2024-11-14 IC12 - Bijlage - Jaarplan VTH Terneuzen 2024
Tekst van het document
Jaarplan VTH 2024 Vergunningen, Toezicht, Handhaving
1
Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Kaders 2.1. Wettelijke verplichtingen/plaats in de big 8 2.2. Zeeuwse afspraken VTH-beleid 2.3. Zeeuwse prioriteiten 2.4. Lokale prioriteiten 2.5. Risicogericht werken 2.6. Organisatie van VTH-taken 3. Bouwwerken/Bouwen 3.1. Bouwtoezicht (incl. monumenten en asbest) 3.2. Brandveilig gebruik 3.3. Strijdig gebruik ruimtelijke ordening 3.4. Asbest (bedrijfsmatig) 3.5. Huisvesting arbeidsmigranten en seizoenswerkers 3.6. Erfgoed (Rijks- en gemeentelijk) 3.7. Borgen van middelen en kwaliteit thema Bouwwerken/Bouwen 4. Infrastructuur 4.1. Wegen, spoorwegen 4.2. Toepassen van grond, bagger en bouwstoffen in werken 4.3. Borgen van middelen en kwaliteit Infrastructuur 5. Milieu (mba’s) , Bodem en Lucht 5.1. Bedrijven (zwaardere) 5.2. Afval (bedrijfsmatig) 5.3. Energie/duurzaamheid 5.4. Vuurwerkinrichtingen 5.5. Mba’s niet zijnde bedrijf 5.6. Bodem (saneringen, opslag van grond/bagger…) 5.7. Lucht 5.8. Borgen van middelen en kwaliteit thema Milieu 6. Water/watersystemen (lozingsactiviteiten en mba’s) 6.1. Waterkwaliteit 6.2. Waterkwantiteit 6.3. Grondwateronttrekking 6.4. Grondwaterverwijdering en verwijdering water van grondwatersanering 6.5. Borgen van middelen en kwaliteit thema Water
2
7. Natuur en landschappen 7.1. Hinderlijk verblijf in natuurgebieden/zeeweringen 7.2. Natuurbrandrisico 7.3. Gebiedsbescherming/behoud natuurwaarden 7.4. Soortenbescherming 7.5. Kappen van bomen /houtopstanden 7.6. Borging van middelen en kwaliteit thema Groen 8. Leefbaarheid 8.1. Evenementen 8.2. Illegale recreatie 8.3. Gescheiden afvalinzameling particulieren 8.4. Geluidhinder openbare ruimte 8.5. Huisvesting arbeidsmigranten (welzijn/overlast) 8.6. Borging van middelen en kwaliteit thema Groen 9. Samenwerking 9.1. Ondermijning 9.2. Beleidsafstemming 9.3. Ketentoezicht 9.4. Uitwisseling expertise 9.5. Inhoudelijke samenwerkingsprojecten 9.6. Borging van middelen thema Samenwerking 10. Ontwikkelingen en risico’s 11. Concluderend overzicht inzet op alle thema’s Bijlagen A. Afkortingenlijst B. Schematische weergave Landelijke Handhavingsstrategie C. Overzicht overleggen toezicht en handhaving D. Indeling bouwprojecten en infrastructurele werken E. Indeling objecten gebruiksbesluit brandveiligheid F. Indeling milieubedrijven en overige mba’s G. Indeling evenementen H. Detailoverzicht werkzaamheden en uren (optioneel) I. Integrale projecten (optioneel) J. Probleem- en risicoanalyse (in de toekomst)
3
1.
Inleiding
Gemeenten en provincie zijn vanuit de Omgevingswet (Ow) verplicht om jaarlijks een Uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving vast te stellen. Zij stellen ook vast of de autonome taken (zoals APV) opgenomen zijn in het programma. Omgevingsbesluit Artikel 13.8 (uitvoeringsprogramma) 1. De bestuursorganen, bedoeld in artikel 13.5, werken jaarlijks de uitvoerings- en handhavingsstrategie uit in een uitvoeringsprogramma, waarin wordt aangegeven welke van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, het komende jaar zullen worden verricht. Daarbij houden ze rekening met de doelen, bedoeld in dat lid, en de prioriteitenstelling, bedoeld in artikel 13.6, eerste lid, onder a. 2. Het uitvoeringsprogramma wordt zo nodig afgestemd met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving.
Dit is het VTH-uitvoeringsprogramma van de gemeente Terneuzen. Alle bevoegde gezagen in Zeeland hanteren dezelfde opbouw van dit uitvoeringsprogramma (en het bijbehorende jaarverslag). Dit vloeit voort uit het gezamenlijke VTH-beleid dat gericht is op een eenduidige en voor burgers en bedrijven herkenbare uitvoering van VTH-taken. Deze eenduidigheid maakt onderlinge afstemming en samenwerking makkelijker en draagt bij aan een integrale aanpak. Het VTH-uitvoeringsprogramma is wat de gemeente Terneuzen allemaal gaat doen op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving om bij te dragen aan doelen in de fysieke leefomgeving. Het programma volgt na de evaluatie en de bepaling van de prioriteiten. De prioriteiten worden gekoppeld aan een strategie, zoals bedoeld in de VTH strategie. In het jaarprogramma komen de WAT en HOE ( zie VTH strategie) vraag bij elkaar en worden operationeel gemaakt. Dit uitvoeringsprogramma vormt de onderlegger voor de begroting. Het programma is ook te zien als een gedetailleerde uitwerking van de begroting op het gebied van VTH. Omgevingsbesluit Artikel 13.10 (borgen van middelen) De bestuursorganen, bedoeld in artikel 13.5, dragen er zorg voor dat: a.
de voor het bereiken van de doelen, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, en voor het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in dat lid, benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting worden gewaarborgd; en b. voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn.
Op basis van dit uitvoeringsprogramma worden ook afspraken met de RUD Zeeland, de GGD (In de Ow speelt het thema gezondheid een belangrijkere rol dan in voorgaande programma’s onder de Wabo), de Veiligheidsregio Zeeland en de DCMR gemaakt, op basis waarvan deze een eigen werkplan maakt/maken. In artikel 1.2 Omgevingswet worden de “thema’s” van de fysieke leefomgeving (van een gemeente, provincie, waterschap etc.) genoemd.
4
De “thema’s” die de wet noemt zijn: Omgevingswet Artikel 1.2 (fysieke leefomgeving) 1. Deze wet gaat over: a. de fysieke leefomgeving, en b. activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. 2. De fysieke leefomgeving omvat in ieder geval: a. bouwwerken, b. infrastructuur, c. watersystemen, d. water, e. bodem, f. lucht, g. landschappen, h. natuur en i. cultureel erfgoed.
Het uitvoeringsprogramma is in het verlengde van deze bestanddelen opgebouwd. En leefbaarheid is daaraan toegevoegd (o.a. APV). In hoofdstuk 2 worden alle kaders op een rij gezet. Het gaat om wettelijke kaders, Zeeuwse afspraken en lokale keuzes. Vervolgens worden de verschillende inhoudelijke thema’s behandeld. Voor elk thema geven we aan wat het beoogde effect, ofwel doel is, voor het thema als geheel en wat de regionale en lokale prioriteiten binnen betreffend thema zijn. Vervolgens geven we aan welke acties op het gebied van preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving ingezet worden, en welke middelen daarvoor beschikbaar zijn. Voor elk thema nemen we de wettelijk verplichte reflectie (en conclusie) op ten aanzien van de vraag of de ter beschikbaar gestelde middelen voldoende zijn om de vereiste activiteiten uit te voeren. In hoofdstuk 12 is onze inzet voor verschillende samenwerkingsthema’s opgenomen. Hoofdstuk 13 beschrijft relevante ontwikkelingen en risico’s die wij zien voor een succesvolle uitvoering van dit uitvoeringsprogramma en in hoofdstuk 14 presenteren wij een samenvattend overzicht van de inzet van uren en middelen voor alle thema’s. Het voorliggende format VTH-uitvoeringsprogramma ziet er dit jaar anders uit dan in voorgaande jaren.
Het is het eerste jaar dat gebruik wordt gemaakt van de bij de afzonderlijke (sub)thema’s weergegeven clustering en opgave van beschikbare en benodigde capaciteit. Het format is geënt op de Omgevingswet. In april 2024 zijn de laatste wijzigingen doorgevoerd. Hierna hebben wij het format in gebruik genomen. Wij doen dan ook voor het eerst ervaring op met dit format. Enkele onderwerpen zijn nog niet geheel uitgewerkt (bijv. infrastructuur) en het format is dus maar deels bruikbaar. Hetgeen in dit format is verwerkt is input voor verbetering van het format en het is de bedoeling om in de komende tijd te leren wat dit betekent in relatie tot VTH. Voor wat betreft thema’s die raakvlakken hebben met het beleidsterrein ‘openbare orde en veiligheid’ wordt verwezen naar het Uitvoeringsprogramma Integrale Veiligheid 2024, dat een uitwerking is van het Integraal Veiligheidsbeleid 2023-2026 voor het jaar 2024.
5
2.
Kaders
2.1. Wettelijke verplichtingen/plaats in de big 8 Bevoegde gezagen zijn wettelijk verplicht jaarlijks het uitvoerings- en handhavingsbeleid uit te werken in een uitvoeringsprogramma, zie art. 13.8 Omgevingsbesluit. Het voorliggende document voorziet in deze wettelijke verplichting. Hierbij vindt afstemming plaats met partners die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving en zorgen de bestuursorganen richting de uitvoeringsdiensten (RUD Zeeland, VRZ, GGD en DCMR) voor een uniform uitvoeringsprogramma. Het bestuursorgaan moet de voor het bereiken van doelen benodigde financiële en personele middelen in de begroting waarborgen, zie artikel 13.10 alsmede het bereiken van de doelen en de uitvoering van het uitvoeringsprogramma monitoren (artikel 13.11). Jaarlijks wordt de uitvoering en het doelbereik geëvalueerd. Omgevingsbesluit Artikel 13.11 (evaluatierapportage) 1. De bestuursorganen, bedoeld in artikel 13.5, rapporteren jaarlijks over de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de doelen, bedoeld in het eerste lid van dat artikel. 2. Naar aanleiding van de in het eerste lid bedoelde rapportage wordt de uitvoerings- en handhavingsstrategie bezien en zo nodig aangepast.
Deze evaluatie leggen wij vast in het jaarverslag VTH, dat net als dit uitvoeringsprogramma door het college van Burgemeester en Wethouders wordt vastgesteld. Het VTH-uitvoeringsprogramma vult in de big 8 (zie figuur 1) de stap in van ‘(strategische) plannen op het gebied van VTH. Erna volgt de opdrachtverlening ten behoeve van de feitelijke uitvoering.
Figuur 1: Big 8, ofwel de beleids- en uitvoeringscyclus
6
2.2. Zeeuwse afspraken VTH-beleid In het gezamenlijke VTH-beleid (Nota VTH Beleid Zeeland 2024 Omgevingswet, vastgesteld op 19 december 2023 door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen) hebben de Zeeuwse VTH-partners afspraken gemaakt over de wijze waarop VTH-taken worden uitgevoerd. De gezamenlijke bestuurlijke uitgangspunten zijn: 1. Integraal werken We werken als 1- loket (met behulp van casemanagement) en zorgen voor een integrale beoordeling van vergunningaanvragen en meldingen. Dit doen wij door te werken volgens de volgende doelstellingen: • (Integraal) Beschermen en benutten fysieke leefomgeving; • Verbeteren van de (integrale) dienstverlening; • Korte doorlooptijden van besluitvormingsprocessen; • Goede en tijdige participatie van burgers en bedrijven bij besluitvorming; • Transparantie en inzicht in procedures en processen; • Integrale en samenhangende besluiten. Integraal werken is belangrijk. Dit blijkt ook uit de doelstellingen van de Omgevingswet. Het komt terug in allerlei wettelijke voorschriften zoals de coördinatie- en doorzendplichten en de verplichte integrale belangenafweging. Integraal werken en de 1-loket gedachte vraagt om goed ‘Casemanagement’. We passen dit toe bij vergunningverlening en toezicht en handhaving bij bijvoorbeeld het instrument ‘Omgevingstafel’ en initiatiefnemers werken met het principe van Participatie.
Voor dat laatste werken de bevoegde overheden met participatiebeleid en participatieverordeningen, uitwerkingen van wettelijke eisen voor participatie. Met integraal werken voorkomen we dat we op één regelgeving goed handelen, maar vanwege strijdigheid of samenloop met andere regelgeving geen samenhangend besluit nemen. In Zeeland is casemanagement en integraal werken verder uitgewerkt in het Protocol Casemanagement, in 2022 opgesteld door de werkgroep Casemanagement in opdracht van het Regieteam VTH beleid Zeeland. Het protocol wordt door de partijen gezien als het fundament onder het integraal benaderen van zaken. 2. Risicogericht werken We richten ons op de grootste risico’s (op basis van een periodieke probleem- en risicoanalyse), we kunnen niet alles toetsen en controleren, en zorgen dat bedrijven en burgers de regels naleven. Bij onze prioriteitstelling wegen we de mate van het risico en het naleefgedrag mee. Met tijdige en goede voorlichting en communicatie proberen we overtredingen te voorkomen en risico’s beheersbaar te houden. We willen de veiligheid verhogen, de kwaliteit van de leefomgeving behouden en onnodige (administratieve) lasten voorkomen. Een nieuw instrument van de nieuwe wetgeving (Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen) is de privatisering van het bouwtoezicht voor bouwwerken waar de risico’s voor mensen minder groot zijn (gevolgklasse 1).
7
Bij het verlenen van nieuwe vergunningen bepalen we risico’s en prioriteiten aan de hand van de strategie voor vergunningverlening en het actualiseringsbeleid voor bestaande vergunningen. Ook bij toezicht bepalen we de belangrijkste risico’s en daarmee onze prioriteiten voor het toezicht. Hier wegen we ook het (naleef-)gedrag van bedrijven of burgers mee en de kans dat ze regels overtreden. Met tijdige en goede voorlichting en communicatie proberen we overtredingen en risico’s te voorkomen. Naleving wordt voor een belangrijk deel bereikt doordat doelgroepen de regels kennen. Met de komst van de Omgevingswet krijgen wij te maken met nieuwe wetgeving (bijvoorbeeld het begrip milieubelastende activiteit (mba), de melding voor het private bouwtoezicht, andere basis voor Natura 2000 vergunningen, het Omgevingsplan, de Omgevingsverordening en de Waterschapsverordening). De preventiestrategie is daarbij belangrijk, hoe vertellen wij de samenleving wat de nieuwe regels zijn ter voorkoming van overtredingen door onbekendheid van de nieuwe regels. We stellen periodiek prioriteiten via een probleemanalyse om de beperkte menskracht en middelen evenwichtig te verdelen. We streven er naar deze probleemanalyse elke 4 jaar te vernieuwen. We hebben inzet nodig op veel wetten en regels.
Bij het bepalen van de risico’s en inzet kijken we naar de maatschappelijke betekenis van wat er kan gebeuren als een regel niet wordt nageleefd. 3. Voorkomen van ondermijning We willen niet dat burgers of bedrijven een vergunning of toestemming gebruiken om activiteiten uit te voeren met geld dat verdiend is via misdrijven. Ook willen we niet dat burgers of bedrijven een vergunning (mede) gebruiken voor het plegen van misdrijven. We toetsen daarom de integriteit van aanvragers. Als hier onaanvaardbare risico’s uit komen maken we gebruik van bevoegdheden die we hebben in de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob1). We kunnen gerichte aanvullende voorschriften in de vergunning zetten. Ook kunnen we een vergunning weigeren of intrekken. Natuurlijk doen we dat pas na een zorgvuldige en soms gezamenlijke afweging. We zetten de instrumenten van preventie, toezicht en sanctie actief in om ondermijnende activiteiten te voorkomen of stoppen. Activiteiten die vallen onder ondermijnen gedogen we niet. We gaan ondermijning tegen door goed samen te werken bij de uitvoering van de VTH taken. Zoals met het Openbaar Ministerie, andere overheden en ketenpartners. We sturen op samenwerking en gezamenlijke prioriteiten en wisselen onderling informatie uit. We vinden het wenselijk een eenduidig Zeeuws Bibob beleid te hanteren. 4.
Betrouwbaar: doen wat we moeten doen We zijn betrouwbaar voor onze burgers, partners en het bedrijfsleven. Dat doen we bijvoorbeeld door het standaardiseren van werk , toepassen van standaard vergunningsvoorschriften en dezelfde strategie. Dit zorgt voor rechtsgelijkheid. 1
De Wet Bibob valt niet onder de Omgevingswet. De Omgevingswet vergt opname in het Bibob beleid van het bevoegd gezag.
8
5. Transparant We voeren de VTH-taken transparant uit. Dit is een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, maar staat ook in sommige wetten. Denk aan het publiceren van vergunningen (EU verplichting) en meldingen en aan het openbaar maken van namen van risicovollere bedrijven die herhaaldelijk de regels overtreden. We zorgen dat procedures reproduceerbaar zijn, dat betekent dat het procesverloop en de beslissingen in het dossier staan. 6. Professioneel: kwaliteit, kennis en kunde De uitvoering van taken voldoet minimaal aan de (landelijk) gestelde proces- en kwaliteitscriteria (zie: https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/vergunningverlening-toezichthandhaving/kwaliteitscriteria-vergunningverlening-toezicht/). Bij elk thema reflecteren we op de mate waarin we voldoen aan de kwaliteitscriteria en we lichten we toe hoe we ons daarin verder ontwikkelen. We werken conform de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO, zie bijlage B), zoals vastgelegd in de Zeeuwse Sanctiestrategie. De LHSO is door de gemeenten, provincie en waterschap vastgesteld voor toepassing na 1-1-2024. 7. Verantwoordelijkheid waar deze hoort We nemen onze verantwoordelijkheid en werken binnen de kaders van geldende wet- en regelgeving. We gaan uit van de beginselplicht tot handhaving. Dit geldt ook voor de eigen vergunde werkzaamheden en die van medeoverheden.
We benaderen bedrijven, instellingen, particulieren en overheden vanuit het principe dat iedere partij eigen verantwoordelijkheid heeft. Daarom verwachten we ook dat bedrijven, instellingen, particulieren en overheden hun eigen verantwoordelijkheid voor de naleving van regels oppakken, onder andere door:
• •
goede en volledige informatie aan te leveren bij vergunningaanvragen en meldingen; zelf te zorgen voor actieve en betrouwbare informatie over risicovolle activiteiten, door ongewone voorvallen tijdig te melden.
De uitwerking van deze uitgangspunten in onze vergunningen-, toezicht, sanctie- en gedoogstrategie is te vinden in deel B van het gezamenlijke VTH-beleid. 2.3. Zeeuwse prioriteiten Op basis van een gezamenlijke probleem- en risicoanalyse zijn de Zeeuwse VTH-prioriteiten bepaald. Omgevingsbesluit artikel 13.5 lid 4. De handhavingsstrategie wordt gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen bij de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet. Omgevingsbesluit 13.6 lid 1 (inhoud uitvoerings- en handhavingsstrategie) De uitvoerings- en handhavingsstrategie biedt in ieder geval inzicht in: a. de prioriteitenstelling voor het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 13.5, eerste lid.
9
De probleem- en risicoanalyse is gebaseerd op de volgende criteria: • De maatschappelijke betekenis van wat er kan gebeuren als bepaalde regels niet kunnen worden nageleefd; • Het naleefgedrag ofwel de kans dat er overtredingen plaatsvinden. Uit de eerste probleem- en risicoanalyse zijn de volgende prioriteiten naar voren gekomen:
Figuur 2: Schematische weergave Zeeuwse VTH-prioriteiten In dit uitvoeringsprogramma presenteren wij onze VTH-inzet voor deze Zeeuwse prioriteiten, waarbij het kan voorkomen dat een specifieke Zeeuwse prioriteit lokaal minder relevant is dan elders. De komende jaren zal de gezamenlijke probleem- en risicoanalyse doorontwikkeld worden. 2.4. Lokale prioriteiten In aanvulling op de regionale prioriteiten (bouwen, milieu, water, groen, leefbaarheid en samenwerking) kunnen we op basis van lokale doelen en omstandigheden aanvullende prioriteiten stellen. In dit uitvoeringsprogramma presenteren wij, waar dat het geval is, onze VTH-inzet voor deze lokale prioriteiten. 2.5. Risicogericht werken De frequentie en diepgang waarmee we onze vergunningverlenings-, toezichts- en handhavingstaken uitvoeren, bepalen we aan de hand van een risicoanalyse. Wij richten ons op de grootste risico’s (wij kunnen immers niet alles toetsen en controleren). Bij vergunningverlening bepalen wij risico’s en prioriteiten aan de hand van de vergunningenstrategie en het actualiseringsbeleid voor bestaande vergunningen. Ook bij het toezicht bepalen wij de belangrijkste risico’s en onze prioriteiten voor het toezicht. Met tijdige en goede voorlichting en communicatie proberen wij overtredingen en risico’s te voorkomen.
10
Wij stellen periodiek prioriteiten via een probleemanalyse om de beperkte menskracht en middelen evenwichtig te verdelen. Wij streven er naar deze probleemanalyse elke 4 jaar te vernieuwen. Bij het bepalen van de risico’s en inzet kijken wij naar de maatschappelijke betekenis van wat er kan gebeuren als een regel niet wordt nageleefd. In de toekomst zal dit onderdeel nader worden uitgewerkt. 2.6. Organisatie van VTH In het organogram van de gemeente Terneuzen, zie hieronder, is een schematische weergave van de indeling van de organisatie opgenomen en hoe de VTH-uitvoering binnen de organisatie is georganiseerd.
In bijlage C is een overzicht gegeven van alle interne en externe overlegstructuren. Scheiding vergunningverlening en handhaving Een scheiding tussen vergunningverlening en toezicht & handhaving is wettelijk verplicht voor milieu (en dit is dan ook zo georganiseerd). Voor andere thema’s is deze verplichting er niet, maar proberen we dit wel zo te organiseren, omdat het bijdraagt aan objectiviteit en kwaliteit.
11
Bereikbaarheid buiten kantooruren Binnen en buiten kantooruren moet de gemeente Terneuzen bereikbaar zijn voor meldingen en behandeling van incidenten en acute klachten voor APV-, bouw- en milieuzaken. Als iets zich voordoet loopt dit via AOV-er (piket) en of bij grote incidenten via Bevolkingszorg Zeeland. Ook dan zal o.a. een AOV-er betrokken zijn. Bevolkingszorg heeft alarmeringsmogelijkheid naar toezichthouders en vergunningverlening (voor bouwbeheer). RUD Zeeland heeft een eigen milieupiketdienst voor bedrijven die onder RUD Zeeland vallen. Roulatiesysteem toezichthouders De periodieke controles verdelen we over de toezichthouders. Kennis wordt uiteraard overgedragen en informatie is in de systemen vastgelegd. Vormen van toezicht Bij preventieve en repressieve controles zetten we verschillende toezichtinstrumenten of combinaties van instrumenten in. We onderscheiden de volgende vormen van toezicht:
• • • • • • •
Aangekondigd of onaangekondigd; Steekproeven; Fysiek toezicht, zichtbare aanwezigheid; Administratief toezicht; Aspectcontrole; Systeemtoezicht (bijvoorbeeld het veiligheidssysteem bij BRZO-bedrijven); Concerntoezicht (bijvoorbeeld op het compliance-systeem, werken volgens verschillende soorten regelgeving bij een concern met meerdere vestigingen).
In dit uitvoeringsprogramma geven we, voor zover mogelijk, bij afzonderlijke thema’s aan welke toezichtvorm(en) ingezet worden. Als in dit uitvoeringsprogramma gesproken wordt van ‘toezicht’ of ‘inspecties’ (bij indicatoren) dan betreft het alle mogelijke vormen van toezicht bij elkaar.
12
3.
Bouwwerken / Bouwen
Per 1 januari 2024 is gelijktijdig met de Omgevingswet ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) inwerking getreden. De Wkb heeft invloed op de bevoegdheden van gemeenten met betrekking tot bouwprojecten. Bij inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging verandert de focus van bouwtoezichttaken bij bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1 (o.a. grondgebonden woningen, lage bedrijfsgebouwen en eenvoudige infrastructurele werken). De focus verschuift van toezicht naar handhaving. Bouwveiligheid blijft wel een onderwerp voor toezicht. Voor bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 2 (o.a. verbouw en hoogbouw) blijven de taken vooralsnog behouden. Het hoofddoel c.q. beoogde effect op het gebied van bouwen is: Actuele, programmatische, correcte en tijdige verlening van vergunningen (voor bouwen), teneinde een gezonde en veilige leefomgeving en een doelmatig gebruik daarvan te borgen (zie: VTH beleid Zeeland) Het gaat om: Het afgeven, weigeren of wijzigen van een vergunning (voor de activiteit bouwen) waarbij we aan een bedrijf, particulier of (bestuurlijke) organisatie toestemming verlenen om een bepaalde activiteit (die zonder vergunning verboden is en niet mag worden uitgevoerd), tóch uit te voeren (zie: het VTHbeleid Zeeland).
In de volgende paragrafen is voor de regionale en lokale prioriteiten uitgewerkt wat het beoogde maatschappelijk effect is en hoe VTH ingezet wordt om dat effect te realiseren. 3.1. Bouwtoezicht (incl. monumenten en asbest) Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren. Regionale prioriteit
Subdoel
Indicatoren (streefwaarde)
1. Bouwtoezicht (incl. monumenten en asbest)
Bouw- en verbouwactiviteiten vinden op veilige, gezonder en duurzame wijze plaats
Percentage inspecties met geconstateerde overtredingen van bouwvoorschriften per LHSO-categorie (Zwaar: 0%, Midden: 10% Licht: 25%)
Hoe is het nu? Bouwtoezicht is een belangrijke en een wettelijk verplichte taak voor elke gemeente. Bouwtoezicht omvat in ruime zin zowel vergunningverlening als toezicht en handhaving. Met een adequaat bouwtoezicht zorgen wij er voor dat er gebouwd wordt volgens de regels die gelden voor veiligheid, gezondheid en duurzaamheid.
13
Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Met tal van activiteiten die wij ondernemen op het gebied van preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving zorgen wij er voor dat er gebouwd wordt volgens de regels die gelden voor veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen In onderstaande tabel zijn de voorgenomen activiteiten per werkveld (preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving) geclusterd. Per cluster van activiteiten is aangegeven hoeveel capaciteit en middelen nodig zijn om deze activiteiten uit te voeren. In de conclusie voor dit thema wordt aangegeven of deze benodigde capaciteit en middelen ook daadwerkelijk aanwezig zijn. In de laatste kolom is bovendien aangegeven welke organisatie betreffende activiteiten uitvoert. Cluster van activiteiten
Beschikbare uren (middelen)
Benodigde uren (middelen)
Uitvoering door:
Vergunningverlening
Vergunningen en meldingen
12750
13888
Gemeente Terneuzen
Toezicht
Bouwtoezicht
6780
8438
Gemeente Terneuzen
Label C
492
Gemeente Terneuzen
Label C
600
Gemeente Terneuzen
Label C (juridisch ondersteuning)
390
Gemeente Terneuzen
Preventie
Handhaving
Totaal
19530
23808
Vergunningverlening In bovengenoemde tabel zijn de uren opgenomen die nodig zijn voor o.a. vergunningverlening en meldingen. Hieronder vallen ook de uren die nodig zijn voor het voeren van vooroverleggen/ intaketafel en Briks-taken. Naast de reguliere taken op het gebied van vergunningverlening hebben wij ook te maken met nieuwe taken. De nieuwe taken zijn met name het gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging (Wkb). Omdat de activiteiten (nog) niet per werkveld (preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving) zijn geclusterd, is de benodigde informatie niet direct beschikbaar, zoals in dit programma is aangegeven. In de komende tijd zal dit format worden geëvalueerd en waar nodig in overeenstemming worden gebracht met de lokale situatie en werkwijze.
14
Bouwtoezicht In deze tabel zijn ook de uren opgenomen benodigd voor het toezicht op de bouw (gevolgklasse 2/3), Briks-taken, klachten/meldingen en gebruikscontroles VRZ. In verband met de voorgenomen uitvoering van toezicht bij energielabel C zijn naast de hierboven aangegeven uren nog 492 uren aan toezicht benodigd, 600 uur voor het eventueel opleggen van sancties (bijv. last onder dwangsom) en 360 uur voor juridische ondersteuning (bij bezwaar/beroep). Juridische en administratieve ondersteuning In bovenstaand overzicht zijn de uren die betrekking hebben op juridische en administratieve ondersteuning/applicatiebeheer niet meegenomen. Op het gebied van Vergunningverlening en Bouwtoezicht bedragen de uren voor juridische ondersteuning resp. ca. 3150 uur (voor vergunningverlening) en 1385 (voor bouwtoezicht). De overige beschikbare juridische capaciteit wordt ingezet voor o.a. APV en bijzondere wetten (sluitingen van woningen, alcoholvergunningen e.d.). Ook voor de juridische capaciteit geldt dat er extra inzet nodig is i.v.m. nieuwe taken. Voor vergunningverlening wordt deze inzet geschat op 250 uur en voor bouwtoezicht op 620 uur. Voor wat betreft overige ondersteuning (postverwerking, applicatiebeheer e.d.) is voor vergunning verlening (2890 uur) en toezicht (1526 uur) capaciteit beschikbaar.
Het overgrote deel van de beschikbare capaciteit (1880 uur) wordt aangewend voor BAG werkzaamheden. 3.2. Bouwwerken: Brandveilig gebruik Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren. Regionale prioriteit
Subdoel
Indicatoren (streefwaarde)
2. Brandveilig gebruik
Gebouwen worden (brand)veilig ontworpen, gebouwd en gebruikt
Percentage inspecties met geconstateerde overtredingen van brandveiligheidsvoorschriften per LHSO-categorie (Zwaar: 0%, Midden: 10%, Licht: 25%)
Hoe is het nu? Brandveilig gebruik van gebouwen en recreatieobjecten is een belangrijke prioriteit. Denk hierbij onder andere ook bluswatervoorzieningen en aan de veiligheid van installaties ten behoeve van energietransitie. Met een adequate aanpak zorgen wij er voor dat gebouwen (brand)veilig worden ontworpen, gebouwd en gebruikt.
15
Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Samen met de VRZ zorgen wij ervoor dat gebouwen (brand)veilig worden ontworpen, gebouwd en gebruikt. Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen De benodigde uren voor de voorgenomen activiteiten per werkveld (preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving) zijn voor dit jaar meegenomen in de uren, zoals weergegeven in de tabel hierboven (zie paragraaf 3.1). In de conclusie wordt aangegeven of deze benodigde capaciteit en middelen ook daadwerkelijk aanwezig zijn. 3.3. Bouwwerken: Strijdig gebruik Omgevingsplan Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren. Regionale prioriteit
Subdoel
Indicatoren (streefwaarde)
3. Strijdig gebruik ruimtelijke ordening
Gronden en gebouwen worden in overeenstemming met planologische regels gebruikt, specifiek illegale bewoning van recreatiewoningen
Mate van illegale bewoning van recreatiewoningen (0%) Percentage inspecties met geconstateerde overtredingen van planologische regels per LHSO-categorie (Zwaar: 0%, Midden: 10%, Licht: 25%)
Hoe is het nu? Gronden en gebouwen worden in overeenstemming met planologische regels gebruikt, specifiek illegale bewoning van (recreatie)woningen. Bij constatering van strijdig gebruik wordt er overeenkomstig de LHSO handhavend opgetreden. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Wij zien door middel van preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving erop toe dat het gebruik overeenkomstig de toepasselijke regels is en strijdig gebruik wordt opgeheven. Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen De benodigde uren voor de voorgenomen activiteiten per werkveld (preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving) zijn voor dit jaar meegenomen in de uren, zoals weergegeven in de tabel hierboven (zie paragraaf 3.1). In de conclusie wordt aangegeven of deze benodigde capaciteit en middelen ook daadwerkelijk aanwezig zijn.
16
3.4. Asbest Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren. Regionale prioriteit
Subdoel
Indicatoren (streefwaarde)
4. Veilig saneren van asbest, i.v.m. gezondheid, door bedrijven
Op de locatie en de omgeving saneren bedrijven asbest veilig inclusief bij incidenten
95% als doelstelling is gemeld (H7 Bbl) Asbest verdwijnt niet in de keten, ketentoezicht Percentage inspecties met geconstateerde overtredingen van planologische regels per LHSO-categorie (Zwaar: 0%, Midden: 10%, Licht: 25%)
Hoe is het nu? Asbest wordt veilig gesaneerd op de locatie en omgeving. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Bedrijven en particulieren wijzen op hun verantwoordelijkheid met betrekking tot het veilig saneren van asbest. Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen De benodigde uren voor de voorgenomen activiteiten per werkveld (preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving) zijn voor dit jaar meegenomen in de uren, zoals weergegeven in de tabel hierboven (zie paragraaf 3.1). In de conclusie wordt aangegeven of deze benodigde capaciteit en middelen ook daadwerkelijk aanwezig zijn. 3.5. Bouwwerken: Huisvesting arbeidsmigranten en seizoenwerkers Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren.
Regionale prioriteit
Subdoel
Indicatoren (streefwaarde)
5. Huisvesting arbeidsmigranten en seizoenwerkers
Arbeidsmigranten en seizoenwerkers worden veilig en leefbaar gehuisvest
Percentage inspecties met geconstateerde overtredingen van wet- en regelgeving t.a.v. huisvesting van arbeidsmigranten en seizoenwerkers per LHScategorie (Zwaar: 0%, Midden: 10% Licht: 25%)
17
Hoe is het nu? De huisvesting van arbeidsmigranten en seizoenswerknemers is een belangrijk aandachtspunt. Hierbij spelen aspecten, zoals veiligheid, welzijn, acceptatie en regelgeving. Met seizoen werknemers worden bedoeld de werknemers die alleen tijdens een seizoen (bijvoorbeeld het recreatieseizoen, plukseizoen of andere campagnes) in de gemeente aanwezig zijn en van elders uit het land komen. Wij zien erop toe dat arbeidsmigranten en seizoenwerkers veilig en leefbaar worden gehuisvest. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Door middel van preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving, zie wij erop toe dat arbeidsmigranten en seizoenwerkers veilig en leefbaar worden gehuisvest. Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen De benodigde uren voor de voorgenomen activiteiten per werkveld (preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving) zijn voor dit jaar meegenomen in de uren, zoals weergegeven in de tabel hierboven (zie paragraaf 3.1). In de conclusie wordt aangegeven of deze benodigde capaciteit en middelen ook daadwerkelijk aanwezig zijn. In hoofdstuk 8 (leefbaarheid) wordt hier nader op ingegaan. 3.6. Erfgoed Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren. Regionale prioriteit
Subdoel
Indicatoren (streefwaarde)
6. Erfgoed
Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed vinden op veilige, gezonde en duurzame wijze plaats
Percentage inspecties met geconstateerde overtredingen wet- en regelgeving t.a.v. erfgoed per LHSO-categorie (Zwaar: 0%, Midden: 10% Licht: 25%)
Hoe is het nu? Erfgoed is een belangrijke prioriteit binnen de gemeente. Het toezicht op cultureel erfgoed omvat zowel vergunningverlening als toezicht en handhaving. Met een adequaat toezicht zorgen wij er voor dat er gehandeld wordt overeenkomstig de regels die gelden voor erfgoed. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Met een adequaat toezicht zorgen wij er voor dat er gehandeld wordt volgens de regels die gelden voor erfgoed. Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen De benodigde uren voor de voorgenomen activiteiten per werkveld (preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving) zijn voor dit jaar meegenomen in de uren, zoals weergegeven in de tabel
18
hierboven (zie paragraaf 3.1). In de conclusie wordt aangegeven of deze benodigde capaciteit en middelen ook daadwerkelijk aanwezig zijn. 3.7. Bouwwerken: Borgen van middelen en kwaliteit Personele en financiële middelen In art 13.10 lid 1 van het Omgevingsbesluit staat dat de benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk worden gemaakt. Thema Bouwen Subdoel
Uren /middelen Beschikbaar
Benodigd
Vergunningverlening
12750
13888
Bouwtoezicht (incl. monumenten en asbest)
6780
8438
Brandveilig gebruik, strijdig gebruik ruimtelijke ordening, asbest, Huisvesting arbeidsmigranten en seizoenswerkers en erfgoed. Label C Totaal
1482 19530
23808
Art 13.10 lid 2 Omgevingsbesluit schrijft voor dat het bevoegde gezag ervoor zorgt dat er voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn. De benodigde inzet is grotendeels beschikbaar. Voor zover dat niet het geval is, zullen prioriteiten moeten worden gesteld en waar nodig medewerkers worden geworven. Kwaliteitscriteria Het bevoegd gezag voldoet m.b.t. dit thema aan kwaliteitscriteria. Waar niet aan de kwaliteitscriteria wordt voldaan, wordt er gewerkt aan verbetering, bijvoorbeeld door middel van opleiding.
19
4.
Infrastructuur
Het hoofddoel van Infrastructuur is kortgezegd een goede bereikbaarheid. 4.1. Wegen, spoorwegen 4.2. Toepassen van grond, bagger en bouwstoffen in werken 4.3. Borgen van middelen en kwaliteit Infrastructuur Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren. Regionale prioriteit Infrastructuur
Subdoel
Indicatoren (streefwaarde)
-
-
Dit onderdeel is later toegevoegd. Hierover is vooralsnog geen afzonderlijke informatie beschikbaar. Eventuele hierop betrekking hebbende informatie komt terug in de info, zoals elders opgenomen in dit uitvoeringsprogramma.
20
5.
Milieu
Uitvoering van vergunningverlening en toezicht en handhaving van milieuwetgeving is een wettelijke verplichting. Door in te zetten op adequate milieuvergunningverlening en milieutoezicht en handhaving werken we aan een schoon en veilig Terneuzen. Het hoofddoel c.q. beoogde effect op het gebied van Milieu is: Actuele, programmatische, correcte en tijdige verlening van vergunningen (voor milieu), teneinde een gezonde, schone en veilige leefomgeving en een doelmatig gebruik daarvan te borgen (zie: VTH beleid Provincie Zeeland). Het gaat om: Het afgeven, weigeren of wijzigen van een vergunning (voor de activiteit milieu) waarbij we aan een bedrijf, particulier of (bestuurlijke) organisatie toestemming verlenen om een bepaalde activiteit (die zonder vergunning verboden is en niet mag worden uitgevoerd), tóch uit te voeren (zie: VTH-beleid Zeeland 2024). In de volgende paragrafen is voor de regionale en lokale prioriteiten uitgewerkt wat het beoogde maatschappelijk effect is en hoe VTH ingezet wordt om dat effect te realiseren. 5.1.
Milieu (zwaardere bedrijven/mba’s)
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren. Regionale prioriteit
Subdoel
Indicatoren (streefwaarde)
1.
Zeeuwse bedrijven functioneren binnen de grenzen van de vastgestelde risiconormen
Percentage inspecties met geconstateerde overtredingen van vastgestelde risiconormen per LHSO-categorie (Zwaar: 0%, Midden: 10%, Licht: 25%)
Vergunningen zijn actueel (BRZO: elke 5 jaar, niet-BRZO: elke 10 jaar)
Percentage actuele vergunningen (BRZO: 100%, niet-BRZO: 95%)
Bedrijven (zwaardere)
Hoe is het nu? Bedrijven functioneren binnen de grenzen van de vastgestelde risiconormen, waarbij de vergunningen actueel zijn (BRZO, elke 5 jaar en niet-BRZO BRZO: elke 10 jaar).
21
Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Wij zien erop toe dat bedrijven functioneren binnen de grenzen van de vastgestelde risiconormen, waarbij de vergunningen actueel zijn (BRZO, elke 5 jaar en niet-BRZO BRZO: elke 10 jaar). Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen 5.2.
Afval (bedrijfsmatig)
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren. Regionale prioriteit
Subdoel
Indicatoren (streefwaarde)
2.
Bedrijven scheiden afval volgens de regels en afval wordt gescheiden ingezameld, er vinden geen dumpingen plaats.
Percentage inspecties met geconstateerde overtredingen t.a.v. bedrijfsmatig afvalper LHSO-categorie (Zwaar: 0%, Midden: 10%, Licht: 25%)
Afval (bedrijfsmatig)
Percentage geconstateerde dumpingen per LHS-categorie van het totaal aantal dumpingen (Zwaar: 10%, Midden: 35% Licht: 55%)
Hoe is het nu? Bedrijven scheiden afval scheiden volgens de regels en afval wordt gescheiden ingezameld, er vinden geen dumpingen plaats. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Wij gaan mede door middel van controles erop toezien dat bedrijven afval scheiden volgens de regels en afval wordt gescheiden ingezameld, er vinden geen dumpingen plaats. Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen 5.3. Milieu: Energie/duurzaamheid Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren.
22
Regionale prioriteit
Subdoel
Indicatoren (streefwaarde)
3.
Bedrijven investeren in wettelijk verplichte energiebesparingsmaatregelen en benutten mogelijkheden voor duurzame energieopwekking
Percentage geïnspecteerde bedrijven dat aan de verplichtingen op het gebied van energiebesparing en duurzame opwekking voldoet (streefwaarde door bevoegd gezag in te vullen) (Zwaar: 0%, Midden: 10%, Licht: 25%)?
Energie/ duurzaamheid
Hoe is het nu? De klimaatdoelstellingen en -afspraken geven noodzaak om actief in te zetten op energiebesparingen. Er wordt hiertoe ondersteuning geleverd via het Rijk middels verstrekking van subsidiegelden. Wij willen dat bedrijven investeren in wettelijk verplichte energiebesparingsmaatregelen en mogelijkheden benutten voor duurzame energieopwekking Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Wij zien er mede door controles op toe dat bedrijven investeren in wettelijk verplichte energiebesparingsmaatregelen en mogelijkheden benutten voor duurzame energieopwekking. Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen 5.4.
Milieu: Vuurwerkinrichtingen
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren. Regionale prioriteit
Subdoel
Indicatoren (streefwaarde)
4.
Vuurwerk wordt veilig opgeslagen en behandeld
Percentage inspecties zonder geconstateerde overtredingen m.b.t. vuurwerk per LHSOcategorie (Zwaar: 0%, Midden: 10%, Licht: 25%)
Vuurwerkinrichtingen
Hoe is het nu? Vuurwerk wordt veilig opgeslagen en behandeld. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Wij zien er mede door toezicht en handhaving op toe dat dat vuurwerk veilig wordt opgeslagen en behandeld.
23
Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen 5.5. Mba’s niet zijnde een bedrijf (bijvoorbeeld hobbymatig, mba) Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren. Lokale prioriteit 5.
Mba’s niet zijnde een bedrijf
Subdoel
Indicatoren (streefwaarde)
-
-
Hoe is het nu? Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen 5.6. Mba bodem (saneringen, opslag van grond, bagger) Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren. .
Lokale prioriteit 6.
Mba bodem
Subdoel
Indicatoren (streefwaarde)
-
-
Hoe is het nu? Het provinciale streven is erop gericht om in 2025 alle onaanvaardbare risico’s bij het huidige gebruik van de zogenaamde spoedlocaties gesaneerd of beheersbaar zijn gemaakt. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen 5.7. Lucht Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
24
In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren. Lokale prioriteit 7.
Lucht
Subdoel
Indicatoren (streefwaarde)
-
-
Hoe is het nu? Het provinciale streven is gericht op het beperken van de uitbreiding van geluidsproductie. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen 5.8.
Borgen van middelen en kwaliteit thema Milieu
Art 13.10 lid 2 Omgevingsbesluit schrijft voor dat het bevoegde gezag ervoor zorgt dat er voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn. De benodigde inzet is grotendeels beschikbaar. Het onderdeel Milieu is grotendeels belegd bij de RUD. De werkzaamheden hebben voornamelijk betrekking op aansturing van de RUD (accountmanagement), ondersteunende werkzaamheden en applicatiebeheer. Hiervoor zijn 2660 uur beschikbaar. In verband met nieuwe taken als gevolg van nieuwe ontwikkelingen is een extra inzet nodig van ca. 150 uur. Kwaliteitscriteria Het bevoegd gezag voldoet m.b.t. dit thema aan kwaliteitscriteria. Waar niet aan de kwaliteitscriteria wordt voldaan, wordt er gewerkt aan verbetering, bijvoorbeeld door middel van opleiding.
25
6.
Water/Watersystemen (lozingsactiviteiten waterbeheerders en mba’s)
Het hoofddoel cq. beoogde effect op het gebied van Water is: Schoon water en waterveiligheid. Het waterschap en Rijkswaterstaat zijn hiervoor het bevoegde gezag. In de volgende paragrafen is voor de regionale en lokale prioriteiten uitgewerkt wat het beoogde maatschappelijk effect is en hoe VTH ingezet wordt om dat effect te realiseren. 6.1.
Waterkwaliteit
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren. Regionale prioriteit
Subdoel
Indicatoren (streefwaarde)
1.
De watersystemen in Zeeland voldoen in 2027 aan de inundatienormen (omgevingswaarden) van de Omgevingsverordening Zeeland 2021 (WB21-kader)
Mate waarin voldaan is aan de gestelde omgevingswaarden (100% in 2027)
Waterkwaliteit
Aantal lozingsactiviteiten en mba’s (0) Aantal klachten/meldingen inzake waterkwaliteit <25 Het percentage maatregelen om het beheergebied voor wateroverlast (WB21) op orde te brengen dat is uitgevoerd (in 2023: 93%)
Hoe is het nu? Schoon water is van belang voor mens en milieu. Soms lozen bedrijven vanuit het bedrijf en de bijbehorende productieprocessen indirect op het oppervlaktewater. Dit houdt in dat de betreffende afvalwaterstromen via riolering naar de afvalzuivering gaan. Hiervoor zijn lozingsnormeringen afgesproken. Het streven is nu dat de watersystemen in Zeeland in 2027 voldoen aan de inundatienormen (omgevingswaarden) van de Omgevingsverordening Zeeland 2021 (WB21-kader). Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Wij zien onder meer door middel van controles toe op de kwaliteit van het grondwater in stedelijk gebied en de riolering. Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen -
26
6.2. Waterkwantiteit Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren. Regionale prioriteit
Subdoel
Indicatoren (streefwaarde)
2.
De waterpeilen zijn optimaal afgestemd op het grondgebruik en de bodemopbouw, in relatie met wateroverlast en droogte.
Aantal klachten inzake het peilbeheer (<10)
Waterkwantiteit
Hoe is het nu? Oppervlaktewater is er om de watersystemen in stand te houden en wordt ingezet in drogere periodes door agrariërs bij de beregening van percelen. Zoetwater is in Zeeland een schaars goed aan het worden, met name in droge periodes. De primaire taak ligt bij Rijkswaterstaat en het waterschap hierin. De waterpeilen zijn optimaal afgestemd op het grondgebruik en de bodemopbouw, in relatie met wateroverlast en droogte. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Wij zien erop toe dat de waterpeilen optimaal zijn afgestemd op het grondgebruik en de bodemopbouw, in relatie met wateroverlast en droogte. Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen 6.3.
Grondwateronttrekking
6.4. Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren. Regionale prioriteit
Subdoel
Indicatoren (streefwaarde)
3.
In stand houden van het grondwaterpeil
In peilstations gemeten grondwaterpeil (cf. peilbesluit)
Grondwateronttrekking
Percentage ontvangen jaaropgaves, voor zowel permanente als tijdelijke bronnen (> 95%)
Hoe is het nu? Voor bepaalde activiteiten is het nodig om grondwater te onttrekken of water te infiltreren. Denk bijvoorbeeld aan een productieproces, bodemenergiesysteem, droog houden van bouwputten (bronbemaling) of beregening. Regulering vindt plaats via de Waterwet of de Keur watersystemen van het waterschap. Het bevoegd gezag is afhankelijk van het type onttrekking en de hoeveelheid
27
grondwater en ziet erop toe dat het grondwaterpeil in stand wordt gehouden. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Wij zien er door middel van controles op toe dat het grondwaterpeil in stand wordt gehouden. Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen 6.5. Verwijdering van grondwater en water van grondwatersaneringen Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren. Lokale prioriteit
Subdoel
Indicatoren (streefwaarde)
4. Verwijdering van grondwater en water van grondwatersaneringen
--
-
Hoe is het nu? Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen 6.6.
Borgen van middelen en kwaliteit thema Water
Over dit onderdeel is geen directe info beschikbaar in deze vorm. Eventuele hierop betrekking hebbende informatie komt terug in de info, zoals elders opgenomen in dit uitvoeringsprogramma.
28
7.
Natuur
Het hoofddoel cq. beoogde effect op het gebied van Groen is: Met goed toezicht en handhaving willen we meer inzetten op naleving van de toegangsregels en van de groene wetten, het verminderen van risico’s op natuurbranden. In de volgende paragrafen is voor de regionale en lokale prioriteiten uitgewerkt wat het beoogde maatschappelijk effect is en hoe VTH ingezet wordt om dat effect te realiseren. 7.1. Hinderlijk verblijf in natuurgebieden/zeeweringen Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren. Regionale prioriteit
Subdoel
Indicatoren (streefwaarde)
1.
Natuurgebieden zijn (sociaal) veilig t.b.v. recreatie.
Aantal geconstateerde overtredingen m.b.t. hinderlijk verblijf ten opzichte van voorgaand jaar (afname)
Hinderlijk verblijf in natuurgebieden en zeeweringen
Aantal zorgbehoevende en verwarde personen dat hinderlijke verblijft in de natuur- en buitengebieden (afname)
Hoe is het nu? De meeste mensen bezoeken natuurgebieden voor rust, ruimte en natuurschoon. Ruimte voor recreatie betekent het laten samengaan van recreatie en natuur. De natuurgebieden trekken zowel individuele recreanten aan als mensen die gebruik maken van groepsactiviteiten. Illegale betreding heeft significante gevolgen voor de natuurdoelen dan wel de rust van de dieren. Met goed toezicht en handhaving willen we meer inzetten op naleving van de toegangsregels en van de groene wetten. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Wij zien er mede door toezicht en handhaving op toe dat natuurgebieden (sociaal) veilig zijn t.b.v. recreatie.
Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen 7.2. Natuurbrandrisico Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren.
29
Regionale prioriteit
Subdoel
Indicatoren (streefwaarde)
2.
Branden in NNN-gebieden worden voorkomen en beheersbaar gehouden.
Aantal natuurbranden (0)
Natuurbrandrisico
Percentage inspecties met geconstateerde overtredingen t.a.v. natuurbrandrisico’s per LHS-categorie (Zwaar: 0%, Midden: 10%, Licht: 25%)
Hoe is het nu? Een natuurbrand is een reëel risico, dat ingrijpende gevolgen kan hebben, voor zowel veiligheid van personen als schade aan de natuur dan wel de eigendommen van de terreineigenaar. Branden in NNN-gebieden worden voorkomen en beheersbaar gehouden. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Wij zien er mede door middel van toezicht en handhaving op dat branden in NNN-gebieden worden voorkomen en beheersbaar worden gehouden. Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen 7.3.
Gebiedsbescherming/behoud natuurwaarden
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren. Regionale prioriteit
Subdoel
Indicatoren (streefwaarde)
3.
Tegengaan van de achteruitgang in biodiversiteit
Ontwikkeling in biodiversiteit (geen verdere achteruitgang)
Gebiedsbescherming/beh oud natuurwaarden
Aantal gevallen van drugs- en afvaldumping (0) Aantal geconstateerde gevallen van illegaal hout sprokkelen ten opzichte van voorgaand jaar (afname) Aantal geconstateerde gevallen van illegale jacht (0)
Hoe is het nu? Met de toenemende recreatiedruk in de natuurgebieden is het instandhouden van planten en diersoorten een belangrijke opgave in de Zeeuwse natuur- en buitengebied, in het bijzonder de Natura 2000 gebieden. We zetten, voor zover nodig, verschillende instrumenten in om de natuurdoelen te bereiken en in stand te houden, namelijk: vergunningverlening, privaatrechtelijke toestemmingen en adequate toezicht en handhaving om achteruitgang in de biodiversiteit tegen te gaan.
30
Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Wij zien er mede door middel van toezicht en handhaving op toe dat achteruitgang in biodiversiteit wordt tegen gegaan. Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen 7.4. Soortenbescherming Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren. Regionale prioriteit
Subdoel
Indicatoren (streefwaarde)
4.
Flora en fauna wordt niet beschadigd
Percentage instandhoudingsdoelen dat voldoet aan N2000-beheerplannen (100%)
Soortenbescherming
Aantal geconstateerde gevallen van (illegale) stroperij ten opzichte van voorgaand jaar (afname)
Hoe is het nu? Met de toenemende recreatiedruk in de natuurgebieden is het in standhoud van planten- en diersoorten een belangrijke opgave in de Zeeuwse natuur- en buitengebied. Mede met behulp van vergunningverlening en toezicht en handhaving kunnen we de planten- en diersoorten beter beschermen. Hierbij hoort ook het voorkomen van en toezicht houden op de verschillende vormen van stroperij (van eenvoudige stroperij als sprokkelen van hout om te stoken tot de zwaardere delicten zoals het afschieten van grof wild). Het boogde doel is dat: Flora en fauna niet wordt beschadigd Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Wij zien er door middel van toezicht en handhaving op toe dat Flora en fauna niet wordt beschadigd Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen -
7.5.
Kappen van bomen/ houtopstanden
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren.
31
Lokale prioriteit 5.
Kappen van bomen/ houtopstanden
Subdoel
Indicatoren (streefwaarde)
Het kappen van bomen/houtopstanden vindt in overeenstemming met de toepasselijke regels plaats.
Percentage inspecties met geconstateerde overtredingen van wet- en regelgeving t.a.v. bomen/houtopstand per LHSOcategorie (Zwaar: 0%, Midden: 10% Licht: 25%)
Hoe is het nu? Het kappen van bomen/houtopstanden vindt in overeenstemming met de toepasselijke regels plaats. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Wij zien via toezicht, handhaving en vergunningverlening erop toe dat het kappen van bomen/houtopstanden in overeenstemming met de toepasselijke regels plaatsvindt. Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen 7.6.
Borgen van middelen en kwaliteit thema Natuur
Over dit onderdeel is geen directe info beschikbaar in deze vorm. Eventuele hierop betrekking hebbende informatie komt terug in de info, zoals elders opgenomen in dit uitvoeringsprogramma.
32
8.
Leefbaarheid
Het hoofddoel cq. beoogde effect op het gebied van Leefbaarheid is: Dat zaken als evenementen, recreatie, geluidsproductie en huisvesting arbeidsmigranten veilig, duurzaam en in overeenstemming met de wet- en regelgeving worden georganiseerd ook voor wat betreft de effecten ervan op de leefomgeving. In de volgende paragrafen is voor de regionale en lokale prioriteiten uitgewerkt wat het beoogde maatschappelijk effect is en hoe VTH ingezet wordt om dat effect te realiseren. 8.1.
Evenementen
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren. Regionale prioriteit
Subdoel
Indicatoren (streefwaarde)
1.
Evenementen zijn veilig en duurzaam georganiseerd
Aantal ernstige incidenten tijdens evenementen (0)
Evenementen
Directe en indirecte CO2-uitstoot van evenementen (afname) Ontwikkeling van klachten/meldingen t.o.v. eerdere edities (suggestie: -50%)
Hoe is het nu? In Terneuzen worden jaarlijks veel evenementen georganiseerd. Daarnaast vinden er veel middelgrote en kleinere evenementen plaats. Denk hierbij aan havendagen en braderieën. Al deze evenementen trekken veel bezoekers. Het is van belang dat dat deze evenementen veilig plaatsvinden en volgens de vergunde regels verlopen om de veiligheid te waarborgen en hinder zo veel als mogelijk te voorkomen. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Bij de prioritering van het toezicht op de evenementen maken we gebruik van de indeling in A, B of C evenementen. Daarnaast maken we een afweging waar met de inzet van toezicht de grootste winst behaald wordt qua naleving en effect op leefomgeving. Voor zover terreinbeheerders aanvragen ontvangen voor evenementen is bij het in gebruik geven van deze gebieden een privaatrechtelijke toestemming noodzakelijk en dienen de huisregels gerespecteerd te worden. Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen In onderstaande tabel zijn de voorgenomen activiteiten per werkveld (preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving) geclusterd. Per cluster van activiteiten is aangegeven hoeveel capaciteit en middelen nodig zijn om deze activiteiten uit te voeren. In de conclusie voor dit
33
thema wordt aangegeven of deze benodigde capaciteit en middelen ook daadwerkelijk aanwezig zijn. In de laatste kolom is bovendien aangegeven welke organisatie betreffende activiteiten uitvoert. Cluster van activiteiten
Beschikbare uren/middelen
Benodigde uren/middelen
Uitvoering door:
Vergunningverlening
Vergunningen
1620
1745
Gemeente Terneuzen
Toezicht
Bijzondere opsporingsambtenaren
150
150
Gemeente Terneuzen
1770
1895
Preventie
Handhaving Totaal
Met de gemaakte keuzes zijn de benodigde en beschikbare capaciteit grotendeels in balans en is een kleine extra inzet nodig van 125 uur. In deze uren zijn niet de uren opgenomen die betrekking hebben op juridische (184 uur) en administratieve ondersteuning (433 uur). Ten aanzien van administratieve ondersteuning is een kleine extra inzet benodigd van ca. 45 uur.
8.2. Illegale recreatie Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren. Regionale prioriteit
Subdoel
Indicatoren (streefwaarde)
2.
Geen illegale overnachtingen (in natuurgebieden, op parkeerplaatsen etc.)
Aantal geconstateerde illegale overnachtingen (streefwaarde te bepalen per bevoegd gezag)
Illegale recreatie
Hoe is het nu? Veel toeristen bezoeken de gemeente en overnachten hier ook. Voor overnachtingen kent de gemeente veel faciliteiten, zoals hotels, pensions, bed en breakfast en campings. Helaas kiest een deel van de bezoekers er voor om geen gebruik te maken van deze faciliteiten en te overnachten op plaatsen waar dit niet is toegestaan, zoals in natuurgebieden en op parkeerterreinen. Dit is een onwenselijke situatie omdat dit gepaard kan gaan met overlast en bovendien ook nadelig is voor recreatieondernemers. De gemeente derft inkomsten door het niet kunnen innen van toeristenbelasting. En tenslotte kan illegaal kamperen significante gevolgen hebben voor de natuurdoelen dan wel de instandhoudingsdoelen uit Natura 2000 beheerplannen.
34
Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Via onder meer toezicht en handhaving zien wij erop toe dat er geen illegale overnachtingen (in natuurgebieden, op parkeerplaatsen etc.) plaatsvinden. Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen 8.3. Gescheiden afvalinzameling particulieren Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren.