2024-06-19 - Bijlage 2 BP Buitengebied, Langeweg 26 (Sluiskil)
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED, LANGEWEG 26 (SLUISKIL)
ORDITO.NL
BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED, LANGEWEG 26 (SLUISKIL) GEMEENTE TERNEUZEN Planstatus
Vastgesteld
Datum
29 - 04 - 2024
Plan identificatie
NL.IMRO.0715.BPBG89-VG01
Auteur(s)
Ordito
Ordito b.v.
E
info@ordito.nl
Postbus 94
T
0161 801 022
5126 ZH
I
www.ordito.nl
Gilze
KVK
54811554
TOELICHTING
1.
Inleiding
2
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Geldend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer
2 2 3 4 4
2.
Bestaande situatie
5
2.1 2.2
Historische context Bestaande situatie
5 5
3.
Toekomstige situatie
7
3.1. 3.2. 3.3.
Verplaatsing deel bestemmingsvlak in combinatie met kleinschalige uitbreiding en afronding bestaand bedrijf 7 Landschappelijke inpassing 9 Keuze bestemmingsplan, met inachtneming randvoorwaarden wijzigingsbevoegdheid 11
4.
Beleidskader
13
4.1 4.2 4.3
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
13 15 17
5.
Randvoorwaarden
20
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11
Archeologie Bedrijven en milieuzonering Bodemkwaliteit Cultuurhistorie Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit Natuurwetgeving Verkeer en parkeren Water Vormvrije mer
20 24 25 27 30 32 33 34 36 37 42
6.
Juridische aspecten
43
6.1 6.2 6.3
Verbeelding Planregels Toelichting op de bestemmingen
43 43 43
7.
Uitvoerbaarheid
46
7.1 7.2
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
46 46
Bijlagen: Bijlage 1: Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2: Quick scan archeologie Bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4: Quickscan natuurwetgeving Bijlage 5: Stikstofberekening Bijlage 6: Antwoordnota zienswijzen
|2
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding
De aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingsplan is het voornemen om het bedrijfsperceel van het vlasteelt- en bewerkingsbedrijf aan de Langeweg 26 in Sluiskil uit te breiden. Op basis van het gemeentelijk en provinciaal beleid is een eenmalige uitbreiding als afronding van het terrein met maximaal 20% toegestaan. Door een vormverandering van het huidige bedrijfsperceel ter plaatse van het beschermde dijkprofiel, is tevens extra benutbare ruimte voor het bedrijf te realiseren. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen heeft aangegeven een positieve grondhouding aan te nemen ten aanzien van de voorgenomen wijziging. Middels onderhavig bestemmingsplan wordt de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Terneuzen op circa 150 meter ten westen van de kern Sluiskil. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Terneuzen, sectie R, met de perceelnummers 3390, 1458, 1459, 1054, 1122, 3404 en 3405 en kent een totale oppervlakte van circa 70.680 m². Het plangebied wordt aan de noordoostzijde begrensd door de Langeweg. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door de spoorlijn, een watergang en de N252. Aan de zuidwestzijde wordt het plangebied begrensd door de Vogelschorsdijk en aan de westzijde door agrarische gronden. De ligging en begrenzing van het plangebied is weergegeven in onderstaande afbeelding.
Langeweg N252
Vogelschorsdijk
Sluiskil
Ligging en begrenzing, plangebied rood omlijnd
Bestemmingsplan Buitengebied, Langeweg 26 (Sluiskil)
|3
1.3
Geldend bestemmingsplan
Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan “Buitengebied”, vastgesteld op 25 juni 2013. Daarnaast geldt voor deze percelen het facetbestemmingsplan “Parkeren Terneuzen”, vastgesteld op 7 februari 2019 en het facetbestemmingsplan “Wonen Terneuzen”, vastgesteld op 9 maart 2021. Bestemmingsplan Buitengebied Het huidige bedrijfsperceel binnen het plangebied kent op basis van het vigerend bestemmingsplan “Buitengebied” de enkelbestemming ‘Bedrijf’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – vlasteelt en -bewerking’. Het westelijke deel van het perceel kent de bestemming ‘Agrarisch’. Door het plangebied loopt een waterleiding, die is voorzien van de dubbelbestemming ‘Leiding – Water – Waterleiding’. Tevens kent het gehele perceel de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie – 3’. Facetbestemmingsplan Parkeren Terneuzen Met het facetbestemmingsplan “Parkeren Terneuzen” is voor het gehele gemeentelijke grondgebied regels opgenomen met betrekking tot parkeren. Facetbestemmingsplan Wonen Terneuzen Het facetbestemmingsplan “Wonen Terneuzen” is een partiële herziening welke aanvullend/corrigerend werkt op de geldende bestemmingsplannen.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan, plangebied rood omlijnd
Bestemmingsplan Buitengebied, Langeweg 26 (Sluiskil)
|4
1.4
Bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: • Verbeelding: Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling.
1.5
•
Regels: In de regels is het gebruik en de bouwhoogtes van de binnen het plangebied aangegeven gronden, opstallen en ander gebruik van de gronden juridisch geregeld. Per bestemming is aangeven wat binnen die bestemming mogelijk en/of toegestaan is.
•
Toelichting: In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van eventueel uitgevoerde onderzoeken opgenomen.
Leeswijzer
De toelichting is opgebouwd uit verschillende hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied, waarna in hoofdstuk 3 de beoogde toekomstige situatie wordt weergegeven. Een beschrijving en toetsing van het relevante beleidskader op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau staat in hoofdstuk 4. Vervolgens komen in hoofdstuk 5 de milieukundige randvoorwaarden en onderzoeken aan de orde. De juridische opzet van het plan staat in hoofdstuk 6. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid worden in hoofdstuk 7 beschreven.
Bestemmingsplan Buitengebied, Langeweg 26 (Sluiskil)
|5
2.
BESTAANDE SITUATIE
2.1
Historische context
Sluiskil is ontstaan uit een dorpsgemeenschap genaamd ‘Stroodorpe’ en de Kanaalweg, dat destijds bestond uit een bebouwd lint. De dorpskern Sluiskil ligt op de plaats waar rond 1825/1826 het ‘Axelsche Gat’ werd afgesloten met de komst van het ‘Kanaal van Gent naar Terneuzen’. Na de aanleg van een spoortracé van Terneuzen naar Sluiskil en van Sluiskil naar Zelzate hebben ontwikkelingen alleen nog aan de westzijde van het kanaal plaats gevonden. In het NederlandsBelgisch traktaat van 20 juni 1960 werden opnieuw afspraken gemaakt ten aanzien van de verbreding en de verdieping van het kanaal. Een gedeelte van het dorp Sluiskil is hierbij ‘in het kanaal gevallen’. In 1963 werden twee nieuwe sluizen in Terneuzen gegraven. Bij deze verbreding van het Kanaal van Gent naar Terneuzen in het begin van de jaren zestig van de twintigste eeuw werd het hart uit het dorp gehaald: ruim tweehonderd woningen, winkels, een kerk en een school moesten voor deze verbreding worden gesloopt. Verschillende maatschappelijke voorzieningen en bedrijvigheid hebben ervoor gezorgd dat Sluiskil uitgegroeid is tot een dorpskern zoals deze nu te beleven valt.
2.2
Bestaande situatie
Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Terneuzen op circa 150 meter ten westen van de kern Sluiskil. Het plangebied bestaat uit meerdere percelen met een totale oppervlakte van circa 70.680 m2 aan de Langeweg 25-27 in Sluiskil. Aan de Langeweg 25-27 is een bedrijf in vlasteelt en -bewerking gevestigd. Het bedrijf is ruim 125 jaar geleden opgericht en heeft verschillende schakels van de vlasproductieketen onder één dak. Het bedrijf beschikt momenteel over een bedrijfsbestemmingsvlak van circa 50.000 m2, waarop circa 18.585 m² aan bedrijfsbebouwing staat. Daarnaast is er een bedrijfswoning aanwezig. Het bedrijf is aan alle zijden landschappelijk ingepast met bosschages en bomenrijen. Het bedrijf is ontsloten op de Langeweg. Via de spoorwegovergang is een verbinding met de rotonde van de N252. Aan de overzijde van de Langeweg is op nummer 24 een transportbedrijf gevestigd. Ten westen van het bedrijf in vlasteelt- en bewerking is een woning met schuren op het perceel Langeweg 23 aanwezig. Dit perceel wordt omgeven door groenstroken met populieren. Deze woning is in eigendom van het vlasteelt en -bewerkingsbedrijf. Achter deze woning liggen agrarische percelen die in gebruik zijn als akkerland. Aan de zuidzijde van het bedrijf ligt de historische Vogelschordijk, die deels beplant is met volwassen bomen.
Aan de onderzijde van de dijk loopt een pad en ligt een watergang. In de hoek van de Vogelschordijk en Langeweg staat aan de zuidzijde van de watergang een agrarisch bedrijfsgebouw.
Bestemmingsplan Buitengebied, Langeweg 26 (Sluiskil)
|6
Bestaande situatie
Bestemmingsplan Buitengebied, Langeweg 26 (Sluiskil)
|7
3.
TOEKOMSTIGE SITUATIE
3.1. Verplaatsing deel bestemmingsvlak in combinatie met kleinschalige uitbreiding en afronding bestaand bedrijf Het planvoornemen betreft de eenmalige kleinschalige uitbreiding en afronding van het bestaande vlasteelt – en bewerkingsbedrijf. Aan de westzijde wordt een uitbreiding van in totaal 12.450 m 2 gerealiseerd. Deze uitbreiding bestaat enerzijds uit de eenmalige uitbreiding van 20% die volgens het gemeentelijke en provinciaal beleid als afronding van het terrein is toegestaan. Het huidige bedrijfsbestemmingsvlak heeft een oppervlakte van circa 50.000 m2. Een uitbreiding met 20% betekent een uitbreiding met een oppervlakte van circa 10.000 m2. Daarnaast wordt een deel van de huidige bedrijfsbestemming verplaatst van de zuidzijde naar de westzijde, door een vormverandering van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’. Momenteel ligt de bedrijfsbestemming aan de zuidzijde op de historische Vogelschordijk. Beoogd wordt om ter plaatse 2.450 m2 bedrijfsbestemming te verplaatsen naar de westzijde. Hierdoor komt de totale oppervlakte van de bestemming Bedrijf aan de westzijde op 12.450 m2 (eenmalige uitbreiding 20%: 10.000 m2 + vormverandering bestemmingsvlak Bedrijf: 2.450 m2 = 12.450 m2). Ter plaatse van de Vogelschordijk wordt de bestemming gewijzigd naar een beter passende agrarische bestemming met de functieaanduiding ‘natuur- en landschapswaarden’.
Het resterende deel van perceel behoudt de bestemming Agrarisch van het huidige bestemmingsplan Buitengebied. De activiteiten van het vlasteelt- en bewerkingsbedrijf zijn in de Bestemmingsplan Buitengebied, Langeweg 26 (Sluiskil)
|8
basis agrarisch. Het perceel wordt momenteel gebruikt voor landbouw en is jaarlijks beteeld geweest door de boerderij van het bedrijf. Zo staat het officieel ook geregistreerd in perceeladministratie van RVO. Mogelijk gaat het bedrijf het perceel gebruiken als proefveld om de vatbaarheid voor ziekten te onderzoeken. Het bedrijf beschikt ook over enkele eigen schapen en koeien, die gebruikt worden als “grasmaaiers”. Ook voor deze dieren en de bijbehorende landbouwadministratie is eigen agrarische grond noodzakelijk. De bestaande woning Langeweg 23 (in eigendom bij het bedrijf) is eveneens bij het plangebied betrokken om de vereiste richtafstanden vanuit milieu op een juiste wijze vast te leggen. Ter plaatse blijft de vigerende woonbestemming gehandhaafd; ter plaatse vinden geen werkzaamheden c.q. wijzigingen plaats. De woning Langeweg 23 wordt in het kader van dit bestemmingsplan enkel voorzien van een bouwvlak rondom de bestaande woning, waardoor de vereiste richtstand juridisch-planologisch is vastgelegd. Bebouwingsmogelijkheden Met de uitbreiding en de afronding van het bedrijfsperceel worden ook de bebouwingsmogelijkheden met 20% vergroot. Momenteel is circa 18.500 m2 aan bebouwing aanwezig op het perceel en toegestaan op basis van het huidige bestemmingsplan “Buitengebied”. De bebouwingsmogelijkheden wordt met 20% verruimd tot 22.200 m 2.
De goothoogte wordt 9 meter en de bouwhoogte 13 meter. Deze hoogten zijn nodig voor een goede bedrijfsvoering. Er zijn reeds loodsen met deze hoogten aanwezig op het bestaande deel van het bedrijfsperceel. Het bedrijf werkt met vlasstro, dat volumineus is en licht van gewicht. Stapelen in de hoogte is daarom heel erg belangrijk om de ruimte efficiënt te kunnen benutten. Daarnaast zijn de vrachtauto’s, trekker en kipkar zijn veel hoger en breder als 10 jaar geleden. Voor het laden en lossen in de loods zijn hogere deuren nodig en meer ruimte om de kar schuin leeg te kiepen.
Opzet toekomstige situatie (zuiden boven) Bestemmingsplan Buitengebied, Langeweg 26 (Sluiskil)
|9
3.2.
Landschappelijke inpassing
De ontwikkeling is voorzien van een robuust landschappelijk kader. Hiervoor is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (opgenomen in de bijlage), die via een voorwaardelijke verplichting in de planregels juridisch geborgd is. Daarnaast is het landschappelijk inpassingsplan tevens via een overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer vastgelegd. Bij het opstellen van het landschappelijk inpassingsplan is aangesloten bij de bestaande groenelementen rondom het bedrijf en de historisch binnendijk de Vogelschordijk, die in de provinciale Omgevingsverordening als “bestaande natuur” is aangewezen. De keuze van de aan te planten beplanting is gebaseerd op de soorten van de lijst van passende inheemse soorten van Landschapsbeheer Zeeland. De in het landschappelijk inpassingsplan gekozen soorten worden volgens deze lijst passend geacht voor de inpassing van bedrijfspanden in het buitengebied van het poldergebied van Zeeuws-Vlaanderen.
Landschappelijke inpassing
Vogelschordijk: aanplanten 95 knotbomen Aan de zuidzijde van het bedrijfsterrein ligt de Vogelschordijk. Aan de zuidzijde van deze binnendijk loopt een wandel/fietspad langs een watergang. Ter hoogte van het bedrijf is het gehele dijktalud in eigendom van het bedrijf. Op een deel van de dijk staat beplanting. De dijk wordt begraasd door ca. 15 schapen van het bedrijf zelf. Om het landschap verder te versterken zullen langs de Vogelschordijk, aan de kant van het fiets/voetpad ca. 95 knotbomen worden aanplant. Knotbomen langs een binnendijk zijn passend in het Zeeuws Vlaamse landschap, waar honderden kilometers met binnendijken met knotbomen voorkomen. Door de aanplant van de knotbomen wordt de route onder langs de dijk aantrekkelijker voor fietsers en voetgangers.
Bestemmingsplan Buitengebied, Langeweg 26 (Sluiskil)
|10
Door het aanplanten van de knotbomen worden de natuur- en landschapswaarden van de Vogelschordijk versterkt en wordt aangesloten bij de aanduiding “Bestaande natuur” uit de Omgevingsverordening van de provincie. Als soort is gekozen voor schietwilgen (Salix alba).
Houtwallen westzijde behouden en aanvullen Om de uitbreiding van het terrein aan de westzijde goed landschappelijk in te passen zal de bestaande bomenrij aan de noordwestzijde (rondom de woning Langeweg 23) behouden blijven. Daarnaast wordt deze houtwal aangevuld door de aanplant van een nieuwe houtwal van minimaal 10 meter breed langs de perceelgrens. Op deze wijze wordt het nog open gedeelte tussen de bestaande houtwal en de Vogelschordijk ook ingeplant met een robuuste houtwal. Er ontstaat zo een duidelijke landschapskamer waar binnen het terrein van het bedrijf is ingepast. Vanwege de liggen van een waterleiding van Evides langs de perceelsgrens is de keuze van de nieuwe beplanting afgestemd met de advieslijst met gewassen die toegestaan zijn op of bij de leidingen van de leidingbeheerder Evides. Op basis van de advieslijst van Evides en de lijst van passende inheemse soorten van Landschapsbeheer Zeeland is de volgende keuze voor de toe te passen beplantingen gemaakt: • 33 bomen: Lijsterbes (Sorbus aucuparia) en boswilg (Salix caprea) • Heesters: gewone vlier (Sambucus nigra), eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna), sleedoorn (Prunus spinosa) Biodiversiteit De gemengde houtwal is goed in te zetten om de biodiversiteit te verbeteren. De verschillende bomen, struiken en bloemen van de houtwal trekken allerlei dieren aan.
Deze dieren kunnen van de haag eten of erin schuilen. De diverse struiksoorten zorgen met hun doorns, fraaie bloeiwijze en bessen voor een prima biotoop voor bijvoorbeeld zomertortels, kneuen en winterkoninkjes. Zoekgebied waterberging Tussen de gronden van de bedrijfsuitbreiding en de nieuw aan te planten houtwal aan de westzijde is het zoekgebied voor de waterberging, waar mogelijk een nieuwe watergang voor de watercompensatie kan worden ingepast, waardoor de totale breedte van de landschappelijk inpassing groter is. De waterberging zal in het vervolgtraject technisch en landschappelijk verder worden uitgewerkt, waarbij onderzocht zal worden hoe de inrichting van de waterberging een bijdrage kan leveren aan verbetering van de biodiversiteit. Proefvelden vlasteelt De overige gronden binnen de landschappelijke kamer behouden de bestemming Agrarisch en worden door het bedrijf gebruikt als kleinschalige proefvelden voor de vlasteelt. Op deze proefvelden kan bijvoorbeeld de ziekteresistentie van gewassen onderzocht worden. Bestemmingsplan Buitengebied, Langeweg 26 (Sluiskil)
|11
Verduurzaming bedrijf Op het bestaande terrein is het bedrijf al aan de slag met maatregelen op het gebied van duurzaamheid en klimaatadaptatie. De volgende maatregelen zijn in uitvoering: 1. Parking met doorgroeistenen 2. Laadpalen 3. Asbest vervangen door 3.500 zonnepanelen
3.3. Keuze bestemmingsplan, met inachtneming randvoorwaarden wijzigingsbevoegdheid Voor de eenmalige uitbreiding van 20% zou de procedure van de wijzigingsbevoegdheid artikel 60.4 uit het bestemmingsplan “Buitengebied” gevolgd kunnen worden. Omdat in dit geval echter ook sprake is van een vormverandering/verplaatsing van het huidige bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ is gekozen voor de procedure van een bestemmingsplan. Wel dient er voldaan te worden aan de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid. Wijzigingsbevoegdheid bestemmingsplan “Buitengebied” In het bestemmingsplan “Buitengebied” is in artikel 60.4 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor een eenmalige vergroting van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden, waarbij direct de toetsing aan deze voorwaarden is aangegeven: Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen ten behoeve van de vergroting van een bestemmingsvlak met de bestemming Bedrijf, Detailhandel, Detailhandel - Horeca of Horeca, met inachtneming van het volgende: a.
b. c.
d.
e.
f.
g.
een bestemmingsvlak met de bestemming Bedrijf, Detailhandel, Detailhandel - Horeca of Horeca mag met ten hoogste 20 % worden vergroot; Het betreft een bestaande bedrijfsbestemmingsvlak met een oppervlakte van 50.000 m2. Het bestemmingsvlak wordt met 20% vergroot, dit is 10.000 m 2. Daarnaast is er sprake van een vormverandering van het bestemmingsvlak, waarbij een gedeelte van de bedrijfsbestemming, met een oppervlakte van 2.450 m2, van de zuidzijde naar de westzijde wordt verplaatst. wijziging mag voor het te vergroten bestemmingsvlak slechts één maal worden toegepast; Het betreft een eenmalige vergroting van het bestemmingsvlak. wijziging wordt slechts verleend indien noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering; De uitbreiding is noodzakelijk vanwege de groeiende bedrijfsactiviteiten en centrale opslag van de grondstoffen. wijziging leidt niet tot een onevenredige toename van de automobiliteit; Het betreft een uitbreiding van de bestaande bedrijfsactiviteiten waarbij er niet significant meer verkeersbewegingen zullen ontstaan. de verkeersveiligheid wordt niet negatief beïnvloed; De Langeweg heeft een voldoende breed profiel om het verkeer op een veilige wijze af te wikkelen. Behalve het transportbedrijf Langeweg 24 zijn er geen andere percelen ontsloten op de Langeweg.
De Langeweg heeft tevens een direct aansluiting op de rotonde N252, waardoor het verkeer van het bedrijf op een snelle en veilige wijze de hoofdwegenstructuur kan bereiken. wijziging leidt niet tot een onevenredige aantasting van cultuurhistorische, landschaps- en natuurwaarden van nabijgelegen gronden; Het perceel waarop de uitbreiding is gesitueerd kent geen specifieke cultuurhistorische, landschaps- of natuurwaarden. Hierdoor is geen sprake van aantasting van deze waarden. De historische Vogelschordijk kent wel natuur- en landschapswaarden. Door de vormverandering van het huidige bedrijfsbestemmingsvlak wordt juist een deel van de bedrijfsbestemming op de historische Vogelschordijk gewijzigd naar ‘Agrarisch’ met de aanduiding ‘natuur- en landschapswaarde’. Ter plaatse van deze aanduiding zijn de gronden bestemd voor het behoud van dijken en het behoud en herstel van de daarmee samenhangende landschappelijke, cultuurhistorische en/of ecologische waarden; indien door de wijziging van een bestemmingsvlak Bedrijf de afstand tot gronden met de bestemming Natuur minder dan 100 m bedraagt wordt medewerking uitsluitend verleend Bestemmingsplan Buitengebied, Langeweg 26 (Sluiskil)
|12
indien geen onevenredige aantasting van de landschaps- of natuurwaarden van het natuurgebied plaatsvindt; Er liggen geen gronden met de bestemming Natuur binnen een straal van 100 meter. h. ter plaatse wordt voorzien in een voldoende afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een gemiddelde breedte van ten minste 5 m; Er is aan de westzijde voorzien in een nieuwe beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van streekeigen soorten van minimaal 10 meter breed. Daarnaast wordt de bestaande houtwal aan de noordwestzijde, rondom de woning Langeweg 23 behouden. Langs de Vogelschordijk worden ca. 95 knotbomen aangeplant. Naast een versterking van de landschappelijke en natuurwaarden zorgen deze knotbomen ook voor een meer aantrekkelijke route voor fietsers en wandelaars op het pad onderlangs de dijk. i. wijziging leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; De afstand tussen de uitbreiding van het bedrijfsperceel en de bestaande woning Langeweg 23 bedraagt meer dan 50 meter (de minimaal aan te houden richtafstand vanuit milieu). j. de ontwikkeling is milieuhygiënisch inpasbaar; zie toetsing lid. i. k.
wijziging leidt niet tot onevenredige gevolgen voor het waterbeheer; burgemeester en wethouders vragen hierover schriftelijk advies van de waterbeheerder alvorens de wijziging toe te passen; Voor de uitbreiding wordt voorzien in extra waterberging in de vorm van een nieuwe watergang op basis van de randvoorwaarden van het waterschap. In het kader van de watertoets is hiervoor schriftelijk advies gevraagd bij het waterschap. l. zorg wordt gedragen voor ruimtelijke kwaliteitswinst in de vorm van landschaps- of natuurontwikkeling of het verbeteren van het erf; Er wordt zorg gedragen voor ruimtelijke kwaliteitswinst door te voorzien in een nieuwe beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van streekeigen soorten van minimaal 10 meter breed. Daarnaast wordt de bestaande houtwal aan de noordwestzijde, rondom de woning Langeweg 23 behouden. Langs de Vogelschordijk worden ca. 95 knotbomen aangeplant. Naast een versterking van de landschappelijke en natuurwaarden zorgen deze knotbomen ook voor een meer aantrekkelijke route voor fietsers en wandelaars op het pad onderlangs de dijk. Daarnaast wordt voorzien in voldoende waterberging en het opnemen van een beter passende bestemming voor een deel van de historische Vogelschordijk. m.
medewerking wordt slechts verleend als een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing en de ruimtelijke kwaliteitswinst. Er is tussen de initiatiefnemer en de gemeente een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten.
Bestemmingsplan Buitengebied, Langeweg 26 (Sluiskil)
|13
4.
BELEIDSKADER
4.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Deze belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Conclusie Door het nationale karakter van de NOVI en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale kader. Met onderhavig planvoornemen zijn geen nationale belangen in het geding. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening stelt het Rijk een aantal regels die zijn bedoeld om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, d.w.z. door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 verder aangevuld. Conclusie In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
Het nationale ruimtelijke beleid heeft geen consequenties voor het planvoornemen. Ladder voor duurzame verstedelijking Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van art. 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) – de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ – geldt voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden. Bestemmingsplan Buitengebied, Langeweg 26 (Sluiskil)
|14
Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. Nieuwe ontwikkelingen dienen getoetst te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking mits er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling' is in artikel 1.1.1, lid 1, sub i van de Bro gedefinieerd als: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Uit jurisprudentie blijkt dat vanaf 500 m2 sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en dat deze Ladderplichtig is. De in de toelichting van een bestemmingsplan vereiste onderbouwing van de nieuwe stedelijke ontwikkeling bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Toetsing Het planvoornemen betreft een uitbreiding van het bestaande vlasteelt en -bewerkingsbedrijf. Het bedrijfsperceel wordt netto met circa 10.000 m2 (20%) uitgebreid en de bebouwingsmogelijkheden met 3.700 m2 (eveneens 20%).
Formeel gezien moet de uitbreiding gezien worden als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De uitbreiding voor het bestaande bedrijf (dat reeds 125 jaar bestaat) is noodzakelijk vanwege de groeiende bedrijfsactiviteiten en centrale opslag van de grondstoffen. De uitbreiding voorziet in de toekomstige behoefte van het bedrijf. Het bedrijf heeft het bedrijfsperceel in eigendom. Een verhuizing naar een nieuwe locatie is daarom in redelijkheid geen optie voor de onderneming, noch ruimtelijk, noch financieel Het optimaliseren en verduurzamen van het bestaande bedrijfsperceel leidt er juist toe dat er elders minder behoefte aan nieuwe bedrijventerrein ontstaat. Aangezien het hier om een uitbreiding van een bestaand bedrijf gaat, zal de planologische toevoeging geen onaanvaardbare extra leegstand van bedrijventerrein elders in de gemeente Terneuzen en de regio tot gevolg heeft. Regionaal Bedrijventerreinenprogramma Zeeuws-Vlaanderen 2020-2030 In het “Regionaal Bedrijventerreinenprogramma Zeeuws-Vlaanderen 2020-2030” is de behoefte aan bedrijventerreinen in de regio Zeeuws Vlaanderen beschreven. In hoofdstuk 5 is het plangebied concreet opgenomen: Sluiskil, Langeweg De locatie Langeweg Sluiskil betreft een kleinschalig bedrijventerrein. Het hier gevestigde bedrijf heeft al langere tijd een wens tot uitbreiding van de locatie.
Het bedrijf onderzoekt de haalbaarheid van de gewenste uitbreiding. Conclusie: uitbreidingswens Uit de Confrontatie in vraag en aanbod regio in hoofdstuk 6 blijkt een Uitbreidingsvraag juli 2022 t/m 2030 (WLO hoog) van 39 hectare aanwezig te zijn. In de bijbehorende tabel is de locatie Langeweg Sluiskil opgenomen met als oppervlakte “pm” opgenomen. Van de Bilt Sluiskil betreft een uitbreidingswens van dit bestaande bedrijf in het buitengebied. De concrete omvang van de gewenste uitbreiding is nog niet bekend. Als bovenstaande uitbreidingswensen welke zijn opgenomen als pm van de gemeenten concreter worden zal het bedrijventerreinenprogramma op dat moment worden geactualiseerd en de uitbreidingswensen worden opgenomen in de confrontatiematrix.
Bestemmingsplan Buitengebied, Langeweg 26 (Sluiskil)
|15
Inmiddels blijkt de beoogde uitbreiding van het terrein aan de Langeweg Sluiskil 10.000 m 2 (1 hectare) te bedragen. In hoofdstuk 7 zijn de opgaven beschreven: Opgave 3: Ruimte creëren, daar waar de vraag is Economie heeft een belangrijke invloed op de leefbaarheid. Daar waar werk is, wonen mensen. De meest actuele cijfers, per 1-7-2022, laten zien dat in de gemeente Hulst geen bedrijventerrein meer voorradig is en de voorraad bedrijventerrein in Terneuzen en Sluis sterk is afgenomen. Reeds nu kunnen gevestigde bedrijven niet langer worden voorzien van de gewenste ruimte voor uitbreiding en kan aan nieuwe vestigers (zowel van buiten de regio als bij bedrijfsverplaatsingen binnen de eigen gemeente) niet het gewenste bedrijventerrein qua omvang of qua locatie worden aangeboden. Dit stelt de regio voor een nieuwe opgave. Het gebrek aan aanbod dwingt ons om snel na te gaan denken over de toekomst. Een inventarisatie van vraag en aanbod in de hele regio over een langere periode lijkt een logische manier om dit te doen, naast een ruimtelijk onderzoek naar potentiële uitbreidingslocaties. De overige uitbreidingen aan bedrijventerrein zijn vragen van reeds gevestigde bedrijven die een uitbreidingsbehoefte hebben. Dit zijn afrondingen van kleinschalige bedrijventerreinen die ook direct door het bedrijf zelf worden ingevuld.
Gezien de hoge landschappelijke kwaliteiten van Zeeuws-Vlaanderen, en de waarde van deze kwaliteiten voor toerisme en een goed woonmilieu, is een goede landschappelijke inpassing van bedrijventerreinen belangrijk. Conclusie De uitbreiding voorziet in de toekomstige behoefte van het bedrijf. Daarnaast is bedrijventerrein aan de Langeweg Sluiskil met zijn uitbreidingswens concreet opgenomen in het Regionaal Bedrijventerreinenprogramma Zeeuws-Vlaanderen 2020-2030. Het planvoornemen is in lijn met het regionale programma. Gezien het voorstaande is in voldoende aangetoond dat het planvoornemen past binnen de Ladder voor duurzame verstedelijking; er is behoefte aan de ontwikkeling. Conclusie De uitbreiding van Het planvoornemen sluit aan bij het rijksbeleid.
4.2
Provinciaal beleid
Zeeuwse Omgevingsvisie Provinciale Staten van Zeeland hebben op 12 november 2021 de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. De Zeeuwse Omgevingsvisie is een strategische langetermijnvisie voor Zeeland en beschrijft de volle breedte van de leefomgeving en alle andere onderwerpen die van belang zijn voor de toekomst van Zeeland. In de Omgevingsvisie staan de volgende ambities centraal: 1. Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland • Verandering van de bevolkingssamenstelling en de noodzaak voor toegankelijke voorzieningen • Vernieuwing van de Zeeuwse woningmarkt • Noodzaak om barrières weg te nemen zodat alle Zeeuwen gemakkelijk deel kunnen nemen aan de samenleving • Zorgen voor een schone, gezonde en veilige woonomgeving 2. Balans in de grote wateren en het landelijk gebied • Verbeteren van de balans tussen het gebruik en de draagkracht van land en water • Herstel van biodiversiteit • Ruimte voor nieuwe duurzame ontwikkeling Bestemmingsplan Buitengebied, Langeweg 26 (Sluiskil)
|16
3.
4.
Een duurzame en innovatieve economie • Hoogwaardig (her)gebruik van producten, grondstoffen en energie • Sluiten van kringlopen Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland • Aanpassen aan wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen • Zo min mogelijk uitstoot van broeikasgassen
Provinciale Omgevingsverordening Provincie Zeeland 2018, 12e wijziging Op 29 juni 2023 hebben de Provinciale Staten van de provincie Zeeland de Provinciale Omgevingsverordening Provincie Zeeland 2018, 12e wijziging vastgesteld. De Omgevingsverordening Zeeland 2018 vervangt de Verordening Ruimte Provincie Zeeland. De Omgevingsverordening richt zich – net zo breed als het Omgevingsplan – op de fysieke leefomgeving in de provincie Zeeland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, maar ook op het gebied van mobiliteit, milieu, natuur, water en bodem. Artikel 2.3 Bedrijven In artikel 2.3 lid 4 is de volgende regeling opgenomen voor de uitbreiding van kleinschalige bedrijventerreinen: In een bestemmingsplan wordt uitbreiding van op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening bestaande kleinschalige bedrijventerreinen niet toegelaten, tenzij in de toelichting bij het bestemmingsplan aannemelijk wordt gemaakt dat sprake is van een eenmalige beperkte afronding met ten hoogste 20% of 0,5 hectare waarbij de ruimtelijke kwaliteit aantoonbaar verbetert. Toetsing In het kader van dit bestemmingsplan is sprake van een uitbreiding van een bestaand kleinschalig bedrijventerrein met maximaal 20%.
Door de landschappelijke inpassing rondom de uitbreiding en de verplaatsing van de huidige bedrijfsbestemming van een deel van de bestaande historische Vogelschordijk naar ‘Agrarisch’, verbetert de ruimtelijke kwaliteit aantoonbaar. In paragraaf 3.2. is de landschappelijke inpassing nader toegelicht. Artikel 2.23 Bestaande Natuur De Vogelschordijk is een voormalige binnendijk zonder waterkerende functie. Op basis van de provinciale Omgevingsverordening is de Vogelschordijk aangewezen als Bestaande Natuur (artikel 2.23). Gebieden die zijn aangeduid als Bestaande Natuur mogen niet significant worden aangetast. Ook mag een bestemmingswijziging niet leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte van de gronden of tot een significante aantasting van de samenhang tussen gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Zeeland.
Bestemmingsplan Buitengebied, Langeweg 26 (Sluiskil)
|17
Uitsnede Omgevingsverordening Zeeland 2018, Bestaande Natuur
Toetsing Momenteel valt het gedeelte van de Vogelschordijk ter hoogte van het bedrijfsperceel binnen de bestemming ‘Bedrijf’. Door onderhavig planvoornemen wordt een deel van de bedrijfsbestemming (ca. 2.450 m2) op de Vogelschordijk verplaatst naar de westzijde van het gebied, in aansluiting op de uitbreiding. Dit vrijkomende gedeelte van de Vogelschordijk krijgt de bestemming ‘Agrarisch’ met de aanduiding ‘natuur- en landschapswaarden’. Op deze wijze doet de nieuwe bestemming meer recht aan de natuur- en landschapswaarden van de Vogelschordijk. De voorgenomen uitbreiding van het bedrijfsperceel vindt plaats buiten de zone van de Vogelschordijk, zodat hier geen aantasting van de Bestaande Natuur plaats vindt. Conclusie Het planvoornemen sluit aan bij het provinciaal beleid.
4.3
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie gemeente Terneuzen 2025 Op 16 december 2010 is de Structuurvisie Terneuzen vastgesteld. De structuurvisie geeft richting aan de gewenste ruimtelijke inrichting van een gebied, waardoor voor eenieder in algemene zin duidelijk is of bepaalde initiatieven daarbinnen passen. Voor het gemeentebestuur is de structuurvisie een belangrijk kader voor de afweging van concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet daartoe van uitvoeringsinstrumenten, zoals het opstellen van bestemmingsplannen, het beschikbaar stellen van financiële middelen en het sluiten van (bestuurs)overeenkomsten. De structuurvisie gaat tevens in op de wijze waarop het gemeentebestuur zich voorstelt de voorgenomen ontwikkelingen te doen verwezenlijken. De visiekaart kan gezien worden als een doorvertaling vanuit het duurzaam ruimtelijk structuurbeeld naar een te verwachten toekomstbeeld anno 2025, rekening houdende met de ontwikkelingen in de economie en in de leefomgevingskwaliteit (wonen, maatschappelijke voorzieningen, recreatie, natuur en water). Deze visiekaart is geënt op het gehele grondgebied van Terneuzen en doet derhalve geen concrete uitspraken over kleinschalige ontwikkelingen in kernen en in het buitengebied. Structuren, routes en zoneringen vormen de ingrediënten waarmee de visiekaart is opgebouwd.
Bestemmingsplan Buitengebied, Langeweg 26 (Sluiskil)
|18
Toetsing Het plangebied ligt in een gebied dat onder ‘open polderlandschap (klei)’ valt. Vanuit de structuurvisie is de ruimtelijke strategie voor het plangebied ‘Behouden’. Voor die strategie geldt dat men tevreden is over de huidige functie en kwaliteit, hierbinnen zijn kleinschalige aanpassingen mogelijk, maar er vindt geen actieve benadering plaats door de gemeente. De strategie ‘Behouden’ is daarvoor verder onderverdeeld in verschillende gebieden, te weten ‘Westerschelde’, ‘Woongebieden’, ‘Werkgebieden’, ‘Voorzieningen’, ‘Infrastructuur’, ‘Landbouw’ en ‘Reservering Westelijke Kanaaloever’.
Uitsnede structuurvisie kaart gemeente Terneuzen, plangebied rood omlijnd
Het plangebied is gelegen in het gebied ‘Landbouw’. Het buitengebied van de gemeente Terneuzen bestaat voor een groot deel uit agrarisch gebied. De agrarische sector draagt voor een groot deel zorg voor het onderhoud en het beeld van het landschap. Het agrarische gebied functioneert goed en ook de uitstraling volstaat. Grote ruimtelijke ingrepen worden de komende jaren niet verwacht. Voor zover ontwikkelingen plaatsvinden binnen het buitengebied, die niet zijn gericht op de agrarische functie (bijvoorbeeld door de toevoeging van Nieuwe Economische Dragers), geldt dat deze ontwikkelingen de agrarische bedrijfsvoering niet in de weg mogen staan. Het planvoornemen betreft het uitbreiden van een bestaand bedrijf binnen de provinciale en gemeentelijke kaders. Het bedrijf heeft vanwege de vlasteelt een relatie met het omliggende agrarisch gebied. De uitbreiding staat de ontwikkeling van de agrarische bedrijfsvoering in de omgeving niet in de weg. Het planvoornemen sluit aan bij het beleid uit de Structuurvisie 2025.
Bestemmingsplan Buitengebied, Langeweg 26 (Sluiskil)
|19
Excessenregeling Terneuzen, Beleidsnota welstand (2013) De gemeenteraad van Terneuzen heeft eind 2012 besloten het welstandsbeleid te herzien. Hierbij heeft de gemeenteraad tevens gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de wetgever biedt om de welstandscommissie af te schaffen. Het nieuwe welstandsbeleid, de excessenregeling, wordt ambtelijk getoetst. Het ‘nieuwe’ welstandsbeleid gaat uit van de gedachte dat burgers zelf voldoende inzicht hebben in redelijke eisen van welstand. De gemeente zorgt daarom slechts voor een minimaal noodzakelijk vangnet voor ruimtelijke kwaliteit. De gemeente grijpt alleen achteraf in bij een exces. Van een exces is sprake wanneer een bouwwerk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand. Criteria hiervoor zijn opgenomen in de Beleidsnota Welstand. Voor monumenten en een aantal beeldbepalende boerderijen en schuren in het buitengebied zal het welstandstoezicht vooraf blijven bestaan. Voor het planvoornemen is geen welstandstoezicht van toepassing, met uitzondering van de excessenregeling. Conclusie Het planvoornemen sluit aan bij het gemeentelijk beleid.
Bestemmingsplan Buitengebied, Langeweg 26 (Sluiskil)
|20
5.
RANDVOORWAARDEN
Dit hoofdstuk bevat een beschouwing op die factoren die een beperking kunnen inhouden voor het planvoornemen. Het gaat hierbij om onder andere archeologie, bodem, externe veiligheid, luchtkwaliteit en water.
5.1
Archeologie
Wettelijk kader en beleid Met de ondertekening van het Verdrag van Malta in 1992 door bijna alle Europese landen (waaronder Nederland), werd archeologie steeds meer een onderdeel van de ruimtelijke planvorming. Sinds het in werking treden van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) op 1 september 2007 dienen alle bestemmingsplannen en beheersverordeningen voorzien te zijn van een archeologische paragraaf, waarin is opgenomen hoe wordt omgegaan met bekende en te verwachten archeologische waarden. De Erfgoedwet uit 2016 borduurt hier op voort. Interim-beleid archeologie gemeente Terneuzen Op 27 januari 2011 is door de gemeenteraad van Terneuzen het “Interim-beleid archeologie” vastgesteld. De insteek van dit beleid is het regelen van archeologie in ruimtelijke plannen. In een cyclus van 10 jaar zullen alle ruimtelijke plannen aangepast worden, waarbij archeologie in de plannen zal worden ingebracht of geactualiseerd aan de hand van het dan geldende beleid. Als vangnet fungeert de Erfgoedverordening Terneuzen 2011. Deze verordening is geactualiseerd en is in samenhang met het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. In lijn met de intentie van de wetgever wordt een algemene vrijstelling voor archeologie verleend tot 100 m 2 voor de zogenaamde kruimelgevallen.
De achterliggende gedachte van het archeologiebeleid is het in beeld brengen van de gebieden in de gemeente Terneuzen met een archeologische verwachtingswaarde. Deze verwachtingswaarde kan per gebied en per geologische laag verschillen. De insteek is daarbij soepel waar het kan en streng waar nodig. Voor een aantal gebieden is de huidige kennis ontoereikend. Deze leemten worden in de toekomst ingevuld. Aan de hand van de archeologische verwachtingswaarde wordt per deelgebied een grens gesteld waarboven archeologisch onderzoek verplicht is en waaronder vrijstelling wordt verleend. Een en ander is uitgewerkt in een stroomschema in bijlage 1 van de beleidsnota ‘De onderste steen boven? Interim-beleid archeologie gemeente Terneuzen’. Wanneer archeologisch onderzoek verplicht is, dient de archeologische monumentenzorg cyclus (AMZ-cyclus) te worden doorlopen. Deze cyclus is er op gericht om te beoordelen of verdergaand onderzoek of behoud noodzakelijk is. Voor de uitvoering en de beoordeling van de onderzoeken wordt aangesloten bij de landelijke en provinciale regelgeving. Door deze cyclus op een goede manier te doorlopen kan een gedegen afweging gemaakt worden waar behoud ter plaatse (in situ) of een opgraving (ex situ) noodzakelijk is of achterwege kan blijven.
Toetsingscriteria Om inzicht te krijgen in de archeologische verwachtingswaarde van een gebied of locatie dient aan vijf criteria te worden getoetst. Daarnaast dient de actuele vrijstellingenkaart archeologie van de gemeente geraadpleegd te worden. 1. De Archeologische Monumentenkaart (AMK). Deze kaart geeft de wettelijk beschermde archeologische monumenten weer, waarvoor het Rijk bevoegd gezag is. In de gemeente Terneuzen zijn dat restanten van kastelen in Axel en Zaamslag (Torenberg). Daarnaast bevat de kaart de door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) gewaardeerde gebieden met een (hoge) archeologische waarde. Dit betreft vele oude dorps- en stadskernen zoals Axel, de oude kern van Terneuzen en Zaamslag. 2. De Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW). Deze kaart geeft de trefkans weer op het aantreffen van archeologische vindplaatsen binnen de bovenste 1,20 meter van de bodem. Deze kaart is gebaseerd op de Geomorfologische en Geologische kaart van Nederland. Bestemmingsplan Buitengebied, Langeweg 26 (Sluiskil)
|21
3.
4.
5.
Bij een hoge trefkans wordt aangesloten bij de wettelijke vrijstelling van 100 m2. Voor een middelhoge trefkans kan een ruimere norm gelden. Deze wordt arbitrair vastgelegd op 500 m 2. Archis (Archeologisch Informatie Systeem) 3.0. Dit is de landelijke database waarin alle (recent uitgevoerde) archeologische onderzoeken en vondsten worden opgeslagen. Deze database geeft een indicatie van de vondsten die gedaan zijn. Veel of belangrijke vondsten kunnen een hogere archeologische verwachtingswaarde geven aan een gebied. Archief van het Zeeuws Archeologisch Depot (ZAD) en informatie die aanwezig is bij de beleidsmedewerker archeologie van de gemeente. In het ZAD berusten de verslagen van een aantal in het verleden in Zeeland uitgevoerde archeologische onderzoeken, gegevens over losse vondsten en dergelijke. Dit archief geeft een indicatie van de vondsten die in het verleden gedaan zijn. Veel of belangrijke vondsten kunnen een hogere archeologische verwachtingswaarde geven aan een gebied. In de praktijk wordt de toets op Archis, ZAD en gemeente gecombineerd, of in het kader van het bureauonderzoek uitgevoerd. De bodemopbouw. Aan de hand van de Geologische kaart van Nederland kan nagegaan worden welke geologische, voor de archeologie relevante, bodemlagen aanwezig zijn.
Daarbij kan gedacht worden aan de volgende bodemlagen: o Pleistoceen dekzand: vanaf de Steentijd o Hollandveen: vanaf de ijzertijd en Romeinse tijd o Duinkerke II, inclusief ‘oudere afzettingen van Duinkerke’: vanaf de middeleeuwen o Duinkerke IIIa/b: vanaf de Nieuwe Tijd
In de loop van 2014 werd door de gemeente de vrijstellingenkaart archeologie opgesteld en deze werd in 2017 geactualiseerd. Op deze kaart is aangegeven waar en met welke diepte de vrijstellingsdiepte verruimd kan worden. Toetsing 1. De Archeologische Monumentenkaart (AMK) Binnen de grenzen van het plangebied bevinden zich volgends de Archeologische Monumentenkaart (AMK) geen terreinen met een vastgestelde archeologische waarde.
Uitsnede Archeologische Monumentenkaart (AMK), plangebied globaal rood omlijnd
Bestemmingsplan Buitengebied, Langeweg 26 (Sluiskil)
|22
2.
De Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) Op de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) ligt het plangebied binnen een zone die wordt gekenmerkt door een lage verwachtingswaarde.
Uitsnede Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW), plangebied globaal rood omlijnd
3. Archeologische Informatie Systeem (Archis) Ten behoeve van het Archeologisch Informatie Systeem (Archis) heeft Aeres Milieu B.V. een archeologische quickscan uitgevoerd, waarin gekeken is naar de relevante gegevens uit de directe omgeving van het plangebied. Er zijn in de omgeving geen archeologische monumenten bekend. Wel zijn er enkele onderzoeksmeldingen en vindplaatsen bekend in een straal van 1 kilometer ten opzichte van het plangebied.
Bestemmingsplan Buitengebied, Langeweg 26 (Sluiskil)
|23
4. Zeeuws Archeologisch Depot (ZAD) Aeres Milieu B.V. heeft navraag gedaan of er informatie bekend is van het plangebied of de omgeving in het Zeeuws Archeologisch Depot (ZAD). Dhr. Hans Jongepier, adviseur archeologie bij Erfgoed Zeeland heeft op 16 augustus 2023 per mail laten weten dat in het archief van Erfgoed Zeeland geen aanvullende informatie bekend is. 5. Bodemopbouw Uit de geologische kaart van Van Rummelen blijkt dat het plangebied zich geheel bevindt op kreekafzettingen van Duinkerke IIIb. Op gronden met afzettingen van Duinkerke III geldt geen onderzoeksplicht bij bodemverstoringen.
Bestemmingsplan Buitengebied, Langeweg 26 (Sluiskil)
|24
Globale ligging van het plangebied op een uitsnede van de Geologische kaart van Nederland (Van Rummelen). Plangebied globaal rood omlijnd
6. Vrijstellingenkaart Uit de ‘vrijstellingenkaart gemeente Terneuzen 2017’ blijkt dat voor het plangebied een vrijstellingsdiepte tot 4 m –mv geldt.
Uitsnede Vrijstellingenkaart gemeente Terneuzen, plangebied rood omlijnd
Conclusie Binnen het plangebied zijn, op basis van de archeologische toets, geen aanwijzingen aanwezig van eventuele archeologische resten. Zodoende kan geconcludeerd worden dat nader archeologisch onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht, waardoor een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ geen onderdeel uitmaakt van de regels en/of verbeelding van dit bestemmingsplan. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.2
Bedrijven en milieuzonering
Wettelijk kader De Wet milieubeheer zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebied zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer. In de Handreiking “Bedrijven en Milieuzonering” van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een indicatieve richtafstandenlijst voor milieubelastende activiteiten opgenomen. Alle bedrijven die in de buurt van de planlocatie liggen worden aan de hand van een milieucategorie verbonden met een maximale hinderafstand. In deze paragraaf dient getoetst te worden of de Bestemmingsplan Buitengebied, Langeweg 26 (Sluiskil)
|25
voorgenomen functie past binnen het plangebied met inachtneming van eventuele milieubelastende functies in de directe omgeving. Toetsing De benodigde afstand tussen bedrijven en woonbuurten is afhankelijk van aard en omvang van het bedrijf en de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijk gebied. Het bestaande vlasbedrijf valt volgens de VNG brochure bedrijven en milieuzonering (en het huidige bestemmingsplan “Buitengebied”) in milieucategorie 3.2. met een maximale richtafstand tot woningen van 100 meter bij een rustige woonwijk of rustig buitengebied. Deze maximale richtafstand is onderverdeeld in richtafstanden voor ‘geur’ (10 meter), ‘stof’ (50 meter) en ‘geluid’ (100 meter). Indien sprake is van een ‘gemengd gebied’ mogen de richtafstanden met 1 stap verlaagd worden. De richtafstand zou in dat geval naar 50 meter teruggebracht kunnen worden. Gezien de aanwezigheid van het bestaande vlasbedrijf, de andere bedrijven (transportbedrijf Langeweg 24 en agrarisch bedrijfsloods in de hoek Langeweg/Vogelschordijk) in de omgeving, de spoorlijn en de N252 aan de oostzijde, is het aanwijzen van het plangebied als een ‘gemengd gebied’ te motiveren. De bestaande woning Langeweg 23 is de enige woning tussen de bedrijven rondom de Langeweg. Deze woning is in eigendom van het vlasteelt en -bewerkingsbedrijf.
Er dient een richtstand van minimaal 50 meter tussen de woning en de beoogde uitbreiding aangehouden te worden. De richtafstand van 50 meter tussen de bestaande woning en de beoogde uitbreiding is haalbaar, zeker gezien de ligging van de waterleiding. In dit bestemmingsplan is een bouwvlak rondom de bestaande woning opgenomen, om te waarborgen dat de richtafstand van minimaal 50 meter tussen de uitbreiding van het bedrijf en de bestaande woning planologisch gewaarborgd is Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.3
Bodemkwaliteit
Wettelijk kader en beleid Bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik (functie) van die bodem, of dat beiden alsnog op elkaar kunnen worden afgestemd. Bodemgebruiksfuncties nemen namelijk af naarmate bodemverontreinigingen en gerelateerde risico’s toenemen. Sanerende maatregelen kunnen nodig zijn. Het gemeentelijk bodemkwaliteitsbeleid volgt de kaderwet Wet bodembescherming en daaruit voortvloeiende regelgeving. Uitgangspunten zijn dat de bodem duurzaam geschikt moet zijn voor de beoogde functie en dat de bodemkwaliteit niet mag verslechteren. Verontreinigingen in stabiele eindsituaties worden daarbij niet vanzelfsprekend geaccepteerd; voor mobiele verontreinigingen moeten maatregelen gericht zijn op verwijderen en soms is het inpassen van immobiele verontreinigingen onder voorwaarden toelaatbaar. De oppervlakte van het plangebied en de conclusie van een vooronderzoek (historisch onderzoek) zijn bepalend voor het uitvoeren van eventueel veld- en laboratoriumonderzoek, op basis waarvan (on)mogelijkheden inzichtelijk worden. Toetsing Voor gehele perceel 3390 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (externe bijlage, Aeres Milieu, AM23322, 26 september 2023). Het plangebied voor het bestemmingsplan is uiteindelijk kleiner geworden dan het in het bodemonderzoek onderzochte gebied.
De voormalige stortplaats in Bestemmingsplan Buitengebied, Langeweg 26 (Sluiskil)
|26
de noordwesthoek van het perceel is hierdoor buiten het plangebied van het bestemmingsplan komen te liggen. Uit het verkennend bodemonderzoek komen de volgende conclusies: Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn ter plaatse van boring 01 zintuiglijke bijmengingen met baksteen, beton en kooldeeltjes waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond ter plaatse van de deklaag van de voormalige stort sterk verhoogd is met nikkel, polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). De voormalige stort is verder niet onderzocht in het kader van dit onderzoek. Verder is de locatie licht verhoogd met PCB, PAK, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, zink en minerale olie. De ondergrond is plaatselijk licht verhoogd met PCB. Het freatisch grondwater is plaatselijk licht verhoogd met molybdeen. Noordelijk op de locatie is een voormalige stort aangetroffen. Deze stort heeft een oppervlakte van circa 1.000 m2 op de onderzoekslocatie. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt momenteel ter plaatse van de voormalige stort een belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. Voor de overige gedeelte van de locatie zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen planontwikkeling.
De locatie van de voormalige stort valt buiten het plangebied voor de uitbreiding van het bedrijventerrein en de landschappelijke inpassing en behoudt de bestemming agrarisch.
Uitsnede boorpuntenkaart bodemonderzoek (onderzocht perceel rood omlijnd, het uiteindelijke plangebied van het bestemmingsplan is kleiner dan het onderzochte gebied, waarbij de stortplaats buiten het plangebied van bestemmingsplan ligt)
In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN 5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein Bestemmingsplan Buitengebied, Langeweg 26 (Sluiskil)
|27
plaatsgevonden. Op het maaiveld en in de vrijkomende grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en het Handelingskader PFAS van toepassing. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater. Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen. De voormalige stort in de noordwesthoek van perceel 3390 valt buiten het plangebied van de uitbreiding van het bedrijventerrein en de landschappelijke inpassing.
5.4
Cultuurhistorie
Wettelijk kader Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Hiermee is het wettelijk verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Naast archeologie moet ook het aspect historische bouw worden opgenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Handreiking landschap De gemeente Terneuzen heeft samen met de gemeenten Sluis en Hulst de “Handreiking Landschap Provincie Zeeland” opgesteld. Hierin is van relevante cultuurhistorische elementen en objecten beschreven hoe bepalend en leesbaar ze zijn, op welk bestuurlijk niveau en met welk planologisch instrument regulering plaats zal vinden en welke strategie eraan gekoppeld kan worden. De Handreiking Landschap noemt vier strategieën die gekoppeld kunnen worden aan cultuurhistorische elementen en objecten: 1. Behoud: hierbij gaat het voornamelijk om monumentale objecten met landschapshistorische waarde (molens, vliedberg e.d.), alsmede de landschapsreservaten en delen van het landschap met zeer hoge mate van bepaaldheid en gaafheid; 2. Behoud ruimtelijke karakteristiek: conservering van de bestaande ruimtelijke kenmerken van het landschap staat voorop.
Er worden geen nieuwe ontwikkelingen toegestaan die deze ruimtelijkheid veranderen. Het gebied hoeft echter niet bij voorbaat zijn huidige functie te behouden. Deze strategie komt in Terneuzen in de praktijk niet voor; 3. Behoud door ontwikkeling: de bestaande landschapsstructuur en mate van verdichting is richtinggevend voor mogelijk veranderingen. De veranderingen moeten passen in de structuur. Verandering van functie is nadrukkelijk een optie. De mate waarin veranderingen optreden kan per gebied verschillend zijn. Nadere afweging is hierbij noodzakelijk; 4. Vernieuwing: de bestaande landschapsstructuur verandert ingrijpend. Functies veranderen. De veranderingen zijn echter passend binnen het DNA van het betreffende gebied. Cultuurhistorische waardenkaart De cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Terneuzen bestaat uit drie kaartbladen: ‘behoud’, ‘behoud door ontwikkeling’ en ‘vernieuwing mogelijk’. In onderstaande figuren is een uitsnede van de drie kaartbladen voor het beoogde plangebied weergegeven inclusief legenda. Per kaartblad wordt uitgelegd welke strategie voor de locatie geldt.
Bestemmingsplan Buitengebied, Langeweg 26 (Sluiskil)
|28
Behoud: De strategie voor het plangebied is gericht op het behouden. Hierbij geldt een tevredenheid over het huidige functie en kwaliteit, waarbij kleinschalige aanpassingen mogelijk zijn (geen actieve benadering). In de nabije omgeving van het plangebied zijn geen monumenten aanwezig. Het planvoornemen heeft daar geen negatieve invloed op. Het plangebied valt in de Strategieën van de structuurvisie 2025 in het gebied wat moet worden behouden. In het gebied ‘behouden’ is men tevreden over de huidige functie en kwaliteit. Daarbinnen zijn kleinschalige aanpassingen mogelijk, vanuit de gemeente zal er geen actieve benadering zijn. Het planvoornemen sluit aan bij de cultuurhistorische waardenkaart Terneuzen ‘behoud’. De uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein wordt landschappelijk ingepast, waardoor het past binnen de bestaande structuur. De bestaande binnendijk met beplanting wordt versterkt door het opnemen van een beter passende bestemming op een deel van de Vogelschordijk.