2024-10-29 a. Tweede begrotingswijziging 2024, bestuursrapportage 2024 en eerste begrotingswijziging 2025 VRZ - ontwerpbesluit
Tekst van het document
Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2025 2026 2027 2028 Totaal Lasten 10.580.309 10.515.813 10.576.136 10.679.151 Saldo van baten en lasten 10.580.309 10.515.813 10.576.136 10.679.151 Mutaties reserves 0 0 0 0 Eindtotaal 10.580.309 10.515.813 10.576.136 10.679.151 In hoofdstuk 2 ‘Financiële begroting en meerjarenraming’ zijn specificaties opgenomen.
58/109
18
1.1.4 Algemene dekkingsmiddelen Wat gaat het kosten: (programma)budget? Begroting: 2025
Begroting: 2026
Begroting: 2027
Begroting: 2028
STR Totaal Lasten -140.000 -187.127 -218.166 -327.126 Totaal Baten -45.068.121 -45.397.480 -46.628.878 -47.125.005 Totaal Saldo van baten en lasten -45.208.121 -45.584.607 -46.847.044 -47.452.131 Totaal Mutaties reserves 0 0 0 0 Eindtotaal -45.208.121 -45.584.607 -46.847.044 -47.452.131 In hoofdstuk 2 ‘Financiële begroting en meerjarenraming’ zijn specificaties opgenomen.
Toelichting Lasten Vacatures gedurende het jaar Er zijn voordelen opgenomen op de lasten voor een bedrag van € 100.000 in verband met de verwachte vacatureruimte gedurende het jaar (natuurlijk verloop). Aan- en verkoop verlofuren (IKB) Er zijn voordelen opgenomen op de lasten voor een bedrag van € 40.000 in verband met een verwacht positief saldo op de aan- en verkoop van verlofuren. Begrotingstekort vanaf 2026 De begroting 2025 is sluitend. De jaren 2026, 2027 en 2028 laten een tekort zien van respectievelijk € 47.127, € 78.166 en € 187.126. Bij de behandeling van de begroting 2025 wordt een besluit gevraagd over de begroting 2025. De meerjarenraming 2026 t/m 2028, behorende bij de begroting 2025, is ter informatie. Het tekort wordt veroorzaakt door enkele, onverwachte structurele tegenvallers in combinatie met de personeelslasten die oplopen in de meerjarenraming. Gezien het feit dat de VRZ dun is georganiseerd en voor een grote opgave staat, wordt primair niet de keuze gemaakt voor een taakstelling. In de loop van 2024 of 2025 of bij het opstellen van de begroting 2026 zal, zo mogelijk, een voorstel worden gedaan voor een oplossing voor het tekort.
Baten Brede doeluitkering rampenbestrijding (BDUR) Het in de begroting 2025 opgenomen bedrag voor de BDUR is gebaseerd op de decembercirculaire 2023 van het ministerie van J&V. Het (basis)bedrag voor 2025 bedraagt € 7.412.795. Door het Rijk is een taakstelling opgenomen in de BDUR vanaf 2025, waardoor de BDUR daalt naar € 7.115.155. In de decembercirculaire 2022 heeft de toekenning plaatsgevonden van extra middelen voor een bedrag van € 1.744.060 in 2024, oplopend naar € 2.232.699 in 2025 en € 2.538.548 in 2026 voor de verdere doorontwikkeling van crisisbeheersing en de daarmee gepaard gaande opgave op het gebied van informatie-gestuurd werken. De besteding van deze middelen is aan deze voorwaarden gebonden, waarbij dit niet mag leiden tot een verlaging van de gemeentelijk bijdragen voor dit doel. De totale BDUR 2025 bedraagt daarmee in 2025 € 9.347.854.
59/109
19
De BDUR-circulaires van het Rijk zijn opgesteld in ‘constante prijzen’. In de begroting is rekening gehouden met de toekenning van loon-en prijscompensatie via de BDUR, die naar verwachting in 2024 en 2025 wordt uitgekeerd. Deze zijn op het moment van schrijven nog niet bekend. In 2024 is een bedrag geraamd van € 100.000 (ca. 1%). In 2025 is een bedrag geraamd van € 200.000 (ca. 2%), samen € 300.000. In totaal bedraagt de raming voor de BDUR vanaf 2025 daarmee € 9.647.854. Ontwikkeling Brede Doeluitkering Rampenbestrijding
Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 na wijziging
Decembercirulaire BDUR 2023 Taakstelling BDUR
7.403.500
7.412.795
7.412.795 -297.640
7.412.795 -274.130
7.412.795 -276.380
7.412.795 -276.380
Totaal BDUR in basis
7.403.500
7.412.795
7.115.155
7.138.665
7.136.415
7.136.415
Extra middelen crisisbeheersing en informatievoorziening
1.406.906
1.744.060
2.232.699
2.538.548
2.538.548
2.538.548
Totaal BDUR inclusief extra specifieke middelen
8.810.406
9.156.855
9.347.854
9.677.213
9.674.963
9.674.963
100.000
100.000 200.000
100.000 200.000
100.000 200.000
100.000 200.000
9.256.855
9.647.854
9.977.213
9.974.963
9.974.963
Indexatie 2024 (raming junicirculaire BDUR)) Indexatie 2025 (raming junicirculaire BDUR)) Totaal BDUR, in prijzen 2025
8.810.406
Gemeentelijke bijdrage (inclusief Bevolkingszorg) Uitgangspunt is de gemeentelijke bijdrage 2024, omdat bij de vaststelling van de begroting 2024 geen besluit is genomen over de oplopende gemeentelijke bijdrage in de meerjarenraming 2025 t/m 2027, behorende bij de begroting 2024. De gemeentelijke bijdrage in 2024 (exclusief maatwerk) bedroeg € 34.056.621. Voor de verdeling van de gemeentelijke bijdrage wordt verwezen naar paragraaf 2.3.5. Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage VRZ
Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028
Programmabegroting 2024 Structurele bijdrage VRZ op basis van begroting 2024 Structurele bijdrage Bevolkingszorg op basis van begroting 2024
33.817.671 238.950
33.817.671 238.950
33.817.671 238.950
33.817.671 238.950
33.817.671 238.950
Totaal gemeentelijke bijdrage incl. bevolkingszorg, basis 2024
34.056.621
34.056.621
34.056.621
34.056.621
34.056.621
VZG-richtlijn 2025 (+ 3,9% samengesteld, loon 4,9% en prijs 2,0% Structurele bijdrage VRZ Structurele bijdrage Bevolkingszorg
0 0
1.318.889 9.319
1.318.889 9.319
1.318.889 9.319
1.318.889 9.319
Totaal VZG-richtlijn 2025
0
1.328.208
1.328.208
1.328.208
1.328.208
Oplopende kapitaallasten t.o.v. begrotingsniveau van € 4,0 mln.
0
0
0
1.233.648
1.719.775
Totaal gemeentelijke bijdrage incl. bevolkingszorg
34.056.621
35.384.829
35.384.829
36.618.477
37.104.604
Maatwerk Correctie gemeente Schouwen-Duiveland, structureel Correctie gemeente Veere 1) periode 2025-2045 Correctie gemeente Sluis 1) periode 2025-2045
-11.000 0 0
-11.000 23.219 23.219
-11.000 23.219 23.219
-11.000 23.219 23.219
-11.000 23.219 23.219
Totaal gemeentelijke bijdrage (incl. bevolkingszorg)
34.045.621
35.420.268
35.420.268
36.653.916
37.140.043
1) Levering bluswater-tankwagens wordt voorzien in 2024, 1e afschrijving vindt dan plaats in 2025 (Annuïteit € 330.000, AT=20 jr. rente 3,5%)
Bijstelling VZG-richtlijn 2025 (+ 3,9%, structureel) € 1.328.208 Voor de compensatie van de loon- en prijsontwikkeling in 2025 via de gemeentelijke bijdrage is in de begroting 2025 de VZG-richtlijn van 3,9% gehanteerd, die is gebaseerd op een loonbijstelling van 4,9% (2/3) en prijsbijstelling van 2,0% (1/3).
60/109
20
Oplopende kapitaallasten vervangingsinvesteringen, vanaf 2027 In de begroting 2024 was nog een verhoging voorzien in 2025 voor oplopende kapitaallasten. Door aanpassingen in de investeringsplanning zijn de kapitaallasten in 2025 lager, waardoor er geen verhoging nodig is. Ook in 2026 wordt er geen verhoging meer voorzien. In de meerjarenraming 2027 t/m 2028 wordt de gemeentelijke bijdrage stapsgewijs verhoogd, gerelateerd aan de uitvoering van het meerjarig investeringsplan.
1.1.5 Onvoorzien Wat gaat het kosten: (programma)budget? Onvoorzien
Begroting: 2025 50.000 50.000 0 50.000
Totaal Lasten Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Eindtotaal
Begroting: 2026 50.000 50.000 0 50.000
Begroting: 2027 50.000 50.000 0 50.000
Begroting: 2028 50.000 50.000 0 50.000
Toelichting Lasten 380 Overige goederen en diensten Onvoorzien De post onvoorzien bedraagt € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven. Voor de risico’s die VRZ loopt wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.
61/109
21
Deel 1.2: De paragrafen 1.2.1 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Onderhoud (brandweer)materieel en - materiaal VRZ werkt voor onderhoud met drie servicecentra, gepositioneerd in Terneuzen (kazerne Koegors), Middelburg (kazerne Stromenweg) en Borssele (kazerne Quistenburg). De servicecentra voeren beheertaken uit op het gebied van grote en kleine voertuigen, bepakkingen, ademlucht, bluskleding etc. Daarnaast wordt een aantal beheertaken centraal uitgevoerd, zoals niet-repressieve kleding, verbindingsmiddelen etc. Deze centrale taken zijn binnen één van de servicecentra gepositioneerd. Onderhoudskosten voertuigen en materiaal (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel) Realisatie Begroting 2024 na 2023 1e wijziging
Programma begroting 2025
Exploitatie
1.743.951
1.481.121
1.383.953
Onderhoud materieel en -materiaal
1.443.564
1.061.121
1.093.453
Tijdelijke verhoging onderhoudsbudget
227.000
348.500
233.000
Onderhoud Maritieme Veiligheid
88.577
71.500
57.500
Investeringsplan Werkplaatsinrichting servicecentra
35.000 35.000
0 0
0 0
Totaal
1.794.141
1.409.621
1.326.453
Het onderhoudsbudget staat onder druk; dit hangt samen met de ouderdom van de activa. Er is de afgelopen jaren (2018 t/m 2023) sprake geweest van hogere onderhoudskosten dan begroot. Het investeringsplan voorziet in de vervanging van veel activa, waardoor de onderhoudskosten mogelijk zouden kunnen dalen. Vervanging van een groot aantal tankautospuiten staat gepland vanaf 2026. De vraag is echter of een daling ook daadwerkelijk gaat plaatsvinden. Naast de ouderdom zijn de complexiteit van materieel (complexe voertuigelektronica) en de prijsontwikkeling van onderdelen/arbeid van invloed op de onderhoudskosten. In 2025 worden (net als in 2024) nog lagere afschrijvingslasten verwacht dan begroot. Het verschil wordt incidenteel ingezet om het onderhoudsbudget voor brandweermaterieel en -materiaal te verhogen. Vervanging van een groot aantal tankautospuiten staat gepland vanaf 2026. Meerjarig Onderhoudsplan (MJOP) Veiligheidsregio Zeeland heeft circa 65 panden in gebruik c.q. in eigendom die preventief onderhoud en onderhoud als gevolg van storingen/defecten vereisen. Gebleken is dat het beschikbare budget al jaren niet toereikend is en dat het ontbreekt aan een gedegen planning. Daar waar gedacht wordt waar het geld het hardst nodig is, gaat het heen. Dit geeft meer nadelen dan voordelen en is onvoldoende beheersbaar, niet even doelmatig en leidt tot ongewenste situaties.
Hierdoor is er structureel sprake van achterstallig onderhoud met als gevolg onveilige situaties zoals onlangs is geconstateerd in de uitgevoerde RI&E en legionella metingen die overschrijdingen laten zien. We voldoen niet aan alle wettelijke eisen én we overschrijden structureel de onderhoudsbudgetten.
62/109
22
In de visie op huisvesting wordt onder andere gesteld dat de huisvesting “doelmatig, uitnodigend en integraal duurzaam” moet zijn. Uitgangspunt voor al onze huisvesting is goede basisvoorzieningen, veiligheid en goed welbevinden. Om dit te borgen wordt er gekeken naar het opzetten van een Meerjarig Onderhoudsplan (MJOP) voor alle panden. Een MJOP beschrijft en calculeert de planmatige acties voor preventief onderhoud op een vastgestelde wijze (NEN2767). De effecten hiervan zijn nog onduidelijk en zijn nog niet verwerkt in de begroting 2025. Dit zal middels aparte besluitvorming in worden gebracht nadat het MJOP gereed is. Onderhoud kantoren VRZ (Middelburg, Goes, Borssele, Terneuzen) We zijn sinds januari 2017 eigenaar van het kantoorgebouw Segeerssingel 10 te Middelburg. Het gebouw plus de verbouwingskosten worden in 25 jaar afgeschreven zonder rekening te houden met een restwaarde. Uiteindelijk resteert de aanschafwaarde van de grond op de balans. De ontwikkelingen met betrekking tot het pand Segeerssingel vragen om heroverweging van in het verleden gemaakte keuzes. Op dit huidige moment vindt onderzoek plaats naar de mogelijke gezamenlijke huisvesting van de GGD, RUD en VRZ. Thans zijn de uitkomsten hiervan nog niet bekend waardoor vooralsnog de onderhoudsbegroting 2024 één op één (excl. indexering) zal worden overgenomen naar 2025.
Onderhoudskosten Segeerssingel 10 (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel) Realisatie Begroting 2024 na 2023 1e wijziging Exploitatie 116.698 88.500 Gebruikers- en eigenaarsonderhoud Segeerssingel 10 Middelburg Kantoormeubilair
Programma begroting 2025 90.200
111.176
83.400
85.000
5.523
5.100
5.200
0
0
0
Investeringsplan
35.912
0
0
Aanpassing Segeerssingel 10
35.912
0
0
Totaal
152.611
88.500
90.200
Aanpassing Segeerssingel 10, vml. GMZ
Naast de Segeerssingel 10 te Middelburg bevinden zich o.a. op de kazernes Middelburg Stromenweg, Goes Oranjeweg, Borssele Quistenburg en Terneuzen Koegors kantoren van VRZ. Ook op een aantal kleinere posten zijn werkruimtes beschikbaar. Onderhoud en vervanging brandweerposten Het eigendom van de brandweerposten en het beheer daarvan is in 2013 niet aan VRZ overgedragen. Voor alle brandweerposten is een verdeling van de verantwoordelijkheid voor het onderhoud afgesproken. Het Algemeen Bestuur heeft hiervoor in 2013 een zogenaamde demarcatielijst vastgesteld. Hierbij geldt dat het (gebruikers)onderhoud van de in de demarcatielijst onder de kolom “VRZ” opgenomen zaken voor rekening komt van VRZ. Grosso modo kan gesteld worden dat de kosten voor onderdelen die wortel- en nagelvast zijn, zijn voor rekening van de gemeenten. De kosten voor de losse inventaris zijn voor rekening van VRZ. De bestaande inventaris is in 2013 ‘omniet’ overgedragen aan VRZ. Voor de vervanging is dus geen financiële ruimte overgedragen. Hiervoor is € 30.000 per jaar voorzien (op het investeringsplan). Afschrijving zal plaatsvinden in 10 jaar.
63/109
23
In de Notitie Huisvesting brandweerposten, die op 1 maart 2018 in het AB is vastgesteld, zijn de uitgangspunten voor oprichting en vervanging vastgesteld. Een nieuwe brandweerpost heeft minimaal twee uitrukdeuren of verlengde diepte. Indien (een) extra deur(en) of verlengde diepte noodzakelijk is/zijn voor regionaal materieel van de basis brandweerzorg, dan zijn de kosten voor: a) individuele gemeente, bij een gelijke situatie; b) alle gemeenten, indien meer uitrukdeur(en) gewenst zijn dan in de huidige situatie; c) als er sprake is van frictiekosten vindt hierover overleg plaats tussen partijen. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten hun maatschappelijk vastgoed voor 2050 verduurzamen. Uitgangspunt is een reductie van 95% van de CO₂-uitstoot en het aardgasvrij maken van gebouwen. De Sectorale Routekaart Gemeentelijk Maatschappelijk Vastgoed bevat de aanpak voor de 36.000 gebouwen die het betreft, een doorrekening van de benodigde middelen en een stappenplan als hulpmiddel om een eigen gemeentelijke portefeuilleroutekaart op te stellen. Onder andere de provincie Zeeland, alsmede de 13 Zeeuwse gemeenten hebben gezamenlijk in de Zeeuwse Regionale Energie Strategie (Zeeuwse RES) hun duurzaamheidsdoelstelling bepaald. In 2023 is met provinciaal subsidiegeld onderzoek gedaan naar de mogelijke duurzaamheidsmaatregelen per brandweerkazerne.
Deze rapporten zijn bekend en gedeeld met de 13 gemeentelijke gebouwenbeheerders. Het is nu aan gemeenten samen met VRZ om dit op te pakken en daarmee de voorbeeldrol van maatschappelijk vastgoed in de energietransitie in te vullen. Onderhoudskosten brandweerposten (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel) Realisatie Begroting 2024 na 2023 1e wijziging Exploitatie 353.985 285.375
Programma begroting 2025 320.171
Gebruikersonderhoud brandweerposten
274.144
203.875
206.700
Tijdelijke verhoging onderhoudsbudget
0
0
29.171
Eigenaarsonderhoud Stadsgewest VlissingenMiddelburg1 Afschrijving kazerne Heinkenszand
79.841
81.500
83.000
0
0
1.300
Investeringsplan
40.581
136.620
388.600
Vervanging inventaris brandweerposten
30.960
30.000
30.600
Investeringsbijdrage kazerne Zierikzee
0
0
65.000
Inventaris kazerne Zierikzee
0
0
90.000
Investeringsbijdrage kazerne Goes-West
0
0
65.000
Inventaris kazerne Goes-West
0
0
78.000
Investeringsbijdrage kazerne Heinkenszand
0
32.500
0
9.621
59.400
0
Investeringsbijdrage kazerne Kloosterzande
0
0
0
Inventaris kazerne Kloosterzande
0
0
60.000
Energiebesparende maatregelen
0
14.720
0
394.566
389.495
708.771
Inventaris kazerne Heinkenszand
1Totaal
1 Na onderzoek is gebleken dat de Stadsgewestelijke Brandweer Middelburg-Vlissingen abusievelijk het volledige onderhoudsbudget,
bedoeld voor zowel het eigenaarsonderhoud en het gebruikersonderhoud, heeft overgedragen aan VRZ. Afgesproken is dat voor het eigenaarsonderhoud jaarlijks tot een bedrag van € 68.000 (2013) in rekening gebracht mag worden bij VRZ. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.
64/109
24
1.2.2 Paragraaf Bedrijfsvoering In het meerjarenbeleidsprogramma 2022-2025 is een aantal thema’s opgenomen voor de ontwikkeling van de bedrijfsvoering. De thema’s zijn gestart en krijgen in 2025 een vervolg. Mens en organisatie Vanuit goed werkgeverschap willen we de thema’s diversiteit, inclusie, duurzame inzetbaarheid en vitaliteit nadrukkelijk deel uit laten maken van een ontwikkelgericht personeelsbeleid. Vanuit het landelijk netwerk veiligheidsregio’s worden tools ontwikkeld om eerdergenoemde thema’s lokaal uit te werken. Komende periode wordt een nieuw functiewaarderingssysteem HR21 geïmplementeerd. De kosten die hieruit voortkomen voor eventuele herinpassing van functies worden in de loop van 2024 zichtbaar. Energiekosten, inflatie en loonontwikkeling De stijging van de energiekosten als gevolg van de oorlog in de Oekraïne heeft in 2022 geleid tot overschrijding op de begrotingsbedragen voor gas- en elektriciteit en brandstof. Over het boekjaar 2022 is nog steeds niet voor alle kazernes een eindafrekening voor energie ontvangen. Hierdoor is het moeilijk een schatting te maken voor de toekomst. Voor 2025 hanteren we trend van de begroting 2024. De huidige cao loopt tot en met april 2024, derhalve is het nog niet bekend welke financiële impact de nieuwe cao heeft op de begroting 2025.
Huisvesting en duurzaamheid Onze medewerkers en vrijwilligers moeten in een veilige, duurzame en aantrekkelijke werkomgeving hun werk doen. Dat betekent dat de kwaliteit van huisvesting op orde moet zijn. Wij constateren dat in een groot aantal gevallen huisvesting niet meer voldoet aan de daaraan te stellen eisen en dat ons jaarlijks beschikbare budget hiervoor structureel tekortschiet. Concreet zijn op vier thema’s investeringen noodzakelijk: • Onderhoudsplanning. Onze gebouwen zijn verouderd en zorgen voor ons als gebruiker voor veel onderhoudskosten. Daarnaast voldoen ze niet aan een veilige en schone werkomgeving conform arbo-eisen. Om een beter in beeld te krijgen laten we onderzoek uitvoeren. Hierna bepalen we met het bestuur het ambitieniveau van het (gebruikers)onderhoud. Daarna wordt duidelijk wat dit betekent voor onze onderhoudskosten. • Duurzaamheid. In 2030 moeten we voldoen aan de landelijke opgave van 49% CO₂ reductie. Hiervoor willen wij een CO₂-ladder op te stellen om de effecten van onze inspanningen op dit terrein te volgen. Dat begint met het (laten) uitvoeren van een nulmeting. Daarnaast elektrificeren we ons wagenpark op een natuurlijk vervangingsmoment, waarvoor we nu de facilitaire infrastructuur met laadpalen realiseren. Gebouwaanpassingen voeren we in samenspraak met de gemeenten uit.
Deels komen deze kosten terecht bij de gemeenten als eigenaar van de gebouwen. • Bouwkundige omgeving. Om te kunnen blijven voldoen aan de eisen voor een aantrekkelijke en veilige werkomgeving voor medewerkers en vrijwilligers zijn inspanningen gewenst. Intern hebben wij gekeken naar de locaties en een lijst opgesteld van locaties die niet meer aan de hedendaagse bouwkundige eisen voldoen. Op basis van de gemaakte afspraken ligt de verantwoordelijkheid hiervoor bij verschillende gemeenten. In een extra bijeenkomst van het algemeen bestuur in februari 2024 wordt het onderwerp huisvesting in brede zin besproken. • De kantoorlocaties. We zijn nog aan het onderzoeken welke aanpassingen in de kantoren en kantoorinrichting nodig zijn om uitvoering te geven aan onze huisvestingsvisie. Door middel van
65/109
25
een gap-analyse wordt in beeld gebracht wat het verschil is tussen de huidige en gewenste situatie. In 2024 met uitloop naar 2025 start op een experiment hiermee, waarbij flexibele inrichting en aanpassingen aan het gebouw een aannemelijke uitkomst zijn. Deze ervaringen kunnen van invloed zijn op de andere kantoorlocaties. De mogelijke financiële vertaling zal in de begroting 2026 worden meegenomen. Informatiegestuurde organisatie In de huidige wereld, waarin technologische ontwikkelingen elkaar in snel tempo opvolgen, is een effectieve informatievoorziening essentieel. Het stelt ons in staat om te anticiperen op veranderingen, besluitvorming te faciliteren en onze processen verder te optimaliseren. De geambieerde transitie naar een informatiegestuurde organisatie vraagt onze informatievoorziening te versterken en de organisatie mee te nemen in tal van nieuwe processen en werkwijzen. De komende jaren bouwen we aan een solide en innovatieve informatievoorziening die de basis vormt voor de groei en ontwikkeling van onze organisatie en ons in staat stelt om veerkrachtig en succesvol te zijn in de digitale toekomst. Versterken van het informatielandschap De doorontwikkeling van de digitale omgeving wordt komende tijd steeds belangrijker. In 2024 en 2025 ontwikkelen we ons informatielandschap door.
De belangrijkste ontwikkelingen zijn: • Vervanging Vakbekwaamheid Management systeem (VMS) Wij maken gebruik van een vakbekwaamheid-systeem om de bekwaamheid van onze operationele medewerkers effectief te registeren en te borgen. De huidige leverancier gaat de doorontwikkeling van het product beëindigen, waardoor we genoodzaakt zijn een nieuw vakbekwaamheid-systeem te verwerven. • Transitie van documentgericht naar zaakgericht werken Komende jaren geven we de documentaire informatievoorziening verder vorm, zodat informatie efficiënt, vindbaar en volgens de juiste richtlijnen en normen wordt opgeslagen Om te zorgen dat informatie duurzaam digitaal toegankelijk blijft, is een aantal veranderingen in onze informatiehuishouding nodig. We gaan van documentgericht naar zaakgericht werken. Dit vraagt naast de implementatie van een nieuw document managementsysteem, procesafspraken, het opzetten van een kwaliteitssysteem en het creëren van bewustzijn bij medewerkers. • Doorontwikkeling van Business Intelligence (BI) Een sterke BI-voorziening is nodig in onze transitie naar een informatiegestuurde organisatie. De komende jaren ontwikkelen we ons datafundament, zodat steeds meer stuur- en verantwoordingsinformatie beschikbaar komt voor het maken van beleid en het realiseren van effectieve besluitvorming.
Het verder ontwikkelen en breed beschikbaar en toepasbaar maken van BI vraagt de komend jaren een uitbreiding van het huidige licentiemodel. • Implementatie van Mobile Device Management (MDM) Veiligheidsregio’s zijn verplicht te voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheden (BIO). De BIO schrijft MDM als belangrijke maatregel voor. De implementatie maakt het mogelijk dat we informatiedragers als telefoons, tablets en laptops centraal kunnen installeren, configureren, beheren en beveiligen. Beheer en exploitatie van MDM vraagt een extra structurele inspanning. Toetreding vitale infrastructuur Het ministerie van J&V heeft een voorgenomen besluit genomen om de Veiligheidsregio onderdeel te maken van de vitale infrastructuur. Toetreding kan grote consequenties hebben voor de gehele breedte van de organisatie. Voor de toetreding tot de vitale infrastructuur is het organiseren van 24/7 monitoring (SOC) en het borgen van incidentrespons (CERT) om de continuïteit van incidentbestrijding en crisisbeheersing te kunnen waarborgen noodzakelijk. Landelijk wordt vanuit
66/109
26
het NIPV een sectorale SOC/CERT vormgegeven waarbij de regio’s naar verwachting vanaf 2025 kunnen aansluiten. De jaarlijkse kosten per regio worden geschat op circa € 300.000. Het is nog niet duidelijk of VRZ hiervoor vanuit het Rijk een financiële tegemoetkoming krijgt. Samenwerking In 2024 voeren we een verkenning uit naar de samenwerking tussen GGD Zeeland, RUD Zeeland en Veiligheidsregio Zeeland. In juli 2024 worden de uitkomsten ter besluitvorming aangeboden aan de algemeen besturen van de drie organisaties. Eventuele kosten zijn ten tijde van het opstellen van de programmabegroting 2025 nog niet inzichtelijk, dit is afhankelijk van de uitkomst en besluitvorming door de algemeen besturen. Rechtmatigheid Vanaf 2023 is het Dagelijks Bestuur wettelijk verplicht een rechtmatigheidsverantwoording af te geven in de jaarrekening. Dit stelt structureel extra rechtmatigheidseisen aan interne beheersing en met name aan de inrichting en toetsing hiervan. Vanuit beoordeling door de accountant is gebleken dat de beschikbare formatie om dit uit te voeren te minimaal is. Om in 2025 te kunnen blijven voldoen aan de extra eisen is structurele formatie-uitbreiding noodzakelijk en daarbij ook budget voor incidentele inhuur als het gaat om complexe onderwerpen.
1.2.3 Paragraaf Financiering Algemeen Het streven naar de optimale financiering van de gemeentelijke inkomsten en uitgaven (op korte en lange termijn) noemen we de treasury-functie. Om deze functie goed uit te voeren, kijken we naar de liquiditeitsontwikkeling van de gemeente en de renteontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt in Nederland. De treasury-functie voeren we uit binnen de normen van de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording), de Wet Fido (Wet Financiering Decentrale Overheden), de Wet HOF (Wet Houdbare Overheids Financiën) en het treasurystatuut. Het treasurybeleid van de VRZ is gericht op de ondersteuning van de uitvoerende werkzaamheden en heeft een risicomijdend en voorzichtig karakter. Uitgangspunten zijn: • Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden; • Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. • De rentelasten van de leningen zoveel mogelijk beperken; • De risico’s die aan de financiële transacties zijn verbonden zoveel mogelijk te beheersen en beperken; het betreft het renterisico’s, koersrisico’s en het debiteuren-/crediteurenrisico; Uitzettingen In 2013 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF).
Deze wet bepaalt onder meer dat Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Daarmee worden de tekorten van gemeenten of provincies door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort, dat volgens de EU-regels niet meer dan 3% mag bedragen (zie 2.3.2 Geprognosticeerd EMU-saldo). Het wetsvoorstel verplicht alle decentrale overheden, dus ook VRZ, om hun overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Het (eventuele) positieve saldo op de bank wordt dagelijks afgeroomd door het ministerie van Financiën in het kader van ‘het
67/109
27
schatkistbankieren’. Een decentrale overheid behoudt, op basis van de wet Fido, de mogelijkheid om leningen te verstrekken en uitzettingen te verrichten uit hoofde van de publieke taak. Deelname aan schatkistbankieren verandert daar niets aan. Financiering Bij financiering gaat het om de vraag hoe we aan financiële en liquide middelen komen (door het aangaan van geldleningen). Om vooral de financieringsrisico’s te beperken staan in de Wet Fido twee instrumenten: de kasgeldlimiet en de rente risiconorm. Kortlopende schulden - kasgeldlimiet Om de renterisico’s op de kortlopende schulden te beheersen is in de wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen. Deze bedraagt voor gemeenschappelijke regelingen maximaal 8,2% van het begrotingstotaal. Berekening kasgeldlimiet Omvang van de begroting op 1 januari 2025 Kasgeldlimiet in procenten van de omvang Kasgeldlimiet in bedrag Opgenomen (kasgeld)leningen < 1 jaar Ruimte
2025 € 45.897.721 8,20% € 3.763.613 €0 € 3.763.613
Langlopende schulden – renterisiconorm Om de renterisico's op de langlopende schuld te beheersen is in de wet Fido de renterisiconorm opgenomen. De renterisiconorm richt op het bedrag aan herfinanciering en het bedrag aan renteherziening. Deze bedraagt voor gemeenschappelijke regelingen maximaal 20% van het begrotingstotaal.
Leningnummer 40.110.820 40.110.839 40.111.707 40.110.883 40.110.882 Totaal Gemiddeld in 2025
Hoofdsom 3.100.000 4.000.000 20.000.000 2.000.000 2.000.000
Leningenportefeuille Looptijd Opnamedatum 25 20-1-2017 15 15-9-2017 17 14-2-2018 15 2-1-2019 15 2-1-2020
Aflossing/jaar 124.000 266.667 1.176.471 133.333 133.333 1.833.804
Rente 1,30% 1,07% 1,22% 1,45% 1,67% 1,26%
Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal Percentage regeling Renterisiconorm
2025 € 45.897.721 20% € 9.179.544
2026 € 46.098.218 20% € 9.219.644
2027 € 47.244.978 20% € 9.448.996
2028 € 47.739.005 20% € 9.547.801
Renteherziening op vaste schuld o/g Aflossingen Renterisico Renterisiconorm Ruimte onder renterisiconorm Overschrijding renterisiconorm
2025 €0 € 1.883.804 € 1.883.804 € 9.179.544 € 7.295.740 €0
2026 €0 € 2.183.804 € 2.183.804 € 9.219.644 € 7.035.840 €0
2027 €0 € 3.583.804 € 3.583.804 € 9.448.996 € 5.865.192 €0
2028 €0 € 4.633.804 € 4.633.804 € 9.547.801 € 4.913.997 €0
68/109
28
Rentevisie De meest specifieke informatie over de rentevisie voor het jaar 2025 komt uit informatie van de Bank Nederlandse Gemeenten. Daarnaast zijn de (kapitaal)marktrentes een belangrijk gegeven omdat ze een beeld geven van de ontwikkeling van de rentes en kunnen dienen als voorspelling van de richting waarin de rente op spaarrekeningen, hypotheken en leningen zal gaan. De 10-jaars rente bij de Bank Nederlandse Gemeenten beweegt bij het opstellen van deze begroting iets boven de 3%. We moeten echter rekening mee houden dat renteverwachtingen moeilijk te voorspellen zijn en afhangen van verschillende factoren, zoals oorlogen, het wel of niet sluitend krijgen van begrotingen van bepaalde Europese landen enz. Derhalve is de rekenrente voor nieuwe leningen vanaf 2025 bepaald op 3,5%. Financieringsbehoefte en ontwikkeling rentelasten 2023
2024
2025
2026
2027
2028
Liquide middelen 1/1
6.276.934
50.234
-3.209.090
-3.274.086
-3.205.596
Investeringsplan Afschrijvingen
-5.556.503 2.808.022
-6.705.100 3.127.538
-15.242.900 3.407.646
-11.180.900 4.294.494
-10.361.500 4.527.951
Mutatie Eigen vermogen Mutatie Voorzieningen Mutatie Overl. passiva met spec. bestedingsdoel
-1.021.258 0 -623.158
-224.800 0 -623.158
-95.938 0 0
-11.300 0 0
-9.200 0 0
Aflossingen bestaande leningen Aflossingen nieuwe leningen
-1.833.804
-1.833.804
-1.833.804 -300.000
-1.833.804 -1.700.000
-1.833.804 -2.750.000
6.276.934
50.234
-6.209.090
-17.274.086
-13.705.596
-13.632.149
0
0
3.000.000
14.000.000
10.500.000
10.400.000
6.276.934
50.234
-3.209.090
-3.274.086
-3.205.596
-3.232.149
0 257.700 257.700
78.100 234.800 312.900
390.600 211.700 602.300
760.400 188.700 949.100
1.036.600 165.700 1.202.300
Liquide middelen 31/12 Financieringsbehoefte (lang) Totaal liquide middelen *) Rente over financieringsbehoefte Rente over lopende leningen Totaal *) Kasgeldlimiet 2025 is € 3.763.613
Voor een toelichting wordt verwezen naar paragraaf 2.3.1 waarin een prognose is opgenomen van de balans 2024 t/m 2028. Renteschema 2025 (taakveld Treasury) Renteschema 2025: a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering b. De externe rentebaten over de korte en lange financiering Saldo rentelasten en rentebaten
-/-
€ € €
312.900 312.900
c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moeten worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
-/-
€
-
-/-
€
-
+/+
€
-
d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
+/+ +/+
€ € €
312.900
e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
-/-
€
312.900
€
-
f.
Renteresultaat op het taakveld Treasury
69/109
29
1.2.4 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risicomanagement is een onderdeel van goed bestuur (Good Governance) en een belangrijk middel om de continuïteit van de organisatie te waarborgen. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 19 december 2013 is de ‘Notitie Risicomanagement en weerstandsvermogen’ vastgesteld. De notitie is ook in 2023 nog steeds actueel. In deze notitie worden de termen risico’s, weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen als volgt gedefinieerd: • •
Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate VRZ in staat is om omvangrijke tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid aanzienlijk moet worden aangepast. Risico’s moeten in dit verband worden gezien als reële, maar niet altijd te meten, bedreigingen die, ook nadat alles in het werk gesteld is om het optreden ervan te voorkomen, of de gevolgen ervan te verminderen, kunnen leiden tot uitgaven die niet begroot zijn.
Naast de interne behoefte om risico’s in beeld te hebben en te beheersen is er ook vanuit het Rijk wetgeving opgelegd omtrent risico’s. In het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) wordt in artikelen 9 en 26 gesteld dat in ieder geval in de begroting en de jaarrekening een paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt opgenomen. In deze paragraaf worden ten minste opgenomen: • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; • een inventarisatie van de risico's; • het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is in artikel 11 BBV omschreven als “de middelen en mogelijkheden waarover een organisatie beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken”. Volgens de ‘Notitie weerstandsvermogen en risicomanagement’ wordt de beschikbare weerstandscapaciteit bepaald aan de hand van de post onvoorzien, de algemene reserve en het onbestemde deel van de bestemmingsreserves. Voor de beoordeling van een dergelijke ratio kan gebruik worden gemaakt van de onderstaande waarderingstabel, welke door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit van Twente is samengesteld. Waardering weerstandcapaciteit A
Waarderingscijfer x≥ 2,0
Betekenis Uitstekend
B
1,4 ≤ x < 2,0
Ruim Voldoende
C
1,0 ≤ x < 1,4
Voldoende
D
0,8 ≤ x < 1,0
Matig
E
0,6 ≤ x < 0,8
Onvoldoende
F
x < 0,6
Ruim onvoldoende
70/109
30
Benodigde weerstandscapaciteit Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen moet de beschikbare weerstandscapaciteit afgezet worden tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De risico’s die VRZ loopt zijn bepalend voor de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit. Om de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen is het noodzakelijk de risico’s te voorzien van een kwantificering van zowel kans als financiële gevolgen. Door de maximale gevolgen van de individuele risico’s bij elkaar op te tellen ontstaat een te negatief oordeel over het weerstandsvermogen. Het is immers vrijwel zeker dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd voor zullen doen. Daarnaast zal niet ieder risico zich daadwerkelijk in de maximale omvang voordoen. Een aantal risico’s is qua omvang en waarschijnlijkheid niet in te schatten. Voor de kans dat een risico optreedt, wordt gewerkt met kansklassen van 10% tot 90%. Kwantiteit 10 %
Referentiebeelden 0 of 1 keer per 10 jaar
Kansklasse 1
30 %
1 keer per 5 – 10 jaar
2
50 %
1 keer per 2 – 5 jaar
3
70 %
1 keer per 1 – 2 jaar
4
90 %
1 keer per jaar of meer
5
Toelichting kansklasse Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het niet waarschijnlijk is dat deze zich in het komende jaar voordoen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s die zich in het komende jaar wel maar ook niet voor kunnen doen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het waarschijnlijk is dat deze zich in het komende jaar zullen voordoen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het zeer waarschijnlijk is dat deze zich in het komende jaar gaan voordoen.
Tien belangrijkste financiële risico’s Veiligheidsregio Zeeland Nr. Risico Maatregel/omschrijving
Klasse
1
Toetreding tot de vitale infrastructuur
4
Financieel gevolg € 210.000
2
Loonstijging door nieuwe CAO
5
€ 247.500
3
Prijsstijgingen door inflatie
5
€ 200.000
Het ministerie van J&V heeft een voorgenomen besluit genomen om de Veiligheidsregio onderdeel te maken van de vitale infrastructuur. Met de toetreding tot de vitale infrastructuur is het organiseren van 24/7 monitoring (Security Operations Centre, SOC) en incidentrespons (Cyber Emergency Response Team, CERT) om de continuïteit van incidentbestrijding en crisisbeheersing te kunnen waarborgen noodzakelijk. Landelijk wordt vanuit het NIPV een sectorale SOC/CERT vormgegeven waarbij de regio’s naar verwachting vanaf 2025 kunnen aansluiten. De jaarlijkse kosten per regio worden geschat op circa € 300.000. Over de dekking vindt nog landelijk overleg plaats. In de begroting 2025 is uitgegaan van een loonkostenstijging van 4,9 %. De werkelijke loonkostenstijging vanaf 1 mei 2024 of een wijziging in de pensioenpremies kan hiervan afwijken. Een nadelig verschil nacalculatorisch van 1% is meegenomen als risico. In de begroting 2024 en 2025 is uitgegaan van een prijsstijging van respectievelijk 5,9% en 2,4% (VZG-norm).
71/109
31
4
Personele ontwikkelingen meldkamer
5
Onderhoud brandweerkazernes
6
Aanval op ICT infrastructuur
7
Prijsstijging op investeringen
8
Extra opleidingen in verband met hogere uitstroom brandweervrijwilligers
9
Hoge onderhoudskosten materieel
10
Schadeclaims PFAS
De werkelijke prijsstijging in 2024 en 2025 kan hiervan afwijken. Een nadelig verschil nacalculatorisch van 1,5% is meegenomen als risico. De ontwikkelingen op de meldkamer met betrekking tot het hoge ziekteverzuim , de structureel benodigde formatie en de mogelijke beperking voor de inzetbaarheid voor 55+ medewerkers in de nachtdiensten, maken dat er mogelijk een uitbreiding van de het structurele budget nodig is. Voor wat betreft het aandeel van de VRZ in de meerkosten geldt een percentage van 26%. Onze gebouwen zijn verouderd en zorgen voor ons als gebruiker voor veel onderhoudskosten. Daarnaast voldoen ze niet aan een veilige en schone werkomgeving conform arbo-eisen. Om een beter in beeld te krijgen laten we onderzoek uitvoeren. Hierna bepalen we met het bestuur het ambitieniveau van het onderhoud. Daarna wordt duidelijk wat dit betekent voor de onderhoudskosten. Ransomware of andere externe aanval op ICT infrastructuur met financiële schade tot gevolg Het meerjarig investeringsplan is opgesteld in prijzen 2025. De investeringsbegroting is in 2024 bijgesteld met 20% en in 2025 met 2%. Door extra prijsstijgingen is het mogelijk dat de geraamde investeringsbudgetten niet voldoende zullen blijken te zijn. Voor sommige vervangingsinvesteringen lijkt 35% meer reëel. De toekomstige kapitaallasten kunnen hierdoor verder oplopen dan nu berekend.
Het vergroten van de beschikbaarheid van vrijwilligers vormt een belangrijk aandachtspunt de komende jaren. Het risico op uitstroom van brandweervrijwilligers mede als gevolg van vergrijzing, groter dan de instroom, brengt extra kosten voor wervingscampagnes en opleidingen mee om de posten op sterkte te houden. Impact is gebaseerd op de inkoop van een extra opleiding Manschap A voor 12 personen ( € 250.000). In de praktijk kunnen dit ook individuele (dag)opleidingen zijn. Vanaf de begroting 2024 zijn al extra leergangen opgenomen. Het onderhoudsbudget staat onder druk; dit hangt o.a. samen met de ouderdom van de activa. Het investeringsplan voorziet in de vervanging van veel activa, waardoor de onderhoudskosten mogelijk kunnen dalen. Vervanging van een groot aantal tankautospuiten staat gepland vanaf 2026. De vraag is echter of een daling ook daadwerkelijk gaat plaatsvinden. Naast de ouderdom zijn de complexiteit van materieel (complexe voertuigelektronica) en de prijsontwikkeling van onderdelen en arbeid van invloed op de onderhoudskosten. Risico op juridische procedures en schadeclaims als gevolg van het gebruik van PFAS houdend blusschuim in het verleden. Als gevolg van het gebruik van PFAS
72/109
5
€ 108.000
4
€ 140.000
2
€ 300.000
4
€ 175.000
4
€ 175.000
4
€ 280.000
3
€ 500.000
32
houdend blusschuim kan VRZ aansprakelijk gesteld worden voor mogelijke hieruit voortvloeiende schade. Totaal van top tien risico’s
€ 2.335.500
Het bovenstaande overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren, met daarbij het maximale financiële gevolg, rekening houdend met de kans van optreden. Beoordeling weerstandsvermogen Onze algemene reserve heeft begin 2023 een saldo van € 1.016.583. De jaarrekening 2023 laat een negatief resultaat zien. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt daarmee naar verwachting: • • • • • •
Algemene reserve Onttrekking 2023 Effect rekening 2023 Onttrekking 2024 Post onvoorzien Totaal
€ 1.016.583 € 116.864 € 475.894 € 200.000 € 50.000 + € 273.825
Op basis van de financieel berekende risico’s is de ratio weerstandsvermogen: Beschikbare weerstandscapaciteit = € 273.825 = 0,12 (ruim onvoldoende) Benodigde weerstandscapaciteit = € 2.335.500 Op basis van de gehanteerde normeringsystematiek door VRZ wordt het weerstandsvermogen van als “ruim onvoldoende” geclassificeerd. Indien risico’s daadwerkelijk (cumulatief) optreden, kan dit mogelijk leiden tot een negatief resultaat en negatief eigen vermogen. In de notitie ‘Risicomanagement en weerstandsvermogen’ is een maximum bepaald aan het aan te houden weerstandsvermogen. In de Gemeenschappelijke regeling 2017 VRZ (art.25) is opgenomen: “Veiligheidsregio Zeeland vormt een reserve ten laste van de gemeentelijke bijdragen aan de uitvoeringskosten tot maximaal 5% van de jaaromzet, inclusief de bijdrage van de deelnemers”. Dat betekent voor 2025 een maximale reserve van 5% van € 45.897.121= € 2.294.886. Kengetallen Begroting 2025 Kengetallen:
Netto schuldquote (NSQ) NSQ gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
2023 2024 Jaarrekening Begroting (na wijz.) 45,20% 45,20% 5,56% 0 Nvt Nvt
55,07% 55,07% 2,52% 0 Nvt Nvt
73/109
2025 Begroting 60,67% 60,67% 1,68% 0 Nvt Nvt
Begroting 2025-2028 2026 2027 MeerjarenMeerjarenraming raming 86,17% 86,17% 0,93% 0 Nvt Nvt
98,53% 98,53% 0,77% 0 Nvt Nvt
2028 Meerjarenraming 109,74% 109,74% 0,66% 0 Nvt Nvt
33
Netto schuldquote Gecorrigeerde NSQ (bedragen x € 1.-) A Vaste schulden (cf art 46 BBV) B Netto vlottende schuld (cf art 48 BBV) C Overlopende Passiva (cf art 49 BBV) Financiele vaste activa Verstrekte leningen D Financiele activa (cf art 36 lid b,c,d,e, en f) E Uitzettingen <1jaar (cf art 39 BBV) F Liquide middelen (cf art 40 BBV) G Overlopende Activa (cf art 40a BBV) H Totale Baten (exclusief mutaties res) (cf art 17 lid C)
2023 2024 Jaarrekening Begroting (na wijz.) 21.940.314 21.436.239 4.316.899 4.316.899 1.444.891 821.734 0 0 0 0 0 0 8.358.517 2.131.816 10.387 10.387 525.810 525.810 41.606.346 43.413.410 45,20%
55,07%
2025 Begroting 22.602.435 4.316.899 198.576 0 0 0 -1.127.507 10.387 525.810 45.672.921
2026 Meerjarenraming 34.468.631 4.316.899 198.576 0 0 0 -1.192.503 10.387 525.810 46.002.280
2027 Meerjarenraming 41.434.827 4.316.899 198.576 0 0 0 -1.124.013 10.387 525.810 47.233.678
2028 Meerjarenraming 47.251.023 4.316.899 198.576 0 0 0 -1.150.566 10.387 525.810 47.729.805
60,67%
86,17%
98,53%
109,74%
De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van VRZ ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is voor VRZ gelijk aan de netto schuldquote. Solvabiliteitsratio Solvabiliteitsratio (bedragen x € 1.-) A Eigen vermogen (cf art 42 BBV) B Balanstotaal
2023 2024 Jaarrekening Begroting (na wijz.) 1.708.841 687.583 30.740.674 27.262.454 5,56% 2,52%
2025 Begroting
2026 2027 2028 MeerjarenMeerjarenMeerjarenraming raming raming 462.783 366.845 355.545 346.345 27.580.693 39.350.951 46.305.847 52.112.843 1,68% 0,93% 0,77% 0,66%
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin VRZ in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van VRZ bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan of de structurele lasten gedekt worden door structurele baten en de exploitatie hiermee in evenwicht is. VRZ heeft in de meerjarenraming een verhoging van de gemeentelijke bijdrage voorzien die verband houdt met oplopende kapitaallasten (zie 2.3.4) . De structurele exploitatieruimte bedraagt daarom € 0.
1.2.5 Paragraaf Verbonden partijen Verbonden partijen zijn in het ‘Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten’ gedefinieerd als: privaat- of publiekrechtelijke organen, waarin de provincie of gemeente c.q. de gemeenschappelijke regeling een bestuurlijk en financieel belang heeft. VRZ kent geen verbonden partijen.
74/109
34
Hoofdstuk 2: Financiële begroting en meerjarenraming
75/109
35
Deel 2.1: Uitgangspunten voor de begroting Begroting en meerjarenraming De begroting 2025 en de meerjarenraming 2026 t/m 2028 zijn opgesteld in ‘constante prijzen 2025’. Dat wil zeggen, er is voor zowel de lasten als de baten (o.a. gemeentelijke bijdrage en Brede Doeluitkering Rampenbestrijding) geen rekening gehouden met loon- en prijsbijstellingen vanaf 2026. Loon- en prijscompensatie (baten) Bijdrage deelnemende gemeenten Voor de compensatie van de loon- en prijsontwikkeling in 2025 via de gemeentelijke bijdrage is in de begroting 2025 de VZG-richtlijn van 3,9% gehanteerd, die is gebaseerd op een loonbijstelling van 3,9% (2/3) en prijsbijstelling van 2% (1/3). Deze percentages zijn gebaseerd op de prognose van het percentage overheidsconsumptie beloning werknemers (4,9%) en overheidsconsumptie materieel (2%), welke zijn gepubliceerd in de Macro Economische Verkenning (MEV) 2024. Jaarlijks beoordeelt de VZG in maart op basis van de cijfers in het Centraal Economisch Plan (CEP) of tussentijdse bijstelling van de VZG-richtlijn noodzakelijk is. Loonbijstelling VZG-richtlijn 2025
+ 4,9 %
Prijsbijstelling + 2,0 %
Gewogen gemiddelde loon- en prijsbijstelling + 3,9 %
De nieuwe systematiek voor de ‘VZG-indexatierichtlijn’ is van toepassing vanaf het jaar 2024. In de nieuwe systematiek wordt gebruik gemaakt van nacalculatie. De nacalculatie over de richtlijn 2025 vindt plaats in het jaar 2027 en wordt in de ‘VZG-indexatierichtlijn’ van 2029 verwerkt. Brede doeluitkering rampenbestrijding (BDUR) De raming van de BDUR is gebaseerd op de decembercirculaire 2023. Er is rekening gehouden met toekenningen van loon-en prijscompensatie in de BDUR, die naar verwachting in 2024 en 2025 zullen worden uitgekeerd. Deze zijn nu nog niet bekend. In 2024 is een bedrag geraamd van € 100.000 (ca. 1%). In 2025 is een bedrag geraamd van € 200.000 (ca. 2%), samen € 300.000. Loonkosten Veiligheidsregio’s hebben een eigen CAO. De Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) onderhandelt hierover met de vakbonden in het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (LOAV). De huidige CAO loopt tot 1 mei 2024. Uitgangspunt voor de ramingen van de loonkosten zijn de geldende loontabellen per 1 januari 2023 en de werkgeverspremies per 1 januari 2024, verhoogd met de loonstijging volgens de VZG-richtlijn 2025 van 4,9 %.
Formatieplaatsen zijn begroot tegen de werkelijk te verwachten salarislasten, waarbij rekening is gehouden met ‘normale doorgroei in het salarisgebouw’ en de doorgroei naar uitloopschalen (na 5 jaar beloning in het maximum van de functieschaal). Vacatures worden begroot op trede 6 van de functieschaal. Het Individueel Keuzebudget (IKB) is een budget in geld dat elke medewerker maandelijks flexibel kan inzetten voor door hem gekozen doelen. Het IKB bedraagt vanaf 1 januari 2023 18,63%. Dat is de
76/109
36
optelsom van 8,33% eindejaarsuitkering, 8% vakantietoeslag, 1,5% levensloopbijdrage en 0,8% aan (omgerekend) bovenwettelijk verlof. Inflatiecorrectie Voor de prijsontwikkeling (lasten) is rekening gehouden met de VZG-richtlijn 2025 van 2%. Kapitaallasten De afschrijvingslasten van de activa in de begroting 2025 zijn gebaseerd op de staat van activa eind 2023 en het investeringsplan 2024 t/m 2028. De (maximale) afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de ‘Nota Investeren, activeren, waardering en afschrijving van vaste activa 2023’ van VRZ. De afschrijvingstabel geeft invulling aan de betreffende uitgangspunten uit de nota investeren, waardering en afschrijving. De genoemde termijnen zijn maximale termijnen, richtinggevend en niet bindend. Wanneer wordt afgeweken van de aangegeven afschrijvingstermijnen is dit een onderdeel van het investeringsbesluit. De tabel is niet limitatief en kan aangevuld worden met nieuwe soorten activa en hun maximale afschrijvingstermijnen. a. b. c.
d. e.
f.
g. h. i. j. k. l.
maximaal 40 jaar: nieuwbouw bedrijfsgebouwen; maximaal 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop bedrijfsgebouwen, groot gereedschap, vaartuigen S&R (model KNRM); maximaal 20 jaar: liften, haakarmvoertuigen, dompelpompunits/watertransportsystemen, redvoertuigen na (midlife) revisie, (haakarm)containers, hulpverleningsvoertuigen, waterwagens, ademluchtcilinders; maximaal 17 jaar: tankautospuiten, bepakking tankautospuiten; maximaal 15 jaar: nieuwbouw tijdelijke bedrijfsgebouwen, dakbedekking, luchtbehandelingsinstallaties, cv-installaties, elektrische installaties (gebouwen), productiemachines en/of apparatuur, vaartuigen, redvoertuigen (hoogwerkers en autoladders); maximaal 10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen, verbindingen, overige elektrische installaties, kantoormeubilair, groot onderhoud bedrijfsgebouwen, kozijnen, netwerkbekabeling, glasvezelverbinding, verlichtingsvoorzieningen, hydraulische redmiddelen, ademluchtvulstations, klim- en hijsmiddelen, valbeveiliging, personen- en materiaalbussen, personenauto’s, aanhangwagens, (test) ademluchtapparatuur, kleding jeugdbrandweer, bluspakken, blushelmen, gaspakken, vuilwerkpakken, zaagkleding, redvesten, survivalsuits, kettingzagen, aggregaten, duikapparatuur/materiaal, stralingsmeetapparatuur; maximaal 8 jaar: hefmiddelen, CO-meetapparatuur, explosiemeetapparatuur, handlampen oplaadbaar, vluchtmaskers,
paxtassen/AED’s; maximaal 7 jaar:, warmtebeeldcamera’s, portofoons/mobilofoons, airbaghoezen; maximaal 5 jaar: lichte motorvoertuigen, software, alarmontvangers/pagers, laarzen en handschoenen; maximaal 4 jaar: apparatuur t.b.v. kantoorautomatisering; maximaal 2 jaar: (mobiele) telefoons; niet: gronden en terreinen.
In het eerste jaar na ingebruikname van een actief (1e jaar van afschrijving) wordt 100% van de afschrijving berekend. Bij het berekenen van de afschrijvingen wordt rekening gehouden met een reële restwaarde. In de praktijk gebeurt dit dat alleen bij voertuigen.
77/109
37
Voor het aantrekken van nieuwe langlopende financiering is rekening gehouden met een rente van 3,5%. Voor de omvang van de financieringsbehoefte wordt verwezen naar de paragraaf financiering. Voor kortlopende financiering is rekening gehouden met een rente van 1,5%. Vennootschapsbelasting Met ingang van 1 januari 2016 zijn overheidsondernemingen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (hierna: Vpb). De activiteiten zijn onderworpen aan de Vpb, indien en voor zover zij een onderneming drijven. Een (cluster van) activiteit (en) vormt een onderneming voor de Vpb wanneer aan de volgende drie cumulatieve criteria wordt voldaan. 1. er is sprake van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid, en; 2. er is sprake van deelname aan het economisch verkeer, en; 3. er wordt winst beoogd (het winstoogmerk wordt geacht reeds aanwezig te zijn indien structureel overschotten worden behaald of als incidenteel overschotten worden behaald en in concurrentie wordt getreden). In 2017 is met de Belastingdienst overeengekomen dat VRZ geen activiteiten uitvoert die vpb-plichtig zijn. Jaarlijks beoordeelt VRZ intern of dit nog steeds het geval is. Onvoorzien De post onvoorzien bedraagt € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van nieuwe, structurele uitgaven.
78/109
38
Deel 2.2: Overzicht van baten en lasten en de toelichting 2.2.1 Totaaloverzicht op economische categorie, inclusief meerjarenraming
Saldo van baten en lasten Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden Mutaties reserves Baten 710 Mutaties reserves Eindtotaal
Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2025 2026 2027 2028 224.800 95.938 11.300 9.200 45.897.721 46.098.218 47.244.978 47.739.005 27.477.900 27.603.900 27.635.600 27.752.930 161.700 161.700 161.700 161.700 48.800 48.800 48.800 48.800 13.364.543 12.903.732 12.789.444 12.681.584 934.700 900.500 896.200 894.100 469.640 469.640 469.640 469.640 312.900 602.300 949.100 1.202.300 3.127.538 3.407.646 4.294.494 4.527.951 -45.672.921 -46.002.280 -47.233.678 -47.729.805 -19.600 -19.600 -19.600 -19.600 -309.200 -309.200 -309.200 -309.200 -9.647.854 -9.977.213 -9.974.963 -9.974.963 -35.420.267 -35.420.267 -36.653.915 -37.150.042 -276.000 -276.000 -276.000 -276.000 -224.800 -95.938 -11.300 -9.200 -224.800 -95.938 -11.300 -9.200 -224.800 -95.938 -11.300 -9.200 0 0 0 0
2.2.2 Totaaloverzicht per programma, inclusief meerjarenraming Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2025 2026 2027 2028 224.800 95.938 11.300 9.200
Saldo van baten en lasten Lasten 1 Programma Toekomstbestendige brandweerzorg
45.897.721 46.098.218 47.244.978 47.739.005 29.048.254 29.001.534 30.081.050 30.564.822
2 Programma Voorbereide crisisorganisatie
6.359.158
3 Overhead / bedrijfsvoering
10.580.309 10.515.813 10.576.136 10.679.151
4 Algemene dekkingsmiddelen 5 Onvoorzien
-140.000 50.000
Baten
6.717.998 -187.127 50.000
6.755.958 -218.166 50.000
6.772.158 -327.126 50.000
-45.672.921 -46.002.280 -47.233.678 -47.729.805 1 Programma Toekomstbestendige brandweerzorg 2 Programma Voorbereide crisisorganisatie 3 Overhead / bedrijfsvoering 4 Algemene dekkingsmiddelen
-384.200 -220.600
-384.200 -220.600
-384.200 -220.600
-384.200 -220.600
0 0 0 0 -45.068.121 -45.397.480 -46.628.878 -47.125.005
5 Onvoorzien Mutaties Reserves Eindtotaal
79/109
0 -224.800
0 -95.938
0 -11.300
0 -9.200
0
0
0
0
39
2.2.3 Specificatie per programma naar economische categorie, inclusief meerjarenraming Saldo van baten en lasten 1. Programma Toekomstbestendige brandweerzorg Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 2. Programma Voorbereide crisisorganisatie Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 3. Overhead en kostentoerekening Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen 4. Algemene dekkingsmiddelen Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 380 Overige goederen en diensten Baten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 5. Onvoorzien Lasten 380 Overige goederen en diensten Mutaties Reserves 1.
Programma Toekomstbestendige brandweerzorg Baten 710 Mutaties reserves Eindtotaal
80/109
Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2025 2026 2027 2028 224.800 95.938 11.300 9.200 28.664.054 28.617.334 29.696.850 30.180.622 29.048.254 29.001.534 30.081.050 30.564.822 16.718.200 16.776.900 16.788.100 16.819.830 150.500 150.500 150.500 150.500 8.326.224 7.771.691 7.668.842 7.665.842 652.100 617.900 613.600 611.500 139.900 139.900 139.900 139.900 275.800 534.100 870.000 1.097.300 2.785.530 3.010.543 3.850.108 4.079.950 -384.200 -384.200 -384.200 -384.200 -309.200 -309.200 -309.200 -309.200 -75.000 -75.000 -75.000 -75.000 6.138.558 6.497.398 6.535.358 6.551.558 6.359.158 6.717.998 6.755.958 6.772.158 3.864.000 3.891.500 3.894.400 3.912.200 32.600 32.600 32.600 32.600 1.993.171 2.271.494 2.286.094 2.290.194 247.600 247.600 247.600 247.600 183.500 183.500 183.500 183.500 6.900 17.200 29.400 23.700 31.387 74.104 82.364 82.364 -220.600 -220.600 -220.600 -220.600 -19.600 -19.600 -19.600 -19.600 -201.000 -201.000 -201.000 -201.000 10.580.309 10.515.813 10.576.136 10.679.151 10.580.309 10.515.813 10.576.136 10.679.151 7.035.700 7.075.500 7.093.100 7.160.900 11.200 11.200 11.200 11.200 16.200 16.200 16.200 16.200 2.995.148 2.857.674 2.862.674 2.862.674 35.000 35.000 35.000 35.000 146.240 146.240 146.240 146.240 30.200 51.000 49.700 81.300 310.621 322.999 362.022 365.637 -45.208.121 -45.584.607 -46.847.044 -47.452.131 -140.000 -187.127 -218.166 -327.126 -140.000 -140.000
-140.000 -140.000 0 -47.127 -78.166 -187.126 -45.068.121 -45.397.480 -46.628.878 -47.125.005 -9.647.854 -9.977.213 -9.974.963 -9.974.963 -35.420.267 -35.420.267 -36.653.915 -37.150.042 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 -224.800 -95.938 -11.300 -9.200 -224.800 -95.938 -11.300 -9.200 -224.800 -95.938 -11.300 -9.200 -224.800 -95.938 -11.300 -9.200 0 0 0 0
40
2.2.4 Overzicht met vergelijkende cijfers uit de concept-jaarrekening 2023 en de begroting 2024 Jaarrekening: 2023 * Saldo van baten en lasten 1. Programma Toekomstbestendige brandweerzorg Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 720 Mutaties voorzieningen 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 360 Huren 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 2. Programma Voorbereide crisisorganisatie Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 720 Mutaties voorzieningen 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 3. Overhead / bedrijfsvoering Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 720 Mutaties voorzieningen 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 510 Rente
81/109
1.139.099 28.497.219 29.033.835 16.029.492 158.409 92.732 8.037.443 618.892 86.727 235.869 876.524 2.897.747 -536.617 -48.969 -500 -412.148 -75.000 5.154.139 4.132.826 2.859.974 84.683 754.382 232.365 149.014 648 26.778 24.982 1.021.313 -16.808 -13.194 1.246.315 -195.000 9.265.242 9.578.785 6.195.425 9.736 255.092 2.551.164 34.562 163.561 24.373 89.115 255.757 -313.543 -16.643 -2.213 -294.687
Begroting: 2024
Begroting: 2025
290.700 27.589.720 28.150.720 16.070.850 147.600 302.800 7.721.374 614.100 245.238 289.400 0 2.759.358 -561.000 0 0 -285.000 -276.000 5.939.463 5.958.163 3.209.983 32.600 2.267.947 237.480 179.000 2.900 0 28.253 -18.700 -18.700 0 0 0 9.625.227 9.625.227 6.525.449 11.000 5.200 2.662.923 35.000 62.500 36.000 0 287.155 0 0 0 0
224.800 28.664.054 29.048.254 16.718.200 150.500 0 8.326.224 652.100 139.900 275.800 0 2.785.530 -384.200 0 0 -309.200 -75.000 6.138.558 6.359.158 3.864.000 32.600 1.993.171 247.600 183.500 6.900 0 31.387 -220.600 -19.600 0 0 -201.000 10.580.309 10.580.309 7.035.700 11.200 16.200 2.995.148 35.000 146.240 30.200 0 310.621 0 0 0 0