2024-11-27 a. Vaststelling (gewijzigd) bestemmingsplan Buitengebied, Emmabaan 69 (Koewacht) -Ontwerpbesluit
Tekst van het document
Herziening bestemmingsplan Emmabaan 69, Koewacht
32/373
29
Figuur 4-13: Uitsnede De geologische kaart Van Rummelen. Planlocatie rood omcirkeld.
De geologische kaart Van Rummelen dient beoordeeld te worden door de te verstoren geologische lagen te analyseren. Echter, als de genoemde geologische laag niet verstoord wordt geldt geen onderzoeksplicht. Als de geologische laag reeds aantoonbaar verstoord is geldt eveneens geen onderzoeksplicht. Bij de bouw van de bedrijfsbebouwing en woning is de pleistoceenzand laag verstoord door het afgraven van 0,5 meter onder NAP. Bij de beoogde ontwikkeling van initiatiefnemer wordt deze bebouwing gesaneerd. Verder afgraven dan de bebouwing is niet wenselijk, initiatiefnemer wil er de bestemming Tuin aan geven.
6. Vrijstellingenkaart (2017) In figuur 4-13 is de planlocatie aangegeven in de zwarte cirkel. Volgens deze Vrijstellingenkaart van de gemeente Terneuzen (versie november 2017) ligt het plangebied in een vrijstellingengebied tot 0,5 meter onder maaiveld.
Figuur 4-13: Vrijstellingskaart gemeente Terneuzen 2017. Zwarte cirkel is plangebied
De gegevens van deze vrijstellingenkaart tesamen met de uitkomst van de kaart Van Rummelen, geeft de vrijstellingsdiepte weer.
Conclusie: Herziening bestemmingsplan Emmabaan 69, Koewacht
33/373
30
Aan de hand van de archeologische verwachtingswaarde wordt per deelgebied een grens gesteld waarboven archeologisch onderzoek verplicht is en waaronder vrijstelling wordt verleend. Een en ander is uitgewerkt in een stroomschema in bijlage 1 van de beleidsnota ‘De onderste steen boven? Interim-beleid archeologie gemeente Terneuzen’. Wanneer archeologisch onderzoek verplicht is, dient de archeologische monumentenzorg cyclus (AMZ-cyclus) te worden doorlopen. Deze cyclus is er op gericht om te beoordelen of verdergaand onderzoek of behoud noodzakelijk is. Voor de uitvoering en de beoordeling van de onderzoeken wordt aangesloten bij de landelijke en provinciale regelgeving. Door deze cyclus op een goede manier te doorlopen kan een gedegen afweging gemaakt worden waar behoudt ter plaatse (in situ) of een opgraving (ex situ) noodzakelijk is of achterwege kan blijven De uitkomst van bovengenoemde stappen en bestudeerde kaarten, getoetst aan het stroomschema onderzoeksplicht archeologie, geeft bij stap 2 de vrijstellingsregeling aan zie figuur 4-14.
Figuur 4-14: Vrijstellingsregeling uit ‘De onderste staan boven’, gemeente Terneuzen 2017.
In het huidige bestemmingsplan is de ‘dubbelbestemming archeologie 1’ opgenomen. Zie figuur 12 in hoofdstuk 1. Bij deze categorie staat onder artikel 48.3.1 omschreven: Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning; Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie - 1 zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 50 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, en ophogen maar waartoe niet wordt gerekend de aanleg en het onderhoud van drainage; Vrijstelling op de locatie is van toepassing. Er heeft aantoonbare verstoring plaatsgevonden bij de bouw van de bedrijfsbebouwing en woning. Voor het uitgraven van de fundering om te bouw te kunnen realiseren heeft er verstoring plaats gevonden. Bij de sanering van de bebouwing zal er niet dieper gegraven worden als de bestaande fundering. Hierdoor wordt er geen nieuwe verstoring veroorzaakt.
Herziening bestemmingsplan Emmabaan 69, Koewacht
34/373
31
Bij de sanering van de gebouwen en woning wordt tot en met diepte van de fundering in de grond gewoeld. Een archeologisch onderzoek is in deze situatie niet nodig. Er worden op de locatie zowel nu als in de toekomst, geen bouwwerkzaamheden uitgevoerd. Er zijn geen belemmeringen voor de ontwikkeling vanuit het cultuurhistorie- en archeologiebeleid.
4.9
Mobiliteit en parkeren
De locatie is ontsloten via de Emmabaan. De Emmabaan kent ter hoogte van het plangebied een maximum toegestane snelheid van 60 kilometer per uur. De Emmabaan kenmerkt zich als een typische weg in het Zeeuwse buitengebied, met aan beide zijden van de weg een gemarkeerd rood fietspad op de weg. De Emmabaan verkeert in goede staat van onderhoud. De gemeente Terneuzen heeft in het parkeerbeleid vastgesteld dat er geparkeerd moet worden op het eigen perceel. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe of extra verkeersafwikkeling mogelijk. Het parkeren en de intensiteit van auto’s en vervoer zal niet wijzigen. Het parkeren kan afgewikkeld worden op de huidige manier, er is voldoende parkeergelegenheid op het erf.
Figuur 4-15: aanzicht vanaf de openbare weg
Mobiliteit en parkeren vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Het initiatief kent geen parkeerbehoefte. De Emmabaan is overzichtelijk en kan het bestemmingsverkeer van het plangebied goed verwerken.
4.10 Technische infrastructuur De locatie is reeds aangesloten op alle gangbare technische infrastructuur zoals drukriolering en andere nutsvoorzieningen. Hiervoor hoeven geen structurele aanpassingen plaats te vinden. Bij het saneren van de bedrijfsgebouwen zullen alle voorzieningen afgesloten en verwijderd worden. De technische infrastructuur vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Bij sanering van de bedrijfsgebouwen zullen aansluitingen verwijderd worden. Herziening bestemmingsplan Emmabaan 69, Koewacht
35/373
32
4.11 Flora en Fauna De bescherming van de natuur in Nederland vindt plaats door Europese en nationale wetgeving. Bij iedere ontwikkeling dienen de eventuele gevolgen t.a.v. de natuurbescherming inzichtelijk gemaakt te worden. Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming (Wb) in werking getreden. De Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en Fauna wet (soortenbescherming (dieren en planten) en de Boswet zijn opgegaan in deze nieuwe wet. De strekking van de wet blijft gelijk; de beschermde gebieden en soorten mogen niet aangetast worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen soortbescherming en gebiedsbescherming.
4.11.1 Gebiedsbescherming Met betrekking tot gebiedsbescherming is de situering ten opzichte van beschermde gebieden (Natura2000 gebieden en beschermde natuurmonumenten) van belang. Ten Noorden van de initiatieflocatie is het Habitat- en Vogelrichtlijngebied Vogelkreek gelegen. Ten Westen van Koewacht is het gebied Canisvliet gelegen. De afstanden staan in onderstaande tabel. Gebied
Afstand tot plangebied (hemelsbreed)
Vogelkreek
11 km
Canisvliet
12 km
Met de uitspraak van de Raad van State van mei 2019 is de methodiek (de PAS) waarmee berekend werd welke invloed projecten hebben op de depositie van stikstof op gevoelige natuur van tafel. Tot de invoer van een alternatieve methode om te komen tot deze berekeningen is het in ruimtelijke projecten van belang zo breed mogelijk te beschouwen welke invloeden de uitstoot van stikstof vanwege een project eventueel heeft op nabijgelegen Natura 2000 gebieden. Voor alle bouw-, sloop-, en aanlegactiviteiten is een stikstofberekening via de Aerius methode noodzakelijk om effecten aan te tonen. Bijlage 3 en 4 omschrijven de depositie. De sloop van de gebouwen aan de Emmabaan 69 leidt tot een beperkte ammoniakemissie. Een Aerius-berekening is uitgevoerd met daarin diverse worst-case uitgangspunten. Uit dit onderzoek blijkt dat de berekende emissie niet leidt tot een toename van de depositie van 0,00 mol/ha/jaar. De berekeningen zijn los toegevoegd. Om die reden zijn significante gevolgen op Natura 2000-gebieden uit te sluiten en is het plan/project geen bedreiging voor de instandhoudingsdoelstellingen van alle omliggende Natura 2000-gebieden. Het plan leidt niet tot significante effecten op dit gebied daar de bestemming aangepast gaat worden naar tuin.
Er is namelijk sprake van een behoorlijke afstand tussen de locatie en het gebied (> 10 km.), waardoor er geen sprake is van directe of indirecte effecten in de zin van areaalverlies, verontreiniging of verstoring. Uit de Aerius berekening is uit te sluiten dat er geen significante gevolgen op Natura 2000-gebieden zijn.
Herziening bestemmingsplan Emmabaan 69, Koewacht
36/373
33
4.11.2 Soortenbescherming De soortenbescherming is in Nederland geregeld in de Wet Natuurbescherming. Deze heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende diersoorten en vaatplanten. Hiervoor geldt een algemene zorgplicht die inhoudt dat schade aan flora en fauna zoveel mogelijk voorkomen dient te worden. De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in: •
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn).
•
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd.
Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. De Wet natuurbescherming maakt invulling van de wet door provincies mogelijk, hiertoe kunnen provincies een eigen invulling geven aan de bescherming van soorten. De aanwezige biotopen en huidig grondgebruik in acht nemend is het niet waarschijnlijk dat er beschermde soorten in het plangebied aanwezig zullen zijn. Om dit uit te sluiten is een quickscan onderzoek uitgevoerd. Zie bijlage 2. Dit onderzoek wijst uit: Het is gepland om op het terrein bij Emmabaan 69 te Koewacht een braakliggend terrein om te vormen tot tuin. De aanwezige bebouwing is recent gesloopt. Deze bebouwing had mogelijk een functie voor beschermde soorten (huismus, steenuil, kerkuil, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, steenmarter, bunzing). De quickscan is uitgevoerd nadat de bebouwing is gesloopt. Het braakliggend terrein heeft geen functie voor beschermde soorten. Het omvormen tot tuin zal geen overtredingen op de Wet natuurbescherming opleveren. Het plangebied ligt meer dan 10 kilometer afstand van Natura 2000 gebied. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten door de voorgenomen activiteiten.
Er is ook geen negatief effect te verwachten op de natuurkwaliteiten van terreinen die zijn aangemerkt in het kader van het natuurnetwerk Zeeland. De afstand tot deze gebieden is 50 meter. De werkzaamheden zijn kleinschalig van aard. De quickscan geeft weer dat het braakliggend terrein geen functie heeft voor beschermde soorten. Het omvormen tot tuin zal geen overtredingen op de Wet natuurbescherming opleveren. Een ontheffing in het kader van de flora en faunawet is daartoe niet nodig. Bij de sloopvergunning zal de quickscan flora & fauna inbegrepen worden, tevens zal voor de sloopvergunning de stikstofberekening toegevoegd worden.
Herziening bestemmingsplan Emmabaan 69, Koewacht
37/373
34
4.12 Water
4.12.1 Beleid In ruimtelijke plannen moet voldoende aandacht besteed worden aan waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer de integrale afwegingen het creëren van maatwerk voorop. Water moet bekeken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een ontwikkeling ligt. Een goede afstemming van waterbeleid en ruimtelijke ordening is daarom noodzakelijk. Een plan dient een zogenaamde waterparafraaf te bevatten, waarin de keuzes ten aanzien van de waterhuishoudkudige aspecten gemotiveerd beschrijft. De watertoets is wettelijk verankerd in artikel 3.6 lid 1, sub b Bro.
4.12.2 Watertoetstabel De watertoetstabel ondersteunt de onderbouwing van de wateraspecten in een ruimtelijk plan. Hierin wordt aangegeven wat de gevolgen van onderliggende bestemmingswijziging voor de waterhuishouding in het gebied betekent.
Thema en water(beheer)doelstelling Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en
De veiligheid in het kader van de waterkering
rekening houden met de daarvoor benodigde
is niet in het geding
ruimte. Vermeld de totale oppervlakken (in m2) van:
Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om
dakoppervlak dichte bodemverharding doorlatende bodemverharding
overstroming vanuit oppervlaktewater in
wateroppervlak
maatgevende situaties te voorkomen.
huidige
na
situatie
realisatie
680 m2
0 m2
1
0
0
2
0
0
3
3420 m2
3420 m2
4
Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme
In dit plan wordt enkel bebouwing
weersituaties.
gesloopt, hierdoor neemt het verhard
Voorkomen overlast door hemel- en
oppervlak enkel af. Het gebied is volgens de provinciale waterkansenkaart weinig zettingsgevoelig en zijn er ruime infiltratiemogelijkheden. Deze worden vergroot door het verwijderen van erfverharding. In de huidige situatie wordt het hemelwater
afvalwater
afgevoerd door een goot welke uitkomt in de
Waarborgen optimale werking van de
grond. Het hemelwater wordt opgenomen door
zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke)
de grond. In beoogde situatie gaat er enkel
rioleringen.
gebruik gemaakt worden van hemelwater.
Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken
Hemelwater wordt door de grond opgenomen.
in verband met de reductie van hydraulische
De effecten op de waterhuishouding blijven
Herziening bestemmingsplan Emmabaan 69, Koewacht
38/373
35
belasting van de RWZI, het transportsysteem
hierdoor gelijk. De nieuw te bouwen woningen
en het beperken van overstorten.
geven een nieuwe stroom van huishoudelijk afvalwater. Dit wordt beoogd via de gemeentelijke riolering verzameld en afgevoerd, voor verwerking in de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Zie bijlage 5 Wateradvies.
Thema en water(beheer)doelstelling Verdroging: n.v.t. Het gebied heeft een zoetwatervoorkomen en
Grondwaterkwantiteit en verdroging
de bodem bestaat uit zand. Infiltratie van het
Voorkomen en tegengaan van
hemelwater in de nieuwe situatie heeft een
grondwateroverlast
positief effect op de grondwaterstanden. Ook
en -tekort. Rekening houdend met de
gezien de maaiveldhoogten en de
gevolgen
oppervlaktewaterstreefpeilen in het gebied. Er
van klimaatverandering. Beschermen van
wordt geen grondwater onttrokken.
infiltratiegebieden en –mogelijkheden.
Het initiatief zal een positief effect hebben op de grondwaterstand ter plaatse.
Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een goede
De grondwaterkwaliteit gaat door dit plan niet
grondwaterkwaliteit. Denk aan
achteruit. Er worden alleen gebouwen gesaneerd.
grondwaterbeschermingsgebieden.
Oppervlaktewaterkwaliteit
Er wordt niets terug gebouwd waardoor dit niet
Behoud of realisatie van goede
van toepassing is.
oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de
Er worden uitlogende materialen van het
veerkracht van het watersysteem. Toepassing
perceel verwijdert. Het initiatief levert een
van de trits schoonhouden, scheiden,
verbetering op voor de
zuiveren.
oppervlaktewaterkwaliteit.
Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten n.v.t.
en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.
Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra)
n.v.t.
maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.
Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke
In het plangebied zijn geen natuurwaarden
gevarieerde en natuurlijk karakteristieke
aanwezig.
aquatische natuur.
Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden
n.v.t. Onderhoud blijft op de oorspronkelijke
worden. Rekening houden met obstakelvrije
wijze mogelijk.
onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.
Herziening bestemmingsplan Emmabaan 69, Koewacht
39/373
36
Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de n.v.t.
werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.
Scheepvaart en/of wegbeheer Goede bereikbaarheid en in stand houden van veilige vaarwegen en wegen in beheer en onderhoud bij Rijkswaterstaat, de provincie en/of het waterschap.
De ontwikkeling levert in dit kader geen belemmeringen op. Voor het onderdeel parkeren wordt u verwezen naar paragraaf 4.9.
Onderliggende bestemmingswijziging dient mede voor het verwijderen van bebouwing en verharde oppervlakten. In de toekomst zal er geen mogelijkheid meer zijn voor grootschalige verharding in het nieuwe bestemmingsplan. Hierdoor zijn er geen negatieve gevolgen op de grond- en hemelwatersituatie op deze locatie.
Herziening bestemmingsplan Emmabaan 69, Koewacht
40/373
37
5.
Uitvoerbaarheid en procedure
5.1
Economische uitvoerbaarheid
Het plan zal geheel in particuliere handen uitgevoerd worden. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden. Met de initiatiefnemer wordt een zogenaamde anterieure overeenkomst afgesloten waarin de afspraken over plankosten en planschade zijn geregeld. Gezien het karakter van het plan is er op voorhand geen aanleiding te veronderstellen dat er sprake is van planschade ten gevolge van het plan. Tevens wordt er een overeenkomst afgesloten in verband met de landschappelijke inpassing.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Voor deze herziening zal geen omgevingsdialoog gaan plaatsvinden. Dit is niet noodzakelijk geacht.
5.3
Procedure
Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 23 november 2023, gedurende 6 weken, tot en met 3 januari 2024 ter inzage gelegen met bijbehorende stukken. Van de tervisielegging is kennis gegeven in het gemeenteblad (Gmb). Gedurende de termijn van de ter inzage legging heeft eenieder mondeling of schriftelijk een zienswijze kunnen indienen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Er zijn ambtshalve wijzigingen doorgevoerd en direct in het bestemmingsplan opgenomen. Gelijktijdig met de terinzagelegging van het ontwerpplan is het plan in het kader van vooroverleg aangeboden aan de verplichte vooroverleg partners.
Herziening bestemmingsplan Emmabaan 69, Koewacht
41/373
38
6.
Juridische planopzet
Dit plan betreft een herziening van het bestemmingsplan “Buitengebied, geheel in werking (vastgesteld 2013-06-25)” van de gemeente Terneuzen ter plaatse van Emmabaan 69 te Koewacht.
6.1
Regels
De planregels beschrijven de bestaande regeling voor de bestemming Tuin. De planregels bevatten regels met betrekking tot het bouwen en gebruiken van grond en gebouwen. Met deze standaardregels wordt aangesloten op het vigerende Buitengebied, geheel in werking (vastgesteld 2013-06-25)’ van de gemeente Terneuzen.
6.2
Verbeelding
De verbeelding geeft de bestemmingen weer. Binnen de bestemmingsvlakken kunnen bouwvlakken, bouw-, gebieds-, functie-, en maatvoeringsaanduidingen aangegeven worden, waarbinnen een aantal specifieke bouwregels en functies kunnen worden aangegeven. Deze hebben juridische betekenis, omdat daar in de regels naar wordt verwezen. De topografische ondergrond die gebruikt is als basis voor de verbeelding heeft geen juridische status. De lijn die op de verbeelding net ten noordoosten van het plangebied ligt behoort niet tot de kadastrale begrenzing. Er is gebruik gemaakt van een combinatie van de kadastrale ondergrond en de BGT, de Basisregistratie Grootschalige Topografie. Deze lijn is afkomstig van de BGT. Op de locatie ontstaat een ruimte achter de woning. Aan dit plangebied wordt de bestemming ‘Agrarisch’, ‘Tuin’ en ‘Wonen’ opgelegd, waarbij is aangesloten bij de standaardregels uit het bestemmingsplan “Buitengebied, geheel in werking (vastgesteld 2013-06-25)”.
Herziening bestemmingsplan Emmabaan 69, Koewacht
42/373
39
7.
Bijlagen
1. Bodemonderzoek (verkennend 2022) 2. Quickscan flora en fauna 3. Aerius berekening 4. Onderbouwing stikstofdepositie 5. Wateradvies 6. Vervolg asbest onderzoek (2023) 7: Evaluatierapport asbest in grond cq. Puinsanering (2024) 8: Brief tekortkomingen voldoende hersteld
Herziening bestemmingsplan Emmabaan 69, Koewacht
43/373
40
|1
1 Inleidende regels
2
Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten
2 7
2 Bestemmingsregels
8
Artikel 3 Agrarisch Artikel 4 Tuin Artikel 5 Wonen Artikel 6 Waarde - Archeologie - 1
8 13 14 19
3 Algemene regels
22
Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Artikel 8 Algemene bouwregels Artikel 9 Algemene gebruiksregels Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Artikel 11 Algemene wijzigingsregels Artikel 12 Overige regels
22 23 24 25 26 27
4 Overgangs- en slotregels
28
Artikel 13 Overgangsrecht Artikel 14 Slotregel
28 29
Bijlagen Bijlage 1 Nieuwe Economische Dragers
NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01
44/373
bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69
|2
1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen 1.1 plan het bestemmingsplan "Koewacht, Emmabaan 69" met identificatienummer NL.IMRO.0715.BPBG78VG01 van de gemeente Terneuzen; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waarvoor ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 afwijking bij omgevingsvergunning een afwijking als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, sub c juncto artikel 2.12, lid 1, sub a, onderdeel 1 van de Wabo, zoals die luidde ten tijde van inwerkingtreding van dit plan; 1.6 agrarisch bedrijf een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, nader te onderscheiden in: a.
grondgebonden agrarisch bedrijf:
een bedrijf dat (nagenoeg) geheel afhankelijk is van de tot het bedrijf behorende agrarische grond als productiemiddel en waar (nagenoeg) geheel gebruik gemaakt wordt van open grond, nader te onderscheiden in: 1.
c.
akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, daaronder niet begrepen sier-, fruit- en bollenteelt; 2. bollenteelt: de teelt van bloembollen al dan niet in samenhang met de teelt van bolbloemen; 3. fruitteelt: de teelt van fruit op open grond; 4. grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee waarbij in de bedrijfsvoering weidegang essentieel is; 5. paardenhouderij: het fokken van paarden, het houden, stallen of africhten van paarden ten behoeve van de vlees- en/of melkproductie, handel en/of de gebruiksgerichte paardenhouderij; 6. sierteelt: de teelt van siergewassen op open grond al dan niet gecombineerd met de handel in boomkwekerijgewassen en vaste planten; niet - grondgebonden agrarisch bedrijf:
een bedrijf dat (nagenoeg) niet afhankelijk is van de tot het bedrijf behorende agrarische grond als productiemiddel, nader te onderscheiden in: 1. 2. 3.
glastuinbouw: de teelt van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen; intensieve kwekerij: de teelt van gewassen, paddenstoelen daaronder begrepen, in gebouwen; intensieve veehouderij: de teelt van slacht-, fok-, leg- of pelsdieren in gebouwen en (nagenoeg) zonder weidegang;
NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01
45/373
bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69
|3 d. e.
aquacultuur: de teelt van (zout)watergebonden organismen waaronder begrepen zagers, schelpdieren en vissen, al dan niet in gebouwen; overige teelten van gewassen of dieren, al dan niet in gebouwen;
1.7 antenne - installatie installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.8 archeologisch deskundige de beleidsmedewerker archeologie van de gemeente, de gemeentelijk adviseur archeologie of een door het College van Burgemeester en Wethouders aangewezen deskundige op het gebied van archeologie; 1.9 archeologisch onderzoek onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een Certificaat BRL 4000 beschikt; 1.10 archeologisch rapport een rapport van een archeologisch onderzoeksbureau of een goed onderbouwd advies van een deskundige op het gebied van archeologie; 1.11 archeologische waarde vindplaats of vondst met een oudheidkundige waarde. Het betreft hier met name archeologische relicten in hun oorspronkelijke ruimtelijke context.
Zowel grote complexen / structuren zoals nederzettingsterreinen, als afzonderlijke vondsten kunnen met deze term worden aangeduid; 1.12 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.13 bestaand ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.14 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.15 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.16 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak van eenzelfde bestemming; 1.17 bevoegd gezag het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning, zoals bedoeld in de Wabo. [Wet algemene bepalingen omgevingsrecht]; 1.18 bodemingreep werken en werkzaamheden waarvan mag worden aangenomen dat zij het bodemarchief kunnen aantasten, waaronder het bouwen van een fundering wordt begrepen; 1.19 boerderij- en streekproducten al dan niet bewerkte agrarische producten en overige producten afkomstig van het eigen bedrijf of van andere agrarische bedrijven in de streek alsmede exotische fruit- en groentensoorten.
1.20 boog- en gaaskassen al dan niet verplaatsbare gebouwen, overtrokken met en omsloten door lichtdoorlatend materiaal anders dan glas, ten behoeve van de teelt van gewassen. 1.21 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;
NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01
46/373
bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69
|4 1.22 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.23 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang dat direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.24 cultureel erfgoed uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden; 1.25 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde in verband met ouderdom en/of historische gaafheid; 1.26 extensieve dagrecreatie niet - gemotoriseerde recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, vissen, zeilen, surfen, zwemmen en natuurobservatie; 1.27 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.28 hoofdgebouw Een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn,
gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.29 kassen een bouwwerk van glas of ander lichtdoorlatend materiaal ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering met een hoogte van 1,5 m of meer, trek-, tunnel-, schaduw-, boog- en gaaskassen daaronder begrepen. 1.30 KNA Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (zie www.skib.nl); 1.31 landschapswaarde de aan een gebied toegekende waarde met betrekking tot het waarneembare deel van de aardoppervlakte, die wordt bepaald door de herkenbaarheid en de identiteit van de onderlinge samenhang tussen levende en niet - levende natuur. 1.32 maaiveld de bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat waar sprake is van een hellend of ongelijk maaiveld onder het "aangrenzende maaiveld" wordt verstaan het maaiveld dat grenst aan de voorgevel van een gebouw; 1.33 monumentencommissie een door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige of commissie van deskundigen inzake monumenten en cultuurhistorische panden; 1.34 natuurwaarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de aanwezige flora en/of fauna. 1.35 normaal agrarisch gebruik werkzaamheden in de normale bouw voor t.b.v. de gewasteelten; 1.36 omgevingsvergunning vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 2.1 van de Wabo;
NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01
47/373
bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69
|5 1.37 opgraven/opgraving de ontsluiting van een vindplaats met als doel de informatie te verzamelen en vast te leggen die nodig is voor het beantwoorden van de in het Programma van Eisen verwoorde onderzoeksvra(a)g(en) en het behalen van de onderzoeksdoelstellingen; 1.38 ophoging het blijvend verhogen van het bestaande maaiveld door het aanbrengen van grond of andersoortige materialen. Tijdelijke ophoging tot een maximum van 6 maanden in relatie tot de agrarische bedrijfsvoering wordt niet gezien als een ophoging; 1.39 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak. 1.40 peil a. b. c.
voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg of de kruin van een dijk grenzen: de hoogte van die weg respectievelijk kruin van de dijk; bij ligging in het water: het Normaal Amsterdams Peil (NAP); in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
1.41 reëel agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf, dat duurzaam werkgelegenheid biedt aan ten minste een halve arbeidskracht (afhankelijk van het aantal dieren, aard van de gewassen de hoeveelheid grond en inrichting van het bedrijf), waarbij de continuïteit op langere termijn gewaarborgd is. 1.42 seksinrichting het bedrijfsmatig - of in een omvang of frequentie die daarmee overeenkomt - gelegenheid bieden tot het ter plaatse, in een gebouw of een verblijfsmiddel, verrichten van seksuele handelingen. 1.43 slopen het geheel of gedeeltelijk afbreken van een bouwwerk. 1.44 teeltondersteunende voorzieningen bouwwerken, ten behoeve van de bescherming van teeltgewassen en/of de voorkweek van ten behoeve van het eigen bedrijf benodigd plantmateriaal en/of de voorkoming van de verspreiding van gewasbeschermingsmiddelen, ten behoeve van grondgebonden agrarische teelten, nader te onderscheiden in: a. b. c. d. e.
boog- en gaaskassen: al dan niet verplaatsbare gebouwen overtrokken met en omsloten door lichtdoorlatend materiaal anders dan glas; afdekfolie: folie die op de bodem wordt aangebracht; containervelden: al dan niet verharde of met worteldoek afgedekte percelen ten behoeve van de teelt van planten in potten; overkappingconstructies: bouwwerken zonder wanden, geen gebouwen zijnde, overtrokken met lichtdoorlatend materiaal anders dan glas, zoals hagelnetten; stellingen: bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waarop of waarlangs planten worden geteeld/geleid;
waarbij geldt dat sprake kan zijn van: f.
g.
lage tijdelijke voorzieningen: voorzieningen die niet langer dan 6 maanden gedurende een jaar worden geplaatst zoals afdekfolies, acryldoek en tunnels met een bouwhoogte van niet meer dan 1.50 m; permanente voorzieningen: voorzieningen die langer dan 6 maanden gedurende een jaar worden geplaatst zoals containervelden, boog- en gaaskassen, stellingen en regenkappen.
NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01
48/373
bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69
|6 1.45 verstoring aantasting van een gebied met archeologische waarden. Dit verschijnsel kan zich voordoen: door erosie, afgraving of egalisatie, door (diepe) bewerking van de bovengrond, door zetting als gevolg van ophoging, door verdroging en verzuring; 1.46 vrijstellingsdiepte de in de bijlage op de voorschriftenkaart, de voor dat gebied, aangegeven vrijstellingsdiepte; 1.47 wet/wettelijke regelingen indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald; 1.48 verbeelding De digitale weergave van het wijzigingsplan; 1.49 volwaardig agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf, dat duurzaam werkgelegenheid biedt aan ten minste één volledige arbeidskracht die een hoofdberoep, hoofdbestaan en volledige dagtaak in het bedrijf vindt (afhankelijk van het aantal dieren, aard van de gewassen de hoeveelheid grond en inrichting van het bedrijf), waarbij de continuïteit op langere termijn gewaarborgd is.
1.50 weidegang gedurende een substantieel gedeelte van het jaar, nagenoeg dagelijks buiten laten lopen van dieren, op een substantiële oppervlakte landbouwgrond, waarbij een deel van de voerbehoefte door de dieren buiten verzameld wordt en waarbij meer dan 50% van de betreffende landbouwgrond is begroeid. 1.51 wgh - inrichtingen bedrijven, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht, die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken. 1.52 windturbine een bouwwerk ter opwekking van energie door benutting van windkracht, met uitzondering van bemalingsinstallaties ten behoeve van de waterhuishouding. 1.53 wonen het gebruik van een woning conform de begripsomschrijving van 'woning'. 1.54 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden als hoofdverblijf.
NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01
49/373
bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69
|7
Artikel 2 Wijze van meten 2.1 afstand de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst zijn. 2.2 bouwhoogte van een antenne - installatie a. b.
ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne - installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne - installatie; ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne - installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne - installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne installatie.
2.3 bouwhoogte van een bouwwerk, geen antenne - installatie zijnde vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 breedte, lengte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.5 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot/de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; indien een bouwwerk met betrekking tot deze constructiedelen over verschillende hoogten beschikt, wordt als volgt gemeten: a. b.
indien zich aan de voorgevelzijde een goot/druiplijn, boeibord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel bevindt, wordt uitgegaan van de hoogte aan de voorgevelzijde; indien zich - in geval van een lessenaarsdak - aan de voorgevelzijde van het gebouw geen goot/druiplijn, boeibord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel bevindt, wordt uitgegaan van de laagste hoogte.
2.6 inhoud van een bouwwerk tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.7 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.8 hoogte van een windturbine vanaf het peil tot aan de (rotor)as van de windturbine. 2.9 vloeroppervlakte de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580.
NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01
50/373
bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69
|8
2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Agrarisch 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor Agrarisch aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
de uitoefening van grondgebonden agrarische bedrijven;
en tevens voor: b. c. d. e.
niet - grondgebonden agrarische activiteiten en aquacultuur als neventak; bestaande Nieuwe Economische Dragers en bestaande mini-campings (kleinschalig kamperen); aan de bestemming ondergeschikte extensieve dagrecreatie met bijbehorende kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groenelementen, (natuurvriendelijke) oevers, water, laad- en losvoorzieningen, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen.
3.2 Bouwregels Op deze gronden mag uitsluitend ten dienste van de bestemming en indien noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering worden gebouwd en gelden de volgende regels: 3.2.1 Buiten het bouwvlak a.
buiten bouwvlakken zijn uitsluitend toegestaan: 1. lage tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen; 2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen, paardenbakken, stapmolens, schokgolf generatoren en voorzieningen voor opslag;
met dien verstande dat: b.
c. d.
e. f. g. h.
in afwijking van het bepaalde onder a sub 2 is per bouwvlak ten hoogste 50 m² aan bedrijfsgebouwen en/of overkappingen buiten het bouwvlak toegestaan met dien verstande dat de bouw noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en de afstand tot de meest nabij gelegen woning van derden ten minste 100 m bedraagt; alvorens de omgevingsvergunning te verlenen vraagt het bevoegd gezag schriftelijk advies van de agrarisch deskundige met betrekking tot de noodzaak voor een doelmatige bedrijfsvoering; in afwijking van het bepaalde onder a sub 2 sleufsilo's - tot een bouwhoogte van ten hoogste 2 m - uitsluitend aansluitend aan het bouwvlak zijn toegestaan; in afwijking van het bepaalde onder a sub 2 wateropslag buiten het bouwvlak is toegestaan ten behoeve van fruitteeltbedrijven waarbij de bouwhoogte en de inhoud per wateropslag ten hoogste 3 m respectievelijk 200 m³ mag bedragen; de goot- en bouwhoogte van de bebouwing als bedoeld onder b bedraagt ten hoogste 4 m respectievelijk 8 m; de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel bedraagt ten hoogste 1 m; de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01
51/373
bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69
|9 3.3 Afwijken van de bouwregels 3.3.1 Overkappingsconstructies als teeltondersteunende voorziening Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1 voor het bouwen van overkappingsconstructies als teeltondersteunende voorziening buiten een bouwvlak, met in achtneming van het volgende: a. b. c.
d. e. f.
g. h. i.
de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 3,5 m; de gezamenlijke oppervlakte van regenkappen buiten het bouwvlak bedraagt ten hoogste 3 ha per bouwvlak; de gezamenlijke oppervlakte van hagelnetten buiten het bouwvlak bedraagt ten hoogste 5 ha per bouwvlak, tenzij sprake is van fruitgaarden die voor meer dan 80% aangrenzend aan de fruitgaard zijn omgeven door windsingels; fruitgaarden die voor meer dan 80 % aangrenzend aan de fruitgaard zijn omgeven door windsingels mogen geheel voorzien worden van hagelnetten; de gezamenlijke oppervlakte van overige overkappingen buiten het bouwvlak bedraagt ten hoogste 1 ha per bouwvlak; de teeltondersteunende voorziening staat ten dienste aan het grondgebonden agrarisch bedrijf; ter plaatse wordt voorzien in een voldoende afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een gemiddelde breedte van ten minste 5 m; medewerking wordt slechts verleend indien een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing; de omgevingsvergunning wordt slechts verleend ten behoeve van een reëel of volwaardig agrarisch bedrijf; verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.
3.3.2 Stellingen als teeltondersteunende voorziening Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1 ten behoeve van de bouw van stellingen als teeltondersteunende voorziening buiten een bouwvlak, met inachtneming van het volgende: a. b. c. d.
e. f. g.
de gezamenlijke oppervlakte van de stellingen buiten het bouwvlak bedraagt ten hoogste 1 ha per bouwvlak; de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 1,5 m; de teeltondersteunende voorziening staat ten dienste aan het grondgebonden agrarisch bedrijf; ter plaatse wordt voorzien in een voldoende afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een gemiddelde breedte van ten minste 5 m; medewerking wordt slechts verleend indien een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing; de omgevingsvergunning wordt slechts verleend ten behoeve van een reëel of volwaardig agrarisch bedrijf; verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.
NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01
52/373
bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69
|10 3.3.3 Boog- en gaaskassen als teeltondersteunende voorziening Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1 ten behoeve van de bouw van boog- en gaaskassen als teeltondersteunende voorziening buiten een bouwvlak, met inachtneming van het volgende: a. b. c. d. e.
f. g. h. i.
de omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend voor boog- en gaaskassen grenzend aan het bouwvlak; de gezamenlijke oppervlakte van de boog- en gaaskassen buiten het bouwvlak bedraagt ten hoogste 1 ha per bouwvlak; de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 3,5 m; de teeltondersteunende voorziening staat ten dienste aan het grondgebonden agrarisch bedrijf; ter plaatse wordt voorzien in een voldoende afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een gemiddelde breedte van ten minste 5 m; medewerking wordt slechts verleend indien een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing; de omgevingsvergunning wordt slechts verleend ten behoeve van een reëel of volwaardig agrarisch bedrijf; verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige gevolgen voor het waterbeheer; het bevoegd gezag vraagt hierover schriftelijk advies van de waterbeheerder alvorens de omgevingsvergunning te verlenen.
3.3.4 Paardenbak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2, ten behoeve van het bouwen van een paardenbak en/of stapmolen buiten een bouwvlak, met in achtneming van het volgende: a.
b. c. d.
e.
de omgevingsvergunning wordt verleend voor de gronden aansluitend aan het bouwvlak of voor gronden grenzend aan bestemmingsvlakken van andere bestemmingen waar een woning toegestaan en aanwezig is; de bouwhoogte van de paardenbak en/of stapmolen bedraagt ten hoogste 3 m en de oppervlakte bedraagt ten hoogste 1.200 m²; de omgevingsvergunning wordt niet verleend binnen een afstand van 50 m ten opzichte van de meest nabij gelegen woning van derden; indien de afstand tot gronden met de bestemming Natuur minder dan 100 m bedraagt wordt de omgevingsvergunning uitsluitend verleend indien geen onevenredige aantasting van de landschaps- of natuurwaarden van het natuurgebied plaatsvindt; verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiksen ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.
3.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: a. b.
c.
bij een paardenbak en/of stapmolen is het gebruik van een geluidsinstallatie, of verlichting door middel van lichtmasten die niet zijn voorzien van bovenafdekking, niet toegestaan; het gebruik van groeibevorderende of conditionerende belichting, zoals assimilatiebelichting of cyclische belichting, in permanente tunnel- of boogkassen is niet toegestaan; het gebruik van groeibevorderende of conditionerende belichting, zoals assimilatiebelichting of cyclische belichting, in kassen waarvan gevel en dak aan de binnenzijde niet volledig zijn afgeschermd tegen horizontale en verticale lichtuitstraling, is niet toegestaan;
NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01
53/373
bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69
|11 d.
het gebruiken van een bijgebouw ten behoeve van het ontvangen of verlenen van mantelzorg is niet toegestaan; e. het gebruik van gebouwen, opslagvoorzieningen en installaties, anders dan ten behoeve van het eigen agrarische bedrijf is niet toegestaan, met uitzondering van het bepaalde onder h; f. voorzieningen voor opslag, niet zijnde bouwwerken, zijn buiten bouwvlakken niet toegestaan met uitzondering van mestzakken aansluitend aan het bouwvlak en wateropslag; g. de opslag van goederen, anders dan agrarische producten afkomstig van het eigen agrarisch bedrijf, buiten een bouwvlak, is niet toegestaan; h. de opslag van agrarische producten anders dan ten behoeve van het eigen agrarisch bedrijf en de opslag van caravans, boten en inboedels is uitsluitend binnen de bestaande gebouwen toegestaan; i. opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 3 m is niet toegestaan; j. de opslag van kuilvoer is uitsluitend op en direct aansluitend aan het bouwvlak toegestaan; k. het huisvesten van seizoensarbeiders is niet toegestaan met inachtname van het bepaalde onder m; l. de opslag van dierlijke mest ten behoeve van handelsdoeleinden, is niet toegestaan; m. containervelden en bassins voor aquacultuur zijn buiten een bouwvlak niet toegestaan; n.
het gebruik van lage tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen voor een aaneengesloten periode langer dan 6 maanden is niet toegestaan; o. het gebruik van meer dan 20 % van de standplaatsen ter plaatse van een minicamping als permanente standplaats is niet toegestaan; p. detailhandel is niet toegestaan met uitzondering van het gebruik van ten hoogste 150 m² brutovloeroppervlakte voor de verkoop van boerderij- of streekproducten; q. het uitoefenen van een aan - huis - gebonden beroepen met een oppervlak van meer dan 50 m² per agrarische bedrijfswoning is niet toegestaan; r. het uitoefenen van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten met een oppervlak van meer dan 20 m² per agrarische bedrijfswoning is niet toegestaan; s. het aanbieden van meer dan 50 % van de oppervlakte van de bedrijfswoning ten behoeve van logies met ontbijt is niet toegestaan; t. het gebruik van gronden die zijn gelegen binnen een afstand van 50 m van woningen van derden, of terreinen bestemd voor verblijfsrecreatie (minicampings daaronder inbegrepen) ten behoeve van nieuwe fruitteeltboomgaarden is niet toegestaan; u. Wgh - inrichtingen zijn niet toegestaan.
3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Agrarisch en de aanduiding 'natuur- en landschapswaarden' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden) de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e.
het planten, verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting met uitzondering van het rooien van boomgaarden; het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en ophogen; het aanleggen van boven- of ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het afbranden van de vegetatie.
NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01
54/373
bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69
|12 3.5.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 3.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b. c. d.
uitgevoerd worden op bouwvlakken; normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
3.5.3 Voorwaarde voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 3.5.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de cultuurhistorische en/of landschapswaarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast. 3.5.4 Advisering Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 3.5.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige of aan de voorwaarde als bedoeld in lid 3.5.3 wordt voldaan. 3.6 Wijzigingsbevoegdheid 3.6.1 Wijziging naar Natuur Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van gronden wijzigen in de bestemming Natuur of Water met in achtneming van het volgende: a. b. c.
wijzing kan uitsluitend worden toegepast voor de realisering van de ecologische hoofdstructuur, zoals deze luidt op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan; wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen agrarische bedrijven en agrarische percelen; wijziging wordt slechts toegepast als de gronden gebruiksvrij zijn verworven door de natuurbeheerder.
NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01
55/373
bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69
|13
Artikel 4 Tuin 4.1 Bestemmingsomschrijving De verbeelding voor Tuin aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
tuinen en erven;
met de daarbij behorende: b. c. d.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde; waterlopen en waterpartijen; groenvoorzieningen.
4.2 Bouwregels Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regel: a.
de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 1 meter mag bedragen;
NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01
56/373
bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69
|14
Artikel 5 Wonen 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
het wonen met aan - huis - gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; bestaande Nieuwe Economische Dragers zoals vermeld in bijlage 1 van de regels; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, groen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en water.
5.2 Bouwregels Op deze gronden mag uitsluitend ten dienste van de bestemming worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b.
c. d. e. f. g.
h.
i.
op deze gronden mogen hoofdgebouwen (woningen) met bijbehorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; per bestemmingsvlak is ten hoogste één woning toegestaan, tenzij met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' anders is aangegeven; per bouwperceel is ten hoogste één woning toegestaan; op bestemmingsvlakken waar tevens een bouwvlak is aangegeven worden gebouwen en overkappingen binnen bouwvlakken gebouwd; per woning is ten hoogste één paardenbak en/of stapmolen toegestaan; de afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 3 m; indien gebouwen op een bouwperceel niet aaneen worden gebouwd, geldt een onderlinge afstand van ten minste 1 m; de afstand van gebouwen en overkappingen tot de as van de (dichtstbij gelegen) hoofdrijbaan met de bestemming Verkeer bedraagt ten minste 40 m bij de volgende wegen: 1. N252; 2. N258; 3. N290; 4. N682; 5. N683; 6. N686; 7. N61 8. N62 de afstand van gebouwen en overkappingen tot de as van de (dichtstbij gelegen) hoofdrijbaan met de bestemming Verkeer van de overige wegen bedraagt ten minste 20 m; de goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud van een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedragen per bouwperceel ten hoogste:
NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01
57/373
bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69
|15 bouwwerk
goothoogte
bouwhoogte
oppervlakte/inhoud
hoofdgebouwen (inclusief aan- en uitbouwen)/ woning
6 m tenzij anders ten hoogste 4 m hoger 750 m³ aangegeven dan de toegestane goothoogte
bijgebouwen en overkappingen bij de woning
3m
6m
60 m² indien het bouwperceel kleiner is dan 500 m²; 90 m² indien het bouwperceel kleiner is dan 5.000 m²; 120 m² indien het bouwperceel groter of gelijk is aan 5.000 m²
paardenbak en/of stapmolen
3m
ten hoogste 1.200 m²
erfafscheidingen voor de voorgevel
1m
erfafscheidingen elders
2m
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
3m
j.
bijgebouwen mogen uitsluitend achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd.
5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1 Bouwen grotere bijgebouwen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 sub i voor het vergroten van de maximaal toelaatbare oppervlakte bijgebouwen tot een gezamenlijk oppervlakte van de bijgebouwen van ten hoogste 375 m², met inachtneming van het volgende: a.
b. c. d.
e.
f.
de omgevingsvergunning wordt slecht verleend voor woningen waarvan het bouwperceel en de aangrenzende gronden die in gebruik en in eigendom zijn een gezamenlijke oppervlakte hebben van 2,5 ha of meer en waarbij de woning (inclusief aan- en uitbouwen) een inhoud heeft van ten minste 1.500 m³; de omgevingsvergunning wordt slecht verleend voor bijgebouwen met een oppervlakte van ten hoogste 300 m² en een inhoud van ten hoogste 1.200 m³; op de gronden met de bestemming Wonen zijn per bouwperceel ten hoogste 4 bijgebouwen toegestaan; de omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien sprake is van een concentratie van bebouwing, de bebouwingsvorm en bebouwingsmassa aansluit bij de bestaande bebouwing en er sprake is van een goede ruimtelijke inpassing; de omgevingsvergunning wordt slechts verleend als zorg wordt gedragen voor ruimtelijke kwaliteitswinst in de vorm van landschaps- of natuurontwikkeling of het verbeteren van de inrichting van het erf; medewerking wordt slechts verleend indien een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing en de ruimtelijke kwaliteitswinst.
NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01
58/373
bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69
|16 5.3.2 Bouwen grotere woningen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid lid 5.2 sub i voor het vergroten van de maximaal toelaatbare inhoud van een woning (inclusief aan- en uitbouwen) tot een inhoud van ten hoogste 1.250 m³, met inachtneming van het volgende: a.
b.
c. d.
voor zover het bouwperceel is gelegen in een bebouwingslint: 1. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien de afstand van de woning (inclusief aan- en uitbouwen) tot een van de zijdelingse perceelsgrenzen ten minste 3 m bedraagt; indien noodzakelijk kan het bevoegd gezag hiervoor afwijken van het bepaalde in lid 5.2 sub e; 2. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien de woning (inclusief aanen uitbouwen) in de voorgevelrooilijn van het betreffende bouwperceel of in het verlengde van de voorgevelrooilijnen van de aanpalende percelen wordt gebouwd; 3. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien de oppervlakte van de woning (inclusief aan- en uitbouwen) niet meer dan 30 % bedraagt van de oppervlakte van het bouwperceel; voor zover het bouwperceel niet is gelegen in een bebouwingslint: 1. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien de afstand van de woning (inclusief aan- en uitbouwen) tot de zijdelingse perceelsgrenzen ten minste 3 m bedraagt; 2.
de omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien de oppervlakte van de woning (inclusief aan- en uitbouwen) niet meer dan 10 % bedraagt van de oppervlakte van het bouwperceel de omgevingsvergunning wordt slechts verleend als zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing; medewerking wordt slechts verleend indien een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing.
5.3.3 Bouwen tot perceelsgrens Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 sub e voor de bouw van een aan- of uitbouw of bijgebouw op een kleinere afstand tot of in de zijdelingse perceelsgrens, mits verlening van de omgevingsvergunning niet leidt tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen. 5.3.4 Bouwen nabij de bestemming verkeer Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 sub g en lid 5.2 sub h voor het bouwen van een gebouw of overkapping binnen de genoemde afstand, met in achtneming van het volgende: a. b.
c.
verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot een verkeersonveilige situatie; verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot aantasting van de verkeersplanologische functie van de weg; het bevoegd gezag vraagt hierover schriftelijk advies van de wegbeheerder alvorens de omgevingsvergunning te verlenen; advies van de wegbeheerder is niet noodzakelijk indien binnen het bestemmings- of bouwvlak bestaande bebouwing reeds op kortere afstand is gebouwd.
5.3.5 Bouwen kleine windturbine Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 sub i voor het bouwen van een kleine windturbine, met in achtneming van het volgende: a. b.
per bouwperceel is ten hoogste één kleine windturbine toegestaan; de bouwhoogte van de windturbine bedraagt ten hoogste 20 m; in afwijking van het bepaalde in lid 2.8 wordt de bouwhoogte van de windturbine gemeten vanaf het peil tot aan het uiteinde of de tip van de rotor in de hoogste stand;
NL.IMRO.0715.BPBG78-VG01
59/373
bestemmingsplan Koewacht, Emmabaan 69
|17 c.
verlening van de omgevingsvergunning niet leidt tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.
5.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f.
het uitoefenen van een aan - huis - gebonden beroepen met een oppervlak van meer dan 50 m² per woning is niet toegestaan; het uitoefenen van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten met een oppervlak van meer dan 20 m² per woning is niet toegestaan; het aanbieden van meer dan 50 % van de oppervlakte van de woning ten behoeve van logies met ontbijt is niet toegestaan; het gebruiken van bijgebouw ten behoeve van het ontvangen of verlenen van mantelzorg is niet toegestaan; de opslag van caravans, boten en inboedels is uitsluitend binnen de bestaande gebouwen toegestaan; bij een paardenbak en/of stapmolen is het gebruik van een geluidsinstallatie, of verlichting door middel van lichtmasten die niet zijn voorzien van bovenafdekking, niet toegestaan;
5.5 Afwijken van de gebruiksregels 5.5.1 Nieuwe Economische Dragers (NED's) Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.1 voor een NED, met inachtneming van het volgende: a.
b. c.
d. e. f.
de omgevingsvergunning wordt verleend voor: 1. een NED die voorkomt in de positieve lijst Nieuwe Economische Dragers zoals opgenomen in bijlage 1; 2. overige bedrijfsactiviteiten, die naar aard en omvang gelijk te stellen zijn met de NED's zoals vermeld in bijlage 1; 3. de oppervlakte van een NED bedraagt ten hoogste de in bijlage 1 genoemde omvang; de NED vindt plaats in ten hoogste één bestaand gebouw op het bouwperceel; de NED, of alle NED's tezamen op een bestemmingsvlak, wordt of worden uitgeoefend in een kleinschalige omvang, hetgeen blijkt uit: 1. de ruimtelijke uitstraling; 2. de verkeersaantrekkende werking, waarbij verlening van de omgevingsvergunning niet tot een onevenredige toename leidt van de automobiliteit; 3. de categorie uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten waartoe de activiteit behoort, waarbij geldt dat: • de bedrijfsactiviteit ten hoogste tot categorie 2 uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten behoort; • de bedrijfsactiviteit ten hoogste tot categorie 3 uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten behoort, mits is aangetoond dat daardoor geen milieuhinder voor aangrenzende percelen ontstaat; alvorens de omgevingsvergunning te verlenen vraagt het bevoegd gezag hierover schriftelijk advies van de milieudeskundige; 4.