2024-09-12 - Bijlage 3 IHP gemeente Terneuzen 2020
Tekst van het document
5.5. Scenario’s tweede periode De scenario’s voor de tweede periode zijn vooral denkrichtingen voor mogelijke samenwerkingen en verbetering in de doorlopende leerlijnen van leerlingen. Daarnaast een efficiëntieslag in het gebruik van (praktijk)ruimten.
Kosten Voor de nieuwbouw van deze school à 2.281 m2, zou volgens de normkosten uit de Verordening een stichtingskostenbudget van € 4.722.000,-- inclusief btw nodig zijn.
5.5.1 Terneuzen, Springplank en SO Regenboog/Wingerd onder één dak Het S(B)O zit op dit moment verspreid over twee locaties. Omdat speciaal onderwijs een regionale functie heeft is het minder locatie gebonden. Het samenbrengen op één locatie van het SO en SBO brengt efficiëntie mee, meer ondersteuningscapaciteit en uitwisselingsmogelijkheden tussen het SO en SBO.
5.5.3 Axel, renovatie en verduurzaming Sterrenpracht
5.5.2 Axel, nieuwbouw St. Antonius, Prinses Marijke en Warande, tot twee scholen onder één dak
De Sterrenpracht in Axel is een goed onderhouden school. Neemt niet weg dat het pand verouderd is en in de tweede periode van dit IHP vernieuwing moet ondergaan. De school heeft daarnaast een vernieuwd onderwijsconcept dat vraagt om een interne herindeling van de ruimtes. De wens van de school is om de Sterrenpracht grondig te renoveren.
In de kern Axel zijn vier basisscholen gelegen. Drie van deze basisscholen, Sint-Antonius, Prinses Marijkeschool en de Warande, zien in de toekomst de mogelijkheid om te krimpen naar twee scholen onder één dak. De nieuwe configuratie zou vragen om een nieuwbouw van 2.281 m2. Op een nader te bepalen locatie.
Kosten Voor de renovatie deze school à 1.147 m2 moeten de stichtingskosten nader bepaald worden. De Verordening heeft geen normkosten voor renovatie bepaald. Als dit IHP over vier jaar wordt herijkt zullen de normkosten voor renovatie wel zijn opgenomen in de Verordening. De stichtingskosten kunnen op dat moment beter worden bepaald.
Referentie: 1646203-0051.3.0.
Pagina 27 van 38
5.5.4 Terneuzen, Sprong, Argo en VSO Regenboog/Wingerd onderzoek samenwerking VO Het Praktijkonderwijs en de twee VSO’s wensen nauwere samenwerking met het VO (Lodewijk College). Het medegebruik van goed geoutilleerde praktijkruimten is hier een goed voorbeeld van, maar daarnaast kan ook gedacht worden aan doorlopende leerlijnen en uitwisseling van vakleerkrachten. Om deze samenwerking te bewerkstelligen is nabijheid noodzakelijk. Er moet nader onderzoek worden gedaan naar mogelijke samenwerking danwel campusvorming, met het idee dat het Praktijkonderwijs en VSO wel eigen huisvesting krijgen maar bijzondere faciliteiten delen met het Lodewijk College. In het haalbaarheidsonderzoek van het VO worden samenwerking en de mogelijkheid tot campusvorming meegenomen in het afwegingskader voor een mogelijke locatie.
Referentie: 1646203-0051.3.0.
Pagina 28 van 38
6. Haalbaarheidsonderzoek Voortgezet Onderwijs Met ingang van 1 augustus 2018 zijn SSG De Rede en het Zeldenrust Steelant College (ZSC) gefuseerd tot het Lodewijk College. Het Lodewijk College heeft daardoor twee locaties waar onderwijs wordt gegeven. Op beide locaties verzorgd ook het schoolbestuur Respont onderwijs voor een deel van het VSO (cluster 4). Het uitstroomprofiel Techniek wordt centraal aangeboden in het gebouw van Scalda in het Centrum voor Top Techniek. Het Lodewijk College biedt op dit moment aan ruim 2.400 leerlingen ambitieus en modern onderwijs voor vmbo, mavo, havo, atheneum, gymnasium en tweetalig havo, atheneum en gymnasium in Terneuzen. De vmbo-afdeling van het Lodewijk College heeft de volgende uitstroomprofielen: • Zorg en Welzijn • Economie en Ondernemen • Dienstverlening en Producten • Techniek • Horeca, Bakkerij en Recreatie In het Transitieplan, dat aan de basis ligt van de fusie van het Voortgezet Onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen, staat dat investeringen met betrekking tot de onderwijshuisvesting een apart besluitvormingsproces van de betrokken gemeenten vereist. De gemeente Terneuzen heeft aangegeven ten aanzien hiervan een positieve grondhouding aan te nemen en zich in te spannen om binnen de gemeentebegroting ruimte te creëren die passend is voor de onderwijskundige en organisatorische ambities van de school in Terneuzen.
De kwalificatie ‘passend’ wordt mede ingevuld op basis van een door het college van Terneuzen uit te voeren verkenning naar de mogelijke varianten voor de invulling van de huisvestingsvraag van de school. De gemeente Terneuzen spant zich in om het huisvestingstraject binnen de looptijd van het Financieel Arrangement af te ronden. In augustus 2019 is gestart met het haalbaarheidsonderzoek naar deze passende huisvesting voor het Lodewijk College.
Referentie: 1646203-0051.3.0.
De gemeente heeft de volgende scenario’s bepaald die in dit onderzoek ten minste nader onderzocht moeten worden: 1. Grootschalige vernieuwbouw van (één van) de bestaande onderwijslocaties; 2. Nieuwbouw op een nader te bepalen locatie binnen de kern Terneuzen. Het volledige haalbaarheidsonderzoek inclusief bijlagen wordt bij afronding gepresenteerd aan het College. Dit hoofdstuk is een samenvatting van de tot op heden uitgevoerde onderzoek stappen.
6.1. Proces Het proces voor het haalbaarheidsonderzoek wordt doorlopen in de volgende stappen: 1. Startoverleg ter inventarisatie informatie en formeren projectorganisatie; 2. Het houden van een Kennis en Kansenconferentie; 3. Opstellen globaal Programma van Ruimten ten behoeve van locatieomvang; 4. Een nulmeting uitvoeren van de twee huidige panden; 5. Het opstellen van afwegingscriteria; 6. Scenario’s vormen; 7. Multicriteria analyse uitvoeren, inclusief raming stichtingskosten; 8. Bepalen voorkeursscenario; 9. Advies formuleren voor mogelijke samenwerkingen; 10. Presenteren en ter besluitvorming voorleggen van het voorkeursscenario. De intentie is geweest om stap 10 te hebben afgerond voor het definitief maken van het IHP. Dit is helaas door de coronamaatregelen niet gelukt. Het proces is doorlopen tot en met stap 7 en er zijn gesprekken gevoerd ter voorbereiding op stap 9.
6.1.1 Startoverleg In het startoverleg is de projectorganisatie vastgelegd. Er is sprake van: • een stuurgroep, met als leden de wethouder onderwijs, een lid van het College van Bestuur van VO Zeeuws-Vlaanderen en de gemeentesecretaris, ondersteund door adviseurs. • een besluit voorbereidende projectgroep, bestaande uit de gemeentelijk projectleider ondersteund door verschillende gemeentelijk ambtenaren met elk hun
Pagina 29 van 38
eigen expertise, de rector van het Lodewijk College, de huisvestingsmedewerker van VO Zeeuws-Vlaanderen en adviseurs van HEVO.
6.1.2 Kennis en Kansenconferentie De Kennis en Kansen conferentie had de volgende doelen: • Het verkrijgen van breed draagvlak voor de aanpak; • Het delen van kennis en inzichten; • Het inventariseren van kansen (en noodzaak tot?) samenwerking & synergie; • Het verkrijgen van inzicht in ieders belangen. Voor de Kennis en Kansenconferentie zijn alle schoolbesturen van het SO, PO, VO, MBO en HO uitgenodigd, daarnaast zijn ook Zorg, Welzijn en Cultuurorganisaties aangeschoven (o.a. ZorgSaam en Toonbeeld). De gemeente Terneuzen werd vertegenwoordigd door 2 wethouders en verschillende ambtenaren met hun eigen expertise met betrekking tot dit onderzoek. Door deze bijeenkomst zijn de volgende inzichten verkregen: • Wat ieders toekomstbeeld is; • Welke samenwerkingen er gewenst zijn en ieders belangen hierin; • Welke aspecten er belangrijk zijn bij het bepalen van een locatie voor het nieuwe Lodewijk College; • Welke mogelijke locaties er zijn in Terneuzen.
6.1.3 Opstellen globaal Programma van Ruimten Om te bepalen wat de omvang van de potentiële locatie moet zijn, is een globaal Programma van Ruimten opgesteld. De basis hiervoor zijn de leerlingenprognoses opgesteld door DUO. Het aantal leerlingen en de verdeling over de verschillende uitstroomprofielen bepaalt de ruimtebehoefte, volgens de ruimtebehoefteberekening in de Verordening. Omdat er al een deel van de leerlingen onderwijs krijgt in het Centrum voor Top Techniek (en dat in de toekomst zo blijft). Is de omvang van dit gebruik van de normatieve ruimtebehoefte af getrokken. Er resteert een oppervlak voor de school van 17.151 m2. Voor de omvang van het perceel is aangenomen dat 60% hiervan de footprint vormt (er wordt dus in meerdere lagen gebouwd).
Referentie: 1646203-0051.3.0.
De omvang van het perceel bestaat uit de volgende componenten: • De footprint van het gebouw; • Benodigde ruimte voor (fiets)parkeren; • Buiten verblijfruimte en groenvoorzieningen. Eventuele benodigde ruimte voor gymzalen of sportvelden is separaat in beeld gebracht. Het totale minimale oppervlak van de locatie ten behoeve van het schoolgebouw en het terrein moet 20.275 m2 bedragen.
6.1.4 Nulmeting huidige panden Het uitgangspunt van de gemeente Terneuzen is toekomstbestendige onderwijshuisvesting voor de komende 40 jaar, ook in het geval van renovatie. HEVO heeft daarvan uitgaande de huidige panden technisch en functioneel geschouwd en is tot de volgende conclusies gekomen:
Locatie Zeldenrustlaan 2 Het huidige leerklimaat op de school is onvoldoende. Om het gebouw toekomstbestendig te maken dient er een flinke ingreep plaats te vinden. Gezien de levensduurverlenging dient ook naar de Klimaatwet te worden gekeken, vandaar dat minimaal de volgende werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd: • Na-isoleren van gebouwschil. Daartoe gevel geheel nieuw opbouwen en dakisolatie opwaarderen. Kozijnen inclusief beglazing vervangen, zonwering automatisch aangestuurd aanbrengen. • Gebalanceerde luchtbehandelingsinstallatie aanbrengen, inclusief warmteterugwinning. Dit beheerst enerzijds het CO2-niveau in het gebouw, anderzijds zorgt het voor de beperking van energieverlies. • Verlichtingsinstallatie aanpassen. Geheel op basis van ledverlichting en schakeling op aanwezigheid en daglicht. • Vanwege de herziening van het verlichtingsplan én het aanbrengen van luchtbehandeling ligt het voor de hand om de plafonds te vernieuwen. Wellicht kan hierbij de akoestiek verder worden verbeterd, hoewel dit niet direct een aandachtspunt is.
Pagina 30 van 38
•
•
Verwarmingsinstallatie herzien. Gasloos maken ligt voor de hand, en inregelen op basis van laagtemperatuur systeem. Koppeling op luchtbehandelingsinstallatie is mogelijk. Herindeling van de onderwijsruimten passend bij het huidige onderwijs en flexibel naar het onderwijs van de toekomst.
Qua kosten zal bovenstaande de kosten voor vervangende nieuwbouw benaderen. De vraag is of het handhaven van de bestaande gebouw lay-out van voldoende waarde is om een dergelijke renovatie te rechtvaardigen. Voordeel van hergebruik van het casco is wel dat de eenmalige CO2-footprint bij bouw/verbouw wordt beperkt.
Locatie Oude Vaart 1 Het huidige gebouw is in voldoende conditie om nog jaren te gebruiken. Wel zijn er enkele bouw-/installatiekundige aandachtspunten, die dringend aandacht vragen: • Aanpak van de dakbedekking. Gezien de vele eerdere reparaties lijkt het voor de hand te liggen, om de gehele dakbedekking te vervangen. Dit biedt tevens de kans om te verduurzamen met: 1. Opwaardering isolatiepakket, geeft een beter beheersbaar gebouw én een betere energieprestatie. 2. Plaatsing van PV-panelen. 3. Aanbrengen van groendak. Om een duurzame oplossing te garanderen, is het aan te bevelen om een gespecialiseerde dak adviseur een integraal plan op te laten stellen. • De luchtkwaliteit is een aandachtspunt. Aan niveau van Frisse Scholen kan niet worden voldaan. • Versnelde vervanging van verlichting door LED. Momenteel worden de lampen vervangen, echter is het energetisch beter om ook de armaturen en/of schakelingen te vervangen. Daarom valt het te overwegen om het projectmatig aan te pakken. • De Klimaatwet: Gezien het lange beoogde gebruik, dient een visie te worden geformuleerd hoe om te gaan met zaken als CO2-reductie en gasloos maken van het gebouw.
Referentie: 1646203-0051.3.0.
Op onderwijskundig vlak laat het pand aan de Oude Vaart echter veel te wensen over. Er zal een grote herindeling van de onderwijsruimten moeten plaatsvinden passend bij het huidige onderwijsconcept en flexibel naar het onderwijs van de toekomst. Afhankelijk van de mate van interne herindelingsingrepen kunnen de kosten voor renovatie worden bepaald. Bij 50% herindeling zullen bovenstaande ingrepen de kosten voor vervangende nieuwbouw benaderen.
6.1.5 Opstellen afwegingscriteria De potentiële locaties moeten worden beoordeeld middels afwegingscriteria. In een projectgroep overleg is hierover gebrainstormd en vervolgens ter vaststelling aangeboden aan de stuurgroep. De volledige afwegingsmatrix is te uitgebreid en complex om in dit document te delen De volgende thema’s zijn in ieder geval uitvoerig en vanuit verschillende invalshoeken bekeken: • Locatie: omvang, milieuaspecten en beschikbaarheid. • Omgeving: invloeden van de school en haar gebruik op de omgeving, en vice versa. • Verkeer en bereikbaarheid: veilige routes, openbaar vervoer en afstanden tot binnensportaccommodaties. • Samenwerking: nabijheid maatschappelijke partners en onderwijs partners. • Financiën: kwaliteit, duurzaamheid en stichtingskosten.
6.1.6 Scenariovorming Uit de Kennis en Kansen conferentie zijn 15 potentiële locaties naar voren gekomen. Deze locaties zijn in eerste instantie getoetst op omvang, milieuaspecten en beschikbaarheid. Na deze toetsing bleven zes locaties over en deze zijn gepresenteerd aan het College. Deze locaties zijn vervolgens aan alle afwegingscriteria getoetst. Na deze afweging zijn er drie locaties en scenario’s overgebleven die gepresenteerd zullen worden aan het College. Het doel is om na deze presentatie een voorkeursscenario te kiezen. Als gevolg van de corona-maatregelen is hier nog geen uitvoering aan gegeven. De drie overgebleven locaties worden expliciet niet benoemd in dit IHP om onnodige en ongewenste speculaties te voorkomen. Als het haalbaarheidsonderzoek is afgerond zal het volledige onderzoek gepresenteerd worden.
Pagina 31 van 38
6.1.7 Samenwerking Vooruitlopend op het advies samenwerking vinden er overleggen plaats met ZorgSaam, Scalda en het VSO. Hierbij wordt gesproken over de concretisering van de uitbouw van de bestaande samenwerking.
6.1.8 Stichtingskosten Zoals eerder afgestemd tussen College en Gemeenteraad is de doelstelling van het IHP te komen tot een integraal, geprioriteerd investeringsschema. Dat vraagt dus inzicht in alle huisvestingsopgaven voor het BO, (V)SO en VO. Zoals aangegeven is het helaas niet mogelijk op dit moment een uitgewerkt voorkeursscenario te presenteren. De drie overgebleven scenario’s zijn geraamd op bedragen die liggen tussen € 39.956.000,- en € 44.480.000,- incl. btw. Deze bedragen zijn gebaseerd op: • Stichtingskosten school (Bouwbesluit en BENG); • Stichtingskosten gymnastiekvoorzieningen; • Boekwaarde-vereffening; • Stichtingskosten infrastructurele aanpassingen en; • Stichtingskosten interim-voorzieningen. Niet meegenomen zijn de kosten voor aankoop van locaties die niet in eigendom zijn en de potentiële opbrengsten van te verlaten locaties. Omdat er pas na het definitief maken van het haalbaarheidsonderzoek duidelijk is wat de totale stichtingskosten zijn, is er in dit IHP uitgegaan van het maximale bedrag. Hierdoor is het mogelijk om een integraal overzicht op te stellen en een integrale afweging te maken. De verdeling van de bekostiging van de totale stichtingskosten tussen gemeente en VO Zeeuws-Vlaanderen zal bij het afronden van het haalbaarheidsonderzoek afgestemd zijn.
6.1.9 Vervolg Als het College het voorkeursscenario heeft bepaald, kunnen de samenwerkingsmogelijkheden worden geconcretiseerd. Daarnaast wordt een Plan van Aanpak gemaakt voor de verdere ontwikkeling van het nieuwe Lodewijk College. Wanneer deze stappen worden gezet, moet nader worden bepaald, afhankelijk van de corona-maatregelen.
Referentie: 1646203-0051.3.0.
Pagina 32 van 38
7. Financiële uitgangspunten en vertaling De in hoofdstuk 6 en 7 gepresenteerde scenario’s worden in dit hoofdstuk voorzien van een financieel kader. Dit kader bestaat enerzijds uit de raming van de met dit IHP gemoeide investeringskosten en anderzijds uit de uitgangspunten en randvoorwaarden die behoren bij het financieel kader.
7.1. Investeringsniveaus Naar aanleiding van de financiële sessie rondom het IHP in Terneuzen is er verzocht inzichtelijk te maken wat het verschil in investering is tussen de volgende varianten: 1. Investering op basis van Verordening Terneuzen. 2. Investering op basis van marktconforme kostenconfigurator (KC) HEVO Bouwbesluit inclusief BENG. 3. Investering op basis van marktconforme kostenconfigurator (KC) HEVO Bouwbesluit inclusief ENG. 4. Investering op basis van marktconforme kostenconfigurator (KC) HEVO Bouwbesluit inclusief ENG en extra kwaliteitseisen. Bij deze investeringen wordt uitgegaan van nieuwbouw van een PO-school prijspeil 2020.
BVO in m2 Nieuwbouw per m2 Verordening KC BENG % t.o.v. verordening KC ENG % t.o.v. verordening KC Extra kwaliteitseisen % t.o.v. verordening
100 leerlingen
200 leerlingen
300 leerlingen
400 leerlingen
703
1.206
1.709
2.212
€ 2.495,95 € 2.518,50 0,9% € 2.616,00
€ 2.235,68 € 2.304,20 3,1% € 2.393,00
€ 2.128,62 € 2.061,70 -3,1% € 2.137,00
€ 2.070,24 € 2.016,50 -2,6% € 2.087,00
4,8% € 3.040,29 21,8%
7,0% € 2.802,96 25,4%
0,4% € 2.547,99 19,7%
0,8% € 2.488,69 20,2%
De extra kwaliteitseisen betreffen: • Frisse Scholen klasse B voor lucht, licht, temperatuur en geluid. • Flexibel gebouw en extra interne transparantie.
Referentie: 1646203-0051.3.0.
•
Exploitatiegericht bouwen: o Toepassing aluminium kozijnen (i.p.v. hout), o Onderhoudsarme vloerafwerking (vinyl i.p.v. marmoleum) o Onderhoudsarme wandafwerking (scanbehang met coating i.p.v. spuitwerk).
Het streven is om ook bij renovatie de gewenste nieuwbouwkwaliteit zoveel als mogelijk te realiseren (volwaardig alternatief). Logischerwijs dienen deze projectspecifiek bepaald te worden. Per project kunnen gemeente en schoolbesturen in overleg besluiten welk kwaliteitsniveau er zal worden gerealiseerd. Dit hangt samen met het principe van Total Cost of Ownership.
7.2. Total Cost of Ownership Bouwsteen 2 (duurzaamheid en kwaliteit) leidt tot meer duurzame en onderhoudsarme gebouwen, en leidt daarmee ook tot exploitatievoordelen. Schoolbesturen financieren op basis van Total Cost of Ownership (TCO) een deel van de stichtingskosten van een nieuwbouw- of renovatieopgave. Deze investering komt de duurzaamheid van het gebouw op het gebied van onderhoud en exploitatie ten goede. Daarbij maken schoolbesturen gebruik van de vergoeding voor materiële instandhouding (mivergoeding) die zij ontvangen van het Rijk. Er wordt per project Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) gevoerd over de hoogte van deze investering. Bij de start van elk project vindt er een herijking plaats op basis van leerlingenaantallen, kwaliteits- en bouwkostenniveaus en TCO en wordt er gekeken of de terugverdientijden nog reëel zijn dan wel aangepast dienen te worden. Door het combineren van de zorgplicht van de gemeente met de exploitatievoordelen die te verwachten zijn voor de schoolbesturen, wordt het realiseren van extra kwaliteit haalbaar. De investering kan door schoolbesturen op twee manieren worden opgebouwd: 1. middels inzet onderhoudsvoorzieningen; 2. te behalen voordeel op energielasten.
Pagina 33 van 38
Onderhoudsvoorzieningen Met het nemen van een investeringsbesluit kan het schoolbestuur ten aanzien van de daarbij betrokken scholen het onderhoud terugbrengen tot een minimaal niveau. De daaruit te vormen voorziening kan ingebracht worden in het nieuwbouw- of renovatieproject. Er wordt daarbij uitgegaan van een voorziening, op te bouwen in 4 jaar met een omvang van € 25,-- per m² per jaar. In totaal is daarmee een voorziening op te bouwen tot € 100,-- per m² bruto vloeroppervlak. Gelet op de situatie bij Brede Scholen waarbij het onderhoud verdeeld is tussen gemeente en schoolbesturen dient hierover specifieke afstemming plaats te vinden.
Verdeling bekostiging De gemeente Terneuzen onderschrijft het klimaatakkoord en wil duurzame gebouwen realiseren. De schoolbesturen willen schoolgebouwen realiseren die mee kunnen bewegen in de ontwikkelingen op onderwijskundig gebied en met een binnenmilieu dat het ‘sober en doelmatige’ niveau overstijgt. Dit samen vormt de basis voor kwalitatief goede en duurzame scholen, waarbij het schoolbestuur profiteert van flexibiliteit en lagere exploitatielasten en de gemeente aan haar klimaatdoelstellingen kan voldoen. Daarom is de gemeente met de schoolbesturen overeengekomen dat wanneer er kwaliteit wordt toegevoegd uitstijgend boven Bouwbesluit en BENG, de extra investering 50%-50% tussen hen wordt verdeeld. Zoals eerder aangegeven wordt het gewenste kwaliteitsniveau in goed overleg projectspecifiek bepaald. Dit ziet er dan als volgt uit:
Energielasten Na ingebruikname van de gerenoveerde of nieuw gebouwde school, zal het schoolbestuur een aanzienlijk voordeel behalen ten aanzien van de energielasten. Op dit moment is bij het overgrote deel van de schoolbesturen de huidige vergoeding voor energielasten niet toereikend voor de feitelijke energielasten. Het is 100 leerlingen 200 leerlingen 300 leerlingen 400 leerlingen bekostigingsverdeling mogelijk dat het voordeel dat behaald wordt tussen de normvergoeding en de feitelijke energielasten ná renovatie of nieuwbouw (deze liggen 703 1.206 1.709 2.212 BVO in m2 lager dan de normvergoeding), door het schoolbestuur ingebracht Nieuwbouw per m2 wordt in het project. Het exploitatievoordeel dat behaald wordt door het Verordening € 2.495,95 € 2.235,68 € 2.128,62 € 2.070,24 gemeente 100% niet meer overstijgen van de normvergoeding voor energie, komt de KC BENG € 2.518,50 € 2.304,20 € 2.061,70 € 2.016,50 gemeente 100% schoolbesturen toe. % t.o.v. verordening 0,9% 3,1% -3,1% -2,6% Geraamd bij nieuwbouw is een energievoordeel per jaar van € 5,50 per m² ten opzichte van de exploitatievergoeding. Bij kapitalisatie van dit voordeel over 20 jaar ontstaat een investeringsbijdrage van € 110,-- per m² bruto vloeroppervlak.
KC ENG
€ 2.616,00
€ 2.393,00
€ 2.137,00
€ 2.087,00
gemeente 100,2%-103,5%
% t.o.v. verordening
4,8% € 3.040,29 21,8%
7,0% € 2.802,96 25,4%
0,4% € 2.547,99 19,7%
0,8% € 2.488,69 20,2%
schoolbestuur 0,2%-3,5%
KC Extra kwaliteitseisen % t.o.v. verordening
gemeente 109,85-112,7% schoolbestuur 9,85-12,7%
Geraamd bij renovatie is een energievoordeel per jaar van € 2,50 per m² ten opzichte van de exploitatievergoeding. Bij renovatie wordt dus een kleiner voordeel verwacht dan bij nieuwbouw. Bij kapitalisatie van dit voordeel over 20 jaar ontstaat een investeringsbijdrage van € 50,-- per m² bruto vloeroppervlak.
Referentie: 1646203-0051.3.0.
Pagina 34 van 38
7.3. Overzicht investeringen en fasering Omdat op een later moment de extra kwaliteitseisen worden bepaald, gaat onderstaand overzicht uit van de vergoeding zoals in de Verordening van de gemeente Terneuzen is opgenomen. De stichtingskosten in dit overzicht zijn bepaald op prijspeil januari 2020 inclusief btw en moeten worden geïndexeerd naar het jaar van aanbesteding. Deze stichtingskosten betreffen enkel de kosten voor het realiseren van het schoolgebouw, kosten voor eventuele sloop, verwerven van grond, interim voorzieningen en het afschrijven van boekwaardes zijn hierin niet meegenomen.
Periode *
Scenario
0-3 jaar 0-3 jaar 0-3 jaar 0-3 jaar 0-3 jaar 0-3 jaar 0-3 jaar 0-5 jaar 0-5 jaar 5-10 jaar 5-10 jaar 5-10 jaar 5-10 jaar
Onderzoek Othene medegebruik/inbreiding Rivierenbuurt, nieuwbouw De Steiger Hoek, nieuwbouw de Driesprong Westdorpe, nieuwbouw De Kreeke Terneuzen, Oude Vaart Biervliet, inpassing KDV Terneuzen, Lodewijk College Terneuzen,uitbreiding Kameleon Zaamslag, nieuwbouw Torenberg Terneuzen, SBO en SO in 1 Axel, 3 in 1 Axel, Sterrenpracht Terneuzen, PRO en VSO bij VO
Omvang
8. Nawoord In goed overleg met alle betrokken partijen is dit IHP opgesteld, waarbij de lijn van het voorstel van de VNG zo veel mogelijk gevolgd is. De huisvestingsbehoefte is bepaald en vertaald in investeringen. Door de partijen wordt dit document voorgelegd aan de Raad met het verzoek het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs goed te keuren.
Indicatie Stiko
m2 BVO
Verordening
1.825 975 602 17.151 100 1.060 n.t.b. 2.281 1.147 n.t.b.
** € 368.000,00 ** € 9.212.566,00 ** € 7.929.941,00 € 1.503.000,00 € 44.480.000,00 € 250.000,00 € 2.508.000,00 € 4.722.000,00 n.t.b. afh. HBO VO
* de kleuren in de periode kolom zijn de uitkomst van de kwalitatieve schouw van de schoolgebouwen. rood = restgebruik 0-5 jaar, oranje = restgebruik 5-10 jaar, groen = restgebruik 10-20 jaar.
** deze bedragen zijn specifiek voor dit scenario bepaald door de gemeente Terneuzen.
Referentie: 1646203-0051.3.0.
Pagina 35 van 38
Bijlage I Lokale huisvestingssituatie Verdeling eigendom en onderhoud De gemeente Terneuzen is eigenaar van acht brede scholen, waarvan er zes in gebruik gegeven zijn aan Onderwijsgroep Perspecto en twee aan de Stichting Protestants Christelijk Basisonderwijs in Terneuzen (Probaz). Twee brede schoolgebouwen worden door de gemeente gehuurd van een woningbouwcoöperatie waarin de onderwijsruimtes in gebruik gegeven zijn aan Onderwijsgroep Perspecto. Met de schoolbesturen is overleg geweest en overeenstemming bereikt over de overheveling van de middelen voor (buiten) onderhoud voor de brede scholen. Voor niet- brede scholen wordt niets gewijzigd, hetgeen betekent dat de schoolbesturen zelf verantwoordelijk blijven voor binnen- en buitenonderhoud.
Referentie: 1646203-0051.3.0.
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X X
X
X
X
X
X X
X
Lodewjk College
X
X
X X
X
De Statie
De Argo
X
X
De Parel
De Torenberg
X
X
KC Stelle
De Vlaswiek
X
X
't Geuzennest
De Warande
X
X
Prins Willem van Oranjeschool
Sterrenpracht
X
De Twijn
De Springplank
X
De Kameleon
Prinses Marijkeschool
X
X
Laureyn
De Steiger
X
Het Mozaiek
9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27
De Oude Vaart
8
Aangeenbrug
7
Driesprong
6
Sint Antonius
5
De Sprong
4
De Wingerd
3
De Regenboog
2
De Irisschool
JURIDISCH EIGENDOM GEMEENTE JURIDISCH EIGENDOM SCHOOLBESTUUR BUITENONDERHOUD 100 % GEMEENTE BUITENONDERHOUD 100% SCHOOLBESTUUR BINNENONDERHOUD 60% GEMEENTE 40% S.BEST. BINNENONDERHOUD 100 % SCHOOLBESTUUR
1
De Kreeke
Er zijn duidelijke afspraken gemaakt tussen gemeente en beide schoolbesturen om de samenhang en afstemming voor het borgen van de kwaliteit van het binnenen buitenonderhoud van de brede schoolgebouwen toekomstbestendig te houden. Op basis van de Rijksbaten die door de schoolbesturen jaarlijks als vergoeding wordt ontvangen vindt de overdracht van middelen aan de gemeente plaats. De jaarlijks te ontvangen middelen voor buitenonderhoud voor de brede scholen wordt het daaropvolgend boekjaar voor 100% overgedragen aan de gemeente. Op basis van de verdeling Rijks bekostiging ontvangt de gemeente 60% van de middelen voor het binnen onderhoud van het schoolbestuur. Voor de schoolbesturen blijft 40% beschikbaar voor het binnen onderhoud waarvoor het schoolbestuur verantwoordelijk is binnen de brede school.
X
X
X X
Pagina 36 van 38
3
2
2
1
3
1
3
2
2
1985/1998/ 2005/2007/2014
7
5,5
7
6
4
5
66,5
TOTAALSCORE
VEILIG
BOUWJAAR
MONITOREN
ACTIE
WEGING
TOTAALSCORE
1
BINNENMILIEU
BINNENMILIEU
3
EXPLOITATIE
EXPLOITATIE
WEGING
ONDERWIJSKUNDIG
ONDERWIJSKUNDIG
ACTIE
VEILIGHEID
VEILIGHEID
BOUWJAAR
MONITOREN
BOUWKUNDIGE STAAT
BOUWKUNDIGE STAAT
1
VEILIG
UITSTRALING
UITSTRALING
Bijlage II Beoordeling gebouwenbestand Overzicht QuickScans gebouwen toekomstwaarde scholen Terneuzen
1
De Kreeke
1950/2001
5,5
4
6
4
4
4
51,5
15
Sint Antonius
2
De Meerpaal
1974/1999
5
4
7
4
4
5
54
16
Driesprong ('t Kompas)
1965/2008
6,5
7
7
5,5
4
5,5
70
3
De Geule
1980/2006
5
4
6
5
4
5,5
57
17
Aangeenbrug
1966/2000
6
6
7
7
5
7
76
4
De Hille
1976
5,5
4
6
5
4
6
58,5
18
De Oude Vaart
2008
7
8
7
5
5
7
77
5
Prinses Marijkeschool
1975/1983
6
4,5
6
5
4
5
58,5
19
De Irisschool
2011
8
8
8
6
4
7
80
6
De Springplank
1980/2006
6
5
6
5,5
4
4
59,5
20
Het Mozaiek
2015
8
8
8
6
4
7
80
7
Sterrenpracht
1975/1987/ 1995
5
5,5
6
5
4
5
60,5
21
Laureyn
1977/2003/2017
7
6
7
8
6
6
80
8
De Warande
1968/2008/2014
5,5
5
6
5
4
6
61,5
22
De Kameleon
2007
7
8
7
7
4
7
81
9
De Vlaswiek
1931/1950/ 2002
7
5
7
5
4
5
62
23
De Twijn
1972/1994
8
8
7
8
4
7
85
10
De Torenberg
1986
6
5
7
5
5
5
63
24
Prins Willem van Oranjeschool
2008
8
8
7
7
5,5
8
87
11
De Argo
1950/2001
4
5
5,5
5,5
6
5
63
25
't Geuzennest
2013
8
8
8
8
4
8
88
12
De Regenboog
1974/1999
6
5,5
6
5
4
6
63,5
26
KC Stelle
2009
7
8
8
7
7
8
90
13
De Wingerd
1975/1983
5,5
6
6
5
4
6
64,5
27
De Parel
2012
8
8
8
8
7
7
92
14
De Sprong
2000
6
7
6
4
4
6
65
28
De Statie
2014
8
8
8
8
8
8
96
Advies: Bij < 57 punten: Bij 57 - 63 punten: Bij > 63 punten:
binnen 3 jaar optimalisering (renovatie) of vervangende huisvesting. binnen uiterlijk 5-10 jaar keuze structurele oplossing. voorlopig geen (integrale) voorzieningen.
Referentie: 1646203-0051.3.0.
Pagina 37 van 38
Colofon Uitgave: Datum: Auteur(s):
HEVO B.V. 15 mei 2020 mevrouw ir. Y.E.M. Ketelaars - HEVO B.V. de heer ir. G.P. Jacobs - HEVO B.V.
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
Contact Statenlaan 8 5223 LA 's-Hertogenbosch
Postbus 70501 5201 CB 's-Hertogenbosch
T +31 (0)73 6 409 409 info@hevo.nl www.hevo.nl
www.rpmbyhevo.nl
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
Niets uit deze uitgave mag zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van HEVO B.V. worden gekopieerd, noch aan derden ter inzage worden gegeven
Referentie: 1646203-0051.3.0.
Pagina 38 van 38