CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-11-27 a. Vaststelling (gewijzigd) bestemmingsplan Buitengebied, Emmabaan 69 (Koewacht) -Ontwerpbesluit

gemeenteraad 12 december 2024, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan buitengebied, Emmabaan 69 Koewacht28.607 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

de omvang van verblijfsrecreatie waarbij geldt dat maximaal 10 verblijfseenheden (appartementen, hotelkamers) binnen het gebouw gerealiseerd mogen worden; 5. de omvang van paardrijactiviteiten waarbij geldt dat maximaal één gebouw binnen een bouwvlak hiervoor benut mag worden en (groeps)lessen en horecamatige activiteiten niet zijn toegestaan; het gebruik ten behoeve van verblijfsrecreatie (appartementen, hotelkamers) uitsluitend is toegestaan indien op het bouwperceel tevens wordt gewoond; de verkeersveiligheid wordt niet negatief beïnvloed; op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid;

NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01

60/373

bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69

|18 g.

inzicht wordt gegeven en rekening wordt gehouden met de externe veiligheidsaspecten van nabijgelegen leidingen waarbij nieuwe beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten binnen 10-6 risico-contouren niet zijn toegestaan; h. inzicht wordt gegeven en rekening wordt gehouden met de externe veiligheidsaspecten van nabijgelegen inrichtingen waarbij nieuwe beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten binnen 10-6 risico-contouren niet zijn toegestaan; i. opslag van goederen ten behoeve van de NED buiten gebouwen is niet toegestaan; j. nieuwe bouwwerken, geen gebouwen zijnde, lichtmasten en lichtbakken voor reclamedoeleinden daaronder begrepen zijn niet toegestaan; k. ter plaatse wordt voorzien in een voldoende afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een gemiddelde breedte van ten minste 5 m; l. verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiksen ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; m. medewerking wordt slechts verleend indien een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing.

5.5.2 Mantelzorg Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.4 voor het bieden van mantelzorg in een bijgebouw, met in achtneming van het volgende: a. b. c.

d. e.

f.

afwijking wordt slechts verleend ter plaatse van percelen waarop krachtens het plan een woning is toegestaan die ook feitelijk aanwezig is; afwijking wordt slechts verleend indien sprake is van een goed woon- en verblijfsklimaat; afwijking wordt slechts verleend indien sprake is van medische noodzaak, onderschreven door een zorgdeskundige en uitsluitend gedurende de periode dat mantelzorg noodzakelijk is; per woning mag ten hoogste één bijgebouw worden gebruikt als ruimte voor mantelzorg tot een oppervlakte van maximaal 90 m²; in samenhang met de afwijking voor het gebruik is bouwen toegestaan mits in overeenstemming met het bepaalde in lid 5.2; het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 voor de vergroting van de maximaal toelaatbare oppervlakte aan bijgebouwen met 30 m² tot een maximum van 90 m²; afwijking leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.

NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01

61/373

bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69

|19

Artikel 6 Waarde - Archeologie - 1 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie - 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a.

het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden;

6.2 Bouwregels 6.2.1 Bouwwerken ten behoeve van deze bestemming a. b.

Op de in lid 6.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van deze dubbelbestemming worden gebouwd. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3,50 meter.

6.2.2 Andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde a.

b.

ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag worden gebouwd, tenzij het te verstoren oppervlak van het plangebied groter is dan 100 m² en waarbij bovendien grond-of graafwerkzaamheden dieper gaan dan 0,5 m beneden het maaiveld; het bepaalde onder lid 6.2.2 sub a is niet van toepassing indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

6.3 Afwijken van de bouwregels 6.3.1 Algemene afwijking Burgemeester en wethouders zijn bevoegd via een omgevingsvergunning artikel 2.1, lid 1, sub c juncto artikel 2.12, lid 1, sub a, sub 1 Wabo af te wijken van het bepaalde onder lid 6.2.2 sub a ten behoeve van het bouwen in een plangebied met een te verstoren oppervlak groter dan 100 m² en dieper dan de 0,5 m beneden het maaiveld, indien de aanvrager van de vergunning artikel 2.1, lid 1 sub a Wabo een rapport heeft overgelegd, waarin wordt aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate worden veiliggesteld. 6.3.2 Voorwaarden Indien uit het onder lid 6.3.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de vergunning: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

6.3.3 Advies Bij het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.3.1, vragen burgemeester en wethouders aan de archeologische deskundige om advies omtrent het criterium als bedoeld in dat lid. Bij een negatief advies verzoeken burgemeester en wethouders de archeologisch deskundige de verder te nemen stappen aan te geven. NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01

62/373

bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69

|20 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Omgevingsvergunningsvereiste Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning artikel 2.1, lid 1 sub b Wabo) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a.

b. c. d.

e. f. g. h.

het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 0,5 m beneden het maaiveld, waartoe ook wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage; het ophogen van de bodem met meer dan 2.00 meter en waartoe wordt gerekend het aanleggen van tijdelijke gronddepots; het aanleggen, vergraven, verruimen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren op een grotere diepte dan 0,5 m beneden het maaiveld; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de diepte van de aan te brengen verharding meer dan 0,5 m beneden het maaiveld bedraagt; het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op één of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond op een grotere diepte dan 0,5 m beneden het maaiveld; het verlagen van het waterpeil, voor zover dit geen bevoegdheid van het waterschap betreft; het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd op een grotere diepte dan 0,5 m beneden het maaiveld; het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur op een grotere diepte dan 0,5 m beneden het maaiveld.

6.4.2 Uitzonderingsregel Het in lid 6.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b. c. d.

een te verstoren oppervlak van het plangebied beslaan van ten hoogste 100 m²; het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.

6.4.3 Voorwaarden a.

b.

De omgevingsvergunning wordt verleend, indien is gebleken dat de in lid 6.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologische waarden; Voor zover de in lid 6.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologische waarden, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; 3. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties;

NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01

63/373

bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69

|21 c.

De vergunning kan alleen worden verleend nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.

6.4.4 Advies Alvorens de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen, vragen burgemeester en wethouders aan de archeologisch deskundige om advies omtrent het criterium als bedoeld in lid 6.4.3. Bij een negatief advies verzoeken burgemeester en wethouders de archeologisch deskundige de verder te nemen stappen aan te geven. 6.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 6.5.1 Omgevingsvergunningsvereiste Het is verboden bouwwerken die zich op gronden met deze dubbelbestemming bevinden zonder, of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning artikel 2.1, lid 1, sub g Wabo) te slopen. 6.5.2 Uitzonderingsregel Het verbod als bedoeld in lid 6.5.1 is niet van toepassing indien de sloopwerkzaamheden: a. b. c.

noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij het bepaalde in lid 6.2.2 sub b in acht is genomen; een verstoring van het plangebied betreft kleiner dan 100 m² en/of de grondlagen ondieper dan 0,5 m beneden het maaiveld; reeds vergund zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.

6.5.3 Voorwaarden In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen burgemeester en wethouders regels verbinden aan een omgevingsvergunning voor het slopen op of in gronden op de verbeelding en aangeduid met 'Waarde - Archeologie - 1'. 6.5.4 Te verbinden regel Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.5.1, kunnen burgemeester en wethouders de regel verbinden dat de sloopwerken vanaf het maaiveld en dieper worden begeleid door een gekwalificeerd deskundige, indien de latere verstoringsoppervlakte groter is dan 100 m² en de verstoringsdiepte meer dan 0,5 m beneden het maaiveld. 6.5.5 Meldingen vondsten van zeer hoge waarde Indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken volgens de KNA behoudenswaardige vondsten worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij burgemeester en wethouders die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende regels kunnen verbinden aan de omgevingsvergunning tot sloop. 6.6 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door de bestemming 'Waarde - Archeologie - 1', als bedoeld in lid 6.1 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01

64/373

bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69

|22

3 ALGEMENE REGELS Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen, buiten beschouwing.

NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01

65/373

bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69

|23

Artikel 8 Algemene bouwregels 8.1 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van het bestemmingsplan worden overschreden door: a.

b. c.

tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2 m bedraagt; tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 m bedraagt; andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt.

8.2 Bestaande maten Met betrekking tot bestaande maten gelden de volgende regels: a.

b.

c. d.

de op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; de op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden; in geval van herbouw is het bepaalde onder a en b slechts van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt; op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het Overgangsrecht bouwwerken zoals opgenomen in lid 13.1 niet van toepassing.

NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01

66/373

bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69

|24

Artikel 9 Algemene gebruiksregels De algemene gebruiksregels luiden als volgt: a.

b.

het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, de bestemmingsomschrijving en de overige regels. het bevoegd gezag wijkt af van het bepaalde onder a, indien strikte toepassing van het verbod leidt tot beperkingen in het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen worden gerechtvaardigd.

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van (een deel van) gebouwen en verblijfsmiddelen als seksinrichting.

NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01

67/373

bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69

|25

Artikel 10 Algemene afwijkingsregels De algemene gebruiksregels luiden als volgt: a.

b.

het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, de bestemmingsomschrijving en de overige regels. het bevoegd gezag wijkt af van het bepaalde onder a, indien strikte toepassing van het verbod leidt tot beperkingen in het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen worden gerechtvaardigd.

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van (een deel van) gebouwen en verblijfsmiddelen als seksinrichting. 10.1 Geringe afwijkingen Het bevoegd gezag kan - tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken - bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. b.

c.

afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. de omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01

68/373

bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69

|26

Artikel 11 Algemene wijzigingsregels 11.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen Burgemeester en wethouders kunnen de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. 11.2 Archeologische verwachtingswaarden 11.2.1 Wijziging voor verwijdering van de dubbelbestemming Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen door de dubbelbestemming Waarde - Archeologie - 1 geheel of gedeeltelijk te verwijderen, met inachtneming van het volgende: a.

b.

wijziging vindt slechts plaats als: 1. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2. of het op grond van nader archeologisch onderzoek of vast te stellen archeologie beleid niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet; alvorens omtrent wijziging te beslissen winnen burgemeester en wethouders omtrent het bepaalde onder a schriftelijk advies in van een archeologisch deskundige.

11.2.2 Wijziging voor aanpassing archeologisch bestemming Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen door: a.

de dubbelbestemming Waarde - Archeologie - 1 te wijzigen in Waarde - Archeologie - 2 of Waarde - Archeologie - 3;

met inachtneming van het volgende: b.

c.

wijziging vindt slechts plaats als: 1. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse andere archeologische waarden aanwezig zijn; 2. of het op basis van vast te stellen archeologie beleid noodzakelijk wordt geacht ter plaatse andere archeologische waarden te beschermen; alvorens omtrent wijziging te beslissen winnen burgemeester en wethouders omtrent het bepaalde onder c schriftelijk advies in van een archeologisch deskundige.

NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01

69/373

bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69

|27

Artikel 12 Overige regels De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan.

NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01

70/373

bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69

|28

4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 13 Overgangsrecht 13.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwen luidt het overgangsrecht als volgt: a.

b.

c.

een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het bestemmingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%; dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

13.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. b.

c.

d.

het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na de inwerkingtreding van het bestemmingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregeling van dat plan.

NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01

71/373

bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69

|29

Artikel 14 Slotregel Deze regels worden aangehaald onder de naam Regels van het bestemmingsplan 'Koewacht, Emmabaan 69'.

NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01

72/373

bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69

LEGENDA plangebied

Enkelbestemmingen A

Agrarisch

T

Tuin

W

Wonen

Dubbelbestemmingen WR-A1

Waarde - Archeologie 1

Maatvoeringen 4

maximum aantal wooneenheden

4

maximum goothoogte (m)

ondergrond

4

WR-A1

4

A (***)

W

T

Verbeelding Bestemmingsplan "Buitengebied, Emmabaan 69, Koewacht"

Gemeente: IMRO-code:

73/373

Tekening nr:

Terneuzen NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01

1-A

..-..-....

datum:

22-10-2024

ontwerp:

13-11-2023

getekend:

FH

vastgesteld:

..-..-....

schaal:

1:1000

onherroepelijk:

..-..-....

formaat:

A4

voorontwerp:

Wematech Bodem Adviseurs B.V.

VERKENNEND BODEMONDERZOEK INCLUSIEF ASBEST “EMMABAAN 69” KOEWACHT

Opdrachtgever :

ZLTO Postbus 46 4460 BA Goes

Projectnummer : Kenmerk rapport: Status rapport: Datum:

VBB-50220639 AO50220639.R001-0 Definitief 19 december 2022

Projectleider

Ing. A.C.J. van Dijck-Oostvogels

par:

(Mede)auteur

Ing. A.C.J. van Dijck-Oostvogels Ing. W.J.A. Buijs

par:

Wematech Advies Groep B.V. is gecertificeerd door KIWA volgens de gestelde criteria conform ISO-9001:2015 onder nummer KSC-K96808

Postbus 1817, 4700 BV Roosendaal . Windmolen 23, 4751 VM Oud Gastel 74/373 Tel. +31 (0)165 565910 . Fax +31 (0)165 544468 . bodemadviseurs@wematech.nl . www.wematech.nl . . KvK 20104743 BTW nr. NL 810303206B01 Rabobank IBAN NL82 RABO 0102 5687 07 Algemene voorwaarden zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel

Kenmerk : Projectnummer :

AO50220639.R001-0 VBB-50220639

SAMENVATTING In opdracht van ZLTO is door Wematech Bodem Adviseurs B.V. in november 2022 een verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest) uitgevoerd ter plaatse van het perceel aan de Emmabaan 69 te Koewacht. Doel van het onderzoek is het verkrijgen van een inzicht in de actuele bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie en op basis hiervan na te gaan of de bodemkwaliteit een belemmering kan opleveren voor de voorgenomen bestemmingswijziging. Het veldwerk is uitgevoerd in november 2022. Zintuiglijke waarnemingen Bij de uitgevoerde grondboringen zijn ter plaatse van boringen 01, 04 en 05 in het traject van 0-20 cmmv bijmengingen met beton, baksteen en plaatselijk steen aangetroffen. Het betreft hier de (asbestverdachte) halfverhardingslaag op het terrein. Ter plaatse van boring 03, ten noorden van de halfverhardingslaag, is van 0-30 cm-mv een sterk asfalthoudende laag aangetroffen. Ter plaatse van boring 10, aan de oostzijde van de grote schuur, zijn in het traject van 0-20 cm-mv sterke bijmengingen met baksteen aangetroffen. Mogelijk betreft het hier een uitloper van de erfverharding. Gesteld kan worden dat bij de maaiveldinspectie ter plaatse van de druppellijnen een inspectie efficiency is bereikt van 80%. Er zijn op het maaiveld verspreid over de locatie stukken golfplaat aangetroffen.

Tijdens het bemonsteren van het materiaal zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Er zijn bij het bemonsteren van het materiaal uit de gaten bijmengingen met baksteen, en plaatselijk ook stenen aangetroffen. Ter plaatse van gat G03 (zuidwestzijde grote schuur) zijn tevens bijmengingen met plastic en metaal aangetroffen, en ter plaatse van gat G05 (centraal zuidzijde grote schuur) zijn eveneens sporen plastic aangetroffen. Verkennend bodemonderzoek Wet bodembescherming - Locatie Geconcludeerd kan worden dat de bovengrond (MM01) niet verontreinigd is. De asfalthoudende bovengrond ter plaatse van boring 03 is licht verontreinigd met lood, zink, PAK, minerale olie en matig verontreinigd met som PCB. De ondergrond (MM02) is niet verontreinigd. Het grondwater is licht verontreinigd met zink. - Stookplaats Geconcludeerd kan worden dat ter plaatse van de stookplaats de bovengrond (MM101) licht verontreinigd is met cadmium en zink en matig verontreinigd met PAK. - Druppellijnen Geconcludeerd kan worden dat ter plaatse van de druppellijnen 2, 3, 5 en 6 de bovengrond licht verontreinigd is met som PCB. Ter plaatse van de druppellijnen 1 en 4 is de bovengrond niet verontreinigd met som PCB. Besluit bodemkwaliteit Geconcludeerd kan worden dat de bovengrond (MM01) en ondergrond (MM02) voldoen aan de klasse achtergrondwaarde.

De bovengrond rond boring 03 voldoet niet aan de eisen voor hergebruik van grond.

75/373

Datum: Pagina:

19 december 2022 2 / 24

Kenmerk : Projectnummer :

AO50220639.R001-0 VBB-50220639

Voor een formeel oordeel van de toepassingsmogelijkheden van de vrijkomende grond (hergebruik) dient voldaan te worden aan hetgeen wat beschreven staat in de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit (aanwezigheid bodemfunctiekaart en/of AP04 onderzoek inclusief PFAS). Vooralsnog dienen voor de overtollige grond, afkomstig van de onderzoekslocatie, de eisen van het binnen de gemeente van toepassing zijnde beleid in acht genomen te worden. Toetsing hypothese Gezien de verkregen resultaten van het onderzoek dient de gestelde hypothese "niet verdachte locatie" voor de onderzoekslocatie verworpen te worden. Voor de stookplaats geldt dat de gestelde hypothese ‘verdachte locatie’ kan worden geaccepteerd. Asbestonderzoek Ter plaatse van druppellijn 1 is een berekend gewogen gehalte asbest aangetroffen van 3034 mg/kg d.s. Ter plaatse van druppellijn 2 is een berekend gewogen gehalte asbest aangetroffen van 320 mg/kg d.s. Ter plaatse van druppellijn 3 is een berekend gewogen gehalte asbest aangetroffen van 2 mg/kg d.s. Ter plaatse van druppellijn 4 is een berekend gewogen gehalte asbest aangetroffen van 357 mg/kg d.s. Ter plaatse van druppellijn 5 is een berekend gewogen gehalte asbest aangetroffen van 2278 mg/kg d.s. en tenslotte is ter plaatse van gat G12 (worst-case monster ter plaatse van druppellijn 6) een berekend gewogen gehalte asbest aangetroffen van 231 mg/kg d.s.

Omdat voor asbest geen volumecriterium geldt is ter plaatse van de druppellijnen 1, 2, 4, 5 en 6 sprake van een bodemverontreiniging met asbest. Wellicht is deze verontreiniging deels ontstaan na 1993. Voor het vaststellen van de omvang van deze verontreinigingen dient een nader onderzoek plaats te vinden. Tevens dient te worden opgemerkt dat, in verband met het aantreffen van niet hechtgebonden asbest, aannemelijk is dat ter plaatse van deze druppellijnen sprake is van zogenaamde onaanvaardbare risico’s buiten in verband met de verwachte aanwezigheid van respirabele vezels op locatie. Algemeen Op basis van het historisch onderzoek, de zintuiglijke beoordeling van de grond- en grondwatermonsters en de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek kan gesteld worden dat ter plaatse van de druppellijnen 1, 2, 4, 5 en 6 een gebruiksbeperking geldt in verband met de aanwezigheid van asbest in niet hechtgebonden vorm met respirabele vezels in de bovengrond. Er is bij onderhavig bodemonderzoek geen locatiespecifieke risicobeoordeling uitgevoerd, hoogstwaarschijnlijk is echter sprake van ‘onaanvaardbare risico’s, buiten’ waardoor sprake is van een spoedeisend ernstig geval van bodemverontreiniging. Tevens dient opgemerkt te worden dat de 7e druppellijn, gelegen tussen de twee delen van de schuur en daardoor niet toegankelijk, niet is onderzocht.

Niet uitgesloten kan worden dat ook hier sprake is van een verontreiniging met asbest. Voor de locatie van de stookplaats geldt dat, op basis van onderhavig onderzoek, een plaatselijke sterke verontreiniging met PAK in de bovengrond niet kan worden uitgesloten. Voor het overige geven de verkregen resultaten geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. Advies Geadviseerd wordt de omvang en de mate van de asbestverontreiniging ter plaatse van de druppellijnen 1, 2, 4, 5 en 6 vast te stellen middels nader onderzoek (inclusief onderzoek naar de blootstellingsrisico’s). Tevens dient de bodemkwaliteit ter plaatse van de stookplaats aanvullend te worden onderzocht in verband met de aangetroffen matige verontreiniging met PAK in de bovengrond. Geadviseerd wordt om geen grondroerende werkzaamheden uit te voeren ter plaatse van de locaties waar asbest boven de interventiewaarde is aangetroffen. Ook dient voorafgaand aan eventuele graafwerkzaamheden de actuele bodemkwaliteit ter plaatse van de stookplaats aanvullend te worden bepaald.

76/373

Datum: Pagina:

19 december 2022 3 / 24

Kenmerk : Projectnummer :

AO50220639.R001-0 VBB-50220639

INHOUDSOPGAVE: Blz. SAMENVATTING 1.

INLEIDING

6

1.1. 1.2.

Aanleiding en doelstelling onderzoek Opbouw rapportage

6 6

2.

VOORONDERZOEK

7

2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6. 2.7. 2.8. 2.9. 2.10.

Locatiegegevens Historie Huidige situatie en terreinverkenning Belendende percelen Bodemonderzoeken/saneringen Informatie regionale achtergrondconcentraties Geo(hydro)logie Toekomstige situatie Conclusie vooronderzoek Onderzoeksstrategie

7 7 8 8 9 9 9 10 10 11

3.

VERKENNEND BODEMONDERZOEK

13

3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 3.8.

Inleiding Veldwerkzaamheden BRL SIKB 2000 Laboratoriumonderzoek Bodemopbouw Zintuiglijke waarnemingen Veldmetingen Toetsing 3.8.1. Wet bodembescherming 3.8.2. Besluit bodemkwaliteit 3.9. Grond 3.10. Grondwater

13 13 13 14 14 15 15 15 15 16 17 17

4.

VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST IN BODEM

18

4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6. 4.7. 4.8.

Inleiding Veldwerkzaamheden Afwijkingen op BRL SIKB 2000 Laboratoriumonderzoek Bodemopbouw Zintuiglijke waarnemingen Toetsing Grond

18 18 18 19 19 19 20 20

5.

CONCLUSIES EN ADVIES

21

5.1. 5.2.

Conclusies Advies

21 22

6.

RESTRISICO EN BETROUWBAARHEID

23

6.1. 6.2.

Restrisico Betrouwbaarheid

23 23

GERAADPLEEGDE BRONNEN

77/373

Datum: Pagina:

19 december 2022 4 / 24

Kenmerk : Projectnummer :

AO50220639.R001-0 VBB-50220639

Datum: Pagina:

19 december 2022 5 / 24

BIJLAGEN: 1. Regionale en kadastrale (situatie)schets 2. Situatieschets met boringen, gaten en peilbuis 3. Profielbeschrijvingen grondboringen en gaten 4. Analyseresultaten grond 5. Analyseresultaten grondwater 6. Toetsingskader grond en grondwater Wbb 7. Foto’s onderzoekslocatie 8. Toetsingskader BBk 9. Berekening asbest in grond

78/373

Kenmerk : Projectnummer :

1.

AO50220639.R001-0 VBB-50220639

INLEIDING

1.1. Aanleiding en doelstelling onderzoek In opdracht van ZLTO is door Wematech Bodem Adviseurs B.V. in november 2022 een verkennend bodemonderzoek inclusief asbest uitgevoerd ter plaatse van het perceel aan de Emmabaan 69 te Koewacht. In bijlage 1 is de globale ligging van het perceel aangegeven in een regionale situatieschets. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen bestemmingswijziging van de locatie. In verband met deze bouwplannen wordt in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) door de overheid een inzicht gevraagd in de kwaliteit van grond en grondwater, alvorens de bestemmingswijziging kan worden uitgevoerd. Doel van het onderzoek is het verkrijgen van een inzicht in de actuele bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie en op basis hiervan na te gaan of de bodemkwaliteit een belemmering kan opleveren voor de voorgenomen bestemmingswijziging. Op basis van de verkregen informatie is, in overleg met de opdrachtgever, een onderzoeksprogramma opgesteld op basis van de Nederlandse Normen 5740 en 5707. Deze normen beschrijven de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij uitvoering van een verkennend bodemonderzoek naar de aanwezigheid van bodemverontreiniging (inclusief asbest).

Als referentiekader bij de beoordeling van de resultaten worden de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en de (maximale) waarden uit de (wijzigingen) Regeling bodemkwaliteit gebruikt. Wematech Bodem Adviseurs B.V. werkt volgens een kwaliteitsborgingsysteem dat is gebaseerd op de NEN-EN-ISO 9001:2015 en de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”. De werkzaamheden voor onderhavig onderzoek vallen binnen de reikwijdte van dit certificatieschema en worden onder certificaat uitgevoerd conform de beschreven kwaliteitseisen (protocol 2001, 2002 en 2018). De naleving wordt periodiek getoetst door externe auditors, onder toezicht van de Raad van Accreditatie. Verder is van belang te melden dat de te onderzoeken locatie geen eigendom is van Wematech Bodem Adviseurs B.V. dan wel gerelateerde (zuster)bedrijven. Tevens is Wematech Bodem Adviseurs onafhankelijk van de opdrachtgever en/of terreineigenaar. De wettelijke voorgeschreven functiescheiding is hiermede geborgd.

1.2. Opbouw rapportage In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden. Het vooronderzoek, conform NEN 5725, is opgenomen in hoofdstuk 2. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de verrichte werkzaamheden en resultaten van het verkennend bodemonderzoek beschreven. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van het onderzoek naar asbest in grond weergegeven. In hoofdstuk 5 zijn de conclusies en het advies opgenomen. Tot slot worden in hoofdstuk 6 het restrisico en de betrouwbaarheid van het onderzoek besproken.

79/373

Datum: Pagina:

19 december 2022 6 / 24

Kenmerk : Projectnummer :

2.

AO50220639.R001-0 VBB-50220639

VOORONDERZOEK Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN5725:2017. In het vooronderzoek wordt relevante informatie verzameld om onderbouwde antwoorden te formuleren op de relevante onderzoeksvragen zoals beschreven in de norm.

2.1. Locatiegegevens De locatiegegevens van de onderzoekslocatie (afgebakend geografisch gebied) zijn opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 2.1. Locatie gegevens Adresgegevens Kadastrale gegevens RD-coördinaten Oppervlakte perceel Oppervlakte onderzoekslocatie Eigendomssituatie

Emmabaan 69 te Koewacht Gemeente: Axel X: 57520 3.420 m2 3.420 m2 De heer D.B.M. de Vliegher

Sectie: N Y: 362018

Nummer(s): 909

2.2. Historie - gebruik Volgens de gegevens in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen van het Kadaster dateert de bebouwing ter plaatse van de locatie uit 1900 (woning en 3 losstaande bijgebouwen). Volgens de historische kaarten via Topotijdreis wordt de locatie pas vanaf 1950 bebouwd. De woning en een deel van de grote schuur worden vanaf dan weergegeven. Op onderstaande afbeeldingen (bron: Topotijdreis) wordt de locatie weergegeven door de jaren. Voordat de locatie werd bebouwd was deze in gebruik voor agrarische doeleinden. Afbeelding 2.1. locatie in 1960

Afbeelding 2.2. locatie in 2021

Bij de provincie Zeeland (provinciale omgevingsrapportage) en de opdrachtgever was geen informatie bekend dat ter plaatse van de onderzoekslocatie potentieel bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Ter plaatse van de onderzoekslocatie hebben, voor zover bekend, geen ondergrondse tanks, kabels, leidingen e.d. gelegen. Tevens hebben er, voor zover bekend, geen dempingen of ophogingen plaatsgevonden.

80/373

Datum: Pagina:

19 december 2022 7 / 24

Kenmerk : Projectnummer :

AO50220639.R001-0 VBB-50220639

- asbest De bijgebouwen ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn voorzien van asbesthoudende dakbedekking. In verband met de voorgenomen sloop is een asbestinventarisatie uitgevoerd door ABO Milieuconsult, voor een volledig overzicht in de asbesthoudende bronnen op de locatie wordt kortheidshalve verwezen naar de rapportage [ABO-Milieuconsult B.V., projectnummer: ANL22-7163, d.d. 4 augustus 2022]. In verband met de aanwezigheid van asbesthoudende bronnen op de locatie kan niet worden uitgesloten dat er plaatse van de locatie asbest in de bodem is geraakt. - overig Voor zover bekend hebben zich ter plaatse van de onderzoekslocatie geen calamiteiten voorgedaan die tot gevolg hebben gehad dat verontreinigende stoffen op of in de bodem zijn geraakt. Voor zover bekend zijn op de locatie geen (punt)bronnen voor PFAS/GenX danwel heeft er een brand gewoed, welke geblust zou zijn met blusschuim. De locatie is bij het bevoegd gezag en/of op het bodemloket niet bekend als locatie waar mogelijk sprake is van een bodemverontreiniging, niet bekend als locatie waar bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. De locatie heeft geen Wbb-code. Uit de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) c.q. archeologische beleidskaart van de gemeente blijkt dat de locatie is gelegen in een gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde.

Voor zover bekend is liggen er op de onderzoekslocatie geen conventionele explosieven. Aangezien er voor dit gebied geen kaarten voorhanden zijn, is dit echter niet volledig uit te sluiten.

2.3. Huidige situatie en terreinverkenning Ter plaatse van het perceel zijn een woning en 3 losstaande bijgebouwen gesitueerd. De woning is voorzien van een pannendak. Het kleine bijgebouw ten noorden van de woning is voorzien van stalen dakplaten. De overige bijgebouwen zijn voorzien van asbesthoudende dakbedekking en plaatselijk tevens asbesthoudende gevelbekleding. De panden zijn voorzien van betonvloeren. Ter plaatse van het erf is plaatselijk een halfverhardingslaag aanwezig bestaande uit puin(granulaat) en stenen. De samenstelling van dit materiaal is onbekend. Voor het overige is de onderzoekslocatie onverhard. Aan de noordzijde van het perceel is een stookplaats aanwezig. Aangenomen wordt dat hier tuinafval en hout is verbrand. Deze activiteiten hebben plaatsgevonden op onverharde grond. Ter plaatse van de onderzoekslocatie en de directe omgeving vinden voor zover bekend geen potentieel bodembedreigende activiteiten plaats.

2.4. Belendende percelen Het bodemgebruik van de omliggende percelen is als volgt: - aan de noordzijde bevindt zich agrarische grond; - aan de oostzijde bevinden zich agrarische grond en woningen met tuin; - aan de zuidzijde bevinden zich woningen met tuin; - aan de westzijde bevindt zich een tuincentrum.

81/373

Datum: Pagina:

19 december 2022 8 / 24

Kenmerk : Projectnummer :

AO50220639.R001-0 VBB-50220639

2.5. Bodemonderzoeken/saneringen - eerdere bodemonderzoeken locatie Voor zover bekend is ter plaatse van de onderzoekslocatie niet eerder een bodemonderzoek verricht. - eerdere bodemonderzoeken omgeving Voor zover bekend is ter plaatse van de directe omgeving van de onderzoekslocatie niet eerder een bodemonderzoek verricht. - eerdere saneringen locatie Voor zover bekend is ter plaatse van de onderzoekslocatie niet eerder een bodemsanering uitgevoerd. - eerdere saneringen omgeving Voor zover bekend is ter plaatse van de directe omgeving van de onderzoekslocatie niet eerder een bodemsanering uitgevoerd, welke in het kader van onderhavig onderzoek van belang is.

2.6. Informatie regionale achtergrondconcentraties Er is bij de gemeente en de provincie informatie beschikbaar over mogelijk regionaal verhoogde achtergrondconcentraties in het grondwater op en nabij de locatie. Op basis van de bestudeerde onderzoeksgegevens blijkt dat regionaal verhoogde concentraties zware metalen in het grondwater worden gemeten zonder dat hiervoor een duidelijke bron van verontreiniging is aan te wijzen. De locatie is volgens de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart gelegen in de kwaliteitszone B1 Woonwijken met voor de bovengrond de kwaliteitsklasse wonen en voor de ondergrond de kwaliteitsklasse achtergrondwaarde. De bodemfunctieklasse is wonen.

2.7. Geo(hydro)logie Regionale geologie De regionale geohydrologische bodemopbouw is afgeleid van de gegevens van de Geologische Dienst Nederland, DINOloket en het Actueel Hoogtebestand Nederland. De regionale bodemopbouw is tot circa 60 m-mv weergegeven in tabel 2.2. De hoogte ligging van het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie betreft circa 2,75 m+NAP. Tabel 2.2. Regionale geologie Diepte (m-mv) 0-2

Formatienaam

Samenstelling

Kenmerk

Holocene afzettingen

Deklaag en slecht watervoerend pakket

8-58

Boxtel

9-14

Koewacht

14-21

Rupel

Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand en met weinig kleiig zand en grof zand Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei en klei en een spoor midden zand Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit kleiig zand, fijn en midden zand, met weinig klei en een spoor bruinkool, grof zand en kalksteen Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei en klei en met weinig fijn en midden zand Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit kleiig zand, fijn en midden zand, met weinig klei en een spoor bruinkool, grof zand en kalksteen

21-39 39-52 52-60

Tongeren

82/373

Datum: Pagina:

Watervoerend pakket

Scheidende laag Watervoerend pakket Scheidende laag Watervoerend pakket

19 december 2022 9 / 24

Kenmerk : Projectnummer :

AO50220639.R001-0 VBB-50220639

Lokale ondiepe bodemopbouw Aan de hand van eerder uitgevoerde grondboringen op en/of nabij de locatie kan een globale beschrijving van de bodemopbouw worden gegeven. Deze globale beschrijving wordt weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2.3. Globale beschrijving lokale bodemopbouw Traject (cm-mv) 0-50 50-290

Grondsoort Matig humeus zwak siltig matig fijn zand Zwak tot matig siltig matig fijn zand

Grondwaterstroming De globale horizontale stroming van het freatisch grondwater is noordwestelijk gericht. Grondwaterstand Op basis van de voorhanden zijnde gegevens is een grondwaterstand van circa 1,5 m-mv te verwachten. Grondwateronttrekkingen Op basis van de PMV Zeeland kan worden gesteld dat de locatie niet binnen een beschermingszone van een waterwingebied ligt. Verder vinden er geen geregistreerde grondwateronttrekkingen plaats in de directe omgeving.

2.8. Toekomstige situatie De opdrachtgever is voornemens de bestaande opstallen en woning te slopen het perceel in te richten als tuin.

2.9. Conclusie vooronderzoek Op basis van het vooronderzoek en de terreinverkenning kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van de onderzoekslocatie de volgende verdachte deellocaties te onderscheiden zijn; - 7 x druppellijn asbesthoudend dak. Een van deze druppellijnen is gelegen in een nauwe gang tussen twee delen van de grote schuur. Deze locatie is niet toegankelijk en wordt derhalve niet onderzocht. - Stookplaats Voor het overige wordt ter plaatse van de onderzoekslocatie geen bodemverontreiniging verwacht. De aanwezige halfverhardingslaag dient in verband met het ontbreken van kwaliteitsgegevens te worden aangemerkt als zijnde asbestverdacht. Deze laag met halfverharding valt buiten de scope van onderhavig onderzoek.

83/373

Datum: Pagina:

19 december 2022 10 / 24

Kenmerk : Projectnummer :

AO50220639.R001-0 VBB-50220639

2.10. Onderzoeksstrategie In tabel 2.4 wordt een overzicht gegeven van de gehanteerde onderzoeksstrategie voor het verkennend bodemonderzoek. Tabel 2.4. Overzicht onderzoeksstrategie Locatie Perceel (3.420 m²) Stookplaats (< 100 m²) Per AVdruppellijn

Protocol/ strategie NEN5740: ONV-NL NEN5740: VEP Eigen

Verharding

Veldwerk

Onverhard, halfverharding Onverhard

10 boringen tot 0,5 m-mv 2 boringen tot 0,5 m-gws (max 2 m) 1 boring(en) met peilbuis 3 boringen tot 1,5 m-mv

Onverhard

2 boringen tot 0,3 m-mv

Aantal analyses Grond 2 standaardpakket bg 1 standaardpakket og

Grondwater 1 standaardpakket

1 standaardpakket

-

1 PCB + H

-

Het standaardpakket voor landbodem en grond bestaat uit de volgende parameters: • 9 metalen: barium (Ba), cadmium (Cd), kobalt (Co), koper (Cu), kwik (Hg), lood (Pb), molybdeen (Mo), nikkel (Ni), zink (Zn); • PAK (10 VROM); • PCB (7); • minerale olie; • lutum- en humusgehalte. Het standaardpakket voor grondwater bestaat uit de volgende parameters: • 9 metalen: barium (Ba), cadmium (Cd), kobalt (Co), koper (Cu), kwik (Hg), lood (Pb), molybdeen (Mo), nikkel (Ni), zink (Zn); • VAK (vluchtige aromatische koolwaterstoffen); benzeen, tolueen, ethylbenzeen, som-xylenen (som o, m, p), styreen en naftaleen; • VOCl (vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen): vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2-dichlooretheen, cis -1,2-dichlooretheen, som 1,2-dichlooretheen, 1,1dichloorethaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2 dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, som dichloorpropanen, 1,1,2-trichloorethaan, tetrachlooretheen en bromoform; • minerale olie (GC). De geleidbaarheid, zuurgraad en troebelheid van het grondwater worden tijdens het bemonsteren van het grondwater bepaald. Fase 1 Maaiveldinspectie Voorafgaand aan de werkzaamheden zal het maaiveld van de locatie visueel geïnspecteerd worden door een deskundig asbestonderzoeker volgens 6.2 uit de NEN5707.

De inspectie kan plaatsvinden onder de volgende weersomstandigheden: - bij droog weer: geen regen (> 10 mm), hagel of sneeuw; - bij daglicht (geen schemering); - bij helder weer (geen mist); het zicht moet minimaal 100 meter bedragen.

84/373

Datum: Pagina:

19 december 2022 11 / 24

Kenmerk : Projectnummer :

AO50220639.R001-0 VBB-50220639

Bij uitvoering van de veldinspectie dient rekening gehouden te worden met de inspectie-efficiëntie. Hieronder worden de richtpercentages voor grond gegevens, waarbij uitgegaan is van droog en helder weer en een deskundig onderzoeker. Tabel 2.5. Inspectie efficiëntie Type grond Zand Klei/leem en veen

Conditie toplaag Droog, los en geen vegetatie Vochtig, vastgereden en/of matige vegetatie Droog, los en geen vegetatie Vochtig, vastgereden en/of matige vegetatie

Inspectie-efficiëntie 90-100 % 70-90 % 70-90 % 50-70 %

Bij de interpretatie van de gegevens dient rekening gehouden te worden met deze efficiëntie-percentages. Fase 2 Na uitvoering van de maaiveldinspectie wordt het onderstaande onderzoek verricht. Mochten er bij de maaiveldinspectie asbestverdachte materialen worden aangetroffen, dan zal waar nodig nader onderzoek asbest plaatsvinden Tabel 2.6. Overzicht onderzoeksstrategie Deellocatie 6x druppellijn

Norm: strategie NEN5707: 6.4.2

Verharding

Veldwerk

Onverhard

2 Gaten tot 0,3 m-mv van min. 0,3x0,3 m per druppellijn

Aantal analyses Grond NEN5898 1 per druppellijn

De uit de gaten vrijkomende grond wordt uitgeharkt met een hark met maaswijdte van 20 mm. Het materiaal > 20 mm wordt geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Uitgangspunt is dat na uitharken alle asbestverdachte materialen > 20 mm zijn verwijderd. De mengmonsters worden samengesteld uit grond welke nog over een zeef van 20 mm wordt gebracht (fractie < 20 mm). Asbestverdachte materialen (> 20 mm) worden per gat en per laag van maximaal 50 cm bemonsterd (materiaalverzamelmonster). Op onderstaande afbeelding zijn de asbestverdachte druppellijnen aangegeven (nummers 1 t/m 6). Ook is op deze afbeelding de niet toegankelijke druppellijn aangegeven. Afbeelding 2.3. Asbestverdachte druppellijnen

85/373

Datum: Pagina:

19 december 2022 12 / 24

Kenmerk : Projectnummer :

3.

AO50220639.R001-0 VBB-50220639

VERKENNEND BODEMONDERZOEK

3.1. Inleiding Voor het onderzoeksprogramma zijn de richtlijnen van de Nederlandse Norm 5740 als uitgangspunt gehanteerd. Het bodemonderzoek heeft betrekking op het terrein zoals dat in bijlage 2 is weergegeven. De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd volgens de protocollen 2001 en 2002 behorende bij de BRL SIKB 2000.

3.2. Veldwerkzaamheden Voordat met het veldwerk is begonnen, is een terreinverkenning verricht en is het maaiveld van het terrein visueel gecontroleerd op mogelijke verontreinigingen als gevolg van o.a. illegale lozingen en/of stortingen (bijv. afgewerkte olie, gevaarlijk afval, asbestverdachte materialen e.d.). Tijdens deze controle zijn geen bijzonderheden aangetroffen. Ten aanzien van de inspectie voor asbest dient opgemerkt te worden dat hier voldoende aandacht aan is besteed doch deze inspectie is enkel ter plaatse van de onderzochte druppellijnen overeenkomstig de voorschriften in de NEN5707 uitgevoerd (zie hoofdstuk 4). De asbesthoudende materialen in en op de opstallen zijn door een daartoe gecertificeerde aannemer gesaneerd tussen de uitvoering van de grondboringen en het bemonsteren van het grondwater en uitvoeren van het onderzoek naar asbest in grond. De gegevens van de uitvoering van het veldwerk is aangegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1. Overzicht uitgevoerde veldwerkzaamheden en veldwerkers Omschrijving Protocol Datum Erkende veldwerker(s) Plaatsen grondboringen 2001 21-11-2022 J.F.J.L. van Overveld en S. van de Reijt (i.o.) Plaatsen peilbuis 2001 21-11-2022 J.F.J.L. van Overveld en S. van de Reijt (i.o.) Bemonsteren peilbuis 2002 29-11-2022 C.A.L. Mol en S. van de Reijt (i.o.) (inclusief veldmetingen grondwater)

De profielen van de uitgevoerde grondboringen zijn beschreven en de opgeboorde grond is zintuiglijk beoordeeld. De profielbeschrijvingen van de grondboringen zijn opgenomen in bijlage 3. De grond is bemonsterd per traject van maximaal 50 cm. De situering van de boorplaatsen en de peilbuis is aangegeven in bijlage 2. Foto’s van de onderzoekslocatie zijn opgenomen in bijlage 7.

3.3. BRL SIKB 2000 Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden is niet afgeweken van de protocollen 2001 en 2002 behorende bij de BRL SIKB 2000.

86/373

Datum: Pagina:

19 december 2022 13 / 24

Kenmerk : Projectnummer :

AO50220639.R001-0 VBB-50220639

3.4. Laboratoriumonderzoek De verzamelde grond- en grondwatermonsters zijn zo spoedig mogelijk na monsterneming aangeboden aan het laboratorium met RvA accreditatie SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam, waar conservering en analyse volgens de AS3000 heeft plaatsgevonden. - grond Het laboratorium is verzocht mengmonsters samen te stellen en te analyseren volgens tabel 3.2. Het analysecertificaat van de grondmengmonsters is opgenomen in bijlage 4. Tabel 3.2. Mengmonsters grond MengDeelmonsters monster MM01 01 (20 - 60) 04 (20 - 40) 05 (20 - 70) 10 (20 - 70) MM02 01 (60 - 110) 01 (110 - 150) 06 (50 - 100) 06 (100 - 150) 09 (50 - 100) 09 (100 - 150) 03 (0 - 30) MM101 101 (0 - 50) 102 (0 - 50) 103 (0 - 50) MM-DL1 G01 (0 - 30) G02 (0 - 30) MM-DL2 G03 (0 - 30) G04 (0 - 30) MM-DL3 G05 (0 - 30) G06 (0 - 30) MM-DL4 G07 (0 - 30) G08 (0 - 30) MM-DL5 G09 (0 - 30) G10 (0 - 30) MM-DL6 G11 (0 - 30) G12 (0 - 30)

Motivatie

Analysepakket

Algemene kwaliteit bovengrond

Standaardpakket incl. lu/os

Algemene kwaliteit ondergrond

Standaardpakket incl. lu/os

Worst-case asfalthoudende bovengrond Algemene kwaliteit bovengrond vermoedelijke stookplaats Bepalen gehalte PCB in druppellijn 1 Bepalen gehalte PCB in druppellijn 2 Bepalen gehalte PCB in druppellijn 3 Bepalen gehalte PCB in druppellijn 4 Bepalen gehalte PCB in druppellijn 5 Bepalen gehalte PCB in druppellijn 6

Standaardpakket incl. lu/os Standaardpakket incl. lu/os PCB + H PCB + H PCB + H PCB + H PCB + H PCB + H

- grondwater Het laboratorium is verzocht het aangeboden grondwatermonster te analyseren volgens tabel 3.3. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage 5. Tabel 3.3. Grondwatermonster Peilbuis Filterdiepte (cm-mv) 06 190 - 290

Motivatie Algemene kwaliteit grondwater

Analysepakket Standaardpakket

3.5. Bodemopbouw Aan de hand van de uitgevoerde grondboringen kan een globale beschrijving van de bodemopbouw worden gegeven. Deze globale beschrijving wordt weergegeven in de volgende tabel. Tabel 3.3. Globale beschrijving lokale bodemopbouw Traject (cm-mv) Grondsoort 0-50 Matig humeus zwak siltig matig fijn zand 50-150 Zwak siltig matig fijn zand 150-290 Matig siltig matig fijn zand

De beschrijvingen van de bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 3.

87/373

Datum: Pagina:

19 december 2022 14 / 24

Kenmerk : Projectnummer :

AO50220639.R001-0 VBB-50220639

3.6. Zintuiglijke waarnemingen Bij de uitgevoerde grondboringen en het bemonsteren van het grondwater zijn op basis van zintuiglijke beoordeling onderstaande relevante bijzonderheden en/of afwijkingen aangetroffen. Tabel 3.4. Overzicht bijzonderheden/afwijkingen Boring-/peilbuisnummer Traject (cm-mv) 01 0 - 20 03 0 - 30 04 0 - 20 05 0 - 20 10

Bijzonderheden/afwijkingen Sterk betonhoudend, sterk baksteenhoudend Sterk asfalthoudend Sterk betonhoudend, sterk baksteenhoudend Sterk betonhoudend, sterk baksteenhoudend, sterk steenhoudend Sterk baksteenhoudend

0 - 20

3.7. Veldmetingen In de onderstaande tabel zijn de veldmetingen van het grondwater opgenomen. Tabel 3.5. Veldmetingen grondwater Peilbuis Filterdiepte Grondwaterstand (cm-mv) (cm-mv) 06 190 - 290 102

Zuurgraad (pH) 6,7

EC (µS/cm) 350

Troebelheid (FNU) 4,36

3.8. Toetsing 3.8.1. Wet bodembescherming De analyseresultaten van de grond worden beoordeeld aan de hand van de achtergrondwaarden uit bijlage B van de (wijzigingen) Regeling bodemkwaliteit en de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. De analyseresultaten van het grondwater worden beoordeeld aan de hand van de streef- en interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. De betekenis van de normwaarden is als volgt: Achtergrondwaarden: geven het niveau aan voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Streefwaarden:

geven het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. De streefwaarden (S) geven het uiteindelijk te bereiken kwaliteitsniveau van het grondwater aan.

Interventiewaarden:

geven het niveau aan wanneer de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig bedreigd/aangetast zijn, of dreigen te worden verminderd.

Bij gevallen van bodemverontreiniging, waarbij de interventiewaarden niet worden overschreden, wordt door het bepalen van de index van de gemeten concentratie van de betreffende parameter(s) ten opzichte van de achtergrond- en interventiewaarde van deze component(en) nagegaan of nader onderzoek naar de ernst en omvang van de verontreiniging nodig kan zijn (bij index > 0,5). De berekening van de index vindt als volgt plaats: Index = (GW - AW) / (I - AW) Waarin: GW AW I

= gestandaardiseerde waarde = achtergrondwaarde = interventiewaarde

88/373

Datum: Pagina:

19 december 2022 15 / 24

Kenmerk : Projectnummer :

AO50220639.R001-0 VBB-50220639

Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem worden de gemeten gehalten middels een bodemtypecorrectie omgerekend naar standaardbodem. De wijze van omrekening is beschreven in bijlage G onderdeel III van de Regeling bodemkwaliteit. De achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor de grond en het grondwater zijn opgenomen in de toetsingstabellen bijgevoegd als bijlage 6. Opgemerkt dient te worden dat de interventiewaarde voor barium alleen geldt voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging.

3.8.2. Besluit bodemkwaliteit Bij hergebruik van grond dient, naast de kwaliteit van de toe te passen grond, rekening gehouden te worden met zowel de kwaliteit als de functie van de ontvangende bodem. De analyseresultaten van een onderzoek worden, voor de beoordeling van de ontvangende bodem alsook voor de toepassing, beoordeeld aan de hand van de maximale waarden (aangeduid met M) uit bijlage B van de (wijzigingen) Regeling bodemkwaliteit. Grond die als achtergrondwaarden grond (AW) is geclassificeerd, is vrij toepasbaar. Volgens het Besluit bodemkwaliteit mag er een keuze gemaakt worden, afhankelijk per gemeente, betreffende het toetsingskader voor gebiedsgeneriek en/of gebiedsspecifiek beleid zoals beschreven in onderstaande tabel. Tabel 3.6. Overzicht generiek- en gebiedsspecifiek beleid Bodemfunctieklassen (Generiek beleid) Wonen Industrie Achtergrondwaarden

Bodemfuncties (Gebiedsspecifiek beleid) Wonen met tuin Plaatsen waar kinderen spelen Groen en natuurwaarden Ander groen, bebouwing, industrie en infra Moestuinen en volkstuinen Natuur Landbouw

Voor de indeling van de bodemklasse van de grond (ontvangende bodem en toe te passen grond) wordt de volgende terminologie gebruikt: - Achtergrondwaarden (AW): Grond met concentraties tot de achtergrondwaarden. - Wonen (W): Grond met een samenstelling tot de maximale waarden van de klasse wonen en groter dan de achtergrondwaarden. - Industrie (In): Grond met een samenstelling tot de maximale waarden van de klasse industrie en groter dan de maximale waarden voor de klasse wonen. - Grond waarvan nuttige toepassing niet is toegestaan: Grond met een samenstelling boven de maximale waarden van de klasse industrie. Afhankelijk van de stof is de maximale waarde van klasse industrie over het algemeen gelijk aan de interventiewaarde voor die stof. Bij de beoordeling van de gemeten gehaltes worden de rekenregels zoals opgenomen in hoofdstuk 4 van de Regeling bodemkwaliteit gebruikt. De toetsing van de grond is opgenomen in bijlage 8.

89/373

Datum: Pagina:

19 december 2022 16 / 24

Kenmerk : Projectnummer :

AO50220639.R001-0 VBB-50220639

3.9. Grond In de onderstaande tabel zijn de parameters opgenomen die de achtergrondwaarde (AW) overschrijden. Tevens is de toetsing voor de Wbb en de Bbk opgenomen in de tabel. Tabel 3.7. Overschrijdingstabel grond Mengmonster

Deelmonsters

MM01

01 (20 - 60) 04 (20 - 40) 05 (20 - 70) 10 (20 - 70) 01 (60 - 110) 01 (110 - 150) 06 (50 - 100) 06 (100 - 150) 09 (50 - 100) 09 (100 - 150) 03 (0 - 30)

MM02

MM101 MM-DL1 MM-DL2 MM-DL3 MM-DL4 MM-DL5 MM-DL6

101 (0 - 50) 102 (0 - 50) 103 (0 - 50) G01 (0 - 30) G02 (0 - 30) G03 (0 - 30) G04 (0 - 30) G05 (0 - 30) G06 (0 - 30) G07 (0 - 30) G08 (0 - 30) G09 (0 - 30) G10 (0 - 30) G11 (0 - 30) G12 (0 - 30)

Parameters > AW en ≤ > index 0,5 index 0,5 en ≤ I

>I

-

-

-

-

-

Lood, zink, PAK, minerale olie Cadmium, zink

Conclusie Wbb Niet verontreinigd

Conclusie Bbk toepassing van bodem Achtergrond waarde

Conclusie Bbk ontvangende bodem Achtergrond waarde

-

Niet verontreinigd

Achtergrond waarde

Achtergrond waarde

Som PCB

-

Matig verontreinigd

Niet toepasbaar

Niet toepasbaar

PAK

-

Matig verontreinigd

Klasse industrie

Klasse industrie

-

-

-

n.v.t.

n.v.t.

Som PCB

-

-

n.v.t.

n.v.t.

Som PCB

-

-

n.v.t.

n.v.t.

-

-

-

n.v.t.

n.v.t.

Som PCB

-

-

n.v.t.

n.v.t.

Som PCB

-

-

Niet verontreinigd Licht verontreinigd Licht verontreinigd Niet verontreinigd Licht verontreinigd Licht verontreinigd

n.v.t.

n.v.t.

3.10. Grondwater In de onderstaande tabel zijn de parameters opgenomen die de streefwaarde (S) overschrijden. Tevens is de toetsing voor de Wbb opgenomen in de tabel. Tabel 3.8. Overschrijdingstabel grondwater Peilbuisnummer

06

Filterdiepte (cm-mv)

Parameters > S en ≤ index 0,5

190 - 290

Zink

90/373

Conclusie Wbb > index 0,5 en ≤I -

>I -

Licht verontreinigd

Datum: Pagina:

19 december 2022 17 / 24

Kenmerk : Projectnummer :

4.

AO50220639.R001-0 VBB-50220639

VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST IN BODEM

4.1. Inleiding Voor het onderzoeksprogramma zijn de richtlijnen van de Nederlandse Norm 5707 als uitgangspunt gehanteerd. Het bodemonderzoek heeft betrekking op het terrein zoals dat in bijlage 2 is weergegeven. De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd volgens protocol 2018 behorende bij de BRL SIKB 2000.

4.2. Veldwerkzaamheden De gegevens van de uitvoering van het veldwerk is aangegeven in tabel 4.1. Tabel 4.1. Overzicht uitgevoerde veldwerkzaamheden en veldwerkers Omschrijving Protocol Datum Maaiveldinspectie 2018 29-11-2022 Monsterneming van asbest in bodem 2018 29-11-2022

Erkende veldwerker(s) C.A.L. Mol CA.L. Mol en S. van de Reijt (i.o.)

Het opgegraven materiaal is per laag uitgeharkt op 20 mm. Vervolgens is het bemonsterde deel van het materiaal gezeefd over een zeef met maaswijdte 20 mm. Het opgegraven materiaal (> 20 mm) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbest. De profielen van de gaten zijn beschreven en vrijkomende materiaal is zintuiglijk beoordeeld. De beschrijvingen van de gaten zijn in bijlage 3 weergegeven. De situering van de gaten is aangegeven in bijlage 2. Foto’s van de gaten zijn opgenomen in bijlage 7.

4.3. Afwijkingen op BRL SIKB 2000 Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden is niet afgeweken van protocol 2018 behorende bij de BRL SIKB 2000.

91/373

Datum: Pagina:

19 december 2022 18 / 24

Kenmerk : Projectnummer :

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14813599/1