CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-09-12 - Bijlage 3 IHP gemeente Terneuzen 2020

gemeenteraad 26 september 2024, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststelling Integraal Huisvestingsplan (IHP) Gemeente Terneuzen 202413.464 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Integraal Huisvestingsplan onderwijs gemeente Terneuzen

Opdrachtgever Gemeente Terneuzen Datum 15 mei 2020 Project IHP Terneuzen Referentie 1646203-0051.3.0 Auteur(s) mevrouw ir. Y.E.M. Ketelaars - HEVO B.V. de heer ir. G.P. Jacobs - HEVO B.V.

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Statenlaan 8

Postbus 70501

T +31 (0)73 6 409 409

www.hevo.nl

ISO 9001-gecertificeerd

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

5223 LA 's-Hertogenbosch

5201 CB 's-Hertogenbosch

info@hevo.nl

www.rpmbyhevo.nl

Voorwoord De gemeente Terneuzen heeft de wettelijke plicht om te zorgen voor adequate huisvesting voor scholen in het primair, speciaal en voortgezet onderwijs. Er is behoefte aan algemene kaders voor vragen rondom schoolgebouwen. Afgevaardigden van de schoolbesturen, kinderopvang en de gemeente Terneuzen zijn onder begeleiding van HEVO van start gegaan om een breed gedragen Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor het onderwijs in de gemeente Terneuzen op te stellen. Het IHP heeft als doel toekomstbestendige, goed op de vraag afgestemde (brede-) schoolvoorzieningen te garanderen en wil kapitaalvernietiging als gevolg van leegstand voorkomen. Het IHP geeft tevens een beeld van de investeringen die daarvoor nodig zijn. Onderhavig document is het resultaat.

Referentie: 1646203-0051.3.0.

Pagina 2 van 38

Inhoudsopgave 1. 1.1. 1.2. 1.3.

Inleiding Doelen van het IHP Verankering Procedure

5 5 6 6

2. 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6. 2.7. 2.8. 2.9. 2.10. 2.11. 2.12. 2.13.

Beleidskaders Zorgplicht Verordening Eigendom Doordecentralisatie Weeffouten in het stelsel Wetsvoorstel weeffouten in het stelsel Verhoging normbedragen VNG Aanpassingen bij wijzigingen wet- en regelgeving Ontwikkeling klimaatakkoord Het natuurlijk moment Voorziening cofinanciering klimaatakkoord Leerlingenprognoses Voorzieningenplan 2017 Terneuzen

7 7 7 7 7 8 8 9 9 9 10 10 11 11

3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6.

Beleidsuitgangspunten: de Bouwstenen Bouwsteen 1: Regie Bouwsteen 2: Duurzaamheid & Kwaliteit Bouwsteen 3: Vervangende nieuwbouw & renovatie Bouwsteen 4: Samenwerking Bouwsteen 5: Vraag & Aanbod Bouwsteen 6: Groei & Krimp

12 12 13 14 15 16 16

4. 4.1.

Huidig scholenbestand Gemeente Terneuzen

18 18

5. 5.1.

Scenario’s Samenvatting scenario’s

20 20

Referentie: 1646203-0051.3.0.

5.2. 5.3. 5.4. 5.4.1 5.4.2 5.4.3 5.4.4 5.4.5 5.4.6 5.4.7 5.4.8 5.4.9 5.5. 5.5.1 5.5.2 5.5.3 5.5.4

Gegevens op de kaart 20 Kosten 20 Scenario’s eerste periode 23 Onderzoek medegebruik of inbreiding Othene 23 Rivierenbuurt, nieuwbouw De Steiger 23 Hoek, nieuwbouw De Driesprong 24 Westdorpe, nieuwbouw De Kreeke 24 Terneuzen, Oude Vaart 25 Biervliet, inpassing KDV in Brede school 26 Terneuzen, Lodewijk College 26 Terneuzen, uitbreiding Kameleon 26 Zaamslag, nieuwbouw Torenberg 26 Scenario’s tweede periode 27 Terneuzen, Springplank en SO Regenboog/Wingerd onder één dak 27 Axel, nieuwbouw St. Antonius, Prinses Marijke en Warande, tot twee scholen onder één dak 27 Axel, renovatie en verduurzaming Sterrenpracht 27 Terneuzen, Sprong, Argo en VSO Regenboog/Wingerd onderzoek samenwerking VO 28

6. 6.1. 6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.1.4 6.1.5 6.1.6 6.1.7 6.1.8 6.1.9

Haalbaarheidsonderzoek Voortgezet Onderwijs Proces Startoverleg Kennis en Kansenconferentie Opstellen globaal Programma van Ruimten Nulmeting huidige panden Opstellen afwegingscriteria Scenariovorming Samenwerking Stichtingskosten Vervolg

29 29 29 30 30 30 31 31 32 32 32

7. 7.1. 7.2.

Financiële uitgangspunten en vertaling Investeringsniveaus Total Cost of Ownership

33 33 33

Pagina 3 van 38

7.3.

Overzicht investeringen en fasering

35

8.

Nawoord

35

Bijlage I Lokale huisvestingssituatie

36

Bijlage II Beoordeling gebouwenbestand

37

Referentie: 1646203-0051.3.0.

Pagina 4 van 38

1. Inleiding De gemeente Terneuzen, schoolbesturen en kinderopvang streven naar een beleidsrijk en strategisch IHP. Een strategisch IHP bepaalt op basis van visie, gerichte analyse, scenario-ontwikkeling en financiële vertaling de kaders voor investeringen in onderwijshuisvesting. Een strategisch IHP stelt de gemeente en de schoolbesturen in staat om op de korte en lange termijn toekomstbestendige keuzes te maken en een proactief (investerings)beleid te voeren. Dit IHP is het resultaat van een nauwe samenwerking tussen de schoolbesturen, kinderopvang en gemeente Terneuzen.

In het coalitieakkoord Terneuzen 2018-2022 is opgenomen “We willen goede onderwijsvoorzieningen in onze gemeente. We stimuleren de samenwerking met, in en rond het onderwijs waarbij we oog hebben voor kwaliteit, betaalbaarheid, bereikbaarheid, duurzaamheid en keuzevrijheid.” Het College wil daarbij inzetten op toekomstbestendige en kwalitatief hoogwaardige onderwijsvoorzieningen voor 0 tot 18jarigen.

Referentie: 1646203-0051.3.0.

Het kwalitatief goed onderwijs voor alle leerlingen kent de volgende elementen: • Zo bereikbaar en nabij mogelijk onderwijs; • Dat duurzaam betaalbaar is en goed te organiseren; • Met behoud, versterking en verrijking van het onderwijsaanbod.

1.1. Doelen van het IHP Het IHP heeft effect op drie beleidsniveaus, waarbij de focus ligt op het strategisch niveau. 1.

Strategisch: het IHP geeft richting aan onderwijshuisvestingsopgaven voor de lange termijn (20 jaar). Voor de kortere termijn (4 jaar) vervangt het IHP de gebruikelijke van-jaar-tot-jaar-programma’s, prioriteert gewenste projecten en geeft aan welke investeringen daarmee gemoeid zijn. Het investeringskader is uitgewerkt in de financiële paragraaf en is geraamd op basis van kengetallen. Een IHP is geen vrijblijvend beleidskader, het geeft immers ook vorm aan de wettelijke gemeentelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting. Daarom is een bijbehorend investeringskader een voorwaarde. Het IHP wordt door de gemeenteraad vastgesteld en om de 4 jaar geactualiseerd. Parallel daaraan geeft de gemeenteraad het financiële kader aan.

2.

Tactisch: voor de uitvoering van de projecten in de eerste 4 jaar wordt jaarlijks een gedetailleerd jaarplan IHP opgesteld. Fundamentele onderdelen van het jaarplan IHP zijn de haalbaarheidsonderzoeken van de in het IHP opgenomen projecten. In de haalbaarheidsonderzoeken komen aspecten aan bod als: nieuwbouw of renovatie, mogelijke inzet van tijdelijke huisvesting, ruimtelijke ordening, actuele leerlingenprognoses, bouwkostenniveaus etc. De benodigde investeringen worden jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld in de jaarbegroting. Voortschrijdend inzicht en veranderende omstandigheden op projectniveau kunnen leiden tot aanpassen van het jaarplan IHP. De jaarbegroting IHP is agendapunt van het Op Overeenstemming Gericht Overleg en wordt, binnen de kaders van het IHP en de Programmabegroting, door het College vastgesteld en beschikt.

Pagina 5 van 38

3.

Na vaststelling in de gemeenteraad wordt gestart met het operationeel niveau: de realisatie van projecten.

1.2. Verankering De verankering van het IHP heeft een directe relatie met de werkwijze zoals omschreven in de vorige paragraaf. 1.

Strategisch: het IHP fungeert als beleidskader voor onderwijshuisvesting. Daarmee fungeert het IHP tevens als toetsingskader voor nieuwbouw en overige voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen. Het IHP wordt vastgesteld door de gemeenteraad.

2.

Tactisch: het jaarplan IHP komt in de plaats van het jaarlijkse huisvestingsprogramma dat voorheen werd opgesteld aan de hand van de aanvragen voor voorzieningen van schoolbesturen. Het jaarplan IHP volgt vanzelfsprekend het IHP.

het IHP bekrachtigd. Dit bepaalt de wijze waarop de gemeente haar verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting vormgeeft de komende jaren. Parallel daaraan geeft de gemeenteraad invulling aan de inbedding van de investeringsopgave uit het IHP in de gemeentebegroting. De financiële effecten van het IHP op de gemeentebegroting zullen voor de komende jaren in beeld gebracht worden. In de Programmabegroting 2021-2024 wordt de ruimte voor de beoogde investeringen uit het IHP vastgelegd. Dit vormt de basis voor de uitvoeringsplanning van de beoogde projecten.

Het jaarplan IHP wordt, in overeenstemming met de wet, jaarlijks vastgesteld in het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO). Voortschrijdend inzicht en veranderende omstandigheden worden besproken in het OOGO. Het is niet de bedoeling om het IHP jaarlijks ter discussie te stellen. Dit wordt immers eenmaal per 4 jaar geactualiseerd en vastgesteld. Op basis van het jaarplan IHP geeft het College van B&W de beschikkingen af. Het jaarplan IHP wordt ter informatie aangeboden aan de gemeenteraad. 3.

Operationeel: indien in de realisatiefase schoolbesturen bouwheer zijn, is er vanuit de gemeente de mogelijkheid om te kunnen toetsen of de plannen van het schoolbestuur voldoen aan de kaders zoals overeengekomen in het IHP en in het uitvoeringsprogramma. Waar het de bouw van een Brede School betreft, is de gemeente bouwheer.

1.3. Procedure Dit IHP is een samenwerkingsdocument dat wordt gedragen door de betrokken onderwijsinstellingen, de kinderopvangorganisatie en de gemeente. Als zodanig zal het IHP medio 2020 ter besluitvorming worden voorgelegd aan de gemeenteraad van de gemeente Terneuzen. Door in te stemmen met het IHP worden de beleidsdoelen uit

Referentie: 1646203-0051.3.0.

Pagina 6 van 38

2. Beleidskaders Dit hoofdstuk behandelt de beleidskaders van dit IHP. Er wordt ingegaan op de wettelijke taak van gemeenten en schoolbesturen op het gebied van onderwijshuisvesting en relevante ontwikkelingen.

2.1. Zorgplicht Gemeenten hebben op het gebied van onderwijshuisvesting de zogeheten zorgplicht. De onderwijswetgeving stelt dat een gemeente dient te voorzien in adequate huisvesting voor het Primair Onderwijs (PO), (Voortgezet) Speciaal Onderwijs ((V)SO) en Voortgezet Onderwijs (VO). De voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is zijn vastgelegd in de wetgeving. Daarbij gaat het onder andere om (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding en herstel van constructiefouten. Het onderhoud (binnen- en buitenkant) en de exploitatie van schoolgebouwen is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. In de gemeente Terneuzen wordt in het geval van een brede school het onderhoud grotendeels door de gemeente uitgevoerd. Renovatie is (vooralsnog) niet wettelijk geregeld.

2.2. Verordening De uitvoering van de zorgplicht wordt geregeld via een juridisch instrument, de Verordening. Op grond van de Gemeentewet (artikel 149), Wet op het Primair Onderwijs (artikel 102), Wet op de Expertisecentra (artikel 100) en Wet op het Voortgezet Onderwijs (artikel 76) is de gemeenteraad verplicht bij Verordening een regeling op te stellen. De Verordening is de basis voor onderwijshuisvestingsbeleid en regelt uitgangspunten voor onder andere de voorzieningen die schoolbesturen jaarlijks kunnen aanvragen bij een gemeente, criteria voor het toetsen van deze aanvragen en procedurele afspraken. In de praktijk wordt de modelverordening van de VNG door gemeenten gebruikt en op onderdelen aangepast. De VVHO (Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Terneuzen is conform de door de VNG voorgestelde wijzigingen voor het laatst vastgesteld op 26 september 2019.)

2.3. Eigendom Schoolbesturen hebben het juridisch eigendom: dit houdt in dat een schoolbestuur als eigenaar van een schoolgebouw juridisch aansprakelijk is. Wanneer een schoolbestuur geen gebruik meer maakt van het gebouw valt het gebouw terug aan de gemeente. De

Referentie: 1646203-0051.3.0.

gemeente heeft het economisch eigendom. Schoolbesturen kunnen vanwege hun positie een gedeelte van het gebouw in medegebruik geven (aan een maatschappelijke partij) of verhuren (commerciële partij), indien de gemeente daar toestemming voor geeft. Afspraken hierover zijn vastgelegd in de notitie ‘Verhuur en medegebruik gemeente Terneuzen (2019)’. Daarnaast is er een tussenvorm waarbij het juridisch eigendom in handen is van een Vereniging van Eigenaren. Bij een brede school of een nieuw te realiseren integraal Kindcentrum (IKC) is de gemeente Terneuzen eigenaar van het gehele pand. In de gemeente Terneuzen zijn op dit moment de volgende brede scholen/integrale kindcentra juridisch eigendom van de gemeente: • ’t Geuzennest • Het Mozaïek • BS Othene • De Stelle/Zeemeeuw • De Vlaswiek • De Laureyn • De Twijn Juridisch eigendom woningcorporatie, gemeente is huurder: • De Statie • De Kameleon In de praktijk noemen steeds meer brede scholen zichzelf integrale kindcentra. Daarnaast huizen er steeds vaker partners in bij solitaire scholen waardoor feitelijk kindcentra/brede scholen ontstaan. Hierbij blijft het pand toch het juridisch eigendom van het schoolbestuur. Voorbeelden hiervan zijn de Oude Vaart en de Springplank.

2.4. Doordecentralisatie Er is een uitzondering op het bovenstaande. Gemeenten kunnen met één of meerdere schoolbesturen overeenkomen dat het schoolbestuur zelf geheel verantwoordelijk is voor de onderwijshuisvesting, dus ook nieuwbouw en uitbreiding (artikel 76 Wet op het Primair Onderwijs en artikel 111 Wet op het Voortgezet Onderwijs). Daarvoor ontvangt een schoolbestuur jaarlijks een bedrag van de gemeente. Dit wordt doordecentralisatie genoemd. De gemeente behoudt hierbij wel de zorgplicht. Op dit moment is doordecentralisatie in de gemeente Terneuzen niet aan de orde.

Pagina 7 van 38

2.5. Weeffouten in het stelsel

2.6. Wetsvoorstel weeffouten in het stelsel

De huidige rolverdeling (waarbij gemeenten verantwoordelijk zijn voor nieuwbouw en schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor onderhoud en exploitatie) is onderhevig aan verandering. Het huidige stelsel biedt beide partijen theoretisch de mogelijkheid om de eigen uitgaven te beperken. Gemeenten kunnen eigen uitgaven beperken door relatief goedkope gebouwen neer te zetten, ten koste van hoge onderhouds- en exploitatiekosten. Schoolbesturen kunnen de eigen uitgaven beperken door weinig te investeren in onderhoud en eerder nieuwbouw aan te vragen bij de gemeente. Daarbij komt dat een aantal zaken, zoals bekostiging als gevolg van aangescherpte eisen in het Bouwbesluit en maatschappelijk wenselijke voorzieningen waaronder op het gebied van duurzaamheid, en de voorziening renovatie niet geregeld zijn.

Op 15 december 2016 hebben de PO-Raad, de VO-Raad en de VNG-staatssecretaris Sander Dekker een gezamenlijk voorstel gestuurd om de tekortkomingen in het huidige stelsel voor onderwijshuisvesting op te lossen. Het uitgangspunt van dit voorstel is dat gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de (kwaliteit van de) huisvesting van scholen. Op 9 mei 2018 is het verder uitgewerkte voorstel aan OC&W overhandigd. Inmiddels is het voorstel ook formeel door de VNG goedgekeurd. Het voorstel is inmiddels formeel aangeboden aan de minister, die naar verwachting dit jaar de wetswijziging ambtelijk laat voorbereiden.

Los van het stelsel is er een schaarste aan middelen voor onderwijshuisvesting, zowel aan de kant van de gemeenten als aan de kant van de schoolbesturen.

Het voorstel pleit voor aanpassing van het stelsel om een aantal van de geconstateerde tekortkomingen op te heffen. Daarbij worden de nadelen van de scheiding van de financiële middelen zoveel mogelijk opgeheven. Gemeenten en schoolbesturen komen in een meer gelijkwaardige positie ten opzichte van elkaar. Belangrijke elementen uit het voorstel zijn: •

•

•

•

Referentie: 1646203-0051.3.0.

De wettelijk beschreven jaarcyclus voor aanvragen voor onderwijshuisvesting wordt vervangen door een langere periode, waarin gemeenten na overleg met betrokken schoolbesturen het huisvestingsbeleid en het investeringsprogramma voor een periode van 4 jaar vastleggen in een meerjarenprogramma (IHP), met een doorkijk tot ten minste het 16e jaar. De mogelijkheid om renovatie als volwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw in te kunnen zetten. Renovatie moet worden opgenomen als voorziening in de wet. Renovatie dient daarbij te leiden tot een startsituatie (of startconditie) die in functioneel en kwalitatief opzicht gelijkwaardig is aan nieuwbouw en gericht is op levensduurverlenging van ten minste 25 jaar. Het investeringsverbod voor het PO en SO wordt zodanig aangepast dat het overeenkomt met de betreffende bepalingen uit de WVO (de positie van het VO). PO en SO-besturen krijgen daarmee meer mogelijkheden om in huisvesting te investeren. De concretisering van het Huisvestingsvoorstel van de sectorraden en de VNG gaat uit van het handhaven van de huidige financieringsstromen. Aanvullend kan de versoepeling van het investeringsverbod leiden tot een gezamenlijke financiering die de kwaliteit van onderwijshuisvesting kan vergroten dan wel het moment van investeren kan vervroegen.

Pagina 8 van 38

Door de ontwikkeling van dit IHP lopen de gemeente Terneuzen en de schoolbesturen, binnen de kaders van de vigerende wetgeving, vooruit op dit wetsvoorstel.

2.7. Verhoging normbedragen VNG In maart 2018 heeft de VNG geadviseerd om de normkosten te verhogen met 40%. De aangekondigde verhogingen gelden vanaf 2019. De reden hiervoor is dat de jaarlijkse indexering van de normbedragen over de afgelopen jaren de werkelijke prijsontwikkelingen in de markt niet goed blijken te hebben gevolgd. Overigens zijn de nieuwe normbedragen nog steeds niet toereikend omdat nog geen rekening is gehouden met de minimale BENG-eisen, gasloos bouwen e.d. Vooralsnog zijn de normvergoedingen van de VNG ca. 12 tot 17% lager dan de marktconforme kosten. Opmerking: zowel het wetsvoorstel (zie par. 2.6.) alsmede de verhoging van de normbedragen zijn door de Rijksoverheid nog niet vertaald naar extra inkomsten voor gemeente (gemeentefonds) en schoolbesturen (mi-vergoeding).

2.8. Aanpassingen bij wijzigingen wet- en regelgeving Dit IHP wordt opgesteld onder de wet- en regelgeving zoals deze geldt op het moment van opstellen daarvan. Echter, wet- en regelgeving is onderhavig aan voortschrijdend inzicht; zo ook de wetgeving met betrekking tot het huisvestingsstelsel voor het funderend onderwijs in Nederland. Bij (substantiële) wijzigingen van bijvoorbeeld het genoemde stelsel, de Algemene Uitkeringen van het Gemeentefonds, de wijze van bepalen van normbedragen, wijzigingen ten aanzien van Bouwbesluit, energieakkoorden of enig andere substantiële ontwikkeling, kan het nodig zijn om dit IHP (op onderdelen) en de huisvestingsverordening aan te passen aan de dan geldende realiteit en mogelijkheden.

de totale reductie van gebouw gebonden CO2-productie en anderzijds op de kosteneffectiviteit van de verschillende maatregelen die op de gebouwenvoorraad kunnen worden toegepast. Op het gebied van de te behalen doelstellingen is de opdracht aan de sectoren om: 1. Te komen tot een gebouw gebonden CO2-reductie van 49% in 2030 ten opzichte van de situatie in 1990, hetgeen overeenkomt met 44% ten opzichte van de situatie in 2017. En: 2. Te komen tot een gebouw gebonden CO2-reductie van 95% in 2050 ten opzichte van de situatie in 1990. Naast de doelstellingen op het gebied van CO2-reductie, hebben de beide sectorraden daaraan toegevoegd dat een duurzaam schoolgebouw een schoolgebouw is dat optimaal ten dienste staat van het onderwijs dat erin geboden wordt. Een goed binnenklimaat resulteert in een hoger leerrendement en minder ziekteverzuim. Een schoolgebouw is daarmee duurzaam in meerdere opzichten dan alleen de CO2-uitstoot of het energieverbruik. Het is een gebouw dat aansluit bij de onderwijskundige visie van de school, past bij het aantal leerlingen en toekomstbestendig is bij veranderingen. Dit betekent dat ten opzichte van de huidige CO2-uitstoot, representatief gesteld voor referentiejaar 2017, het einddoel per 2050 gesteld wordt op 94,5% CO2-reductie ten opzichte van dat referentiejaar.

Het doel voor 2030, 44% reductie ten opzichte van 2017, is door het Rijk als doelstelling geformuleerd. Aan de verdere uitwerking van het klimaatakkoord wordt hard gewerkt. Er worden normen ontwikkeld voor een aantal standaard ingrepen in gebouwen en er wordt onderzocht hoe om te gaan met de normeringen en het bouwbesluit met betrekking tot de bestaande gebouwenvoorraad. Het verdient daarom aanbeveling deze ontwikkeling even af te wachten en na het bekend worden van maatregelen en subsidieregelingen kunnen de schoolbesturen dit beleid uitrollen.

2.9. Ontwikkeling klimaatakkoord In het klimaatakkoord is vastgelegd dat de PO-raad en de VO-raad sectorale routekaarten, behorende bij de klimaatopgave, dienen door te rekenen naar een CO2arme gebouwenvoorraad. Afgelopen periode heeft HEVO deze doorrekening gedaan. Deze doorrekening richt zich enerzijds op de effectiviteit van mogelijke scenario’s op

Referentie: 1646203-0051.3.0.

Ook de gemeente Terneuzen onderschrijft het Klimaatakkoord. De lokale ambities zijn vastgelegd in het coalitieprogramma 2018-2022 en het Activiteitenprogramma Klimaat en Duurzaamheid Gemeente Terneuzen.

Pagina 9 van 38

2.10. Het natuurlijk moment Bij de keuze voor levensduurverlenging of renovatie dient een integrale aanpak gekozen te worden om een duurzaam, toekomstbestendig en onderwijskundig functioneel passende huisvesting te realiseren. Voorop staat dat de levensduurverlenging of nieuwbouw dient plaats te vinden op een natuurlijk moment. Dit natuurlijk moment hangt nauw samen met de staat van het binnenmilieu, energieverbruik, de onderwijskundige functionaliteit en de te maken investeringen in het MJOP (zie afbeelding).

Te denken valt hier aan: • Maatregelen in het kader van het klimaatakkoord; • Extra kwaliteit schoolgebouwen, bijv. toepassing van koeling bij nieuwbouw. In eerste instantie zullen de kosten moeten worden betaald door de schoolbesturen en via subsidiemaatregelen van de landelijke overheid. De gemeente kan in onderhavige gevallen een bijdrage leveren teneinde dit duurzaamheidsbeleid te stimuleren. Dat betekent dat aan de formele lijst van voorzieningen op grond van de gemeentelijke huisvestingsverordening de mogelijkheid tot cofinanciering wordt toegevoegd. De hoogte van de gemeentelijke bijdrage zal per situatie moeten worden beoordeeld en is mede afhankelijk van de aard en omvang van de voorziening. In het overzicht hiernaast is de toevoeging van optionele Cofinanciering in het kader van het klimaatakkoord toegevoegd aan de huisvestingsvoorzieningen. Aangezien deze ingrepen niet goed te plannen zijn en omdat de subsidiemaatregelen van het Rijk nog niet bekend zijn gemaakt, zullen deze voorzieningen via separate huisvestingsaanvragen moeten worden behandeld.

2.11. Voorziening cofinanciering klimaatakkoord Bij een tussentijdse aanpassing van jongere schoolgebouwen die niet behoren tot de voorzieningen die vallen onder de zorgplicht van de gemeente, kan de gemeente overwegen als co-financier op te treden en een bijdrage te leveren in de noodzakelijke kosten.

Referentie: 1646203-0051.3.0.

Er kunnen in het kader van dit IHP nog geen ramingen worden opgesteld.

Pagina 10 van 38

2.12. Leerlingenprognoses Er zijn verschillende leerlingenprognoses beschikbaar van de schoollocaties in de gemeente Terneuzen: de prognoses van DUO en de prognoses van Pronexus. De prognoses worden in samenspraak tussen gemeente en schoolbesturen vastgesteld. In de prognoses wordt de ruimtebehoefte vastgesteld op de normatieve kaders, echter dient rekening gehouden te worden met de ondersteunings- en achterstandsmiddelen die extra groepen en daarmee ruimtebehoefte genereren.

2.13. Voorzieningenplan 2017 Terneuzen In het document: ‘Toekomstbestendige voorzieningen voor opvang en onderwijs aan kinderen van 0-12 jaar in Zeeuws-Vlaanderen’ zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd die ook voor het IHP gelden: 1. Het versterken van het voorzieningenaanbod gaat niet alleen over kwantiteit, maar nadrukkelijk over kwaliteit; 2. We benaderen de instandhouding van scholen in onze gemeente vanuit de 80+ norm. Hiervan wijken we enkel beredeneerd af; 3. Locaties voor kinderopvang en onderwijs werken met elkaar samen op kern/wijkniveau. We streven naar een doorgaande ontwikkelingslijn, warme overdracht en een afgestemd pedagogisch klimaat. Afhankelijk van de lokale situatie wordt gekeken op welke wijze de samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs het best kan worden vormgegeven. De inrichting van een Kindcentrum is daarbij een optie, waar dat passend is vanuit de wensen van de betrokken partijen en de materiële mogelijkheden. Binnen het concept is ruimte voor specifieke, lokale invullingen; 4. De voorzieningeninfrastructuur is duurzaam betaalbaar; 5. De bestaande voorzieningeninfrastructuur en investeringskaders zijn leidend; 6. Voorzieningen zijn bereikbaar; 7. We waarborgen de denominatieve verscheidenheid van het aanbod, ook gezien de gemeentelijke verantwoordelijkheden ten aanzien van openbaar onderwijs en leerlingenvervoer; 8.

Goed werkgeverschap van de schoolbesturen en kinderopvanginstellingen. 9. Ouders en andere belanghebbenden zijn betrokken bij de besluitvorming over de inrichting van het voorzieningenaanbod.

Referentie: 1646203-0051.3.0.

Pagina 11 van 38

3. Beleidsuitgangspunten: de Bouwstenen

afstemming van deze regie plaats door middel van gezamenlijk overleg. Deze samenwerking overstijgt de samenwerking op basis van de Verordening onderwijshuisvesting. Voor het onderwijshuisvestingsbeleid wordt daarom in eerste instantie voor alle betrokken partijen het IHP leidend, voordat er wordt teruggevallen op de Verordening. Deze wijze van samenwerking kan in de toekomst in een convenant of overeenkomst vastgelegd worden. Voor nu geldt dat alle huisvestingsvoorzieningen conform de Verordening worden aangevraagd en volgens deze Verordening worden getoetst. In bijlage I is de verdeling eigendom en onderhoud in de gemeente Terneuzen weergegeven.

Visie en beleidsuitgangspunten zijn randvoorwaarden om te komen tot een IHP. Dit worden de bouwstenen voor beleid genoemd. Tijdens de visie bijeenkomst op 21 januari 2020 is aan de hand van stellingen, ervaringen en thema’s gediscussieerd over het onderwijs en de onderwijshuisvesting in de gemeente Terneuzen. De uitspraken van de betrokkenen zijn vertaald naar beleidsuitgangspunten. Idealiter zou het onderwijshuisvestingsbeleid van de gemeente en de schoolbesturen voldoen aan alle uitgangspunten zoals in de volgende paragrafen verwoord. Het IHP is erop gericht om, binnen de randvoorwaarden van de gemeente (financieel, ruimtelijk) en schoolbesturen en kinderopvangorganisaties (financieel, organisatorisch en onderwijskundig), deze uitgangspunten zo veel als mogelijk te realiseren. De bouwstenen zijn daarmee geen harde afspraken, maar geven richting aan de scenarioontwikkeling in het kader van het IHP.

2.

Het IHP is in lijn met het voorstel van de PO-raad, VO-raad en VNG om IHP’s in de wetgeving te verankeren. Het IHP geldt voor een periode van 16 jaar en wordt om de 4 jaar geactualiseerd. Ieder jaar wordt in het OOGO de voortgang van het IHP besproken.

3.

Het IHP geeft schoolbesturen duidelijkheid over de vervangingstermijn van de gebouwen. Zodoende zijn de schoolbesturen in staat om het groot onderhoud af te stemmen op een aanstaande investering. Dit voorkomt kapitaalvernietiging. In het geval van brede scholen/ integrale kindcentra dienen de meerjaren onderhoudsplannen van de schoolbesturen en de gemeente gekoppeld te worden aan de uitgangspunten van dit IHP.

4.

Schoolbesturen en gemeente gaan in het kader van het IHP met elkaar onderzoeken welke bovennormatieve kwaliteit haalbaar is en hoe deze in gezamenlijkheid kan worden gefinancierd. Hierbij wordt gedacht aan Total Cost of Ownership waarbij een investeringsbijdrage van het schoolbestuur aan de dekking van de nieuwbouw wordt toegevoegd ten bate van extra kwaliteit.

5.

Op basis van dit IHP kan de optie van doordecentralisatie verkend worden. Zowel de gemeente als een schoolbestuur mag het initiatief hiervoor nemen. Doordecentralisatie hoeft niet op het gehele onderwijsveld plaats te vinden, dit kan ook sectoraal worden doorgevoerd. Doordecentralisatie is uiteindelijk een overeenkomst die op basis van vrijwilligheid van beide zijden kan worden gesloten.

De Bouwstenen vormen, naast de wet- en regelgeving, de basis voor het onderwijshuisvestingsbeleid van de gemeente Terneuzen. Eventuele ingrepen in de onderwijshuisvesting worden gedaan op basis van deze Bouwstenen, en getoetst aan de onderliggende uitgangspunten.

3.1. Bouwsteen 1: Regie Deze bouwsteen geeft aan hoe gemeente en schoolbesturen met elkaar samenwerken op het gebied van onderwijshuisvesting. De gemeente en schoolbesturen hebben daartoe bouwstenen geformuleerd voor de toekomstige organisatie en financiering van de onderwijshuisvesting. 1.

De gemeente, de schoolbesturen en de kinderopvang voeren samen de regie op kindcentra. Gemeenten zijn o.a. verantwoordelijk voor nieuwbouw en uitbreidingen. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderhoud en de exploitatie van schoolgebouwen. Kinderopvang is verantwoordelijk voor het bouwdeel dat door hen is gehuurd. In het geval van een brede school is de gemeente Terneuzen verantwoordelijk voor 100% van het buitenonderhoud en 60% van het binnenonderhoud van het schooldeel. De schoolbesturen voeren de regie op het onderwijsaanbod en de diversiteit daarvan. In het OGOO vindt de

Referentie: 1646203-0051.3.0.

Pagina 12 van 38

6.

De prognoses waar overeenstemming over is vormen het uitgangspunt.

7.

Vanwege veranderende omstandigheden in het onderwijsveld, vooral op het gebied van leerlingenaantallen of andere omstandigheden worden opgaven op het moment van aanvraag/uitvoering/beschikking opnieuw geanalyseerd en getoetst aan de dan geldende prognoses.

3.2. Bouwsteen 2: Duurzaamheid & Kwaliteit Het door de gemeenteraad geaccordeerde Activiteitenprogramma Klimaat en Duurzaamheid Gemeente Terneuzen geeft aan dat de gemeente Terneuzen haar eigen CO2-footprint zo klein mogelijk wil maken. Hiervoor is een stevige energiebesparing en het zelf opwekken van duurzame energie in onze gemeentelijke gebouwen en installaties nodig. Als ambitie is uitgesproken:’ De gemeente Terneuzen streeft naar gezonde, duurzame en betaalbare scholen. In de klaslokalen is de CO2 concentratie zo laag dat goede leerprestaties worden bevorderd. Ook gezonde voeding, een laag energieverbruik en het opwekken van duurzame energie wordt gestimuleerd.

•

De gemeente Terneuzen wil haar eigen CO2- footprint zo klein mogelijk maken. Hiervoor is een stevige energiebesparing en het zelf opwekken van duurzame energie in onze gemeentelijke gebouwen en installaties nodig. Het IHP loopt vooruit op de duurzaamheidseisen die gesteld worden vanaf 1 januari 2021 (BENG). Het IHP beoogt, in het geval van nieuwbouw, de realisatie van gasloze, energie neutrale gebouwen (ENG). 3.

Gemeente en schoolbesturen streven naar een kwaliteitsambitie van Frisse Scholen klasse B. Daarbij is de kwaliteit van het binnenmilieu (naast luchtkwaliteit, ook temperatuur) van groot belang.

4.

Naast bouwkundige kwaliteit van schoolgebouwen is er in het IHP expliciet aandacht voor andere (strategische) kaders voor vastgoedbeleid: uitstraling, binnenmilieu, exploitatie en onderwijskundige functionaliteit. In het IHP is tevens aandacht voor de kennis die is opgebouwd door Ruimte-OK, een mede-initiatief van het Waarborgfonds Kinderopvang, de PO-Raad, VO-Raad en de VNG. Kenniscentrum Ruimte-OK staat voor betere kwaliteit huisvesting en een gezonde exploitatie in onderwijs. Hiertoe delen ze praktische kennis over huisvesting en financiering.

5.

Duurzaamheidsprincipes worden toegepast bij nieuwbouw/renovatie van schoolgebouwen. Daarbij bieden de principes van Trias Energetica houvast: a. Voorkomen van onnodig energieverbruik (bv. isolatie). b. Gebruik van duurzame energiebronnen (bv. zonnepanelen). c. Indien nodig, efficiënt gebruik van fossiele brandstoffen (bv. gas). De maatregelen zijn bij voorkeur zichtbaar in het interieur en exterieur van de schoolgebouwen. De scholen en schoolgebouwen hebben een voorbeeldfunctie naar leerlingen en in de wijk. Duurzame schoolgebouwen zorgen ervoor dat kinderen en hun ouders kennis maken met duurzaamheid. Voorbeelden van (zichtbare) duurzaamheidsmaatregelen zijn: • Groene gevels en daken • Groene schoolpleinen. Het buitenterrein wordt steeds belangrijker in de ontwikkeling van het kind. Vanwege verhogende exploitatielasten geniet dit niet de voorkeur van de schoolbesturen.

Deze bouwsteen geeft aan welke duurzaamheids- en kwaliteitsambitie de gemeente en schoolbesturen nastreven op het gebied van onderwijshuisvesting. 1.

De gemeente en schoolbesturen zien het realiseren van kwalitatief goede en duurzame huisvesting als een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Een kwalitatief goed en duurzaam gebouw heeft een positief effect op het onderwijs én op het leefklimaat voor de toekomstige generaties. Helemaal vooroplopen inzake duurzaamheid is geen noodzaak, het dient wel realistisch en financieel haalbaar te blijven.

2.

In het ‘Activiteitenprogramma Klimaat en Duurzaamheid’ van de gemeente Terneuzen is het volgende beschreven: • De gemeente Terneuzen streeft naar gezonde, duurzame en betaalbare scholen. In de klaslokalen is de CO2- concentratie zo laag dat goede leerprestaties worden bevorderd. Ook gezonde voeding, een laag energieverbruik en het opwekken van duurzame energie wordt gestimuleerd.

Referentie: 1646203-0051.3.0.

Pagina 13 van 38

6.

Duurzaamheid wordt ook gezocht in flexibiliteit en toekomstbestendigheid. Ook campusvorming met samenwerking tussen meerdere gebruikers is een vorm van toekomstbestendigheid.

7.

Het is van belang dat de duurzaamheid op projectniveau intensief wordt afgestemd op de mogelijkheden in de wijk en omgeving. Daarbij is te denken aan geothermie, restgebruik van warmte of het toevoegen van extra zonnepanelen voor het leveren van energie aan omliggende woningen.

2.

8.

9.

Het IHP geeft de schoolbesturen inzicht in de vervangingstermijn van hun gebouwen. Schoolbesturen zijn door het IHP in staat om onderhoud en duurzaamheidsmaatregelen af te stemmen op het moment van nieuwbouw of renovatie en te koppelen aan terugverdientijden. Schoolbesturen en gemeente moeten het onderhoud afstemmen, zodat hierin gelijkwaardig wordt opgetrokken. Partijen stemmen na vaststelling IHP hun onderhoudsplannen af. Een onderwijsorganisatie verandert voortdurend, het gebouw dient hierin mee te kunnen bewegen. Dit zeker bezien in het licht van de krimp waar ZeeuwsVlaanderen nog steeds mee te maken heeft. Flexibiliteit heeft verschillende verschijningsvormen, van schuifwanden om in het dagelijks gebruik aanpassingen te kunnen doen tot een vrij indeelbare kolommenstructuur om in de toekomst andere functies te kunnen herbergen. Flexibele functionaliteit is van invloed op het constructief en installatietechnisch concept. Toekomstige verwachte groei of krimp van een schoolorganisatie is ook van invloed op het gebouwontwerp. De mogelijkheid om een deel van een schoolgebouw af te stoten, als het aantal leerlingen sterk vermindert, beperkt het leegstandrisico. Er dient ook rekening gehouden te worden met groei (bijvoorbeeld op wijk/kern niveau). Modulair bouwen kan hier een tijdelijke oplossing voor zijn.

•

•

•

3.

4.

•

3.3. Bouwsteen 3: Vervangende nieuwbouw & renovatie Deze bouwsteen geeft aan hoe gemeente en schoolbesturen omgaan met vervangende nieuwbouw en renovatie. 1. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor nieuwbouw, schoolbesturen zijn in alle situaties verantwoordelijk voor het goed onderhouden en exploiteren van gebouwen. In het geval van een brede school is de gemeente Terneuzen

Referentie: 1646203-0051.3.0.

• •

grotendeels verantwoordelijk voor het goed onderhouden van het gebouw. De gemeente voert 100% van het buitenonderhoud en 60% van het binnenonderhoud uit. Renovatie (lees: vernieuwbouw) is wettelijk nog niet geregeld. Renovatie kan een duurzamere oplossing zijn dan nieuwbouw. Ten aanzien van renovatie wordt aangesloten op het voorstel van de PO-raad, VO-raad en VNG. Renovatie wordt opgenomen als voorziening. In de huidige situatie zijn gemeenten alleen verantwoordelijk voor nieuwbouw wanneer een gebouw einde levensduur is (art. 2 Verordening). Door renovatie op te nemen als voorziening ontstaat de mogelijkheid om bij een gebouw dat einde levensduur is ook renovatie toe te passen. Renovatie is daarbij een integrale levensduurverlengende ingreep in het gebouw, waarmee de levensduur van het gebouw ten minste 25 jaar, maar bij voorkeur 40 jaar, wordt verlengd. Uitgangspunt bij renovatie is dat de aanpassingen die leiden tot een levensduurverlenging van ten minste 25 jaar voor rekening komen van de gemeente, waarbij op basis Total Cost of Ownership een investeringsbijdrage van het schoolbestuur aan de dekking van de renovatie wordt toegevoegd (dit dient aan te sluiten op het nog te formuleren beleid inzake de financiering van bovennormatieve kwaliteit). Bij investeringsopgaven in het kader van het IHP wordt de mogelijkheid van renovatie onderzocht.

Daarbij wordt beoogd om de gedefinieerde duurzaamheidseisen ((B)ENG) en kwaliteitseisen (Frisse Scholen klasse B) zoveel mogelijk te realiseren. Per situatie wordt een afweging gemaakt (bijvoorbeeld in een haalbaarheidsonderzoek) of nieuwbouw of renovatie de beste oplossing is voor de betreffende school. Daarbij worden de volgende aspecten meegenomen: Er wordt rekening gehouden met een goede bezetting van gebouwen na renovatie. Er wordt bij voorkeur niet gerenoveerd voor leegstand. Er wordt bij renovatie rekening gehouden met de onderwijskundige functionaliteit van de gebouwen. Er wordt bij renovatie rekening gehouden met de culturele en maatschappelijke waarde.

Pagina 14 van 38

• •

Er wordt bij renovatie rekening gehouden met mogelijkheden om de gestelde duurzaamheidsambities (zie bouwsteen 2) te bereiken. De kosten en mogelijkheden voor tijdelijke huisvesting worden meegenomen in de afweging voor nieuwbouw of renovatie.

• • •

3.4. Bouwsteen 4: Samenwerking Voor het IHP kan samenwerking betekenen dat scholen gebouwen delen, met elkaar of met partners (bijv. kinderopvang etc.). Samenwerking kan zowel inhoudelijk als gebouwelijk worden vormgegeven, waarbij gebouwelijke samenwerking idealiter volgt op de inhoudelijke samenwerking. Inhoudelijke samenwerking biedt voordelen op het gebied van kennisuitwisseling, gebouwelijke samenwerking kan de inhoudelijke samenwerking faciliteren en biedt exploitatievoordelen (delen van ruimten). Eventuele gebouwelijke consequenties worden in beeld gebracht en zijn onderdeel van scenarioontwikkeling. Verschillende vormen van samenwerking zijn mogelijk en worden hier toegelicht. 1.

In de scenario-ontwikkeling van het IHP worden de verschillende samenwerkingsmogelijkheden onderzocht en bestaande samenwerkingen in beeld gebracht. Het gaat om: • Samenwerking tussen S(B)O en PO, SO en VSO, VSO en VO, en PO en VO. • Samenwerking tussen PO en kinderopvang en BSO. Hierbij wordt de mogelijkheid tot vorming van een Integraal Kindcentrum (IKC) onderzocht. • Samenwerking tussen PO en VO met overige maatschappelijke partners met name bij nieuwe bouwinitiatieven. • Passend onderwijs en integratief onderwijs. • Samenwerking tussen VO en MBO, bijvoorbeeld het Centrum voor Top Techniek.

2.

Schoolbesturen streven ook naar samenwerking tussen PO onderling. Daarbij zijn enkele randvoorwaarden en uitgangspunten geformuleerd: • Samenwonen/clusteren van scholen in een gebouw biedt flexibiliteit in tijden van groei en krimp. • Er wordt bij clustering rekening gehouden met het onderwijsconcept, levensbeschouwing, de thuisnabijheid en de sociale en culturele identiteit van

Referentie: 1646203-0051.3.0.

•

3.

de school in de buurt, wijk of kern. De diversiteit van de kernen wordt nader toegelicht in bouwsteen 5. Clustering mag niet leiden tot een te klein aanbod per kern of wijk. De samenwerking richt zich in basis op het delen van faciliteiten en het efficiënt inzetten van ruimten. Heldere afspraken over beheer, eigendom en verhuur zijn noodzakelijk. Zeker wanneer er ook andere organisaties in het gebouw worden gehuisvest. Hiervoor wordt verwezen naar de regeling ‘Medegebruik en verhuur in onderwijsgebouwen in de gemeente Terneuzen’. Er wordt alleen verwezen naar leegstand wanneer er sprake is van uitwoning met bij voorkeur twee groepen tegelijkertijd. College en Raad kunnen hier in specifieke gevallen, gemotiveerd, van afwijken.

Schoolbesturen en kinderopvang zetten in op het behouden en uitbreidingen van samenwerking tussen het PO en peuteropvang, kinderdagopvang en BSO. Dit worden ook wel partners voor integrale kindcentra (IKC) genoemd. • Gemeente Terneuzen richt zich bij nieuwbouw in eerste instantie op Integrale Kindcentra. • De samenwerking richt zich op de afstemming van de pedagogiek en didactiek van beide partijen. • De samenwerking richt zich op doorlopende leerlijnen van 0 tot 13 jaar. Andere soort initiatieven zoals tienercolleges dienen echter niet uitgesloten te worden. • De samenwerking tussen PO en IKC-partners kunnen verschillende vormen aannemen. Er zijn verschillende manieren van integratie tussen onderwijs en kinderopvang. Het IHP formuleert uitgangspunten, maar biedt ruimte om per project maatwerk te leveren, passend bij de lokale situatie. • Door doorontwikkeling van deze samenwerking wordt invulling geven aan de behoefte van ouders aan voor- en naschoolse opvang. • Heldere afspraken over beheer, eigendom en verhuur zijn noodzakelijk. Zeker wanneer er ook andere organisaties in het gebouw worden gehuisvest. Hiervoor wordt verwezen naar de regeling ‘Medegebruik en verhuur in onderwijsgebouwen in de gemeente Terneuzen’. Gelet op de recente ontwikkelingen en de verwachte gevolgen van het corona-virus wensen de

Pagina 15 van 38

•

kinderopvangorganisaties goed in gesprek te blijven met het gemeentebestuur over de betaalbaarheid van een kostendekkende huurvergoeding. De weglek naar België kan door een goede samenwerking worden verminderd.

4. 5.

3.5. Bouwsteen 5: Vraag & Aanbod Deze bouwsteen geeft aan welk aanbod de gemeente en schoolbesturen nastreven. Het gewenste aanbod van onderwijs is bepalend voor de huisvestingsoplossingen. 6. 1.

2.

3.

De analyse- en scenario ontwikkeling in het IHP richt zich voor het PO op het kernen wijkniveau en voor het SO en V(S)O op gemeenteniveau en regio ZeeuwsVlaanderen. Specifieke denominaties, onderwijsvormen of speciaal (basis) onderwijs kunnen vragen om een analyse- of scenario op regionaal niveau. • Leidend voor het PO zijn de uitgangspunten vermeld in het ‘Voorzieningenplan gemeente Terneuzen 2017’ (Toekomstbestendige voorzieningen voor opvang en onderwijs aan kinderen van 0-12 jaar in Zeeuws-Vlaanderen). • De identiteit van de verschillende dorpskernen en wijken dient herkend te worden. • Er dient aansluiting met de omgeving gezocht te worden. • Er dient ruimte geboden te worden voor diversiteit. • De bouw van een school is een kans om een wijk aan te pakken en andersom. • De integrale kindcentra zijn onderdeel van de wijk en omgeving en daarmee samenhangend de identiteit van de kernen/wijken. Het onderwijsaanbod wordt ook geanalyseerd in relatie tot leefbaarheid. Waarbij de gewenste omvang van scholen in de kleine kernen anders kan zijn dan de gewenste omvang van scholen in de kern Terneuzen. De minimale schoolgrootte van een PO-school is voor de gemeente Terneuzen bij voorkeur niet lager dan 80 leerlingen. De lokale ministeriële opheffingsnorm is 52 leerlingen.

Echter, keuzes rondom identiteit of diversiteit kunnen bepalen dat van deze norm wordt afgeweken in specifieke gevallen. Dit onderwerp dient ook bekeken worden in relatie tot kinderopvangorganisaties (wordt gestart met minimaal 1 groep). In Terneuzen wordt door de schoolbesturen gebruik gemaakt van de bestuurlijke opheffingsnorm.

Referentie: 1646203-0051.3.0.

7.

Er is tevens aandacht voor de afstand, en bereikbaarheid van gymzalen en sportvelden. Een dislocatie kan alleen worden gerealiseerd: a. Wanneer op de hoofdlocatie geen ruimte meer is om alle groepen te huisvesten; b. Wanneer deze bestaat uit minimaal twee (permanente) groepsruimten en benodigde nevenruimten, zodat de locatie zoveel mogelijk zelfstandig kan functioneren. Bij ontwikkeling van nieuwe woningbouwgebieden dient rekening gehouden te worden met onderwijsvoorzieningen zodat deze ruimtelijk goed gepositioneerd zijn. Schoolbesturen bieden passend onderwijs door voor alle leerlingen met een ondersteuningsbehoefte onderwijs te bieden. Dit stelt eisen aan de huisvesting.

3.6. Bouwsteen 6: Groei & Krimp Deze bouwsteen geeft aan hoe gemeente en schoolbesturen omgaan met groei en krimp in relatie tot onderwijshuisvesting. 1. • • •

Mogelijkheden voor het in de toekomst voorkomen van ruimtetekorten en overschotten zijn: Efficiënt inzetten van ruimten (niet bouwen voor leegstand). Bouwdelen afstootbaar maken. Clusteren van scholen.

2.

Voor het oplossen van ruimtetekorten en overschotten zijn verwijzen (gebruik van ruimteoverschotten door andere scholen met een ruimtetekort) en/of het in medegebruik geven of verhuren van ruimten vanuit het solidariteitsbeginsel reële mogelijkheden (Verordening). Afstoten van een ruimteoverschot is alleen een optie in bijzondere gevallen. In de Verordening en ‘Notitie medegebruik en verhuur’ zijn afspraken hierover vastgelegd.

3. •

Voorwaarde voor verwijzen naar een ruimteoverschot zijn: Afstandscriterium (PO:2 km) mits via een veilige begaanbare route.

Pagina 16 van 38

•

Uitwonen (een gedwongen dislocatie bij een andere school in huis) bij voorkeur met twee groepen tegelijkertijd in het PO, omdat het voor de inwonende school eenzaam/onherkenbaar wordt.

4.

Voldoende diversiteit aanbieden betekent inspelen op de groeiende flexibiliteit/ arbeidsmobiliteit van de ouders. De reisafstand tot de basisscholen is gemiddeld langer dan in het verleden. De ouders kiezen vaker bewust voor scholen verder van huis als zij de voorkeur geven aan specifieke onderwijsvormen. De flexibiliteit van de ouders is hiermee flink toegenomen waardoor de hele infrastructuur in beweging is. Dit hangt ook samen met de carrières van de ouders: het toegenomen gebruik van kinder- en naschoolse opvang heeft ook invloed op de mobiliteit van de gezinsleden. Door de sterke toename in het aanbod (integrale kindcentra) neemt de gemiddelde afstand tot deze voorzieningen de laatste jaren flink af, ook in de landelijke gebieden. Dit houdt in dat ouders nu en in de toekomst steeds flexibeler worden in de keuze voor een school. In Terneuzen is, in afwijking tot wat er landelijk speelt, er minder sprake van toename in dit aanbod.

5.

Inspelen op de groei van de internationale industrie in Terneuzen en de daarbij horende expats. Hierbij valt te denken aan ruimere openingstijden integrale kindcentra, nieuwe onderwijsconcepten, tweetalig onderwijs, nieuwe samenwerkingen etc.

6.

Speciale aandacht wordt er gevraagd voor de weglek naar België. Daar waar mogelijk kan dit IHP een bijdrage leveren in de beperking hiervan. Thuis nabij onderwijs wordt hiermee meer gefaciliteerd.

Referentie: 1646203-0051.3.0.

Pagina 17 van 38

4. Huidig scholenbestand 4.1. Gemeente Terneuzen In de gemeente Terneuzen zijn vier schoolbesturen verantwoordelijk voor het Primair Onderwijs (PO), twee schoolbesturen verantwoordelijk voor het (V)SO) en één schoolbestuur voor het VO. Het aanbod is gevarieerd zowel in denominatie als onderwijsconcept. Daarnaast zijn er drie aanbieders voor kinderopvang die op verschillende locaties een Brede School vormen met het Primair Onderwijs, of hier een sterke samenwerking mee hebben.

4.2. Huisvestingsbestand Strikt formeel is op basis van de huisvestingsverordening op dit moment alleen de bouwkundige staat een toetsingscriterium. Juist dit punt (beleidsarm) vormt een belemmering in de ontwikkeling van een beleidsrijker IHP.

Dat geeft inzicht en duidelijkheid aan alle betrokken scholen op welke termijn men aan de beurt komt voor nieuwbouw of levensduurverlenging. Daarmee kunnen schoolbesturen kapitaalvernietiging voorkomen omdat zij hun onderhoudsbeleid hierop kunnen afstemmen.

De QuickScan Om een goede en stevig onderbouwde afweging te kunnen maken over de resterende levensduur of de houdbaarheid van een schoolgebouw is het belangrijk in ieder geval zicht te hebben op een aantal facetten in het kader van strategisch vastgoedbeleid. Een QuickScan-beoordeling vormt de basis en het vertrekpunt van het Integraal Huisvestingsplan en is de fundering onder de verdere planontwikkeling. De onafhankelijk uitgevoerde QuickScan-resultaten, waarbij alle gebouwen door dezelfde bril worden beoordeeld, geven ook bij besturen onderling duidelijkheid waarom de ene school meer prioriteit krijgt dan de andere school. De QuickScan beoordeelt de volgende onderdelen: • De bouwkundige staat dan wel de kwaliteit en toekomstige investeringen. • De onderwijskundige staat dan wel functionaliteit en toekomstige investeringen. • De exploitatiekosten. • Het binnenmilieu (Programma van Eisen Frisse Scholen). • De veiligheid van het gebouw. • De uitstraling van het gebouw.

Gelet op de aangekondigde wetswijziging ten aanzien van: • Het verplicht stellen van duurzame meerjaren IHP’s met een doorkijk van minimaal 16 jaar en met een meer verplichtend karakter; • Het toevoegen van levensduurverlenging (vernieuwbouw) als voorziening in de huisvesting; • Het loslaten van de aanvraagprocedure uit de huisvestingsverordening; maakt het noodzakelijk om op basis van heldere criteria een prioriteitsvolgorde van voorzieningen op te nemen in het IHP.

Referentie: 1646203-0051.3.0.

HEVO heeft een methodiek ontwikkeld waarmee via een ‘QuickScan schoolgebouwen’ al deze elementen kort en krachtig in beeld worden gebracht en waarbij inzicht wordt verkregen in de mogelijkheden- onmogelijkheden en de eventuele in de toekomst te verwachten investeringen. Deze methodiek staat aan de basis van de ontwikkeling van strategisch vastgoedbeleid. Aan de hand van de scores en onderbouwde resultaten van de QuickScans kan de verwachte resterende levensduur van gebouwen geïndiceerd worden. De methodiek is afgestemd op de wettelijke eisen en regelgeving ten aanzien van onderwijshuisvesting en het bouwbesluit. Het overzicht per gebouw werkt met de verkeerslichtmethode: groen = voldoende tot goed, oranje = matig tot

Pagina 18 van 38

twijfelachtig en rood = onvoldoende tot slecht. Aan de hand van de score wordt de resterende levensduur dan wel gebruiksduur geïndiceerd. In 2017 zijn bij het opstellen van het Strategisch Huisvestingsplan Primair Onderwijs de basisscholen reeds beoordeeld. Deze beoordelingen zijn bijgesteld naar het heden. Het (Voortgezet) Speciaal (Basis) Onderwijs is dit jaar beoordeeld. Het regulier Voortgezet Onderwijs is beoordeeld in een separaat haalbaarheidsonderzoek. De beoordeling van het PO en (V)SO is weergegeven in bijlage II.

Referentie: 1646203-0051.3.0.

Pagina 19 van 38

5. Scenario’s

5.2. Gegevens op de kaart

Onderdeel van het Integraal Huisvestingsplan van de onderwijsvoorzieningen in de gemeente Terneuzen zijn de huisvestingsscenario’s voor de komende periode. De leerlingenprognoses zijn vernieuwd, daarmee is de ruimtebehoefte voor de toekomst duidelijk. Daarnaast zijn de schoolgebouwen beoordeeld op verschillende kwalitatieve aspecten. Met beide gegevens zijn alle schoolgebouwen letterlijk in kaart gebracht en besproken met alle betrokken partijen. Hieruit zijn de scenario’s ontstaan die in dit document verder worden uiteengezet.

5.3. Kosten

5.1. Samenvatting scenario’s Periode

Scenario

0-3 jaar 0-3 jaar 0-3 jaar 0-3 jaar

Onderzoek Othene medegebruik/inbreiding Rivierenbuurt, nieuwbouw De Steiger Hoek, nieuwbouw de Driesprong Westdorpe, nieuwbouw De Kreeke Terneuzen, Oude Vaart huisvestingspartners zoeken (relatie bezien met huisvestingsvraagstuk Kameleon) Biervliet, onderzoeken inpassing KDV in MFA ‘t Geuzennest Terneuzen, uitkomst onderzoek Lodewijk College Terneuzen, permanente uitbreiding Kameleon

Omvang

Op de volgende pagina’s worden de gegevens van de verschillende schoolgebouwen op de kaart gezet, met de beoordeling gevisualiseerd volgens onderstaande legenda. De eerste kaart betreft de kern Terneuzen, de tweede de kernen buiten Terneuzen.

De richtinggevende berekeningen voor de stichtingskosten gaan, in eerste instantie, uit van de eisen in het vigerend Bouwbesluit en BENG. Deze worden onder andere berekend middels de normkosten uit de Verordening van de gemeente Terneuzen. Deze stichtingskosten betreffen enkel de kosten voor het realiseren van het schoolgebouw, kosten voor eventuele sloop, verwerven van grond, interim voorzieningen en het afschrijven van boekwaardes zijn hierin niet meegenomen.

m2 BVO

0-3 jaar 0-3 jaar 0-3 jaar 0-5 jaar

(o.v.v. onderzoek naar huisvestingsmogelijkheid Oude Vaart)

Zaamslag, nieuwbouw Torenberg 0-5 jaar 5-10 jaar 5-10 jaar 5-10 jaar 5-10 jaar

(o.v.v. uitgevoerd onderzoek door gemeente/schoolbestuur)

Terneuzen, Springplank en SO Regenboog/Wingerd onder 1 dak Axel, nieuwbouw St. Antonius, Prinses Marijke en Warande, tot 2 scholen onder 1 dak Axel, renovatie en verduurzaming Sterrenpracht Terneuzen, Sprong, Argo en VSO Regenboog/Wingerd campusvorming bij VO

1.825 975 602 17.151 100

2025

1.060 n.t.b. 2.281 1.147 n.t.b.

*de kleuren in de periode kolom zijn de uitkomst van de kwalitatieve schouw van de schoolgebouwen. rood = restgebruik 0-5 jaar, oranje = restgebruik 5-10 jaar, groen = restgebruik 10-20 jaar.

Referentie: 1646203-0051.3.0.

Pagina 20 van 38

Kern Terneuzen

Referentie: 1646203-0051.3.0.

Pagina 21 van 38

Kernen buiten Terneuzen Referentie: 1646203-0051.3.0.

Pagina 22 van 38

5.4. Scenario’s eerste periode

5.4.2 Rivierenbuurt, nieuwbouw De Steiger

5.4.1 Onderzoek medegebruik of inbreiding Othene

In de Rivierenbuurt worden de drie voormalige scholen, de Geule, de Hille en de Meerpaal samengevoegd tot één nieuwe school: de Steiger.

In de wijk Othene stijgt het aantal leerlingen de komende jaren zodanig dat er ruimtetekort ontstaat binnen het gedeelde pand van de Irisschool en de Parel. Onderzocht moest worden of door middel van medegebruik danwel inbreiding dit ruimtetekort kan worden opgelost.

De nieuwbouw zal tevens onderdak bieden aan de benodigde kinderopvang en daarmee een Integraal Kindcentrum vormen. De eerste plannen voor de nieuwbouw zijn al gemaakt, de verdere uitwerking en realisatie zal zo spoedig mogelijk moeten starten. Kosten De geraamde kosten voor inbreiding, zijn door Bladgroen d.d. 24 februari 2020 geraamd en komen op € 798.037,- incl. btw. De intentie is om de kosten op de volgende manier over de betrokken partijen te verdelen: • Kinderopvang Zeeuws-Vlaanderen €168.000,-- incl. btw + risico bouwkundige meerkosten • Probaz € 148.500,-- incl. btw + risico meerkosten (vaste) inrichtingen • Perspecto € 148.500,-- incl. btw + risico meerkosten (vaste) inrichtingen • Gemeente Terneuzen € 334.000,-- incl. btw + risico meerkosten installaties en middengebied. We houden rekening met een indexatie van 2,5% en een post onvoorzien van € 24.000,-- incl. btw. Dit betekent dat wij uitgaan van een gemeentelijke investering van € 368.000,-- incl. btw.

Referentie: 1646203-0051.3.0.

Situatie Rivierenbuurt Kosten De totale investeringskosten voor de Rivierenbuurt bedragen, uitgaande van een Energie Neutraal Gebouw en extra kwaliteitseisen, bedragen: • Voorbereidingskosten € 2.453.706,-- incl. btw • Bouwkosten Schooldeel € 4.998.772,-- incl. btw • Bouwkosten Gymzaal € 1.336.521,-- incl. btw • Bouwkosten Kinderopvang € 1.075.567,-- incl. btw Totaal Kosten € 9.864.566,-- incl. btw • -/- Inkomsten € 652.000,-- incl. btw Totaal € 9.212.566,-- incl. btw

Pagina 23 van 38

5.4.3 Hoek, nieuwbouw De Driesprong

5.4.4 Westdorpe, nieuwbouw De Kreeke

In Hoek zijn de scholen Op Weg en ’t Kompas gefuseerd tot de Driesprong. Het pand van Op Weg was in een slechte staat en is teruggegeven aan de gemeente. Onderwijskundig is het noodzakelijk om met alle leerlingen op één locatie gehuisvest te zijn. Het pand van ’t Kompas is te klein om alle leerlingen goed te huisvesten. Omdat uitbreiden op de locatie van ’t Kompas geen optie is, wordt nieuwbouw noodzakelijk. Binnen 3 jaar zou het nieuwe schoolgebouw in gebruik genomen moeten worden.

De Kreeke bestaat uit twee gebouwen: één voor de onderbouw, BSO en PSZ aan De Kreeke (634 m²) en één gebouw voor de midden- en bovenbouw aan de andere zijde van het speelplein (662 m²).

Kosten De totale investeringskosten voor De Driesprong in Hoek, uitgaande van een Energie Neutraal Gebouw en extra kwaliteitseisen, bedragen: • Voorbereidingskosten € 2.153.098,-- incl. btw • Bouwkosten Schooldeel € 2.692.709,-- incl. btw • Bouwkosten Gymzaal € 1.336.521,-- incl. btw • Bouwkosten Kinderopvang / Bieb € 1.173.346,-- incl. btw • Bouwkosten Welzijn € 1.296.267,-- incl. btw Totaal Kosten € 8.651.941,-- incl. btw • -/- Inkomsten € 722.000,-- incl. btw Totaal € 7.929.941,-- incl. btw

Referentie: 1646203-0051.3.0.

Aan de rand van het speelplein ligt een gymzaal uit 1978 van de gemeente die door de school gebruik wordt. Binnen 3 jaar zou het nieuwe schoolgebouw in gebruik genomen moeten worden.

Kosten Voor de nieuwbouw van de Kreeke (sec schooldeel), à 602 m2, zou volgens de normkosten uit de Verordening een stichtingskostenbudget van € 1.503.000,-inclusief btw nodig zijn.

Pagina 24 van 38

5.4.5 Terneuzen, Oude Vaart

De Oude Vaart heeft flink terug lopende leerlingenaantallen. Hierdoor is de leegstand zodanig groot dat de exploitatie van de school steeds slechter wordt. Het pand is relatief jong en kan nog zeker 30 jaar mee. Om de exploitatielasten te verlichten is het noodzakelijk om huisvestingspartners te gaan vinden. In de nabije omgeving (620 meter hemelsbreed, 650 meter/8 minuten lopen) bevindt zich de school de Kameleon die te kampen heeft met ruimtetekort. Tussen De Oude Vaart en De Kameleon ligt de drukke (onveilige?) Dokweg. De mogelijkheden voor medegebruik en de verkeerssituatie/verkeersveiligheid moeten nader worden onderzocht.

Referentie: 1646203-0051.3.0.

Pagina 25 van 38

5.4.6 Biervliet, inpassing KDV in Brede school ’t Geuzennest in Biervliet is een Brede School waar naast de school ook de bibliotheek in gehuisvest is. De leerlingenaantallen zijn stabiel en er is nog ruimte over in het pand om mogelijk kinderdagopvang te huisvesten. Momenteel bevindt de opvang zich in een ander pand. De mogelijkheid om samen onder één dak in de Brede School te gaan moet worden onderzocht.

5.4.7 Terneuzen, Lodewijk College Het Lodewijk College is een fusieschool die nog gehuisvest is op twee locaties, namelijk De Oude Vaart en de Zeldenrustlaan. In een separaat haalbaarheidsonderzoek, dat parallel loopt aan het IHP, worden scenario’s verkend voor nieuwbouw van het Lodewijk College. Het Lodewijk College, het VSO en het Praktijkonderwijs hebben aangegeven mogelijkheden te zien in samenwerking en campusvorming. Deze criteria worden meegenomen in de afweging voor de toekomstige locatie van het Lodewijk College. Daarnaast onderzoekt het Lodewijk College verdere samenwerking met Scalda (nu al samenwerking in Centrum voor Top Techniek) en ZorgSaam. In het volgende hoofdstuk zal het proces en de stand van zaken van het haalbaarheidsonderzoek worden toegelicht.

Referentie: 1646203-0051.3.0.

5.4.8 Terneuzen, uitbreiding Kameleon De Kameleon zit in een te krappe huisvesting. Er wordt reeds gebruik gemaakt van semipermanente units, maar dit is niet afdoende. Er moet onderzocht worden wat de mogelijkheden zijn om permanente uitbreiding voor de Kameleon te faciliteren (circa twee groepsruimtes). Dit moet worden bezien in combinatie met de leegstand van de Oude Vaart, zoals omschreven in § 6.5.

Kosten Voor de nieuwbouw van de 100 m2, zou volgens de normkosten uit de Verordening een stichtingskostenbudget van € 250.000,-- inclusief btw nodig zijn.

5.4.9 Zaamslag, nieuwbouw Torenberg De Torenberg heeft een sterk groeiend leerlingenaantal. Het gebouw is aan het verouderen zal binnen vijf jaar moeten worden vervangen. De kinderopvang is op afstand van de school gesitueerd. Het is beloopbaar, maar geen optimale situatie. De school en de kinderopvang werken al samen, om de kinderen zoveel mogelijk aansluiting te geven. Er zal nader onderzoek moeten plaatsvinden naar de gewenste situatie in de toekomst. Kosten Voor de nieuwbouw van de Torenberg à 1.060 m2, zou volgens de normkosten uit de Verordening een stichtingskostenbudget van € 2.508.000,-- inclusief btw nodig zijn.

Pagina 26 van 38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14446588/1