2024-10-29 a. Tweede begrotingswijziging 2024, bestuursrapportage 2024 en eerste begrotingswijziging 2025 VRZ - ontwerpbesluit
Tekst van het document
Vanuit de ervaringen met deze tijdelijke opstelling wordt bekeken of in de toekomst een vaste opstelling haalbaar is.
1
Veiligheidsregio’s: Haaglanden, Hollands Midden, Rotterdam-Rijnmond, Zuid-Holland Zuid en Zeeland.
30/109
2
Adviesaanvragen -
-
-
De hoeveelheid adviesaanvragen brandveiligheid was in het eerste halfjaar meer dan de geraamde aantallen. Door invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 zijn eind 2023 (onder de toenmalige regelgeving) nog veel vergunningsaanvragen binnengekomen. Een nieuwe risicogerichte systematiek voor de meerjarige controleplanning, het Risico Afwegingsmodel Toezicht (RAT) is per 1 januari 2024 in werking getreden. Dit heeft in de opstartfase geleid tot meer controles omdat de juiste risico’s nog niet voor elk pand waren bepaald en dus nog niet in de juiste controlecyclus waren ingeregeld. Het aantal adviesaanvragen omgevingsveiligheid is toegenomen onder meer door de energietransitie en de extra aandacht voor klimaat en vitale infrastructuur.
Programma voorbereide crisisorganisatie De formatie van team Crisisbeheersing is conform het realisatieplan ‘een voorbereide Crisisorganisatie’ in de eerste helft van 2024 uitgebreid (5 Fte). Desondanks lopen de uitgaven op dit moment achter met de geraamde bestedingen. Deels doordat we nu eerst inzetten op formatieuitbreiding en deels vanwege afhankelijkheid van landelijke ontwikkelingen zoals KCR2 (Knooppunt Coördinatie Regio's/Rijk) en de eisen die dit aan ons als veiligheidsregio gaat stellen. De verantwoording van de besteding van de BDUR-gelden moet immers aansluiten bij de hierbij door het rijk aangegeven doelstellingen en kunnen niet vrij worden besteed voor andere uitgaven dan versterking crisisbeheersing. Dit heeft geen financiële impact voor de gemeenten.
Mens en organisatie Ontwikkelingen gemeentefonds en effecten Hoofdlijnenakkoord Kijkend naar de komende jaren, zien we de volgende ontwikkelingen: de korting op het gemeentefonds en de financiële effecten van het Hoofdlijnenakkoord 2024 – 2028 van PVV, VVD, NSC en BBB. In de toekomst zal duidelijk worden wat dit gaat betekenen voor onze financiën. Cao veiligheidsregio’s Na bekrachtiging door het bestuur van de werkgeversvereniging is op 28 juni is een definitief akkoord op de nieuwe arbeidsvoorwaarden bereikt. Per 1 mei wijzigt de cao Veiligheidsregio’s als volgt: • • • •
Looptijd cao van 15 maanden, van 1 mei 2024 tot 1 augustus 2025 Salarisstijging van 6,4% Er is een kapstokartikel opgenomen dat werkgevers verplicht stelt een integraal beleid op te stellen voor duurzame inzetbaarheid Toevoeging ‘groene’ arbeidsvoorwaarden aan mogelijkheden uitruilen IKB en gelijke stagevergoeding
Functiewaarderingssysteem Alle functies zijn omschreven en in concept ingedeeld in het nieuwe functiehuis. Na instemming van verschillende gremia wordt naar verwachting in het laatste kwartaal van 2024 het nieuwe functiehuis vastgesteld en wordt eind 2024 het project afgerond. Nog niet duidelijk is wat het structureel effect van de overgang op het nieuwe functiewaarderingssysteem is. Dit is eind 2024/begin 2025 bekend. Microsoft Office365 licenties In 2024 worden de Microsoft Office365 licenties aanbesteed in verband met het aflopende contract. Uit de eerste uitkomsten van deze aanbesteding blijkt dat de licentiekosten structureel gaan stijgen. Daarnaast willen we voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en de nieuwe NIS2-richtlijn voor een verzwaring van de benodigde licenties. Alle overheden moeten hieraan 31/109
3
voldoen. Bij gelijkblijvend beleid zal het structurele nadelig effect hierdoor oplopen tot €250.000 in 2027. De kosten voor 2024 kunnen binnen de huidige begroting gedekt worden.
32/109
4
1e Begrotingswijziging 2025
14-8-2024
33/109
Inleiding 1e begrotingswijziging 2025 De programmabegroting 2025 is opgesteld in februari/maart 2024. Dit is het startpunt voor de 1e begrotingswijziging 2025. In deze 1e begrotingswijziging 2025 worden de volgende mutaties voorgesteld: 1. Verwerking van de effecten op de lasten van de cao Veiligheidsregio’s 2024 (+6,4% van 1-5-2024 tot 1-8-2025); 2. Verhoging gemeentelijke bijdrage 2025 op basis van de bijgestelde VZG-richtlijn 2024 (+1,3%); 3. Verhoging BDUR 2025 op basis van de junicirculaire 2024; 4. Verlaging regionale bijdrage voor één gemeente n.a.v. interne controle (- € 367). Hier tegenover staat een verhoging van € 367 verdeeld op basis van de OOV-sleutel. Som van B2025: Begroting 2025 Rijlabels Lasten 1. Programma Een toekomstbestendige brandweerzorg 2. Programma Een voorbereide crisisorganisatie 3. Overhead/ bedrijfsvoering 4. Algemene dekkingsmiddelen 5. Onvoorzien Baten 1. Programma Een toekomstbestendige brandweerzorg 2. Programma Een voorbereide crisisorganisatie 4. Algemene dekkingsmiddelen Mutatie reserves 1. Programma Een toekomstbestendige brandweerzorg 4. Algemene dekkingsmiddelen Eindtotaal
Kolomlabels Begroting 2025 BW2025-1 Eindtotaal 45.897.721 996.710 46.894.431 29.048.254 603.310 29.651.564 6.359.158 144.800 6.503.958 10.580.309 248.600 10.828.909 -140.000 -140.000 50.000 50.000 -45.672.921 -996.710 -46.669.631 -384.200 -384.200 -220.600 -220.600 -45.068.121 -996.710 -46.064.831 -224.800 -224.800 -224.800 -224.800 0 0 0 0 0
34/109
2
Gevraagd besluit Lasten In te stemmen met de wijzigingen op programma-niveau conform bovenstaand overzicht. De geraamde lasten nemen in 2025 met € 996.710 toe. Het betreft een stijging van de loonkosten als gevolg van de CAO Veiligheidsregio’s. Een meer uitgebreide toelichting op hoofdlijnen is opgenomen in dit document. Baten In te stemmen met de wijzigingen op programma-niveau conform bovenstaand overzicht. De geraamde baten nemen in 2025 met € 996.710 toe. Het effect van de loon- en prijsbijstelling in de junicirculaire BDUR 2024 ten opzichte van de begroting 2025 is € 578.288 voordelig. De Vereniging Zeeuwse Gemeenten (VZG) heeft de loon- en prijscompensatie in 2024 verhoogd met 1,3% dat overeenkomt met een bedrag van € 418.422. Naar aanleiding van onze interne controle is een correctie gedaan op de doorberekende regionale bijdrage aan één gemeente zoals opgenomen in de programmabegroting 2025 van - € 367. Dit bedrag wordt vervolgens weer herverdeeld middels de OOV-sleutel (lokale bijdrage). Op VRZ totaalniveau is dit een neutrale wijziging. Het betreft wel een herverdeeleffect voor de gemeentelijke bijdrage per gemeente. Procedure De gemeentelijke bijdrage 2025 wijzigt. De aanpassing van de begroting vraagt daarom een zienswijzeprocedure langs de gemeenteraden.
Definitieve vaststelling van deze 1e begrotingswijziging 2025 kan plaatsvinden in de vergadering van het Algemeen Bestuur op 12 december 2024.
35/109
3
Ontwikkeling exploitatieresultaat, mutaties op hoofdlijnen Som van B2025: Begroting 2025 Rijlabels Lasten 110 Salarissen en sociale lasten (Lasten) 210 Belastingen (Lasten) 351 Ingeleend personeel (Lasten) 380 Overige goederen en diensten (Lasten) 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen (Lasten) 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden (Lasten) 510 Rente (Lasten) 730 Afschrijvingen (Lasten) Baten 352 Uitgeleend personeel (Baten) 380 Overige goederen en diensten (Baten) 431 Inkomensoverdrachten - Rijk (Baten) 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten (Baten) 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden (Baten) Mutatie reserves 710 Mutaties reserves (Baten) Eindtotaal
Kolomlabels Begroting 2025 BW2025-1 Eindtotaal 45.897.721 996.710 46.894.431 27.477.900 964.810 28.442.710 161.700 161.700 48.800 48.800 13.364.543 13.364.543 934.700 31.900 966.600 469.640 469.640 312.900 312.900 3.127.538 3.127.538 -45.672.921 -996.710 -46.669.631 -19.600 -19.600 -309.200 -309.200 -9.647.854 -578.288 -10.226.142 -35.420.267 -418.422 -35.838.689 -276.000 -276.000 -224.800 -224.800 -224.800 -224.800 0 0 0
36/109
4
Toelichting Lasten 110 Salarissen en sociale lasten
€ 964.443 N
CAO 1-5-2024 t/m 1-8-2025 (structureel) Op basis van het onderhandelingsresultaat cao, waarin men het eens is geworden over een loonstijging van 6,4% voor de periode 1-5-2024 tot 1-8-2025, worden er meerkosten verwacht voor de loonkosten. De cao is van toepassing op de ambtenarensalarissen en vrijwilligersvergoedingen. 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen
€ 31.900 N
CAO 1-5-2024 t/m 1-8-2025 (structureel) € 31.900 N Op basis van het onderhandelingsresultaat cao, waarin men het eens is geworden over een loonstijging van 6,4% voor de periode 1-5-2024 tot 1-8-2025, worden er meerkosten verwacht voor de loonkosten. De cao is van toepassing op de salarissen van de (brandweer)centralisten en de calamiteitencoördinatoren bij het Operationeel Centrum Brandweer VR-en (OCB) in Bergen op Zoom.
Baten 431 Inkomensoverdrachten – Rijk
€ 578.288 V
BDUR-uitkering (structureel) Het betreft het effect van de loon- en prijsbijstelling in de junicirculaire BDUR 2024 ten opzichte van de begroting. 431 Inkomensoverdrachten – gemeenten
€ 418.422 V
Gemeentelijke bijdrage (structureel) De Vereniging Zeeuwse Gemeenten (VZG) heeft de loon- en prijscompensatie in 2024 verhoogd met 1,3%. Het effect bedraagt € 418.422. De verhoging wordt verdeeld op basis van de berekenwijze van de gemeentelijke bijdrage zoals is gebruikt in de programmabegroting 2025 (zie volgende pagina).
37/109
5
OOV 2025 2025 *)
€
84,44
7 3 4 2 2 5 5 9 10 9 7 10 1 €
75.166,66
20.490 43.627 27.850 13.233 55.068 6.952 22.648 35.209 23.564 56.280 25.916 16.480 49.012 €
5,39
noo W n te im ru
3.291 5.861 3.247 1.831 6.221 1.376 3.147 5.844 3.785 5.883 3.530 3.691 4.734
s ng vi ge m en O ess r ad eid th ch di le ka Lo m ru nt ce ctie n fu
Gewicht
> en rn Ke 500
en ss re ad sijf dr Be en g in ig st ve Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen
3.485 28.246 7.343 3.983 46.081 1.715 5.036 11.352 8.438 25.096 6.066 5.557 48.272 €
18,26
€
10.756 20.409 14.341 6.026 25.758 6.833 9.721 23.026 19.176 28.486 12.280 15.878 24.479
€ € € € € € € € € € € € €
Gewicht* Maatstaf 1.581.763 2.616.677 1.663.855 787.178 3.259.429 944.278 1.401.139 2.859.250 2.428.517 3.533.497 1.763.846 2.144.706 2.994.289
56,12
€
27.978.423
2025 in % 5,65% 9,35% 5,95% 2,81% 11,65% 3,38% 5,01% 10,22% 8,68% 12,63% 6,30% 7,67% 10,70% 100,00%
* Septembercirculaire Gemeentefonds 2023, jaarschijf 2025
38/109
6
Bijdrage aan Veiligheidsregio Zeeland 2025 Gemeente
BW2025-1
Totaal 2025
2026
2027
2028
Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen
2.063.464 3.383.119 2.229.058 1.027.267 4.033.542 1.084.903 1.821.351 3.552.986 2.943.010 4.721.164 2.323.958 2.558.341 3.678.106
23.931 39.466 26.033 12.167 49.560 12.910 21.577 41.689 34.230 54.387 26.749 30.064 45.659
2.087.394 3.422.585 2.255.091 1.039.434 4.083.101 1.097.813 1.842.928 3.594.675 2.977.240 4.775.550 2.350.707 2.588.405 3.723.766
2.087.394 3.422.585 2.255.091 1.039.434 4.083.101 1.097.813 1.842.928 3.594.675 2.977.240 4.775.550 2.350.707 2.588.405 3.723.766
2.157.139 3.537.962 2.328.455 1.074.143 4.226.819 1.139.448 1.904.708 3.720.747 3.084.320 4.931.352 2.428.480 2.682.971 3.855.792
2.184.622 3.583.427 2.357.365 1.087.821 4.283.452 1.155.855 1.929.053 3.770.427 3.126.516 4.992.747 2.459.127 2.720.236 3.907.818
Totaal
35.420.267
418.422
35.838.689
35.838.689
37.072.337
37.558.464
1.374.645
1.374.645
2.608.293
3.094.420
Verschil met 2024
39/109
7
Bijlage 1: Overzicht van lasten en baten, per programma en economische categorie Som van B2025: Begroting 2025 Rijlabels 1. Programma Een toekomstbestendige brandweerzorg Lasten 110 Salarissen en sociale lasten (Lasten) 210 Belastingen (Lasten) 351 Ingeleend personeel (Lasten) 380 Overige goederen en diensten (Lasten) 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen (Lasten) 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden (Lasten) 510 Rente (Lasten) 730 Afschrijvingen (Lasten) Baten 380 Overige goederen en diensten (Baten) 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden (Baten) Mutatie reserves 710 Mutaties reserves (Baten) 2. Programma Een voorbereide crisisorganisatie Lasten 110 Salarissen en sociale lasten (Lasten) 351 Ingeleend personeel (Lasten) 380 Overige goederen en diensten (Lasten) 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen (Lasten) 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden (Lasten) 510 Rente (Lasten) 730 Afschrijvingen (Lasten) Baten 352 Uitgeleend personeel (Baten) 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden (Baten) 3.
Overhead/ bedrijfsvoering Lasten 110 Salarissen en sociale lasten (Lasten) 210 Belastingen (Lasten) 351 Ingeleend personeel (Lasten) 380 Overige goederen en diensten (Lasten) 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen (Lasten) 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden (Lasten) 510 Rente (Lasten) 730 Afschrijvingen (Lasten) 4. Algemene dekkingsmiddelen Lasten 110 Salarissen en sociale lasten (Lasten) 380 Overige goederen en diensten (Lasten) Baten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk (Baten) 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten (Baten) Mutatie reserves 710 Mutaties reserves (Baten) 5. Onvoorzien Lasten 380 Overige goederen en diensten (Lasten) Eindtotaal
40/109
Kolomlabels Begroting 2025 BW2025-1 Eindtotaal 28.439.254 603.310 29.042.564 29.048.254 603.310 29.651.564 16.718.200 580.210 17.298.410 150.500 150.500 0 0 8.326.224 8.326.224 652.100 23.100 675.200 139.900 139.900 275.800 275.800 2.785.530 2.785.530 -384.200 -384.200 -309.200 -309.200 -75.000 -75.000 -224.800 -224.800 -224.800 -224.800 6.138.558 144.800 6.283.358 6.359.158 144.800 6.503.958 3.864.000 136.000 4.000.000 32.600 32.600 1.993.171 1.993.171 247.600 8.800 256.400 183.500 183.500 6.900 6.900 31.387 31.387 -220.600 -220.600 -19.600 -19.600 -201.000 -201.000 10.580.309 248.600 10.828.909 10.580.309 248.600 10.828.909 7.035.700 248.600 7.284.300 11.200 11.200 16.200 16.200 2.995.148 2.995.148 35.000 35.000 146.240 146.240 30.200 30.200 310.621 310.621 -45.208.121 -996.710 -46.204.831 -140.000 -140.000 -140.000 -140.000 0 0 -45.068.121 -996.710 -46.064.831 -9.647.854 -578.288 -10.226.142 -35.420.267 -418.422 -35.838.689 0 0 0 0 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 0 0 0
8
1
Programmabegroting 2025
41/109 12 september 2024
Voorwoord Voor u ligt de programmabegroting 2025 van Veiligheidsregio Zeeland (VRZ). ‘Samen zorgen voor een veilig Zeeland’ is onze missie. Veiligheidsregio Zeeland maakt zich sterk voor de veiligheid van de Zeeuwse samenleving. Met onze samenwerkingspartners verkleinen we de risico’s in de regio en zijn we zeven dagen per week, dag en nacht, alert en operationeel om de effecten van een incident, ramp of crisis te beperken. Onze programmabegroting is gebaseerd op ons meerjarenbeleidsplan. We nemen u mee in een aantal actuele ontwikkelingen en de (financiële) doorvertaling hiervan naar de programmabegroting 2025. Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Daarmee is de focus verschoven van regelgericht adviseren naar risicogericht werken. We zijn in 2024 gestart met de transitie van advisering naar meer voorlichting, controle en toezicht. Naast de vele preventieve activiteiten blijft incidentbestrijding een belangrijke kerntaak. Dit doen we met onze vrijwilligers en beroepsbrandweer die dag en nacht klaarstaan. Vrijwilligheid vormt de basis van onze repressieve brandweerzorg, zowel voor de basisbrandweerzorg als bij opschaling bij grotere incidenten. Al langer is bekend dat de verbondenheid van onze brandweervrijwilligers daalt, net als in de rest van het land.
Eén van onze speerpunten is daarom het meer betrekken van de vrijwilligers die voor ons ontzettend belangrijk zijn. Om die reden hebben we in samenspraak met de vrijwilligers de Uitvoeringsagenda Vrijwilligheid opgesteld. Komende jaren krijgt het thema vrijwilligheid zowel landelijk als regionaal veel aandacht. Passend hierbij is het nieuwe dekkingsplan, deze signaleert kwetsbaarheden in onze brandweerzorg. Samen met de gemeenten beoordelen we voor welke kwetsbaarheden maatregelen nodig zijn. In 2023 is het realisatieplan ‘voorbereide crisisorganisatie' opgesteld om uitvoering te geven aan de doelstellingen uit ons meerjarenbeleidsplan. Sindsdien werken we in thema’s en ontwikkelsporen. Deze thema’s zijn de prioritaire risico’s die vastgesteld zijn door het bestuur. Het gaat om natuur, nucleair, transport, industrie en bedrijvigheid, gezondheid en ontwrichting. Zo zijn we ons bijvoorbeeld aan het voorbereiden op de bouw van eventuele kerncentrales en houden we ons bezig met de ontwikkelingen van de energietransitie. In 2025 werken we verder aan de uitvoering van het realisatieplan ‘voorbereide crisisorganisatie’. De geplande activiteiten en formatie-uitbreidingen worden gedekt uit de bestaande begroting en door de inzet van de extra BDUR-gelden.
Goed werkgeverschap betekent dat onze medewerkers en vrijwilligers in een veilige, duurzame en aantrekkelijke werkomgeving hun werk doen. Hiervoor moet de kwaliteit van huisvesting op orde zijn. De huisvesting voldoet in een aantal gevallen niet aan de gestelde eisen. Daarom investeren we de komende tijd op vier thema’s, namelijk: onderhoudsplanning, duurzaamheid, bouwkundige omgeving en de inrichting van werkplekken. In opdracht van ons dagelijks bestuur houden we hierbij ook rekening met de samenwerkingsplannen met de RUD en GGD. Daarnaast leven we in een wereld waarin technologische ontwikkelingen snel gaan. Effectieve informatievoorziening is essentieel. We moeten onze organisatie meenemen in tal van nieuwe processen en werkwijzen. Zo zijn we veerkrachtig en succesvol in de digitale toekomst. De doorontwikkeling van de digitale omgeving, ook vanuit het oogpunt van informatieveiligheid, wordt daarbij steeds belangrijker. In 2024 en 2025 ontwikkelen we ons informatielandschap verder door. De jaren 2026, 2027 en 2028 laten nog een tekort zien. De kapitaallasten kunnen in 2025 en 2026 onder het structurele begrotingsniveau blijven. Daarmee hoeven de gemeentelijke bijdragen in deze jaren, zoals eerder aangekondigd, niet verhoogd te worden. Vanaf 2027 wordt de gemeentelijke bijdrage stapsgewijs verhoogd.
De komende jaren komt er een piek in te vervangen (brandweer)materieel en -materiaal. Als we deze niet vervangen leidt dit tot vermindering van de operationaliteit en de slagkracht van Brandweer Zeeland. Tot slot, we zijn trots dat we een sluitende begroting aanbieden waarin we onze ambities uit het meerjarenbeleidsplan verder uitwerken. Daarbij is de verbinding met de dertien Zeeuwse gemeenten ook ontzettend belangrijk. In die verbinding blijven we investeren. Laten we samen streven naar een veiliger Zeeland, voor nu en in de toekomst. Joke Gaemers, directeur VRZ
42/109
2
Inhoud Voorwoord ................................................................................................................................................................ 2 Inhoud ....................................................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1: Beleidsbegroting ................................................................................................................................. 4 Deel 1.1: Het programmaplan .................................................................................................................................. 5 1.1.1 Programma ‘Toekomstbestendige brandweerzorg’ ............................................................................... 5 1.1.2 Programma ‘Voorbereide crisisorganisatie’ .......................................................................................... 13 1.1.3 Overhead / bedrijfsvoering ................................................................................................................... 18 1.1.4 Algemene dekkingsmiddelen ................................................................................................................
19 1.1.5 Onvoorzien ............................................................................................................................................ 21 Deel 1.2: De paragrafen .......................................................................................................................................... 22 1.2.1 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen ............................................................................................... 22 1.2.2 Paragraaf Bedrijfsvoering ...................................................................................................................... 25 1.2.3 Paragraaf Financiering ........................................................................................................................... 27 1.2.4 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing .......................................................................... 30 1.2.5 Paragraaf Verbonden partijen ............................................................................................................... 34 Hoofdstuk 2: Financiële begroting en meerjarenraming ....................................................................................... 35 Deel 2.1: Uitgangspunten voor de begroting .........................................................................................................
36 Deel 2.2: Overzicht van baten en lasten en de toelichting .................................................................................... 39 2.2.1 Totaaloverzicht op economische categorie, inclusief meerjarenraming .............................................. 39 2.2.2 Totaaloverzicht per programma, inclusief meerjarenraming ............................................................... 39 2.2.3 Specificatie per programma naar economische categorie, inclusief meerjarenraming ....................... 40 2.2.4 Overzicht met vergelijkende cijfers uit de concept-jaarrekening 2023 en de begroting 2024............. 41 2.2.5 Incidentele lasten en baten per programma ......................................................................................... 43 Deel 2.3: Uiteenzetting financiële positie .............................................................................................................. 46 2.3.1 Prognose begin- en eindbalans 2024 t/m 2028 .................................................................................... 46 2.3.2 Geprognosticeerde EMU-saldo ............................................................................................................. 47 2.3.3 Verwachte stand en verloop van de reserves 2024 t/m 2028 ..............................................................
48 2.3.4 Investeringsplan 2024 t/m 2028............................................................................................................ 50 2.3.5 Verdeling gemeentelijke bijdrage 2025................................................................................................. 55 Deel 2.4: Overzicht van baten en lasten per taakveld............................................................................................ 62
43/109
3
Hoofdstuk 1: Beleidsbegroting
44/109
4
Deel 1.1: Het programmaplan 1.1.1 Programma ‘Toekomstbestendige brandweerzorg’ Wat willen we bereiken? Brandweer Zeeland levert adequate risicogerichte paraatheid. Dat wil zeggen: we zorgen ervoor dat we op het juiste moment, met de juiste mensen en het juiste materieel op de juiste plaats zijn. Hierbij hanteren we de landelijke systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden, die ook de basis vormt voor ons dekkingsplan. Het uitgangspunt is en blijft dat wij dit in de eerste plaats doen op basis van vrijwilligheid en een uitgebreid netwerk van kazernes in de gehele provincie. Onze vrijwilligers zijn goed opgeleide professionals die waar nodig samenwerken met beroepsdiensten. De komende jaren willen we blijven investeren in de veerkracht van onze brandweerorganisatie en kiezen voor een goede balans tussen zorg voor de mens en zorg voor de organisatie. Daarnaast streven we naar een goede balans tussen preventie en repressie. Deze balans is nodig om het huidige niveau van dienstverlening te kunnen blijven garanderen. We investeren langs vier lijnen in de paraatheid: risicobeheersing, incidentbestrijding, leren en ontwikkelen en informatiemanagement en bedrijfsvoering.
Thema 1: Risicobeheersing Voorkomen en beheersen van risico’s Zeeland kent een zeer hoog risicoprofiel. Ons Regionaal risicoprofiel 2023-2026 beschrijft deze risico’s en dient als basis voor ons beleid. Het doel van onze activiteiten is gezamenlijk maatregelen te nemen om deze risico’s te verkleinen en de brand- en crisisbestrijding zo goed mogelijk uit te voeren als het toch mis gaat. We bereiden de samenleving voor op hoe negatieve gevolgen van een brand, incident, ramp of crisis kunnen worden beperkt, en hoe de situatie zo snel mogelijk normaliseert. Zo vergroten we de zelf- en samenredzaamheid en zorgen we met elkaar voor meer veiligheid. Maatschappelijke ontwikkelingen De woningnood en het feit dan mensen steeds langer in hun woning blijven wonen vraagt om meer aandacht voor de categorie woonfunctie (inclusief woonfunctie voor zorg). Dit is terug te zien in onze nieuwe systematiek voor de meerjarencontroleplanning en de keuze voor aanvullende controles in projectmatige vorm. De maatschappelijke ontwikkelingen vragen ook om een verbreding van de werkwijzen binnen risicobeheersing, zoals werken met een brandweerman in de wijk. Een andere trend is dat er steeds meer adviesverzoeken binnenkomen met betrekking tot de energietransitie.
Voorbeelden hiervan zijn plannen met betrekking tot waterstofproductie en transport, elektrische opslagsystemen, windturbineparken, hoogspanningsstations en -leidingen. De formatie hiervoor is vooralsnog voldoende, maar vraagt binnen risicobeheersing om een heroriëntatie van taken. Ook klimaatverandering vraagt meer aandacht. Het veranderende klimaat zorgt tot een toenemend risico op overstromingen, extreme neerslag en langere periodes van droogte en hitte. De kans op schade, slachtoffers en maatschappelijk ontwrichting (bijvoorbeeld door uitval van vitale
45/109
5
infrastructuur) wordt steeds groter. We adviseren de gemeenten en provincie daarom hoe de leefomgeving klimaatadaptief kan worden ingericht. Wetgeving De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden en daarmee is de focus van regelgericht adviseren verschoven naar meer risicogericht werken. Dit volgt de landelijke verschuiving van repressie naar pro-actie en preventie. We zijn in 2024 gestart met de transitie van advisering naar meer voorlichting, controle en toezicht. We verwachten minder adviesaanvragen op brandveilig bouwen en brandveilig wonen. De gevolgen van de invoering van de Wkb lijken voor 2025 nog beperkt, omdat het vooralsnog enkel gaat over meer toezicht op eenvoudige bouwwerken.
Thema 2: Incidentbestrijding We houden de repressieve brandweerorganisatie in stand en actueel met behoud van de huidige kwaliteit, dekking en slagkracht. We baseren ons zo veel mogelijk op vrijwilligheid en zijn geworteld in de samenleving. Het beter betrekken van onze vrijwilligers is één van onze speerpunten. Door diverse ontwikkelingen staat de paraatheid onder druk. Het nieuwe dekkingsplan signaleert kwetsbaarheden in de brandweerzorg. We beoordelen samen met gemeenten welke risico beheersende of operationele maatregelen nodig zijn.
Thema 3: Leren en ontwikkelen We kijken hoe we de risico’s uit het Regionaal Risicoprofiel kunnen vertalen naar ons beleid. We voeren incident-evaluaties en brandonderzoek uit. Deze analyses gebruiken we om het kwaliteitsniveau te bewaken, passende inzet te bepalen op het terrein van voorbereiding, repressie, vakbekwaamheid en veiligheid en bij te stellen waar nodig.
Thema 4: Informatiemanagement en bedrijfsvoering Digitale innovaties bieden verschillende nieuwe kansen. We streven naar verbetering van onze operationele informatiepositie zodat we sneller en effectiever kunnen reageren op situaties die zich voordoen. Daarnaast zetten we in op de verdere ontwikkeling van een digitale leeromgeving, optimaliseren we onze bedrijfsvoering door het gebruik van telemetriedata en verbeteren we onze stuur- en verantwoordingsinformatie door de ontwikkeling van onze Business Intelligence voorziening.
Wat gaan we hiervoor doen? Thema 1: Risicobeheersing Sinds 2024 hanteren we een nieuwe indeling in de clusters ‘brandveiligheid, omgevingsveiligheid en industriële veiligheid’, wat intern en extern voor meer duidelijkheid en herkenbaarheid zorgt. Brandveiligheid We motiveren de samenleving en proberen risicovol gedrag te beïnvloeden met voorlichting, adviezen en aanwijzingen vanuit Brandveilig Leven en via het platform Zeeland Veilig. Hierbij werken we nauw samen met onze veiligheidspartners. We breiden onze voorlichting uit naar brancheorganisaties zoals architecten, projectontwikkelaars en verzekeraars. Binnen de pilot
46/109
6
‘Brandweer in de wijk’ Vlissingen is een ‘wijkbrandweerman/-vrouw’ actief in delen van de binnenstad. Deze anticipeert op en geeft voorlichting over (brand)risico’s en zelfredzaamheid. In 2025 evalueren we deze pilot. We houden toezicht op het brandveilig gebruik van gebouwen en terreinen waaronder evenementenlocaties middels een meerjarenplanning. We werken conform de werkwijze van risico- en informatiegericht controleren. Dit betekent dat we tijdens controles de punten controleren die essentieel zijn voor de brandveiligheid en waarvoor specifieke expertise vanuit de brandweer noodzakelijk is. Met deze werkwijze richten we ons bij controles enerzijds op die zaken met reële risico’s, anderzijds vergroten we het brandveiligheidsbewustzijn bij de gebruikers. De resultaten uit de controles worden overgedragen aan de gemeenten voor juridische opvolging in geval van blijvende overtredingen. In 2023 is deze nieuwe systematiek voor meerjarencontroleplanning (RAT) vastgesteld, vanaf 2024 wordt gewerkt volgens deze nieuwe systematiek. In 2025 wordt het werken met dit risicogerichte model geëvalueerd. We geven veiligheidsadviezen aan de gemeenten als bevoegd gezag. In de jaarlijkse planning maken we een raming van het aantal adviezen op basis van resultaten van voorgaande jaren.
In 2024 en 2025 wordt zichtbaar wat het effect van de risicogerichte werkwijze is op het aantal controles/adviezen en worden nieuwe toekomstige streefwaarden geformuleerd.
Aantal controles brandveiligheid *)
Realisatie 2023 1020
Streefwaarde 2025 750
Streefwaarde 2026 750
Streefwaarde 2027 750
Streefwaarde 2028 750
*) Totaal aantal controles n.a.v. 1) meerjarenplanning, 2) verzoeken gemeenten, 3) evenementen, 4) vuurwerkopslag
Aantal adviezen brandveiligheid en brandveilig gebruik Aantal adviezen Programma’s van Eisen (PvE’s), Uitgangspuntendocumenten (UPD) en overig Aantal adviezen evenementen Aantal adviezen vuurwerk*
Realisatie 2023
Streefwaarde 2025
Streefwaarde 2026
Streefwaarde 2027
Streefwaarde 2028
1012 158
900 195
900 195
900 195
900 195
326 7
123 18
123 18
123 18
123 18
* Streefwaarde voor adviezen voor vuurwerk (opslag, transport en ontbranding evenementenvuurwerk) is t.o.v. voorgaande jaren naar beneden bijgesteld i.v.m. de afname van verkooppunten voor vuurwerk In Zeeland.
Omgevingsveiligheid We zorgen voor een veilige leefomgeving voor de inwoners en bezoekers van onze regio. Gemeenten hebben in hun omgevingsvisie en omgevingsplannen nadrukkelijk aandacht voor veiligheid. Wij helpen de gemeenten bij de invulling daarvan, waarbij we adviseren aan de hand van de opgestelde ‘kernwaarden veiligheidsregio’s’. We geven integrale veiligheidsadviezen op inpassingsplannen, bestemmingsplannen, omgevingsvisies en -plannen, omgevingsvergunningen en structuurvisies, waarbij het aspect omgevingsveiligheid wordt beoordeeld. Ook de advisering over bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswaterwinning is hier onderdeel van. Hierbij werken we samen met de GGD en RUD om de adviezen afgestemd te geven aan de verantwoordelijke overheden. De adviezen worden in een vroeg stadium ingebracht in vooroverleggen en omgevingstafels door onze specialisten omgevingsveiligheid. We hanteren daarbij de kernwaarden voor een veilige leefomgeving. De mogelijke realisatie van nieuwe kerncentrales en het daarmee gepaard gaande bouwtraject vragen extra inzet van expertise en capaciteit vanuit risicobeheersing. Dit is mogelijk van invloed op
47/109
7
de (reguliere) advisering van andere gemeenten. Derhalve wordt reeds ingezet op benodigde financiële compensatie voor de veiligheidsregio in het bouwtraject. Industriële veiligheid Samen met DCMR, Nederlandse Arbeidsinspectie, RUD-Zeeland, Seveso-inrichtingen en risicorelevante bedrijven zorgen we voor de veilige verwerking en opslag van gevaarlijke stoffen. Onze werkzaamheden op het gebied van industriële veiligheid worden in 2025 vervolgd en wijzigen niet ten opzichte van voorgaande jaren: • Actualiseren en controleren van bedrijfsbrandweeraanwijzingen op basis van artikel 31 Wet veiligheidsregio’s; • Beoordelen van de wettelijk verplichte veiligheidsrapporten van Seveso-inrichtingen; • Toezicht houden op Seveso-inrichtingen. Dit zijn inrichtingen waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn boven een bepaalde drempelwaarde. Voor de inwerking treding van de Omgevingswet vielen deze inrichtingen onder de werking van het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo, 2015). Het toezicht houden doen we in samenwerking met de provincie als bevoegd gezag, Omgevingsdienst DCMR en de Nederlandse Arbeidsinspectie.
Er is sprake van routinematig (aangekondigd) en niet-routinematig (onaangekondigd) toezicht; • Uitvoeren van incidentenonderzoek bij Seveso-inrichtingen; • Adviseren van het bevoegd gezag inzake de omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen. Voorbeelden hiervan zijn activiteiten voor de opslag van ammoniak, de productie en het transport van waterstof, de installatie van elektrische opslagsystemen en de veilige omgang met nieuwe energiedragers; • Uitvoeren van inspecties bij risicorelevante bedrijven waar hoeveelheden gevaarlijke stoffen staan opgeslagen, onder de drempelwaarden van Seveso-inrichtingen; • Intern koppelen van beelden en informatie uit de toezichthoudende trajecten. Denk hierbij aan contacten met de meldkamer, multidisciplinaire planvorming, Operationele Voorbereiding en Vakbekwaamheid.
Grondslag Wet veiligheidsregio’s Aantal aanwijzingen bedrijfsbrandweer Aantal inspecties bedrijfsbrandweer Grondslag overige wetgeving Aantal beoordelingen veiligheidsrapport Aantal inspecties Seveso, routinematig Aantal inspecties Seveso, niet routinematige Aantal onderzoeken Seveso- incident Aantal adviezen Seveso-inrichtingen Aantal adviezen niet-Sevesoinrichtingen (waaronder Bevi-inrichtingen)
Realisatie 2023
Streefwaarde 2025
Streefwaarde 2026
Streefwaarde 2027
Streefwaarde 2028
3
4
4
4
4
8
5
5
5
5
3
-
-
-
-
23
25
25
25
25
23
22
22
22
22
8 130 32
6 125 75
6 125 75
6 125 75
6 125 75
48/109
8
Risicocommunicatie en voorlichting brandveiligheid We zetten in op het verhogen van de zelfredzaamheid van de inwoners en bedrijven in Zeeland met betrekking tot brandweerzorg in Zeeland, onder meer door voorlichting op het gebied van brandveiligheid. Door preventieve activiteiten en maatregelen vergroten we de kennis en eigen preventieve mogelijk- en verantwoordelijkheden van inwoners en bedrijven.
Thema 2: Incidentbestrijding Beschikbaarheid van (brandweer)middelen volgens dekkingsplan We spelen op relevante ontwikkelingen in door meer aandacht te geven aan het binden en boeien van vrijwilligers. Hiertoe is een uitgebreide en meerjarige uitvoeringsagenda opgesteld. Daarnaast zetten we in op het versterken van de organisatie via het programma Brandweer 2030, waarin aandacht is voor het verder uitrollen van werken met gebiedsgerichte opkomsttijden, dynamisch alarmeren, modulair opleiden en nieuwe zoals brandweerassistent. Het ontwikkelen van nieuwe brandveiligheidsconcepten leidt tot andere vormen van incidentbestrijding. We streven vanuit het oogpunt van beheersbaarheid naar zoveel mogelijk uniformiteit waar het gaat om materieel en opleiden. Waar nodig landelijke ontwikkelingen om aanpassing vragen sluiten we daarop aan. Hierbij kunt u denken aan ontwikkelingen op het gebied van natuurbrandbestrijding, de energie transitie en de landelijke werkwijze Grootschalig Specialistisch Brandweeroptreden en Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen. Vakbekwaam worden en blijven Werven en opleiden van vrijwilligers zijn cruciaal bij het in stand houden van vrijwilligheid. Landelijke ontwikkelingen van Brandweer Nederland en het NIPV leiden tot aanpassing van het onderwijsstelsel.
We richten ons daarom op het versterken van de afdeling vakbekwaamheid, het stevig verankeren van de Jeugdbrandweer in onze organisatie en het ontwikkelen van een visie op ons Regionaal Opleidingsinstituut. De begroting 2024 voorziet in extra geld voor opleidingen. Dat geeft de ruimte om te kunnen blijven opleiden in samenwerking met externe partijen. Niettemin blijven de prijzen van opleiders stijgen, zijn aanvullende nieuwe opleidingsmaterialen nodig en blijven in- en uitstroom van vrijwilligers onzekere factoren. Het is niet uit te sluiten dat de begroting hiertoe in 2024 opnieuw overschreden wordt. Dit kan een bijstelling in 2025 vragen. Nadat brandweermedewerkers vakbekwaam zijn, moeten ze ook vakbekwaam blijven. Dit doen we door oefeningen aan te bieden in een reguliere oefencyclus en met een aantal verplichte oefenitems. We hebben extra aandacht voor blijvende vakbekwaamheid van chauffeurs. Voorzien in operationele leiding We moeten voorzien in operationele leiding en expertise, zowel voor de brandweer als voor crisisbeheersing. Bij deze piketfunctionarissen is dezelfde problematiek zichtbaar als bij de vrijwilligers. Door de huidige leeftijdsopbouw verwachten we een grotere uitstroom in de komende jaren. Deze functies zijn niet eenvoudig in te vullen; het behalen van de benodigde opleiding vergt tijd.
Een kandidaat met de geschikte vooropleiding (bevelvoerder) vraagt minimaal twee tot drie jaar tijd om door te groeien naar de rol van Officier van Dienst. Voor Hoofd Officier van Dienst volgt na enkele jaren werkervaring nog een opleiding. In onderstaande tabel is het huidig operationeel personeel inclusief het aantal in opleiding opgenomen (2024). Wanneer een officier de leeftijd
49/109
9
bereikt van 60 jaar stellen we een vacature open. We zien dat het aantal vacatures stijgt en vergrijzing verder toeneemt. Piketfunctionarissen
2024
2029
Operationeel personeel + opleiding
48
33
Vacatures Percentage ≥50 jaar
6* 50%
12* 61%
*) Bestaat uit openstaande vacatures en vacatures op basis van start werving bij de leeftijd van 60 jaar
Een meer strategische aanpak van het invullen van komende vacatures is noodzakelijk om de sleutelfuncties op Hbo-niveau in te blijven vullen. Daarom leiden we versneld officieren op door deelname aan de landelijke voltijdsofficiersopleiding bij het NIPV. Paraatheid, uitrukken brandweer binnen de vastgestelde opkomsttijden In juli 2023 is, als onderdeel van het programma Brandweerzorg 2030 het nieuwe dekkingsplan vastgesteld, op basis van de nieuwe landelijke systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden. Het plan kijkt niet alleen naar opkomsttijden, maar ook naar factoren als slagkracht bij opschaling, werkdruk (alarmeringsfrequentie) en paraatheid. Het biedt een nulmeting van waar we staan met de basisbrandweerzorg in Zeeland en gebruiken we als instrument om bestuur en management beter in staat te stellen beleid te maken en besluiten te nemen over de inrichting van de brandweerzorg. Daarbij zien wij voor 2025 de volgende ontwikkelingen: Risicogerichte paraatheid Om beter inzicht te geven in de werkelijk prestaties van de brandweer is het nodig de paraatheid verder door te vertalen. Paraatheid is het gereed zijn om te kunnen handelen wanneer dat nodig is. Voor de brandweer betekent dit het beschikbaar hebben van mensen en middelen op de juiste plek en op het juiste moment. We noemen dit risicogerichte paraatheid.
Dit vraagt sturing op beschikbaarheid van gekwalificeerde mensen (vrijwilligers, dagdienst-medewerkers, preparatie- en beheermedewerkers), betrouwbaar materieel, betrouwbare data, en dienstenniveau overeenkomst. Robuustheid brede brandweerorganisatie Het is nodig om de robuustheid van onze brandweerorganisatie te verbeteren, om het huidige niveau van paraatheid te blijven garanderen en op termijn te verbeteren. Dit komt enerzijds omdat de vrijwilligheid onder druk staat. Anderzijds speelt ook de balans tussen de koude (beheersmatige) organisatie en de warme (operationele organisatie) een rol. Een nadere analyse is nodig om tot een steviger model te komen. Deze (vervolg)opdracht pakken we op binnen het programma Brandweerzorg 2030. Specialistische teams We zijn voorbereid op specifieke risico's als tunnelbrand, natuurbrand, incidenten met gevaarlijke stoffen, chemische industrie, industriële brand, scheepsbrand, waterongevallen en hoogte- en diepteongevallen. Hiervoor hebben we specialistische teams en functionarissen opgeleid. Operationeel houden en verbeteren van de Meldkamer De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de meldkamerfunctie voor de brandweertaak, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening ligt bij het bestuur van veiligheidsregio’s.
De Veiligheidsregio’s Zeeland en Midden-West-Brabant maken hiervoor gezamenlijk gebruik van één bovenregionale meldkamer te Bergen op Zoom. Het einddoel is nog niet bereikt. Processen moeten verder worden geoptimaliseerd en in gezamenlijkheid worden ingeregeld.
50/109
10
Thema 3: Leren en ontwikkelen Brandonderzoek Brandonderzoek vergroot het inzicht in het ontstaan en de ontwikkeling van brand en levert daarmee een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving. Niet alle branden zijn relevant om te onderzoeken. Sommige branden hebben een duidelijke oorzaak en geen bijzonder brandverloop. En soms is de brand zo heftig geweest dat er letterlijk niets meer over is om te onderzoeken. We doen brandonderzoek bij: • branden waar slachtoffers zijn gevallen • branden waar door de collega’s van de brandweer bewoners zijn gered • brand met een afwijkend of onverwacht brandverloop • goed of juist falende preventieve voorzieningen bij een brand • branden in veestallen • natuurbranden • branden in elektrische voertuigen • branden met veel rookverspreiding in woongebouwen • branden in zonnepanelen en accu’s (relatie met de energietransitie) Incident-evaluaties Na verschillende grote incidenten die hebben plaatsgevonden in Zeeland is gebleken dat goed evalueren en hieruit opgedane kennis breed te verspreiden en toe te passen, van groot belang is. Dit blijven we ook in 2025 doen. Afhankelijk van de omvang en maatschappelijke impact wordt het bestuur betrokken bij de evaluatie en gekend in de resultaten.
Thema 4: Informatiemanagement en bedrijfsvoering De informatievraag bij de uitoefening van de werkzaamheden binnen de Brandweer neemt toe. De noodzakelijke beschikbaarheid en uitwisselbaarheid van de informatie stelt hoge eisen. Daarnaast is de wijze waarop deze informatie nodig is steeds meer divers en zijn werkzaamheden niet langer plaats, tijd of device gebonden. Voortschrijdende technologische mogelijkheden ondersteunen deze ontwikkeling. De komende jaren leggen we daarom de focus op de ontwikkeling van een meer informatiegestuurde organisatie. We verzamelen, registreren en analyseren data en kunnen zo vroegtijdig op situaties anticiperen. Tevens helpt het ons prestaties inzichtelijker te maken en er beter op te sturen. We maken dus niet alleen reactief gebruik van informatie, maar juist ook proactief. Dit vraagt extra aandacht voor datakwaliteit maar zeker ook in het goed meenemen van medewerkers in het veranderende werkveld. Informatiedashboards VRZ streeft naar data-gedreven besluitvorming. Business intelligence richt zich met name op de bedrijfsprestaties en levert bruikbare inzichten die leiden tot betere en snellere beslissingen. We ontwikkelen daarom de komende jaren steeds meer stuur- en verantwoordingsinformatie binnen onze business intelligence omgeving.
Door slim data te combineren van onder andere operationele prestaties, personeelsinformatie, -ontwikkeling en financiën maken we effectieve dashboards. Hiermee kunnen we adequaat beleid voor de toekomst ontwikkelen en kunnen de juiste besluiten worden genomen voor een toekomstbestendige brandweer.
51/109
11
Operationele Informatievoorziening We versterken onze operationele informatiepositie door het verzamelen, verrijken en analyseren van informatie zodat een adequaat risico- en dreigingsbeeld kan worden gepresenteerd tijdens de operatie. Dit vraagt de komende jaren de verdere ontwikkeling van een goed datafundament en het inpassen van nieuwe technologieën binnen de operationele processen. Dynamisch alarmeren Door de introductie van Dynamisch Alarmeren kunnen we flexibel anticiperen op actuele ontwikkelingen en daarbij altijd de snelste brandweerzorg bieden bij een incident. Op basis van de real-time locaties van voertuigen, de status van deze eenheden en uitruktijden kunnen in relatie tot de locatie van het incident de snelste eenheden ingezet worden. Met deze implementatie kan in eigen beheer, zonder tussenkomst van de meldkamer, het alarmeringsproces maximaal worden afgestemd op de behoefte in Zeeland. Dit biedt veel extra mogelijkheden bijvoorbeeld tijdens het zomerseizoen of grote evenementen.
Wat gaat het kosten: programmabudget? Toekomstbestendige brandweerzorg
Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2025 2026 2027 2028 Totaal Lasten 29.048.254 29.001.534 30.081.050 30.564.822 Totaal Baten -384.200 -384.200 -384.200 -384.200 Saldo van baten en lasten 28.664.054 28.617.334 29.696.850 30.180.622 Mutaties reserves -224.800 -95.938 -11.300 -9.200 Eindtotaal 28.439.254 28.521.396 29.685.550 30.171.422 In hoofdstuk 2 ‘Financiële begroting en meerjarenraming’ zijn specificaties opgenomen.
52/109
12
1.1.2 Programma ‘Voorbereide crisisorganisatie’ Ontwikkelingen Extra gelden voor versterking crisisbeheersing en informatievoorziening In de ontwikkeling van crises waarmee we de afgelopen jaren zijn geconfronteerd zien we een bepaalde verandering in het type, aard, omvang en duur van de crisis. In dat licht heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) extra gelden ter beschikking gesteld aan veiligheidsregio’s om zich op die veranderde wereld aan te passen en voor te breiden. In 2022 is besloten tot het ophogen van de brede doeluitkering rampenbestrijding (BDUR) ten behoeve van de versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening, zowel landelijk als regionaal. Deze landelijke doelstellingen en ontwikkelingen sluiten naadloos aan op onze eigen beleidsdoelen. We participeren in bovenregionale en landelijke ontwikkelingen. In 2023 hebben we een realisatieplan opgesteld om uitvoering te geven aan de doelstellingen uit ons meerjarenbeleidsplan. We werken sindsdien in thema’s en ontwikkelsporen. De thema’s zijn afgeleid van de door het bestuur vastgestelde prioritaire risico’s en richten zich op het beperken van de impact op de Zeeuwse samenleving. In de ontwikkelsporen verbeteren we onze werkwijzen, sturingsprincipes en organisatiestructuren voor de crisisorganisatie, afgestemd op veranderende wetgeving en (toekomstige) behoeftes.
In de ontwikkeling van crisisbeheersing worden de thema’s en ontwikkelsporen in samenhang gebracht. Op deze wijze draagt de versterking van crisisbeheersing rechtstreeks bij een de veiligheid in Zeeland. In 2025 werken we verder aan de uitvoering van ons realisatieplan ‘voorbereide crisisorganisatie’. Voorlopig is het beeld dat alle geplande activiteiten en formatie-uitbreiding gedekt worden uit de bestaande begroting en door de inzet van de extra BDUR-gelden. De bedragen zijn tot eind 2024 vastgesteld en structureel van aard. Voor de jaren 2025 en 2026 moeten de bijdrage nog worden bevestigd op basis landelijke of bovenregionale afspraken in lijn met voorgaande jaren. Formatie-uitbreiding In de periode 2023-2026 breiden we de formatie uit met 15 fte om invulling te geven aan de activiteiten binnen het realisatieplan. Voor de realisatie van het plan is daarnaast een inspanning noodzakelijk op het gebied van HRM (onder meer arbeidsmarktcommunicatie, werving), facilitair (huisvesting), communicatie en ICT. De uitvoering van de activiteiten op het gebied van informatiegestuurde veiligheid worden, waar nodig, gekoppeld aan de projecten opgenomen in het programma informatievoorziening. Innovatie en ontwikkeling Om aansluiting te houden met de samenleving zal er ruimte moeten zijn voor innovatie en ontwikkeling.
Zowel zelfstandig als samen met partijen binnen de eigen regio, bovenregionaal en (inter)nationaal. Waar mogelijk wordt hierbij ingezet op Europese projecten en wordt meegelift met ontwikkelingen bij anderen.
53/109
13
Wat willen we bereiken? We zorgen ervoor dat onze crisisorganisatie is voorbereid om, samen met onze crisispartners, zowel uitvoering te geven aan de bestrijding van de ‘klassieke’ rampen en crises, als de toekomstige (langdurige en/of dreigende) ‘ongekende’ crises. In 2025 werken we daarom verder aan het realiseren van de volgende doelen: • Aan de hand van een met onze partners opgesteld actueel risicobeeld hebben we 24/7 inzicht in de ontwikkeling van risico’s en zijn we in staat hierop te acteren. • Onafhankelijk van het type, omvang en aard van een crisis zijn we in staat als crisisorganisatie adequaat te handelen. • De samenwerkende crisispartners zijn voorbereid en geoefend in geval van optredende crises. • De kwaliteit van ons optreden verbeteren we continu door stelselmatige evaluatie en bijstelling.
Wat gaan we hiervoor doen? Voor het programma ‘voorbereide crisisorganisatie’ is de begroting 2025, anders dan voorgaande jaren, opgebouwd op basis van onze nieuwe werkwijze met thema’s en ontwikkelsporen. Dit doen we primair voor het monitoren van de ontwikkeling in de komende jaren, en om voortgang te rapporteren over de besteding van de versterkingsgelden en onze bijdrage in het behalen van de landelijke doestellingen.
Nucleair
Natuur
Activiteiten gericht op het realiseren van de doelstellingen per thema Thema Dossier Activiteiten 2025 Natuurbrandbeheersing We leggen het natuurbrandbeheersingsprogramma Zeeland in Q1 ter vaststelling voor aan de betrokken partijen. In dit programma komen de activiteiten die, vanuit de diverse partijen, nodig zijn om de impact van een natuurbrand zo klein mogelijk te doen zijn. Klimaatveiligheid We leveren een bijdrage aan de actualisatie van klimaatadaptatiestrategie Zeeland en het ontwikkelen van veiligheidsbeleid hierin. Waterveiligheid Het internationale (InterReg) project (Flooding, Infrastructure, Evacuation & Resilience (FIER) zetten we voort. Emergency Op basis van de nieuwe landelijke Preparedness & beschermingsstrategie (2024) passen we de Respons preparatie op nucleaire gebeurtenissen aan. Landelijke coördinatie De landelijke coördinatie tussen de veiligheidsregio’s wordt gecontinueerd. Voorbereiding bouw Uitgaande dat eind 2024 een definitief besluit is kerncentrales genomen over de bouw van kerncentrale in Borssele, participeren we vanaf dit jaar in werkgroepen ter voorbereiding van de mogelijke bouw. De vorm waarin en omvang van werkzaamheden kan nog niet worden ingeschat.
54/109
14
Maritieme veiligheid
Spoorvervoer
Transport
Wegtunnels
Mobiliteit
Ontwrichting
Gezondh Industrie en bedrijvigheid eid
Industrie
Recreatie Energietransitie
Zorgcontinuïteit
Uitval vitale infrastructuur
Uitgangspunt is dat de activiteiten / capaciteit van de Veiligheidsregio bij de realisatie financieel gecompenseerd worden in de bouwkosten. Op basis van de nieuwe risico- en impactanalyse voor de Westerschelde (2024) inventariseren we met alle betrokken partijen welke maatregelen mogelijk of noodzakelijk zijn om de gevolgen van een incident op de Westerschelde te beperken. We bieden de resultaten aan het bestuur aan. Heroriëntatie op de incidentbestrijding in de Deltawateren in samenwerking met Vlaamse buurregio’s en overige waterpartners. Vanwege ontwikkelingen rond energietransitie in Vlissingen-Oost verwachten we een toename van transport van gevaarlijke stoffen over het spoor. Daarom intensiveren we onze preparatie hierop. We starten met een impactanalyse over de directe en indirecte gevolgen van uitval van wegtunnels in Zeeland. Hierin nemen we ook een eventuele verkeerstoename vanwege tolvrij maken van de Westerscheldetunnel mee. Monitoren van de impact op de mobiliteit als gevolg van onderhoud van kunstwerken (bruggen/sluizen etc.) in en buiten de regio. Het aantal Seveso-inrichtingen neemt mogelijk toe in relatie tot de energietransitie (o.a. opslag ammoniak en waterstof). De preparatie passen we daarop aan. De ontwikkelingen worden gemonitord.
De operationele voorbereiding voor incidenten bij nieuwe of uitbreiding van activiteiten met betrekking tot energietransitie worden naar verwachting vanaf dit jaar intensiever. De omvang van de werkzaamheden is bij het opstellen van deze begroting nog niet te kwantificeren vanwege de vele externe factoren die de realisatie beïnvloeden (vergunningsverleningstrajecten, bouwtijd, omvang en aantal). We richten onze activiteiten op het in stand houden en waar nodig uitbreiding van het netwerk met alle Zeeuwse zorgverlenende partijen, gericht op continuïteit van de zorg bij crises. Door allerlei factoren is uitval van vitale infrastructuur reëel. De afhankelijkheid van vitale infrastructuur van de samenleving neemt toe. Daarmee is de impact bij uitval (ongeacht de oorzaak) groot. Denk hierbij aan elektriciteitsuitval/tekort (netcongestie), cyber, betalingsverkeer, drinkwater. Hierop passen we
55/109
15
Maatschappelijke onrust
Evenementenadvisering
onze preparatie aan, waarbij we aansluiten op de landelijke ontwikkelingen en planvorming. De ontwikkelingen in de wereld kunnen ook in 2025 onverwachte en ongewenste effecten hebben op de Zeeuwse samenleving. Klimaatverandering, oorlogen en ziekten kunnen leiden tot crises. We preparen de crisisorganisatie daarom op het nemen van maatregelen op gevolgen van nog ongekende gebeurtenissen. We adviseren de gemeenten op het gebied van evenementenveiligheid, ter voorkoming van incidenten en/of het beperken van de gevolgen daarvan. We implementeren de resultaten uit de in 2024 uitgevoerde evaluatie van de evenementenadvisering.
Activiteiten gericht op de doorontwikkeling van crisisbeheersing, per ontwikkelspoor Sporen
Dossier
Activiteiten 2025
Risico-monitoring
We vergroten onze capaciteit op het gebied van risico-monitoring. Door samen met veiligheidspartners de beschikbare data te delen en duiden, zijn we beter, eerder en sneller in staat in te schatten of ongewenste gebeurtenissen kunnen optreden. De werkingsduur van ons regionaal risicoprofiel is eind 2023 door het Algemeen Bestuur verlengd. We verwachten dat in 2025 een nieuwe landelijke systematiek beschikbaar komt. Deze gaan we in 2025 implementeren. In 2025 realiseren we een werkwijze waarmee we zorgen dat onze plannen en procedures altijd upto-date zijn en de voor het uitvoeren van een functie in de crisisorganisatie noodzakelijke informatie direct (digitaal) beschikbaar. We zorgen ervoor dat de informatie specifiek is afgestemd op de plaats, het moment, de rol en taak van de gebruiker We realiseren een nieuw regionaal crisisplan in lijn met de landelijke ontwikkeling crisisbeheersing, waaronder de toekomstige wetgeving. Implementeren van een nieuw opleidings-, trainings- en oefenproces, in samenhang met een nieuwe evaluatiemethodiek. In 2025 is ons veiligheids-informatieknoopunt (VIK) operationeel. Hierdoor beschikken we 24/7, over valide, bruikbare en geduide informatie. We zijn aangesloten bij het Knooppunt Coördinatie Rijk-Regio (KCR2).
Dynamische risicoprofiel
Informatie- Risicoanalyse en preparatie gestuurde veiligheid
Planvorming
Regionaal Crisisplan
OTOTEL
Veiligheidsinformatie knooppunt KCR2
56/109
16
Crisisintelligence Publieksinformatie
Flexibele crisisorganisatie
Structuur crisisorganisatie
Organisatiestructuur herstel en nafase is uitgewerkt
Benodigde middelen en faciliteiten functioneren
Kwaliteit
Kwaliteitstoets
Operationele informatievoorziening blijven we ontwikkelen. We stimuleren de veerkracht en zelfredzaamheid in de maatschappij. Op basis van de risicomonitoring en operationele voorbereiding communiceren en adviseren wij 24/7 de samenleving over de mogelijk impact en handelingsperspectieven. Ons platform, met app, website Zeelandveilig.nl en verbonden sociale media blijft centraal. Publieksinformatie (zowel risico- als crisiscommunicatie) wordt integraal in de thematische aanpak van crisisbeheersing vormgegeven. We organiseren de crisisorganisatie als een netwerk van partners (overheden, bedrijven, instellingen, etc.) waarin wordt samengewerkt om de impact van dreigingen en crises te beperken. We richten ons daarbij op het faciliteren van netwerken en het bieden van een structuur die bij dreigingen en crises 24/7 beschikbaar is. Dit jaar werken we de voor herstel en nafase benodigde structuur projectmatig verder uit. Hierbij sluiten we aan op de landelijke ontwikkelingen met betrekking tot resilience/veerkracht in de samenleving. Het crisiscentrum is ingericht voor gebruik door de nieuw in te richten crisisorganisatie. Bij herhuisvesting van de organisatie zal dit eisen stellen, ook in het kader van de landelijke ontwikkeling dat wij als organisatie tot een vitale sector gaan behoren.
We investeren structureel op het monitoren en verbeteren van de gehele crisisorganisatie, zowel kwalitatief als kwantitatief (PDCA) in de gehele veiligheidsketen. De resultaten van de crisisorganisatie worden ten minste getoetst op basis van de criteria die de inspectie J&V hiervoor stelt. De nieuwe methodiek voor de kwaliteitstoets zal dit jaar in de praktijk worden getest.
GHOR In het team crisisbeheersing worden de adviserende, coördinerende en ondersteunende taken van de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) uitgevoerd. De GHOR vormt de verbinding tussen de multidisciplinaire crisisorganisatie en de (opgeschaalde) zorg; de publieke gezondheid, de acute zorg en de niet-acute zorg. De uitvoering van de taken valt binnen de thema's en ontwikkelsporen.
57/109
17
Bevolkingszorg In het team crisisbeheersing wordt de taak van de gemeentelijke overheid, schade en leed voor de burgers bij crises en rampen zoveel mogelijk te beperken, uitgevoerd. Bevolkingszorg geeft invulling aan voorlichting, opvang en verzorging van de bevolking, verzorgen van opvang en het registreren van eventuele slachtoffers en schadegevallen. De uitvoering van de taken valt binnen de thema's en ontwikkelsporen.
Wat gaat het kosten: programmabudget? Voorbereide crisisorganisatie
Begroting: Begroting: 2024 2025 Totaal Lasten 6.359.158 6.717.998 Totaal Baten -220.600 -220.600 Totaal Saldo van baten en lasten 6.138.558 6.497.398 Mutaties reserves 0 0 Eindtotaal 6.138.558 6.497.398 In hoofdstuk 2 ‘Financiële begroting en meerjarenraming’ zijn specificaties opgenomen.
Begroting: 2026 6.755.958 -220.600 6.535.358 0 6.535.358
Begroting: 2027 6.772.158 -220.600 6.551.558 0 6.551.558
1.1.3 Overhead / bedrijfsvoering Volgens BBV, art. 8.1c wordt in het programmaplan een apart overzicht opgenomen van de kosten van de overhead. De (BBV-)definitie van overhead luidt: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Juli 2016 heeft de Commissie BBV de ‘Notitie Overhead’ gepresenteerd. Deze notitie geeft een overzicht van de regelgeving inzake de overhead en geeft op een aantal punten een nadere toelichting, omdat de toepassing van de definitie in de praktijk tot vragen leidde. Overhead bestaat in elk geval uit: 1. Hiërarchisch leidinggevenden primair proces 2. Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie 3. P&O / HRM 4. Inkoop (incl. aanbesteding en contractmanagement) 5. Interne en externe communicatie 6. Juridische zaken 7. Bestuurszaken en Bestuursondersteuning 8. Informatievoorziening en automatisering (ICT) 9. Facilitaire zaken en Huisvesting 10. Documentaire Informatie Voorziening (DIV) 11. Managementondersteuning primair proces
Wat gaat het kosten: (programma)budget? Overhead / bedrijfsvoering