CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-06-19 a. Vaststelling (gewijzigd) bestemmingsplan Buitengebied, Westsingel (landgoed) - Ontwerpbesluit

commissie Omgeving 19 juni 2024, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Buitengebied, Westsingel Axel26.513 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; • alle Natura 2000-gebieden. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het 24 28/250

Natuurnetwerk Nederland moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. Voor de gewenste uitbreiding is een Quickscan natuurwetgeving opgesteld door adviesbureau Wieland. Hierin zijn bovenstaande aspecten getoetst met uitzondering van het aspect stikstof. In de Quickscan wordt als volgt geconcludeerd: Het plangebied is momenteel vrijwel volledig in gebruik als agrarisch perceel, deels als volkstuintjes met een groensingel. Het gebied wordt opnieuw ingericht als landgoed. De natuurwaarden van het perceel zullen ten opzichte van het bestaande gebruik juist toenemen. Voor de ontwikkeling is geïnventariseerd naar de bestaande aanwezige flora en fauna. Bij de ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met broedvogels, zoogdieren en de natuurwaarden van de Buthkreek. Anderzijds kan de ontwikkeling de natuurwaarden van de omgeving juist vergroten. Activiteiten binnen 30 meter van de oeverzone van de Buthkreek mogen niet worden uitgevoerd, tenzij hier nader ecologisch onderzoek wordt uitgevoerd. Door geen verlichting in de 30 meter zone tot de oeverzone van de Buthkreek te plaatsen kan voorkomen worden dat vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen verloren gaan. Ter bescherming van broedvogels mogen aanlegactiviteiten uitsluitend buiten het broedseizoen worden uitgevoerd.

Het terrein is niet geschikt voor andere beschermde soorten. Er is geen negatief effect te verwachten op een Natura 2000 gebied. Er is ook geen negatief effect te verwachten op de natuurkwaliteiten van terreinen die zijn aangemerkt in het kader van het natuurnetwerk Zeeland. De volledige quickscan is als bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd.

4.7 Stikstof Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en Natuurherstel in werking getreden. Deze wet regelt dat aan de Wet natuurbescherming een artikel wordt toegevoegd. Op grond van dit artikel worden de gevolgen van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die wordt veroorzaakt door aangewezen activiteiten van de bouwsector buiten beschouwing gelaten voor wat betreft vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming. Naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State van de Raad van State op 2 november 2022 dient inmiddels de stikstofuitstoot van de aanlegfase alsnog te worden berekend. De aanleg van het landgoed en de bouw van een woning is een voorbeeld van een activiteit die mogelijk onder de vergunningplicht vallen. Dit omvat ook de vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden, zoals aan- en afvoer van bouwmaterialen en bouw- en sloopafval, transport van werknemers en werktuigen van en naar de bouwplaats, de emissies van werktuigen op de bouwplaats (aggregaten, bouwmachines, mobiele puinbrekers, baggerwerk- of baggervaartuigen et cetera) en eventuele tijdelijke omrij- en omvaar-effecten als gevolg van de werkzaamheden.

De gebruiksfase dient eveneens apart beschouwd worden door de initiatiefnemer door middel van een stikstofberekening om na te gaan of de stikstofdepositie vanuit gebruiksfase leidt tot vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming. Voor de gebruiksfase van de twee woningen aan Het Zand 12 te Koewacht is ook een stikstofberekening uitgevoerd, hierbij is gebruik gemaakt van de landelijke kengetallen van het

25 29/250

CROW. Het verkeer zal zich hoofdzakelijk afwikkelen in noordelijke richting naar Axel en in zuidelijke richting naar de Rijksgrens. Waar het verderop opgaat in het normale verkeersbeeld. Naar aanleiding van de AERIUS berekening blijkt dat voor het project geen vergunning aangevraagd dient te worden in het kader van de Wet natuurbescherming. Toets Voor de realisatie van het landgoed Westsingel is een stikstofberekening uitgevoerd. Uit de resultaten blijkt dat er voor de gebruiksfase geen stikstofemissie op Natura 2000-gebieden, als gevolg van de uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling hoger dan de grenswaarde van 0,00 mol/ha/jaar is. Dit betekent dat de activiteiten behorende bij de ingebruikname van de woning en de natuurbegraafplaats geen Natuurwetbeschermingsvergunning van de Provincie Zeeland is vereist. De omgevingsvergunning kan zonder problemen voor de Natura 2000 gebieden worden verleend. De volledige stikstofberekening is als bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd.

4.8 Verkeer De gemeente Terneuzen heeft haar parkeerbeleid vastgelegd in de ‘Parkeernota gemeente Terneuzen 2015-2020’, vastgesteld op 26 september 2019. Het parkeerbeleid is tevens opgenomen in het facetbestemmingsplan ‘Parkeren Terneuzen’. Op basis van deze parkeernota is de locatie niet aangewezen als centrumgebied, of schilgebied, waardoor er sprake is van een locatie ‘rest bebouwde kom’. Parkeren Als uitgangspunt voor de stedelijkheidsgraad wordt in dit geval ‘rest bebouwde kom' gehanteerd. Voor zowel de woning, als de natuurbegraafplaats dienen parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Voor de woning geldt een parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen. Gelet op de ruime kavel is het geen probleem om voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Hier vormt het aspect parkeren geen probleem. Voor de natuurbegraafplaats geldt een parkeernorm per plechtigheid. Hier geldt een minimale norm van 26,6 en een maximale norm van 36,6 parkeerplaatsen per plechtigheid. Een natuurbegraafplaats kent een lagere gebruiksdichtheid dan een reguliere begraafplaats. In principe zijn de kengetallen voor parken daarmee aan de hoge kant. Het is de bedoeling dat gebruik kan worden gemaakt van de parkeervoorzieningen van de bestaande begraafplaats Westsingel. Door de ontwikkelaar worden desondanks binnen het landgoed extra parking gerealiseerd ter hoogte van de Westsingel.

Deze parking wordt niet nabij de natuurbegraafplaats zelf gerealiseerd, om het natuurlijke karakter te behouden. Deze parking heeft een omvang van 25 x 30 meter. Aan de buitenzijde is er ruimte voor 9 parkeerplaatsen. Dan is er in het middenterrein nog ruimte voor enkele losse parkeerplaatsen en blijft er voldoende circulatieruimte over op het perceel. Er kunnen in een ruime setting derhalve 22 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Gelet op het niet intensieve gebruik en de aanwezigheid van de parkeerplaatsen aan de begraafplaats Westsingel zijn er gezamenlijk ruim voldoende parkeerplaatsen om aan de CROW norm te voldoen. Verkeersgeneratie De realisatie van de natuurbegraafplaats en de woning zorgen voor extra verkeersbewegingen. De verkeersgeneratie van het onderhavige plan is eveneens berekend op basis van de kencijfers uit de CROW publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Als uitgangspunten is ook hier 'matig stedelijk' en 'rest bebouwde kom' gebruikt. Uit de berekening blijkt dat - uitgaande van de aantallen in het stedenbouwkundig plan - het onderhavige plan een gemiddelde verkeersgeneratie van 28 voertuigbewegingen per etmaal teweeg brengt. 26 30/250

Verkeersgeneratie

min

max

Koop, huis, vrijstaand

7,8

8,6

Begraafplaats

15

25

Totaal

22,8

33,6

Het merendeel van deze verkeersbewegingen zullen via de Westsingel en de Buthdijk worden afgevoerd. Deze extra verkeersbewegingen vanwege de planontwikkeling ruim kan worden opgevangen binnen de capaciteit van de Westsingel en de Buthdijk. Openbare toegankelijkheid landgoed Op het landgoed wordt een pad uitgezet dat kan dienen als uitloopgebied voor de bewoners (van de westzijde) van Axel. Het ommetje voert langs de voormalige spoorlijn, de Buthkreek, langs poelen, bloemrijk grasland en door het bos. Het pad is van zonsopgang tot zonsondergang vrij toegankelijk. Gelet op de nabijheid van de kern en de parkeermogelijkheden ten behoeve van de natuurbegraafplaats wordt verwacht dat er van deze recreatieve paden veel gebruikt zal worden gemaakt.

4.9 Archeologische waarden en cultuurhistorie Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, 27 31/250

wanneer deze vanaf 1 januari 2024 in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumtenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. De gemeenteraad van Terneuzen heeft op 27 januari 2011 het interimbeleid archeologie ‘de onderste steen boven’ vastgesteld. De insteek van dit beleid is het regelen van archeologie in ruimtelijke plannen. Daar waar de bescherming van archeologische waarde niet is geregeld in een ruimtelijk plan (bestemmingsplan of beheersverordening) fungeert als vangnet de Erfgoedverordening Terneuzen 2011. Deze verordening is op 9 oktober 2017 geactualiseerd en is in samenhang met het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld.

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen, dienen aanvragen om een omgevingsvergunning, aanlegvergunning of vergunningverlening in het kader van de Erfgoedverordening te worden getoetst. Toetsing dient plaats te vinden op basis van het volgende stroomschema.

Afbeelding 4.5, Stroomschema archeologiebeleid gemeente Terneuzen AMK en IKAW De ontwikkeling is getoetst aan de Archeologische Monumentenkaart (AMK) en de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden. Het gebied is niet gelegen in een waardevol gebied op basis van de AMK en het gebied is gelegen in een gebied met een zeer lage tot lage trefkans op basis van het IKAW. Op basis van het AMK en IKAW is er geen nadere onderzoeksplicht noodzakelijk.

28 32/250

Afbeelding 4.6, Kaart AMK en IKAW (bron: Archeologie in Nederland) Archis en Zeeuws Archeologisch Depot Archis (Archeologisch Informatiesysteem) is een databank met gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen vanaf de Prehistorie tot de Nieuwe Tijd in Nederland. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen bekend in Archis. Buiten deze vondstmeldingen zijn de volgende onderzoeken gemeentebreed uitgevoerd: - 4568760100: Vrijstellingenkaart in de diepte (2017); - 2439204100: Project Leemten in Kennis; - 2434360100: Verruiming vrijstellingsdiepte (2014). In het Zeeuws Archeologisch Depot (ZAD) worden de archeologische vondsten en documentatie die eigendom zijn van de Provincie Zeeland bewaard en beheerd. Hier wordt ook een deel van de archeologische collectie van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen bewaard. Alle Zeeuwse bodemvondsten die het resultaat zijn van archeologisch onderzoek zijn automatisch eigendom van de Provincie en moeten in het ZAD worden gedeponeerd. Het ZAD is geraadpleegd op 14 september 2023. In het ZAD zijn geen meldingen bekend voor de locatie aan de Westsingel. Geologische kaart Van Rummelen

29 33/250

Afbeelding 4.9, uitsnede geologische kaart Van Rummelen Op de Geologische Kaart van Nederland (van Rummelen 1977a) worden in het plangebied drie verschillende geologische eenheden weergegeven (zie Afbeelding 4.9). In het westelijk deel van het plangebied, tegen de Buthkreek, komen kreekafzettingen van Duinkerke IIIb (code Do.3b) voor. In deze zones hebben erosieve kreken zich diep in het landschap in gesneden, eventuele onderliggende archeologische lagen zijn hierbij opgeruimd. Deze kreken zijn vervolgens dichtgeslibd met zandige mariene afzettingen. Deze voormalige kreken zijn in principe onverdacht voor archeologie. In het noordwestelijk deel van het plangebied komen afzettingen van Duinkerke IIIa op Hollandveen op Pleistoceen (Fo.3a) voor. Daar waar het Hollandveen intact is, kunnen resten uit de ijzertijd en Romeinse tijd aanwezig zijn. Dergelijke resten zijn eerder aangetroffen in (de omgeving) van Axel. In het westelijk deel van het plangebied ligt een zone met een omvang van ca. 1,6 hectare met code DPo.3b betreffende kreekafzettingen van Duinkerke IIIb op niet geërodeerd pleistoceen. Op basis van het stroomschema van het gemeentelijk archeologiebeleid geldt voor afzettingen uit Duinkerke III geen onderzoeksplicht. Deze onderzoeksplicht geldt wel voor het onderliggende niet geërodeerde pleistoceen.

30 34/250

afbeelding 4.10, pleistocene afzettingen, diepteligging en erosiegraad (bron: Van Rummelen) Op basis van de bijkaarten, behorende bij de geologische kaart van Van Rummelen, is de diepte van de pleistocene afzettingen (afb. 4.10) en het Hollandveen (afb. 4.11) te bepalen. Deze diepte is bepaald ten opzichte van het N.A.P. Voor de niet geërodeerde pleistocene afzettingen geldt, dat in het westelijk deel van het plangebied de pleistocene lagen grotendeels gelegen zijn tussen -1 meter en 0 meter N.A.P. In het overige deel van het plangebied zijn de lagen veel dieper gelegen op een diepte tussen -10 en -5 meter N.A.P. Voor het Hollandveen geldt dat deze is gelegen op een diepte van -0,5 tot -1 meter N.A.P.

afbeelding 4.11, Ligging en dikte Hollandveen (bron: Van Rummelen)

31 35/250

Om de diepte van de pleistocene lagen en het Hollandveen te bepalen ten opzichte van het oppervlakte dient de hoogte van het maaiveld bepaald te worden. Voor het noordelijk deel van het plangebied is deze bepaald met behulp van de Algemene Hoogtekaart Nederland. Deze hoogten zijn weergegeven in afbeelding 4.11. Op basis van deze hoogtebepaling is er sprake van een beperkte vorm van microreliëf binnen het plangebied. Het westelijk deel tegen de Buthkreek is lager gelegen dan het gedeelde aan de straatzijde aan de Westsingel. Over vrijwel het gehele plangebied is het aflopen in westelijke richting waarneembaar. In de noord zuid richting is het microreliëf veel minder.

o 0,92 o 0,82 o 0,31

o 0,24

o 0,89

o 0,58

o 1,12

o 0,44 o 0,68

o 0,36

o 0,52

o 0,35

o 0,94

o 0,72

o 0,92 o 1,0

o 1,08 o 1,10

o 0,85 o 0,98

o 1,11

o 1,08

o 0,58

o 0,55

o 0,28

o 0,46

o 0,24

o 0,58

o 0,28

o 1,08

o 0,65 o 0,25 o 0,24

o 0,62 o 0,66

o 1,08

o 1,08

o 0,20

o 0,58

o 1,08

o 1,08

o 0,22

o 0,63

o 1,08

o 1,08

o 0,18

o 0,59

o 1,08

o 1,08

o 0,24

o 0,66

o 1,08

o 1,08

o 0,33

o 0,68

o 1,08

o 1,08

o 0,48

o 0,64 o 1,08

o 1,08

o 0,66

o 0,42 o 1,08

o 0,53

o 1,08

o 1,08 o 1,08

08

afbeelding 4.12, hoogteligging ten opzichte van N.A.P. (bron: AHN, bewerking De Koster RO) Nu de hoogte van de pleistocene afzettingen bekend is ten opzichte van N.A.P. en de hoogte van het maaiveld ten opzichte van N.A.P., kan de diepte van de pleistocene afzettingen ten opzichte van het maaiveld worden bepaald. In het oostelijk deel van het plangebied, min of meer tegen de begraafplaats en de Westsingel gelegen, bevinden de pleistocene afzettingen zich op een diepte van 0,7 tot 1,7 meter ten opzichte 32 36/250

van het maaiveld. Het overige gedeelte waar op basis van de geologische kaart van Van Rummelen (afbeelding 4.9) binnen het plangebied pleistocene afzettingen aanwezig zijn, zijn deze afzettingen gelegen op een diepte van 5 tot 10 meter ten opzichte van het maaiveld. Het Hollandveen is in het Noordwestelijk deel van het plangebied gelegen op 1 tot 1,5 meter N.A.P. Op basis van voorgaande toetsing en het stroomschema uit het gemeentelijk archeologiebeleid geldt dat ten behoeve van het verlenen van een omgevingsvergunning een archeologisch onderzoek nodig is wanneer in het westelijk en noordwestelijk deel van het plangebied de verstoring 500 m² of meer beslaat. In het overige deel van het plangebied geldt een archeologische verwachtingswaarde bij een verstoring van 1.000 m2. Gemeentelijke vrijstellingenkaart (2017) Volgens de Vrijstellingenkaart van de gemeente Terneuzen (versie november 2017) ligt het plangebied grotendeels in een rode zone (afbeelding 4.12). Voor dit gedeelte van het plangebied geldt een vrijstellingsdiepte van een halve meter beneden maaiveld. In het noordelijk deel van het plangebied is een klein gedeelte met een vrijstelling van 2,5 meter beneden maaiveld. De kaart dient alleen gebruikt te worden voor gebieden waar een dubbelbestemming archeologie geldt.

De gemeentelijke vrijstellingenkaart is daarom als bijlage bij de planregels behorende bij dit bestemmingsplan gevoegd.

afbeelding 4.12, vrijstellingenkaart gemeente Terneuzen Toets archeologie Op basis van het gemeentelijk stroomschema is het gebied onderzocht op archeologische waarden. De planlocatie is niet gelegen binnen een zone van de AMK. Op basis van de IKAW is het gebied gelegen in een zone met een lage, tot zeer lage trefkans. In Archgis en het ZAD zijn geen archeologische vondsten bekend. Op basis van de Geologische Kaart van Rummelen geldt dat het gebied ligt in Duinkerke III. Voor deze gebieden geldt op basis van het archeologiebeleid van de gemeente Terneuzen geen nadere onderzoeksplicht. Dit geldt wel voor het onderliggende niet geërodeerde pleistoceen en Hollandveen. Het voorkomen van deze niet geërodeerde lagen geeft aanleiding om aan de westelijke en noordwestelijke helft van het plangebied de dubbelbestemming ‘waarde – archeologie 2’ aan te merken. In het overige deel van het plangebied wordt de dubbelbestemming ‘waarde – archeologie 3’ toegekend. Voor deze gebieden geldt dat ten behoeve van het verlenen van een omgevingsvergunning een archeologisch onderzoek nodig is. Verwezen wordt naar de bij dit bestemmingsplan behorende plankaart voor de exacte begrenzing van deze dubbelbestemmingen. 33 37/250

Eventuele bij de werkzaamheden voorkomende vondsten dienen op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet altijd te worden gemeld bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. De gemeente Terneuzen heeft in aanvulling op haar vastgestelde Structuurvisie 2025 cultuurhistorische waardenkaarten vastgesteld. Bij iedere herziening van het bestemmingsplan dienen de cultuurhistorische waarden in het bestemmingsplan te worden vertaald. Cultuurhistorische waarden kunnen op verschillende manieren worden opgenomen in het bestemmingsplan. Cultuurhistorie omvat naast archeologie, veel meer aspecten. Hierbij kan worden gedacht aan beschermde stads- en dorpsgezichten, molens met bijbehorende molenbiotopen, bebouwingsstructuren, beplanting, karakteristieke bebouwing, monumenten, landgoederen, buitenplaatsen, zichtlijnen.

In de toelichting dient nu dus naast archeologie ook aandacht te worden besteedt aan gebouwd erfgoed en landschap. Het gaan daarbij om sporen, objecten, patronen en structuren die bepalend zijn voor de geschiedenis en identiteit van een gebied. Er zijn voor drie hoofdstrategieën drie historische waardenkaarten vastgesteld. Toets Voor het landgoed Westsingel is getoetst aan de cultuurhistorische waardenkaarten.

Afbeelding 4.13, kaartblad ‘Behoud’ Cultuurhistorische Waardenkaarten gemeente Terneuzen Toets Aan de westzijde grenst het plangebied aan een kreekrestant, dit is de Buthkreek. Aan de zuidzijde is 34 38/250

een overgang tussen dekzandgebied en zeekleigebied. Net buiten het plangebied ligt een onverharde weg, een historische sluis en een afgegraven dijk.

Afbeelding 4.14, Kaartblad ‘Behoud door Ontwikkeling’, Cultuurhistorische Waardenkaarten gemeente Terneuzen Toets Langs de noordzijde van het plangebied loopt een voormalige historische spoorlijn. Deze historische lijn is ter plaatse nog goed in het verkavelingspatroon herkenbaar. De nieuwe ontwikkeling wenst het voormalige spoortraject juist te versterken en door middel van beplanting te benadrukken in het landschap. De zuidzijde van het plangebied is onderdeel van de Liniezone van de Staats-Spaanse Linies en is daarom aangewezen met de strategie Versterken. Het is de bedoeling de herkenbaarheid van de Liniezone te verbeteren, waarmee ook een bijdrage geleverd kan worden aan de toeristischrecreatieve infrastructuur van de gemeente. Het plangebied is aan de zuidzijde relatief smal. Herstel van de Liniedijk heeft weinig zin, omdat de omliggende kavels niet worden mee ontwikkeld. Zowel in oostelijke, als westelijke richting is de Liniedijk niet meer als dusdanig herkenbaar. Door middel van beplanting is het mogelijk de Liniedijk op een andere manier terug in het landschap te laten komen. Het overige deel van het plangebied is aangemerkt als ‘verbreden’. De aanleg van een landgoed met natuurbegraafplaats is een ontwikkeling dat hier uitstekend binnen past.

35 39/250

Afbeelding 4.15, kaartblad ‘Vernieuwing Mogelijk’, Cultuurhistorische Waardenkaarten gemeente Terneuzen Toets Het gebied is geen onderdeel van een locatie waar vernieuwing mogelijk is, maar bevat met name een landschappelijke ontwikkeling.

afb. 4.16, legenda CHW-kaarten 36 40/250

Binnen het plangebied zijn geen aardkundige elementen gelegen. Door middel van beplanting worden de verdwenen Liniedijk en het verdwenen spoor terug benadrukt. Er dienen binnen de contouren van het bestemmingsplan ook geen specifieke cultuurhistorische elementen te worden beschermd. Cultuurhistorische kaarten provincie Zeeland De Kaart Cultuurhistorie Zeeland zet karakteristieke landschappelijke kenmerken ‘op de kaart’. Het bevordert de beleving door aan te geven waar cultuurhistorische waardevolle aspecten van het landschap gevonden kunnen worden. Op deze kaart worden onder meer aardkundige waardevolle gebieden, historische landschappen en waardevolle bouwwerken aangegeven.

Afbeelding 4.14, uitsnede cultuurhistorische kaart provincie Zeeland (bron: www.zeeland.nl) Het plangebied is gelegen binnen het ‘zeekleigebied nieuwland’. Het zuidwestelijk zeekleigebied beslaat een groot deel van Zeeland en de Zuidhollandse eilanden. Het wordt chronologisch ingedeeld in oudland en nieuwland. Het grootste gedeelte van Zeeuws-Vlaanderen wordt aangemerkt als nieuwland. Vanaf het midden van de 13e eeuw werden dijken niet meer zozeer aangelegd om bestaand land te verdedigen, maar ook om ‘nieuw’ land aan te winnen. Omdat het zeekleigebied vrijwel heel Zeeuws-Vlaanderen beslaat, vloeien er geen beperkingen uit in ruimtelijk opzicht. Zoals reeds geconstateerd op de cultuurhistorische waardenkaarten van de gemeente Terneuzen, loopt in het noordelijk deel van het plangebied de voormalige spoorlijn Mechelen – Terneuzen. Deze spoorlijn is nog deels zichtbaar in het verkavelingspatroon van het landschap. Door middel van beplanting wordt dit traject weer herkenbaar in het landschap. Het zuidwestelijk deel was onderdeel van de Staats-Spaanse Linies. Dit is niet meer zichtbaar in het landschap. Conclusie provinciaal cultuurhistorisch beleid Op basis van cultuurhistorisch kaartmateriaal van de provincie Zeeland is het plangebied nooit bebouwd geweest.

De cultuurhistorisch waardevolle elementen in de omgeving van het plangebied is de verdwenen spoorlijn Terneuzen – Mechelen en de voormalige Staats-Spaande Linie. De spoorlijn zal door middel van beplanting weer terug beter herkenbaar in het landschap worden gebracht. Voor 37 41/250

de linie zijn geen plan voor herstel, vanwege het ontbreken van samenhang met overige elementen uit de Staats-Spaanse Linies en de zeer beperkte oppervlakte dat deze binnen het landschap aanwezig zijn.

4.10 Kabels en leidingen Binnen het plangebied ligt een gastransportleiding van de Gasunie. Deze leiding is planologisch beschermd. Deze bescherming zal worden overgenomen in voorliggend bestemmingsplan.

4.11 Overige belemmeringen Er zijn binnen het plangebied geen overige belemmeringen, zoals een molenbiotoop, of radargebied, bekend.

4.12 Waterhuishouding Water en ruimtelijke ordening hebben met elkaar te maken. Enerzijds is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Anderzijds kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, te voorkomen. Volgens het Besluit ruimtelijke ordening is een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze in het plangebied met water en water gerelateerde aspecten wordt om gegaan. De relevante aspecten met betrekking tot de waterhuishouding zijn opgenomen in de tabel uit bijlage 3. Deze is in het kader van het wettelijk vooroverleg voorgelegd aan het Waterschap Scheldestromen. De belangrijkste conclusie is dat ontwikkeling extra verhard oppervlakte met zich mee brengt. Om het hemelwater ter plaatse te infiltreren wordt binnen het plangebied op tenminste twee plaatsen waterberging gerealiseerd. Eén voor de bebouwing en verharding van de privé woning en één waterberging voor de bebouwing voor de natuurbegraafplaats. De wandelpaden worden in halfverharding uitgevoerd. De te compenseren waterberging is als een verplichting in de planregels opgenomen.

4.13 Besluit M.E.R. Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets 38 42/250

In onderhavig plan wordt één nieuwe woningen mogelijk gemaakt. De ontwikkeling is concreet

beschreven in paragraaf 2.2. Het huidige gebruik van het plangebied is agrarische grond. Woningbouw wordt in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage aangemerkt als de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. De m.e.r.- plicht geldt bij projceten van een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De genoemde maximum oppervlakken gelden als drempelwaarden. Het ruimtebeslag van het onderhavige project ligt ruimschoots beneden de drempelwaarde. Conclusie die op grond hiervan getrokken kan worden is dat het onderhavige project niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Wel zal een vormvrije m.e.r. uitgevoerd moeten worden. Er wordt een aparte notitie vormvrije m.e.r.-beoordeling gemaakt waarin de milieu-effecten nader zijn beoordeeld aan de hand van de criteria uit de Europese richtlijn. Voordat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd zal het college van burgemeester en wethouders hierover een afzonderlijk besluit nemen.

4.14 Niet gesprongen explosieven Net als vele andere Nederlandse steden was Axel tijdens de Tweede Wereldoorlog (WOII) bezet door de Duitse overheersers en hierdoor het toneel van meerdere van grond- en luchtgevechten. Met name tijdens de bevrijding is er rondom het kanaal van Axel naar Hulst hevig gevochten. Na de oorlog was sprake van een groot aantal op en in de (water)bodem aanwezige conventionele explosieven (CE), zoals achtergelaten munitievoorraden, mijnenvelden en vele blindgangers van allerhande soorten munitie die tijdens het gebruik in de oorlog niet naar behoren hadden gefunctioneerd. Gemeente Terneuzen hanteert voor niet-gesprongen explosieven (NGE) het Historisch Vooronderzoek en NGE-Risicokaart van REASeuro, kenmerk RO180093 van 24 oktober 2018. Zodra een locatie als (potentiële) risicolocatie is aangemerkt, moet er in eerste instantie rekening worden gehouden met mogelijk achtergebleven conventionele explosieven. Risicokaart De bedoelde locatie ten westen van de Westsingel in Axel valt in relatie tot NGE door oorlogshandelingen in de Tweede Wereldoorlog in een aangemerkt risicogebied (zie afbeelding 4.15 in paars en groen).

39 43/250

afbeelding 4.15, risicogebied Niet Gesprongen Explosieven (bron: gemeente Terneuzen) Toelichting (zie ook de bijlage – NGE REASeuro HO 2018 Tijdens de bevrijding hebben in september 1944 hevige grondgevechten en artillerie-beschietingen plaatsgevonden, namelijk bij het verdrijven van Duitse soldaten uit Axel in de opmars richting Terneuzen en Zaamslag door Poolse eenheden. In het gebied dient -- in eerste instantie -- rekening te worden gehouden met achtergebleven klein-kaliber munitie (KKM), hand- en geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en geschutmunitie van de kalibers 5 cm t/m 10,5 cm, afkomstig van grondartillerie. Historische kaarten (bron: www.topotijdreis.nl)

1930

40 44/250

1945

1970

2000 Toelichting Het plangebied ligt in de Buthpolder, ten noordwesten van de woonkern Axel. Direct noordelijk van het plangebied grensde het spoortraject van de Zeeuwsch-Vlaamsche Trammaatschappij (ZVTM), die in 1911 is opgericht. Reeds in de 19e eeuw, mogelijk nog eerder, liep er door de Buthpolder een meanderend oppervlaktewater: de Buthkreek. Deze waterloop is na de Tweede Wereldoorlog versmald en in een meer rechte vorm geleid. Daardoor werd meer landbouwgrond gevormd.

41 45/250

1945

1951 Overweging Er is hier sprake van een tweedeling. Enerzijds de oorspronkelijke kreekloop en anderzijds het aangelegen gebied (landbouwgrond) daarbuiten. Kreekloop Eventueel achtergebleven oorlogsmunitie door de Tweede Wereldoorlog kon in oppervlaktewater aan het zicht worden onttrokken. Doordat de kreekloop is gewijzigd en versmald, valt een deel van de actuele landbouwgrond binnen het gebied van de oorspronkelijke Buthkreek. Net als in de actuele kreekloop kan in de gevormde landbouwgrond munitie zijn achtergebleven en/of zijn gedumpt. Resterend plangebied Door de omvang van het projectgebied is het kunnen aantreffen van een vorm van munitie in dat geval reëel. De omschreven munitie zou zich dan op, of juist onder de oppervlakte bevinden. Dit deel van het plangebied (bedoeld exclusief voornoemde kreekloop) is gedurende reeds vóór de Tweede Wereldoorlog tot heden als landbouwgrond in gebruik, met enige grondroering/-verzet aan de oppervlakte tot gevolg. Grote oorlogsrestanten zouden redelijkerwijs al zijn opgemerkt en verwijderd. In de nabije omgeving zijn weliswaar registraties van de Explosieven Opruimingsdienst 42 46/250

(EOD), maar geven geen melding van daadwerkelijk aangetroffen of onschadelijk gemaakte munitie. De trefkans van munitie is niet ondenkbaar, maar wel klein. Op basis van trefkans en kaliber van bedoelde munitie wordt humaan risico laag ingeschat. (Vervolg)onderzoek wordt redelijkerwijs niet noodzakelijk geacht. Afhankelijk van het tijdpad kan de initiatiefnemer zekerheidshalve zelf tot onderzoek naar NGE besluiten, bedoeld om vertraging tijdens de fase van projectuitvoering te voorkomen. Conclusie Binnen het plangebied vormt het deel van de gaandeweg gewijzigde kreekloop een noemenswaardig risico; een projectgebonden risicoanalyse naar ontplofbare oorlogsresten is vereist. Voor wat betreft het resterende plangebied wordt (vervolg)onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten redelijkerwijs niet noodzakelijk geacht. Het staat de opdrachtgever uiteraard vrij om verdergaand onderzoek te doen om zo eventuele risico’s vooraf uit te sluiten. In geval er t.z.t. bij de projectontwikkeling ter plaatse alsnog munitie wordt aangetroffen, wordt ingezet op het handelen op basis van het protocol ‘Toevalstreffer conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog’.

In de planregels behorende bij dit bestemmingsplan wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat alvorens het landgoed niet eerder mag worden ingericht, nadat ten hoogte van de buthkreek een projectgebonden risicoanalyse heeft plaats gevonden. In geval er bij de projectontwikkeling ter plaatse alsnog munitie wordt aangetroffen, wordt ingezet op het handelen op basis van het protocol ‘Toevalstreffer conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog’.

43 47/250

5 Juridische planbeschrijving 5.1 Planopzet en systematiek De in hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.

5.1.1 Regels De regels sluiten aan bij de door de gemeente Terneuzen gehanteerde standaard overeenkomstig het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Tevens zijn de voorschriften uit het facetbestemmingsplan ‘Parkeren’ verwerkt. Tot slot wordt aangesloten bij de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012. Artikel 3 Groen Het gehele landgoed is voorzien van de bestemming ‘groen’. Een specifieke locatie heeft tevens de aanduiding ‘natuurbegraafplaats’. De basis voor deze bestemming vormt de bestemming' uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. De verbijzondering ligt in het feit dat de gronden teven gebruikt mogen worden voor een natuurbegraafplaats. De bestemming is voorts ingericht op dat specifieke gebruik. Bouwwerken en voorzieningen In de bestemming zijn alleen andere bouwwerken ten behoeve van de natuurbegraafplaats en (andere) bouwwerken ten behoeve van de bestemming toegestaan. Bij dat laatste gaat het om voorzieningen ten behoeve van het beheer en onderhoud van het natuurgebied of voor de waterhuishouding. Daarnaast is een artikel opgenomen dat het mogelijk maakt om voorzieningen te plaatsen ten behoeve van de natuurwaarden, denk hierbij aan bijvoorbeeld een vleermuizenpaal, of bunker. Wegen en paden zijn mee bestemd. Artikel 4 Wonen De locatie waar de woning mag worden gerealiseerd wordt bestemd als ‘wonen’. Hier mag ten hoogste één vrijstaande woning worden gebouwd.

Artikel 5 en 6 Waarde – Archeologie De voorschriften ter bescherming van de archeologische waarden, sluiten aan bij de standaardregels van de gemeente Terneuzen.

5.1.2 Verbeelding Op de verbeelding wordt de locatie van de natuurbegraafplaats opgenomen en het overige deel van het landschapspark. De woning aan de Westsingel dient binnen het op de verbeelding opgenomen bouwblok te worden gebouwd.

44 48/250

6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening 2008 (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Alle kosten voor de totstandkoming, uitvoering en instandhouding van het plan zijn voor rekening van de ontwikkelaar. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Met de initiatiefnemer van het plan sloot de gemeente een exploitatieovereenkomst als bedoeld in artikel 6.12 van de Wro. Het verhaal van gemeentelijke kosten is hierdoor verzekerd. Het is niet nodig om een exploitatieplan vast te stellen voor deze ontwikkeling. Onderdeel van deze overeenkomst is het beheerplan uit bijlage 5.

45 49/250

7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De vooroverlegreacties zijn als bijlage 8 van de toelichting gevoegd. Provincie Zeeland De provincie Zeeland heeft in het vooroverleg aangegeven dat zij een nadere toetsing aan het provinciale Landgoederenbeleid wensen en enkele zekerheiden ten aanzien van aanleg, onderhoud en instandhouding van het landgoed in het plan wenst in te bouwen. Verder zijn opmerkingen gemaakt ten aanzien van stikstof en ecologie. De toelichting en de planregels zijn hier op aangepast. Waterschap Scheldestromen Het Waterschap Scheldestromen heeft aandacht gevraagd voor het beheer en onderhoud van de waterlopen aangrenzend aan het plangebied. Tevens wenst zij bij de aanleg van het landgoed in niet meer in gebruik zijnde leiding verwijderen. De initiatiefnemer zal hierover in overleg gaan met het Waterschap. Veiligheidsregio De Veiligheidsregio Zeeland heeft geen opmerkingen gemaakt op het voorontwerp bestemmingsplan.

7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024 voor een ieder ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Er zijn gedurende deze periode wel zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen geven aanleiding om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.

46 50/250

47 51/250

Bijlage 1: Akoestisch onderzoek

48 52/250

Geluid ter hoogte van de geprojecteerde woning op landgoed Westsingel te Axel Onderzoek in het kader van de ruimtelijke onderbouwing

Rapportnummer H 8395-2-RA-001 d.d. 6 oktober 2023

53/250

Geluid ter hoogte van de geprojecteerde woning op landgoed Westsingel te Axel Onderzoek in het kader van de ruimtelijke onderbouwing

opdrachtgever

De Koster Ruimtelijke Ordening

rapportnummer

H 8395-2-RA-001

datum

6 oktober 2023

referentie

WvdM/BvdK/CJ/H 8395-2-RA-001

verantwoordelijke ing. W. van der Maarl opsteller

ing. B.F. van der Kleij 085 8228 746 b.vanderkleij@peutz.nl

peutz bv, postbus 696, 2700 ar zoetermeer, +31 85 822 87 00, zoetermeer@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, opdrachten volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015 mook – zoetermeer – groningen – eindhoven – düsseldorf – dortmund – berlijn – nürnberg – leuven – parijs – lyon

54/250 H 8395-2-RA-001 2

Inhoudsopgave 1

Inleiding

4

2

We t - e n re g e l g ev i n g

5

2.1

Algemeen

5

2.2

We t g e l u i d h i n d e r

5

2.3

Wo o n - e n l e e f k l i m a at

6

Plangebied en beoogde ontwikkeling

7

3.1

Ligging plangebied

7

3.2

Beoogde ontwikkeling

8

4

Uitgangspunten

9

4.1

Ve r ke e r s g e g eve n s

9

4.2

Akoestische modelvorming wegverkeerslawaai

9

4.3

Zonebeheermodel RES Axel

9

3

5

Berekeningen

11

5.1

Rekenresultaten wegverkeer

11

5.2

Rekenresultaten RES Axel

11

5.3

Gecumuleerde geluidbelasting

12

Beoordeling en conclusie

13

6

55/250 H 8395-2-RA-001 3

1

Inleiding In opdracht van De Koster Ruimtelijke Ordening is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de optredende geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai en het gezoneerd industrieterrein RES Axel ter hoogte van de geprojecteerde woning aan de Westsingel 3 te Axel. Men is voornemens een woning te realiseren op het geprojecteerde landgoed welke strijdig is met het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied'. De grond waar de geprojecteerde woning zich bevindt, is bestemd als 'agrarisch met waarden'. Aangezien afgeweken dient te worden van het bestemmingsplan dient de geluidbelasting ter plaatse van de geprojecteerde woning in beeld te worden gebracht en getoetst aan de Wet geluidhinder. Voorliggend akoestisch onderzoek voorziet hierin. De beoogde ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied' dat op 25 juni 2013 is vastgesteld. Om de ontwikkeling planologisch juridisch mogelijk te maken zal een omgevingsvergunning milieu worden aangevraagd waarmee toestemming verkregen wordt voor het afwijken van het bestemmingsplan. Hiertoe zal moeten worden aangetoond dat ook na realisatie van de beoogde ontwikkeling voldaan wordt aan wet- en regelgeving en sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De geprojecteerde woning is gelegen binnen de geluidzones van de Westsingel en RES Axel.

Doel van het onderzoek is het vaststellen van de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer en industrielawaai ter plaatse van de gevels van de geprojecteerde woning en deze te toetsen aan de van toepassing zijnde geluidgrenswaarden uit de Wet geluidhinder (hierna: Wgh). Bij overschrijding van de geluidgrenswaarden worden geluidreducerende maatregelen omschreven waarmee voldaan kan worden aan de Wgh.

56/250 H 8395-2-RA-001 4

2

We t - e n r e g e l g e v i n g

2.1 A l g e m e e n

De boogde ontwikkeling betreft het realiseren van een woning. Aangezien geluidgevoelige objecten (woningen), conform de Wet geluidhinder, gerealiseerd gaan worden is het van belang om de optredende geluidbelasting ter plaatse van de gevels van de beoogde woning in beeld te brengen. In het voorliggende hoofdstuk zal ingegaan worden op de relevante wet- en regelgeving ten aanzien van wegverkeerslawaai en industrielawaai. 2.2 W e t g e l u i d h i n d e r

Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) is aangegeven hoe breed de geluidzone (het onderzoeksgebied) langs wegen is. Deze breedte hangt af van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk dan wel buitenstedelijk gebied ligt. Voor de in de omgeving van het plangebied gelegen wegen geldt (aangezien het wegen zijn met een/twee rijstroken rijstroken binnen en buiten de bebouwde kom) een zone van respectievelijk 200 en 250 meter. De Wgh stelt geen eisen ten aanzien van 30 km/uur-wegen. Voor de "juridische" geluidbelasting, ten gevolge van wegverkeer op gevels van woongebouwen binnen een geluidzone geldt volgens de Wgh een voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB. Deze geluidbelasting is inclusief aftrek 1 conform artikel 3.4 van het Rekenen Meetvoorschrift geluid 2012. De gemeentelijke overheid is in een aantal situaties bevoegd om van deze waarde van 48 dB af te wijken en een hogere grenswaarde vast te stellen tot een maximum van 53 dB respectievelijk 63 dB. De maximum grenswaarde van 53 dB is van toepassing indien sprake is van een buitenstedelijk gebied of van een auto(snel)weg; de maximum grenswaarde van 63 dB geldt indien sprake is van een binnenstedelijk gebied. In de deze situatie is sprake van binnenstedelijk gebied en geldt derhalve de maximum grenswaarde van 63 dB.

Conform artikel 110a lid 5 Wgh kan een hogere waarde verleend worden indien de toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van een weg van de gevel van de betrokken woning tot de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting onvoldoende doeltreffen de zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard.

1 Deze aftrek is bedoeld om de effecten van toekomstig stiller verkeer in rekening te brengen.

57/250

H 8395-2-RA-001 5

Industrielawaai Het geprojecteerde landgoed is gelegen binnen het gezoneerde industrieterrein RES Axel. Op het gezoneerde industrieterrein is een enkel bedrijf aanwezig te weten de Motorclub RES Axel. In het kader van de Wet geluidhinder dient de geluidbelasting ten gevolge van industrielawaai op de gevel van de geprojecteerde woning bepaald te worden. In eerste aanleg wordt er gekeken naar een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde op de gevel. Wanneer hier niet aan voldaan kan worden dienen geluidreducerende maatregelen te worden beschouwd. De maximaal te ontheffen waarde op de gevel van de beoogde woning bedraagt na het treffen van maatregelen 55 dB(A)etmaalwaarde. 2.3 W o o n - e n l e e f k l i m a a t

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient het woon- en leefklimaat ter hoogte van de woning in acht genomen te worden. Voor de beoordeling van een woon- en leefklimaat dient het gecumuleerde geluid te worden beschouwd. Een veelgebruikte methode bij het beoordelen van de aanvaardbaarheid van gecumuleerd geluid is het hanteren van de systematiek voor cumulatie uit de methode Miedema. De gecumuleerde geluidbelasting wordt berekend als beschreven in bijlage 1 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In casu is het plangebied gelegen binnen de geluidzones van wegen en het gezoneerde industriegebied 'RES Axel'. In tabel 2.1 is een overzicht gegeven van een kwalificatie van het woon- en leefklimaat gekoppeld aan een geluidbelasting door het RIVM. t2.1 Overzicht RIVM kwalificatie woon- en leefklimaat voor gecumuleerde geluidbelasting Gecumuleerd geluid (dB)

Kwalificatie

≤ 45

Zeer goed

46 – 50

Goed

51 – 55

Redelijk

56 – 60

Matig

61 – 65

Tamelijk slecht

66 – 70

Slecht

≥ 70

Zeer slecht

58/250 H 8395-2-RA-001 6

3

Plangebied en beoogde ontwikkeling

3.1 L i g g i n g p l a n g e b i e d

In figuur 3.1 is de ligging van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. Thans is op deze locatie sprake van een begraafplaats. In de omgeving van het plangebied bevindt zich de Westsingel welke een maximumsnelheid heeft van 50 km/uur. Vooralsnog zijn 30 km/uur wegen buiten beschouwing gelaten aangezien deze ondergeschikt zijn aan de geluidbelasting ten gevolge van 50 km/uur wegen. f3.1 Ligging plangebied ten opzichte van de directe omgeving

Uit figuur 3.1 blijkt dat het plangebied is gelegen binnen de geluidzone van de Westsingel en (deels) binnen de geluidzone van industrieterrein RES Axel.

59/250 H 8395-2-RA-001 7

3.2 B e o o g d e o n t w i k k e l i n g

De beoogde ontwikkeling betreft het realiseren van een woning op het geprojecteerde landgoed. Men is voornemens de woning in de hoek van het perceel te realiseren aan de noordoostzijde. Op het huidige perceel zijn reeds groenvoorzieningen en een begraafplaats op deze locatie aanwezig. In figuur 3.2 is de plankaart van de beoogde ontwikkeling weergegeven. f3.2 Figuur overzicht beoogde ontwikkeling

60/250 H 8395-2-RA-001 8

4

Uitgangspunten

4.1 V e r k e e r s g e g e v e n s

Door de gemeente zijn verkeersgegevens aangeleverd van de Westsingel. Op basis van tellingen blijkt in de huidige situatie dat 1.670 motorvoertuigbewegingen per etmaal (weekdaggemiddelde) optreden. Voor het maatgevende toekomstige jaar is uitgegaan van 2032 waarbij de tellingen zijn vermeerderd met een autonoom groeipercentage van 1,5% per jaar, hetgeen leidt tot 1.938 motorvoertuigen per jaar. In bijlage 1 zijn de aangeleverde verkeersgegevens opgenomen. 4.2 A k o e s t i s c h e m o d e l v o r m i n g w e g v e r k e e r s l a w a a i

Voor de berekening van het weglawaai is gebruikgemaakt van een rekenmodel conform de Standaardrekenmethode 2 (SRM2) zoals genoemd in het Rmg2012. De geluidbelasting ter plaatse van de geprojecteerde woning is per woonlaag (vloer + 1,5 m) bepaald. In de rekenmodellering is een standaard bodemfactor gehanteerd van 0,5 vanwege de diversiteit aan harde en zachte bodemgebieden tussen de weg en het plan. Wel zijn de wegen als hard (bodemfactor = 0,0) gemodelleerd. De relevante invoergegevens van de akoestische rekenmodellen voor wegverkeer zijn opgenomen in bijlage 2. 4.3 Z o n e b e h e e r m o d e l R E S A x e l

Ten behoeve van het bepalen van de geluidbelasting ter hoogte van de gevels van de geprojecteerde woning ten gevolge van het industrieterrein RES Axel, is het zonebeheersmodel opgevraagd bij de omgevingsdienst RUD Zeeland. In overleg met RUD Zeeland is bepaald welke versie van het zonebeheersmodel het meest representatief is. In voorliggend onderzoek is derhalve uitgegaan van het akoestisch rekenmodel behorende bij Peutz rapportage FI 17121-1-RA-002 d.d. 17 maart 2020. Bij de berekeningen is uitgegaan van de 'Handleiding meten en rekenen Industrielawaai' uit 1999 (Handleiding). Voor de berekeningen is gebruikgemaakt van methode II.8: Berekening van de overdracht. De berekening zijn uitgevoerd voor octaafbanden met middenfrequentie van 63 t/m 8000 Hz. Gezien de relatief grote A-weging voor de 31 Hz-octaafband en de geluidproductie van geluidbronnen van de inrichting in deze octaafband zijn de geluidbijdragen in de omgeving in deze octaafband niet relevant. De 31-Hz-octaafband is daarom bij de berekeningen buiten beschouwing gelaten.

61/250

H 8395-2-RA-001 9

In bijlage 3 zijn de relevante invoergegevens van het akoestisch rekenmodel opgenomen waarin tevens de rekenhoogtes per rekenpositie zijn vermeld. In de berekeningen is uitgegaan van een bodemfactor van 0,0 ('hard'). In figuur 3.1 van bijlage 3 zijn de locaties van de geluidbronnen en de gebruikte toetspunten weergegeven.

62/250 H 8395-2-RA-001 10

5

Berekeningen

5.1 R e k e n r e s u l t a t e n w e g v e r k e e r

In tabel 5.1 is een samenvatting gegeven van de berekende geluidbelasting L den ten gevolge van het wegverkeer (inclusief aftrek artikel 110g Wgh) ter hoogte van de geprojecteerde woning. In bijlage 4 is een overzicht gegeven van alle rekenresultaten per toetspunt. t5.1 Optredende geluidbelasting (L den) per rekenhoogte ten gevolge van wegverkeer (inclusief 5 dB aftrek artikel 110g Wgh)

Hoogst berekende geluidbelasting vanwege wegverkeer [L den in dB] Wegen Westsingel

Begane grond

Eerste verdieping

Tweede verdieping

47

48

48

Uit tabel 5.1 blijkt dat na het realiseren van de woning de hoogst berekende geluidbelasting Lden op de gevels van de woning ten hoogste 48 dB bedraagt, inclusief aftrek uit artikel 110g van de Wgh ten gevolge van het wegverkeerslawaai over de Westsingel. De maximaal optredende geluidbelasting treedt op een hoogte van 7,5 meter op. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ten gevolge van wegverkeer over de Westsingel. In bijlage 4 zijn de rekenresultaten van het akoestisch rekenmodel voor wegverkeerslawaai gegeven. De gegeven resultaten in bijlage 4 zijn exclusief 5 dB conform aftrek artikel 110g Wgh. 5.2 R e k e n r e s u l t a t e n R E S A x e l

In tabel 5.2 zijn de berekende etmaalwaarden (in dB(A)) en maximale geluidniveaus (L Amax in dB(A)) gegeven ten gevolge van het gezoneerd industriegebied RES Axel ter hoogte van de geprojecteerde woning. t5.2 Berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus ter hoogte van het geprojecteerde landgoed Westsingel

Positie (zie figuur 3.1 van bijlage 3)

Dagwaarde (LAr,LT in dB(A))

Maximale geluidniveau (L Amax in dB(A))

T01 – begane grond

40

55

T01 – eerste verdieping

42

58

T01 – tweede verdieping

43

58

63/250 H 8395-2-RA-001 11

Uit tabel 5.2 blijkt dat de hoogst optredende etmaalwaarde 43 dB(A) bedraagt ter hoogte van de tweede verdieping van het landgoed. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). De maximale geluidniveaus bedragen ten hoogste 58 dB(A) in de dagperiode. In bijlage 5 zijn de rekenresultaten van het akoestisch rekenmodel voor industrielawaai gegeven. 5.3 G e c u m u l e e r d e g e l u i d b e l a s t i n g

De gecumuleerde geluidbelasting wordt bepaald uitgaande van de dosis-effectrelatie voor wegverkeer. Dit betekent dat andere bronsoorten worden omgerekend naar een geluidbelasting vanwege wegverkeer die evenveel hinder veroorzaakt als de geluidbelasting van de andere bronsoort. Hiervoor gelden de volgende formules: L*IL = 1,00 LIL + 1,00 L*VL = 1,00 LVL + 0,00 Waarbij: L*IL = geluidbelasting vanwege wegverkeer die evenveel hinder veroorzaakt als een geluidbelasting industrielawaai L IL L*VL = geluidbelasting vanwege wegverkeer die evenveel hinder veroorzaakt als een geluidbelasting industrielawaai L VL De geluidbelasting vanwege industrielawaai is ten hoogste 43 dB(A). Formeel is cumulatie niet aan de orde aangezien dit uitsluitend wordt toegepast bij overschrijding van de voorkeursgrenswaarden. In het kader van de ruimtelijke onderbouwing wordt het evenwel alsnog gedaan. Aldus bedraagt L* IL 44 dB en L*VL 53 dB (exclusief 5 dB aftrek). De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt daarmee 54 dB. Hiermee is een kwalificatie voor het akoestisch woon- en leefklimaat van 'redelijk' van toepassing.

64/250 H 8395-2-RA-001 12

6

Beoordeling en conclusie De geluidbijdrage ten gevolge van de Westsingel bedraagt ten hoogste 48 dB (L den) (inclusief aftrek uit artikel 110g van Wgh) ter hoogte van de geprojecteerde woning aan de Westsingel 3 te Axel. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Aldus is het vaststellen van een hogere waarde niet noodzakelijk. De geluidbijdrage ten gevolge van het gezoneerde industriegebied RES Axel is ten hoogste 43 dB(A) in de dagperiode. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). De maximale geluidniveaus ten gevolge van het gezoneerde industriegebied bedragen ten hoogste 58 dB(A) in de dagperiode. Met een dergelijke geluidbelasting kan voldaan worden aan het wettelijk kader. De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt 54 dB waarmee een kwalificatie voor het akoestisch woon- en leefklimaat van 'redelijk' van toepassing is. Aldus is een acceptabel akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd. Gezien het voorgaande is er vanuit akoestisch oogpunt geen belemmering de omgevingsvergunning milieu te verlenen voor het afwijken van het vigerende bestemmingsplan 'buitengebied' voor het geprojecteerde landgoed aan de Westsingel te Axel.

Zoetermeer, Dit rapport bevat 13 pagina's en 5 bijlagen.

65/250 H 8395-2-RA-001 13

Bijlage 1 Verkeersgegevens Westsingel te Axel

66/250 H 8395-2-RA-001 1.1

Tijd 00:00 - 01:00 01:00 - 02:00 02:00 - 03:00 03:00 - 04:00 04:00 - 05:00 05:00 - 06:00 06:00 - 07:00 07:00 - 08:00 08:00 - 09:00 09:00 - 10:00 10:00 - 11:00 11:00 - 12:00 12:00 - 13:00 13:00 - 14:00 14:00 - 15:00 15:00 - 16:00 16:00 - 17:00 17:00 - 18:00 18:00 - 19:00 19:00 - 20:00 20:00 - 21:00 21:00 - 22:00 22:00 - 23:00 23:00 - 24:00 Etmaal Overdag (07-19u) Avond (19-23u) Nacht (23-07u)

Zondag 20 18 12 7 2 2 2 8 9 9 12 25 52 74 78 104 104 90 101 94 72 69 46 48

Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag Gem. Week Gem. Werk Gem. Wknd 26 32 37 38 38 19 30 34 20 14 18 12 17 21 15 16 16 16 5 5 7 6 19 9 9 8 10 2 4 1 5 8 5 5 4 6 2 2 2 2 10 5 4 4 4 3 2 4 4 2 6 3 3 4 10 15 13 9 12 6 10 12 4 29 28 25 24 30 6 21 27 7 63 65 59 65 60 18 48 62 14 160 176 154 154 135 34 117 156 22 129 132 119 126 106 57 97 122 34 78 80 91 88 92 86 77 86 56 101 98 96 95 115 107 95 101 80 111 130 84 121 122 117 108 114 96 114 138 86 118 130 125 113 117 102 144 144 93 140 143 144 130 133 124 142 125 80 130 159 152 127 127 128 128 161 86 156 168 120 130 140 105 206 206 124 208 176 122 163 184 112 170 166 96 144 126 100 128 140 97 114 126 70 125 70 62 91 101 67 86 80 63 91 45 42 68 73 56 58 59 41 59 31 32 47 50 39 58 59 32 50 30 32 44 46 40

1060 667 281 112

1955 1406 429 120

Autonoom groeipercentage: Aantal jaren

1,50% 10

Groeifactor

1,161

Aantal mvt per etmaal (2032):

1.938

2052 1483 431 138

1474 1096 270 108

1976 1426 420 130

1848 1436 272 140

1424 1090 236 98

1670 1220 330 120

1826 1345 356 126

1242 878 259 105

67/250 H 8395-2-RA-001 1.2

Bijlage 2 Invoergegevens akoestisch rekenmodel wegverkeerslawaai

68/250 H 8395-2-RA-001 2.1

Invoergegevens akoestisch rekenmodel Modelinfo Rapport: Model:

Lijst van model eigenschappen Landgoed Westingel te Axel; uitgangsmodel wegverkeer update september 2023

Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode

Landgoed Westingel te Axel; uitgangsmodel wegverkeer update september 2023 Bramv #2|Wegverkeerslawaai|RMG-2012, wegverkeer|

Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met

Bramv op 7-7-2022 Bramv op 29-9-2023 Geomilieu V2022.1 rev 1

Dagperiode Avondperiode Nachtperiode Samengestelde periode Waarde Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Rekenoptimalisatie aan Zoekafstand [m] Aandachtsgebied Max.refl.afstand Standaard bodemfactor Openingshoek Max.refl.diepte Geometrische uitbreiding Luchtdemping Luchtdemping [dB/km] Meteorologische correctie Waarde voor C0

07:00 - 19:00 19:00 - 23:00 23:00 - 07:00 Lden Gem(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) 0 7,5 Bronresultaten Groepsresultaten Ja 5000 5000 -1,00 2 1 Volledige 3D analyse Conform standaard 0,00; 0,00; 1,00; 2,00; 4,00; 10,00; 23,00; 58,00 Conform standaard 3,50

Geomilieu V2022.2 Licentiehouder: Peutz bv

29-9-2023 11:39:54

69/250 H 8395-2-RA-001 2.2

Invoergegevens akoestisch rekenmodel Toetspunten Model: Groep:

Naam T01

Landgoed Westingel te Axel; uitgangsmodel wegverkeer update september 2023 (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer Omschr. Landgoed Westsingel te Axel

Maaiveld 0,00

Hdef. Relatief

Hoogte A 1,50

Hoogte B 4,50

Geomilieu V2022.2 Licentiehouder: Peutz bv

Hoogte C 7,50

Hoogte D --

Hoogte E --

Hoogte F --

Gevel Ja

29-9-2023 11:44:28

70/250 H 8395-2-RA-001 2.3

Invoergegevens akoestisch rekenmodel Wegen Model: Groep:

Landgoed Westingel te Axel; uitgangsmodel wegverkeer update september 2023 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Naam Weg_01

Omschr. Westsingel

X-1 50847,90

Y-1 365218,57

M-1 0,00

H-1 0,75

Wegdek W0

Wegdek Referentiewegdek

Geomilieu V2022.2 Licentiehouder: Peutz bv

V(LV(D)) 50

V(MV(D)) 50

V(ZV(D)) 50

Totaal aantal 1938,00

%Int(D) 6,10

%Int(A) 4,90

%Int(N) 0,90

%LV(D) 85,00

29-9-2023 11:43:35

71/250 H 8395-2-RA-001 2.4

Invoergegevens akoestisch rekenmodel Wegen Model: Groep:

Landgoed Westingel te Axel; uitgangsmodel wegverkeer update september 2023 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Naam Weg_01

%LV(A) 92,20

%LV(N) 84,30

%MV(D) 10,60

%MV(A) 6,20

%MV(N) 10,90

%ZV(D) 4,40

%ZV(A) 1,60

%ZV(N) 4,80

Geomilieu V2022.2 Licentiehouder: Peutz bv

29-9-2023 11:43:35

72/250 H 8395-2-RA-001 2.5

73/250 H 8395-2-RA-001 Figuur 2.1

Bijlage 3 Invoergegevens akoestisch rekenmodel industrielawaai

74/250 H 8395-2-RA-001 3.1

Rekenresultaten Industrielawaai; maximale geluidniveaus Model: Kopie 2 Circuit 2010 EBa max.60 rijders; ONK wedstrijd (totaal 7 uur) + overkapping startloc. 2020 Lijst van model eigenschappen Model eigenschap ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Omschrijving Kopie 2 Circuit 2010 EBa max.60 rijders; ONK wedstrijd Verantwoordelijke RV Rekenmethode IL Modelgrenzen (49830,00, 363140,00) - (51850,00, 365100,00) Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14245969/1