2024-11-14 a. Programmabegroting 2025 en meerjarenperspectief 2026-2028 - Ontwerpbesluit.1
Tekst van het document
58/139
54
In de raadsvergadering van 5 juli 2022 heeft de gemeenteraad het principebesluit genomen voor kostendekkende tarieven voor de leges van de omgevingsvergunningen met behoud van kruissubsidiëring. De geraamde kosten baseren wij op verschillende factoren, waaronder het aantal verwachte aantallen voor omgevingsvergunningen en de bijbehorende tijdsbesteding.
bedragen x € 1.000 Leges
Werkelijke opbrengst 2023
Geraamde opbrengst 2024*
Geraamde opbrengst 2025
€ 3.437
€ 3.548
€ 3.616
* Dit zijn de geraamde opbrengsten van 2024 (na wijzigingen). In de tabel hieronder staat opgenomen in welke mate de lokale heffingen in 2025 kostendekkend zijn. Hierbij maken we onderscheid tussen de leges en de overige heffingen. Leges De Gemeentewet bepaalt dat de Legesverordening als geheel bezien maximaal 100% kostendekkend mag zijn. In de tabel hieronder splitsen wij de kostendekkendheid van de leges per hoofdstuk en paragraaf uit. Uit de tabel blijkt dat de kostendekkendheid over de gehele verordening uitkomt op 93%. Berekening kostendekkendheid leges 2025 bedragen x € 1.000 Hoofdstuk 1 paragraaf 1.1 - Burgerlijke stand paragraaf 1.2 - Reisdocumenten en NL identiteitskaart paragraaf 1.3 - Rijbewijzen paragraaf 1.4 - Verstrekkingen uit de basisregistratie personen paragraaf 1.5 - Bestuursstukken paragraaf 1.6 - Vastgoedinformatie paragraaf 1.7 - Overige publiekszaken paragraaf 1.8 - Gemeentearchief paragraaf 1.9 - Bijzondere wetten paragraaf 1.10 - Diversen Totaal titel 1
Hoofdstuk 2
kosten
component opbrengsten overhead
%
48 807 291
11 135 69
48 100% 807 100% 271 93%
53 0 2 82 0 130 0 1.414
14 0 1 9 0 34 0 272
76% 41 0 n.v.t. 3 127% 95 115% 0 n.v.t. 84 64% 0 n.v.t. 1.348 95%
kosten
component opbrengsten overhead
%
paragraaf 2.1 - Algemene bepalingen paragraaf 2.2 - Voorfase paragraaf 2.3 - Activiteiten m.b.t. bouwwerken paragraaf 2.4 - Activiteiten m.b.t. cultureel erfgoed en werelderfgoed paragraaf 2.5 - Milieubelastende activiteiten paragraaf 2.6 - Lozingsactiviteiten paragraaf 2.7 - Aanlegactiviteiten paragraaf 2.8 - Overige activiteiten paragraaf 2.9 - Maatwerkvoorschriften paragraaf 2.10 - Gelijkwaardigheid paragraaf 2.11 - Overige tarieven paragraaf 2.12 - Modaliteiten paragraaf 2.13 - Vermindering paragraaf 2.14 - Teruggaaf
0 282 1.545
0 103 358
0 n.v.t. 94 33% 1.688 109%
4
1
4 113%
132 0 43 13 52 23 77 149 12 15
0 0 16 5 11 8 29 52 4 6
132 100% 0 n.v.t. 45 104% 10 82% 52 100% 23 100% 83 108% 153 103% -51 -423% -28 -180%
Totaal titel 2
2.347
594
59/139
2.206
94%
55
Hoofdstuk 3
kosten
paragraaf 3.1 - Horeca paragraaf 3.2 - Seksbedrijven paragraaf 3.3 - Winkeltijdenwet paragraaf 3.4 - Organiseren evenement of markt paragraaf 3.5 - Standplaatsen paragraaf 3.6 - Huisvestingswet 2014 paragraaf 3.7 - Kinderopvang paragraaf 3.8 - In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Totaal titel 3
END
46 0 0 32 0 0 0 0 78
END
Totaal
component opbrengsten overhead
3.839
17 0 0 12 0 0 0 0 29
END
8 0 0 3 0 0 1 0 12
END 895
% 18% n.v.t. n.v.t. 8% n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 16%
END 3.566
93%
Overige heffingen In de onderstaande tabel treft u de kostendekkendheid berekeningen aan van de afvalstoffenheffing, rioolheffing, parkeren, markt- en standplaatsgelden en lijkbezorgingsrechten. Afvalstoffenheffing Het kostendekkendheidspercentage van de afvalstoffenheffing bedraagt afgerond 98%. Om in 2026 100% kostendekkendheid te bereiken maken wij vanaf 2024 jaarlijks een stapje omhoog in het kostendekkendheidspercentage. De kosten dalen in 2025 door een bedrag van € 250.000 aan onderuitputting kapitaallasten toe te rekenen. Wij verwachten dat we door onvoorziene omstandigheden mogelijk niet alle investeringen kunnen uitvoeren, waardoor de werkelijke kosten lager zullen zijn dan geraamd. Rioolheffing Het kostendekkendheidspercentage van de rioolheffing bedraagt afgerond 99%. Om in 2026 100% kostendekkendheid te realiseren verhogen wij het kostendekkendheidspercentage vanaf 2024 jaarlijks stapsgewijs. De verwachte kosten voor het uitvoeren van onze water- en rioolbeheertaken verlagen wij in 2025 door een bedrag van € 250.000 aan onderuitputting kapitaallasten toe te rekenen. Wij verwachten dat door onvoorziene omstandigheden wij mogelijk niet alle investeringen kunnen uitvoeren, waardoor de werkelijke kosten lager zullen zijn dan geraamd. Lijkbezorgingsrechten Voor de lijkbezorgingsrechten hanteren wij het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid.
De kosten binnen de exploitatie van de begraafplaatsen dekken niet alle kosten. Voor het verschil maken wij gebruik van de voorziening begraafrechten. Deze voorziening is onder andere bedoeld om schommelingen in tarieven te voorkomen/beperken. Wij laten circa € 115.000 uit deze voorziening vrij vallen om op 100% kostendekking uit te komen.
60/139
56
Berekening kostendekkendheid overige Markt- en Afvalstoffen Lijkbezorging heffingen Rioolheffing Parkeren standplaat -heffing s-rechten sen bedrag x € 1.000 Kosten taakveld(en), inclusief (omslag)rente Mutatie voorziening Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen Netto kosten taakveld(en) END
9.199
5.072
966
170
519
0
0
0
0
-115
545
0
11
15
41
8.654
5.072
955
155
445
END
END
END
END
Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente
1.208
1.644
207
40
151
Onderuitputting kapitaallasten
-250
-250
0
0
0
BTW
1.155
491
0
0
0
Totale kosten
10.767
6.957
1.162
195
596
END
END
Opbrengst heffingen END
END 10.495
6.921
END
Dekkingspercentage
END
1.135 END
98%
99%
END 52
END 98%
596 END
27%
100%
Voorziening dubieuze debiteuren Voor een deel van de openstaande vorderingen is invordering, ondanks genomen maatregelen, niet haalbaar. Deze posten boeken we als oninbaar af ten laste van de ‘voorziening dubieuze debiteuren’. Om tot een correcte waardering van de balanspost (belasting)debiteuren te komen, maken we in overleg met Sabewa Zeeland jaarlijks een analyse van de inbaarheid van de nog openstaande posten. Voor de te verwachten oninbare posten brengen we de ‘voorziening dubieuze debiteuren’ op peil (per balansdatum). Dit doen we door een dotatie ten laste van de exploitatie van het betreffende begrotingsjaar te brengen. In 2025 ramen wij de dotatie op € 50.000. Belastingdruk gemeentelijke heffingen Volgens de jaarlijkse atlas van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO 2024, www.coelo.nl) staat Terneuzen voor wat betreft de belastingdruk voor meerpersoonshuishoudens op de 190e plaats (Terneuzen € 997). Nummer één is de gemeente Rijssen-Holten met € 675 aan woonlasten voor een meerpersoonshuishouden. De duurste gemeente is Bloemendaal met € 1.988 aan woonlasten voor meerpersoonshuishoudens. De woonlasten voor meerpersoonshuishoudens bestaan uit de onroerendezaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing.
Voor een vergelijking met de overige gemeenten in Zeeland geven wij onderstaand overzicht, wat ontleend is aan de COELO atlas 2024. De gemiddelde woonlastendruk voor meerpersoonshuishoudens in Zeeland bedraagt voor 2024 € 955, terwijl dit voor geheel Nederland € 994 bedraagt.
61/139
57
62/139
58
B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In deze paragraaf behandelen we het weerstandsvermogen: de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s die voor kunnen komen. Daarnaast komen in deze paragraaf de financiële kengetallen aan de orde, welke het BBV verplicht stelt. BBV staat voor ‘Besluit Begroting en Verantwoording’ en bevat de regelgeving bij het opstellen van de begrotings- en verantwoordingsstukken. De vanuit de BBV verplichte financiële kengetallen geven een beeld van de financiële positie en weerbaarheid van onze gemeente.
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de mate aan waarin onze gemeente in staat is financiële tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de weerstandscapaciteit in relatie tot onze risico’s. Onder weerstandscapaciteit verstaan wij de middelen en mogelijkheden waarover wij beschikken om niet begrote kosten te dekken. Door middel van een risicoanalyse inventariseren wij de risico’s die mogelijk gevolgen kunnen hebben op onze financiële positie. Een reëel sluitende begroting (reëel structureel evenwicht tussen baten en lasten) garandeert niet dat wij onvoorziene tegenvallers kunnen opvangen. Een financiële buffer is daarom wenselijk. Deze buffer bestaat uit een bepaalde vrije ruimte in de (exploitatie)begroting en een voldoende sterke vermogenspositie. Wij bepalen zelf de omvang van deze vrije ruimte en het vrij aanwendbare vermogen. Weerstandscapaciteit Om het weerstandsvermogen te berekenen, dient naast een inventarisatie van de risico’s, de weerstandscapaciteit berekend te worden. De weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende componenten: 1. Vermogensruimte (reserves) 2. Weerstandscapaciteit • Structureel: onbenutte belastingcapaciteit en stelpost onvoorziene uitgaven • Incidenteel: vrij aanwendbare deel algemene reserve en stille reserves 1. Vermogensruimte Berekening vermogensruimte (x € 1.000) Stand algemene reserve per 31-12-2023
Bedrag 28.611
Rekeningresultaat 2023 ten gunste van de algemene reserve
3.598
Geraamde toevoegingen/ onttrekkingen aan de algemene reserve (in 2024)
22.504
Totale vrije vermogensruimte
54.713
2. Weerstandscapaciteit Berekening weerstandscapaciteit (x € 1.000)
Bedrag
Onbenutte belastingcapaciteit: • OZB
0
•
Rioolheffing
36
•
Afvalstoffenheffing
271
Stelpost voor onvoorziene uitgaven
250
Subtotaal structurele belastingcapaciteit
557
Vrij aanwendbare deel algemene reserve
54.713
Stille reserves
pm
Subtotaal incidenteel Totale weerstandscapaciteit
55.270
63/139
59
De onbenutte belastingcapaciteit is een instrument dat ons de mogelijkheid geeft om extra belastinginkomsten te genereren. Risico's Om het weerstandsvermogen te berekenen, dienen we naast het berekenen van de weerstandscapaciteit, onze risico’s te inventariseren. Dit doen we door de uitvoering van onze risicomanagement aanpak. Hierin worden per team/afdeling minimaal twee keer per jaar alle risico’s geïnventariseerd en geanalyseerd. Waar nodig nemen we beheersmaatregelen of sturen we bij. De hieronder opgenomen risico’s zijn onze belangrijkste risico’s. Deze opsomming is niet limitatief. Daarbij nemen we alleen risico’s op in de paragraaf weerstandsvermogen met een aannemelijke kans op een mogelijke financiële impact vanaf € 100.000. Een risico is een onzekere gebeurtenis die het behalen van afgesproken doel(en) en resultaten kan belemmeren of vertragen. Dit zijn naast financiële ook niet-financiële risico’s, zoals bestuurlijke en juridische risico’s, imago- en frauderisico’s. Deze hebben niet (altijd) direct een financiële impact, maar kunnen (op termijn) wel grote gevolgen hebben voor de gemeente. Niet alle risico’s zijn relevant voor het weerstandsvermogen. Bijvoorbeeld omdat ze verzekerd zijn of omdat er een voorziening is getroffen.
Wij brengen de belangrijkste risico’s in beeld waarvoor geen beheersmaatregelen zijn genomen of die anderszins niet zijn, of kunnen worden afgedekt. Wij vermelden hieronder de risico’s met een mogelijke financiële impact vanaf € 100.000. We houden bij de kwantificering van deze risico’s rekening met het slechtst denkbare scenario. De overige risico’s hebben we in beeld en blijven we monitoren. Bedrijfscontinuïteit Risico: disruptie van onze dienstverlening door toedoen van (cyber)criminelen De continuïteit van onze dienstverlening ligt onder vuur van (cyber)criminelen. De kans op een hack of om besmet te raken met zogenaamde malware is groot. Deze dreiging vormt een voortdurend risico voor onze organisatie. Dit vraagt om continue risicobeheersing, onder andere op het vlak van informatieveiligheid en cybersecurity, kritische processen, functies en bemensing bij onvoorziene omstandigheden. Hoewel wij er alles aan doen om onze bedrijfscontinuïteit te waarborgen, is het een feit dat criminelen steeds inventiever worden. We houden er rekening mee dat onze dienstverlening mogelijk in gevaar komt door dreiging van buitenaf. In 2024 laten we door middel van een scan objectief vaststellen met welk bedrag we rekening dienen te houden waar het mogelijke risico’s betreft.
Daarnaast nemen we in onze aanpak risicomanagement een draaiboek op met hoe te handelen bij cyberincidenten die leiden tot een onderbreking van onze dienstverlening. Tot die tijd ramen we een bedrag van € 1 miljoen voor direct ingrijpen wanneer een cyberincident zich voordoet. Projectrisico's Campus Terneuzen/ Integraal huisvestingsplan onderwijsvoorzieningen Voor mogelijke projectrisico’s in relatie tot Campus Terneuzen nemen wij geen bedrag op voor de berekening van ons weerstandsvermogen. Omdat hier regelmatig vragen over gesteld worden leggen we uit waarom. Voor elk project nemen wij een post onvoorzien van 10% op. Deze post gebruiken we om onvoorziene omstandigheden op te vangen. Het grootste risico voor (ver)nieuwbouw of renovatieprojecten voor de komende jaren is de netwerkcongestie. Per project uit het IHP 2024-2028 nemen we daarom een frictiebudget op van € 300.000. Aan dit bedrag ligt geen raming ten grondslag, maar dit is gebaseerd op ervaringen uit het land. Een tweede risico bij onderwijshuisvesting zien wij in het betrekken van de buitenruimte en de vergroening in het onderwijs. Dit gaat verder dan een sober en doelmatig schoolplein waar we de ramingen op maken. Hiervoor nemen we een extra post op van 10% van de bouwkosten. We starten elk project met een vooronderzoek. Hierin bepalen wij ook de projectspecifieke kosten.
Onderdeel van dit vooronderzoek is een risicoanalyse. De uitkomsten van deze risicoanalyse worden verwerkt in de project specifieke kosten. Een dergelijke risicoanalyse is niet eenmalig. Voor grote projecten als Campus Terneuzen vindt minimaal 1x per kwartaal een risico-overleg plaats, waarin de status van de geïdentificeerde risico’s steeds opnieuw beoordeeld wordt. Dit betekent dat we voortdurend vinger aan de pols houden waar het mogelijke risico’s betreft ten aanzien van Campus Terneuzen. Op basis hiervan beoordelen we regelmatig in welke mate de project specifieke kosten hierop afgestemd zijn. Sociaal domein Risico: voorspelbaarheid kostenstijgingen lastig door ontbreken juiste data Er is sprake van onvoorspelbare kostenstijgingen. Dit komt door onzekerheden rond volumes instroom bij zowel de jeugd als de Wmo, de complexiteit van de casussen en de doorwerking van de prijsontwikkelingen. De kosten stijgen sneller dan geprognotiseerd is. Door de t+1 afrekensystematiek bij de jeugd kwam in 2024 nog € 1,7
64/139
60
miljoen extra aan kosten zorg in natura jeugdhulp voor onze rekening. Om vergelijkbare tegenvallers in de periode 2024 – 2028 op te vangen is met de jaarrekening van 2023 een reserve Jeugd gecreëerd van totaal € 8,5 miljoen (= 5 x € 1.7 miljoen). Ook is in deze begroting voor de post indexeringen, meerjarig rekening gehouden met loon- en prijsontwikkeling (LPO) voor kosten jeugdhulp en Wmo. Tevens staan er nog indexbedragen op een aanvullende post in de Rijksbegroting voor de Wmo. Er is een kans dat we deze op een later moment alsnog van het Rijk ontvangen. Binnen deze dynamiek proberen we grip te krijgen op de kostenstijgingen door de hervormingsagenda Jeugd, en een nadere analyse van Jeugd en Wmo data en kosten. Vanuit de hervormingsagenda Jeugd voeren we Zeeuws breed meerdere maatregelen uit om kosten te verlagen. Hiervoor maakten we samen met gemeenten een raming die is afgestemd met de provincie als interbestuurlijk toezichthouder. Er bestaat een mogelijk risico dat we een deel van de besparingen uit de hervormingsagenda niet realiseren. Er volgt nog een onderzoek in hoeverre gemeenten zich inzetten voor de maatregelen uit de hervormingsagenda Jeugd. Indien blijkt dat dit voldoende is bestaat de kans dat we nog extra middelen krijgen voor Jeugd van het rijk.
Indien blijkt dat we te weinig doen bestaat de kans op het tegenovergestelde, namelijk korting op onze middelen Jeugd. Tenslotte hebben we bij aan-z ook het project ‘opvolgen beschikkingen’ lopen waarvan we de vruchten beginnen te plukken. Vanwege de grote onvoorspelbaarheid en nog lopende ontwikkelingen in het Sociaal Domein ramen we het risico voor 2025 op € 1.500.000. Onderbouwing van dit bedrag zijn de historische cijfers en een deel van de te realiseren besparing vanuit de hervormingsagenda. Uitkeringen gemeentefonds Risico: Onzekerheid ten aanzien van lange termijn uitkeringen uit het gemeentefonds. De afgelopen jaren was de groei van het gemeentefonds bevroren. Dit is per 2024 weer losgelaten. De nieuwe methodiek zou in 2026 ingaan, maar is bij de meicirculaire 2024 naar voren gehaald. Deze nieuwe methode is op basis van het bruto binnenlands product (bbp). Hierdoor wordt de hoogte van het gemeentefonds onzekerder. Het gemeentefonds is met de nieuwe methodiek van indexeren wel stabieler geworden. Vanaf 2026 zijn taken en middelen niet meer in balans. Hierover vinden momenteel gesprekken plaats tussen het Rijk en de VNG. De cijfers van het zogenaamde ‘financiële ravijn’ zijn in onze begroting verwerkt. De verwachting is dat deze situatie alleen maar kan verbeteren.
Een oplopende schuld bij het Rijk, waardoor het financieringstekort de Europese norm van 3% overschrijdt, geeft wel een risico op een lagere uitkering van het gemeentefonds. Vanwege zowel de positieve als negatieve ontwikkelingen en de bijbehorende onzekerheid nemen we een pmpost op. Verbonden partijen Risico: hogere bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen door nieuw beleid, beleidswijzigingen of doorbelasting van hoger dan verwachte kosten door inflatie. De verbonden partijen waar het hier specifiek over gaat zijn gemeenschappelijke regelingen zoals aan-z, Dethon, CVV, GGD, RUD, VRZ, OLAZ en Sabewa. Voor deze regelingen is de VZG-richtlijn (3,9% in 2025) van toepassing. Daarnaast zijn er gemeenschappelijke regelingen, zoals de GGD en aan-z, die door een andere verhouding loon/materieel (dan 67,7/33,3) aanspraak kunnen maken op een extra percentage op basis van de voor hen geldende verhouding. Naast de indexering constateerden wij dat sommige gemeenschappelijke regelingen ook nog extra bijdragen vragen voor uitbreiding van bestaande/nieuwe zaken. De ervaring leert dat dit niet alleen bij het vaststellen van de begroting gebeurt. Dit maakt de voorspelbaarheid van onze bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen lastig. Het is onzeker of de hoogte van de stelpost voldoende is. Daarom ramen we het risico voor de verbonden partijen op € 300.000, -.
Capaciteit uitvoering werkzaamheden Risico: vanwege de krappe arbeidsmarkt hebben we wel budget maar geen uitvoeringscapaciteit om onze taken uit te voeren. Net zoals elders kampt ook onze gemeente met de gevolgen van de krappe arbeidsmarkt. We voorzien voor de komende jaren een aanzienlijke natuurlijke uitstroom van collega's vanwege het bereiken van de nsioengerechtigde leeftijd. We investeerden in strategische personeelsplanning om hierop voor te sorteren. Echter zijn we afhankelijk van extern aanbod in een krappe arbeidsmarkt. Hierbij werkt de geografische ligging van Terneuzen niet altijd in ons voordeel.
65/139
61
Daarbij werken we veelal ook met specialisten die sowieso niet ruimschoots voorhanden zijn. Door het werven van young professionals willen we mogelijke problemen op de lange termijn voorkomen. Toch willen we onze ogen niet sluiten voor de mogelijke risico's die een beperkte uitvoeringskracht van onze organisatie met zich meebrengt. Wellicht moeten we gebruik maken van meer externe inhuur wat gepaard gaat met hogere kosten. Naast financiële impact heeft het niet uitvoeren van taken vooral ook een maatschappelijke impact die niet persé in euro's uit te drukken is, maar wel gevolgen heeft voor de beleving van onze (brede) welvaart. We nemen hiervoor een pm op. Invoering Omgevingswet Risico: impact nadeelcompensatie Met ingang van 1 januari 2024 hebben we te maken met de Omgevingswet. Wat voorheen planschades heette, heet nu nadeelcompensatie. Het is nu nog onduidelijk wat de mogelijke impact van deze nieuwe compensatiemethodiek zal zijn. Juist vanwege die onzekerheid ramen we een risico van € 250.000, -. Oplopende rente/inflatie Inflatie blijft hoog, maar de piek is voorbij. Omdat het meerjarig hanteren van 2% niet meer past bij reëel ramen hanteren we nu in de meerjarenbegroting 2025-2028 de percentages zoals het Centraal Plan Bureau (CPB) deze publiceerden. Het risico van oplopende rente/inflatie is daarmee beheerst. Het restrisico nemen we mee als pm.
Netcongestie Netcongestie is een steeds belangrijker risico voor onze gemeente. Dit kan verschillende risico’s en gevolgen hebben: 1. Vertraging in duurzame energieprojecten 2. Belemmering van woningbouw en ontwikkeling van projecten 3. Stroomstoringen en onbetrouwbare energielevering 4. Financiële kosten vanwege benodigde versterkingen van de infrastructuur of investeringen in noodoplossingen (zoals batterijen of noodaggregaten) 5. Aantasting van economische ontwikkeling 6. Invloed op klimaatdoelstellingen Het is nu nog niet mogelijk om het risico van netcongestie betrouwbaar door te vertalen naar de mogelijke financiële impact voor de gemeente Terneuzen. Dit komt door de vele onzekerheden die dit risico omringen. Voor de projecten die opgenomen zijn in het integraal huisvestingsplan onderwijshuisvesting 2024-2028 (De regenboog, De Springplank, Aangeenbrug, Axel (2x), De Vlaswiek, De Torenberg, De Twijn) wordt wel al een stelpost opgenomen (per project) van € 300.000 voor de risico’s ten aanzien van netcongestie. Deze stelpost zit dus al in de projectbegrotingen die te maken krijgen met netcongestie. Aan dit bedrag ligt geen raming ten grondslag, we baseren dit op ervaringen uit het land. Te zijner tijd zal moeten blijken of dit budget toereikend is. Daarnaast zullen we onderzoeken of en zo ja welke maatregelen mogelijk zijn om dit risico te beheersen.
66/139
62
Kwantificering risico's Op basis van de geïnventariseerde restrisico’s hebben wij in onderstaande tabel een inschatting gemaakt van de mogelijke financiële gevolgen indien deze risico’s zich in begrotingsjaar 2025 en de drie daarop volgende jaren feitelijk voordoen. Onderdeel
Risico
Bedrijfscontinuïteit
Disruptie van onze dienstverlening door toedoen van (cyber)criminelen Risico’s die we niet voorzien
Projectrisico’s Campus Terneuzen/ Integraal huisvestingsplan onderwijsvoorzieningen Sociaal domein
Uitkeringen gemeentefonds Verbonden partijen
Capaciteit uitvoering werkzaamheden Invoering Omgevingswet Oplopende rente/inflatie Netcongestie
Financieel gevolg in € 1.000.000 0
Voorspelbaarheid kostenstijgingen lastig door ontbreken juiste data
1.500.000
Onzekerheid ten aanzien van lange termijn uitkeringen uit het gemeentefonds. Hogere bijdragen aan verbonden partijen door nieuw beleid, beleidswijzigingen of doorbelasting van hoger dan verwachte kosten door inflatie. Vanwege de krappe arbeidsmarkt hebben we wel budget maar geen uitvoeringscapaciteit om onze taken uit te voeren. Impact nadeelcompensatie
pm 300.000
pm 250.000
Bijstelling indexen tijdens begrotingsjaar Vertraging in ontwikkeling van projecten en betrouwbare energielevering. Invloed op klimaatdoelstellingen.
pm pm
Vergeleken met de begroting van 2024 nemen we een aantal risico’s niet meer op. Klimaat en duurzaamheid: De uitdagingen zijn niet veranderd, we blijven de risico’s monitoren als onderdeel van onze concernbrede aanpak risicomanagement. Contracten RUD Zeeland: Het huidige contract met RUD Zeeland loopt af eind 2025. We nemen de impact van het wegvallen van dit contract mee in de meerjarenbegroting. Zolang er geen definitieve besluitvorming is. bieden de huidige ontwikkelingen bij de RUD ook kansen. Fiscale controles: We sloten een nieuwe overeenkomst af met de belastingdienst in het kader van Horizontaal Toezicht. We optimaliseerden onze fiscale interne beheersing om aan de voorwaarden van dit toezicht te voldoen. We evalueren onze aanpak twee keer per jaar met de belastingdienst. Dit betekent dat het risico op fiscale controles weliswaar niet geweken is, maar de kans op en impact van de gevolgen ervan achten wij beperkt. Conclusie weerstandscapaciteit in relatie tot de restrisico’s De geïnventariseerde restrisico’s treden niet gelijktijdig en in de volle omvang op. Daarom trekken wij de conclusie dat onze weerstandscapaciteit voldoende is om de financiële gevolgen van de restrisico’s op te vangen.
67/139
63
Financiële kengetallen
Het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) schrijft een basisset van vijf kengetallen voor die in samenhang informatie geven aan de gemeenteraad over de financiële positie van de gemeente. Doel van deze kengetallen is het kunnen vormen van een beter oordeel over het structureel en reëel sluitend zijn van de begroting. Voor de stand van de financiële positie is het belangrijk de kengetallen in samenhang te beoordelen. Om deze kengetallen te berekenen gebruiken wij de zogenaamde ‘Terneuzense gezondheidsmeter’. In deze Terneuzense gezondheidsmeter zitten: • Exploitatiecijfers (inkomsten en uitgaven) met meerjarig inzicht in al dan niet structureel sluitend zijn; • geprognosticeerde meerjarenbalans (bezittingen en schulden); • verplichte BBV indicatoren (zowel cijfermatig als grafisch); • Emu saldo (optelsom van alle inkomsten en uitgaven van de Rijksoverheid en de decentrale overheden); • Kasstroomoverzicht (feitelijke geldstromen). De Provincie Zeeland hanteert voor de kengetallen de volgende signaleringswaarden.
68/139
64
Kengetal Netto schuldquote a. zonder correctie doorgeleende gelden
Categorie A <90%
Categorie B 90-130%
Categorie C >130%
b. met correctie doorgeleende gelden
<90%
90-130%
>130%
Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte begroting Belastingcapaciteit
>50% <20% >0% <95%
20-50% 20-35% 0% 95-105%
<20% >35% <0% >105%
De gezamenlijke provinciale toezichthouders besloten om voor het verkrijgen van een goed beeld op de financiële positie aan te sluiten bij de zgn. signaleringswaarden. Deze zijn afkomstig van de stresstest voor 100.000+ gemeenten. De signaleringswaarden zijn ingedeeld in categorieën. De provinciale toezichthouders geven geen waarde oordeel over deze categorieën. Dit omdat normering in eerste instantie door de gemeente zelf plaatsvindt. Duidelijk is wel dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Kengetallen
Jaarrekening
Begroting
2022
CAT 2023
2024
2025
2026
2027
2028
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorr.voor alle verstrekte leningen
49,1%
A
39,2%
34,1%
29,0%
40,5%
56,8%
58,6%
48,5%
A
38,6%
33,6%
28,6%
40,0%
56,4%
58,2%
Solvabiliteitsrisico
34,7%
B
39,4%
51,4%
52,2%
48,8%
44,6%
43,6%
Grondexploitatie
3,1%
A
3,3%
4,3%
0,5%
0,5%
0,7%
0,5%
Structurele exploitatieruimte
14,2%
A
6,0%
2,4%
3,4%
-0,1%
-0,9%
-1,9%
Gemeentelijke belastingcapaciteit
90,6%
A
91,2%
92,3%
95,8%
95,7%
94,4%
93,2%
Debtratio
65,3%
60,6%
48,6%
47,8%
51,2%
55,4%
56,4%
Netto schuld per inwoner
€ 1.861
€ 1.616
€ 1.375 € 1.269
€ 1.773 € 2.437
€ 2.558
Verplichte indicatoren vanuit het BBV Bij onderstaande indicatoren hebben wij streefwaarden ingezet om direct in de grafieken te kunnen zien hoe wij ervoor staan. Deze streefwaarden zijn niet vast en kunnen indien de gemeenteraad dit wil nog wijzigen. Netto schuldquote (NSQ) Netto schuldquote
rek.23 begr.24
Kengetal Terneuzen
39,2% 34,1%
begr.25 29,0%
begr.26
begr.27
40,5%
56,8%
begr.28 58,6%
De netto schuld geeft het niveau van de schuldenlast van de gemeente aan ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (vaste schulden + netto vlottende schuld + overlopende passiva - Financiële activa - uitzetting < 1 jaar - liquide middelen - overlopende activa) / totale baten exclusief mutaties reserves x 100%.
69/139
65
Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen rek.23
begr.24 begr.25 begr.26 begr.27 begr.28
Kengetal Terneuzen
33,6%
38,6%
28,6%
40,0%
56,4%
58,2%
Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen geven wij de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weer (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is exclusief doorgeleende gelden). Op die manier brengen we duidelijk in beeld wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (vaste schulden + netto vlottende schuld + overlopende passiva - Financiële activa + verstrekte geldleningen - uitzetting < 1 jaar - liquide middelen overlopende activa) / totale baten exclusief mutaties reserves x 100%. Solvabiliteitsratio Solvabiliteitsrisico
rek.23 begr.24
Kengetal Terneuzen
39,4% 51,4%
begr.25 52,2%
begr.26
begr.27
48,8%
44,6%
begr.28 43,6%
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (eigen vermogen / totaal passiva) x 100%.
Grondexploitatie Grondexploitatie Kengetal Terneuzen
rek.23 begr.24 3,3%
4,3%
begr.25 0,5%
begr.26
begr.27
0,5%
0,7%
begr.28 0,5%
Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (totale activa bouwgronden in exploitatie / totale baten exclusief mutaties reserves) x 100%.
Structurele exploitatieruimte Structurele exploitatieruimte Kengetal Terneuzen
rek.23 begr.24 6,0%
2,4%
begr.25 3,4%
begr.26
begr.27
-0,1%
-0,9%
begr.28 -1,9%
Dit kengetal helpt om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Het kengetal is belangrijk voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting. Bij incidentele lasten of baten gaat het meestal om éénmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen, of die door hun aard zijn aan te merken als incidenteel. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Dit kengetal berekenen wij als volgt: ((totale baten - incidentele baten) - (totale lasten incidentele lasten) + structurele onttrekkingen - incidentele toevoegingen) / totale baten exclusief mutaties reserves) x 100%.
70/139
66
Gemeentelijke belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishouden Gemeentelijke belastingcapaciteit
rek.23 begr.24
Kengetal Terneuzen
91,2% 92,3%
begr.25 95,8%
begr.26
begr.27
95,7%
begr.28
94,4%
93,2%
Dit kengetal geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze van de gemeenteraad. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (totale woonlasten (= OZB gezin bij een gemiddelde WOZ waarde + rioolheffing gezin bij een gemiddelde WOZ waarde + afvalstoffenheffing gezin) / totale gemiddelde landelijke woonlasten) x 100%.
Eigen indicatoren gekozen door de gemeenteraad Naast bovenstaande verplichte basisset van verplichte kengetallen gebruiken wij al enige jaren twee kengetallen waarmee wij de financiële positie volgen. Dit zijn de debtratio en de netto schuld per inwoner. Debtratio Debtratio
rek.23 begr.24
Kengetal Terneuzen
60,6% 48,6%
begr.25 47,8%
begr.26
begr.27
51,2%
begr.28
55,4%
56,4%
De is de omgekeerde solvabiliteitsratio en geeft aan de verhouding van de schulden ten opzichte van het balanstotaal. Dit kengetal berekenen wij als volgt: ((voorzieningen + langlopende geldleningen + kortlopende schulden + overlopende passiva) / totaal passiva) x 100%. Netto schuld per inwoner Netto schuld per inwoner
rek.23 begr.24
Kengetal Terneuzen
€ 1.616 € 1.375
begr.25 € 1.269
begr.26
begr.27
€ 1.773
€ 2.437
begr.28 € 2.558
Het kengetal netto schuld per inwoner is net als de debtratio overgebleven uit de stresstesten die wij in het verleden opstelden. De berekening komt voor een groot deel overeen met het verplichte kengetal netto schuldquote. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (vaste schulden + netto vlottende schuld + overlopende passiva - Financiële activa - uitzetting < 1 jaar - liquide middelen - overlopende activa) / totaal aantal inwoners) x € 1. N.B. voor het vergelijk nemen wij een constant aantal inwoners op van 54.500 inwoners in 2017 en 2018. De uitkomst van de diverse ratio's toont aan dat de financiële positie van de gemeente Terneuzen stabiel is. Dit tegen een achtergrond van onzekerheden rond het Gemeentefonds (ravijnjaar 2026). Mogelijke incidentele dividenduitkeringen zijn hierin niet meegenomen: dit is vanuit de toezichthouder niet toegestaan. Op basis van de huidige financiële indicatoren is er geen reden tot zorg. Echter, het onzekere speelveld waarin we ons bevinden vraagt dat we steeds alert blijven op de mogelijke (financiële) impact van (externe) ontwikkelingen waar we mee te maken hebben dan wel krijgen.
71/139
67
C. Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding In deze paragraaf behandelen we het onderhoud aan wegen, openbare verlichting, riolering, water, groen, gebouwen en civiele kunstwerken. Het onderhoud vindt plaats aan de hand van de volgende beheerplannen. Omschrijving Wegen
Wegenbeheerplan 2024
Vastgesteld door raad 2023
OV
Beheerplan openbare verlichting
2024
Riolering
WKA 2024
2023
Water
WKA 2024
2023
Groen
Groenbeheerplan
2023
Vastgoed
Beleidsplan onderhoud gemeentelijk vastgoed Beheerplan civiele kunstwerken 2024
2023
Kunstwerken
2023
Frequentie actualisatie Een keer per twee jaar Een keer per tien jaar Een keer per vijf jaar Een keer per vijf jaar Een keer per vier jaar Een keer per vier jaar Een keer per drie jaar
Volgende actualisatie 2025
Achterstallig onderhoud Nee
2034
Nee
2027
Nee
2027
Nee
2027
Nee
2027
Nee
2027
Nee
Beheer en onderhoud openbare wegen Wettelijk kader Wij hebben op de genoemde onderdelen een wettelijke zorgplicht. De beheerplannen geven inzicht in de kwantitatieve en kwalitatieve gegevens van de te beheren goederen. Zo geven ze informatie over de staat van onderhoud, uit te voeren werkzaamheden en de hiervoor benodigde (financiële) middelen. Samenwerking met netbeheerders Onze uitvoeringsplanning stemmen wij af met de netbeheerders. Dit doen we om zoveel mogelijk overlast te voorkomen voor mensen die in de buurt wonen. Netbeheerders hebben steeds meer moeite om binnen een redelijke termijn hun werkzaamheden uit te voeren. Dit bepaalt nu ook de snelheid of volgorde van onze werkzaamheden. Budgettering in jaarschijven Veel van onze projecten vergen meer tijd dan een jaar. Dit heeft te maken met het ontwerp, voorbereiding, aanbesteding en uitvoering. Dit betekent dat budgetten die in 2025 beschikbaar gesteld worden over meerdere jaren uitgegeven worden.
Wegen Het wegenbeheerplan 2024-2028 is de basis voor ons wegenbeheer. Binnen dit beheerplan werken we met jaarschijven. In een jaarschijf staat benoemd welke beheermaatregelen we in dat jaar willen uitvoeren. Iedere 2 jaar voeren we een globale visuele weginspectie uit. Op basis hiervan passen we onze uitvoeringsplanning aan. Wat willen we bereiken? We willen de veiligheid van de weggebruikers waarborgen zodat wij voldoen aan onze zorgplicht. Dat bereiken we door onze verhardingen gemiddeld op beeldkwaliteit B van de CROW-systematiek te houden. Wat gaan we doen? Wij onderhouden alle wegvakonderdelen inclusief de trottoirs op beeldkwaliteit B van de CROW-systematiek. Naast de jaarschijf voor 2025 voeren we ook de werkzaamheden uit die overbleven uit vorige jaren. In 2025 inspecteren wij de wegen weer visueel waarna we de uitvoeringsplanning actualiseren.
72/139
68
Wat kost het? Voor 2025 hebben we een investeringsbudget (jaarschijf) beschikbaar van € 1.112.000. Daarnaast is er een bedrag van € 8.804.249 beschikbaar voor kapitaal- en exploitatielasten. Dit is inclusief onze bijdrage aan het Waterschap die wij volgens Wet Uitkering Wegen moeten afdragen.
Openbare verlichting Het Beleid- en Beheerplan openbare verlichting is de basis voor het beheer aan onze openbare verlichtingen. Verschillende overheden in Zeeland werken op het gebied van openbare verlichting samen in het Bureau Openbare Verlichting Zeeland (BOVZ). Netwerkbeheerder Stedin maakt ook onderdeel uit van deze samenwerking. Wat willen we bereiken? We willen de openbare ruimte doelmatig en duurzaam verlichten zodat we een sociaal veilige, verkeersveilige en leefbare omgeving bieden. Dit tegen een minimaal energieverbruik en aanvaardbare kosten. Wat gaan we doen? Wij voeren het beheer uit zoals omschreven is in het beleid- en beheerplan Openbare Verlichting. In diverse kernen en wijken vervangen we lichtmasten en armaturen. Wat kost het? Voor 2025 hebben we een investeringsbudget (jaarschijf) beschikbaar van € 496.000. Daarnaast is een bedrag van € 1.202.972 beschikbaar voor kapitaal- en exploitatielasten. Dit besteden we aan het onderhoud van onze openbare verlichtingen.
Riolering De Water en Klimaatadaptatie Aanpak (WKA) 2024 – 2028 is de basis voor ons rioolbeheer. Het rioleringsstelsel maakt een belangrijk onderdeel uit van de infrastructuur. Aan de ene kant voor de inzameling en transport van afvalwater van inwoners en bedrijven. Aan de andere kant voor het afvoeren van overtollig hemelwater en grondwater. Wat willen we bereiken? Wij willen een goed functionerend rioolstelsel bieden om te voldoen aan onze wettelijke zorgplichten. Deze zorgplichten omvatten de bescherming van de volksgezondheid, natuur, milieu en klimaat en het bieden van een veilige en goede leefomgeving. De inzameling van afvalwater en het transport hiervan naar een zuivering werk is hierin een verplichting. Daarnaast nemen we bij projecten kansen mee om onze buitenruimte beter bestand te maken tegen de steeds vaker voorkomende extremen van het klimaat. Wat gaan we doen? We geven invulling aan de WKA door het voorbereiden en uitvoeren van regulier en groot onderhoud. Het regulier onderhoud bestaat uit het inspecteren en reinigen van delen van het rioolstelsel. Onder groot onderhoud verstaan we het vervangen, renoveren of optimaliseren van het stelsel. In veel gevallen vraagt dit een integrale planning met onderhoud of reconstructies van wegen, groen en openbare verlichting. Voor groot onderhoud nemen wij een groot aantal projecten in voorbereiding en uitvoering.
Daarnaast voeren we de projecten uit van de voorgaande jaarschijven (2018 tot en met 2024). Wat kost het? Voor 2025 hebben we een investeringsbudget (jaarschijf) beschikbaar van € 3.215.000. Dit gebruiken we voor ons groot onderhoud binnen de WKA. Dit is dus zowel voor ons rioolbeheer als ons waterbeheer. Daarnaast is een bedrag van € 4.572.992 beschikbaar voor kapitaal- en exploitatielasten. Dit besteden we aan het regulier onderhoud binnen de WKA.
Water De Water en Klimaatadaptatie Aanpak (WKA) 2024 – 2028 is de basis voor ons waterbeheer. Het oppervlaktewater binnen het stedelijk gebied is primair bedoeld voor de berging en de afvoer van overtollig regenwater. Met het waterschap hebben wij een samenwerkingsovereenkomst voor het beheer en onderhoud van oppervlaktewater in bebouwd gebied (BOB).
73/139
69
Wat willen we bereiken? We willen dat de kwaliteit van ons water goed is en we willen wateroverlast voorkomen. Een goede waterkwaliteit is namelijk van belang in het beschermen van de volksgezondheid, het milieu en de natuur. Het voorkomen van wateroverlast is één van de taken binnen onze zorgplicht voor een veilige leefomgeving. Daarnaast willen we zoveel mogelijk water laten infiltreren en vasthouden om verdroging tegen te gaan. Oppervlaktewater is ook een belangrijk onderdeel voor de leefkwaliteit van een omgeving. Wat gaan we doen? We geven invulling aan de WKA door het voorbereiden en uitvoeren van regulier en groot onderhoud. Meldingen van overlast registreren we bij het grondwaterloket. Ook adviseren we inwoners over hoe zij kunnen bijdragen aan het voorkomen van wateroverlast. Het regulier onderhoud bestaat uit het doorstroombaar houden van onze waterlopen door middel van het maaien van riet. Onder groot onderhoud verstaan we het baggeren, reconstrueren of optimaliseren van onze waterwegen. Sluiskil In samenwerking met Rijkswaterstaat (RWS) pakken we de grondwateroverlast in Sluiskil aan. De uitvoering hiervan vindt de komende jaren plaats. De eerste fase is de aanleg van de kweldrainage in 2025. Dit is op kosten van RWS. Wat kost het? Het budget voor het uitvoeren van de WKA is bestemd voor zowel ons rioolbeheer als ons waterbeheer.
Daarom verwijzen wij u de te maken kosten voor ons waterbeheer naar ‘Wat kost het’ onder de kop Riolering.
Groen Het Groeidocument Groen! is de basis voor het beheer van ons openbaar groen. De kwaliteit van het openbaar groen bepaalt in belangrijke mate of mensen zich prettig voelen in hun dagelijkse leefomgeving. Het is van belang dat er voldoende kwaliteitsgroen in de gemeente is. Tegelijkertijd kan groen voor overlast zorgen. Goed beleid en beheer is daarom belangrijk. Wat willen we bereiken? We willen dat ons openbaar groen geen gevaar oplevert. Het goed onderhouden en controleren van onze bomen is nodig voor de veiligheid van de leefomgeving. Ook willen wij voldoen aan onze zorgplicht ten opzichte van natuurbescherming. We streven naar beeldkwaliteit B volgens de CROW-systematiek voor ons openbaar groen. We hanteren beeldkwaliteit C als ondergrens. Wat gaan we doen? We voeren het groenbeheer uit volgens het format groenbeheerplan per kern uit het Groeidocument Groen! Daarnaast vervangen we begroeiing die niet meer aan onze minimaal geëiste beeldkwaliteit C voldoet. Dit betreft vooral plaatsen met veel onkruid. Ook vervangen we bomen die ziek, dood of onveilig zijn. Voor elke te kappen boom planten we tenminste weer één nieuwe boom terug. Wat gaat het kosten? Voor 2025 hebben we een bedrag van € 6.032.000 beschikbaar voor kapitaal- en exploitatielasten. Dit besteden we aan het onderhoud van het openbaar groen.
Vastgoed Wij zijn eigenaar van verschillende gebouwen en bouwwerken. Wij zijn verantwoordelijk voor het onderhoud dat daarbij hoort. Dit onderhoud staat in een meerjarenonderhoudsplanning (MJOP). Het beheer leggen wij vast in het gebouwenbeheersysteem. Wat willen we bereiken? We willen de staat van de gebouwen op een aanvaardbaar niveau houden. We streven naar het in het Beleidsplan genoemde onderhoudsniveau Conditiescore 3 conform de NEN 2767. Hiervoor voeren we het onderhoud aan onze gebouwen uit. Wat gaan we doen? We onderhouden onze gebouwen aan de hand van ons MJOP. Daarnaast voeren we ook doorgeschoven onderhoudswerkzaamheden uit vorige jaren uit.
74/139
70
We verduurzamen onze gebouwen op de geplande onderdelen zoals omschreven in de ‘Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed’. Eén van de gebouwen uit de routekaart is het stadhuis. In 2025 beginnen we hier met de uitvoering van de maatregelen. Wat gaat het kosten? We hebben een bedrag van € 3.230.000 beschikbaar aan exploitatielasten voor het onderhoud van onze gebouwen.
Civiele kunstwerken Wij zijn eigenaar van verschillende civiele kunstwerken. Wij zijn verantwoordelijk voor het onderhoud dat daarbij hoort. Dit onderhoud staat in het Beheerplan Civiel Kunstwerken (BCK). Het beheer leggen wij vast in het beheersysteem. Wat willen we bereiken? We willen de staat van de civiele kunstwerken op een aanvaardbaar niveau houden. We streven hierbij naar de in het beleidsplan genoemde beeldkwaliteit B van het CROW. Wat gaan we doen? We onderhouden onze civiele kunstwerken aan de hand van ons BCK. We voeren werkzaamheden uit op basis van de bijbehorende uitvoeringsplanning. Daarnaast voeren we regulier onderhoud uit aan de overige objecten in de openbare ruimte. Wat gaat het kosten? Voor 2025 is er een bedrag van € 261.000 beschikbaar aan exploitatielasten voor het onderhoud van onze civiele kunstwerken.
75/139
71
Wegen Aantal kilometers weg Waarvan binnen bebouwde kom Waarvan buiten bebouwde kom Oppervlakte wegennet Waarvan klinkers Waarvan asfalt Openbare verlichting Aantal lichtpunten Waarvan LED verlichting Riolering Aantal kilometers riolering Waarvan vrij-vervalriolering Waarvan mechanische riolering (pers/druk/vacuüm) Aantal gemalen en pompunits Water Aantal sloten/oppervlaktewateren Groen Oppervlakte plantsoenen Aantal bomen Vastgoed Huisvesting eigen organisatie Kunst en cultuur Welzijn en zorg Sport en recreatie Buitenzwembaden Brede scholen Parkeergarages Woonwagens en standplaatsen met bergingen Brandweerkazernes Scholen primair onderwijs Scholen voortgezet onderwijs Overige gebouwen Aantal m2 bruto vloeroppervlak excl. scholen Civiele kunstwerken Aantal civiele kunstwerken
350 km 99% 1% 3.640.000 m2 60% 39% 14.180 70% 524 km 80% 20% 630 stuks 67 km 5.532.732 m2 27.179 stuks 13 st 19 st 20 st 12 st 5 st 7 st 2 st 66 st 7 st 15 st 2 st 20 st 157.922 m2 68
76/139
72
Begroting bedrag x € 1.000
Meerjarenraming
2025
2026
2027
2028
Wegen exploitatie
5.670
5.646
5.795
5.833
Kapitaallasten
2.911
2.706
2.646
2.771
Openbare verlichting exploitatie
748
754
756
758
Kapitaallasten
455
510
530
588
Water en riolering exploitatie
2.143
2.546
2.288
2.333
Kapitaallasten
2.431
2.993
3.246
3.768
Groen exploitatie
5.584
5.676
5.808
5.907
Kapitaallasten
448
598
630
651
Vastgoed exploitatie
3.230
3.710
3.710
3.710
Kapitaallasten
5.925
6.759
8.515
9.474
261
261
261
261
Civiele kunstwerken exploitatie
77/139
73
D. Financiering Inleiding In deze paragraaf behandelen we de treasuryfunctie van de gemeente. Het betreft het risicobeheer van de financieringsportefeuille. Daarnaast geven wij inzicht in de ontwikkeling van de financieringspositie van de gemeente Terneuzen. De treasuryfunctie heeft als doel tegen gunstige condities en tegen zo laag mogelijke kosten te voorzien in de benodigde financieringsmiddelen. En daarbij risico’s zoveel mogelijk uit te sluiten en te beperken. Wij beschikken in relatie tot het investeringsniveau over weinig eigen financieringsmiddelen. De financiering van vaste activa vindt dan ook voor het overgrote deel plaats met vreemd vermogen. Wij proberen de schuldpositie terug te dringen door het eigen vermogen te versterken. Onze schuldpositie is de laatste jaren sterk verlaagd. De treasury-activiteiten richten zich vooral op het zo effectief en efficiënt mogelijk aantrekken en inzetten van vreemd vermogen. Door het doorlopend bijhouden van een liquiditeitenplanning en het nauwgezet volgen van ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt, zetten wij in op het afsluiten van geldleningen op het meeste geschikte tijdstip en tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden. Met onze huisbankier, de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG Bank), sloten wij een overeenkomst af met een (variabele) basisrente (Euribor).
Hierdoor financieren we debetsaldi op de lopende rekening automatisch tegen een Euribortarief met een opslag van 0,15%. Risicobeheer Ten aanzien van het risicobeheer moeten gemeenten de financieringsfunctie vervullen binnen de wettelijke kaders, die hoofdzakelijk zijn vastgelegd in de Wet Fido. Enkele belangrijke bepalingen hieruit zijn: • leningen en garanties uitsluitend verstrekken vanuit de ‘publieke taak’; • vanuit de treasuryfunctie uitzetten van middelen mag, mits deze uitzettingen een voorzichtig karakter hebben en niet gericht zijn op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico; • geen gebruik maken van financiële derivaten; • bij het aantrekken van externe financieringsmiddelen geldt een door het Rijk vastgestelde kasgeldlimiet; • voor spreiding van risico’s geldt een renterisiconorm. Naast het voorgaande legde de gemeenteraad in de Financiële Verordening (artikel 212 gemeentewet) aanvullende kaders vast. In het treasurystatuut is dit verder uitgewerkt. Naast het risicobeheer, dat is gebaseerd op de Wet Fido, is in dit statuut ook belangrijke aandacht gegeven aan de administratieve organisatie en interne controle ten aanzien van de treasury-activiteiten. Om de directe risico’s te beperken, is het treasurybeleid defensief en risicomijdend. Ons beleid is erop gericht toekomstige risico’s inzichtelijk te maken, te beheersen en te beperken.
Het risicobeheer heeft betrekking op onder andere het renterisico, kredietrisico en liquiditeitsrisico. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is het instrument om de renterisico’s op de vlottende schuld (rentetypische looptijd < 1 jaar) te beheersen. Wij toetsen elk kwartaal het gemiddelde saldo van de vlottende schuld en de vlottende middelen aan de kasgeldlimiet. Bij een dreigende structurele overschrijding van de kasgeldlimiet sluiten wij tijdig een langlopende geldlening af. Voor 2025 geldt een limiet van: € 21.101.555 Kasgeldlimiet is 8,5% van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van 2025 : € 248.253.584 Renterisiconorm De renterisiconorm beoogt een zodanige opbouw van de leningenportefeuille dat het risico van renteaanpassing en herfinanciering van leningen beperkt blijft. Met de renterisiconorm is bepaald dat voor gemeenten jaarlijks niet meer dan 20% van het begrotingstotaal voor herfinanciering of renteherziening in aanmerking mag komen. De aflossingsverplichtingen voor 2025 bedragen circa € 7.212.000. Voor alle door de gemeente opgenomen geldleningen geldt dat deze rentevast zijn tot het einde van de looptijd. Het totaal van herfinanciering en renteherziening blijft hiermee ruimschoots binnen de aangegeven marge. Wij concluderen dat er ook in komende jaren geen overschrijding van de renterisiconorm aan de orde is.
78/139
74
Ontwikkelingen (visie) In de begroting hebben wij voor alle investeringen rekening gehouden met een percentage van 2,0% voor te betalen rente. Het totaalsaldo van de aangegane langlopende geldleningen bedraagt naar verwachting per 1 januari 2025 € 108.855.000. De behoefte aan uitbreiding van het leningsaldo hangt af van de voortgang van lopende en nieuwe investeringen. In principe worden de investeringen die wij in meerdere jaren afschrijven, gefinancierd met lang geld (liquiditeitstypische looptijd > 1 jaar). Risico’s op de bestaande leningenportefeuille zijn er niet omdat we altijd langlopende geldleningen afsluiten met een rentevaste periode. Tussentijds wijzigen deze percentages niet. Als de rente met 1% stijgt wil dit absoluut niet zeggen dat we over onze totale schuldenlast gelijk 1% meer rente moeten gaan betalen. Voor de investeringen in het investeringsprogramma, zoals de campus en Totaalplan binnenstad, moeten we nieuwe geldleningen aangaan. De prognose van de financieringsbehoefte geeft aan dat we de volgende leningen moeten aantrekken: 2025 : € 28 miljoen 2026 : € 50 miljoen 2027 : € 35 miljoen 2028 : € 7 miljoen De geraamde rentelasten bedragen: 2025 : € 4.157.766 2026 : € 5.994.008 2027 : € 6.845.144 2028 : € 9.535.312 Renteontwikkelingen De renteontwikkelingen zijn sterk afhankelijk van de inflatiecijfers.
De Europese Centrale Bank (ECB) stevent echter af op renteverlagingen. Momenteel staat de rente voor het aantrekken van een kortlopende geldlening (1-maands kasgeldlening) op 3,6%. Voor een langlopende geldlening van 25 jaar met een rentevaste periode is het percentage momenteel ongeveer 3,07 %. Overzicht rente Bedrag x € 1.000 4.158
Berekening renteomslagpercentage Geraamde/werkelijk te betalen rente Rentebaten lang geld
-10
Subtotaal externe rente
4.148
Toegerekende rente aan bouwgrondexpl./bedr.t.
-19
Aan taakvelden toe te rekenen rente voor projectfinanciering Rentebaten specifieke leningen voor doorverstrekte geldleningen Saldo door te rekenen externe rente
4.129
Rente eigen vermogen Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde) Aan taakvelden (inclusief overhead) toe te rekenen rente
4.129
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente
-4.359
Renteresultaat
-230
Rente (A)
4.129
Boekwaarde taakvelden (B)
231.285
Renteomslag (A/B)*100%
1,79%
79/139
75
Afronding op 0,5%
2,00%
Intern liquiditeitsbeheer De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op de aanwezige liquiditeitenplanning. De liquiditeitenplanning laat nu zien dat wij in 2025 een langlopende geldlening moeten aantrekken. Voor de investeringen in het investeringsprogramma, zoals de campus en Totaalplan binnenstad, moeten we een nieuwe geldlening aangaan. De prognose van de financieringsbehoefte geeft aan dat we in 2025 een bedrag van € 28.000.000 moeten aantrekken. Fluctuaties in de geldstromen gedurende het jaar kunnen we oplossen door gebruik te maken van de kredietfaciliteit bij onze huisbankier of door het aantrekken van kasgeldleningen (kort geld).
Financieringspositie De financieringspositie van de gemeente en de renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt volgen we nauwgezet. Op basis hiervan besluiten we op welke wijze we de financiering (kort en lang geld) optimaal kunnen realiseren. Dit moet ook passen binnen de normen van de kasgeldlimiet en de renterisico. Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat decentrale overheden verplicht zijn hun overtollige geldmiddelen in de schatkist aan te houden. Hierdoor hoeft de Nederlandse staat minder geld te lenen op de financiële markten en daalt de staatsschuld. Het principe is dat publiek geld de schatkist niet eerder verlaat dan noodzakelijk is voor de uitvoering van de publieke taak. Volgens het ministerie is dit bevorderlijk voor de doelmatigheid van de bestedingen. Wel is er een zogenaamde doelmatigheidsdrempel van 2% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 1.000.000 per gemeente. Bij overtollige middelen die minder zijn dan deze drempel, hoeven decentrale overheden niet te schatkistbankieren. Het drempelbedrag bedraagt voor de gemeente Terneuzen in 2025 : € 4.965.072 2% van € 248.253.584 Voor 2025 is de renterisiconorm: € 49.650.717
80/139
76
E. Bedrijfsvoering Inleiding In deze paragraaf behandelen wij een aantal zaken die van belang zijn voor de bedrijfsvoering in het begrotingsjaar. Doorlopende doelen en prestaties Doorlopende taken worden veelal uitgevoerd ten dienste van het bestuur en de interne organisatie. Hieronder vallen bijvoorbeeld financiën, personeel en organisatie, inkoop, communicatie, juridische zaken, informatievoorziening, automatisering, informatiebeveiliging en privacy. Ook behoort de ondersteuning van het bestuur tot de bedrijfsvoering. Personeel De huidige cao Gemeenten 2024-2025 loopt af per 1 april 2025. De VNG onderhandelt namens alle gemeenten met de vakbonden over een nieuwe cao per die datum. Een onderdeel daarvan is de salarisontwikkeling. De salariskosten bestaan uit lonen en sociale premies. In de begroting 2025 is in lijn met de prognose van het CBP gerekend met een toename van de salariskosten van 4,4%. Interne beheersing In 2025 verbinden we onder andere onze risicomanagement aanpak, de verbeteragenda en het interne beheersingsplan met elkaar tot een logische cyclus als onderdeel van onze interne beheersing. Op basis van het normenkader, de risico-inventarisatie en het interne beheersingsplan, controleren we op rechtmatigheid. In 2025 benutten we de eerste ervaringen om het proces verder te verbeteren.
Informatiebeveiliging en privacy Met ingang van 2025 wordt nieuwe Nederlandse wetgeving van kracht, gebaseerd op de Europese richtlijn NIS2 (Network Information Security). Het Europees Parlement wil hiermee het beveiligingsniveau en de digitale cyberweerbaarheid in heel Europa versterken. Voor ons betekent dit dat naast de Zorgplicht om digitaal weerbaar te zijn, we ook te maken krijgen met Meldplicht en Toezicht en Bestuurlijke verantwoordelijkheid. Grote beveiligingsincidenten moeten we melden bij een toezichthouder. Het Toezicht houdt in dat wij verantwoording af moeten leggen over de genomen maatregelen op informatieveiligheid. Dit is een strenger beleid dan de verantwoording die plaatsvindt via de ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). Om te blijven voldoen aan de wet- en regelgeving van de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) nemen we ook in 2025 passende technische en organisatorische maatregelen om te waarborgen en aan te tonen dat de verwerking van persoonsgegevens in overeenstemming met de AVG wordt uitgevoerd. Rekenkamer De rekenkamercommissie voert jaarlijks verschillende onderzoeken uit aan de hand van een onderzoeksprogramma. Ook in 2025 rapporteert de rekenkamercommissie haar aanbevelingen aan de raad.
81/139
77
F. Verbonden partijen In deze paragraaf staat onze visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de doelen in de begroting en de plannen rond de verbonden partijen. Daarbij gaan wij in op de bestuurlijke, beleidsmatige en financiële belangen. En op mogelijke risico’s bij de verbonden partijen.
Visie op verbonden partijen Onze visie op verbonden partijen ligt vast in de Kadernota Verbonden Partijen gemeente Terneuzen van 8 juni 2023. Deze nota biedt een kader voor het meedoen aan en sturen op verbonden partijen van de gemeente. Het college of de raad wijzen gemeentelijke vertegenwoordigers aan voor de algemene besturen van gemeenschappelijke regelingen. De burgemeester wijst de gemeentelijke vertegenwoordigers aan voor de algemene vergaderingen van aandeelhouders. Het rapport ‘Afspraken over samenwerken met gemeenschappelijke regelingen in Zeeland’ passen we toe.
Overzicht verbonden partijen Overzicht verbonden partijen
Programma
Gemeenschappelijke regelingen Openbaar Lichaam Afvalstoffenverwijdering Zeeland (O.L.A.Z.) Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland (GGD)
Wonen & leefbaarheid Zorg & gezondheid
Veiligheidsregio Zeeland (VRZ)
Wonen & leefbaarheid
Arbeidsintegratiebedrijf Dethon
Zorg & gezondheid
Samenwerkingsverband Collectief Vervoer Zeeuws-Vlaanderen (CVV)
Zorg & gezondheid
Belastingsamenwerking SaBeWa Zeeland
Algemene dekkingsmiddelen
Regionale UitvoeringsDienst Zeeland (RUD)
Klimaat & Duurzaamheid
Vennootschappen en coöperaties North Sea Port SE
Economie & arbeidsmarkt
N.V. Economische Impuls Zeeland
Economie & arbeidsmarkt
Bank Nederlandse Gemeenten N.V. (BNG)
Algemene dekkingsmiddelen
Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij N.V.
Economie & arbeidsmarkt
Gemeenschappelijk Bezit Evides Aqua B.V.
Economie & arbeidsmarkt
Stedin Holding NV
Economie & arbeidsmarkt
Overige verbonden partijen Benelux Groepering Territoriale Samenwerking (BGTS) aan-z Benelux Groepering Territoriale Samenwerking (BGTS) North Sea Port District
82/139
Zorg & gezondheid Economie & arbeidsmarkt
78
Openbaar Lichaam Afvalstoffenverwijdering Zeeland (O.L.A.Z.)
Vestigingsplaats
Datum ingang
Kapelle
1 januari 1999
Website O.L.A.Z.
Doel en openbaar belang Behartiging van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemers op het gebied van afvalstoffenverwijdering. Deelnemers Alle dertien Zeeuwse gemeenten. Bestuurlijk belang Algemeen Bestuur
Wethouder J. Vervaet
Plaatsvervangend lid
Wethouder L. van de Voorde
Dagelijks bestuur
Wethouder J. Vervaet
Ontwikkelingen Eind 2022 vond besluitvorming plaats in de gemeenteraad over de regionalisering van milieustraten in Zeeland. Toen werd besloten de regionale spreiding en uitwerking hiervan verder te onderzoeken. Dit onderzoek loopt nog. Per regio komen er circulaire ambachtscentra. Als eerste opent in 2027 Goes. Terneuzen volgt als tweede maar er is nog geen planning voor bekend. Risico's De in de voorschottarieven opgenomen indexering voor de verwerking van afvalstromen is gebaseerd op een aanname. De voorschottarieven voor de milieustraten zijn ook gebaseerd op een aanname. De definitieve indexering kan hoger uitvallen als huishoudens meer afval aanbieden. Of als er op de milieustraten meer afval aangeboden wordt dan geraamd. Daarnaast kunnen verwerkingstarieven van afvalstromen stijgen of dalen afhankelijk van mondiale marktomstandigheden. Financieel
2023
Eigen Vermogen
Vreemd Vermogen
Financieel Resultaat
€ 638.024
€ 12.431.335
€ 86.386
Financieel belang Begroting 2025
€ 1.455.967
83/139
79
Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland (GGD)
Vestigingsplaats
Datum ingang
Website
Goes
5 december 1989
GGD
Doel en openbaar belang Behartiging van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemers op het gebied van de: • Wet publieke gezondheid • Wet veiligheidsregio’s • Wet op de lijkbezorging • Jeugdwet • Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 • Wet kinderopvang Deelnemers Alle dertien Zeeuwse gemeenten. Bestuurlijk belang Algemeen Bestuur
Wethouder S.G.P. Suij (voorzitter) Ontwikkelingen
Plaatsvervangend lid
Wethouder J. de Buck