CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-03-11 IC5 - Bijlage 2 Gesprekken door het land Onderdeel van Elke Regio Telt 2024

commissie Bestuur en Middelen 18 februari 2025, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Ingekomen stukken10.623 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gesprekken door het land

Gesprekken door het land Onderdeel van Elke Regio Telt! 1 | Gesprekken door het land

Inhoud 1. Context van de opdracht 

3

1.1. Aanleiding 

4

1.2. Opdracht 

5

1.3. Aanpak 

6

2. De rode draden 

10

2.1. Inhoudelijke opgaves 

11

2.2. Knelpunten in de interactie 

13

3. Behoeftes voor vervolg

23

Spoken word 4. Concrete ideeën 

27 Ik denk dat jullie het al hebben gezien,

5. Tot slot

30

ik was het alleen even vergeten Ik blijk een lichaam te hebben en misschien waren jullie het ook vergeten maar jullie hebben allemaal ook een lichaam En dat we dat soms vergeten is niet zo gek, want onze lichamen leven in een land waar het hoofd aan het hoofd staat Dus ontspan je lijf en laat jezelf landen in lichaam Nederland

2 | Gesprekken door het land

1. Context van de opdracht 3 | Gesprekken door het land

1.1. Aanleiding In het rapport Elke Regio Telt! (ERT) stellen de Raad voor de Leefomgeving

en Infrastructuur (RLI), de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en de Raad

voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) dat Nederland zich in haar beleid te lang heeft gericht op het vooral sterker maken van wat al sterk is

en dat dit mede heeft geleid tot het structureel achterblijven van een aantal

regio’s én een laag vertrouwen in het Rijk. De Rijksoverheid heeft het rapport omarmd en aangekondigd aan de slag te gaan met de adviezen uit dit rapport. Onderdeel daarvan is dat het Rijk, samen met de regio, toewerkt naar een

programmatische gebiedsaanpak voor de verbetering van de leefbaarheid in regio’s aan de randen van het land.

Om tot deze programmatische gebiedsgerichte aanpak te komen, is het plan

opgevat om dialogen te organiseren met specifieke regio’s. Dialogen die gaan over de regionale opgaves en wat er in wisselwerking tussen Rijk en Regio nodig is om een betekenisvolle verandering te realiseren waardoor de regio’s er op termijn structureel op vooruitgaan.

4 | Gesprekken door het land

1.2. Opdracht TwynstraGudde is door het ministerie van Binnenlandse Zaken en

Koninkrijksrelaties (BZK) gevraagd om deze regiodialogen te ontwerpen, te faciliteren en naar aanleiding daarvan te adviseren over de wijze waarop een

langjarige samenwerking moet worden vormgegeven. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten meegegeven:

• In beeld brengen wat volgens de regio belangrijke opgaves zijn in de betreffende regio’s.

• Op zoek gaan naar kansen en knelpunten in de interactie tussen Rijk en regio.

• Een bijdrage leveren aan de versterking van de relatie tussen Rijk en regio.

• Voorbij de cijfers gaan, maar ook kijken naar met name de beleving en ervaring in de regio.

• Betrokkenheid van Rijksoverheid, provincie, gemeenten en regionale maatschappelijke partners.

• Gesprek op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau.

• Hierbij was de aanvullende de afspraak dat TwynstraGudde het traject in nauwe samenwerking met het programma Regio’s aan de grens, de

opdrachtgever van BZK, zou ontwikkelen en uitvoeren zodat we gedurende het traject op basis van de actualiteit en voortschrijdend inzicht konden bijsturen.

BZK heeft de regio’s aangedragen met wie zij een dialoog wilde voeren. Deze regio’s zijn: Zeeuws-Vlaanderen, Twente, Kop van Noord-Holland, Zuid-

Limburg, Midden-Limburg, Noord-Limburg, Achterhoek, Zuid- en OostDrenthe, Zuidoost-Fryslân en Noard-Fryslân en Noord- en Oost-Groningen1.

1

Op het moment van schrijven van dit stuk dienen de regioreflectie in Midden-Limburg en de dialoogsessie inclusief regioreflectie in Groningen nog plaats te vinden. In overleg met Groningen is ervoor gekozen, vanwege andere lopende trajecten, om een ander tijdspad te hanteren. De inzichten en informatie uit deze dialogen worden wel meegenomen in de verdere uitwerking van de programmatische aanpak.

5 | Gesprekken door het land

Beoogd resultaat • Ontwerpen en faciliteren van 11 regiodialogen.

• Een beknopt overzicht van de belangrijkste resultaten per regio.

Six Conditions of Systems Change

• Een beknopt rapport met een overzicht van de rode draden in termen van

knelpunten en handelingsperspectieven voor een langjarige samenwerking.

1.3. Aanpak Opzet van de regiodialoog: vanuit andere wereldbeelden naar oplossingsrichtingen Mensen zijn geneigd om direct naar een oplossing te zoeken als een probleem zich voordoet. Dat is meestal heel effectief. Maar in complexe vraagstukken levert deze neiging vaak schijnoplossingen op: oplossingen die anders lijken,

Policies

Practices

Relationships & Connections

Power Dynamics

Mental Models

Structual Change (explicit)

Resource Flows

Relational Change (semi-explicit)

Transformative Change (semi-explicit)

maar tot eenzelfde uitkomst leiden en het onderliggende probleem in stand houden. We gaan bijvoorbeeld direct op zoek naar de verandering van beleid,

wet – en regelgeving of financieringsstromen. Dit zijn, kijkend naar de figuur hiernaast, aanpassingen in structuur (structual change, de bovenste laag

Bron: The water of systems change. Kania, Kramer and Serge 2018

in de figuur hiernaast). Een subsidie vervangen door een andere subsidie, een norm wijzigen in een andere norm of alleen aandacht hebben voor de economische kracht van de betreffende regio’s (sterk maken wat sterk is), zijn

De maatschappelijke opgaves waar de betreffende regio’s voor staan zijn

modellen (de onderste twee lagen). Dit heeft het risico in zich dat er niets

voorzieningenaanbod, vertrouwen in instituties en intergenerationele

alle oplossingen vanuit dezelfde onderlinge verhouding en dezelfde mentale verandert. Wanneer er daadwerkelijk een systeemverandering nodig is, moet

eerst op een andere manier worden gekeken en is het nodig om vanuit een ander mentaal model te gaan werken. Dat doen we door naar verschillende

lagen van een vraagstuk te kijken (alle drie de lagen uit het model hiernaast). Pas dan is er ruimte om in de interactie en oplossingen tot vernieuwing te komen.

6 | Gesprekken door het land

met recht complex te noemen. Vergrijzing, ontgroening, bereikbaarheid, achterstanden zijn allemaal met elkaar verbonden en hebben zich in de loop

van tientallen jaren ontwikkeld. Het inzetten van meer van dezelfde interventies

(bijvoorbeeld nieuwe generieke normen of een nieuwe incidentele middelen) zal hoogstwaarschijnlijk niet leiden tot de gewenste duurzame verandering

voor deze regio’s. Ook hier geldt dat we voor een langjarige samenwerking op een andere wijze naar die samenwerking moeten kijken.

Aanpak De regiodialoog bestaat uit een inhoudelijke voorbereiding in de vorm verschillende

overheidslagen

(Rijk,

provincies,

gemeenten

en

en kennisinstellingen, inwonersinitiatieven en woningbouwcorporaties), bedrijfsleven en inwoners en daaropvolgend een afsluitende regioreflectie

Regiokaart Regio’s weten zelf heel goed wat er in de regio speelt. Daarom hebben we

de regio gevraagd om ter voorbereiding op de dialoog een “regiokaart” te

maken. Deze regiokaart vormt het gezamenlijke inhoudelijke vertrekpunt voor

Onderliggende structuren

met directeuren/DG’s van het Rijk en regionale bestuurders.

DAG 1 - ochtend

waterschappen), regionale maatschappelijke partners (o.a. zorg-, onderwijs-

Middag

uit

Events & trends

van een regiokaart en twee gesprekken; een tweedaagse met ambtenaren

Inhoud

alle deelnemers. Het product beschrijft de identiteit en relevante kenmerken

van de regio, de interbestuurlijke trajecten die er al lopen en liepen, en de

bijvoorbeeld wonen, cultuur, welbevinden, veiligheid, gezondheid, mobiliteit

en sociale samenhang. De profielen gaan niet over de ervaring van mensen uit

de regio, maar zijn opgebouwd uit meetbare indicatoren. De regioprofielen zijn, net zoals de regiokaarten, ter voorbereiding meegestuurd naar de

deelnemers. Hierbij is het de kunst om “door deze cijfers heen” te kijken: hoe ervaren de inwoners het wonen, werken en leven in deze regio’s in de dagelijkse praktijk? En komt dit overeen met wat de cijfers zeggen?

7 | Gesprekken door het land

DAG 2 - ochtend

regioprofiel opgesteld over de brede welvaart. Deze cijfers gaan over

Waarden

Aanvullend heeft PON&TELOS in opdracht van BZK per regio een cijfermatig

Metaforen

cijfermatige onderbouwing.

Middag

voor brede welvaart vanuit een monitor of kennisinstituut opgenomen en een

Dieperliggende patronen

belangrijke opgaves voor de regio. In enkele regio’s is hierbij ook aandacht

Interviews Elke Regio Telt! gaat over mensen die leven, wonen en werken in kernen, dorpen, steden en regio’s. Omdat de tweedaagse regiodialoog voor een groot deel zou gaan over de interactie tussen Rijk en regio, hebben we bewust besloten om inwoners, ondernemers en andere maatschappelijke partners

voor een beperkt deel van de tweedaagse uit te nodigen. Om de echte

verhalen van echte mensen niet te vergeten tijdens de gesprekken, hebben per regio vijf interviews met inwoners plaatsgevonden. Deze interviews zijn verhalend opgeschreven en - geïllustreerd met foto’s - op dozen in de ruimte

geplaatst waar de dialoogsessie plaatsvonden, ter illustratie en inspiratie voor de inhoudelijke gesprekken. Tweedaagse regiodialoog De kern van de regiodialoog zit in de tweedaagse. Deze bijeenkomst vond in de regio plaats en hierbij waren steeds ambtenaren van gemeenten, provincie en Rijk aanwezig alsmede regionale maatschappelijke partners (denk aan inwonersinitiatieven, zorginstellingen, scholen, kennisinstellingen en

ondernemers). Met een kerngroep van 20 tot 30 personen hebben we in twee dagen met elkaar onderzocht welke structuren onder de knelpunten liggen en hoe de interactie tussen Rijk en regio daarin een rol speelt. Vervolgens

is nagedacht over wat nodig is voor een betekenisvolle verandering in de ontwikkeling van de regio.

Op dag 1 richtten we ons op huidige situatie. De opgaves, zoals benoemd in de regiokaart, vormden het inhoudelijke vertrekpunt. In groepen zijn

per opgave concrete initiatieven en projecten geïnventariseerd en aan de hand daarvan is onderzocht welke economische, institutionele en culturele structuren belemmerend werken en tot knelpunten leiden. Vervolgens is aan

de hand van metaforen verkend welke onzichtbare ideeën of overtuigingen ten grondslag liggen aan deze structuren. Op dag 2 hebben de deelnemers

constructieve metaforen bedacht die de op de eerste dag gevonden ideeën 8 | Gesprekken door het land

of overtuigingen uitdagen. Van daaruit is besproken wat dat betekent voor

de knelpunten van de eerste dag en de wisselwerking tussen Rijk en regio. De grondlagen zoals in de figuur op de vorige pagina afgebeeld, fungeerden als wegwijzer tijdens de twee dagen. Regioreflectie De regioreflectie is een dagdeel waarop bestuurders uit de regio, de provincie

en het waterschap en directeuren/DG’s vanuit verschillende departementen van het Rijk, met elkaar in gesprek gingen. Tijdens de regioreflectie stonden

we stil bij de resultaten van de tweedaagse en checkten we of deze herkend

werden. Vervolgens gingen we in gesprek over de uitgangspunten voor een langjarige samenwerking en hoe die er in deze regio uit zou zien. Dat laatste

gebeurde onder de noemer van Regionale Route; deze hebben we in beeld

hebben gebracht door lopende trajecten en actoren te verzamelen (zodat er geen dubbel werk gedaan wordt) en door te bekijken welke eerste stappen we kunnen zetten om met elkaar langjarig samen te werken.

9 | Gesprekken door het land

2. De rode draden 10 | Gesprekken door het land

2.1. Inhoudelijke opgaves De regiokaarten vormen het inhoudelijke vertrekpunt voor de dialoogsessies.

Hierin hebben de regio’s o.a. urgente opgaves omschreven. Aanvankelijk was

de gedachte dat hier mogelijk heel verschillende opgaves uit zouden komen. En natuurlijk, in de lokale of regionale context hebben deze opgaves per definitie een andere uitwerking, maar we hebben vooral veel overeenkomsten gevonden in de opgave. Overeenkomsten • In alle regio’s worden de opgaves bereikbaarheid, beschikbaarheid van

voorzieningen, krapte op de arbeidsmarkt en druk op gemeenschappen (sociaal weefsel, verenigingsleven) genoemd.

• Vergrijzing en ontgroening (vertrek jongeren) zijn hiervoor de bepalende onderliggende trend. Daarbij wordt vergrijzing als een opzichzelfstaande

oorzaak gezien en is ontgroening enerzijds de oorzaak van verschraling en anderzijds het gevolg daarvan, en daarmee een multiplier op de maatschappelijke last van vergrijzing.

• Bereikbaarheid van voorzieningen als onderwijs en zorg is beperkt en met

het wegvallen van voorzieningen wordt deze bereikbaarheid nog beperkter. In regio’s waar de afstanden groot zijn, zoals aan de randen van Nederland, maakt dit de opgave nog zwaarder. Zowel bereikbaarheid als beschikbaarheid

van voorzieningen is een essentieel vraagstuk in deze regio’s. Ondanks - of dankzij - het feit dat bereikbaarheid overal als zeer essentieel ervaren wordt, wordt het bijna overal ook ervaren als een soort sluitstuk.

• De krapte op de arbeidsmarkt is weliswaar in heel Nederland een uitdaging, maar in deze regio’s waar de effecten van ontgroening en vergrijzing nog

voelbaarder zijn, wordt deze uitdaging nadrukkelijker ervaren. Daarnaast

heeft aan aantal regio’s te maken met een eenzijdige arbeidsmarkt die getypeerd wordt door MKB; er is minder sprake van grote (nationale ofwel internationale) bedrijven.

11 | Gesprekken door het land

• Het sociaal weefsel waar veel van de regio’s op leunen staat onder druk doordat regio’s vergrijzen. Als voorzieningen verdwijnen (w.o. cultuur, opleidingen, ontmoetingsplekken, winkels), trekken jongeren vaak weg. Daarnaast horen we in verschillende interviews dat het verenigingsleven,

dat van vitaal belang is voor het in stand houden van dat sociale weefsel,

aan zoveel wet- en regelgeving moet voldoen en te maken heeft met bezuinigingen, dat het steeds minder aantrekkelijk wordt voor mensen om

zich hier structureel aan te verbinden. Daarmee wordt een vicieuze cirkel zichtbaar: het verenigingsleven komt extra onder druk te staan naarmate er steeds minder betrokken inwoners in deze regio’s wonen; daardoor komt

het sociaal weefsel in de regio’s vervolgens verder onder druk te staan (en ze als minder aantrekkelijk worden ervaren).

• In algemene zin worden overal bereikbaarheid en het aanbod van voorzieningen, en de verbinding met de omgeving als belangrijkste hefbomen gezien.

Aanvullende kenmerken Een aantal regio’s heeft, aanvullend op wat we overal terugzien, nog een

Een glazen wand rond Zuid-Limburg*

• Grensligging. Veel regio’s hebben te maken met grensligging. Het meest

“Hoewel je de grens bijna nergens

Tegenwoordig laten veel mensen

meer ziet, is het een glazen wand

zich toch tegenhouden door de

rond om de provincie heen”, schrijft

grens. Milikowski interviewt een

Floor Milikowski in haar boek Een

winkeleigenaresse op 300 meter

klein land met verre uithoeken over

vanaf de Belgische grens. Ze krijgt

de 220 kilometer grens die om

bijna nooit klanten uit het buurland:

Zuid-Limburg heen ligt. “Zonder

“Alleen tijdens de opruiming, want

grenzen heeft de regio volgens de

dat heb je daar veel minder. Het

Atlas van gemeenten wat betreft

mag in België pas vanaf 1 juli.” Ook

aantrekkingskracht op bedrijven

werken in het ene land en wonen in

en arbeidskrachten de potentie

het andere land gebeurt weinig. Ze

om de tweede regio van Nederland

spreekt een dorpsbewoner uit Berg

te zijn, na de Randstad.” Maastricht,

en Maas die vertelt: “Een kennis

Heerlen, Hasselt, Luik, Eupen en

van mij ging werken in België, hij

Aken vormen een sterke stedelijke

kreeg meteen een brief van de

gordel. “Voordat de landsgrenzen

Sociale Verzekeringsbank dat hij

ontstonden, vormden ze cultureel

werd gekort op zijn AOW. Ik kijk wel

en

een

uit!” Wat mensen ondanks de grens

geïntegreerd geheel rondom het

wel veel doen, is boodschappen in

hertogdom Limburg.”

Duitsland. Dezelfde dorpsbewoner

aantal kenmerken:

nadrukkelijk komt dit aan de orde in Zeeuws-Vlaanderen, Zuid- en OostDrenthe, Noord-Limburg, Midden-Limburg en Zuid-Limburg.

• In een aantal regio’s is nadrukkelijk sprake van intergenerationele sociaal

maatschappelijke achterstanden. Achterstanden die van generatie op generatie via het gezin worden doorgegeven. Dit werd het meest evident in Zuid- en Oost Drenthe en in Zuid-Limburg.

• In Twente worden de verschillen tussen de steden - Almelo en Hengelo - en het landelijk gebied als groot ervaren.

• In o.a. Zeeuws-Vlaanderen, Zuid- en Oost Drenthe, delen van Zuid-Limburg

en de Kop van Noord-Holland heeft de woonopgave specifieke kenmerken.

Er is een mismatch tussen vraag en aanbod door de veelal verouderde bestaande voorraad en het grote aandeel grondgebonden, vaak particuliere, woningen. De combinatie van grote woningen in eigen bezit en een lager

inkomen van inwoners zorgt vaker dan gemiddeld voor verkrotting en verduurzaming van de woning blijft uit. Dit vraagt, naast extra bijbouwen, om

herstructurering en sloop-nieuwbouw, wat een dure aangelegenheid is voor gemeenten. Daarnaast speelt in de plattelandsregio’s dat het moeilijk is om

in aanmerking te komen voor Rijkssubsidies omdat de woningbouwopgave zich niet leent voor de door het Rijk gestelde normeringen.

economisch

gezien

• Zeeuws-Vlaanderen, Zuid- en Oost-Drenthe en de Achterhoek benoemen

expliciet het dalende vertrouwen in de (Rijks)overheid en instituties, en een

afstand tussen de regio en Den Haag. Tijdens de regiodialoog in NoardFryslân kwam dit ook aan bod. Zuid-Limburg toont een kaart waarop het politiek vertrouwen in de regio laag is.

12 | Gesprekken door het land

zegt: “Het is hier een kwartiertje

“De canon van Limburg heeft niets met die van Nederland te maken. Het gaat over gebeurtenissen in Aken, Luik en Namen.”

vandaan en het is daar 20% goedkoper.” De winkeleigenaresse beaamt dat; ook zij doet haar boodschappen in Duitsland.

“De canon van Limburg heeft niets met die van Nederland te maken. Het gaat over gebeurtenissen in Aken, Luik en Namen.”

2.2. Knelpunten in de interactie In de dialogen zijn we op dag 1 ingegaan op de knelpunten die in regio’s worden ervaren. We zijn begonnen vanuit inhoudelijke vraagstukken om

vervolgens daar bovenuit te stijgen en te kijken welke knelpunten in de regio

nu echt ervaren worden. Niet op één sectoraal onderwerp of domein, maar veel meer op systeemniveau: in de interactie tussen Rijk en regio. De rode

draden uit de hierover gevoerde gesprekken hebben we hierna geformuleerd. Landelijke normen versus regionale praktijk De regio ervaart een Rijksoverheid die vooral landelijke en generieke normen hanteert, bijvoorbeeld voor mobiliteit, zorg en onderwijs. Op dit moment zijn

er weinig mogelijkheden om van deze normen af te wijken. Deze normen zijn

bepalend voor of voorzieningen voort blijven bestaan of waar investeringen

Docent en leerlingen aan het woord Interview uit de Kop van Noord-Holland

gemiddelden die in de regio verkeerd uitpakken, simpelweg doordat er minder

“Dit is mijn oude school. Ik ben

gaan shoppen en/of makkelijkere

verknocht aan de omgeving”, vertelt

manieren om jezelf te verplaatsen.

een

middelbare-schooldocent

“Ik moet alleen al een half uur naar

Biologie. “Ik kan hier de duinen en

een bushalte fietsen. Ik snap ook

bossen in, zeilen op het IJsselmeer,

wel dat het niet erg realistisch is

voor de film naar Hoorn en naar

om hier opeens midden op het

Amsterdam als ik echt uit wil. Met

platteland een winkelcentrum te

de auto is het goed te doen. De files

plaatsen, maar als alles wat meer

staan altijd de andere kant op.”

toegankelijk wordt, wordt het wel

landen. Vaak zijn deze generieke normen echter gebaseerd op landelijke

mensen wonen in een bepaalde doelgroep en bijvoorbeeld afstanden groter zijn. Daarin wordt het volumedenken als leidend ervaren. Het voortbestaan

van voorzieningen wordt afhankelijk gesteld van een bepaalde volumevraag op dat moment, terwijl het voorbestaan of aanvullen van een voorziening juist

kan leiden tot een toenemende vraag en andersom: de regio’s hebben in de afgelopen decennia gezien dat de afname van een voorziening ook tot een afname van de vraag kan leiden.

beter.”

‘’Volgens mij is dit de enige middelbare school in twintig kilometer. Dus deze school moet sowieso blijven.’’ 13 | Gesprekken door het land

Als

aan

drie

leerlingen

wordt

gevraagd wat ze zouden willen

En wat moet er in ieder geval in

veranderen aan hun leefomgeving,

de Kop blijven? “De Albert Heijn”,

dan noemen ze drie dingen. Een

zeggen de leerlingen lachend. En

Hbo-school want die zit nu alleen

verder de dorpsfeesten, carnaval

in Alkmaar en die is niet zo goed

en de sporthal. En tot slot de

aangeschreven. Meer winkels, want

school zelf.

ze moeten nu ver reizen om te

Zo leidt het sluiten van scholen - doordat er te weinig leerlingen zijn - in een regio die al last heeft van ontgroening - tot het wegtrekken van nog meer jonge gezinnen. Daardoor kunnen (sport)verenigingen ook niet meer open blijven en trekken er nóg meer mensen weg. Dit heeft op haar beurt weer gevolgen voor het sociale weefsel in de regio; schoolpleinen, speelplaatsen

en sportverenigingen zijn belangrijke ontmoetingsplaatsen. En in veel regio’s

die onder Elke Regio Telt! Vallen, zijn veel openbaar-vervoerverbindingen verdwenen of geminimaliseerd. Dat maakt dat veel inwoners afhankelijker zijn

geworden van de auto en dat vooral studenten en ouderen die geen auto

zich moeilijker kunnen verplaatsen en/of afhankelijker worden. In de bezochte regio’s wordt het gemist dat er vanuit het Rijk weinig inbeeldingsvermogen

is voor hoe een parkeerquotum uitpakt op een plek waar veel ruimte is, dat het moeilijk in te beelden is dat ouderen zonder auto meer dan 45 minuten

onderweg zijn om bij de dichtstbijzijnde arts te komen, of wat het effect van accijnsverhoging op het gevoel van vrijheid van jongeren is bijvoorbeeld.

14 | Gesprekken door het land

(on)bereikbaarheid Interview uit Midden-Limburg

‘’Ik kan me niet herinneren dat tien jaar geleden, toen mijn oudste zoon in Eindhoven ging studeren, het OV een probleem was’’,

hij vol zat. Toen zei mijn zoon: “Dat vak doe ik niet meer, ik heb het nu al drie keer gemist.” Ik zei toen: “Daar ben ik het niet mee eens. Als jij om kwart voor negen les hebt, dan breng ik je naar het station. Ik wil niet dat jij studievertraging oploopt omdat een bus niet rijdt of vol zit.” “Ik heb dat twee jaar

vertelt inwoner Van Heythuysen,

gedaan.”

moeder van drie kinderen. Dat

Het vraagt wel wat van haar. “Ik ben

beeld veranderde tijdens en na

daar een uur mee kwijt. Dan moet

de coronatijd. “Jaren later is onze

ik vroeg weg omdat het ’s ochtends

jongste naar Eindhoven gegaan.

druk is op de weg en dan moet

Er werd door corona online les

ik daarna nog acht uur werken.

gegeven, maar voor praktijklessen

Dat vind ik best wel vermoeiend

moest hij op locatie zijn. Drie weken

eerlijkgezegd. Ik snap wel dat

op rij liet de bus hem staan, omdat

mensen twee auto’s willen.”

Sectorale oriëntatie conditioneert sectorale invulling In de bezochte regio’s – maar eigenlijk altijd op lokaal niveau - worden de

samenhang en afhankelijkheid tussen zorg, onderwijs, werkgelegenheid, bereikbaarheid en voorziening sterk voelbaar. Deze opgaves kunnen niet

“Ik zeg altijd: je kunt niet de hele wereld verbeteren, maar in je eigen omgeving kun je veel bereiken.”

eenzijdig sectoraal worden opgelost. Investering in het ene domein kan

positieve maar ook onbedoelde negatieve effecten in een ander domein hebben. Op dit moment is inzet van het Rijk door middel van sturing, ondersteuning en

financiering nog te vaak sectoraal georiënteerd. Dit conditioneert de bezochte regio’s om vanuit vergelijkbaar perspectief te werken en te organiseren, terwijl

Kracht en kwetsbaarheid van het verenigingsleven Interview uit Noord-Limburg

aanvliegroute meer noodzakelijk wordt om een win-winsituatie te bereiken.

Als je met deze inwoner, hij noemt

Het verenigingsleven is groot in

zichzelf

beroepsvrijwilliger,

dit gebied. Hoewel hij zelf nog

een rondje door Baarlo fietst, laat

altijd in de hoogste versnelling

hij het je graag zien. Eén keer per

doorgaat en daar veel energie van

twee weken verzorgt de door hem

krijgt, ziet hij dat het voor nieuwe,

opgerichte stichting Baarlo Leeft!

jonge aanwas ingewikkeld is. Je

het onderhoud van het kerkhof. In

kunt jongeren beter voor één

2018 organiseerde Baarlo Leeft!

korte, omschreven taak inzetten;

Maatschappelijke impact is beperkt uit te drukken in cijfers of te

een kunstsymposium; er werden

structureel verbonden zijn willen

voorspellen, domeinoverstijgend en traag zichtbaar

zes beelden in het dorp neergezet.

ze vaak niet. En dat snapt hij, want

In het verlengde van het voorgaande wordt een focus in onderbouwing

De gemeente gaf als voorwaarde

door de vergunningsverplichtingen

dat

wordt

juist bij beperkte middelen en complexe opgaves een domeinoverstijgende

Een voorbeeld uit een van de dialoogsessies gaat over de bereikbaarheid van een school. Het ministerie van I&W had geld beschikbaar gesteld om een

betere weg aan te leggen. Alle aanwezigen gaven aan dat, als je keek naar waar de leerlingen en docenten van de school vandaan kwamen, het veel logischer was geweest om de school te verplaatsen.

en verantwoording bij de besteding van middelen ervaren die geen recht

doet aan de regionale praktijk. Om op Rijksniveau opgaves te agenderen of ondersteuning te organiseren, wordt vaak gevraagd om cijfermatige

onderbouwing en voorspelling van impact. De regio werkt hier vanzelfsprekend

aan mee en probeert natuurlijk de juiste cijfers te presenteren en vervolgens te verantwoorden. Gelijktijdig is het potentiële rendement slecht cijfermatig

uit te drukken of te verantwoorden en biedt het vaak een schijnzekerheid. De outcome van investeringen (tijd, kennis, financieel etc.) wordt meestal

niet domeinoverstijgend bekeken. Daarnaast is het effect van de investering

vaak pas vertraagd zichtbaar. Deze simplificering van de werkelijkheid geldt 15 | Gesprekken door het land

ze

een

het

plantsoen

direct

alles

dichtgetimmerd

om de beelden heen moesten

door de gemeente, maar ligt ook

onderhouden. Inmiddels doen ze

alle verantwoordelijkheid bij de

maar het gehele plantsoen. Het

vrijwilligers. Omdat je ook als

stuk dat onderhouden werd door

vrijwilligersvereniging aan steeds

vrijwilligers zag er beter uit dan

meer eisen moet voldoen, wordt

het stuk dat door de gemeente

die verantwoordelijkheid steeds

onderhouden werd.

zwaarder.

ook voor het beschrijven van opgaves en het problematiseren ervan. Zijn bijvoorbeeld lage WOZ-waardes een positief punt? En wat zegt het behoud

van een gelijk aantal bibliotheken over het behoud van de sociale functie ervan, wanneer ze onbemand gemaakt zijn?2

“Het is nu nog niet zo ver, maar het domino-effect loert af en toe al om de hoek. Veel winkels zijn bijvoorbeeld al weg. Veel mensen vergeten dat dat valt of staat met de aanwas van jeugd.”

Zo zijn lage WOZ-waardes een positieve cijfermatige indicator. In een aantal regio’s leidt dit er echter toe dat mensen geen andere huizen kunnen kopen en dus vastzitten. Als in een dorp, waar de centrale ontmoetingsplek de bibliotheek was, het inname- en uitgiftepunt geautomatiseerd wordt, neemt in de beleving van mensen het voorzieningenniveau af maar blijft het in cijfers gelijk. Cijfers representeren niet altijd de ervaren maatschappelijke impact. Kortlopende middelen stimuleren kortetermijndenken Maatschappelijke organisaties en gemeenten in de bezochte regio’s hebben vaak te maken met incidentele middelen. Vaak komen deze middelen vanuit

het Rijk. Deze incidentele middelen zijn natuurlijk welkom, maar ze stimuleren

ook het kortetermijndenken. Elke keer wordt er op nieuw hard gewerkt om de noodzaak te bewijzen, telkens weer is de vraag wie daarvan profiteert en wie

niet, en keer op keer wordt gekeken hoe we de inzet zo kunnen formuleren dat die past binnen de doelstelling van de financiers. In de uitvoering wordt hard gewerkt om de middelen zo snel mogelijk te besteden, want ook de doorlooptijd van incidentele middelen is doorgaans beperkt. Tot slot: zijn de

middelen op, dan kan een voorziening succesvol zijn gebleken, maar tegelijk een stille dood sterven doordat de regio niet in staat is deze voorziening

zelfstandig overeind te houden. O.a. doordat er veel aandacht en capaciteit

Een wankel evenwicht Interview uit Noard Fryslan “De school en het verenigingsleven

Zo organiseren ze bijvoorbeeld

zijn heel belangrijk, zeker voor

jaarlijks

ons dorp. Als wij geen school

je bent wel afhankelijk van zo’n

meer zouden hebben, zou ik dat

bestuur. Het aantal jeugdleden bij

heel erg vinden.” De school en de

de voetbalvereniging loopt terug.

verenigingen zijn de plekken waar

Zeker in de leeftijd vijftien of zestien

de gemeenschap ontstaat en blijft

wordt het gevaarlijk. Voorlopig

bestaan. Dat zijn ook de plekken

worden er nog veel activiteiten

waar nieuwe mensen integreren; of

georganiseerd

in

ze nou uit Rotterdam komen of uit

gerealiseerde

multifunctionele

Eritrea.

centrum. Het hele dorp komt daar

in de regio naar deze wijze van verantwoorden gaat, komt er onvoldoende structurele regionale samenwerking op vraagstukken tot stand.

2

 it is wel in ontwikkeling. Het kabinet wil dat elke gemeente een volwaardige (bemande) bibliotheek D heeft. Gemeenten krijgen daarvoor extra geld en vanaf 2025 ook een wettelijke taak, ook wel zorgplicht genoemd. In 2023 en 2024 konden gemeenten, waar het bibliothekenaanbod sterk verminderd was, Spuk-gelden aanvragen. Dit neemt niet weg dat de beleving van mensen in veel van de bezochte regio’s ook op dit onderwerp verslechterd is, terwijl de cijfers dit niet weergaven.

16 | Gesprekken door het land

een

kaatskamp.

het

Maar

nieuw

bij elkaar. Stichting Welzijn Ouderen In het dorp zijn een voetbal-,

zit er maar ook de kinderopvang en

tennis-,

de

de nieuwe Samenwerkingsschool.

Gymnastiek

“Dat is mooi, dan komt opa biljarten

meer.

De

en dan zitten de kleinkinderen of

kaatsvereniging heeft een bestuur

soms de achterkleinkinderen in

dat geënt is op jonge aanwas.

hetzelfde gebouw op school.”

kaats-

en

boulesvereniging. is

er

helaas

niet

jeu

In Zeeuws-Vlaanderen was er een Regiodeal waarmee - vooruitlopend op het voornemen van het toenmalige kabinet - kinderopvang gratis gemaakt

werd om ‘het lek’ naar België te dichten (daar kunnen kinderen vanaf 2,5 jaar gratis naar school en eenmaal in het Vlaamse schoolsysteem, komen kinderen meestal niet terug naar Nederland). Nu het geld van deze Regiodeal op is, is er

nog geen structurele oplossing en gaat het idee - ondanks goede resultaten slechts in een versimpelde versie door.

Transactionele samenwerking die komt en gaat met golven Metaforen over de huidige samenwerking gaan over bijvoorbeeld een knipperlicht of een golfslagbad: de ervaring dat de samenwerking bij vlagen

er een programma of traject opgezet moet worden, wil het Rijk stevig kunnen

Het belang van een gemeenschap Foto gemaakt dooruit Theo Kock Interview de Achterhoek

een adaptieve aanpak. De ervaring is dat, zodra de uitvoering start, het Rijk

In

aanwezig is, maar dat er geen structurele relatie onderhouden wordt. Wanneer

© Theo Kock

meesturen. De daarbij gehanteerde, vaak afrekenbare criteria bemoeilijken

niet meer zichtbaar is en alleen aanwezig voor de verstrekking van middelen of

de afronding. Tegelijkertijd is de focus van de regio in relatie tot het Rijk sterk gericht op het binnenhalen van geld. Regio’s weten zelf aan welke nationale

(vaak aan ruimte gerelateerde) opgaves ze willen/kunnen bijdragen. Dat

‘kunnen bijdragen’ wordt dan wel eens “opgepompt” om toegang te krijgen

tot ‘potten met geld’. Deze houding van Rijk en regio leidt tot een vrij beperkte,

puur transactionele relatie. Op die manier blijft de afstand bestaan en wordt er te beperkte betrokkenheid ervaren. Die betrokkenheid en empathie zijn

belangrijk voor een goede relatie én voor het echt kennen (“verstehen”) van de opgave.

Varsselder-Veldhunten

ver-

Als inwoners ruimte krijgen om

welkomen ze het liefste inwoners die

dingen zelf op te pakken, kan

verlangen naar de combinatie van

er veel. Een voorbeeld is de

wonen in het dorp én deelnemen

herinrichting van een straat in het

aan het verenigingsleven of andere

dorp. Het dorp maakte daarvoor

activiteiten. “Het verenigingsleven

zelf alle tekeningen én legde het

is de fundering van de vitaliteit van

plein zelf. “Dit ook om de sociale

het dorp. Hoe meer mensen hier

samenhang intact te houden.”

komen wonen en niet actief zijn,

Met

hoe harder het verenigingsleven

19.500 en veel zelfwerkzaamheid

en de leefbaarheid van het dorp

is het project van kerk naar kroeg

achteruit lopen.”

gefinancierd.

Terugkomend op het voorbeeld van de Regiodeal voor kinderopvang in Zeeuws-Vlaanderen: op het moment dat die deal gemaakt werd, was het

kabinet voornemens in heel Nederland de kinderopvang gratis te maken. De

rol van het Rijk in deze regio was voornamelijk die van geldschieter. Rijk en regio hebben niet samen opgetrokken in de uitvoering. Hier had het Rijk echter 17 | Gesprekken door het land

een

startkapitaal

Uiteindelijk

van€

mocht

het. “Het was hondenweer eind

‘’Het eindresultaat is niet in geld te vatten. Trots.’’

november en toch stonden 30 man klaar om het kerkplein te gaan leggen. De trots die dat brengt is niet in geld te vatten.” Is dat niet waar brede welvaart over gaat?

- vooruitlopend op de landelijke uitrol - direct ervaring op kunnen doen ten

behoeve van andere plekken in Nederland. Zo’n transactionele relatie biedt weinig ruimte om gezamenlijk te leren. Beperkte kennis van elkaars praktijk De belevingswereld van de regio’s staat soms ver van de praktijk van het Rijk af. Het is voor regio’s lastig te doorzien hoe het Rijk, met zijn verschillende

departementen, werkt. Dat maakt het moeilijk voor regio’s om gedrag te duiden en de juiste routes te volgen. Andersom ervaart de regio beperkte kennis over en betrokkenheid bij de regionale praktijk vanuit het Rijk. Het mist voor de

regio aan betrokkenheid, empathie en het daadwerkelijk doorleven van wat er

in de regio gebeurt, waardoor problemen en opgaves niet voldoende gezien

en erkend worden. Het Rijk heeft haar haarvaten in de regio teveel verloren

Een Superjuf Interview uit Zeeuws-Vlaanderen

ordening, het afschaffen van diensten als de Dienst Landelijk Gebied, en het

‘’Toen was ze al een Superjuf.’’.

waarschijnlijk te laat om de oud-

Vol

de

leerling nog te overtuigen om terug

docent Duits en decaan van het

te komen. ‘’Ze is in Tilburg iemand

Reynaertcollege

tegen gekomen”.

in de afgelopen decennia door o.a. het decentraliseren van de ruimtelijke vertrek van Rijkskantoren uit de regio, zoals Belastingkantoren.

Hier komt bij dat het per definitie een complex geheel is en dat het kennen van

elkaars praktijk ook niet een soort “oplossing” is. Wanneer we over dé regio of hét Rijk spreken, hebben we het namelijk over duizenden verschillende mensen, waarvan de rollen en functies in de tijd ook nog eens verschuiven.

‘’In Zeeuws-Vlaanderen zijn de mogelijkheden op het gebied van werk voor de leerlingen zelf vaak niet zichtbaar.’’ 18 | Gesprekken door het land

een

enthousiasme

vertelt

in

oud-leerling

Hulst

voor

wie

over hij

in 4havo een snuffelstage als

De Superjuf die niet terug komt.

basisschoollerares

organiseerde.

Het staat symbool voor wat Gorik

Ze is de lerarenopleiding gaan doen

als decaan meemaakt. ‘’Ik ben nu

in Tilburg, maar bleef verbonden

14 jaar decaan van de havo en mijn

met de regio. “Haar broer en vader

leerlingen trekken altijd weg, want

hebben een zaak in Hulst, dus een

in Zeeuws-Vlaanderen is er niks.

deel van haar leven speelt toch nog

De meeste gaan studeren in Breda

hier af.’’ De oud-leerling wilde graag

of Tilburg. Ze geven aan dat als ze in

haar stage in Zeeuws-Vlaanderen

de buurt zouden kunnen studeren

lopen, maar dat was niet mogelijk;

en werk zouden kunnen vinden, ze

stages moesten plaatsvinden in

wel in Zeeuws-Vlaanderen willen

de regio van de school. Iets dat

blijven.’’

nu aan het veranderen is, maar

In dit kader vallen tijdens de dialoogsessies de mensen op die eerst voor het Rijk en toen bij een gemeente of provincie hebben gewerkt (of in een andere

volgorde). Dat blijkt eigenlijk voor iedereen een waardevolle ervaring te zijn. “Het wisselen van perspectief helpt om de gang van zaken van beide kanten

beter te begrijpen en maakt dat ik in mijn huidige werk beter weet wat ik moet doen om iets in gezamenlijkheid gedaan te krijgen.”

Nationale aandacht afhankelijk van regionale invloed Het samenspel tussen Rijk en regio wordt vaak ook ervaren als een strijd om

aandacht en dat die aandacht afhankelijk is van invloed. Veel regio’s in dit traject staan dan direct op achterstand. Voor het uitoefenen van invloed zijn

Kansen? Interview uit Zuid en Oost Drenthe

invloed die in deze regio’s per definitie minder goed aanwezig zijn dan in

Een schoolleidster vertelt: “We

immers netwerk bij het Rijk, expertise en capaciteit van belang. Bronnen van economische sterkere regio’s of grote steden.

hebben in groep 8 een meisje en een jongen die verkering hebben.

De Kop van Noord-Holland ligt in een provincie met Amsterdam, Haarlem,

Alkmaar en Hilversum. De verschillen binnen alleen al die provincie zijn zo

groot dat bepaalde geluiden vanuit de regio het Rijk überhaupt nooit bereiken. Ook cultureel gezien is de ene regio de andere niet. Van oudsher geldt in

Zuid- en Oost-Drenthe heel sterk de regel ‘niet je kop boven het maaiveld

Zijn ouders hebben geen auto dus hij komt alleen in Nieuw-Buinen en Stadskanaal; dat is zijn wereld. Hij mocht mee op pad met de ouders

“Kinderen vinden dat moeilijk hier. Dat gaat terug naar het veen van vroeger. Hard werken, je mond dichthouden en gewoon het veen afgraven.”

van zijn vriendinnetje. Dat vond ik

Ze heeft op verschillende basis-

zo gaaf; dat hij zag: dit is er ook nog.”

scholen

gewerkt

Sommige kinderen hier hebben een

stapeling

van

hele kleine wereld. Letterlijk, omdat

deze kinderen en hun ouders

je zonder auto nergens komt. Maar

tegenaan

Structurele regionale vraagarticulatie en samenwerking vaak nog

ook figuurlijk doordat leerlingen

gemakkelijk. Kinderen komen vaak

moeizaam

sommige competenties nog niet

van generatie op generatie terug

Veel van de bezochte regio’s hebben moeite om tot gezamenlijke en

hebben geleerd. “Je moet leren dat

in dat patroon.” Maar ze heeft

discussie oké is. Dat je daar van

ook een rijke verzameling van

leert. Dat het juist goed is omdat je

voorbeelden waar leerlingen op

er anders van gaat denken.”

haar school konden floreren als ze

uitsteken’. Dat maakt het niet makkelijk om tegen hard roepende regio’s op te

boksen. In bijna alle dialoogsessies wordt expliciet gezegd dat het Rijk beter naar de zachte stemmen/minder naar de harde stemmen moet luisteren.

structurele vraagarticulatie te komen en daarin de samenwerking vast te houden. Het is ook niet gemakkelijk om als zelfstandige gemeente met meer of minder gemeenten tot gezamenlijk inzet te komen. Het sectoraal

georiënteerde optreden van het Rijk helpt daar ook niet bij; dat dwingt immers 19 | Gesprekken door het land

en

kent

problemen

lopen.

“Het

werden aangemoedigd.

is

de waar niet

steeds opnieuw tot het vormen van regionale coalities en het ontwikkelen

Het commitment stopt vaak bij de grens

regio. Tot slot is het definiëren van ‘we’ ingewikkeld, want tot welke regionale

alsof het commitment vanuit de Rijksoverheid bij de grens stopt. In veel visies

deelbelangen. En soms zit het ook gewoon in de historie en de cultuur van de

In een aantal regio’s was de grens een expliciet gesprekspunt en voelt het

afbakening verhouden we ons? ‘De regio’ is meestal geen officiële bestuurlijke

en beleid stopt het denken bij de grens en wordt soms het “Rijke” achterland

entiteit. Dat maakt het binnen de regio, maar ook voor individuele gemeenten en provincies en het Rijk, lastig hoe zich te verhouden tot een regio.

Dit begint al heel klein. Tijdens de dialoogsessies valt het bijvoorbeeld op

dat een aantal regio’s de wens heeft dat er, áls er in groepjes gewerkt wordt, van elke gemeente uit de regio iemand aan dat groepje deelneemt. En dat dit belangrijker is dan dat de juiste inhoudelijke expertise in het groepje aanwezig is. Voor een deel zal dit macht der gewoonte zijn maar als de

procesbegeleiders het navragen, blijkt vaak dat er weinig vertrouwen is dat een collega ambtenaar uit een buurgemeente waarschijnlijk prima zaken kan verwoorden, in lijn met jouw ervaring.

niet meegenomen. Terwijl juist vanuit het perspectief van aantallen inwoners, werkgelegenheid en voorzieningen dit achterland een belangrijke rol voor

de regio speelt en de verwevenheid ook in normen verschil zou kunnen maken. Er zijn regionaal vaak wel contacten, maar de inzet vanuit het Rijk

wordt hier nog te weinig intensief ervaren. Er zijn in grensregio’s vaak wel grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden. Lastig zijn soms wel de

bestuurlijke posities: provincie of gemeenten worden door Vlaanderen niet

altijd gezien als gesprekspartner, maar het Rijk wel. Ook werd aangegeven dat de bestuurlijke besluitvormingsmomenten op internationaal niveau in de tijd beter op elkaar afgestemd moeten worden.

Beperkte capaciteit, kennis en competentie om echt complexe opgaves Een economisch frame is hardnekkig

effectief op te pakken

Het rapport Elke Regio telt! wijst erop dat het beleid te lang gericht is op

Tot slot zien we in bijna alle regio’s dat men te weinig capaciteit en

sterker maken van wat al sterk is . Daar zit een economische manier van denken 3

achter, het ging vooral over investeringen en economische activiteiten. Het

denken vanuit een economisch frame beperkt zich niet tot de Rijksoverheid. Ook op provinciaal en regionaalniveau is dergelijke sturing zichtbaar. Uitspraken tijdens de dialoogsessies, zoals “we moeten beter formuleren aan welke landelijke opgaves we kunnen bijdragen”, “denken vanuit economische kansen” en “we moeten onze regio beter verkopen”, zijn weliswaar niet

verkeerd maar hebben wel een economisch frame als vertrekpunt. Overigens

gedeelde kennis ervaart om de regionale opgaves goed op te pakken. In zijn

algemeenheid is een grote hoeveelheid taken naar gemeenten overgeheveld, waarvoor ze vaak capaciteit tekort komen. Dat tekort wordt door de meeste

gemeenten in Nederland ervaren, maar in deze regio’s lijkt dat extra sterk. Juist

doordat er - gezien alle bovenstaande rode draden – een sterke noodzaak is tot samenwerking in de regio rondom het werken aan complexe opgaves en in de relatie richting het Rijk.

ligt dit voor de hand, aangezien dit een bredere maatschappelijke en ook bestuurskundige ontwikkeling is. Maar het staat het brede-welvaartdenken

wel in de weg, zeker doordat het zo diep verankerd is in het denken, het doen en de structuren die opgetuigd zijn.

20 | Gesprekken door het land

3

Daarmee wordt bedoeld dat er vooral geïnvesteerd werd in de sterke stedelijke gebieden met het idee dat de omringende regio’s daarmee ook versterkt werden. Dit idee ontstond in de jaren ’80, een periode van grote werkloosheid. Nederlandse steden werden ingehaald door steden in Zuid-Europese landen. Toenmalig minister van VROM Winsemius (VVD) stelde dat we de concurrentiepositie van Nederlandse steden moesten versterken en verknopen met de economische topregio’s in Europa. Vanaf dat moment werd er meer geïnvesteerd in de steden met het idee dat het land als geheel niet achter zou blijven in Europa (uit: ‘Een klein met verre uithoeken’ van Floor Milikowski (2020)).

Lichaam Nederland Een spoken word ter inspiratie voor het zoeken naar nieuwe taal. Als het gaat over Rijk en regio wordt er vaak binair of zelfs in extremen

gecommuniceerd. “Het debat over regio’s wordt veel in termen van tegenpolen gevoerd. Bruisregio’s worden tegenover krimpregio’s geplaatst, kansrijke gebieden tegenover kansarme, de Randstad tegenover Regio’s.”4

Zelfs in het rapport Elke Regio Telt! (maart 2023) gaat het over de Randstad en perifere regio’s. Zelf zeggen ze daarover: “Wij hebben gemerkt dat ‘perifeer’ vanwege dit Randstedelijke perspectief een beladen term is; vanuit Europees perspectief zijn deze regio’s juist vaak centraal gelegen. Toch gebruiken we bij

gebrek aan een betere term het woord ‘perifeer’ zo nu en dan in dit advies, waarbij we ons bewust zijn van het eenzijdige perspectief en telkens in het

besef dat deze term onvoldoende recht doet aan de problematiek die in dit advies aan bod komt.”

De Nederlandse taal biedt ons weinig handvatten om anders over de relatie tussen Rijk en regio te praten dan in tegenstellingen. Daarom schreef Oukje

van Merle een spoken word dat tijdens de tweedaagse is voorgedragen ter inspiratie, om anders over die relatie na te gaan denken en taal te zoeken.

Hierna zijn verschillende stukken opgenomen. Scan de QR code om de gehele spoken word te beluisteren.

Scan de QR code om de hele spoken word te beluisteren.

4

Molema. M (2023) Zwaaien, Roepen, Springen, naar een land waarin elke regio telt Uitgeverij van Gennep.

21 | Gesprekken door het land

Lichaam Nederland Een hand zegt nooit, ik doe niet meer mee met deze samenwerking Een voet zegt nooit, ik loop het liefste integraal

Alle lichaamsonderdelen dragen samen, plezier, woede, liefde en last Luister, jullie zitten allemaal geïntegreerd aan elkaar vast

En samen, zijn jullie zo goed, als de wisselwerking tussen elkaar Het gaat niet om jou als los onderdeel van het lijf Maar om de samenhang tussen bijvoorbeeld pees, spier, kraakbeen en knieschijf …

En het hoofd denkt: Ik denk, dus ik ben

Maar soms heb je een gedachte

die een andere gedachte ontkent Dus je bent niet een ding Je bent een schakeling

een opvolging van zinnen Ik hoop dat je steeds meer aan dit lichaam went, Het weer opnieuw herkent, en verwent

Want met te veel stress, blijf je bij jezelf, in het hoofd

Terwijl je het echte leven vindt voorbij die mentale-lichaamskloof En het allerbelangrijkste Blijf in beweging

Met alles dat je hebt

22 | Gesprekken door het land

3. Behoeftes voor vervolg 23 | Gesprekken door het land

Met de knelpunten uit dag 1 in het achterhoofd, is op de tweede dag met de deelnemers gesproken over de gewenste wisselwerking tussen Rijk en regio. Uit deze gesprekken hebben we een aantal behoeftes geformuleerd. Committeer langjarig op de opgave Voor betekenisvolle ontwikkeling van deze regio’s is een langjarig commitment

gewenst op regionale opgaves. Dat is geen eenmalige exercitie want de omgeving, de inzichten en dat wat binnen die opgaves nastrevenswaardig is, zijn aan verandering onderhevig. Het vraagt om een continue en gezamenlijke

ontwikkeling. Dat betekent ook dat de bijhorende langjarige agenda tussen Rijk en regio niet alleen vanuit de regio wordt ontwikkeld (en door het Rijk wordt goedgekeurd), maar dat deze door het Rijk, decentrale overheden en

Verschillende perspectieven op werk Uitspraken uit meerdere interviews uit Twente

is het zaak aan te sluiten bij de identiteit van de regio en de trajecten die hier

“Mijn

regionale partners samen ontwikkeld, doorleefd en gerealiseerd wordt. Daarbij

naar

“Wij (Twentenaren) zijn niet zo van

het westen gegaan omdat ze

die werkzoekers, wij wisselen niet

dachten daar meer kansen en

zo vaak van baan. Ik werk al 21 jaar

mogelijkheden

qua

voor dezelfde baas. Als het goed

werk. Toen mijn zus in groep 7 zat

zit, waarom zou je dan wat anders

zijn we terugverhuisd naar Twente.

zoeken? Het niveau waarop ik werk

Mijn ouders misten familie om zich

is overal te vinden; dat maakt het

heen en mijn vader kon makkelijk

wel makkelijker. Het is een landelijk

Werk aan onderling vertrouwen en verbinding

overgeplaatst worden binnen zijn

probleem dat kinderen zo’n hoog

De ontwikkeling van vertrouwen en onderlinge verbinding is een “doel op zich”.

werk bij de politie. Daar waren ze

mogelijke opleiding moeten doen.

blij dat er iemand naar het oosten

Eigenlijk is de Mavo de Havo

ging.”

geworden. En dat zie je nu ook hier

al lopen. Tot slot is er de behoefte om dit te ondersteunen met een duidelijke governancestructuur tussen deze partijen, met aandacht voor ieders taak en rol. In meerdere dialoogsessies wordt de behoefte geuit om niet alleen met het Rijk, provincie, gemeenten en regionale partners samen een toekomstbeeld

op te stellen, maar dat ook regelmatig gezamenlijk te bespreken en bij te sturen.

Ook wanneer de urgentie even wegvalt, is het onderhouden van de relatie door veelvuldig contact, samenwerken en het kennen en begrijpen (“verstehen”) van elkaars opgaves en praktijk van belang om, zodra dat urgent is, effectief te kunnen handelen. Een zichtbare en fysieke aanwezigheid van de Rijksoverheid

in de regio kan daarin een belangrijke functie vervullen. Deelnemers noemen bijvoorbeeld een jaarlijkse “uitwisseling” voor ambtenaren, zodat regio’s die

minder op het netvlies staan bij de meeste Rijksambtenaren, beter in beeld komen en het begrip over elkaars werkwijzen toeneemt. 24 | Gesprekken door het land

ouders

zijn

te

jong

hebben

in Twente op de arbeidsmarkt. Daar is meer behoefte aan technisch, praktisch geschoold personeel.”

Hanteer een lerende aanpak Er is behoefte om de aanpak niet in beton te gieten voor de komende twintig jaar, maar ruimte te houden voor proberen en ervaren van wat wel of niet

Wonen en verenigingsleven Interview uit Zuidoost-Fryslân

een cyclische aanpak met continue feedbackloops tussen regio’s onderling en

“Dat jongeren die in hun eigen

wegenbeheerder. “Alles wat een

dorp willen blijven wonen en dat

vereniging een vereniging maakt:

niet kunnen, vind ik wel echt een

als ouder een keer grenswachter

aandachtspunt. De buitendorpen

zijn, rijden naar een uitwedstrijd

krijgen geen enkele kans om uit te

of

een

breiden. Dat vind ik echt verdrietig.

dat

gebeurt

Grote huizen die vrijkwamen in

door nieuwkomers. Dat is lastig.

het buitengebied zijn in coronatijd

Misschien durven of kunnen ze

opgekocht

niet, dat moeten we uitzoeken.”

werkt. Dit geeft de ruimte om te leren wat echt effectief is. Het vraagt om

tussen Rijk en regio over de uitwerking en uitvoering van de agenda. Externe

factoren kunnen ook leiden tot bijstelling van het langjarige regioplan dat mogelijk andere prioriteiten in de uitvoeringsagenda betekent . Daarbij hoort 5

ook gezamenlijke kennisontwikkeling (joint “fact” finding) over de regionale opgaves kan doorwerken in bijvoorbeeld de beleids- en investeringslogica’s.

Genoemd werd dat er behoefte is aan een “tussenruimte” waarin Rijk en regio met elkaar, zonder consequenties, vrijuit het gesprek kunnen voeren en toegang hebben tot een snelle feedbackloop naar meer formele sporen.

door

mensen

uit

kantinedienst niet

draaien,

automatisch

het westen. Zij zagen het als Anders onderbouwen en verantwoorden bij beleids- en investeringskeuzes

Voor deze regio’s in het bijzonder is het noodzakelijk dat er ook op andere manieren gekeken wordt naar de onderbouwing en verantwoording van

beleids- en investeringskeuzes. Naast het kijken naar cijfers en metingen,

zou de beoogde maatschappelijke impact en brede welvaart meer centraal moeten staan. Dat betekent domeinoverstijgend kijken en zowel tussen regio en Rijk als binnen de regio’s vaker bespreken of we de juiste dingen doen, op

de juiste manier. Het niet alleen toetsbaar maken door de inzet van cijfers, maar vooral ook tastbaar maken door het inzetten van reflectie, ervaringen en

verhalen. Genoemd is bijvoorbeeld het gebruik van reflectieve verantwoording waarbij getoetst wordt op geleerde lessen en gewerkt wordt met key learning

kans om ze op te knappen en te

“Juist

dorpen

verduurzamen. Ik ken meerdere

dunbevolkte

gebieden

mensen wiens huis is opgekocht;

flinke

van

dat was voor hen natuurlijk ook

afstand

als

deze,

in op

de

meest

krachtige

economische

regio’s

een kans. Maar je ziet dat er nu al

van

land,

weer een paar te koop te staan en

van het eigen initiatief en het

die prijs is gewoon niet reëel voor

doorzettingsvermogen

de jeugd hier”, zegt een sociaal

lokale bevolking. Als zij de boel niet

werker. Mensen uit het westen

draaiende houden, doet niemand

draaien daarnaast minder snel mee

het.” - Floor Milikoswki (Groene

in het verenigingsleven, vertelt een

Amsterdammer, nr. 30 2023).

het

zijn

afhankelijk van

de

indicatoren. Daarnaast moet het gebruik van instrumenten als de UDO (Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden6) en de grenseffectentoets gemeengoed zijn bij de ontwikkeling of aanpassing van Rijksbeleid.

25 | Gesprekken door het land

Tijdens het schrijven van dit eindverslag over de regiodialogen wordt er hard doorgewerkt aan de programmatische aanpak. Hierin wordt gesproken over regioplannen (langjarig plan over waar de betreffende regio over 20 jaar wil staan) en uitvoeringsagenda’s (actieagenda’s die voortvloeien uit de regioplannen met daarin de acties voor de komende 4 jaar). Dit is in de regio’s waar een regiodialoog gehouden is, voorgelegd en besproken. 6 Het proces van de UDO helpt om beleid vorm te geven dat uitvoerbaar is en haar doelen bereikt, of dat nu eigen beleid van het Rijk is of beleid dat volgt uit Europese richtlijnen. 5

Rijksregie op hoofdlijnen, regio verzorgt invulling Deelnemers hebben de duidelijke wens dat het Rijk zich richt op de hoofdlijnen

‘Drentse Durf’

invullen daarvan. Er zou gestreefd moeten worden naar het waar mogelijk

… en als je dan iets meeneemt van dit

van doelen en beleid, maar dat de regio verantwoordelijk is voor het nader ontschotten van sectorale middelen op regionaal niveau. De betrokken partijen kunnen vervolgens de afweging maken hoe deze middelen het beste kunnen worden ingezet om de ontwikkeling van de regio als geheel te dienen.

naar huis naar de anderen naar de volgende dag de waan ervan

Maak uitzonderingen

laat het dan een steen zijn

In kwetsbare (grens)regio’s kunnen normen en wetgeving belemmerend

om in het water te gooien

werken, met grote impact op de leefbaarheid en het aanpakken van opgaves. Naast het onderzoeken van de wijze waarop normen en wet- en regelgeving meer gebiedsgericht kunnen worden aangepast, is er ook behoefte aan het werken met uitzonderingsposities en experimenteerruimte. Niet alleen biedt

dit gelegenheid om op de korte termijn verandering aan te brengen; die uitzonderingen leiden ook tot inzichten en lessen die waardevol zijn voor de herijking van beleids- en investeringslogica.

of een handvol kiezels in de stroom om hem voor altijd een heel klein beetje te verleggen of stap in een amfibievoertuig om te verkennen wat nog onontgonnen of onbegaanbaar is laat je verbindingsangst verder varen en stap in een roeibootje woelige wateren en rommelende luchten trotserend stap op het voorsteven en kijk door je caleidoscoop

Helpen bij regionaal organiseren De organisatiegraad en de samenwerking in de regio zijn soms moeilijk tot

stand te brengen. In sommige regio’s is dit al in een vergevorderd stadium,

terwijl een relatief prille samenwerking in andere regio’s de realiteit is. Tijdens de regiodialogen is voorgesteld om de nationale inzet en benadering van de regio’s beter te stroomlijnen en af te stemmen. Dat maakt het voor regio’s makkelijker om hetzelfde te doen. Daarnaast zouden regio en Rijk meer

samen kunnen optrekken in de vraagarticulatie en agendering van opgaves. Desgewenst kunnen kwetsbare regio’s hierin door het Rijk ondersteund worden met capaciteit en kunde.

draai net zolang totdat je daardoorheen de ander ziet en draai dan net zolang verder totdat je in die ander jezelf ziet en dan durf dan mild te zijn… Geschreven door Marieke de Vries, strateeg bij de gemeente Emmen, op basis van de metaforen die tijdens de tweedaagse in Zuid- en Oost-Drenthe genoemd werden. 5 en 6 juni 2024, Hoogeveen/Coevorden/Emmen/Borger-Odoorn/Drenthe

26 | Gesprekken door het land

4. Concrete ideeën 27 | Gesprekken door het land

Naast de rode draden en uitgangspunten zijn er in alle dialoogsessies verschillende concrete ideeën geopperd om mee te nemen in de programmatische aanpak Elke Regio Telt! De concrete ideeën zijn vaak een uiting of invulling van de behoeften uit het vorige hoofdstuk. Per idee wordt een korte omschrijving gegeven. De iconen refereren aan de behoeftes waar ze op aansluiten. Committeer langjarig op de opgave.

Doorontwikkeling van RijksHubs tot RegioHubs

Rijksvertegenwoordiger en bestuurlijk trekker met invloed

RijksHubs zijn (delen van) Rijkskantoren

Wijs één iemand op hoogambtelijk niveau

waar alle Rijksambtenaren welkom zijn. Het

vanuit het Rijk en een bestuurlijk trekker

idee van doorontwikkeling gaat over het

vanuit de regio aan. Beiden hebben de rol

uitbreiden van de hubs naar meerdere ge-

om andere partijen actief te betrekken, waar

bieden én over het toegankelijk maken voor

nodig doorbraken te creëren en de integra-

alle ambtenaren, zodat Rijkscollega’s én col-

liteit/samenhang te bewaken.

lega’s van medeoverheden en uitvoeringsorganisaties elkaar makkelijker tegenkomen.

Werk aan onderling vertrouwen en verbinding. Hanteer een lerende aanpak.

Regioambassadeurs en Rijksverbinders

Regionale klankbordgroep

Anders onderbouwen en verantwoorden bij beleids- en

Regioambassadeurs zijn het aanspreekpunt

groep om beoogd nieuw beleid te toetsen

voor Rijksambtenaren in de regio. Rijks-

in het kader van de herijking van de beleids-

verbinders zijn aanspreekpunten binnen

en investeringslogica. De regionale klank-

elk departement voor mensen uit de regio

bordgroep kan bestaan uit een vertegen-

met als taak mensen intern verder te hel-

woordiging van de verschillende regio’s die

pen en aan de juiste personen te koppelen.

deel uitmaken van Elke Regio Telt!

investeringskeuzes .

Rijksregie op hoofdlijnen, regio verzorgt invulling. Maak uitzonderingen.

Het werken met een regionale klankbord-

Deze regioambassadeurs en Rijksverbinders trekken idealiter samen op.

Deze ideeën zijn een verslaglegging van wat er tijdens de dialoogsessies

genoemd is en worden hier genoemd ter inspiratie. De uitnodiging is om - als

Interbestuurlijke programmateams De inzet van programmateams voor regio’s

Structurele uitwisseling van medewerkers

idee aan de slag te aan.

waarin ambtenaren van zowel Rijk, provincie

Er zijn verschillende vormen geopperd, zoals

als gemeenten deelnemen en van waaruit

een detacheringsprogramma voor korte of

aan een gezamenlijke regionale opgave ge-

langere opdrachten, het over en weer sta-

werkt wordt.

gelopen, en een tijdelijk werkverblijf in de

het als lezer binnen je macht ligt - de handschoen op te pakken en met een

regio waar Rijksambtenaren voor een beperkte periode vanuit een regio werken en gelijktijdig in gesprek gaan met mensen over het wonen en werken daar.

28 | Gesprekken door het land

Perspectiefwissel in kaarten De

manier

waarop

gebieden

Jaarlijkse regioreis getoond

Rijksambtenaren

gaan

bij

Olievlekwerking

Jaarlijks leerevent

verschillende

Ambassadeursgroep van Rijksambtenaren

Jaarlijkse bijeenkomst in de regio waarin

worden, werkt sturend voor ons denken. In

regio’s langs en leren over het gebied, de

die een olievlekwerking van een regionale

teruggeblikt wordt en vastgelegd wordt wat

kaarten van grensgebieden zou actief het

opgaves en de beleving. Ook zijn intensie-

blik samen groter maken en verspreiden.

er geleerd is met betrekking tot de lang-

stuk in het buurland zichtbaar gehouden

vere varianten geopperd.

jarige opgaves. Bekeken wordt waar verder

kunnen worden.

mee wordt gegaan, waar mee gestopt gaat worden en wat aangepast gaat worden.

Regiowandelingen

Kennisplatform vitale regio’s

Samen monitoren

Reflectieve verantwoording

Er staat een opgave of thema uit de regio

Het opzetten van een kennisplatform tussen

Reflexieve monitoring van de regiocoalities

In plaats van te verantwoorden op out-

centraal waar Rijksambtenaren en mensen

regionale planbureaus en kennisinstellingen,

(bestaande uit Rijk- en regioambtenaren)

put(criteria), kun je ook verantwoorden in

uit de regio het samen over hebben, terwijl

zoals universiteiten en hogescholen voor

om gezamenlijk voortgang te monitoren.

termen van wat je geleerd hebt. Zo spreek

ze wandelen. Zowel om de opgave te leren

kennisontwikkeling en kennisdeling in relatie

je mensen aan op de bedoeling, en staat

kennen als ontwikkelingen te monitoren en

tot de ERT-regio’s.

het verder brengen van de opgave centraal.

feedback op te halen.

Hierdoor ontstaat er ruimte om op de korte termijn in de regionale/lokale uitvoering bij te sturen.

Interbestuurlijk leernetwerk

Regio-intervisienetwerk

Geldstromen op doelniveau

Voor ambtenaren uit de 11 regio’s en

Een intervisienetwerk tussen de 11 regio’s

Geldstromen formuleren op doelniveau

ambtenaren van de verschillende departe-

om elkaar verder te helpen in de aanpak van

waarbij dat doel door Rijk en regio samen

menten, om elkaars systeemwereld beter te

opgaves.

bepaald wordt en de strategie om daar te

leren kennen en begrijpen én de koppeling te maken tussen het systeem en de praktijk.

29 | Gesprekken door het land

komen aan de regio gelaten wordt.

Elke Regio Telt!

5. Tot slot; reflecties op wat horen, zagen en ervaarden 30 | Gesprekken door het land

We hebben de afgelopen maanden mooie gesprekken op mooie, bijzondere, alledaagse of - om welke reden dan ook - indrukwekkende plekken gefaciliteerd. De regiodialogen hebben ook bij deelnemers veel losgemaakt. Ambtenaren uit de regio’s die aanwezig waren bij de dialoogsessies ervaren de zaken waar Elke Regio Telt! over gaat als ambtenaar en als inwoner. Een aantal van hen heeft ons achteraf gemaild of gebeld met hun overpeinzingen. Deze hebben we in dit laatste hoofdstuk verweven met onze eigen reflecties en gedachten over de dingen die we het afgelopen jaar gezien hebben. Verschil en overeenkomst Het was een voorrecht om op deze manier door het hele land te mogen reizen en te ervaren hoe groot verschillen in ons kleine land kunnen zijn, maar ook hoe overeenkomstig veel van de uitdagingen zijn. Als je het aan ons vraagt,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15123257/1