIDING A-671-02 AXEL-KRUISWEG| VOORAFGAAND BODEMONDERZOEK
6
Samenvatting
6. 1
Samenvatting
,
Conclusies
en
advies
In opdracht van N. V. Nederlandse Gasunie , heeft Arcadis Nederland B. V. een milieuhygienisch vooronderzoek (water)bodem conform de NEN 5725:2017 en de NEN 5717:2023 uitgevoerd voor het project A-671-02 Sluiskil.
Gasunie is voornemens de verlenging van een gasleiding te realiseren ter hoogte van de Kruisweg Sluiskil. Door aanstaande wijzigingen binnen de gasinfrastructuur in de regio zal de capaciteit op verschillende punten in het netwerk veranderen. Specifiek om te voorkomen dat de leveringscapaciteit van aardgas aan het meet en regelstation Axel (A-128) hierdoor vermindert is het wenselijk om een nieuw leidingdeel te realiseren die de verbinding creëert van afsluiterstation Sluiskil (S-932) aan de noordoostzijde van de Kruisweg richting meet- en regelstation Axel aan de zuidwestzijde (A-128). In deze verbinding zal middels dit project worden voorzien door het verlengen van de aardgasleiding A-671-02 over een lengte van 600 meter.
De doelstelling van het milieuhygiënisch vooronderzoek is het verzamelen van relevante informatie over onder andere het voormalige en huidige gebruik , alsmede de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem om zodoende een beeld te krijgen van potentieel verdachte activiteiten en/of bekende bodemverontreinigingen.
Op basis van de informatie uit het vooronderzoek kan worden beoordeeld of en waar een doelgericht veld- en bodemonderzoek noodzakelijk is in een vervolgfase (verkennend of nader bodemonderzoek). Het vooronderzoek heeft de volgende doelen voor de vervolgstappen in het realisatieproces: • • •
Het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) in kader van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) ten behoeve van een vergunning , een melding of een informatieplicht. Is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem van de aanwezige sloten en de daaruit vrijkomende baggerspecie in kader van het Besluit activiteiten Leefomgeving (Bal). Het vaststellen van de (voorlopige) veiligheidsklassen voor het werken in de grond conform CROW400 tijdens de uitvoering van de graafwerkzaamheden.
6. 2
Conclusies
Op basis van de bekende gegevens is het geplande trace op te delen drie deellocaties (zie adviestekening bijlage A); A. Trace rondom afsluiterstation Sluiskil (S-932 , landbodem) B. Trace tussen de afsluiterschema’s (landbodem) C. Perceelsloot (waterbodem) Hieronder zal per deellocatie de conclusies worden beschreven. •