CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-09-11 001334 BP01 VG02 gewijzigde vaststelling bp bedrijfsverplaatsing-gecomprimeerd (geanonimiseerd)

gemeenteraad 26 september 2024, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen (gewijzigd) bestemmingsplan Buitengebied, Middenweg-Graafjansdijk B 9927.342 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Naar

toe.

het

transport

van

veen

en

zout.

bedijkingen zijn vaak het werk van verschillende (kleine) eigenaren.3° Gaandeweg echter verwerven ook de geestelijke instellingen delen van dit polderlandschap. Dit door het aankopen of als schenking ontvangen van reeds eerder ontgonnen en ingepolderde gronden, maar ook door het zelf (laten) ontginnen van verworven gebieden en het (laten) uitvoeren van herbedijking van geïnundeerde polders. Na de verschillende stormvloeden tussen 1214 en 1288, slagen de cisterciënzerabdijen van Ten Duinen, Ter Doest, Baudelo en Cambron er dan ook, mede op basis van het abandonrecht, in steeds meer poldergebieden in dit deel van Zeeuws-Vlaanderen te verwerven.3* Zo komt de abdij van Boudelo in het begin van de 13° eeuw in het bezit van het moer in de Axeler ambacht en zorgt er voor de De

2

(geanonimiseerd) MN 92:

27

Een

30

(geanonimiseerd) 2009b,

2

de oudste gekende benamingen vit dit gebied betreft Vremdijcke. Deze wordt en (geanonimiseerd) 2014. als Fronendike. 1114 (geanonimiseerd) 1995; (geanonimiseerd) | | | 28 1984. (geanonimiseerd) 29 (geanonimiseerd) 1984. 2

van

voor

het

eerst

vermeld in

129-132.

(geanonimiseerd) 2009 en 2000, (geanonimiseerd) B MNM 005. 25

ARTEFACT

RAPPORT

ontginning

van

zelf is niet

exact

(geanonimiseerd) Nevers

856

de daar

gelegen

woeste

(geanonimiseerd)

gronden.(geanonimise rd) Het ontstaan van het in dit gebied gelegen moerdorp Westdorpe

gekend, het komt in elk geval als parochie reeds voor in een oorkonde van de Ten Duinenabdij vit 1276 en staat afgebeeld op de kopie van de Dampierrekaart uit 1274, een stichting in het midden van de 13° eeuw is dus goed mogelijk. Het betrof hier geen zelfstandige parochie, maar een onderdeel van de parochie Axel.33 Bestuurlijk valt dit gebied vanaf de late middeleeuwen onder de Vier Ambachten. Dit betreft een samenvoeging van het Axeler, Hulster, Boekhouter en Asseneder Ambacht onder een gemeenschappelijke keure.3 In deze bestuurlijke eenheid wordt naast waterbeheer en dijkwerken ook rechtspraak uitgeoefend.3 De kaart van Gwijdde van vit door Dampierre (historische kopie (geanonimiseerd) 2627) geeft de situatie van Noord-Vlaanderen omstreeks 1274 weer MN (figuur 10). Op basis van deze kaart kan worden afgeleid dat het plangebied binnen de grenzen van het Axeler Ambacht valt. Het is onmogelijk om de exacte locatie van het plangebied op deze oude kaart aan te geven, omdat er te weinig correcte referentiepunten zijn tussen deze kaart en de huidige topografie. Het is te situeren in het gebied tussen Axel, Westdorpe en Zuijdorpe.

Figuur

13 ambachten

Uitsnede uit

zijn Ambacht, geel=

met

een

kleuren

Hulster

vit 2274. De verschillende 17de-eeuwse kopie naar de zgn. kaart van (geanonimiseerd) MN Boekhouter Ambacht, rood Asseneder Ambacht, wit-roze Axeler ingedeeld (lichtgroen =

=

=

Ambacht). Bron: RAG-065-7.

(geanonimiseerd) 1984. (geanonimiseerd) 1984. (geanonimiseerd) 1984. (geanonimiseerd) 2004: 51-52. 26

ARTEFACT

RAPPORT 856

WESTDORPE

Bij een stormvloed omstreeks

Braakman)?

1375 ontstaat ten oosten

van

Biervliet

een

brede bres in de

EVERSDAM

-

MIDDENWEG

kustlijn, de Breckeme (later

van Boekhoute achterliggende gebied, de Sint in ervoor komt onder water te staan. dat de Elisabethsvloed, 1404 zorgt volgende stormvloed, Braakmanbres zich verder kan ontwikkelen tot een getijdengeul en dat deze, samen met mogelijk nog meer in de ruime omgeving ontstane getijdengeulen”, een groot gebied voor lange tijd onder water kan brengen.

verbasterd tot

Het

waaronder

ook

een

groot deel het ambacht

Een

de overstromingen

dijken versterkt en worden nieuwe dijktrajecten gerealiseerd die een bescherming moet vormen voor de zuidelijke oostelijke kust tussen globaal Duinkerke en Vremdijke (ten westen van het huidige Terneuzen). Deze bedijkingen worden later in de middeleeuwen en nieuwe tijd als een geheel gezien en worden als de (geanonimiseerd) aangeduid naar de vermeende opdrachtgever, hertog GN: (geanonimiseerd) B Voor het deel bij het Ambacht Boekhoute wordt op historische kaarten ook wel eens de benaming Dyck van Artois gebruikt, een verwijzing naar het gelijknamige gewest dat mede de aanleg van deze dijk zouden hebben gefinancierd. Bij een storm in 1488 ontstaat er een gat in de Dijk van Artois ter hoogte van de een sluis te Nieuwersluis. Hierdoor wordt het achterliggende gebied opnieuw overstroomd en zal de Braakman zich verder in het binnenland kunnen uitbreiden zodat het water uiteindelijk tot bij de Axelsche Vaart en in het zuiden zelfs tot bij Na

1404 worden

van

de bestande

Zelzate reikt.

HONTE

9,

ë/

Á

$ ne

BRAAKMAN

mm

3

)

e)

d/

/Peerboom 1

°)

|

CAPELLEPC

met

| 1 |

ze I

\

©

BEELEWAELE @ J

Se Dae

|

Den

! n

Sp

®

en NSS

Boekhoute

À

EE

WESTGAT

Zuiddorpe

\\

ke

\\%

Ne

LAREE

Assanede\_

B.

MOER/GEBIEDEN

IC

Maximale omvang innundate Plan tot

=P

herdijking

Stoomgeul

id

=

Gentse roede 38542

nm o

m

Zelzate 700

Figuur 14 Reconstructietekening van de inundatie voorbij de Dyck van Artois en de ligging van de naderhand aangelegde Landdijk in de periode tussen 1488 en 1494. De geplande herdijking die donkergrijs is aangegeven is door herhaalde overstromingen na 1488 uiteindelijk niet gerealiseerd. Bron: (geanonimiseerd) 2014. |

36 37

(geanonimiseerd) 1984, 162-164. (geanonimiseerd) 2006.

28 Zie onder andere

(geanonimiseerd) BM 2007. 27

ARTEFACT

Na

het

RAPPORT

856

beëindigen

WESTDORPE

van

de

oorlog

tussen

(geanonimiseerd) Nn B en (geanonimiseerd)

2492

EVERSDAM

(Vrede

van

-

MIDDENWEG

Cadzand)

kan

overgegaan worden tot het creëren van de Landdijk tussen Boekhoute en het (het latere) Terneuzen. Deze Landdijk bevindt zich ruim oostelijke en zuidoostelijker van de doorbroken Dijk van Artois (zie figuur 10), in een gebied dat bij de maximale realiseren

van

omvang van de inundatie ook overstroomd is maar intussen blijkbaar voldoende kansen bood op het een afsluitende dijk. Deze Landdijk moet een verder doorbreken van de Braakman in het achterland

verhinderen.39 De

moerparochie Westdorpe wordt door deze Landdijk in twee delen gesplitst. Het noordelijke, onbeschermde deel gaat hierbij definitief verloren. Het huidig plangebied is echter wel binnendijks (ten oosten van) deze Landdijk gelegen.

Figuur 15 Figuratieve kaart van de polderstreek tussen Biervliet, de Westerschelde, Axel, Assenede, Boekhoute van Kort na 1548. Het buitendijks Westdorpe bevindt Zuid-Beveland, opgemaakt door (geanonimiseerd) | onderaan (zie ook volgende afbeelding). Bron: RAG VZ 2643.

20

en

zich

een

deel

rechts

(geanonimiseerd) MNN 907: 37-36. 28

ARTEFACT

RAPPORT

856

Ook het zuidelijke deel

WESTDORPE

EVERSDAM

-

MIDDENWEG

Westdorpe blijft echter niet lang van overstroming gespaard. In 1532 slaat een stormvloed Landdijk tussen Assenede en Westdorpe waardoor ook het zuidelijke deel van Westdorpe groot gat De overspoeld wordt. grote omvang van de inundaties leidden tot het aanleggen van een dijk op de grens tussen het Axeler en Asseneder Ambacht: de Creckeldijck. Figuur 15 en 16 betreft een door (geanonimiseerd) gemaakt kaart van BN de polderstreek tussen Biervliet, de Westerschelde, Axel, Assenede, Boekhoute en een deel van Zuid-Beveland. Deze kaart is opgemaakt kort na 1548 en laat de Braakman met de verschillende zijgeulen alsook de Landdijk zien. Op deze kaart zijn de nieuwe overstromingen die in 1532 hebben plaatsgevonden nog niet aanwezig. Buitendijks is een Westdorpe aangegeven. Dit betreft vermoedelijk het met de aanleg van de Landdijk buitendijks gelegen deel van Westdorpe. Waar in het binnendijks gebied wat rest van Westdorpe gelegen is, is niet aangegeven op deze kaart. Ook de Creckeldijck is ingetekend, vraag is of dit op de juiste plaats is, deze vormt hier namelijk niet de grens tussen in

een

de Axeler

en

van

de

Assender Ambacht.

Figuur 16 Detail van de in figuur 15 weergegeven kaart. Annduiding van het plangebied is niet mogelijk, hiervoor ontbreken de nodige geografische referenties, het is te sitveren onmiddellijk ten zuiden van de hier als Krekeldijk aangegeven dijk. Bron: RAG

VZ

2643.

volgt laat toe in het gebied rond de Braakman vele schorren opnieuw te gaan bedijken polderen. gebeurt voornamelijk ten noorden van Assenede en Boekhoute, ten westen van Axel en ten westen van Terneuzen.“° In deze periode wordt tevens de Sassevaart aangelegd, die de verbinding van (geanonimiseerd) B met de Noordzee (via Sas van Gent) moet garanderen. Aanvankelijk loopt deze vaart tot de Landdijk, voor het doorbreken van de Landdijk (middels een paar sassen, waarrond Sas van Gent ontstaat) wordt pas nadien toestemming verleend. Deze sassen zijn klaar in 1563. De

relatieve stabiliteit die hierna en

Tijdens

in te

tot

1552

Dit

de

Tachtigjarige oorlog (1568-1648) ligt Zeeuws-Vlaanderen in de frontlinie tussen Spaanse en Staatse troepen. Tijdens dit conflict worden vanaf 1583 op grote schaal militaire inundaties toegepast. Veel gebieden gaan hierdoor opnieuw verloren. Na de verovering van Axel door de Staatse troepen onder leiding van Prins (geanonimiseerd) BM in 1586 wordt besloten de polders rond de stad onder water te zetten om de stad te verdedigen tegen Spaanse tegenaanvallen.“ Hiertoe wordt de Landdijk bij Buucxgate doorgestoken, waardoor de Braakman opnieuw vrij spel

(geanonimiseerd) HE

2007, (geanonimiseerd) NN

(geanonimiseerd)

00

(geanonimiseerd)

29

ARTEFACT

RAPPORT

(geanonimiseerd) Nevers

856

(geanonimiseerd)

krijgt in het Axelerambacht.l(geanonimise rd) De gevolgen voor het landschap zijn enorm. De stad Axel komt op een eiland te liggen en het omliggende middeleeuwse landschap verdwijnt onder het sediment.#? Voor wat betreft zuidelijke deel van Westdorpe (af wat er nog van restte na de overstromingen uit het begin van de 16° eeuw) was de inundatie van het gebied rond Axel in 1586 desastreus, het betekende het einde van de parochie“. Na

afloop van de 80-jarige oorlog is het landschap rondom Axel ten gevolge van de opeenvolgende inundaties ingrijpend veranderd. Ten zuiden van Axel is een schorren- en slikkengebied ontstaan dat wordt aangeduid als de Axelsche Vlakte, met daarin onder meer de brede kreek het Axelsche Gat. De zone rondom het voormalige Westdorpe staat zowel ten noorden en ten zuiden van de Landdijk onder water. Ten zuiden van de Landdijk is een kreek en schorrengebied gelegen dat als de Canisvliet gekend wordt.

Figuur 17 Ligging van het plangebied (in rode cirkel; bij benadering) op uitsnede van de Kaart van de Vier Ambachten, in -664,. Bron : Bibliothèque nationale de France, département Cartes et plans, GE DD-2987 vervaardigd door (geanonimiseerd) MN (4802).

Deze

situatie

wordt

afgebeeld deze

op de kaart in het

Kaart

van

de Vier Ambachten

uit

Canisvliet.

Ten

1664 door (geanonimiseerd) EN figvor 2».

Het

plangebied ligt op schorrengebied Autrichepolder (‘Austria Polder’) weergegeven. Ten zuiden van de Axelsche vlakte en Canisvliet meerdere kleine fortificaties ingetekend. Dit betreft een reeks verdedigingswerken en een dijk die

is

later

bedijkte dijk met uitgebreid

zouden

eerste

Spaanse

worden

versterkingen

om

op de

<2

(geanonimiseerd) MON 007 «+2.

43

Brand, 1993.

zo

de Linie

zuidelijke

van oever

van

Communicatie van

tussen

Hulst

de Axelse vlakte worden

en

Sas

westen

van

ervan

Gent te

vanaf het einde

staat

vormen.

van

de 16°

de in 1621

De

eeuw

een

gebouwd.

(geanonimiseerd) 073. < ON 30

In

ARTEFACT

RAPPORT

856

WESTDORPE

dezelfde

periode worden

door de staatse troepen op de

EVERSDAM

-

MIDDENWEG

noordelijke oever ook een aantal versterkingen aangelegd

en

wordt Axel versterkt. Na de verovering van Philippine door de Staatse troepen in 1633 bouwen de Spanjaarden vanaf 1634 op de zuidelijke oever van de Axelse vlakte de aanwezige vestingenlijn vit met een reeks extra forten in de hier

gelegen dijk, waardoor de eigenlijke linie ontstaat. Nadat in 1644 Sas van Gent door de Staatse troepen wordt veroverd, gevolgd door Hulst in 1645 verliest de linie haar belang. Enkele van de aanwezige forten worden wel nog behouden in het belang van de verdediging van de Republiek (verdediging richt het zuiden in plaats van de aanvankelijke verdediging richting het noorden)“

4

4zi

\

Beudeltetarn

Figuur 18 Ligging van het plangebied (in rode cirkel; bij benadering) op kopie van | (geanonimiseerd) (1746) naar kopie van naar een origineel uit circa 1680 waarvan de naam van de maker (circa 1725) (geanonimiseerd) (1730) naar kopie van (geanonimiseerd) BM niet meer leesbaar (“uijtgesleten”) was. Bron: Zeeuws Archief, GN (geanonimiseerd) «#22

Voor het

bedijkingsoctrooi verleend. Dijkdoorbraken en nieuwe militaire inundaties tussen 1653 en 1700 zorgt er echter voor dat de inpoldering nooit definitief tot een goed einde gebracht kan worden.“ Figuur 18 betreft een 18°-eeuwse kopie (3° generatie) door de BN (geanonimiseerd) van een oorspronkelijk met van de ligging deze niet geheel afgewerkte polder. Een exacte projectie op deze kaart is laat-17°-eeuwse kaart niet mogelijk, het plangebied bevindt zich in ingepolderd gebied ten westen van de Groote Geule (de Cansivliet). Op deze kaart wordt het nieuwe Westdorpe, dat ontstaan is langs de Landdijk na de inpoldering van de Autrichepolder, niet aangegeven, de ligging van Suitdorpe is wel afgebeeld. 45

48

gebied van

de Canisvliet wordt

in

1650

een

Gils en le Plage, 2004.

1973:161 en Brand, 1993: 56 (geanonimiseerd) | 31

ARTEFACT

RAPPORT

De schorren

856

zuiden

ten

WESTDORPE

van

Axel slibben in de 18%

eeuw

verder op.

In 1745 wordt

EVERSDAM

de Eversdam

-

MIDDENWEG

aangelegd langs de

het Axelse gat, op de noordzijde van de schorren van Canisvliet, tussen het Fort Sint Jan in het zuidelijke zijde en oosten de noordoosthoek van de Autrichepolder in het westen. Op deze Eversdam wordt nabij de Autrichepolder van

een

fort

opgericht: Fort

Eversdam.

Dit betreft

op het terreplein. Het fort moet aanvallen

naar

een

rechthoekig

fort met aarden

wallen

en

een

gemetseld

wachthuis

#7

de Autrichepolder te verhinderen.

(geanonimiseerd) vervaardigd omstreeks 1750 (figuur 19) is met een rode stippellijn de toen net aangelegde B Eversdam te zien, al loopt hij op deze kaart minder recht dan op later kaartmateriaal. Het fort op deze dam is als redout aangegeven. Ten noorden van deze dam is nog een stuk Ouden Dijk aangegeven, dit is vermoedelijk een restant van de dijk van de 17°®*-eeuwse Canisvlietpolder. Het huidig plangebied is gelegen in ingepolderd gebied, net ten zuiden van de Eversdam. De westelijke restkreek in deze nieuwe polder wordt aangeduid als ‘Eversgat’. Aan de westzijde hiervan loopt parallel aan dit water de ‘Grave BM (geanonimiseerd) Dijk of Lantdijk’. Op

een

kaart van

AAED, ger Bedijhe

„God

ge Herd. Figuurag

Ligging van het plangebied (in rode cirkel; bij benadering) op vitsnede van Archief, (geanonimiseerd) 25e. GN»:

kaart

van

718)

uit omstreeks 1750. (geanonimiseerd) |

Bron: Zeeuws

In

1789

schorrengebied ten zuiden en zuidoosten van Axel bedijkt, als onderdeel van een groot bedijkingsproject. In deze periode komt onder meer de Beoosten en Bewesten Blijpolder en de Canisvliet Buitenpolder tot stand. Ter verdediging van het gebied wordt hierbij ook een nieuwe sluis (te 47

Sarneel,

en

1790 wordt

2004:

een

groot

deel

van

het slikken-

en

221-222.

32

ARTEFACT RAPPORT 856

WESTDORPE EVERSDAM - MIDDENWEG

gebruiken voor inundatie) bij Zwartenhoek gebouwd, ten noordwesten van het fort Eversdam. Deze sluis wordt beschermd door een nieuwe batterij. Met deze nieuwe inpolderingen en verdedigingsmaatregelen vervallen de functies van de Eversdam en het gelijknamige fort. 48 Met de invoer van het kadaster vanaf 1811 - 1816 worden voor het eerst nauwkeurige kaarten van geheel Nederland gemaakt. Dit betreft de Minuutplannen van de Kadastrale Kaart die globaal opgesteld zijn tussen 1812 en 1832. Deze kaarten geven de omvang van de aanwezige gebouwen, de ligging van wegen, dijken en waterlopen en de ligging (maar niet de fysieke vorm) van de grenzen van de verschillende kadastrale percelen weer. Deze kaarten hebben het heffen van grondbelasting tot doel, de fysiek vorm van de percelsgrenzen en de indeling van de percelen is hiervoor minder van belang. Op figuur 20 wordt een uitsnede van de gedigitaliseerde versie van deze kaart weergegeven. Het plangebied grenst aan Den Everdamschen Dijk en is gelegen in de Canisvlietpolder. Het maakt deel uit van het kadastrale blad Westdorpe, Sectie E, eerste blad: Canisvliet beoosten de Molenverkorting. Het plangebied overlapt met delen van meerdere percelen die allen in gebruik zijn als landbouwgrond. Bebouwing wordt in het plangebied en de directe omgeving niet aangegeven.

Figuur 20 Projectie van het plangebied (zwarte polygoon) op een uitsnede van de gedigitaliseerde versie van het Minuutplan van de Kadastrale Kaart uit 1812-1832. Bron: Geoloket Cultuurhistorie Provincie Zeeland.

48 Ibid. 33

ARTEFACT

RAPPORT

856

WESTDORPE

(geanonimise rd)

EVERSDAM

-

MIDDENWEG

Topografische (Militaire) Kaarten

1850

1916

1950

1968

1985

1995

zoa

EE} Plangebied

Projectie van het plangebied (rode polygoon) op de Topografische (Militaire) Kaarten uit 1850, 1916, 1950, 1960, 1980, 1995 en 2005. Bron: Esri Nederland, Kadaster. Figuur 21

Op historische kaarten ontwikkeld. eerste

(figuur 21) is te zien hoe de inrichting van het landschap zich hierna heeft inpoldering blijft plangebied in gebruik als landbouwgebied. Pp de kaart uit 1968 zijn de van de ruilverkaveling war te nemen, dit in de schaalvergroting van de percelen. In 1985 is de

Sinds de

resultaten

van

later datum

het

34

ARTEFACT RAPPORT 856

WESTDORPE EVERSDAM - MIDDENWEG

voormalige perceelstructuur geheel verdwenen en zijn ook de restgeultjes en waterlopen geheel uit beeld. Op dat tijdstip zijn ook de huidige Middenweg en de Groene Dreef (ten noorden van het plangebied aanwezig.

Verstoringsgeschiedenis

2. 3. 2

Bodemloket In het bodemloket worden de bodemkwaliteit en de status/voortgang van eventueel uitgevoerde onderzoeken weergegeven. Raadpleging van het Bodemloket 49 leert dat binnen het plangebied een onderzoek naar de bodemkwaliteit bekend is. Bij een indicatief onderzoek uit 2020 zijn hier geen resultaten vastgesteld die aanleiding geven tot nader onderzoek. In twee boringen is de landelijke achtergrondwaarde voor PFOS en/of PFOA wel overschreden, dit echter binnen de parameters voor toepassing als wonen/ industrie. KLIC De uitgevoerde KLIC-melding heeft uitgewezen dat er zich geen kabels en leidingen binnen het plangebied bevinden. Gegevens opdrachtgever, archief Bij de opdrachtgever en initiatiefnemer zijn geen gegevens bekend over mogelijke verontreinigingen, verstoringen of voormalige niet-landbouwkundige activiteiten. Raadpleging van (de website van) het Zeeuws Archief, waar ook de archieven van de gemeente Terneuzen zijn ondergebracht, leverde geen informatie op omtrent eventuele verstoringen van het plangebied.

49 www.

bodemloket. nl en https://zeeland. nazca4u. nl/Rapportage geraadpleegd op 4 december 2023. 35

ARTEFACT

(geanonimiseerd) Nevers

RAPPORT 856

Archeologische

([A geanonimise rd)

(geanonimiseerd)

waarden

Archeologische monumenten De

Archeologische Monumentkaart (AMK) is een digitaal bestand waarin de archeologische monumententerreinen, waaronder de wettelijk beschermde monumenten, werden bijgehouden. Sinds 2014 wordt dit bestand echter niet meer bijgewerkt, waardoor het als statisch bestand kan worden beschouwd. Binnen een straal van 1.000 m rond het komt geen AMK-terrein voor. plangebied Vindplaatsen ‘Leemten in kennis’ (2014) Ten

behoeve

vindplaatsen gemaakt van

het project ‘Leemten in kennis’ heeft Artefact in 2014 voor de gemeente Terneuzen een reeks aangewezen die in aanmerking komen voor nader onderzoek.5° In het kader hiervan is ook en overzicht van

de

gekende vindplaatsen binnen de gemeente. Hieronder worden de vindplaatsen in een straal van 1.000 m rond het plangebied besproken. Deze staan in roze aangegeven op figuur 22, met in dezelfde kleur de nummers die corresponderen met de vindplaatsnummers in het betreffende rapport.

Nr.

Toponiem

Complextype

Periode

Overige

12

Westdorpe

Nederzetting

LMEB

Grote

Canisvlietpolder

(onbepaald)

afvalkuil, aangetroffen bij nietarcheologisch graafwerk. Datering: laat-14°° eeuw.

Liniedijk

39

Westdorpe

76

Liniedijk Fort

Eversdam

Eerder

uitgevoerd

Archis

is het

Schans/fort

LME-NT

NT

informatie

De

Zie ook

Eversdam,

maar

een

Zie

ook

hieronder, welke

vondstlocatie 18.

eigenlijk geen liniedijk is

dam op de schor.

hieronder,

vondstlocaties 20,

21

onderzoek en

217

en

22.

onderzoek

geautomatiseerde Archeologisch Informatiesysteem voor Nederland. Het bestaat vit een databank gegevens over archeologische onderzoeken, vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen. Het raadplegen van Archis leert dat binnen een straal van 1.000 meter rond het plangebied meerdere onderzoeken zijn vitgevoerd, die in de onderstaande tabel worden opgesomd. De nummers in de linker kolom corresponderen met de groene nummers op figuur 22. Het plangebied zelf maakt deel vit van drie onderzoeken (nrs. 1, 2 en 3) die betrekking hebben op het beleid van de gemeente Terneuzen. Tevens valt het plangebied binnen de contour van vier grootschalige onderzoeken die uitgevoerd zijn in functie van de realisatie van een aardgastracé (nr. 4), de verbreding van de Tractaatweg (nr. 5 en 6) en de uitbreiding van het bestaande leidingstelsel (nr. 7). 12 van de overige 13 onderzoeksmeldingen in de omgeving van het plangebied betreffen allen lijnvormige trajecten rondom de Tractaatweg en de naastliggende leidingstraat. waarin allerlei

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) 36

ARTEFACT

RAPPORT

856

WESTDORPE

49500

EVERSDAM

MIDDENWEG

-

50000

1

1

Vindplaatsen gemeente

EI

sd Figuur 22 Onderzoeken en vondstlocaties in de omgeving van het plangebied. Gegevens ontleend en (geanonimiseerd) (zo1). Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors, 2023. BW

Nr.

Onderzoek

Uitvoerder

Aard

en

aan

Plangebied

*

_ Vondstlocaties

LJ)

Onderzoeken

Archis 3

en

(geanonimiseerd) |

resultaten onderzoek

Nummer 1

2434360100

Erfgoed Zeeland

2

2439204100

Artefact!

| Onderzoek verwachtingskaart/verruiming vrijstellingsdiepte (2014). Archeologisch

bureavonderzoek

‘Leemten

in

kennis’

(2014;

zie

(2017).

Zie

boven). 3

4568760100

Edufact

Archeologisch paragraaf 1.3.

A

2150796100

RAAP

bureauonderzoek (2006) Archeologisch Wijngaarden-Zelzate (circa 115 km).

5

2205519100

ADC

Archeologisch booronderzoek (2008) verbreding Tractaatweg (N62) Westdorpe. 5 Het huidig plangebied bevindt zich buiten het eigenlijke onderzoeksgebied. Geen boringen nabij onderhavig

bureavonderzoek

vrijstellingenkaart

t.b.v.

aardgastracé

(geanonimiseerd) en (geanonimiseerd) MN zo: (geanonimiseerd) 2008. 53 (geanonimise rd) en (geanonimiseerd) 2008. 5

52

37

ARTEFACT

RAPPORT 856

WESTDORPE

EVERSDAM

-

MIDDENWEG

plangebied uitgevoerd. 6

2463918100

Proefputten/proefsleuven (2014) Tractaatweg (N62).5* In een straal 1.000 m van het plangebied is in meerdere proefsleuven een profiel aangetroffen bestaande vit dekzand (plaatselijk met paleosol), afgedekt door een oude akkerlaag. Bovenop de oude akkerlaag bevinden zich afzettingen van het Laagpakket van Walcheren. Plaatselijk zijn in de akkerlaag vondsten uit de middeleeuwen (14° tot 16° eeuw) aangetroffen en bevinden zich enkel sporen zoals greppels en enkele kuilen. Eén keer is ook wat veen aangetroffen bovenop het dekzand. Top dekzand vanaf circa NAP. Paleosol in aantal werkputten waargenomen rond NAP — 0,4 m

ADC

van

-NAP.

7

2384416100

Artefact!

Archeologisch leidingenstelsel.55

8

5320188100

Archol

Archeologisch afgemeld.

bureavonderzoek

g

5323963100

Antea

Archeologisch afgemeld.

bureavonderzoek

10

5442660100

Antea

Archeologisch booronderzoek (2023). Onderzoek gen eerste bevindingen beschikbaar.

11

2356399100

Sweco

Artefact!

en

| Archeologisch

bureavonderzoek

bureavonderzoek

(2012)

uitbreiding

(2022).

Onderzoek

nog

niet

(2023).

Onderzoek

nog

niet

(2012)

nog niet afgemeld,

verbreding

Tractaatweg

(N62).

12

2395570100

Oranjewoud

Archeologisch

13

2419254100

Artefact!

Archeologisch

bureauonderzoek (2013) Tractaatweg (N62).

verdubbeling Tractaatweg onderhavig plangebied mariene afwisselend veen op dekzand, geulen en geërodeerd dekzand het (beiden nabij voormalige Eversgat) en plaatselijk dekzand met middeleeuwse akkerlaag. Dekzand vanaf circa 1,25 mv, hoogtes variëren sterk. Voor delen ten westen van onderhavig plangebied archeologische verwachting bij verstoringen dieper tot het m 0,5-mv. Ter plaatse van het voormalige fort Eversdam is ook onderzoek uitgevoerd. Hieruit bleek dat de vestingwerken geheel genivelleerd zijn maar dat er wel nog resten van de grachten in de ondergrond aanwezig zijn. (N62).

*

In

booronderzoek

tracédeel

ten

(2013)

westen

van

-

3974236100

14

54

Loopik,

Artefact!

Archeologische begeleiding (2015/2016) aanleg kabels en leidingen Tractaatweg.”7 In zone ten westen van onderhavig plangebied is het profiel van de Eversdijk onderzocht. In de ondergrond bevond zich een akkerlaag tussen het Laagpakket van Walcheren en oud Walcherenafzettingen. Dit gebied ligt nabij de voormalige Eversgat,

2016.

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 56 (geanonimiseerd) en (geanonimiseerd) | 2014. (geanonimiseerd)

38

ARTEFACT

RAPPORT 856

WESTDORPE

vandaar de aanwezigheid in de ondergrond Artefact!

3983713100

15

5094003100

Artefact!

17

2464388100

ADC

-

MIDDENWEG

gevulafzettingen.

waterstofleiding Tractaatweg.% 1,20 m -mv dik ophoogpakket, te relateren aan deels afgegraven 18%-eeuwse dijk rond Canisvlietbinnenpolder. Hieronder Walcheren-afzettingen met hieronder, vanaf 1,55 m -mv/ 0,30 m -NAP top van laatmiddeleeuwse akkerlaag. Vanaf 1,96 m -mv/ 0,70 m -NAP top van pleistoceen dekzand. Geen paleosol aangetroffen. Archeologische begeleiding Vanaf

16

van

EVERSDAM

circa

0,40

m

-mv

(2016)

maximaal

tot

Archeologisch booronderzoek (2023).59 Er is geboord in delen van het plangebied waar ontgravingen zijn voorzien. In een aantal van de boringen is het Laagpakket van Wierden aangeboord vanaf circa 0,5 m -NAP. In 2 boringen is omstreeks 0,75 m -NAP binnen het dekzand een paleosol aangetroffen. In de bovenzijde van het Laagpakket van Wierden is nergens bodemvorming waargenomen. Er is nergens veen van de Formatie van Nieuwkoop aangetroffen. De bovenzijde van de natuurlijke ondergrond wordt gevormd door jonge verlandings- en kreekbeddingafzettingen van het Laagpakket van Walcheren, die op meerdere plaatsen minimaal reikten tot de einddiepte van omstreeks 2,5 m -NAP. In vrijwel alle boringen werd op het Laagpakket van Walcheren een laag opgebrachte grond aangetroffen. Geen aanwijzingen voor vindplaatsen. Proefputten/proefsleuven (2014) fort

zijn

verre

intact.

van

behoudenswaardigheid

Fort

Eversdam.

Restanten

Advies:

van

de

het

van

geen vervolgonderzoek vindplaats vastleggen in toekomstig en

niet-

beleid.

Binnen nummer

Nr.

een

straal

van

1.000

in de linker kolom

Vondst

m

rond

het

plangebied zijn ook

correspondeert

het blauwe

met

Datering

Aard

meerdere

nummer

op

archeologische figuur 22.

vondstlocaties bekend;

het

de vondsten

van

locatie 18

1029013

MELB

Afvalkuil

19

1057389

Onbekend

Grondspoor,

20

1068091

NTV-NTM

Omwalling

21

1099689

| NTM

Gracht

22

1150789

NT

Enkele

met

aardewerk. Gevonden

tijdens ruilverkaveling in 1964.

waargenomen op luchtfoto (1989). van

schans Eversdam.

Melding

uit 1998.

van Fort Eversdam (vierkant fort met aarden wallen en grachten), aangeboord, vastgesteld in meerdere boringen. Vondstmelding betreft globale middelpunt op basis van luchtfoto. AHN, kaartprojectie en booronderzoek. Hoort bij onderzoek nr. 13

van

grondsporen

Fort Eversdam

vondsten (metaal, zaden, aardewerk) (hoort bij onderzoek 17). en

23

1121032

MEL-NTL

Cultuurlaag (akkerlaag) en dijk. Hoort bij onderzoek

24

1142894

MEL-NT

Verspoelde akkerlaag en 17%®-eeuwse

58

(geanonimiseerd) 2016.

59

(geanonimiseerd)

Everdamse

nr.

ter

hoogte

15.

Dijk. Hoort bij onderzoek

(geanonimiseerd) 39

ARTEFACT RAPPORT 856

WESTDORPE EVERSDAM - MIDDENWEG

nr. 14. 25

1149615

ME

Hoort bij onderzoek nr. 6. In deze zone zijn zes putten aangelegd. In vijf van de putten werd het oude akkerdek aangetroffen, met hierin/onder ploegsporen. Een paleosol werd in één put waargenomen. Ook in deze zone hebben diverse overstromingen hun sporen nagelaten. Soms was het akkerdek deels weggeslagen en in drie putten waren geulen door het akkerdek heen gesneden. In één van deze geul is aardewerk aangetroffen, dat dateert in de periode 1500- 1550. In twee putten werd een greppel in/onder het akkerdek aangetroffen (datering vóór 1350/75). In een derde put twee paalkuilen en een kuil. In één van de paalkuilen is aardewerk aangetroffen, dat dateert in de periode 1300-1500. Aardewerk afkomstig uit het akkerdek is zeer fragmentarisch en verweerd en kon slechts ruim worden gedateerd tussen ca. 1400 en 1600, maar kan gezien de verwering ook net iets ouder zijn en passen in het bestaande beeld van het begin van de overstromingen (en mariene afzettingen) na 1350/75.

Samenvattend blijkt uit eerder archeologisch onderzoek in de omgeving van het plangebied dat de hoogte van de top van het pleistocene dekzand in de ondergrond nogal kan variëren, hetgeen wijst op een reliëf in het dekzand. Gemiddeld ligt de top van het dekzand op hoogtes van NAP tot 0,50 m +NAP. In het dekzand is meermaals een paleosol waargenomen, maar hierin zijn vooralsnog geen archeologische waarden aangetroffen. In sommige gevallen wordt het dekzand afgedekt door veen, maar er kan ook een laatmiddeleeuwse akkerlaag aanwezig zijn. De binnen een straal van 1. 000 meter rond het plangebied aangetroffen archeologische resten dateren allemaal uit de middeleeuwen en nieuwe tijd. Het zijn enerzijds restanten die wijzen op een middeleeuws cultuurlandschap en anderzijds restanten die te relateren zijn aan versterkingen en bedijkingen uit de nieuwe tijd. Overige meldingen Navraag bij het Zeeuws Archeologisch Depot (mail helpdesk archeologie d. d. aanvullende informatie opgeleverd t. a. v. het plangebied.

23

november 2023) heeft

geen

Luchtfotoanalyse Luchtfoto’s kunnen aan de hand van herkenbare soil- en/of cropmarks aanwijzingen geven voor de aanwezigheid van mogelijke archeologische vindplaatsen (of verstoringen) in de bodem. In het kader van voorliggend bureauonderzoek zijn luchtfoto’s bestudeerd uit 1959, 1970 en 2003 en satellietfoto’s uit 2007 t/m 2022 (Geoloket Atlas van Zeeland). Van het plangebied zijn geen luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog beschikbaar. Op een luchtfoto uit 1959 (figuur 23) is het oudere 19 e -eeuwse verkavelingspatroon nog herkenbaar en zijn ook de verschillende restlopen van voormalige geulsystemen te herkennen. Binnen het plangebied en in de onmiddellijke omgeving ervan zijn geen crop- of soilmarks te zien.

40

ARTEFACT RAPPORT 856

WESTDORPE EVERSDAM - MIDDENWEG

Figuur 23 Ligging van het plangebied (gele polygoon) op luchtfoto uit 1959. Bron: Geoloket Atlas van Zeeland.

Op de satelietfoto uit 2018 is, door de droogte, het systeem van voormalige geultjes in de omgeving van het plangebeid goed herkenbaar als lichtere kronkerlende en vertakkende banden. Echter een deel van deze lichtere vlekken is niet zozeer een geultje als een dekzandkop, in het noordwesten van het plangebied zijn namelijk een aantal lichtere vlekken waar te nemen die uit het veldonderzoek (zie verder) gelegen blijken ter plaaste van een dekzandkop. De verschillende lichtere rechte lijnen die eveneens in de omgeving zichtbaar zijn betreffen gedempte slootjes.

41

ARTEFACT RAPPORT 856

WESTDORPE EVERSDAM - MIDDENWEG

Figuur 24 Ligging plangebied (gele polygoon) op luchtfoto uit 2018. Bron: Geoloket Atlas van Zeeland.

2. 5

Bouw-

en

cultuurhistorische waarden

Bouw- en cultuurhistorische waarden Om vast te stellen of binnen, of direct grenzend aan, het plangebied waardevolle bouwhistorische of cultuurhistorische elementen voorkomen, is het Geoloket Cultuurhistorie van de provincie Zeeland geraadpleegd. Hieruit blijkt dat dergelijke elementen binnen het plangebied niet aanwezig zijn. De onmiddellijk ten noordoosten van het plangebied gelegen Eversdam is aangegeven als een relictdijk. Dit betreft een oorspronkelijke polderdijk uit de 18 e eeuw.

Militair erfgoed De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) geeft een overzicht van de (verwachte) ligging van resten van ondergronds en bovengronds militair erfgoed (vooralsnog enkel uit de Tweede Wereldoorlog). Raadpleging van de kaart leert dat het plangebied deel uitmaakt van Operatieterrein Breskens, een groot slagveld in Zeeuws-Vlaanderen. In 1944 veroverden de Geallieerden het bruggenhoofd Breskens, een strategisch belangrijk punt in de oversteek naar Walcheren. Archeologisch kan zich dit weerspiegelen in een verspreiding van verschillende munitieartikelen. Daarnaast kunnen meer statische structuren worden verwacht, zoals resten van stellingen, versperringen, loopgraven, ondersteunende posten e. d. Ook inslagen van granaten en mortieren kunnen worden verwacht, vaak in de vorm van beschadigingen aan bestaande bouw of bomen en als microreliëf. Slagvelden zijn echter alleen globaal af te bakenen en de grenzen van moderne slagvelden zijn diffuus. 60 Verder worden op de kaart geen militaire relicten weergegeven binnen, of direct grenzend aan, het plangebied.

60 www. ikme. nl

42

ARTEFACT

(geanonimiseerd) Nevers

RAPPORT 856

(me geanonimise rd)

(geanonimiseerd)

Archeologisch verwachtingsmodel

Op basis

de in eerdere

paragrafen beschreven informatie over de huidige sitvatie, de aardwetenschappelijke, de archeologische waarden kan een specifieke archeologische verwachting worden Formatie van opgesteld. Het plangebied ligt op een pleistocene dekzandondergrond (Laagpakket van Wierden Boxtel), waarop zich tijdens het Holoceen vermoedelijk veen heeft gevormd (Formatie van Nieuwkoop), dat tot in de ate middeleeuwen aan het oppervlak lag. Het veen zal in de late middeleeuwen waarschijnlijk geheel of gedeeltelijk zijn weggegraven (het DINO-ondergrondmodel geeft in elk geval geen veen meer aan binnen het plangebied). Nog gedurende de middeleeuwen is in de ruime omgeving bij het bewerken van het land een akkerlaag gevormd bovenop het dekzand. In de vroege nieuwe tijd is dit oppervlak afgedekt geraakt met jonge afzettingen van het Laagpakket van Walcheren (ook wel Braakmanafzettingen genoemd), te weten tijdens overstromingen vanaf de late 16% eeuw. Hierna maakte het deel uit van onbedijkt schorrengebied. Sinds de definitieve inpoldering in de 18% eeuw heeft het plangebied altijd een agrarisch gebruik gekend. van

historische

sitvatie

en

bekende

-

De m

maaiveldhoogtes variëren van 1,13 tot 1,4 m +NAP, in onderstaande model wordt een gemiddelde diepte van 1,25 aangehouden voor het bepalen van de te verwachte diepteligging van de verschillende niveaus.

+NAP

Enkel

perioden

met

Prehistorie tot

Vindplaatsen als afgedekte

en

middelhoge

een

of hoge

met middeleeuwen

—

verwachting zijn in verwachtingstabellen opgenomen.

Laagpakket van Wierden

Formatie

—

van

Boxtel

vit het

paleolithicum kunnen aanwezig zijn in eventueel aanwezige paleosols. Deze kunnen voorkomen niveaus in afzettingen van het Laagpakket van Wierden. In meerdere onderzoeken in de nabije

paleosol waargenomen. Zodoende valt niet uit te sluiten dat een dergelijke plangebied aangetroffen. Op basis van de resultaten van de eerdere onderzoeken moet ongeveer vanaf tot 0,75 m -NAP met een mogelijke paleosol rekening worden gehouden. Gelet o op de verwachting dat het pleistoceen binnen het plangebied pas op een diepte van 0,25 m -NAP te verwachten is (verwachting op basis van het DINO-ondergrondmodel) wordt een verwachting tussen 0,25 en 0,75 m -NAP aangehouden. Omdat er zelden archeologische resten in een dergelijk niveau zijn gevonden, is de verwachting voor dit niveau slechts middelhoog. omgeving

het

van

oude

plangebied

bodem

is in het dekzand

een

ook in het

kan worden

Datering

Paleolithicum

Complextype

Algemeen

Soort

Vindplaatsen met

vindplaats

lein

Omvang

Uiterlijke kenmerken

—

gespecificeerd: bewoning, begraving

niet

alleen

(nomadische kampen;

Voorkomen

vondststrooiing

een

<50

bot, vuursteen, verbrande botanische als antropogeen unnen worden bestempeld: onbewerkt natuursteen, onverbrand bot, onverbrand van

archeologische

m?°)

resten.

indicatoren zoals verbrand

Maar ook indicatoren die niet met zekerheid

botanisch materiaal

Vondstdichtheid

Zeer

Diepteligging

Vanaf circa 0,25

Locatie

Hele

Gaafheid

en

conservering

Mogelijke verstoringen

laag tot laag: < 40 tot 80 per m2 tot 0,75

m

-NAP/ 1,5 tot

2

m

-mv

plangebied

| Goed: afgedekt landschap met goede bewaarcondities -

Vindplaatsen uit latere periodes kunnen worden verwacht volgens het DINO-ondergrondmodel te verwachten vanaf

in de

top

van

het dekzand.

De

top

van

het dekzand

gelegen

-NAP

m

Uit

eerdere

is

0,25 -mv). (1,5 archeologische de omgeving valt echter op te maken dat er sprake lijkt te zijn geweest van een reliëf in het dekzandlandschap, het is dan ook niet uit te sluiten dat het dekzand binnen het plangebied plaatselijk hoger of lager

onderzoeken

m

in

is.

43

ARTEFACT RAPPORT 856

WESTDORPE EVERSDAM - MIDDENWEG

Vindplaatsen uit het mesolithicum tot en met het neolithicum kunnen aanwezig zijn in de top van het pleistocene dekzand. Archeologische waarden uit het mesolithicum tot neolithicum kunnen bestaan uit kleine 2 of basiskampen, die een ruimere omvang nederzettingsterreinen, zogenaamde extractiekampen (5 tot 10 m), hebben. Vindplaatsen uit deze periode kenmerken zich voornamelijk door een vondstverspreiding van vuursteen. Ook kunnen ondiepe grondsporen (crematiegraven, haardplaatsen) worden aangetroffen. De resultaten van eerdere onderzoeken in de Autrichepolde hebben in elk geval uitgewezen dat in de omgeving sporen uit het laat-neolithicum in de top van het dekzand aanwezig zijn. De waarde van vuursteenvindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate van intactheid van het bodemprofiel. Van belang is daarom de mate van verstoring van het bodemprofiel in beeld te brengen. Mede omdat de top van het pleistocene dekzand nog enkele millennia aan het oppervlak heeft gelegen, is de kans aanwezig dat het bodemprofiel is aangetast. Het gebied is vanaf de ijzertijd met een laagje veen bedekt. Dit veen is echter in grote delen van het landschap in de loop van de middeleeuwen afgegraven, waarna er zich bij het bewerken van het land een akkerlaag heeft gevormd in de bovenzijde van het dekzand (of veen indien dit niet geheel is weggegraven).

Verder is ook niet uit te sluiten dat er in het gebied bij de vorming van het Laagpakket van Walcheren enige erosie van het dekzand heeft voorgedaan. Waar er daadwerkelijk veen is afgegraven, zich een akkerlaag heeft gevormd in de bovenzijde van het dekzand of enige erosie van het niveau heeft voorgedaan zullen de vindplaatsen met vondststrooiingen uit de steentijden naar verwachting verstoord zijn, vindplaatsen met grondsporen kunnen wel nog bewaard gebleven zijn. Zolang echter niet is vastgesteld in welke mate de top van het dekzand is aangetast, geldt een middelhoge verwachting. Datering

Mesolithicum-neolithicum

Complextype

Algemeen – niet gespecificeerd: bewoning, begraving

Soort vindplaats

Vindplaatsen met alleen een vondststrooiing, ondiepe grondsporen

Omvang

Vuursteenvindplaats: zeer klein tot groot ( < 5 m² - enkele honderden m²)

Uiterlijke kenmerken

Voorkomen van archeologische indicatoren zoals verbrand bot, vuursteen, verbrande botanische resten. Maar ook indicatoren die niet met zekerheid als antropogeen kunnen worden bestempeld: onbewerkt natuursteen, onverbrand bot, onverbrand botanisch materiaal

Vondstdichtheid

Zeer laag tot laag: < 40 tot 80 per m²

Diepteligging

Top dekzand: vanaf circa 0,25 m -NAP/ 1,5 m -mv

Locatie

Hele plangebied

Gaafheid en conservering

Afhankelijk van later gebruik en/of erosie (o. a. landbouw, eventuele bewoning, veenwinning, overstromingen)

Mogelijke verstoringen

-

De lage verwachting voor vindplaatsen uit de periode bronstijd-ijzertijd wordt ingegeven door het ontbreken van vondsten uit deze periode in de ruime omgeving. Door de relatief hoge ligging van het Zeeuws-Vlaamse dekzandlandschap moet bewoning in deze periode echter wel tot de mogelijkheden behoord hebben, afzettingen van het Laagpakket van Wormer hebben het plangebied en omgeving nooit bereikt. Door de hoge ligging raakte het dekzand waarschijnlijk pas in de loop van de ijzertijd overgroeid met veen. Vindplaatsen kunnen bestaan uit woningen en erven. Vindplaatsen (huisplaatsen) uit deze periode kenmerken zich door het voorkomen van (dieper ingegraven) grondsporen (paalsporen, afvalkuilen, greppels, waterkuilen) en vondststrooiingen met aardewerk en vuursteen.

In de periode vanaf de latere fasen van de ijzertijd tot en met de vroege middeleeuwen maakte het plangebied waarschijnlijk deel uit van een veenlandschap. Indien dit voldoende ontwaterd werd, is het mogelijk dat op deze ondergrond gewoond werd. Mogelijke sporen uit de ijzertijd tot vroege middeleeuwen zullen dan ook gevormd zijn bovenin het veen, met eventueel de dieper reikende sporen die tot in het dekzand reiken. Voor dergelijke diep 44

ARTEFACT RAPPORT 856

reikende

WESTDORPE EVERSDAM - MIDDENWEG

geldt op basis van het grotendeels ontbreken van dergelijke vindplaatsen in de omgeving en het gegeven dat het hier uitsluitend resten van diep rijkende sporen kunnen betreffen een lage verwachting voor het niveau van het Laagpakket van Wierden. sporen

In de late middeleeuwen maakte het plangebied deel uit van een sterk ontgonnen/geëxploiteerd gebied waarin veel veen is afgegraven. Deze woeste gronden konden vervolgens worden gebruikt voor bijvoorbeeld bewoning of landbouw. Dit gebeurde direct op het weer vrijgekomen dekzand, of op een laatste restant veen. Op basis van de historische informatie worden geen nederzettingen binnen het plangebied verwacht, al is de aanwezigheid van een geïsoleerd gelegen bewoning niet uit te sluiten. Verder behoren ook sporen van landgebruik en –ontginning tot de mogelijkheid. Binnen een straal van 1. 000 meter rond het plangebied zijn meerdere archeologische resten aangetroffen die uit de late middeleeuwen dateren. Door akkerbouw kan in deze periode een akkerlaag zijn ontstaan, zoals deze eveneens meermaals is waargenomen in de omgeving van het plangebied. Er zijn geen aanwijzingen dat het plangebied in de late middeleeuwen al met overstromingen te maken had; dit gebeurde pas in de vroege nieuwe tijd. Hierbij vormde zich een pakket Walcherenafzettingen. Deze jonge afzettingen kunnen erosief zijn geweest, maar ze hebben ook een beschermende laag gevormd. Zodoende is de verwachting voor de late middeleeuwen hoog. Datering

Late middeleeuwen

Complextype

Algemeen – niet gespecificeerd: bewoning, begraving, infrastructuur, nijverheid, agrarische productie en voedselvoorziening, grondstofwinning

Soort vindplaats

Vindplaatsen met alleen grondsporen; mogelijk vondststrooiing; Off-site vindplaatsen; akkerlaag

Omvang

Huisplaats: 500-2. 000 m²

Uiterlijke kenmerken

Vondstdichtheid

Voorkomen van archeologische indicatoren zoals aardewerk, verbrand bot, vuursteen, verbrande botanische resten. Maar ook indicatoren die niet met zekerheid als antropogeen kunnen bestempeld worden: onbewerkt natuursteen, onverbrand bot, onverbrand botanisch materiaal; voorkomen van 'vuile' laag of antropogeen doorwerkte bodem/sporen(niveau); voorkomen van leef-, cultuur- of ophooglagen Zeer laag tot laag: < 40 tot 80 per m²

Diepteligging

Onder Laagpakket van Walcheren: vanaf circa 0,25 m -NAP/ 1,5 m -mv

Locatie

Hele plangebied

Gaafheid en conservering

Goed: afgedekt landschap met goede bewaarcondities voor o. a. organisch materiaal

Mogelijke verstoringen

-

IJzertijd tot vroege middeleeuwen – Formatie van Nieuwkoop Vanaf de ijzertijd of Romeinse tijd vormt zich bovenop de Formatie van Boxtel een veenpakket (Formatie van Nieuwkoop). Vanaf het moment dat dit veen voldoende ontwaterd is, is het mogelijk dat op deze ondergrond gewoond wordt. Het is echter waarschijnlijker dat men hiervoor de – nog hoger gelegen – dekzandruggen uitkoos, waarvan er in de omgeving meerdere voorkomen, zoals in Axel, Zuiddorpe en Koewacht. In Axel zijn vindplaatsen uit de Romeinse tijd en vroege middeleeuwen bekend; ten zuiden van de Belgische grens zijn ook vindplaatsen uit de ijzertijd en Romeinse tijd bekend. Bovendien is het aannemelijk dat het aanwezige veen in de late middeleeuwen goeddeels is afgegraven. Zo er al resten uit ijzertijd t/m vroege middeleeuwen aanwezig zijn, zullen in dat geval alleen nog dieper ingegraven sporen bewaard zijn gebleven. Door dit alles is de verwachting voor de ijzertijd – vroege middeleeuwen laag. Jong getijdenlandschap - Laagpakket van Walcheren (Braakmanafzettingen) – Formatie van Naaldwijk Gedurende de nieuwe tijd maakte het plangebied twee eeuwen lang, vanaf de late 16 de tot late 18 de eeuw, herhaalde malen deel uit van een onbedijkt schorrengebied tussen het Axelsche Gat, het Eversgat en de Canisvliet.

Uit cartografische en andere historische gegevens blijkt dat het plangebied sinds de bedijking in de late 18 de eeuw

45

ARTEFACT RAPPORT 856

WESTDORPE EVERSDAM - MIDDENWEG

uitsluitend als bouwland is gebruikt. Bebouwing lijkt er in deze periode nooit te zijn geweest. Dit maakt dat de verwachting voor de nieuwe tijd laag wordt ingeschat.

46

ARTEFACT

(geanonimiseerd) Nevers

RAPPORT 856

(|geano im se rd)

Inventariserend

3-1

Methoden

Het

voorliggend

hoofdstuk

(IVO-O,

verkennende

immers

beschreven

fase).

het Inventariserend

van

In de aanvullende

dat

het,

door

veldonderzoek

de resultaten

omvat

richtlijnen archeologisch van het voorafgaand bureavonderzoek,

basis

op

verkennend

Het

verkennend

booronderzoek

is

booronderzoek

de

niet

Veldonderzoek onderzoek

voor

verwachtingsmodel conform protocol 4003 (IVO-O) van de KNA 4.2, en het hiertoe opgestelde een

(geanonimiseerd)

moet

geschikte

meest

worden

methode

dit vormde evenwel

voor

provincie

opgestelde Het

getoetst. Plan van

door middel

in de

onderzoek

van

boringen

Zeeland

staat

archeologisch is uitgevoerd

Aanpak.**

het in

kaart

ook niet het doel

brengen

van

(de

of

aan-

afwezigheid) archeologische vindplaatsen; waarbij bepalen van de landschappelijke vormeenheden en het toetsen van het archeologische verwachtingsmodel voorop stond. De strategie en werkwijze is afgestemd op de bovengenoemde richtlijnen en in onderstaande tabel van

van

het onderzoek,

het

opgenomen:

Aantal

boringen

16

Grid Plaats-

Verspringend driehoeksgrid (35 x 35 m) hoogtebepaling

en

RTK-GNSS

codelijsten

-

Boordiepte Opsporen

Maximaal

m

versnijden/verbrokkelen

de aard, kleur en

—-

aard

van

de

de genese

de

boringen

kalkgehalte van

is

specifieke

aandacht

besteed

aan

de

volgende

geologische

en

het sediment

laagovergangen (erosieverschijnselen)

van

de

laag

bodemvormende kenmerken

(bodemvorming/veraarding, ontkalking, rijping e.d.)

diepteligging van het reductievlak

boorpuntenkaart

wordt

afgebeeld

op figuur 25, de boorstaten zijn opgenomen in

(geanonimiseerd) o 5-2-2023: Plan van Aanpak Westdorpe Eversdam-Middenweg. Veldonderzoek door middel van verkennende boringen. Artefact, Zaamslag. 6:

-NAP

In het veld visueel door

—

MN

-mv/ 1,35

indicatoren

Tijdens het beschrijven van bodemkundige kenmerken:

De

m

Register)

gutsboor (@ 3 cm)

Geen

de

2,5

Basis

Edelmanboor (@ 7 cm);

Oppervlaktekartering

—

afwijking horizontaal/verticaal= 2 cm)

boor

Monstername

—

max.

op iPad

(Archeologisch

ABR

Geen

—

GLONASS,

| (afgeleide van) ASB (Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode)

standaard

en

Gehanteerde

&

Digitaal vastgelegd

Boorgegevens Gebruikte

(GPS

bijlage 5.

Gemeente Terneuzen.

Inventariserend

47

ARTEFACT RAPPORT 856

WESTDORPE EVERSDAM - MIDDENWEG

Figuur 25 Boorpunten, geprojecteerd op een uitsnede van de Topografische Kaart. Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors, 2023.

3. 2

Geologie

en

bodem

Het booronderzoek heeft een goed beeld opgeleverd van de bodemopbouw. Het maaiveld ligt binnen de onderzochte delen van het plangebied op hoogten tussen 1,08 en 1,35 m +NAP. Pleistoceen dekzandlandschap – Laagpakket van Wierden – Formatie van Boxtel Aan de basis van het boorprofiel bevinden zich afzettingen van de Formatie van Boxtel - Laagpakket van Wierden waarvan de C-horizont bestaat uit fijn licht bruingrijs tot licht geelgrijs zand. Dit bevat wat roestvlekken. Dit betreft Jong Dekzand II. In boringen 1, 2, 3, 6, 9, 11 en 15 is onderin het boorprofiel, vanaf een diepte tussen 1,3 en 1,5 m -mv (0,09 en 0,33 m -NAP) ook Jong Dekzand I aangetroffen. Dit betreft meer gelaagde (licht)grijze tot bruine zanden die plaatselijk wat gelaagd zijn met meer siltige zanden, kleiige of lemige afzettingen. Aan de bovengrens van dit Jong Dekzand I bevindt zich bij boringen 1, 2, 6 en 9 een dunne venige paleosol (2 tot 6 cm dik), deze wordt geïnterpreteerd als Allerød-laag, vernoemd naar het Allerød-interstadiaal (13. 900 tot 12. 850 BP), toen zich in een relatief warme periode in de laatste ijstijd een vegetatieniveau kon vormen. In boringen 1-4, 6, 8-12, 14 en 15 is in de bovenzijde van het Laagpakket van Wierden een donkerbruine, regelmatig geploegde dan wel bewerkte A-horizont waargenomen (Apb-horizont). Deze pakket is plaatselijk humeus en bevat 48

ARTEFACT

RAPPORT

856

WESTDORPE

vaak wat vlekken lichtbruin zand met

lichtbruin zand

onderin het

pakket van

meerdere

Aan

de bodem

is dit

pakket wat

MIDDENWEG

sterker

gemengd

ook de top van de onderliggende C-horizont is soms wat zwak gebioturbeerd. In boring 4 is ook bruin zand opgenomen, dit betreft resten van een B-horzont. Dit pakket kan geïnterpreteerd van

antropogene handelingen (oude akkerlaag of andersoortige landgebruik) voorafgaand

de jongere

afzettingen

antropogene pakket bedraagt tussen (o,92 en 0,26 m +NAP).

10

het

van en

7o

cm.

Laagpakket De bovenzijde

Walcheren

van

vanaf de 16°

bevindt zich op

eeuw.

De

dikte

diepte tussen 0,3 en

een

0,9

aan

deze

van m

-mv

Laagpakket van Wierden evenwel niet bereikt. Hier werd tot op de einddiepte (2,15-2,5 m -mv/ 0,94 1,35 m -NAP) het Laagpakket van Walcheren aangetroffen. Aan te nemen valt dat hier een flink deel van het Laagpakket van Wierden door erosie is verdwenen. In boring 13 is het pakket geërodeerd tot een diepte van 1,55 m mv (0,03 m -NAP), hier rest onder het Laagpakket van Wierden nog slechts de C-horizont met hierboven een verspoelde (en met marien zand gemengde) A-horizont. n

3

boringen

houtskoolspikkels.

-

en

worden als de resten de vorming

en

EVERSDAM

is het

—

49100 L

49200 1

36230

TI

Plangebied Laagpakket

3620

®

antropogeen dek O

_Geërodeerde top

$__Niet

vastgesteld

Top in m

NAP

ad

0,92

+

0,03

Figuur 26 Hoogtemodel met de top Community Map Contributors, 2023.

In

figuur 26

is

een

in GIS

van

het

Laagpakket

gegenereerd hoogtemodel van

Hiervoor is de NAP-waarde

van

de top

van

62 Een

hoogtemodel

van

de

(geanonimiseerd) antropogeen pakket. |

bovenzijde

Esri

Nederland,

pleistoceen landschap

weergegeven.

gebruikt.° Bij is. Uit figuur

van

het

Bron:

-

het antropogene dek dat bovenin het dekzand is ontwikkeld

boring 13 is wel de top van de C-horizont gebruikt omdat

van

van

Wierden met

hier het antropogene

pakket

weg

geërodeerd

op basis van de top van de onderliggende ongestoorde C-horizont zou, door het grote verschil het antropogene pakket, voor een vertekend beeld zorgen.

in dikte

49

-

ARTEFACT

(geanonimiseerd) Nevers

RAPPORT 856

(geanonimiseerd)

(|geanonimise rd) blijkt duidelijk de aanwezigheid van een dekzandkop ter hoogte van boringen 4, 6, 8, 9, 10, 11 en 14. Ter plaatse van boringen 5 en 7 zal deze dekzandkop ook gelegen hebben, hier is deze echter geërodeerd. Jong getijdenlandschap

Laagpakket van Walcheren (Braakmanafzettingen) Formatie van Naaldwijk De bovenzijde van de natuurlijke ondergrond wordt gevormd door mariene afzettingen van het Laagpakket van Walcheren. Dit zijn kalkrijke schorafzettingen, bestaande uit pakketten matig siltig tot matig zandige klei. Hierbinnen is geregeld sprake van zandlaagjes, roestvlekken en fragmenten van mariene schelpen. Dit schorpakket is afgezet bovenop het antropogene dek dat de bovenzijde vormt van het pleistocene landschap. De onderzijde van de schorafzettingen volgt dan ook de welvingen in dit ouder landschap, waardoor deze gelegen is tussen 0,45 en o,9 m mv (o,9 en 0,26 m +NAP). Bij boring 8 rest van het schorrenpakket nog slechts dat deel dat opgenomen is in de bouwvoor (tot 0,3 m -mv/ 0,92 m +NAP), ongestoorde schorafzettingen zijn hier niet aangetroffen. Bij boringen

-

—

schorgeultje. In dit geultje bevinden zich meer zandige afzettingen en bevindt zich ook verspoeld dekzand (en bij boringen 13 en 16 ook brokken met verspoeld antropogeen dek). In boring 5 is er tevens sprake van een pakket verlandingsafzettingen (donkerblauwe, humeuze klei) in de vulling van dit geultje. De onderzijde van de schorgeul is niet aangetroffen in boringen 5, 7 en 16, (hier is geboord tot een diepte tussen 2,15 en 2,5 m -mv/ 0,94 en 1,35 m -NAP). Bij boring 13 is het geultje minder diep ontwikkeld en is de onderzijde bereikt op een diepte van 1,55 m -mv (0,23 m -NAP). 5, 7, 13

Uit de

bestudeerde

vanaf

de late

afzettingen

16%

dateren

en

16

gaan de

schorafzettingen

naar

onder toe

over

op

een

historische tot

gegevens uit het bureavonderzoek (hoofdstuk 2.3.1) is gebleken dat het plangebied de 18° eeuw herhaalde malen voor langere tijd buitendijks lag; de aangetroffen mariene

hoogstwaarschijnlijk

vit deze

periode.

In de

bovenzijde van het Laagpakket van Walcheren heeft zich met het gebruik van het gebied als landbouwgrond (vanaf de inpoldering in de 18° eeuw) een bouwvoor gevormd. Deze bouwvoor heeft een dikte tussen 0,3 en 0,4 m.

Archeologie

3-3 Het

tijdens

betreft

het onderzoek

aangetroffen antropogene

pakket daadwerkelijke geen indicatoren aangetroffen -brokjes. De

In

een

dek dat zich

bovenin

het

Laagpakket

van

Wierden

bevindt

dat

bij het bewerken, ontginnen (eventueel veenwinning) of bewonen van het gebied is ontstaan. genese van dit pakket is op basis van het huidig booronderzoek niet te bepalen. In het pakket zijn die het geheel kunnen dateren. Wel bevat het

pakket veelvuldig houtskoolspikkels

de

en

schorgeul in boring 16 is op een diepte van 1,45 m -mv (0,27 m -NAP) een schilfer middeleeuws aardewerk aangetroffen. Dit betreft een zeer klein, sterk verweerd fragmentje rood aardewerk. Dit betreft hier een verspoeld fragment dat met de vorming van de betreffende afzettingen in de ondergrond terechtgekomen is, en vormt dan ook geen indicatie voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in dit pakket.

50

-

ARTEFACT

(geanonimiseerd) Nevers

RAPPORT 856

(Egeanonimise rd)

Conclusie

4-1

Conclusie: basis

Advies

beantwoording onderzoeksvragen

aardwetenschappelijke, archeologische en historische gegevens uit het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde booronderzoek kunnen de onderstaande onderzoeksvragen uit het bureavonderzoek beantwoord worden en het verwachtingsmodel bijgesteld en verfijnd worden. Op

de

en

(geanonimiseerd)

van

bureavonderzoek

is

Wat is de

—

beschikbare

een

geo(morfo)logische

situatie binnen het plangebied?

Zoals verwacht zijn in het plangebied restanten aangetroffen van het pleistocene dekzandlandschap (Laagpakket van dit betreft eolische afzettingen. In vier boringen is binnen het dekzand vermoedelijk de Allergd-laag (geanonimiseerd) | aangeboord op een diepte tussen 0,17 en 0,3 m -NAP (2,3 en 1,5 m -mv). Deze is ontstaan tijdens een relatief warme periode in de laatste ijstijd. In de bovenzijde van het dekzand (vanaf een diepte tussen 0,92 en 0,26 m +NAP/ 0,3 en daterend uit de 0,9 m -mv) is een begraven, regelmatig geploegde dan wel bewerkte A-horizont waargenomen, Veen van Formatie van is dit zal in het verleden nergens aangetroffen, periode vóór 1586. Nieuwkoop afgegraven zijn dan wel geheel opgenomen in het antropogeen dek. Vanaf 1586

lag

het

van

Walcheren.

plangebied tijdelijk buitendijks. Uit deze periode dateren schorafzettingen, behorend tot het Laagpakket Tijdens de afzettingsperiode van deze jonge afzettingen zijn zeer plaatselijk delen van het dekzand geërodeerd, door de vorming van smallere schorgeultjes, dit is het geval in boringen 5, 7, 13 en 16. intact of werden

Isde bodem

—

verstoringen vastgesteld?

de bodem vastgesteld zijn geen ingrijpende verstoringen van het van Walcheren. bovenzijde Laagpakket Er

anders

van

Voor wat betreft het

de

vorming

de

van

bouwvoor

in de

landschap geldt dat de vorming van het antropogene dek in de bovenzijde van aanwezige oppervlaktevindplaatsen verstoord zal hebben. De vorming van de Walcheren ter schorgeultjes plaatse van boringen 5, 7, 13 en 16 heeft gezorgd voor een zeer lokale verstoring van het dekzand en hierop gelegen antropogene dek. het dekzand

ouder

eventueel

Werden

plangebied (aanwijzingen voor de aanwezigheid ja, binnen welk deel van het plangebied en op welk niveau/diepte?

—

Er

afgedekte

dan

zijn

in

en

binnen

het

het

Laagpakket van Walcheren geen aanwijzingen cultuurlagen, grondsporen en vondstmateriaal.

op

vastgesteld,

zoals

Het

het onderzoek

aangetroffen antropogene

een

pakket

dat

het bewerken,

en

vormt

in deze dan ook

tijdens

betreft ontstaan

huidige data meest

voor

—

Op

basis

en

deels

bij

bepalen, een hand liggende.

niet te de

bovenin

ontginnen (eventueel veenwinning)

vindplaats.

laatmiddeleeuwse

De exacte aard

de

het

vindplaatsen vastgesteld?

aanwezigheid

Laagpakket

of bewonen

van

van

vindplaatsen

Wierden

het

gebied

van

is op basis

bevindt zal zijn van de

datering vindplaats datering is, gelet op de informatie uit het bureavonderzoek, en

deze

van

Zo

de

plangebied een verwachting op het voorkomen van vindplaatsen? Zo ja, binnen welk deel van het plangebied en op welk niveau/diepte? Met andere woorden: kan het vit het bureavonderzoek worden bijgesteld? verwachtingsmodel Bestaat

van

binnen

een

dek dat zich

voor

van)

het

het booronderzoek

kan de

archeologische verwachting

uit het bureavonderzoek

deels onderschreven

bijgesteld worden:

-__Paleolithicum: het

dekzand

in 4

boringen (a, 2, 6 en 9) in de zuidwesthoek van het plangebied is een paleosol in aangetroffen; op een diepte tussen 0,17 en 0,3 m -NAP (1,3 en 1,5 m -mv). Deze paleosol is van

de 16

51

ARTEFACT RAPPORT 856

-

-

-

-

WESTDORPE EVERSDAM - MIDDENWEG

gelegen in de bovenzijde van het Jong Dekzand I. In de overige delen van het plangebied is dit Jong dekzand I eveneens aangetroffen (op een diepte tussen 0,09 en 0,33 m -NAP/ 1,3 en 1,5 m -mv) maar is er geen paleoslol tot ontwikkeling gekomen. Voor dit niveau blijft de verwachting middelhoog. Mesolithicum t/m ijzertijd: nergens is in de bovenzijde van het Laagpakket van Wierden een intacte podzol aangetroffen. De oorspronkelijke top van het dekzand is waarschijnlijk in de vastgestelde antropogene laag (de begraven Ap-horizont) opgenomen. De verwachting voor vindplaatsen met alleen vondstspreidingen is dan ook laag, echter eventuele grondsporen kunnen wel nog aanwezig zijn onder het antropogene pakket. Daarenboven is in een deel van het plangebied een dekzandkop vastgesteld, dergelijke lichte verhevenheden in het landschap waren in het verleden aantrekkelijke kamp- of vestigingsplaatsen. Voor vindplaatsen met grondsporen uit het meso- en neolithicum blijft dan ook een middelhoge verwachting gelden, voor vindplaatsen uit de bronstijd en vroege fasen van de ijzertijd blijft de verwachting laag. Eventuele vindplaatsen zijn te verwachten in de top van de ongestoorde C-horizont (Laagpakket van Wierden), vanaf een diepte tussen 0,62 m +NAP en 0,03 m -NAP (0,6 en 1,35 m -mv). Late ijzertijd t/m vroege middeleeuwen: Er is nergens veen van de Formatie van Nieuwkoop aangetroffen.

er geldt dan ook geen verwachting voor dit niveau. Eventueel diep reikende grondsporen uit de late ijzertijd tot vroege middeleeuwen periode zijn wel nog te verwachten in de bovenzijde van de C-horizont (Laagpakket van Wierden). Voor dergelijke resten geldt nog steeds een lage verwachting. Eventuele vindplaatsen zijn te verwachten vanaf een diepte tussen 0,62 m +NAP en 0,03 m -NAP (0,6 en 1,35 m -mv). Late middeleeuwen: bovenin het Laagpakket van Wierden is een antropogeen pakket aangetroffen dat ontstaan is bij het bewerken, ontginnen (eventueel veenwinning) of bewonen van het gebied. De datering van deze laag staat niet vast, gelet op de verwachte veenwinning in het gebied vanaf de late middeleeuwen is ook deze laag vermoedelijk in deze periode te dateren. Voor vindplaatsen uit de late middeleeuwen geldt dan ook een hoge verwachting. Deze vindplaatsen kunnen bestaan uit sporen van landinrichting, landgebruik, veenontginning of bewoning. Eventuele vindplaatsen uit de late middeleeuwen bevinden zich vanaf een diepte tussen (0,92 en 0,26 m +NAP/ 0,3 en 0,9 m -mv). Zeer plaatselijk is het profiel verstoord bij de vorming van het Laagpakket van Walcheren, dit betreft echter ter plaatse van een systeem van kleine schorgeultjes waarvan de spreiding binnen het plangebied niet gekend is, anders dan dat deze zich uitstrekken in boringen 5, 7, 13 en 16.

Nieuwe tijd: Het booronderzoek geeft geen aanleiding om de lage verwachting voor de nieuwe tijd bij te stellen, omdat er, zoals verwacht, geen aanwijzingen zijn gezien voor vindplaatsen uit deze periode.

,

Worden de (vastgestelde planontwikkeling?

of verwachte) archeologische waarden bedreigd door de

voorgenomen

Het voornemen is om in het plangebied een nieuw bouwvlak te realiseren. Concrete plannen met oppervlakte en locatie van de toekomstige bebouwing, alsook de verdere inrichting van het gebied is nog niet gekend. Bijgevolg is ook niet te bepalen in welke mate met de geplande ingrepen de verwachte archeologische waarden verstoord zullen worden. Is het plangebied in voldoende mate onderzocht? Zo geadviseerd?

nee,

welke

vorm van

vervolgonderzoek wordt

Zie volgens hoofdstuk.

4. 2

Advies

In bovenstaande hoofdstukken wordt het archeologisch potentieel binnen het plangebied geïllustreerd. Hieruit blijkt er voor het plangebied een hoge verwachting te gelden voor resten uit de late middeleeuwen vanaf een diepte van minimaal 0,3 m -mv. Verder geldt ook een middelhoge verwachting voor resten uit het meso- en neolithicum vanaf een diepte van minimaal 0,6 m -mv. Eventuele resten uit het paleolithicum kunnen aangetroffen worden vanaf een diepte van 1,3 m -mv.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14504978/1